Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° wet van 5 september 1952 : de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel;
2° wet van 15 april 1965 : de wet van 15 april 1965 betreffende de keuring van en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild en tot wijziging van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel;
3° vlees of vis : vlees of vis en voedingsmiddelen die vlees of vis bevatten bedoeld in de wetten van 5 september 1952 en 15 april 1965;
4° inrichting : een inrichting die is erkend in toepassing van de wetten van 5 september 1952 en 15 april 1965;
5° slachtbeurt : de dagelijkse duur van de slachtactiviteit uitgevoerd aan eenzelfde slachtlijn, te rekenen vanaf het doden van het eerste dier tot de weging of het begin van de koeling van het laatst geslachte dier, verminderd met de duur van de voorziene onderbrekingen van meer dan een half uur en de noodslachtingen die na de andere slachtingen worden uitgevoerd;
6° slachttijd : de som van alle slachtbeurten per slachtlijn gedurende een kalendermaand;
7° slachtritme : het aantal geslachte dieren per maand gedeeld door de slachttijd, desgevallend vermenigvuldigd met 2 voor de slachtlijnen die worden uitgeplitst in meerdere evisceratielijnen, en waarbij elke slachtbeurt geacht wordt minstens één uur te duren;
8° jonge runderen : runderen jonger dan één jaar;
9° partij : een hoeveelheid vlees of vis zoals omschreven in de Europese wetgeving inzake de veterinaire controles bij invoer van producten vanuit derde landen;
10° Instituut : het Instituut voor veterinaire keuring;
11° Minister : de Minister tot wiens bevoegdheid de volksgezondheid behoort.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
22 DECEMBER 1998. - Koninklijk besluit betreffende de financiering van het Instituut voor veterinaire keuring.
Titre
22 DECEMBRE 1998. - Arrêté royal relatif au financement de l'Institut d'expertise vétérinaire.
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (31)
Texte (31)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° loi du 5 septembre 1952 : la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes;
2° loi du 15 avril 1965 : la loi du 15 avril 1965 concernant l'expertise et le commerce du poisson, des volailles, des lapins et du gibier et modifiant la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes;
3° viandes ou poisson : des viandes ou du poisson et des denrées alimentaires qui contiennent des viandes ou du poisson, visés par les lois des 5 septembre 1952 et 15 avril 1965;
4° établissement : un établissement agréé en application des lois des 5 septembre 1952 et 15 avril 1965;
5° séance d'abattage : la durée journalière de l'activité d'abattage effectuée à une même chaîne d'abattage, à compter de la mise à mort du premier animal jusqu'à la pesée ou jusqu'au début du refroidissement du dernier animal abattu, diminuée de la durée des interruptions prévues de plus d'une demi-heure et des abattages de nécessité effectués après les autres abattages;
6° durée d'abattage : la somme de toutes les séances d'abattage, par chaîne d'abattage, durant un mois calendrier;
7° rythme d'abattage : le nombre d'animaux abattus par mois divisé par la durée d'abattage, multiplié éventuellement par 2 pour les chaînes d'abattage dédoublées en plusieurs lignes d'éviscération et en considérant que chaque séance d'abattage dure au moins une heure;
8° jeunes bovins : bovins âgés de moins d'un an;
9° lot : une quantité de viandes ou de poisson telle que décrite dans la législation européenne relative aux contrôles vétérinaires lors de l'importation de produits de pays tiers;
10° Institut : l'Institut d'expertise vétérinaire;
11° Ministre : le Ministre qui a la santé publique dans ses attributions.
1° loi du 5 septembre 1952 : la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes;
2° loi du 15 avril 1965 : la loi du 15 avril 1965 concernant l'expertise et le commerce du poisson, des volailles, des lapins et du gibier et modifiant la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes;
3° viandes ou poisson : des viandes ou du poisson et des denrées alimentaires qui contiennent des viandes ou du poisson, visés par les lois des 5 septembre 1952 et 15 avril 1965;
4° établissement : un établissement agréé en application des lois des 5 septembre 1952 et 15 avril 1965;
5° séance d'abattage : la durée journalière de l'activité d'abattage effectuée à une même chaîne d'abattage, à compter de la mise à mort du premier animal jusqu'à la pesée ou jusqu'au début du refroidissement du dernier animal abattu, diminuée de la durée des interruptions prévues de plus d'une demi-heure et des abattages de nécessité effectués après les autres abattages;
6° durée d'abattage : la somme de toutes les séances d'abattage, par chaîne d'abattage, durant un mois calendrier;
7° rythme d'abattage : le nombre d'animaux abattus par mois divisé par la durée d'abattage, multiplié éventuellement par 2 pour les chaînes d'abattage dédoublées en plusieurs lignes d'éviscération et en considérant que chaque séance d'abattage dure au moins une heure;
8° jeunes bovins : bovins âgés de moins d'un an;
9° lot : une quantité de viandes ou de poisson telle que décrite dans la législation européenne relative aux contrôles vétérinaires lors de l'importation de produits de pays tiers;
10° Institut : l'Institut d'expertise vétérinaire;
11° Ministre : le Ministre qui a la santé publique dans ses attributions.
HOOFDSTUK II. - Bedrag van de rechten.
CHAPITRE II. - Montant des droits.
Art. 2. § 1. Lastens de exploitant van een slachthuis voor slachtdieren wordt een keurrecht geïnd bestaande uit :
1° een bedrag per dier dat, rekening houdend met het slachtritme, per categorie van dieren is vastgesteld :
a) in hoofdstuk I van de bijlage voor de kalendermaanden gedurende welke aan dezelfde slachtlijn uitsluitend dieren van dezelfde categorie worden geslacht;
b) in hoofdstuk II van de bijlage voor de kalendermaanden gedurende welke aan dezelfde slachtlijn dieren worden geslacht die tot verschillende categorieën behoren en waarvan het aantal voor de berekening van het slachtritme wordt omgezet tot rundvee-eenheden overeenkomstig hoofdstuk III van de bijlage;
2° een bedrag per dier voor de opsporing van residuen dat is vastgesteld in hoofdstuk VI van de bijlage.
Het bedrag voor varkens bedoeld onder 1° wordt verhoogd met 20 % indien de aangestelde van het slachthuis de tonsillen niet wegsnijdt.
De rechten die in toepassing van 1° per slachtlijn worden geïnd mogen niet lager zijn dan de slachttijd vermenigvuldigd met 1 800 F.
Het bedrag van de rechten bedoeld onder 1° en 2° is eveneens van toepassing op de dieren die niet levend in het slachthuis worden binnengebracht, met uitzondering van de in nood geslachte dieren.
Voor dieren die niet aan de slachtlijn worden geslacht, is het bedrag van de rechten bedoeld in § 2, 1° en 2° van dit artikel van toepassing.
Wanneer de slachtbeurt later dan voorzien een aanvang neemt, wordt het in het slachtplan opgegeven tijdstip als begin van de slachtbeurt in aanmerking genomen.
§ 2. Lastens de exploitant van een slachthuis voor slachtdieren met een geringe capaciteit, wordt een keurrecht geïnd bestaande uit :
1° een bedrag per dier dat is vastgesteld als volgt :
- runderen en eenhoevigen : 450 F;
- jonge runderen : 250 F;
- varkens en everzwijnen, met een geslacht gewicht van :
- 25 kg of meer : 130 F;
- minder dan 25 kg : 50 F;
- loopvogels : 130 F;
- schapen, geiten en wilde herkauwers, met een geslacht gewicht van :
- minder dan 12 kg : 17,50 F;
- 12 kg tot 18 kg : 35 F;
- meer dan 18 kg : 50 F;
2° een bedrag per dier voor de opsporing van residuen dat is vastgesteld in hoofdstuk VI van de bijlage.
Het bedrag van de rechten bedoeld onder 1° en 2° is eveneens van toepassing op de dieren die niet levend in het slachthuis worden binnengebracht, met uitzondering van de in nood geslachte dieren.
Indien de rechten bedoeld onder 1°, per slachtdag verschuldigd voor het gezondheidsonderzoek vóór de slachting en de keuring na de slachting, lager zijn dan 1 800 F, wordt een bedrag van 1 800 F geïnd, verhoogd met 900 F per aangevraagde bijkomende opdracht.
§ 3. In afwijking van de §§ 1, 1°, en 2, 1° van dit artikel, is het bedrag van het recht voor de in nood geslachte dieren, vastgesteld als volgt :
a) runderen en eenhoevigen : 800 F per dier;
b) jonge runderen : 400 F per dier;
c) andere dieren : 200 F per dier.
§ 4. De rechten bedoeld in artikel 2, §§ 1, 1°, 2, 1°, en 3 worden verhoogd met 900 F per dier of groep van dieren, waarvan het identificatiedocument ontbreekt, ongeldig is of niet overeenstemt met het dier of de groep van dieren.
1° een bedrag per dier dat, rekening houdend met het slachtritme, per categorie van dieren is vastgesteld :
a) in hoofdstuk I van de bijlage voor de kalendermaanden gedurende welke aan dezelfde slachtlijn uitsluitend dieren van dezelfde categorie worden geslacht;
b) in hoofdstuk II van de bijlage voor de kalendermaanden gedurende welke aan dezelfde slachtlijn dieren worden geslacht die tot verschillende categorieën behoren en waarvan het aantal voor de berekening van het slachtritme wordt omgezet tot rundvee-eenheden overeenkomstig hoofdstuk III van de bijlage;
2° een bedrag per dier voor de opsporing van residuen dat is vastgesteld in hoofdstuk VI van de bijlage.
Het bedrag voor varkens bedoeld onder 1° wordt verhoogd met 20 % indien de aangestelde van het slachthuis de tonsillen niet wegsnijdt.
De rechten die in toepassing van 1° per slachtlijn worden geïnd mogen niet lager zijn dan de slachttijd vermenigvuldigd met 1 800 F.
Het bedrag van de rechten bedoeld onder 1° en 2° is eveneens van toepassing op de dieren die niet levend in het slachthuis worden binnengebracht, met uitzondering van de in nood geslachte dieren.
Voor dieren die niet aan de slachtlijn worden geslacht, is het bedrag van de rechten bedoeld in § 2, 1° en 2° van dit artikel van toepassing.
Wanneer de slachtbeurt later dan voorzien een aanvang neemt, wordt het in het slachtplan opgegeven tijdstip als begin van de slachtbeurt in aanmerking genomen.
§ 2. Lastens de exploitant van een slachthuis voor slachtdieren met een geringe capaciteit, wordt een keurrecht geïnd bestaande uit :
1° een bedrag per dier dat is vastgesteld als volgt :
- runderen en eenhoevigen : 450 F;
- jonge runderen : 250 F;
- varkens en everzwijnen, met een geslacht gewicht van :
- 25 kg of meer : 130 F;
- minder dan 25 kg : 50 F;
- loopvogels : 130 F;
- schapen, geiten en wilde herkauwers, met een geslacht gewicht van :
- minder dan 12 kg : 17,50 F;
- 12 kg tot 18 kg : 35 F;
- meer dan 18 kg : 50 F;
2° een bedrag per dier voor de opsporing van residuen dat is vastgesteld in hoofdstuk VI van de bijlage.
Het bedrag van de rechten bedoeld onder 1° en 2° is eveneens van toepassing op de dieren die niet levend in het slachthuis worden binnengebracht, met uitzondering van de in nood geslachte dieren.
Indien de rechten bedoeld onder 1°, per slachtdag verschuldigd voor het gezondheidsonderzoek vóór de slachting en de keuring na de slachting, lager zijn dan 1 800 F, wordt een bedrag van 1 800 F geïnd, verhoogd met 900 F per aangevraagde bijkomende opdracht.
§ 3. In afwijking van de §§ 1, 1°, en 2, 1° van dit artikel, is het bedrag van het recht voor de in nood geslachte dieren, vastgesteld als volgt :
a) runderen en eenhoevigen : 800 F per dier;
b) jonge runderen : 400 F per dier;
c) andere dieren : 200 F per dier.
§ 4. De rechten bedoeld in artikel 2, §§ 1, 1°, 2, 1°, en 3 worden verhoogd met 900 F per dier of groep van dieren, waarvan het identificatiedocument ontbreekt, ongeldig is of niet overeenstemt met het dier of de groep van dieren.
Art. 2. § 1. A charge de l'exploitant d'un abattoir d'animaux de boucherie, il est percu un droit d'expertise constitué :
1° d'un montant par animal fixé, en tenant compte du rythme d'abattage, par catégorie d'animaux :
a) au chapitre I de l'annexe pour les mois calendrier durant lesquels sont abattus à la même chaîne d'abattage uniquement des animaux de la même catégorie;
b) au chapitre II de l'annexe pour les mois calendrier durant lesquels sont abattus à la même chaîne d'abattage des animaux appartenant à des catégories différentes et dont le nombre, pour le calcul du rythme d'abattage, est converti en unités de bovins conformément au chapitre III de l'annexe;
2° d'un montant par animal pour la recherche de résidus, fixé au chapitre VI de l'annexe.
Le montant pour les porcs, visé au 1°, est majoré de 20 % si le préposé de l'abattoir n'enlève pas les amygdales.
Les droits percus en application du 1° par chaîne d'abattage ne peuvent pas être inférieurs à la durée d'abattage multipliée par 1 800 F.
Le montant des droits visés au 1° et 2° est également applicable aux animaux qui ne sont pas vivants au moment de leur arrivée à l'abattoir, à l'exception des animaux abattus pour cause de nécessité.
Pour les animaux qui ne sont pas abattus à la chaîne d'abattage, le montant des droits visés au § 2, 1° et 2° du présent article est applicable.
Lorsque la séance d'abattage commence plus tard que prévue, l'heure indiquée dans le plan d'abattage est prise en considération comme début de la séance d'abattage.
§ 2. A charge de l'exploitant d'un abattoir d'animaux de boucherie de faible capacité, il est percu un droit d'expertise constitué :
1° d'un montant par animal, fixé comme suit :
- bovins et solipèdes : 450 F;
- jeunes bovins : 250 F;
- porcs et sangliers, d'un poids carcasse de :
- 25 kg ou plus : 130 F;
- moins de 25 kg : 50 F;
- ratites : 130 F;
- moutons, chèvres et ruminants sauvages, d'un poids carcasse de :
- moins de 12 kg : 17,50 F;
- 12 kg à 18 kg : 35 F;
- plus de 18 kg : 50 F;
2° d'un montant par animal pour la recherche de résidus, fixé au chapitre VI de l'annexe.
Le montant des droits visés au 1° et 2° est également applicable aux animaux qui ne sont pas vivants au moment de leur arrivée à l'abattoir, à l'exception des animaux abattus pour cause de nécessité.
Lorsque les droits visés au 1°, redevables par jour d'abattage pour l'examen sanitaire avant l'abattage et l'expertise après l'abattage, sont inférieurs à 1 800 F, un montant de 1 800 F est percu, majoré de 900 F par mission supplémentaire demandée.
§ 3. Par dérogation aux §§ 1, 1°, et 2, 1° du présent article, le montant du droit pour les animaux abattus pour cause de nécessité est fixé comme suit :
a) bovins et solipèdes : 800 F par animal;
b) jeunes bovins : 400 F par animal;
c) autres animaux : 200 F par animal.
§ 4. Les droits visés à l'article 2, §§ 1, 1°, 2, 1°, et 3 sont majorés de 900 F par animal ou groupe d'animaux, dont le document d'identification n'est pas valable ou ne correspond pas avec l'animal ou le groupe d'animaux.
1° d'un montant par animal fixé, en tenant compte du rythme d'abattage, par catégorie d'animaux :
a) au chapitre I de l'annexe pour les mois calendrier durant lesquels sont abattus à la même chaîne d'abattage uniquement des animaux de la même catégorie;
b) au chapitre II de l'annexe pour les mois calendrier durant lesquels sont abattus à la même chaîne d'abattage des animaux appartenant à des catégories différentes et dont le nombre, pour le calcul du rythme d'abattage, est converti en unités de bovins conformément au chapitre III de l'annexe;
2° d'un montant par animal pour la recherche de résidus, fixé au chapitre VI de l'annexe.
Le montant pour les porcs, visé au 1°, est majoré de 20 % si le préposé de l'abattoir n'enlève pas les amygdales.
Les droits percus en application du 1° par chaîne d'abattage ne peuvent pas être inférieurs à la durée d'abattage multipliée par 1 800 F.
Le montant des droits visés au 1° et 2° est également applicable aux animaux qui ne sont pas vivants au moment de leur arrivée à l'abattoir, à l'exception des animaux abattus pour cause de nécessité.
Pour les animaux qui ne sont pas abattus à la chaîne d'abattage, le montant des droits visés au § 2, 1° et 2° du présent article est applicable.
Lorsque la séance d'abattage commence plus tard que prévue, l'heure indiquée dans le plan d'abattage est prise en considération comme début de la séance d'abattage.
§ 2. A charge de l'exploitant d'un abattoir d'animaux de boucherie de faible capacité, il est percu un droit d'expertise constitué :
1° d'un montant par animal, fixé comme suit :
- bovins et solipèdes : 450 F;
- jeunes bovins : 250 F;
- porcs et sangliers, d'un poids carcasse de :
- 25 kg ou plus : 130 F;
- moins de 25 kg : 50 F;
- ratites : 130 F;
- moutons, chèvres et ruminants sauvages, d'un poids carcasse de :
- moins de 12 kg : 17,50 F;
- 12 kg à 18 kg : 35 F;
- plus de 18 kg : 50 F;
2° d'un montant par animal pour la recherche de résidus, fixé au chapitre VI de l'annexe.
Le montant des droits visés au 1° et 2° est également applicable aux animaux qui ne sont pas vivants au moment de leur arrivée à l'abattoir, à l'exception des animaux abattus pour cause de nécessité.
Lorsque les droits visés au 1°, redevables par jour d'abattage pour l'examen sanitaire avant l'abattage et l'expertise après l'abattage, sont inférieurs à 1 800 F, un montant de 1 800 F est percu, majoré de 900 F par mission supplémentaire demandée.
§ 3. Par dérogation aux §§ 1, 1°, et 2, 1° du présent article, le montant du droit pour les animaux abattus pour cause de nécessité est fixé comme suit :
a) bovins et solipèdes : 800 F par animal;
b) jeunes bovins : 400 F par animal;
c) autres animaux : 200 F par animal.
§ 4. Les droits visés à l'article 2, §§ 1, 1°, 2, 1°, et 3 sont majorés de 900 F par animal ou groupe d'animaux, dont le document d'identification n'est pas valable ou ne correspond pas avec l'animal ou le groupe d'animaux.
Art. 3. § 1. Lastens de exploitant van een slachthuis voor gevogelte en konijnen wordt een keurrecht geïnd bestaande uit :
1° een bedrag per dier dat, rekening houdend met het slachtritme, per categorie van dieren is vastgesteld :
a) in hoofdstuk IV van de bijlage voor de kalendermaanden gedurende welke aan dezelfde slachtlijn uitsluitend gevogelte, konijnen of klein veder- of haarwild van eenzelfde categorie worden geslacht;
b) in hoofdstuk V van de bijlage voor de kalendermaanden gedurende welke aan dezelfde slachtlijn dieren worden geslacht die tot verschillende categorieën behoren en waarvan het aantal voor de berekening van het slachtritme wordt omgezet tot pluimvee-eenheden overeenkomstig hoofdstuk III van de bijlage;
2° een bedrag per dier voor de opsporing van residuen dat is vastgesteld in hoofdstuk VI van de bijlage.
De rechten die in toepassing van 1° per slachtlijn worden geïnd mogen niet lager zijn dan de slachttijd vermenigvuldigd met 1 800 F.
In afwijking van het bepaalde onder 1°, wordt in een slachthuis waar de keurder met het akkoord van de Minister wordt bijgestaan door aangestelden van het slachthuis, dit bedrag per slachtlijn vastgesteld als volgt :
1° een bedrag per dier dat, rekening houdend met het slachtritme, per categorie van dieren is vastgesteld :
a) in hoofdstuk IV van de bijlage voor de kalendermaanden gedurende welke aan dezelfde slachtlijn uitsluitend gevogelte, konijnen of klein veder- of haarwild van eenzelfde categorie worden geslacht;
b) in hoofdstuk V van de bijlage voor de kalendermaanden gedurende welke aan dezelfde slachtlijn dieren worden geslacht die tot verschillende categorieën behoren en waarvan het aantal voor de berekening van het slachtritme wordt omgezet tot pluimvee-eenheden overeenkomstig hoofdstuk III van de bijlage;
2° een bedrag per dier voor de opsporing van residuen dat is vastgesteld in hoofdstuk VI van de bijlage.
De rechten die in toepassing van 1° per slachtlijn worden geïnd mogen niet lager zijn dan de slachttijd vermenigvuldigd met 1 800 F.
In afwijking van het bepaalde onder 1°, wordt in een slachthuis waar de keurder met het akkoord van de Minister wordt bijgestaan door aangestelden van het slachthuis, dit bedrag per slachtlijn vastgesteld als volgt :
Art. 3. § 1. A charge de l'exploitant d'un abattoir de volailles et de lapins, il est percu un droit d'expertise constitué :
1° d'un montant par animal fixé, en tenant compte du rythme d'abattage, par catégorie d'animaux :
a) au chapitre IV de l'annexe pour les mois calendrier durant lesquels sont abattus à la même chaîne d'abattage uniquement des volailles, des lapins ou du petit gibier à plumes ou à poil de la même catégorie;
b) au chapitre V de l'annexe pour les mois calendrier durant lesquels sont abattus à la même chaîne d'abattage des animaux appartenant à des catégories différentes et dont le nombre, pour le calcul du rythme d'abattage, est converti en unités de volailles conformément au chapitre III de l'annexe;
2° d'un montant par animal pour la recherche de résidus, fixé au chapitre VI de l'annexe.
Les droits percus en application du 1° par chaîne d'abattage ne peuvent pas être inférieurs à la durée d'abattage multipliée par 1 800 F.
Par dérogation aux dispositions du 1°, dans un abattoir où, moyennant l'accord du Ministre, l'expert est assisté par des préposés de l'abattoir, ce montant est fixé par chaîne d'abattage comme suit :
1° d'un montant par animal fixé, en tenant compte du rythme d'abattage, par catégorie d'animaux :
a) au chapitre IV de l'annexe pour les mois calendrier durant lesquels sont abattus à la même chaîne d'abattage uniquement des volailles, des lapins ou du petit gibier à plumes ou à poil de la même catégorie;
b) au chapitre V de l'annexe pour les mois calendrier durant lesquels sont abattus à la même chaîne d'abattage des animaux appartenant à des catégories différentes et dont le nombre, pour le calcul du rythme d'abattage, est converti en unités de volailles conformément au chapitre III de l'annexe;
2° d'un montant par animal pour la recherche de résidus, fixé au chapitre VI de l'annexe.
Les droits percus en application du 1° par chaîne d'abattage ne peuvent pas être inférieurs à la durée d'abattage multipliée par 1 800 F.
Par dérogation aux dispositions du 1°, dans un abattoir où, moyennant l'accord du Ministre, l'expert est assisté par des préposés de l'abattoir, ce montant est fixé par chaîne d'abattage comme suit :
- een slachtlijn :
slachttijd x 1 800 F x 1,1/aantal dieren ;
- twee slachtlijnen gelijktijdig :
slachttijd x 1 800 F x 0,8/aantal dieren .
slachttijd x 1 800 F x 1,1/aantal dieren ;
- twee slachtlijnen gelijktijdig :
slachttijd x 1 800 F x 0,8/aantal dieren .
- une chaine d'abattage :
duree d'abattage x 1 800 F x 1,1/nombre d'animaux;
- deux chaines d'abattage simultanees :
duree d'abattage x 1 800 F x 0,8/nombre d'animaux .
duree d'abattage x 1 800 F x 1,1/nombre d'animaux;
- deux chaines d'abattage simultanees :
duree d'abattage x 1 800 F x 0,8/nombre d'animaux .
Het bedrag van de rechten bedoeld onder 1° en 2° is eveneens van toepassing op de dieren die niet levend in het slachthuis worden binnengebracht.
Wanneer de slachtbeurt later dan voorzien een aanvang neemt, wordt het in het slachtplan opgegeven tijdstip als begin van de slachtbeurt in aanmerking genomen.
§ 2. Lastens de exploitant van een slachthuis voor gevogelte en konijnen met een geringe capaciteit, wordt een keurrecht geïnd bestaande uit :
1° een bedrag per dier dat is vastgesteld als volgt :
a) gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht lager dan 2 kg : 1,15 F;
b) gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht van 2 kg tot 5 kg : 2,30 F;
c) gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht van meer dan 5 kg : 4,60 F;
d) loopvogels : 130 F;
2° een bedrag per dier voor de opsporing van residuen dat is vastgesteld in hoofdstuk VI van de bijlage.
Indien de rechten bedoeld onder 1°, per slachtdag verschuldigd voor het gezondheidsonderzoek vóór en de keuring na de slachting, lager zijn dan 1 800 F, wordt een bedrag van 1 800 F geïnd, verhoogd met 900 F per aangevraagde bijkomende opdracht.
Het bedrag van de rechten bedoeld onder 1° en 2° is van toepassing op de dieren die niet levend in het slachthuis worden binnengebracht.
§ 3. De exploitant van een slachthuis voor gevogelte en konijnen, bedoeld in § 1 van dit artikel, is ertoe gehouden een teller te plaatsen die het aantal geslachte dieren weergeeft.
§ 4. De rechten bedoeld in artikel 3, §§ 1, 1°, en 2, 1° worden verhoogd met 900 F per dier of groep van dieren waarvan het identificatiedocument ontbreekt, ongeldig is of niet overeenstemt met het dier of de groep van dieren.
Wanneer de slachtbeurt later dan voorzien een aanvang neemt, wordt het in het slachtplan opgegeven tijdstip als begin van de slachtbeurt in aanmerking genomen.
§ 2. Lastens de exploitant van een slachthuis voor gevogelte en konijnen met een geringe capaciteit, wordt een keurrecht geïnd bestaande uit :
1° een bedrag per dier dat is vastgesteld als volgt :
a) gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht lager dan 2 kg : 1,15 F;
b) gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht van 2 kg tot 5 kg : 2,30 F;
c) gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht van meer dan 5 kg : 4,60 F;
d) loopvogels : 130 F;
2° een bedrag per dier voor de opsporing van residuen dat is vastgesteld in hoofdstuk VI van de bijlage.
Indien de rechten bedoeld onder 1°, per slachtdag verschuldigd voor het gezondheidsonderzoek vóór en de keuring na de slachting, lager zijn dan 1 800 F, wordt een bedrag van 1 800 F geïnd, verhoogd met 900 F per aangevraagde bijkomende opdracht.
Het bedrag van de rechten bedoeld onder 1° en 2° is van toepassing op de dieren die niet levend in het slachthuis worden binnengebracht.
§ 3. De exploitant van een slachthuis voor gevogelte en konijnen, bedoeld in § 1 van dit artikel, is ertoe gehouden een teller te plaatsen die het aantal geslachte dieren weergeeft.
§ 4. De rechten bedoeld in artikel 3, §§ 1, 1°, en 2, 1° worden verhoogd met 900 F per dier of groep van dieren waarvan het identificatiedocument ontbreekt, ongeldig is of niet overeenstemt met het dier of de groep van dieren.
Le montant des droits visés au 1° et 2° est également applicable aux animaux qui ne sont pas vivants au moment de leur arrivée à l'abattoir.
Lorsque la séance d'abattage commence plus tard que prévue, l'heure indiquée dans le plan d'abattage est prise en considération comme début de la séance d'abattage.
§ 2. A charge de l'exploitant d'un abattoir de volailles et de lapins de faible capacité, il est percu un droit d'expertise constitué :
1° d'un montant par animal, fixé comme suit :
a) volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse inférieur à 2 kg : 1,15 F;
b) volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse de 2 kg à 5 kg : 2,30 F;
c) volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil d'un poids carcasse de plus de 5 kg : 4,60 F;
d) ratites : 130 F;
2° d'un montant par animal pour la recherche de résidus, fixé au chapitre VI de l'annexe.
Lorsque les droits visés au 1°, redevables par jour d'abattage pour l'examen sanitaire avant l'abattage et l'expertise après l'abattage, sont inférieurs à 1 800 F, un montant de 1 800 F est percu, majoré de 900 F par mission supplémentaire demandée.
Le montant des droits visés au 1° et 2° est applicable aux animaux qui ne sont pas vivants au moment de leur arrivée à l'abattoir.
§ 3. L'exploitant d'un abattoir de volailles et de lapins, visé au § 1 du présent article, est tenu de placer un compteur indiquant le nombre d'animaux abattus.
§ 4. Les droits visés à l'article 3, §§ 1, 1°, et 2, 1° sont majorés de 900 F par animal ou groupe d'animaux dont le document d'identification n'est pas valable ou ne correspond pas avec l'animal ou le groupe d'animaux.
Lorsque la séance d'abattage commence plus tard que prévue, l'heure indiquée dans le plan d'abattage est prise en considération comme début de la séance d'abattage.
§ 2. A charge de l'exploitant d'un abattoir de volailles et de lapins de faible capacité, il est percu un droit d'expertise constitué :
1° d'un montant par animal, fixé comme suit :
a) volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse inférieur à 2 kg : 1,15 F;
b) volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse de 2 kg à 5 kg : 2,30 F;
c) volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil d'un poids carcasse de plus de 5 kg : 4,60 F;
d) ratites : 130 F;
2° d'un montant par animal pour la recherche de résidus, fixé au chapitre VI de l'annexe.
Lorsque les droits visés au 1°, redevables par jour d'abattage pour l'examen sanitaire avant l'abattage et l'expertise après l'abattage, sont inférieurs à 1 800 F, un montant de 1 800 F est percu, majoré de 900 F par mission supplémentaire demandée.
Le montant des droits visés au 1° et 2° est applicable aux animaux qui ne sont pas vivants au moment de leur arrivée à l'abattoir.
§ 3. L'exploitant d'un abattoir de volailles et de lapins, visé au § 1 du présent article, est tenu de placer un compteur indiquant le nombre d'animaux abattus.
§ 4. Les droits visés à l'article 3, §§ 1, 1°, et 2, 1° sont majorés de 900 F par animal ou groupe d'animaux dont le document d'identification n'est pas valable ou ne correspond pas avec l'animal ou le groupe d'animaux.
Art. 4. Lastens de exploitant van een vrij-wildverwerkingsinrichting wordt een keurrecht geïnd bestaande uit :
1° een bedrag per dier dat is vastgesteld als volgt :
a) everzwijnen met een geslacht gewicht :
- van 25 kg of meer : 65 F;
- lager dan 25 kg : 25F;
b) loopvogels : 130 F;
c) wilde herkauwers met een geslacht gewicht :
- lager dan 12 kg : 9 F;
- van 12 kg tot 18 kg : 18 F;
- hoger dan 18 kg : 25 F;
d) klein veder- of haarwild met een geslacht gewicht :
- lager dan 2 kg : 1,15 F;
- van 2 kg tot 5 kg : 2,30 F;
- hoger dan 5 kg : 4,60 F;
2° een bedrag per dier voor de opsporing van residuen dat is vastgesteld in hoofdstuk VI van de bijlage.
Indien de som van de rechten bedoeld onder 1° per keuringsopdracht lager is dan 900 F wordt een bedrag van 900 F geïnd.
1° een bedrag per dier dat is vastgesteld als volgt :
a) everzwijnen met een geslacht gewicht :
- van 25 kg of meer : 65 F;
- lager dan 25 kg : 25F;
b) loopvogels : 130 F;
c) wilde herkauwers met een geslacht gewicht :
- lager dan 12 kg : 9 F;
- van 12 kg tot 18 kg : 18 F;
- hoger dan 18 kg : 25 F;
d) klein veder- of haarwild met een geslacht gewicht :
- lager dan 2 kg : 1,15 F;
- van 2 kg tot 5 kg : 2,30 F;
- hoger dan 5 kg : 4,60 F;
2° een bedrag per dier voor de opsporing van residuen dat is vastgesteld in hoofdstuk VI van de bijlage.
Indien de som van de rechten bedoeld onder 1° per keuringsopdracht lager is dan 900 F wordt een bedrag van 900 F geïnd.
Art. 4. A charge de l'exploitant d'un établissement de traitement du gibier sauvage, il est percu un droit d'expertise constitué :
1° d'un montant par animal fixé, comme suit :
a) sangliers d'un poids carcasse de :
- 25 kg ou plus : 65 F;
- moins de 25 kg : 25 F;
b) ratites : 130 F;
c) ruminants sauvages d'un poids carcasse :
- inférieur à 12 kg : 9 F;
- de 12 kg à 18 kg : 18 F;
- supérieur à 18 kg : 25 F;
d) petit gibier à plumes ou à poil d'un poids carcasse :
- inférieur à 2 kg : 1,15 F;
- de 2 kg à 5 kg : 2,30 F;
- supérieur à 5 kg : 4,60 F.
2° d'un montant par animal pour la recherche de résidus, fixé au chapitre VI de l'annexe.
Lorsque la somme des droits, visés au 1°, par mission d'expertise est inférieure à 900 F, un montant de 900 F est percu.
1° d'un montant par animal fixé, comme suit :
a) sangliers d'un poids carcasse de :
- 25 kg ou plus : 65 F;
- moins de 25 kg : 25 F;
b) ratites : 130 F;
c) ruminants sauvages d'un poids carcasse :
- inférieur à 12 kg : 9 F;
- de 12 kg à 18 kg : 18 F;
- supérieur à 18 kg : 25 F;
d) petit gibier à plumes ou à poil d'un poids carcasse :
- inférieur à 2 kg : 1,15 F;
- de 2 kg à 5 kg : 2,30 F;
- supérieur à 5 kg : 4,60 F.
2° d'un montant par animal pour la recherche de résidus, fixé au chapitre VI de l'annexe.
Lorsque la somme des droits, visés au 1°, par mission d'expertise est inférieure à 900 F, un montant de 900 F est percu.
Art. 5. § 1. Lastens de exploitant van het verkoopsorganisme van de vis wordt voor de uit zee in de vismijn aangevoerde vis een keurrecht geïnd bestaande uit :
1° een bedrag dat is vastgesteld op 0,20 F per kg, verminderd tot 0,10 F per kg voor de vis die bij het ter keuring aanbieden is ingedeeld in versheidscategorieën overeenkomstig de Europese wetgeving;
2° een bedrag per kg voor de opsporing van residuen dat is vastgesteld in hoofdstuk VI van de bijlage.
Indien de som van de rechten bedoeld onder 1° van dit artikel per keuringsopdracht lager is dan 900 F, wordt een bedrag van 900 F geïnd.
§ 2. Lastens de exploitant van een viskwekerij of een verzendingscentrum wordt een keurrecht geïnd waarvan het bedrag is vastgesteld op 1 800 F per maand. Dit keurrecht is evenwel niet verschuldigd voor de maanden waarin geen vis, die de voor menselijke consumptie gewenste maat bereikt heeft, wordt opgehaald.
1° een bedrag dat is vastgesteld op 0,20 F per kg, verminderd tot 0,10 F per kg voor de vis die bij het ter keuring aanbieden is ingedeeld in versheidscategorieën overeenkomstig de Europese wetgeving;
2° een bedrag per kg voor de opsporing van residuen dat is vastgesteld in hoofdstuk VI van de bijlage.
Indien de som van de rechten bedoeld onder 1° van dit artikel per keuringsopdracht lager is dan 900 F, wordt een bedrag van 900 F geïnd.
§ 2. Lastens de exploitant van een viskwekerij of een verzendingscentrum wordt een keurrecht geïnd waarvan het bedrag is vastgesteld op 1 800 F per maand. Dit keurrecht is evenwel niet verschuldigd voor de maanden waarin geen vis, die de voor menselijke consumptie gewenste maat bereikt heeft, wordt opgehaald.
Art. 5. § 1. A charge de l'exploitant de l'organisme de vente de poisson, il est percu pour le poisson apporté de la mer à la minque un droit d'expertise constitué :
1° d'un montant fixé à 0,20 F par kg, réduit à 0,10 F par kg pour le poisson qui, au moment de la présentation à l'expertise, est rangé dans des catégories de fraîcheur conformément à la réglementation européenne;
2° d'un montant par kg pour la recherche de résidus, fixé au chapitre VI de l'annexe.
Lorsque la somme des droits visés au 1° du présent article, par mission d'expertise est inférieure à 900 F, un montant de 900 F est percu.
§ 2. A charge de l'exploitant d'un parc d'élevage de poisson ou d'un centre d'expédition, il est percu un droit d'expertise dont le montant est fixé à 1 800 F par mois. Toutefois, ce droit d'expertise n'est pas dû pour les mois durant lesquels il n'est pas capturé de poisson qui a atteint la taille souhaitée pour la consommation humaine.
1° d'un montant fixé à 0,20 F par kg, réduit à 0,10 F par kg pour le poisson qui, au moment de la présentation à l'expertise, est rangé dans des catégories de fraîcheur conformément à la réglementation européenne;
2° d'un montant par kg pour la recherche de résidus, fixé au chapitre VI de l'annexe.
Lorsque la somme des droits visés au 1° du présent article, par mission d'expertise est inférieure à 900 F, un montant de 900 F est percu.
§ 2. A charge de l'exploitant d'un parc d'élevage de poisson ou d'un centre d'expédition, il est percu un droit d'expertise dont le montant est fixé à 1 800 F par mois. Toutefois, ce droit d'expertise n'est pas dû pour les mois durant lesquels il n'est pas capturé de poisson qui a atteint la taille souhaitée pour la consommation humaine.
Art. 6. Lastens de natuurlijke of de rechtspersoon die vlees of vis in de grensinspectiepost aanbiedt, wordt een keurrecht geïnd waarvan het bedrag is vastgesteld op 0,20 F per kg.
Voor het gedeelte boven 100 000 kg van partijen vis wordt het keurrecht verminderd tot :
- 0,06 F per kg voor vis die geen enkele andere bewerking dan het strippen heeft ondergaan;
- 0,12 F per kg voor andere vis.
Deze bedragen kunnen door de Minister worden verminderd voor vlees of vis, die afkomstig is uit landen waarvoor de bevoegde autoriteiten van de Europese Unie wegens een verminderde frequentie van de controles een verminderd keurrecht hebben aangenomen.
Per ingevoerde partij wordt een keurrecht van minstens 1 220 F geïnd. Dit bedrag is vastgesteld op 2 440 F wanneer op verzoek de keuringsopdracht wordt uitgevoerd op een zondag, een feestdag of tussen 20 uur en 5 uur op de andere dagen.
Wanneer in toepassing van de Europese wetgeving bij doorvoer van vlees of vis enkel een documentencontrole en een overeenstemmingscontrole moeten worden uitgevoerd, wordt een keurrecht van 1 220 F geïnd.
Voor het gedeelte boven 100 000 kg van partijen vis wordt het keurrecht verminderd tot :
- 0,06 F per kg voor vis die geen enkele andere bewerking dan het strippen heeft ondergaan;
- 0,12 F per kg voor andere vis.
Deze bedragen kunnen door de Minister worden verminderd voor vlees of vis, die afkomstig is uit landen waarvoor de bevoegde autoriteiten van de Europese Unie wegens een verminderde frequentie van de controles een verminderd keurrecht hebben aangenomen.
Per ingevoerde partij wordt een keurrecht van minstens 1 220 F geïnd. Dit bedrag is vastgesteld op 2 440 F wanneer op verzoek de keuringsopdracht wordt uitgevoerd op een zondag, een feestdag of tussen 20 uur en 5 uur op de andere dagen.
Wanneer in toepassing van de Europese wetgeving bij doorvoer van vlees of vis enkel een documentencontrole en een overeenstemmingscontrole moeten worden uitgevoerd, wordt een keurrecht van 1 220 F geïnd.
Art. 6. A charge de la personne physique ou morale qui présente au poste d'inspection frontalier des viandes ou du poisson, il est percu un droit d'expertise dont le montant est fixé à 0,20 F par kg.
Pour la partie supérieure à 100 000 kg des lots de poisson, le droit d'expertise est réduit à :
- 0,06 F par kg pour le poisson qui n'a subi aucun traitement, autre que l'éviscération;
- 0,12 F par kg pour l'autre poisson.
Ces montants peuvent être réduits par le Ministre pour des viandes ou du poisson, provenant de pays pour lesquels les autorités compétentes de l'Union européenne ont admis, à cause d'une fréquence réduite des contrôles, un droit d'expertise réduit.
Par lot importé, un droit d'expertise d'au moins 1 220 F est percu. Ce montant est fixé à 2 440 F lorsque la mission d'expertise est exécutée sur demande le dimanche, un jour férié ou entre 20 heures et 5 heures pour les autres jours.
Lorsque, en application de la législation européenne, seuls un contrôle documentaire et un contrôle d'identité doivent être effectués lors du transit des viandes ou du poisson, un droit d'expertise de 1 220 F est percu.
Pour la partie supérieure à 100 000 kg des lots de poisson, le droit d'expertise est réduit à :
- 0,06 F par kg pour le poisson qui n'a subi aucun traitement, autre que l'éviscération;
- 0,12 F par kg pour l'autre poisson.
Ces montants peuvent être réduits par le Ministre pour des viandes ou du poisson, provenant de pays pour lesquels les autorités compétentes de l'Union européenne ont admis, à cause d'une fréquence réduite des contrôles, un droit d'expertise réduit.
Par lot importé, un droit d'expertise d'au moins 1 220 F est percu. Ce montant est fixé à 2 440 F lorsque la mission d'expertise est exécutée sur demande le dimanche, un jour férié ou entre 20 heures et 5 heures pour les autres jours.
Lorsque, en application de la législation européenne, seuls un contrôle documentaire et un contrôle d'identité doivent être effectués lors du transit des viandes ou du poisson, un droit d'expertise de 1 220 F est percu.
Art. 7. § 1. Lastens de exploitant van een inrichting, andere dan een slachthuis, wordt een jaarlijks controlerecht geïnd waarvan het bedrag, rekening houdend met het gewicht aan vlees of vis dat tijdens het jaar voordien in de inrichting is binnengebracht, als volgt is vastgesteld :
a) van 1 tot 160 000 kg : 6 000 F, vermeerderd met 0,30 F per kg, met een maximum van 44 000 F;
b) van 160 001 tot 720 000 kg : 12 000 F, vermeerderd met 0,20 F per kg, met een maximum van 132 000 F;
c) van 720 001 tot 2 400 000 kg : 24 000 F, vermeerderd met 0,15 F per kg, met een maximum van 288 000 F;
d) van 2 400 001 tot 4 800 000 kg : 48 000 F, vermeerderd met 0,10 F per kg, met een maximum van 480 000 F;
e) van 4 800 001 kg of meer : 96 000 F, vermeerderd met 0,08 F per kg, met een maximum van 1 000 000 F.
Het aldus verschuldigde controlerecht wordt, rekening houdend met het aantal aan de inrichting toegekende erkenningen, vermenigvuldigd met de factor :
1 voor 1 erkenning;
1, 10 voor 2 erkenningen;
1, 18 voor 3 erkenningen;
1, 25 voor 4 erkenningen of meer.
Bij vermeerdering of vermindering van het aantal erkenningen tijdens het jaar wordt het controlerecht al naar gelang van het geval proportioneel vermeerderd of verminderd vanaf het trimester volgend op dat gedurende welke het aantal erkenningen is gewijzigd.
Voor opslagplaatsen en koel- en vrieshuizen worden de bedragen bedoeld onder a) tot e) tot 1/3 verminderd.
Lastens de exploitant van de inrichting die voor de eerste keer wordt erkend, wordt gedurende het eerste kalenderjaar, vanaf het trimester volgend op dat gedurende welk de erkenning werd verleend, het maximumbedrag van het controlerecht van categorie a) geïnd.
Indien een inrichting een aaneensluitend geheel vormt met een slachthuis wordt het controlerecht verminderd tot 70 %.
Indien een inrichting niet voldoet aan de door de reglementering opgelegde eisen inzake autocontrole, kan de Minister, onverminderd de bepalingen inzake de opschorting of de intrekking van de erkenning, het controlerecht verhogen :
1° met 25 % indien de exploitant niet ingaat op de aanmaning van het Instituut;
2° met 50 % indien de exploitant niet ingaat op twee opeenvolgende aanmaningen van het Instituut.
Het verhoogde bedrag is verschuldigd vanaf het trimester volgend op dat gedurende welk de ministeriële beslissing aan de inrichting werd betekend tot het einde van het jaar volgend op dat waarin de beslissing van de Minister werd genomen.
§ 2. Het controlerecht bedoeld in dit artikel is niet verschuldigd voor een inrichting die erkend is als onderwijsinrichting of opleidingscentrum op voorwaarde dat deze geen vlees of vis in de handel brengen.
a) van 1 tot 160 000 kg : 6 000 F, vermeerderd met 0,30 F per kg, met een maximum van 44 000 F;
b) van 160 001 tot 720 000 kg : 12 000 F, vermeerderd met 0,20 F per kg, met een maximum van 132 000 F;
c) van 720 001 tot 2 400 000 kg : 24 000 F, vermeerderd met 0,15 F per kg, met een maximum van 288 000 F;
d) van 2 400 001 tot 4 800 000 kg : 48 000 F, vermeerderd met 0,10 F per kg, met een maximum van 480 000 F;
e) van 4 800 001 kg of meer : 96 000 F, vermeerderd met 0,08 F per kg, met een maximum van 1 000 000 F.
Het aldus verschuldigde controlerecht wordt, rekening houdend met het aantal aan de inrichting toegekende erkenningen, vermenigvuldigd met de factor :
1 voor 1 erkenning;
1, 10 voor 2 erkenningen;
1, 18 voor 3 erkenningen;
1, 25 voor 4 erkenningen of meer.
Bij vermeerdering of vermindering van het aantal erkenningen tijdens het jaar wordt het controlerecht al naar gelang van het geval proportioneel vermeerderd of verminderd vanaf het trimester volgend op dat gedurende welke het aantal erkenningen is gewijzigd.
Voor opslagplaatsen en koel- en vrieshuizen worden de bedragen bedoeld onder a) tot e) tot 1/3 verminderd.
Lastens de exploitant van de inrichting die voor de eerste keer wordt erkend, wordt gedurende het eerste kalenderjaar, vanaf het trimester volgend op dat gedurende welk de erkenning werd verleend, het maximumbedrag van het controlerecht van categorie a) geïnd.
Indien een inrichting een aaneensluitend geheel vormt met een slachthuis wordt het controlerecht verminderd tot 70 %.
Indien een inrichting niet voldoet aan de door de reglementering opgelegde eisen inzake autocontrole, kan de Minister, onverminderd de bepalingen inzake de opschorting of de intrekking van de erkenning, het controlerecht verhogen :
1° met 25 % indien de exploitant niet ingaat op de aanmaning van het Instituut;
2° met 50 % indien de exploitant niet ingaat op twee opeenvolgende aanmaningen van het Instituut.
Het verhoogde bedrag is verschuldigd vanaf het trimester volgend op dat gedurende welk de ministeriële beslissing aan de inrichting werd betekend tot het einde van het jaar volgend op dat waarin de beslissing van de Minister werd genomen.
§ 2. Het controlerecht bedoeld in dit artikel is niet verschuldigd voor een inrichting die erkend is als onderwijsinrichting of opleidingscentrum op voorwaarde dat deze geen vlees of vis in de handel brengen.
Art. 7. § 1. A charge de l'exploitant d'un établissement, autre qu'un abattoir, il est percu un droit de contrôle annuel dont le montant, en tenant compte du poids de viandes ou de poisson entrés durant l'année précédente dans l'établissement, est fixé comme suit :
a) de 1 à 160 000 kg : 6 000 F, augmenté de 0,30 F par kg, avec un maximum de 44 000 F;
b) de 160 001 à 720 000 kg : 12 000 F, augmenté de 0,20 F par kg, avec un maximum de 132 000 F;
c) de 720 001 à 2 400 000 kg : 24 000 F, augmenté de 0,15 F par kg, avec un maximum de 288 000 F;
d) de 2 400 001 à 4 800 000 kg : 48 000 F, augmenté de 0,10 F par kg, avec un maximum de 480 000 F;
e) de 4 800 001 kg ou plus : 96 000 F, augmenté de 0,08 F par kg, avec un maximum de 1 000 000 F.
Le montant du droit de contrôle ainsi dû est multiplié en tenant compte du nombre d'agréments octroyés à l'établissement, par le facteur :
1 pour 1 agrément;
1, 10 pour 2 agréments;
1, 18 pour 3 agréments;
1, 25 pour 4 agréments ou plus.
En cas d'augmentation ou de diminution du nombre d'agréments durant l'année, le droit de contrôle est, selon le cas, proportionnellement augmenté ou diminué à partir du trimestre qui suit celui durant lequel le nombre d'agréments a été modifié.
Pour les entrepôts et les entrepôts frigorifiques, les montants visés sous a) à e) sont réduits à 1/3.
A charge de l'exploitant de l'établissement qui est agréé pour la première fois, il est percu durant la première année calendrier, à partir du trimestre qui suit celui durant lequel l'agrément a été accordé, le montant maximum du droit de contrôle de la catégorie a).
Si un établissement forme un tout indissociable avec un abattoir, le droit de contrôle est réduit à 70 %.
Lorsqu'un établissement ne répond pas aux exigences relatives à l'autocontrôle imposées par la réglementation, le Ministre peut, sans préjudice des dispositions relatives à la suspension ou au retrait de l'agrément, augmenter le droit de contrôle :
1° de 25 %, lorsque l'exploitant ne se conforme pas à la sommation de l'Institut;
2° de 50 %, lorsque l'exploitant ne se conforme pas à deux sommations successives de l'Institut.
Le montant majoré est dû à partir du trimestre qui suit celui durant lequel la décision ministérielle a été signifiée à l'établissement, jusqu'à la fin de l'année qui suit celle durant laquelle la décision ministérielle a été prise.
§ 2. Le droit de contrôle visé au présent article n'est pas dû pour un établissement agréé comme institution d'enseignement ou centre de formation, à condition que ceux-ci ne commercialisent pas des viandes ou du poisson.
a) de 1 à 160 000 kg : 6 000 F, augmenté de 0,30 F par kg, avec un maximum de 44 000 F;
b) de 160 001 à 720 000 kg : 12 000 F, augmenté de 0,20 F par kg, avec un maximum de 132 000 F;
c) de 720 001 à 2 400 000 kg : 24 000 F, augmenté de 0,15 F par kg, avec un maximum de 288 000 F;
d) de 2 400 001 à 4 800 000 kg : 48 000 F, augmenté de 0,10 F par kg, avec un maximum de 480 000 F;
e) de 4 800 001 kg ou plus : 96 000 F, augmenté de 0,08 F par kg, avec un maximum de 1 000 000 F.
Le montant du droit de contrôle ainsi dû est multiplié en tenant compte du nombre d'agréments octroyés à l'établissement, par le facteur :
1 pour 1 agrément;
1, 10 pour 2 agréments;
1, 18 pour 3 agréments;
1, 25 pour 4 agréments ou plus.
En cas d'augmentation ou de diminution du nombre d'agréments durant l'année, le droit de contrôle est, selon le cas, proportionnellement augmenté ou diminué à partir du trimestre qui suit celui durant lequel le nombre d'agréments a été modifié.
Pour les entrepôts et les entrepôts frigorifiques, les montants visés sous a) à e) sont réduits à 1/3.
A charge de l'exploitant de l'établissement qui est agréé pour la première fois, il est percu durant la première année calendrier, à partir du trimestre qui suit celui durant lequel l'agrément a été accordé, le montant maximum du droit de contrôle de la catégorie a).
Si un établissement forme un tout indissociable avec un abattoir, le droit de contrôle est réduit à 70 %.
Lorsqu'un établissement ne répond pas aux exigences relatives à l'autocontrôle imposées par la réglementation, le Ministre peut, sans préjudice des dispositions relatives à la suspension ou au retrait de l'agrément, augmenter le droit de contrôle :
1° de 25 %, lorsque l'exploitant ne se conforme pas à la sommation de l'Institut;
2° de 50 %, lorsque l'exploitant ne se conforme pas à deux sommations successives de l'Institut.
Le montant majoré est dû à partir du trimestre qui suit celui durant lequel la décision ministérielle a été signifiée à l'établissement, jusqu'à la fin de l'année qui suit celle durant laquelle la décision ministérielle a été prise.
§ 2. Le droit de contrôle visé au présent article n'est pas dû pour un établissement agréé comme institution d'enseignement ou centre de formation, à condition que ceux-ci ne commercialisent pas des viandes ou du poisson.
Art. 8. Onverminderd de rechten bedoeld in de artikelen 2 tot 7, worden lastens de aanvrager van een optreden van het Instituut de volgende rechten geïnd :
1° een recht van 900 F per begonnen half uur wanneer op verzoek de keuring geheel of gedeeltelijk wordt uitgevoerd buiten een slachthuis, een vismijn of een vrij-wildverwerkingsinrichting;
2° een recht van 900 F, desgevallend vermeerderd met de kosten die voortvloeien uit de laboratoriumonderzoeken, voor de uitvoering van een tegenkeuring van vlees of vis die in de grensinspectiepost wordt aangeboden;
3° een recht van 900 F per begonnen half uur, desgevallend vermeerderd met de kosten van het laboratoriumonderzoek, voor de aflevering van veterinaire certificaten met het oog op de uitvoer, behoudens indien deze enkel bevestigen dat het vlees of de vis geschikt zijn voor menselijke consumptie en zij worden afgeleverd tijdens de door de reglementering of de richtlijnen van het Instituut opgelegde aanwezigheid van de dierenarts in de inrichting;
4° een recht van 900 F per begonnen half uur per keurder voor de uitvoering van taken die niet behoren tot de opdrachten bedoeld in de wetten van 5 september 1952 en 15 april 1965;
5° een recht van 20 000 F, verminderd tot 10 000 F voor een inrichting met een geringe capaciteit, voor de behandeling van de aanvraag tot erkenning van een nieuwe inrichting;
6° een recht van 10 000 F, verminderd tot 5 000 F voor een inrichting met een geringe capaciteit voor de behandeling van de aanvraag betreffende de wijziging of de hernieuwing van de erkenning van een bestaande inrichting;
7° een recht van 6 000 F voor de behandeling van de aanvraag tot registratie van een vismijn of een vishalle, een vissersvaartuig, een viskwekerij of een verzendingscentrum.
1° een recht van 900 F per begonnen half uur wanneer op verzoek de keuring geheel of gedeeltelijk wordt uitgevoerd buiten een slachthuis, een vismijn of een vrij-wildverwerkingsinrichting;
2° een recht van 900 F, desgevallend vermeerderd met de kosten die voortvloeien uit de laboratoriumonderzoeken, voor de uitvoering van een tegenkeuring van vlees of vis die in de grensinspectiepost wordt aangeboden;
3° een recht van 900 F per begonnen half uur, desgevallend vermeerderd met de kosten van het laboratoriumonderzoek, voor de aflevering van veterinaire certificaten met het oog op de uitvoer, behoudens indien deze enkel bevestigen dat het vlees of de vis geschikt zijn voor menselijke consumptie en zij worden afgeleverd tijdens de door de reglementering of de richtlijnen van het Instituut opgelegde aanwezigheid van de dierenarts in de inrichting;
4° een recht van 900 F per begonnen half uur per keurder voor de uitvoering van taken die niet behoren tot de opdrachten bedoeld in de wetten van 5 september 1952 en 15 april 1965;
5° een recht van 20 000 F, verminderd tot 10 000 F voor een inrichting met een geringe capaciteit, voor de behandeling van de aanvraag tot erkenning van een nieuwe inrichting;
6° een recht van 10 000 F, verminderd tot 5 000 F voor een inrichting met een geringe capaciteit voor de behandeling van de aanvraag betreffende de wijziging of de hernieuwing van de erkenning van een bestaande inrichting;
7° een recht van 6 000 F voor de behandeling van de aanvraag tot registratie van een vismijn of een vishalle, een vissersvaartuig, een viskwekerij of een verzendingscentrum.
Art. 8. Sans préjudice des droits visés aux articles 2 à 7, les droits suivants sont percus à charge du demandeur de l'intervention de l'Institut :
1° un droit de 900 F par demi-heure commencée lorsque l'expertise est effectuée, sur demande, en tout ou en partie en dehors d'un abattoir, d'une minque ou d'un établissement de traitement du gibier sauvage;
2° un droit de 900 F majoré, le cas échéant, des frais découlant des examens de laboratoire, pour l'exécution d'une contre-expertise des viandes ou du poisson présentés au poste d'inspection frontalier;
3° un droit de 900 F par demi-heure commencée, majoré, le cas échéant, des frais de l'examen de laboratoire, pour la délivrance de certificats vétérinaires en vue de l'exportation, à moins que ceux-ci ne constituent que la confirmation que les viandes ou le poisson sont propres à la consommation humaine et pour autant qu'ils sont délivrés lors de la présence du vétérinaire dans l'établissement, imposée par la réglementation ou par les directives de l'Institut;
4° un droit de 900 F par demi-heure commencée par expert pour l'exécution de tâches qui ne font pas partie des missions visées par les lois des 5 septembre 1952 et 15 avril 1965;
5° un droit de 20 000 F, réduit à 10 000 F pour un établissement de faible capacité, pour le traitement de la demande d'agrément d'un nouvel établissement;
6° un droit de 10 000 F, réduit à 5 000 F pour un établissement de faible capacité, pour le traitement de la demande relative à la modification ou au renouvellement de l'agrément d'un établissement existant;
7° un droit de 6 000 F pour le traitement de la demande d'enregistrement d'une minque ou d'une halle au poisson, d'un bateau de pêche, d'un parc d'élevage de poisson ou d'un centre d'expédition.
1° un droit de 900 F par demi-heure commencée lorsque l'expertise est effectuée, sur demande, en tout ou en partie en dehors d'un abattoir, d'une minque ou d'un établissement de traitement du gibier sauvage;
2° un droit de 900 F majoré, le cas échéant, des frais découlant des examens de laboratoire, pour l'exécution d'une contre-expertise des viandes ou du poisson présentés au poste d'inspection frontalier;
3° un droit de 900 F par demi-heure commencée, majoré, le cas échéant, des frais de l'examen de laboratoire, pour la délivrance de certificats vétérinaires en vue de l'exportation, à moins que ceux-ci ne constituent que la confirmation que les viandes ou le poisson sont propres à la consommation humaine et pour autant qu'ils sont délivrés lors de la présence du vétérinaire dans l'établissement, imposée par la réglementation ou par les directives de l'Institut;
4° un droit de 900 F par demi-heure commencée par expert pour l'exécution de tâches qui ne font pas partie des missions visées par les lois des 5 septembre 1952 et 15 avril 1965;
5° un droit de 20 000 F, réduit à 10 000 F pour un établissement de faible capacité, pour le traitement de la demande d'agrément d'un nouvel établissement;
6° un droit de 10 000 F, réduit à 5 000 F pour un établissement de faible capacité, pour le traitement de la demande relative à la modification ou au renouvellement de l'agrément d'un établissement existant;
7° un droit de 6 000 F pour le traitement de la demande d'enregistrement d'une minque ou d'une halle au poisson, d'un bateau de pêche, d'un parc d'élevage de poisson ou d'un centre d'expédition.
Art. 9. Voor de financiering van de algemene kosten van het Instituut worden volgende rechten geïnd :
1° lastens de exploitant van het slachthuis, het verkoopsorganisme van de vis en de vrij- wildverwerkingsinrichting :
- runderen en eenhoevigen : 19 F per dier;
- jonge runderen : 7 F per dier;
- schapen, geiten en wilde herkauwers : 1 F per dier;
- varkens, everzwijnen en loopvogels : 4,5 F per dier;
- gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht lager dan 2 kg : 0,06 F per dier;
- gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht van 2 kg tot 5 kg : 0,12 F per dier;
- gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht hoger dan 5 kg, met uitzondering van loopvogels : 0,24 F per dier;
- uit zee aangevoerde vis : 0,04 F per kg;
2° lastens de invoerder die vlees of vis in de grensinspectiepost aanbiedt :
20 % berekend op het bedrag van het keurrecht bedoeld in artikel 6;
3° lastens de exploitant van de inrichtingen, bedoeld in artikel 7 :
130 % berekend op het bedrag van het controlerecht bedoeld in artikel 7, met een maximum van :
- 36 000 F voor de inrichtingen bedoeld in artikel 7, § 1, a);
- 132 000 F voor de inrichtingen bedoeld in artikel 7, § 1, b).
1° lastens de exploitant van het slachthuis, het verkoopsorganisme van de vis en de vrij- wildverwerkingsinrichting :
- runderen en eenhoevigen : 19 F per dier;
- jonge runderen : 7 F per dier;
- schapen, geiten en wilde herkauwers : 1 F per dier;
- varkens, everzwijnen en loopvogels : 4,5 F per dier;
- gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht lager dan 2 kg : 0,06 F per dier;
- gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht van 2 kg tot 5 kg : 0,12 F per dier;
- gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht hoger dan 5 kg, met uitzondering van loopvogels : 0,24 F per dier;
- uit zee aangevoerde vis : 0,04 F per kg;
2° lastens de invoerder die vlees of vis in de grensinspectiepost aanbiedt :
20 % berekend op het bedrag van het keurrecht bedoeld in artikel 6;
3° lastens de exploitant van de inrichtingen, bedoeld in artikel 7 :
130 % berekend op het bedrag van het controlerecht bedoeld in artikel 7, met een maximum van :
- 36 000 F voor de inrichtingen bedoeld in artikel 7, § 1, a);
- 132 000 F voor de inrichtingen bedoeld in artikel 7, § 1, b).
Art. 9. Pour le financement des frais généraux de l'Institut, sont percus les droits suivants :
1° à charge de l'exploitant de l'abattoir, de l'organisme de vente de poisson et de l'établissement de traitement du gibier sauvage :
- bovins et solipèdes : 19 F par animal;
- jeunes bovins : 7 F par animal;
- moutons, chèvres et ruminants sauvages : 1 F par animal;
- porcs, sangliers et ratites : 4,5 F par animal;
- volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse inférieur à 2 kg : 0,06 F par animal;
- volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse de 2 kg à 5 kg : 0,12 F par animal;
- volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse supérieur à 5 kg, à l'exception des ratites : 0,24 F par kg;
- poisson apporté de la mer : 0,04 F par kg;
2° à charge de l'importateur qui présente des viandes ou du poisson au poste d'inspection frontalier :
20 % calculés sur le montant du droit d'expertise visé à l'article 6;
3° à charge de l'exploitant des établissements visés à l'article 7 :
130 % calculés sur le montant du droit de contrôle, visé à l'article 7, avec un maximum de :
- 36 000 F pour les établissements visés à l'article 7, § 1, a);
- 132 000 F pour les établissements visés à l'article 7, § 1, b).
1° à charge de l'exploitant de l'abattoir, de l'organisme de vente de poisson et de l'établissement de traitement du gibier sauvage :
- bovins et solipèdes : 19 F par animal;
- jeunes bovins : 7 F par animal;
- moutons, chèvres et ruminants sauvages : 1 F par animal;
- porcs, sangliers et ratites : 4,5 F par animal;
- volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse inférieur à 2 kg : 0,06 F par animal;
- volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse de 2 kg à 5 kg : 0,12 F par animal;
- volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse supérieur à 5 kg, à l'exception des ratites : 0,24 F par kg;
- poisson apporté de la mer : 0,04 F par kg;
2° à charge de l'importateur qui présente des viandes ou du poisson au poste d'inspection frontalier :
20 % calculés sur le montant du droit d'expertise visé à l'article 6;
3° à charge de l'exploitant des établissements visés à l'article 7 :
130 % calculés sur le montant du droit de contrôle, visé à l'article 7, avec un maximum de :
- 36 000 F pour les établissements visés à l'article 7, § 1, a);
- 132 000 F pour les établissements visés à l'article 7, § 1, b).
Art. 10. § 1. De Minister kan in de maand oktober van elk jaar na advies van de Raadgevende Commissie ingesteld bij het Instituut, de bedragen bedoeld in artikelen 2 tot 8 en 9, 1° en 3°, alsmede de bedragen bedoeld in de hoofdstukken I, II en IV tot VI van de bijlage aanpassen aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk.
De aangepaste bedragen kunnen door de Minister worden afgerond na advies van deze Commissie.
De nieuwe bedragen zijn toepasselijk voor de facturen uitgereikt vanaf de eerste januari van het jaar volgend op dat gedurende hetwelk de aanpassing werd doorgevoerd.
Voor de toepassing van dit artikel wordt het bedrag van de rechten bedoeld in dit besluit gekoppeld aan het indexcijfer van de maand augustus 1998.
§ 2. Tegen het einde van het tweede jaar volgend op dat van de eerste toepassing van dit besluit brengt de Minister, na advies van de Raadgevende Commisie, verslag uit aan de Regering over de per sector geïnde rechten.
De aangepaste bedragen kunnen door de Minister worden afgerond na advies van deze Commissie.
De nieuwe bedragen zijn toepasselijk voor de facturen uitgereikt vanaf de eerste januari van het jaar volgend op dat gedurende hetwelk de aanpassing werd doorgevoerd.
Voor de toepassing van dit artikel wordt het bedrag van de rechten bedoeld in dit besluit gekoppeld aan het indexcijfer van de maand augustus 1998.
§ 2. Tegen het einde van het tweede jaar volgend op dat van de eerste toepassing van dit besluit brengt de Minister, na advies van de Raadgevende Commisie, verslag uit aan de Regering over de per sector geïnde rechten.
Art. 10. § 1. Le Ministre peut, au mois d'octobre de chaque année, après avis de la Commission consultative instituée auprès de l'Institut, adapter les montants visés aux articles 2 à 8 et 9, 1° et 3°, ainsi que les montants visés aux chapitres I, II et IV à VI de l'annexe, aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation du Royaume.
Les montants réajustés peuvent être arrondis par le Ministre, après avis de cette Commission.
Les nouveaux montants sont applicables aux factures dressées à partir du 1 janvier de l'année qui suit celle durant laquelle le réajustement a été réalisé.
Pour l'application du présent article, le montant des droits visés au présent arrêté est lié à l'indice des prix du mois d'août 1998.
§ 2. A la fin de la deuxième année qui suit celle de la première application du présent arrêté, le Ministre fait, après avis de la Commission consultative, rapport au Gouvernement en ce qui concerne les droits percus par secteur.
Les montants réajustés peuvent être arrondis par le Ministre, après avis de cette Commission.
Les nouveaux montants sont applicables aux factures dressées à partir du 1 janvier de l'année qui suit celle durant laquelle le réajustement a été réalisé.
Pour l'application du présent article, le montant des droits visés au présent arrêté est lié à l'indice des prix du mois d'août 1998.
§ 2. A la fin de la deuxième année qui suit celle de la première application du présent arrêté, le Ministre fait, après avis de la Commission consultative, rapport au Gouvernement en ce qui concerne les droits percus par secteur.
HOOFDSTUK III. - Aangifte en facturatie van de rechten.
CHAPITRE III. - Déclaration et facturation des droits.
Art. 11. § 1. De exploitant van een inrichting, een verkoopsorganisme van vis, een viskwekerij, een verzendingscentrum of een vrij-wildverwerkingsinrichting doet maandelijks aangifte van de gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van het bedrag van de rechten bedoeld in de artikelen 2 tot 5. Hij moet de gegevens opgenomen in de maandelijkse aangifte kunnen staven door notities opgenomen op een formulier dat hij dagelijks aan de keurder overhandigt.
§ 2. De exploitant van een inrichting, andere dan een slachthuis, doet jaarlijks aangifte van de gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van het bedrag van de rechten bedoeld in de artikel 7. Hij moet de gegevens opgenomen in de jaarlijkse aangifte kunnen staven door notities op een formulier dat hij maandelijks aan de keurder overhandigt.
§ 3. De maandelijkse aangifte moet bij de keurkring van het Instituut waarin de inrichting gelegen is toekomen uiterlijk de tiende dag van de maand volgend op die waarop zij betrekking heeft. De exploitant overhandigt een afschrift ervan aan de keurder.
De jaarlijkse aangifte moet bij de keurkring van het Instituut waarin de inrichting gelegen is toekomen uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op dat waarop zij betrekking heeft. De exploitant overhandigt een afschrift ervan aan de keurder.
§ 4. De Minister stelt het model vast van de aangiften en formulieren bedoeld in de §§ 1 en 2 dit artikel.
De Minister kan, onder de voorwaarden die hij bepaalt, toestaan of opleggen dat de inrichtingen die hij aanwijst de gegevens vervat in deze aangiften en formulieren bijhouden en doorzenden door middel van een informaticasysteem.
§ 5. Het Instituut factureert :
a) elke maand aan de exploitant van de inrichting, het verkoopsorganisme van de vis, de viskwekerij, het verzendingscentrum en de vrij-wildverwerkingsinrichting de rechten bedoeld in artikelen 2, 3, 4, 5, en 9, 1°;
b) elk trimester aan de exploitant van de inrichting, andere dan een slachthuis, de controlerechten en de rechten bedoeld in de artikelen 7 en 9, 3° voor de betrokken maanden;
c) lastens de aanvrager van de opdracht, de rechten bedoeld in artikel 8, 1°, 3° en 4°.
§ 2. De exploitant van een inrichting, andere dan een slachthuis, doet jaarlijks aangifte van de gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van het bedrag van de rechten bedoeld in de artikel 7. Hij moet de gegevens opgenomen in de jaarlijkse aangifte kunnen staven door notities op een formulier dat hij maandelijks aan de keurder overhandigt.
§ 3. De maandelijkse aangifte moet bij de keurkring van het Instituut waarin de inrichting gelegen is toekomen uiterlijk de tiende dag van de maand volgend op die waarop zij betrekking heeft. De exploitant overhandigt een afschrift ervan aan de keurder.
De jaarlijkse aangifte moet bij de keurkring van het Instituut waarin de inrichting gelegen is toekomen uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op dat waarop zij betrekking heeft. De exploitant overhandigt een afschrift ervan aan de keurder.
§ 4. De Minister stelt het model vast van de aangiften en formulieren bedoeld in de §§ 1 en 2 dit artikel.
De Minister kan, onder de voorwaarden die hij bepaalt, toestaan of opleggen dat de inrichtingen die hij aanwijst de gegevens vervat in deze aangiften en formulieren bijhouden en doorzenden door middel van een informaticasysteem.
§ 5. Het Instituut factureert :
a) elke maand aan de exploitant van de inrichting, het verkoopsorganisme van de vis, de viskwekerij, het verzendingscentrum en de vrij-wildverwerkingsinrichting de rechten bedoeld in artikelen 2, 3, 4, 5, en 9, 1°;
b) elk trimester aan de exploitant van de inrichting, andere dan een slachthuis, de controlerechten en de rechten bedoeld in de artikelen 7 en 9, 3° voor de betrokken maanden;
c) lastens de aanvrager van de opdracht, de rechten bedoeld in artikel 8, 1°, 3° en 4°.
Art. 11. § 1. L'exploitant d'un établissement, d'un organisme de vente de poisson, d'un parc d'élevage de poisson, d'un centre d'expédition ou d'un établissement de traitement du gibier sauvage déclare mensuellement les données nécessaires à la fixation du montant des droits visés aux articles 2 à 5. Il doit pouvoir justifier les données reprises dans la déclaration mensuelle au moyen d'annotations reprises sur un formulaire qu'il remet chaque jour à l'expert.
§ 2. L'exploitant d'un établissement, autre qu'un abattoir, déclare annuellement les données nécessaires à la fixation du montant des droits visés à l'article 7. Il doit pouvoir justifier les données reprises dans la déclaration annuelle au moyen d'annotations reprises sur un formulaire qu'il remet chaque mois à l'expert.
§ 3. La déclaration mensuelle doit être remise au cercle d'expertise de l'Institut dans lequel se situe l'établissement, au plus tard, le dixième jour du mois qui suit celui auquel elle se rapporte. L'exploitant en remet une copie à l'expert.
La déclaration annuelle doit être remise au cercle d'expertise de l'Institut dans lequel se situe l'établissement, au plus tard, le 31 janvier de l'année qui suit celle à laquelle elle se rapporte. L'exploitant en remet une copie à l'expert.
§ 4. Le Ministre fixe les modèles des déclarations et des formulaires visés au §§ 1 et 2 du présent article.
Dans les conditions qu'il fixe, le Ministre peut autoriser ou imposer que les établissements, qu'il désigne, tiennent et transmettent des données reprises dans ces déclarations et ces formulaires au moyen d'un système informatique.
§ 5. L'Institut facture :
a) chaque mois, à l'exploitant de l'établissement, de l'organisme de vente de poisson, du parc d'élevage de poisson, du centre d'expédition et de l'établissement de traitement du gibier sauvage, les droits visés aux articles 2, 3, 4, 5 et 9, 1°;
b) chaque trimestre, à l'exploitant de l'établissement, autre qu'un abattoir, les droits de contrôle et les droits visés aux articles 7 et 9, 3° pour les mois concernés;
c) à charge du demandeur de la mission, les droits visés à l'article 8, 1°, 3° et 4°.
§ 2. L'exploitant d'un établissement, autre qu'un abattoir, déclare annuellement les données nécessaires à la fixation du montant des droits visés à l'article 7. Il doit pouvoir justifier les données reprises dans la déclaration annuelle au moyen d'annotations reprises sur un formulaire qu'il remet chaque mois à l'expert.
§ 3. La déclaration mensuelle doit être remise au cercle d'expertise de l'Institut dans lequel se situe l'établissement, au plus tard, le dixième jour du mois qui suit celui auquel elle se rapporte. L'exploitant en remet une copie à l'expert.
La déclaration annuelle doit être remise au cercle d'expertise de l'Institut dans lequel se situe l'établissement, au plus tard, le 31 janvier de l'année qui suit celle à laquelle elle se rapporte. L'exploitant en remet une copie à l'expert.
§ 4. Le Ministre fixe les modèles des déclarations et des formulaires visés au §§ 1 et 2 du présent article.
Dans les conditions qu'il fixe, le Ministre peut autoriser ou imposer que les établissements, qu'il désigne, tiennent et transmettent des données reprises dans ces déclarations et ces formulaires au moyen d'un système informatique.
§ 5. L'Institut facture :
a) chaque mois, à l'exploitant de l'établissement, de l'organisme de vente de poisson, du parc d'élevage de poisson, du centre d'expédition et de l'établissement de traitement du gibier sauvage, les droits visés aux articles 2, 3, 4, 5 et 9, 1°;
b) chaque trimestre, à l'exploitant de l'établissement, autre qu'un abattoir, les droits de contrôle et les droits visés aux articles 7 et 9, 3° pour les mois concernés;
c) à charge du demandeur de la mission, les droits visés à l'article 8, 1°, 3° et 4°.
HOOFDSTUK IV. - Modaliteiten van betaling en doorrekening.
CHAPITRE IV. - Modalités de paiement et de répercussion.
Art. 12. De rechten bedoeld in de artikelen 2 tot 5, 7, 8, 1°, 3° en 4°, alsmede in artikel 9, 1° en 3° moeten aan het Instituut betaald zijn, uiterlijk op het einde van de maand volgend op de datum van de factuur.
De rechten bedoeld in artikel 8, 5° tot 7° moeten aan het Instituut betaald zijn op het ogenblik van de indiening van de aanvraag tot erkenning of registratie of tot wijziging of hernieuwing ervan. Om ontvankelijk te zijn moet bij de aanvraag het bewijs van betaling van de voormelde rechten zijn gevoegd.
De door de douanediensten te innen rechten bedoeld in de artikelen 6, 8, 2° en 9, 2° moeten aan deze diensten worden betaald bij de aangifte tot plaatsing onder een douaneregeling van het vlees of de vis. Deze rechten worden aan het Instituut gestort overeenkomstig de modaliteiten vervat in het protocol dat daartoe met de Minister van Financiën wordt afgesloten.
De rechten bedoeld in artikel 8, 5° tot 7° moeten aan het Instituut betaald zijn op het ogenblik van de indiening van de aanvraag tot erkenning of registratie of tot wijziging of hernieuwing ervan. Om ontvankelijk te zijn moet bij de aanvraag het bewijs van betaling van de voormelde rechten zijn gevoegd.
De door de douanediensten te innen rechten bedoeld in de artikelen 6, 8, 2° en 9, 2° moeten aan deze diensten worden betaald bij de aangifte tot plaatsing onder een douaneregeling van het vlees of de vis. Deze rechten worden aan het Instituut gestort overeenkomstig de modaliteiten vervat in het protocol dat daartoe met de Minister van Financiën wordt afgesloten.
Art. 12. Les droits visés aux articles 2 à 5, 7, 8, 1°, 3° et 4°, ainsi qu'à l'article 9, 1° et 3°, doivent avoir été payés à l'Institut, au plus tard, à la fin du mois suivant la date de la facture.
Les droits visés à l'article 8, 5° à 7°, doivent avoir été payés au moment de l'introduction de la demande d'agrément ou d'enregistrement ou de modification ou de renouvellement de ceux-ci. Pour être recevable, la demande doit être accompagnée de la preuve du paiement des droits précités.
Les droits à percevoir par les services des douanes, visés aux articles 6, 8, 2° et 9, 2°, doivent avoir été payés à ces services lors de la déclaration d'entreposage sous un règlement douanier, des viandes ou du poisson. Ces droits sont versés à l'Institut, conformément aux modalités reprises dans le protocole conclu à cet effet avec le Ministre des Finances.
Les droits visés à l'article 8, 5° à 7°, doivent avoir été payés au moment de l'introduction de la demande d'agrément ou d'enregistrement ou de modification ou de renouvellement de ceux-ci. Pour être recevable, la demande doit être accompagnée de la preuve du paiement des droits précités.
Les droits à percevoir par les services des douanes, visés aux articles 6, 8, 2° et 9, 2°, doivent avoir été payés à ces services lors de la déclaration d'entreposage sous un règlement douanier, des viandes ou du poisson. Ces droits sont versés à l'Institut, conformément aux modalités reprises dans le protocole conclu à cet effet avec le Ministre des Finances.
Art. 13. § 1. Wanneer de maandelijkse of de jaarlijkse aangifte bedoeld in artikel 11 niet is ingediend op de voorziene vervaldag kan het bedrag van de rechten worden verhoogd met 10 % en bij herhaling met 50 %.
§ 2. Wanneer de aangifte onjuiste gegevens bevat, wordt het gedeelte van het verschuldigd bedrag dat overeenstemt met het verschil tussen het aangegeven en werkelijk bedrag met 10 % verhoogd en bij herhaling met 50 %.
§ 3. Indien de rechten niet zijn betaald op de vervaldag voorzien in artikel 12, worden zij verhoogd met 10 % en een nalatigheidsintrest aan het wettelijk tarief.
De nalatigheidsintrest is niet verschuldigd wanneer hij geen 100 F bedraagt of wanneer de berekeningsgrondslag ervan lager is dan 5 000 F.
De Minister kan bij laattijdige betaling geheel of gedeeltelijk afzien van de verhogingen en/of de intresten wanneer :
1° ingevolge overmacht de exploitant zich in de onmogelijkheid bevindt om de rechten te betalen binnen de voorziene termijn;
2° ten uitzonderlijke titel, redenen op het vlak van de billijkheid, de niet toepassing van de verhogingen en/of van de intresten rechtvaardigen.
§ 4. De toepassing van de bepalingen van dit besluit wordt gecontroleerd door de ambtenaren van het Instituut daartoe aangewezen door de Minister.
Deze ambtenaren zijn gemachtigd zich alle gegevens en documenten te laten voorleggen waaruit de basis voor de berekening van de verschuldigde rechten alsmede de betaling ervan kunnen blijken.
Zij kunnen het bedrag van de rechten ambtshalve vaststellen wanneer de controles worden verhinderd of bemoeilijkt of wanneer gegevens of documenten ontbreken of onjuist zijn.
§ 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de wetten van 5 september 1952 en 15 april 1965, wordt in geval van wanbetaling de invordering van de rechten verzekerd door de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, overeenkomstig de procedure vastgesteld in artikel 94 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit.
§ 6. De diensten van het Ministerie van Financiën verstrekken op eenvoudige aanvraag aan het Instituut al de inlichtingen en gegevens die het nuttig acht voor de toepassing van dit besluit.
§ 2. Wanneer de aangifte onjuiste gegevens bevat, wordt het gedeelte van het verschuldigd bedrag dat overeenstemt met het verschil tussen het aangegeven en werkelijk bedrag met 10 % verhoogd en bij herhaling met 50 %.
§ 3. Indien de rechten niet zijn betaald op de vervaldag voorzien in artikel 12, worden zij verhoogd met 10 % en een nalatigheidsintrest aan het wettelijk tarief.
De nalatigheidsintrest is niet verschuldigd wanneer hij geen 100 F bedraagt of wanneer de berekeningsgrondslag ervan lager is dan 5 000 F.
De Minister kan bij laattijdige betaling geheel of gedeeltelijk afzien van de verhogingen en/of de intresten wanneer :
1° ingevolge overmacht de exploitant zich in de onmogelijkheid bevindt om de rechten te betalen binnen de voorziene termijn;
2° ten uitzonderlijke titel, redenen op het vlak van de billijkheid, de niet toepassing van de verhogingen en/of van de intresten rechtvaardigen.
§ 4. De toepassing van de bepalingen van dit besluit wordt gecontroleerd door de ambtenaren van het Instituut daartoe aangewezen door de Minister.
Deze ambtenaren zijn gemachtigd zich alle gegevens en documenten te laten voorleggen waaruit de basis voor de berekening van de verschuldigde rechten alsmede de betaling ervan kunnen blijken.
Zij kunnen het bedrag van de rechten ambtshalve vaststellen wanneer de controles worden verhinderd of bemoeilijkt of wanneer gegevens of documenten ontbreken of onjuist zijn.
§ 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de wetten van 5 september 1952 en 15 april 1965, wordt in geval van wanbetaling de invordering van de rechten verzekerd door de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, overeenkomstig de procedure vastgesteld in artikel 94 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit.
§ 6. De diensten van het Ministerie van Financiën verstrekken op eenvoudige aanvraag aan het Instituut al de inlichtingen en gegevens die het nuttig acht voor de toepassing van dit besluit.
Art. 13. § 1. Lorsque la déclaration mensuelle ou annuelle, visées à l'article 11, n'est pas introduite à la date d'échéance prévue, le montant des droits peut être majoré de 10 % et, en cas de récidive, de 50 %.
§ 2. Lorsque la déclaration comporte des données inexactes, la partie du montant dû qui correspond à la différence entre le montant déclaré et le montant réel, est majoré de 10 % et, en cas de récidive, de 50 %.
§ 3. Lorsque les droits ne sont pas payés à la date d'échéance prévue à l'article 12, ils sont majorés de 10 % et d'un intérêt de retard au tarif légal.
L'intérêt de retard n'est pas dû lorsqu'il n'atteint pas 100 F ou lorsque la base de calcul de celui-ci est inférieure à 5 000 F.
Le Ministre peut, lors de paiement tardif, renoncer totalement ou partiellement aux majorations et/ou aux intérêts de retard, lorsque :
1° suite à un cas de force majeure, l'exploitant se trouve dans l'impossibilité de payer les droits dans le délai prévu;
2° à titre exceptionnel, des raisons d'équité justifient la non application des majorations et/ou des intérêts de retard.
§ 4. L'application des dispositions du présent arrêté est contrôlée par les fonctionnaires de l'Institut, désignés à cet effet par le Ministre.
Ces fonctionnaires sont habilités à se faire présenter tous les données et documents à partir desquels la base de calcul des droits dus, ainsi que le paiement de ceux-ci peuvent apparaître.
Ils peuvent fixer d'office le montant des droits lorsque les contrôles sont empêchés ou rendus plus difficiles, ou lorsque des données ou des documents manquent ou sont inexacts.
§ 5. Sans préjudice des dispositions de l'article 6 des lois des 5 septembre 1952 et 15 avril 1965, le recouvrement des droits, en cas de non paiement, est assuré par l'Administration de la TVA, de l'Enregistrement et des Domaines, selon la procédure prévue par l'article 94 de l'arrêté royal du 17 juillet 1991 portant coordination des lois sur la comptabilité de l'Etat.
§ 6. Les services du Ministère des Finances fournissent à l'Institut, sur simple demande, toutes les informations et données qu'il estime utiles en vue de l'application du présent arrêté.
§ 2. Lorsque la déclaration comporte des données inexactes, la partie du montant dû qui correspond à la différence entre le montant déclaré et le montant réel, est majoré de 10 % et, en cas de récidive, de 50 %.
§ 3. Lorsque les droits ne sont pas payés à la date d'échéance prévue à l'article 12, ils sont majorés de 10 % et d'un intérêt de retard au tarif légal.
L'intérêt de retard n'est pas dû lorsqu'il n'atteint pas 100 F ou lorsque la base de calcul de celui-ci est inférieure à 5 000 F.
Le Ministre peut, lors de paiement tardif, renoncer totalement ou partiellement aux majorations et/ou aux intérêts de retard, lorsque :
1° suite à un cas de force majeure, l'exploitant se trouve dans l'impossibilité de payer les droits dans le délai prévu;
2° à titre exceptionnel, des raisons d'équité justifient la non application des majorations et/ou des intérêts de retard.
§ 4. L'application des dispositions du présent arrêté est contrôlée par les fonctionnaires de l'Institut, désignés à cet effet par le Ministre.
Ces fonctionnaires sont habilités à se faire présenter tous les données et documents à partir desquels la base de calcul des droits dus, ainsi que le paiement de ceux-ci peuvent apparaître.
Ils peuvent fixer d'office le montant des droits lorsque les contrôles sont empêchés ou rendus plus difficiles, ou lorsque des données ou des documents manquent ou sont inexacts.
§ 5. Sans préjudice des dispositions de l'article 6 des lois des 5 septembre 1952 et 15 avril 1965, le recouvrement des droits, en cas de non paiement, est assuré par l'Administration de la TVA, de l'Enregistrement et des Domaines, selon la procédure prévue par l'article 94 de l'arrêté royal du 17 juillet 1991 portant coordination des lois sur la comptabilité de l'Etat.
§ 6. Les services du Ministère des Finances fournissent à l'Institut, sur simple demande, toutes les informations et données qu'il estime utiles en vue de l'application du présent arrêté.
Art. 14. § 1. De rechten bedoeld in de artikelen 2 tot 4 kunnen worden verhaald op de eigenaar van het dier of de groep van dieren.
De rechten voor de opsporing van residuen kunnen door de belanghebbende worden verhaald op de persoon, als verantwoordelijke ingeschreven op het paspoort of het identificatiedocument bedoeld in de reglementering betreffende de identificatie van de dieren.
§ 2. De exploitanten van de inrichtingen vermelden het bedrag van de rechten bedoeld in artikel 9 afzonderlijk op hun facturen, tenzij aan de hand ervan genoegzaam blijkt dat het in de verkoopprijs begrepen is.
De rechten voor de opsporing van residuen kunnen door de belanghebbende worden verhaald op de persoon, als verantwoordelijke ingeschreven op het paspoort of het identificatiedocument bedoeld in de reglementering betreffende de identificatie van de dieren.
§ 2. De exploitanten van de inrichtingen vermelden het bedrag van de rechten bedoeld in artikel 9 afzonderlijk op hun facturen, tenzij aan de hand ervan genoegzaam blijkt dat het in de verkoopprijs begrepen is.
Art. 14. § 1. Les droits visés aux articles 2 à 4 peuvent être répercutés sur le propriétaire de l'animal ou du groupe d'animaux.
Les droits pour la recherche des résidus peuvent être répercutés par l'intéressé sur la personne, inscrite comme responsable sur le passeport ou sur le document d'identification, visé par la réglementation relative à l'identification des animaux.
§ 2. Les exploitants des établissements mentionnent le montant des droits visés à l'article 9 séparément sur leurs factures, sauf s'il apparaît suffisamment sur celles-ci qu'il est compris dans le prix de vente.
Les droits pour la recherche des résidus peuvent être répercutés par l'intéressé sur la personne, inscrite comme responsable sur le passeport ou sur le document d'identification, visé par la réglementation relative à l'identification des animaux.
§ 2. Les exploitants des établissements mentionnent le montant des droits visés à l'article 9 séparément sur leurs factures, sauf s'il apparaît suffisamment sur celles-ci qu'il est compris dans le prix de vente.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions finales.
Art. 15. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 4 december 1995 tot onderwerping aan vergunning van plaatsen waar voedingsmiddelen gefabriceerd of in de handel gebracht worden of met het oog op de uitvoer behandeld worden, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) het 3° wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 3° inrichtingen die over een erkenning of een registratienummer beschikken in toepassing van de besluiten genomen ter uitvoering van de wetten van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel en van 15 april 1965 betreffende de keuring van en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild en tot wijziging van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel ";
b) het 4° wordt opgeheven.
a) het 3° wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 3° inrichtingen die over een erkenning of een registratienummer beschikken in toepassing van de besluiten genomen ter uitvoering van de wetten van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel en van 15 april 1965 betreffende de keuring van en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild en tot wijziging van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel ";
b) het 4° wordt opgeheven.
Art. 15. Dans l'article 2 de l'arrêté royal du 4 décembre 1995 soumettant à une autorisation les lieux où des denrées alimentaires sont fabriquées ou mises dans le commerce ou sont traitées en vue de l'exportation, sont apportées les modifications suivantes :
a) le 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° aux établissements qui disposent d'un agrément ou d'un numéro d'enregistrement en application des arrêtés pris en exécution des lois des 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes et 15 avril 1965 concernant l'expertise et le commerce du poisson, des volailles, des lapins et du gibier et modifiant la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes ";
b) le 4° est abrogé.
a) le 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° aux établissements qui disposent d'un agrément ou d'un numéro d'enregistrement en application des arrêtés pris en exécution des lois des 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes et 15 avril 1965 concernant l'expertise et le commerce du poisson, des volailles, des lapins et du gibier et modifiant la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes ";
b) le 4° est abrogé.
Art. 16. Bij de eerste facturatie van de rechten die in toepassing van dit besluit verschuldigd zijn, brengt het Instituut de bedragen in mindering die de exploitanten van de inrichtingen in toepassing van het voornoemde koninklijk besluit van 4 december 1995 aan de Schatkist hebben gestort, voor zover zij vóór 1 maart 1999 het bewijs van betaling leveren.
Art. 16. L'Institut déduit, lors de la première facturation des droits dus en application du présent arrêté, les montants que les exploitants des établissements ont versés au Trésor en application de l'arrêté royal du 4 décembre 1995 précité, pour autant qu'ils fournissent, avant le 1 mars 1999, la preuve de paiement.
Art. 17. Bij wijze van overgangsbepaling en in afwijking van artikel 11, § 3, tweede lid doen de exploitanten van de inrichtingen bedoeld in artikel 7 van dit besluit uiterlijk tegen 1 maart 1999 aangifte van het gewicht van het vlees of de vis die in de loop van het jaar 1998 in hun inrichting werden binnengebracht. De exploitant moet dit gewicht kunnen staven aan de hand van registers of handelsdocumenten.
Art. 17. Par disposition transitoire et par dérogation à l'article 11, § 3, alinéa 2, les exploitants des établissements visés à l'article 7 du présent arrêté, déclarent au plus tard le mars 1999 le poids des viandes ou du poisson qui sont entrés au cours l'année 1998 dans leur établissement. L'exploitant doit pouvoir justifier ce poids au moyen des registres ou des documents commerciaux.
Art. 18. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1999.
Art. 18. Le présent arrêté entre en vigueur ler janvier 1999.
Art. 19. Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen en Onze Minister van Financiën zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 22 december 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA
De Minister van Financiën,
J.-J. VISEUR
Gegeven te Brussel, 22 december 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA
De Minister van Financiën,
J.-J. VISEUR
Art. 19. Notre Ministre de la Santé publique et des Pensions et Notre Ministre des Finances sont, chacun en ce qui le concerne, chargés de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 22 décembre 1998.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Santé publique et des Pensions,
M. COLLA
Le Ministre des Finances,
J.-J. VISEUR
Donné à Bruxelles, le 22 décembre 1998.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Santé publique et des Pensions,
M. COLLA
Le Ministre des Finances,
J.-J. VISEUR
Bijlage.
Annexe.
Art. N1. Bijlage 1. Hoofdstuk I. - Bedrag bedoeld in artikel 2, § 1, 1°, a). - Runderen en eenhoevigen.
Art. N1. Annexe 1. Chapitre I. - Montant visé à l'article 2, § 1, 1°, a). - Bovins et équidés.
Slachtritme Bedrag per dier
hoger dan tot
0,00 4,00 600 F
4,00 6,00 563 F
6,00 8,00 450 F
8,00 10,00 394 F
10,00 12,00 360 F
12,00 14,50 338 F
14,50 17,00 310 F
17,00 19,50 291 F
19,50 22,00 277 F
22,00 24,50 266 F
24,50 27,00 257 F
27,00 30,00 250 F
30,00 33,00 240 F
33,00 36,00 232 F
36,00 39,00 225 F
39,00 42,50 219 F
42,50 46,00 212 F
46,00 50,00 205 F
50,00 198 F
hoger dan tot
0,00 4,00 600 F
4,00 6,00 563 F
6,00 8,00 450 F
8,00 10,00 394 F
10,00 12,00 360 F
12,00 14,50 338 F
14,50 17,00 310 F
17,00 19,50 291 F
19,50 22,00 277 F
22,00 24,50 266 F
24,50 27,00 257 F
27,00 30,00 250 F
30,00 33,00 240 F
33,00 36,00 232 F
36,00 39,00 225 F
39,00 42,50 219 F
42,50 46,00 212 F
46,00 50,00 205 F
50,00 198 F
Rythme d'abattage Montant par animal
superieur a a
0,00 4,00 600 F
4,00 6,00 563 F
6,00 8,00 450 F
8,00 10,00 394 F
10,00 12,00 360 F
12,00 14,50 338 F
14,50 17,00 310 F
17,00 19,50 291 F
19,50 22,00 277 F
22,00 24,50 266 F
24,50 27,00 257 F
27,00 30,00 250 F
30,00 33,00 240 F
33,00 36,00 232 F
36,00 39,00 225 F
39,00 42,50 219 F
42,50 46,00 212 F
46,00 50,00 205 F
50,00 198 F
superieur a a
0,00 4,00 600 F
4,00 6,00 563 F
6,00 8,00 450 F
8,00 10,00 394 F
10,00 12,00 360 F
12,00 14,50 338 F
14,50 17,00 310 F
17,00 19,50 291 F
19,50 22,00 277 F
22,00 24,50 266 F
24,50 27,00 257 F
27,00 30,00 250 F
30,00 33,00 240 F
33,00 36,00 232 F
36,00 39,00 225 F
39,00 42,50 219 F
42,50 46,00 212 F
46,00 50,00 205 F
50,00 198 F
Jonge runderen.
Jeunes bovins.
Slachtritme Bedrag per dier
hoger dan tot
1,00 22,50 150,00 F
22,50 30,00 120,00 F
30,00 37,50 105,00 F
37,50 45,00 96,00 F
45,00 52,50 90,00 F
52,50 60,00 86,00 F
60,00 67,50 82,50 F
67,50 75,00 80,00 F
75,00 82,50 78,00 F
82,50 76,50 F
hoger dan tot
1,00 22,50 150,00 F
22,50 30,00 120,00 F
30,00 37,50 105,00 F
37,50 45,00 96,00 F
45,00 52,50 90,00 F
52,50 60,00 86,00 F
60,00 67,50 82,50 F
67,50 75,00 80,00 F
75,00 82,50 78,00 F
82,50 76,50 F
Rythme d'abattage Montant par animal
superieur a a
1,00 22,50 150,00 F
22,50 30,00 120,00 F
30,00 37,50 105,00 F
37,50 45,00 96,00 F
45,00 52,50 90,00 F
52,50 60,00 86,00 F
60,00 67,50 82,50 F
67,50 75,00 80,00 F
75,00 82,50 78,00 F
82,50 76,50 F
superieur a a
1,00 22,50 150,00 F
22,50 30,00 120,00 F
30,00 37,50 105,00 F
37,50 45,00 96,00 F
45,00 52,50 90,00 F
52,50 60,00 86,00 F
60,00 67,50 82,50 F
67,50 75,00 80,00 F
75,00 82,50 78,00 F
82,50 76,50 F
Schapen, geiten en wilde herkauwers.
Moutons, chèvres et ruminants sauvages.
Slachtritme Bedrag per dier
hoger dan tot
1,00 40,00 57,00 F
40,00 65,00 52,00 F
65,00 44,00 F
hoger dan tot
1,00 40,00 57,00 F
40,00 65,00 52,00 F
65,00 44,00 F
Rythme d'abattage Montant par animal
superieur a a
1,00 40,00 57,00 F
40,00 65,00 52,00 F
65,00 44,00 F
superieur a a
1,00 40,00 57,00 F
40,00 65,00 52,00 F
65,00 44,00 F
Varkens en everzwijnen.
Porcs et sangliers.
Slachtritme Bedrag per dier
hoger dan tot
1,00 24,00 100,00 F
24,00 34,00 94,00 F
34,00 44,00 79,50 F
44,00 54,50 71,50 F
54,50 65,00 66,00 F
65,00 76,50 62,50 F
76,50 88,00 59,00 F
88,00 99,50 56,50 F
99,50 111,00 54,50 F
111,00 123,50 53,00 F
123,50 136,00 51,00 F
136,00 148,50 49,50 F
148,50 161,00 48,50 F
161,00 174,50 47,50 F
174,50 188,00 46,50 F
188,00 202,50 45,50 F
202,50 217,00 44,50 F
217,00 234,50 43,50 F
234,50 252,00 42,00 F
252,00 269,00 41,00 F
269,00 286,00 40,00 F
286,00 303,00 39,50 F
303,00 320,00 38,50 F
320,00 337,00 38,00 F
337,00 354,00 37,50 F
354,00 373,50 37,00 F
373,50 393,00 36,00 F
393,00 412,50 35,50 F
412,50 432,00 35,00 F
432,00 452,00 34,50 F
452,00 472,00 34,00 F
472,00 33,50 F
hoger dan tot
1,00 24,00 100,00 F
24,00 34,00 94,00 F
34,00 44,00 79,50 F
44,00 54,50 71,50 F
54,50 65,00 66,00 F
65,00 76,50 62,50 F
76,50 88,00 59,00 F
88,00 99,50 56,50 F
99,50 111,00 54,50 F
111,00 123,50 53,00 F
123,50 136,00 51,00 F
136,00 148,50 49,50 F
148,50 161,00 48,50 F
161,00 174,50 47,50 F
174,50 188,00 46,50 F
188,00 202,50 45,50 F
202,50 217,00 44,50 F
217,00 234,50 43,50 F
234,50 252,00 42,00 F
252,00 269,00 41,00 F
269,00 286,00 40,00 F
286,00 303,00 39,50 F
303,00 320,00 38,50 F
320,00 337,00 38,00 F
337,00 354,00 37,50 F
354,00 373,50 37,00 F
373,50 393,00 36,00 F
393,00 412,50 35,50 F
412,50 432,00 35,00 F
432,00 452,00 34,50 F
452,00 472,00 34,00 F
472,00 33,50 F
Rythme d'abattage Montant par animal
superieur a a
1,00 24,00 100,00 F
24,00 34,00 94,00 F
34,00 44,00 79,50 F
44,00 54,50 71,50 F
54,50 65,00 66,00 F
65,00 76,50 62,50 F
76,50 88,00 59,00 F
88,00 99,50 56,50 F
99,50 111,00 54,50 F
111,00 123,50 53,00 F
123,50 136,00 51,00 F
136,00 148,50 49,50 F
148,50 161,00 48,50 F
161,00 174,50 47,50 F
174,50 188,00 46,50 F
188,00 202,50 45,50 F
202,50 217,00 44,50 F
217,00 234,50 43,50 F
234,50 252,00 42,00 F
252,00 269,00 41,00 F
269,00 286,00 40,00 F
286,00 303,00 39,50 F
303,00 320,00 38,50 F
320,00 337,00 38,00 F
337,00 354,00 37,50 F
354,00 373,50 37,00 F
373,50 393,00 36,00 F
393,00 412,50 35,50 F
412,50 432,00 35,00 F
432,00 452,00 34,50 F
452,00 472,00 34,00 F
472,00 33,50 F
superieur a a
1,00 24,00 100,00 F
24,00 34,00 94,00 F
34,00 44,00 79,50 F
44,00 54,50 71,50 F
54,50 65,00 66,00 F
65,00 76,50 62,50 F
76,50 88,00 59,00 F
88,00 99,50 56,50 F
99,50 111,00 54,50 F
111,00 123,50 53,00 F
123,50 136,00 51,00 F
136,00 148,50 49,50 F
148,50 161,00 48,50 F
161,00 174,50 47,50 F
174,50 188,00 46,50 F
188,00 202,50 45,50 F
202,50 217,00 44,50 F
217,00 234,50 43,50 F
234,50 252,00 42,00 F
252,00 269,00 41,00 F
269,00 286,00 40,00 F
286,00 303,00 39,50 F
303,00 320,00 38,50 F
320,00 337,00 38,00 F
337,00 354,00 37,50 F
354,00 373,50 37,00 F
373,50 393,00 36,00 F
393,00 412,50 35,50 F
412,50 432,00 35,00 F
432,00 452,00 34,50 F
452,00 472,00 34,00 F
472,00 33,50 F
Loopvogels.
Ratites.
Slachtritme Bedrag per dier
hoger dan tot
1,00 15,00 125 F
15,00 30,00 115 F
30,00 85 F
hoger dan tot
1,00 15,00 125 F
15,00 30,00 115 F
30,00 85 F
Rythme d'abattage Montant par animal
superieur a a
1,00 15,00 125 F
15,00 30,00 115 F
30,00 85 F
superieur a a
1,00 15,00 125 F
15,00 30,00 115 F
30,00 85 F
Art. 1N1. Hoofdstuk II. - Bedrag bedoeld in artikel 2, § 1, 1°, b).
Art. 1N1. Chapitre II. - Montant visé à l'article 2, § 1, 1°, b).
Slachtritme omgerekend naar Bedrag per dier
rundvee-eenheden
hoger dan tot 1* 2* 3* 4*
0,00 4,00 600 F 300 F 120 F 60 F
4,00 6,00 563 F 281 F 113 F 56 F
6,00 8,00 450 F 225 F 90 F 45 F
8,00 10,00 394 F 197 F 79 F 39 F
10,00 12,00 360 F 180 F 72 F 36 F
12,00 14,50 338 F 169 F 68 F 34 F
14,50 17,00 310 F 155 F 62 F 31 F
17,00 19,50 291 F 146 F 58 F 29 F
19,50 22,00 277 F 138 F 55 F 28 F
22,00 24,50 266 F 133 F 53 F 27 F
24,50 27,00 257 F 129 F 51 F 26 F
27,00 30,00 250 F 125 F 50 F 25 F
30,00 33,00 240 F 120 F 48 F 24 F
33,00 36,00 232 F 116 F 46 F 23 F
36,00 39,00 225 F 113 F 45 F 23 F
39,00 42,50 219 F 110 F 44 F 22 F
42,50 46,00 212 F 106 F 42 F 21 F
46,00 50,00 205 F 103 F 41 F 21 F
50,00 198 F 99 F 40 F 20 F
rundvee-eenheden
hoger dan tot 1* 2* 3* 4*
0,00 4,00 600 F 300 F 120 F 60 F
4,00 6,00 563 F 281 F 113 F 56 F
6,00 8,00 450 F 225 F 90 F 45 F
8,00 10,00 394 F 197 F 79 F 39 F
10,00 12,00 360 F 180 F 72 F 36 F
12,00 14,50 338 F 169 F 68 F 34 F
14,50 17,00 310 F 155 F 62 F 31 F
17,00 19,50 291 F 146 F 58 F 29 F
19,50 22,00 277 F 138 F 55 F 28 F
22,00 24,50 266 F 133 F 53 F 27 F
24,50 27,00 257 F 129 F 51 F 26 F
27,00 30,00 250 F 125 F 50 F 25 F
30,00 33,00 240 F 120 F 48 F 24 F
33,00 36,00 232 F 116 F 46 F 23 F
36,00 39,00 225 F 113 F 45 F 23 F
39,00 42,50 219 F 110 F 44 F 22 F
42,50 46,00 212 F 106 F 42 F 21 F
46,00 50,00 205 F 103 F 41 F 21 F
50,00 198 F 99 F 40 F 20 F
Rythme d'abattage converti en Montant par animal
unites de bovins
superieur a a 1* 2* 3* 4*
0,00 4,00 600 F 300 F 120 F 60 F
4,00 6,00 563 F 281 F 113 F 56 F
6,00 8,00 450 F 225 F 90 F 45 F
8,00 10,00 394 F 197 F 79 F 39 F
10,00 12,00 360 F 180 F 72 F 36 F
12,00 14,50 338 F 169 F 68 F 34 F
14,50 17,00 310 F 155 F 62 F 31 F
17,00 19,50 291 F 146 F 58 F 29 F
19,50 22,00 277 F 138 F 55 F 28 F
22,00 24,50 266 F 133 F 53 F 27 F
24,50 27,00 257 F 129 F 51 F 26 F
27,00 30,00 250 F 125 F 50 F 25 F
30,00 33,00 240 F 120 F 48 F 24 F
33,00 36,00 232 F 116 F 46 F 23 F
36,00 39,00 225 F 113 F 45 F 23 F
39,00 42,50 219 F 110 F 44 F 22 F
42,50 46,00 212 F 106 F 42 F 21 F
46,00 50,00 205 F 103 F 41 F 21 F
50,00 198 F 99 F 40 F 20 F
unites de bovins
superieur a a 1* 2* 3* 4*
0,00 4,00 600 F 300 F 120 F 60 F
4,00 6,00 563 F 281 F 113 F 56 F
6,00 8,00 450 F 225 F 90 F 45 F
8,00 10,00 394 F 197 F 79 F 39 F
10,00 12,00 360 F 180 F 72 F 36 F
12,00 14,50 338 F 169 F 68 F 34 F
14,50 17,00 310 F 155 F 62 F 31 F
17,00 19,50 291 F 146 F 58 F 29 F
19,50 22,00 277 F 138 F 55 F 28 F
22,00 24,50 266 F 133 F 53 F 27 F
24,50 27,00 257 F 129 F 51 F 26 F
27,00 30,00 250 F 125 F 50 F 25 F
30,00 33,00 240 F 120 F 48 F 24 F
33,00 36,00 232 F 116 F 46 F 23 F
36,00 39,00 225 F 113 F 45 F 23 F
39,00 42,50 219 F 110 F 44 F 22 F
42,50 46,00 212 F 106 F 42 F 21 F
46,00 50,00 205 F 103 F 41 F 21 F
50,00 198 F 99 F 40 F 20 F
1* runderen en eenhoevigen,
2* jonge runderen,
3* varkens, everzwjnen en loopvogels,
4* schapen, geiten en wilde herkauwers.
2* jonge runderen,
3* varkens, everzwjnen en loopvogels,
4* schapen, geiten en wilde herkauwers.
1* bovins et équidés,
2* jeunes bovins,
3* porcs, sangliers et ratites,
4* moutons; chèvres et ruminants sauvages.
2* jeunes bovins,
3* porcs, sangliers et ratites,
4* moutons; chèvres et ruminants sauvages.
Art. 2N1. Hoofdstuk III. - Omzetting naar rundvee- of pluimvee-eenheden.
Dieren geslacht in een slachthuis voor slachtdieren.
Dieren geslacht in een slachthuis voor slachtdieren.
Art. 2N1. Chapitre III. - Conversion en unités de bovins ou de volailles.
Animaux abattus dans un abattoir d'animaux de boucherie.
Animaux abattus dans un abattoir d'animaux de boucherie.
Categorie van dieren Rundvee-eenheden
Runderen en eenhoevigen 1,00
Jonge runderen 0,50
Varkens en everzwijnen 0,20
Loopvogels 0,20
Schapen, geiten en wilde herkauwers 0,10
Runderen en eenhoevigen 1,00
Jonge runderen 0,50
Varkens en everzwijnen 0,20
Loopvogels 0,20
Schapen, geiten en wilde herkauwers 0,10
Categorie d'animaux Unites de bovins
Bovins et solipedes 1,00
Jeunes bovins 0,50
Porcs et sangliers 0,20
Ratites 0,20
Moutons, chevres ou ruminants sauvages 0,10
Bovins et solipedes 1,00
Jeunes bovins 0,50
Porcs et sangliers 0,20
Ratites 0,20
Moutons, chevres ou ruminants sauvages 0,10
Dieren geslacht in een slachthuis voor gevogelte en konijnen.
Animaux abattus dans un abattoir de volailles et de lapins.
Categorie van dieren Pluimvee-eenheden
Gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met 1,00
een geslacht gewicht lager dan 2 kg
Gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met 2,00
een geslacht gewicht van 2 kg tot 5 kg
Gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met 4,00
een geslacht gewicht hoger dan 5 kg,
loopvogels uitgezonderd
Gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met 1,00
een geslacht gewicht lager dan 2 kg
Gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met 2,00
een geslacht gewicht van 2 kg tot 5 kg
Gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met 4,00
een geslacht gewicht hoger dan 5 kg,
loopvogels uitgezonderd
Categorie d'animaux Unites de volailles
Volailles, lapins et petit gibier a plumes ou a poil, 1,00
d'un poids carcasse inferier a 2 kg
Volailles, lapins et petit gibier a plumes ou a poil, 2,00
d'un poids carcasse de 2 kg a 5 kg
Volailles, lapins et petit gibier a plumes ou a poil, 4,00
d'un poids carcasse supérieur a 5 kg, a
l'exception des ratites
Volailles, lapins et petit gibier a plumes ou a poil, 1,00
d'un poids carcasse inferier a 2 kg
Volailles, lapins et petit gibier a plumes ou a poil, 2,00
d'un poids carcasse de 2 kg a 5 kg
Volailles, lapins et petit gibier a plumes ou a poil, 4,00
d'un poids carcasse supérieur a 5 kg, a
l'exception des ratites
Art. 3N1. Hoofdstuk IV. - Bedrag bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, a).
Gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht van lager dan 2 kg.
Gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht van lager dan 2 kg.
Art. 3N1. Chapitre IV. - Montant visé à l'article 3, § 1, 1°, a).
Volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse inférieur à 2 kg.
Volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse inférieur à 2 kg.
Slachtritme Bedrag per dier
hoger dan tot
1 3 000 0,90 F
3 000 3 500 0,86 F
3 500 4 000 0,83 F
4 000 4 500 0,80 F
4 500 5 000 0,78 F
5 000 5 500 0,76 F
5 500 6 000 0,75 F
6 000 6 500 0,74 F
6 500 7 000 0,73 F
7 000 7 500 0,72 F
7 500 8 000 0,71 F
8 000 8 500 0,71 F
8 500 9 000 0,70 F
9 000 9 500 0,70 F
9 500 10 000 0,69 F
10 000 0,69 F
hoger dan tot
1 3 000 0,90 F
3 000 3 500 0,86 F
3 500 4 000 0,83 F
4 000 4 500 0,80 F
4 500 5 000 0,78 F
5 000 5 500 0,76 F
5 500 6 000 0,75 F
6 000 6 500 0,74 F
6 500 7 000 0,73 F
7 000 7 500 0,72 F
7 500 8 000 0,71 F
8 000 8 500 0,71 F
8 500 9 000 0,70 F
9 000 9 500 0,70 F
9 500 10 000 0,69 F
10 000 0,69 F
Rythme d'abattage Montant par animal
superieur a a
1 3 000 0,90 F
3 000 3 500 0,86 F
3 500 4 000 0,83 F
4 000 4 500 0,80 F
4 500 5 000 0,78 F
5 000 5 500 0,76 F
5 500 6 000 0,75 F
6 000 6 500 0,74 F
6 500 7 000 0,73 F
7 000 7 500 0,72 F
7 500 8 000 0,71 F
8 000 8 500 0,71 F
8 500 9 000 0,70 F
9 000 9 500 0,70 F
9 500 10 000 0,69 F
10 000 0,69 F
superieur a a
1 3 000 0,90 F
3 000 3 500 0,86 F
3 500 4 000 0,83 F
4 000 4 500 0,80 F
4 500 5 000 0,78 F
5 000 5 500 0,76 F
5 500 6 000 0,75 F
6 000 6 500 0,74 F
6 500 7 000 0,73 F
7 000 7 500 0,72 F
7 500 8 000 0,71 F
8 000 8 500 0,71 F
8 500 9 000 0,70 F
9 000 9 500 0,70 F
9 500 10 000 0,69 F
10 000 0,69 F
Gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht van 2 kg tot 5 kg.
Volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse de 2 kg à 5 kg.
Slachtritme Bedrag per dier
hoger dan tot
0 1 500 1,80 F
1 500 1 750 1,71 F
1 750 2 000 1,65 F
2 000 2 250 1,60 F
2 250 2 500 1,56 F
2 500 2 750 1,53 F
2 750 3 000 1 50 F
3 000 3 250 1,48 F
3 250 3 500 1,46 F
3 500 3 750 1,44 F
3 750 4 000 1,43 F
4 000 4 250 1,41 F
4 250 4 500 1,40 F
4 500 4 750 1,39 F
4 750 5 000 1,38 F
5 000 1,37 F
hoger dan tot
0 1 500 1,80 F
1 500 1 750 1,71 F
1 750 2 000 1,65 F
2 000 2 250 1,60 F
2 250 2 500 1,56 F
2 500 2 750 1,53 F
2 750 3 000 1 50 F
3 000 3 250 1,48 F
3 250 3 500 1,46 F
3 500 3 750 1,44 F
3 750 4 000 1,43 F
4 000 4 250 1,41 F
4 250 4 500 1,40 F
4 500 4 750 1,39 F
4 750 5 000 1,38 F
5 000 1,37 F
Rythme d'abattage Montant par animal
superieur a a
0 1 500 1,80 F
1 500 1 750 1,71 F
1 750 2 000 1,65 F
2 000 2 250 1,60 F
2 250 2 500 1,56 F
2 500 2 750 1,53 F
2 750 3 000 1 50 F
3 000 3 250 1,48 F
3 250 3 500 1,46 F
3 500 3 750 1,44 F
3 750 4 000 1,43 F
4 000 4 250 1,41 F
4 250 4 500 1,40 F
4 500 4 750 1,39 F
4 750 5 000 1,38 F
5 000 1,37 F
superieur a a
0 1 500 1,80 F
1 500 1 750 1,71 F
1 750 2 000 1,65 F
2 000 2 250 1,60 F
2 250 2 500 1,56 F
2 500 2 750 1,53 F
2 750 3 000 1 50 F
3 000 3 250 1,48 F
3 250 3 500 1,46 F
3 500 3 750 1,44 F
3 750 4 000 1,43 F
4 000 4 250 1,41 F
4 250 4 500 1,40 F
4 500 4 750 1,39 F
4 750 5 000 1,38 F
5 000 1,37 F
Gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht hoger dan 5 kg.
Volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil; d'un poids carcasse supérieur à 5 kg.
Slachtritme Bedrag per dier
hoger dan tot
0 750 3,60 F
750 875 3,43 F
875 1 000 3,30 F
1 000 1 125 3,20 F
1 125 1 250 3,12 F
1 250 1 375 3,05 F
1 375 1 500 3,00 F
1 500 1 625 2,95 F
1 625 1 750 2,91 F
1 750 1 875 2,88 F
1 875 2 000 2,85 F
2 000 2 125 2,82 F
2 125 2 250 2,80 F
2 250 2 375 2,78 F
2 375 2 500 2,76 F
2 500 2,74 F
hoger dan tot
0 750 3,60 F
750 875 3,43 F
875 1 000 3,30 F
1 000 1 125 3,20 F
1 125 1 250 3,12 F
1 250 1 375 3,05 F
1 375 1 500 3,00 F
1 500 1 625 2,95 F
1 625 1 750 2,91 F
1 750 1 875 2,88 F
1 875 2 000 2,85 F
2 000 2 125 2,82 F
2 125 2 250 2,80 F
2 250 2 375 2,78 F
2 375 2 500 2,76 F
2 500 2,74 F
Rythme d'abattage Montant par animal
superieur a a
0 750 3,60 F
750 875 3,43 F
875 1 000 3,30 F
1 000 1 125 3,20 F
1 125 1 250 3,12 F
1 250 1 375 3,05 F
1 375 1 500 3,00 F
1 500 1 625 2,95 F
1 625 1 750 2,91 F
1 750 1 875 2,88 F
1 875 2 000 2,85 F
2 000 2 125 2,82 F
2 125 2 250 2,80 F
2 250 2 375 2,78 F
2 375 2 500 2,76 F
2 500 2,74 F
superieur a a
0 750 3,60 F
750 875 3,43 F
875 1 000 3,30 F
1 000 1 125 3,20 F
1 125 1 250 3,12 F
1 250 1 375 3,05 F
1 375 1 500 3,00 F
1 500 1 625 2,95 F
1 625 1 750 2,91 F
1 750 1 875 2,88 F
1 875 2 000 2,85 F
2 000 2 125 2,82 F
2 125 2 250 2,80 F
2 250 2 375 2,78 F
2 375 2 500 2,76 F
2 500 2,74 F
Art. 4N1. Hoofdstuk V. - Bedrag bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, b).
Art. 4N1. Chapitre V. - Montant visé à l'article 3, § 1, 1°, b).
Slachtritme omgerekend naar Bedrag per dier
pluimvee-eenheden
1 3 000 0,90 F 1,80 F 3,60 F
3 000 3 500 0,86 F 1,71 F 3,43 F
3 500 4 000 0,83 F 1,65 F 3,30 F
4 000 4 500 0,80 F 1,60 F 3,20 F
4 500 5 000 0,78 F 1,56 F 3,12 F
5 000 5 500 0,76 F 1,53 F 3,05 F
5 500 6 000 0,75 F 1,50 F 3,00 F
6 000 6 500 0,74 F 1,48 F 2,95 F
6 500 7 000 0,73 F 1,46 F 2,91 F
7 000 7 500 0,72 F 1,44 F 2,88 F
7 500 8 000 0,71 F 1,43 F 2,85 F
8 000 8 500 0,71 F 1,41 F 2,82 F
8 500 9 000 0,70 F 1,40 F 2,80 F
9 000 9 500 0,70 F 1,39 F 2,78 F
9 500 10 000 0,69 F 1,38 F 2,76 F
10 000 0,69 F 1,37 F 2,74 F
pluimvee-eenheden
1 3 000 0,90 F 1,80 F 3,60 F
3 000 3 500 0,86 F 1,71 F 3,43 F
3 500 4 000 0,83 F 1,65 F 3,30 F
4 000 4 500 0,80 F 1,60 F 3,20 F
4 500 5 000 0,78 F 1,56 F 3,12 F
5 000 5 500 0,76 F 1,53 F 3,05 F
5 500 6 000 0,75 F 1,50 F 3,00 F
6 000 6 500 0,74 F 1,48 F 2,95 F
6 500 7 000 0,73 F 1,46 F 2,91 F
7 000 7 500 0,72 F 1,44 F 2,88 F
7 500 8 000 0,71 F 1,43 F 2,85 F
8 000 8 500 0,71 F 1,41 F 2,82 F
8 500 9 000 0,70 F 1,40 F 2,80 F
9 000 9 500 0,70 F 1,39 F 2,78 F
9 500 10 000 0,69 F 1,38 F 2,76 F
10 000 0,69 F 1,37 F 2,74 F
Rythme d'abattage converti en unites de Montant par animal
volailles
1 3 000 0,90 F 1,80 F 3,60 F
3 000 3 500 0,86 F 1,71 F 3,43 F
3 500 4 000 0,83 F 1,65 F 3,30 F
4 000 4 500 0,80 F 1,60 F 3,20 F
4 500 5 000 0,78 F 1,56 F 3,12 F
5 000 5 500 0,76 F 1,53 F 3,05 F
5 500 6 000 0,75 F 1,50 F 3,00 F
6 000 6 500 0,74 F 1,48 F 2,95 F
6 500 7 000 0,73 F 1,46 F 2,91 F
7 000 7 500 0,72 F 1,44 F 2,88 F
7 500 8 000 0,71 F 1,43 F 2,85 F
8 000 8 500 0,71 F 1,41 F 2,82 F
8 500 9 000 0,70 F 1,40 F 2,80 F
9 000 9 500 0,70 F 1,39 F 2,78 F
9 500 10 000 0,69 F 1,38 F 2,76 F
10 000 0,69 F 1,37 F 2,74 F
volailles
1 3 000 0,90 F 1,80 F 3,60 F
3 000 3 500 0,86 F 1,71 F 3,43 F
3 500 4 000 0,83 F 1,65 F 3,30 F
4 000 4 500 0,80 F 1,60 F 3,20 F
4 500 5 000 0,78 F 1,56 F 3,12 F
5 000 5 500 0,76 F 1,53 F 3,05 F
5 500 6 000 0,75 F 1,50 F 3,00 F
6 000 6 500 0,74 F 1,48 F 2,95 F
6 500 7 000 0,73 F 1,46 F 2,91 F
7 000 7 500 0,72 F 1,44 F 2,88 F
7 500 8 000 0,71 F 1,43 F 2,85 F
8 000 8 500 0,71 F 1,41 F 2,82 F
8 500 9 000 0,70 F 1,40 F 2,80 F
9 000 9 500 0,70 F 1,39 F 2,78 F
9 500 10 000 0,69 F 1,38 F 2,76 F
10 000 0,69 F 1,37 F 2,74 F
1* gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht lager dan 2 kg.
2* gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht van 2 kg tot 5 kg.
3* gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht hoger dan 5 kg, uitgezonderd loopvogels.
2* gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht van 2 kg tot 5 kg.
3* gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, met een geslacht gewicht hoger dan 5 kg, uitgezonderd loopvogels.
1* volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse inférieur à 2 kg.
2* volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse de 2 kg à 5 kg.
3* volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse supérieur à 5 kg, à l'exception des ratites.
2* volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse de 2 kg à 5 kg.
3* volailles, lapins et petit gibier à plumes ou à poil, d'un poids carcasse supérieur à 5 kg, à l'exception des ratites.
Art. 5N1. Hoofdstuk VI. - Bedrag voor de opsporing van residuen.
Art. 5N1. Chapitre VI. - Montant pour la recherche de résidus.
Runderen 120 F per dier
Jonge runderen en paarden 20 F per dier
Varkens, everzwijnen en loopvogels 4 F per dier
Schapen, geiten en wilde herkauwers 1,50 F per dier
Gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, 0,03 F per dier
met een geslacht gewicht lager dan 2 kg
Gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, 0,06 F per dier
met een geslacht gewicht van 2 kg tot 5 kg
Gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, 0,12 F per dier
met een geslacht gewicht hoger dan 5 kg
Vis 0,02 F per kg
Jonge runderen en paarden 20 F per dier
Varkens, everzwijnen en loopvogels 4 F per dier
Schapen, geiten en wilde herkauwers 1,50 F per dier
Gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, 0,03 F per dier
met een geslacht gewicht lager dan 2 kg
Gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, 0,06 F per dier
met een geslacht gewicht van 2 kg tot 5 kg
Gevogelte, konijnen en klein veder- of haarwild, 0,12 F per dier
met een geslacht gewicht hoger dan 5 kg
Vis 0,02 F per kg
Bovins 120 F par animal
Jeunes bovins et equides 20 F par animal
Porcs, sangliers et ratites 4 F par animal
Moutons, chevres et ruminants sauvages 1,50 F par animal
Volailles, lapins et petit gibier a plumes ou a 0,03 F par animal
poil, d'un poids carcasse inferieur a 2 kg
Volailles, lapins et petit gibier a plumes ou a 0,06 F par animal
poil, d'un poids carcasse de 2 kg a 5 kg
Volailles, lapins et petit gibier a plumes ou a 0,12 F par animal
poil, d'un poids carcasse supérieur a 5 kg
Poisson 0,02 F par kg
Jeunes bovins et equides 20 F par animal
Porcs, sangliers et ratites 4 F par animal
Moutons, chevres et ruminants sauvages 1,50 F par animal
Volailles, lapins et petit gibier a plumes ou a 0,03 F par animal
poil, d'un poids carcasse inferieur a 2 kg
Volailles, lapins et petit gibier a plumes ou a 0,06 F par animal
poil, d'un poids carcasse de 2 kg a 5 kg
Volailles, lapins et petit gibier a plumes ou a 0,12 F par animal
poil, d'un poids carcasse supérieur a 5 kg
Poisson 0,02 F par kg
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 22 december 1998.
ALBERT
Van Koningswege
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA
De Minister van Financiën,
J.-J. VISEUR
ALBERT
Van Koningswege
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA
De Minister van Financiën,
J.-J. VISEUR
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 22 décembre 1998.
ALBERT
Par le Roi
Le Ministre de la Santé publique et des Pensions,
M. COLLA
Le Ministre des Finances,
J.-J. VISEUR
ALBERT
Par le Roi
Le Ministre de la Santé publique et des Pensions,
M. COLLA
Le Ministre des Finances,
J.-J. VISEUR