Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
" het Fonds ", het Rijksfonds voor sociale reclassering van de minder-validen;
" het instituut ", het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
19 JULI 1991. - Koninklijk besluit betreffende de ontbinding van het Rijksfonds voor sociale reclassering van de minder-validen, en de overdracht van zijn taken, goederen, rechten en verplichtingen aan de Gemeenschappen, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.
Titre
19 JUILLET 1991. - Arrêté royal relatif à la dissolution du Fonds national de reclassement social des handicapés et au transfert de ses missions, biens, droits et obligations aux Communautés, à la Commission communautaire commune et à l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Table des matières
Tekst (29)
Texte (29)
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
" le Fonds ", le Fonds national de reclassement social des handicapés;
" l'Institut ", l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.
" le Fonds ", le Fonds national de reclassement social des handicapés;
" l'Institut ", l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.
Art. 2. _ Het Fonds wordt ontbonden.
Met het oog op die ontbinding blijft het voortbestaan gedurende de volledige duurtijd daarvan en wordt het vertegenwoordigd door zijn raad van beheer.
Met het oog op die ontbinding blijft het voortbestaan gedurende de volledige duurtijd daarvan en wordt het vertegenwoordigd door zijn raad van beheer.
Art. 2. Le Fonds est mis en dissolution.
En vue de cette dissolution, il continue d'exister pour toute la durée de celle-ci et est représenté par son conseil de gestion.
En vue de cette dissolution, il continue d'exister pour toute la durée de celle-ci et est représenté par son conseil de gestion.
Art. 3. De taken van het Fonds, zoals zij voortvloeien uit de wet van 16 april 1963 betreffende de sociale reclassering van de mindervaliden, worden overgedragen aan de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, ieder wat haar betreft, met uitzondering van die met betrekking tot de individuele verstrekkingen voor functionele revalidatie bedoeld bij artikel 3, 2°, 3° en 4° van diezelfde wet, alsmede van de daarbij horende reiskosten, die overgedragen werden aan het Instituut.
Art. 3. Les missions du Fonds, telles qu'elles découlent de la loi du 16 avril 1963 relative au reclassement social des handicapés, sont transférées à la Communauté française, à la Communauté flamande, à la Communauté germanophone et à la Commission communautaire commune, chacune pour ce qui la concerne, à l'exception de celles relatives aux prestations individuelles de réadaptation fonctionnelle visées à l'article 3, 2°, 3 et 4 de cette même loi ainsi qu'au remboursement des frais de déplacement en relation avec ces prestations, qui ont été transférées à l'Institut.
Art. 4. De goederen, rechten en verplichtingen van het Fonds die verband houden met de in artikel 3 bedoelde taken worden overgedragen aan de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en het Instituut ieder wat haar betreft.
Deze overdracht geschiedt op basis van de balans vastgesteld op 31 december 1990, welke melding maakt van de onroerende goederen zoals die werden geherwaardeerd met inachtneming van de bepalingen van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut.
De verdeling van het patrimonium van het Fonds gebeurt volgens de bij artikel 5 vastgestelde orde.
Deze overdracht geschiedt op basis van de balans vastgesteld op 31 december 1990, welke melding maakt van de onroerende goederen zoals die werden geherwaardeerd met inachtneming van de bepalingen van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut.
De verdeling van het patrimonium van het Fonds gebeurt volgens de bij artikel 5 vastgestelde orde.
Art. 4. Les biens, droits et obligations du Fonds afférents aux missions visées à l'article 3, sont transférés à la Communauté française, à la Communauté flamande, à la Communauté germanophone, à la Commission communautaire commune et à l'Institut, chacun pour ce qui le concerne.
Ce transfert se fait sur la base du bilan arrêté au 31 décembre 1990, qui fait état des biens immeubles tels qu'ils ont été réévalués compte tenu des dispositions de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public.
Le partage du patrimoine du Fonds se fait selon l'ordre établi à l'article 5.
Ce transfert se fait sur la base du bilan arrêté au 31 décembre 1990, qui fait état des biens immeubles tels qu'ils ont été réévalués compte tenu des dispositions de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public.
Le partage du patrimoine du Fonds se fait selon l'ordre établi à l'article 5.
Art. 5. § 1. De bedragen die overeenstemmen met de resultaten die voor de jaren 1989 en 1990 in de balans vastgesteld werden en vermeld zijn in de rekening 135.0, worden toegewezen aan elk van de betrokken partijen.
§ 2. Een bedrag van twaalf miljoen frank wordt toegewezen aan de Vlaamse Gemeenschap.
§ 3. Een aandeel van 2 % van de over te dragen goederen wordt toegewezen aan de duitstalige Gemeenschap.
§ 4. Een gedeelte van de over te dragen goederen dat gelijkwaardig is met de lasten betreffende de tegemoetkomingen bedoeld in artikel 1, 2° en hoofdstuk II van het ministerieel besluit van 13 oktober 1976 betreffende het toekennen, door het Rijksfonds voor sociale reclassering van de minder-validen, van tijdelijke tegemoetkomingen, genaamd tegemoetkomingen wegens economische recessie, aan de beschutte werkplaatsen, alsmede betreffende de investeringstoelagen aan instellingen, bedoeld bij artikel 80 van het koninklijk besluit van 5 juli 1963 betreffende de sociale reclassering van de minder-validen, die sinds 1 januari 1989 gedragen werden door de respectieve Gemeenschappen, wordt toegewezen aan elke Gemeenschap, ieder wat haar betreft.
§ 5. Een bedrag van 586 miljoen dat overeenkomt met de lasten betreffende de individuele prestaties die nog te betalen zijn op 31 december 1988, wordt toegewezen aan :
- de Vlaamse Gemeenschap ten belope van 22,19 %;
- de Franse Gemeenschap ten belope van 14,10 %;
- de Duitstalige Gemeenschap ten belope van 0,51 %;
- het Instituut ten belope van 63,14 %.
§ 6. Het overblijvend deel van het aktief en van het passief wordt als volgt verdeeld :
aan de Vlaamse Gemeenschap ten belope van 48,8410 %;
aan de Franse Gemeenschap ten belope van 31,0000 %;
aan de Duitstalige Gemeenschap ten belope van 0,4981 %;
aan de Gemeenschappelijk Gemeenschapscommissie ten belope van 0,0559 %;
aan het Instituut ten belope van 19,6050 %.
§ 2. Een bedrag van twaalf miljoen frank wordt toegewezen aan de Vlaamse Gemeenschap.
§ 3. Een aandeel van 2 % van de over te dragen goederen wordt toegewezen aan de duitstalige Gemeenschap.
§ 4. Een gedeelte van de over te dragen goederen dat gelijkwaardig is met de lasten betreffende de tegemoetkomingen bedoeld in artikel 1, 2° en hoofdstuk II van het ministerieel besluit van 13 oktober 1976 betreffende het toekennen, door het Rijksfonds voor sociale reclassering van de minder-validen, van tijdelijke tegemoetkomingen, genaamd tegemoetkomingen wegens economische recessie, aan de beschutte werkplaatsen, alsmede betreffende de investeringstoelagen aan instellingen, bedoeld bij artikel 80 van het koninklijk besluit van 5 juli 1963 betreffende de sociale reclassering van de minder-validen, die sinds 1 januari 1989 gedragen werden door de respectieve Gemeenschappen, wordt toegewezen aan elke Gemeenschap, ieder wat haar betreft.
§ 5. Een bedrag van 586 miljoen dat overeenkomt met de lasten betreffende de individuele prestaties die nog te betalen zijn op 31 december 1988, wordt toegewezen aan :
- de Vlaamse Gemeenschap ten belope van 22,19 %;
- de Franse Gemeenschap ten belope van 14,10 %;
- de Duitstalige Gemeenschap ten belope van 0,51 %;
- het Instituut ten belope van 63,14 %.
§ 6. Het overblijvend deel van het aktief en van het passief wordt als volgt verdeeld :
aan de Vlaamse Gemeenschap ten belope van 48,8410 %;
aan de Franse Gemeenschap ten belope van 31,0000 %;
aan de Duitstalige Gemeenschap ten belope van 0,4981 %;
aan de Gemeenschappelijk Gemeenschapscommissie ten belope van 0,0559 %;
aan het Instituut ten belope van 19,6050 %.
Art. 5. § 1. Les montants correspondant aux résultats arrêtés au bilan pour les exercices 1989 et 1990 et repris au compte 135.0, sont attribués à chacune des parties concernées.
§ 2. Un montant de douze millions de francs est attribué à la Communauté flamande.
§ 3. Une part de 2 % des biens à transférer est attribué à la Communauté germanophone.
§ 4. Une part des biens à transférer équivalente aux charges relatives aux interventions visées à l'article 1er, 2°, et au chapitre II de l'arrêté ministériel du 13 octobre 1976 relatif à l'octroi par le Fonds national de reclassement social des handicapés, d'interventions temporaires, dites de récession économique aux ateliers protégés, ainsi que celles relatives aux subsides à l'investissement aux institutions, visées à l'article 80 de l'arrêté royal du 5 juillet 1963 concernant le reclassement social des handicapés qui ont été supportées par les Communautés respectives à partir du 1er janvier 1989, est attribuée à chaque Communauté chacune pour ce qui la concerne.
§ 5. Un montant de 586 millions correspondant aux charges relatives aux prestations individuelles encore à payer au 31 décembre 1988 est attribué à :
- la Communauté flamande à concurrence de 22,19 %;
- la Communauté française à concurrence de 14,10 %;
- la Communauté germanophone à concurrence de 0,51 %;
- l'Institut à concurrence de 63,14 %.
§ 6. La part restante de l'actif et du passif est répartie comme suit :
à la Communauté flamande à concurrence de 48,8410 %;
à la Communauté française à concurrence de 31,0000 %;
à la Communauté germanophone à concurrence de 0,4981 %;
à la Commission communautaire commune à concurrence de 0,0559 %;
à l'Institut à concurrence de 19,6050 %.
§ 2. Un montant de douze millions de francs est attribué à la Communauté flamande.
§ 3. Une part de 2 % des biens à transférer est attribué à la Communauté germanophone.
§ 4. Une part des biens à transférer équivalente aux charges relatives aux interventions visées à l'article 1er, 2°, et au chapitre II de l'arrêté ministériel du 13 octobre 1976 relatif à l'octroi par le Fonds national de reclassement social des handicapés, d'interventions temporaires, dites de récession économique aux ateliers protégés, ainsi que celles relatives aux subsides à l'investissement aux institutions, visées à l'article 80 de l'arrêté royal du 5 juillet 1963 concernant le reclassement social des handicapés qui ont été supportées par les Communautés respectives à partir du 1er janvier 1989, est attribuée à chaque Communauté chacune pour ce qui la concerne.
§ 5. Un montant de 586 millions correspondant aux charges relatives aux prestations individuelles encore à payer au 31 décembre 1988 est attribué à :
- la Communauté flamande à concurrence de 22,19 %;
- la Communauté française à concurrence de 14,10 %;
- la Communauté germanophone à concurrence de 0,51 %;
- l'Institut à concurrence de 63,14 %.
§ 6. La part restante de l'actif et du passif est répartie comme suit :
à la Communauté flamande à concurrence de 48,8410 %;
à la Communauté française à concurrence de 31,0000 %;
à la Communauté germanophone à concurrence de 0,4981 %;
à la Commission communautaire commune à concurrence de 0,0559 %;
à l'Institut à concurrence de 19,6050 %.
Art. 6. § 1. In het gedeelte van het patrimonium dat krachtens artikel 5 aan de Vlaamse Gemeenschap wordt overgedragen zijn inbegrepen : de gebouwen gelegen in het Vlaamse Gewest en opgenomen in bijlage 1 van dit besluit alsmede het gebouw gelegen in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, Meiboomstraat 16-18, te 1000 Brussel, kadastraal gekend onder 3e divisie, sectie 06, nr. 1680/0 en deel nr. 1678/D.
§ 2. In het gedeelte van het patrimonium dat krachtens het artikel 5 aan de Franse Gemeenschap wordt overgedragen zijn inbegrepen : de gebouwen en grond gelegen in het Waalse Gewest en opgenomen in bijlage 2 van dit besluit alsmede het gebouw gelegen in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, Meiboomstraat 14, te 1000 Brussel, kadastraal gekend onder 6e Sectie, nr. 1683/G.
§ 3. De borgtochten en waarborgen opgenomen in het beleggingsfonds worden overgenomen volgens de toewijzing van de gebouwen vermeld onder § 1 en § 2 hiervoor; de andere waarden van het beleggingsfonds opgenomen in bijlage 3 worden verdeeld op vervaldag teneinde de uitvoering van artikel 5, § 6, mogelijk te maken.
§ 4. De goederen die zich bevinden in de in dit artikel, § 1 en § 2 vermelde gebouwen, met uitzondering van de in artikel 7, 1°, 2°, 3°, 4°, 5° en 6° bedoelde goederen, worden met deze gebouwen toegewezen, rekening houdend met het bepaalde in bijlage 4.
§ 2. In het gedeelte van het patrimonium dat krachtens het artikel 5 aan de Franse Gemeenschap wordt overgedragen zijn inbegrepen : de gebouwen en grond gelegen in het Waalse Gewest en opgenomen in bijlage 2 van dit besluit alsmede het gebouw gelegen in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, Meiboomstraat 14, te 1000 Brussel, kadastraal gekend onder 6e Sectie, nr. 1683/G.
§ 3. De borgtochten en waarborgen opgenomen in het beleggingsfonds worden overgenomen volgens de toewijzing van de gebouwen vermeld onder § 1 en § 2 hiervoor; de andere waarden van het beleggingsfonds opgenomen in bijlage 3 worden verdeeld op vervaldag teneinde de uitvoering van artikel 5, § 6, mogelijk te maken.
§ 4. De goederen die zich bevinden in de in dit artikel, § 1 en § 2 vermelde gebouwen, met uitzondering van de in artikel 7, 1°, 2°, 3°, 4°, 5° en 6° bedoelde goederen, worden met deze gebouwen toegewezen, rekening houdend met het bepaalde in bijlage 4.
Art. 6. § 1. La part du patrimoine transférée à la Communauté flamande en vertu de l'article 5, comprend les immeubles sis dans la Région flamande et repris à l'annexe 1 du présent arrêté ainsi que celui situé dans la Région de Bruxelles-Capitale, rue du Meiboom 16-18, à 1000 Bruxelles, 3e division, section 06, n° 1680/0 et partie n° 1678/D.
§ 2. La part du patrimoine transférée à la Communauté française en vertu de l'article 5, comprend les immeubles et terrains sis dans la Région wallonne et repris à l'annexe 2 du présent arrêté ainsi que celui situé dans la Région de Bruxelles-Capitale, rue du Meiboom 14, à 1000 Bruxelles y connu sous le numéro cadastral, 6e section, n° 1683/G.
§ 3. Les cautions et garanties reprises dans le fonds de placement sont réparties suivant l'attribution des immeubles mentionnée dans les §§ 1er et 2 ci-dessus. Les autres valeurs du fonds de placement reprises à l'annexe 3 sont partagées à l'échéance en vue de permettre l'exécution de l'article 5, § 6.
§ 4. Les biens se trouvant dans les immeubles visés au présent article, § 1er et § 2, à l'exception des biens visés dans l'article 7, 1°, 2°, 3°, 4°, 5° et 6°, sont attribués avec ces immeubles, compte tenu des dispositions de l'annexe 4.
§ 2. La part du patrimoine transférée à la Communauté française en vertu de l'article 5, comprend les immeubles et terrains sis dans la Région wallonne et repris à l'annexe 2 du présent arrêté ainsi que celui situé dans la Région de Bruxelles-Capitale, rue du Meiboom 14, à 1000 Bruxelles y connu sous le numéro cadastral, 6e section, n° 1683/G.
§ 3. Les cautions et garanties reprises dans le fonds de placement sont réparties suivant l'attribution des immeubles mentionnée dans les §§ 1er et 2 ci-dessus. Les autres valeurs du fonds de placement reprises à l'annexe 3 sont partagées à l'échéance en vue de permettre l'exécution de l'article 5, § 6.
§ 4. Les biens se trouvant dans les immeubles visés au présent article, § 1er et § 2, à l'exception des biens visés dans l'article 7, 1°, 2°, 3°, 4°, 5° et 6°, sont attribués avec ces immeubles, compte tenu des dispositions de l'annexe 4.
Art. 7. Onverminderd de bepalingen van artikel 5, worden de roerende goederen van het Fonds als volgt overgedragen :
1° de goederen opgenomen in bijlage 5 worden aan de Vlaamse Gemeenschap, aan de Franse Gemeenschap of aan het Instituut overgedragen volgens de uitsplitsing bepaald in dezelfde bijlage;
2° de goederen opgenomen in bijlage 6 worden aan de Duitstalige Gemeenschap overgedragen;
3° de roerende goederen die verbonden zijn met een betrekking worden samen met het personeelslid dat deze betrekking bekleedt overgedragen aan de Gemeenschappen, aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of aan het Instituut;
4° de boeken, tijdschriften en andere publicaties van de functionele bibliotheek van het Fonds worden als volgt verdeeld :
(a) van de werken die het Fonds in tweevoud bezit wordt één exemplaar aan het Franse en één aan de Vlaamse Gemeenschap toegewezen.
(b) de werken in het Frans worden toegewezen aan de Franse Gemeenschap;
(c) de overige werken worden toegewezen aan de Vlaamse Gemeenschap;
5° onverminderd de toepassing van punt 6°, worden alle andere roerende goederen van het Fonds overgedragen aan de betrokken Gemeenschappen in funktie van hun oorsprong of bij ontstentenis daarvan, hun gebruik op de datum van inwerkingtreding van dit besluit;
6° de archieven van het Fonds die niet overgedragen zijn aan de algemene Archieven van het Rijk of die niet toegewezen werden aan de Gemeenschappen, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of het Instituut, worden in onverdeeldheid overgedragen aan de bovenvermelde partijen.
1° de goederen opgenomen in bijlage 5 worden aan de Vlaamse Gemeenschap, aan de Franse Gemeenschap of aan het Instituut overgedragen volgens de uitsplitsing bepaald in dezelfde bijlage;
2° de goederen opgenomen in bijlage 6 worden aan de Duitstalige Gemeenschap overgedragen;
3° de roerende goederen die verbonden zijn met een betrekking worden samen met het personeelslid dat deze betrekking bekleedt overgedragen aan de Gemeenschappen, aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of aan het Instituut;
4° de boeken, tijdschriften en andere publicaties van de functionele bibliotheek van het Fonds worden als volgt verdeeld :
(a) van de werken die het Fonds in tweevoud bezit wordt één exemplaar aan het Franse en één aan de Vlaamse Gemeenschap toegewezen.
(b) de werken in het Frans worden toegewezen aan de Franse Gemeenschap;
(c) de overige werken worden toegewezen aan de Vlaamse Gemeenschap;
5° onverminderd de toepassing van punt 6°, worden alle andere roerende goederen van het Fonds overgedragen aan de betrokken Gemeenschappen in funktie van hun oorsprong of bij ontstentenis daarvan, hun gebruik op de datum van inwerkingtreding van dit besluit;
6° de archieven van het Fonds die niet overgedragen zijn aan de algemene Archieven van het Rijk of die niet toegewezen werden aan de Gemeenschappen, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of het Instituut, worden in onverdeeldheid overgedragen aan de bovenvermelde partijen.
Art. 7. Sans préjudice des dispositions de l'article 5, les biens meubles du Fonds sont transférés comme suit :
1° les biens repris à l'annexe 5 sont transférés à la Communauté flamande, à la Communauté française ou à l'Institut suivant la répartition établie dans la même annexe;
2° les biens repris à l'annexe 6 sont transférés à la Communauté germanophone;
3° les biens meubles attachés aux emplois dont les membres du personnel sont transférés aux Communautés, à la Commission communautaire commune ou à l'Institut, sont transférés avec les agents;
4° les livres, revues périodiques et autres publications de la bibliothèques fonctionnelle du Fonds sont répartis comme suit :
(a) les ouvrages que le Fonds possède en double exemplaire sont attribués, l'un à la Communauté française, l'autre à la Communauté flamande;
(b) les ouvrages en langue française sont attribués à la Communauté française;
(c) les autres ouvrages sont attribués à la Communauté flamande;
5° sans préjudice de l'application du point 6°, tous les autres biens meubles du Fonds sont transférés aux Communautés concernées en fonction de leur origine ou, à défaut, de leur usage à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté;
6° les archives du Fonds qui ne sont pas transférées aux Archives générales du Royaume ou qui n'ont pas été attribuées aux Communautés, à la Commission communautaire commune ou à l'Institut, sont transférées en indivision aux parties susmentionnées.
1° les biens repris à l'annexe 5 sont transférés à la Communauté flamande, à la Communauté française ou à l'Institut suivant la répartition établie dans la même annexe;
2° les biens repris à l'annexe 6 sont transférés à la Communauté germanophone;
3° les biens meubles attachés aux emplois dont les membres du personnel sont transférés aux Communautés, à la Commission communautaire commune ou à l'Institut, sont transférés avec les agents;
4° les livres, revues périodiques et autres publications de la bibliothèques fonctionnelle du Fonds sont répartis comme suit :
(a) les ouvrages que le Fonds possède en double exemplaire sont attribués, l'un à la Communauté française, l'autre à la Communauté flamande;
(b) les ouvrages en langue française sont attribués à la Communauté française;
(c) les autres ouvrages sont attribués à la Communauté flamande;
5° sans préjudice de l'application du point 6°, tous les autres biens meubles du Fonds sont transférés aux Communautés concernées en fonction de leur origine ou, à défaut, de leur usage à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté;
6° les archives du Fonds qui ne sont pas transférées aux Archives générales du Royaume ou qui n'ont pas été attribuées aux Communautés, à la Commission communautaire commune ou à l'Institut, sont transférées en indivision aux parties susmentionnées.
Art. 8. De goederen worden overgedragen in de staat waarin zij zich bevinden met, voor wat betreft de onroerende goederen, alle actieve of passieve, zichtbare of niet-zichtbare, voortdurende of niet-voortdurende erfdienstbaarheden waarmee zij bevoordeeld of bezwaard zijn.
Art. 8. Les biens sont transférés dans l'état où ils se trouvent, et quant aux immeubles, avec toutes les servitudes actives et passives, apparentes ou occultes, continues ou discontinues dont ils profitent ou sont grevés.
Art. 9. De overeenkomsten tot huur, leasing, huisbewaring, onderhoud, verzekering en andere prestaties worden overgedragen samen met de goederen of de personen op wie ze betrekking hebben.
Art. 9. Les contrats de location, de location-financement, de conciergerie, d'entretien, d'assurance et autres prestations sont transférés avec les biens ou les personnes auxquels ils se rapportent.
Art. 10. De rechten en verplichtingen verbonden aan de intellectuele eigendom van het Fonds worden overgedragen aan de Gemeenschappen, aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of aan het Instituut volgens hun oorsprong, toewijzing of gebruik, in zoverre zij betrekking hebben op de overgedragen taken.
Art. 10. Les droits et obligations afférents à la propriété intellectuelle du Fonds sont transférés aux Communautés, à la Commission communautaire commune ou à l'Institut en fonction de leur origine, de leur affectation ou de leur utilisation, pour autant qu'ils se rapportent à des missions transférées.
Art. 11. De Gemeenschappen, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en het Instituut genieten dezelfde fiscale voordelen en vrijstellingen als die welke aan het Fonds waren verleend met betrekking tot de overgedragen taken en goederen.
Art. 11. Les Communautés, la Commission communautaire commune et l'Institut bénéficient des mêmes exemptions et avantages fiscaux que ceux qui étaient accordés au Fonds pour les missions et biens transférés.
Art. 12. Het Fonds verricht voor rekening van de partijen bedoeld in dit besluit de ontvangsten en uitgaven met betrekking tot zijn patrimonium die het na sluiting van de in artikel 4 bedoelde rekeningen boekt, en verdeelt ze onder hen.
Art. 12. Le Fonds effectue pour compte des parties visées par le présent arrêté les recettes et les dépenses relatives à son patrimoine enregistrées après la clôture des comptes visés à l'article 4, et les répartit entre elles.
Art. 13. De Raad van beheer opent een bijzondere rekening " ontbindingskosten ". Als kosten van de ontbindingsverrichtingen worden beschouwd, de kosten, die verband houden met de funktionering van de Raad van beheer alsook kosten die de invordering der rechten en de uitvoering van verplichtingen betreffen.
De Raad van beheer is gemachtigd de nodige sommen vooraf te nemen op de waarden van de goederen, die krachtens dit besluit overgedragen worden, teneinde de kosten van de ontbindingsverrichtingen te dekken.
De Raad van beheer is gemachtigd de nodige sommen vooraf te nemen op de waarden van de goederen, die krachtens dit besluit overgedragen worden, teneinde de kosten van de ontbindingsverrichtingen te dekken.
Art. 13. Le Conseil de gestion établit un compte spécial " charges de dissolution ". Sont considérés comme charges relatives aux opérations de dissolution, les frais relatifs à son fonctionnement ainsi que les frais de recouvrement des droits et d'exécution des obligations.
Le Conseil de gestion peut prélever sur la valeur des biens transférés en vertu du présent arrêté, les sommes nécessaires afin de faire face aux charges de dissolution.
Le Conseil de gestion peut prélever sur la valeur des biens transférés en vertu du présent arrêté, les sommes nécessaires afin de faire face aux charges de dissolution.
Art. 14. In overleg met de Gemeenschappen, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en het Instituut, naargelang van het geval, kan de Raad van Beheer zonder vergoeding over het overgedragen personeel beschikken voor de noodwendigheden van de ontbinding.
Art. 14. Le Conseil de gestion peut, en concertation avec les Communautés, la Commission communautaire commune et l'Institut selon le cas, disposer sans indemnisation, pour les besoins de la dissolution, du personnel transféré.
Art. 15. Alle handelingen betreffende de personeelsleden alsmede de goederen, rechten en verplichtingen bedoeld in de artikelen 4 tot 10, die gedurende de periode tussen 1 januari 1991 en de datum van publicatie van dit besluit en van de besluiten betreffende de personeelsoverdracht, door het Fonds in het raam van een degelijk en redelijk beheer gesteld zijn, worden geacht te zijn verricht in naam en voor rekening van de Gemeenschap, van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of van het Instituut waaraan deze personeelsleden worden overgedragen of deze goederen, rechten of verplichtingen worden toegewezen.
Art. 15. Pendant la période comprise entre le 1er janvier 1991 et la date de publication du présent arrêté et des arrêtés relatifs au transfert du personnel, tous les actes relatifs aux membres du personnel ainsi qu'aux biens, droits et obligations visés aux articles 4 à 10, posés dans le cadre d'une gestion saine et raisonnable par le Fonds sont réputés être faits aux risques et profits de la Communauté, de la Commission communautaire commune ou de l'Institut auxquels ces agents sont transférés ou ces biens, droits et obligations sont attribués.
Art. 16. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1991.
Art. 16. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 1991.
Art. 17. Onze Eerste Minister, Onze Minister van Sociale Zaken, Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid en Onze Staatssecretaris voor Volksgezondheid en Gehandicaptenbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 17. _ Notre Premier Ministre, Notre Ministre des Affaires sociales, Notre Ministre de l'Emploi et du Travail et Notre Secrétaire d'Etat à la Santé publique et à la Politique des Handicapés sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Bijlage I.
Annexe I.
Art. N1. Inventaris van de gebouwen gelegen in het Nederlands taalgebied bedoeld bij artikel 6, § 1, van onderhavig besluit.
Art. N1. Inventaire des bâtiments situés dans la région de langue néerlandaise, visés à l'article 6, § 1er, du présent arrêté.
Bijlage II.
Annexe II.
Art. N2. Inventaris van de gebouwen en grond gelegen in het Frans taalgebied bedoeld bij artikel 6, § 2, van onderhavig besluit.
Art. N2. Inventaire des bâtiments et terrain situés dans la région de langue française, visés à l'article 6, § 2, du présent arrêté.
Bijlage III.
Annexe III.
Art. N3. Inventaris van de effektenportefeuille met annuïteiten en interesttabel.
Art. N3. Inventaire du portefeuille titres avec tableau des annuités et des intérêts.
Bijlage IV.
Annexe IV.
Art. N4. _ Inventaris van de goederen en kontrakten, die gebonden zijn aan de gebouwen.
Art. N4. Inventaire des biens et contrats, afférents aux bâtiments.
Bijlage V.
Annexe V.
Art. N5. Inventaris van de goederen van de Vlaamse Gemeenschap, van de Franse Gemeenschap en van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.
Art. N5. Inventaire des biens de la Communauté française, de la Communauté flamande et de l'Institut national d'Assurance Maladie-Invalidité.
Bijlage VI.
Annexe VI.
Art. N6. Inventaris van de goederen van de Duitstalige Gemeenschap.
Art. N6. Inventaire des biens de la Communauté germanophone.