Artikel 1. In de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering wordt een artikel 21bis ingevoegd, luidende :
"Art. 21bis. In de gevallen bedoeld in de artikelen 372, 373, 375, 379, 380 en 380bis van het Strafwetboek, begint de verjaringstermijn van de strafvordering pas te lopen vanaf de dag waarop het slachtoffer de leeftijd van achttien jaar bereikt. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
13 APRIL 1995. - Wet betreffende seksueel misbruik ten aanzien van minderjarigen.
Titre
13 AVRIL 1995. - Loi relative aux abus sexuels à l'égard des mineurs.
Informations sur le document
Numac: 1995009399
Datum: 1995-04-13
Info du document
Numac: 1995009399
Date: 1995-04-13
Table des matières
Table des matières
Tekst (9)
Texte (9)
Article 1. Un article 21bis, rédigé comme suit, est inséré dans le titre préliminaire du Code d'instruction criminelle :
"Art. 21bis. Dans les cas visés aux articles 372, 373, 375, 379, 380 et 380bis du Code pénal, le délai de prescription de l'action publique ne commence à courir qu'a partir du jour où la victime atteint l'âge de dix-huit ans. ".
"Art. 21bis. Dans les cas visés aux articles 372, 373, 375, 379, 380 et 380bis du Code pénal, le délai de prescription de l'action publique ne commence à courir qu'a partir du jour où la victime atteint l'âge de dix-huit ans. ".
Art.2. Hoofdstuk VII van het eerste boek en artikel 91 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 20 juli 1990, worden hersteld in de volgende lezing :
"
"
Art.2. Le chapitre VII du livre Ier et l'article 91 du même Code, abrogés par la loi du 20 juillet 1990, sont rétablis dans le texte suivant :
"CHAPITRE VII. - De l'audition des mineurs victimes de certains délits.
"CHAPITRE VII. - De l'audition des mineurs victimes de certains délits.
HOOFDSTUK VII. - Verhoor van minderjarigen die het slachtoffer zijn van bepaalde misdrijven.
Art.91. Tout mineur d'âge victime des faits visés aux articles 372, 373, 375, 379, 380 et 380bis du Code pénal a le droit de se faire accompagner par la personne majeure de son choix lors de toute audition effectuée par l'autorité judiciaire, sauf décision contraire motivée prise à l'égard de cette personne par le ministère public ou le magistrat instructeur dans l'intérêt du mineur ou de la manifestation de la vérité. ".
Art.3. In boek II, titel VII, hoofdstuk VI, van het Strafwetboek, wordt een artikel 382bis ingevoegd, luidende :
"Art. 382bis. Onverminderd artikel 382 kan elke veroordeling wegens feiten, bedoeld in de artikelen 372 tot 386ter, en gepleegd op de persoon van een minderjarige van minder dan zestien jaar of met zijn deelneming, de ontzetting meebrengen van het recht om, voor een termijn van 1 tot 20 jaar :
a) in welke hoedanigheid ook, deel te nemen aan onderwijs in een openbare of particuliere instelling die minderjarigen opvangt;
b) deel uit te maken, als vrijwilliger, als lid van het statutair of contractueel personeel of als lid van de organen van bestuur en beheer, van elke instelling of vereniging waarvan de activiteit in hoofdzaak op minderjarigen gericht is.
Dit verbod wordt toegepast overeenkomstig artikel 382, derde en vierde lid. "
"Art. 382bis. Onverminderd artikel 382 kan elke veroordeling wegens feiten, bedoeld in de artikelen 372 tot 386ter, en gepleegd op de persoon van een minderjarige van minder dan zestien jaar of met zijn deelneming, de ontzetting meebrengen van het recht om, voor een termijn van 1 tot 20 jaar :
a) in welke hoedanigheid ook, deel te nemen aan onderwijs in een openbare of particuliere instelling die minderjarigen opvangt;
b) deel uit te maken, als vrijwilliger, als lid van het statutair of contractueel personeel of als lid van de organen van bestuur en beheer, van elke instelling of vereniging waarvan de activiteit in hoofdzaak op minderjarigen gericht is.
Dit verbod wordt toegepast overeenkomstig artikel 382, derde en vierde lid. "
Art.3. Un article 382bis, rédigé comme suit, est inséré au livre II, titre VII, chapitre VI, du Code pénal :
"Art. 382bis. Sans préjudice de l'article 382, toute condamnation pour des faits visés aux articles 372 à 386ter, accomplis sur un mineur de moins de seize ans ou impliquant sa participation, peut comporter, pour une durée de 1 à 20 ans, l'interdiction du droit :
a) de participer, à quelque titre que ce soit, à un enseignement donné dans un établissement public ou privé qui accueille des mineurs ;
b) de faire partie, comme membre bénévole, membre du personnel statutaire ou contractuel ou comme membre des organes d'administration et de gestion, de toute institution ou association dont l'activité concerne à titre principal les mineurs.
L'application de cette interdiction se fera conformément aux alinéas 3 et 4 de l'article 382. ".
"Art. 382bis. Sans préjudice de l'article 382, toute condamnation pour des faits visés aux articles 372 à 386ter, accomplis sur un mineur de moins de seize ans ou impliquant sa participation, peut comporter, pour une durée de 1 à 20 ans, l'interdiction du droit :
a) de participer, à quelque titre que ce soit, à un enseignement donné dans un établissement public ou privé qui accueille des mineurs ;
b) de faire partie, comme membre bénévole, membre du personnel statutaire ou contractuel ou comme membre des organes d'administration et de gestion, de toute institution ou association dont l'activité concerne à titre principal les mineurs.
L'application de cette interdiction se fera conformément aux alinéas 3 et 4 de l'article 382. ".
Art.4 , In artikel 422bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 januari 1961, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "zes maanden" vervangen door de woorden "een jaar";
2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
" De straf bedoeld in het eerste lid wordt op twee jaar gebracht indien de persoon die in groot gevaar verkeert, minderjarig is. "
1° in het eerste lid worden de woorden "zes maanden" vervangen door de woorden "een jaar";
2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
" De straf bedoeld in het eerste lid wordt op twee jaar gebracht indien de persoon die in groot gevaar verkeert, minderjarig is. "
Art.4. A l'article 422bis du même Code, inséré par la loi du 6 janvier 1961, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots "six mois" sont remplacés par les mots "un an" ;
2° l'article est complété par l'alinéa suivant :
" La peine prévue à l'alinéa 1er est portée à deux ans lorsque la personne exposée à un péril grave est mineure d'âge. ".
1° à l'alinéa 1er, les mots "six mois" sont remplacés par les mots "un an" ;
2° l'article est complété par l'alinéa suivant :
" La peine prévue à l'alinéa 1er est portée à deux ans lorsque la personne exposée à un péril grave est mineure d'âge. ".
Art.5. Artikel 2, derde lid, van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden, gewijzigd bij de wetten van 6 februari 1985 en 11 juli 1994, wordt aangevuld als volgt :
"7° als het gaat om een misdaad bedoeld in artikel 375, laatste lid, van het Strafwetboek. "
"7° als het gaat om een misdaad bedoeld in artikel 375, laatste lid, van het Strafwetboek. "
Art.5. L'article 2, alinéa 3, de la loi du 4 octobre 1867 sur les circonstances atténuantes, modifié par les lois des 6 février 1985 et 11 juillet 1994, est complété par la disposition suivante :
"7° s'il s'agit d'un crime visé à l'article 375, dernier alinéa, du Code pénal. ".
"7° s'il s'agit d'un crime visé à l'article 375, dernier alinéa, du Code pénal. ".
Art.6. In artikel 5 van de wet van 31 mei 1888 tot invoering van de voorwaardelijke invrijheidstelling in het strafstelsel, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :
" Indien de veroordeelde een straf heeft ondergaan voor feiten bedoeld in de artikelen 372 tot 386ter van het Strafwetboek en gepleegd op de persoon van minderjarigen of met hun deelneming, is bovendien het advies vereist van een dienst die in de begeleiding of de behandeling van seksuele delinquenten is gespecialiseerd. "
" Indien de veroordeelde een straf heeft ondergaan voor feiten bedoeld in de artikelen 372 tot 386ter van het Strafwetboek en gepleegd op de persoon van minderjarigen of met hun deelneming, is bovendien het advies vereist van een dienst die in de begeleiding of de behandeling van seksuele delinquenten is gespecialiseerd. "
Art.6. A l'article 5 de la loi du 31 mai 1888 établissant la liberté conditionnelle dans le système pénal, l'alinéa suivant est inséré entre le premier et le deuxième alinéa :
"Si le condamné a subi une peine pour des faits visés aux articles 372 à 386ter du Code pénal, accomplis sur des mineurs ou impliquant leur participation, est en outre requis l'avis d'un service spécialisé dans la guidance ou le traitement des délinquants sexuels. ".
"Si le condamné a subi une peine pour des faits visés aux articles 372 à 386ter du Code pénal, accomplis sur des mineurs ou impliquant leur participation, est en outre requis l'avis d'un service spécialisé dans la guidance ou le traitement des délinquants sexuels. ".
Art.7. Artikel 8 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid :
"Indien de veroordeelde een straf heeft ondergaan voor de feiten bedoeld in de artikelen 372 tot 386ter van het Strafwetboek en gepleegd op de persoon van minderjarigen of met hun deelneming, moet aan de invrijheidstelling de voorwaarde worden verbonden van het volgen van een begeleiding of een behandeling. De nadere regels met betrekking tot die begeleiding of behandeling en de duur ervan worden bepaald in de beslissing tot invrijheidstelling."
"Indien de veroordeelde een straf heeft ondergaan voor de feiten bedoeld in de artikelen 372 tot 386ter van het Strafwetboek en gepleegd op de persoon van minderjarigen of met hun deelneming, moet aan de invrijheidstelling de voorwaarde worden verbonden van het volgen van een begeleiding of een behandeling. De nadere regels met betrekking tot die begeleiding of behandeling en de duur ervan worden bepaald in de beslissing tot invrijheidstelling."
Art.7. L'article 8 de la même loi est complété par l'alinéa suivant :
"Si le condamné a subi une peine pour des faits visés aux articles 372 à 386ter du Code pénal, accomplis sur des mineurs ou impliquant leur participation, la libération doit être soumise à l'obligation de suivre une guidance ou un traitement, dont la décision de libération détermine les modalités et la durée.".
"Si le condamné a subi une peine pour des faits visés aux articles 372 à 386ter du Code pénal, accomplis sur des mineurs ou impliquant leur participation, la libération doit être soumise à l'obligation de suivre une guidance ou un traitement, dont la décision de libération détermine les modalités et la durée.".
Art. 8. In de wet van 9 april 1930, gewijzigd bij de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers wordt een artikel 20bis ingevoegd, luidende :
"Art. 20bis. Het advies van een dienst die gespecialiseerd is in de begeleiding of de behandeling van seksuele delinquenten is vereist voor de invrijheidstelling van ieder die geïnterneerd is wegens feiten bedoeld in de artikelen 372 tot 386ter van het Strafwetboek, en gepleegd op de persoon van een minderjarige of met zijn deelneming.
In dat geval kan de commissie bovendien, en zulks voor de duur van de proefperiode die zij bepaalt bij de invrijheidstelling op proef, betrokkene als voorwaarde het verbod opleggen om :
a) in welke hoedanigheid ook deel te nemen aan onderwijs in een openbare of particuliere instelling die minderjarigen opvangt;
b) deel uit te maken, als vrijwilliger, als lid van het statutair of contractueel personeel of als lid van de organen van bestuur en beheer, van elke instelling of vereniging waarvan de activiteit in hoofdzaak op minderjarigen gericht is."
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
(Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 13 april 1995.) (Erratum, zie B.St. 17-06-1995, p. 17546)
ALBERT,
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
M. WATHELET
Met 's Lands zegel gezegeld :
Voor de Minister van Justitie, afwezig :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting,
H. VAN ROMPUY
"Art. 20bis. Het advies van een dienst die gespecialiseerd is in de begeleiding of de behandeling van seksuele delinquenten is vereist voor de invrijheidstelling van ieder die geïnterneerd is wegens feiten bedoeld in de artikelen 372 tot 386ter van het Strafwetboek, en gepleegd op de persoon van een minderjarige of met zijn deelneming.
In dat geval kan de commissie bovendien, en zulks voor de duur van de proefperiode die zij bepaalt bij de invrijheidstelling op proef, betrokkene als voorwaarde het verbod opleggen om :
a) in welke hoedanigheid ook deel te nemen aan onderwijs in een openbare of particuliere instelling die minderjarigen opvangt;
b) deel uit te maken, als vrijwilliger, als lid van het statutair of contractueel personeel of als lid van de organen van bestuur en beheer, van elke instelling of vereniging waarvan de activiteit in hoofdzaak op minderjarigen gericht is."
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
(Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 13 april 1995.) (Erratum, zie B.St. 17-06-1995, p. 17546)
ALBERT,
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
M. WATHELET
Met 's Lands zegel gezegeld :
Voor de Minister van Justitie, afwezig :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting,
H. VAN ROMPUY
Art. 8. Un article 20bis, rédigé comme suit, est inséré dans la loi du 9 avril 1930, modifiée par la loi du 1er juillet 1964, de défense sociale à l'égard des anormaux et des délinquants d'habitude :
"Art. 20bis. L'avis d'un service spécialisé dans la guidance ou le traitement des délinquants sexuels est requis avant la libération de tout interné pour des faits relatifs aux articles 372 à 386ter du Code pénal, accomplis sur un mineur ou impliquant sa participation.
Dans ce cas, la commission peut prononcer en outre, pour la période d'épreuve qu'elle détermine au moment de la libération à l'essai, une condition d'interdiction de :
a) participer, à quelque titre que ce soit, à un enseignement donné dans un établissement public ou privé qui accueille des mineurs ;
b) faire partie, comme membre bénévole, membre du personnel statutaire ou contractuel ou comme membre des organes d'administration et de gestion, de toute institution ou association dont l'activité concerne à titre principal les mineurs.".
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 13 avril 1995.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Justice,
M. WATHELET
Scellé du sceau de l'Etat :
Pour le Ministre de la Justice, absent :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre du Budget,
H. VAN ROMPUY
"Art. 20bis. L'avis d'un service spécialisé dans la guidance ou le traitement des délinquants sexuels est requis avant la libération de tout interné pour des faits relatifs aux articles 372 à 386ter du Code pénal, accomplis sur un mineur ou impliquant sa participation.
Dans ce cas, la commission peut prononcer en outre, pour la période d'épreuve qu'elle détermine au moment de la libération à l'essai, une condition d'interdiction de :
a) participer, à quelque titre que ce soit, à un enseignement donné dans un établissement public ou privé qui accueille des mineurs ;
b) faire partie, comme membre bénévole, membre du personnel statutaire ou contractuel ou comme membre des organes d'administration et de gestion, de toute institution ou association dont l'activité concerne à titre principal les mineurs.".
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 13 avril 1995.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Justice,
M. WATHELET
Scellé du sceau de l'Etat :
Pour le Ministre de la Justice, absent :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre du Budget,
H. VAN ROMPUY