Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
8 AUGUSTUS 1997. - WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III - Faillissementswet. (NOTA : opgeheven onder voorbehoud van de toepassing ervan op de faillissementsprocedures die lopen op 01-05-2018 door W2017-08-11/14, art. 70, 028; Inwerkingtreding : 01-05-2018)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-10-1997 en tekstbijwerking tot 20-07-2018)
Titre
8 AOUT 1997. - CODE DE COMMERCE LIVRE III - Loi sur les faillites. (NOTE : abrogé sous réserve de son application aux procédures de faillite en cours au 01-05-2018 par L2017-08-11/14, art. 70, 028; En vigueur : 01-05-2018)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-10-1997 et mise à jour au 20-07-2018)
Informations sur le document
Numac: 1997009766
Datum: 1997-08-08
Info du document
Numac: 1997009766
Date: 1997-08-08
Table des matières
TITEL I. - Algemene bepalingen.
TITEL II. - Faillissement.
HOOFDSTUK I. - Aangifte, faillietverklaring en ...
HOOFDSTUK II. - Gevolgen van het faillissement.
HOOFDSTUK III. - Beheer en vereffening van de f...
Afdeling I. - Algemene bepalingen.
Afdeling 2. - Formaliteiten en beheer van het f...
HOOFDSTUK IV. - Aangifte en verificatie van de ...
HOOFDSTUK IVbis. Over de verklaring van de pers...
HOOFDSTUK V. - Summiere rechtspleging tot sluit...
HOOFDSTUK VI. - Vereffening van het faillissement.
HOOFDSTUK VII. - Soorten schuldeisers en hun re...
Afdeling I. - Medeschuldenaars en borgen.
Afdeling II. - Pandhoudende schuldeisers en sch...
Afdeling III. - Rechten van hypothecaire schuld...
Afdeling IV. - Gevolgen van het faillissement v...
Afdeling V. [1 - Gevolgen van het faillissement...
HOOFDSTUK VIII. - Uitdeling aan schuldeisers.
HOOFDSTUK IX. - Verkoop van de onroerende goede...
HOOFDSTUK X. - Terugvordering.
TITEL III. - Rehabilitatie.
TITEL IV. - Diverse bepalingen die verband houd...
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het Gerechtelijk ...
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in de strafwetten.
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in de fiscale wetten.
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van verschillende a...
TITEL V. - Bepalingen waarvan de draagwijdte he...
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het Gerechtelijk ...
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in de strafwetten.
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in de wetten op de...
HOOFDSTUK IV. - Opheffingsbepaling en inwerking...
Table des matières
TITRE I. - Dispositions générales.
TITRE II. - De la faillite.
CHAPITRE I. - De l'aveu, de la déclaration de f...
CHAPITRE II. - Des effets de la faillite.
CHAPITRE III. - De l'administration et de la li...
Section 1. - Dispositions générales.
Section 2. - Des formalités et de la gestion de...
CHAPITRE IV. - De la déclaration et de la vérif...
CHAPITRE IVbis. De la déclaration des personnes...
CHAPITRE V. - De la procédure sommaire de clôture.
CHAPITRE VI. - De la liquidation de la faillite.
CHAPITRE VII. - Des différentes espèces de créa...
Section I. - Des coobligés et des cautions.
Section II. - Des créanciers nantis de gage et ...
Section III. - Des droits des créanciers hypoth...
Section IV. - Des effets de la faillite d'un de...
Section V. [1 - Effets de la faillite sur la re...
CHAPITRE VIII. - Des répartitions aux créanciers.
CHAPITRE IX. - De la vente des immeubles du fai...
CHAPITRE X. - De la revendication.
TITRE III. - De la réhabilitation.
TITRE IV. - Dispositions diverses concernant la...
CHAPITRE I. - Modifications au Code judiciaire.
CHAPITRE II. - Modifications aux lois pénales.
CHAPITRE III. - Modifications aux lois fiscales.
CHAPITRE IV. - Modifications diverses.
TITRE V. - Dispositions dont la portée dépasse ...
CHAPITRE I. - Modifications au Code judiciaire.
CHAPITRE II. - Modifications aux lois pénales.
CHAPITRE III. - Modifications aux lois sur les ...
CHAPITRE IV. - Disposition abrogatoire et entré...
Tekst (192)
Texte (192)
TITEL I. - Algemene bepalingen.
TITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1. De artikelen 6 en 115 van deze wet regelen een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet; de overige artikelen regelen aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi, en ses articles 6 et 115, règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution; les autres articles règlent des matières visées à l'article 78 de la Constitution.
Art.2. De koopman die op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en wiens krediet geschokt is, bevindt zich in staat van faillissement.
Degene die geen handel meer drijft kan failliet worden verklaard indien hij heeft opgehouden te betalen toen hij nog koopman was.
De natuurlijke persoon die overleden is nadat hij op duurzame wijze had opgehouden te betalen en wiens krediet geschokt was, kan failliet worden verklaard tot zes maanden na zijn overlijden.
De ontbonden rechtspersoon kan failliet worden verklaard tot zes maanden na het sluiten van de vereffening.
Degene die geen handel meer drijft kan failliet worden verklaard indien hij heeft opgehouden te betalen toen hij nog koopman was.
De natuurlijke persoon die overleden is nadat hij op duurzame wijze had opgehouden te betalen en wiens krediet geschokt was, kan failliet worden verklaard tot zes maanden na zijn overlijden.
De ontbonden rechtspersoon kan failliet worden verklaard tot zes maanden na het sluiten van de vereffening.
Art.2. Tout commerçant qui a cessé ses paiements de manière persistante et dont le crédit se trouve ébranlé est en état de faillite.
Celui qui n'exerce plus le commerce peut être déclaré en faillite, si la cessation de ses paiements remonte à une époque où il était encore commerçant.
La faillite d'une personne physique peut être déclarée jusqu'à six mois après son décès, lorsqu'elle est décédée après avoir cessé ses paiements de manière persistante et que son crédit a été ébranlé.
La faillite d'une personne morale dissoute peut être déclarée jusqu'à six mois après la clôture de la liquidation.
Celui qui n'exerce plus le commerce peut être déclaré en faillite, si la cessation de ses paiements remonte à une époque où il était encore commerçant.
La faillite d'une personne physique peut être déclarée jusqu'à six mois après son décès, lorsqu'elle est décédée après avoir cessé ses paiements de manière persistante et que son crédit a été ébranlé.
La faillite d'une personne morale dissoute peut être déclarée jusqu'à six mois après la clôture de la liquidation.
Art.3. <W 2002-09-04/38, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002> (§ 1. Wordt een territoriale insolventieprocedure geopend krachtens artikel 3, § 2, van verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures of krachtens artikel 118, § 1, tweede lid, 2°, van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht, dan wordt de staat van faillissement van de vestiging beoordeeld los van de hoedanigheid van koopman van de schuldenaar en van de staat van zijn vestigingen in het buitenland gelegen.
Wordt een territoriale insolventieprocedure geopend krachtens artikel 3, § 3, van de genoemde verordening of krachtens artikel 118, § 1, tweede lid, 2°, van de genoemde wet, als gevolg van de erkenning van een buitenlandse rechterlijke beslissing om een hoofdprocedure te openen, dan geschiedt de faillietverklaring zonder dat de staat van schuldenaar op enigerlei wijze wordt onderzocht.)
(§ 2.) Wanneer in het buitenland, overeenkomstig artikel 3, § 1, van verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures, ten aanzien van een schuldenaar een insolventieprocedure wordt geopend, worden de hoofdzaken van de beslissing tot opening van de insolventieprocedure en de identiteit van de aangewezen curator in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt indien de schuldenaar in België een vestiging heeft.
Wordt een territoriale insolventieprocedure geopend krachtens artikel 3, § 3, van de genoemde verordening of krachtens artikel 118, § 1, tweede lid, 2°, van de genoemde wet, als gevolg van de erkenning van een buitenlandse rechterlijke beslissing om een hoofdprocedure te openen, dan geschiedt de faillietverklaring zonder dat de staat van schuldenaar op enigerlei wijze wordt onderzocht.)
(§ 2.) Wanneer in het buitenland, overeenkomstig artikel 3, § 1, van verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures, ten aanzien van een schuldenaar een insolventieprocedure wordt geopend, worden de hoofdzaken van de beslissing tot opening van de insolventieprocedure en de identiteit van de aangewezen curator in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt indien de schuldenaar in België een vestiging heeft.
Art.3. <L 2002-09-04/38, art. 2, 003; En vigueur : 01-10-2002> (§ 1er. Lors d'une procédure territoriale d'insolvabilité ouverte en vertu de l'article 3, § 2, du règlement 1346/2000/CE du Conseil du 29 mai 2000 relatif aux procédures d'insolvabilité ou en vertu de l'article 118, § 1er, alinéa 2, 2°, de la loi du 16 juillet 2004 portant le Code de droit international privé, l'état de faillite de l'établissement s'apprécie indépendamment de la qualité de commerçant du débiteur et de l'état des établissements de celui-ci situés à l'étranger.
Lors d'une procédure territoriale d'insolvabilité ouverte en vertu de l'article 3, § 3, de ce règlement, ou en vertu de l'article 118, § 1er, alinéa 2, 2°, de cette loi à la suite de la reconnaissance d'une décision judiciaire étrangère d'ouverture d'une procédure principale, la faillite est déclarée indépendamment de tout examen de l'état du débiteur.)
(§ 2.) Lorsqu'un débiteur fait l'objet à l'étranger d'une procédure ouverte conformément à l'article 3, § 1er, du règlement (CE) n° 1346/2000 du Conseil du 29 mai 2000 relatif aux procédures d'insolvabilité, le contenu essentiel de la décision ouvrant la procédure d'insolvabilité et l'identité du syndic désigné sont publiés au Moniteur belge , s'il possède un établissement en Belgique.
Lors d'une procédure territoriale d'insolvabilité ouverte en vertu de l'article 3, § 3, de ce règlement, ou en vertu de l'article 118, § 1er, alinéa 2, 2°, de cette loi à la suite de la reconnaissance d'une décision judiciaire étrangère d'ouverture d'une procédure principale, la faillite est déclarée indépendamment de tout examen de l'état du débiteur.)
(§ 2.) Lorsqu'un débiteur fait l'objet à l'étranger d'une procédure ouverte conformément à l'article 3, § 1er, du règlement (CE) n° 1346/2000 du Conseil du 29 mai 2000 relatif aux procédures d'insolvabilité, le contenu essentiel de la décision ouvrant la procédure d'insolvabilité et l'identité du syndic désigné sont publiés au Moniteur belge , s'il possède un établissement en Belgique.
Art.4. [1 Onverminderd de gevolgen die het Gerechtelijk Wetboek toekent aan betekeningen, beginnen de termijnen te lopen telkens deze wet bepaalt dat gegevens of stukken worden opgenomen in het in artikel 5/1 bedoelde register vanaf de dag volgend op die van de opneming.]1
De bepalingen van de artikelen 50, tweede lid, 55 en 56 van het Gerechtelijk Wetboek zijn niet toepasselijk op de vorderingen en betekeningen bedoeld in deze wet.
De bepalingen van de artikelen 50, tweede lid, 55 en 56 van het Gerechtelijk Wetboek zijn niet toepasselijk op de vorderingen en betekeningen bedoeld in deze wet.
Modifications
Art.4. [1 ans préjudice des effets que le Code judiciaire attribue aux significations, les délais prennent cours lorsque la présente loi impose l'insertion de données ou de pièces dans le registre visé à l'article 5/1, à partir du jour suivant celui de l'insertion.]1
Les articles 50, alinéa 2, 55 et 56 du Code judiciaire ne sont pas applicables aux demandes et significations visées dans la présente loi.
Les articles 50, alinéa 2, 55 et 56 du Code judiciaire ne sont pas applicables aux demandes et significations visées dans la présente loi.
Modifications
Art.5. [1 De kennisgevingen die de griffier doet krachtens deze wet geschieden bij gerechtsbrief of door de verzending van een elektronische akte.
De in deze wet bepaalde mededelingen aan en neerleggingen bij de curators, de rechter-commissarissen, de griffiers, het openbaar ministerie en de parketsecretariaten gedaan door de curators en de rechter-commissarissen, de griffiers, het openbaar ministerie en de parketsecretariaten, gebeuren via het in artikel 5/1 bedoelde register.]1
De in deze wet bepaalde mededelingen aan en neerleggingen bij de curators, de rechter-commissarissen, de griffiers, het openbaar ministerie en de parketsecretariaten gedaan door de curators en de rechter-commissarissen, de griffiers, het openbaar ministerie en de parketsecretariaten, gebeuren via het in artikel 5/1 bedoelde register.]1
Modifications
Art.5. [1 Les notifications auxquelles procède le greffier en vertu de la présente loi ont lieu par pli judiciaire ou par l'envoi d'un acte électronique.
Les communications et dépôts auprès des curateurs, des juges-commissaires, des greffiers, du ministère public et des secrétariats de parquet, prévus par la présente loi, faits par les curateurs, les juges-commissaires, les greffiers, le ministère public et les secrétariats de parquet se font par le biais du registre visé à l'article 5/1.]1
Les communications et dépôts auprès des curateurs, des juges-commissaires, des greffiers, du ministère public et des secrétariats de parquet, prévus par la présente loi, faits par les curateurs, les juges-commissaires, les greffiers, le ministère public et les secrétariats de parquet se font par le biais du registre visé à l'article 5/1.]1
Modifications
Art. 5/1. [1 Het Centraal Register Solvabiliteit, hierna "register" genoemd, is de geïnformatiseerde gegevensbank waarin het faillissementsdossier wordt opgenomen en bewaard.
Het register bevat alle gegevens en stukken betreffende de faillissementsprocedure.
Het register geldt als authentieke bron voor alle akten en gegevens die erin zijn opgenomen.]1
Het register bevat alle gegevens en stukken betreffende de faillissementsprocedure.
Het register geldt als authentieke bron voor alle akten en gegevens die erin zijn opgenomen.]1
Art. 5/1. [1 Le Registre Central de la Solvabilité, ci-après dénommé "le registre", est la base de données informatique où le dossier de la faillite est enregistré et conservé.
Le registre contient toutes les données et les pièces relatives à la procédure de faillite.
Le registre vaut comme source authentique pour tous les actes et données qui y sont enregistrés.]1
Le registre contient toutes les données et les pièces relatives à la procédure de faillite.
Le registre vaut comme source authentique pour tous les actes et données qui y sont enregistrés.]1
Modifications
Art. 5/2. [1 § 1. De Orde van Vlaamse Balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone, bedoeld in artikel 488 van het Gerechtelijk Wetboek, hierna "de beheerder" genoemd, staan gezamenlijk in voor de inrichting en het beheer van het register.
De beheerder wordt met betrekking tot het register beschouwd als de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
De bewaartermijn van de in artikel 5/1 bedoelde gegevens bedraagt 30 jaar, te rekenen vanaf het vonnis van sluiting van het faillissement. Na afloop van de termijn worden de gegevens naar het Rijksarchief overgebracht.
§ 2. De beheerder stelt een aangestelde voor de gegevensbescherming aan.
Deze is meer bepaald belast met :
1. het verstrekken van deskundige adviezen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de beveiliging van persoonsgegevens en informatie en inzake hun verwerking;
2. het informeren en adviseren van de beheerder die de persoonsgegevens behandelt over zijn verplichtingen krachtens deze wet en het algemeen kader van de bescherming van de gegevens en de persoonlijke levenssfeer;
3. het opstellen, het toepassen, het bijwerken en het controleren van een beleid inzake de beveiliging en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
4. het functioneren als contactpunt voor de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
5. de uitvoering van de andere opdrachten inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging die door de Koning worden bepaald, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Bij het uitoefenen van zijn opdrachten handelt de aangestelde voor de gegevensbescherming volledig onafhankelijk en brengt rechtstreeks verslag uit aan de beheerder.
De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beheerder, de nadere regels volgens welke de aangestelde voor de gegevensbescherming zijn opdrachten uitvoert.]1
De beheerder wordt met betrekking tot het register beschouwd als de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
De bewaartermijn van de in artikel 5/1 bedoelde gegevens bedraagt 30 jaar, te rekenen vanaf het vonnis van sluiting van het faillissement. Na afloop van de termijn worden de gegevens naar het Rijksarchief overgebracht.
§ 2. De beheerder stelt een aangestelde voor de gegevensbescherming aan.
Deze is meer bepaald belast met :
1. het verstrekken van deskundige adviezen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de beveiliging van persoonsgegevens en informatie en inzake hun verwerking;
2. het informeren en adviseren van de beheerder die de persoonsgegevens behandelt over zijn verplichtingen krachtens deze wet en het algemeen kader van de bescherming van de gegevens en de persoonlijke levenssfeer;
3. het opstellen, het toepassen, het bijwerken en het controleren van een beleid inzake de beveiliging en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
4. het functioneren als contactpunt voor de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
5. de uitvoering van de andere opdrachten inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging die door de Koning worden bepaald, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Bij het uitoefenen van zijn opdrachten handelt de aangestelde voor de gegevensbescherming volledig onafhankelijk en brengt rechtstreeks verslag uit aan de beheerder.
De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beheerder, de nadere regels volgens welke de aangestelde voor de gegevensbescherming zijn opdrachten uitvoert.]1
Art. 5/2. [1 § 1er. L'Ordre des barreaux francophones et germanophone et l'Orde van Vlaamse Balies, visés à l'article 488 du Code judiciaire, ci-après dénommés "le gestionnaire", mettent en place et gèrent le registre conjointement.
En ce qui concerne le registre, le gestionnaire est considéré comme responsable du traitement des données au sens de l'article 1er, § 4, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel.
Le délai de conservation des données visées à l'article 5/1 est de 30 ans à partir du jugement de clôture de la faillite. A l'expiration de ce délai, les données sont déposées aux Archives de l'Etat.
§ 2. Le gestionnaire désigne un préposé à la protection des données.
Celui-ci est plus particulièrement chargé :
1. de la remise d'avis qualifiés en matière de protection de la vie privée, de la sécurisation des données à caractère personnel et des informations et de leur traitement;
2. d'informer et conseiller le gestionnaire traitant les données à caractère personnel de ses obligations en vertu de la présente loi et du cadre général de la protection des données et de la vie privée;
3. de l'établissement, de la mise en oeuvre, de la mise à jour et du contrôle d'une politique de sécurisation et de protection de la vie privée;
4. d'être le point de contact pour la Commission de la protection de la vie privée;
5. de l'exécution des autres missions relatives à la protection de la vie privée et à la sécurisation qui sont déterminées par le Roi, après avis de la Commission de la protection de la vie privée.
Dans l'exercice de ses missions, le préposé à la protection des données agit en toute indépendance et transmet directement un rapport au gestionnaire.
Le Roi détermine, après avis de la Commission de la protection de la vie privée et du gestionnaire, les règles sur la base desquelles le préposé à la protection des données effectue ses missions.]1
En ce qui concerne le registre, le gestionnaire est considéré comme responsable du traitement des données au sens de l'article 1er, § 4, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel.
Le délai de conservation des données visées à l'article 5/1 est de 30 ans à partir du jugement de clôture de la faillite. A l'expiration de ce délai, les données sont déposées aux Archives de l'Etat.
§ 2. Le gestionnaire désigne un préposé à la protection des données.
Celui-ci est plus particulièrement chargé :
1. de la remise d'avis qualifiés en matière de protection de la vie privée, de la sécurisation des données à caractère personnel et des informations et de leur traitement;
2. d'informer et conseiller le gestionnaire traitant les données à caractère personnel de ses obligations en vertu de la présente loi et du cadre général de la protection des données et de la vie privée;
3. de l'établissement, de la mise en oeuvre, de la mise à jour et du contrôle d'une politique de sécurisation et de protection de la vie privée;
4. d'être le point de contact pour la Commission de la protection de la vie privée;
5. de l'exécution des autres missions relatives à la protection de la vie privée et à la sécurisation qui sont déterminées par le Roi, après avis de la Commission de la protection de la vie privée.
Dans l'exercice de ses missions, le préposé à la protection des données agit en toute indépendance et transmet directement un rapport au gestionnaire.
Le Roi détermine, après avis de la Commission de la protection de la vie privée et du gestionnaire, les règles sur la base desquelles le préposé à la protection des données effectue ses missions.]1
Modifications
Art. 5/3. [1 § 1. In de vervulling van hun wettelijke opdracht hebben de magistraten, de griffiers, het openbaar ministerie, de parketsecretarissen, de curators, de rechter-commissarissen, alsook de gefailleerden, de schuldeisers, de derden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, en de beheerder toegang tot de voor hen relevante, in artikel 5/1 bedoelde gegevens. De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de nadere regels van toegang tot het register.
De Koning kan, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, andere categorieën van personen de toestemming geven om die gegevens te raadplegen onder de voorwaarden die Hij bepaalt.
§ 2. Het is de beheerder verboden om de in artikel 5/1, tweede lid, bedoelde gegevens te verstrekken aan andere dan de in paragraaf 1 bedoelde personen.
Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in artikel 5/1, tweede lid, bedoelde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet het vertrouwelijke karakter ervan in acht nemen.
§ 3. Artikel 458 van het Strafwetboek is op hen van toepassing.]1
De Koning kan, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, andere categorieën van personen de toestemming geven om die gegevens te raadplegen onder de voorwaarden die Hij bepaalt.
§ 2. Het is de beheerder verboden om de in artikel 5/1, tweede lid, bedoelde gegevens te verstrekken aan andere dan de in paragraaf 1 bedoelde personen.
Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in artikel 5/1, tweede lid, bedoelde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet het vertrouwelijke karakter ervan in acht nemen.
§ 3. Artikel 458 van het Strafwetboek is op hen van toepassing.]1
Art. 5/3. [1 § 1er. Dans le cadre de l'accomplissement de leurs missions légales, les magistrats, les greffiers, le ministère public, les secrétaires de parquet, les curateurs, les juges-commissaires ainsi que les faillis, les créanciers, les tiers qui fournissent l'assistance judiciaire à titre professionnel, et le gestionnaire ont accès aux données visées à l'article 5/1, qui sont pertinentes pour eux. Le Roi fixe, après avis de la Commission de la protection de la vie privée, les modalités d'accès au registre.
Le Roi peut, après avis de la Commission de la protection de la vie privée, permettre à d'autres catégories de personnes de consulter ces données dans les conditions qu'Il détermine.
§ 2. Le gestionnaire n'est pas autorisé à communiquer les données visées à l'article 5/1, alinéa 2, à d'autres personnes que celles visées au paragraphe 1er.
Quiconque participe, à quelque titre que ce soit, à la collecte, au traitement ou à la communication des données visées à l'article 5/1, alinéa 2, ou a connaissance de telles données est tenu d'en respecter le caractère confidentiel.
§ 3. L'article 458 du Code pénal leur est applicable.]1
Le Roi peut, après avis de la Commission de la protection de la vie privée, permettre à d'autres catégories de personnes de consulter ces données dans les conditions qu'Il détermine.
§ 2. Le gestionnaire n'est pas autorisé à communiquer les données visées à l'article 5/1, alinéa 2, à d'autres personnes que celles visées au paragraphe 1er.
Quiconque participe, à quelque titre que ce soit, à la collecte, au traitement ou à la communication des données visées à l'article 5/1, alinéa 2, ou a connaissance de telles données est tenu d'en respecter le caractère confidentiel.
§ 3. L'article 458 du Code pénal leur est applicable.]1
Modifications
Art. 5/4. [1 De beheerder staat in voor de controle op de werking en het gebruik van het register.
Overeenkomstig de artikelen 9 tot 12 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, stelt de beheerder, op de door de Koning, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bepaalde wijze, iedere belanghebbende partij in kennis van :
1° de in artikel 5/1, tweede lid, bedoelde gegevens die haar betreffen;
2° de categorieën van personen die toegang hebben tot de in de bepaling onder 1° bedoelde gegevens;
3° de bewaartermijn van de in de bepaling onder 1° bedoelde gegevens;
4° de in artikel 5/2, § 1, tweede lid, bedoelde verantwoordelijke voor de verwerking;
5° de wijze waarop zij inzage kan verkrijgen van de in de bepaling onder 1° bedoelde gegevens.]1
Overeenkomstig de artikelen 9 tot 12 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, stelt de beheerder, op de door de Koning, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bepaalde wijze, iedere belanghebbende partij in kennis van :
1° de in artikel 5/1, tweede lid, bedoelde gegevens die haar betreffen;
2° de categorieën van personen die toegang hebben tot de in de bepaling onder 1° bedoelde gegevens;
3° de bewaartermijn van de in de bepaling onder 1° bedoelde gegevens;
4° de in artikel 5/2, § 1, tweede lid, bedoelde verantwoordelijke voor de verwerking;
5° de wijze waarop zij inzage kan verkrijgen van de in de bepaling onder 1° bedoelde gegevens.]1
Art. 5/4. [1 Le gestionnaire assure le contrôle du fonctionnement et de l'utilisation du registre.
Conformément aux articles 9 à 12 de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, le gestionnaire informe toute partie intéressée selon les modalités fixées par le Roi, après avis de la Commission pour la protection de la vie privée :
1° des données visées à l'article 5/1, alinéa 2, qui la concernent;
2° des catégories de personnes qui ont accès aux données visées au 1° ;
3° du délai de conservation des données visées au 1° ;
4° du responsable du traitement visé à l'article 5/2, § 1, alinéa 2;
5° de la manière dont elle peut obtenir accès aux données visées au 1°.]1
Conformément aux articles 9 à 12 de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, le gestionnaire informe toute partie intéressée selon les modalités fixées par le Roi, après avis de la Commission pour la protection de la vie privée :
1° des données visées à l'article 5/1, alinéa 2, qui la concernent;
2° des catégories de personnes qui ont accès aux données visées au 1° ;
3° du délai de conservation des données visées au 1° ;
4° du responsable du traitement visé à l'article 5/2, § 1, alinéa 2;
5° de la manière dont elle peut obtenir accès aux données visées au 1°.]1
Modifications
Art. 5/5. [1 De Koning bepaalt, na het advies te hebben ingewonnen van de beheerder en de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer :
1° de vorm en de nadere regels van de opname van gegevens in het register;
2° de nadere regels inzake de toegang tot het register;
3° de nadere regels voor de inrichting en werking van het register, en de gegevens van het register.
Met betrekking tot de gefailleerde, de schuldeisers, de curators en de rechters-commissarissen worden de volgende categorieën van persoonsgegevens in het register verwerkt :
1° de identificatiegegevens, zijnde de gegevens die het mogelijk maken om de gefailleerde, de schuldeisers, de curators en de rechters-commissarissen op unieke wijze te identificeren, onder meer :
- de naam en voornamen van de natuurlijke persoon, of de naam van de rechtspersoon;
- de nationaliteit;
- het beroep;
- de unieke identificatienummers, met name het identificatienummer van het Rijksregister van natuurlijke personen, en het identificatienummer van de Kruispuntbank van ondernemingen;
- het adres van inschrijving in het bevolkingsregister, en het adres van de maatschappelijke zetel;
2° gerechtelijke gegevens, zijnde de gegevens in verband met het faillissementsdossier, onder meer :
- de rechtbank waarbij de procedure hangende is;
- het bedrag van de aangegeven schuldvordering;
- de naam en hoedanigheid van de partij in de procedure.]1
1° de vorm en de nadere regels van de opname van gegevens in het register;
2° de nadere regels inzake de toegang tot het register;
3° de nadere regels voor de inrichting en werking van het register, en de gegevens van het register.
Met betrekking tot de gefailleerde, de schuldeisers, de curators en de rechters-commissarissen worden de volgende categorieën van persoonsgegevens in het register verwerkt :
1° de identificatiegegevens, zijnde de gegevens die het mogelijk maken om de gefailleerde, de schuldeisers, de curators en de rechters-commissarissen op unieke wijze te identificeren, onder meer :
- de naam en voornamen van de natuurlijke persoon, of de naam van de rechtspersoon;
- de nationaliteit;
- het beroep;
- de unieke identificatienummers, met name het identificatienummer van het Rijksregister van natuurlijke personen, en het identificatienummer van de Kruispuntbank van ondernemingen;
- het adres van inschrijving in het bevolkingsregister, en het adres van de maatschappelijke zetel;
2° gerechtelijke gegevens, zijnde de gegevens in verband met het faillissementsdossier, onder meer :
- de rechtbank waarbij de procedure hangende is;
- het bedrag van de aangegeven schuldvordering;
- de naam en hoedanigheid van de partij in de procedure.]1
Art. 5/5. [1 Le Roi détermine, après avoir recueilli l'avis du gestionnaire et de la Commission de la protection de la vie privée :
1° la forme et les modalités de l'enregistrement des données dans le registre;
2° les modalités d'accès au registre;
3° les modalités de mise en place et de fonctionnement du registre, et les données du registre.
En ce qui concerne le failli, les créanciers, les curateurs et les juges-commissaires, les catégories de données à caractère personnel suivantes sont traitées dans le registre :
1° les données d'identification, à savoir les données permettant d'identifier de manière unique le failli, les créanciers, les curateurs et les juges-commissaires, notamment :
- les noms et prénoms de la personne physique, ou le nom de la personne morale;
- la nationalité;
- la profession;
- les numéros d'identification uniques, à savoir le numéro d'identification du Registre national des personnes physiques, et le numéro d'identification de la Banque Carrefour des entreprises;
- l'adresse d'inscription dans le registre de la population, et l'adresse du siège social;
2° les données judiciaires, à savoir les données relatives au dossier de la faillite, notamment :
- le tribunal où la procédure est en cours;
- le montant de la créance déclarée;
- le nom et la qualité de la partie dans la procédure.]1
1° la forme et les modalités de l'enregistrement des données dans le registre;
2° les modalités d'accès au registre;
3° les modalités de mise en place et de fonctionnement du registre, et les données du registre.
En ce qui concerne le failli, les créanciers, les curateurs et les juges-commissaires, les catégories de données à caractère personnel suivantes sont traitées dans le registre :
1° les données d'identification, à savoir les données permettant d'identifier de manière unique le failli, les créanciers, les curateurs et les juges-commissaires, notamment :
- les noms et prénoms de la personne physique, ou le nom de la personne morale;
- la nationalité;
- la profession;
- les numéros d'identification uniques, à savoir le numéro d'identification du Registre national des personnes physiques, et le numéro d'identification de la Banque Carrefour des entreprises;
- l'adresse d'inscription dans le registre de la population, et l'adresse du siège social;
2° les données judiciaires, à savoir les données relatives au dossier de la faillite, notamment :
- le tribunal où la procédure est en cours;
- le montant de la créance déclarée;
- le nom et la qualité de la partie dans la procédure.]1
Modifications
Art. 5/6. [1 § 1. Teneinde de kosten te dekken die veroorzaakt worden door [ de inrichting] het beheer van het register geven het neerleggen van schuldvorderingen door de schuldeisers, de inzage van het faillissementsdossier via het register en het beheer van het faillissementsdossier middels het register aanleiding tot de inning van een retributie waarvan de Koning het bedrag, de voorwaarden en de nadere regels van inning bepaalt. (W 2016-12-25/14, art. 171; Inwerkingtreding : 30-12-2016)
§ 2. De retributies worden aan de beheerder betaald en door hem geïnd.
§ 3. Het bedrag van de retributies bedoeld in paragraaf 1 varieert naargelang de hoedanigheid van de partij die gebruik maakt van het register, de wijze van neerlegging en de hoegrootheid van het actief van de boedel.
Dit bedrag wordt op 1 januari van ieder jaar aan de hand van de volgende formule van rechtswege aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen : het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het beginindexcijfer.
Het beginindexcijfer is dat van de maand december van het jaar gedurende hetwelk het bedrag van de retributie is vastgesteld. Het nieuwe indexcijfer is dat van de maand december van het jaar voorafgaand aan de eerste januari van het jaar gedurende hetwelk de aanpassing plaatsvindt.
Het resultaat wordt op een eenheid naar boven afgerond.".
§ 4. De overheidsinstellingen die in het kader van hun opdracht gebruikmaken van het register, zijn niet gehouden tot de betaling van de retributies bedoeld in dit artikel.]1
§ 2. De retributies worden aan de beheerder betaald en door hem geïnd.
§ 3. Het bedrag van de retributies bedoeld in paragraaf 1 varieert naargelang de hoedanigheid van de partij die gebruik maakt van het register, de wijze van neerlegging en de hoegrootheid van het actief van de boedel.
Dit bedrag wordt op 1 januari van ieder jaar aan de hand van de volgende formule van rechtswege aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen : het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het beginindexcijfer.
Het beginindexcijfer is dat van de maand december van het jaar gedurende hetwelk het bedrag van de retributie is vastgesteld. Het nieuwe indexcijfer is dat van de maand december van het jaar voorafgaand aan de eerste januari van het jaar gedurende hetwelk de aanpassing plaatsvindt.
Het resultaat wordt op een eenheid naar boven afgerond.".
§ 4. De overheidsinstellingen die in het kader van hun opdracht gebruikmaken van het register, zijn niet gehouden tot de betaling van de retributies bedoeld in dit artikel.]1
Art. 5/6. [1 § 1er. Afin de couvrir les coûts engendrés par [ l'organisation], la gestion du registre, le dépôt des créances par les créanciers, la prise de connaissance du dossier de la faillite via le registre et la tenue du dossier de la faillite dans le registre donnent lieu à une rétribution dont le Roi fixe le montant, les conditions et modalités de perception. (L 2016-12-25/14, art. 171; En vigueur : 30-12-2016)
§ 2. Les rétributions sont payables au gestionnaire et collectées par ce dernier.
§ 3. Le montant des rétributions visées au paragraphe 1er varie en fonction de la qualité de la partie qui utilise le registre, du mode de dépôt et du montant de l'actif de la masse.
Le montant est adapté de plein droit le 1er janvier de chaque année, sur la base de la formule suivante liée à l'évolution de l'indice des prix à la consommation : le nouveau montant est égal au montant de base multiplié par le nouvel indice et divisé par l'indice de départ.
L'indice de départ est celui du mois de décembre de l'année au cours de laquelle le montant de la rétribution est établi. Le nouvel indice est celui du mois de décembre de l'année précédant le 1er janvier de l'année au cours de laquelle l'adaptation se produit.
Le résultat est arrondi à l'unité supérieure.".
§ 4. Dans le cadre de l'accomplissement de leurs missions légales, les institutions publiques ne sont pas tenues de payer les rétributions visées dans le présent article.]1
§ 2. Les rétributions sont payables au gestionnaire et collectées par ce dernier.
§ 3. Le montant des rétributions visées au paragraphe 1er varie en fonction de la qualité de la partie qui utilise le registre, du mode de dépôt et du montant de l'actif de la masse.
Le montant est adapté de plein droit le 1er janvier de chaque année, sur la base de la formule suivante liée à l'évolution de l'indice des prix à la consommation : le nouveau montant est égal au montant de base multiplié par le nouvel indice et divisé par l'indice de départ.
L'indice de départ est celui du mois de décembre de l'année au cours de laquelle le montant de la rétribution est établi. Le nouvel indice est celui du mois de décembre de l'année précédant le 1er janvier de l'année au cours de laquelle l'adaptation se produit.
Le résultat est arrondi à l'unité supérieure.".
§ 4. Dans le cadre de l'accomplissement de leurs missions légales, les institutions publiques ne sont pas tenues de payer les rétributions visées dans le présent article.]1
Modifications
TITEL II. - Faillissement.
TITRE II. - De la faillite.
HOOFDSTUK I. - Aangifte, faillietverklaring en staking van betaling.
CHAPITRE I. - De l'aveu, de la déclaration de faillite et de la cessation de paiement.
Art.6. Onverminderd de bepalingen van de wet [1 betreffende de continuïteit van de ondernemingen]1 geschiedt de faillietverklaring bij vonnis van de [2 ondernemingsrechtbank]2 waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, hetzij op aangifte van de koopman, hetzij op dagvaarding van een of meer schuldeisers, van het openbaar ministerie, van de voorlopige bewindvoerder als bedoeld in artikel 8 of van de curator van de hoofdprocedure in het geval (bedoeld in artikel 3, eerste lid). <W 2002-09-04/38, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Art.6. Sans préjudice des dispositions de la loi [1 relative à la continuité des entreprises]1, la faillite est déclarée par jugement du [2 tribunal de l'entreprise]2 saisi soit sur l'aveu du commerçant, soit sur citation d'un ou plusieurs créanciers, du ministère public, de l'administrateur provisoire visé à l'article 8 ou du syndic de la procédure principale dans le cas (visé à l'article 3, alinéa 1er). <L 2002-09-04/38, art. 3, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Art.7. Zowel in geval van aangifte als in geval van vordering tot faillietverklaring kan de [2 ondernemingsrechtbank]2 haar beslissing opschorten voor een termijn van vijftien dagen tijdens welke de koopman [1 een gerechtelijke reorganisatie kan aanvragen of waarin de procureur des Konings, een schuldeiser of een persoon geïnteresseerd in het verwerven van alle of een deel van het bedrijf van de koopman een gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag kan aanvragen]1.
Art.7. Tant en cas d'aveu qu'en cas de demande en faillite, le [2 tribunal de l'entreprise]2 peut suspendre sa décision pour un délai de quinze jours pendant lequel le commerçant [1 peut introduire une demande en réorganisation judiciaire ou pendant lequel le procureur du Roi, un créancier ou toute personne ayant intérêt à acquérir tout ou partie de l'entreprise du commerçant peut introduire une demande en réorganisation judiciaire par transfert sous autorité de justice]1.
Art.8. (Wanneer er gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende aanwijzingen bestaan dat de voorwaarden voor een faillissement vervuld zijn [2 ...]2 kan de voorzitter van de [3 ondernemingsrechtbank]3 de koopman of de handelsvennootschap geheel of ten dele het beheer van het geheel of een gedeelte van zijn goederen ontnemen.) <W 2009-01-31/33, art. 76, 1°, 015; Inwerkingtreding : Inwerkingtreding : 01-04-2009>
De voorzitter beslist, ofwel op eenzijdig verzoekschrift van iedere belanghebbende, ofwel ambtshalve.
De voorzitter wijst een of meer voorlopige bewindvoerders aan vertrouwd met het bestuur van een onderneming en met boekhouden en bepaalt nauwkeurig hun bevoegdheid. De aangifte van het faillissement van (de koopman of de handelsvennootschap) of zijn vertegenwoordiging in de faillissementsprocedure behoren niet tot die bevoegdheid. <W 2009-01-31/33, art. 76, 2°, 015; Inwerkingtreding : 01-04-2009>
De aangewezen voorlopige bewindvoerder moet garanties van onafhankelijkheid en onpartijdigheid bieden. De betrokkene moet gebonden zijn door een deontologische code en zijn professionele aansprakelijkheid moet verzekerd zijn.
De beschikking tot ontneming van het beheer blijft slechts gevolg hebben indien binnen (vijftien) dagen na de uitspraak een vordering tot faillietverklaring wordt ingesteld, of wel door de eisende partij, of wel door de voorlopige bewindvoerders ingeval de voorzitter van ambtswege heeft beschikt. <W 2002-09-04/38, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
De beslissing vervalt van rechtswege indien het faillissement niet wordt uitgesproken binnen vier maanden na indiening van de vordering tot faillietverklaring. Deze termijn wordt opgeschort voor de duur van het uitstel aan de schuldenaar toegekend of vereist na een heropening van de debatten. Onverminderd de toepassing van [1 artikel 23 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen]1, wordt de beslissing niet bekendgemaakt.
(De voorzitter kan te allen tijde, op verzoekschrift of, in geval van dringende noodzakelijkheid op zelfs mondeling verzoek van de voorlopige bewindvoerders, hun bevoegdheden wijzigen.) De krachtens dit artikel genomen beslissingen zijn uitvoerbaar bij voorraad. De rechtsmiddelen voorgeschreven in de artikelen 1031 tot 1034 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen tegen die beslissingen worden aangewend. <W 2002-09-04/38, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
De handelingen door de schuldenaar verricht in strijd met de ontneming van het beheer, kunnen niet worden tegengeworpen aan de boedel, indien zij die met hem hebben gehandeld, kennis hadden van de ontneming van het beheer, of indien zij vallen onder een van de drie categorieën van handelingen bepaald bij artikel 17. De curators zijn nochtans niet gehouden de niet-tegenwerpbaarheid in te roepen van handelingen door de gefailleerde verricht in zoverre dit heeft geleid tot verrijking van de boedel.
Indien de schuldenaar over zijn goederen heeft beschikt op de dag (...) van de beslissing tot ontneming van het beheer, wordt de schuldenaar vermoed over zijn goederen te hebben beschikt na deze beslissing. <W 2002-09-04/38, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Indien een betaling aan de schuldenaar is gedaan na de beslissing tot ontneming van het beheer en deze verrichting niet aan de voorlopige bewindvoerder, belast met het ontvangen van betalingen, is gedaan, wordt diegene die heeft betaald geacht te zijn bevrijd als hij geen kennis had van de bedoelde beslissing.
De kosten van de voorlopige bewindvoerder worden in geval van betwisting door de voorzitter van de rechtbank begroot zoals de kosten van een gerechtsdeskundige. De kosten worden geprovisioneerd door de verzoekende partij of, in geval van ambtshalve aanstelling, door de schuldenaar. In geval van faillissement van de schuldenaar zijn de kosten schulden van de boedel. In het andere geval worden zij definitief geregeld zoals in dit lid bepaald voor de provisies.
De voorzitter beslist, ofwel op eenzijdig verzoekschrift van iedere belanghebbende, ofwel ambtshalve.
De voorzitter wijst een of meer voorlopige bewindvoerders aan vertrouwd met het bestuur van een onderneming en met boekhouden en bepaalt nauwkeurig hun bevoegdheid. De aangifte van het faillissement van (de koopman of de handelsvennootschap) of zijn vertegenwoordiging in de faillissementsprocedure behoren niet tot die bevoegdheid. <W 2009-01-31/33, art. 76, 2°, 015; Inwerkingtreding : 01-04-2009>
De aangewezen voorlopige bewindvoerder moet garanties van onafhankelijkheid en onpartijdigheid bieden. De betrokkene moet gebonden zijn door een deontologische code en zijn professionele aansprakelijkheid moet verzekerd zijn.
De beschikking tot ontneming van het beheer blijft slechts gevolg hebben indien binnen (vijftien) dagen na de uitspraak een vordering tot faillietverklaring wordt ingesteld, of wel door de eisende partij, of wel door de voorlopige bewindvoerders ingeval de voorzitter van ambtswege heeft beschikt. <W 2002-09-04/38, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
De beslissing vervalt van rechtswege indien het faillissement niet wordt uitgesproken binnen vier maanden na indiening van de vordering tot faillietverklaring. Deze termijn wordt opgeschort voor de duur van het uitstel aan de schuldenaar toegekend of vereist na een heropening van de debatten. Onverminderd de toepassing van [1 artikel 23 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen]1, wordt de beslissing niet bekendgemaakt.
(De voorzitter kan te allen tijde, op verzoekschrift of, in geval van dringende noodzakelijkheid op zelfs mondeling verzoek van de voorlopige bewindvoerders, hun bevoegdheden wijzigen.) De krachtens dit artikel genomen beslissingen zijn uitvoerbaar bij voorraad. De rechtsmiddelen voorgeschreven in de artikelen 1031 tot 1034 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen tegen die beslissingen worden aangewend. <W 2002-09-04/38, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
De handelingen door de schuldenaar verricht in strijd met de ontneming van het beheer, kunnen niet worden tegengeworpen aan de boedel, indien zij die met hem hebben gehandeld, kennis hadden van de ontneming van het beheer, of indien zij vallen onder een van de drie categorieën van handelingen bepaald bij artikel 17. De curators zijn nochtans niet gehouden de niet-tegenwerpbaarheid in te roepen van handelingen door de gefailleerde verricht in zoverre dit heeft geleid tot verrijking van de boedel.
Indien de schuldenaar over zijn goederen heeft beschikt op de dag (...) van de beslissing tot ontneming van het beheer, wordt de schuldenaar vermoed over zijn goederen te hebben beschikt na deze beslissing. <W 2002-09-04/38, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Indien een betaling aan de schuldenaar is gedaan na de beslissing tot ontneming van het beheer en deze verrichting niet aan de voorlopige bewindvoerder, belast met het ontvangen van betalingen, is gedaan, wordt diegene die heeft betaald geacht te zijn bevrijd als hij geen kennis had van de bedoelde beslissing.
De kosten van de voorlopige bewindvoerder worden in geval van betwisting door de voorzitter van de rechtbank begroot zoals de kosten van een gerechtsdeskundige. De kosten worden geprovisioneerd door de verzoekende partij of, in geval van ambtshalve aanstelling, door de schuldenaar. In geval van faillissement van de schuldenaar zijn de kosten schulden van de boedel. In het andere geval worden zij definitief geregeld zoals in dit lid bepaald voor de provisies.
Art.8. (Lorsqu'il existe des indices graves, précis et concordants que les conditions de la faillite sont réunies, [2 ...]2 le président du [3 tribunal de l'entreprise]3 peut dessaisir en tout ou en partie le commerçant ou la société de commerce de la gestion de tout ou partie de ses biens.) <L 2009-01-31/33, art. 76, 1°, 015; En vigueur : 01-04-2009>
Le président statue, soit sur requête unilatérale de tout intéressé, soit d'office.
Le président désigne un ou plusieurs administrateurs provisoires ayant de l'expérience en matière de gestion d'entreprise et de comptabilité et précise leurs pouvoirs. Ceux-ci ne comprennent pas celui de faire l'aveu de la faillite ni celui de représenter (le commerçant ou la société de commerce) dans une procédure en faillite. <L 2009-01-31/33, art. 76, 2°, 015; En vigueur : 01-04-2009>
L'administrateur provisoire désigné doit offrir des garanties d'indépendance et d'impartialité. L'intéressé devra être tenu par un code déontologique et sa responsabilité professionnelle devra être couverte par une assurance.
L'ordonnance de dessaisissement ne conserve d'effet que dans la mesure où, dans les (quinze) jours de son prononcé, une demande en faillite est introduite soit par la partie demanderesse soit par les administrateurs provisoires dans le cas où le président a statué d'office. <L 2002-09-04/38, art. 4, 003; En vigueur : 01-10-2002>
La décision cesse de plein droit de produire des effets si un jugement de faillite n'est pas prononcé dans les quatre mois de l'introduction de la demande. Ce délai est suspendu pendant le temps de la remise accordée au débiteur, ou pendant le temps nécessaire à la suite d'une réouverture des débats. La décision ne fait l'objet d'aucune publication, hormis celle prévue à [1 l'article 23 de la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions]1.
(Le président peut à tout moment, sur requête écrite ou, en cas d'urgence, sur requête même verbale des administrateurs provisoires, modifier leurs pouvoirs.) Les décisions rendues en vertu du présent article sont exécutoires par provision. Elles peuvent faire l'objet des recours prévus aux articles 1031 à 1034 du Code judiciaire. <L 2002-09-04/38, art. 4, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Les actes posés par le débiteur, en violation du dessaisissement, sont inopposables à la masse si, de la part de ceux qui ont traité avec lui, ils ont eu lieu avec connaissance du dessaisissement ou s'ils relèvent d'une des trois catégories d'actes visés par l'article 17. Les curateurs ne sont cependant pas tenus d'invoquer l'inopposabilité des actes posés par le failli dans la mesure où la masse a été enrichie.
Si le débiteur a disposé de ses biens le jour (...) de la décision ordonnant le dessaisissement, il est présumé que le débiteur a disposé de ses biens postérieurement à cette décision. <L 2002-09-04/38, art. 4, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Si un paiement a été fait au débiteur après la décision ordonnant son dessaisissement et que cette prestation n'a pas été faite à l'administrateur provisoire chargé de percevoir des paiements, celui qui a payé est censé libéré s'il ignorait la décision.
En cas de contestation, le président du tribunal estime les frais de l'administrateur provisoire comme ceux de l'expert judiciaire. Les frais sont provisionnés par la partie demanderesse ou, en cas de désignation d'office, par le débiteur. En cas de faillite du débiteur, les frais constituent des dettes de la masse. Dans le cas contraire, ils sont réglés définitivement, de la manière prévue au présent alinéa pour les provisions.
Le président statue, soit sur requête unilatérale de tout intéressé, soit d'office.
Le président désigne un ou plusieurs administrateurs provisoires ayant de l'expérience en matière de gestion d'entreprise et de comptabilité et précise leurs pouvoirs. Ceux-ci ne comprennent pas celui de faire l'aveu de la faillite ni celui de représenter (le commerçant ou la société de commerce) dans une procédure en faillite. <L 2009-01-31/33, art. 76, 2°, 015; En vigueur : 01-04-2009>
L'administrateur provisoire désigné doit offrir des garanties d'indépendance et d'impartialité. L'intéressé devra être tenu par un code déontologique et sa responsabilité professionnelle devra être couverte par une assurance.
L'ordonnance de dessaisissement ne conserve d'effet que dans la mesure où, dans les (quinze) jours de son prononcé, une demande en faillite est introduite soit par la partie demanderesse soit par les administrateurs provisoires dans le cas où le président a statué d'office. <L 2002-09-04/38, art. 4, 003; En vigueur : 01-10-2002>
La décision cesse de plein droit de produire des effets si un jugement de faillite n'est pas prononcé dans les quatre mois de l'introduction de la demande. Ce délai est suspendu pendant le temps de la remise accordée au débiteur, ou pendant le temps nécessaire à la suite d'une réouverture des débats. La décision ne fait l'objet d'aucune publication, hormis celle prévue à [1 l'article 23 de la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions]1.
(Le président peut à tout moment, sur requête écrite ou, en cas d'urgence, sur requête même verbale des administrateurs provisoires, modifier leurs pouvoirs.) Les décisions rendues en vertu du présent article sont exécutoires par provision. Elles peuvent faire l'objet des recours prévus aux articles 1031 à 1034 du Code judiciaire. <L 2002-09-04/38, art. 4, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Les actes posés par le débiteur, en violation du dessaisissement, sont inopposables à la masse si, de la part de ceux qui ont traité avec lui, ils ont eu lieu avec connaissance du dessaisissement ou s'ils relèvent d'une des trois catégories d'actes visés par l'article 17. Les curateurs ne sont cependant pas tenus d'invoquer l'inopposabilité des actes posés par le failli dans la mesure où la masse a été enrichie.
Si le débiteur a disposé de ses biens le jour (...) de la décision ordonnant le dessaisissement, il est présumé que le débiteur a disposé de ses biens postérieurement à cette décision. <L 2002-09-04/38, art. 4, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Si un paiement a été fait au débiteur après la décision ordonnant son dessaisissement et que cette prestation n'a pas été faite à l'administrateur provisoire chargé de percevoir des paiements, celui qui a payé est censé libéré s'il ignorait la décision.
En cas de contestation, le président du tribunal estime les frais de l'administrateur provisoire comme ceux de l'expert judiciaire. Les frais sont provisionnés par la partie demanderesse ou, en cas de désignation d'office, par le débiteur. En cas de faillite du débiteur, les frais constituent des dettes de la masse. Dans le cas contraire, ils sont réglés définitivement, de la manière prévue au présent alinéa pour les provisions.
Art.9. De koopman is verplicht, binnen een maand nadat hij heeft opgehouden te betalen, daarvan aangifte te doen ter griffie van de bevoegde rechtbank. Deze bepaling is niet van toepassing op de schuldenaar (bedoeld in artikel 3, eerste lid). <W 2002-09-04/38, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Van deze aangifte wordt door de griffier akte opgemaakt. Uiterlijk op dat moment moeten de aangifte alsmede de gegevens tot staving van de staat van faillissement worden meegedeeld aan de ondernemingsraad of, indien er geen is, het comité voor preventie en bescherming op het werk of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging ingeval er een is opgericht of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging. Deze aangifte en deze gegevens worden daar besproken.
Bij faillissement van een vennootschap onder firma moet de aangifte de naam en de woonplaats of zetel van elk der hoofdelijk verbonden vennoten vermelden. Zij moet eveneens de woonplaatsen of zetels vermelden waar zij gevestigd waren gedurende de laatste twaalf maanden en één dag, en de inschrijvingsdata in de burgerlijke stand of [1 in de Kruispuntbank van Ondernemingen, in de hoedanigheid van handelaar]1; zij wordt gedaan ter griffie van de rechtbank van het rechtsgebied waarbinnen de hoofdvestiging van de vennootschap zich bevindt.
(De verplichting tot aangifte is opgeschort vanaf de neerlegging van een verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie en dit zolang de opschorting verleend krachtens de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen duurt.) <W 2009-01-31/33, art. 77, 015; Inwerkingtreding : 01-04-2009>
Van deze aangifte wordt door de griffier akte opgemaakt. Uiterlijk op dat moment moeten de aangifte alsmede de gegevens tot staving van de staat van faillissement worden meegedeeld aan de ondernemingsraad of, indien er geen is, het comité voor preventie en bescherming op het werk of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging ingeval er een is opgericht of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging. Deze aangifte en deze gegevens worden daar besproken.
Bij faillissement van een vennootschap onder firma moet de aangifte de naam en de woonplaats of zetel van elk der hoofdelijk verbonden vennoten vermelden. Zij moet eveneens de woonplaatsen of zetels vermelden waar zij gevestigd waren gedurende de laatste twaalf maanden en één dag, en de inschrijvingsdata in de burgerlijke stand of [1 in de Kruispuntbank van Ondernemingen, in de hoedanigheid van handelaar]1; zij wordt gedaan ter griffie van de rechtbank van het rechtsgebied waarbinnen de hoofdvestiging van de vennootschap zich bevindt.
(De verplichting tot aangifte is opgeschort vanaf de neerlegging van een verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie en dit zolang de opschorting verleend krachtens de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen duurt.) <W 2009-01-31/33, art. 77, 015; Inwerkingtreding : 01-04-2009>
Modifications
Art.9. Tout commerçant est tenu, dans le mois de la cessation de ses paiements, d'en faire l'aveu au greffe du tribunal compétent. Cette disposition n'est pas applicable au débiteur (visé à l'article 3, alinéa 1er). <L 2002-09-04/38, art. 5, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Cet aveu est acté par le greffier. A ce moment au plus tard, l'aveu et les données étayant l'état de faillite doivent être communiquées au Conseil d'entreprise ou, à défaut, au Comité pour la prévention et la protection au travail ou, à défaut, à la délégation syndicale si celle-ci a été constituée ou, à défaut, à une délégation du personnel. Cet aveu et ces données y seront discutés.
En cas de faillite d'une société en nom collectif, l'aveu contient le nom et l'indication du domicile ou siège de chacun des associés solidaires. Il doit également mentionner les domiciles ou sièges où ceux-ci étaient établis au cours des douze derniers mois et un jour, ainsi que les dates d'inscription à l'état civil ou [1 à la Banque-Carrefour des Entreprises, en qualité de commerçant]1; il est fait au greffe du tribunal dans le ressort duquel se trouve le siège du principal établissement de la société.
(L'obligation de faire cet aveu est suspendue à compter du dépôt d'une requête en réorganisation judiciaire et aussi longtemps que dure le sursis accordé en vertu de la loi du 31 janvier 2009 relative à la continuité des entreprises.) <L 2009-01-31/33, art. 77, 015; En vigueur : 01-04-2009>
Cet aveu est acté par le greffier. A ce moment au plus tard, l'aveu et les données étayant l'état de faillite doivent être communiquées au Conseil d'entreprise ou, à défaut, au Comité pour la prévention et la protection au travail ou, à défaut, à la délégation syndicale si celle-ci a été constituée ou, à défaut, à une délégation du personnel. Cet aveu et ces données y seront discutés.
En cas de faillite d'une société en nom collectif, l'aveu contient le nom et l'indication du domicile ou siège de chacun des associés solidaires. Il doit également mentionner les domiciles ou sièges où ceux-ci étaient établis au cours des douze derniers mois et un jour, ainsi que les dates d'inscription à l'état civil ou [1 à la Banque-Carrefour des Entreprises, en qualité de commerçant]1; il est fait au greffe du tribunal dans le ressort duquel se trouve le siège du principal établissement de la société.
(L'obligation de faire cet aveu est suspendue à compter du dépôt d'une requête en réorganisation judiciaire et aussi longtemps que dure le sursis accordé en vertu de la loi du 31 janvier 2009 relative à la continuité des entreprises.) <L 2009-01-31/33, art. 77, 015; En vigueur : 01-04-2009>
Modifications
Art.10. De koopman voegt bij zijn aangifte :
1° de balans van zijn zaken of een nota waarin de redenen worden opgegeven die hem beletten de balans neer te leggen;
2° de boeken voorgeschreven in hoofdstuk I van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen; die registers worden afgesloten door de griffier, die vaststelt in welke staat zij zich bevinden of nog, een nota met opgaaf van de redenen die hem beletten die stukken neer te leggen.
3° (het personeelsregister, de individuele rekening, zoals bepaald in artikel 4, § 1, 2°, van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten, zowel die van het afgelopen kalenderjaar als die van het lopende kalenderjaar, de gegevens met betrekking tot het sociaal secretariaat en de sociale kassen waarbij het bedrijf aangesloten is, de identiteit van de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk en van de leden van de vakbondsafvaardiging en, in voorkomende geval, de toegangscode die de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan de koopman heeft toegekend en die de raadpleging mogelijk maakt van het elektronisch personeelsregister en die toegang verleent tot de overige noodzakelijke identificatiegegevens, indien de koopman personeel tewerkstelt of heeft tewerkgesteld gedurende de laatste achttien maanden.) <W 2005-07-15/38, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 11-08-2005>
(4° een lijst met naam en adres van de klanten en leveranciers.) <W 2002-09-04/38, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
(5° de lijst met naam en adres van de natuurlijke personen die zich kosteloos persoonlijk zeker gesteld hebben voor de koopman.) <W 2005-07-20/32, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 07-08-2005>
De balans bevat een staat van activa en passiva zoals bepaald door de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen alsmede een opgave en een schatting van alle roerende en onroerende goederen van de schuldenaar, de staat van de schuldvorderingen en de schulden, een tabel van de winsten en verliezen, de laatste behoorlijk afgesloten resultatenrekening en een tabel van de uitgaven; zij moet door de schuldenaar echt verklaard, gedagtekend en ondertekend zijn.
(Als de koopman in de onmogelijkheid verkeert om de in het eerste lid, 3°, van dit artikel vermelde individuele rekeningen en de desgevallend door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan de werkgever toegekende code bij zijn aangifte te voegen, dan neemt het sociaal secretariaat waarbij de koopman was aangesloten, deze verplichtingen onmiddellijk en kosteloos op zich, op eenvoudig verzoek van de curators.) <W 2005-07-15/38, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 11-08-2005>
De griffier bevestigt onderaan op de aangifte van de koopman en onderaan op de bijgevoegde stukken de datum waarop zij ter griffie zijn neergelegd, en geeft desgevraagd een ontvangstbewijs af.
De afgifte ter griffie van alle andere stukken betreffende het faillissement wordt op dezelfde wijze vastgesteld, zonder dat daarvan een andere akte van neerlegging behoeft te worden opgemaakt.
1° de balans van zijn zaken of een nota waarin de redenen worden opgegeven die hem beletten de balans neer te leggen;
2° de boeken voorgeschreven in hoofdstuk I van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen; die registers worden afgesloten door de griffier, die vaststelt in welke staat zij zich bevinden of nog, een nota met opgaaf van de redenen die hem beletten die stukken neer te leggen.
3° (het personeelsregister, de individuele rekening, zoals bepaald in artikel 4, § 1, 2°, van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten, zowel die van het afgelopen kalenderjaar als die van het lopende kalenderjaar, de gegevens met betrekking tot het sociaal secretariaat en de sociale kassen waarbij het bedrijf aangesloten is, de identiteit van de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk en van de leden van de vakbondsafvaardiging en, in voorkomende geval, de toegangscode die de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan de koopman heeft toegekend en die de raadpleging mogelijk maakt van het elektronisch personeelsregister en die toegang verleent tot de overige noodzakelijke identificatiegegevens, indien de koopman personeel tewerkstelt of heeft tewerkgesteld gedurende de laatste achttien maanden.) <W 2005-07-15/38, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 11-08-2005>
(4° een lijst met naam en adres van de klanten en leveranciers.) <W 2002-09-04/38, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
(5° de lijst met naam en adres van de natuurlijke personen die zich kosteloos persoonlijk zeker gesteld hebben voor de koopman.) <W 2005-07-20/32, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 07-08-2005>
De balans bevat een staat van activa en passiva zoals bepaald door de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen alsmede een opgave en een schatting van alle roerende en onroerende goederen van de schuldenaar, de staat van de schuldvorderingen en de schulden, een tabel van de winsten en verliezen, de laatste behoorlijk afgesloten resultatenrekening en een tabel van de uitgaven; zij moet door de schuldenaar echt verklaard, gedagtekend en ondertekend zijn.
(Als de koopman in de onmogelijkheid verkeert om de in het eerste lid, 3°, van dit artikel vermelde individuele rekeningen en de desgevallend door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan de werkgever toegekende code bij zijn aangifte te voegen, dan neemt het sociaal secretariaat waarbij de koopman was aangesloten, deze verplichtingen onmiddellijk en kosteloos op zich, op eenvoudig verzoek van de curators.) <W 2005-07-15/38, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 11-08-2005>
De griffier bevestigt onderaan op de aangifte van de koopman en onderaan op de bijgevoegde stukken de datum waarop zij ter griffie zijn neergelegd, en geeft desgevraagd een ontvangstbewijs af.
De afgifte ter griffie van alle andere stukken betreffende het faillissement wordt op dezelfde wijze vastgesteld, zonder dat daarvan een andere akte van neerlegging behoeft te worden opgemaakt.
Art.10. Le commerçant joint à son aveu :
1° le bilan de ses affaires ou une note indiquant les motifs qui l'empêchent de le déposer;
2° les livres exigés par le Chapitre premier de la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité et aux comptes annuels des entreprises; ces registres sont arrêtés par le greffier, qui constate l'état où ils se trouvent ou une note indiquant les motifs qui empêchent le dépôt de ces pièces.
3° (s'il occupe ou a occupé du personnel au cours des dix-huit derniers mois, le registre du personnel, le compte individuel prévu par l'article 4, § 1er, 2°, de l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 relatif à la tenue des documents sociaux, tant celui de l'année civile écoulée que celui de l'année civile en cours, les données relatives au secrétariat social et aux caisses sociales auxquels l'entreprise est affiliée, l'identité des membres du comité pour la prévention et la sécurité au travail et des membres de la délégation syndicale, ainsi que, le cas échéant, le code d'accès que l'Office national de la Sécurité sociale a attribué au commerçant et qui permet de consulter le registre électronique du personnel et donne accès aux autres données d'identification nécessaires.) <L 2005-07-15/38, art. 2, 010; En vigueur : 11-08-2005>
(4° la liste mentionnant le nom et l'adresse des clients et des fournisseurs.) <L 2002-09-04/38, art. 6, 003; En vigueur : 01-10-2002>
(5° la liste mentionnant le nom et l'adresse des personnes physiques qui, à titre gratuit, se sont constituées sûreté personnelle du commerçant.) <L 2005-07-20/32, art. 2, 008; En vigueur : 07-08-2005>
Le bilan contient l'état des actifs et des passifs visé par la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité et aux comptes annuels des entreprises ainsi que l'énumération et l'évaluation de tous les biens mobiliers et immobiliers du débiteur, l'état des créances et des dettes, le tableau des profits et pertes, le dernier compte de résultats dûment clôturé et le tableau des dépenses; il doit être certifié véritable, daté et signé par le débiteur.
(Si le commerçant est dans l'impossibilité de joindre à son aveu les comptes individuels et, le cas échéant, le code octroyé à l'employeur par l'Office national de Sécurité sociale, visés à l'alinéa 1er, 3°, du présent article, le secrétariat social auquel le commerçant était affilié prend immédiatement et gratuitement en charge ces obligations, sur simple demande des curateurs.) <L 2005-07-15/38, art. 2, 010; En vigueur : 11-08-2005>
Le greffier certifie au bas de l'aveu du commerçant et des pièces y annexées la date de leur remise au greffe, et en délivre récépissé, s'il en est requis.
La remise au greffe de toutes autres pièces concernant la faillite est constatée de la même manière, sans qu'il soit nécessaire d'en dresser aucun autre acte de dépôt.
1° le bilan de ses affaires ou une note indiquant les motifs qui l'empêchent de le déposer;
2° les livres exigés par le Chapitre premier de la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité et aux comptes annuels des entreprises; ces registres sont arrêtés par le greffier, qui constate l'état où ils se trouvent ou une note indiquant les motifs qui empêchent le dépôt de ces pièces.
3° (s'il occupe ou a occupé du personnel au cours des dix-huit derniers mois, le registre du personnel, le compte individuel prévu par l'article 4, § 1er, 2°, de l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 relatif à la tenue des documents sociaux, tant celui de l'année civile écoulée que celui de l'année civile en cours, les données relatives au secrétariat social et aux caisses sociales auxquels l'entreprise est affiliée, l'identité des membres du comité pour la prévention et la sécurité au travail et des membres de la délégation syndicale, ainsi que, le cas échéant, le code d'accès que l'Office national de la Sécurité sociale a attribué au commerçant et qui permet de consulter le registre électronique du personnel et donne accès aux autres données d'identification nécessaires.) <L 2005-07-15/38, art. 2, 010; En vigueur : 11-08-2005>
(4° la liste mentionnant le nom et l'adresse des clients et des fournisseurs.) <L 2002-09-04/38, art. 6, 003; En vigueur : 01-10-2002>
(5° la liste mentionnant le nom et l'adresse des personnes physiques qui, à titre gratuit, se sont constituées sûreté personnelle du commerçant.) <L 2005-07-20/32, art. 2, 008; En vigueur : 07-08-2005>
Le bilan contient l'état des actifs et des passifs visé par la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité et aux comptes annuels des entreprises ainsi que l'énumération et l'évaluation de tous les biens mobiliers et immobiliers du débiteur, l'état des créances et des dettes, le tableau des profits et pertes, le dernier compte de résultats dûment clôturé et le tableau des dépenses; il doit être certifié véritable, daté et signé par le débiteur.
(Si le commerçant est dans l'impossibilité de joindre à son aveu les comptes individuels et, le cas échéant, le code octroyé à l'employeur par l'Office national de Sécurité sociale, visés à l'alinéa 1er, 3°, du présent article, le secrétariat social auquel le commerçant était affilié prend immédiatement et gratuitement en charge ces obligations, sur simple demande des curateurs.) <L 2005-07-15/38, art. 2, 010; En vigueur : 11-08-2005>
Le greffier certifie au bas de l'aveu du commerçant et des pièces y annexées la date de leur remise au greffe, et en délivre récépissé, s'il en est requis.
La remise au greffe de toutes autres pièces concernant la faillite est constatée de la même manière, sans qu'il soit nécessaire d'en dresser aucun autre acte de dépôt.
Art.11. Bij het vonnis van faillietverklaring benoemt de [2 ondernemingsrechtbank]2 onder haar leden, de voorzitter uitgezonderd, een rechter-commissaris. De [2 ondernemingsrechtbank]2 stelt een of meer curators aan, al naar de belangrijkheid van het faillissement. Zij beveelt in voorkomend geval een plaatsopneming door de rechtercommissaris, de curators en de griffier. Zij beveelt dat de schuldeisers van de gefailleerde [1 in het register]1 aangifte van hun vordering zullen doen binnen een termijn van ten hoogste dertig dagen, te rekenen van het vonnis van faillietverklaring, en zij beveelt de bekendmaking bedoeld in artikel 38.
(Hetzelfde vonnis bepaalt de datum waarop het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen [1 in het register]1 wordt neergelegd). Dit tijdstip wordt zo gekozen dat er ten minste vijf en ten hoogste dertig dagen verlopen tussen het verstrijken van de termijn van aangifte van de schuldvorderingen en de (neerlegging van het eerste proces-verbaal) van verificatie. <W 2005-12-06/46, art. 2, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
(Hetzelfde vonnis bepaalt de datum waarop het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen [1 in het register]1 wordt neergelegd). Dit tijdstip wordt zo gekozen dat er ten minste vijf en ten hoogste dertig dagen verlopen tussen het verstrijken van de termijn van aangifte van de schuldvorderingen en de (neerlegging van het eerste proces-verbaal) van verificatie. <W 2005-12-06/46, art. 2, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Art.11. Par le jugement qui déclare la faillite, le [2 tribunal de l'entreprise]2 nomme, parmi ses membres, le président excepté, un juge-commissaire. Le [2 tribunal de l'entreprise]2 désigne un ou plusieurs curateurs, selon l'importance de la faillite. Il ordonne le cas échéant une descente sur les lieux, du juge-commissaire, des curateurs et du greffier. Il ordonne aux créanciers du failli de faire [1 dans le registre]1 la déclaration de leurs créances dans un délai qui ne peut excéder trente jours à compter du jugement déclaratif de faillite, et il ordonne la publication visée à l'article 38.
(Le même jugement fixe la date à laquelle le premier procès-verbal de vérification des créances sera déposé [1 dans le registre]1). Ce moment est fixé de manière à ce qu'il s'écoule cinq jours au moins et trente jours au plus entre l'expiration du délai accordé pour la déclaration des créances et (le dépôt du premier procès-verbal) de vérification. <L 2005-12-06/46, art. 2, 011; En vigueur : 01-01-2006>
(Le même jugement fixe la date à laquelle le premier procès-verbal de vérification des créances sera déposé [1 dans le registre]1). Ce moment est fixé de manière à ce qu'il s'écoule cinq jours au moins et trente jours au plus entre l'expiration du délai accordé pour la déclaration des créances et (le dépôt du premier procès-verbal) de vérification. <L 2005-12-06/46, art. 2, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Art.12. De gefailleerde wordt geacht op te houden te betalen vanaf het vonnis van faillietverklaring of vanaf de dag van zijn overlijden wanneer de faillietverklaring nadien is uitgesproken.
Dit tijdstip mag door de rechtbank alleen worden vervroegd wanneer ernstige en objectieve omstandigheden ondubbelzinnig aangeven dat de betalingen voor het vonnis hebben opgehouden; deze omstandigheden moeten in het vonnis worden vermeld.
Op dagvaarding van de curators betekend aan de gefailleerde of op dagvaarding van iedere belanghebbende betekend aan de gefailleerde en aan de curators, kan de rechtbank, bij een later vonnis, beslissen die datum te wijzigen.
Het vonnis vermeldt de gegevens op basis waarvan de rechtbank het tijdstip bepaalt waarop de betalingen hebben opgehouden.
Een vordering om te doen vaststellen dat de gefailleerde heeft opgehouden te betalen op een ander tijdstip dan blijkt uit het vonnis van faillietverklaring of uit een later vonnis, is niet meer ontvankelijk meer dan zes maanden na de datum van het vonnis van faillietverklaring, onverminderd evenwel de rechtsmiddelen die openstaan tegen het vonnis van faillietverklaring zelf.
Het vonnis mag het tijdstip van staking van betaling niet vaststellen op meer dan zes maanden voor het vonnis van faillietverklaring, tenzij dit vonnis het faillissement betreft van een meer dan zes maanden voor de faillietverklaring ontbonden rechtspersoon waarvan de vereffening al dan niet werd afgesloten, en waarvoor aanwijzingen bestaan dat deze is of wordt bewerkstelligd met de bedoeling nadeel te berokkenen aan de schuldeisers. In dat geval kan het tijdstip van de staking van betaling worden vastgesteld op de dag van het ontbindingsbesluit.
Dit tijdstip mag door de rechtbank alleen worden vervroegd wanneer ernstige en objectieve omstandigheden ondubbelzinnig aangeven dat de betalingen voor het vonnis hebben opgehouden; deze omstandigheden moeten in het vonnis worden vermeld.
Op dagvaarding van de curators betekend aan de gefailleerde of op dagvaarding van iedere belanghebbende betekend aan de gefailleerde en aan de curators, kan de rechtbank, bij een later vonnis, beslissen die datum te wijzigen.
Het vonnis vermeldt de gegevens op basis waarvan de rechtbank het tijdstip bepaalt waarop de betalingen hebben opgehouden.
Een vordering om te doen vaststellen dat de gefailleerde heeft opgehouden te betalen op een ander tijdstip dan blijkt uit het vonnis van faillietverklaring of uit een later vonnis, is niet meer ontvankelijk meer dan zes maanden na de datum van het vonnis van faillietverklaring, onverminderd evenwel de rechtsmiddelen die openstaan tegen het vonnis van faillietverklaring zelf.
Het vonnis mag het tijdstip van staking van betaling niet vaststellen op meer dan zes maanden voor het vonnis van faillietverklaring, tenzij dit vonnis het faillissement betreft van een meer dan zes maanden voor de faillietverklaring ontbonden rechtspersoon waarvan de vereffening al dan niet werd afgesloten, en waarvoor aanwijzingen bestaan dat deze is of wordt bewerkstelligd met de bedoeling nadeel te berokkenen aan de schuldeisers. In dat geval kan het tijdstip van de staking van betaling worden vastgesteld op de dag van het ontbindingsbesluit.
Art.12. La cessation de paiement est réputée avoir lieu à partir du jugement déclaratif de faillite, ou à partir du décès, quand la faillite est déclarée après le décès du failli.
Le tribunal ne peut fixer à une date antérieure la cessation de paiement, sauf si des éléments sérieux et objectifs indiquent clairement que la cessation de paiement a eu lieu avant le jugement; ces éléments doivent être mentionnés dans le jugement.
Le tribunal peut, sur citation des curateurs dirigée contre le failli ou sur citation de tout intéressé dirigée contre le failli et les curateurs, modifier ultérieurement la date de cessation de paiement.
Le jugement mentionne les données sur lesquelles le tribunal s'est fondé pour déterminer la date de la cessation de paiement.
Aucune demande tendant à faire fixer la cessation de paiement à une époque, autre que celle qui résulte du jugement déclaratif ou d'un jugement ultérieur, n'est recevable plus de six mois après le jugement déclaratif de faillite, sans préjudice toutefois de l'exercice des voies de recours contre le jugement déclaratif de faillite.
Le jugement ne peut fixer la date de la cessation de paiement à une date précédant de plus de six mois le jugement déclaratif de faillite, sauf si ce jugement a trait à une faillite d'une personne morale dissoute plus de six mois avant le jugement déclaratif de faillite, dont la liquidation est clôturée ou non, et s'il existe des indices qu'elle a été ou est menée dans l'intention de nuire aux créanciers. Dans ce cas, la date de la cessation de paiement peut être fixée au jour de la décision de dissolution.
Le tribunal ne peut fixer à une date antérieure la cessation de paiement, sauf si des éléments sérieux et objectifs indiquent clairement que la cessation de paiement a eu lieu avant le jugement; ces éléments doivent être mentionnés dans le jugement.
Le tribunal peut, sur citation des curateurs dirigée contre le failli ou sur citation de tout intéressé dirigée contre le failli et les curateurs, modifier ultérieurement la date de cessation de paiement.
Le jugement mentionne les données sur lesquelles le tribunal s'est fondé pour déterminer la date de la cessation de paiement.
Aucune demande tendant à faire fixer la cessation de paiement à une époque, autre que celle qui résulte du jugement déclaratif ou d'un jugement ultérieur, n'est recevable plus de six mois après le jugement déclaratif de faillite, sans préjudice toutefois de l'exercice des voies de recours contre le jugement déclaratif de faillite.
Le jugement ne peut fixer la date de la cessation de paiement à une date précédant de plus de six mois le jugement déclaratif de faillite, sauf si ce jugement a trait à une faillite d'une personne morale dissoute plus de six mois avant le jugement déclaratif de faillite, dont la liquidation est clôturée ou non, et s'il existe des indices qu'elle a été ou est menée dans l'intention de nuire aux créanciers. Dans ce cas, la date de la cessation de paiement peut être fixée au jour de la décision de dissolution.
Art.13. Het vonnis van faillietverklaring wordt in opdracht van de curators aan de gefailleerde betekend.
(Het exploot van betekening bevat op straffe van nietigheid, benevens de tekst van de artikelen 14 en 15, aanmaning om kennis te nemen van de processen-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen. Het exploot van betekening bevat eveneens de tekst van artikel 53.) <W 2005-12-06/46, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
(Het exploot van betekening bevat op straffe van nietigheid, benevens de tekst van de artikelen 14 en 15, aanmaning om kennis te nemen van de processen-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen. Het exploot van betekening bevat eveneens de tekst van artikel 53.) <W 2005-12-06/46, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Art.13. Le jugement déclaratif de faillite est signifié au failli à la diligence des curateurs.
(L'exploit de signification contient, à peine de nullité, outre le texte des articles 14 et 15, sommation de prendre connaissance des procès-verbaux de vérification des créances. L'exploit de signification contient également le texte de l'article 53.) <L 2005-12-06/46, art. 3, 011; En vigueur : 01-01-2006>
(L'exploit de signification contient, à peine de nullité, outre le texte des articles 14 et 15, sommation de prendre connaissance des procès-verbaux de vérification des créances. L'exploit de signification contient également le texte de l'article 53.) <L 2005-12-06/46, art. 3, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Art.14. leder vonnis van faillietverklaring of ieder vonnis waarbij het tijdstip van staking van betaling wordt vastgesteld, is bij voorraad en op de minuut vanaf de uitspraak uitvoerbaar.
Tegen de vonnissen bedoeld in het eerste lid kan verzet worden gedaan door de verstekdoende partijen en derden verzet door de belanghebbenden die daarbij geen partij zijn geweest.
Het verzet is slechts ontvankelijk indien het wordt gedaan binnen vijftien dagen na de betekening van het vonnis. Het derden verzet is slechts ontvankelijk indien het wordt gedaan binnen vijftien dagen na de opneming van het uittreksel van het vonnis in het Belgisch Staatsblad.
De termijn om hoger beroep in te stellen tegen de vonnissen bedoeld in het eerste lid, is vijftien dagen te rekenen van de opneming in het Belgisch Staatsblad van het uittreksel bedoeld in artikel 38 of van de betekening van het vonnis, indien het hoger beroep door de gefailleerde is ingesteld.
Tegen de vonnissen bedoeld in het eerste lid kan verzet worden gedaan door de verstekdoende partijen en derden verzet door de belanghebbenden die daarbij geen partij zijn geweest.
Het verzet is slechts ontvankelijk indien het wordt gedaan binnen vijftien dagen na de betekening van het vonnis. Het derden verzet is slechts ontvankelijk indien het wordt gedaan binnen vijftien dagen na de opneming van het uittreksel van het vonnis in het Belgisch Staatsblad.
De termijn om hoger beroep in te stellen tegen de vonnissen bedoeld in het eerste lid, is vijftien dagen te rekenen van de opneming in het Belgisch Staatsblad van het uittreksel bedoeld in artikel 38 of van de betekening van het vonnis, indien het hoger beroep door de gefailleerde is ingesteld.
Art.14. Tout jugement déclaratif de faillite ou fixant la date de cessation de paiement est exécutoire par provision et sur minute dès la prononciation.
Les jugements prévus à l'alinéa premier sont susceptibles d'opposition par les parties défaillantes et de tierce opposition de la part des intéressés qui n'y ont pas été parties.
L'opposition à ces décisions n'est recevable que si elle est formée dans les quinze jours de la signification du jugement. La tierce opposition n'est recevable que si elle est formée dans les quinze jours de l'insertion des extraits du jugement au Moniteur belge.
Le délai pour interjeter appel des jugements visés à l'alinéa premier est de quinze jours à compter de la publication au Moniteur belge visée à l'article 38 ou, si l'appel émane du failli, de quinze jours à compter de la signification du jugement.
Les jugements prévus à l'alinéa premier sont susceptibles d'opposition par les parties défaillantes et de tierce opposition de la part des intéressés qui n'y ont pas été parties.
L'opposition à ces décisions n'est recevable que si elle est formée dans les quinze jours de la signification du jugement. La tierce opposition n'est recevable que si elle est formée dans les quinze jours de l'insertion des extraits du jugement au Moniteur belge.
Le délai pour interjeter appel des jugements visés à l'alinéa premier est de quinze jours à compter de la publication au Moniteur belge visée à l'article 38 ou, si l'appel émane du failli, de quinze jours à compter de la signification du jugement.
Art.15. Hoger beroep, verzet of derdenverzet tegen het vonnis van faillietverklaring of tegen het vonnis dat de faillietverklaring afwijst, worden zonder verwijl in staat gesteld. Op verzoek van de meest gerede partij wordt de zaak vastgesteld om gepleit te worden binnen een maand volgend op het verzoek tot bepaling van de rechtsdag.
Art.15. L'appel, l'opposition ou la tierce opposition dirigés contre le jugement déclarant la faillite ou refusant de la déclarer, sont instruits avec célérité. A la demande de la partie la plus diligente, l'affaire est fixée pour être plaidée dans le mois de la demande de fixation.
HOOFDSTUK II. - Gevolgen van het faillissement.
CHAPITRE II. - Des effets de la faillite.
Art.16. Te rekenen van de dag van het vonnis van faillietverklaring verliest de gefailleerde van rechtswege het beheer over al zijn goederen, zelfs over de goederen die hij mocht verkrijgen terwijl hij zich in staat van faillissement bevindt. Alle betalingen, verrichtingen en handelingen van de gefailleerde en alle betalingen aan de gefailleerde gedaan vanaf de dag van het vonnis, kunnen niet aan de boedel worden tegengeworpen.
De goederen bedoeld in artikel 1408 van het Gerechtelijk Wetboek, met uitzondering van de goederen die de beslagene volstrekt nodig heeft voor zijn beroep, bedoeld in het 3° van dat artikel, worden uit het actief van het faillissement gesloten en blijven onder het beheer en ter beschikking van de gefailleerde.
Uit het actief van het faillissement worden eveneens uitgesloten, de bedragen, sommen en uitkeringen die de gefailleerde ontvangt sinds de faillietverklaring voor zover zij krachtens de artikelen 1409 tot en met 1412 van het Gerechtelijk Wetboek of krachtens bijzondere wetten niet voor beslag vatbaar zijn.
Uit het actief van het faillissement worden eveneens uitgesloten, de vergoeding voor schade die aan de persoon is verbonden en die aan de gefailleerde toekomt uit onrechtmatige daad.
De goederen bedoeld in artikel 1408 van het Gerechtelijk Wetboek, met uitzondering van de goederen die de beslagene volstrekt nodig heeft voor zijn beroep, bedoeld in het 3° van dat artikel, worden uit het actief van het faillissement gesloten en blijven onder het beheer en ter beschikking van de gefailleerde.
Uit het actief van het faillissement worden eveneens uitgesloten, de bedragen, sommen en uitkeringen die de gefailleerde ontvangt sinds de faillietverklaring voor zover zij krachtens de artikelen 1409 tot en met 1412 van het Gerechtelijk Wetboek of krachtens bijzondere wetten niet voor beslag vatbaar zijn.
Uit het actief van het faillissement worden eveneens uitgesloten, de vergoeding voor schade die aan de persoon is verbonden en die aan de gefailleerde toekomt uit onrechtmatige daad.
Art.16. Le failli, à compter du jour du jugement déclaratif de la faillite, est dessaisi de plein droit de l'administration de tous ses biens, même de ceux qui peuvent lui échoir tant qu'il est en état de faillite. Tous paiements, opérations et actes faits par le failli, et tous paiements faits au failli depuis ce jour sont inopposables à la masse.
Les biens visés à l'article 1408, du Code judiciaire, à l'exception des biens indispensables à la profession du saisi, visés au 3° de cet article, sont exclus de l'actif de la faillite le failli en conserve l'administration ainsi que la disposition.
Sont également exclus de l'actif de la faillite les montants, sommes et paiements que le failli recueille à partir de la déclaration de la faillite, pour autant qu'ils soient insaisissables en vertu des articles 1409 à 1412 du Code judiciaire ou en vertu de lois particulières.
Sont également exclues de l'actif de la faillite, les indemnités accordées au failli pour la réparation du préjudice lié à la personne et causé par un acte illicite.
Les biens visés à l'article 1408, du Code judiciaire, à l'exception des biens indispensables à la profession du saisi, visés au 3° de cet article, sont exclus de l'actif de la faillite le failli en conserve l'administration ainsi que la disposition.
Sont également exclus de l'actif de la faillite les montants, sommes et paiements que le failli recueille à partir de la déclaration de la faillite, pour autant qu'ils soient insaisissables en vertu des articles 1409 à 1412 du Code judiciaire ou en vertu de lois particulières.
Sont également exclues de l'actif de la faillite, les indemnités accordées au failli pour la réparation du préjudice lié à la personne et causé par un acte illicite.
Art.17. Aan de boedel kunnen niet worden tegengeworpen, wanneer zij door de schuldenaar zijn verricht sinds het door de rechtbank bepaalde tijdstip van staking van betaling :
1° alle handelingen waarbij om niet wordt beschikt over roerende of onroerende goederen, alsmede handelingen, verrichtingen of overeenkomsten, vergeldend of onder bezwarende titel, indien de waarde van hetgeen de gefailleerde heeft gegeven, de waarde van hetgeen hij daarvoor heeft ontvangen, aanmerkelijk overtreft;
2° alle betalingen, hetzij in geld, hetzij bij overdracht, verkoop, schuldvergelijking of anderszins, wegens niet vervallen schulden, en alle betalingen anders dan in geld of in handelspapier, wegens vervallen schulden;
3° alle bedongen hypotheken en alle rechten van gebruikspand of van pand, op de goederen van de schuldenaar gevestigd wegens voordien aangegane schulden.
1° alle handelingen waarbij om niet wordt beschikt over roerende of onroerende goederen, alsmede handelingen, verrichtingen of overeenkomsten, vergeldend of onder bezwarende titel, indien de waarde van hetgeen de gefailleerde heeft gegeven, de waarde van hetgeen hij daarvoor heeft ontvangen, aanmerkelijk overtreft;
2° alle betalingen, hetzij in geld, hetzij bij overdracht, verkoop, schuldvergelijking of anderszins, wegens niet vervallen schulden, en alle betalingen anders dan in geld of in handelspapier, wegens vervallen schulden;
3° alle bedongen hypotheken en alle rechten van gebruikspand of van pand, op de goederen van de schuldenaar gevestigd wegens voordien aangegane schulden.
Art.17. Sont inopposables à la masse, lorsqu'ils ont été faits par le débiteur depuis l'époque déterminée par le tribunal comme étant celle de la cessation de ses paiements :
1° tous actes de disposition à titre gratuit portant sur des meubles ou immeubles, ainsi que les actes, opérations ou contrats commutatifs ou à titre onéreux, si la valeur de ce qui a été donné par le failli dépasse notablement celle de ce qu'il a reçu en retour;
2° tous paiements, soit en espèces, soit par transport, vente, compensation ou autrement, pour dettes non échues et pour dettes échues, tous paiements faits autrement qu'en espèces ou effets de commerce;
3° toutes hypothèques conventionnelles et tous droits d'antichrèse ou de gage constitués sur les biens du débiteur pour dettes antérieurement contractées.
1° tous actes de disposition à titre gratuit portant sur des meubles ou immeubles, ainsi que les actes, opérations ou contrats commutatifs ou à titre onéreux, si la valeur de ce qui a été donné par le failli dépasse notablement celle de ce qu'il a reçu en retour;
2° tous paiements, soit en espèces, soit par transport, vente, compensation ou autrement, pour dettes non échues et pour dettes échues, tous paiements faits autrement qu'en espèces ou effets de commerce;
3° toutes hypothèques conventionnelles et tous droits d'antichrèse ou de gage constitués sur les biens du débiteur pour dettes antérieurement contractées.
Art.18. Alle andere betalingen door de schuldenaar wegens vervallen schulden gedaan, en alle handelingen onder bezwarende titel door hem aangegaan na de staking van betaling en voor het vonnis van faillietverklaring, kunnen niet-tegenwerpbaar verklaard worden, indien zij die van de schuldenaar iets hebben ontvangen of met hem hebben gehandeld, kennis hadden van de staking van betaling.
Art.18. Tous autres paiements faits par le débiteur pour dettes échues, et tous autres actes à titre onéreux par lui passés après la cessation de ses paiements et avant le jugement déclaratif, peuvent être déclarés inopposables à la masse, si, de la part de ceux qui ont reçu du débiteur ou qui ont traité avec lui, ils ont eu lieu avec connaissance de la cessation de paiement.
Art.20. Handelingen of betalingen verricht met bedrieglijke benadeling van de rechten van de schuldeisers kunnen niet worden tegengeworpen onverschillig op welke datum zij hebben plaatsgehad.
Art.20. Tous actes ou paiements faits en fraude des créanciers sont inopposables, quelle que soit la date à laquelle ils ont eu lieu.
Art.21. Ingeval een wisselbrief betaald is na het tijdstip bepaald als het tijdstip van de staking van betaling en voor het vonnis van faillietverklaring, kan de vordering tot teruggave slechts worden ingesteld tegen hem voor wiens rekening de wisselbrief is uitgegeven; betreft het een orderbriefje, dan kan de vordering slechts worden ingesteld tegen de eerste endossant.
In beide gevallen moet het bewijs worden geleverd dat hij tegen wie de teruggave wordt gevorderd, ten tijde van de uitgifte van het stuk kennis had van de staking van betaling.
In beide gevallen moet het bewijs worden geleverd dat hij tegen wie de teruggave wordt gevorderd, ten tijde van de uitgifte van het stuk kennis had van de staking van betaling.
Art.21. Dans le cas ou des lettres de change auraient été payées après l'époque fixée comme étant celle de la cessation de paiement et avant le jugement déclaratif de la faillite, l'action en rapport ne peut être intentée que contre celui pour le compte duquel la lettre de change a été fournie; s'il s'agit d'un billet à ordre, l'action ne peut être exercée que contre le premier endosseur.
Dans l'un et l'autre cas, la preuve que celui à qui on demande le rapport avait connaissance de la cessation de paiement à l'époque de l'émission du titre, doit être fournie.
Dans l'un et l'autre cas, la preuve que celui à qui on demande le rapport avait connaissance de la cessation de paiement à l'époque de l'émission du titre, doit être fournie.
Art.22. Het vonnis van faillietverklaring heeft tot gevolg dat de niet vervallen schulden opeisbaar worden ten aanzien van de gefailleerde. Is gefailleerde ondertekenaar van een orderbriefje, acceptant van een wisselbrief, of trekker bij gebreke van acceptatie, dan zijn de andere schuldenaars gehouden borg te stellen voor de betaling op de vervaldag, tenzij zij verkiezen dadelijk te betalen.
Niet vervallen schulden die geen rente geven en waarvan de vervaldag meer dan een jaar na het vonnis ligt, worden in het passief echter niet opgenomen dan onder aftrek van de wettelijke rente voor de tijd die nog moet verlopen sedert het vonnis van faillietverklaring en tot de vervaldag.
Ingeval een van de medeschuldenaars een niet vervallen en niet rentegevend orderbriefje of zodanige wisselbrief onmiddellijk betaalt, geschiedt zulks onder aftrek van de wettelijke rente voor de tijd die nog moet verlopen tot de vervaldag.
Niet vervallen schulden die geen rente geven en waarvan de vervaldag meer dan een jaar na het vonnis ligt, worden in het passief echter niet opgenomen dan onder aftrek van de wettelijke rente voor de tijd die nog moet verlopen sedert het vonnis van faillietverklaring en tot de vervaldag.
Ingeval een van de medeschuldenaars een niet vervallen en niet rentegevend orderbriefje of zodanige wisselbrief onmiddellijk betaalt, geschiedt zulks onder aftrek van de wettelijke rente voor de tijd die nog moet verlopen tot de vervaldag.
Art.22. Le jugement déclaratif de la faillite rend exigibles, à l'égard du failli, les dettes non échues. Si le failli est le souscripteur d'un billet à ordre, l'accepteur d'une lettre de change, ou le tireur à défaut d'acceptation, les autres obligés sont tenus de donner caution pour le paiement à l'échéance, s'ils ne choisissent pas de payer immédiatement.
Toutefois, les dettes non échues et ne portant pas intérêt, dont le terme serait éloigné de plus d'une année à dater du jugement déclaratif, ne sont admises au passif que sous déduction de l'intérêt légal calculé depuis le jugement déclaratif jusqu'à l'échéance.
En cas de paiement immédiat par l'un des coobligés d'un billet à ordre ou d'une lettre de change non échue et ne portant pas intérêt, il est fait sous déduction de l'intérêt légal pour le temps qui reste à courir jusqu'à l'expiration du terme.
Toutefois, les dettes non échues et ne portant pas intérêt, dont le terme serait éloigné de plus d'une année à dater du jugement déclaratif, ne sont admises au passif que sous déduction de l'intérêt légal calculé depuis le jugement déclaratif jusqu'à l'échéance.
En cas de paiement immédiat par l'un des coobligés d'un billet à ordre ou d'une lettre de change non échue et ne portant pas intérêt, il est fait sous déduction de l'intérêt légal pour le temps qui reste à courir jusqu'à l'expiration du terme.
Art.23. De rente van schuldvorderingen die niet gewaarborgd zijn door een bijzonder voorrecht, pand of hypotheek, houdt op te lopen vanaf het vonnis van faillietverklaring, doch alleen ten aanzien van de boedel.
De rente van de gewaarborgde schuldvorderingen kan niet worden gevorderd dan van de opbrengst van de goederen die verbonden zijn voor het voorrecht, het pand of de hypotheek.
De rente van de gewaarborgde schuldvorderingen kan niet worden gevorderd dan van de opbrengst van de goederen die verbonden zijn voor het voorrecht, het pand of de hypotheek.
Art.23. A compter du jugement déclaratif de la faillite, le cours des intérêts de toute créance non garantie par un privilège spécial, par un nantissement ou par une hypothèque, est arrêté à l'égard de la masse seulement.
Les intérêts des créances garanties ne peuvent être réclamés que sur les sommes provenant des biens affectés au privilège, au nantissement ou à l'hypothèque.
Les intérêts des créances garanties ne peuvent être réclamés que sur les sommes provenant des biens affectés au privilège, au nantissement ou à l'hypothèque.
Art.24. Na hetzelfde vonnis kan een roerende of onroerende rechtsvordering of een middel van tenuitvoerlegging op de roerende of onroerende goederen niet voortgezet, ingesteld of aangewend worden dan tegen de curators. De rechtbank kan de gefailleerde niettemin als tussenkomende partij toelaten.
De beslissingen die worden gewezen omtrent de rechtsvorderingen voortgezet of ingesteld tegen de gefailleerde persoonlijk, kunnen niet aan de boedel worden tegengeworpen.
De beslissingen die worden gewezen omtrent de rechtsvorderingen voortgezet of ingesteld tegen de gefailleerde persoonlijk, kunnen niet aan de boedel worden tegengeworpen.
Art.24. A partir du même jugement, toute action mobilière ou immobilière, toute voie d'exécution sur les meubles ou immeubles, ne peut être suivie, intentée ou exercée que contre les curateurs. Le tribunal peut néanmoins recevoir le failli partie intervenante.
Les décisions rendues sur les actions suivies ou intentées contre le failli personnellement ne sont pas opposables à la masse.
Les décisions rendues sur les actions suivies ou intentées contre le failli personnellement ne sont pas opposables à la masse.
Art. 24bis. <INGEVOEGD bij W 2005-07-20/32, art. 3 ; Inwerkingtreding : 07-08-2005> Vanaf hetzelfde vonnis worden, (...), de middelen van tenuitvoerlegging ten laste van de natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker stelde voor de gefailleerde, opgeschort.
(Wanneer de persoonlijke borg door de rechtbank niet volledig van zijn verplichting is ontslagen, verkrijgen de schuldeisers opnieuw het recht om individueel een vordering op zijn goederen in te stellen.) <W 2006-07-20/39, art. 7, 013; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
(Wanneer de persoonlijke borg door de rechtbank niet volledig van zijn verplichting is ontslagen, verkrijgen de schuldeisers opnieuw het recht om individueel een vordering op zijn goederen in te stellen.) <W 2006-07-20/39, art. 7, 013; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
Art. 24bis. A compter du même jugement, sont suspendues (...) les voies d'exécution à charge de la personne physique qui, à titre gratuit, s'est constituée sûreté personnelle du failli. <L 2006-07-20/39, art. 7, 013; En vigueur : 07-08-2006>
(Lorsque la sûreté personnelle n'est pas totalement déchargée de son obligation par le tribunal, les créanciers recouvrent le droit d'exercer individuellement leur action sur ses biens.) <L 2006-07-20/39, art. 7, 013; En vigueur : 07-08-2006>
(Lorsque la sûreté personnelle n'est pas totalement déchargée de son obligation par le tribunal, les créanciers recouvrent le droit d'exercer individuellement leur action sur ses biens.) <L 2006-07-20/39, art. 7, 013; En vigueur : 07-08-2006>
Art.25. Het vonnis van faillietverklaring doet elk beslag gelegd ten verzoeke van de gewone en algemeen bevoorrechte schuldeisers ophouden.
Indien de dag van de gedwongen verkoop van de in beslag genomen roerende of onroerende goederen reeds voor dat vonnis was bepaald en door aanplakking bekendgemaakt, geschiedt die verkoop voor rekening van de boedel.
Wanneer evenwel het belang van de boedel het vereist, kan de rechter-commissaris op verzoek van de curators uitstel of afstel van de verkoop toestaan.
Indien de dag van de gedwongen verkoop van de in beslag genomen roerende of onroerende goederen reeds voor dat vonnis was bepaald en door aanplakking bekendgemaakt, geschiedt die verkoop voor rekening van de boedel.
Wanneer evenwel het belang van de boedel het vereist, kan de rechter-commissaris op verzoek van de curators uitstel of afstel van de verkoop toestaan.
Art.25. Le jugement déclaratif de la faillite arrête toute saisie faite à la requête des créanciers chirographaires et des créanciers bénéficiant d'un privilège général.
Si, antérieurement à ce jugement, le jour de la vente forcée des meubles ou immeubles saisis a déjà été fixé et publié par les affiches, cette vente a lieu pour le compte de la masse.
Néanmoins, si l'intérêt de la masse l'exige, le juge-commissaire peut, sur la demande des curateurs, autoriser la remise ou l'abandon de la vente.
Si, antérieurement à ce jugement, le jour de la vente forcée des meubles ou immeubles saisis a déjà été fixé et publié par les affiches, cette vente a lieu pour le compte de la masse.
Néanmoins, si l'intérêt de la masse l'exige, le juge-commissaire peut, sur la demande des curateurs, autoriser la remise ou l'abandon de la vente.
Art.26. Alle middelen van tenuitvoerlegging strekkende tot betaling van de schuldvorderingen die bevoorrecht zijn op de roerende goederen die tot de failliete boedel behoren, worden geschorst tot aan (de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie) van de schuldvorderingen, behoudens alle maatregelen tot bewaring van recht en het door de eigenaar verkregen recht om verhuurde goederen weer in bezit te nemen. <W 2005-12-06/46, art. 4, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
In dit laatste geval houdt de bij dit artikel bepaalde schorsing van de middelen van tenuitvoerlegging van rechtswege op ten voordele van de eigenaar.
Wanneer evenwel het belang van de boedel het vereist en op voorwaarde dat een tegeldemaking van de roerende goederen kan worden verwacht die de bevoorrechte schuldeisers niet benadeelt, kan de rechtbank op verzoekschrift van de curators, na de betrokken bijzonder bevoorrechte schuldeiser bij gerechtsbrief te hebben opgeroepen, de schorsing van de tenuitvoerlegging bevelen en dit voor een maximumtermijn van een jaar te rekenen van de faillietverklaring.
In dit laatste geval houdt de bij dit artikel bepaalde schorsing van de middelen van tenuitvoerlegging van rechtswege op ten voordele van de eigenaar.
Wanneer evenwel het belang van de boedel het vereist en op voorwaarde dat een tegeldemaking van de roerende goederen kan worden verwacht die de bevoorrechte schuldeisers niet benadeelt, kan de rechtbank op verzoekschrift van de curators, na de betrokken bijzonder bevoorrechte schuldeiser bij gerechtsbrief te hebben opgeroepen, de schorsing van de tenuitvoerlegging bevelen en dit voor een maximumtermijn van een jaar te rekenen van de faillietverklaring.
Art.26. Toutes voies d'exécution, pour parvenir au paiement des créances privilégiées sur les meubles dépendant de la faillite, seront suspendues jusqu'à (le dépôt du premier procès-verbal de vérification) des créances, sans préjudice de toute mesure conservatoire et du droit qui serait acquis au propriétaire des lieux loués d'en reprendre possession. <L 2005-12-06/46, art. 4, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Dans ce dernier cas, la suspension des voies d'exécution établie au présent article cesse de plein droit en faveur du propriétaire.
Néanmoins, si l'intérêt de la masse l'exige et à condition qu'une réalisation des meubles puisse être attendue qui ne désavantage pas les créanciers privilégiés, le tribunal peut, sur requête des curateurs et après avoir convoqué par pli judiciaire le créancier concerné bénéficiant d'un privilège spécial, ordonner la suspension d'exécution pour une période maximum d'un an à compter de la déclaration de faillite.
Dans ce dernier cas, la suspension des voies d'exécution établie au présent article cesse de plein droit en faveur du propriétaire.
Néanmoins, si l'intérêt de la masse l'exige et à condition qu'une réalisation des meubles puisse être attendue qui ne désavantage pas les créanciers privilégiés, le tribunal peut, sur requête des curateurs et après avoir convoqué par pli judiciaire le créancier concerné bénéficiant d'un privilège spécial, ordonner la suspension d'exécution pour une période maximum d'un an à compter de la déclaration de faillite.
HOOFDSTUK III. - Beheer en vereffening van de failliete boedel.
CHAPITRE III. - De l'administration et de la liquidation de la faillite.
Afdeling I. - Algemene bepalingen.
Section 1. - Dispositions générales.
Art.27. De curators worden gekozen uit de personen ingeschreven op een lijst opgesteld door de algemene vergadering van de [2 ondernemingsrechtbank]2 [1 van het rechtsgebied die het faillissement uitspreekt]1. [Te dien einde kunnen de leden van de algemene vergadering zelf stemmen of bij volmacht.] [1 Bij gemotiveerde beslissing kunnen één of meer curators worden aangesteld ingeschreven op een lijst opgesteld door de algemene vergadering van een andere [2 ondernemingsrechtbank]2, wegens het bijzonder karakter van het faillissement.]1 <W 2005-12-23/31, art. 7, 012; Inwerkingtreding : 09-01-2006>
Alleen advocaten ingeschreven op het tableau van de [1 Orde van Advocaten in het gerechtelijk arrondissement waar de [2 ondernemingsrechtbank]2 zetelt]1 kunnen op de in het eerste lid bedoelde lijst worden geplaatst. Zij moeten een bijzondere opleiding hebben genoten en waarborgen inzake bekwaamheid bieden op het gebied van vereffeningsprocedures.
De lijst vermeldt tevens voor iedere ingeschrevene de faillissementen waarvoor hij reeds als curator is aangesteld. In ieder geval vermeldt de lijst de naam van de gefailleerde, de datum van de benoeming van de curator en, in voorkomend geval, de datum van de beëindiging van zijn opdracht. De lijst kan kosteloos worden geraadpleegd.
Wanneer de aard en de omvang van een faillissement het vereisen, kan elke andere persoon die voldoet aan de voorwaarden inzake opleiding en de waarborgen biedt bedoeld in het tweede lid, als curator worden toegevoegd wegens bijzondere bekwaamheden.
De Koning bepaalt de procedure van voordracht van de kandidaten bij de rechtbank alsook de termijnen die moeten worden nageleefd bij het onderzoek van de sollicitaties. De Koning kan tevens de voorwaarden inzake opleiding en inzake bekwaamheid op het gebied van vereffeningsprocedures nader bepalen.
Alleen advocaten ingeschreven op het tableau van de [1 Orde van Advocaten in het gerechtelijk arrondissement waar de [2 ondernemingsrechtbank]2 zetelt]1 kunnen op de in het eerste lid bedoelde lijst worden geplaatst. Zij moeten een bijzondere opleiding hebben genoten en waarborgen inzake bekwaamheid bieden op het gebied van vereffeningsprocedures.
De lijst vermeldt tevens voor iedere ingeschrevene de faillissementen waarvoor hij reeds als curator is aangesteld. In ieder geval vermeldt de lijst de naam van de gefailleerde, de datum van de benoeming van de curator en, in voorkomend geval, de datum van de beëindiging van zijn opdracht. De lijst kan kosteloos worden geraadpleegd.
Wanneer de aard en de omvang van een faillissement het vereisen, kan elke andere persoon die voldoet aan de voorwaarden inzake opleiding en de waarborgen biedt bedoeld in het tweede lid, als curator worden toegevoegd wegens bijzondere bekwaamheden.
De Koning bepaalt de procedure van voordracht van de kandidaten bij de rechtbank alsook de termijnen die moeten worden nageleefd bij het onderzoek van de sollicitaties. De Koning kan tevens de voorwaarden inzake opleiding en inzake bekwaamheid op het gebied van vereffeningsprocedures nader bepalen.
Art.27. Les curateurs sont choisis parmi les personnes inscrites sur une liste établie par l'assemblée générale du [2 tribunal de l'entreprise]2 [1 du ressort qui prononce la faillite]1. [A cette fin, les membres de l'assemblée générale peuvent voter eux-mêmes ou par procuration.] [1 Par décision motivée, il peut être désigné un ou plusieurs curateurs inscrits sur une liste établie par l'assemblée générale d'un autre [2 tribunal de l'entreprise]2, en raison du caractère spécifique de la faillite.]1 <L 2005-12-23/31, art. 7, 012; En vigueur : 09-01-2006>
Peuvent seuls être admis sur la liste visée à l'alinéa premier, les avocats inscrits au tableau [1 de l'Ordre des avocats dans l'arrondissement judiciaire où siège le [2 tribunal de l'entreprise]2]1, justifiant d'une formation particulière et présentant des garanties de compétence en matière de procédures de liquidation.
La liste précise également, pour chaque inscrit, pour quelles faillites il a déjà été désigné en qualité de curateur. En tout état de cause, elle mentionne le nom du failli, la date de la désignation du curateur et, le cas échéant, la date à laquelle sa mission a pris fin. La liste peut être consultée sans frais.
Lorsque la nature et l'importance d'une faillite le commandent, toute autre personne remplissant les conditions de formation et présentant les garanties prévues à l'alinéa 2 peut être adjointe en qualité de curateur, en raison de compétences particulières.
Le Roi fixe la procédure de présentation des candidats au tribunal ainsi que les délais à respecter pour l'examen des candidatures. Le Roi peut également fixer les conditions à remplir en ce qui concerne la formation ainsi que la compétence pour les procédures de liquidation.
Peuvent seuls être admis sur la liste visée à l'alinéa premier, les avocats inscrits au tableau [1 de l'Ordre des avocats dans l'arrondissement judiciaire où siège le [2 tribunal de l'entreprise]2]1, justifiant d'une formation particulière et présentant des garanties de compétence en matière de procédures de liquidation.
La liste précise également, pour chaque inscrit, pour quelles faillites il a déjà été désigné en qualité de curateur. En tout état de cause, elle mentionne le nom du failli, la date de la désignation du curateur et, le cas échéant, la date à laquelle sa mission a pris fin. La liste peut être consultée sans frais.
Lorsque la nature et l'importance d'une faillite le commandent, toute autre personne remplissant les conditions de formation et présentant les garanties prévues à l'alinéa 2 peut être adjointe en qualité de curateur, en raison de compétences particulières.
Le Roi fixe la procédure de présentation des candidats au tribunal ainsi que les délais à respecter pour l'examen des candidatures. Le Roi peut également fixer les conditions à remplir en ce qui concerne la formation ainsi que la compétence pour les procédures de liquidation.
Art.28. Tegen elke beslissing waarbij inschrijving op een lijst van curators wordt geweigerd of waarbij een inschrijving wordt geschrapt, kan hoger beroep worden ingesteld voor het hof van beroep. De debatten hebben plaats met gesloten deuren als de belanghebbende erom verzoekt. De termijn van hoger beroep is een maand te rekenen van de dag van de kennisgeving van de beslissing. In voorkomend geval beveelt het hof de inschrijving op de lijst.
Art.28. Toute décision de refus d'inscription sur la liste des curateurs ou d'omission d'inscription peut faire l'objet d'un recours devant la Cour d'appel. Les débats se déroulent à huis clos si l'intéressé le demande. Le délai pour introduire le recours est d'un mois à partir du jour de la notification de la décision. La cour ordonne, le cas échéant, l'inscription sur la liste.
Art.29. Een persoon die op de lijst staat kan op eigen verzoek worden geschrapt door de algemene vergadering van de [1 ondernemingsrechtbank]1. De algemene vergadering schrapt eveneens de personen van de lijst die niet meer als advocaat zijn ingeschreven op het tableau van de orde van een Belgische balie. Een persoon kan eveneens van de lijst worden geschrapt ter uitvoering van een vonnis dat is gewezen op dagvaarding door het openbaar ministerie. De debatten hebben plaats met gesloten deuren als de belanghebbende erom verzoekt.
Modifications
Art.29. Une personne figurant sur la liste peut en être omise à sa propre demande par l'assemblée générale du [1 tribunal de l'entreprise]1. L'assemblée générale omet également de la liste les personnes n'étant plus avocats inscrits au tableau de l'ordre d'un barreau. Une personne peut également être omise de la liste en exécution d'un jugement rendu sur citation du Ministère public. Les débats se déroulent à huis clos si l'intéressé le demande.
Modifications
Art.30. (De curators leggen bij de inschrijving op de lijst ten overstaan van de voorzitter van de rechtbank de eed af in de volgende bewoordingen) : <W 2002-09-04/38, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
" Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk. Ik zweer (mijn opdrachten) in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk te zullen vervullen. " <W 2002-09-04/38, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
" Je jure fidélité au Roi, obéissance à la Constitution et aux lois du Peuple belge. Je jure d'accomplir (mes missions) en honneur et conscience, avec exactitude et probité. " <W 2002-09-04/38, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
" Ich schwöre Treue dem Konig, Gehorsam der Verfassung und den Gesetzen des belgischen Volkes. Ich schwöre den mir (erteilten Aufträge) auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich zu erfüllen. " <W 2002-09-04/38, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
(Zij bevestigen dat zij hun ambt aanvaarden door uiterlijk de eerste werkdag volgende op de aanstelling ter griffie het proces-verbaal van aanstelling te ondertekenen.
De curator meldt elke vorm van tegenstrijdigheid van belangen of schijn van partijdigheid aan de voorzitter van de rechtbank.
In ieder geval meldt de curator dat hij of één van zijn vennoten of rechtstreekse medewerkers, behalve in de hoedanigheid van curator, prestaties heeft verricht voor de gefailleerde of de bestuurders en zaakvoerders van de gefailleerde vennootschap, of voor een schuldeiser, tot achttien maanden vóór het vonnis van faillietverklaring.
De verklaringen van de curator worden bij het faillissementsdossier gevoegd.
De voorzitter oordeelt of de verklaring de uitvoering van zijn opdracht als curator verhindert.
De rechtbank kan de curator vervangen volgens de procedure bepaald in artikel 31 of, in voorkomend geval, in artikel 32.) <W 2002-09-04/38, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
(NOTA : bij arrest nr 50/2004 van 24-03-2004 (B.St. 29-04-2004, p. 35839), heeft het Arbitragehof artikel 8, 2°, L4 van de wet 2002-09-04/38, die het artikel 30 van deze tekst wijzigt, vernietigd)
" Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk. Ik zweer (mijn opdrachten) in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk te zullen vervullen. " <W 2002-09-04/38, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
" Je jure fidélité au Roi, obéissance à la Constitution et aux lois du Peuple belge. Je jure d'accomplir (mes missions) en honneur et conscience, avec exactitude et probité. " <W 2002-09-04/38, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
" Ich schwöre Treue dem Konig, Gehorsam der Verfassung und den Gesetzen des belgischen Volkes. Ich schwöre den mir (erteilten Aufträge) auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich zu erfüllen. " <W 2002-09-04/38, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
(Zij bevestigen dat zij hun ambt aanvaarden door uiterlijk de eerste werkdag volgende op de aanstelling ter griffie het proces-verbaal van aanstelling te ondertekenen.
De curator meldt elke vorm van tegenstrijdigheid van belangen of schijn van partijdigheid aan de voorzitter van de rechtbank.
In ieder geval meldt de curator dat hij of één van zijn vennoten of rechtstreekse medewerkers, behalve in de hoedanigheid van curator, prestaties heeft verricht voor de gefailleerde of de bestuurders en zaakvoerders van de gefailleerde vennootschap, of voor een schuldeiser, tot achttien maanden vóór het vonnis van faillietverklaring.
De verklaringen van de curator worden bij het faillissementsdossier gevoegd.
De voorzitter oordeelt of de verklaring de uitvoering van zijn opdracht als curator verhindert.
De rechtbank kan de curator vervangen volgens de procedure bepaald in artikel 31 of, in voorkomend geval, in artikel 32.) <W 2002-09-04/38, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
(NOTA : bij arrest nr 50/2004 van 24-03-2004 (B.St. 29-04-2004, p. 35839), heeft het Arbitragehof artikel 8, 2°, L4 van de wet 2002-09-04/38, die het artikel 30 van deze tekst wijzigt, vernietigd)
Art.30. (Au moment de leur inscription sur la liste, les curateurs prêtent serment devant le président du tribunal dans les termes suivants :) <L 2002-09-04/38, art. 8, 003; En vigueur : 01-10-2002>
" Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk. Ik zweer (mijn opdrachten) in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk te zullen vervullen ". <L 2002-09-04/38, art. 8, 003; En vigueur : 01-10-2002>
" Je jure fidélité au Roi, obéissance à la Constitution et aux lois du Peuple belge. Je jure d'accomplir (mes missions) en honneur et conscience, avec exactitude et probité ". <L 2002-09-04/38, art. 8, 003; En vigueur : 01-10-2002>
" Ich schwöre Treue dem Konig, Gehorsam der Verfassung und den Gesetzen des belgischen Volkes. Ich schwöre den mir (erteilten Aufträge) auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich zu erfüllen ". <L 2002-09-04/38, art. 8, 003; En vigueur : 01-10-2002>
(Ils confirment leur entrée en fonction en signant, au plus tard le premier jour ouvrable qui suit la désignation, au greffe, le procès-verbal de désignation.
Le curateur signale au président du tribunal toute forme de conflit d'intérêts ou d'apparence de partialité.
Le curateur signale en tout cas que lui-même ou l'un de ses associés ou collaborateurs directs a accompli, sauf en qualité de curateur, des prestations au bénéfice du failli ou des gérants et administrateurs de la société faillie, ou au bénéfice d'un créancier, au cours des dix-huit mois précédant le jugement déclaratif de la faillite.
Les déclarations du curateur sont versées au dossier de la faillite.
Le président juge si la déclaration du curateur empêche celui-ci d'accomplir sa mission.
Le tribunal peut remplacer le curateur selon les formes prévues à l'article 31 ou, le cas échéant, à l'article 32.) <L 2002-09-04/38, art. 8, 003; En vigueur : 01-10-2002>
(NOTE : par son arrêt n° 50/2004 du 24-03-2004 (M.B. 29-03-2004, p. 35837), la Cour d'Arbitrage a annulé article 8, 2°, L4 de la loi 2002-09-04/38, qui modifie l'article 30 de ce texte)
" Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk. Ik zweer (mijn opdrachten) in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk te zullen vervullen ". <L 2002-09-04/38, art. 8, 003; En vigueur : 01-10-2002>
" Je jure fidélité au Roi, obéissance à la Constitution et aux lois du Peuple belge. Je jure d'accomplir (mes missions) en honneur et conscience, avec exactitude et probité ". <L 2002-09-04/38, art. 8, 003; En vigueur : 01-10-2002>
" Ich schwöre Treue dem Konig, Gehorsam der Verfassung und den Gesetzen des belgischen Volkes. Ich schwöre den mir (erteilten Aufträge) auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich zu erfüllen ". <L 2002-09-04/38, art. 8, 003; En vigueur : 01-10-2002>
(Ils confirment leur entrée en fonction en signant, au plus tard le premier jour ouvrable qui suit la désignation, au greffe, le procès-verbal de désignation.
Le curateur signale au président du tribunal toute forme de conflit d'intérêts ou d'apparence de partialité.
Le curateur signale en tout cas que lui-même ou l'un de ses associés ou collaborateurs directs a accompli, sauf en qualité de curateur, des prestations au bénéfice du failli ou des gérants et administrateurs de la société faillie, ou au bénéfice d'un créancier, au cours des dix-huit mois précédant le jugement déclaratif de la faillite.
Les déclarations du curateur sont versées au dossier de la faillite.
Le président juge si la déclaration du curateur empêche celui-ci d'accomplir sa mission.
Le tribunal peut remplacer le curateur selon les formes prévues à l'article 31 ou, le cas échéant, à l'article 32.) <L 2002-09-04/38, art. 8, 003; En vigueur : 01-10-2002>
(NOTE : par son arrêt n° 50/2004 du 24-03-2004 (M.B. 29-03-2004, p. 35837), la Cour d'Arbitrage a annulé article 8, 2°, L4 de la loi 2002-09-04/38, qui modifie l'article 30 de ce texte)
Art.31. De [1 ondernemingsrechtbank]1 kan te allen tijde de rechter-commissaris vervangen door een van haar andere leden en de curators of een van hen vervangen of hun aantal vermeerderen of verminderen.
De curators van wie de vervanging wordt overwogen, worden vooraf opgeroepen en, na verslag van de rechter-commissaris, gehoord in raadkamer. Het vonnis wordt uitgesproken in openbare terechtzitting.
Het vonnis waarbij de vervanging van een curator wordt gelast, wordt door toedoen van de griffier te zijner kennis gebracht. Het wordt door toedoen van de griffier van de [1 ondernemingsrechtbank]1 binnen vijf dagen na de dagtekening bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Een afschrift wordt eveneens ter kennisgeving aan het openbaar ministerie gezonden.
(Indien de curator wordt vervangen op eigen verzoek wordt dit uitdrukkelijk vermeld in de voornoemde bekendmaking.) <W 2002-09-04/38, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
De curators van wie de vervanging wordt overwogen, worden vooraf opgeroepen en, na verslag van de rechter-commissaris, gehoord in raadkamer. Het vonnis wordt uitgesproken in openbare terechtzitting.
Het vonnis waarbij de vervanging van een curator wordt gelast, wordt door toedoen van de griffier te zijner kennis gebracht. Het wordt door toedoen van de griffier van de [1 ondernemingsrechtbank]1 binnen vijf dagen na de dagtekening bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Een afschrift wordt eveneens ter kennisgeving aan het openbaar ministerie gezonden.
(Indien de curator wordt vervangen op eigen verzoek wordt dit uitdrukkelijk vermeld in de voornoemde bekendmaking.) <W 2002-09-04/38, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Modifications
Art.31. Le [1 tribunal de l'entreprise]1 peut, à tout moment, remplacer le juge-commissaire par un autre de ses membres ainsi que remplacer les curateurs ou l'un d'eux, en augmenter ou en diminuer le nombre.
Les curateurs dont le remplacement est envisagé, sont préalablement appelés et, après rapport du juge-commissaire, entendus en chambre du Conseil. Le jugement est prononcé en audience publique.
Le jugement ordonnant le remplacement d'un curateur lui est notifié à la diligence du greffier. Il est, à la diligence du greffier du [1 tribunal de l'entreprise]1 et dans les cinq jours de sa date, publié par extrait au Moniteur belge. Une copie du jugement est également transmise pour information au ministère public.
(Si le curateur est remplacé à sa demande, il en est fait explicitement mention dans la publication susvisée.) <L 2002-09-04/38, art. 9, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Les curateurs dont le remplacement est envisagé, sont préalablement appelés et, après rapport du juge-commissaire, entendus en chambre du Conseil. Le jugement est prononcé en audience publique.
Le jugement ordonnant le remplacement d'un curateur lui est notifié à la diligence du greffier. Il est, à la diligence du greffier du [1 tribunal de l'entreprise]1 et dans les cinq jours de sa date, publié par extrait au Moniteur belge. Une copie du jugement est également transmise pour information au ministère public.
(Si le curateur est remplacé à sa demande, il en est fait explicitement mention dans la publication susvisée.) <L 2002-09-04/38, art. 9, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Modifications
Art.32. (Onverminderd de meldingsplicht zoals bepaald in artikel 30 en voorzover de tegenstrijdigheid van belangen daardoor kan worden voorkomen, vraagt de curator) bij verzoekschrift gericht aan de [1 ondernemingsrechtbank]1 de aanstelling van een curator ad hoc. De rechtbank doet uitspraak op verslag van de rechter-commissaris. <W 2002-09-04/38, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
(De rechtbank kan ook ambtshalve een curator ad hoc aanstellen. De procedure bepaald in artikel 31, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.) <W 2002-09-04/38, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Wanneer een curator ad hoc wordt aangesteld ter vervanging van de curator-titularis, dient die curator ad hoc de aanvaarding van zijn opdracht schriftelijk te bevestigen. Na afloop van zijn opdracht maakt hij een verslag op van zijn activiteiten en laat hij zijn staat van kosten en ereloon begroten door de rechtbank, die uitspraak doet op verslag van de rechter-commissaris en na de curator-titularis te hebben gehoord.
De staat van kosten en ereloon van de curator ad hoc wordt door de curator-titularis in zijn eindafrekening opgenomen als kosten van het faillissement.
(De rechtbank kan ook ambtshalve een curator ad hoc aanstellen. De procedure bepaald in artikel 31, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.) <W 2002-09-04/38, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Wanneer een curator ad hoc wordt aangesteld ter vervanging van de curator-titularis, dient die curator ad hoc de aanvaarding van zijn opdracht schriftelijk te bevestigen. Na afloop van zijn opdracht maakt hij een verslag op van zijn activiteiten en laat hij zijn staat van kosten en ereloon begroten door de rechtbank, die uitspraak doet op verslag van de rechter-commissaris en na de curator-titularis te hebben gehoord.
De staat van kosten en ereloon van de curator ad hoc wordt door de curator-titularis in zijn eindafrekening opgenomen als kosten van het faillissement.
Modifications
Art.32. (Sans préjudice de l'obligation d'information prévue à l'article 30 et pour autant que cette démarche permette d'éviter le conflit d'intérêts, le curateur demande), par voie de requête adressée au [1 tribunal de l'entreprise]1, la désignation d'un curateur ad hoc. Le tribunal statue sur le rapport du juge-commissaire. <L 2002-09-04/38, art. 10, 003; En vigueur : 01-10-2002>
(Le tribunal peut également désigner d'office un curateur ad hoc. La procédure prévue à l'article 31, alinéa 2, s'applique par analogie.) <L 2002-09-04/38, art. 10, 003; En vigueur : 01-10-2002> (NOTE : selon la version française de la L 2002-09-04/38, le présent alinéa devrait être inséré entre les alinéas 2 et 3 de la forme antérieure; selon la version néerlandaise, il doit l'être entre les alinéas 1 et 2. Justel a considéré que le contexte rend la formulation néerlandaise plus plausible.)
Lorsqu'un curateur ad hoc est désigné en remplacement du curateur titulaire, il doit confirmer par écrit l'acceptation de sa mission. Au terme de sa mission, le curateur ad hoc rédige un rapport de ses activités et fait chiffrer son état de frais et ses honoraires par le [1 tribunal de l'entreprise]1, qui statue après avoir entendu le juge-commissaire et le curateur titulaire.
Le curateur titulaire fait figurer l'état de frais et honoraires du curateur ad hoc dans son décompte final au titre de frais de la faillite.
(Le tribunal peut également désigner d'office un curateur ad hoc. La procédure prévue à l'article 31, alinéa 2, s'applique par analogie.) <L 2002-09-04/38, art. 10, 003; En vigueur : 01-10-2002> (NOTE : selon la version française de la L 2002-09-04/38, le présent alinéa devrait être inséré entre les alinéas 2 et 3 de la forme antérieure; selon la version néerlandaise, il doit l'être entre les alinéas 1 et 2. Justel a considéré que le contexte rend la formulation néerlandaise plus plausible.)
Lorsqu'un curateur ad hoc est désigné en remplacement du curateur titulaire, il doit confirmer par écrit l'acceptation de sa mission. Au terme de sa mission, le curateur ad hoc rédige un rapport de ses activités et fait chiffrer son état de frais et ses honoraires par le [1 tribunal de l'entreprise]1, qui statue après avoir entendu le juge-commissaire et le curateur titulaire.
Le curateur titulaire fait figurer l'état de frais et honoraires du curateur ad hoc dans son décompte final au titre de frais de la faillite.
Modifications
Art.33. Het ereloon van de curators wordt bepaald naar verhouding van het belang en de complexiteit van hun opdracht. Het mag niet uitsluitend worden uitgedrukt in een procentuele vergoeding op basis van de gerealiseerde activa. De regels en barema's tot vaststelling van het ereloon worden door de Koning bepaald. Hierbij bepaalt de Koning welke prestaties en kosten door het ereloon worden gedekt. De Koning kan tevens bepalen welke kosten afzonderlijk worden vergoed en op welke wijze ze worden begroot.
Bij elk verzoek tot toekenning van een ereloon wordt een gedetailleerd overzicht van de te vergoeden prestaties gevoegd.
De rechter kan, op verzoek van de curators en op eensluidend advies van de rechter-commissaris provisionele kosten en een provisioneel ereloon vaststellen. Behoudens bijzondere omstandigheden mag het geheel van de provisionele kosten en ereloon niet hoger zijn dan drie vierden van de sommen vastgesteld volgens de door de Koning bepaalde vergoedingsregels. In geen geval kan het provisioneel ereloon worden begroot wanneer de curators de in artikel 34 bedoelde verslagen niet [1 neerleggen]1.
Bij elk verzoek tot toekenning van een ereloon wordt een gedetailleerd overzicht van de te vergoeden prestaties gevoegd.
De rechter kan, op verzoek van de curators en op eensluidend advies van de rechter-commissaris provisionele kosten en een provisioneel ereloon vaststellen. Behoudens bijzondere omstandigheden mag het geheel van de provisionele kosten en ereloon niet hoger zijn dan drie vierden van de sommen vastgesteld volgens de door de Koning bepaalde vergoedingsregels. In geen geval kan het provisioneel ereloon worden begroot wanneer de curators de in artikel 34 bedoelde verslagen niet [1 neerleggen]1.
Modifications
Art.33. Les honoraires des curateurs sont fixés en fonction de l'importance et de la complexité de leur mission. Ils ne peuvent être fixés exclusivement sous la forme d'une indemnité proportionnelle aux actifs réalisés. Les règles et barèmes relatifs à la fixation des honoraires sont établis par le Roi. Le Roi détermine les prestations et frais couverts par les honoraires. Le Roi peut également déterminer les frais pouvant faire l'objet d'une indemnisation séparée, ainsi que les modalités de leur arbitrage.
Un relevé détaillé des prestations à rémunérer est joint à toute demande d'honoraires.
Le juge peut fixer des frais et honoraires provisionnels à la demande des curateurs et de l'avis conforme du juge-commissaire. Sauf circonstances particulières, le total des frais et honoraires provisionnels ne peut excéder les trois quarts du montant fixé selon les règles d'indemnisation établies par le Roi. En aucun cas, des honoraires provisionnels ne peuvent être arbitrés lorsque les curateurs ne [1 déposent]1 pas les états prévus à l'article 34.
Un relevé détaillé des prestations à rémunérer est joint à toute demande d'honoraires.
Le juge peut fixer des frais et honoraires provisionnels à la demande des curateurs et de l'avis conforme du juge-commissaire. Sauf circonstances particulières, le total des frais et honoraires provisionnels ne peut excéder les trois quarts du montant fixé selon les règles d'indemnisation établies par le Roi. En aucun cas, des honoraires provisionnels ne peuvent être arbitrés lorsque les curateurs ne [1 déposent]1 pas les états prévus à l'article 34.
Modifications
Art.34. (§ 1.) (Elk jaar en voor de eerste keer twaalf maanden na de aanvaarding van hun ambt, [1 delen de curators aan de rechter-commissaris een omstandig verslag betreffende de toestand van het faillissement mee]1.) <W 2002-09-04/38, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002> <W 2005-04-07/33, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 30-04-2005>
Dit verslag vermeldt onder meer de ontvangsten, de uitgaven en de uitkeringen en geeft aan wat nog moet worden vereffend en wordt neergelegd in het faillissementsdossier. Hierin wordt tevens de stand van de betwistingen van de schuldvorderingen toegelicht.
[1 Elk verslag wordt bij het faillissementsdossier gevoegd.]1
(§ 2. Op het einde van elk kalenderjaar dienen de curators in elk geval een verzamelaangifte inzake de BTW met betrekking tot de overeenkomsten in.) <W 2005-04-07/33, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 30-04-2005>
Dit verslag vermeldt onder meer de ontvangsten, de uitgaven en de uitkeringen en geeft aan wat nog moet worden vereffend en wordt neergelegd in het faillissementsdossier. Hierin wordt tevens de stand van de betwistingen van de schuldvorderingen toegelicht.
[1 Elk verslag wordt bij het faillissementsdossier gevoegd.]1
(§ 2. Op het einde van elk kalenderjaar dienen de curators in elk geval een verzamelaangifte inzake de BTW met betrekking tot de overeenkomsten in.) <W 2005-04-07/33, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 30-04-2005>
Modifications
Art.34. (§ 1er.) (Chaque année et pour la première fois douze mois après leur entrée en fonction, les curateurs [1 communiquent]1 au juge-commissaire un état détaillé de la situation de la faillite.) <L 2002-09-04/38, art. 11, 003; En vigueur : 01-10-2002> <L 2005-04-07/33, art. 4, 007; En vigueur : 30-04-2005>
Cet état, qui comporte notamment l'indication des recettes, des dépenses, des répartitions, ainsi que de ce qu'il reste à liquider, est déposé au dossier de la faillite. L'état des contestations des créances est également précisé.
[1 Chaque état est versé au dossier de la faillite.]1
(§ 2. A la fin de chaque année civile, les curateurs déposent en tout cas une déclaration récapitulative concernant la T.V.A. relative aux contrats.) <L 2005-04-07/33, art. 4, 007; En vigueur : 30-04-2005>
Cet état, qui comporte notamment l'indication des recettes, des dépenses, des répartitions, ainsi que de ce qu'il reste à liquider, est déposé au dossier de la faillite. L'état des contestations des créances est également précisé.
[1 Chaque état est versé au dossier de la faillite.]1
(§ 2. A la fin de chaque année civile, les curateurs déposent en tout cas une déclaration récapitulative concernant la T.V.A. relative aux contrats.) <L 2005-04-07/33, art. 4, 007; En vigueur : 30-04-2005>
Modifications
Art.35. De rechter-commissaris is er in het bijzonder mee belast toezicht te houden op het beheer en op de vereffening van het faillissement en de verrichtingen ervan te bespoedigen (, in het bijzonder de afwikkeling van de schuldvorderingen van de werknemers van de gefailleerde); hij brengt op de terechtzitting verslag uit over alle geschillen waartoe het faillissement aanleiding geeft, behoudens de uitzondering waarin het zesde lid voorziet; hij beveelt de dringende maatregelen die noodzakelijk zijn voor het beveiligen en het bewaren van de goederen van de boedel en hij zit de vergaderingen voor van de schuldeisers van de gefailleerde. <W 2005-12-06/46, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
In geval van verhindering van de rechter-commissaris voorziet de voorzitter van de rechtbank in diens vervanging.
Wanneer de rechter-commissaris verslag uitbrengt over de geschillen waartoe het faillissement aanleiding geeft, kan hij geen deel uitmaken van de zetel.
De rechter-commissaris kan buiten zijn arrondissement alle tot zijn opdracht behorende handelingen verrichten, wanneer hij van oordeel is dat ernstige of dringende omstandigheden zulks vereisen.
De beschikkingen van de rechter-commissaris worden gemotiveerd en zijn uitvoerbaar bij voorraad. Tegen die beschikkingen staat beroep open bij de rechtbank.
De rechter-commissaris moet geen verslag uitbrengen betreffende de betwistingen van schuldvorderingen tot opname in het passief.
In geval van verhindering van de rechter-commissaris voorziet de voorzitter van de rechtbank in diens vervanging.
Wanneer de rechter-commissaris verslag uitbrengt over de geschillen waartoe het faillissement aanleiding geeft, kan hij geen deel uitmaken van de zetel.
De rechter-commissaris kan buiten zijn arrondissement alle tot zijn opdracht behorende handelingen verrichten, wanneer hij van oordeel is dat ernstige of dringende omstandigheden zulks vereisen.
De beschikkingen van de rechter-commissaris worden gemotiveerd en zijn uitvoerbaar bij voorraad. Tegen die beschikkingen staat beroep open bij de rechtbank.
De rechter-commissaris moet geen verslag uitbrengen betreffende de betwistingen van schuldvorderingen tot opname in het passief.
Art.35. Le juge-commissaire est chargé spécialement d'accélérer et de surveiller les opérations, la gestion et la liquidation de la faillite (, et en particulier le règlement des créances des travailleurs du failli); il fait rapport à l'audience de toutes les contestations nées de la faillite, sauf l'exception prévue à l'alinéa 6; il ordonne les mesures urgentes qui sont nécessaires pour la sûreté et la conservation des biens de la masse, et il préside les réunions des créanciers du failli. <L 2005-12-06/46, art. 5, 011; En vigueur : 01-01-2006>
En cas d'empêchement du juge-commissaire, le président du tribunal ordonne son remplacement.
Lorsque le juge-commissaire fait rapport sur les contestations nées de la faillite, il ne peut faire partie du siège.
Le juge-commissaire peut procéder hors de son arrondissement à tous actes relevant de ses attributions, s'il estime que des circonstances graves ou urgentes le requièrent.
Les ordonnances du juge-commissaire sont motivées et exécutoires par provision. Les recours contre ces ordonnances sont portés devant le tribunal.
Le juge-commissaire ne fait pas rapport sur les contestations de créances à admettre au passif.
En cas d'empêchement du juge-commissaire, le président du tribunal ordonne son remplacement.
Lorsque le juge-commissaire fait rapport sur les contestations nées de la faillite, il ne peut faire partie du siège.
Le juge-commissaire peut procéder hors de son arrondissement à tous actes relevant de ses attributions, s'il estime que des circonstances graves ou urgentes le requièrent.
Les ordonnances du juge-commissaire sont motivées et exécutoires par provision. Les recours contre ces ordonnances sont portés devant le tribunal.
Le juge-commissaire ne fait pas rapport sur les contestations de créances à admettre au passif.
Art.36. De procureur des Konings kan bij alle verrichtingen van het faillissement aanwezig zijn, het dossier van het faillissement raadplegen, inzage nemen van de boeken en bescheiden van de gefailleerde, de staat van zijn zaken onderzoeken en zich door de curators alle inlichtingen doen verstrekken die hij dienstig acht.
Art.36. Le procureur du Roi peut assister à toutes les opérations de la faillite, consulter à tout moment le dossier de la faillite, prendre connaissance des livres et papiers du failli, vérifier sa situation et se faire donner par les curateurs tous les renseignements qu'il juge utiles.
Art.37. Tegen de vonnissen in faillissementszaken, die niet het vonnis van faillietverklaring en het vonnis tot vaststelling van de datum van staking van betaling zijn, staat beroep open overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek. Die vonnissen zijn uitvoerbaar bij voorraad.
Geen verzet of hoger beroep staat open tegen :
1. de vonnissen waarbij rechters-commissarissen of curators worden benoemd of vervangen;
2. de vonnissen waarbij een uitspraak wordt gedaan over de betwistingen inzake de afgifte, aan de gefailleerde natuurlijke persoon en aan zijn gezin, van het huisraad en de voorwerpen nodig voor eigen gebruik, evenals inzake de toekenning van levensonderhoud aan de gefailleerde natuurlijke persoon en aan zijn gezin;
3. de vonnissen waarbij de verkoop van goederen en koopwaren die tot het faillissement behoren, wordt toegestaan of waarbij overeenkomstig artikel 25 uitstel of afstel wordt verleend voor de verkoop van in beslag genomen voorwerpen;
4. de vonnissen waarbij uitspraak wordt gedaan op het beroep tegen de beschikkingen die de rechter-commissaris heeft gegeven bij de vervulling van zijn opdracht.
Geen verzet of hoger beroep staat open tegen :
1. de vonnissen waarbij rechters-commissarissen of curators worden benoemd of vervangen;
2. de vonnissen waarbij een uitspraak wordt gedaan over de betwistingen inzake de afgifte, aan de gefailleerde natuurlijke persoon en aan zijn gezin, van het huisraad en de voorwerpen nodig voor eigen gebruik, evenals inzake de toekenning van levensonderhoud aan de gefailleerde natuurlijke persoon en aan zijn gezin;
3. de vonnissen waarbij de verkoop van goederen en koopwaren die tot het faillissement behoren, wordt toegestaan of waarbij overeenkomstig artikel 25 uitstel of afstel wordt verleend voor de verkoop van in beslag genomen voorwerpen;
4. de vonnissen waarbij uitspraak wordt gedaan op het beroep tegen de beschikkingen die de rechter-commissaris heeft gegeven bij de vervulling van zijn opdracht.
Art.37. Les jugements prononcés en matière de faillite, autres que le jugement déclaratif de la faillite et le jugement fixant la date de cessation de paiement sont susceptibles de recours, conformément au Code judiciaire. Ces jugements sont exécutoires par provision.
Ne sont susceptibles ni d'opposition, ni d'appel :
1. les jugements relatifs à la nomination ou au remplacement de juges-commissaires ou de curateurs;
2. les jugements qui statuent sur les contestations relatives à la délivrance au failli, personne physique, et à sa famille des meubles et effets nécessaires à leur propre usage, ainsi que l'octroi de secours alimentaires au failli, personne physique, et à sa famille;
3. les jugements qui autorisent la vente des effets ou marchandises appartenant à la faillite, ou autorisent conformément à l'article 25, la remise ou l'abandon de la vente d'objets saisis;
4. les jugements statuant sur les recours formés contre les ordonnances du juge-commissaire rendues dans les limites de ses attributions.
Ne sont susceptibles ni d'opposition, ni d'appel :
1. les jugements relatifs à la nomination ou au remplacement de juges-commissaires ou de curateurs;
2. les jugements qui statuent sur les contestations relatives à la délivrance au failli, personne physique, et à sa famille des meubles et effets nécessaires à leur propre usage, ainsi que l'octroi de secours alimentaires au failli, personne physique, et à sa famille;
3. les jugements qui autorisent la vente des effets ou marchandises appartenant à la faillite, ou autorisent conformément à l'article 25, la remise ou l'abandon de la vente d'objets saisis;
4. les jugements statuant sur les recours formés contre les ordonnances du juge-commissaire rendues dans les limites de ses attributions.
Afdeling 2. - Formaliteiten en beheer van het faillissement.
Section 2. - Des formalités et de la gestion de la faillite.
Art.38. (Het vonnis van faillietverklaring en het latere vonnis dat de staking van betaling vaststelt, worden, door de griffier binnen vijf dagen na hun dagtekening bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en door de curators binnen dezelfde termijn in minstens twee dagbladen of periodieke uitgaven met regionale spreiding.) <W 2002-09-04/38, art. 12, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Het uittreksel vermeldt :
1. de naam, de voornamen, de plaats en datum van geboorte, de aard van de voornaamste handelsactiviteit alsmede de benaming waaronder die activiteit wordt uitgeoefend, het adres alsmede de plaats van de hoofdvestiging en het [1 ondernemingsnummer van de gefailleerde]1; betreft het een rechtspersoon, de naam, de rechtsvorm, de aard van de voornaamste handelsactiviteit alsmede de benaming waaronder die activiteit wordt uitgeoefend, de zetel alsmede de plaats van de hoofdvestiging en het [1 ondernemingsnummer van de rechtspersoon]1, alsook zijn inschrijvingsnummer voor de belasting over de toegevoegde waarde;
2. de datum van het vonnis van faillietverklaring en de rechtbank die het heeft gewezen;
3. in voorkomend geval, de datum van het vonnis waarbij de staking van betaling is vastgesteld, en de datum van die staking;
4. de naam, de voornamen en het adres van de curators;
5. de termijn om aangifte van de schuldvorderingen te doen [2 in het register]2;
6. (de datum van de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen.) <W 2005-12-06/46, art. 6, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
De opneming wordt bewezen door middel van het Belgisch Staatsblad waarin de genoemde uittreksels zijn verschenen.
Indien de curators vaststellen dat het faillissement mogelijk zal moeten worden gesloten bij gebrek aan actief, verzoeken zij de rechter-commissaris ontlast te worden van de bekendmakingsplicht in de dagbladen of de periodieke uitgaven met regionale spreiding. De kosten van bekendmaking die niet worden gedekt door het actief, zullen ten laste blijven van de curators.
Het uittreksel vermeldt :
1. de naam, de voornamen, de plaats en datum van geboorte, de aard van de voornaamste handelsactiviteit alsmede de benaming waaronder die activiteit wordt uitgeoefend, het adres alsmede de plaats van de hoofdvestiging en het [1 ondernemingsnummer van de gefailleerde]1; betreft het een rechtspersoon, de naam, de rechtsvorm, de aard van de voornaamste handelsactiviteit alsmede de benaming waaronder die activiteit wordt uitgeoefend, de zetel alsmede de plaats van de hoofdvestiging en het [1 ondernemingsnummer van de rechtspersoon]1, alsook zijn inschrijvingsnummer voor de belasting over de toegevoegde waarde;
2. de datum van het vonnis van faillietverklaring en de rechtbank die het heeft gewezen;
3. in voorkomend geval, de datum van het vonnis waarbij de staking van betaling is vastgesteld, en de datum van die staking;
4. de naam, de voornamen en het adres van de curators;
5. de termijn om aangifte van de schuldvorderingen te doen [2 in het register]2;
6. (de datum van de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen.) <W 2005-12-06/46, art. 6, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
De opneming wordt bewezen door middel van het Belgisch Staatsblad waarin de genoemde uittreksels zijn verschenen.
Indien de curators vaststellen dat het faillissement mogelijk zal moeten worden gesloten bij gebrek aan actief, verzoeken zij de rechter-commissaris ontlast te worden van de bekendmakingsplicht in de dagbladen of de periodieke uitgaven met regionale spreiding. De kosten van bekendmaking die niet worden gedekt door het actief, zullen ten laste blijven van de curators.
Art.38. (Le jugement déclaratif de la faillite et celui qui a fixé ultérieurement la cessation des paiements sont, par les soins du greffier et dans les cinq jours de leur date, publiés par extraits au Moniteur belge et, par les soins des curateurs et dans ce même délai, publiés dans au moins deux journaux ou périodiques ayant une diffusion régionale.) <L 2002-09-04/38, art. 12, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Ces extraits contiennent :
1. les nom, prénoms, lieu et date de naissance, la nature de l'activité commerciale principale ainsi que la dénomination sous laquelle cette activité est exercée, l'adresse ainsi que le lieu du principal établissement et le numéro [1 d'entreprise du failli]1; s'il s'agit d'une personne morale, la dénomination, la forme, la nature de l'activité commerciale principale ainsi que la dénomination sous laquelle cette activité est exercée, le siège ainsi que le lieu du principal établissement et le numéro [1 d'entreprise de la personne morale]1;
2. la date du jugement déclaratif et le tribunal qui l'a prononcé;
3. le cas échéant, la date du jugement fixant la date de cessation de paiement et l'indication de celle-ci;
4. les nom, prénoms et adresse des curateurs;
5. le délai dans lequel les créances doivent être déclarées [2 dans le registre]2;
6. (la date de dépôt du premier procès-verbal de vérification des créances.) <L 2005-12-06/46, art. 6, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Il est justifié de cette insertion par le Moniteur belge contenant lesdits extraits.
S'ils constatent qu'il est possible que la faillite doive être clôturée pour insuffisance d'actif, les curateurs demandent au juge-commissaire à être exonérés de l'obligation de publication dans des journaux ou des périodiques ayant une diffusion régionale. Les frais de publication qui ne sont pas couverts par l'actif resteront à charge des curateurs.
Ces extraits contiennent :
1. les nom, prénoms, lieu et date de naissance, la nature de l'activité commerciale principale ainsi que la dénomination sous laquelle cette activité est exercée, l'adresse ainsi que le lieu du principal établissement et le numéro [1 d'entreprise du failli]1; s'il s'agit d'une personne morale, la dénomination, la forme, la nature de l'activité commerciale principale ainsi que la dénomination sous laquelle cette activité est exercée, le siège ainsi que le lieu du principal établissement et le numéro [1 d'entreprise de la personne morale]1;
2. la date du jugement déclaratif et le tribunal qui l'a prononcé;
3. le cas échéant, la date du jugement fixant la date de cessation de paiement et l'indication de celle-ci;
4. les nom, prénoms et adresse des curateurs;
5. le délai dans lequel les créances doivent être déclarées [2 dans le registre]2;
6. (la date de dépôt du premier procès-verbal de vérification des créances.) <L 2005-12-06/46, art. 6, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Il est justifié de cette insertion par le Moniteur belge contenant lesdits extraits.
S'ils constatent qu'il est possible que la faillite doive être clôturée pour insuffisance d'actif, les curateurs demandent au juge-commissaire à être exonérés de l'obligation de publication dans des journaux ou des périodiques ayant une diffusion régionale. Les frais de publication qui ne sont pas couverts par l'actif resteront à charge des curateurs.
Art.39. [1 § 1.]1 [2 Voor elk faillissement wordt in het register een dossier gehouden waarin opgenomen zijn :]2
1° een voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis van faillietverklaring, van het vonnis dat het tijdstip van de staking van betaling bepaalt en van de beslissingen gewezen na uitoefening van de rechtsmiddelen tegen deze vonnissen;
2° het uittreksel van de bekendmakingen bedoeld in artikel 38;
3° in voorkomend geval een voor eensluidend verklaard afschrift van de beschikkingen genomen krachtens de artikelen 41, § 2, en 43, derde lid;
4° het proces-verbaal van plaatsopneming en de in artikel 43 bedoelde boedelbeschrijving;
5° (de processen-verbaal) van verificatie van de schuldvorderingen; <W 2005-12-06/46, art. 7, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
6° de tabel bedoeld in artikel 71;
7° de [2 ...]2 verslagen en uitdelingslijsten, bedoeld in de artikelen 34 en 52;
8° de door de rechter-commissaris verleende schriftelijke beschikkingen;
9° de lijst van de dadingen en de desbetreffende homologaties bedoeld in artikel 58.
[2 Elke belanghebbende kan inzage nemen van het dossier bedoeld in dit artikel via het register. De personen bedoeld in artikel 62, derde lid, kunnen inzage nemen van het dossier via de curator.]2
[1 § 2.[2 ...]2]1
1° een voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis van faillietverklaring, van het vonnis dat het tijdstip van de staking van betaling bepaalt en van de beslissingen gewezen na uitoefening van de rechtsmiddelen tegen deze vonnissen;
2° het uittreksel van de bekendmakingen bedoeld in artikel 38;
3° in voorkomend geval een voor eensluidend verklaard afschrift van de beschikkingen genomen krachtens de artikelen 41, § 2, en 43, derde lid;
4° het proces-verbaal van plaatsopneming en de in artikel 43 bedoelde boedelbeschrijving;
5° (de processen-verbaal) van verificatie van de schuldvorderingen; <W 2005-12-06/46, art. 7, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
6° de tabel bedoeld in artikel 71;
7° de [2 ...]2 verslagen en uitdelingslijsten, bedoeld in de artikelen 34 en 52;
8° de door de rechter-commissaris verleende schriftelijke beschikkingen;
9° de lijst van de dadingen en de desbetreffende homologaties bedoeld in artikel 58.
[2 Elke belanghebbende kan inzage nemen van het dossier bedoeld in dit artikel via het register. De personen bedoeld in artikel 62, derde lid, kunnen inzage nemen van het dossier via de curator.]2
[1 § 2.[2 ...]2]1
Art.39. [1 § 1er.]1 [2 Le registre contient, pour chaque faillite, un dossier contenant :]2
1° une copie conforme du jugement déclaratif de faillite, du jugement fixant la date de cessation de paiement et des décisions rendues sur recours contre ces jugements;
2° les extraits des publications prévues à l'article 38;
3° le cas échéant une copie conforme des ordonnances prises en vertu des articles 41, § 2, et 43, alinéa 3;
4° le procès-verbal de descente sur les lieux et l'inventaire prévu à l'article 43;
5° (les procès-verbaux) de vérification des créances; <L 2005-12-06/46, art. 7, 011; En vigueur : 01-01-2006>
6° le tableau prévu à l'article 71;
7° les rapports et états de répartition [2 ...]2, prévus aux articles 34 et 52;
8° les ordonnances écrites rendues par le juge-commissaire;
9° la liste des transactions et des homologations y relatives visées à l'article 58.
[2 Tout intéressé peut prendre connaissance du dossier visé par le présent article par le biais du registre. Les personnes visées dans l'article 62, troisième alinéa, peuvent prendre connaissance du dossier par l'intermédiaire du curateur.]2
[1 § 2. [2 ...]2]1
1° une copie conforme du jugement déclaratif de faillite, du jugement fixant la date de cessation de paiement et des décisions rendues sur recours contre ces jugements;
2° les extraits des publications prévues à l'article 38;
3° le cas échéant une copie conforme des ordonnances prises en vertu des articles 41, § 2, et 43, alinéa 3;
4° le procès-verbal de descente sur les lieux et l'inventaire prévu à l'article 43;
5° (les procès-verbaux) de vérification des créances; <L 2005-12-06/46, art. 7, 011; En vigueur : 01-01-2006>
6° le tableau prévu à l'article 71;
7° les rapports et états de répartition [2 ...]2, prévus aux articles 34 et 52;
8° les ordonnances écrites rendues par le juge-commissaire;
9° la liste des transactions et des homologations y relatives visées à l'article 58.
[2 Tout intéressé peut prendre connaissance du dossier visé par le présent article par le biais du registre. Les personnes visées dans l'article 62, troisième alinéa, peuvent prendre connaissance du dossier par l'intermédiaire du curateur.]2
[1 § 2. [2 ...]2]1
Art.40. <W 2002-09-04/38, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002> De curators nemen dadelijk na het vonnis van faillietverklaring hun taak op zich nadat zij de aanvaarding van hun ambt hebben bevestigd door ondertekening van het proces-verbaal van aanstelling. Zij beheren het faillissement als een goed huisvader onder toezicht van de rechter-commissaris.
(De curatoren werken actief en prioritair mee aan het vaststellen van het bedrag van de aangegeven schuldvorderingen van de werknemers van de gefailleerde onderneming, (...).) <W 2003-04-08/33, art. 60, 004; Inwerkingtreding : 27-04-2003> <W 2005-12-06/46, art. 8, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
(De curatoren werken actief en prioritair mee aan het vaststellen van het bedrag van de aangegeven schuldvorderingen van de werknemers van de gefailleerde onderneming, (...).) <W 2003-04-08/33, art. 60, 004; Inwerkingtreding : 27-04-2003> <W 2005-12-06/46, art. 8, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Art.40. <L 2002-09-04/38, art. 13, 003; En vigueur : 01-10-2002> Les curateurs entrent en fonction immédiatement après le jugement déclaratif et après avoir confirmé leur entrée en fonction en signant le procès-verbal de désignation. Ils gèrent la faillite en bon père de famille, sous la surveillance du juge-commissaire.
(Les curateurs collaborent activement et prioritairement à la détermination du montant des créances déclarées par les travailleurs de l'entreprise faillie, (...).) <L 2003-04-08/33, art. 60, 004; En vigueur : 27-04-2003> <L 2005-12-06/46, art. 8, 011; En vigueur : 01-01-2006>
(Les curateurs collaborent activement et prioritairement à la détermination du montant des créances déclarées par les travailleurs de l'entreprise faillie, (...).) <L 2003-04-08/33, art. 60, 004; En vigueur : 27-04-2003> <L 2005-12-06/46, art. 8, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Art.41. § 1. Indien daartoe grond bestaat, vorderen de curators dadelijk de verzegeling, op de wijze bepaald in § 2.
De zegels kunnen worden aangebracht op de magazijnen, de kantoren, de kassen, de portefeuilles, de boeken, de magneetdragers, inzonderheid de informaticadragers, de roerende goederen en de voorwerpen van de gefailleerde.
Bij faillissement van een vennootschap waarin alle vennoten of een deel van hen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden, geschiedt de verzegeling, in voorkomend geval, niet alleen in de zetel van de vennootschap, maar ook in de woonplaats van ieder der hoofdelijk verbonden vennoten.
§ 2. De curators kunnen aan de rechter-commissaris vragen de verzegeling te bevelen, hetzij bij verzoekschrift, hetzij bij een mondelinge verklaring waarvan de griffier akte opmaakt.
De zegels kunnen worden aangebracht op de magazijnen, de kantoren, de kassen, de portefeuilles, de boeken, de magneetdragers, inzonderheid de informaticadragers, de roerende goederen en de voorwerpen van de gefailleerde.
Bij faillissement van een vennootschap waarin alle vennoten of een deel van hen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden, geschiedt de verzegeling, in voorkomend geval, niet alleen in de zetel van de vennootschap, maar ook in de woonplaats van ieder der hoofdelijk verbonden vennoten.
§ 2. De curators kunnen aan de rechter-commissaris vragen de verzegeling te bevelen, hetzij bij verzoekschrift, hetzij bij een mondelinge verklaring waarvan de griffier akte opmaakt.
Art.41. § 1er. S'il y a lieu, les curateurs requièrent sur le champ l'apposition des scellés de la manière prévue au § 2.
Les scellés peuvent être apposés sur les magasins, les comptoirs, les caisses, les portefeuilles, les livres, les supports magnétiques, notamment les supports informatiques, les meubles et effets du failli.
En cas de faillite d'une société dont tout ou partie des associés sont solidairement responsables des dettes, les scellés sont, le cas échéant, apposés non seulement au siège principal de la société, mais encore au domicile de chacun des associés solidaires.
§ 2. Les curateurs peuvent demander au juge-commissaire d'ordonner l'apposition des scellés, soit par requête, soit par une déclaration verbale actée par le greffier.
Les scellés peuvent être apposés sur les magasins, les comptoirs, les caisses, les portefeuilles, les livres, les supports magnétiques, notamment les supports informatiques, les meubles et effets du failli.
En cas de faillite d'une société dont tout ou partie des associés sont solidairement responsables des dettes, les scellés sont, le cas échéant, apposés non seulement au siège principal de la société, mais encore au domicile de chacun des associés solidaires.
§ 2. Les curateurs peuvent demander au juge-commissaire d'ordonner l'apposition des scellés, soit par requête, soit par une déclaration verbale actée par le greffier.
Art.42. De artikelen 1010, eerste lid, 1011, 1013 en 1015, eerste zin, van het Gerechtelijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsopneming.
Art.42. La descente sur les lieux s'effectue par analogie selon les règles prévues aux articles 1010, alinéa premier, 1011, 1013 et 1015, première phrase du Code judiciaire.
Art.43. Vanaf hun ambtsaanvaarding maken de curators onverwijld en onder toezicht van de rechter-commissaris de beschrijving op van de goederen van de gefailleerde, in zijn tegenwoordigheid of nadat hij behoorlijk is opgeroepen. De rechter-commissaris ondertekent de beschrijving. De ondertekende beschrijving wordt [1 ...]1 gevoegd bij het faillissementsdossier.
In de beschrijving worden elk van de in artikel 16, tweede lid, bedoelde goederen afzonderlijk beschreven.
De curators kunnen zich, met machtiging van de rechtercommissaris, voor het opmaken van de boedelbeschrijving, alsmede voor het schatten van de voorwerpen, de materiële bewaring van de activa en de verkoop ervan, onder hun verantwoordelijkheid laten bijstaan door degene die zij daartoe geschikt achten.
(Indien het actief kennelijk ontoereikend is om de vermoedelijke beheers- en vereffeningskosten van het faillissement te dekken, stellen de curators de rechtbank daarvan binnen vijftien dagen te rekenen van de neerlegging van de beschrijving schriftelijk in kennis bij wege van een verklaring [1 neergelegd in het register]1 teneinde bij het faillissementsdossier te worden gevoegd.) <W 2002-09-04/38, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
In de beschrijving worden elk van de in artikel 16, tweede lid, bedoelde goederen afzonderlijk beschreven.
De curators kunnen zich, met machtiging van de rechtercommissaris, voor het opmaken van de boedelbeschrijving, alsmede voor het schatten van de voorwerpen, de materiële bewaring van de activa en de verkoop ervan, onder hun verantwoordelijkheid laten bijstaan door degene die zij daartoe geschikt achten.
(Indien het actief kennelijk ontoereikend is om de vermoedelijke beheers- en vereffeningskosten van het faillissement te dekken, stellen de curators de rechtbank daarvan binnen vijftien dagen te rekenen van de neerlegging van de beschrijving schriftelijk in kennis bij wege van een verklaring [1 neergelegd in het register]1 teneinde bij het faillissementsdossier te worden gevoegd.) <W 2002-09-04/38, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Modifications
Art.43. Dès leur entrée en fonctions, les curateurs procèdent, sans désemparer et sous la surveillance du juge-commissaire, à l'inventaire des biens du failli, lequel est présent ou dûment appelé. Le juge-commissaire signe l'inventaire. L'inventaire signé est [1 ...]1 au dossier de la faillite.
L'inventaire décrit séparément chacun des biens prévus à l'article 16, alinéa 2.
Les curateurs peuvent, avec l'autorisation du juge-commissaire, se faire aider, sous leur responsabilité, pour la rédaction de l'inventaire comme pour l'estimation des objets, pour la conservation des actifs et pour leur réalisation, par qui ils jugent convenable.
(S'il est manifeste que l'actif ne suffira pas pour couvrir les frais présumés d'administration et de liquidation de la faillite, les curateurs en informent le tribunal dans les quinze jours du dépôt de l'inventaire par déclaration écrite [1 déposée dans le registre]1.) <L 2002-09-04/38, art. 14, 003; En vigueur : 01-10-2002>
L'inventaire décrit séparément chacun des biens prévus à l'article 16, alinéa 2.
Les curateurs peuvent, avec l'autorisation du juge-commissaire, se faire aider, sous leur responsabilité, pour la rédaction de l'inventaire comme pour l'estimation des objets, pour la conservation des actifs et pour leur réalisation, par qui ils jugent convenable.
(S'il est manifeste que l'actif ne suffira pas pour couvrir les frais présumés d'administration et de liquidation de la faillite, les curateurs en informent le tribunal dans les quinze jours du dépôt de l'inventaire par déclaration écrite [1 déposée dans le registre]1.) <L 2002-09-04/38, art. 14, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Modifications
Art.44. Wanneer de faillietverklaring heeft plaatsgehad na overlijden en vooraleer de boedelbeschrijving is opgemaakt, of wanneer de gefailleerde overlijdt vooraleer met de beschrijving is begonnen, wordt deze dadelijk opgemaakt met inachtneming van de in artikel 43 voorgeschreven vormen, in tegenwoordigheid of althans na behoorlijke oproeping van de erfgenamen.
Art.44. En cas de déclaration de faillite après décès, lorsqu'il n'a point été fait d'inventaire antérieurement à cette déclaration, ou en cas de décès du failli avant l'ouverture de l'inventaire, il y est procédé immédiatement dans les formes de l'article 43, en présence des héritiers ou ceux-ci dument appelés.
Art.45. Na het opmaken van de boedelbeschrijving worden de koopwaren, het geld, de bescheiden, de titels van schuldvorderingen, de roerende goederen en voorwerpen van de schuldenaar toevertrouwd aan de zorg van de curators, die onderaan op het stuk verklaren ze over te nemen.
De curators mogen aan de gefailleerde of aan een van de bestuurders van de gefailleerde vennootschap de archieven toevertrouwen. Indien nodig worden de archieven hun op eenvoudig verzoek en tegen ontvangstbewijs terugbezorgd.
(Indien de curators de archieven niet kunnen teruggeven zijn ze ertoe gehouden die te bewaren tijdens de termijnen bedoeld in artikel 6 van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen.) <W 2002-09-04/38, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
De dossiers welke de curators na het faillissement hebben aangelegd moeten zij bewaren volgens de bepalingen eigen aan de balie.
De curators mogen aan de gefailleerde of aan een van de bestuurders van de gefailleerde vennootschap de archieven toevertrouwen. Indien nodig worden de archieven hun op eenvoudig verzoek en tegen ontvangstbewijs terugbezorgd.
(Indien de curators de archieven niet kunnen teruggeven zijn ze ertoe gehouden die te bewaren tijdens de termijnen bedoeld in artikel 6 van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen.) <W 2002-09-04/38, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
De dossiers welke de curators na het faillissement hebben aangelegd moeten zij bewaren volgens de bepalingen eigen aan de balie.
Art.45. L'inventaire terminé, les marchandises, l'argent, les papiers, les titres actifs, les meubles et effets du débiteur, sont remis aux curateurs qui, au pied dudit inventaire, déclarent s'en charger.
Les curateurs peuvent confier les archives au failli ou à l'un des dirigeants de la société faillie. S'il y a lieu elles leur sont restituées à leur demande et sur leur recu.
(Si les curateurs ne sont pas en mesure de restituer les archives, ils sont tenus de les conserver pendant les délais visés à l'article 6 de la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité des entreprises.) <L 2002-09-04/38, art. 15, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Les curateurs doivent conserver les dossiers qu'ils ont constitués après la faillite, conformément aux dispositions propres au barreau.
Les curateurs peuvent confier les archives au failli ou à l'un des dirigeants de la société faillie. S'il y a lieu elles leur sont restituées à leur demande et sur leur recu.
(Si les curateurs ne sont pas en mesure de restituer les archives, ils sont tenus de les conserver pendant les délais visés à l'article 6 de la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité des entreprises.) <L 2002-09-04/38, art. 15, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Les curateurs doivent conserver les dossiers qu'ils ont constitués après la faillite, conformément aux dispositions propres au barreau.
Art.46. (§ 1.) Na hun ambtsaanvaarding beslissen de curators onverwijld of zij de overeenkomsten die gesloten zijn voor de datum van het vonnis van faillietverklaring en waaraan door dat vonnis geen einde wordt gemaakt, al dan niet verder uitvoeren. <W 2005-07-15/38, art. 3, 010; Inwerkingtreding : 11-08-2005>
De partij die de overeenkomst met de gefailleerde heeft gesloten, kan de curators aanmanen om die beslissing binnen vijftien dagen te nemen. Indien geen verlenging van termijn is overeengekomen of indien de curators geen beslissing nemen, wordt de overeenkomst geacht door toedoen van de curators te zijn verbroken vanaf het verstrijken van deze termijn; de schuldvordering van de schade die eventueel verschuldigd zou zijn aan de medecontractant wegens de niet-uitvoering, wordt opgenomen in de boedel.
Indien de curators beslissen de overeenkomst uit te voeren, heeft de medecontractant recht, ten laste van de boedel, op de uitvoering van de verbintenis in zoverre zij betrekking heeft op prestaties geleverd na het faillissement.
(§ 2. Indien bij de stopzetting van de activiteiten, met name naar aanleiding van het vonnis van faillietverklaring, de curators uitdrukkelijk of stilzwijgend hun wil te kennen geven de bestaande arbeidsovereenkomsten te beëindigen, zijn zij niet verplicht de bijzondere formaliteiten en procedures te vervullen die van toepassing zijn op de beëindiging van die overeenkomsten.
Indien de curators, met het oog op de gehele of gedeeltelijke voortzetting of de hervatting van de activiteiten, nieuwe arbeidsovereenkomsten sluiten met de in het vorige lid bedoelde contractanten, genieten die laatsten de formaliteiten en procedures die van toepassing zijn op de overeenkomsten die werden beëindigd gedurende de tijd waarin de activiteiten werden voortgezet.
Na de faillietverklaring en vóór de sluiting van de vereffening van het faillissement, hebben de curators de mogelijkheid de ontslagen werknemers, met toestemming van de rechter-commissaris, een voorschot toe te kennen dat gelijk is aan de verschuldigde bezoldigingen en vergoedingen, en dat niet hoger mag liggen dan 80 % van het in artikel 19, 3°bis, eerste lid, van de hypotheekwet van 16 december 1851 bedoelde bedrag.) <W 2005-07-15/38, art. 3, 010; Inwerkingtreding : 11-08-2005>
De partij die de overeenkomst met de gefailleerde heeft gesloten, kan de curators aanmanen om die beslissing binnen vijftien dagen te nemen. Indien geen verlenging van termijn is overeengekomen of indien de curators geen beslissing nemen, wordt de overeenkomst geacht door toedoen van de curators te zijn verbroken vanaf het verstrijken van deze termijn; de schuldvordering van de schade die eventueel verschuldigd zou zijn aan de medecontractant wegens de niet-uitvoering, wordt opgenomen in de boedel.
Indien de curators beslissen de overeenkomst uit te voeren, heeft de medecontractant recht, ten laste van de boedel, op de uitvoering van de verbintenis in zoverre zij betrekking heeft op prestaties geleverd na het faillissement.
(§ 2. Indien bij de stopzetting van de activiteiten, met name naar aanleiding van het vonnis van faillietverklaring, de curators uitdrukkelijk of stilzwijgend hun wil te kennen geven de bestaande arbeidsovereenkomsten te beëindigen, zijn zij niet verplicht de bijzondere formaliteiten en procedures te vervullen die van toepassing zijn op de beëindiging van die overeenkomsten.
Indien de curators, met het oog op de gehele of gedeeltelijke voortzetting of de hervatting van de activiteiten, nieuwe arbeidsovereenkomsten sluiten met de in het vorige lid bedoelde contractanten, genieten die laatsten de formaliteiten en procedures die van toepassing zijn op de overeenkomsten die werden beëindigd gedurende de tijd waarin de activiteiten werden voortgezet.
Na de faillietverklaring en vóór de sluiting van de vereffening van het faillissement, hebben de curators de mogelijkheid de ontslagen werknemers, met toestemming van de rechter-commissaris, een voorschot toe te kennen dat gelijk is aan de verschuldigde bezoldigingen en vergoedingen, en dat niet hoger mag liggen dan 80 % van het in artikel 19, 3°bis, eerste lid, van de hypotheekwet van 16 december 1851 bedoelde bedrag.) <W 2005-07-15/38, art. 3, 010; Inwerkingtreding : 11-08-2005>
Art.46. (§ 1er.) Dès leur entrée en fonctions, les curateurs décident sans délai s'ils poursuivent l'exécution des contrats conclus avant la date du jugement déclaratif de la faillite et auxquels ce jugement ne met pas fin. <L 2005-07-15/38, art. 3, 010; En vigueur : 11-08-2005>
La partie qui a contracté avec le failli peut mettre les curateurs en demeure de prendre cette décision dans les quinze jours. Si aucune prorogation de délai n'est convenue ou si les curateurs ne prennent pas de décision, le contrat est présumé être résilié par les curateurs dès l'expiration de ce délai; la créance de dommages et intérêts éventuellement dus au cocontractant du fait de l'inexécution entre dans la masse.
Lorsque les curateurs décident d'exécuter le contrat, le cocontractant a droit, à charge de la masse, à l'exécution de cet engagement dans la mesure où celui-ci a trait à des prestations effectuées après la faillite.
(§ 2. Si lors de la cessation d'activités, notamment à l'occasion du jugement déclaratif de faillite, les curateurs manifestent expressément ou tacitement leur volonté de résilier les contrats de travail existants, ils ne sont pas tenus de l'accomplissement des formalités et procédures particulières applicables à la résiliation de ces contrats.
Toutefois, si les curateurs, en vue de la poursuite totale ou partielle ou de la reprise des activités, concluent de nouveaux contrats de travail avec des contractants visés à l'alinéa précédent, ces derniers bénéficient des formalités et procédures applicables aux contrats résiliés pendant le temps de la poursuite des activités.
Après la déclaration de faillite et avant la clôture de la liquidation de celle-ci, les curateurs ont la faculté d'octroyer aux travailleurs licenciés, avec l'autorisation du juge-commissaire, une avance équivalente aux rémunérations et indemnités dues, et plafonnée à 80 % du montant visé à l'article 19, 3°bis, alinéa 1er, de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851.) <L 2005-07-15/38, art. 3, 010; En vigueur : 11-08-2005>
La partie qui a contracté avec le failli peut mettre les curateurs en demeure de prendre cette décision dans les quinze jours. Si aucune prorogation de délai n'est convenue ou si les curateurs ne prennent pas de décision, le contrat est présumé être résilié par les curateurs dès l'expiration de ce délai; la créance de dommages et intérêts éventuellement dus au cocontractant du fait de l'inexécution entre dans la masse.
Lorsque les curateurs décident d'exécuter le contrat, le cocontractant a droit, à charge de la masse, à l'exécution de cet engagement dans la mesure où celui-ci a trait à des prestations effectuées après la faillite.
(§ 2. Si lors de la cessation d'activités, notamment à l'occasion du jugement déclaratif de faillite, les curateurs manifestent expressément ou tacitement leur volonté de résilier les contrats de travail existants, ils ne sont pas tenus de l'accomplissement des formalités et procédures particulières applicables à la résiliation de ces contrats.
Toutefois, si les curateurs, en vue de la poursuite totale ou partielle ou de la reprise des activités, concluent de nouveaux contrats de travail avec des contractants visés à l'alinéa précédent, ces derniers bénéficient des formalités et procédures applicables aux contrats résiliés pendant le temps de la poursuite des activités.
Après la déclaration de faillite et avant la clôture de la liquidation de celle-ci, les curateurs ont la faculté d'octroyer aux travailleurs licenciés, avec l'autorisation du juge-commissaire, une avance équivalente aux rémunérations et indemnités dues, et plafonnée à 80 % du montant visé à l'article 19, 3°bis, alinéa 1er, de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851.) <L 2005-07-15/38, art. 3, 010; En vigueur : 11-08-2005>
Art.47. Indien het belang van de schuldeisers daaraan niet in de weg staat, kan de rechtbank, op verzoek van de curators of van iedere belanghebbende, op verslag van de rechter-commissaris en na de curators en de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad te hebben gehoord of, indien er geen is, het comité voor preventie en bescherming op het werk of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging ingeval er een is opgericht of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging, machtiging verlenen opdat de handelsverrichtingen van de gefailleerde voorlopig, geheel of gedeeltelijk, worden voortgezet door de curators of, onder hun toezicht, door de gefailleerde of door een derde. Op verzoek van de curators of van iedere belanghebbende en op verslag van de rechter-commissaris, kan de rechtbank die maatregel te allen tijde wijzigen of herroepen.
De curators kunnen dadelijk na het faillissementsvonnis en na overleg met de representatieve vakbonden of, bij gebreke hiervan, met het aanwezige personeel in het belang van de boedel en in afwachting van de uitspraak van de rechtbank met toepassing van het eerste lid, toestaan dat de handelsverrichtingen worden voortgezet.
De curators kunnen dadelijk na het faillissementsvonnis en na overleg met de representatieve vakbonden of, bij gebreke hiervan, met het aanwezige personeel in het belang van de boedel en in afwachting van de uitspraak van de rechtbank met toepassing van het eerste lid, toestaan dat de handelsverrichtingen worden voortgezet.
Art.47. Si l'intérêt des créanciers le permet, le tribunal, statuant à la demande des curateurs ou de tout intéressé, sur le rapport du juge-commissaire, et après avoir entendu les curateurs et les représentants du personnel au sein du Conseil d'entreprise ou, à défaut, du Comité pour la prévention et la protection au travail ou, à défaut, la délégation syndicale si celle-ci a été constituée ou, à défaut, une délégation du personnel, peut autoriser que les opérations commerciales du failli soient provisoirement, en tout ou en partie, continuées par les curateurs ou sous la surveillance des curateurs par le failli ou par un tiers. A la requête des curateurs ou de tout intéressé et sur le rapport du juge-commissaire, le tribunal peut à tout moment modifier ou révoquer cette mesure.
Les curateurs peuvent immédiatement après le jugement de faillite et après s'être concerté avec les syndicats représentatifs ou, à défaut, avec le personnel présent, dans l'intérêt de la masse et en attendant la décision du tribunal prise en application de l'alinéa premier, autoriser la poursuite des opérations commerciales.
Les curateurs peuvent immédiatement après le jugement de faillite et après s'être concerté avec les syndicats représentatifs ou, à défaut, avec le personnel présent, dans l'intérêt de la masse et en attendant la décision du tribunal prise en application de l'alinéa premier, autoriser la poursuite des opérations commerciales.
Art.48. De curators kunnen, met toestemming van de rechter-commissaris, aan de gefailleerde natuurlijke persoon en aan zijn gezin het huisraad en de voorwerpen nodig voor eigen gebruik afgeven. De curators maken van die zaken een staat op. Zij kunnen eveneens met toestemming van de rechter-commissaris, levensonderhoud toekennen aan de gefailleerde natuurlijke persoon en aan zijn gezin.
Iedere betwisting betreffende de toepassing van dit artikel moet bij verzoekschrift aan de rechtbank worden gericht.
Iedere betwisting betreffende de toepassing van dit artikel moet bij verzoekschrift aan de rechtbank worden gericht.
Art.48. Les curateurs peuvent, avec l'autorisation du juge-commissaire, délivrer au failli, personne physique, et à sa famille des meubles et effets nécessaires à leur propre usage. Les curateurs dressent un inventaire de ces objets. Ils peuvent également, avec l'autorisation du juge-commissaire, attribuer des secours alimentaires au failli, personne physique, et à sa famille.
Toute contestation relative à l'application du présent article est adressée par requête au tribunal.
Toute contestation relative à l'application du présent article est adressée par requête au tribunal.
Art.49. De curators kunnen, zelfs indien het faillietverklarend vonnis wordt bestreden, met machtiging van de rechter-commissaris dadelijk overgaan tot de verkoop van de activa die onderhevig zijn aan spoedig bederf (, snelle waardevermindering, of wanneer de kosten voor het bewaren van de goederen, de activa van het faillissement in acht genomen, te hoog zijn). <W 2002-09-04/38, art. 16, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Art.49. Les curateurs peuvent, nonobstant tout recours contre le jugement déclaratif de faillite et sur l'autorisation du juge-commissaire, vendre immédiatement les actifs sujets à dépérissement prochain (, à dépréciation imminente, ou si le coût de la conservation des biens est trop élevé compte tenu des actifs de la faillite). <L 2002-09-04/38, art. 16, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Art.50. [1 De aan de gefailleerde gerichte brievenpost wordt afgegeven aan de curators door elke postoperator, mits een door de curators ondertekende schriftelijke aanvraag gericht aan de postoperator met vermelding van naam en adres van de gefailleerde en de betaling van een vergoeding vastgesteld door de Koning aan de postoperator. De curators openen de brievenpost. Indien de gefailleerde aanwezig is, woont hij de opening bij. De brievenpost die niet uitsluitend betrekking heeft op de handelsactiviteit van de gefailleerde, wordt door de curators aan de gefailleerde bezorgd of medegedeeld op het adres door de gefailleerde aangewezen.
Na de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen kan de gefailleerde natuurlijke persoon de rechter-commissaris verzoeken zelf de aan hem gerichte brievenpost te mogen openen.
Bij weigering moet de rechter-commissaris zijn beslissing motiveren, overeenkomstig artikel 35.]1
Na de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen kan de gefailleerde natuurlijke persoon de rechter-commissaris verzoeken zelf de aan hem gerichte brievenpost te mogen openen.
Bij weigering moet de rechter-commissaris zijn beslissing motiveren, overeenkomstig artikel 35.]1
Modifications
Art.50. [1 Les envois de correspondance adressés au failli sont remis aux curateurs par chaque opérateur postal, sur requête écrite signée par les curateurs adressée à l'opérateur postal mentionnant les nom et adresse du failli ainsi que paiement d'une indemnité fixée par le Roi à l'opérateur postal. Les curateurs ouvrent les envois de correspondance. Si le failli est présent, il assiste à l'ouverture. Les envois de correspondance qui ne concernent pas exclusivement l'activité commerciale du failli sont transmis au failli ou communiqués par les curateurs à l'adresse indiquée par le failli.
Après le dépôt du premier procès-verbal de vérification des créances, le failli, personne physique, peut demander au juge-commissaire l'autorisation de procéder personnellement à l'ouverture des envois de correspondance qui lui sont adressés.
En cas de refus, le juge-commissaire est tenu de motiver sa décision, conformément à l'article 35.]1
Après le dépôt du premier procès-verbal de vérification des créances, le failli, personne physique, peut demander au juge-commissaire l'autorisation de procéder personnellement à l'ouverture des envois de correspondance qui lui sont adressés.
En cas de refus, le juge-commissaire est tenu de motiver sa décision, conformément à l'article 35.]1
Modifications
Art.51. <W 2002-09-04/38, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002> Alle schuldvorderingen of geldsommen die aan de gefailleerde verschuldigd zijn, worden door de curators opgespoord en tegen kwijting geïnd.
De gelden afkomstig van verkopingen en invorderingen door de curators gedaan, worden binnen een maand na ontvangst aan de Deposito- en Consignatiekas gestort. De curator kan een beperkt bedrag op een per faillissement geïndividualiseerde bankrekening bewaren, dienstig voor de lopende verrichtingen, onder toezicht van de rechter-commissaris die daarvan het maximumbedrag bepaalt.
Bij nalatigheid zijn de curators verwijlintresten, gelijk aan de wettelijke intrest, verschuldigd voor de sommen die zij niet hebben gestort, onverminderd toepassing van artikel 31.
De gelden afkomstig van verkopingen en invorderingen door de curators gedaan, worden binnen een maand na ontvangst aan de Deposito- en Consignatiekas gestort. De curator kan een beperkt bedrag op een per faillissement geïndividualiseerde bankrekening bewaren, dienstig voor de lopende verrichtingen, onder toezicht van de rechter-commissaris die daarvan het maximumbedrag bepaalt.
Bij nalatigheid zijn de curators verwijlintresten, gelijk aan de wettelijke intrest, verschuldigd voor de sommen die zij niet hebben gestort, onverminderd toepassing van artikel 31.
Art.51. <L 2002-09-04/38, art. 17, 003; En vigueur : 01-10-2002> Les curateurs recherchent et recouvrent sur leurs quittances, toutes les créances ou sommes dues au failli.
Les deniers provenant des ventes et recouvrements faits par les curateurs sont versés à la Caisse des dépôts et consignations dans le mois de leur réception. Afin de financer les opérations courantes, le curateur peut conserver un montant limite sur un compte bancaire individualisé par faillite, sous la surveillance du juge-commissaire, qui fixe le montant maximum.
En cas de retard, les curateurs sont redevables des intérêts de retard, équivalents aux intérêts légaux, sur les sommes qu'ils n'ont pas versées, sans préjudice de l'application de l'article 31.
Les deniers provenant des ventes et recouvrements faits par les curateurs sont versés à la Caisse des dépôts et consignations dans le mois de leur réception. Afin de financer les opérations courantes, le curateur peut conserver un montant limite sur un compte bancaire individualisé par faillite, sous la surveillance du juge-commissaire, qui fixe le montant maximum.
En cas de retard, les curateurs sont redevables des intérêts de retard, équivalents aux intérêts légaux, sur les sommes qu'ils n'ont pas versées, sans préjudice de l'application de l'article 31.
Art.52. De betaling van de bedragen toegekend aan de schuldeisers wordt door de curators gedaan op vertoon van een uitdelingslijst door de rechter-commissaris ondertekend en neergelegd in het faillissementsdossier.
(De aan de curators bij wijze van ereloon of bij wijze van provisioneel ereloon verschuldigde bedragen, bedoeld in artikel 33, alsmede hun kosten worden begroot door de rechtbank op basis van een daartoe strekkend verzoekschrift en op het advies van de rechter-commissaris. De door de curators voorgeschoten gerechtskosten en kosten aan derden, in het kader van de vereffening gesteld, worden begroot door de rechter-commissaris. De betalingen van de bedoelde erelonen, kosten en voorschotten worden door de Deposito- en Consignatiekas aan de curator verricht op basis van een door de rechter-commissaris geviseerde lijst.) <W 2002-09-04/38, art. 18, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
De sommen die bij het afsluiten van het faillissement niet betaald konden worden, moeten bij de Deposito- en Consignatiekas gestort worden ten voordele van de rechthebbende schuldeisers.
(De aan de curators bij wijze van ereloon of bij wijze van provisioneel ereloon verschuldigde bedragen, bedoeld in artikel 33, alsmede hun kosten worden begroot door de rechtbank op basis van een daartoe strekkend verzoekschrift en op het advies van de rechter-commissaris. De door de curators voorgeschoten gerechtskosten en kosten aan derden, in het kader van de vereffening gesteld, worden begroot door de rechter-commissaris. De betalingen van de bedoelde erelonen, kosten en voorschotten worden door de Deposito- en Consignatiekas aan de curator verricht op basis van een door de rechter-commissaris geviseerde lijst.) <W 2002-09-04/38, art. 18, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
De sommen die bij het afsluiten van het faillissement niet betaald konden worden, moeten bij de Deposito- en Consignatiekas gestort worden ten voordele van de rechthebbende schuldeisers.
Art.52. Le paiement des sommes attribuées aux créanciers est effectué par les curateurs au vu d'un état de répartition visé par le juge-commissaire et déposé au dossier de la faillite.
(Les sommes dues aux curateurs à titre d'honoraires ou d'honoraires provisionnels prévus à l'article 33, ainsi que leurs frais, sont arbitrés par le [1 tribunal de l'entreprise]1 sur la base d'une demande établie à cet effet et de l'avis du juge-commissaire. Les frais de justice et frais dus à des tiers, exposés dans le cadre de la liquidation, avancés par les curateurs, sont arbitrés par le juge-commissaire. Les honoraires, frais et débours visés sont payés au curateur par la Caisse des dépôts et consignations sur la base d'un état visé par le juge-commissaire.) <L 2002-09-04/38, art. 18, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Les sommes qui à la clôture de la faillite n'ont pas pu être réparties, sont versées à la Caisse des dépôts et consignations au profit des créanciers concernés.
(Les sommes dues aux curateurs à titre d'honoraires ou d'honoraires provisionnels prévus à l'article 33, ainsi que leurs frais, sont arbitrés par le [1 tribunal de l'entreprise]1 sur la base d'une demande établie à cet effet et de l'avis du juge-commissaire. Les frais de justice et frais dus à des tiers, exposés dans le cadre de la liquidation, avancés par les curateurs, sont arbitrés par le juge-commissaire. Les honoraires, frais et débours visés sont payés au curateur par la Caisse des dépôts et consignations sur la base d'un état visé par le juge-commissaire.) <L 2002-09-04/38, art. 18, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Les sommes qui à la clôture de la faillite n'ont pas pu être réparties, sont versées à la Caisse des dépôts et consignations au profit des créanciers concernés.
Modifications
Art.53. De gefailleerde of de bestuurders en zaakvoerders van de gefailleerde vennootschap zijn gehouden gevolg te geven aan alle oproepingen die zij ontvangen van de rechter-commissaris of van de curators en verstrekken hun alle vereiste inlichtingen.
De gefailleerde of de bestuurders en zaakvoerders van de gefailleerde vennootschap zijn verplicht de curators elke adreswijziging mede te delen. Als dit niet gedaan wordt, zijn de oproepingen geacht geldig te zijn verricht op het laatste adres aan de curators medegedeeld.
De gefailleerde of de bestuurders en zaakvoerders van de gefailleerde vennootschap zijn verplicht de curators elke adreswijziging mede te delen. Als dit niet gedaan wordt, zijn de oproepingen geacht geldig te zijn verricht op het laatste adres aan de curators medegedeeld.
Art.53. Le failli ou les gérants et administrateurs de la société faillie, se rendent à toutes les convocations qui leurs sont faites, soit par le juge-commissaire, soit par les curateurs et fournissent au juge-commissaire et aux curateurs tous les renseignements requis.
Le failli ou les gérants et administrateurs de la société faillie sont tenus d'aviser les curateurs de tout changement d'adresse. A défaut, les convocations sont censées valablement faites à la dernière adresse que l'intéressé a communiquée aux curateurs.
Le failli ou les gérants et administrateurs de la société faillie sont tenus d'aviser les curateurs de tout changement d'adresse. A défaut, les convocations sont censées valablement faites à la dernière adresse que l'intéressé a communiquée aux curateurs.
Art.54. De curators ontbieden de gefailleerde om in zijn tegenwoordigheid de boeken en bescheiden vast te stellen en af te sluiten.
(De curators gaan onmiddellijk over tot verificatie en verbetering van de balans. Wanneer geen balans is neergelegd, moeten zij die opmaken, overeenkomstig de regels en de beginselen van het boekhoudkundig recht, met behulp van de boeken en bescheiden van de gefailleerde en met behulp van de inlichtingen die zij kunnen inwinnen, en deze neerleggen in het faillissementsdossier.
Indien de activa toereikend zijn om de kosten ervan te dekken, kunnen de curators de hulp inroepen van een accountant met het oog op de opmaak van de balans.
Wanneer de balans en de overige stukken bedoeld in artikel 10 niet zijn neergelegd bij de aangifte van staking van betaling of wanneer uit de verificatie blijkt dat aanzienlijke correcties noodzakelijk zijn, kan de rechtbank, op verzoek van de curators, de bestuurders en de zaakvoerders van de failliete rechtspersoon hoofdelijk veroordelen tot betaling van de kosten voor de opmaak van de balans.) <W 2002-09-04/38, art. 19, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
(De curators gaan onmiddellijk over tot verificatie en verbetering van de balans. Wanneer geen balans is neergelegd, moeten zij die opmaken, overeenkomstig de regels en de beginselen van het boekhoudkundig recht, met behulp van de boeken en bescheiden van de gefailleerde en met behulp van de inlichtingen die zij kunnen inwinnen, en deze neerleggen in het faillissementsdossier.
Indien de activa toereikend zijn om de kosten ervan te dekken, kunnen de curators de hulp inroepen van een accountant met het oog op de opmaak van de balans.
Wanneer de balans en de overige stukken bedoeld in artikel 10 niet zijn neergelegd bij de aangifte van staking van betaling of wanneer uit de verificatie blijkt dat aanzienlijke correcties noodzakelijk zijn, kan de rechtbank, op verzoek van de curators, de bestuurders en de zaakvoerders van de failliete rechtspersoon hoofdelijk veroordelen tot betaling van de kosten voor de opmaak van de balans.) <W 2002-09-04/38, art. 19, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Art.54. Les curateurs appellent le failli auprès d'eux pour clore et arrêter les livres et écritures en sa présence.
(Les curateurs procéderont immédiatement à la vérification et à la rectification du bilan. S'il n'a pas été déposé, ils le dresseront conformément aux règles et principes du droit comptable, à l'aide des livres et écritures du failli et des renseignements qu'ils pourront se procurer, et ils le déposeront au dossier de la faillite.
Pour autant que l'actif soit suffisant pour en couvrir les frais, les curateurs peuvent s'adjoindre le concours d'un expert-comptable en vue de la confection du bilan.
Lorsque le bilan et les autres pièces prévues à l'article 10 n'ont pas été déposés lors de l'aveu de la cessation des paiements ou lorsque leur vérification a fait apparaître la nécessité de redressements significatifs, le tribunal peut, sur requête des curateurs, condamner solidairement les administrateurs et gérants de la personne morale faillie au paiement des frais de confection du bilan.) <L 2002-09-04/38, art. 19, 003; En vigueur : 01-10-2002>
(Les curateurs procéderont immédiatement à la vérification et à la rectification du bilan. S'il n'a pas été déposé, ils le dresseront conformément aux règles et principes du droit comptable, à l'aide des livres et écritures du failli et des renseignements qu'ils pourront se procurer, et ils le déposeront au dossier de la faillite.
Pour autant que l'actif soit suffisant pour en couvrir les frais, les curateurs peuvent s'adjoindre le concours d'un expert-comptable en vue de la confection du bilan.
Lorsque le bilan et les autres pièces prévues à l'article 10 n'ont pas été déposés lors de l'aveu de la cessation des paiements ou lorsque leur vérification a fait apparaître la nécessité de redressements significatifs, le tribunal peut, sur requête des curateurs, condamner solidairement les administrateurs et gérants de la personne morale faillie au paiement des frais de confection du bilan.) <L 2002-09-04/38, art. 19, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Art.55. De rechter-commissaris kan de gefailleerde, diens werknemers en wie dan ook horen, zowel aangaande het onderzoek van de boeken en de boekhoudkundige bescheiden als aangaande de oorzaken en de omstandigheden van het faillissement.
Art.55. Le juge-commissaire est autorisé à entendre le failli, les travailleurs qu'il occupe et toute autre personne tant sur ce qui concerne la vérification des livres et écritures comptables, que sur les causes et circonstances de la faillite.
Art.56. Wanneer een koopman failliet is verklaard na zijn overlijden of wanneer de gefailleerde overlijdt na zijn faillissement, kunnen zijn erfgenamen zich aanmelden of laten vertegenwoordigen bij alle faillissementsverrichtingen.
Art.56. Lorsqu'un commerçant a été déclaré en faillite après son décès ou lorsque le failli décède après la déclaration de sa faillite, ses héritiers peuvent se présenter ou se faire représenter dans toutes les opérations de faillite.
Art.57. Te rekenen van hun ambtsaanvaarding zijn de curators op hun persoonlijke aansprakelijkheid gehouden alle handelingen te verrichten tot bewaring van de rechten van de gefailleerde tegen zijn schuldenaars.
Zij zijn eveneens gehouden inschrijving te vorderen van de hypotheken op de onroerende goederen van de schuldenaars van de gefailleerde, indien deze het niet heeft gevorderd.
Zij zijn bovendien verplicht inschrijving te nemen op de onroerende goederen van de gefailleerde, waarvan zij het bestaan kennen.
Bedoelde inschrijvingen worden ten name van de boedel genomen door de curators, die bij hun borderel een kopie van het faillissementsvonnis voegen als bewijs van hun benoeming.
Zij zijn eveneens gehouden inschrijving te vorderen van de hypotheken op de onroerende goederen van de schuldenaars van de gefailleerde, indien deze het niet heeft gevorderd.
Zij zijn bovendien verplicht inschrijving te nemen op de onroerende goederen van de gefailleerde, waarvan zij het bestaan kennen.
Bedoelde inschrijvingen worden ten name van de boedel genomen door de curators, die bij hun borderel een kopie van het faillissementsvonnis voegen als bewijs van hun benoeming.
Art.57. A compter de leur entrée en fonctions, les curateurs sont tenus, sous leur responsabilité personnelle, de faite tous les actes pour la conservation des droits du failli contre ses débiteurs.
Ils sont aussi tenus de requérir l'inscription des hypothèques sur les immeubles des débiteurs du failli, si elle n'a pas été requise par lui.
Ils sont tenus, en outre, de prendre inscription sur les immeubles du failli dont ils connaissent l'existence.
Les inscriptions en question sont prises au nom de la masse par les curateurs, qui joignent à leur bordereau une copie du jugement de faillite constatant leur nomination.
Ils sont aussi tenus de requérir l'inscription des hypothèques sur les immeubles des débiteurs du failli, si elle n'a pas été requise par lui.
Ils sont tenus, en outre, de prendre inscription sur les immeubles du failli dont ils connaissent l'existence.
Les inscriptions en question sont prises au nom de la masse par les curateurs, qui joignent à leur bordereau une copie du jugement de faillite constatant leur nomination.
Art.58. De curators kunnen, met machtiging van de rechter-commissaris en na behoorlijke oproeping van de gefailleerde, dadingen aangaan over alle geschillen waarbij de boedel betrokken is, zelfs wanneer het onroerende rechtsvorderingen en rechten betreft.
Wanneer de dading onroerende rechten betreft of wanneer de waarde van haar voorwerp onbepaald is of (12.500 EUR) te boven gaat, wordt zij eerst verbindend nadat ze door de rechtbank gehomologeerd is op verslag van de rechter-commissaris. De gefailleerde wordt voor de homologatie opgeroepen. <KB 2000-07-20/58, art. 15, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
De curators kunnen ook, met machtiging van de [1 ondernemingsrechtbank]1 en na behoorlijke oproeping van de gefailleerde, aan de tegenpartij de beslissende eed opdragen in de geschillen waarin het faillissement betrokken is.
Wanneer de dading onroerende rechten betreft of wanneer de waarde van haar voorwerp onbepaald is of (12.500 EUR) te boven gaat, wordt zij eerst verbindend nadat ze door de rechtbank gehomologeerd is op verslag van de rechter-commissaris. De gefailleerde wordt voor de homologatie opgeroepen. <KB 2000-07-20/58, art. 15, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
De curators kunnen ook, met machtiging van de [1 ondernemingsrechtbank]1 en na behoorlijke oproeping van de gefailleerde, aan de tegenpartij de beslissende eed opdragen in de geschillen waarin het faillissement betrokken is.
Modifications
Art.58. Les curateurs peuvent, avec l'autorisation du juge-commissaire, et le failli dûment appelé, transiger sur toutes les contestations que intéressent la masse, même sur celles qui sont relatives a des actions et droits immobiliers.
Lorsque la transaction porte sur des droits immobiliers, ou quand son objet est d'une valeur indéterminée ou qui excède (12.500 EUR), la transaction n'est obligatoire qu'après avoir été homologuée par le tribunal, sur le rapport du juge-commissaire. Le failli est appelé à l'homologation. <AR 2000-07-20/58, art. 15, 002; En vigueur : 01-01-2002>
Les curateurs peuvent aussi, avec l'autorisation du [1 tribunal de l'entreprise]1, le failli dûment appelé, déférer le serment litisdécisoire à la partie adverse, dans les contestations dans lesquelles la faillite sera engagée.
Lorsque la transaction porte sur des droits immobiliers, ou quand son objet est d'une valeur indéterminée ou qui excède (12.500 EUR), la transaction n'est obligatoire qu'après avoir été homologuée par le tribunal, sur le rapport du juge-commissaire. Le failli est appelé à l'homologation. <AR 2000-07-20/58, art. 15, 002; En vigueur : 01-01-2002>
Les curateurs peuvent aussi, avec l'autorisation du [1 tribunal de l'entreprise]1, le failli dûment appelé, déférer le serment litisdécisoire à la partie adverse, dans les contestations dans lesquelles la faillite sera engagée.
Modifications
Art.59. De curators kunnen een beroep doen op de gefailleerde om hen in hun beheer te helpen en voor te lichten. De rechter-commissaris bepaalt de voorwaarden waaronder hij zijn arbeid zal verrichten.
Art.59. Les curateurs peuvent employer le failli pour faciliter et éclairer leur gestion. Le juge-commissaire fixera les conditions de son travail.
Art.60. In elk faillissement zijn de curators gehouden, binnen twee maanden na hun ambtsaanvaarding, aan de rechter-commissaris een memorie of kort verslag [1 mee te delen]1 betreffende de vermoedelijke toestand van het faillissement, de voornaamste oorzaken en omstandigheden ervan en de kenmerken die het vertoont.
[1 De rechter-commissaris deelt de memorie, met zijn aanmerkingen, dadelijk mee aan de procureur des Konings. Indien de memorie hem niet is meegedeeld binnen de voorgeschreven termijn, geeft de rechtercommissaris daarvan kennis aan de procureur des Konings en hij deelt hem de door de curator opgegeven oorzaken van de vertraging mee.]1
[1 De rechter-commissaris deelt de memorie, met zijn aanmerkingen, dadelijk mee aan de procureur des Konings. Indien de memorie hem niet is meegedeeld binnen de voorgeschreven termijn, geeft de rechtercommissaris daarvan kennis aan de procureur des Konings en hij deelt hem de door de curator opgegeven oorzaken van de vertraging mee.]1
Modifications
Art.60. En toute faillite, les curateurs, dans les deux mois de leur entrée en fonctions, sont tenus de [1 communiquer]1 au juge-commissaire un mémoire ou compte sommaire de l'état apparent de la faillite, de ses principales causes et circonstances, et des caractères qu'elle paraît avoir.
[1 Le juge-commissaire communique immédiatement le mémoire avec ses observations au procureur du Roi. Si le mémoire ne lui a pas été communiqué dans le délai prescrit, le juge-commissaire en prévient le procureur du Roi, et l'informe des causes du retard indiquées par le curateur.]1
[1 Le juge-commissaire communique immédiatement le mémoire avec ses observations au procureur du Roi. Si le mémoire ne lui a pas été communiqué dans le délai prescrit, le juge-commissaire en prévient le procureur du Roi, et l'informe des causes du retard indiquées par le curateur.]1
Modifications
Art.61. <W 2002-09-04/38, art. 20, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002> Indien de gefailleerde of de bestuurders en zaakvoerders van de gefailleerde vennootschap worden vervolgd wegens een strafbaar feit als bepaald in de artikelen 489, 489bis , 489ter , 490bis of 492bis van het Strafwetboek, of indien er tegen hen een bevel tot medebrenging of aanhouding werd verleend of, indien zij op de voormelde gronden werden opgeroepen voor de raadkamer of gedagvaard voor de correctionele rechtbank geeft de procureur des Konings daarvan dadelijk kennis aan de rechter-commissaris en de curator.
Art.61. <L 2002-09-04/38, art. 20, 003; En vigueur : 01-10-2002> Si le failli ou les gérants et administrateurs de la société faillie sont poursuivis du chef d'une infraction prévue aux articles 489, 489bis , 489ter , 490bis ou 492bis du Code pénal, ou si un mandat d'amener ou d'arrêt a été décerné contre eux, ou s'ils ont été convoqués par la chambre du conseil ou cités devant le tribunal correctionnel pour les motifs précités, le procureur du Roi en donne connaissance sans délai au juge-commissaire et au curateur.
HOOFDSTUK IV. - Aangifte en verificatie van de schuldvorderingen.
CHAPITRE IV. - De la déclaration et de la vérification des créances.
Art.62. Om in aanmerking te komen voor een uitdeling alsmede om enig recht van voorrang te kunnen uitoefenen, zijn de schuldeisers gehouden aangifte van hun schuldvorderingen, samen met hun titels, [1 in het register]1 neer te leggen uiterlijk op de door het vonnis van faillietverklaring bepaalde dag. [1 Het register levert]1 een ontvangstbewijs af.
De schuldeisers worden daartoe verwittigd door de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en door een rondschrijven dat hun door de curators wordt toegezonden zodra die schuldeisers bekend zijn.
Dit rondschrijven vermeldt plaats, dag en uur, bepaald voor (de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie) van de schuldvorderingen. <W 2005-12-06/46, art. 4, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
[1 De verplichting tot neerlegging van stukken in het register geldt niet, voor zover zij niet worden vertegenwoordigd door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, voor :
1° natuurlijke personen;
2° rechtspersonen die in het buitenland zijn gevestigd.
De partij die niet verplicht is tot en geen gebruik maakt van neerlegging langs elektronische weg legt de stukken bedoeld in het eerste lid [aangetekend of tegen ontvangstbewijs op het kantooradres van de curator zoals in het vonnis aangegeven neer]. (W 2016-12-25/14, art. 172; Inwerkingtreding : 30-12-2016)
De curator levert een ontvangstbewijs af, converteert de ontvangen stukken in elektronische vorm, verklaart ze gelijkvormig en laadt ze op in het register.
De Koning kan de vorm bepalen waarin de aangifte moet worden gedaan.]1
De schuldeisers worden daartoe verwittigd door de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en door een rondschrijven dat hun door de curators wordt toegezonden zodra die schuldeisers bekend zijn.
Dit rondschrijven vermeldt plaats, dag en uur, bepaald voor (de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie) van de schuldvorderingen. <W 2005-12-06/46, art. 4, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
[1 De verplichting tot neerlegging van stukken in het register geldt niet, voor zover zij niet worden vertegenwoordigd door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, voor :
1° natuurlijke personen;
2° rechtspersonen die in het buitenland zijn gevestigd.
De partij die niet verplicht is tot en geen gebruik maakt van neerlegging langs elektronische weg legt de stukken bedoeld in het eerste lid [aangetekend of tegen ontvangstbewijs op het kantooradres van de curator zoals in het vonnis aangegeven neer]. (W 2016-12-25/14, art. 172; Inwerkingtreding : 30-12-2016)
De curator levert een ontvangstbewijs af, converteert de ontvangen stukken in elektronische vorm, verklaart ze gelijkvormig en laadt ze op in het register.
De Koning kan de vorm bepalen waarin de aangifte moet worden gedaan.]1
Modifications
Art.62. Pour participer à une répartition ou pour exercer personnellement un droit de préférence quelconque, les créanciers sont tenus de déposer [1 dans le registre]1 la déclaration de leurs créances avec leurs titres, au plus tard le jour indiqué par le jugement déclaratif de faillite. [1 Le registre]1 délivre un récépissé.
A cette fin, les créanciers sont avertis par la publication au Moniteur belge et par une circulaire que les curateurs leur adressent aussitôt que ces créanciers sont connus.
Cette circulaire indique les lieu, jour et heure fixés pour (le dépôt du premier procès-verbal de vérification) des créances. <L 2005-12-06/46, art. 4, 011; En vigueur : 01-01-2006>
[1 L'obligation de dépôt de pièces dans le registre ne s'applique pas, à moins qu'elles ne soient représentées par un tiers qui fournit l'assistance judiciaire à titre professionnel :
1° aux personnes physiques;
2° aux personnes morales qui sont établies à l'étranger.
La partie qui n'est pas obligée de déposer et qui ne procède pas au dépôt par voie électronique, doit déposer [les pièces visées à l'alinéa 1er par envoi recommandé ou contre récépissé à l'adresse du bureau du curateur telle que mentionnée dans le jugement]. (L 2016-12-25/14, art. 172, En vigueur : 30-12-2016)
Le curateur délivre un récépissé, convertit sous format électronique les pièces reçues, les déclare conformes, et les charge dans le registre.
Le Roi peut déterminer la forme dans laquelle la déclaration doit être faite.]1
A cette fin, les créanciers sont avertis par la publication au Moniteur belge et par une circulaire que les curateurs leur adressent aussitôt que ces créanciers sont connus.
Cette circulaire indique les lieu, jour et heure fixés pour (le dépôt du premier procès-verbal de vérification) des créances. <L 2005-12-06/46, art. 4, 011; En vigueur : 01-01-2006>
[1 L'obligation de dépôt de pièces dans le registre ne s'applique pas, à moins qu'elles ne soient représentées par un tiers qui fournit l'assistance judiciaire à titre professionnel :
1° aux personnes physiques;
2° aux personnes morales qui sont établies à l'étranger.
La partie qui n'est pas obligée de déposer et qui ne procède pas au dépôt par voie électronique, doit déposer [les pièces visées à l'alinéa 1er par envoi recommandé ou contre récépissé à l'adresse du bureau du curateur telle que mentionnée dans le jugement]. (L 2016-12-25/14, art. 172, En vigueur : 30-12-2016)
Le curateur délivre un récépissé, convertit sous format électronique les pièces reçues, les déclare conformes, et les charge dans le registre.
Le Roi peut déterminer la forme dans laquelle la déclaration doit être faite.]1
Modifications
Art.63. Elke aangifte vermeldt de identiteit, [1 in voorkomend geval het ondernemingsnummer]1 en de woonplaats of, indien het een rechtspersoon betreft, [1 de naam, het ondernemingsnummer]1 en de maatschappelijke zetel van de schuldeiser, het bedrag en de oorzaken van zijn schuldvordering, de eraan verbonden voorrechten, hypotheek- of pandrechten, en de titel waarop zij berust (bij gebreke waarvan de curators de vordering kunnen verwerpen, of ze beschouwen als chorografair). <W 2002-09-04/38, art. 21, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
(Elke schuldeiser die geniet van een persoonlijke zekerheidstelling vermeldt dit in zijn aangifte van schuldvordering of uiterlijk binnen zes maanden vanaf de datum van het vonnis van faillietverklaring, tenzij het faillissement eerder werd afgesloten, en vermeldt naam, voornaam en adres van de natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft gesteld voor de gefailleerde, bij gebrek waaraan deze bevrijd is.) <W 2005-07-20/32, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 07-08-2005>
[2 ...]2
(Elke schuldeiser die geniet van een persoonlijke zekerheidstelling vermeldt dit in zijn aangifte van schuldvordering of uiterlijk binnen zes maanden vanaf de datum van het vonnis van faillietverklaring, tenzij het faillissement eerder werd afgesloten, en vermeldt naam, voornaam en adres van de natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft gesteld voor de gefailleerde, bij gebrek waaraan deze bevrijd is.) <W 2005-07-20/32, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 07-08-2005>
[2 ...]2
Art.63. La déclaration de chaque créancier énonce son identité, [1 le cas échéant, son numéro d'entreprise]1 et domicile, ou, s'il agit d'une personne morale, [1 sa dénomination sociale, son numéro d'entreprise]1 et son siège social, le montant et les causes de sa créance, les privilèges, hypothèques ou gages qui y sont affectées et le titre d'où elle résulte (, faute de quoi les curateurs peuvent rejeter la créance ou la considérer comme chirographaire). <L 2002-09-04/38, art. 21, 003; En vigueur : 01-10-2002>
(Tout créancier jouissant d'une sûreté personnelle l'énonce dans sa déclaration de créance ou, au plus tard, dans les six mois de la date du jugement déclaratif de faillite, sauf si la faillite est clôturée plus tôt, et mentionne les nom, prénom et adresse de la personne physique qui, à titre gratuit, s'est constituée sûreté personnelle du failli, faute de quoi cette personne est déchargée.) <L 2005-07-20/32, art. 4, 009; En vigueur : 07-08-2005>
[2 ...]2
(Tout créancier jouissant d'une sûreté personnelle l'énonce dans sa déclaration de créance ou, au plus tard, dans les six mois de la date du jugement déclaratif de faillite, sauf si la faillite est clôturée plus tôt, et mentionne les nom, prénom et adresse de la personne physique qui, à titre gratuit, s'est constituée sûreté personnelle du failli, faute de quoi cette personne est déchargée.) <L 2005-07-20/32, art. 4, 009; En vigueur : 07-08-2005>
[2 ...]2
Art. 63bis. <INGEVOEGD bij W 2002-09-04/38, art. 22; Inwerkingtreding : 01-10-2002> Alle gedingen met betrekking tot de boedel, aanhangig op datum van het faillissement, waarin de gefailleerde betrokken is, worden van rechtswege geschorst totdat aangifte van de schuldvordering is gedaan. Zij blijven geschorst tot na de neerlegging van het (eerste proces-verbaal van verificatie), tenzij de curator de gedingen hervat in het belang van de boedel. <W 2005-12-06/46, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Indien de aldus ingediende schuldvordering in het (eerste proces-verbaal van verificatie) wordt aanvaard, worden de voormelde hangende gedingen zonder voorwerp. <W 2005-12-06/46, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Indien de aldus ingediende schuldvordering in het (eerste proces-verbaal van verificatie) wordt betwist (of aangehouden), dan wordt de curator verondersteld de hangende gedingen te hervatten, minstens voor de beslechting van het betwiste (of aangehouden) gedeelte. <W 2005-12-06/46, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Indien de aldus ingediende schuldvordering in het (eerste proces-verbaal van verificatie) wordt aanvaard, worden de voormelde hangende gedingen zonder voorwerp. <W 2005-12-06/46, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Indien de aldus ingediende schuldvordering in het (eerste proces-verbaal van verificatie) wordt betwist (of aangehouden), dan wordt de curator verondersteld de hangende gedingen te hervatten, minstens voor de beslechting van het betwiste (of aangehouden) gedeelte. <W 2005-12-06/46, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Art. 63bis. Toutes les procédures intéressant la masse dans lesquelles le failli est impliqué et qui sont pendantes à la date de la faillite sont suspendues de plein droit jusqu'à ce que la déclaration de la créance ait eu lieu. Elles restent suspendues jusqu'après le dépôt du (premier procès-verbal de vérification), sauf si le curateur reprend les procédures dans l'intérêt de la masse. <L 2005-12-06/46, art. 9, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Si la créance ainsi déclarée est admise dans le (premier procès-verbal de vérification), les procédures pendantes précitées deviennent sans objet. <L 2005-12-06/46, art. 9, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Si la créance ainsi déclarée est contestée (ou réservée) dans le (premier procès-verbal de vérification), le curateur est censé reprendre les procédures pendantes, au moins pour que soit tranchée la partie contestée (ou réservée). <L 2005-12-06/46, art. 9, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Si la créance ainsi déclarée est admise dans le (premier procès-verbal de vérification), les procédures pendantes précitées deviennent sans objet. <L 2005-12-06/46, art. 9, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Si la créance ainsi déclarée est contestée (ou réservée) dans le (premier procès-verbal de vérification), le curateur est censé reprendre les procédures pendantes, au moins pour que soit tranchée la partie contestée (ou réservée). <L 2005-12-06/46, art. 9, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Art.64. Onder voorbehoud van de toepassing van internationale verdragen, bevat de aangifte van de schuldeiser die zijn woonplaats niet heeft in een lidstaat van de Europese Unie, keuze van woonplaats in het rechtsgebied van de rechtbank die het faillissement heeft uitgesproken.
Heeft hij geen woonplaats gekozen, dan kunnen hem alle betekeningen en mededelingen gedaan worden ter griffie van de rechtbank.
Heeft hij geen woonplaats gekozen, dan kunnen hem alle betekeningen en mededelingen gedaan worden ter griffie van de rechtbank.
Art.64. Sans préjudice de l'application des conventions internationales, la déclaration contient, de la part du créancier non domicilié dans un Etat de l'Union européenne, élection de domicile dans le ressort où siège le tribunal qui a prononcé la faillite.
A défaut d'avoir élu domicile, toutes significations et toutes informations peuvent lui être faites ou donne au greffe du tribunal.
A défaut d'avoir élu domicile, toutes significations et toutes informations peuvent lui être faites ou donne au greffe du tribunal.
Art.65. De verificatie van de schuldvorderingen wordt door de curators verricht in tegenwoordigheid of althans na behoorlijke oproeping van de gefailleerde. De titels van de schuldvorderingen worden getoetst aan de boeken en bescheiden van de gefailleerde.
De gefailleerde wordt eveneens gehoord over de vereffening van het faillissement.
De gefailleerde wordt eveneens gehoord over de vereffening van het faillissement.
Art.65. La vérification des créances est opérée par le curateurs en présence du failli ou celui-ci dûment appelé. Les titres des créances sont approchés des livres et écritures du failli.
Le failli est également entendu sur la liquidation de la faillite.
Le failli est également entendu sur la liquidation de la faillite.
Art.66. Na de aangifte van elke schuldvordering en tot de dag gesteld voor de behandeling van de betwistingen waartoe zij aanleiding geeft, kan de rechter-commissaris, zelfs ambtshalve, bevelen dat de schuldeiser of zijn gemachtigde of iedere persoon die inlichtingen kan verstrekken, persoonlijk zal verschijnen. Hij maakt proces-verbaal op van hun verklaringen. Hij kan ook bevelen dat de schuldeiser zijn boeken overlegt of, krachtens een bevel tot onderzoek daarvan, vorderen dat hem daarvan een uittreksel wordt bezorgd opgemaakt door de rechter van de plaats.
Art.66. Après la déclaration de chaque créance et jusqu'au jour fixé pour les débats sur les contestations qu'elle soulève, le juge-commissaire peut, même d'office, ordonner la comparution personnelle du créancier ou de son fondé de pouvoir ou de toutes personnes qui peuvent fournir des renseignements. Il dresse procès-verbal de leurs dires. Il peut aussi ordonner la représentation des livres du créancier ou demander, en vertu d'un compulsoire, qu'il en soit rapporté un extrait fait par le juge du lieu.
Art.67. <W 2005-12-06/46, art. 10, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006> De [1 ...]1 processen-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen worden door de curators opgesteld en door hen en de rechter-commissaris ondertekend.
Modifications
Art.67. <L 2005-12-06/46, art. 10, 011; En vigueur : 01-01-2006> Les procès-verbaux de vérification des créances [1 ...]1 sont dressés par les curateurs et signés par eux-mêmes et par le juge-commissaire.
Modifications
Art.68. <W 2005-12-06/46, art. 11, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006> Uiterlijk op de in het vonnis van faillietverklaring bepaalde dag leggen de curators het eerste proces-verbaal van verificatie neer [2 ...]2
[1 Jaarlijks]1, te rekenen van de datum van de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie, zoals bepaald in het vonnis van faillietverklaring, en gedurende de daaropvolgende [1 twee jaar]1, leggen de curators [2 ...]2 een aanvullend proces-verbaal van verificatie neer waarin zij het vorige proces-verbaal van verificatie overnemen, de aangehouden vorderingen verder verifiëren en de schuldvorderingen verifiëren die sedertdien [2 ...]2 werden ingediend.
De curators kunnen in het proces-verbaal de schuldvorderingen aanvaarden, aanhouden tot de volgende verificatie, of betwisten. De rechter-commissaris verwijst de betwiste schuldvorderingen naar de rechtbank.
Indien de curators een schuldvordering betwisten brengen zij de betrokken schuldeiser daarvan schriftelijk [2 of via elektronische wijze]2 op de hoogte en stellen zij hem daarbij ervan in kennis dat hij bij een later ter post aangetekend schrijven zal worden opgeroepen voor de rechtbank voor de behandeling van de betwisting.
De schuldvorderingen van de werknemers van de gefailleerde, aangenomen in hun geheel of provisioneel, worden onmiddellijk door de curators bezorgd aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers.
De schuldvorderingen die na het laatste aanvullend proces-verbaal nog niet zijn aanvaard worden beslecht met toepassing van artikel 70.
Vorderingen tot opname van schuldvorderingen waarvan de opname overeenkomstig artikel 72, derde en vierde lid, gevorderd wordt na de neerlegging van het laatste aanvullend proces-verbaal van verificatie, worden ingeleid bij dagvaarding betekend aan de curators.
[1 Jaarlijks]1, te rekenen van de datum van de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie, zoals bepaald in het vonnis van faillietverklaring, en gedurende de daaropvolgende [1 twee jaar]1, leggen de curators [2 ...]2 een aanvullend proces-verbaal van verificatie neer waarin zij het vorige proces-verbaal van verificatie overnemen, de aangehouden vorderingen verder verifiëren en de schuldvorderingen verifiëren die sedertdien [2 ...]2 werden ingediend.
De curators kunnen in het proces-verbaal de schuldvorderingen aanvaarden, aanhouden tot de volgende verificatie, of betwisten. De rechter-commissaris verwijst de betwiste schuldvorderingen naar de rechtbank.
Indien de curators een schuldvordering betwisten brengen zij de betrokken schuldeiser daarvan schriftelijk [2 of via elektronische wijze]2 op de hoogte en stellen zij hem daarbij ervan in kennis dat hij bij een later ter post aangetekend schrijven zal worden opgeroepen voor de rechtbank voor de behandeling van de betwisting.
De schuldvorderingen van de werknemers van de gefailleerde, aangenomen in hun geheel of provisioneel, worden onmiddellijk door de curators bezorgd aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers.
De schuldvorderingen die na het laatste aanvullend proces-verbaal nog niet zijn aanvaard worden beslecht met toepassing van artikel 70.
Vorderingen tot opname van schuldvorderingen waarvan de opname overeenkomstig artikel 72, derde en vierde lid, gevorderd wordt na de neerlegging van het laatste aanvullend proces-verbaal van verificatie, worden ingeleid bij dagvaarding betekend aan de curators.
Art.68. <L 2005-12-06/46, art. 11, 011; En vigueur : 01-01-2006> Les curateurs déposent [2 ...]2 le premier procès-verbal de vérification, au plus tard à la date fixée dans le jugement déclaratif de faillite.
[1 Chaque année]1, à compter de la date du dépôt du premier procès-verbal de vérification, telle qu'elle est prévue dans le jugement déclaratif de faillite, et pendant [1 deux ans]1 suivant cette date, les curateurs déposent [2 ...]2 un procès-verbal de vérification complémentaire dans lequel ils reprennent le précédent procès-verbal de vérification, poursuivent la vérification des créances réservées et vérifient les créances qui ont été déposées [2 ...]2 depuis lors.
Dans le procès-verbal, les curateurs peuvent accepter, réserver jusqu'à la prochaine vérification ou contester les créances. Le juge-commissaire renvoie les créances contestées au tribunal.
Si les curateurs contestent une créance, ils en avisent le créancier concerné par écrit [2 ou par voie électronique]2 et l'informent par la même occasion qu'il sera convoqué ultérieurement, par lettre recommandée à la poste, à comparaître devant le tribunal pour entendre statuer sur la contestation.
Les déclarations de créances des travailleurs du failli admises en totalité ou pour un montant provisionnel sont immédiatement transmises au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture des entreprises, par le ou les curateurs.
Les créances non encore admises après le dépôt du dernier procès-verbal complémentaire sont traitées conformément à l'article 70.
Les actions tendant à l'admission des créances dont l'admission est demandée conformément à l'article 72, alinéas 3 et 4, après le dépôt du dernier procès-verbal de vérification complémentaire, sont introduites par citation dirigée contre les curateurs.
[1 Chaque année]1, à compter de la date du dépôt du premier procès-verbal de vérification, telle qu'elle est prévue dans le jugement déclaratif de faillite, et pendant [1 deux ans]1 suivant cette date, les curateurs déposent [2 ...]2 un procès-verbal de vérification complémentaire dans lequel ils reprennent le précédent procès-verbal de vérification, poursuivent la vérification des créances réservées et vérifient les créances qui ont été déposées [2 ...]2 depuis lors.
Dans le procès-verbal, les curateurs peuvent accepter, réserver jusqu'à la prochaine vérification ou contester les créances. Le juge-commissaire renvoie les créances contestées au tribunal.
Si les curateurs contestent une créance, ils en avisent le créancier concerné par écrit [2 ou par voie électronique]2 et l'informent par la même occasion qu'il sera convoqué ultérieurement, par lettre recommandée à la poste, à comparaître devant le tribunal pour entendre statuer sur la contestation.
Les déclarations de créances des travailleurs du failli admises en totalité ou pour un montant provisionnel sont immédiatement transmises au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture des entreprises, par le ou les curateurs.
Les créances non encore admises après le dépôt du dernier procès-verbal complémentaire sont traitées conformément à l'article 70.
Les actions tendant à l'admission des créances dont l'admission est demandée conformément à l'article 72, alinéas 3 et 4, après le dépôt du dernier procès-verbal de vérification complémentaire, sont introduites par citation dirigée contre les curateurs.
Art.69. <W 2005-12-06/46, art. 12, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006> De gefailleerde en de schuldeisers kunnen tegen de verrichte en te verrichten verificaties bezwaren inbrengen binnen een maand na de neerlegging van het proces-verbaal van verificatie waarin de schuldvordering werd opgenomen of waarin een aangehouden schuldvordering door de curators werd aanvaard of betwist.
Het bezwaar wordt aan de curators en aan de schuldeiser wiens vordering wordt tegengesproken betekend bij een deurwaardersexploot. Hierbij worden de curators en de schuldeiser, alsmede de gefailleerde voor de rechtbank gedaagd teneinde uitspraak te horen doen over de schuldvordering waartegen bezwaar is ingebracht. De gefailleerde wordt door de curators verwittigd met uitnodiging om te verschijnen.
Het bezwaar wordt aan de curators en aan de schuldeiser wiens vordering wordt tegengesproken betekend bij een deurwaardersexploot. Hierbij worden de curators en de schuldeiser, alsmede de gefailleerde voor de rechtbank gedaagd teneinde uitspraak te horen doen over de schuldvordering waartegen bezwaar is ingebracht. De gefailleerde wordt door de curators verwittigd met uitnodiging om te verschijnen.
Art.69. <L 2005-12-06/46, art. 12, 011; En vigueur : 01-01-2006> Le failli et les créanciers peuvent fournir des contredits aux vérifications faites et à faire dans le mois du dépôt du procès-verbal de vérification dans lequel figure la créance ou dans lequel les curateurs ont déclaré ou contesté une créance réservée.
Le contredit est formé par exploit d'huissier signifié aux curateurs et au créancier dont la créance est contredite. L'exploit contient citation des curateurs et du créancier ainsi que du failli devant le tribunal aux fins d'entendre statuer sur la créance faisant l'objet du contredit. Le failli est averti par les curateurs, par invitation à comparaître.
Le contredit est formé par exploit d'huissier signifié aux curateurs et au créancier dont la créance est contredite. L'exploit contient citation des curateurs et du créancier ainsi que du failli devant le tribunal aux fins d'entendre statuer sur la créance faisant l'objet du contredit. Le failli est averti par les curateurs, par invitation à comparaître.
Art.70. Op de dag bepaald voor de behandeling van de betwistingen beslist de rechtbank, zonder voorafgaande dagvaarding, zo mogelijk bij een enkel vonnis, over alle betwistingen. Dit vonnis wordt gewezen, nadat de curators, de gefailleerde en de schuldeisers die bezwaren hebben ingebracht en zij die aangifte hebben gedaan, indien zij verschijnen, zijn gehoord. Tegen het vonnis staat geen verzet open.
Betwistingen die niet onmiddellijk in beraad worden genomen, worden afzonderlijk en verder behandeld volgens de gewone rechtspleging met voorrang boven alle andere zaken.
Betwistingen die niet onmiddellijk in beraad worden genomen, worden afzonderlijk en verder behandeld volgens de gewone rechtspleging met voorrang boven alle andere zaken.
Art.70. Au jour fixé pour les débats sur les contestations, le tribunal statue, sans citation préalable, s'il est possible par un même jugement, quant à toutes les contestations. Le jugement est rendu après avoir entendu, s'ils se présentent, les curateurs, le failli, les créanciers opposants et déclarants. Son jugement n'est pas susceptible d'opposition.
Les contestations qui ne sont pas prises immédiatement en délibéré sont disjointes et ensuite traitées selon la procédure ordinaire, toutes affaires cessantes.
Les contestations qui ne sont pas prises immédiatement en délibéré sont disjointes et ensuite traitées selon la procédure ordinaire, toutes affaires cessantes.
Art.71. [1 De curator stelt voor elk faillissement een tabel op die voor elke aangegeven schuldvordering de volgende vermeldingen bevat :]1
1° het volgnummer;
2° de identiteit, het beroep en de woonplaats, of, indien het een rechtspersoon betreft, de identiteit, de voornaamste handelsactiviteit en de maatschappelijke zetel van de schuldeiser die zijn schuldvordering en zijn titels heeft neergelegd;
3° het bedrag van de aangegeven schuldvordering;
4° de door de schuldeiser ingeroepen voorrechten en hypotheken;
5° de aanvaarding of de betwisting;
6° de korte inhoud en de datum van de beslissing over de betwisting;
7° de andere inlichtingen waarvan de mededeling aan de belanghebbenden nuttig kan zijn.
[1 De tabel wordt bij het faillissementsdossier gevoegd en bijgewerkt door de curator.]1
1° het volgnummer;
2° de identiteit, het beroep en de woonplaats, of, indien het een rechtspersoon betreft, de identiteit, de voornaamste handelsactiviteit en de maatschappelijke zetel van de schuldeiser die zijn schuldvordering en zijn titels heeft neergelegd;
3° het bedrag van de aangegeven schuldvordering;
4° de door de schuldeiser ingeroepen voorrechten en hypotheken;
5° de aanvaarding of de betwisting;
6° de korte inhoud en de datum van de beslissing over de betwisting;
7° de andere inlichtingen waarvan de mededeling aan de belanghebbenden nuttig kan zijn.
[1 De tabel wordt bij het faillissementsdossier gevoegd en bijgewerkt door de curator.]1
Modifications
Art.71. [1 Le curateur établit, pour chaque faillite, un tableau contenant, pour chaque créance déclarée, les énonciations suivantes :]1
1° le numéro d'ordre;
2° l'identité, la profession et le domicile, ou, s'il s'agit d'une personne morale, l'activité commerciale principale, l'identité et le siège social du créancier qui a déposé sa créance et ses titres;
3° le montant de la créance déclarée;
4° les privilèges et hypothèques auxquels le créancier prétend;
5° l'admission ou la contestation;
6° le sommaire et la date de la décision relative à la contestation;
7° les autres renseignements qu'il peut être utile de porter à la connaissance des intéressés.
[1 Le tableau est inséré dans le dossier de la faillite et mis à jour par le curateur.]1
1° le numéro d'ordre;
2° l'identité, la profession et le domicile, ou, s'il s'agit d'une personne morale, l'activité commerciale principale, l'identité et le siège social du créancier qui a déposé sa créance et ses titres;
3° le montant de la créance déclarée;
4° les privilèges et hypothèques auxquels le créancier prétend;
5° l'admission ou la contestation;
6° le sommaire et la date de la décision relative à la contestation;
7° les autres renseignements qu'il peut être utile de porter à la connaissance des intéressés.
[1 Le tableau est inséré dans le dossier de la faillite et mis à jour par le curateur.]1
Modifications
Art.72. De bekende of onbekende schuldeisers die in gebreke blijven hun schuldvorderingen aan te geven of te bevestigen (...), komen niet in aanmerking voor de uitdelingen. <W 2005-12-06/46, art. 13, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
(Tot de oproeping voor de vergadering bedoeld in artikel 79 hebben de schuldeisers die in gebreke zijn gebleven, het recht opname te vorderen zonder dat hun vordering reeds bevolen uitkeringen kan opschorten). Zij hebben slechts recht op een dividend berekend op het nog niet verdeeld actief en dragen zelf de kosten en uitgaven waartoe de verificatie en de opname van hun schuldvorderingen aanleiding geven. <W 2005-12-06/46, art. 13, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Het recht opname te vorderen verjaart na verloop van (één) jaar te rekenen van het faillietverklarend vonnis, behalve voor de schuldvordering die vastgesteld wordt in een procedure tot tussenkomst of vrijwaring, vervolgd of ingesteld tijdens de vereffening. <W 2005-12-06/46, art. 13, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Het recht opname te vorderen van een schuldvordering tijdens de vereffening vastgesteld door een andere rechtbank dan de rechtbank die het faillissement heeft uitgesproken, verjaart na verloop van zes maanden te rekenen van de dag waarop het eindvonnis kracht van rechterlijk gewijsde heeft verkregen.
(Tot de oproeping voor de vergadering bedoeld in artikel 79 hebben de schuldeisers die in gebreke zijn gebleven, het recht opname te vorderen zonder dat hun vordering reeds bevolen uitkeringen kan opschorten). Zij hebben slechts recht op een dividend berekend op het nog niet verdeeld actief en dragen zelf de kosten en uitgaven waartoe de verificatie en de opname van hun schuldvorderingen aanleiding geven. <W 2005-12-06/46, art. 13, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Het recht opname te vorderen verjaart na verloop van (één) jaar te rekenen van het faillietverklarend vonnis, behalve voor de schuldvordering die vastgesteld wordt in een procedure tot tussenkomst of vrijwaring, vervolgd of ingesteld tijdens de vereffening. <W 2005-12-06/46, art. 13, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Het recht opname te vorderen van een schuldvordering tijdens de vereffening vastgesteld door een andere rechtbank dan de rechtbank die het faillissement heeft uitgesproken, verjaart na verloop van zes maanden te rekenen van de dag waarop het eindvonnis kracht van rechterlijk gewijsde heeft verkregen.
Art.72. A défaut de déclaration et d'affirmation de leurs créances (...), les défaillants connus ou inconnus ne sont pas compris dans les répartitions. <L 2005-12-06/46, art. 13, 011; En vigueur : 01-01-2006>
(Jusqu'à la convocation à l'assemblée visée à l'article 79, les défaillants ont le droit d'agir en admission sans que leur demande ne puisse suspendre les répartitions ordonnées). Ils ne peuvent prétendre à un dividende que sur l'actif non encore reparti. Les frais et dépenses auxquels la vérification et l'admission de leurs créances donnent lieu restent à leur charge. <L 2005-12-06/46, art. 13, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Le droit d'agir en admission se prescrit par (un an) à dater du jugement déclaratif, sauf pour la créance constatée dans le cadre d'une action en intervention ou garantie, poursuivie ou intentée en cours de liquidation. <L 2005-12-06/46, art. 13, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Le droit d'agir en admission d'une créance constatée pendant la liquidation par un autre tribunal que celui de la faillite se prescrit par six mois à dater du jugement définitif passé en force de chose jugée.
(Jusqu'à la convocation à l'assemblée visée à l'article 79, les défaillants ont le droit d'agir en admission sans que leur demande ne puisse suspendre les répartitions ordonnées). Ils ne peuvent prétendre à un dividende que sur l'actif non encore reparti. Les frais et dépenses auxquels la vérification et l'admission de leurs créances donnent lieu restent à leur charge. <L 2005-12-06/46, art. 13, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Le droit d'agir en admission se prescrit par (un an) à dater du jugement déclaratif, sauf pour la créance constatée dans le cadre d'une action en intervention ou garantie, poursuivie ou intentée en cours de liquidation. <L 2005-12-06/46, art. 13, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Le droit d'agir en admission d'une créance constatée pendant la liquidation par un autre tribunal que celui de la faillite se prescrit par six mois à dater du jugement définitif passé en force de chose jugée.
HOOFDSTUK IVbis. Over de verklaring van de personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefailleerde.
CHAPITRE IVbis. De la déclaration des personnes qui se sont constituées sûreté personnelle du failli.
Art. 72bis. <INGEVOEGD bij W 2005-07-20/32, art. 5 ; Inwerkingtreding : 07-08-2005> Om te kunnen genieten van de bevrijding, moeten de natuurlijke personen die zich kosteloos persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefailleerde ter griffie van de [1 ondernemingsrechtbank]1 een verklaring neerleggen, waarin zij bevestigen dat hun verbintenis niet in verhouding met hun inkomsten en hun patrimonium is.
Hiertoe worden de personen verwittigd via bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en via een aangetekende brief tegen ontvangstmelding die de curators hen sturen zodra deze personen bekend zijn en die de tekst van dit artikel en van de artikelen 72ter en 80 bevat.
Hiertoe worden de personen verwittigd via bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en via een aangetekende brief tegen ontvangstmelding die de curators hen sturen zodra deze personen bekend zijn en die de tekst van dit artikel en van de artikelen 72ter en 80 bevat.
Modifications
Art. 72bis. Pour bénéficier de la décharge, les personnes physiques qui, a titre gratuit, se sont constituées sûreté personnelle du failli sont tenues de déposer au greffe du [1 tribunal de l'entreprise]1 une déclaration attestant que leur obligation est disproportionnée à leurs revenus et à leur patrimoine.
A cette fin, les personnes sont averties par la publication au Moniteur belge et par une lettre recommandée avec accusé de réception que les curateurs leur adressent aussitôt que ces personnes sont connues, contenant le texte du présent article et celui des articles 72ter et 80.
A cette fin, les personnes sont averties par la publication au Moniteur belge et par une lettre recommandée avec accusé de réception que les curateurs leur adressent aussitôt que ces personnes sont connues, contenant le texte du présent article et celui des articles 72ter et 80.
Modifications
Art. 72ter. <INGEVOEGD bij W 2005-07-20/32, art. 5 ; Inwerkingtreding : 07-08-2005> De verklaring van elke persoon vermeldt zijn identiteit, zijn beroep en zijn woonplaats.
De persoon voegt bij zijn verklaring :
1° de kopie van zijn laatste aangifte in de personenbelasting;
2° het overzicht van alle activa of passiva die zijn patrimonium vormen;
3° elk ander stuk dat van aard is om precies de staat weer te geven van zijn bestaansmiddelen en lasten.
Ze wordt bij het faillissementsdossier gevoegd.
De persoon voegt bij zijn verklaring :
1° de kopie van zijn laatste aangifte in de personenbelasting;
2° het overzicht van alle activa of passiva die zijn patrimonium vormen;
3° elk ander stuk dat van aard is om precies de staat weer te geven van zijn bestaansmiddelen en lasten.
Ze wordt bij het faillissementsdossier gevoegd.
Art. 72ter. La déclaration de chaque personne mentionne son identité, sa profession et son domicile.
La personne joint à sa déclaration :
1° la copie de sa dernière déclaration à l'impôt des personnes physiques;
2° le relevé de l'ensemble des éléments actifs ou passifs qui composent son patrimoine;
3° toute autre pièce de nature à établir avec précision l'état de ses ressources et les charges qui sont siennes.
Elle est versée au dossier de la faillite.
La personne joint à sa déclaration :
1° la copie de sa dernière déclaration à l'impôt des personnes physiques;
2° le relevé de l'ensemble des éléments actifs ou passifs qui composent son patrimoine;
3° toute autre pièce de nature à établir avec précision l'état de ses ressources et les charges qui sont siennes.
Elle est versée au dossier de la faillite.
HOOFDSTUK V. - Summiere rechtspleging tot sluiting van het faillissement.
CHAPITRE V. - De la procédure sommaire de clôture.
Art.73. (Wanneer blijkt dat het actief ontoereikend is om de vermoedelijke kosten van beheer en van vereffening van het faillissement te dekken, kan de rechtbank op verzoek van de curators of zelfs ambtshalve na de curators te hebben gehoord de sluiting van het faillissement uitspreken. (De gefailleerde, de personen die de verklaring bedoeld in artikel 72ter aflegden en de schuldeisers beoogd in artikel 63, tweede lid, worden opgeroepen met een gerechtsbrief die de tekst van dit artikel bevat.) De partijen worden in raadkamer gehoord over de verschoonbaarheid (, over de bevrijding van de personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefailleerde) en over de sluiting van het faillissement. De rechtbank verklaart de gefailleerde verschoonbaar, hetgeen de in artikel 82 vermelde gevolgen heeft wanneer hij beantwoordt aan de in de artikelen 80 en 81 gestelde voorwaarden.) (De rechtbank bevrijdt de natuurlijke personen die zich kosteloos persoonlijk zeker stelden voor de gefailleerde indien zij beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in artikel 80, derde lid.) <W 2002-09-04/38, art. 23, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002> <W 2005-07-20/32, art. 6, 009; Inwerkingtreding : 07-08-2005>
(De beslissing tot sluiting van de verrichtingen van het faillissement brengt de ontbinding van de rechtspersoon en de onmiddellijke sluiting van de vereffening mee wanneer wordt vastgesteld dat het actief ontoereikend is om de vermoedelijke kosten voor het beheer en de vereffening van het faillissement te dekken.) <W 2002-09-04/38, art. 23, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
(Artikel 185 van het Wetboek van vennootschappen is van toepassing.) <W 2002-09-04/38, art. 23, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
De sluiting van het faillissement wegens ontoereikend actief kan slechts worden uitgesproken wanneer wordt vastgesteld dat de curators het mogelijke hebben gedaan om de werknemers de wettelijk bepaalde sociale bescheiden uit te reiken.
(Van het vonnis waarbij de sluiting van het faillissement wordt uitgesproken wegens ontoereikendheid van het actief wordt aan de gefailleerde kennis gegeven en het wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad , door de griffier. Dit uittreksel bevat de naam, de voornaam en het adres van de personen die als vereffenaars worden beschouwd. De beslissing waarbij de gefailleerde verschoonbaar wordt verklaard, is binnen een maand te rekenen vanaf de bekendmaking van het vonnis tot sluiting van het faillissement vatbaar voor derdenverzet dat door iedere schuldeiser persoonlijk wordt ingesteld door middel van een dagvaarding gedaan aan de gefailleerde en aan de curator.) <W 2002-09-04/38, art. 23, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Het vonnis beveelt, in voorkomend geval, dat rekening en verantwoording zal worden gedaan door de curators. De [1 ondernemingsrechtbank]1 neemt kennis van de geschillen desbetreffende.
De Koning kan de procedure tot het in consignatie geven van later opgedoken activa vaststellen, alsmede de bestemming van deze activa bij nieuw opgedoken passiva.
(De beslissing tot sluiting van de verrichtingen van het faillissement brengt de ontbinding van de rechtspersoon en de onmiddellijke sluiting van de vereffening mee wanneer wordt vastgesteld dat het actief ontoereikend is om de vermoedelijke kosten voor het beheer en de vereffening van het faillissement te dekken.) <W 2002-09-04/38, art. 23, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
(Artikel 185 van het Wetboek van vennootschappen is van toepassing.) <W 2002-09-04/38, art. 23, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
De sluiting van het faillissement wegens ontoereikend actief kan slechts worden uitgesproken wanneer wordt vastgesteld dat de curators het mogelijke hebben gedaan om de werknemers de wettelijk bepaalde sociale bescheiden uit te reiken.
(Van het vonnis waarbij de sluiting van het faillissement wordt uitgesproken wegens ontoereikendheid van het actief wordt aan de gefailleerde kennis gegeven en het wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad , door de griffier. Dit uittreksel bevat de naam, de voornaam en het adres van de personen die als vereffenaars worden beschouwd. De beslissing waarbij de gefailleerde verschoonbaar wordt verklaard, is binnen een maand te rekenen vanaf de bekendmaking van het vonnis tot sluiting van het faillissement vatbaar voor derdenverzet dat door iedere schuldeiser persoonlijk wordt ingesteld door middel van een dagvaarding gedaan aan de gefailleerde en aan de curator.) <W 2002-09-04/38, art. 23, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Het vonnis beveelt, in voorkomend geval, dat rekening en verantwoording zal worden gedaan door de curators. De [1 ondernemingsrechtbank]1 neemt kennis van de geschillen desbetreffende.
De Koning kan de procedure tot het in consignatie geven van later opgedoken activa vaststellen, alsmede de bestemming van deze activa bij nieuw opgedoken passiva.
Modifications
Art.73. (S'il apparaît que l'actif ne suffit pas pour couvrir les frais présumés d'administration et de liquidation de la faillite, le tribunal, sur requête des curateurs ou même d'office après avoir entendu les curateurs, peut prononcer la clôture de la faillite. (Le failli, les personnes qui ont fait la déclaration visée à l'article 72ter et les créanciers visés à l'article 63, alinéa 2, sont convoqués par pli judiciaire contenant le texte du présent article.) Les parties sont entendues en chambre du conseil sur l'excusabilité (, sur la décharge des personnes qui se sont constituées sûreté personnelle du failli) et la clôture de la faillite. Le tribunal déclare le failli excusable, avec les effets énoncés à l'article 82, s'il répond aux conditions prévues aux articles 80 et 81.) (Le tribunal décharge les personnes physiques qui, à titre gratuit, se sont constituées sûreté personnelle du failli si elles répondent aux conditions prévues à l'article 80, alinéa 3.) <L 2002-09-04/38, art. 23, 003; En vigueur : 01-10-2002> <L 2005-07-20/32, art. 6, 009; En vigueur : 07-08-2005>
(La décision de clôture des opérations de la faillite dissout la personne morale et emporte clôture immédiate de sa liquidation lorsqu'il est reconnu que l'actif ne suffit pas pour couvrir les frais présumés d'administration et de liquidation de la faillite.) <L 2002-09-04/38, art. 23, 003; En vigueur : 01-10-2002>
(L'article 185 du Code des sociétés est applicable.) <L 2002-09-04/38, art. 23, 003; En vigueur : 01-10-2002>
La clôture de la faillite pour insuffisance d'actif ne peut être prononcée que lorsqu'il est reconnu que les curateurs ont fait ce qui était en leur pouvoir pour remettre aux travailleurs les documents sociaux prevus par la loi.
(Le jugement prononçant la clôture de la faillite pour insuffisance d'actif est notifié au failli et publié par extrait au Moniteur belge , par les soins du greffier. Cet extrait contiendra les nom, prénom et adresse des personnes considérées comme liquidateurs. La décision qui prononce l'excusabilité du failli est susceptible de tierce-opposition par citation donnée au failli et au curateur de la part des créanciers individuellement dans le mois à compter de la publication du jugement de clôture.) <L 2002-09-04/38, art. 23, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Le jugement ordonne, s'il échet, la reddition des comptes par les curateurs. Le [1 tribunal de l'entreprise]1 connaît des litiges y relatifs.
Le Roi peut déterminer la procédure de consignation des actifs qui apparaîtraient ultérieurement et le sort de ces actifs en cas d'apparition de nouveaux passifs.
(La décision de clôture des opérations de la faillite dissout la personne morale et emporte clôture immédiate de sa liquidation lorsqu'il est reconnu que l'actif ne suffit pas pour couvrir les frais présumés d'administration et de liquidation de la faillite.) <L 2002-09-04/38, art. 23, 003; En vigueur : 01-10-2002>
(L'article 185 du Code des sociétés est applicable.) <L 2002-09-04/38, art. 23, 003; En vigueur : 01-10-2002>
La clôture de la faillite pour insuffisance d'actif ne peut être prononcée que lorsqu'il est reconnu que les curateurs ont fait ce qui était en leur pouvoir pour remettre aux travailleurs les documents sociaux prevus par la loi.
(Le jugement prononçant la clôture de la faillite pour insuffisance d'actif est notifié au failli et publié par extrait au Moniteur belge , par les soins du greffier. Cet extrait contiendra les nom, prénom et adresse des personnes considérées comme liquidateurs. La décision qui prononce l'excusabilité du failli est susceptible de tierce-opposition par citation donnée au failli et au curateur de la part des créanciers individuellement dans le mois à compter de la publication du jugement de clôture.) <L 2002-09-04/38, art. 23, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Le jugement ordonne, s'il échet, la reddition des comptes par les curateurs. Le [1 tribunal de l'entreprise]1 connaît des litiges y relatifs.
Le Roi peut déterminer la procédure de consignation des actifs qui apparaîtraient ultérieurement et le sort de ces actifs en cas d'apparition de nouveaux passifs.
Modifications
Art.74. De tenuitvoerlegging van het vonnis tot sluiting van het faillissement, uitgesproken met toepassing van artikel 73, wordt opgeschort gedurende een maand te rekenen van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Art.74. L'exécution du jugement de clôture, prononcé en application de l'article 73, est suspendue pendant un mois à partir de la date de publication au Moniteur belge.
HOOFDSTUK VI. - Vereffening van het faillissement.
CHAPITRE VI. - De la liquidation de la faillite.
Art.75. § 1. (Vanaf (de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie) van de schuldvorderingen of vanaf elke latere datum, gaan de curators over tot de vereffening van het faillissement. De rechter-commissaris roept de gefailleerde op om hem te horen, in aanwezigheid van de curators, nopens de best mogelijke tegeldemaking van de activa. Er wordt hiervan een proces-verbaal opgesteld. De curators verkopen onder meer de onroerende goederen, koopwaren en roerende goederen, een en ander onder toezicht van de rechter-commissaris en met naleving van de artikelen 51 en 52, zonder dat het nodig is om de gefailleerde op te roepen. Zij kunnen de bij artikel 58 voorgeschreven dadingen aangaan over om het even welke aan de gefailleerde toekomende rechten, niettegenstaande elk verzet zijnerzijds.) <W 2002-09-04/38, art. 24, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002> <W 2005-12-06/46, art. 4, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
§ 2. (opgeheven) <W 2002-09-04/38, art. 24, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
§ 3. De schuldeisers of de gefailleerde die menen dat hun rechten benadeeld worden door een voorgenomen verkoop van activa, kunnen in kort geding de aanstelling vragen van een curator ad hoc. De aldus aangestelde curator kan aan de [1 ondernemingsrechtbank]1 vragen de verkoop te verbieden, in zoverre die verkoop kennelijk indruist tegen de belangen van de betrokkenen.
§ 4. Indien de curators zulks vorderen, kan de rechtbank in het kader van de vereffening van het faillissement de overdracht van een onderneming in werking bekrachtigen onder voorwaarden die partijen hebben bedongen en waarvan de naleving door de curators of, na sluiting van het faillissement, door elke belanghebbende kan worden vervolgd.
§ 2. (opgeheven) <W 2002-09-04/38, art. 24, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
§ 3. De schuldeisers of de gefailleerde die menen dat hun rechten benadeeld worden door een voorgenomen verkoop van activa, kunnen in kort geding de aanstelling vragen van een curator ad hoc. De aldus aangestelde curator kan aan de [1 ondernemingsrechtbank]1 vragen de verkoop te verbieden, in zoverre die verkoop kennelijk indruist tegen de belangen van de betrokkenen.
§ 4. Indien de curators zulks vorderen, kan de rechtbank in het kader van de vereffening van het faillissement de overdracht van een onderneming in werking bekrachtigen onder voorwaarden die partijen hebben bedongen en waarvan de naleving door de curators of, na sluiting van het faillissement, door elke belanghebbende kan worden vervolgd.
Modifications
Art.75. § 1er. (Dès (le dépôt du premier procès-verbal de vérification) des créances ou à dater de quelque date ultérieure que ce soit, les curateurs procèdent à la liquidation de la faillite. Le juge-commissaire convoque le failli pour, en présence des curateurs, recueillir ses observations sur la meilleure réalisation possible de l'actif. Il en est dressé procès-verbal. Les curateurs vendent notamment les immeubles, marchandises et effets mobiliers, le tout sous la surveillance du juge-commissaire en se conformément aux dispositions des articles 51 et 52, et sans qu'il soit besoin d'appeler le failli. Ils peuvent transiger de la manière prescrite a l'article 58 sur toutes espèces de droit appartenant au failli, nonobstant toute opposition de sa part.) <L 2002-09-04/38, art. 24, 003; En vigueur : 01-10-2002> <L 2005-12-06/46, art. 4, 011; En vigueur : 01-01-2006>
§ 2. (abrogé) <L 2002-09-04/38, art. 24, 003; En vigueur : 01-10-2002>
§ 3. Lorsque les créanciers ou le failli estiment qu'une réalisation envisagée risque de leur porter préjudice, ils peuvent demander en référé la désignation d'un curateur ad hoc. Celui-ci peut demander au [1 tribunal de l'entreprise]1 d'interdire la vente qui risque manifestement de léser les droits desdits intéresses.
§ 4. A la demande des curateurs, le tribunal peut dans le cadre de la liquidation de la faillite homologuer le transfert d'une entreprise en activité selon des modalités conventionnelles dont l'exécution peut-être poursuivie par les curateurs ou après la clôture de la faillite, par tout intéressé.
§ 2. (abrogé) <L 2002-09-04/38, art. 24, 003; En vigueur : 01-10-2002>
§ 3. Lorsque les créanciers ou le failli estiment qu'une réalisation envisagée risque de leur porter préjudice, ils peuvent demander en référé la désignation d'un curateur ad hoc. Celui-ci peut demander au [1 tribunal de l'entreprise]1 d'interdire la vente qui risque manifestement de léser les droits desdits intéresses.
§ 4. A la demande des curateurs, le tribunal peut dans le cadre de la liquidation de la faillite homologuer le transfert d'une entreprise en activité selon des modalités conventionnelles dont l'exécution peut-être poursuivie par les curateurs ou après la clôture de la faillite, par tout intéressé.
Modifications
Art.76. De rechter-commissaris kan te allen tijde een vergadering van schuldeisers of van sommigen onder hen bijeenroepen.
(Vanaf het derde jaar na de verjaardag van het faillietverklarend vonnis kan de rechter-commissaris, op verzoek van een schuldeiser, onder zijn voorzitterschap een vergadering van de schuldeisers bijeenroepen waarop nopens de vereffening verslag wordt uitgebracht door de curators.
De rechter-commissaris roept de vergadering bijeen indien hiertoe wordt verzocht door schuldeisers die meer dan een derde van de schulden vertegenwoordigen.) <W 2002-09-04/38, art. 25, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
De rechter-commissaris beveelt de in het faillissement ingeschreven schuldeisers te verwittigen en bepaalt plaats, dag en uur van de vergadering. Die beschikking wordt ten minste een maand voor de datum van de vergadering in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt door toedoen van de griffier. De bekendmaking kan evenwel, met de toestemming van de rechter-commissaris, worden vervangen door een rondschrijven aan de ingeschreven schuldeisers.
De gefailleerde wordt op die vergadering behoorlijk opgeroepen en kan er gehoord worden nopens de vereffening van de boedel.
De vergaderde schuldeisers kunnen, bij gewone meerderheid, de curators ermede belasten te onderhandelen over een vaste prijs voor het geheel of een gedeelte van de rechten of de rechtsvorderingen die nog niet voldaan zijn, en ze te vervreemden.
(Vanaf het derde jaar na de verjaardag van het faillietverklarend vonnis kan de rechter-commissaris, op verzoek van een schuldeiser, onder zijn voorzitterschap een vergadering van de schuldeisers bijeenroepen waarop nopens de vereffening verslag wordt uitgebracht door de curators.
De rechter-commissaris roept de vergadering bijeen indien hiertoe wordt verzocht door schuldeisers die meer dan een derde van de schulden vertegenwoordigen.) <W 2002-09-04/38, art. 25, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
De rechter-commissaris beveelt de in het faillissement ingeschreven schuldeisers te verwittigen en bepaalt plaats, dag en uur van de vergadering. Die beschikking wordt ten minste een maand voor de datum van de vergadering in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt door toedoen van de griffier. De bekendmaking kan evenwel, met de toestemming van de rechter-commissaris, worden vervangen door een rondschrijven aan de ingeschreven schuldeisers.
De gefailleerde wordt op die vergadering behoorlijk opgeroepen en kan er gehoord worden nopens de vereffening van de boedel.
De vergaderde schuldeisers kunnen, bij gewone meerderheid, de curators ermede belasten te onderhandelen over een vaste prijs voor het geheel of een gedeelte van de rechten of de rechtsvorderingen die nog niet voldaan zijn, en ze te vervreemden.
Art.76. Le juge-commissaire peut en toute circonstances convoquer une assemblée des créanciers ou de certains d'entre eux.
(Dès la troisième année après la date anniversaire du jugement déclaratif de faillite, le juge-commissaire peut, à la demande d'un créancier, convoquer sous sa présidence une assemblée des créanciers pour entendre le rapport des curateurs sur l'évolution de la liquidation.
Le juge-commissaire convoque l'assemblée si la demande lui en est faite par des créanciers représentant plus d'un tiers des dettes.) <L 2002-09-04/38, art. 25, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Le juge-commissaire ordonne la convocation des créanciers inscrits dans la faillite et fixe le lieu, le jour et l'heure de l'assemblée. Cette ordonnance est publiée au Moniteur belge, à la diligence du greffier, un mois au moins avant la date de la réunion. Le juge-commissaire peut toutefois autoriser la convocation des créanciers par lettre circulaire.
La failli est dûment appelé à cette assemblée. Il peut y être entendu sur l'évolution de la liquidation.
Les créanciers assemblés peuvent, à la majorité simple, charger les curateurs de traiter à forfait de tout ou partie des droits ou actions dont l'exécution n'aurait pas eu lieu, et de les aliéner.
(Dès la troisième année après la date anniversaire du jugement déclaratif de faillite, le juge-commissaire peut, à la demande d'un créancier, convoquer sous sa présidence une assemblée des créanciers pour entendre le rapport des curateurs sur l'évolution de la liquidation.
Le juge-commissaire convoque l'assemblée si la demande lui en est faite par des créanciers représentant plus d'un tiers des dettes.) <L 2002-09-04/38, art. 25, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Le juge-commissaire ordonne la convocation des créanciers inscrits dans la faillite et fixe le lieu, le jour et l'heure de l'assemblée. Cette ordonnance est publiée au Moniteur belge, à la diligence du greffier, un mois au moins avant la date de la réunion. Le juge-commissaire peut toutefois autoriser la convocation des créanciers par lettre circulaire.
La failli est dûment appelé à cette assemblée. Il peut y être entendu sur l'évolution de la liquidation.
Les créanciers assemblés peuvent, à la majorité simple, charger les curateurs de traiter à forfait de tout ou partie des droits ou actions dont l'exécution n'aurait pas eu lieu, et de les aliéner.
Art.77. De rechter-commissaris beveelt, indien daartoe aanleiding is, een uitdeling aan de schuldeisers en bepaalt tot welk bedrag. Elke betaling die wordt verricht op bevel of met de toestemming van de rechter-commissaris, heeft voor de curators kwijting tot gevolg.
Art.77. Le juge-commissaire ordonne, s'il y a lieu, une répartition entre les créanciers et en fixe la quotité. Tout paiement effectué sur ordre du juge-commissaire ou avec son autorisation entraîne décharge pour les curateurs.
Art.78. Indien er schuldeisers zijn van wie de vorderingen binnen de voorgeschreven termijn aangegeven en bevestigd zijn, doch die aanleiding hebben gegeven tot geschillen die nog niet definitief zijn beslecht, heeft geen uitdeling plaats dan na reservering van het gedeelte dat overeenstemt met hun schuldvorderingen, zoals zij zijn aangegeven en bevestigd.
Art.78. S'il y a des créanciers dont les créances déclarées et affirmées dans le délai prescrit ont donné lieu à des contestations non encore définitivement jugées, il n'est procédé à aucune répartition qu'après la mise en réserve de la part correspondant à leurs créances telles qu'elles ont été déclarées ou affirmées.
Art.79. Wanneer de vereffening van het faillissement beëindigd is, worden de schuldeisers en de gefailleerde bijeengeroepen door de curators, op bevel van de rechter-commissaris gewezen na inzage van de rekeningen van de curators. De vereenvoudigde rekening van de curators, die het totale bedrag van het actief, de kosten en het ereloon van de curators, de boedelschulden en de verdeling tussen de verschillende categorieën van schuldeisers vermeldt, wordt bij deze oproeping gevoegd.
Op die vergadering wordt de rekening besproken en afgesloten. (De schuldeisers geven in voorkomend geval hun advies over de verschoonbaarheid van de gefailleerde natuurlijke persoon.) <W 2002-09-04/38, art. 26, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Het saldo van de rekening dient voor de laatste uitdeling. Indien er een overschot is, komt dit rechtens toe aan de gefailleerde.
Op die vergadering wordt de rekening besproken en afgesloten. (De schuldeisers geven in voorkomend geval hun advies over de verschoonbaarheid van de gefailleerde natuurlijke persoon.) <W 2002-09-04/38, art. 26, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Het saldo van de rekening dient voor de laatste uitdeling. Indien er een overschot is, komt dit rechtens toe aan de gefailleerde.
Art.79. Lorsque la liquidation de la faillite est terminée, le failli et les créanciers sont convoqués par les curateurs, sur ordonnance du juge-commissaire, rendue au vu des comptes des curateurs. Le compte simplifié des curateurs reprenant le montant de l'actif, les frais et honoraires des curateurs, les dettes de la masse et la répartition aux différentes catégories de créanciers, est joint à cette convocation.
Dans cette assemblée, le compte est débattu et arrêté. (Les créanciers donnent, le cas échéant, leur avis sur l'excusabilité de la personne physique faillie.) <L 2002-09-04/38, art. 26, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Le reliquat du compte fait l'objet de dernière répartition. Lorsque le compte définitif présente un solde positif, celui-ci revient de droit au failli.
Dans cette assemblée, le compte est débattu et arrêté. (Les créanciers donnent, le cas échéant, leur avis sur l'excusabilité de la personne physique faillie.) <L 2002-09-04/38, art. 26, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Le reliquat du compte fait l'objet de dernière répartition. Lorsque le compte définitif présente un solde positif, celui-ci revient de droit au failli.
Art.80. Nadat de rechtbank in voorkomend geval de betwistingen betreffende de rekening heeft beslecht en de rekening zo nodig heeft verbeterd, beveelt zij, op verslag van de rechter-commissaris, (nadat de gefailleerde (, de personen die de verklaring bedoeld in artikel 72ter aflegden en de schuldeisers beoogd in artikel 63, tweede lid, behoorlijk zijn opgeroepen) met een gerechtsbrief die de tekst van dit artikel bevat,) de sluiting van het faillissement. (Binnen een maand na het vonnis dat de sluiting van het faillissement beveelt, zenden de curators een kopie van de verbeterde vereenvoudigde rekening samen met een overzicht van de bedragen die effectief werden uitgekeerd aan de verschillende schuldeisers, over aan de administratie van de BTW en de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit.) <W 2002-09-04/38, art. 27, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002> <W 2005-04-07/33, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 30-04-2005> <W 2005-07-20/32, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 07-08-2005>
(De rechter-commissaris doet aan de rechtbank in raadkamer mededeling van de beraadslaging van de schuldeisers over de verschoonbaarheid van de gefailleerde en brengt verslag uit over de omstandigheden van het faillissement. De curator en de gefailleerde worden in raadkamer gehoord over de verschoonbaarheid en over de sluiting van het faillissement. Behalve in geval van gewichtige omstandigheden, met bijzondere redenen omkleed, spreekt de rechtbank de verschoonbaarheid uit van de ongelukkige gefailleerde die te goeder trouw handelt. De beslissing over de verschoonbaarheid is vatbaar voor derdenverzet bij wijze van een dagvaarding die de individuele schuldeisers binnen een maand te rekenen van de bekendmaking van het vonnis tot sluiting van het faillissement ervan aan de curator en aan de gefailleerde kunnen doen. Van het vonnis dat de sluiting van het faillissement gelast, wordt door toedoen van de griffier aan de gefailleerde kennis gegeven.) <W 2002-09-04/38, art. 27, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
(De gefailleerde, de personen die de verklaring bedoeld in artikel 72ter aflegden en de schuldeisers bedoeld in artikel 63, tweede lid, worden in de raadkamer gehoord over de bevrijding. Tenzij hij zijn onvermogen frauduleus organiseerde, bevrijdt de rechtbank geheel of gedeeltelijk elke natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker stelde voor de gefailleerde, wanneer zij vaststelt dat diens verbintenis niet in verhouding met zijn inkomsten en met zijn patrimonium is.
Indien er meer dan 12 maanden zijn verlopen sedert de verklaring bedoeld in artikel 72ter, legt de persoon die deze verklaring aflegde bij de griffie van de [1 ondernemingsrechtbank]1 een kopie neer van zijn meest recente aangifte in de personenbelasting, een bijgewerkte opgave van de activa en passiva die zijn patrimonium vormen en elk ander stuk dat van aard is om precies de staat weer te geven van zijn bestaansmiddelen en lasten.
De gefailleerde kan vanaf zes maanden na de datum van het vonnis van faillietverklaring de rechtbank verzoeken om uitspraak te doen over de verschoonbaarheid. Er wordt gehandeld zoals bepaald in het tweede lid.
De schuldeisers bedoeld in artikel 63, tweede lid, en de personen die de verklaring bedoeld in artikel 72ter aflegden, kunnen vanaf zes maanden na de datum van het vonnis van faillietverklaring de rechtbank verzoeken om uitspraak te doen over de bevrijding van deze laatsten. Er wordt gehandeld zoals bepaald in het derde en vierde lid.) <W 2005-07-20/32, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 07-08-2005>
De rechtbank kan beslissen dat het vonnis waarbij de sluiting van het faillissement wordt bevolen, bij uittreksel wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het vonnis moet bekendgemaakt worden wanneer de rechtbank de gefailleerde verschoonbaar verklaart.
De sluiting van het faillissement maakt een einde aan de opdracht van de curators, behalve wat de uitvoering van de sluiting betreft, en houdt een algemene kwijting in.
(De rechter-commissaris doet aan de rechtbank in raadkamer mededeling van de beraadslaging van de schuldeisers over de verschoonbaarheid van de gefailleerde en brengt verslag uit over de omstandigheden van het faillissement. De curator en de gefailleerde worden in raadkamer gehoord over de verschoonbaarheid en over de sluiting van het faillissement. Behalve in geval van gewichtige omstandigheden, met bijzondere redenen omkleed, spreekt de rechtbank de verschoonbaarheid uit van de ongelukkige gefailleerde die te goeder trouw handelt. De beslissing over de verschoonbaarheid is vatbaar voor derdenverzet bij wijze van een dagvaarding die de individuele schuldeisers binnen een maand te rekenen van de bekendmaking van het vonnis tot sluiting van het faillissement ervan aan de curator en aan de gefailleerde kunnen doen. Van het vonnis dat de sluiting van het faillissement gelast, wordt door toedoen van de griffier aan de gefailleerde kennis gegeven.) <W 2002-09-04/38, art. 27, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
(De gefailleerde, de personen die de verklaring bedoeld in artikel 72ter aflegden en de schuldeisers bedoeld in artikel 63, tweede lid, worden in de raadkamer gehoord over de bevrijding. Tenzij hij zijn onvermogen frauduleus organiseerde, bevrijdt de rechtbank geheel of gedeeltelijk elke natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker stelde voor de gefailleerde, wanneer zij vaststelt dat diens verbintenis niet in verhouding met zijn inkomsten en met zijn patrimonium is.
Indien er meer dan 12 maanden zijn verlopen sedert de verklaring bedoeld in artikel 72ter, legt de persoon die deze verklaring aflegde bij de griffie van de [1 ondernemingsrechtbank]1 een kopie neer van zijn meest recente aangifte in de personenbelasting, een bijgewerkte opgave van de activa en passiva die zijn patrimonium vormen en elk ander stuk dat van aard is om precies de staat weer te geven van zijn bestaansmiddelen en lasten.
De gefailleerde kan vanaf zes maanden na de datum van het vonnis van faillietverklaring de rechtbank verzoeken om uitspraak te doen over de verschoonbaarheid. Er wordt gehandeld zoals bepaald in het tweede lid.
De schuldeisers bedoeld in artikel 63, tweede lid, en de personen die de verklaring bedoeld in artikel 72ter aflegden, kunnen vanaf zes maanden na de datum van het vonnis van faillietverklaring de rechtbank verzoeken om uitspraak te doen over de bevrijding van deze laatsten. Er wordt gehandeld zoals bepaald in het derde en vierde lid.) <W 2005-07-20/32, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 07-08-2005>
De rechtbank kan beslissen dat het vonnis waarbij de sluiting van het faillissement wordt bevolen, bij uittreksel wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het vonnis moet bekendgemaakt worden wanneer de rechtbank de gefailleerde verschoonbaar verklaart.
De sluiting van het faillissement maakt een einde aan de opdracht van de curators, behalve wat de uitvoering van de sluiting betreft, en houdt een algemene kwijting in.
Modifications
Art.80. Sur le rapport du juge-commissaire (, le failli (, les personnes qui ont fait la déclaration visée à l'article 72ter et les créanciers visés à l'article 63, alinéa 2, dûment appelés) par pli judiciaire contenant le texte du présent article), le tribunal ordonne la clôture de la faillite, après avoir tranché le cas échéant les contestations relatives au compte et redressé celui-ci s'il y a lieu. (Dans le mois du jugement ordonnant la clôture de la faillite, les curateurs transmettent à l'administration de la T.V.A. et à l'administration centrale de la fiscalité des entreprises et des revenus une copie du compte simplifié corrigé ainsi qu'un relevé des sommes qui ont été effectivement versées aux divers créanciers.) <L 2002-09-04/38, art. 27, 003; En vigueur : 01-10-2002> <L 2005-04-07/33, art. 5, 007; En vigueur : 30-04-2005> <L 2005-07-20/32, art. 7, 009; En vigueur : 07-08-2005>
(Le juge-commissaire présente au tribunal, en chambre du conseil, la délibération des créanciers relative à l'excusabilite du failli, et un rapport sur les circonstances de la faillite. Le curateur et le failli sont entendus en chambre du conseil sur l'excusabilité et sur la clôture de la faillite. Sauf circonstances graves spécialement motivées, le tribunal prononce l'excusabilité du failli malheureux et de bonne foi. La décision sur l'excusabilité est susceptible de tierce-opposition par citation donnée au curateur et au failli de la part des créanciers individuellement dans le mois à compter de la publication du jugement de clôture de la faillite. Le jugement ordonnant la clôture de la faillite est notifié au failli par les soins du greffier.) <L 2002-09-04/38, art. 27, 003; En vigueur : 01-10-2002>
(Le failli, les personnes qui ont fait la déclaration visée à l'article 72ter et les créanciers visés à l'article 63, alinéa 2, sont entendus en chambre du conseil sur la décharge. Sauf lorsqu'elle a frauduleusement organisé son insolvabilité, le tribunal décharge en tout ou en partie la personne physique qui, à titre gratuit, s'est constituée sûreté personnelle du failli lorsqu'il constate que son obligation est disproportionnée à ses revenus et à son patrimoine.
Si plus de 12 mois se sont écoulés depuis la déclaration visée à l'article 72ter, la personne qui a effectué celle-ci dépose au greffe du [1 tribunal de l'entreprise]1 une copie de sa plus récente déclaration à l'impôt des personnes physiques, un relevé à jour des éléments actifs et passifs qui composent son patrimoine et toute autre pièce de nature à établir avec précision l'état de ses ressources et les charges qui sont siennes.
Six mois après la date du jugement déclaratif de faillite, le failli peut demander au tribunal de statuer sur l'excusabilité. Il est procédé comme prévu à l'alinéa 2.
Les créanciers visés à l'article 63, alinéa 2, et les personnes qui ont fait la déclaration visée à l'article 72ter, peuvent, six mois après la date du jugement déclaratif de faillite, demander au tribunal de statuer sur la décharge de ces dernières. Il est procédé comme prévu aux alinéas 3 et 4.) <L 2005-07-20/32, art. 7, 009; En vigueur : 07-08-2005>
Le tribunal peut décider que le jugement ordonnant la clôture de la faillite sera publié par extrait au Moniteur belge. Ce jugement doit être publié lorsque le tribunal déclare le failli excusable.
Sauf pour ce qui concerne son exécution, la clôture de la faillite met fin aux fonctions des curateurs; elle emporte décharge générale.
(Le juge-commissaire présente au tribunal, en chambre du conseil, la délibération des créanciers relative à l'excusabilite du failli, et un rapport sur les circonstances de la faillite. Le curateur et le failli sont entendus en chambre du conseil sur l'excusabilité et sur la clôture de la faillite. Sauf circonstances graves spécialement motivées, le tribunal prononce l'excusabilité du failli malheureux et de bonne foi. La décision sur l'excusabilité est susceptible de tierce-opposition par citation donnée au curateur et au failli de la part des créanciers individuellement dans le mois à compter de la publication du jugement de clôture de la faillite. Le jugement ordonnant la clôture de la faillite est notifié au failli par les soins du greffier.) <L 2002-09-04/38, art. 27, 003; En vigueur : 01-10-2002>
(Le failli, les personnes qui ont fait la déclaration visée à l'article 72ter et les créanciers visés à l'article 63, alinéa 2, sont entendus en chambre du conseil sur la décharge. Sauf lorsqu'elle a frauduleusement organisé son insolvabilité, le tribunal décharge en tout ou en partie la personne physique qui, à titre gratuit, s'est constituée sûreté personnelle du failli lorsqu'il constate que son obligation est disproportionnée à ses revenus et à son patrimoine.
Si plus de 12 mois se sont écoulés depuis la déclaration visée à l'article 72ter, la personne qui a effectué celle-ci dépose au greffe du [1 tribunal de l'entreprise]1 une copie de sa plus récente déclaration à l'impôt des personnes physiques, un relevé à jour des éléments actifs et passifs qui composent son patrimoine et toute autre pièce de nature à établir avec précision l'état de ses ressources et les charges qui sont siennes.
Six mois après la date du jugement déclaratif de faillite, le failli peut demander au tribunal de statuer sur l'excusabilité. Il est procédé comme prévu à l'alinéa 2.
Les créanciers visés à l'article 63, alinéa 2, et les personnes qui ont fait la déclaration visée à l'article 72ter, peuvent, six mois après la date du jugement déclaratif de faillite, demander au tribunal de statuer sur la décharge de ces dernières. Il est procédé comme prévu aux alinéas 3 et 4.) <L 2005-07-20/32, art. 7, 009; En vigueur : 07-08-2005>
Le tribunal peut décider que le jugement ordonnant la clôture de la faillite sera publié par extrait au Moniteur belge. Ce jugement doit être publié lorsque le tribunal déclare le failli excusable.
Sauf pour ce qui concerne son exécution, la clôture de la faillite met fin aux fonctions des curateurs; elle emporte décharge générale.
Modifications
Art.81. <W 2005-07-20/32, art. 8, 009; Inwerkingtreding : 07-08-2005> De gefailleerde rechtspersoon kan niet verschoonbaar worden verklaard.
Art.81. <L 2005-07-20/32, art. 8, 009; En vigueur : 07-08-2005> La personne morale faillie ne peut pas être déclarée excusable.
Art.82. <W 2002-09-04/38, art. 29, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002> (Indien de gefailleerde verschoonbaar wordt verklaard, kan hij niet meer vervolgd worden door zijn schuldeisers.) <W 2005-07-20/32, art. 9, 009; Inwerkingtreding : 07-08-2005>
(De echtgenoot van de gefailleerde die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld van zijn echtgenoot, of de voormalige echtgenoot die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld die zijn voormalige echtenoot tijdens de duur van het huwelijk was aangegaan, wordt ingevolge de verschoonbaarheid van die verplichting bevrijd.) <W 2008-07-18/53, art. 2, 014; Inwerkingtreding : 28-08-2008>
De verschoonbaarheid heeft noch gevolgen voor de onderhoudschulden, noch voor de schulden voortvloeiend uit de verplichting tot herstel van de schade verbonden aan het overlijden of aan de aantasting van de lichamelijke integriteit van een persoon waaraan de gefailleerde schuld heeft.
(NOTA : bij arrest nr 114/2004 van 30-06-2004 (B.St. 22-07-2004, p. 56928), heeft het Arbitragehof artikel 82, lid 1, vernietigd)
(De echtgenoot van de gefailleerde die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld van zijn echtgenoot, of de voormalige echtgenoot die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld die zijn voormalige echtenoot tijdens de duur van het huwelijk was aangegaan, wordt ingevolge de verschoonbaarheid van die verplichting bevrijd.) <W 2008-07-18/53, art. 2, 014; Inwerkingtreding : 28-08-2008>
De verschoonbaarheid heeft noch gevolgen voor de onderhoudschulden, noch voor de schulden voortvloeiend uit de verplichting tot herstel van de schade verbonden aan het overlijden of aan de aantasting van de lichamelijke integriteit van een persoon waaraan de gefailleerde schuld heeft.
(NOTA : bij arrest nr 114/2004 van 30-06-2004 (B.St. 22-07-2004, p. 56928), heeft het Arbitragehof artikel 82, lid 1, vernietigd)
Art.82. <L 2002-09-04/38, art. 29, 003; En vigueur : 01-10-2002> (Si le failli est déclaré excusable, il ne peut plus être poursuivi par ses créanciers.) <L 2005-07-20/32, art. 9, 008; En vigueur : 07-08-2005>
(Le conjoint du failli qui est personnellement obligé à la dette de son époux ou l'ex-conjoint qui est personnellement obligé à la dette de son époux contractée du temps du mariage est libéré de cette obligation par l'effet de l'excusabilité.) <L 2008-07-18/53, art. 2, 014; En vigueur : 28-08-2008>
L'excusabilité est sans effet sur les dettes alimentaires du failli et celles qui résultent de l'obligation de réparer le dommage lié au décès ou à l'atteinte à l'intégrité physique d'une personne qu'il a causé par sa faute.
(NOTE : par son arrêt n° 114/2004 du 30-06-2004 (M.B. 22-07-2004, p. 56928), la Cour Constitutionnelle a annulé l'article 82, alinéa 1)
(Le conjoint du failli qui est personnellement obligé à la dette de son époux ou l'ex-conjoint qui est personnellement obligé à la dette de son époux contractée du temps du mariage est libéré de cette obligation par l'effet de l'excusabilité.) <L 2008-07-18/53, art. 2, 014; En vigueur : 28-08-2008>
L'excusabilité est sans effet sur les dettes alimentaires du failli et celles qui résultent de l'obligation de réparer le dommage lié au décès ou à l'atteinte à l'intégrité physique d'une personne qu'il a causé par sa faute.
(NOTE : par son arrêt n° 114/2004 du 30-06-2004 (M.B. 22-07-2004, p. 56928), la Cour Constitutionnelle a annulé l'article 82, alinéa 1)
Art.83. (De beslissing tot sluiting van de verrichtingen van het faillissement van de rechtspersoon ontbindt deze en brengt de onmiddellijke sluiting van zijn vereffening mee. Artikel 185 van het Wetboek van vennootschappen is van toepassing. De beslissing wordt door toedoen van de griffier bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Dat uittreksel vermeldt de naam, de voornaam en het adres van de personen die als vereffenaars worden beschouwd.) <W 2002-09-04/38, art. 30, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
De Koning kan de procedure tot het in consignatie geven van later opgedoken activa vaststellen, alsmede de bestemming van deze activa bij nieuw opgedoken passiva. (Hij kan tevens de bestemming van onverkochte activa die overblijven na de sluiting vaststellen.) <W 2002-09-04/38, art. 30, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
De Koning kan de procedure tot het in consignatie geven van later opgedoken activa vaststellen, alsmede de bestemming van deze activa bij nieuw opgedoken passiva. (Hij kan tevens de bestemming van onverkochte activa die overblijven na de sluiting vaststellen.) <W 2002-09-04/38, art. 30, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Art.83. (La décision de clôture des opérations de la faillite d'une personne morale la dissout et emporte clôture immédiate de sa liquidation. L'article 185 du Code des sociétés est applicable. La décision est publiée, à la diligence du greffier, par extrait au Moniteur belge. Cet extrait contiendra les nom, prénom et adresse des personnes considérées comme liquidateurs.) <L 2002-09-04/38, art. 30, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Le Roi peut déterminer la procédure de consignation des actifs qui apparaîtraient ultérieurement et le sort de ces actifs en cas d'apparition de nouveaux passifs. (Il peut également déterminer le sort des actifs invendus subsistant à la clôture.) <L 2002-09-04/38, art. 30, 003; En vigueur : 01-10-2002>
Le Roi peut déterminer la procédure de consignation des actifs qui apparaîtraient ultérieurement et le sort de ces actifs en cas d'apparition de nouveaux passifs. (Il peut également déterminer le sort des actifs invendus subsistant à la clôture.) <L 2002-09-04/38, art. 30, 003; En vigueur : 01-10-2002>
HOOFDSTUK VII. - Soorten schuldeisers en hun rechten.
CHAPITRE VII. - Des différentes espèces de créancier et de leurs droits.
Afdeling I. - Medeschuldenaars en borgen.
Section I. - Des coobligés et des cautions.
Art.84. De houder van schuldverbintenissen die door de gefailleerde en insgelijks gefailleerde medeschuldenaars hoofdelijk zijn aangegaan, geëndosseerd of gewaarborgd, komt in aanmerking voor de uitdelingen in elke boedel en komt daarin op voor de nominale waarde van zijn schuldvordering, totdat hij volledig is betaald.
Art.84. Le créancier porteur d'engagements souscrits, endossés ou garantis solidairement par le failli et d'autres coobligés qui sont en faillite, participe aux distributions dans toutes les masses, et y figure pour la valeur nominale de son titre jusqu'à entier paiement.
Art.85. Voor de faillissementen van medeschuldenaars bestaat geen onderling verhaal uit hoofde van betaalde percenten, behalve wanneer de percenten uit die boedels meer bedragen dan de schuldvordering in hoofdsom en toebehoren; in dat geval komt het meerdere, naar de orde der verbintenissen, toe aan die schuldenaars voor wie de andere borg staan.
Art.85. Aucun recours, pour raison des dividendes payés, n'est ouvert aux faillites des coobliges les unes contre les autres, si ce n'est lorsque la réunion des dividendes que donneraient ces faillites excéderait le montant de la créance en principal et accessoires, auquel cas cet excédent est dévolu, suivant l'ordre des engagements, à ceux des obligés qui auraient les autres pour garants.
Art.86. Wanneer de houder van schuldverbintenissen die door de gefailleerde met andere medeschuldenaars hoofdelijk zijn aangegaan of waarvoor een borg is gesteld, voor het faillissement een voorschot op zijn schuldvordering ontvangen heeft, wordt deze in de boedel slechts opgenomen onder aftrek van dit voorschot en behoudt hij voor het nog verschuldigde bedrag zijn rechten tegen de medeschuldenaars of de borg.
Art.86. Si le créancier porteur d'engagements solidaires entre le failli et d'autres coobligés, ou garantis par une caution, a reçu, avant la faillite, un acompte sur sa créance, il n'est compris dans la masse que sous la déduction de cet acompte, et conserve, pour ce qui reste dû, ses droits contre les coobligés ou la caution.
Art.87. De medeschuldenaar of de borg die gedeeltelijke betaling gedaan heeft, komt in het faillissement op voor alles wat hij tot ontlasting van de gefailleerde betaald heeft.
Art.87. Le coobligé ou la caution qui a fait le paiement partiel est compris dans la masse pour toute ce qu'il a payé à la décharge du failli.
Afdeling II. - Pandhoudende schuldeisers en schuldeisers op roerende goederen bevoorrecht.
Section II. - Des créanciers nantis de gage et des créanciers privilégiés sur les biens meubles.
Art.88. De curators kunnen, met machtiging van de rechter-commissaris, te allen tijde het pand ten bate van de failliete boedel inlossen door betaling van de schuld.
Art.88. Les curateurs peuvent, à toute époque, avec l'autorisation du juge-commissaire, retirer les gages, au profit de la faillite en remboursant la dette.
Art.89. Ingeval de curators het pand niet inlossen en de schuldeiser het verkoopt voor een prijs die de schuldvordering te boven gaat, wordt het meerdere door hen geïnd. Bedraagt de prijs minder dan de schuldvordering, dan treedt de pandhoudende schuldeiser voor het ontbrekende op als gewone schuldeiser in de boedel.
Art.89. Si le gage n'est pas retiré par les curateurs, et s'il est vendu par le créancier pour un prix qui excède la créance, le surplus est recouvré par lesdits curateurs. Si le prix est moindre que la créance, le créancier nanti vient à contribution pour le surplus dans la masse comme créancier ordinaire.
Art.90. Voor de werknemers bedoeld in artikel 1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, worden het loon, zoals bepaald in artikel 2, eerste lid, van die wet, en de in het loon begrepen vergoedingen die aan dezelfde personen verschuldigd zijn wegens beëindiging van hun dienstbetrekking, ongeacht of die beëindiging voor of na de faillietverklaring plaatsheeft, onder de bevoorrechte schuldvorderingen opgenomen met dezelfde rang en ten belope van dezelfde bedragen als het voorrecht dat aan dezelfde personen wordt toegekend bij artikel 19, 3°bis, van de hypotheekwet van 16 december 1851.
Art.90. Pour les travailleurs visés à l'article premier de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, la rémunération, telle qu'elle est définie à l'article 2, alinéa premier, de ladite loi et les indemnités comprises dans la rémunération et qui sont dues aux mêmes personnes pour cause de rupture de leur engagement, sont, sans égard au fait que la rupture ait eu lieu avant ou après la déclaration de faillite, admises au nombre de créances privilégiées au même rang et jusqu'à concurrence des mêmes montants que le privilège établi en faveur des mêmes personnes par l'article 19, 3°bis, de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851.
Afdeling III. - Rechten van hypothecaire schuldeisers en van op onroerende goederen bevoorrechte schuldeisers.
Section III. - Des droits des créanciers hypothécaires privilégiés sur les immeubles.
Art.91. Wanneer de prijs van de onroerende goederen vroeger dan of tegelijk met die van de roerende goederen verdeeld wordt, treden de bevoorrechte of de hypothecaire schuldeisers die niet geheel voldaan zijn uit de prijs van de onroerende goederen, naar evenredigheid van hetgeen hun nog verschuldigd is, samen met de gewone schuldeisers op ten aanzien van de gelden die aan de chirografaire boedel toekomen, mits hun schuldvorderingen bevestigd en geverifieerd zijn met inachtneming van de hierboven voorgeschreven vormen.
Art.91. Lorsque la distribution du prix des immeubles est faite antérieurement à celle du prix des biens meubles, ou simultanément, les créanciers privilégiés ou hypothécaires non remplis sur le prix des immeubles concourent à proportion de ce qui leur reste dû avec les créanciers chirographaires, sur les deniers dévolus à la masse chirographaire, pourvu toutefois que leurs créances aient été affirmées et vérifiées suivant les formes ci-dessus établies.
Art.92. Wanneer tot een of meer uitdelingen van gelden wordt overgegaan voordat de prijs van de onroerende goederen verdeeld is, nemen de op de onroerende goederen bevoorrechte en de hypothecaire schuldeisers daaraan deel naar evenredigheid van het volle bedrag van hun schuldvorderingen, onverminderd de afscheiding die hierna wordt omschreven.
Art.92. Si, avant la distribution du prix des immeubles, on procède à une ou plusieurs répartitions de deniers, les créanciers privilégiés sur les immeubles et les créanciers hypothécaires concourent à ces répartitions dans la proportion du montant total de leur créance, la distraction ainsi qu'il est dit ci-après.
Art.93. Na de verkoop van de onroerende goederen en de sluiting van de rangregeling onder de hypothecaire en de bevoorrechte schuldeisers, zullen degenen onder hen die ten aanzien van de prijs der onroerende goederen batig gerangschikt zijn voor het volle bedrag van hun schuldvordering, het bedrag dat hun als hypothecaire schuldeisers toegewezen is, slechts ontvangen onder aftrek van hetgeen zij uit de chirografaire boedel hebben verkregen.
De aldus afgetrokken bedragen blijven niet in de hypothecaire boedel, maar worden daarvan afgescheiden en keren terug naar de chirografaire boedel.
De aldus afgetrokken bedragen blijven niet in de hypothecaire boedel, maar worden daarvan afgescheiden en keren terug naar de chirografaire boedel.
Art.93. Après la vente des immeubles et le règlement de l'ordre entre les créanciers hypothécaires et privilégiés, ceux d'entre eux qui viennent en ordre utile sur le prix des immeubles, pour la totalité de leur créance, ne touchent le montant de leur collocation hypothécaire que sous la déduction des sommes par eux reçues dans la masse chirographaire.
Les sommes ainsi déduites ne restent point dans la masse hypothécaire, mais retournent a la masse chirographaire au profit de laquelle il en est fait distraction.
Les sommes ainsi déduites ne restent point dans la masse hypothécaire, mais retournent a la masse chirographaire au profit de laquelle il en est fait distraction.
Art.94. Ten aanzien van de hypothecaire schuldeisers die slechts voor een gedeelte batig gerangschikt zijn bij de verdeling van de prijs der onroerende goederen, wordt gehandeld zoals hierna is bepaald. Hun rechten in de chirografaire boedel worden definitief vastgesteld met inachtneming van het bedrag dat hun nog verschuldigd is na die rangschikking met betrekking tot de onroerende goederen, en wat zij bij de vroegere uitdeling meer ontvangen hebben, wordt afgetrokken van het bedrag dat hun als hypothecaire schuldeisers toegewezen is, en in de chirografaire boedel teruggestort.
Art.94. A l'égard des créanciers hypothécaires qui ne sont colloqués par partiellement dans la distribution du prix des immeubles, il est procédé comme suit. Leurs droits sur la masse chirographaire sont définitivement réglés d'après les sommes dont ils restent créanciers après cette collocation immobilière, et les deniers qu'ils ont touchés au-delà de cette proportion, dans la distribution antérieure, leur sont retenus sur le montant de leur collocation hypothécaire, et réservés dans la masse chirographaire.
Art.95. De hypothecaire schuldeisers die niet batig gerangschikt zijn, worden als gewone schuldeisers beschouwd en als zodanig behandeld met betrekking tot de gevolgen van alle verrichtingen in verband met de chirografaire boedel.
Art.95. Les créanciers hypothécaires qui ne viennent pas en ordre utile sont considérés comme chirographaires et soumis comme tels aux effets de toutes les opérations de la masse chirographaire.
Afdeling IV. - Gevolgen van het faillissement van de ene echtgenoot ten opzichte van de andere.
Section IV. - Des effets de la faillite d'un des époux à l'égard de son conjoint.
Art.96. De curators kunnen de roerende en onroerende goederen uit het eigen vermogen van een gefailleerde echtgenoot zowel als uit hun gemeenschappelijk vermogen verkopen zonder de voorafgaande toestemming van de andere echtgenoot of de rechterlijke machtiging, voorgeschreven bij de artikelen 215, § 1, 1418 en 1420 van het Burgerlijk Wetboek.
Art.96. Le consentement préalable du conjoint d'un époux failli ou l'autorisation de justice prévus par les articles 215, § 1er, 1418 et 1420 du Code civil, ne doivent pas être obtenus par le curateurs pour la vente des biens meubles et immeubles dépendant tant du patrimoine propre de l'époux failli que du patrimoine commun.
Art.97. Indien het huwelijksvermogensstelsel van de echtgenoten wordt ontbonden na de faillietverklaring en voor de sluiting van het faillissement, kunnen noch de echtgenoot van de gefailleerde, noch de curators aanspraak maken op de voordelen die in het huwelijkscontract zijn bepaald.
Art.97. Si, après déclaration de faillite et avant clôture de celle-ci, intervient la dissolution du régime matrimonial des époux, ni le conjoint du failli, ni les curateurs ne peuvent se prévaloir des avantages déterminés dans le contrat de mariage.
Art.98. De gemeenschappelijke schulden die de gefailleerde bij de uitoefening van zijn beroep heeft gemaakt en die niet voldaan zijn door de vereffening van het faillissement, kunnen niet worden verhaald op het eigen vermogen van de echtgenoot van de gefailleerde.
Art.98. Le paiement des dettes communes contractée par le failli dans l'exercice de sa profession et qui ne sont point réglées par la liquidation de la faillite, ne peut être poursuivi sur le patrimoine propre du conjoint du failli.
Afdeling V. [1 - Gevolgen van het faillissement op de aansprakelijkheid van derden voor de financiering van een nieuwe activiteit]1
Section V. [1 - Effets de la faillite sur la responsabilité des tiers pour le financement d'une nouvelle activité]1
Art. 98bis. [1 Het faillissement van een natuurlijke persoon of van een rechtspersoon kan op zich alleen geen grond zijn voor een aansprakelijkheidsvordering gericht tegen een kredietgever of een investeerder die krediet geeft voor of investeert in een nieuwe activiteit gevoerd door de gefailleerde of door een bestuurder, zaakvoerder of leider van de failliete vennootschap, ongeacht de vorm waarin deze nieuwe activiteit wordt uitgeoefend.]1
Art. 98bis. [1 La faillite d'une personne physique ou d'une personne morale ne peut constituer à elle seule le fondement d'une action en responsabilité dirigée contre un donneur du crédit ou un investisseur qui a donné du crédit pour ou a investi dans une nouvelle activité déployée par le failli ou par un administrateur, gérant ou dirigeant de la société faillie, quelle que soit la forme sous laquelle cette nouvelle activité est exercée.]1
Modifications
HOOFDSTUK VIII. - Uitdeling aan schuldeisers.
CHAPITRE VIII. - Des répartitions aux créanciers.
Art.99. Het bedrag van het actief van de gefailleerde wordt onder de schuldeisers verdeeld naar evenredigheid van hun vorderingen en na aftrek van de kosten en uitgaven voor het beheer van de failliete boedel, van de uitkeringen tot levensonderhoud aan de gefailleerde en zijn gezin en van hetgeen aan de bevoorrechte schuldeisers betaald is.
Art.99. Le montant de l'actif du failli, déduction faite des frais et depens de l'administration de la faillite, des secours qui auraient été accordés au failli et à sa famille et des sommes payées aux créanciers privilégiés, est réparti entre tous les créanciers, au marc le franc de leurs créances.
HOOFDSTUK IX. - Verkoop van de onroerende goederen van de gefailleerde.
CHAPITRE IX. - De la vente des immeubles du failli.
Art.100. Indien er geen vervolgingen tot uitwinning van de onroerende goederen zijn begonnen voor de uitspraak van het faillietverklarend vonnis, kunnen alleen de curators tot de verkoop overgaan. De rechter-commissaris beveelt de verkoop op verzoek van de curators of van een hypothecaire schuldeiser. De vormen voorgeschreven in de artikelen 1190 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek worden in acht genomen.
De voorgaande bepalingen vinden geen toepassing op de eerst ingeschreven hypothecaire schuldeiser die na (de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie) van de schuldvorderingen het bezwaarde goed kan doen verkopen overeenkomstig de artikelen 1560 tot 1626 van het Gerechtelijk Wetboek. Wanneer het belang van de boedel het vereist en op voorwaarde dat een tegeldemaking van het bezwaarde goed kan worden verwacht die de hypothecaire schuldeisers niet benadeelt, kan de rechtbank evenwel op verzoekschrift van de curators, na de eerst ingeschreven hypothecaire schuldeiser bij gerechtsbrief te hebben opgeroepen, de schorsing van de tenuitvoerlegging bevelen voor een maximumtermijn van een jaar te rekenen van de faillietverklaring. <W 2005-12-06/46, art. 4, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Indien onroerende goederen toebehoren aan de van goederen gescheiden gefailleerde en zijn echtgenote of echtgenoot, kan de [2 ondernemingsrechtbank]2 de verkoop van deze onverdeelde goederen bevelen, met inachtneming van de rechten van de andere echtgenoot, en nadat deze behoorlijk is opgeroepen. De verkoping kan in dat geval plaatshebben op verzoek van de curators alleen.
Is het onroerend beslag [1 op het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie]1 overgeschreven, dan kunnen de curators dat te allen tijde stuiten door, met machtiging van de [2 ondernemingsrechtbank]2, na oproeping van de gefailleerde, de in beslag genomen onroerende goederen, met inachtneming van dezelfde vormen, te doen verkopen. In dat geval doen zij ten minste acht dagen vooraf, plaats, dag en uur van de verkoping betekenen aan de vervolgende schuldeiser en aan de gefailleerde. Zodanige betekening wordt binnen dezelfde termijn aan alle ingeschreven schuldeisers gedaan aan de woonplaats die zij in het inschrijvingsborderel hebben gekozen.
De voorgaande bepalingen vinden geen toepassing op de eerst ingeschreven hypothecaire schuldeiser die na (de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie) van de schuldvorderingen het bezwaarde goed kan doen verkopen overeenkomstig de artikelen 1560 tot 1626 van het Gerechtelijk Wetboek. Wanneer het belang van de boedel het vereist en op voorwaarde dat een tegeldemaking van het bezwaarde goed kan worden verwacht die de hypothecaire schuldeisers niet benadeelt, kan de rechtbank evenwel op verzoekschrift van de curators, na de eerst ingeschreven hypothecaire schuldeiser bij gerechtsbrief te hebben opgeroepen, de schorsing van de tenuitvoerlegging bevelen voor een maximumtermijn van een jaar te rekenen van de faillietverklaring. <W 2005-12-06/46, art. 4, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Indien onroerende goederen toebehoren aan de van goederen gescheiden gefailleerde en zijn echtgenote of echtgenoot, kan de [2 ondernemingsrechtbank]2 de verkoop van deze onverdeelde goederen bevelen, met inachtneming van de rechten van de andere echtgenoot, en nadat deze behoorlijk is opgeroepen. De verkoping kan in dat geval plaatshebben op verzoek van de curators alleen.
Is het onroerend beslag [1 op het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie]1 overgeschreven, dan kunnen de curators dat te allen tijde stuiten door, met machtiging van de [2 ondernemingsrechtbank]2, na oproeping van de gefailleerde, de in beslag genomen onroerende goederen, met inachtneming van dezelfde vormen, te doen verkopen. In dat geval doen zij ten minste acht dagen vooraf, plaats, dag en uur van de verkoping betekenen aan de vervolgende schuldeiser en aan de gefailleerde. Zodanige betekening wordt binnen dezelfde termijn aan alle ingeschreven schuldeisers gedaan aan de woonplaats die zij in het inschrijvingsborderel hebben gekozen.
Art.100. S'il n'y a pas de poursuites en expropriation des immeubles, commencées avant le prononcé du jugement déclaratif de faillite, les curateurs seuls sont admis à réaliser la vente. Le juge-commissaire ordonne la vente à la requête des curateurs ou d'un créancier hypothécaire. Les formes prescrites par les articles 1190 et suivants du Code judiciaire sont suivies.
Les dispositions qui précèdent ne sont pas applicables au créancier hypothécaire premier inscrit qui peut, après (le dépôt du premier procès-verbal de vérification) des créances, faire vendre le bien hypothéqué, conformément aux dispositions des articles 1560 à 1626 du Code judiciaire. Néanmoins, si l'intérêt de la masse l'exige et à condition qu'une réalisation du bien hypothéqué puisse être attendue qui ne désavantage pas les créanciers hypothécaires, le tribunal peut, sur requête des curateurs et après avoir convoqué par pli judiciaire le créancier hypothécaire premier inscrit, ordonner la suspension d'exécution pour une période maximum d'un an à compter de la déclaration de faillite. <L 2005-12-06/46, art. 4, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Si des immeubles appartiennent au failli séparé des biens et à son conjoint, le [2 tribunal de l'entreprise]2 peut ordonner la vente de ces biens indivis, dans le respect des droits de l'autre époux, dûment appelé. La vente peut dans ce cas se faire à la requête des curateurs seuls.
Si la transcription [1 au bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale]1 de la saisie immobilière a eu lieu, les curateurs peuvent toujours en arrêter les effets, en procédant dans les mêmes formes, avec l'autorisation du [2 tribunal de l'entreprise]2, le failli appelé, à la vente des immeubles saisis. Ils font dans ce cas notifier au créancier poursuivant et au failli, huit jours au moins avant la vente, les lieu, jour et heures auxquels il y sera procédé. Semblable signification est faite dans le même délai à tous les créancier inscrits en leur domicile élu dans le bordereau d'inscription.
Les dispositions qui précèdent ne sont pas applicables au créancier hypothécaire premier inscrit qui peut, après (le dépôt du premier procès-verbal de vérification) des créances, faire vendre le bien hypothéqué, conformément aux dispositions des articles 1560 à 1626 du Code judiciaire. Néanmoins, si l'intérêt de la masse l'exige et à condition qu'une réalisation du bien hypothéqué puisse être attendue qui ne désavantage pas les créanciers hypothécaires, le tribunal peut, sur requête des curateurs et après avoir convoqué par pli judiciaire le créancier hypothécaire premier inscrit, ordonner la suspension d'exécution pour une période maximum d'un an à compter de la déclaration de faillite. <L 2005-12-06/46, art. 4, 011; En vigueur : 01-01-2006>
Si des immeubles appartiennent au failli séparé des biens et à son conjoint, le [2 tribunal de l'entreprise]2 peut ordonner la vente de ces biens indivis, dans le respect des droits de l'autre époux, dûment appelé. La vente peut dans ce cas se faire à la requête des curateurs seuls.
Si la transcription [1 au bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale]1 de la saisie immobilière a eu lieu, les curateurs peuvent toujours en arrêter les effets, en procédant dans les mêmes formes, avec l'autorisation du [2 tribunal de l'entreprise]2, le failli appelé, à la vente des immeubles saisis. Ils font dans ce cas notifier au créancier poursuivant et au failli, huit jours au moins avant la vente, les lieu, jour et heures auxquels il y sera procédé. Semblable signification est faite dans le même délai à tous les créancier inscrits en leur domicile élu dans le bordereau d'inscription.
HOOFDSTUK X. - Terugvordering.
CHAPITRE X. - De la revendication.
Art.102. In geval van faillissement kan de eigenaar van nog niet betaald handels- en ander papier dat zich in natura in de portefeuille van de gefailleerde bevindt op de dag van het vonnis van faillietverklaring, dat papier terugvorderen wanneer hij het afgegeven heeft alleen met last om het te innen en het bedrag ervan te zijner beschikking te houden, of het speciaal bestemd heeft voor bepaalde betalingen.
Art.102. Peuvent être revendiquées en cas de faillite, les remises en effets de commerce ou autres titres non encore payes, et qui se trouvent en nature dans le portefeuille du failli à la date du jugement déclaratif de la faillite, lorsque ces remises ont été faites par le propriétaire avec simple mandat d'en faire le recouvrement et d'en garder la valeur à sa disposition, ou lorsqu'elles ont été de sa part spécialement affectées à des paiements déterminés.
Art.103. De koopwaren aan de gefailleerde in bewaring gegeven of in consignatie gegeven om te worden verkocht voor rekening van de afzender, kunnen eveneens worden teruggevorderd, zolang zij geheel of gedeeltelijk in natura aanwezig zijn.
Zelfs de prijs van die koopwaren kan worden teruggevorderd in zover hij niet is betaald, noch in waardepapier voldaan, noch in rekening-courant tussen de gefailleerde en de koper verrekend.
Zelfs de prijs van die koopwaren kan worden teruggevorderd in zover hij niet is betaald, noch in waardepapier voldaan, noch in rekening-courant tussen de gefailleerde en de koper verrekend.
Art.103. Peuvent être également revendiquées, aussi longtemps qu'elles existent en nature, en tout ou en partie, les marchandises consignées au failli à titre de dépôt ou pour être vendues pour le compte de l'envoyeur.
Peut même être revendiqué le prix ou la partie du prix desdites marchandises, qui n'a été ni payé ni réglé en valeur, ni compensé en compte courant entre le failli et l'acheteur.
Peut même être revendiqué le prix ou la partie du prix desdites marchandises, qui n'a été ni payé ni réglé en valeur, ni compensé en compte courant entre le failli et l'acheteur.
Art.104. De aan de gefailleerde gezonden koopwaren kunnen ook worden teruggevorderd, zolang de overgave niet is geschied in zijn magazijnen of in die van de commissionair die gelast is ze te verkopen voor rekening van de gefailleerde.
De terugvordering is nochtans niet ontvankelijk wanneer de koopwaren, voor hun aankomst, zonder bedrog verkocht zijn op cognossementen of op door de afzender getekende facturen en vrachtbrieven.
De terugvordering geschiedt met inachtneming van de rechten van de pandhoudende schuldeiser die in het bezit van de koopwaren is gesteld door een cognossement of een vrachtbrief.
De terugvordering is nochtans niet ontvankelijk wanneer de koopwaren, voor hun aankomst, zonder bedrog verkocht zijn op cognossementen of op door de afzender getekende facturen en vrachtbrieven.
De terugvordering geschiedt met inachtneming van de rechten van de pandhoudende schuldeiser die in het bezit van de koopwaren is gesteld door een cognossement of een vrachtbrief.
Art.104. Peuvent aussi être revendiquées les marchandises expédiées au failli, tant que la tradition n'en a point été effectuée dans ses magasins, ou dans ceux du commissionnaire chargé de les vendre pour le compte du failli.
Néanmoins, la revendication n'est pas recevable si, avant leur arrivée, les marchandises ont été vendues sans fraude, sur connaissements, ou sur factures et lettres de voiture signées par l'expéditeur.
Le revendiquant doit respecter les droits du créancier gagiste saisi par un connaissement ou une lettre de voiture.
Néanmoins, la revendication n'est pas recevable si, avant leur arrivée, les marchandises ont été vendues sans fraude, sur connaissements, ou sur factures et lettres de voiture signées par l'expéditeur.
Le revendiquant doit respecter les droits du créancier gagiste saisi par un connaissement ou une lettre de voiture.
Art.105. Hij die een zaak terugvordert, is verplicht voor de terugname in de boedel de door hem in mindering ontvangen bedragen, alsmede alle voorschotten gedaan voor vracht of vervoer, commissie, verzekering of andere kosten terug te geven, en de wegens dezelfde oorzaken verschuldigde bedragen te betalen.
Art.105. Le revendiquant est tenu de rembourser préalablement à la reprise à la masse les acomptes par lui reçus, ainsi que toutes avances faites pour fret ou voiture, commission, assurance ou autres frais, et de payer les sommes qui seraient dues pour mêmes causes.
Art.106. Verkochte koopwaren die nog niet zijn geleverd aan de gefailleerde of nog niet zijn verzonden aan de gefailleerde of voor diens rekening aan een derde, kunnen door de verkoper worden teruggehouden.
Art.106. Peuvent être retenues par le vendeur les marchandises par lui vendues qui ne sont pas délivrées au failli, ou qui n'ont pas encore été expédiées, soit à lui, soit à un tiers pour son compte.
Art.107. In het geval van de artikelen 104 en 106 kunnen de curators, met machtiging van de rechter-commissaris, levering van de koopwaren eisen tegen betaling van de prijs die tussen verkoper en gefailleerde bedongen is.
Art.107. Dans le cas prévu par les articles 104 et 106, et sous l'autorisation du juge-commissaire, les curateurs ont la faculté d'exiger la livraison des marchandises, en payant le prix convenu entre le vendeur et le failli.
Art.108. De curators kunnen met goedkeuring van de rechter-commissaris de verzoeken tot terugvordering van koopwaren, handels- en andere papieren of andere goederen inwilligen.
Indien het belang van de boedel het vereist kunnen de curators evenwel, met de toestemming van de rechter-commissaris, de terugvordering bepaald in artikel 101 afwijzen na betaling van de prijs die tussen verkoper en de gefailleerde is bedongen, met uitsluiting van interesten en strafbedingen, die in voorkomend geval schulden in de boedel blijven.
Indien er een geschil ontstaat, doet de rechtbank op verzoek van de belanghebbenden uitspraak, op verslag van de rechter-commissaris.
Indien het belang van de boedel het vereist kunnen de curators evenwel, met de toestemming van de rechter-commissaris, de terugvordering bepaald in artikel 101 afwijzen na betaling van de prijs die tussen verkoper en de gefailleerde is bedongen, met uitsluiting van interesten en strafbedingen, die in voorkomend geval schulden in de boedel blijven.
Indien er een geschil ontstaat, doet de rechtbank op verzoek van de belanghebbenden uitspraak, op verslag van de rechter-commissaris.
Art.108. Les curateurs peuvent, avec l'approbation du juge-commissaire, admettre les demandes en revendication de marchandises, effets de commerce et autres biens.
Si l'intérêt de la masse le requiert, les curateurs peuvent, avec l'autorisation du juge-commissaire, s'opposer à la revendication prévue à l'article 101 en payant le prix convenu entre le vendeur et le failli, à l'exclusion des intérêts et pénalités, qui le cas échéant resteront des dettes dans la masse.
S'il y a contestation, le tribunal statue à la demande des intéressés, sur le rapport du juge-commissaire.
Si l'intérêt de la masse le requiert, les curateurs peuvent, avec l'autorisation du juge-commissaire, s'opposer à la revendication prévue à l'article 101 en payant le prix convenu entre le vendeur et le failli, à l'exclusion des intérêts et pénalités, qui le cas échéant resteront des dettes dans la masse.
S'il y a contestation, le tribunal statue à la demande des intéressés, sur le rapport du juge-commissaire.
TITEL III. - Rehabilitatie.
TITRE III. - De la réhabilitation.
Art.109. De niet verschoonbaar verklaarde gefailleerde die alle door hem verschuldigde bedragen, hoofdsom, interesten en kosten, geheel heeft voldaan, kan rehabilitatie verkrijgen.
Indien hij vennoot is van een vennootschap onder firma, kan hij geen rehabilitatie verkrijgen dan na te hebben bewezen dat alle schulden van de vennootschap, hoofdsom, interesten en kosten, geheel zijn voldaan.
De gefailleerde kan na zijn overlijden worden gerehabiliteerd.
Indien hij vennoot is van een vennootschap onder firma, kan hij geen rehabilitatie verkrijgen dan na te hebben bewezen dat alle schulden van de vennootschap, hoofdsom, interesten en kosten, geheel zijn voldaan.
De gefailleerde kan na zijn overlijden worden gerehabiliteerd.
Art.109. Le failli déclaré non excusable qui a intégralement acquitté en principal, intérêts et frais, toutes les sommes par lui dues, peut obtenir sa réhabilitation.
S'il est associe d'une société en nom collectif, il ne peut l'obtenir, qu'après avoir justifié que toutes les dettes de la société ont été intégralement acquittées en principal, intérêts en frais.
Le failli peut être réhabilité après sa mort.
S'il est associe d'une société en nom collectif, il ne peut l'obtenir, qu'après avoir justifié que toutes les dettes de la société ont été intégralement acquittées en principal, intérêts en frais.
Le failli peut être réhabilité après sa mort.
Art.110. De verschoonbaar verklaarde gefailleerde wordt geacht gerehabiliteerd te zijn.
Art.110. Le failli déclaré excusable est réputé réhabilité.
Art.111. Elk verzoek tot rehabilitatie wordt gericht aan het hof van beroep van het rechtsgebied waarbinnen de gefailleerde zijn woonplaats heeft. De verzoeker voegt bij zijn verzoekschrift de kwijtingen en andere bewijsstukken.
Nadat het verzoekschrift aan de procureur-generaal bij het hof van beroep is meegedeeld, zendt deze daarvan door hem voor eensluidend verklaarde expedities aan de procureur des Konings en aan de voorzitter van de [1 ondernemingsrechtbank]1 van de woonplaats van de verzoeker en, indien deze sedert het faillissement van woonplaats veranderd is, aan de procureur des Konings en aan de voorzitter van de [1 ondernemingsrechtbank]1 van het rechtsgebied waarbinnen het faillissement zich heeft voorgedaan, en hij gelast hen alle mogelijke inlichtingen in te winnen omtrent de echtheid van de uiteengezette feiten.
Te dien einde draagt de procureur des Konings er zorg voor dat een afschrift van bedoeld verzoek bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad wordt opgenomen.
Nadat het verzoekschrift aan de procureur-generaal bij het hof van beroep is meegedeeld, zendt deze daarvan door hem voor eensluidend verklaarde expedities aan de procureur des Konings en aan de voorzitter van de [1 ondernemingsrechtbank]1 van de woonplaats van de verzoeker en, indien deze sedert het faillissement van woonplaats veranderd is, aan de procureur des Konings en aan de voorzitter van de [1 ondernemingsrechtbank]1 van het rechtsgebied waarbinnen het faillissement zich heeft voorgedaan, en hij gelast hen alle mogelijke inlichtingen in te winnen omtrent de echtheid van de uiteengezette feiten.
Te dien einde draagt de procureur des Konings er zorg voor dat een afschrift van bedoeld verzoek bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad wordt opgenomen.
Modifications
Art.111. Toute demande en réhabilitation est adressée à la Cour d'appel dans le ressort de laquelle le failli est domicilié. Le demandeur joint à sa requête les quittances et autres pièces justificatives.
Le procureur général près la Cour d'appel, sur la communication qui lui a été faite de la requête, en adresse des expéditions certifiées de lui au procureur du Roi et au président du [1 tribunal de l'entreprise]1 du domicilié du demandeur, et s'il a changé de domicile depuis la faillite, au procureur du Roi et au président du [1 tribunal de l'entreprise]1 du ressort où elle a eu lieu, en les chargeant de recueillir tous les renseignements qui sont à leur portée sur la vérité des faits qui ont été exposés.
A cet effet, à la diligence du procureur du Roi, copie de ladite requête est insérée par extrait au Moniteur belge.
Le procureur général près la Cour d'appel, sur la communication qui lui a été faite de la requête, en adresse des expéditions certifiées de lui au procureur du Roi et au président du [1 tribunal de l'entreprise]1 du domicilié du demandeur, et s'il a changé de domicile depuis la faillite, au procureur du Roi et au président du [1 tribunal de l'entreprise]1 du ressort où elle a eu lieu, en les chargeant de recueillir tous les renseignements qui sont à leur portée sur la vérité des faits qui ont été exposés.
A cet effet, à la diligence du procureur du Roi, copie de ladite requête est insérée par extrait au Moniteur belge.
Modifications
Art.112. Iedere schuldeiser wiens schuldvordering, hoofdsom, interesten en kosten, niet geheel is voldaan, en iedere andere belanghebbende kan binnen een maand na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, tegen de rehabilitatie bij eenvoudige akte ter griffie verzet doen onder overlegging van bewijsstukken. De schuldeiser die verzet doet, kan nooit als partij optreden in de procedure tot rehabilitatie.
Art.112. Tout créancier qui n'a pas été paye intégralement de sa créance en principal, intérêts et frais, et toute autre partie intéressée, peuvent, dans le mois de la publication au Moniteur belge, former opposition à la réhabilitation par simple acte au greffe, appuyé de pièces justificatives. Le créancier opposant ne peut jamais être partie dans la procédure relative à la réhabilitation.
Art.113. Na verloop van de termijn bepaald in artikel 112 zenden de procureur des Konings en de voorzitter van de [1 ondernemingsrechtbank]1, ieder afzonderlijk, de door hen ingewonnen inlichtingen en de ingediende akten van verzet aan de procureur-generaal bij het hof van beroep; zij voegen er hun advies over het verzoek aan toe.
De procureur-generaal bij het hof van beroep vordert dat op dit alles een arrest wordt gewezen waarbij het rehabilitatieverzoek wordt toegestaan of geweigerd. Wordt het verzoek geweigerd, dan kan het niet opnieuw worden ingediend dan na verloop van een jaar.
De procureur-generaal bij het hof van beroep vordert dat op dit alles een arrest wordt gewezen waarbij het rehabilitatieverzoek wordt toegestaan of geweigerd. Wordt het verzoek geweigerd, dan kan het niet opnieuw worden ingediend dan na verloop van een jaar.
Modifications
Art.113. Après l'expiration du délai prévu à l'article 112, le procureur du Roi et le président du [1 tribunal de l'entreprise]1 transmettent, chacun séparément, au procureur général près la Cour d'appel, les renseignements qu'ils ont recueillis et les oppositions qui ont pu être formées; ils y joignent leur avis sur la demande.
Le procureur général près la Cour d'appel fait rendre, sur le tout, arrêt portant admission ou rejet de la demande en réhabilitation. Si la demande est rejetée, elle peut être reproduite qu'après une année d'intervalle.
Le procureur général près la Cour d'appel fait rendre, sur le tout, arrêt portant admission ou rejet de la demande en réhabilitation. Si la demande est rejetée, elle peut être reproduite qu'après une année d'intervalle.
Modifications
Art.114. Het arrest waarbij de rehabilitatie wordt toegestaan, wordt toegezonden aan de procureur des Konings en aan de voorzitter van de rechtbanken aan wie het verzoek gezonden is. Deze rechtbanken bevelen dat het arrest in hun registers zal worden overgeschreven.
Art.114. L'arrêt portant réhabilitation est adressé tant au procureur du Roi qu'au président des tribunaux auxquels la demande a été adressée. Ces tribunaux en font faire la transcription sur leurs registres.
TITEL IV. - Diverse bepalingen die verband houden met het faillissement.
TITRE IV. - Dispositions diverses concernant la faillite.
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE I. - Modifications au Code judiciaire.
Art.115. In artikel 631 van het Gerechtelijk Wetboek worden het eerste en het tweede lid vervangen door de volgende paragraaf :
§ 1. De [1 ondernemingsrechtbank]1 bevoegd om de faillietverklaring uit te spreken, is die welke gelegen is in het rechtsgebied waarbinnen de koopman op de dag van aangifte van het faillissement of van het instellen van de rechtsvordering zijn hoofdinrichting of, indien het een rechtspersoon betreft, zijn zetel heeft. In geval van zetelverplaatsing van een rechtspersoon binnen een termijn van één jaar voorafgaand aan de faillissementsvordering, kan het faillissement eveneens worden gevorderd voor de rechtbank binnen wier rechtsgebied de rechtspersoon zijn zetel had binnen dezelfde termijn. Deze termijn loopt vanaf de openbaarmaking van de zetelverplaatsing in het Belgisch Staatsblad. De rechtbank waartoe men zich het eerst wendt, heeft voorrang boven die waarvoor de zaak later wordt aangebracht.
De [1 ondernemingsrechtbank]1 bevoegd om een territoriaal of secundair faillissement met toepassing van artikel 3 van de faillissementswet uit te spreken, is die welke gelegen is in het rechtsgebied waarbinnen de gefailleerde de bedoelde vestiging heeft. Indien er meerdere vestigingen zijn, is de rechtbank waartoe men zich het eerst wendt, bevoegd.
Geschiedt de faillietverklaring in België, dan behoren de desbetreffende geschillen uitsluitend tot de bevoegdheid van de rechtbank in wier arrondissement het faillissement is geopend.
Het eerste lid is van toepassing op de procedure bepaald in artikel 8 van de faillissementswet. De rechtbank die de beslissing tot ontneming van het beheer heeft genomen, blijft uitsluitend bevoegd om het faillissement van de schuldenaar uit te spreken gedurende de termijn bepaald in artikel 8, vijfde lid, van de faillissementswet. "
§ 1. De [1 ondernemingsrechtbank]1 bevoegd om de faillietverklaring uit te spreken, is die welke gelegen is in het rechtsgebied waarbinnen de koopman op de dag van aangifte van het faillissement of van het instellen van de rechtsvordering zijn hoofdinrichting of, indien het een rechtspersoon betreft, zijn zetel heeft. In geval van zetelverplaatsing van een rechtspersoon binnen een termijn van één jaar voorafgaand aan de faillissementsvordering, kan het faillissement eveneens worden gevorderd voor de rechtbank binnen wier rechtsgebied de rechtspersoon zijn zetel had binnen dezelfde termijn. Deze termijn loopt vanaf de openbaarmaking van de zetelverplaatsing in het Belgisch Staatsblad. De rechtbank waartoe men zich het eerst wendt, heeft voorrang boven die waarvoor de zaak later wordt aangebracht.
De [1 ondernemingsrechtbank]1 bevoegd om een territoriaal of secundair faillissement met toepassing van artikel 3 van de faillissementswet uit te spreken, is die welke gelegen is in het rechtsgebied waarbinnen de gefailleerde de bedoelde vestiging heeft. Indien er meerdere vestigingen zijn, is de rechtbank waartoe men zich het eerst wendt, bevoegd.
Geschiedt de faillietverklaring in België, dan behoren de desbetreffende geschillen uitsluitend tot de bevoegdheid van de rechtbank in wier arrondissement het faillissement is geopend.
Het eerste lid is van toepassing op de procedure bepaald in artikel 8 van de faillissementswet. De rechtbank die de beslissing tot ontneming van het beheer heeft genomen, blijft uitsluitend bevoegd om het faillissement van de schuldenaar uit te spreken gedurende de termijn bepaald in artikel 8, vijfde lid, van de faillissementswet. "
Modifications
Art.115. Dans l'article 631 du Code judiciaire, les alinéas premier et 2 sont remplacés par le paragraphe suivant :
" § 1er. Le [1 tribunal de l'entreprise]1 compétent pour déclarer la faillite est celui dans le ressort duquel le commerçant a son établissement principal ou, s'il s'agit d'une personne morale son siège social, au jour de l'aveu de la faillite ou de la demande en justice. En cas de changement de siège d'une personne morale dans un délai d'un an avant la demande en faillite, la faillite peut également être demandée devant le tribunal dans le ressort duquel la personne morale avait son siège dans le même délai. Ce délai prend cours à partir de la publication du changement de siège au Moniteur belge. Le tribunal le premier saisi est préféré à celui qui est saisi ultérieurement.
Le [1 tribunal de l'entreprise]1 compétent pour déclarer la faillite en application de l'article 3 de la loi sur les faillites, est celui dans le ressort duquel le failli possède l'établissement visé. En cas de pluralité d'établissements, le tribunal le premier saisi est compétent.
Lorsque la faillite est déclarée en Belgique, les contestations qui y ont trait sont de la compétence exclusive du tribunal dans l'arrondissement duquel elle est ouverte.
L'alinéa premier est applicable à la procédure prévue à l'article 8 de la loi sur les faillites. Le tribunal qui a ordonné le dessaisissement de la gestion des biens, est seul compétent pour prononcer la faillite du débiteur pendant la période prévue à l'article 8, alinéa 5, de la loi sur les faillites. ".
" § 1er. Le [1 tribunal de l'entreprise]1 compétent pour déclarer la faillite est celui dans le ressort duquel le commerçant a son établissement principal ou, s'il s'agit d'une personne morale son siège social, au jour de l'aveu de la faillite ou de la demande en justice. En cas de changement de siège d'une personne morale dans un délai d'un an avant la demande en faillite, la faillite peut également être demandée devant le tribunal dans le ressort duquel la personne morale avait son siège dans le même délai. Ce délai prend cours à partir de la publication du changement de siège au Moniteur belge. Le tribunal le premier saisi est préféré à celui qui est saisi ultérieurement.
Le [1 tribunal de l'entreprise]1 compétent pour déclarer la faillite en application de l'article 3 de la loi sur les faillites, est celui dans le ressort duquel le failli possède l'établissement visé. En cas de pluralité d'établissements, le tribunal le premier saisi est compétent.
Lorsque la faillite est déclarée en Belgique, les contestations qui y ont trait sont de la compétence exclusive du tribunal dans l'arrondissement duquel elle est ouverte.
L'alinéa premier est applicable à la procédure prévue à l'article 8 de la loi sur les faillites. Le tribunal qui a ordonné le dessaisissement de la gestion des biens, est seul compétent pour prononcer la faillite du débiteur pendant la période prévue à l'article 8, alinéa 5, de la loi sur les faillites. ".
Modifications
Art.116. Artikel 1193ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 februari 1981 en gewijzigd bij de wet van 10 maart 1983, wordt vervangen als volgt :
" Art. 1193ter. - In het geval van artikel 1190 kunnen de curators aan de [1 ondernemingsrechtbank]1 de machtiging vragen om uit de hand te verkopen. De curators leggen aan de rechtbank het door een notaris, aangewezen door de rechter-commissaris, opgemaakt ontwerp van verkoopakte voor, onder opgave van de redenen waarom de verkoop uit de hand geboden is.
Hierbij voegen zij een schattingsverslag, opgemaakt door de door hen aangewezen deskundige en een getuigschrift van de hypotheekbewaarder, na de faillietverklaring opgesteld, met vermelding van de bestaande inschrijvingen en alle overschrijvingen van een bevel of een beslag betreffende de te verkopen onroerende goederen. Alle personen die hetzij een inschrijving, hetzij een kantmelding hebben op het betrokken onroerend goed en de gefailleerde moeten worden gehoord of bij gerechtsbrief behoorlijk worden opgeroepen. Zij kunnen van de rechtbank vorderen dat de machtiging om uit de hand te verkopen afhankelijk wordt gesteld van bepaalde voorwaarden zoals een minimumverkoopprijs.
De machtiging wordt verleend indien het belang van de gefailleerde boedel zulks vereist en op advies van de rechter-commissaris. De beschikking bepaalt uitdrukkelijk waarom de verkoop uit de hand het belang van de failliete boedel dient. Deze vorm van verkoop kan van een minimumverkoopprijs afhankelijk worden gesteld.
De verkoping moet overeenkomstig de door de rechtbank aangenomen ontwerpakte geschieden, door de ambtelijke tussenkomst van de notaris die deze heeft opgesteld. Hij verdeelt de prijs overeenkomstig de artikelen 1639 en volgende. Hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank kan ingesteld worden door de verzoeker of door de tussenkomende schuldeisers op de wijze bepaald in artikel 1031. "
" Art. 1193ter. - In het geval van artikel 1190 kunnen de curators aan de [1 ondernemingsrechtbank]1 de machtiging vragen om uit de hand te verkopen. De curators leggen aan de rechtbank het door een notaris, aangewezen door de rechter-commissaris, opgemaakt ontwerp van verkoopakte voor, onder opgave van de redenen waarom de verkoop uit de hand geboden is.
Hierbij voegen zij een schattingsverslag, opgemaakt door de door hen aangewezen deskundige en een getuigschrift van de hypotheekbewaarder, na de faillietverklaring opgesteld, met vermelding van de bestaande inschrijvingen en alle overschrijvingen van een bevel of een beslag betreffende de te verkopen onroerende goederen. Alle personen die hetzij een inschrijving, hetzij een kantmelding hebben op het betrokken onroerend goed en de gefailleerde moeten worden gehoord of bij gerechtsbrief behoorlijk worden opgeroepen. Zij kunnen van de rechtbank vorderen dat de machtiging om uit de hand te verkopen afhankelijk wordt gesteld van bepaalde voorwaarden zoals een minimumverkoopprijs.
De machtiging wordt verleend indien het belang van de gefailleerde boedel zulks vereist en op advies van de rechter-commissaris. De beschikking bepaalt uitdrukkelijk waarom de verkoop uit de hand het belang van de failliete boedel dient. Deze vorm van verkoop kan van een minimumverkoopprijs afhankelijk worden gesteld.
De verkoping moet overeenkomstig de door de rechtbank aangenomen ontwerpakte geschieden, door de ambtelijke tussenkomst van de notaris die deze heeft opgesteld. Hij verdeelt de prijs overeenkomstig de artikelen 1639 en volgende. Hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank kan ingesteld worden door de verzoeker of door de tussenkomende schuldeisers op de wijze bepaald in artikel 1031. "
Modifications
Art.116. L'article 1193ter du même Code, y inséré par la loi du 18 février 1981 et modifié par la loi du 10 mars 1983, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 1193ter. Dans le cas prévu à l'article 1190, les curateurs peuvent demander au [1 tribunal de l'entreprise]1 l'autorisation de vendre de gré à gré. Les curateurs soumettent au tribunal un projet d'acte de vente établi par un notaire, désigné par le juge-commissaire, et lui exposent les motifs pour lesquels la vente de gré à gré s'impose.
Ils y joignent un rapport d'expertise établi par l'expert qu'ils ont désigne et un certificat du conservateur des hypothèques, postérieur à la déclaration de faillite relatant les inscriptions existantes et toute transcription de commandement ou de saisie portant sur les immeubles qui doivent être vendus. Toutes les personnes possédant une inscription ou une mention marginale sur l'immeuble concerné de même que le failli doivent être entendus ou dûment appelés par pli judiciaire. Ils peuvent demander au tribunal que l'autorisation de vendre de gré à gré soit subordonnée à certaines conditions, telles que la fixation d'un prix de vente minimum.
L'autorisation est accordée si l'intérêt de la masse faillie l'exige et de l'avis du juge-commissaire. L'ordonnance doit indiquer expressément la raison pour laquelle la vente de gré à gré sert l'intérêt de la masse faillie. Le recours à cette forme de vente peut être subordonné à la fixation d'un prix minimum.
La vente doit avoir lieu conformément au projet d'acte admis par le tribunal et par le ministère du notaire qui l'a rédigé. Celui-ci répartit le prix, conformément aux articles 1639 et suivants. Le demandeur ou les créanciers intervenants peuvent appeler de l'ordonnance du tribunal, conformément à l'article 1031. ".
" Art. 1193ter. Dans le cas prévu à l'article 1190, les curateurs peuvent demander au [1 tribunal de l'entreprise]1 l'autorisation de vendre de gré à gré. Les curateurs soumettent au tribunal un projet d'acte de vente établi par un notaire, désigné par le juge-commissaire, et lui exposent les motifs pour lesquels la vente de gré à gré s'impose.
Ils y joignent un rapport d'expertise établi par l'expert qu'ils ont désigne et un certificat du conservateur des hypothèques, postérieur à la déclaration de faillite relatant les inscriptions existantes et toute transcription de commandement ou de saisie portant sur les immeubles qui doivent être vendus. Toutes les personnes possédant une inscription ou une mention marginale sur l'immeuble concerné de même que le failli doivent être entendus ou dûment appelés par pli judiciaire. Ils peuvent demander au tribunal que l'autorisation de vendre de gré à gré soit subordonnée à certaines conditions, telles que la fixation d'un prix de vente minimum.
L'autorisation est accordée si l'intérêt de la masse faillie l'exige et de l'avis du juge-commissaire. L'ordonnance doit indiquer expressément la raison pour laquelle la vente de gré à gré sert l'intérêt de la masse faillie. Le recours à cette forme de vente peut être subordonné à la fixation d'un prix minimum.
La vente doit avoir lieu conformément au projet d'acte admis par le tribunal et par le ministère du notaire qui l'a rédigé. Celui-ci répartit le prix, conformément aux articles 1639 et suivants. Le demandeur ou les créanciers intervenants peuvent appeler de l'ordonnance du tribunal, conformément à l'article 1031. ".
Modifications
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in de strafwetten.
CHAPITRE II. - Modifications aux lois pénales.
Art.117. Het opschrift van afdeling I van boek II, titel IX, hoofdstuk II, van het Strafwetboek, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1967, wordt vervangen door het volgende opschrift : " Afdeling I. -Misdrijven die verband houden met de staat van faillissement ".
Art.117. L'intitulé de la Section première du Chapitre II du Titre IX du Livre II du Code pénal, modifié par la loi du 10 octobre 1967, est remplacé par l'intitulé suivant : " Section première. - Des infractions liées à l'état de faillite. ".
Art.118. Artikel 489 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
" Art. 489. - Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd frank tot honderdduizend frank of met een van die straffen alleen worden gestraft de kooplieden die zich in staat van faillissement bevinden in de zin van artikel 2 van de faillissementswet, of de bestuurders ", in rechte of in feite, van handelsvennootschappen die zich in staat van faillissement bevinden, die :
1° zonder voldoende tegenprestatie, ten behoeve van derden met inachtneming van de financiële toestand van de onderneming te aanzienlijke verbintenissen hebben aangegaan
2° zonder wettig verhinderd te zijn, verzuimd hebben de verplichtingen gesteld bij artikel 53 van de faillissementswet na te leven. "
" Art. 489. - Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd frank tot honderdduizend frank of met een van die straffen alleen worden gestraft de kooplieden die zich in staat van faillissement bevinden in de zin van artikel 2 van de faillissementswet, of de bestuurders ", in rechte of in feite, van handelsvennootschappen die zich in staat van faillissement bevinden, die :
1° zonder voldoende tegenprestatie, ten behoeve van derden met inachtneming van de financiële toestand van de onderneming te aanzienlijke verbintenissen hebben aangegaan
2° zonder wettig verhinderd te zijn, verzuimd hebben de verplichtingen gesteld bij artikel 53 van de faillissementswet na te leven. "
Art.118. L'article 489 du même Code est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 489. Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de cent francs à cent mille francs ou d'une de ces peines seulement, les commerçants en état de faillite au sens de l'article 2 de la loi sur les faillites ou les dirigeants, de droit ou de fait, des sociétés commerciales en état de faillite, qui auront :
1° contracté, au profit de tiers, sans contrepartie suffisante, des engagements trop considérables eu égard à la situation financière de l'entreprise;
2° sans empêchement légitime, omis d'exécuter les obligations prescrites par l'article 53 de la loi sur les faillites. ".
" Art. 489. Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de cent francs à cent mille francs ou d'une de ces peines seulement, les commerçants en état de faillite au sens de l'article 2 de la loi sur les faillites ou les dirigeants, de droit ou de fait, des sociétés commerciales en état de faillite, qui auront :
1° contracté, au profit de tiers, sans contrepartie suffisante, des engagements trop considérables eu égard à la situation financière de l'entreprise;
2° sans empêchement légitime, omis d'exécuter les obligations prescrites par l'article 53 de la loi sur les faillites. ".
Art.119. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 489bis ingevoegd, luidende :
" Art. 489bis. - Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen worden gestraft de personen bedoeld in artikel 489 die :
1° met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, aankopen hebben gedaan tot wederverkoop beneden de koers of toegestemd hebben in leningen, effectencirculaties en andere al te kostelijke middelen om zich geld te verschaffen;
2° verdichte uitgaven of verliezen hebben opgegeven of geen verantwoording hebben verschaft van het bestaan of van de aanwending van de activa of een deel ervan, zoals zij uit de boekhoudkundige stukken blijken op de datum van staking van betaling, en van alle goederen van welke aard ook, die zij naderhand zouden hebben verkregen;
3° met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, een schuldeiser ten nadele van de boedel betaald of bevoordeeld hebben;
4° met hetzelfde oogmerk, verzuimd hebben binnen de bij artikel 9 van de faillissementswet gestelde termijn aangifte te doen van het faillissement; wetens verzuimd hebben naar aanleiding van de aangifte van het faillissement de inlichtingen vereist bij artikel 10 van dezelfde wet te verstrekken; wetens naar aanleiding van de aangifte van het faillissement of naderhand, op de vragen van de rechter-commissaris of van de curators, onjuiste inlichtingen hebben verstrekt."
" Art. 489bis. - Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen worden gestraft de personen bedoeld in artikel 489 die :
1° met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, aankopen hebben gedaan tot wederverkoop beneden de koers of toegestemd hebben in leningen, effectencirculaties en andere al te kostelijke middelen om zich geld te verschaffen;
2° verdichte uitgaven of verliezen hebben opgegeven of geen verantwoording hebben verschaft van het bestaan of van de aanwending van de activa of een deel ervan, zoals zij uit de boekhoudkundige stukken blijken op de datum van staking van betaling, en van alle goederen van welke aard ook, die zij naderhand zouden hebben verkregen;
3° met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, een schuldeiser ten nadele van de boedel betaald of bevoordeeld hebben;
4° met hetzelfde oogmerk, verzuimd hebben binnen de bij artikel 9 van de faillissementswet gestelde termijn aangifte te doen van het faillissement; wetens verzuimd hebben naar aanleiding van de aangifte van het faillissement de inlichtingen vereist bij artikel 10 van dezelfde wet te verstrekken; wetens naar aanleiding van de aangifte van het faillissement of naderhand, op de vragen van de rechter-commissaris of van de curators, onjuiste inlichtingen hebben verstrekt."
Art.119. Un article 489bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
" Art. 489bis. Sont punies d'un emprisonnement d'un mois à deux ans et d'une amende de cent francs à cinq cent mille francs ou d'une de ces peines seulement, les personnes visées à l'article 489, qui auront :
1° dans l'intention de retarder la déclaration de faillite, fait des achats pour revendre au-dessous du cours ou qui se seront livrées à des emprunts, circulations d'effets et autres moyens ruineux de se procurer des fonds;
2° supposé des dépenses ou des pertes ou n'ont pu justifier de l'existence ou de l'emploi de tout ou partie de l'actif, tel qu'il apparaît des documents et livres comptables à la date de cessation de paiement et de tous biens de quelque nature que ce soit obtenus postérieurement;
3° dans l'intention de retarder la déclaration de faillite, payé ou favorisé un créancier au préjudice de la masse;
4° dans la même intention, omis de faire l'aveu de la faillite dans le délai prescrit par l'article 9 de la loi sur les faillites; sciemment omis de fournir, à l'occasion de l'aveu de la faillite, les renseignements exiges par l'article 10 de la même loi; sciemment fourni des renseignements inexacts à l'occasion de l'aveu de la faillite ou ultérieurement aux demandes adressées par le juge-commissaire ou par les curateurs. ".
" Art. 489bis. Sont punies d'un emprisonnement d'un mois à deux ans et d'une amende de cent francs à cinq cent mille francs ou d'une de ces peines seulement, les personnes visées à l'article 489, qui auront :
1° dans l'intention de retarder la déclaration de faillite, fait des achats pour revendre au-dessous du cours ou qui se seront livrées à des emprunts, circulations d'effets et autres moyens ruineux de se procurer des fonds;
2° supposé des dépenses ou des pertes ou n'ont pu justifier de l'existence ou de l'emploi de tout ou partie de l'actif, tel qu'il apparaît des documents et livres comptables à la date de cessation de paiement et de tous biens de quelque nature que ce soit obtenus postérieurement;
3° dans l'intention de retarder la déclaration de faillite, payé ou favorisé un créancier au préjudice de la masse;
4° dans la même intention, omis de faire l'aveu de la faillite dans le délai prescrit par l'article 9 de la loi sur les faillites; sciemment omis de fournir, à l'occasion de l'aveu de la faillite, les renseignements exiges par l'article 10 de la même loi; sciemment fourni des renseignements inexacts à l'occasion de l'aveu de la faillite ou ultérieurement aux demandes adressées par le juge-commissaire ou par les curateurs. ".
Art.120. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 489ter ingevoegd, luidende :
" Art. 489ter. - Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank worden gestraft de in artikel 489 bedoelde personen die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden :
1° een gedeelte van de activa hebben verduisterd of verborgen;
2° de boeken of bescheiden bedoeld in hoofdstuk I van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, geheel of gedeeltelijk hebben doen verdwijnen; poging tot die wanbedrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank.
Zij die zich aan die wanbedrijven of poging daartoe schuldig hebben gemaakt, kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33. "
" Art. 489ter. - Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank worden gestraft de in artikel 489 bedoelde personen die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden :
1° een gedeelte van de activa hebben verduisterd of verborgen;
2° de boeken of bescheiden bedoeld in hoofdstuk I van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, geheel of gedeeltelijk hebben doen verdwijnen; poging tot die wanbedrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank.
Zij die zich aan die wanbedrijven of poging daartoe schuldig hebben gemaakt, kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33. "
Art.120. Un article 489ter, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
" Art. 489ter. Sont punies d'un emprisonnement d'un mois à cinq ans et d'une amende de cent francs à cinq cent mille francs, les personnes visées à l'article 489 qui, avec une intention frauduleuse ou à dessein de nuire, auront :
1° détourné ou dissimulé une partie de l'actif;
2° soustrait, en tout ou en partie, des livres ou documents comptables visés au Chapitre premier de la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité et aux comptes annuels des entreprises; la tentative de ces délits est punie d'un emprisonnement d'un mois à trois ans et d'une amende de cent francs à cinq cent mille francs.
Les coupables de ces délits ou de leur tentative peuvent, de plus, être condamnés à l'interdiction, conformément à l'article 33. ".
" Art. 489ter. Sont punies d'un emprisonnement d'un mois à cinq ans et d'une amende de cent francs à cinq cent mille francs, les personnes visées à l'article 489 qui, avec une intention frauduleuse ou à dessein de nuire, auront :
1° détourné ou dissimulé une partie de l'actif;
2° soustrait, en tout ou en partie, des livres ou documents comptables visés au Chapitre premier de la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité et aux comptes annuels des entreprises; la tentative de ces délits est punie d'un emprisonnement d'un mois à trois ans et d'une amende de cent francs à cinq cent mille francs.
Les coupables de ces délits ou de leur tentative peuvent, de plus, être condamnés à l'interdiction, conformément à l'article 33. ".
Art.121. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 489quater ingevoegd, luidende :
" Art. 489quater. - De strafvordering terzake van de strafbare feiten omschreven in de artikelen 489, 489bis en 489ter wordt vervolgd los van enige vordering die bij de [1 ondernemingsrechtbank]1 mocht zijn ingesteld. Nochtans kan de staat van faillissement voor de strafrechter niet worden betwist wanneer hij vastgesteld is bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de [1 ondernemingsrechtbank]1 of van het hof van beroep aan het slot van een procedure waarbij de beklaagde partij was, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger van de gefailleerde vennootschap. "
" Art. 489quater. - De strafvordering terzake van de strafbare feiten omschreven in de artikelen 489, 489bis en 489ter wordt vervolgd los van enige vordering die bij de [1 ondernemingsrechtbank]1 mocht zijn ingesteld. Nochtans kan de staat van faillissement voor de strafrechter niet worden betwist wanneer hij vastgesteld is bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de [1 ondernemingsrechtbank]1 of van het hof van beroep aan het slot van een procedure waarbij de beklaagde partij was, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger van de gefailleerde vennootschap. "
Modifications
Art.121. Un article 489quater, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
" Art. 489quater. L'action publique relative aux infractions visées aux articles 489, 489bis et 489ter est poursuivie indépendamment de tout action qui pourrait être poursuivie devant le [1 tribunal de l'entreprise]1. L'état de faillite ne pourra néanmoins pas être contesté devant le juge pénal, si cet état a fait l'objet d'une décision du [1 tribunal de l'entreprise]1 ou de la Cour d'appel, passée en force de chose jugée, au terme d'une procédure à laquelle le prévenu a été partie, soit à titre personnel, soit en tant que représentant de la société faillie. ".
" Art. 489quater. L'action publique relative aux infractions visées aux articles 489, 489bis et 489ter est poursuivie indépendamment de tout action qui pourrait être poursuivie devant le [1 tribunal de l'entreprise]1. L'état de faillite ne pourra néanmoins pas être contesté devant le juge pénal, si cet état a fait l'objet d'une décision du [1 tribunal de l'entreprise]1 ou de la Cour d'appel, passée en force de chose jugée, au terme d'une procédure à laquelle le prévenu a été partie, soit à titre personnel, soit en tant que représentant de la société faillie. ".
Modifications
Art.122. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 489quinquies ingevoegd, luidende :
"Art. 489quinquies. - Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen worden gestraft zij die bedrieglijk :
1° in het belang van de failliet verklaarde koopman of handelsvennootschap, zelfs zonder de medewerking van de koopman of van de bestuurders, in rechte of in feite, van de vennootschap, de activa geheel of ten dele wegnemen, verbergen of helen;
2° verdichte of overdreven schuldvorderingen bij het faillissement indienen en bevestigen in eigen naam of door tussenpersonen. "
"Art. 489quinquies. - Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen worden gestraft zij die bedrieglijk :
1° in het belang van de failliet verklaarde koopman of handelsvennootschap, zelfs zonder de medewerking van de koopman of van de bestuurders, in rechte of in feite, van de vennootschap, de activa geheel of ten dele wegnemen, verbergen of helen;
2° verdichte of overdreven schuldvorderingen bij het faillissement indienen en bevestigen in eigen naam of door tussenpersonen. "
Art.122. Un article 489quinquies, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
" Art. 489quinquies. Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à deux ans et d'une amende de cent francs à cinq cent mille francs ou d'une de ces peines seulement, ceux qui, frauduleusement, auront :
1° dans l'intérêt du commerçant ou d'une société commerciale déclarés faillis même en l'absence d'intervention de ce commerçant ou des dirigeants, de droit ou de fait, de cette société, soustrait, dissimulé ou recelé tout ou partie de l'actif;
2° présenté dans la faillite et affirme, soit en leur nom, soit par interposition de personnes, des créances supposées ou exagérées. ".
" Art. 489quinquies. Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à deux ans et d'une amende de cent francs à cinq cent mille francs ou d'une de ces peines seulement, ceux qui, frauduleusement, auront :
1° dans l'intérêt du commerçant ou d'une société commerciale déclarés faillis même en l'absence d'intervention de ce commerçant ou des dirigeants, de droit ou de fait, de cette société, soustrait, dissimulé ou recelé tout ou partie de l'actif;
2° présenté dans la faillite et affirme, soit en leur nom, soit par interposition de personnes, des créances supposées ou exagérées. ".
Art.123. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 489sexies ingevoegd, luidende :
" Art. 489sexies. - Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank wordt gestraft de curator die zich schuldig maakt aan ontrouw in zijn beheer. Hij wordt daarenboven veroordeeld tot teruggave en schadeloosstelling die aan de boedel is verschuldigd. De schuldige kan bovendien veroordeeld worden tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33. "
" Art. 489sexies. - Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank wordt gestraft de curator die zich schuldig maakt aan ontrouw in zijn beheer. Hij wordt daarenboven veroordeeld tot teruggave en schadeloosstelling die aan de boedel is verschuldigd. De schuldige kan bovendien veroordeeld worden tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33. "
Art.123. Un article 489sexies, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
" Art. 489sexies. Est puni d'un emprisonnement d'un mois à cinq ans et d'une amende de cent francs à cinq cent mille francs, le curateur qui s'est rendu coupable de malversation dans sa gestion. Il est, en outre, condamné aux restitutions et dommages et intérêts dus la masse des créanciers. Le coupable peut, de plus, être condamné à l'interdiction, conformément à l'article 33. ".
" Art. 489sexies. Est puni d'un emprisonnement d'un mois à cinq ans et d'une amende de cent francs à cinq cent mille francs, le curateur qui s'est rendu coupable de malversation dans sa gestion. Il est, en outre, condamné aux restitutions et dommages et intérêts dus la masse des créanciers. Le coupable peut, de plus, être condamné à l'interdiction, conformément à l'article 33. ".
Art.124. Artikel 490 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
" Art. 490. - Alle arresten of vonnissen van veroordeling tot een gevangenisstraf, uitgesproken krachtens de artikelen 489, 489bis en 489ter, bevelen dat de beslissing op kosten van de veroordeelde bij uittreksel zal worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Het uittreksel bevat :
1° de naam, de voornamen, de plaats en datum van geboorte, alsmede het adres en het inschrijvingsnummer in het handelsregister, van de veroordeelden en, in voorkomend geval, de handelsnaam of de benaming en de zetel van de faillietverklaarde handelsvennootschappen waarvan zij in rechte of in feite bestuurder zijn;
2° de datum van het arrest of van het vonnis van veroordeling en het gerecht dat het heeft uitgesproken;
3° de strafbare feiten die tot de veroordelingen aanleiding hebben gegeven en de uitgesproken straffen; wanneer, wegens eenheid van opzet, een enkele straf is uitgesproken uit hoofde van een van de voornoemde strafbare feiten en uit hoofde van andere strafbare feiten, vermelden de uittreksels alle strafbare feiten die met deze ene straf worden gestraft. "
" Art. 490. - Alle arresten of vonnissen van veroordeling tot een gevangenisstraf, uitgesproken krachtens de artikelen 489, 489bis en 489ter, bevelen dat de beslissing op kosten van de veroordeelde bij uittreksel zal worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Het uittreksel bevat :
1° de naam, de voornamen, de plaats en datum van geboorte, alsmede het adres en het inschrijvingsnummer in het handelsregister, van de veroordeelden en, in voorkomend geval, de handelsnaam of de benaming en de zetel van de faillietverklaarde handelsvennootschappen waarvan zij in rechte of in feite bestuurder zijn;
2° de datum van het arrest of van het vonnis van veroordeling en het gerecht dat het heeft uitgesproken;
3° de strafbare feiten die tot de veroordelingen aanleiding hebben gegeven en de uitgesproken straffen; wanneer, wegens eenheid van opzet, een enkele straf is uitgesproken uit hoofde van een van de voornoemde strafbare feiten en uit hoofde van andere strafbare feiten, vermelden de uittreksels alle strafbare feiten die met deze ene straf worden gestraft. "
Art.124. L'article 490 du même Code est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 490. Les juridictions prononçant une condamnation à une peine d'emprisonnement en vertu des articles 489, 489bis, et 489ter, ordonneront que leurs décisions soient publiées, par extrait, aux frais du condamné, au Moniteur belge.
Cet extrait contient :
1° les nom, prénoms, lieu et date de naissance ainsi que l'adresse et le numéro d'immatriculation au registre du commerce des condamnés et éventuellement la raison sociale ou la dénomination et le siège social des sociétés commerciales déclarées en faillite dont ils sont les dirigeants de droit ou de fait;
2° la date du jugement ou de l'arrêt de condamnation et la juridiction qui l'a prononcé;
3° les infractions qui ont donné lieu aux condamnations et les peines prononcées; lorsque, en raison de l'unité d'intention, une peine unique a été prononcée du chef d'une des infractions susvisées et d'autres infractions, toutes les infractions réprimées par cette peine unique seront mentionnées. ".
" Art. 490. Les juridictions prononçant une condamnation à une peine d'emprisonnement en vertu des articles 489, 489bis, et 489ter, ordonneront que leurs décisions soient publiées, par extrait, aux frais du condamné, au Moniteur belge.
Cet extrait contient :
1° les nom, prénoms, lieu et date de naissance ainsi que l'adresse et le numéro d'immatriculation au registre du commerce des condamnés et éventuellement la raison sociale ou la dénomination et le siège social des sociétés commerciales déclarées en faillite dont ils sont les dirigeants de droit ou de fait;
2° la date du jugement ou de l'arrêt de condamnation et la juridiction qui l'a prononcé;
3° les infractions qui ont donné lieu aux condamnations et les peines prononcées; lorsque, en raison de l'unité d'intention, une peine unique a été prononcée du chef d'une des infractions susvisées et d'autres infractions, toutes les infractions réprimées par cette peine unique seront mentionnées. ".
Art.125. In artikel 623, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, gewijzigd bij de wet van 7 april 1964, worden de woorden " in geval van bedrieglijke bankbreuk " vervangen door de woorden " indien hij veroordeeld is wegens overtreding van artikel 489ter van het Strafwetboek ".
Art.125. A l'article 623, alinéa premier, du Code d'instruction criminelle, modifié par la loi du 7 avril 1964, les mots " s'il est banqueroutier frauduleux " sont remplacés par les mots " s'il a été condamné pour infraction à l'article 489ter du Code pénal ".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in de fiscale wetten.
CHAPITRE III. - Modifications aux lois fiscales.
Art.126. In artikel 184bis van het koninklijk besluit nr. 64 van 30 november 1939 houdende het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 19 juni 1986 en gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, wordt tussen het eerste en het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, luidend als volgt :
" Het eerste lid is slechts van toepassing op de vereffenaars en de curators in het geval dat de veroordeling, de vereffening of rangregeling die de betaling, overschrijving, of teruggave tot gevolg heeft, hen ter kennis wordt gebracht. "
" Het eerste lid is slechts van toepassing op de vereffenaars en de curators in het geval dat de veroordeling, de vereffening of rangregeling die de betaling, overschrijving, of teruggave tot gevolg heeft, hen ter kennis wordt gebracht. "
Art.126. Dans l'article 184bis de l'arrêté royal n° 64 du 30 novembre 1939 contenant le Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, y inséré par la loi du 19 juin 1986 et modifié par la loi du 22 décembre 1989, un nouvel alinéa est inséré entre les alinéas premier et 2, libelle comme suit :
" L'alinéa premier ne s'applique aux liquidateurs et aux curateurs que dans les cas où la condamnation, liquidation ou collocation dont résulte le paiement, le transfert ou la restitution de sommes ou de valeurs, est portée à leur connaissance. ".
" L'alinéa premier ne s'applique aux liquidateurs et aux curateurs que dans les cas où la condamnation, liquidation ou collocation dont résulte le paiement, le transfert ou la restitution de sommes ou de valeurs, est portée à leur connaissance. ".
Art.127. In artikel 427, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, worden de woorden " artikel 447 van de wet van 18 april 1851 betreffende het faillissement, de bankbreuk en het uitstel van betaling. " vervangen door de woorden " artikel 19 van de faillissementswet ".
Art.127. A l'article 427, alinéa 4, du Code des impôts sur les revenus 1992, les mots : " L'article 447 de la loi du 18 avril 1851 sur les faillites, banqueroutes et sursis " sont remplacés par les mots " L'article 19 de la loi sur les faillites ".
Art.128. In artikel 88, § 3, van de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1980, worden de woorden " artikel 447, tweede lid, van boek III van het Wetboek van Koophandel met betrekking tot het faillissement, de bankbreuk en het uitstel van betaling " vervangen door de woorden " artikel 19, tweede lid, van de faillissementswet ".
Art.128. A l'article 88, § 3, de la loi du 3 juillet 1969 portant exécution du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, modifié par la loi du 8 août 1980, les mots " L'article 447, alinéa 2, du Livre III du Code de commerce concernant les faillites, banqueroutes et sursis " sont remplacés par les mots " L'article 19, alinéa 2, de la loi sur les faillites ".
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van verschillende aard.
CHAPITRE IV. - Modifications diverses.
Art.129. In artikel 16 van de wet van 18 november 1862 houdende invoering van het warrantstelsel wordt paragraaf 1 vervangen door de volgende bepaling :
" § 1. De uitoefening van de rechten aan de pandhoudende schuldeiser toegekend bij de artikelen 13, 14 en 15, wordt niet opgeschort door het overlijden van de schuldenaar. "
" § 1. De uitoefening van de rechten aan de pandhoudende schuldeiser toegekend bij de artikelen 13, 14 en 15, wordt niet opgeschort door het overlijden van de schuldenaar. "
Art.129. A l'article 16 de la loi du 18 novembre 1862 portant institution du système des warrants, le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. L'exercice des droit conférés au créancier gagiste par les articles 13, 14 et 15, n'est pas suspendu par le décès du débiteur. ".
" § 1er. L'exercice des droit conférés au créancier gagiste par les articles 13, 14 et 15, n'est pas suspendu par le décès du débiteur. ".
Art.130. Artikel 9 van de wet van 5 mei 1872 houdende herziening van de bepalingen van het Wetboek van Koophandel betreffende het pand en de commissie wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 9. De uitoefening van de rechten bij de vorige artikelen aan de pandhoudende schuldeiser toegekend, wordt niet geschorst door het overlijden van de schuldenaar of van de derde-pandgever. "
" Art. 9. De uitoefening van de rechten bij de vorige artikelen aan de pandhoudende schuldeiser toegekend, wordt niet geschorst door het overlijden van de schuldenaar of van de derde-pandgever. "
Art.130. L'article 9 de la loi du 5 mai 1872 portant révision des dispositions de Code de commerce relatives au gage et a la commission est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 9. L'exercice des droits conférés au créancier gagiste par les articles précédents n'est pas suspendu par le décès du débiteur ou du tiers bailleur de gage. ".
" Art. 9. L'exercice des droits conférés au créancier gagiste par les articles précédents n'est pas suspendu par le décès du débiteur ou du tiers bailleur de gage. ".
Art.131. In artikel 12, vierde lid, van de wet van 23 juni 1894 houdende herziening van de wet van 3 april 1851 op de maatschappijen van onderlinge bijstand, worden de woorden " zij die in staat van verklaarde failliet of van rechterlijke ontzegging verkeren of die afstand van goederen hebben gedaan, zolang zij hun schulden niet ten volle betaalden " vervangen door de woorden " zij die van hun rechten zijn ontzet; zij die faillietverklaard zijn, zolang zij hun schuldeisers niet volledig hebben betaald ".
Art.131. Dans l'article 12, alinéa 4, de la loi du 23 juin 1894 portant révision de la loi du 3 avril 1851 sur les sociétés mutualistes, les mots " ceux qui sont en état de faillite déclarée ou d'interdiction judiciaire, ou qui ont fait cession de biens, aussi longtemps qu'ils n'ont pas payé intégralement leurs créanciers " sont remplacés par les mots " ceux qui sont interdits; ceux qui ont été déclarés en faillite, aussi longtemps qu'ils n'ont pas payé intégralement leurs créanciers ".
Art.132. In artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen en waarbij aan de [1 ondernemingsrechtbanken]1 de bevoegdheid wordt toegekend dergelijk verbod uit te spreken, gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1978, 9 maart 1989 en 22 december 1990 worden in het eerste lid, g, de woorden "enkelvoudige of bedrieglijke bankbreuk " vervangen door de woorden " een van de strafbare feiten omschreven in de artikelen 489, 489bis en 489ter van het Strafwetboek ".
Modifications
Art.132. Dans l'article premier de l'arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 portant interdiction à certains condamnés et aux faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités et conférant aux [1 tribunaux de l'entreprise]1 la faculté de prononcer de telles interdictions, modifié par les lois du 4 août 1978, 9 mars 1989 et 22 décembre 1990, à l'alinéa premier, g, les mots " banqueroute simple ou frauduleuse " sont remplacés par les mots " une des infractions prévues aux articles 489, 489bis et 489ter du Code pénal ".
Modifications
Art.133. In artikel 1bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1978, worden de woorden " enkelvoudige of bedrieglijke bankbreuk " vervangen door de woorden " een van de strafbare feiten omschreven in de artikelen 489, 489bis en 489ter van het Strafwetboek ".
Art.133. A l'article premierbis du même arrêté, y insère par la loi du 4 août 1978, les mots " de banqueroute simple ou frauduleuse " sont remplacés par les mots " de l'une des infractions visées aux articles 489, 489bis et 489ter du Code pénal ".
Art.134. In artikel 3bis, § 5, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1978, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" De gefailleerde of een van de personen krachtens § 1 gelijkgesteld met de gefailleerde, worden gedagvaard voor de [1 ondernemingsrechtbank]1 op vordering van het openbaar ministerie of van een schuldeiser die niet werd betaald in het faillissement. ";
2° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
" In voorkomend geval wordt het openbaar ministerie gehoord in zijn advies. ".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" De gefailleerde of een van de personen krachtens § 1 gelijkgesteld met de gefailleerde, worden gedagvaard voor de [1 ondernemingsrechtbank]1 op vordering van het openbaar ministerie of van een schuldeiser die niet werd betaald in het faillissement. ";
2° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
" In voorkomend geval wordt het openbaar ministerie gehoord in zijn advies. ".
Modifications
Art.134. A l'article 3bis, § 5, du même arrêté, inséré par la loi du 4 août 1978, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa premier est remplacé par l'alinéa suivant :
" Le failli ou l'une des personnes assimilées au failli en vertu du § 1er sont citées devant le [1 tribunal de l'entreprise]1 à la demande du ministère public ou de tout créancier resté impayé dans la faillite. ";
2° l'alinéa 4 est remplacé par l'alinéa suivant :
" Le cas échéant, le ministère public est entendu en son avis. ".
1° l'alinéa premier est remplacé par l'alinéa suivant :
" Le failli ou l'une des personnes assimilées au failli en vertu du § 1er sont citées devant le [1 tribunal de l'entreprise]1 à la demande du ministère public ou de tout créancier resté impayé dans la faillite. ";
2° l'alinéa 4 est remplacé par l'alinéa suivant :
" Le cas échéant, le ministère public est entendu en son avis. ".
Modifications
Art.135. In artikel 10 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, vervangen bij de wet van 23 september 1985, worden de woorden " Ter zake van gerechtelijk akkoord, van faillissement of van verzoek tot uitstel van betaling " vervangen door de woorden " Ter zake van gerechtelijk akkoord en faillissement ".
Art.135. A l'article 10 de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, remplacé par la loi du 23 septembre 1985, les mots " En matière de concordat judiciaire, de faillite ou de demande de sursis de paiement " sont remplacés par les mots " En matière de concordat judiciaire et de faillite ".
Art.136. In artikel 13 van het koninklijk besluit nr. 72 van 30 november 1939 tot regeling van de beurzen voor de termijnhandel in goederen en waren, van het beroep van de makelaars en tussenpersonen die zich met deze termijnhandel inlaten en van het regime van de exceptie van het spel, wordt het tweede lid, 1°, vervangen als volgt :
" 1° de gefailleerden en de personen die veroordeeld zijn wegens overtreding van de artikelen 489, 489bis en 489ter van het Strafwetboek, behalve indien zij gerehabiliteerd zijn; ".
" 1° de gefailleerden en de personen die veroordeeld zijn wegens overtreding van de artikelen 489, 489bis en 489ter van het Strafwetboek, behalve indien zij gerehabiliteerd zijn; ".
Art.136. Dans l'article 13 de l'arrêté royal n° 72 du 30 novembre 1939 réglementant les bourses et les marchés à terme sur marchandises et denrées, la profession de courtiers et intermédiaires s'occupant de ces marchés et le régime de l'exception de jeu, à l'alinéa 2, le 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° les faillis et les personnes condamnées pour infraction aux articles 489, 489bis et 489ter du Code pénal, sauf s'ils ont été réhabilités; ".
" 1° les faillis et les personnes condamnées pour infraction aux articles 489, 489bis et 489ter du Code pénal, sauf s'ils ont été réhabilités; ".
Art.137. In artikel 25 van de wetten betreffende het handelsregister, gecoördineerd op 20 juli 1964, gewijzigd bij de wetten van 10 oktober 1967, 14 juli 1976, 12 juli 1989 en 19 januari 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° onderdeel 8° wordt vervangen als volgt :
" 8° tot faillietverklaring of tot uitspraak van de opheffing van het faillissement, tot uitspraak van de sluiting van de faillissementsverrichting, tot vaststelling van de verschoonbaarheid of niet verschoonbaarheid van de gefailleerde, tot verklaring van rehabilitatie ten aanzien van de gefailleerde ";
2° onderdeel 9° wordt vervangen als volgt : " 9° tot veroordeling wegens de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 489, 489bis en 489ter van het Strafwetboek ";
3° onderdeel 11° wordt opgeheven.
1° onderdeel 8° wordt vervangen als volgt :
" 8° tot faillietverklaring of tot uitspraak van de opheffing van het faillissement, tot uitspraak van de sluiting van de faillissementsverrichting, tot vaststelling van de verschoonbaarheid of niet verschoonbaarheid van de gefailleerde, tot verklaring van rehabilitatie ten aanzien van de gefailleerde ";
2° onderdeel 9° wordt vervangen als volgt : " 9° tot veroordeling wegens de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 489, 489bis en 489ter van het Strafwetboek ";
3° onderdeel 11° wordt opgeheven.
Art.137. A l'article 25 des loi relatives au registre de commerce, coordonnées le 20 juillet 1964, modifié par les lois du 10 octobre 1967, du 14 juillet 1976, du 12 juillet 1989 et du 19 janvier 1990, sont apportées les modifications suivantes :
1° la division 8° est remplacée par le texte suivant :
" 8° déclarant ou rapportant la faillite, prononçant la clôture des opérations de la faillite, statuant sur l'excusabilité ou l'inexcusabilité du failli, déclarant le failli réhabilité; ";
2° la division 9° est remplacé par le texte suivant : " 9° condamnation du chef des articles 489, 489bis et 489ter du Code pénal; ";
3° la division 11° est abrogée.
1° la division 8° est remplacée par le texte suivant :
" 8° déclarant ou rapportant la faillite, prononçant la clôture des opérations de la faillite, statuant sur l'excusabilité ou l'inexcusabilité du failli, déclarant le failli réhabilité; ";
2° la division 9° est remplacé par le texte suivant : " 9° condamnation du chef des articles 489, 489bis et 489ter du Code pénal; ";
3° la division 11° est abrogée.
Art.138. In artikel 310 van de algemene wet inzake douane en accijnzen worden de woorden " of zijn betalingen moet schorsen " geschrapt.
Art.138. A l'article 310 de la loi générale relative aux douanes et accises, les mots " ou qu'il devra surseoir à ses paiements " sont supprimés.
TITEL V. - Bepalingen waarvan de draagwijdte het faillissementsrecht overstijgt.
TITRE V. - Dispositions dont la portée dépasse le droit des faillites.
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE I. - Modifications au Code judiciaire.
Art.139. In artikel 1193 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 18 februari 1981, wordt het derde lid vervangen als volgt :
" In alle gevallen kunnen de verzoekers, wegens bijzondere omstandigheden en met instemming van de vrederechter, hetzij in de verkoopsvoorwaarden vermelden, hetzij ter zitting beslissen dat de formaliteit van het hoger bod niet zal worden toegepast. "
" In alle gevallen kunnen de verzoekers, wegens bijzondere omstandigheden en met instemming van de vrederechter, hetzij in de verkoopsvoorwaarden vermelden, hetzij ter zitting beslissen dat de formaliteit van het hoger bod niet zal worden toegepast. "
Art.139. Dans l'article 1193 du même Code, modifié par la loi du 18 février 1981, l'alinéa 3 est remplacé par l'alinéa suivant :
" Dans tous les cas le requérant peut, en raison de circonstances particulières et avec l'accord du juge de paix, soit prévoir dans le cahier des charges et conditions de la vente, soit décider séance tenante que la formalité de surenchère n'est pas d'application. ".
" Dans tous les cas le requérant peut, en raison de circonstances particulières et avec l'accord du juge de paix, soit prévoir dans le cahier des charges et conditions de la vente, soit décider séance tenante que la formalité de surenchère n'est pas d'application. ".
Art.140. In artikel 1621 van hetzelfde Wetboek wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" Wanneer er voor de overschrijving van het beslag een vonnis bestaat dat de verkoop van de in beslag genomen onroerende goederen beveelt, hetzij krachtens de artikelen 1186 tot 1191 of 1211, hetzij in enig ander geval waarin de verkoop van de onroerende goederen bij opbod geschiedt, krachtens rechterlijke beslissingen, kan de beslagene, na die overschrijving, de beslaglegger voor de rechter van de plaats waar de goederen gelegen zijn, oproepen om de vervolging van het uitvoerend beslag op onroerend goed gedurende een door deze rechter te bepalen termijn te schorsen, terwijl alles in dezelfde staat blijft. De termijn mag ten hoogste twee maanden bedragen. "
" Wanneer er voor de overschrijving van het beslag een vonnis bestaat dat de verkoop van de in beslag genomen onroerende goederen beveelt, hetzij krachtens de artikelen 1186 tot 1191 of 1211, hetzij in enig ander geval waarin de verkoop van de onroerende goederen bij opbod geschiedt, krachtens rechterlijke beslissingen, kan de beslagene, na die overschrijving, de beslaglegger voor de rechter van de plaats waar de goederen gelegen zijn, oproepen om de vervolging van het uitvoerend beslag op onroerend goed gedurende een door deze rechter te bepalen termijn te schorsen, terwijl alles in dezelfde staat blijft. De termijn mag ten hoogste twee maanden bedragen. "
Art.140. Dans l'article 1621 du même Code, l'alinéa premier est remplacé par l'alinéa suivant :
" Lorsqu'il existe, antérieurement à la transcription de la saisie, un jugement ordonnant la vente des immeubles saisis, soit en vertu des articles 1186 à 1191 ou 1211, soit dans tout autre cas où la vente des immeubles a lieu aux enchères, en vertu de décisions judiciaires, le saisi peut après cette transcription, appeler le saisissant devant le juge de la situation des biens, pour faire surseoir aux poursuites de saisie exécution immobilière, pendant un terme qui est fixé par ce juge, toutes choses restant en état. Ce terme ne peut excéder deux mois. ".
" Lorsqu'il existe, antérieurement à la transcription de la saisie, un jugement ordonnant la vente des immeubles saisis, soit en vertu des articles 1186 à 1191 ou 1211, soit dans tout autre cas où la vente des immeubles a lieu aux enchères, en vertu de décisions judiciaires, le saisi peut après cette transcription, appeler le saisissant devant le juge de la situation des biens, pour faire surseoir aux poursuites de saisie exécution immobilière, pendant un terme qui est fixé par ce juge, toutes choses restant en état. Ce terme ne peut excéder deux mois. ".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in de strafwetten.
CHAPITRE II. - Modifications aux lois pénales.
Art.141. Artikel 490bis van het Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 10 oktober 1967, wordt vervangen als volgt :
" Art. 490bis. --Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die bedrieglijk zijn onvermogen heeft bewerkt en aan de op hem rustende verplichtingen niet heeft voldaan.
Dat de schuldenaar zijn onvermogen heeft bewerkt, kan worden afgeleid uit enige omstandigheid waaruit blijkt dat hij zich onvermogend heeft willen maken.
Ten aanzien van de derde die mededader of medeplichtig is, vervalt de strafvordering wanneer hij de hem overhandigde goederen teruggeeft.".
" Art. 490bis. --Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die bedrieglijk zijn onvermogen heeft bewerkt en aan de op hem rustende verplichtingen niet heeft voldaan.
Dat de schuldenaar zijn onvermogen heeft bewerkt, kan worden afgeleid uit enige omstandigheid waaruit blijkt dat hij zich onvermogend heeft willen maken.
Ten aanzien van de derde die mededader of medeplichtig is, vervalt de strafvordering wanneer hij de hem overhandigde goederen teruggeeft.".
Art.141. L'article 490bis du même Code, inséré par la loi du 10 octobre 1967, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 490bis. Est puni d'un emprisonnement d'un mois à deux ans et d'une amende de cent francs (à cinq cent mille francs), ou d'une de ces peines seulement, celui qui frauduleusement a organisé son insolvabilité et n'a pas exécuté les obligations dont il est tenu.
L'organisation de son insolvabilité par le débiteur peut être déduite de toute circonstance de nature à révéler sa volonté de se rendre insolvable.
A l'égard du tiers coauteur ou complice du délit, l'action publique est éteinte s'il restitue les biens qui lui avaient été remis. ".
" Art. 490bis. Est puni d'un emprisonnement d'un mois à deux ans et d'une amende de cent francs (à cinq cent mille francs), ou d'une de ces peines seulement, celui qui frauduleusement a organisé son insolvabilité et n'a pas exécuté les obligations dont il est tenu.
L'organisation de son insolvabilité par le débiteur peut être déduite de toute circonstance de nature à révéler sa volonté de se rendre insolvable.
A l'égard du tiers coauteur ou complice du délit, l'action publique est éteinte s'il restitue les biens qui lui avaient été remis. ".
Art.142. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 492bis ingevoegd, luidende :
" Art. 492bis. - Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank worden gestraft de bestuurders, in feite of in rechte, van burgerlijke en handelsvennootschappen, alsook van verenigingen zonder winstoogmerk, die met bedrieglijk opzet en voor persoonlijke rechtstreekse of indirecte doeleinden gebruik hebben gemaakt van de goederen of van het krediet van de rechtspersoon, hoewel zij wisten dat zulks op betekenisvolle wijze in het nadeel was van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of vennoten.
De schuldigen kunnen daarenboven veroordeeld worden tot ontzetting van hun rechten overeenkomstig artikel 33. "
" Art. 492bis. - Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank worden gestraft de bestuurders, in feite of in rechte, van burgerlijke en handelsvennootschappen, alsook van verenigingen zonder winstoogmerk, die met bedrieglijk opzet en voor persoonlijke rechtstreekse of indirecte doeleinden gebruik hebben gemaakt van de goederen of van het krediet van de rechtspersoon, hoewel zij wisten dat zulks op betekenisvolle wijze in het nadeel was van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of vennoten.
De schuldigen kunnen daarenboven veroordeeld worden tot ontzetting van hun rechten overeenkomstig artikel 33. "
Art.142. Un article 492bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
" Art. 492bis. Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à cinq ans et d'une amende de cent francs à cinq cent mille francs, les dirigeants de droit ou de fait des sociétés commerciales et civiles ainsi que des associations sans but lucratif qui, avec une intention frauduleuse et à des fins personnelles, directement ou indirectement, ont fait des biens ou du crédit de la personne morale un usage qu'ils savaient significativement préjudiciable aux intérêts patrimoniaux de celle-ci et à ceux de ses créanciers ou associés.
Les coupables peuvent, de plus, être condamnés à l'interdiction, conformément a l'article 33. ".
" Art. 492bis. Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à cinq ans et d'une amende de cent francs à cinq cent mille francs, les dirigeants de droit ou de fait des sociétés commerciales et civiles ainsi que des associations sans but lucratif qui, avec une intention frauduleuse et à des fins personnelles, directement ou indirectement, ont fait des biens ou du crédit de la personne morale un usage qu'ils savaient significativement préjudiciable aux intérêts patrimoniaux de celle-ci et à ceux de ses créanciers ou associés.
Les coupables peuvent, de plus, être condamnés à l'interdiction, conformément a l'article 33. ".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in de wetten op de handelsvennootschappen.
CHAPITRE III. - Modifications aux lois sur les sociétés commerciales.
Art.143. In artikel 12, § 1, van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935, gewijzigd bij de wetten van 6 maart 1973, 24 maart 1978, 5 december 1984, 15 juli 1985, 29 juni 1993 en 13 april 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het 3°, c), wordt aangevuld met de volgende zin :
" Ingeval de vereffenaar een rechtspersoon is, bevat het uittreksel de aanwijzing of de wijziging van de aanwijzing van de natuurlijke persoon die deze vertegenwoordigt voor de uitoefening van de bevoegdheden van de vereffening ";
2° het 5°, c), wordt aangevuld met de volgende zin :
" Ingeval de vereffenaar een rechtspersoon is, bevat het uittreksel de aanwijzing of de wijziging van de aanwijzing van de natuurlijke persoon die deze vertegenwoordigt voor de uitoefening van de bevoegdheden van de vereffening ";
3° het 6°, lid 2, c), wordt aangevuld met de volgende zin :
" Ingeval de vereffenaar een rechtspersoon is, bevat het uittreksel de aanwijzing of de wijziging van de aanwijzing van de natuurlijke persoon die deze vertegenwoordigt voor de uitoefening van de bevoegdheden van de vereffening ".
1° het 3°, c), wordt aangevuld met de volgende zin :
" Ingeval de vereffenaar een rechtspersoon is, bevat het uittreksel de aanwijzing of de wijziging van de aanwijzing van de natuurlijke persoon die deze vertegenwoordigt voor de uitoefening van de bevoegdheden van de vereffening ";
2° het 5°, c), wordt aangevuld met de volgende zin :
" Ingeval de vereffenaar een rechtspersoon is, bevat het uittreksel de aanwijzing of de wijziging van de aanwijzing van de natuurlijke persoon die deze vertegenwoordigt voor de uitoefening van de bevoegdheden van de vereffening ";
3° het 6°, lid 2, c), wordt aangevuld met de volgende zin :
" Ingeval de vereffenaar een rechtspersoon is, bevat het uittreksel de aanwijzing of de wijziging van de aanwijzing van de natuurlijke persoon die deze vertegenwoordigt voor de uitoefening van de bevoegdheden van de vereffening ".
Art.143. A l'article 12, § 1er, des lois sur les sociétés commerciales, coordonnées le 30 novembre 1935, modifiées par les lois du 6 mars 1973, 24 mars 1978, 5 décembre 1984, 15 juillet 1985, 29 juin 1993 et 13 avril 1995, sont apportées les modifications suivantes :
1° le 3°, c), est complété par la phrase suivante :
" Au cas où le liquidateur est une personne morale, l'extrait contiendra la désignation de la personne physique qui la représente pour l'exercice des pouvoirs de liquidation. ";
2° le 5°, c), est complété par la phrase suivante :
" Au cas où le liquidateur est une personne morale, l'extrait contiendra la désignation ou la modification à la désignation de la personne physique qui la représente pour l'exercice des pouvoirs de liquidation. ";
3° le 6°, alinéa 2, c), est complété par la phrase suivante :
" Au cas où le liquidateur est une personne morale, l'extrait contiendra la désignation ou la modification à la désignation de la personne physique qui la représente pour l'exercice des pouvoirs de liquidation. ".
1° le 3°, c), est complété par la phrase suivante :
" Au cas où le liquidateur est une personne morale, l'extrait contiendra la désignation de la personne physique qui la représente pour l'exercice des pouvoirs de liquidation. ";
2° le 5°, c), est complété par la phrase suivante :
" Au cas où le liquidateur est une personne morale, l'extrait contiendra la désignation ou la modification à la désignation de la personne physique qui la représente pour l'exercice des pouvoirs de liquidation. ";
3° le 6°, alinéa 2, c), est complété par la phrase suivante :
" Au cas où le liquidateur est une personne morale, l'extrait contiendra la désignation ou la modification à la désignation de la personne physique qui la représente pour l'exercice des pouvoirs de liquidation. ".
Art.144. In dezelfde gecoördineerde wetten wordt een artikel 178ter ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 178ter. - Iedere wijziging van de naam van een vennootschap in vereffening is verboden. "
" Art. 178ter. - Iedere wijziging van de naam van een vennootschap in vereffening is verboden. "
Art.144. Dans les mêmes lois coordonnées, il est inséré un article 178ter, libellé comme suit :
" Art. 178ter. Toute modification de la dénomination d'une société en liquidation est interdite. ".
" Art. 178ter. Toute modification de la dénomination d'une société en liquidation est interdite. ".
Art.145. In dezelfde gecoördineerde wetten wordt een artikel 178quater ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 178quater. -Een beslissing tot verplaatsing van de zetel van een vennootschap in vereffening kan niet worden uitgevoerd dan na homologatie door de [1 ondernemingsrechtbank]1 van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft.
De homologatie wordt bij verzoekschrift aangevraagd door de vereffenaar.
De rechtbank doet uitspraak met voorrang boven alle andere zaken en na het openbaar ministerie te hebben gehoord. Zij verleent de homologatie wanneer zij oordeelt dat de zetelverplaatsing dienstig is voor de vereffening.
Een akte houdende verplaatsing van de zetel van een vennootschap in vereffening kan slechts geldig worden neergelegd overeenkomstig artikel 12 wanneer er een afschrift van de beslissing tot homologatie door de [1 ondernemingsrechtbank]1 wordt bijgevoegd. "
" Art. 178quater. -Een beslissing tot verplaatsing van de zetel van een vennootschap in vereffening kan niet worden uitgevoerd dan na homologatie door de [1 ondernemingsrechtbank]1 van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft.
De homologatie wordt bij verzoekschrift aangevraagd door de vereffenaar.
De rechtbank doet uitspraak met voorrang boven alle andere zaken en na het openbaar ministerie te hebben gehoord. Zij verleent de homologatie wanneer zij oordeelt dat de zetelverplaatsing dienstig is voor de vereffening.
Een akte houdende verplaatsing van de zetel van een vennootschap in vereffening kan slechts geldig worden neergelegd overeenkomstig artikel 12 wanneer er een afschrift van de beslissing tot homologatie door de [1 ondernemingsrechtbank]1 wordt bijgevoegd. "
Modifications
Art.145. Dans les mêmes lois coordonnées, il est inséré un article 178quater, libellé comme suit :
" Art. 178quater. Une procédure de transfert du siège d'une société en liquidation ne peut être mise à exécution qu'après homologation par le [1 tribunal de l'entreprise]1 dans le ressort duquel se trouve le siège de la société.
L'homologation est sollicitée par voie de requête à la diligence du liquidateur.
Le tribunal statue toutes affaires cessantes. Le ministère public est entendu. Le tribunal accorde l'homologation s'il estime que le transfert du siège est utile pour procéder à la liquidation.
Un acte portant transfert d'une société en liquidation ne peut être valablement déposé, conformément à l'article 12 que si le [1 tribunal de l'entreprise]1 y joint une copie de la décision d'homologation. ".
" Art. 178quater. Une procédure de transfert du siège d'une société en liquidation ne peut être mise à exécution qu'après homologation par le [1 tribunal de l'entreprise]1 dans le ressort duquel se trouve le siège de la société.
L'homologation est sollicitée par voie de requête à la diligence du liquidateur.
Le tribunal statue toutes affaires cessantes. Le ministère public est entendu. Le tribunal accorde l'homologation s'il estime que le transfert du siège est utile pour procéder à la liquidation.
Un acte portant transfert d'une société en liquidation ne peut être valablement déposé, conformément à l'article 12 que si le [1 tribunal de l'entreprise]1 y joint une copie de la décision d'homologation. ".
Modifications
Art.146. In dezelfde gecoördineerde wetten wordt artikel 179, gewijzigd bij de wet van 6 maart 1973, aangevuld met een derde lid, luidend als volgt :
" Ingeval de vereffenaar een rechtspersoon is, moet de natuurlijke persoon die hem vertegenwoordigt voor de uitoefening van de vereffening in het benoemingsbesluit worden aangewezen. Iedere wijziging van deze aanwijzing moet overeenkomstig het eerste lid worden besloten en overeenkomstig artikel 12 worden neergelegd en openbaargemaakt. "
" Ingeval de vereffenaar een rechtspersoon is, moet de natuurlijke persoon die hem vertegenwoordigt voor de uitoefening van de vereffening in het benoemingsbesluit worden aangewezen. Iedere wijziging van deze aanwijzing moet overeenkomstig het eerste lid worden besloten en overeenkomstig artikel 12 worden neergelegd en openbaargemaakt. "
Art.146. Dans les mêmes lois coordonnées, l'article 179, modifié par la loi du 6 mars 1973, est complété par un alinéa 3, libellé comme suit :
" Au cas où le liquidateur est une personne morale, la personne physique qui représente le liquidateur doit être désignée dans l'acte de nomination. Toute modification à la désignation de cette personne physique doit être décidée conformément à l'article premier, et déposée et publiée conformément à l'article 12. ".
" Au cas où le liquidateur est une personne morale, la personne physique qui représente le liquidateur doit être désignée dans l'acte de nomination. Toute modification à la désignation de cette personne physique doit être décidée conformément à l'article premier, et déposée et publiée conformément à l'article 12. ".
Art.147. In dezelfde gecoördineerde wetten wordt een artikel 185bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 185bis. - In naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid is het lid van een college van vereffenaars dat rechtstreeks of onrechtstreeks een belang van vermogensrechtelijke aard heeft dat strijdig is met een beslissing of een aan het college voorgelegde verrichting, gehouden artikel 60 na te komen, dat van overeenkomstige toepassing is.
Indien slechts één vereffenaar is benoemd en is hij voor die tegenstrijdigheid van belangen geplaatst, dan stelt hij de vennoten daarvan in kennis en de beslissing mag slechts worden genomen of de verrichting mag slechts worden gedaan voor rekening van de vennootschap door een lasthebber ad hoc.
Indien de vereffenaar de enige vennoot is van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, is artikel 133, § 3, van overeenkomstige toepassing. "
" Art. 185bis. - In naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid is het lid van een college van vereffenaars dat rechtstreeks of onrechtstreeks een belang van vermogensrechtelijke aard heeft dat strijdig is met een beslissing of een aan het college voorgelegde verrichting, gehouden artikel 60 na te komen, dat van overeenkomstige toepassing is.
Indien slechts één vereffenaar is benoemd en is hij voor die tegenstrijdigheid van belangen geplaatst, dan stelt hij de vennoten daarvan in kennis en de beslissing mag slechts worden genomen of de verrichting mag slechts worden gedaan voor rekening van de vennootschap door een lasthebber ad hoc.
Indien de vereffenaar de enige vennoot is van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, is artikel 133, § 3, van overeenkomstige toepassing. "
Art.147. Dans les mêmes lois coordonnées, il est inséré un article 185bis, libellé comme suit :
" Art. 185bis. Dans les société anonymes et les sociétés privées à responsabilité limitée, le membre du collège des liquidateurs qui a, directement ou indirectement, un intérêt opposé de nature patrimoniale à une décision ou à une opération soumise au collège, est tenu de se conformer à l'article 60, applicable par analogie.
Au cas où un seul liquidateur est nommé et qu'il se trouve dans cette opposition d'intérêts, il en réfère aux associés et la décision ne pourra être prise ou l'opération ne pourra être effectuée pour le compte de la société que par un mandataire ad hoc.
Si le liquidateur est l'associé unique d'une société privée à responsabilité limitée, l'article 133, § 3, est applicable par analogie. ".
" Art. 185bis. Dans les société anonymes et les sociétés privées à responsabilité limitée, le membre du collège des liquidateurs qui a, directement ou indirectement, un intérêt opposé de nature patrimoniale à une décision ou à une opération soumise au collège, est tenu de se conformer à l'article 60, applicable par analogie.
Au cas où un seul liquidateur est nommé et qu'il se trouve dans cette opposition d'intérêts, il en réfère aux associés et la décision ne pourra être prise ou l'opération ne pourra être effectuée pour le compte de la société que par un mandataire ad hoc.
Si le liquidateur est l'associé unique d'une société privée à responsabilité limitée, l'article 133, § 3, est applicable par analogie. ".
Art.148. Artikel 201, 3°bis, van dezelfde gecoördineerde wetten, ingevoegd bij de wet van 30 juni 1961 en gewijzigd bij de wetten van 23 februari 1967, 5 december 1984, 22 december 1989, 29 juni 1993 en 13 april 1995, wordt aangevuld met de volgende woorden " en 178bis ".
Art.148. L'article 201, 3°bis, des mêmes lois coordonnées, inséré par la loi du 30 juin 1961 et modifié par les lois des 23 février 1967, 5 décembre 1984, 22 décembre 1989, 29 juin 1993 et 13 avril 1995, est complété par les mots " et 178bis ".
HOOFDSTUK IV. - Opheffingsbepaling en inwerkingtreding.
CHAPITRE IV. - Disposition abrogatoire et entrée en vigueur.
Art.149. De wet van 18 april 1851 op het faillissement, de bankbreuk en de opschorting van betaling, gewijzigd bij de wetten van 31 mei 1890, 27 juli 1934, het koninklijk besluit nr. 150 van 18 maart 1935, de wetten van 10 augustus 1946, 18 mei 1956, 29 juli 1957, 24 juli 1962, 12 april 1965, 10 oktober 1967, 2 juli 1969, 27 mei 1974, 17 juli 1975,14 juli 1976, 24 maart 1978, 19 april 1983, 28 maart 1985, 11 april 1989, 14 januari 1993 en 24 december 1993, wordt opgeheven.
Art.149. La loi du 18 avril 1851 sur les faillites, banqueroutes et sursis, modifiée par les lois du 31 mai 1890, du 27 juillet 1934, par l'arrêté royal n° 150 du 18 mars 1935, par les lois du 10 août 1946, du 18 mai 1956, du 29 juillet 1957, du 24 juillet 1962, du 12 avril 1965, du 10 octobre 1967, du 2 juillet 1969, du 27 mai 1974, du 17 juillet 1975, du 14 juillet 1976, du 24 mars 1978, du 19 avril 1983, du 28 mars 1985, du 11 avril 1989, du 14 janvier 1993 et du 24 décembre 1993, est abrogée.
Art. 150. De bepalingen van deze wet treden in werking op de datum die de Koning bepaalt en uiterlijk zes maanden na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-01-1988 bij KB 1997-11-25/30)
(Artikel 3 treedt in werking op 31 mei 2002.) <W 2002-09-04/38, art. 32, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Artikel 13 is slechts van toepassing op de vonnissen van faillietverklaring die worden uitgesproken na de inwerkingtreding van deze wet.
De verplichting, voorgeschreven bij artikel 76, om het derde jaar na de faillietverklaring een vergadering van schuldeisers bijeen te roepen, geldt alleen voor de faillissementen die na de inwerkingtreding van dit artikel worden uitgesproken.
Artikel 101 is slechts van toepassing op bedingen die de eigendomsoverdracht opschorten tot de volledige betaling van de prijs, voor zover dit schriftelijk is overeengekomen na de inwerkingtreding van deze bepaling.
(Artikel 3 treedt in werking op 31 mei 2002.) <W 2002-09-04/38, art. 32, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
Artikel 13 is slechts van toepassing op de vonnissen van faillietverklaring die worden uitgesproken na de inwerkingtreding van deze wet.
De verplichting, voorgeschreven bij artikel 76, om het derde jaar na de faillietverklaring een vergadering van schuldeisers bijeen te roepen, geldt alleen voor de faillissementen die na de inwerkingtreding van dit artikel worden uitgesproken.
Artikel 101 is slechts van toepassing op bedingen die de eigendomsoverdracht opschorten tot de volledige betaling van de prijs, voor zover dit schriftelijk is overeengekomen na de inwerkingtreding van deze bepaling.
Art. 150. Les dispositions de la présente loi entrent en vigueur à la date fixée par le Roi, et, au plus tard, six mois après leur publication au Moniteur belge. (NOTE : Entrée en vigueur fixée au 01-01-1998 par AR 1997-11-25/30)
(L'article 3 entre en vigueur le 31 mai 2002.) <L 2002-09-04/38, art. 32, 003; En vigueur : 01-10-2002>
L'article 13 ne s'applique qu'aux jugements déclaratifs de faillite qui seront prononcés après l'entrée en vigueur de la présente loi.
L'obligation prescrite par l'article 76 de convoquer une assemblée de créanciers trois ans après le jugement déclaratif de faillite ne s'applique qu'aux faillites déclarées après l'entrée en vigueur de cet article.
L'article 101 ne s'applique qu'aux clauses suspendant le transfert de propriété jusqu'au paiement intégral du prix, établies par écrit après l'entrée en vigueur de cette disposition.
(L'article 3 entre en vigueur le 31 mai 2002.) <L 2002-09-04/38, art. 32, 003; En vigueur : 01-10-2002>
L'article 13 ne s'applique qu'aux jugements déclaratifs de faillite qui seront prononcés après l'entrée en vigueur de la présente loi.
L'obligation prescrite par l'article 76 de convoquer une assemblée de créanciers trois ans après le jugement déclaratif de faillite ne s'applique qu'aux faillites déclarées après l'entrée en vigueur de cet article.
L'article 101 ne s'applique qu'aux clauses suspendant le transfert de propriété jusqu'au paiement intégral du prix, établies par écrit après l'entrée en vigueur de cette disposition.