Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
10 AUGUSTUS 1995. - Paritair Subcomité voor het bedrijf der marmergroeven en -zagerijen op het gehele grondgebied van het Rijk. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 10 augustus 1995. - Toekenning van het conventioneel brugpensioen op 55 jaar (Overeenkomst geregistreerd op 26 februari 1996 onder het nummer 40839/ CO/102.08). (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-09-1996 en tekstbijwerking tot 11-10-1997)
Titre
10 AOUT 1995. - Sous-commission paritaire de l'industrie des carrières et scieries de marbres de tout le territoire du Royaume Convention collective de travail du 10 août 1995 Octroi de la prépension conventionnelle à 55 ans (Convention enregistrée le 26 février 1996 sous le numéro 40839/CO/102.08). (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 20-09-1996 et mis à jour au 11-10-1997)
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle werkgevers, werknemers en werksters van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het bedrijf der marmergroeven en -zagerijen op het gehele grondgebied van het Rijk.
Onder "werknemers" verstaat men de werknemers en de werksters.
Article 1. La présente convention collective de travail est applicable à tous les employeurs, ouvriers et ouvrières des entreprises ressortissant à la Sous-commission paritaire de l'industrie des carrières et scieries de marbres de tout le territoire du Royaume.
Par "travailleurs" on entend les ouvriers et les ouvrières.
Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten bij toepassing van het centraal akkoord van 7 december 1994, van titel II van de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 60 van 20 december 1994, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot bepaling van de doelstellingen en de procedure voor het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de bevordering van de werkgelegenheid, en heeft directe uitwerking.
Art. 2. La présente convention collective de travail est conclue en application de l'accord interprofessionnel du 7 décembre 1994, du titre II de la loi du 3 avril 1995 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi, de la convention collective de travail n° 60 du 20 décembre 1994 conclue au sein du Conseil national du travail, déterminant les objectifs et la procédure de conclusion de conventions collectives de travail portant sur la promotion de l'emploi, et a un effet direct.
Art. 3. Overeenkomstig titel II van de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling en onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen, wordt het principe van de toepassing van een regeling van conventioneel brugpensioen in deze sector aanvaard voor het werkend personeel (met uitzondering van de langdurige zieken), dat opteert voor deze formule en de leeftijd van 55 jaar bereikt tussen 1 januari 1995 en 31 december 1996.
Art. 3. Conformément au titre II de la loi du 3 avril 1995 portant des dispositions en faveur de l'emploi et sans préjudice des dispositions de l'arrêté royal du 7 décembre 1992 relatif à l'octroi d'allocations de chômage en cas de prépension conventionnelle, le principe de l'application d'un régime de prépension conventionnelle est admis dans le présent secteur pour le personnel actif (à l'exclusion des grands malades), qui opte pour cette formule et qui atteint l'âge de 55 ans entre le 1 janvier 1995 et le 31 décembre 1996.
Art. 4. a) De leeftijd van het brugpensioen van de werknemers die 33 jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen rechtvaardigen, berekend overeenkomstig artikel 114, § 4, tweede lid van het koninklijk besluit van 25 november 1991 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen, wordt op 55 jaar gebracht vanaf 1 januari 1995.
b) Voor de toepassingsmodaliteiten van dit beroepsverleden wordt de gelijkstelling van de dagen volledige werkloosheid tot een maximum van vijf jaar gedurende de loopbaan beperkt.
Art. 4. a) L'âge de la prépension des travailleurs qui peuvent se prévaloir de 33 ans de passé professionnel en tant que salarié, calculés conformément à l'article 114, § 4, alinéa 2 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 relatif aux allocations de chômage, est ramené à 55 ans à partir du 1 janvier 1995.
b) Pour les modalités d'application de cette carrière professionnelle, l'assimilation des périodes de chômage complet est limité à un maximum de cinq ans.
Art. 5. De gelijkstelling van de verschillende bepalingen van de bovengenoemde artikelen 3 en 4 wordt echter onderworpen aan de volgende voorwaarden :
a) het brugpensioen op 55 jaar zal worden toegestaan voor zover de werknemer een beroepsverleden van 33 jaar, gelijkstellingsperiodes inbegrepen, kan bewijzen op het ogenblik waarop het brugpensioen ingaat;
b) de eventuele gewetenszaken kunnen in de ondernemingen afzonderlijk worden onderzocht;
c) aan de werknemer die op 55 jaar met brugpensioen wenst te gaan onder de voorwaarden vermeld onder a) zal tot de leeftijd van 65 jaar een aanvullende vergoeding worden toegekend;
d) de aanvullende brugpensioenvergoeding wordt berekend overeenkomstig de regels bepaald in overeenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad;
e) (De capitatieve bijdrage van 33 pct. of 50 pct. zal worden genomen door het fonds voor bestaanszekerheid voor de marmergroeven en -zagerijen ten bedrage van 2.000.000 F over een maximumperiode van 3 jaar (van 55 jaar tot 58 jaar).
De wijzen van toekenning van deze twee miljoen zullen worden bepaald door het raad van bestuur van dit fonds;)
f) zowel voor de bruggepensioneerden als voor de bejaarde werklozen moet er worden vervangen in de zin van het centraal akkoord;
g) de controle zal eind december 1995 en eind december 1996 worden uitgevoerd door de instanties van het paritair subcomité.
Art. 5. L'assimilation des diverses dispositions prévues aux articles 3 et 4 précités est cependant soumise aux conditions suivantes :
a) la prépension à 55 ans sera accordée pour autant que le travailleur puisse justifier d'un passé professionnel de 33 ans, périodes d'assimilation comprises, au moment de la prise de prépension;
b) les éventuels cas de conscience pourront être examinés séparément au sein des entreprises;
c) pour le travailleur désirant prendre sa prépension à 55 ans dans les conditions reprises sous a), il sera octroyé une indemnité complémentaire jusqu'à l'âge de 65 ans;
d) l'indemnité complémentaire de prépension est calculée conformément aux règles contenues dans la convention n° 17 du Conseil national du travail;
e) (la cotisation capitative de 33 p.c. ou 50 p.c. sera prise en charge par le fonds de sécurité d'existence pour les carrières et scieries de marbre à concurrence de 2.000.000 F, sur la période maximum de 3 ans (de 55 ans à 58 ans).
Les modalités d'octroi de ces deux millions seront définies par le Conseil d'administration dudit fonds;)
f) tant pour les prépensionnés que pour les chômeurs âgés, il y a obligation de remplacement au sens de l'accord interprofessionnel;
g) le contrôle sera effectué par les instances de la présente sous-commission paritaire à fin décembre 1995 et à fin décembre 1996.
Art. 6. Het systeem van conventioneel brugpensioen op 55 jaar is facultatief. De werkgever verbindt er zich toe te gelegener tijd brugpensionering voor te stellen aan de werknemer die de wil heeft te kennen gegeven om aanspraak te maken op het brugpensioen.
Art. 6. Le système de prépension conventionnelle à 55 ans est facultatif. L'employeur s'engage à proposer en temps utile la prépension au travailleur qui a manifesté sa volonté d'en réclamer le bénéfice.
Art. 7. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1995 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1996.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 augustus 1996.
(Voor het KB, zie %%1996-08-04/37%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Art. 7. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1 janvier 1995 et cesse de produire ses effets le 31 décembre 1996.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 4 août 1996.
(Pour l'AR, voir %%1996-08-04/37%%).
La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET