Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
22 APRIL 1999. - Wet betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-07-1999 en tekstbijwerking tot 26-10-2022)
Titre
22 AVRIL 1999. - Loi concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-07-1999 et mise à jour au 26-10-2022)
Informations sur le document
Numac: 1999015146
Datum: 1999-04-22
Info du document
Numac: 1999015146
Date: 1999-04-22
Table des matières
HOOFDSTUK I. - De exclusieve economische zone.
De ligging van de in dit artikel op...
Art.5. Bij het uitoefenen van haar rechten in d...
HOOFDSTUK III. - Over levende rijkdommen en vis...
Art.9. Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervang...
Art.15. Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervan...
Art.24. Artikel 10 van dezelfde wet wordt opgeh...
Art.25. Wat de activiteiten inzake visserij bet...
Art.35. In artikel 9, eerste lid, van dezelfde ...
Art.38. De bepalingen betreffende kunstmatige e...
Art.44. Indien de werkzaamheden van het wetensc...
HOOFDSTUK VIII. - Over het douane-, fiscale, ge...
Art.49. Artikel 168 van dezelfde wet wordt verv...
Art.53. Artikel 627 van hetzelfde Wetboek, laat...
Table des matières
CHAPITRE I. - La zone économique exclusive.
Les positions des points énumérés d...
Art.5. Lorsque, dans sa ZEE, la Belgique exerce...
CHAPITRE III. - Des ressources vivantes et de l...
Art.9. L'article 4 de la même loi est remplacé ...
Art.15. L'article 7 de la même loi est remplacé...
Art.24. L'article 10 de la même loi est abrogé.
Art.25. Pour ce qui concerne les activités rela...
Art.35. Dans l'article 9, premier alinéa, de la...
Art.38. Les dispositions relatives aux îles art...
Art.44. S'il s'avère que les travaux de recherc...
CHAPITRE VIII. - Des contrôles douaniers, fisca...
Art.49. L'article 168 de la même loi est rempla...
Art.53. L'article 627 du même Code, modifié pou...
Tekst (77)
Texte (77)
Artikel 1. Deze wet regelt aangelegenheden zoals bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle des matières visées à l'article 77 de la Constitution.
HOOFDSTUK I. - De exclusieve economische zone.
CHAPITRE I. - La zone économique exclusive.
Art.2. Buiten de Belgische territoriale zee en hieraan grenzend, wordt een exclusieve economische zone, hierna aangeduid als EEZ, ingesteld die de wateren boven de zeebodem, de zeebodem en de ondergrond daarvan omvat.
Art.2. Il est établi, au-delà de la mer territoriale de la Belgique et adjacente à celle-ci, une zone économique exclusive, désignée ci-après par le sigle ZEE, comprenant les eaux surjacentes aux fonds marins, les fonds marins et leur sous-sol.
Art. 3. De EEZ van België omvat het deel van de Noordzee waarvan de buitengrens wordt bepaald door een lijn bestaande uit segmenten die de volgende, in coördinaten uitgedrukte punten, verbindt, in de volgorde zoals hieronder aangegeven:
Art. 3. La ZEE de la Belgique couvre la partie de la mer du Nord dont la délimitation extérieure est constituée par une ligne composée de segments qui relie, dans l'ordre où ils sont énumérés, les points ci-après définis par leurs coordonnées :
1. 51°16'09'N 02°23'25" O
2. 51°33'28"N 02°14'18" O
3. 51°36'47"N 02°15'12" O
4. 51°48'18"N 02°28'54" O
5. 51°52'34,012"N 02°32'21,599" O
6. 51°33'06"N 03°04'53" O
2. 51°33'28"N 02°14'18" O
3. 51°36'47"N 02°15'12" O
4. 51°48'18"N 02°28'54" O
5. 51°52'34,012"N 02°32'21,599" O
6. 51°33'06"N 03°04'53" O
1. 51°16'09"N 02°23'25"E
2. 51°33'28"N 02°14'18"E
3. 51°36'47"N 02°15'12"E
4. 51°48'18"N 02°28'54"E
5. 51°52'34,012"N 02°32'21,599"E
6. 51°33'06"N 03°04'53"E
2. 51°33'28"N 02°14'18"E
3. 51°36'47"N 02°15'12"E
4. 51°48'18"N 02°28'54"E
5. 51°52'34,012"N 02°32'21,599"E
6. 51°33'06"N 03°04'53"E
De ligging van de in dit artikel opgesomde punten is uitgedrukt in breedte en lengte volgens het Europees geodetisch systeem (1e vereffening 1950).
Les positions des points énumérés dans le présent article sont exprimées en latitudes et longitudes dans le système géodésique européen (1er règlement 1950).
De ligging van de in dit artikel opgesomde punten is uitgedrukt in breedte en lengte volgens het Europees geodetisch systeem (1e vereffening 1950).
Les positions des points énumérés dans le présent article sont exprimées en latitudes et longitudes dans le système géodésique européen (1er règlement 1950).
Art. 4. De EEZ is onderworpen aan het bijzonder rechtsregime ingesteld bij deze wet. In de EEZ bezit het Koninkrijk België:
1) soevereine rechten ten behoeve van de exploratie en exploitatie, het behoud en het beheer van de natuurlijke rijkdommen, levend en niet-levend, van de wateren boven de zeebodem en van de zeebodem en de ondergrond daarvan, en met betrekking tot andere activiteiten voor de economische exploratie en exploitatie van de zone, zoals de opwekking van energie uit het water, de stromen en de winden;
2) rechtsmacht ten aanzien van:
a. de bouw en het gebruik van kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen;
b. het wetenschappelijk zeeonderzoek;
c. de bescherming en het behoud van het mariene milieu;
3) andere rechten overeenkomstig het internationaal recht.
1) soevereine rechten ten behoeve van de exploratie en exploitatie, het behoud en het beheer van de natuurlijke rijkdommen, levend en niet-levend, van de wateren boven de zeebodem en van de zeebodem en de ondergrond daarvan, en met betrekking tot andere activiteiten voor de economische exploratie en exploitatie van de zone, zoals de opwekking van energie uit het water, de stromen en de winden;
2) rechtsmacht ten aanzien van:
a. de bouw en het gebruik van kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen;
b. het wetenschappelijk zeeonderzoek;
c. de bescherming en het behoud van het mariene milieu;
3) andere rechten overeenkomstig het internationaal recht.
Art. 4. La ZEE est soumise au régime juridique particulier établi par la présente loi. Dans la ZEE, le Royaume de Belgique exerce :
1) des droits souverains aux fins d'exploration et d'exploitation, de conservation et de gestion des ressources naturelles, biologiques ou non biologiques, des eaux surjacentes aux fonds marins, des fonds marins et de leur sous-sol, ainsi qu'en ce qui concerne d'autres activités tendant à l'exploration et à l'exploitation de la zone à des fins économiques, telles que la production d'énergie à partir de l'eau, des courants et des vents;
2) juridiction en ce qui concerne :
a. la mise en place et l'utilisation d'îles artificielles, d'installations et d'ouvrages;
b. la recherche scientifique marine;
c. la protection et la préservation du milieu marin;
3) d'autres droits prévus par le droit international.
1) des droits souverains aux fins d'exploration et d'exploitation, de conservation et de gestion des ressources naturelles, biologiques ou non biologiques, des eaux surjacentes aux fonds marins, des fonds marins et de leur sous-sol, ainsi qu'en ce qui concerne d'autres activités tendant à l'exploration et à l'exploitation de la zone à des fins économiques, telles que la production d'énergie à partir de l'eau, des courants et des vents;
2) juridiction en ce qui concerne :
a. la mise en place et l'utilisation d'îles artificielles, d'installations et d'ouvrages;
b. la recherche scientifique marine;
c. la protection et la préservation du milieu marin;
3) d'autres droits prévus par le droit international.
Art.4. De EEZ is onderworpen aan het bijzonder rechtsregime ingesteld bij deze wet. In de EEZ bezit het Koninkrijk België:
1) soevereine rechten ten behoeve van de exploratie en exploitatie, het behoud en het beheer van de natuurlijke rijkdommen, levend en niet-levend, van de wateren boven de zeebodem en van de zeebodem en de ondergrond daarvan, en met betrekking tot andere activiteiten voor de economische exploratie en exploitatie van de zone, zoals de opwekking van energie uit het water, de stromen en de winden;
2) rechtsmacht ten aanzien van:
a. de bouw en het gebruik van kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen;
b. het wetenschappelijk zeeonderzoek;
c. de bescherming en het behoud van het mariene milieu;
3) andere rechten overeenkomstig het internationaal recht.
1) soevereine rechten ten behoeve van de exploratie en exploitatie, het behoud en het beheer van de natuurlijke rijkdommen, levend en niet-levend, van de wateren boven de zeebodem en van de zeebodem en de ondergrond daarvan, en met betrekking tot andere activiteiten voor de economische exploratie en exploitatie van de zone, zoals de opwekking van energie uit het water, de stromen en de winden;
2) rechtsmacht ten aanzien van:
a. de bouw en het gebruik van kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen;
b. het wetenschappelijk zeeonderzoek;
c. de bescherming en het behoud van het mariene milieu;
3) andere rechten overeenkomstig het internationaal recht.
Art.4. La ZEE est soumise au régime juridique particulier établi par la présente loi. Dans la ZEE, le Royaume de Belgique exerce :
1) des droits souverains aux fins d'exploration et d'exploitation, de conservation et de gestion des ressources naturelles, biologiques ou non biologiques, des eaux surjacentes aux fonds marins, des fonds marins et de leur sous-sol, ainsi qu'en ce qui concerne d'autres activités tendant à l'exploration et à l'exploitation de la zone à des fins économiques, telles que la production d'énergie à partir de l'eau, des courants et des vents;
2) juridiction en ce qui concerne :
a. la mise en place et l'utilisation d'îles artificielles, d'installations et d'ouvrages;
b. la recherche scientifique marine;
c. la protection et la préservation du milieu marin;
3) d'autres droits prévus par le droit international.
1) des droits souverains aux fins d'exploration et d'exploitation, de conservation et de gestion des ressources naturelles, biologiques ou non biologiques, des eaux surjacentes aux fonds marins, des fonds marins et de leur sous-sol, ainsi qu'en ce qui concerne d'autres activités tendant à l'exploration et à l'exploitation de la zone à des fins économiques, telles que la production d'énergie à partir de l'eau, des courants et des vents;
2) juridiction en ce qui concerne :
a. la mise en place et l'utilisation d'îles artificielles, d'installations et d'ouvrages;
b. la recherche scientifique marine;
c. la protection et la préservation du milieu marin;
3) d'autres droits prévus par le droit international.
Art.5. Bij het uitoefenen van haar rechten in de EEZ houdt België terdege rekening met de rechten en plichten van andere Staten in het bijzonder met de vrijheid van de scheepvaart en het overvliegen, de vrijheid van onderzeese kabels en pijpleidingen te leggen alsook met de vrijheid de zee te gebruiken voor andere internationaal rechtmatige doeleinden met betrekking tot deze vrijheden en verenigbaar met andere bepalingen van het internationaal recht.
Art.5. Lorsque, dans sa ZEE, la Belgique exerce ses droits, elle tient dûment compte des droits et obligations des autres états en ce qui concerne notamment la liberté de navigation et de survol, la liberté de poser des câbles et pipelines sous-marins ainsi que de la liberté d'utiliser la mer à d'autres fins internationalement licites liées à l'exercice de ces libertés et compatibles avec d'autres dispositions du droit international.
HOOFDSTUK III. - Over levende rijkdommen en visvangst
CHAPITRE III. - Des ressources vivantes et de la pêche
Art. 6. Artikel 1, eerste lid, van de wet van 12 april 1957 waarbij de Koning wordt gemachtigd maatregelen voor te schrijven ter bescherming van de biologische hulpbronnen van de zee, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1973, wordt vervangen door de volgende bepaling:
" De Koning neemt de nodige maatregelen ter bescherming van de biologische hulpbronnen zowel in volle zee als in de exclusieve economische zone en in de territoriale zee. "
" De Koning neemt de nodige maatregelen ter bescherming van de biologische hulpbronnen zowel in volle zee als in de exclusieve economische zone en in de territoriale zee. "
Art. 6. L'article 1er, alinéa 1er de la loi du 12 avril 1957 autorisant le Roi à prescrire des mesures en vue de la conservation des ressources biologiques de la mer, modifié par la loi du 18 juillet 1973, est remplacé par la disposition suivante :
" Le Roi prend les mesures nécessaires pour assurer la conservation des ressources biologiques tant en haute mer que dans la zone économique exclusive et dans la mer territoriale. "
" Le Roi prend les mesures nécessaires pour assurer la conservation des ressources biologiques tant en haute mer que dans la zone économique exclusive et dans la mer territoriale. "
Art. 7. Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 2. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de waterschouten en hun agenten, de ambtenaren en agenten van de Dienst Zeevisserij van het ministerie van Middenstand en Landbouw, aangeduid door de minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, de gezagvoerders van de visserijwachtvaartuigen of hun aangestelden, de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en -vliegtuigen van de Staat of hun aangestelden, de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine en de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen binnen de grenzen van artikel 168 van de algemene wet inzake de douane en accijnzen van 18 juli 1977, gelast te waken over de toepassing van de krachtens artikel 1 voorgeschreven maatregelen en, onder meer, overtredingen daarvan op te sporen en ze vast te stellen in processenverbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
Zij hebben te dien einde het recht zich te allen tijde aan boord der vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen alsmede zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuig kunnen bevinden. Zij mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen.
In geval van ontdekking op heterdaad mogen zij, met het doel een vervolging in te stellen en met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de eigenaar of exploitant en, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
In geval zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er inbreuken zijn begaan, mogen zij, met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen, op kosten en risico van de eigenaar of exploitant. Wanneer vervolgens een inbreuk wordt vastgesteld, mogen zij, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of de exploitant aan de ketting leggen.
Wanneer een vissersvaartuig in overeenstemming met de beschikkingen van deze wet aan de ketting is gelegd, wordt het vissersvaartuig onmiddellijk vrijgegeven in ruil voor het stellen door de eigenaar of de persoon die voor diens rekening handelt, van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze in bewaring geeft bij een gerechtelijk agentschap van de Deposito- en Consignatiekas.
De geldboete die is opgelegd door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing alsmede alle andere kosten worden op de borgsom verhaald. Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald. De rente van de in consignatie gegeven som wordt bij de borgsom gevoegd.
In geval van het aan de ketting leggen van een vreemd vissersvaartuig, wordt de vlaggestaat via zijn diplomatieke vertegenwoordiger onverwijld in kennis gesteld van de genomen maatregelen en van de eventuele daarna opgelegde straffen.
§ 2. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, hebben zij bovendien het recht onmiddellijk beslag te leggen op de visserijproducten, het vistuig en andere productiemiddelen. Ze mogen de in beslag genomen visserijproducten terug in zee doen werpen.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten, die in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen en voor zover zulks verenigbaar is met de volksgezondheid, openbaar verkopen. De ontvangen som wordt op de griffie van de bevoegde rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen visserijproducten zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten die niet in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen maar die voldoen aan de eisen van de volksgezondheid schenken aan een instelling van weldadigheid of tot een ander gebruik bestemmen.
Indien de in beslag genomen visserijproducten niet voldoen aan de eisen van de volksgezondheid, mogen ze niet voor menselijke consumptie in aanmerking komen en moeten ze ontaard, verwerkt en tot een ander gebruik bestemd, hetzij vernietigd worden, alles op kosten van de overtreder.
Zij mogen het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen teruggeven aan de overtreder tegen het stellen van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan één vijfde van de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen.
Evenwel kan van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt worden indien het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering.
Het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen worden in bewaring gegeven bij de griffie van de bevoegde rechtbank. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze op de griffie van de rechtbank deponeert totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
§ 3. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring van de in beslag genomen visserijproducten, vistuig en andere productiemiddelen bevelen.
De verbeurdverklaring wordt steeds uitgesproken en de vernietiging wordt steeds bevolen wanneer het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering en wanneer de aard van het visserijproduct dit vergt.
De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op kosten van de veroordeelde. ".
" Art. 2. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de waterschouten en hun agenten, de ambtenaren en agenten van de Dienst Zeevisserij van het ministerie van Middenstand en Landbouw, aangeduid door de minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, de gezagvoerders van de visserijwachtvaartuigen of hun aangestelden, de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en -vliegtuigen van de Staat of hun aangestelden, de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine en de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen binnen de grenzen van artikel 168 van de algemene wet inzake de douane en accijnzen van 18 juli 1977, gelast te waken over de toepassing van de krachtens artikel 1 voorgeschreven maatregelen en, onder meer, overtredingen daarvan op te sporen en ze vast te stellen in processenverbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
Zij hebben te dien einde het recht zich te allen tijde aan boord der vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen alsmede zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuig kunnen bevinden. Zij mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen.
In geval van ontdekking op heterdaad mogen zij, met het doel een vervolging in te stellen en met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de eigenaar of exploitant en, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
In geval zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er inbreuken zijn begaan, mogen zij, met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen, op kosten en risico van de eigenaar of exploitant. Wanneer vervolgens een inbreuk wordt vastgesteld, mogen zij, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of de exploitant aan de ketting leggen.
Wanneer een vissersvaartuig in overeenstemming met de beschikkingen van deze wet aan de ketting is gelegd, wordt het vissersvaartuig onmiddellijk vrijgegeven in ruil voor het stellen door de eigenaar of de persoon die voor diens rekening handelt, van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze in bewaring geeft bij een gerechtelijk agentschap van de Deposito- en Consignatiekas.
De geldboete die is opgelegd door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing alsmede alle andere kosten worden op de borgsom verhaald. Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald. De rente van de in consignatie gegeven som wordt bij de borgsom gevoegd.
In geval van het aan de ketting leggen van een vreemd vissersvaartuig, wordt de vlaggestaat via zijn diplomatieke vertegenwoordiger onverwijld in kennis gesteld van de genomen maatregelen en van de eventuele daarna opgelegde straffen.
§ 2. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, hebben zij bovendien het recht onmiddellijk beslag te leggen op de visserijproducten, het vistuig en andere productiemiddelen. Ze mogen de in beslag genomen visserijproducten terug in zee doen werpen.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten, die in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen en voor zover zulks verenigbaar is met de volksgezondheid, openbaar verkopen. De ontvangen som wordt op de griffie van de bevoegde rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen visserijproducten zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten die niet in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen maar die voldoen aan de eisen van de volksgezondheid schenken aan een instelling van weldadigheid of tot een ander gebruik bestemmen.
Indien de in beslag genomen visserijproducten niet voldoen aan de eisen van de volksgezondheid, mogen ze niet voor menselijke consumptie in aanmerking komen en moeten ze ontaard, verwerkt en tot een ander gebruik bestemd, hetzij vernietigd worden, alles op kosten van de overtreder.
Zij mogen het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen teruggeven aan de overtreder tegen het stellen van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan één vijfde van de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen.
Evenwel kan van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt worden indien het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering.
Het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen worden in bewaring gegeven bij de griffie van de bevoegde rechtbank. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze op de griffie van de rechtbank deponeert totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
§ 3. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring van de in beslag genomen visserijproducten, vistuig en andere productiemiddelen bevelen.
De verbeurdverklaring wordt steeds uitgesproken en de vernietiging wordt steeds bevolen wanneer het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering en wanneer de aard van het visserijproduct dit vergt.
De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op kosten van de veroordeelde. ".
Art. 7. L'article 2 de la même loi est remplacé par la disposition suivante:
" Art. 2. § 1er. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, les commissaires maritimes et leurs agents, les fonctionnaires et agents du Service de la Pêche maritime du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, désignés par le ministre qui a l'agriculture dans ses attributions, les commandants des bâtiments garde-pêche ou leurs préposés, les commandants des bâtiments et aéronefs patrouilleurs de l'état ou leurs préposés, les officiers et sous-officiers de la Marine mandatés à cet effet et les agents de l'Administration des Douanes et Accises dans les limites de l'article 168 de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977 sont chargés de veiller à l'application des mesures prescrites en vertu de l'article 1er, et, notamment, de rechercher les infractions et de les constater par des procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire.
Ils peuvent, à cette fin, visiter en tout temps les bateaux de pêche, exiger la présentation de tous les documents de bord et de toutes les pièces justificatives ainsi que pénétrer dans tous les locaux et lieux quelconques à bord où des engins ou produits de pêche peuvent se trouver. Ils peuvent saisir tous les documents et pièces justificatives pour examen.
En cas de flagrant délit, ils peuvent, aux fins d'engager des poursuites et avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant et, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Dans le cas où ils ont des raisons sérieuses de croire que des infractions ont été commises, ils peuvent, avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge, aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant. Si une infraction est ensuite constatée, ils peuvent, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Lorsqu'il est procédé à la mise à la chaîne d'un bateau de pêche conformément aux dispositions de la présente loi, le bateau de pêche est immédiatement relâché en échange du dépôt par le propriétaire ou la personne agissant pour son compte, d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur au montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels. La caution ou la garantie bancaire sera versée, contre remise d'un recu, entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera auprès d'une agence judiciaire de la Caisse des Dépôts et Consignations.
L'amende prononcée par une décision judiciaire passée en force de chose jugée ainsi que tout autres frais sont récupérés sur le cautionnement. La partie restante est immédiatement restituée. Les intérêts de la somme consignée s'ajoutent au cautionnement.
Dans le cas de la mise à la chaîne d'un bateau de pêche étranger, l'état du pavillon est notifié sans délai par l'intermédiaire de son représentant diplomatique des mesures prises ainsi que des sanctions qui seraient prononcées par la suite.
§ 2. Lorsqu'une infraction est constatée, ils peuvent de plus procéder à la saisie immédiate des produits de la pêche, des engins de pêche et d'autres moyens de production. Ils peuvent faire rejeter en mer les produits de la pêche saisis.
Ils peuvent vendre publiquement les produits de la pêche saisis qui peuvent être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et pour autant que ceci soit compatible avec la santé publique. La somme obtenue est déposée au greffe du tribunal compétent jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des produits de la pêche saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
Ils peuvent remettre à un établissement charitable ou destiner à un autre but, les produits de la pêche saisis qui ne peuvent pas être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur mais qui satisfont aux impératifs de la santé publique.
Si les produits de la pêche saisis ne satisfont pas aux impératifs de la santé publique, ils ne peuvent pas entrer en compte pour la consommation humaine et doivent être dénaturés, transformés et destinés à d'autres emplois, ou bien détruits, le tout aux frais du contrevenant.
Ils peuvent restituer les engins de pêche et les autres moyens de production saisis au contrevenant, contre le dépôt d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à un cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels.
Cette possibilité ne peut toutefois pas être utilisée s'il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur.
Les engins de pêche et les autres moyens de production saisis sont mis sous séquestre au greffe du tribunal compétent. La caution ou la garantie bancaire sera déposée, contre remise d'un reçu, entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera au greffe du tribunal jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des engins de pêche et des autres moyens de production saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
§ 3. En cas de condamnation, le tribunal peut toujours ordonner la confiscation des produits de la pêche, des engins de pêche et des autres moyens de production saisis.
La confiscation est toujours prononcée et la destruction est toujours ordonnée dans le cas où il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et dans le cas où la nature du produit de la pêche l'impose.
La destruction ordonnée par le tribunal se fait aux frais du condamné. ".
" Art. 2. § 1er. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, les commissaires maritimes et leurs agents, les fonctionnaires et agents du Service de la Pêche maritime du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, désignés par le ministre qui a l'agriculture dans ses attributions, les commandants des bâtiments garde-pêche ou leurs préposés, les commandants des bâtiments et aéronefs patrouilleurs de l'état ou leurs préposés, les officiers et sous-officiers de la Marine mandatés à cet effet et les agents de l'Administration des Douanes et Accises dans les limites de l'article 168 de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977 sont chargés de veiller à l'application des mesures prescrites en vertu de l'article 1er, et, notamment, de rechercher les infractions et de les constater par des procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire.
Ils peuvent, à cette fin, visiter en tout temps les bateaux de pêche, exiger la présentation de tous les documents de bord et de toutes les pièces justificatives ainsi que pénétrer dans tous les locaux et lieux quelconques à bord où des engins ou produits de pêche peuvent se trouver. Ils peuvent saisir tous les documents et pièces justificatives pour examen.
En cas de flagrant délit, ils peuvent, aux fins d'engager des poursuites et avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant et, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Dans le cas où ils ont des raisons sérieuses de croire que des infractions ont été commises, ils peuvent, avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge, aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant. Si une infraction est ensuite constatée, ils peuvent, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Lorsqu'il est procédé à la mise à la chaîne d'un bateau de pêche conformément aux dispositions de la présente loi, le bateau de pêche est immédiatement relâché en échange du dépôt par le propriétaire ou la personne agissant pour son compte, d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur au montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels. La caution ou la garantie bancaire sera versée, contre remise d'un recu, entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera auprès d'une agence judiciaire de la Caisse des Dépôts et Consignations.
L'amende prononcée par une décision judiciaire passée en force de chose jugée ainsi que tout autres frais sont récupérés sur le cautionnement. La partie restante est immédiatement restituée. Les intérêts de la somme consignée s'ajoutent au cautionnement.
Dans le cas de la mise à la chaîne d'un bateau de pêche étranger, l'état du pavillon est notifié sans délai par l'intermédiaire de son représentant diplomatique des mesures prises ainsi que des sanctions qui seraient prononcées par la suite.
§ 2. Lorsqu'une infraction est constatée, ils peuvent de plus procéder à la saisie immédiate des produits de la pêche, des engins de pêche et d'autres moyens de production. Ils peuvent faire rejeter en mer les produits de la pêche saisis.
Ils peuvent vendre publiquement les produits de la pêche saisis qui peuvent être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et pour autant que ceci soit compatible avec la santé publique. La somme obtenue est déposée au greffe du tribunal compétent jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des produits de la pêche saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
Ils peuvent remettre à un établissement charitable ou destiner à un autre but, les produits de la pêche saisis qui ne peuvent pas être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur mais qui satisfont aux impératifs de la santé publique.
Si les produits de la pêche saisis ne satisfont pas aux impératifs de la santé publique, ils ne peuvent pas entrer en compte pour la consommation humaine et doivent être dénaturés, transformés et destinés à d'autres emplois, ou bien détruits, le tout aux frais du contrevenant.
Ils peuvent restituer les engins de pêche et les autres moyens de production saisis au contrevenant, contre le dépôt d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à un cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels.
Cette possibilité ne peut toutefois pas être utilisée s'il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur.
Les engins de pêche et les autres moyens de production saisis sont mis sous séquestre au greffe du tribunal compétent. La caution ou la garantie bancaire sera déposée, contre remise d'un reçu, entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera au greffe du tribunal jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des engins de pêche et des autres moyens de production saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
§ 3. En cas de condamnation, le tribunal peut toujours ordonner la confiscation des produits de la pêche, des engins de pêche et des autres moyens de production saisis.
La confiscation est toujours prononcée et la destruction est toujours ordonnée dans le cas où il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et dans le cas où la nature du produit de la pêche l'impose.
La destruction ordonnée par le tribunal se fait aux frais du condamné. ".
Art.7. Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 2. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de waterschouten en hun agenten, de ambtenaren en agenten van de Dienst Zeevisserij van het ministerie van Middenstand en Landbouw, aangeduid door de minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, de gezagvoerders van de visserijwachtvaartuigen of hun aangestelden, de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en -vliegtuigen van de Staat of hun aangestelden, de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine en de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen binnen de grenzen van artikel 168 van de algemene wet inzake de douane en accijnzen van 18 juli 1977, gelast te waken over de toepassing van de krachtens artikel 1 voorgeschreven maatregelen en, onder meer, overtredingen daarvan op te sporen en ze vast te stellen in processenverbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
Zij hebben te dien einde het recht zich te allen tijde aan boord der vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen alsmede zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuig kunnen bevinden. Zij mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen.
In geval van ontdekking op heterdaad mogen zij, met het doel een vervolging in te stellen en met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de eigenaar of exploitant en, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
In geval zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er inbreuken zijn begaan, mogen zij, met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen, op kosten en risico van de eigenaar of exploitant. Wanneer vervolgens een inbreuk wordt vastgesteld, mogen zij, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of de exploitant aan de ketting leggen.
Wanneer een vissersvaartuig in overeenstemming met de beschikkingen van deze wet aan de ketting is gelegd, wordt het vissersvaartuig onmiddellijk vrijgegeven in ruil voor het stellen door de eigenaar of de persoon die voor diens rekening handelt, van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze in bewaring geeft bij een gerechtelijk agentschap van de Deposito- en Consignatiekas.
De geldboete die is opgelegd door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing alsmede alle andere kosten worden op de borgsom verhaald. Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald. De rente van de in consignatie gegeven som wordt bij de borgsom gevoegd.
In geval van het aan de ketting leggen van een vreemd vissersvaartuig, wordt de vlaggestaat via zijn diplomatieke vertegenwoordiger onverwijld in kennis gesteld van de genomen maatregelen en van de eventuele daarna opgelegde straffen.
§ 2. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, hebben zij bovendien het recht onmiddellijk beslag te leggen op de visserijproducten, het vistuig en andere productiemiddelen. Ze mogen de in beslag genomen visserijproducten terug in zee doen werpen.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten, die in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen en voor zover zulks verenigbaar is met de volksgezondheid, openbaar verkopen. De ontvangen som wordt op de griffie van de bevoegde rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen visserijproducten zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten die niet in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen maar die voldoen aan de eisen van de volksgezondheid schenken aan een instelling van weldadigheid of tot een ander gebruik bestemmen.
Indien de in beslag genomen visserijproducten niet voldoen aan de eisen van de volksgezondheid, mogen ze niet voor menselijke consumptie in aanmerking komen en moeten ze ontaard, verwerkt en tot een ander gebruik bestemd, hetzij vernietigd worden, alles op kosten van de overtreder.
Zij mogen het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen teruggeven aan de overtreder tegen het stellen van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan één vijfde van de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen.
Evenwel kan van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt worden indien het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering.
Het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen worden in bewaring gegeven bij de griffie van de bevoegde rechtbank. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze op de griffie van de rechtbank deponeert totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
§ 3. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring van de in beslag genomen visserijproducten, vistuig en andere productiemiddelen bevelen.
De verbeurdverklaring wordt steeds uitgesproken en de vernietiging wordt steeds bevolen wanneer het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering en wanneer de aard van het visserijproduct dit vergt.
De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op kosten van de veroordeelde. ".
" Art. 2. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de waterschouten en hun agenten, de ambtenaren en agenten van de Dienst Zeevisserij van het ministerie van Middenstand en Landbouw, aangeduid door de minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, de gezagvoerders van de visserijwachtvaartuigen of hun aangestelden, de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en -vliegtuigen van de Staat of hun aangestelden, de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine en de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen binnen de grenzen van artikel 168 van de algemene wet inzake de douane en accijnzen van 18 juli 1977, gelast te waken over de toepassing van de krachtens artikel 1 voorgeschreven maatregelen en, onder meer, overtredingen daarvan op te sporen en ze vast te stellen in processenverbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
Zij hebben te dien einde het recht zich te allen tijde aan boord der vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen alsmede zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuig kunnen bevinden. Zij mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen.
In geval van ontdekking op heterdaad mogen zij, met het doel een vervolging in te stellen en met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de eigenaar of exploitant en, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
In geval zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er inbreuken zijn begaan, mogen zij, met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen, op kosten en risico van de eigenaar of exploitant. Wanneer vervolgens een inbreuk wordt vastgesteld, mogen zij, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of de exploitant aan de ketting leggen.
Wanneer een vissersvaartuig in overeenstemming met de beschikkingen van deze wet aan de ketting is gelegd, wordt het vissersvaartuig onmiddellijk vrijgegeven in ruil voor het stellen door de eigenaar of de persoon die voor diens rekening handelt, van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze in bewaring geeft bij een gerechtelijk agentschap van de Deposito- en Consignatiekas.
De geldboete die is opgelegd door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing alsmede alle andere kosten worden op de borgsom verhaald. Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald. De rente van de in consignatie gegeven som wordt bij de borgsom gevoegd.
In geval van het aan de ketting leggen van een vreemd vissersvaartuig, wordt de vlaggestaat via zijn diplomatieke vertegenwoordiger onverwijld in kennis gesteld van de genomen maatregelen en van de eventuele daarna opgelegde straffen.
§ 2. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, hebben zij bovendien het recht onmiddellijk beslag te leggen op de visserijproducten, het vistuig en andere productiemiddelen. Ze mogen de in beslag genomen visserijproducten terug in zee doen werpen.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten, die in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen en voor zover zulks verenigbaar is met de volksgezondheid, openbaar verkopen. De ontvangen som wordt op de griffie van de bevoegde rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen visserijproducten zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten die niet in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen maar die voldoen aan de eisen van de volksgezondheid schenken aan een instelling van weldadigheid of tot een ander gebruik bestemmen.
Indien de in beslag genomen visserijproducten niet voldoen aan de eisen van de volksgezondheid, mogen ze niet voor menselijke consumptie in aanmerking komen en moeten ze ontaard, verwerkt en tot een ander gebruik bestemd, hetzij vernietigd worden, alles op kosten van de overtreder.
Zij mogen het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen teruggeven aan de overtreder tegen het stellen van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan één vijfde van de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen.
Evenwel kan van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt worden indien het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering.
Het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen worden in bewaring gegeven bij de griffie van de bevoegde rechtbank. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze op de griffie van de rechtbank deponeert totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
§ 3. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring van de in beslag genomen visserijproducten, vistuig en andere productiemiddelen bevelen.
De verbeurdverklaring wordt steeds uitgesproken en de vernietiging wordt steeds bevolen wanneer het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering en wanneer de aard van het visserijproduct dit vergt.
De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op kosten van de veroordeelde. ".
Art.7. L'article 2 de la même loi est remplacé par la disposition suivante:
" Art. 2. § 1er. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, les commissaires maritimes et leurs agents, les fonctionnaires et agents du Service de la Pêche maritime du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, désignés par le ministre qui a l'agriculture dans ses attributions, les commandants des bâtiments garde-pêche ou leurs préposés, les commandants des bâtiments et aéronefs patrouilleurs de l'état ou leurs préposés, les officiers et sous-officiers de la Marine mandatés à cet effet et les agents de l'Administration des Douanes et Accises dans les limites de l'article 168 de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977 sont chargés de veiller à l'application des mesures prescrites en vertu de l'article 1er, et, notamment, de rechercher les infractions et de les constater par des procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire.
Ils peuvent, à cette fin, visiter en tout temps les bateaux de pêche, exiger la présentation de tous les documents de bord et de toutes les pièces justificatives ainsi que pénétrer dans tous les locaux et lieux quelconques à bord où des engins ou produits de pêche peuvent se trouver. Ils peuvent saisir tous les documents et pièces justificatives pour examen.
En cas de flagrant délit, ils peuvent, aux fins d'engager des poursuites et avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant et, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Dans le cas où ils ont des raisons sérieuses de croire que des infractions ont été commises, ils peuvent, avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge, aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant. Si une infraction est ensuite constatée, ils peuvent, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Lorsqu'il est procédé à la mise à la chaîne d'un bateau de pêche conformément aux dispositions de la présente loi, le bateau de pêche est immédiatement relâché en échange du dépôt par le propriétaire ou la personne agissant pour son compte, d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur au montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels. La caution ou la garantie bancaire sera versée, contre remise d'un recu, entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera auprès d'une agence judiciaire de la Caisse des Dépôts et Consignations.
L'amende prononcée par une décision judiciaire passée en force de chose jugée ainsi que tout autres frais sont récupérés sur le cautionnement. La partie restante est immédiatement restituée. Les intérêts de la somme consignée s'ajoutent au cautionnement.
Dans le cas de la mise à la chaîne d'un bateau de pêche étranger, l'état du pavillon est notifié sans délai par l'intermédiaire de son représentant diplomatique des mesures prises ainsi que des sanctions qui seraient prononcées par la suite.
§ 2. Lorsqu'une infraction est constatée, ils peuvent de plus procéder à la saisie immédiate des produits de la pêche, des engins de pêche et d'autres moyens de production. Ils peuvent faire rejeter en mer les produits de la pêche saisis.
Ils peuvent vendre publiquement les produits de la pêche saisis qui peuvent être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et pour autant que ceci soit compatible avec la santé publique. La somme obtenue est déposée au greffe du tribunal compétent jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des produits de la pêche saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
Ils peuvent remettre à un établissement charitable ou destiner à un autre but, les produits de la pêche saisis qui ne peuvent pas être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur mais qui satisfont aux impératifs de la santé publique.
Si les produits de la pêche saisis ne satisfont pas aux impératifs de la santé publique, ils ne peuvent pas entrer en compte pour la consommation humaine et doivent être dénaturés, transformés et destinés à d'autres emplois, ou bien détruits, le tout aux frais du contrevenant.
Ils peuvent restituer les engins de pêche et les autres moyens de production saisis au contrevenant, contre le dépôt d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à un cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels.
Cette possibilité ne peut toutefois pas être utilisée s'il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur.
Les engins de pêche et les autres moyens de production saisis sont mis sous séquestre au greffe du tribunal compétent. La caution ou la garantie bancaire sera déposée, contre remise d'un reçu, entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera au greffe du tribunal jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des engins de pêche et des autres moyens de production saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
§ 3. En cas de condamnation, le tribunal peut toujours ordonner la confiscation des produits de la pêche, des engins de pêche et des autres moyens de production saisis.
La confiscation est toujours prononcée et la destruction est toujours ordonnée dans le cas où il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et dans le cas où la nature du produit de la pêche l'impose.
La destruction ordonnée par le tribunal se fait aux frais du condamné. ".
" Art. 2. § 1er. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, les commissaires maritimes et leurs agents, les fonctionnaires et agents du Service de la Pêche maritime du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, désignés par le ministre qui a l'agriculture dans ses attributions, les commandants des bâtiments garde-pêche ou leurs préposés, les commandants des bâtiments et aéronefs patrouilleurs de l'état ou leurs préposés, les officiers et sous-officiers de la Marine mandatés à cet effet et les agents de l'Administration des Douanes et Accises dans les limites de l'article 168 de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977 sont chargés de veiller à l'application des mesures prescrites en vertu de l'article 1er, et, notamment, de rechercher les infractions et de les constater par des procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire.
Ils peuvent, à cette fin, visiter en tout temps les bateaux de pêche, exiger la présentation de tous les documents de bord et de toutes les pièces justificatives ainsi que pénétrer dans tous les locaux et lieux quelconques à bord où des engins ou produits de pêche peuvent se trouver. Ils peuvent saisir tous les documents et pièces justificatives pour examen.
En cas de flagrant délit, ils peuvent, aux fins d'engager des poursuites et avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant et, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Dans le cas où ils ont des raisons sérieuses de croire que des infractions ont été commises, ils peuvent, avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge, aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant. Si une infraction est ensuite constatée, ils peuvent, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Lorsqu'il est procédé à la mise à la chaîne d'un bateau de pêche conformément aux dispositions de la présente loi, le bateau de pêche est immédiatement relâché en échange du dépôt par le propriétaire ou la personne agissant pour son compte, d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur au montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels. La caution ou la garantie bancaire sera versée, contre remise d'un recu, entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera auprès d'une agence judiciaire de la Caisse des Dépôts et Consignations.
L'amende prononcée par une décision judiciaire passée en force de chose jugée ainsi que tout autres frais sont récupérés sur le cautionnement. La partie restante est immédiatement restituée. Les intérêts de la somme consignée s'ajoutent au cautionnement.
Dans le cas de la mise à la chaîne d'un bateau de pêche étranger, l'état du pavillon est notifié sans délai par l'intermédiaire de son représentant diplomatique des mesures prises ainsi que des sanctions qui seraient prononcées par la suite.
§ 2. Lorsqu'une infraction est constatée, ils peuvent de plus procéder à la saisie immédiate des produits de la pêche, des engins de pêche et d'autres moyens de production. Ils peuvent faire rejeter en mer les produits de la pêche saisis.
Ils peuvent vendre publiquement les produits de la pêche saisis qui peuvent être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et pour autant que ceci soit compatible avec la santé publique. La somme obtenue est déposée au greffe du tribunal compétent jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des produits de la pêche saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
Ils peuvent remettre à un établissement charitable ou destiner à un autre but, les produits de la pêche saisis qui ne peuvent pas être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur mais qui satisfont aux impératifs de la santé publique.
Si les produits de la pêche saisis ne satisfont pas aux impératifs de la santé publique, ils ne peuvent pas entrer en compte pour la consommation humaine et doivent être dénaturés, transformés et destinés à d'autres emplois, ou bien détruits, le tout aux frais du contrevenant.
Ils peuvent restituer les engins de pêche et les autres moyens de production saisis au contrevenant, contre le dépôt d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à un cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels.
Cette possibilité ne peut toutefois pas être utilisée s'il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur.
Les engins de pêche et les autres moyens de production saisis sont mis sous séquestre au greffe du tribunal compétent. La caution ou la garantie bancaire sera déposée, contre remise d'un reçu, entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera au greffe du tribunal jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des engins de pêche et des autres moyens de production saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
§ 3. En cas de condamnation, le tribunal peut toujours ordonner la confiscation des produits de la pêche, des engins de pêche et des autres moyens de production saisis.
La confiscation est toujours prononcée et la destruction est toujours ordonnée dans le cas où il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et dans le cas où la nature du produit de la pêche l'impose.
La destruction ordonnée par le tribunal se fait aux frais du condamné. ".
Art.8. Artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 23 februari 1971, wordt vervangen door de volgende bepaling
" Art. 3. Wordt gestraft met geldboete van duizend vijfhonderd frank tot honderdduizend frank:
1° hij die krachtens deze wet genomen besluiten overtreedt;
2° hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, controles, monsternemingen of vragen naar inlichtingen of documenten door de in artikel 2, § 1 bedoelde overheden;
3° hij die wetens onjuiste inlichtingen of documenten verstrekt;
4° hij die weigert te gehoorzamen aan de bevelen welke door de in artikel 2, § 1 bedoelde overheden krachtens deze wet of haar uitvoeringsbesluiten worden gegeven.
Wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete voorzien in dit artikel, of met één van die straffen alleen, diegene die in de territoriale zee een in het eerste lid vermelde overtreding begaat.
Indien de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens één der misdrijven bedoeld in het eerste en het tweede lid, kunnen de hierboven voorziene straffen tot het dubbele van het maximum worden gebracht.
Hij wordt tevens veroordeeld tot betaling van alle gemaakte kosten met inbegrip van de kosten voortvloeiend uit de inbeslagname van vistuig en productiemiddelen.
De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in dit artikel bepaalde misdrijven van toepassing. ".
" Art. 3. Wordt gestraft met geldboete van duizend vijfhonderd frank tot honderdduizend frank:
1° hij die krachtens deze wet genomen besluiten overtreedt;
2° hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, controles, monsternemingen of vragen naar inlichtingen of documenten door de in artikel 2, § 1 bedoelde overheden;
3° hij die wetens onjuiste inlichtingen of documenten verstrekt;
4° hij die weigert te gehoorzamen aan de bevelen welke door de in artikel 2, § 1 bedoelde overheden krachtens deze wet of haar uitvoeringsbesluiten worden gegeven.
Wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete voorzien in dit artikel, of met één van die straffen alleen, diegene die in de territoriale zee een in het eerste lid vermelde overtreding begaat.
Indien de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens één der misdrijven bedoeld in het eerste en het tweede lid, kunnen de hierboven voorziene straffen tot het dubbele van het maximum worden gebracht.
Hij wordt tevens veroordeeld tot betaling van alle gemaakte kosten met inbegrip van de kosten voortvloeiend uit de inbeslagname van vistuig en productiemiddelen.
De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in dit artikel bepaalde misdrijven van toepassing. ".
Art.8. L'article 3 de la même loi, modifié par la loi du 23 février 1971, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 3. Est puni d'une amende de mille cinq cents francs à cent mille francs :
1° celui qui contrevient aux arrêtés pris en vertu de la présente loi;
2° celui qui s'oppose aux visites, inspections, contrôles, prises d'échantillons ou demandes de renseignements ou de documents par les autorités visées à l'article 2, § 1er;
3° celui qui, sciemment, fournit des renseignements ou documents inexacts;
4° celui qui refuse de se conformer aux ordres donnés, par les autorités visées à l'article 2, § 1er, en vertu de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution.
Est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende prévue au présent article ou de l'une de ces peines seulement, celui qui commet dans la mer territoriale une infraction mentionnée au premier alinéa.
Si l'infraction est commise entre le coucher et le lever du soleil ou en cas de récidive dans les trois ans qui suivent une condamnation pour une des infractions visées aux premier et deuxième alinéas, les peines prévues ci-dessus peuvent être portées au double du maximum.
Il est également condamné au paiement de tous les frais encourus, y compris les frais résultant de la saisie des engins de pêche et des moyens de production.
Les dispositions du livre premier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions prévues par le présent article. ".
" Art. 3. Est puni d'une amende de mille cinq cents francs à cent mille francs :
1° celui qui contrevient aux arrêtés pris en vertu de la présente loi;
2° celui qui s'oppose aux visites, inspections, contrôles, prises d'échantillons ou demandes de renseignements ou de documents par les autorités visées à l'article 2, § 1er;
3° celui qui, sciemment, fournit des renseignements ou documents inexacts;
4° celui qui refuse de se conformer aux ordres donnés, par les autorités visées à l'article 2, § 1er, en vertu de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution.
Est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende prévue au présent article ou de l'une de ces peines seulement, celui qui commet dans la mer territoriale une infraction mentionnée au premier alinéa.
Si l'infraction est commise entre le coucher et le lever du soleil ou en cas de récidive dans les trois ans qui suivent une condamnation pour une des infractions visées aux premier et deuxième alinéas, les peines prévues ci-dessus peuvent être portées au double du maximum.
Il est également condamné au paiement de tous les frais encourus, y compris les frais résultant de la saisie des engins de pêche et des moyens de production.
Les dispositions du livre premier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions prévues par le présent article. ".
Art.9. Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
Art.9. L'article 4 de la même loi est remplacé par la disposition suivante:
Art. 10. Artikel 1 van de wet van 10 oktober 1978 houdende vaststelling van een Belgische visserijzone, wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Artikel 1. Buiten de Belgische territoriale zee wordt een nationale visserijzone ingesteld waarvan de grenzen deze zijn van de exclusieve economische zone. ".
" Artikel 1. Buiten de Belgische territoriale zee wordt een nationale visserijzone ingesteld waarvan de grenzen deze zijn van de exclusieve economische zone. ".
Art. 10. L'article 1er de la loi du 10 octobre 1978 portant établissement d'une zone de pêche de la Belgique est remplacé par la disposition suivante:
" Article 1. Il est établi, au-delà de la mer territoriale de la Belgique, une zone de pêche nationale dont les limites sont celles de la zone économique exclusive. ".
" Article 1. Il est établi, au-delà de la mer territoriale de la Belgique, une zone de pêche nationale dont les limites sont celles de la zone économique exclusive. ".
Art.10. Artikel 1 van de wet van 10 oktober 1978 houdende vaststelling van een Belgische visserijzone, wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Artikel 1. Buiten de Belgische territoriale zee wordt een nationale visserijzone ingesteld waarvan de grenzen deze zijn van de exclusieve economische zone. ".
" Artikel 1. Buiten de Belgische territoriale zee wordt een nationale visserijzone ingesteld waarvan de grenzen deze zijn van de exclusieve economische zone. ".
Art.10. L'article 1er de la loi du 10 octobre 1978 portant établissement d'une zone de pêche de la Belgique est remplacé par la disposition suivante:
" Article 1. Il est établi, au-delà de la mer territoriale de la Belgique, une zone de pêche nationale dont les limites sont celles de la zone économique exclusive. ".
" Article 1. Il est établi, au-delà de la mer territoriale de la Belgique, une zone de pêche nationale dont les limites sont celles de la zone économique exclusive. ".
Art. 12. Artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 juni 1983, wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 4. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de waterschouten en hun agenten, de ambtenaren en agenten van de Dienst Zeevisserij van het ministerie van Middenstand en Landbouw, aangeduid door de minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, de gezagvoerders van de visserijwachtvaartuigen of hun aangestelden, de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en -vliegtuigen van de Staat of hun aangestelden, de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine en de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen binnen de grenzen van artikel 168 van de algemene wet inzake de douane en accijnzen van 18 juli 1977 belast met het toezicht op de toepassing van deze wet en krachtens deze wet genomen besluiten en, onder meer, overtredingen daarvan op te sporen en ze vast te stellen in processenverbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
Zij hebben te dien einde het recht zich te allen tijde aan boord der vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen alsmede zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuig kunnen bevinden. Zij mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen.
In geval van ontdekking op heterdaad mogen zij, met het doel een vervolging in te stellen en met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de eigenaar of exploitant en, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
In geval zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er inbreuken zijn begaan, mogen zij, met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen, op kosten en risico van de eigenaar of exploitant. Wanneer vervolgens een inbreuk wordt vastgesteld, mogen zij, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of de exploitant aan de ketting leggen.
§ 2. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, hebben zij bovendien het recht onmiddellijk beslag te leggen op de visserijproducten, het vistuig en andere productiemiddelen. Ze mogen de in beslag genomen visserijproducten terug in zee doen werpen.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten, die in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen en voor zover zulks verenigbaar is met de volksgezondheid, openbaar verkopen. De ontvangen som wordt op de griffie van de bevoegde rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen visserijproducten zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten die niet in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen, maar die voldoen aan de eisen van de volksgezondheid schenken aan een instelling van weldadigheid of tot een ander gebruik bestemmen.
Indien de in beslag genomen visserijproducten niet voldoen aan de eisen van de volksgezondheid, mogen ze niet voor menselijke consumptie in aanmerking komen en moeten ze ontaard, verwerkt en tot een ander gebruik bestemd, hetzij vernietigd worden, alles op kosten van de overtreder.
Zij mogen het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen teruggeven aan de overtreder tegen het stellen van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan één vijfde van de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen.
Evenwel kan van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt worden indien het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering.
Het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen worden in bewaring gegeven bij de griffie van de bevoegde rechtbank. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze op de griffie van de rechtbank deponeert totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
§ 3. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring van de in beslag genomen visserijproducten, vistuig en andere productiemiddelen bevelen.
De verbeurdverklaring wordt steeds uitgesproken en de vernietiging wordt steeds bevolen wanneer het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering en wanneer de aard van het visserijproduct dit vergt.
De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op kosten van de veroordeelde. ".
" Art. 4. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de waterschouten en hun agenten, de ambtenaren en agenten van de Dienst Zeevisserij van het ministerie van Middenstand en Landbouw, aangeduid door de minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, de gezagvoerders van de visserijwachtvaartuigen of hun aangestelden, de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en -vliegtuigen van de Staat of hun aangestelden, de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine en de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen binnen de grenzen van artikel 168 van de algemene wet inzake de douane en accijnzen van 18 juli 1977 belast met het toezicht op de toepassing van deze wet en krachtens deze wet genomen besluiten en, onder meer, overtredingen daarvan op te sporen en ze vast te stellen in processenverbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
Zij hebben te dien einde het recht zich te allen tijde aan boord der vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen alsmede zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuig kunnen bevinden. Zij mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen.
In geval van ontdekking op heterdaad mogen zij, met het doel een vervolging in te stellen en met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de eigenaar of exploitant en, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
In geval zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er inbreuken zijn begaan, mogen zij, met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen, op kosten en risico van de eigenaar of exploitant. Wanneer vervolgens een inbreuk wordt vastgesteld, mogen zij, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of de exploitant aan de ketting leggen.
§ 2. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, hebben zij bovendien het recht onmiddellijk beslag te leggen op de visserijproducten, het vistuig en andere productiemiddelen. Ze mogen de in beslag genomen visserijproducten terug in zee doen werpen.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten, die in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen en voor zover zulks verenigbaar is met de volksgezondheid, openbaar verkopen. De ontvangen som wordt op de griffie van de bevoegde rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen visserijproducten zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten die niet in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen, maar die voldoen aan de eisen van de volksgezondheid schenken aan een instelling van weldadigheid of tot een ander gebruik bestemmen.
Indien de in beslag genomen visserijproducten niet voldoen aan de eisen van de volksgezondheid, mogen ze niet voor menselijke consumptie in aanmerking komen en moeten ze ontaard, verwerkt en tot een ander gebruik bestemd, hetzij vernietigd worden, alles op kosten van de overtreder.
Zij mogen het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen teruggeven aan de overtreder tegen het stellen van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan één vijfde van de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen.
Evenwel kan van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt worden indien het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering.
Het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen worden in bewaring gegeven bij de griffie van de bevoegde rechtbank. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze op de griffie van de rechtbank deponeert totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
§ 3. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring van de in beslag genomen visserijproducten, vistuig en andere productiemiddelen bevelen.
De verbeurdverklaring wordt steeds uitgesproken en de vernietiging wordt steeds bevolen wanneer het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering en wanneer de aard van het visserijproduct dit vergt.
De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op kosten van de veroordeelde. ".
Art. 12. L'article 4 de la même loi, modifié par la loi du 30 juin 1983 est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4. § 1er. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, les commissaires maritimes et leurs agents, les fonctionnaires et agents du Service de la Pêche maritime du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, désignés par le ministre qui a l'agriculture dans ses attributions, les commandants des bâtiments garde-pêche ou leurs préposés, les commandants des bâtiments et aéronefs patrouilleurs de l'Etat ou leurs préposés, les officiers et sous-officiers de la Marine mandatés à cet effet et les agents de l'Administration des Douanes et Accises dans les limites de l'article 168 de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977 sont chargés de veiller à l'application de la présente loi et des arrêtés pris en vertu de celle-ci et, notamment, de rechercher les infractions et les constater par des procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire.
Ils peuvent, à cette fin, visiter en tout temps les bateaux de pêche, exiger la présentation de tous les documents de bord et de toutes les pièces justificatives ainsi que pénétrer dans tous les locaux et lieux quelconques à bord où des engins ou produits de pêche peuvent se trouver. Ils peuvent saisir tous les documents et pièces justificatives pour examen.
En cas de flagrant délit, ils peuvent, aux fins d'engager des poursuites et avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant et, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Dans le cas où ils ont des raisons sérieuses de croire que des infractions ont été commises, ils peuvent avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge, aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant. Si une infraction est ensuite constatée, ils peuvent, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
§ 2. Lorsqu'une infraction est constatée, ils peuvent de plus procéder à la saisie immédiate des produits de la pêche et des engins de pêche et autres moyens de production. Ils peuvent faire rejeter en mer les produits de la pêche saisis.
Ils peuvent vendre publiquement les produits de la pêche saisis qui peuvent être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et pour autant que ceci soit compatible avec la santé publique. La somme obtenue est déposée au greffe du tribunal compétent jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des produits de la pêche saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
Ils peuvent remettre à un établissement charitable ou destiner à un autre but, les produits de la pêche saisis qui ne peuvent pas être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur mais qui satisfont aux impératifs de la santé publique.
Si les produits de la pêche saisis ne satisfont pas aux impératifs de la santé publique, ils ne peuvent pas entrer en compte pour la consommation humaine et doivent être dénaturés, transformés et destinés à d'autres emplois, ou bien détruits, le tout aux frais du contrevenant.
Ils peuvent restituer les engins de pêche et les autres moyens de production saisis au contrevenant, contre le dépôt d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à une cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels.
Cette possibilité ne peut toutefois pas être utilisée s'il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur.
Les engins de pêche et les autres moyens de production saisis sont mis sous séquestre au greffe du tribunal compétent. La caution ou la garantie bancaire sera déposée entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera au greffe du tribunal jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des engins de pêche et des autres moyens de production saisi tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
§ 3. En cas de condamnation, le tribunal peut toujours ordonner la confiscation des produits de la pêche, des engins de pêche et des autres moyens de production saisis.
La confiscation est toujours prononcée et la destruction est toujours ordonnée dans le cas où il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et dans le cas où la nature du produit de la pêche l'impose.
La destruction ordonnée par le tribunal se fait aux frais du condamné. ".
" Art. 4. § 1er. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, les commissaires maritimes et leurs agents, les fonctionnaires et agents du Service de la Pêche maritime du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, désignés par le ministre qui a l'agriculture dans ses attributions, les commandants des bâtiments garde-pêche ou leurs préposés, les commandants des bâtiments et aéronefs patrouilleurs de l'Etat ou leurs préposés, les officiers et sous-officiers de la Marine mandatés à cet effet et les agents de l'Administration des Douanes et Accises dans les limites de l'article 168 de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977 sont chargés de veiller à l'application de la présente loi et des arrêtés pris en vertu de celle-ci et, notamment, de rechercher les infractions et les constater par des procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire.
Ils peuvent, à cette fin, visiter en tout temps les bateaux de pêche, exiger la présentation de tous les documents de bord et de toutes les pièces justificatives ainsi que pénétrer dans tous les locaux et lieux quelconques à bord où des engins ou produits de pêche peuvent se trouver. Ils peuvent saisir tous les documents et pièces justificatives pour examen.
En cas de flagrant délit, ils peuvent, aux fins d'engager des poursuites et avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant et, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Dans le cas où ils ont des raisons sérieuses de croire que des infractions ont été commises, ils peuvent avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge, aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant. Si une infraction est ensuite constatée, ils peuvent, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
§ 2. Lorsqu'une infraction est constatée, ils peuvent de plus procéder à la saisie immédiate des produits de la pêche et des engins de pêche et autres moyens de production. Ils peuvent faire rejeter en mer les produits de la pêche saisis.
Ils peuvent vendre publiquement les produits de la pêche saisis qui peuvent être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et pour autant que ceci soit compatible avec la santé publique. La somme obtenue est déposée au greffe du tribunal compétent jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des produits de la pêche saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
Ils peuvent remettre à un établissement charitable ou destiner à un autre but, les produits de la pêche saisis qui ne peuvent pas être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur mais qui satisfont aux impératifs de la santé publique.
Si les produits de la pêche saisis ne satisfont pas aux impératifs de la santé publique, ils ne peuvent pas entrer en compte pour la consommation humaine et doivent être dénaturés, transformés et destinés à d'autres emplois, ou bien détruits, le tout aux frais du contrevenant.
Ils peuvent restituer les engins de pêche et les autres moyens de production saisis au contrevenant, contre le dépôt d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à une cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels.
Cette possibilité ne peut toutefois pas être utilisée s'il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur.
Les engins de pêche et les autres moyens de production saisis sont mis sous séquestre au greffe du tribunal compétent. La caution ou la garantie bancaire sera déposée entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera au greffe du tribunal jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des engins de pêche et des autres moyens de production saisi tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
§ 3. En cas de condamnation, le tribunal peut toujours ordonner la confiscation des produits de la pêche, des engins de pêche et des autres moyens de production saisis.
La confiscation est toujours prononcée et la destruction est toujours ordonnée dans le cas où il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et dans le cas où la nature du produit de la pêche l'impose.
La destruction ordonnée par le tribunal se fait aux frais du condamné. ".
Art.12. Artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 juni 1983, wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 4. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de waterschouten en hun agenten, de ambtenaren en agenten van de Dienst Zeevisserij van het ministerie van Middenstand en Landbouw, aangeduid door de minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, de gezagvoerders van de visserijwachtvaartuigen of hun aangestelden, de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en -vliegtuigen van de Staat of hun aangestelden, de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine en de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen binnen de grenzen van artikel 168 van de algemene wet inzake de douane en accijnzen van 18 juli 1977 belast met het toezicht op de toepassing van deze wet en krachtens deze wet genomen besluiten en, onder meer, overtredingen daarvan op te sporen en ze vast te stellen in processenverbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
Zij hebben te dien einde het recht zich te allen tijde aan boord der vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen alsmede zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuig kunnen bevinden. Zij mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen.
In geval van ontdekking op heterdaad mogen zij, met het doel een vervolging in te stellen en met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de eigenaar of exploitant en, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
In geval zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er inbreuken zijn begaan, mogen zij, met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen, op kosten en risico van de eigenaar of exploitant. Wanneer vervolgens een inbreuk wordt vastgesteld, mogen zij, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of de exploitant aan de ketting leggen.
§ 2. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, hebben zij bovendien het recht onmiddellijk beslag te leggen op de visserijproducten, het vistuig en andere productiemiddelen. Ze mogen de in beslag genomen visserijproducten terug in zee doen werpen.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten, die in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen en voor zover zulks verenigbaar is met de volksgezondheid, openbaar verkopen. De ontvangen som wordt op de griffie van de bevoegde rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen visserijproducten zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten die niet in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen, maar die voldoen aan de eisen van de volksgezondheid schenken aan een instelling van weldadigheid of tot een ander gebruik bestemmen.
Indien de in beslag genomen visserijproducten niet voldoen aan de eisen van de volksgezondheid, mogen ze niet voor menselijke consumptie in aanmerking komen en moeten ze ontaard, verwerkt en tot een ander gebruik bestemd, hetzij vernietigd worden, alles op kosten van de overtreder.
Zij mogen het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen teruggeven aan de overtreder tegen het stellen van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan één vijfde van de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen.
Evenwel kan van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt worden indien het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering.
Het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen worden in bewaring gegeven bij de griffie van de bevoegde rechtbank. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze op de griffie van de rechtbank deponeert totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
§ 3. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring van de in beslag genomen visserijproducten, vistuig en andere productiemiddelen bevelen.
De verbeurdverklaring wordt steeds uitgesproken en de vernietiging wordt steeds bevolen wanneer het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering en wanneer de aard van het visserijproduct dit vergt.
De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op kosten van de veroordeelde. ".
" Art. 4. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de waterschouten en hun agenten, de ambtenaren en agenten van de Dienst Zeevisserij van het ministerie van Middenstand en Landbouw, aangeduid door de minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, de gezagvoerders van de visserijwachtvaartuigen of hun aangestelden, de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en -vliegtuigen van de Staat of hun aangestelden, de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine en de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen binnen de grenzen van artikel 168 van de algemene wet inzake de douane en accijnzen van 18 juli 1977 belast met het toezicht op de toepassing van deze wet en krachtens deze wet genomen besluiten en, onder meer, overtredingen daarvan op te sporen en ze vast te stellen in processenverbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
Zij hebben te dien einde het recht zich te allen tijde aan boord der vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen alsmede zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuig kunnen bevinden. Zij mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen.
In geval van ontdekking op heterdaad mogen zij, met het doel een vervolging in te stellen en met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de eigenaar of exploitant en, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
In geval zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er inbreuken zijn begaan, mogen zij, met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen, op kosten en risico van de eigenaar of exploitant. Wanneer vervolgens een inbreuk wordt vastgesteld, mogen zij, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of de exploitant aan de ketting leggen.
§ 2. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, hebben zij bovendien het recht onmiddellijk beslag te leggen op de visserijproducten, het vistuig en andere productiemiddelen. Ze mogen de in beslag genomen visserijproducten terug in zee doen werpen.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten, die in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen en voor zover zulks verenigbaar is met de volksgezondheid, openbaar verkopen. De ontvangen som wordt op de griffie van de bevoegde rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen visserijproducten zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten die niet in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen, maar die voldoen aan de eisen van de volksgezondheid schenken aan een instelling van weldadigheid of tot een ander gebruik bestemmen.
Indien de in beslag genomen visserijproducten niet voldoen aan de eisen van de volksgezondheid, mogen ze niet voor menselijke consumptie in aanmerking komen en moeten ze ontaard, verwerkt en tot een ander gebruik bestemd, hetzij vernietigd worden, alles op kosten van de overtreder.
Zij mogen het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen teruggeven aan de overtreder tegen het stellen van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan één vijfde van de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen.
Evenwel kan van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt worden indien het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering.
Het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen worden in bewaring gegeven bij de griffie van de bevoegde rechtbank. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze op de griffie van de rechtbank deponeert totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
§ 3. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring van de in beslag genomen visserijproducten, vistuig en andere productiemiddelen bevelen.
De verbeurdverklaring wordt steeds uitgesproken en de vernietiging wordt steeds bevolen wanneer het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering en wanneer de aard van het visserijproduct dit vergt.
De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op kosten van de veroordeelde. ".
Art.12. L'article 4 de la même loi, modifié par la loi du 30 juin 1983 est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4. § 1er. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, les commissaires maritimes et leurs agents, les fonctionnaires et agents du Service de la Pêche maritime du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, désignés par le ministre qui a l'agriculture dans ses attributions, les commandants des bâtiments garde-pêche ou leurs préposés, les commandants des bâtiments et aéronefs patrouilleurs de l'Etat ou leurs préposés, les officiers et sous-officiers de la Marine mandatés à cet effet et les agents de l'Administration des Douanes et Accises dans les limites de l'article 168 de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977 sont chargés de veiller à l'application de la présente loi et des arrêtés pris en vertu de celle-ci et, notamment, de rechercher les infractions et les constater par des procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire.
Ils peuvent, à cette fin, visiter en tout temps les bateaux de pêche, exiger la présentation de tous les documents de bord et de toutes les pièces justificatives ainsi que pénétrer dans tous les locaux et lieux quelconques à bord où des engins ou produits de pêche peuvent se trouver. Ils peuvent saisir tous les documents et pièces justificatives pour examen.
En cas de flagrant délit, ils peuvent, aux fins d'engager des poursuites et avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant et, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Dans le cas où ils ont des raisons sérieuses de croire que des infractions ont été commises, ils peuvent avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge, aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant. Si une infraction est ensuite constatée, ils peuvent, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
§ 2. Lorsqu'une infraction est constatée, ils peuvent de plus procéder à la saisie immédiate des produits de la pêche et des engins de pêche et autres moyens de production. Ils peuvent faire rejeter en mer les produits de la pêche saisis.
Ils peuvent vendre publiquement les produits de la pêche saisis qui peuvent être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et pour autant que ceci soit compatible avec la santé publique. La somme obtenue est déposée au greffe du tribunal compétent jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des produits de la pêche saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
Ils peuvent remettre à un établissement charitable ou destiner à un autre but, les produits de la pêche saisis qui ne peuvent pas être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur mais qui satisfont aux impératifs de la santé publique.
Si les produits de la pêche saisis ne satisfont pas aux impératifs de la santé publique, ils ne peuvent pas entrer en compte pour la consommation humaine et doivent être dénaturés, transformés et destinés à d'autres emplois, ou bien détruits, le tout aux frais du contrevenant.
Ils peuvent restituer les engins de pêche et les autres moyens de production saisis au contrevenant, contre le dépôt d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à une cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels.
Cette possibilité ne peut toutefois pas être utilisée s'il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur.
Les engins de pêche et les autres moyens de production saisis sont mis sous séquestre au greffe du tribunal compétent. La caution ou la garantie bancaire sera déposée entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera au greffe du tribunal jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des engins de pêche et des autres moyens de production saisi tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
§ 3. En cas de condamnation, le tribunal peut toujours ordonner la confiscation des produits de la pêche, des engins de pêche et des autres moyens de production saisis.
La confiscation est toujours prononcée et la destruction est toujours ordonnée dans le cas où il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et dans le cas où la nature du produit de la pêche l'impose.
La destruction ordonnée par le tribunal se fait aux frais du condamné. ".
" Art. 4. § 1er. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, les commissaires maritimes et leurs agents, les fonctionnaires et agents du Service de la Pêche maritime du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, désignés par le ministre qui a l'agriculture dans ses attributions, les commandants des bâtiments garde-pêche ou leurs préposés, les commandants des bâtiments et aéronefs patrouilleurs de l'Etat ou leurs préposés, les officiers et sous-officiers de la Marine mandatés à cet effet et les agents de l'Administration des Douanes et Accises dans les limites de l'article 168 de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977 sont chargés de veiller à l'application de la présente loi et des arrêtés pris en vertu de celle-ci et, notamment, de rechercher les infractions et les constater par des procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire.
Ils peuvent, à cette fin, visiter en tout temps les bateaux de pêche, exiger la présentation de tous les documents de bord et de toutes les pièces justificatives ainsi que pénétrer dans tous les locaux et lieux quelconques à bord où des engins ou produits de pêche peuvent se trouver. Ils peuvent saisir tous les documents et pièces justificatives pour examen.
En cas de flagrant délit, ils peuvent, aux fins d'engager des poursuites et avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant et, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Dans le cas où ils ont des raisons sérieuses de croire que des infractions ont été commises, ils peuvent avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge, aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant. Si une infraction est ensuite constatée, ils peuvent, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
§ 2. Lorsqu'une infraction est constatée, ils peuvent de plus procéder à la saisie immédiate des produits de la pêche et des engins de pêche et autres moyens de production. Ils peuvent faire rejeter en mer les produits de la pêche saisis.
Ils peuvent vendre publiquement les produits de la pêche saisis qui peuvent être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et pour autant que ceci soit compatible avec la santé publique. La somme obtenue est déposée au greffe du tribunal compétent jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des produits de la pêche saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
Ils peuvent remettre à un établissement charitable ou destiner à un autre but, les produits de la pêche saisis qui ne peuvent pas être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur mais qui satisfont aux impératifs de la santé publique.
Si les produits de la pêche saisis ne satisfont pas aux impératifs de la santé publique, ils ne peuvent pas entrer en compte pour la consommation humaine et doivent être dénaturés, transformés et destinés à d'autres emplois, ou bien détruits, le tout aux frais du contrevenant.
Ils peuvent restituer les engins de pêche et les autres moyens de production saisis au contrevenant, contre le dépôt d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à une cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels.
Cette possibilité ne peut toutefois pas être utilisée s'il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur.
Les engins de pêche et les autres moyens de production saisis sont mis sous séquestre au greffe du tribunal compétent. La caution ou la garantie bancaire sera déposée entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera au greffe du tribunal jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des engins de pêche et des autres moyens de production saisi tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
§ 3. En cas de condamnation, le tribunal peut toujours ordonner la confiscation des produits de la pêche, des engins de pêche et des autres moyens de production saisis.
La confiscation est toujours prononcée et la destruction est toujours ordonnée dans le cas où il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et dans le cas où la nature du produit de la pêche l'impose.
La destruction ordonnée par le tribunal se fait aux frais du condamné. ".
Art.13. Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 5. Wanneer een vissersvaartuig in overeenstemming met de beschikkingen van deze wet aan de ketting is gelegd, wordt het vissersvaartuig onmiddellijk vrijgegeven in ruil voor het stellen door de eigenaar of de persoon die voor diens rekening handelt, van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze in bewaring geeft bij een gerechtelijk agentschap van de Deposito- en Consignatiekas.
De geldboete die is opgelegd door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing alsmede alle andere kosten, worden op de borgsom verhaald. Het overblijvend gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald. De rente van de in consignatie gegeven som wordt bij de borgsom gevoegd.
In geval van het aan de ketting leggen van een vreemd vissersvaartuig, wordt de vlaggestaat via zijn diplomatieke vertegenwoordiger onverwijld in kennis gesteld van de genomen maatregelen en van de eventuele daarna opgelegde straffen. ".
" Art. 5. Wanneer een vissersvaartuig in overeenstemming met de beschikkingen van deze wet aan de ketting is gelegd, wordt het vissersvaartuig onmiddellijk vrijgegeven in ruil voor het stellen door de eigenaar of de persoon die voor diens rekening handelt, van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze in bewaring geeft bij een gerechtelijk agentschap van de Deposito- en Consignatiekas.
De geldboete die is opgelegd door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing alsmede alle andere kosten, worden op de borgsom verhaald. Het overblijvend gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald. De rente van de in consignatie gegeven som wordt bij de borgsom gevoegd.
In geval van het aan de ketting leggen van een vreemd vissersvaartuig, wordt de vlaggestaat via zijn diplomatieke vertegenwoordiger onverwijld in kennis gesteld van de genomen maatregelen en van de eventuele daarna opgelegde straffen. ".
Art.13. L'article 5 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 5. Lorsqu'il est procédé à la mise à la chaîne d'un bateau de pêche conformément aux dispositions de la présente loi, le bateau de pêche est immédiatement relâché en échange du dépôt par le propriétaire ou la personne agissant pour son compte, d'une caution ou d'une garantie accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à une cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels. La caution ou la garantie bancaire sera versée, contre remise d'un recu, entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera auprès d'une agence judiciaire de la Caisse des Dépôts et Consignations.
L'amende prononcée par une décision judiciaire passée en force de chose jugée ainsi que tout autres frais sont récupérés sur le cautionnement. La partie restante est immédiatement restituée. Les intérêts de la somme consignée s'ajoutent au cautionnement.
Dans les cas de la mise à la chaîne d'un bateau de pêche étranger, l'état du pavillon est notifié sans délai par l'intermédiaire de son représentant diplomatique des mesures prises ainsi que des sanctions qui seraient prononcées par la suite. ".
" Art. 5. Lorsqu'il est procédé à la mise à la chaîne d'un bateau de pêche conformément aux dispositions de la présente loi, le bateau de pêche est immédiatement relâché en échange du dépôt par le propriétaire ou la personne agissant pour son compte, d'une caution ou d'une garantie accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à une cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels. La caution ou la garantie bancaire sera versée, contre remise d'un recu, entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera auprès d'une agence judiciaire de la Caisse des Dépôts et Consignations.
L'amende prononcée par une décision judiciaire passée en force de chose jugée ainsi que tout autres frais sont récupérés sur le cautionnement. La partie restante est immédiatement restituée. Les intérêts de la somme consignée s'ajoutent au cautionnement.
Dans les cas de la mise à la chaîne d'un bateau de pêche étranger, l'état du pavillon est notifié sans délai par l'intermédiaire de son représentant diplomatique des mesures prises ainsi que des sanctions qui seraient prononcées par la suite. ".
Art.14. Artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 juni 1983, wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 6. Wordt gestraft met geldboete van duizend vijfhonderd frank tot honderdduizend frank:
1° hij die deze wet of de krachtens deze wet genomen besluiten overtreedt;
2° hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, controles, monsternemingen of vragen naar inlichtingen of documenten door de in artikel 4, paragraaf 1 bedoelde overheden;
3° hij die wetens onjuiste inlichtingen of documenten verstrekt;
4° hij die weigert te gehoorzamen aan de bevelen welke door de in artikel 4, paragraaf 1 bedoelde overheden krachtens deze wet of haar uitvoeringsbesluiten worden gegeven.
Indien de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens één der misdrijven bedoeld in het eerste lid, kunnen de hierboven voorziene straffen tot het dubbele van het maximum worden gebracht.
Hij wordt tevens veroordeeld tot betaling van alle gemaakte kosten, met inbegrip van de kosten voortvloeiend uit de inbeslagname van vistuig en productiemiddelen.
De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in dit artikel bepaalde misdrijven van toepassing. ".
" Art. 6. Wordt gestraft met geldboete van duizend vijfhonderd frank tot honderdduizend frank:
1° hij die deze wet of de krachtens deze wet genomen besluiten overtreedt;
2° hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, controles, monsternemingen of vragen naar inlichtingen of documenten door de in artikel 4, paragraaf 1 bedoelde overheden;
3° hij die wetens onjuiste inlichtingen of documenten verstrekt;
4° hij die weigert te gehoorzamen aan de bevelen welke door de in artikel 4, paragraaf 1 bedoelde overheden krachtens deze wet of haar uitvoeringsbesluiten worden gegeven.
Indien de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens één der misdrijven bedoeld in het eerste lid, kunnen de hierboven voorziene straffen tot het dubbele van het maximum worden gebracht.
Hij wordt tevens veroordeeld tot betaling van alle gemaakte kosten, met inbegrip van de kosten voortvloeiend uit de inbeslagname van vistuig en productiemiddelen.
De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in dit artikel bepaalde misdrijven van toepassing. ".
Art.14. L'article 6 de la même loi, modifié par la loi du 30 juin 1983, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 6. Est puni d'une amende de mille cinq cents francs à cent mille francs :
1° celui qui contrevient à cette loi ou aux arrêtés pris en vertu de la présente loi;
2° celui qui s'oppose aux visites, inspections, contrôles, prises d'échantillons ou demandes de renseignements ou de documents par les autorités visées à l'article 4, paragraphe 1er;
3° celui qui, sciemment, fournit des renseignements ou documents inexacts;
4° celui qui refuse de se conformer aux ordres donnés, par les autorités visées à l'article 4, paragraphe 1er en vertu de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution.
Si l'infraction est commise entre le coucher et le lever du soleil ou en cas de récidive dans les trois ans qui suivent une condamnation pour une des infractions visées au premier alinéa, les peines prévues ci-dessus peuvent être portées au double du maximum.
Il est également condamné au paiement de tous les frais encourus, y compris les frais résultant de la saisie des engins de pêche et des moyens de production.
Les dispositions du Livre premier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions prévues par le présent article. ".
" Art. 6. Est puni d'une amende de mille cinq cents francs à cent mille francs :
1° celui qui contrevient à cette loi ou aux arrêtés pris en vertu de la présente loi;
2° celui qui s'oppose aux visites, inspections, contrôles, prises d'échantillons ou demandes de renseignements ou de documents par les autorités visées à l'article 4, paragraphe 1er;
3° celui qui, sciemment, fournit des renseignements ou documents inexacts;
4° celui qui refuse de se conformer aux ordres donnés, par les autorités visées à l'article 4, paragraphe 1er en vertu de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution.
Si l'infraction est commise entre le coucher et le lever du soleil ou en cas de récidive dans les trois ans qui suivent une condamnation pour une des infractions visées au premier alinéa, les peines prévues ci-dessus peuvent être portées au double du maximum.
Il est également condamné au paiement de tous les frais encourus, y compris les frais résultant de la saisie des engins de pêche et des moyens de production.
Les dispositions du Livre premier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions prévues par le présent article. ".
Art.15. Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
Art.15. L'article 7 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
Art. 16. Het opschrift van de wet van 19 augustus 1891 betreffende de zeevisvangst in de territoriale wateren, wordt vervangen door het volgende opschrift:
" Wet van 19 augustus 1891 betreffende de zeevisserij in de territoriale zee ".
" Wet van 19 augustus 1891 betreffende de zeevisserij in de territoriale zee ".
Art. 16. L'intitulé de la loi du 19 août 1891 relative à la pêche maritime dans les eaux territoriales est remplacé par l'intitulé suivant :
" Loi du 19 août 1891 relative à la pêche maritime dans la mer territoriale "
" Loi du 19 août 1891 relative à la pêche maritime dans la mer territoriale "
Art. 17. Artikel 1 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Artikel 1. Het uitoefenen van de visserij in de territoriale zee valt onder de rechtsmacht van België.
Worden als daden van visserij beschouwd:
1. het vangen of de poging tot het vangen van vis, week- of schaaldieren;
2. het vernietigen of wegnemen van kuit, van het broedsel en het oesterbroed.
Voor vreemde vissersvaartuigen geldt visserijverbod in de territoriale zee.
Dit verbod geldt evenwel onder voorbehoud van de rechten die voor vreemde schepen voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie en uit de terzake toepasselijke regels van het internationaal recht. ".
" Artikel 1. Het uitoefenen van de visserij in de territoriale zee valt onder de rechtsmacht van België.
Worden als daden van visserij beschouwd:
1. het vangen of de poging tot het vangen van vis, week- of schaaldieren;
2. het vernietigen of wegnemen van kuit, van het broedsel en het oesterbroed.
Voor vreemde vissersvaartuigen geldt visserijverbod in de territoriale zee.
Dit verbod geldt evenwel onder voorbehoud van de rechten die voor vreemde schepen voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie en uit de terzake toepasselijke regels van het internationaal recht. ".
Art. 17. L'article 1er de la même loi est remplacé par la disposition suivante
" Article 1. L'exercice de la pêche dans la mer territoriale tombe sous la juridiction belge.
Sont considérés comme faits de pêche :
1. la capture ou la tentative de capture de tout poisson, mollusque ou crustacé;
2. la destruction ou l'enlèvement du frai, du fretin et du naissain.
Pour les bateaux de pêche étrangers, la pêche est interdite dans la mer territoriale.
Cette interdiction vaut sous réserve des droits qui, pour les navires étrangers, découlent du Traité sur l'Union européenne et des règles du droit international applicables en la matière. ".
" Article 1. L'exercice de la pêche dans la mer territoriale tombe sous la juridiction belge.
Sont considérés comme faits de pêche :
1. la capture ou la tentative de capture de tout poisson, mollusque ou crustacé;
2. la destruction ou l'enlèvement du frai, du fretin et du naissain.
Pour les bateaux de pêche étrangers, la pêche est interdite dans la mer territoriale.
Cette interdiction vaut sous réserve des droits qui, pour les navires étrangers, découlent du Traité sur l'Union européenne et des règles du droit international applicables en la matière. ".
Art. 18. Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 3. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de waterschouten en hun agenten, de ambtenaren en agenten van de Dienst Zeevisserij van het Ministerie van Middenstand en Landbouw, aangeduid door de minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, de gezagvoerders van de visserijwachtvaartuigen of hun aangestelden, de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en -vliegtuigen van de Staat of hun aangestelden, de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine en de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen binnen de grenzen van artikel 168 van de algemene wet inzake de douane en accijnzen van 18 juli 1977, belast met het toezicht op de toepassing van deze wet of van zijn uitvoeringsbesluiten en, onder meer, overtredingen daarvan op te sporen en ze vast te stellen in processen-verbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
Zij hebben te dien einde het recht zich te allen tijde aan boord der vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen alsmede zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuig kunnen bevinden. Zij mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen.
In geval van ontdekking op heterdaad mogen zij, met het doel een vervolging in te stellen en met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de eigenaar of exploitant en, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
In geval zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er inbreuken zijn begaan, mogen zij, met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen, op kosten en risico van de eigenaar of exploitant. Wanneer vervolgens een inbreuk wordt vastgesteld,, mogen zij, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of de exploitant aan de ketting leggen.
Wanneer een vissersvaartuig in overeenstemming met de beschikkingen van deze wet aan de ketting is gelegd, wordt het vissersvaartuig onmiddellijk vrijgegeven in ruil voor het stellen door de eigenaar of de persoon die voor diens rekening handelt, van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze in bewaring geeft bij een gerechtelijk agentschap van de Deposito- en Consignatiekas.
De geldboete die is opgelegd door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing alsmede alle andere kosten worden op de borgsom verhaald. Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald. De rente van de in consignatie gegeven som wordt bij de borgsom gevoegd.
In geval van het aan de ketting leggen van een vreemd vissersvaartuig, wordt de vlaggestaat via zijn diplomatieke vertegenwoordiger onverwijld in kennis gesteld van de genomen maatregelen en van de eventuele daarna opgelegde straffen.
§ 2. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, hebben zij bovendien het recht onmiddellijk beslag te leggen op de visserijproducten, het vistuig en andere productiemiddelen. Ze mogen de in beslag genomen visserijproducten terug in zee doen werpen.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten, die in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen en voor zover zulks verenigbaar is met de volksgezondheid, openbaar verkopen. De ontvangen som wordt op de griffie van de bevoegde rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen visserijproducten zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten die niet in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen, maar die voldoen aan de eisen van de volksgezondheid schenken aan een instelling van weldadigheid of tot een ander gebruik bestemmen.
Indien de in beslag genomen visserijproducten niet voldoen aan de eisen van de volksgezondheid, mogen ze niet voor menselijke consumptie in aanmerking komen en moeten ze ontaard, verwerkt en tot een ander gebruik bestemd, hetzij vernietigd worden, alles op kosten van de overtreder.
Zij mogen het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen teruggeven aan de overtreder tegen het stellen van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan één vijfde van de in deze wet vastgestelde maximum geldboete, verhoogd met de opdeciemen.
Evenwel kan van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt worden indien het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering.
Het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen worden in bewaring gegeven bij de griffie van de bevoegde rechtbank. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze op de griffie van de rechtbank deponeert totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
§ 3. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring van de in beslag genomen visserijproducten, vistuig en andere productiemiddelen bevelen.
De verbeurdverklaring wordt steeds uitgesproken en de vernietiging wordt steeds bevolen wanneer het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering en wanneer de aard van het visserijproduct dit vergt.
De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op kosten van de veroordeelde. ".
" Art. 3. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de waterschouten en hun agenten, de ambtenaren en agenten van de Dienst Zeevisserij van het Ministerie van Middenstand en Landbouw, aangeduid door de minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, de gezagvoerders van de visserijwachtvaartuigen of hun aangestelden, de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en -vliegtuigen van de Staat of hun aangestelden, de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine en de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen binnen de grenzen van artikel 168 van de algemene wet inzake de douane en accijnzen van 18 juli 1977, belast met het toezicht op de toepassing van deze wet of van zijn uitvoeringsbesluiten en, onder meer, overtredingen daarvan op te sporen en ze vast te stellen in processen-verbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
Zij hebben te dien einde het recht zich te allen tijde aan boord der vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen alsmede zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuig kunnen bevinden. Zij mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen.
In geval van ontdekking op heterdaad mogen zij, met het doel een vervolging in te stellen en met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de eigenaar of exploitant en, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
In geval zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er inbreuken zijn begaan, mogen zij, met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen, op kosten en risico van de eigenaar of exploitant. Wanneer vervolgens een inbreuk wordt vastgesteld,, mogen zij, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of de exploitant aan de ketting leggen.
Wanneer een vissersvaartuig in overeenstemming met de beschikkingen van deze wet aan de ketting is gelegd, wordt het vissersvaartuig onmiddellijk vrijgegeven in ruil voor het stellen door de eigenaar of de persoon die voor diens rekening handelt, van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze in bewaring geeft bij een gerechtelijk agentschap van de Deposito- en Consignatiekas.
De geldboete die is opgelegd door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing alsmede alle andere kosten worden op de borgsom verhaald. Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald. De rente van de in consignatie gegeven som wordt bij de borgsom gevoegd.
In geval van het aan de ketting leggen van een vreemd vissersvaartuig, wordt de vlaggestaat via zijn diplomatieke vertegenwoordiger onverwijld in kennis gesteld van de genomen maatregelen en van de eventuele daarna opgelegde straffen.
§ 2. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, hebben zij bovendien het recht onmiddellijk beslag te leggen op de visserijproducten, het vistuig en andere productiemiddelen. Ze mogen de in beslag genomen visserijproducten terug in zee doen werpen.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten, die in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen en voor zover zulks verenigbaar is met de volksgezondheid, openbaar verkopen. De ontvangen som wordt op de griffie van de bevoegde rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen visserijproducten zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten die niet in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen, maar die voldoen aan de eisen van de volksgezondheid schenken aan een instelling van weldadigheid of tot een ander gebruik bestemmen.
Indien de in beslag genomen visserijproducten niet voldoen aan de eisen van de volksgezondheid, mogen ze niet voor menselijke consumptie in aanmerking komen en moeten ze ontaard, verwerkt en tot een ander gebruik bestemd, hetzij vernietigd worden, alles op kosten van de overtreder.
Zij mogen het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen teruggeven aan de overtreder tegen het stellen van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan één vijfde van de in deze wet vastgestelde maximum geldboete, verhoogd met de opdeciemen.
Evenwel kan van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt worden indien het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering.
Het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen worden in bewaring gegeven bij de griffie van de bevoegde rechtbank. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze op de griffie van de rechtbank deponeert totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
§ 3. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring van de in beslag genomen visserijproducten, vistuig en andere productiemiddelen bevelen.
De verbeurdverklaring wordt steeds uitgesproken en de vernietiging wordt steeds bevolen wanneer het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering en wanneer de aard van het visserijproduct dit vergt.
De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op kosten van de veroordeelde. ".
Art. 18. L'article 3 de la même loi est remplacé par la disposition suivante
" Art. 3. § 1er. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, les commissaires maritimes et leurs agents, les fonctionnaires et agents du Service de la Pêche maritime du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, désignés par le ministre qui a l'agriculture dans ses attributions, les commandants des bâtiments garde-pêche ou leurs préposés, les commandants des bâtiments et aéronefs patrouilleurs de l'état ou leurs préposés, les officiers et sous-officiers de la Marine mandatés à cet effet et les agents de l'Administration des Douanes et Accises dans les limites de l'article 168 de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977 sont chargés de veiller à l'application de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution et, notamment, de rechercher les infractions et de les constater par des procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire.
Ils peuvent, à cette fin, visiter en tout temps les bateaux de pêche, exiger la présentation de tous les documents de bord et de toutes les pièces justificatives ainsi que pénétrer dans tous les locaux et lieux quelconques à bord où des engins ou produits de pêche peuvent se trouver. Ils peuvent saisir tous les documents et pièces justificatives pour examen.
En cas de flagrant délit, ils peuvent, aux fins d'engager des poursuites et avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant et, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Dans le cas où ils ont des raisons sérieuses de croire que des infractions ont été commises, ils peuvent avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge, aux frais et risques du propriétaire ou de 1'exploitant. Si une infraction est ensuite constatée, ils peuvent, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Lorsqu'il est procédé à la mise à la chaîne d'un bateau de pêche conformément aux dispositions de la présente loi, le bateau de pêche est immédiatement relâché en échange d'un dépôt par le propriétaire ou la personne agissant pour son compte, d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à une cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels. La caution ou la garantie bancaire sera versée, contre remise d'un recu, entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera auprès d'une agence judiciaire de la Caisse des Dépôts et Consignations.
L'amende prononcée par une décision judiciaire passée en force de chose jugée ainsi que tout autres frais sont récupérés sur le cautionnement. La partie restante est immédiatement restituée. Les intérêts de la somme consignée s'ajoutent au cautionnement.
Dans le cas de la mise à la chaîne d'un bateau de pêche étranger, l'état du pavillon est notifié sans délai par l'intermédiaire de son représentant diplomatique des mesures prises ainsi que des sanctions qui seraient prononcées par la suite.
§ 2. Lorsque une infraction est constatée, ils peuvent de plus procéder à la saisie immédiate des produits de là pêche, des engins de pêche et d'autres moyens de production. Ils peuvent faire rejeter en mer les produits de la pêche saisis.
Ils peuvent vendre publiquement les produits de la pêche saisis qui peuvent être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et pour autant que ceci soit compatible avec la santé publique. La somme obtenue est déposée au greffe du tribunal compétent jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des produits de la pêche saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
Ils peuvent remettre à un établissement charitable ou destiner à un autre but, les produits de la pêche saisis qui ne peuvent pas être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur mais qui satisfont aux impératifs de la santé publique.
Si les produits de la pêche saisis ne satisfont pas aux impératifs de la santé publique, ils ne peuvent pas entrer en compte pour la consommation humaine et doivent être dénaturés, transformés et destinés à d'autres emplois, ou bien détruits, le tout aux frais du contrevenant.
Ils peuvent restituer les engins de pêche et les autres moyens de production saisis au contrevenant, contre le dépôt d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à une cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels.
Cette possibilité ne peut toutefois pas être utilisée s'il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur.
Les engins de pêche et les autres moyens de production saisis sont mis sous séquestre au greffe du tribunal. La caution ou la garantie bancaire sera déposée entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera au greffe du tribunal jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des engins de pêche et des autres moyens de production saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
§ 3. En cas de condamnation, le tribunal peut toujours ordonner la confiscation des produits de la pêche, des engins de pêche et des autres moyens de production saisis.
La confiscation est toujours prononcée et la destruction est toujours ordonnée dans le cas où il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et dans le cas où la nature du produit de la pêche l'impose.
La destruction ordonnée par le tribunal se fait aux frais du condamné. ".
" Art. 3. § 1er. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, les commissaires maritimes et leurs agents, les fonctionnaires et agents du Service de la Pêche maritime du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, désignés par le ministre qui a l'agriculture dans ses attributions, les commandants des bâtiments garde-pêche ou leurs préposés, les commandants des bâtiments et aéronefs patrouilleurs de l'état ou leurs préposés, les officiers et sous-officiers de la Marine mandatés à cet effet et les agents de l'Administration des Douanes et Accises dans les limites de l'article 168 de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977 sont chargés de veiller à l'application de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution et, notamment, de rechercher les infractions et de les constater par des procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire.
Ils peuvent, à cette fin, visiter en tout temps les bateaux de pêche, exiger la présentation de tous les documents de bord et de toutes les pièces justificatives ainsi que pénétrer dans tous les locaux et lieux quelconques à bord où des engins ou produits de pêche peuvent se trouver. Ils peuvent saisir tous les documents et pièces justificatives pour examen.
En cas de flagrant délit, ils peuvent, aux fins d'engager des poursuites et avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant et, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Dans le cas où ils ont des raisons sérieuses de croire que des infractions ont été commises, ils peuvent avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge, aux frais et risques du propriétaire ou de 1'exploitant. Si une infraction est ensuite constatée, ils peuvent, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Lorsqu'il est procédé à la mise à la chaîne d'un bateau de pêche conformément aux dispositions de la présente loi, le bateau de pêche est immédiatement relâché en échange d'un dépôt par le propriétaire ou la personne agissant pour son compte, d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à une cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels. La caution ou la garantie bancaire sera versée, contre remise d'un recu, entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera auprès d'une agence judiciaire de la Caisse des Dépôts et Consignations.
L'amende prononcée par une décision judiciaire passée en force de chose jugée ainsi que tout autres frais sont récupérés sur le cautionnement. La partie restante est immédiatement restituée. Les intérêts de la somme consignée s'ajoutent au cautionnement.
Dans le cas de la mise à la chaîne d'un bateau de pêche étranger, l'état du pavillon est notifié sans délai par l'intermédiaire de son représentant diplomatique des mesures prises ainsi que des sanctions qui seraient prononcées par la suite.
§ 2. Lorsque une infraction est constatée, ils peuvent de plus procéder à la saisie immédiate des produits de là pêche, des engins de pêche et d'autres moyens de production. Ils peuvent faire rejeter en mer les produits de la pêche saisis.
Ils peuvent vendre publiquement les produits de la pêche saisis qui peuvent être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et pour autant que ceci soit compatible avec la santé publique. La somme obtenue est déposée au greffe du tribunal compétent jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des produits de la pêche saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
Ils peuvent remettre à un établissement charitable ou destiner à un autre but, les produits de la pêche saisis qui ne peuvent pas être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur mais qui satisfont aux impératifs de la santé publique.
Si les produits de la pêche saisis ne satisfont pas aux impératifs de la santé publique, ils ne peuvent pas entrer en compte pour la consommation humaine et doivent être dénaturés, transformés et destinés à d'autres emplois, ou bien détruits, le tout aux frais du contrevenant.
Ils peuvent restituer les engins de pêche et les autres moyens de production saisis au contrevenant, contre le dépôt d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à une cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels.
Cette possibilité ne peut toutefois pas être utilisée s'il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur.
Les engins de pêche et les autres moyens de production saisis sont mis sous séquestre au greffe du tribunal. La caution ou la garantie bancaire sera déposée entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera au greffe du tribunal jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des engins de pêche et des autres moyens de production saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
§ 3. En cas de condamnation, le tribunal peut toujours ordonner la confiscation des produits de la pêche, des engins de pêche et des autres moyens de production saisis.
La confiscation est toujours prononcée et la destruction est toujours ordonnée dans le cas où il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et dans le cas où la nature du produit de la pêche l'impose.
La destruction ordonnée par le tribunal se fait aux frais du condamné. ".
Art.18. Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 3. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de waterschouten en hun agenten, de ambtenaren en agenten van de Dienst Zeevisserij van het Ministerie van Middenstand en Landbouw, aangeduid door de minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, de gezagvoerders van de visserijwachtvaartuigen of hun aangestelden, de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en -vliegtuigen van de Staat of hun aangestelden, de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine en de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen binnen de grenzen van artikel 168 van de algemene wet inzake de douane en accijnzen van 18 juli 1977, belast met het toezicht op de toepassing van deze wet of van zijn uitvoeringsbesluiten en, onder meer, overtredingen daarvan op te sporen en ze vast te stellen in processen-verbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
Zij hebben te dien einde het recht zich te allen tijde aan boord der vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen alsmede zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuig kunnen bevinden. Zij mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen.
In geval van ontdekking op heterdaad mogen zij, met het doel een vervolging in te stellen en met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de eigenaar of exploitant en, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
In geval zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er inbreuken zijn begaan, mogen zij, met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen, op kosten en risico van de eigenaar of exploitant. Wanneer vervolgens een inbreuk wordt vastgesteld,, mogen zij, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of de exploitant aan de ketting leggen.
Wanneer een vissersvaartuig in overeenstemming met de beschikkingen van deze wet aan de ketting is gelegd, wordt het vissersvaartuig onmiddellijk vrijgegeven in ruil voor het stellen door de eigenaar of de persoon die voor diens rekening handelt, van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze in bewaring geeft bij een gerechtelijk agentschap van de Deposito- en Consignatiekas.
De geldboete die is opgelegd door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing alsmede alle andere kosten worden op de borgsom verhaald. Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald. De rente van de in consignatie gegeven som wordt bij de borgsom gevoegd.
In geval van het aan de ketting leggen van een vreemd vissersvaartuig, wordt de vlaggestaat via zijn diplomatieke vertegenwoordiger onverwijld in kennis gesteld van de genomen maatregelen en van de eventuele daarna opgelegde straffen.
§ 2. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, hebben zij bovendien het recht onmiddellijk beslag te leggen op de visserijproducten, het vistuig en andere productiemiddelen. Ze mogen de in beslag genomen visserijproducten terug in zee doen werpen.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten, die in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen en voor zover zulks verenigbaar is met de volksgezondheid, openbaar verkopen. De ontvangen som wordt op de griffie van de bevoegde rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen visserijproducten zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten die niet in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen, maar die voldoen aan de eisen van de volksgezondheid schenken aan een instelling van weldadigheid of tot een ander gebruik bestemmen.
Indien de in beslag genomen visserijproducten niet voldoen aan de eisen van de volksgezondheid, mogen ze niet voor menselijke consumptie in aanmerking komen en moeten ze ontaard, verwerkt en tot een ander gebruik bestemd, hetzij vernietigd worden, alles op kosten van de overtreder.
Zij mogen het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen teruggeven aan de overtreder tegen het stellen van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan één vijfde van de in deze wet vastgestelde maximum geldboete, verhoogd met de opdeciemen.
Evenwel kan van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt worden indien het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering.
Het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen worden in bewaring gegeven bij de griffie van de bevoegde rechtbank. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze op de griffie van de rechtbank deponeert totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
§ 3. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring van de in beslag genomen visserijproducten, vistuig en andere productiemiddelen bevelen.
De verbeurdverklaring wordt steeds uitgesproken en de vernietiging wordt steeds bevolen wanneer het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering en wanneer de aard van het visserijproduct dit vergt.
De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op kosten van de veroordeelde. ".
" Art. 3. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de waterschouten en hun agenten, de ambtenaren en agenten van de Dienst Zeevisserij van het Ministerie van Middenstand en Landbouw, aangeduid door de minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, de gezagvoerders van de visserijwachtvaartuigen of hun aangestelden, de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en -vliegtuigen van de Staat of hun aangestelden, de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine en de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen binnen de grenzen van artikel 168 van de algemene wet inzake de douane en accijnzen van 18 juli 1977, belast met het toezicht op de toepassing van deze wet of van zijn uitvoeringsbesluiten en, onder meer, overtredingen daarvan op te sporen en ze vast te stellen in processen-verbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
Zij hebben te dien einde het recht zich te allen tijde aan boord der vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen alsmede zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuig kunnen bevinden. Zij mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen.
In geval van ontdekking op heterdaad mogen zij, met het doel een vervolging in te stellen en met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de eigenaar of exploitant en, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
In geval zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er inbreuken zijn begaan, mogen zij, met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen, op kosten en risico van de eigenaar of exploitant. Wanneer vervolgens een inbreuk wordt vastgesteld,, mogen zij, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of de exploitant aan de ketting leggen.
Wanneer een vissersvaartuig in overeenstemming met de beschikkingen van deze wet aan de ketting is gelegd, wordt het vissersvaartuig onmiddellijk vrijgegeven in ruil voor het stellen door de eigenaar of de persoon die voor diens rekening handelt, van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze in bewaring geeft bij een gerechtelijk agentschap van de Deposito- en Consignatiekas.
De geldboete die is opgelegd door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing alsmede alle andere kosten worden op de borgsom verhaald. Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald. De rente van de in consignatie gegeven som wordt bij de borgsom gevoegd.
In geval van het aan de ketting leggen van een vreemd vissersvaartuig, wordt de vlaggestaat via zijn diplomatieke vertegenwoordiger onverwijld in kennis gesteld van de genomen maatregelen en van de eventuele daarna opgelegde straffen.
§ 2. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, hebben zij bovendien het recht onmiddellijk beslag te leggen op de visserijproducten, het vistuig en andere productiemiddelen. Ze mogen de in beslag genomen visserijproducten terug in zee doen werpen.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten, die in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen en voor zover zulks verenigbaar is met de volksgezondheid, openbaar verkopen. De ontvangen som wordt op de griffie van de bevoegde rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen visserijproducten zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten die niet in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen, maar die voldoen aan de eisen van de volksgezondheid schenken aan een instelling van weldadigheid of tot een ander gebruik bestemmen.
Indien de in beslag genomen visserijproducten niet voldoen aan de eisen van de volksgezondheid, mogen ze niet voor menselijke consumptie in aanmerking komen en moeten ze ontaard, verwerkt en tot een ander gebruik bestemd, hetzij vernietigd worden, alles op kosten van de overtreder.
Zij mogen het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen teruggeven aan de overtreder tegen het stellen van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan één vijfde van de in deze wet vastgestelde maximum geldboete, verhoogd met de opdeciemen.
Evenwel kan van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt worden indien het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering.
Het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen worden in bewaring gegeven bij de griffie van de bevoegde rechtbank. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze op de griffie van de rechtbank deponeert totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
§ 3. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring van de in beslag genomen visserijproducten, vistuig en andere productiemiddelen bevelen.
De verbeurdverklaring wordt steeds uitgesproken en de vernietiging wordt steeds bevolen wanneer het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering en wanneer de aard van het visserijproduct dit vergt.
De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op kosten van de veroordeelde. ".
Art.18. L'article 3 de la même loi est remplacé par la disposition suivante
" Art. 3. § 1er. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, les commissaires maritimes et leurs agents, les fonctionnaires et agents du Service de la Pêche maritime du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, désignés par le ministre qui a l'agriculture dans ses attributions, les commandants des bâtiments garde-pêche ou leurs préposés, les commandants des bâtiments et aéronefs patrouilleurs de l'état ou leurs préposés, les officiers et sous-officiers de la Marine mandatés à cet effet et les agents de l'Administration des Douanes et Accises dans les limites de l'article 168 de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977 sont chargés de veiller à l'application de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution et, notamment, de rechercher les infractions et de les constater par des procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire.
Ils peuvent, à cette fin, visiter en tout temps les bateaux de pêche, exiger la présentation de tous les documents de bord et de toutes les pièces justificatives ainsi que pénétrer dans tous les locaux et lieux quelconques à bord où des engins ou produits de pêche peuvent se trouver. Ils peuvent saisir tous les documents et pièces justificatives pour examen.
En cas de flagrant délit, ils peuvent, aux fins d'engager des poursuites et avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant et, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Dans le cas où ils ont des raisons sérieuses de croire que des infractions ont été commises, ils peuvent avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge, aux frais et risques du propriétaire ou de 1'exploitant. Si une infraction est ensuite constatée, ils peuvent, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Lorsqu'il est procédé à la mise à la chaîne d'un bateau de pêche conformément aux dispositions de la présente loi, le bateau de pêche est immédiatement relâché en échange d'un dépôt par le propriétaire ou la personne agissant pour son compte, d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à une cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels. La caution ou la garantie bancaire sera versée, contre remise d'un recu, entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera auprès d'une agence judiciaire de la Caisse des Dépôts et Consignations.
L'amende prononcée par une décision judiciaire passée en force de chose jugée ainsi que tout autres frais sont récupérés sur le cautionnement. La partie restante est immédiatement restituée. Les intérêts de la somme consignée s'ajoutent au cautionnement.
Dans le cas de la mise à la chaîne d'un bateau de pêche étranger, l'état du pavillon est notifié sans délai par l'intermédiaire de son représentant diplomatique des mesures prises ainsi que des sanctions qui seraient prononcées par la suite.
§ 2. Lorsque une infraction est constatée, ils peuvent de plus procéder à la saisie immédiate des produits de là pêche, des engins de pêche et d'autres moyens de production. Ils peuvent faire rejeter en mer les produits de la pêche saisis.
Ils peuvent vendre publiquement les produits de la pêche saisis qui peuvent être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et pour autant que ceci soit compatible avec la santé publique. La somme obtenue est déposée au greffe du tribunal compétent jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des produits de la pêche saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
Ils peuvent remettre à un établissement charitable ou destiner à un autre but, les produits de la pêche saisis qui ne peuvent pas être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur mais qui satisfont aux impératifs de la santé publique.
Si les produits de la pêche saisis ne satisfont pas aux impératifs de la santé publique, ils ne peuvent pas entrer en compte pour la consommation humaine et doivent être dénaturés, transformés et destinés à d'autres emplois, ou bien détruits, le tout aux frais du contrevenant.
Ils peuvent restituer les engins de pêche et les autres moyens de production saisis au contrevenant, contre le dépôt d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à une cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels.
Cette possibilité ne peut toutefois pas être utilisée s'il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur.
Les engins de pêche et les autres moyens de production saisis sont mis sous séquestre au greffe du tribunal. La caution ou la garantie bancaire sera déposée entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera au greffe du tribunal jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des engins de pêche et des autres moyens de production saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
§ 3. En cas de condamnation, le tribunal peut toujours ordonner la confiscation des produits de la pêche, des engins de pêche et des autres moyens de production saisis.
La confiscation est toujours prononcée et la destruction est toujours ordonnée dans le cas où il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et dans le cas où la nature du produit de la pêche l'impose.
La destruction ordonnée par le tribunal se fait aux frais du condamné. ".
" Art. 3. § 1er. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, les commissaires maritimes et leurs agents, les fonctionnaires et agents du Service de la Pêche maritime du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, désignés par le ministre qui a l'agriculture dans ses attributions, les commandants des bâtiments garde-pêche ou leurs préposés, les commandants des bâtiments et aéronefs patrouilleurs de l'état ou leurs préposés, les officiers et sous-officiers de la Marine mandatés à cet effet et les agents de l'Administration des Douanes et Accises dans les limites de l'article 168 de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977 sont chargés de veiller à l'application de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution et, notamment, de rechercher les infractions et de les constater par des procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire.
Ils peuvent, à cette fin, visiter en tout temps les bateaux de pêche, exiger la présentation de tous les documents de bord et de toutes les pièces justificatives ainsi que pénétrer dans tous les locaux et lieux quelconques à bord où des engins ou produits de pêche peuvent se trouver. Ils peuvent saisir tous les documents et pièces justificatives pour examen.
En cas de flagrant délit, ils peuvent, aux fins d'engager des poursuites et avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge aux frais et risques du propriétaire ou de l'exploitant et, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Dans le cas où ils ont des raisons sérieuses de croire que des infractions ont été commises, ils peuvent avec le consentement du procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruges, diriger ou faire diriger le bateau de pêche vers un port belge, aux frais et risques du propriétaire ou de 1'exploitant. Si une infraction est ensuite constatée, ils peuvent, dans la mesure du nécessaire, le mettre à la chaîne à la charge et aux risques du propriétaire ou de l'exploitant.
Lorsqu'il est procédé à la mise à la chaîne d'un bateau de pêche conformément aux dispositions de la présente loi, le bateau de pêche est immédiatement relâché en échange d'un dépôt par le propriétaire ou la personne agissant pour son compte, d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à une cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels. La caution ou la garantie bancaire sera versée, contre remise d'un recu, entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera auprès d'une agence judiciaire de la Caisse des Dépôts et Consignations.
L'amende prononcée par une décision judiciaire passée en force de chose jugée ainsi que tout autres frais sont récupérés sur le cautionnement. La partie restante est immédiatement restituée. Les intérêts de la somme consignée s'ajoutent au cautionnement.
Dans le cas de la mise à la chaîne d'un bateau de pêche étranger, l'état du pavillon est notifié sans délai par l'intermédiaire de son représentant diplomatique des mesures prises ainsi que des sanctions qui seraient prononcées par la suite.
§ 2. Lorsque une infraction est constatée, ils peuvent de plus procéder à la saisie immédiate des produits de là pêche, des engins de pêche et d'autres moyens de production. Ils peuvent faire rejeter en mer les produits de la pêche saisis.
Ils peuvent vendre publiquement les produits de la pêche saisis qui peuvent être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et pour autant que ceci soit compatible avec la santé publique. La somme obtenue est déposée au greffe du tribunal compétent jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des produits de la pêche saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
Ils peuvent remettre à un établissement charitable ou destiner à un autre but, les produits de la pêche saisis qui ne peuvent pas être mis sur le marché conformément aux réglementations européennes ou nationales en vigueur mais qui satisfont aux impératifs de la santé publique.
Si les produits de la pêche saisis ne satisfont pas aux impératifs de la santé publique, ils ne peuvent pas entrer en compte pour la consommation humaine et doivent être dénaturés, transformés et destinés à d'autres emplois, ou bien détruits, le tout aux frais du contrevenant.
Ils peuvent restituer les engins de pêche et les autres moyens de production saisis au contrevenant, contre le dépôt d'une caution ou d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique correspondant à un montant fixé par l'agent verbalisant et qui ne peut pas être supérieur à une cinquième du montant maximum de l'amende prévue par la présente loi, augmenté des décimes additionnels.
Cette possibilité ne peut toutefois pas être utilisée s'il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur.
Les engins de pêche et les autres moyens de production saisis sont mis sous séquestre au greffe du tribunal. La caution ou la garantie bancaire sera déposée entre les mains de l'agent verbalisant qui la consignera au greffe du tribunal jusqu'à ce qu'il ait été statué définitivement sur le délit. Cette somme tient lieu des engins de pêche et des autres moyens de production saisis tant en ce qui concerne la confiscation que la restitution éventuelle.
§ 3. En cas de condamnation, le tribunal peut toujours ordonner la confiscation des produits de la pêche, des engins de pêche et des autres moyens de production saisis.
La confiscation est toujours prononcée et la destruction est toujours ordonnée dans le cas où il s'agit d'engins de pêche ou de moyens de production qui ne satisfont pas aux réglementations européennes ou nationales en vigueur et dans le cas où la nature du produit de la pêche l'impose.
La destruction ordonnée par le tribunal se fait aux frais du condamné. ".
Art.19. Artikel 4 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.19. L'article 4 de la même loi est abrogé.
Art. 21. Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 6. Wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en met geldboete van duizend vijfhonderd frank tot honderdduizend frank, of met een van die straffen alleen:
1° hij die deze wet of krachtens deze wet genomen besluiten overtreedt;
2° hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, controles, monsternemingen of vragen naar inlichtingen of documenten door de in artikel 3, paragraaf 1 bedoelde overheden;
3° hij die wetens onjuiste inlichtingen of documenten verstrekt;
4° hij die weigert te gehoorzamen aan de bevelen welke door de in artikel 3, paragraaf 1 bedoelde overheden krachtens deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten worden gegeven.
Indien de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens één der misdrijven bedoeld in het eerste lid, kunnen de hierboven voorziene straffen tot het dubbele van het maximum worden gebracht.
Hij wordt tevens veroordeeld tot betaling van alle gemaakte kosten, met inbegrip van de kosten voortvloeiend uit de inbeslagname van vistuig en productiemiddelen.
De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in dit artikel bepaalde misdrijven van toepassing. ".
" Art. 6. Wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en met geldboete van duizend vijfhonderd frank tot honderdduizend frank, of met een van die straffen alleen:
1° hij die deze wet of krachtens deze wet genomen besluiten overtreedt;
2° hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, controles, monsternemingen of vragen naar inlichtingen of documenten door de in artikel 3, paragraaf 1 bedoelde overheden;
3° hij die wetens onjuiste inlichtingen of documenten verstrekt;
4° hij die weigert te gehoorzamen aan de bevelen welke door de in artikel 3, paragraaf 1 bedoelde overheden krachtens deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten worden gegeven.
Indien de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens één der misdrijven bedoeld in het eerste lid, kunnen de hierboven voorziene straffen tot het dubbele van het maximum worden gebracht.
Hij wordt tevens veroordeeld tot betaling van alle gemaakte kosten, met inbegrip van de kosten voortvloeiend uit de inbeslagname van vistuig en productiemiddelen.
De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in dit artikel bepaalde misdrijven van toepassing. ".
Art. 21. L'article 6 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 6. Est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de mille cinq cents francs à cent mille francs ou de l'une de ces peines seulement :
1° celui qui contrevient à cette loi ou aux arrêtés pris en vertu de la présente loi;
2° celui qui s'oppose aux visites, inspections, contrôles, prises d'échantillons ou demandes de renseignements ou de documents par les autorités visées à l'article 3, paragraphe 1er;
3° celui qui, sciemment, fournit des renseignements ou documents inexacts;
4° celui qui refuse de se conformer aux ordres donnés, par les autorités visées à l'article 3, paragraphe 1er, en vertu de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution.
Si l'infraction est commise entre le coucher et le lever du soleil ou en cas de récidive dans les trois ans qui suivent une condamnation pour une des infractions visées au premier alinéa, les peines prévues ci-dessus peuvent être portées au double du maximum.
Il est également condamné au paiement de tous les frais encourus, y compris les frais résultant de la saisie des engins de pêche et des moyens de production.
Les dispositions du Livre premier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions prévues par le présent article. ".
" Art. 6. Est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de mille cinq cents francs à cent mille francs ou de l'une de ces peines seulement :
1° celui qui contrevient à cette loi ou aux arrêtés pris en vertu de la présente loi;
2° celui qui s'oppose aux visites, inspections, contrôles, prises d'échantillons ou demandes de renseignements ou de documents par les autorités visées à l'article 3, paragraphe 1er;
3° celui qui, sciemment, fournit des renseignements ou documents inexacts;
4° celui qui refuse de se conformer aux ordres donnés, par les autorités visées à l'article 3, paragraphe 1er, en vertu de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution.
Si l'infraction est commise entre le coucher et le lever du soleil ou en cas de récidive dans les trois ans qui suivent une condamnation pour une des infractions visées au premier alinéa, les peines prévues ci-dessus peuvent être portées au double du maximum.
Il est également condamné au paiement de tous les frais encourus, y compris les frais résultant de la saisie des engins de pêche et des moyens de production.
Les dispositions du Livre premier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions prévues par le présent article. ".
Art.21. Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 6. Wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en met geldboete van duizend vijfhonderd frank tot honderdduizend frank, of met een van die straffen alleen:
1° hij die deze wet of krachtens deze wet genomen besluiten overtreedt;
2° hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, controles, monsternemingen of vragen naar inlichtingen of documenten door de in artikel 3, paragraaf 1 bedoelde overheden;
3° hij die wetens onjuiste inlichtingen of documenten verstrekt;
4° hij die weigert te gehoorzamen aan de bevelen welke door de in artikel 3, paragraaf 1 bedoelde overheden krachtens deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten worden gegeven.
Indien de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens één der misdrijven bedoeld in het eerste lid, kunnen de hierboven voorziene straffen tot het dubbele van het maximum worden gebracht.
Hij wordt tevens veroordeeld tot betaling van alle gemaakte kosten, met inbegrip van de kosten voortvloeiend uit de inbeslagname van vistuig en productiemiddelen.
De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in dit artikel bepaalde misdrijven van toepassing. ".
" Art. 6. Wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en met geldboete van duizend vijfhonderd frank tot honderdduizend frank, of met een van die straffen alleen:
1° hij die deze wet of krachtens deze wet genomen besluiten overtreedt;
2° hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, controles, monsternemingen of vragen naar inlichtingen of documenten door de in artikel 3, paragraaf 1 bedoelde overheden;
3° hij die wetens onjuiste inlichtingen of documenten verstrekt;
4° hij die weigert te gehoorzamen aan de bevelen welke door de in artikel 3, paragraaf 1 bedoelde overheden krachtens deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten worden gegeven.
Indien de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens één der misdrijven bedoeld in het eerste lid, kunnen de hierboven voorziene straffen tot het dubbele van het maximum worden gebracht.
Hij wordt tevens veroordeeld tot betaling van alle gemaakte kosten, met inbegrip van de kosten voortvloeiend uit de inbeslagname van vistuig en productiemiddelen.
De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in dit artikel bepaalde misdrijven van toepassing. ".
Art.21. L'article 6 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 6. Est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de mille cinq cents francs à cent mille francs ou de l'une de ces peines seulement :
1° celui qui contrevient à cette loi ou aux arrêtés pris en vertu de la présente loi;
2° celui qui s'oppose aux visites, inspections, contrôles, prises d'échantillons ou demandes de renseignements ou de documents par les autorités visées à l'article 3, paragraphe 1er;
3° celui qui, sciemment, fournit des renseignements ou documents inexacts;
4° celui qui refuse de se conformer aux ordres donnés, par les autorités visées à l'article 3, paragraphe 1er, en vertu de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution.
Si l'infraction est commise entre le coucher et le lever du soleil ou en cas de récidive dans les trois ans qui suivent une condamnation pour une des infractions visées au premier alinéa, les peines prévues ci-dessus peuvent être portées au double du maximum.
Il est également condamné au paiement de tous les frais encourus, y compris les frais résultant de la saisie des engins de pêche et des moyens de production.
Les dispositions du Livre premier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions prévues par le présent article. ".
" Art. 6. Est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de mille cinq cents francs à cent mille francs ou de l'une de ces peines seulement :
1° celui qui contrevient à cette loi ou aux arrêtés pris en vertu de la présente loi;
2° celui qui s'oppose aux visites, inspections, contrôles, prises d'échantillons ou demandes de renseignements ou de documents par les autorités visées à l'article 3, paragraphe 1er;
3° celui qui, sciemment, fournit des renseignements ou documents inexacts;
4° celui qui refuse de se conformer aux ordres donnés, par les autorités visées à l'article 3, paragraphe 1er, en vertu de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution.
Si l'infraction est commise entre le coucher et le lever du soleil ou en cas de récidive dans les trois ans qui suivent une condamnation pour une des infractions visées au premier alinéa, les peines prévues ci-dessus peuvent être portées au double du maximum.
Il est également condamné au paiement de tous les frais encourus, y compris les frais résultant de la saisie des engins de pêche et des moyens de production.
Les dispositions du Livre premier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions prévues par le présent article. ".
Art. 23. Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 9. Alleen de correctionele rechtbanken van Antwerpen, Brugge, Brussel en Veurne zijn bevoegd om kennis te nemen van de inbreuken tegen deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. ".
" Art. 9. Alleen de correctionele rechtbanken van Antwerpen, Brugge, Brussel en Veurne zijn bevoegd om kennis te nemen van de inbreuken tegen deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. ".
Art. 23. L'article 9 de la même loi est remplacé par la disposition suivante
" Art. 9. Les tribunaux correctionnels d'Anvers, de Bruges, de Bruxelles et de Furnes sont seuls compétents pour connaître des infractions à cette loi et à ses arrêtés d'exécution. ".
" Art. 9. Les tribunaux correctionnels d'Anvers, de Bruges, de Bruxelles et de Furnes sont seuls compétents pour connaître des infractions à cette loi et à ses arrêtés d'exécution. ".
Art.23. Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 9. Alleen de correctionele rechtbanken van Antwerpen, Brugge, Brussel en Veurne zijn bevoegd om kennis te nemen van de inbreuken tegen deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. ".
" Art. 9. Alleen de correctionele rechtbanken van Antwerpen, Brugge, Brussel en Veurne zijn bevoegd om kennis te nemen van de inbreuken tegen deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. ".
Art.23. L'article 9 de la même loi est remplacé par la disposition suivante
" Art. 9. Les tribunaux correctionnels d'Anvers, de Bruges, de Bruxelles et de Furnes sont seuls compétents pour connaître des infractions à cette loi et à ses arrêtés d'exécution. ".
" Art. 9. Les tribunaux correctionnels d'Anvers, de Bruges, de Bruxelles et de Furnes sont seuls compétents pour connaître des infractions à cette loi et à ses arrêtés d'exécution. ".
Art.24. Artikel 10 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.24. L'article 10 de la même loi est abrogé.
Art. 25. Wat de activiteiten inzake visserij betreft, is de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten eveneens van toepassing in de EEZ.
Toepassing van de aldaar voorziene gevangenisstraffen, is echter uitgesloten voor overtredingen van deze wet, gepleegd in de EEZ.
Toepassing van de aldaar voorziene gevangenisstraffen, is echter uitgesloten voor overtredingen van deze wet, gepleegd in de EEZ.
Art. 25. Pour ce qui concerne les activités relatives à la pêche, la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime est également d'application dans la ZEE.
L'application des peines d'emprisonnement y prévues est exclue pour des infractions commises dans la ZEE.
L'application des peines d'emprisonnement y prévues est exclue pour des infractions commises dans la ZEE.
Art.25. Wat de activiteiten inzake visserij betreft, is de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten eveneens van toepassing in de EEZ.
Art.25. Pour ce qui concerne les activités relatives à la pêche, la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime est également d'application dans la ZEE.
Art. 26. Het opschrift van de wet van 13 juni 1969 inzake het continentaal plat van België wordt vervangen door het volgende opschrift: " Wet inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat ".
Art. 26. L'intitulé de la loi du 13 juin 1969 sur le plateau continental de la Belgique est remplacé par l'intitulé suivant : " Loi sur l'exploration et l'exploitation des ressources non vivantes de la mer territoriale et du plateau continental "
Art. 27. Artikel 1 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Artikel 1. Het Koninkrijk België oefent zijn soevereiniteit uit over de territoriale zee en soevereine rechten over het continentaal plat ter exploratie en ter exploitatie van de minerale en andere niet-levende rijkdommen. ".
" Artikel 1. Het Koninkrijk België oefent zijn soevereiniteit uit over de territoriale zee en soevereine rechten over het continentaal plat ter exploratie en ter exploitatie van de minerale en andere niet-levende rijkdommen. ".
Art. 27. L'article 1er de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Article 1. Le Royaume de Belgique exerce sa souveraineté sur la mer territoriale et des droits souverains sur le plateau continental aux fins de l'exploration et de l'exploitation des ressources minérales et autres ressources non vivantes. ".
" Article 1. Le Royaume de Belgique exerce sa souveraineté sur la mer territoriale et des droits souverains sur le plateau continental aux fins de l'exploration et de l'exploitation des ressources minérales et autres ressources non vivantes. ".
Art. 28. Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 2. Het continentaal plat van België omvat de zeebodem en de ondergrond van de onder water gelegen gebieden die aan de kust aansluiten doch buiten de territoriale zee gelegen zijn en waarvan de buitengrens bepaald wordt door de lijn bestaande uit segmenten die de volgende, in coördinaten uitgedrukte punten, verbindt, in de volgorde zoals hieronder aangegeven:
" Art. 2. Het continentaal plat van België omvat de zeebodem en de ondergrond van de onder water gelegen gebieden die aan de kust aansluiten doch buiten de territoriale zee gelegen zijn en waarvan de buitengrens bepaald wordt door de lijn bestaande uit segmenten die de volgende, in coördinaten uitgedrukte punten, verbindt, in de volgorde zoals hieronder aangegeven:
Art. 28. L' article.2 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 2. Le plateau continental de Belgique comprend le fond marin et le sous-sol des régions sous-marines, adjacentes aux côtes mais situées en dehors de la mer territoriale et dont la délimitation extérieure est constituée par une ligne composée de segments, qui relie, dans l'ordre où ils sont énumérés, les points ci-après définis par leurs coordonnées :
" Art. 2. Le plateau continental de Belgique comprend le fond marin et le sous-sol des régions sous-marines, adjacentes aux côtes mais situées en dehors de la mer territoriale et dont la délimitation extérieure est constituée par une ligne composée de segments, qui relie, dans l'ordre où ils sont énumérés, les points ci-après définis par leurs coordonnées :
1. 5116'09"N 0223'25"O
2. 5133'28"N 0214'18"O
3. 5136'47"N 0215'12"O
4. 5148'18"N 0228'54"O
5. 5152'34,012"N 0232'21,599"O
6. 51 33'06"N 0304'53"O
2. 5133'28"N 0214'18"O
3. 5136'47"N 0215'12"O
4. 5148'18"N 0228'54"O
5. 5152'34,012"N 0232'21,599"O
6. 51 33'06"N 0304'53"O
1. 51°16'09"N 02°23'25"E
2. 51°33'28"N 02°14'18"E
3. 51°36'47"N 02°15'12"E
4. 51°48'18"N 02°28'54"E
5. 51°52'34,012"N 02°32'21,599"E
6. 51°33'06"N 03°04'53"E
2. 51°33'28"N 02°14'18"E
3. 51°36'47"N 02°15'12"E
4. 51°48'18"N 02°28'54"E
5. 51°52'34,012"N 02°32'21,599"E
6. 51°33'06"N 03°04'53"E
De ligging van de in dit artikel opgesomde punten is uitgedrukt in breedte en lengte volgens het Europees geodetisch systeem (1e vereffening 1950). ".
Les positions des points énumérés dans le présent article sont exprimées en latitudes et longitudes dans le système géodésique européen (1er règlement 1950). ".
Art.28. Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 2. Het continentaal plat van België omvat de zeebodem en de ondergrond van de onder water gelegen gebieden die aan de kust aansluiten doch buiten de territoriale zee gelegen zijn en waarvan de buitengrens bepaald wordt door de lijn bestaande uit segmenten die de volgende, in coördinaten uitgedrukte punten, verbindt, in de volgorde zoals hieronder aangegeven: 1. 5116'09"N 0223'25"O 2. 5133'28"N 0214'18"O 3. 5136'47"N 0215'12"O 4. 5148'18"N 0228'54"O 5. 5152'34,012"N 0232'21,599"O 6. 51 33'06"N 0304'53"O
" Art. 2. Het continentaal plat van België omvat de zeebodem en de ondergrond van de onder water gelegen gebieden die aan de kust aansluiten doch buiten de territoriale zee gelegen zijn en waarvan de buitengrens bepaald wordt door de lijn bestaande uit segmenten die de volgende, in coördinaten uitgedrukte punten, verbindt, in de volgorde zoals hieronder aangegeven: 1. 5116'09"N 0223'25"O 2. 5133'28"N 0214'18"O 3. 5136'47"N 0215'12"O 4. 5148'18"N 0228'54"O 5. 5152'34,012"N 0232'21,599"O 6. 51 33'06"N 0304'53"O
Art.28. L' article.2 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 2. Le plateau continental de Belgique comprend le fond marin et le sous-sol des régions sous-marines, adjacentes aux côtes mais situées en dehors de la mer territoriale et dont la délimitation extérieure est constituée par une ligne composée de segments, qui relie, dans l'ordre où ils sont énumérés, les points ci-après définis par leurs coordonnées : 1. 51°16'09"N 02°23'25"E 2. 51°33'28"N 02°14'18"E 3. 51°36'47"N 02°15'12"E 4. 51°48'18"N 02°28'54"E 5. 51°52'34,012"N 02°32'21,599"E 6. 51°33'06"N 03°04'53"E
" Art. 2. Le plateau continental de Belgique comprend le fond marin et le sous-sol des régions sous-marines, adjacentes aux côtes mais situées en dehors de la mer territoriale et dont la délimitation extérieure est constituée par une ligne composée de segments, qui relie, dans l'ordre où ils sont énumérés, les points ci-après définis par leurs coordonnées : 1. 51°16'09"N 02°23'25"E 2. 51°33'28"N 02°14'18"E 3. 51°36'47"N 02°15'12"E 4. 51°48'18"N 02°28'54"E 5. 51°52'34,012"N 02°32'21,599"E 6. 51°33'06"N 03°04'53"E
Art. 30. Artikel 4 van dezelfde, wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 4. Voor het leggen van kabels of pijpleidingen
- die in de territoriale zee of het nationaal grondgebied binnenkomen
- of die geplaatst of gebruikt worden in het kader van de exploratie van het continentaal plat, de exploitatie van de minerale en andere nietlevende rijkdommen daarvan of van de werkzaamheden van kunstmatige eilanden, installaties of inrichtingen die onder Belgische rechtsmacht vallen
is een machtiging vereist die wordt verleend of ingetrokken volgens de regels die de Koning bepaalt.
Voor pijpleidingen moet het tracé door de Koning goedgekeurd worden rekening houdend met de exploratie van het continentaal plat en de exploitatie van de minerale en andere niet-levende rijkdommen daarvan.
De Koning kan bijkomende maatregelen opleggen om verontreiniging door pijpleidingen te voorkomen, verminderen, of bestrijden. "
" Art. 4. Voor het leggen van kabels of pijpleidingen
- die in de territoriale zee of het nationaal grondgebied binnenkomen
- of die geplaatst of gebruikt worden in het kader van de exploratie van het continentaal plat, de exploitatie van de minerale en andere nietlevende rijkdommen daarvan of van de werkzaamheden van kunstmatige eilanden, installaties of inrichtingen die onder Belgische rechtsmacht vallen
is een machtiging vereist die wordt verleend of ingetrokken volgens de regels die de Koning bepaalt.
Voor pijpleidingen moet het tracé door de Koning goedgekeurd worden rekening houdend met de exploratie van het continentaal plat en de exploitatie van de minerale en andere niet-levende rijkdommen daarvan.
De Koning kan bijkomende maatregelen opleggen om verontreiniging door pijpleidingen te voorkomen, verminderen, of bestrijden. "
Art. 30. L'article 4 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4. La pose de câbles ou de pipelines
- qui pénètrent dans la mer territoriale ou dans le territoire national
- ou qui sont installés ou utilisés dans le cadre de l'exploration du plateau continental, de l'exploitation des ressources minérales et autres ressources non-vivantes ou d'exploitation d'îles artificielles, d'installations ou d'ouvrages relevant de la juridiction belge
est subordonnée à l'obtention d'une autorisation qui est accordée ou retirée selon les modalités déterminées par le Roi.
Pour les pipelines, le tracé doit être approuvé par le Roi, compte tenu de l'exploration du plateau continental, de l'exploitation des ressources minérales et autres ressources non vivantes.
Le Roi peut imposer des mesures supplémentaires pour prévenir, réduire, ou lutter contre la pollution par les pipelines. ".
" Art. 4. La pose de câbles ou de pipelines
- qui pénètrent dans la mer territoriale ou dans le territoire national
- ou qui sont installés ou utilisés dans le cadre de l'exploration du plateau continental, de l'exploitation des ressources minérales et autres ressources non-vivantes ou d'exploitation d'îles artificielles, d'installations ou d'ouvrages relevant de la juridiction belge
est subordonnée à l'obtention d'une autorisation qui est accordée ou retirée selon les modalités déterminées par le Roi.
Pour les pipelines, le tracé doit être approuvé par le Roi, compte tenu de l'exploration du plateau continental, de l'exploitation des ressources minérales et autres ressources non vivantes.
Le Roi peut imposer des mesures supplémentaires pour prévenir, réduire, ou lutter contre la pollution par les pipelines. ".
Art. 31. In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden " in volle zee gevestigde " vervangen door de woorden " kunstmatige eilanden, installaties en andere inrichtingen ";
2° in hetzelfde lid wordt het woord " natuurlijke " vervangen door de woorden " minerale en andere niet-levende ";
3° in het derde lid worden de woorden " het zeewater en " vervangen door de woorden " de zee, de flora, de fauna en hun habitats alsook de ".
1° in het eerste lid worden de woorden " in volle zee gevestigde " vervangen door de woorden " kunstmatige eilanden, installaties en andere inrichtingen ";
2° in hetzelfde lid wordt het woord " natuurlijke " vervangen door de woorden " minerale en andere niet-levende ";
3° in het derde lid worden de woorden " het zeewater en " vervangen door de woorden " de zee, de flora, de fauna en hun habitats alsook de ".
Art. 31. A l'article 5 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° au premier alinéa, les mots " installations et autres dispositifs établis en haute mer " sont remplacés par les mots " îles artificielles, installations et autres dispositifs ";
2° au même alinéa, le mot " naturelles " est remplacés par les mots " minérales et autres ressources non vivantes ";
3° au troisième alinéa, les mots " eaux de la mer " sont remplacés par les mots " de la mer, de la flore, de la faune et de leurs habitats ".
1° au premier alinéa, les mots " installations et autres dispositifs établis en haute mer " sont remplacés par les mots " îles artificielles, installations et autres dispositifs ";
2° au même alinéa, le mot " naturelles " est remplacés par les mots " minérales et autres ressources non vivantes ";
3° au troisième alinéa, les mots " eaux de la mer " sont remplacés par les mots " de la mer, de la flore, de la faune et de leurs habitats ".
Art.30. Artikel 4 van dezelfde, wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 4. Voor het leggen van kabels of pijpleidingen
- die in de territoriale zee of het nationaal grondgebied binnenkomen
- of die geplaatst of gebruikt worden in het kader van de exploratie van het continentaal plat, de exploitatie van de minerale en andere nietlevende rijkdommen daarvan of van de werkzaamheden van kunstmatige eilanden, installaties of inrichtingen die onder Belgische rechtsmacht vallen
is een machtiging vereist die wordt verleend of ingetrokken volgens de regels die de Koning bepaalt.
Voor pijpleidingen moet het tracé door de Koning goedgekeurd worden rekening houdend met de exploratie van het continentaal plat en de exploitatie van de minerale en andere niet-levende rijkdommen daarvan.
De Koning kan bijkomende maatregelen opleggen om verontreiniging door pijpleidingen te voorkomen, verminderen, of bestrijden. "
" Art. 4. Voor het leggen van kabels of pijpleidingen
- die in de territoriale zee of het nationaal grondgebied binnenkomen
- of die geplaatst of gebruikt worden in het kader van de exploratie van het continentaal plat, de exploitatie van de minerale en andere nietlevende rijkdommen daarvan of van de werkzaamheden van kunstmatige eilanden, installaties of inrichtingen die onder Belgische rechtsmacht vallen
is een machtiging vereist die wordt verleend of ingetrokken volgens de regels die de Koning bepaalt.
Voor pijpleidingen moet het tracé door de Koning goedgekeurd worden rekening houdend met de exploratie van het continentaal plat en de exploitatie van de minerale en andere niet-levende rijkdommen daarvan.
De Koning kan bijkomende maatregelen opleggen om verontreiniging door pijpleidingen te voorkomen, verminderen, of bestrijden. "
Art.30. L'article 4 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4. La pose de câbles ou de pipelines
- qui pénètrent dans la mer territoriale ou dans le territoire national
- ou qui sont installés ou utilisés dans le cadre de l'exploration du plateau continental, de l'exploitation des ressources minérales et autres ressources non-vivantes ou d'exploitation d'îles artificielles, d'installations ou d'ouvrages relevant de la juridiction belge
est subordonnée à l'obtention d'une autorisation qui est accordée ou retirée selon les modalités déterminées par le Roi.
Pour les pipelines, le tracé doit être approuvé par le Roi, compte tenu de l'exploration du plateau continental, de l'exploitation des ressources minérales et autres ressources non vivantes.
Le Roi peut imposer des mesures supplémentaires pour prévenir, réduire, ou lutter contre la pollution par les pipelines. ".
" Art. 4. La pose de câbles ou de pipelines
- qui pénètrent dans la mer territoriale ou dans le territoire national
- ou qui sont installés ou utilisés dans le cadre de l'exploration du plateau continental, de l'exploitation des ressources minérales et autres ressources non-vivantes ou d'exploitation d'îles artificielles, d'installations ou d'ouvrages relevant de la juridiction belge
est subordonnée à l'obtention d'une autorisation qui est accordée ou retirée selon les modalités déterminées par le Roi.
Pour les pipelines, le tracé doit être approuvé par le Roi, compte tenu de l'exploration du plateau continental, de l'exploitation des ressources minérales et autres ressources non vivantes.
Le Roi peut imposer des mesures supplémentaires pour prévenir, réduire, ou lutter contre la pollution par les pipelines. ".
Art.31. In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden " in volle zee gevestigde " vervangen door de woorden " kunstmatige eilanden, installaties en andere inrichtingen ";
2° in hetzelfde lid wordt het woord " natuurlijke " vervangen door de woorden " minerale en andere niet-levende ";
3° in het derde lid worden de woorden " het zeewater en " vervangen door de woorden " de zee, de flora, de fauna en hun habitats alsook de ".
1° in het eerste lid worden de woorden " in volle zee gevestigde " vervangen door de woorden " kunstmatige eilanden, installaties en andere inrichtingen ";
2° in hetzelfde lid wordt het woord " natuurlijke " vervangen door de woorden " minerale en andere niet-levende ";
3° in het derde lid worden de woorden " het zeewater en " vervangen door de woorden " de zee, de flora, de fauna en hun habitats alsook de ".
Art.31. A l'article 5 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° au premier alinéa, les mots " installations et autres dispositifs établis en haute mer " sont remplacés par les mots " îles artificielles, installations et autres dispositifs ";
2° au même alinéa, le mot " naturelles " est remplacés par les mots " minérales et autres ressources non vivantes ";
3° au troisième alinéa, les mots " eaux de la mer " sont remplacés par les mots " de la mer, de la flore, de la faune et de leurs habitats ".
1° au premier alinéa, les mots " installations et autres dispositifs établis en haute mer " sont remplacés par les mots " îles artificielles, installations et autres dispositifs ";
2° au même alinéa, le mot " naturelles " est remplacés par les mots " minérales et autres ressources non vivantes ";
3° au troisième alinéa, les mots " eaux de la mer " sont remplacés par les mots " de la mer, de la flore, de la faune et de leurs habitats ".
Art.32. In artikel 6 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden tussen de woorden " voor iedere " en " op het continentaal plat " de woorden " in de territoriale zee of " ingevoegd;
2° in hetzelfde lid worden tussen de woorden " op het continentaal. plat gelegen " en " installatie of inrichting " de woorden " kunstmatig eiland, "ingevoegd;
3° in het tweede lid worden tussen de woorden " de buitengrens van " en " de installatie " de woorden " het kunstmatig eiland " ingevoegd.
1° in het eerste lid worden tussen de woorden " voor iedere " en " op het continentaal plat " de woorden " in de territoriale zee of " ingevoegd;
2° in hetzelfde lid worden tussen de woorden " op het continentaal. plat gelegen " en " installatie of inrichting " de woorden " kunstmatig eiland, "ingevoegd;
3° in het tweede lid worden tussen de woorden " de buitengrens van " en " de installatie " de woorden " het kunstmatig eiland " ingevoegd.
Art.32. A l'article 6 de la même loi sont apportées les modifications suivantes.
1° au premier alinéa, les mots " île artificielle " sont insérés entre les mots " pour chaque " et " installation ou dispositif ";
2° au même alinéa, les mots " dans la mer territoriale ou " sont insérés entre les mots " situé " et " sur le plateau continental ";
3° au deuxième alinéa, les mots " îles artificielles " sont insérés entre les mots " du bord extérieur de ces " et " installations ou dispositifs ".
1° au premier alinéa, les mots " île artificielle " sont insérés entre les mots " pour chaque " et " installation ou dispositif ";
2° au même alinéa, les mots " dans la mer territoriale ou " sont insérés entre les mots " situé " et " sur le plateau continental ";
3° au deuxième alinéa, les mots " îles artificielles " sont insérés entre les mots " du bord extérieur de ces " et " installations ou dispositifs ".
Art.33. In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "in volle zee gevestigde " worden vervangen door de woorden " kunstmatige eilanden ";
2° tussen de woorden " die blijvend " en " op het continentaal plat" worden de woorden " in de territoriale zee of " ingevoegd;
3° de woorden " aan boord van deze " worden vervangen door de woorden " op de kunstmatige eilanden ".
1° de woorden "in volle zee gevestigde " worden vervangen door de woorden " kunstmatige eilanden ";
2° tussen de woorden " die blijvend " en " op het continentaal plat" worden de woorden " in de territoriale zee of " ingevoegd;
3° de woorden " aan boord van deze " worden vervangen door de woorden " op de kunstmatige eilanden ".
Art.33. A l'article 7 de la même loi sont apportées les modifications suivantes
1° les mots " installations ou autres dispositifs, situés en haute mer " sont remplacés par les mots " îles artificielles, installations ou autres dispositifs ";
2° les mots " dans la mer territoriale ou " sont insérés entre les mots " fixés à demeure " et " sur le plateau continental ";
3° les mots " sur ces installations ou dispositifs " sont remplacés par les mots " sur ces îles artificielles; installations ou dispositifs ".
1° les mots " installations ou autres dispositifs, situés en haute mer " sont remplacés par les mots " îles artificielles, installations ou autres dispositifs ";
2° les mots " dans la mer territoriale ou " sont insérés entre les mots " fixés à demeure " et " sur le plateau continental ";
3° les mots " sur ces installations ou dispositifs " sont remplacés par les mots " sur ces îles artificielles; installations ou dispositifs ".
Art. 36. Een artikel 10, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd:
" Art. 10. De inbreuken op deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten, worden bestraft overeenkomstig de artikelen 55 en 56 van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee ".
" Art. 10. De inbreuken op deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten, worden bestraft overeenkomstig de artikelen 55 en 56 van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee ".
Art. 36. Un article 10, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi.
" Art. 10. Les infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution sont punies, conformément aux articles 55 et 56 de la loi du 22 avril 1999 concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord. ".
" Art. 10. Les infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution sont punies, conformément aux articles 55 et 56 de la loi du 22 avril 1999 concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord. ".
Art.35. In artikel 9, eerste lid, van dezelfde wet worden tussen de woorden " ten aanzien van " en " een installatie " de woorden " een kunstmatig eiland " ingevoegd.
Art.35. Dans l'article 9, premier alinéa, de la même loi, les mots " d'une île artificielle ou " sont insérés entre les mots " à l'égard " et " d'une installation ".
Art. 37. België bezit in de EEZ uitsluitende rechtsmacht over kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen, met inbegrip van de wetten en voorschriften inzake douane, belastingen, volksgezondheid, veiligheid en immigratie.
In de territoriale zee heeft België de soevereiniteit over de kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen.
In de territoriale zee heeft België de soevereiniteit over de kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen.
Art. 37. Dans la ZEE, la Belgique a juridiction exclusive sur les îles artificielles, installations et ouvrages, y compris en matière de lois et règlements douaniers, fiscaux, sanitaires, de sécurité et d'immigration.
Dans la mer territoriale, la Belgique a la souveraineté sur les îles artificielles, installations et ouvrages.
Dans la mer territoriale, la Belgique a la souveraineté sur les îles artificielles, installations et ouvrages.
Art. 38. De bepalingen betreffende kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen, zoals vervat in de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat, zijn eveneens van toepassing op kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen in de EEZ en de territoriale zee die voor andere doeleinden worden gebruikt dan de exploratie en exploitatie van minerale en andere niet-levende rijkdommen.
Art. 38. Les dispositions relatives aux îles artificielles, installations et ouvrages visées par la loi du 13 juin 1969 sur l'exploration et l'exploitation des ressources non vivantes de la mer territoriale et du plateau continental, sont également d'application pour les îles artificielles, installations et ouvrages érigés dans la ZEE et la mer territoriale ayant d'autres fins que l'exploration et l'exploitation des ressources minérales et autres ressources non vivantes.
Art.37. België bezit in de EEZ uitsluitende rechtsmacht over kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen, met inbegrip van de wetten en voorschriften inzake douane, belastingen, volksgezondheid, veiligheid en immigratie.
In de territoriale zee heeft België de soevereiniteit over de kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen.
In de territoriale zee heeft België de soevereiniteit over de kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen.
Art.37. Dans la ZEE, la Belgique a juridiction exclusive sur les îles artificielles, installations et ouvrages, y compris en matière de lois et règlements douaniers, fiscaux, sanitaires, de sécurité et d'immigration.
Dans la mer territoriale, la Belgique a la souveraineté sur les îles artificielles, installations et ouvrages.
Dans la mer territoriale, la Belgique a la souveraineté sur les îles artificielles, installations et ouvrages.
Art.38. De bepalingen betreffende kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen, zoals vervat in de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat, zijn eveneens van toepassing op kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen in de EEZ en de territoriale zee die voor andere doeleinden worden gebruikt dan de exploratie en exploitatie van minerale en andere niet-levende rijkdommen.
Art.38. Les dispositions relatives aux îles artificielles, installations et ouvrages visées par la loi du 13 juin 1969 sur l'exploration et l'exploitation des ressources non vivantes de la mer territoriale et du plateau continental, sont également d'application pour les îles artificielles, installations et ouvrages érigés dans la ZEE et la mer territoriale ayant d'autres fins que l'exploration et l'exploitation des ressources minérales et autres ressources non vivantes.
Art. 40. Elk wetenschappelijk zeeonderzoek in de territoriale zee en de EEZ, van welke aard ook, door een buitenlands schip, vliegtuig, drijvend tuig of onderwaterinstrument, is onderworpen aan de toestemming van de minister die de Buitenlandse Zaken onder zijn bevoegdheid heeft, die daartoe de betrokken ministers raadpleegt.
Art. 40. Toute recherche scientifique marine, de quelque nature que ce soit, menée dans la mer territoriale et la ZEE par un navire, aéronef, engin submersible ou instrument dérivant étranger, est soumise au consentement du ministre qui a les Affaires étrangères dans ses attributions, lequel consulte à cette fin les ministres concernés.
Art. 41. § 1. Met het oog op het bekomen van de in artikel 40 bedoelde toestemming wordt een verzoek via diplomatieke weg overgemaakt uiterlijk drie maanden voor het begin van het in het vooruitzicht gestelde project. De Koning bepaalt de inlichtingen die bij deze aanvraag moeten gevoegd worden.
§ 2. Indien binnen het kader van een internationale organisatie, waarbij België partij is of waarmee België een bilaterale overeenkomst heeft, een project voor wetenschappelijk zeeonderzoek wordt uitgewerkt dat de goedkeuring van België wegdraagt, dan wordt België geacht toestemming te hebben verleend voor het verrichten van wetenschappelijk zeeonderzoek in de territoriale zee en de EEZ binnen het kader van dit project, tenzij binnen de twee maanden na het indienen van het officieel verzoek via diplomatieke weg België bezwaar heeft aangetekend.
§ 2. Indien binnen het kader van een internationale organisatie, waarbij België partij is of waarmee België een bilaterale overeenkomst heeft, een project voor wetenschappelijk zeeonderzoek wordt uitgewerkt dat de goedkeuring van België wegdraagt, dan wordt België geacht toestemming te hebben verleend voor het verrichten van wetenschappelijk zeeonderzoek in de territoriale zee en de EEZ binnen het kader van dit project, tenzij binnen de twee maanden na het indienen van het officieel verzoek via diplomatieke weg België bezwaar heeft aangetekend.
Art. 41. § 1er En vue de l'obtention du consentement visé à l'article 40, une demande est transmise par la voie diplomatique, au plus tard trois mois avant le début du projet envisagé. Le Roi détermine les informations qui doivent être jointes à cette demande.
§ 2. Si un projet de recherche scientifique marine est mis sur pied dans le cadre d'une organisation internationale à laquelle la Belgique est partie ou à laquelle la Belgique est liée par un accord bilatéral et qu'il a reçu l'approbation de la Belgique, la Belgique est sensée avoir accordé son consentement pour la recherche scientifique marine conduite dans la mer territoriale et la ZEE dans le cadre du projet, à moins qu'elle ne signifie son objection dans les deux mois après le dépôt de la demande officielle par voie diplomatique.
§ 2. Si un projet de recherche scientifique marine est mis sur pied dans le cadre d'une organisation internationale à laquelle la Belgique est partie ou à laquelle la Belgique est liée par un accord bilatéral et qu'il a reçu l'approbation de la Belgique, la Belgique est sensée avoir accordé son consentement pour la recherche scientifique marine conduite dans la mer territoriale et la ZEE dans le cadre du projet, à moins qu'elle ne signifie son objection dans les deux mois après le dépôt de la demande officielle par voie diplomatique.
Art.40. Elk wetenschappelijk zeeonderzoek in de territoriale zee en de EEZ, van welke aard ook, door een buitenlands schip, vliegtuig, drijvend tuig of onderwaterinstrument, is onderworpen aan de toestemming van de minister die de Buitenlandse Zaken onder zijn bevoegdheid heeft, die daartoe de betrokken ministers raadpleegt.
Art.40. Toute recherche scientifique marine, de quelque nature que ce soit, menée dans la mer territoriale et la ZEE par un navire, aéronef, engin submersible ou instrument dérivant étranger, est soumise au consentement du ministre qui a les Affaires étrangères dans ses attributions, lequel consulte à cette fin les ministres concernés.
Art.41. § 1. Met het oog op het bekomen van de in artikel 40 bedoelde toestemming wordt een verzoek via diplomatieke weg overgemaakt uiterlijk drie maanden voor het begin van het in het vooruitzicht gestelde project. De Koning bepaalt de inlichtingen die bij deze aanvraag moeten gevoegd worden.
§ 2. Indien binnen het kader van een internationale organisatie, waarbij België partij is of waarmee België een bilaterale overeenkomst heeft, een project voor wetenschappelijk zeeonderzoek wordt uitgewerkt dat de goedkeuring van België wegdraagt, dan wordt België geacht toestemming te hebben verleend voor het verrichten van wetenschappelijk zeeonderzoek in de territoriale zee en de EEZ binnen het kader van dit project, tenzij binnen de twee maanden na het indienen van het officieel verzoek via diplomatieke weg België bezwaar heeft aangetekend.
§ 2. Indien binnen het kader van een internationale organisatie, waarbij België partij is of waarmee België een bilaterale overeenkomst heeft, een project voor wetenschappelijk zeeonderzoek wordt uitgewerkt dat de goedkeuring van België wegdraagt, dan wordt België geacht toestemming te hebben verleend voor het verrichten van wetenschappelijk zeeonderzoek in de territoriale zee en de EEZ binnen het kader van dit project, tenzij binnen de twee maanden na het indienen van het officieel verzoek via diplomatieke weg België bezwaar heeft aangetekend.
Art.41. § 1er En vue de l'obtention du consentement visé à l'article 40, une demande est transmise par la voie diplomatique, au plus tard trois mois avant le début du projet envisagé. Le Roi détermine les informations qui doivent être jointes à cette demande.
§ 2. Si un projet de recherche scientifique marine est mis sur pied dans le cadre d'une organisation internationale à laquelle la Belgique est partie ou à laquelle la Belgique est liée par un accord bilatéral et qu'il a reçu l'approbation de la Belgique, la Belgique est sensée avoir accordé son consentement pour la recherche scientifique marine conduite dans la mer territoriale et la ZEE dans le cadre du projet, à moins qu'elle ne signifie son objection dans les deux mois après le dépôt de la demande officielle par voie diplomatique.
§ 2. Si un projet de recherche scientifique marine est mis sur pied dans le cadre d'une organisation internationale à laquelle la Belgique est partie ou à laquelle la Belgique est liée par un accord bilatéral et qu'il a reçu l'approbation de la Belgique, la Belgique est sensée avoir accordé son consentement pour la recherche scientifique marine conduite dans la mer territoriale et la ZEE dans le cadre du projet, à moins qu'elle ne signifie son objection dans les deux mois après le dépôt de la demande officielle par voie diplomatique.
Art.42. Onverminderd de verplichting om aan de bij internationaal recht voorziene voorwaarden te voldoen, is het verrichten van wetenschappelijk zeeonderzoek door buitenlandse schepen in de territoriale zee en de EEZ onderworpen aan de Belgische wetgeving inzake de bescherming en het behoud van het mariene milieu.
Art.42. Outre l'obligation de satisfaire aux conditions prévues par le droit international, l'exécution de la recherche scientifique marine par des navires étrangers dans la mer territoriale et la ZEE est soumise à la législation belge relative à la protection et à la conservation du milieu marin.
Art.43. § 1. De plaatsing en het gebruik in de territoriale zee en de EEZ van wetenschappelijke installaties of apparatuur, van welk type ook, zijn onderworpen aan de bepalingen van hoofdstuk VI.
§ 2. De bedoelde installaties en apparatuur dragen identificatiekenmerken waaruit de Staat van registratie of de internationale organisatie waaraan zij toebehoren blijkt, alsook de waarschuwingsseinen, voorgeschreven door de Koning.
§ 3. De bepalingen van dit artikel geven aan de bedoelde installaties en apparatuur niet het statuut van kunstmatig eiland.
§ 2. De bedoelde installaties en apparatuur dragen identificatiekenmerken waaruit de Staat van registratie of de internationale organisatie waaraan zij toebehoren blijkt, alsook de waarschuwingsseinen, voorgeschreven door de Koning.
§ 3. De bepalingen van dit artikel geven aan de bedoelde installaties en apparatuur niet het statuut van kunstmatig eiland.
Art.43. § 1er La mise en place et l'utilisation dans la mer territoriale et la ZEE d'installations ou de matériel scientifiques de tout type sont subordonnées aux dispositions du chapitre VI.
§ 2. Les installations ou le matériel visés sont munis de marques d'identification indiquant l'état d'immatriculation ou l'organisation internationale à laquelle ils appartiennent, ainsi que les moyens de signalisation prescrits par le Roi.
§ 3. Les dispositions du présent article ne confèrent pas le statut d'île artificielle aux installations et matériel visés.
§ 2. Les installations ou le matériel visés sont munis de marques d'identification indiquant l'état d'immatriculation ou l'organisation internationale à laquelle ils appartiennent, ainsi que les moyens de signalisation prescrits par le Roi.
§ 3. Les dispositions du présent article ne confèrent pas le statut d'île artificielle aux installations et matériel visés.
Art.44. Indien de werkzaamheden van het wetenschappelijk zeeonderzoek niet verricht worden overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk, zullen ze het voorwerp uitmaken van een opschorting of een beëindiging in de voorwaarden en volgens de bij internationaal recht voorziene modaliteiten.
Art.44. S'il s'avère que les travaux de recherche scientifique marine ne sont pas conduits en conformité avec le prescrit du présent chapitre, ils font l'objet d'une suspension ou d'une cessation, dans les conditions et suivant les modalités prévues par le droit international.
Art. 46. België oefent in de EEZ haar rechtsmacht inzake de bescherming en het behoud van het mariene milieu uit, daarin inbegrepen de bescherming en het behoud van de soorten van de fauna en flora, hun habitats en hun fysische omgeving. De uitoefening van deze rechtsmacht wordt geregeld door de Belgische wetgeving terzake.
Art. 46. La Belgique exerce dans la ZEE sa juridiction en matière de protection et de préservation du milieu marin, y compris la protection et la conservation des espèces de la faune et de la flore, leurs habitats et leur environnement physique. L'exercice de cette juridiction est régi par la législation belge en la matière.
HOOFDSTUK VIII. - Over het douane-, fiscale, gezondheids- en immigratietoezicht
CHAPITRE VIII. - Des contrôles douaniers, fiscaux, sanitaires et d'immigration.
Art. 47. In de eerste twaalf zeemijl van de EEZ, dit betekent in de aansluitende zone die grenst aan zijn territoriale zee en zich uitstrekt tot een breedte van twaalf zeemijl, oefent België het nodige toezicht uit teneinde:
1° te voorkomen dat inbreuk wordt gemaakt op de wetten en voorschriften inzake douane, belastingen, immigratie of volksgezondheid die binnen zijn grondgebied of territoriale zee van kracht zijn;
2° een binnen zijn grondgebied of territoriale zee gemaakte inbreuk op bovenbedoelde voorschriften te bestraffen.
1° te voorkomen dat inbreuk wordt gemaakt op de wetten en voorschriften inzake douane, belastingen, immigratie of volksgezondheid die binnen zijn grondgebied of territoriale zee van kracht zijn;
2° een binnen zijn grondgebied of territoriale zee gemaakte inbreuk op bovenbedoelde voorschriften te bestraffen.
Art. 47. Dans les douze premiers milles marins de la ZEE, c'est-à-dire dans une zone contiguë à sa mer territoriale s'étendant sur une largeur de douze milles marins, la Belgique exerce le contrôle nécessaire en vue de :
1° prévenir les infractions à ses lois et règlements douaniers, fiscaux, d'immigration ou sanitaires en vigueur sur son territoire ou dans sa mer territoriale;
2° réprimer les infractions à ces mêmes lois et règlements commises sur son territoire ou dans sa mer territoriale.
1° prévenir les infractions à ses lois et règlements douaniers, fiscaux, d'immigration ou sanitaires en vigueur sur son territoire ou dans sa mer territoriale;
2° réprimer les infractions à ces mêmes lois et règlements commises sur son territoire ou dans sa mer territoriale.
Art. 48. Artikel 167 van de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977 wordt vervangen door de volgende bepaling
" Art. 167. De tolkring beslaat:
1° langs de zeekust, een strook die zich vanaf de laagwaterlijn uitstrekt over een afstand van 5 kilometer in de richting van het binnenland;
2° het grondgebied van de douanezee- en luchthavens evenals een zone buiten dat grondgebied over een breedte van 250 m vanaf de grens van dat grondgebied. ".
" Art. 167. De tolkring beslaat:
1° langs de zeekust, een strook die zich vanaf de laagwaterlijn uitstrekt over een afstand van 5 kilometer in de richting van het binnenland;
2° het grondgebied van de douanezee- en luchthavens evenals een zone buiten dat grondgebied over een breedte van 250 m vanaf de grens van dat grondgebied. ".
Art. 48. L'article 167 de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977 est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 167. Le rayon des douanes occupe :
1° le long de la côte maritime, une zone qui s'étend vers l'intérieur du pays sur une largeur de 5 kilomètres à partir de la ligne marée basse;
2° le territoire des ports maritimes douaniers et des aérodromes douaniers ainsi qu'une zone en dehors de ce territoire sur une largeur de 250 m à partir des limites de ce territoire. ".
"Art. 167. Le rayon des douanes occupe :
1° le long de la côte maritime, une zone qui s'étend vers l'intérieur du pays sur une largeur de 5 kilomètres à partir de la ligne marée basse;
2° le territoire des ports maritimes douaniers et des aérodromes douaniers ainsi qu'une zone en dehors de ce territoire sur une largeur de 250 m à partir des limites de ce territoire. ".
Art. 49. Artikel 168 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 168. De ambtenaren oefenen, binnen de in artikel 47 van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee bepaalde ruimte alle toezicht uit teneinde
1° de inbreuken te voorkomen op de wetten en verordeningen waarvoor de douane belast is met de controle op de naleving ervan op het Belgisch grondgebied of in zijn territoriale zee;
2° de op het Belgisch grondgebied of zijn territoriale zee gemaakte inbreuken op diezelfde wetten en verordeningen te bestraffen. ".
" Art. 168. De ambtenaren oefenen, binnen de in artikel 47 van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee bepaalde ruimte alle toezicht uit teneinde
1° de inbreuken te voorkomen op de wetten en verordeningen waarvoor de douane belast is met de controle op de naleving ervan op het Belgisch grondgebied of in zijn territoriale zee;
2° de op het Belgisch grondgebied of zijn territoriale zee gemaakte inbreuken op diezelfde wetten en verordeningen te bestraffen. ".
Art. 49. L'article 168 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 168. Les agents exercent, dans l'espace visé à l'article 47 de la loi du 22 avril 1999 concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord, tout contrôle en vue de :
1° prévenir les infractions aux lois et règlements que la douane est chargée de faire respecter sur le territoire belge ou dans sa mer territoriale;
2° réprimer les infractions à ces mêmes lois et règlements commises sur le territoire belge ou dans sa mer territoriale. ".
"Art. 168. Les agents exercent, dans l'espace visé à l'article 47 de la loi du 22 avril 1999 concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord, tout contrôle en vue de :
1° prévenir les infractions aux lois et règlements que la douane est chargée de faire respecter sur le territoire belge ou dans sa mer territoriale;
2° réprimer les infractions à ces mêmes lois et règlements commises sur le territoire belge ou dans sa mer territoriale. ".
Art. 50. Artikel 169 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 169. § 1. Onverminderd de bepalingen inzake het recht van onschuldige doorvaart, mogen de ambtenaren, binnen de Belgische territoriale zee, zich aan boord van de vaartuigen begeven en zich de cognossementen en andere boordpapieren betreffende de lading doen voorleggen om na te gaan of de goederen die zich aan boord bevinden er regelmatig aanwezig zijn met betrekking tot de reglementering inzake douane en accijnzen of inzake verbods-, beperkings- of controlemaatregelen bij invoer, uitvoer of doorvoer, en om inbreuken op voormelde reglementering vast te stellen.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel verstaat men onder vaartuig elk drijvend tuig, met inbegrip van vaartuigen zonder waterverplaatsing en watervliegtuigen, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water, alsmede vaste en drijvende platforms. ".
" Art. 169. § 1. Onverminderd de bepalingen inzake het recht van onschuldige doorvaart, mogen de ambtenaren, binnen de Belgische territoriale zee, zich aan boord van de vaartuigen begeven en zich de cognossementen en andere boordpapieren betreffende de lading doen voorleggen om na te gaan of de goederen die zich aan boord bevinden er regelmatig aanwezig zijn met betrekking tot de reglementering inzake douane en accijnzen of inzake verbods-, beperkings- of controlemaatregelen bij invoer, uitvoer of doorvoer, en om inbreuken op voormelde reglementering vast te stellen.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel verstaat men onder vaartuig elk drijvend tuig, met inbegrip van vaartuigen zonder waterverplaatsing en watervliegtuigen, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water, alsmede vaste en drijvende platforms. ".
Art. 50. L'article 169 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 169. § 1er. Sans préjudice des dispositions relatives au droit de passage inoffensif, les agents peuvent, dans la mer territoriale de la Belgique, visiter les navires et se faire présenter les connaissements et autres papiers de bord relatifs au chargement en vue de vérifier si les marchandises se trouvant à bord y sont en situation régulière au point de vue de la réglementation douanière et accisienne ou des mesures de prohibition, de restriction ou de contrôle à l'importation, exportation ou transit, et de constater les infractions aux dispositions précitées.
§ 2. Pour l'application du présent article, on entend par navire : tout engin ou tout appareil de quelque nature que ce soit, y compris les engins sans tirant d'eau et les hydravions, utilisé ou susceptible d'être utilisé comme moyen de transport sur l'eau ainsi que les plates-formes fixes ou flottantes. ".
" Art. 169. § 1er. Sans préjudice des dispositions relatives au droit de passage inoffensif, les agents peuvent, dans la mer territoriale de la Belgique, visiter les navires et se faire présenter les connaissements et autres papiers de bord relatifs au chargement en vue de vérifier si les marchandises se trouvant à bord y sont en situation régulière au point de vue de la réglementation douanière et accisienne ou des mesures de prohibition, de restriction ou de contrôle à l'importation, exportation ou transit, et de constater les infractions aux dispositions précitées.
§ 2. Pour l'application du présent article, on entend par navire : tout engin ou tout appareil de quelque nature que ce soit, y compris les engins sans tirant d'eau et les hydravions, utilisé ou susceptible d'être utilisé comme moyen de transport sur l'eau ainsi que les plates-formes fixes ou flottantes. ".
Art.49. Artikel 168 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
Art.49. L'article 168 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
Art.50. Artikel 169 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Art. 169. § 1. Onverminderd de bepalingen inzake het recht van onschuldige doorvaart, mogen de ambtenaren, binnen de Belgische territoriale zee, zich aan boord van de vaartuigen begeven en zich de cognossementen en andere boordpapieren betreffende de lading doen voorleggen om na te gaan of de goederen die zich aan boord bevinden er regelmatig aanwezig zijn met betrekking tot de reglementering inzake douane en accijnzen of inzake verbods-, beperkings- of controlemaatregelen bij invoer, uitvoer of doorvoer, en om inbreuken op voormelde reglementering vast te stellen.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel verstaat men onder vaartuig elk drijvend tuig, met inbegrip van vaartuigen zonder waterverplaatsing en watervliegtuigen, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water, alsmede vaste en drijvende platforms. ".
" Art. 169. § 1. Onverminderd de bepalingen inzake het recht van onschuldige doorvaart, mogen de ambtenaren, binnen de Belgische territoriale zee, zich aan boord van de vaartuigen begeven en zich de cognossementen en andere boordpapieren betreffende de lading doen voorleggen om na te gaan of de goederen die zich aan boord bevinden er regelmatig aanwezig zijn met betrekking tot de reglementering inzake douane en accijnzen of inzake verbods-, beperkings- of controlemaatregelen bij invoer, uitvoer of doorvoer, en om inbreuken op voormelde reglementering vast te stellen.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel verstaat men onder vaartuig elk drijvend tuig, met inbegrip van vaartuigen zonder waterverplaatsing en watervliegtuigen, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water, alsmede vaste en drijvende platforms. ".
Art.50. L'article 169 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 169. § 1er. Sans préjudice des dispositions relatives au droit de passage inoffensif, les agents peuvent, dans la mer territoriale de la Belgique, visiter les navires et se faire présenter les connaissements et autres papiers de bord relatifs au chargement en vue de vérifier si les marchandises se trouvant à bord y sont en situation régulière au point de vue de la réglementation douanière et accisienne ou des mesures de prohibition, de restriction ou de contrôle à l'importation, exportation ou transit, et de constater les infractions aux dispositions précitées.
§ 2. Pour l'application du présent article, on entend par navire : tout engin ou tout appareil de quelque nature que ce soit, y compris les engins sans tirant d'eau et les hydravions, utilisé ou susceptible d'être utilisé comme moyen de transport sur l'eau ainsi que les plates-formes fixes ou flottantes. ".
" Art. 169. § 1er. Sans préjudice des dispositions relatives au droit de passage inoffensif, les agents peuvent, dans la mer territoriale de la Belgique, visiter les navires et se faire présenter les connaissements et autres papiers de bord relatifs au chargement en vue de vérifier si les marchandises se trouvant à bord y sont en situation régulière au point de vue de la réglementation douanière et accisienne ou des mesures de prohibition, de restriction ou de contrôle à l'importation, exportation ou transit, et de constater les infractions aux dispositions précitées.
§ 2. Pour l'application du présent article, on entend par navire : tout engin ou tout appareil de quelque nature que ce soit, y compris les engins sans tirant d'eau et les hydravions, utilisé ou susceptible d'être utilisé comme moyen de transport sur l'eau ainsi que les plates-formes fixes ou flottantes. ".
Art. 52. In artikel 569 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A) het eerste lid, 24° tot 27°, ingevoegd bij de wetten van 4 augustus 1992, 5 augustus 1992, 6 augustus 1993, 20 mei 1994, 30 juni 1994 en 28 oktober 1996, wordt vervangen door de volgende bepalingen:
" 24° van de vorderingen tot het verkrijgen van betalingsfaciliteiten zoals geregeld in artikel 59 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;
25° van de gedingen ingesteld krachtens artikel 49 van de wet op het politieambt;
26° van de vorderingen bedoeld bij artikel 13 van de wet van 30 juni 1994 houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's;
27° van de gedingen ingesteld krachtens artikel 93 van de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het militair personeel;
28° van de vorderingen die gebaseerd zijn op het internationale Verdrag ter oprichting van een internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971 en van het Protocol bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 19 november 1976 en op de wet houdende goedkeuring en uitvoering van dat Verdrag en van dat Protocol;
29° van de vorderingen tot teruggave van cultuurgoederen ingesteld op grond van artikel 7 van de wet van 28 oktober 1996 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van bepaalde buitenlandse Staten zijn gebracht. ";
B) hetzelfde lid, laatst gewijzigd bij de wet van 28 oktober 1996, wordt aangevuld als volgt:
" 30° bij gebreke van andere bepalingen luidens welke bevoegdheid wordt toegekend, de vorderingen ingesteld krachtens de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee ";
C) het tweede lid, laatst gewijzigd bij de wet van 28 oktober 1996, wordt vervangen door het volgende lid:
" In de gevallen onder het eerste lid, 8°, 17°, 21°, 28° en 29°, is alleen de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd en in het geval onder het eerste lid, 18°, die te Antwerpen. ".
A) het eerste lid, 24° tot 27°, ingevoegd bij de wetten van 4 augustus 1992, 5 augustus 1992, 6 augustus 1993, 20 mei 1994, 30 juni 1994 en 28 oktober 1996, wordt vervangen door de volgende bepalingen:
" 24° van de vorderingen tot het verkrijgen van betalingsfaciliteiten zoals geregeld in artikel 59 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;
25° van de gedingen ingesteld krachtens artikel 49 van de wet op het politieambt;
26° van de vorderingen bedoeld bij artikel 13 van de wet van 30 juni 1994 houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's;
27° van de gedingen ingesteld krachtens artikel 93 van de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het militair personeel;
28° van de vorderingen die gebaseerd zijn op het internationale Verdrag ter oprichting van een internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971 en van het Protocol bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 19 november 1976 en op de wet houdende goedkeuring en uitvoering van dat Verdrag en van dat Protocol;
29° van de vorderingen tot teruggave van cultuurgoederen ingesteld op grond van artikel 7 van de wet van 28 oktober 1996 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van bepaalde buitenlandse Staten zijn gebracht. ";
B) hetzelfde lid, laatst gewijzigd bij de wet van 28 oktober 1996, wordt aangevuld als volgt:
" 30° bij gebreke van andere bepalingen luidens welke bevoegdheid wordt toegekend, de vorderingen ingesteld krachtens de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee ";
C) het tweede lid, laatst gewijzigd bij de wet van 28 oktober 1996, wordt vervangen door het volgende lid:
" In de gevallen onder het eerste lid, 8°, 17°, 21°, 28° en 29°, is alleen de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd en in het geval onder het eerste lid, 18°, die te Antwerpen. ".
Art. 52. à l'article 569 du même Codé sont apportées les modifications suivantes :
A) l'alinéa premier, 24° à 27°, inséré par les lois des 4 août 1992, 5 août 1992,6 août 1993,20 mai 1994,30 juin 1994 et 28 octobre 1996, est remplacé par le texte suivant :
" 24° des demandes de facilités de paiement prévues par l'article 59 de la loi du 4 août 1992 relative au crédit hypothécaire;
25° des procédures intentées en vertu de l'article 49 de la loi sur la fonction de police;
26° des demandes visées par l'article 13 de la loi du 30 juin 1994 transposant en droit belge la directive européenne du 14 mai 1991 concernant la protection juridique des programmes d'ordinateur;
27° des procédures intentées en vertu de l'article 93 de la loi du 20 mai 1994 relative aux statuts du personnel militaire;
28° des demandes fondées sur la Convention internationale portant création d'un fonds international d'indemnisation pour les dommages dus à la pollution par les hydrocarbures, faite à Bruxelles le 18 décembre 1971, sur le Protocole à cette convention fait à Londres le 19 novembre 1976, et sur la loi portant approbation et exécution de cette Convention et de ce Protocole;
29° des demandes en restitution de biens culturels introduites sur la base de l'article 7 de la loi du 28 octobre 1996 relative à la restitution de biens culturels ayant quitté illicitement le territoire de certains Etats étrangers. ";
B) le même alinéa, modifie pour la dernière fois par la loi du 28 octobre 1996 est complété comme suit :
" 30° à défaut d'autres dispositions attributives de compétence, des demandes introduites en vertu de la loi du 22 avril 1999 concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord ";
C) le deuxième alinéa, modifié pour la dernière fois par la loi du 28 octobre 1996, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Le tribunal de première instance de Bruxelles est seul compétent dans les cas prévus au premier alinéa, 8°, 17°, 21°, 28°, et 29°, et celui d'Anvers dans le cas prévu au premier alinéa, 18°.".
A) l'alinéa premier, 24° à 27°, inséré par les lois des 4 août 1992, 5 août 1992,6 août 1993,20 mai 1994,30 juin 1994 et 28 octobre 1996, est remplacé par le texte suivant :
" 24° des demandes de facilités de paiement prévues par l'article 59 de la loi du 4 août 1992 relative au crédit hypothécaire;
25° des procédures intentées en vertu de l'article 49 de la loi sur la fonction de police;
26° des demandes visées par l'article 13 de la loi du 30 juin 1994 transposant en droit belge la directive européenne du 14 mai 1991 concernant la protection juridique des programmes d'ordinateur;
27° des procédures intentées en vertu de l'article 93 de la loi du 20 mai 1994 relative aux statuts du personnel militaire;
28° des demandes fondées sur la Convention internationale portant création d'un fonds international d'indemnisation pour les dommages dus à la pollution par les hydrocarbures, faite à Bruxelles le 18 décembre 1971, sur le Protocole à cette convention fait à Londres le 19 novembre 1976, et sur la loi portant approbation et exécution de cette Convention et de ce Protocole;
29° des demandes en restitution de biens culturels introduites sur la base de l'article 7 de la loi du 28 octobre 1996 relative à la restitution de biens culturels ayant quitté illicitement le territoire de certains Etats étrangers. ";
B) le même alinéa, modifie pour la dernière fois par la loi du 28 octobre 1996 est complété comme suit :
" 30° à défaut d'autres dispositions attributives de compétence, des demandes introduites en vertu de la loi du 22 avril 1999 concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord ";
C) le deuxième alinéa, modifié pour la dernière fois par la loi du 28 octobre 1996, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Le tribunal de première instance de Bruxelles est seul compétent dans les cas prévus au premier alinéa, 8°, 17°, 21°, 28°, et 29°, et celui d'Anvers dans le cas prévu au premier alinéa, 18°.".
Art.51. Artikel 513 van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd door de wet van 6 april 1992, wordt aangevuld met het volgend lid:
" De gerechtsdeurwaarders met kantoor in de gerechtelijke arrondissementen van Antwerpen, Brugge en Veurne, zijn bevoegd om hun ambt uit te oefenen in de territoriale zee bedoeld bij artikel 1 van de wet van 6 oktober 1987 tot vaststelling van de breedte van de territoriale zee van België, evenals in de exclusieve economische zone, bedoeld in artikel 2 van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee ".
" De gerechtsdeurwaarders met kantoor in de gerechtelijke arrondissementen van Antwerpen, Brugge en Veurne, zijn bevoegd om hun ambt uit te oefenen in de territoriale zee bedoeld bij artikel 1 van de wet van 6 oktober 1987 tot vaststelling van de breedte van de territoriale zee van België, evenals in de exclusieve economische zone, bedoeld in artikel 2 van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee ".
Art.51. L'article 513 du Code judiciaire, modifié par la loi du 6 avril 1992, est complété par l'alinéa suivant :
" Les huissiers de justice ayant leur étude dans les arrondissements judiciaires d'Anvers, Bruges et Furnes, sont compétents pour instrumenter sur la mer territoriale visée à l'article 1er de la loi du 6 octobre 1987 fixant la largeur de la mer territoriale de la Belgique, ainsi que dans la zone économique exclusive, visée à l'article 2 de la loi du 22 avril 1999 concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord ".
" Les huissiers de justice ayant leur étude dans les arrondissements judiciaires d'Anvers, Bruges et Furnes, sont compétents pour instrumenter sur la mer territoriale visée à l'article 1er de la loi du 6 octobre 1987 fixant la largeur de la mer territoriale de la Belgique, ainsi que dans la zone économique exclusive, visée à l'article 2 de la loi du 22 avril 1999 concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord ".
Art.52. In artikel 569 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A) het eerste lid, 24° tot 27°, ingevoegd bij de wetten van 4 augustus 1992, 5 augustus 1992, 6 augustus 1993, 20 mei 1994, 30 juni 1994 en 28 oktober 1996, wordt vervangen door de volgende bepalingen:
" 24° van de vorderingen tot het verkrijgen van betalingsfaciliteiten zoals geregeld in artikel 59 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;
25° van de gedingen ingesteld krachtens artikel 49 van de wet op het politieambt;
26° van de vorderingen bedoeld bij artikel 13 van de wet van 30 juni 1994 houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's;
27° van de gedingen ingesteld krachtens artikel 93 van de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het militair personeel;
28° van de vorderingen die gebaseerd zijn op het internationale Verdrag ter oprichting van een internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971 en van het Protocol bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 19 november 1976 en op de wet houdende goedkeuring en uitvoering van dat Verdrag en van dat Protocol;
29° van de vorderingen tot teruggave van cultuurgoederen ingesteld op grond van artikel 7 van de wet van 28 oktober 1996 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van bepaalde buitenlandse Staten zijn gebracht. ";
B) hetzelfde lid, laatst gewijzigd bij de wet van 28 oktober 1996, wordt aangevuld als volgt:
" 30° bij gebreke van andere bepalingen luidens welke bevoegdheid wordt toegekend, de vorderingen ingesteld krachtens de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee ";
C) het tweede lid, laatst gewijzigd bij de wet van 28 oktober 1996, wordt vervangen door het volgende lid:
" In de gevallen onder het eerste lid, 8°, 17°, 21°, 28° en 29°, is alleen de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd en in het geval onder het eerste lid, 18°, die te Antwerpen. ".
A) het eerste lid, 24° tot 27°, ingevoegd bij de wetten van 4 augustus 1992, 5 augustus 1992, 6 augustus 1993, 20 mei 1994, 30 juni 1994 en 28 oktober 1996, wordt vervangen door de volgende bepalingen:
" 24° van de vorderingen tot het verkrijgen van betalingsfaciliteiten zoals geregeld in artikel 59 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;
25° van de gedingen ingesteld krachtens artikel 49 van de wet op het politieambt;
26° van de vorderingen bedoeld bij artikel 13 van de wet van 30 juni 1994 houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's;
27° van de gedingen ingesteld krachtens artikel 93 van de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het militair personeel;
28° van de vorderingen die gebaseerd zijn op het internationale Verdrag ter oprichting van een internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971 en van het Protocol bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 19 november 1976 en op de wet houdende goedkeuring en uitvoering van dat Verdrag en van dat Protocol;
29° van de vorderingen tot teruggave van cultuurgoederen ingesteld op grond van artikel 7 van de wet van 28 oktober 1996 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van bepaalde buitenlandse Staten zijn gebracht. ";
B) hetzelfde lid, laatst gewijzigd bij de wet van 28 oktober 1996, wordt aangevuld als volgt:
" 30° bij gebreke van andere bepalingen luidens welke bevoegdheid wordt toegekend, de vorderingen ingesteld krachtens de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee ";
C) het tweede lid, laatst gewijzigd bij de wet van 28 oktober 1996, wordt vervangen door het volgende lid:
" In de gevallen onder het eerste lid, 8°, 17°, 21°, 28° en 29°, is alleen de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd en in het geval onder het eerste lid, 18°, die te Antwerpen. ".
Art.52. à l'article 569 du même Codé sont apportées les modifications suivantes :
A) l'alinéa premier, 24° à 27°, inséré par les lois des 4 août 1992, 5 août 1992,6 août 1993,20 mai 1994,30 juin 1994 et 28 octobre 1996, est remplacé par le texte suivant :
" 24° des demandes de facilités de paiement prévues par l'article 59 de la loi du 4 août 1992 relative au crédit hypothécaire;
25° des procédures intentées en vertu de l'article 49 de la loi sur la fonction de police;
26° des demandes visées par l'article 13 de la loi du 30 juin 1994 transposant en droit belge la directive européenne du 14 mai 1991 concernant la protection juridique des programmes d'ordinateur;
27° des procédures intentées en vertu de l'article 93 de la loi du 20 mai 1994 relative aux statuts du personnel militaire;
28° des demandes fondées sur la Convention internationale portant création d'un fonds international d'indemnisation pour les dommages dus à la pollution par les hydrocarbures, faite à Bruxelles le 18 décembre 1971, sur le Protocole à cette convention fait à Londres le 19 novembre 1976, et sur la loi portant approbation et exécution de cette Convention et de ce Protocole;
29° des demandes en restitution de biens culturels introduites sur la base de l'article 7 de la loi du 28 octobre 1996 relative à la restitution de biens culturels ayant quitté illicitement le territoire de certains Etats étrangers. ";
B) le même alinéa, modifie pour la dernière fois par la loi du 28 octobre 1996 est complété comme suit :
" 30° à défaut d'autres dispositions attributives de compétence, des demandes introduites en vertu de la loi du 22 avril 1999 concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord ";
C) le deuxième alinéa, modifié pour la dernière fois par la loi du 28 octobre 1996, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Le tribunal de première instance de Bruxelles est seul compétent dans les cas prévus au premier alinéa, 8°, 17°, 21°, 28°, et 29°, et celui d'Anvers dans le cas prévu au premier alinéa, 18°.".
A) l'alinéa premier, 24° à 27°, inséré par les lois des 4 août 1992, 5 août 1992,6 août 1993,20 mai 1994,30 juin 1994 et 28 octobre 1996, est remplacé par le texte suivant :
" 24° des demandes de facilités de paiement prévues par l'article 59 de la loi du 4 août 1992 relative au crédit hypothécaire;
25° des procédures intentées en vertu de l'article 49 de la loi sur la fonction de police;
26° des demandes visées par l'article 13 de la loi du 30 juin 1994 transposant en droit belge la directive européenne du 14 mai 1991 concernant la protection juridique des programmes d'ordinateur;
27° des procédures intentées en vertu de l'article 93 de la loi du 20 mai 1994 relative aux statuts du personnel militaire;
28° des demandes fondées sur la Convention internationale portant création d'un fonds international d'indemnisation pour les dommages dus à la pollution par les hydrocarbures, faite à Bruxelles le 18 décembre 1971, sur le Protocole à cette convention fait à Londres le 19 novembre 1976, et sur la loi portant approbation et exécution de cette Convention et de ce Protocole;
29° des demandes en restitution de biens culturels introduites sur la base de l'article 7 de la loi du 28 octobre 1996 relative à la restitution de biens culturels ayant quitté illicitement le territoire de certains Etats étrangers. ";
B) le même alinéa, modifie pour la dernière fois par la loi du 28 octobre 1996 est complété comme suit :
" 30° à défaut d'autres dispositions attributives de compétence, des demandes introduites en vertu de la loi du 22 avril 1999 concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord ";
C) le deuxième alinéa, modifié pour la dernière fois par la loi du 28 octobre 1996, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Le tribunal de première instance de Bruxelles est seul compétent dans les cas prévus au premier alinéa, 8°, 17°, 21°, 28°, et 29°, et celui d'Anvers dans le cas prévu au premier alinéa, 18°.".
Art.53. Artikel 627 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 10 februari 1998, wordt aangevuld als volgt:
Art.53. L'article 627 du même Code, modifié pour la dernière fois par la loi du 10 février 1998, est complété comme suit :
Art. 55. Voor wat de hoofdstukken V en VI van deze wet en hun uitvoeringsbesluiten betreft,
(1) wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete van duizend frank tot één miljoen frank of met een van die straffen alleen, hij die zonder vergunning of concessie een activiteit uitoefent die onderworpen is aan een vergunning of ondergeschikt aan een concessie;
(2) wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete van tweehonderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen, hij die de voorwaarden of modaliteiten niet naleeft waaraan de hem verleende vergunning of concessie zijn verbonden;
(3) wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete van tweeduizend frank tot honderdduizend frank of met een van die straffen alleen, hij die de bij artikel 60 van deze wet voorziene toegang ontzegt aan een bevoegde ambtenaar of agent;
(4) [1 wordt gestraft met een administratieve geldboete van 26 euro tot 100 000 euro, hij die de veiligheidszones en -maatregelen niet naleeft vastgesteld ter uitvoering van artikel 6 van de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat.]1
Indien de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens een der misdrijven bedoeld in het eerste lid, kunnen de hierboven voorziene straffen tot het dubbele van het maximum worden gebracht.
(1) wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete van duizend frank tot één miljoen frank of met een van die straffen alleen, hij die zonder vergunning of concessie een activiteit uitoefent die onderworpen is aan een vergunning of ondergeschikt aan een concessie;
(2) wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete van tweehonderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen, hij die de voorwaarden of modaliteiten niet naleeft waaraan de hem verleende vergunning of concessie zijn verbonden;
(3) wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete van tweeduizend frank tot honderdduizend frank of met een van die straffen alleen, hij die de bij artikel 60 van deze wet voorziene toegang ontzegt aan een bevoegde ambtenaar of agent;
(4) [1 wordt gestraft met een administratieve geldboete van 26 euro tot 100 000 euro, hij die de veiligheidszones en -maatregelen niet naleeft vastgesteld ter uitvoering van artikel 6 van de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat.]1
Indien de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens een der misdrijven bedoeld in het eerste lid, kunnen de hierboven voorziene straffen tot het dubbele van het maximum worden gebracht.
Modifications
Art. 55. Pour ce qui concerne les chapitres V et VI de la présente loi et leurs arrêtés d'exécution,
(1) est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de mille francs à un million de francs ou d'une de ces peines seulement celui qui s'est livré sans autorisation ou concession à une activité soumise à autorisation ou subordonnée à une concession;
(2) est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de deux cents francs à cinq cent mille francs ou d'une de ces peines seulement celui qui ne s'est pas conformé aux conditions ou modalités définies dans l'autorisation ou la concession qui lui a été délivrée ou octroyée;
(3) est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de deux mille francs à cent mille francs ou d'une de ces peines seulement celui qui a refusé, à un fonctionnaire ou agent compétent, les accès prévus a l'article 60 de la présente loi;
(4) [1 est puni d'une amende administrative de 26 euros à 100 000 euros, celui qui n'a pas respecté les zones et mesures de sécurité fixées en exécution de l'article 6 la loi du 13 juin 1969 concernant l'exploration et l'exploitation des ressources non vivantes de la mer territoriale et du plateau continental.]1
Si l'infraction est commise entre le coucher et le lever du soleil ou en cas de récidive dans les trois ans qui suivent une condamnation pour une des infractions visées au premier alinéa, les peines prévues ci-dessus peuvent être portées au double du maximum.
(1) est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de mille francs à un million de francs ou d'une de ces peines seulement celui qui s'est livré sans autorisation ou concession à une activité soumise à autorisation ou subordonnée à une concession;
(2) est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de deux cents francs à cinq cent mille francs ou d'une de ces peines seulement celui qui ne s'est pas conformé aux conditions ou modalités définies dans l'autorisation ou la concession qui lui a été délivrée ou octroyée;
(3) est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de deux mille francs à cent mille francs ou d'une de ces peines seulement celui qui a refusé, à un fonctionnaire ou agent compétent, les accès prévus a l'article 60 de la présente loi;
(4) [1 est puni d'une amende administrative de 26 euros à 100 000 euros, celui qui n'a pas respecté les zones et mesures de sécurité fixées en exécution de l'article 6 la loi du 13 juin 1969 concernant l'exploration et l'exploitation des ressources non vivantes de la mer territoriale et du plateau continental.]1
Si l'infraction est commise entre le coucher et le lever du soleil ou en cas de récidive dans les trois ans qui suivent une condamnation pour une des infractions visées au premier alinéa, les peines prévues ci-dessus peuvent être portées au double du maximum.
Modifications
Art. 55/1. [1 Het bestraffen van feiten, die uitsluitend kunnen worden bestraft met een administratieve geldboete, moet gebeuren overeenkomstig de procedure voor gedepenaliseerde inbreuken vastgelegd in de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten.]1
Art. 55/1. [1 La répression des faits, qui ne peuvent être sanctionnés que par une amende administrative, doit se faire conformément à la procédure pour les infractions dépénalisées définie dans la loi du 25 décembre 2016 instituant des amendes administratives applicables en cas d'infractions aux lois sur la navigation.]1
Modifications
Art.55. Voor wat de hoofdstukken V en VI van deze wet en hun uitvoeringsbesluiten betreft,
(1) wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete van duizend frank tot één miljoen frank of met een van die straffen alleen, hij die zonder vergunning of concessie een activiteit uitoefent die onderworpen is aan een vergunning of ondergeschikt aan een concessie;
(2) wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete van tweehonderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen, hij die de voorwaarden of modaliteiten niet naleeft waaraan de hem verleende vergunning of concessie zijn verbonden;
(3) wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete van tweeduizend frank tot honderdduizend frank of met een van die straffen alleen, hij die de bij artikel 60 van deze wet voorziene toegang ontzegt aan een bevoegde ambtenaar of agent;
(4) [1 wordt gestraft met een administratieve geldboete van 26 euro tot 100 000 euro, hij die de veiligheidszones en -maatregelen niet naleeft vastgesteld ter uitvoering van artikel 6 van de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat.]1
Indien de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens een der misdrijven bedoeld in het eerste lid, kunnen de hierboven voorziene straffen tot het dubbele van het maximum worden gebracht.
(1) wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete van duizend frank tot één miljoen frank of met een van die straffen alleen, hij die zonder vergunning of concessie een activiteit uitoefent die onderworpen is aan een vergunning of ondergeschikt aan een concessie;
(2) wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete van tweehonderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen, hij die de voorwaarden of modaliteiten niet naleeft waaraan de hem verleende vergunning of concessie zijn verbonden;
(3) wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete van tweeduizend frank tot honderdduizend frank of met een van die straffen alleen, hij die de bij artikel 60 van deze wet voorziene toegang ontzegt aan een bevoegde ambtenaar of agent;
(4) [1 wordt gestraft met een administratieve geldboete van 26 euro tot 100 000 euro, hij die de veiligheidszones en -maatregelen niet naleeft vastgesteld ter uitvoering van artikel 6 van de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat.]1
Indien de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens een der misdrijven bedoeld in het eerste lid, kunnen de hierboven voorziene straffen tot het dubbele van het maximum worden gebracht.
Modifications
Art.55. Pour ce qui concerne les chapitres V et VI de la présente loi et leurs arrêtés d'exécution,
(1) est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de mille francs à un million de francs ou d'une de ces peines seulement celui qui s'est livré sans autorisation ou concession à une activité soumise à autorisation ou subordonnée à une concession;
(2) est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de deux cents francs à cinq cent mille francs ou d'une de ces peines seulement celui qui ne s'est pas conformé aux conditions ou modalités définies dans l'autorisation ou la concession qui lui a été délivrée ou octroyée;
(3) est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de deux mille francs à cent mille francs ou d'une de ces peines seulement celui qui a refusé, à un fonctionnaire ou agent compétent, les accès prévus a l'article 60 de la présente loi;
(4) [1 est puni d'une amende administrative de 26 euros à 100 000 euros, celui qui n'a pas respecté les zones et mesures de sécurité fixées en exécution de l'article 6 la loi du 13 juin 1969 concernant l'exploration et l'exploitation des ressources non vivantes de la mer territoriale et du plateau continental.]1
Si l'infraction est commise entre le coucher et le lever du soleil ou en cas de récidive dans les trois ans qui suivent une condamnation pour une des infractions visées au premier alinéa, les peines prévues ci-dessus peuvent être portées au double du maximum.
(1) est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de mille francs à un million de francs ou d'une de ces peines seulement celui qui s'est livré sans autorisation ou concession à une activité soumise à autorisation ou subordonnée à une concession;
(2) est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de deux cents francs à cinq cent mille francs ou d'une de ces peines seulement celui qui ne s'est pas conformé aux conditions ou modalités définies dans l'autorisation ou la concession qui lui a été délivrée ou octroyée;
(3) est puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de deux mille francs à cent mille francs ou d'une de ces peines seulement celui qui a refusé, à un fonctionnaire ou agent compétent, les accès prévus a l'article 60 de la présente loi;
(4) [1 est puni d'une amende administrative de 26 euros à 100 000 euros, celui qui n'a pas respecté les zones et mesures de sécurité fixées en exécution de l'article 6 la loi du 13 juin 1969 concernant l'exploration et l'exploitation des ressources non vivantes de la mer territoriale et du plateau continental.]1
Si l'infraction est commise entre le coucher et le lever du soleil ou en cas de récidive dans les trois ans qui suivent une condamnation pour une des infractions visées au premier alinéa, les peines prévues ci-dessus peuvent être portées au double du maximum.
Modifications
Art. 55/1. [1 Het bestraffen van feiten, die uitsluitend kunnen worden bestraft met een administratieve geldboete, moet gebeuren overeenkomstig de procedure voor gedepenaliseerde inbreuken vastgelegd in de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten.]1
Art. 55/1. [1 La répression des faits, qui ne peuvent être sanctionnés que par une amende administrative, doit se faire conformément à la procédure pour les infractions dépénalisées définie dans la loi du 25 décembre 2016 instituant des amendes administratives applicables en cas d'infractions aux lois sur la navigation.]1
Modifications
Art. 58. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen worden in de rubriek " 25 - 4 Fonds Leefmilieu "tussen de woorden " de geldboeten bedoeld in artikel 30 van de wet van 6 april 1995 betreffende de voorkoming van de verontreiniging door schepen " en " Aard van de gemachtigde uitgaven de woorden " de geldboeten bedoeld in artikel 55 van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee " ingevoegd.
Art. 58. Au tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, à la rubrique " 25 - 4 Fonds Environnement ", les mots " les amendes visées à l'article 55 de la loi du 22 avril 1999 concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord " sont insérés entre les mots " les amendes visées à l'article 30 de la loi du 6 avril 1995 relative à la prévention de la pollution de la mer par les navires " et " Nature des dépenses autorisées ".
Art. 59. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie waken (de met de politie te water belaste federale politieambtenaren en de daartoe aangestelde met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren), de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en vliegtuigen van de Staat en hun aangestelden, de ambtenaren en agenten van de Beheerseenheid Mathematisch Model Noordzee, de ambtenaren en agenten van het ministerie van Economische Zaken, aangeduid door de minister die de economische zaken onder zijn bevoegdheid heeft en de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine over de toepassing van deze wet en de in uitvoering daarvan genomen besluiten. Zij sporen overtredingen daarvan op en stellen ie vast in processen-verbaal die bewijskracht hebben tot het tegendeel is bewezen. <W 1999-05-03/30, art. 99, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
Art. 59. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, (les fonctionnaires de la police fédérale chargée de la police des eaux et les fonctionnaires chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet), les commandants des bâtiments et aéronefs patrouilleurs de l'état et leurs préposés, les fonctionnaires et agents de l'Unité de Gestion du Modèle Mathématique de la mer du Nord, les fonctionnaires et agents du ministère des Affaires économiques désignés par le ministre qui a les Affaires économiques dans ses attributions et les officiers et sous-officiers de la Marine mandatés à cet effet veillent à l'application de la présente loi et des arrêtés pris en vue de son exécution. Ils recherchent les infractions et les constatent par des procès-verbaux, faisant foi jusqu'à la preuve du contraire. <L 1999-05-03/30, art. 99, 002; En vigueur : 01-04-1999>
Art. 60. De in artikel 59 vermelde ambtenaren en agenten hebben het recht te allen a)de schepen, ondernemingen, aanligplaatsen, kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen en andere plaatsen te betreden teneinde er de vaststellingen te doen welke tot hun opdracht behoren, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is. Zij kunnen zich doen bijstaan door deskundigen. Zo nodig kunnen zij een beroep doen op de openbare macht om zich tot die plaatsen toegang te verschaffen.
Art. 60. Les fonctionnaires et agents visés à l'article 59 ont à tout moment droit à l'accès aux navires, entreprises, lieux d'amarrage, îles artificielles, installations, ouvrages et autres endroits, pour autant que leur présence soit raisonnablement requise pour l'accomplissement de leur tâche, en vue de procéder aux constations inhérentes à leur mission. Ils peuvent se faire assister par des experts. Au besoin, ils peuvent recourir à la force publique pour s'introduire dans ces lieux.
Art.59. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie waken (de met de politie te water belaste federale politieambtenaren en de daartoe aangestelde met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren), de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en vliegtuigen van de Staat en hun aangestelden, de ambtenaren en agenten van de Beheerseenheid Mathematisch Model Noordzee, de ambtenaren en agenten van het ministerie van Economische Zaken, aangeduid door de minister die de economische zaken onder zijn bevoegdheid heeft en de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine over de toepassing van deze wet en de in uitvoering daarvan genomen besluiten. Zij sporen overtredingen daarvan op en stellen ie vast in processen-verbaal die bewijskracht hebben tot het tegendeel is bewezen. <W 1999-05-03/30, art. 99, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
Art.59. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, (les fonctionnaires de la police fédérale chargée de la police des eaux et les fonctionnaires chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet), les commandants des bâtiments et aéronefs patrouilleurs de l'état et leurs préposés, les fonctionnaires et agents de l'Unité de Gestion du Modèle Mathématique de la mer du Nord, les fonctionnaires et agents du ministère des Affaires économiques désignés par le ministre qui a les Affaires économiques dans ses attributions et les officiers et sous-officiers de la Marine mandatés à cet effet veillent à l'application de la présente loi et des arrêtés pris en vue de son exécution. Ils recherchent les infractions et les constatent par des procès-verbaux, faisant foi jusqu'à la preuve du contraire. <L 1999-05-03/30, art. 99, 002; En vigueur : 01-04-1999>
Art.60. De in artikel 59 vermelde ambtenaren en agenten hebben het recht te allen a)de schepen, ondernemingen, aanligplaatsen, kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen en andere plaatsen te betreden teneinde er de vaststellingen te doen welke tot hun opdracht behoren, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is. Zij kunnen zich doen bijstaan door deskundigen. Zo nodig kunnen zij een beroep doen op de openbare macht om zich tot die plaatsen toegang te verschaffen.
Art.60. Les fonctionnaires et agents visés à l'article 59 ont à tout moment droit à l'accès aux navires, entreprises, lieux d'amarrage, îles artificielles, installations, ouvrages et autres endroits, pour autant que leur présence soit raisonnablement requise pour l'accomplissement de leur tâche, en vue de procéder aux constations inhérentes à leur mission. Ils peuvent se faire assister par des experts. Au besoin, ils peuvent recourir à la force publique pour s'introduire dans ces lieux.