Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
28 DECEMBER 1990. - Wet betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-12-1992 en tekstbijwerking tot 11-05-1999)
Titre
28 DECEMBRE 1990. - Loi relative à diverses dispositions fiscales et non fiscales. (NOTE : Consultation des versions antérieur à partir du 31-12-1992 et mis à jour au 11-05-1999)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (91)
Texte (91)
TITEL I. - Directe fiscaliteit.
TITRE I. - Fiscalité directe.
HOOFDSTUK I. - Inkomstenbelastingen.
CHAPITRE I. - Impôts sur les revenus.
Afdeling 1. - Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Section 1. - Code des impôts sur les revenus.
Artikel 1. In artikel 32quinquies van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, ingevoegd door artikel 258 van de wet van 22 december 1989, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen door de volgende tekst :
  " Voor de toepassing van de artikelen 21, eerste lid, 2°, 30, tweede lid, 1°, 31 en 32 worden beschouwd als gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid :
  - de vaste activa verworven of tot stand gebracht in het raam van die werkzaamheid en geboekt als activa-bestanddeel;
  - de vaste activa of gedeelten daarvan waarvoor, uit een fiscaal oogpunt, afschrijvingen of waardeverminderingen worden of werden aanvaard;
  - de immateriële activa tot stand gebracht tijdens de uitoefening van de beroepswerkzaamheid en ongeacht of zij als activabestanddeel zijn geboekt ".
  2° in het derde lid, worden tussen het woord " eensdeels " en de woorden " de verkoopwaarde van het goed ", de woorden " de ontvangen vergoeding of " ingevoegd.
Article 1. Dans l'article 32quinquies du Code des impôts sur les revenus, inséré par l'article 258 de la loi du 22 décembre 1989, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par le texte suivant :
  " Pour l'application des articles 21, alinéa 1er, 2°, 30, alinéa 2, 1°, 31 et 32, sont considérées comme affectées à l'exercice de l'activité professionnelle :
  - les immobilisations acquises ou constituées dans le cadre de cette activité professionnelle et figurant parmi les éléments de l'actif;
  - les immobilisations ou partie de celles-ci en raison desquelles des amortissements ou réductions de valeur sont ou ont été admis fiscalement;
  - les immobilisations incorporelles constituées pendant l'exercice de l'activité professionnelle et qui figurent ou non parmi les éléments de l'actif ".
  2° à l'alinéa 3, les mots " l'indemnité percue ou " sont insérés entre les mots " d'une part " et " la valeur de réalisation. "
Art.2. In artikel 42ter, § 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 48 van 22 juni 1982, worden de woorden " voor dat belastbaar tijdperk niet-verleende vrijstelling achtereenvolgens overgedragen op de winsten van de volgende belastbare tijdperken " vervangen door de woorden " niet-verleende vrijstelling voor dat belastbaar tijdperk en voor de vorige belastbare tijdperken achtereenvolgens overgedragen op de winsten van de volgende belastbare tijdperken, zonder dat de aftrek telkens hoger mag zijn dan 25 pct. van de niet-verleende vrijstelling of 25.000.000 frank ".
Art.2. Dans l'article 42ter, § 4, du même Code, inséré par l'article 6 de l'arrêté royal n° 48 du 22 juin 1982, les mots " est reportée successivement sur les bénéfices des périodes imposables suivantes " sont remplacés par les mots " et pour les périodes imposables antérieures est reportée successivement sur les bénéfices des périodes imposables suivantes sans que la déduction puisse dépasser chaque fois 25 p.c. de l'immunité non accordée ou 25.000.000 francs ".
Art.3. Artikel 50, 5°, van hetzelfde Wetboek wordt als volgt aangevuld :
  " zelfs indien deze geldboeten of straffen worden opgelopen door een persoon die van de belastingplichtige bezoldigingen ontvangt als vermeld in artikel 20, 2° ".
Art.3. L'article 50, 5°, du même Code est complété comme suit :
  " même si ces amendes ou pénalités sont encourues par une personne qui percoit du contribuable des rémunérations visées à l'article 20, 2° ".
Art.4. Artikel 53 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt :
  " Evenmin kan krachtens artikel 43, 2° en 3°, een aftrek wegens bedrijfsverliezen worden verricht door de vennoten of leden van vennootschappen en verenigingen als vermeld in artikel 25, § 1, tenzij en in de mate dat die vennoten of leden beroepsinkomsten hebben als vermeld in artikel 20, 1° of 3°, en de daarop aan te rekenen verliezen uit een beroepswerkzaamheid van dezelfde aard voortspruiten ".
Art.4. L'article 53 du même Code est complété par un alinéa, libellé comme suit :
  " Aucune déduction au titre de pertes professionnelles ne peut non plus être opérée, en vertu de l'article 43, 2° et 3°, par les associés ou membres de sociétés ou associations visées à l'article 25, § 1er, à moins que et dans la mesure où ces associés ou membres bénéficient de revenus professionnels visés à l'article 20, 1° ou 3°, et que les pertes à imputer sur ceux-ci résultent d'une activité professionnelle de même nature ".
Art.5. In artikel 67, 3°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 7 van de wet van 3 november 1976, bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 27 december 1976 en bij artikel 170 van de wet van 30 december 1988, waarvan de tegenwoordige tekst het a) zal vormen, wordt een b) toegevoegd, luidend als volgt :
  " b) uitkeringen of aanvullende uitkeringen als vermeld onder a) die, in uitvoering van een gerechtelijke beslissing waarbij het bedrag ervan met terugwerkende kracht wordt vastgesteld of verhoogd, aan de belastingplichtige zijn betaald in een later belastbaar tijdperk dan dat waarop ze betrekking hebben ".
Art.5. Dans l'article 67, 3°, du même Code, modifié par l'article 7 de la loi du 3 novembre 1976, par l'article 1er de l'arrêté royal du 27 décembre 1976 et par l'article 170 de la loi du 30 décembre 1988, dont le texte actuel formera le a), il est ajouté un b), libellé comme suit :
  " b) les rentes ou rentes complémentaires visées sous a) payées au contribuable au cours d'une période imposable ultérieure à celle à laquelle elles se rapportent, en exécution d'une décision judiciaire qui en a fixé ou augmenté le montant avec effet rétroactif ".
Art.6. In artikel 71, § 2, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 9 van de wet van 15 juli 1966, bij artikel 1 van de wet van 18 mei 1972, bij artikel 9 van de wet van 19 juli 1979, bij artikel 54 van de wet van 2 juli 1981, bij artikel 1 van de wet van 1 augustus 1985, bij artikel 4 van het koninklijk besluit van 22 december 1986, bij artikel 27 van de wet van 4 juli 1989 en bij artikel 248 van de wet van 22 november 1989, wordt tussen het eerste en tweede lid het volgende lid ingevoegd :
  " In afwijking van § 1, 3°, zijn aftrekbaar, de tachtig honderdsten van de renten die de belastingplichtige volgens de voorwaarden aldaar bepaald verschuldigd is, doch die betaald worden in een later belastbaar tijdperk dan dat waarin zij verschuldigd zijn en dit in uitvoering van een gerechtelijke beslissing waarbij het bedrag ervan met terugwerkende kracht wordt vastgesteld of verhoogd ".
Art.6. Dans l'article 71, § 2, du même Code, modifié par l'article 9 de la loi du 15 juillet 1966, par l'article 1er de la loi du 18 mai 1972, par l'article 9 de la loi du 19 juillet 1979, par l'article 54 de la loi du 2 juillet 1981, par l'article 1er de la loi du 1er août 1985, par l'article 4 de l'arrêté royal du 22 décembre 1986, par l'article 27 de la loi du 4 juillet 1989 et par l'article 248 de la loi du 22 novembre 1989, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  " Par dérogation au § 1er, 3°, sont déductibles les quatre-vingts centièmes des rentes dues par le contribuable aux conditions qui y sont fixées mais qui sont payées au cours d'une période imposable ultérieure à celle au cours de laquelle elles sont dues et ce, en exécution d'une décision judiciaire qui en a fixé ou augmenté le montant avec effet rétroactif ".
Art.7. Artikel 82, § 6, van hetzelfde Wetboek, opgeheven door artikel 13, 3°, van de wet van 11 april 1983 houdende fiscale en begrotingsbepalingen, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " § 6. De in §§ 1 en 5 vermelde bedragen van 60 000 frank worden gebracht op 90 000 frank voor kinderen ten laste van een belastingplichtige die overeenkomstig artikel 1 van de wet van 7 december 1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen als een alleenstaande wordt beschouwd, en op 120 000 frank voor kinderen ten laste van eenzelfde belastingplichtige, die voor ten minste 66 % getroffen zijn door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of psychische geschiktheid wegens een of meer aandoeningen of als gehandicapt worden aangemerkt overeenkomstig artikel 6, § 5, van dezelfde wet ".
Art.7. L'article 82, § 6, du même Code, abrogé par l'article 13, 3°, de la loi du 11 avril 1983 portant des dispositions fiscales et budgétaires, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " § 6. Les montants de 60 000 francs visés aux §§ 1er et 5 sont portés à 90 000 francs pour les enfants à charge d'un contribuable considéré comme isolé conformément à l'article 1er de la loi du 7 décembre 1988 portant réforme de l'impôt sur les revenus et modification des taxes assimilées au timbre et à 120 000 francs pour les enfants à charge d'un même contribuable, qui sont atteints à 66 % au moins d'une insuffisance ou d'une diminution de capacité physique ou mentale du chef d'une ou de plusieurs affections ou qui sont considérés comme handicapés conformément à l'article 6, § 5, de la même loi ".
Art.8. Artikel 83 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 12 van de wet van 5 januari 1976, bij artikel 5 van de wet van 22 december 1977, bij artikel 172 van de wet van 30 december 1988 en bij artikel 247 van de wet van 22 december 1989, wordt aangevuld als volgt :
  " 5° de uitkeringen of aanvullende uitkeringen tot onderhoud die in uitvoering van een gerechtelijke beslissing waarbij het bedrag ervan met terugwerkende kracht wordt vastgesteld of verhoogd, aan de belastingplichtige zijn betaald in een later belastbaar tijdperk dan dat waarop ze betrekking hebben ".
Art.8. L'article 83 du même Code, modifié par l'article 12 de la loi du 5 janvier 1976, par l'article 5 de la loi du 22 décembre 1977, par l'article 172 de la loi du 30 décembre 1988 et par l'article 247 de la loi du 22 décembre 1989, est complété comme suit :
  " 5° les rentes alimentaires ou rentes alimentaires complémentaires payées au contribuable au cours d'une période imposable ultérieure à celle à laquelle elles se rapportent, en exécution d'une décision judiciaire qui en a fixé ou augmenté le montant avec effet rétroactif ".
Art.9. Artikel 93, § 1, 4°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door artikel 14 van de wet van 3 november 1976 en gewijzigd bij artikel 51, van de wet van 4 augustus 1978, wordt aangevuld als volgt :
  " - de vroeger verschuldigde maar laattijdig uitbetaalde uitkeringen tot onderhoud, zoals bepaald in artikel 67, 3°, b ".
Art.9. L'article 93, § 1er, 4°, du même Code, inséré par l'article 14 de la loi du 3 novembre 1976 et modifié par l'article 51 de la loi du 4 août 1978, est complété comme suit :
  " - les rentes alimentaires visées à l'article 67, 3°, b, dues antérieurement mais payées avec retard ".
Art.10. Artikel 150, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 314 van de wet van 22 december 1989, wordt aangevuld met de volgende leden :
  " Op de belasting berekend overeenkomstig het vorige lid worden de in artikel 87ter vermelde verminderingen toegestaan binnen de perken en onder de voorwaarden gesteld in deze bepaling, met dien verstande dat de ermede verband houdende belasting eveneens overeenkomstig het vorige lid wordt berekend.
  De in het vorige lid vermelde verminderingen worden voor beide echtgenoten slechts éénmaal verleend en voor het bepalen van deze verminderingen wordt rekening gehouden met het geheel van de inkomsten, met inbegrip van de buitenlandse inkomsten. "
  " De artikelen 73 en 75 zijn eveneens van toepassing alsook de artikelen 1 en 2 van de wet van 7 december 1988 ".
Art.10. L'article 150, § 1er, du même Code, modifié par l'article 314 de la loi du 22 décembre 1989, est complété par les alinéas suivants :
  " Sur l'impôt calculé conformément à l'alinéa précédent, les réductions prévues à l'article 87ter sont accordées, dans les limites et aux conditions fixées par cette disposition, étant entendu que l'impôt auquel elles correspondent est également calculé conformément à l'alinéa précédent.
  Les réductions visées à l'alinéa précédent ne sont accordées qu'une fois pour les deux conjoints et pour la détermination de ces réductions, il est tenu compte de l'ensemble des revenus, y compris les revenus étrangers. "
  " Les articles 73 et 75 sont également applicables ainsi que les articles 1 et 2 de la loi du 7 décembre 1988 ".
Art.11. Artikel 169 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 24 van de wet van 15 juli 1966, bij artikel 64 van de wet van 25 juni 1973, bij artikel 28 van de wet van 3 november 1976, bij artikel 1, 5°, van het koninklijk besluit van 7 november 1977 en bij artikel 34 van de wet van 4 augustus 1986, wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Evenmin is roerende voorheffing verschuldigd op de aan de Staat verleende of toegekende inkomsten van financiële beheersverrichtingen verwezenlijkt in het algemeen belang van de Schatkist of voortvloeiend uit de vorming van onmiddellijk beschikbare gelden om het hoofd te bieden aan de kastekorten, wegens de onmogelijkheid toegang te krijgen tot de geldmarkt door middel van dagelijkse uitgiften van schatkistcertificaten ".
Art.11. L'article 169 du même Code, modifié par l'article 24 de la loi du 15 juillet 1966, par l'article 64 de la loi du 25 juin 1973, par l'article 28 de la loi du 3 novembre 1976, par l'article 1er, 5°, de l'arrêté royal du 7 novembre 1977 et par l'article 34 de la loi du 4 août 1986, est complété par l'alinéa suivant :
  " Le précompte mobilier n'est pas dû non plus sur les revenus alloués ou attribués à l'Etat en raison des opérations de gestion financière effectuées dans l'intérêt général du Trésor ou découlant de la constitution du volant de trésorerie nécessaire pour faire face aux déficits de caisse qui résultent de l'impossibilité d'accéder au marché monétaire par la voie de l'émission journalière de certificats de trésorerie ".
Art.12. In artikel 192, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 297 van de wet van 22 december 1989, worden tussen de woorden " waardevermindering " en " tot gevolg " de woorden " of een minderwaarde " ingevoegd.
Art.12. Dans l'article 192, alinéa 2, du même Code, modifié par l'article 297 de la loi du 22 décembre 1989, les mots " ou une moins-value " sont insérés entre les mots " réduction de valeur " et " des actions ou parts ".
Art.13. In artikel 196, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door artikel 298, 2°, van de wet van 22 december 1989, worden tussen de woorden " waardevermindering " en " tot gevolg " de woorden " of een minderwaarde " ingevoegd.
Art.13. Dans l'article 196, 3°, du même Code, inséré par l'article 298, 2°, de la loi du 22 décembre 1989, les mots " ou une moins-value " sont insérés entre les mots " réduction de valeur " et " des actions ou parts ".
Art.14. Artikel 247 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Wanneer het tegenbewijs van de belastingplichtige betrekking heeft op verkopen van roerende waarden of andere financiële instrumenten die hij zich als belegging heeft aangeschaft, hebben de ingeroepen aankoop- of verkoopborderellen of -documenten tegenover de Administratie der directe belastingen slechts bewijskracht indien ze de vermelding " op naam " dragen en zijn opgesteld ten name van de belastingplichtige of van de personen van wie hij de rechthebbende is ".
Art.14. L'article 247 du même Code est complété par l'alinéa suivant :
  " Lorsque la preuve contraire fournie par le contribuable se rapporte à des ventes de valeurs mobilières ou d'autres instruments financiers qu'il a acquis au titre de placement, les bordereaux ou documents d'achat et de vente invoqués ne font preuve à l'égard de l'Administration des Contributions directes que s'ils portent la mention " nominatif " et sont établis au nom du contribuable ou des personnes dont il est l'ayant droit ".
Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen.
Section 2. - Dispositions particulières.
Art.15. Artikel 2, § 3, van het koninklijk besluit nr 15 van 9 maart 1982 tot aanmoediging van de inschrijving op of de aankoop van aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid in Belgische vennootschappen, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr 150 van 30 december 1982, bij artikel 78 van de wet van 31 juli 1984 en bij artikel 9 van de wet van 22 februari 1990, wordt aangevuld met een als volgt luidend vierde lid :
  " Behoudens andersluidende beslissing ten gevolge van een akte die onderworpen is aan de voorschriften betreffende de openbaarmaking, heeft de in de prospectus van uitgifte van de nieuwe aandelen of deelbewijzen of in de akte van oprichting of van kapitaalverhoging formeel uitgedrukte verbintenis ambtshalve betrekking op de zeven of de zes boekjaren die het in § 2, derde lid, vermelde vrijstellingstijdperk verlengen ".
Art.15. L'article 2, § 3, de l'arrêté royal n° 15 du 9 mars 1982, portant encouragement à la souscription ou à l'achat d'actions ou parts représentatives de droits sociaux dans des sociétés belges, modifié par l'arrêté royal n° 150 du 30 décembre 1982, par l'article 78 de la loi du 31 juillet 1984 et par l'article 9 de la loi du 22 février 1990, est complété par un alinéa 4 rédigé comme suit :
  " Sauf décision contraire résultant d'un acte soumis aux formalités de publicité, l'engagement formellement exprimé dans le prospectus d'émission des actions ou parts nouvelles ou dans l'acte de constitution ou d'augmentation du capital porte d'office sur les sept ou six exercices sociaux prolongeant la période d'immunité visée au § 2, alinéa 3 ".
Art.16. § 1. <Wijzigingsbepaling van art. 1 van KB 187 van 1982-12-30/69>
  § 2. Het besluit genomen overeenkomstig de door § 1 verleende macht wordt opgeheven op 31 december 1991 indien het vóór die datum niet door de wet is bekrachtigd.
Art.16. § 1.
  § 2. L'arrêté pris en vertu du pouvoir conféré par le § 1er, est abrogé au 31 décembre 1991, s'il n'a pas été confirmé par la loi avant cette date.
Art.17. In artikel 29, 2°, van de wet van 11 april 1983 houdende fiscale en begrotingsbepalingen, vervangen door artikel 43 van de wet van 4 augustus 1986 en gewijzigd bij artikel 8 van de wet van 22 februari 1990, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in b) worden de woorden " 25/75 respectievelijk " geschrapt;
  2° in de plaats van e) dat f) wordt, wordt een nieuw e ingevoegd, luidend als volgt :
  " e) met betrekking tot de in c) en d) bedoelde winsten en inkomsten is de toepassing van de fictieve roerende voorheffing afhankelijk van de voorwaarde dat de belastingplichtige voor de in die bepalingen vermelde activa onherroepelijk verzaakt aan het voordeel van de investeringsaftrek als vermeld in artikel 42ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen ".
Art.17. Dans l'article 29, 2°, de la loi du 11 avril 1983 portant des dispositions fiscales et budgétaires, remplacé par l'article 43 de la loi du 4 août 1986 et modifié par l'article 8 de la loi du 22 février 1990, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le b), les mots " respectivement aux 25/75 et " sont supprimés;
  2° à la place du e) qui devient le f), il est inséré un nouveau e libellé comme suit :
  " e) en ce qui concerne les bénéfices et les revenus visés aux c) et d), l'octroi d'un précompte mobilier fictif n'est applicable que pour autant que le contribuable renonce irrévocablement, pour les immobilisations visées par ces dispositions, au bénéfice de la déduction pour investissement visée à l'article 42ter du Code des impôts sur les revenus ".
Art.18. In de herstelwet van 31 juli 1984 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° <Wijzigingsbepaling van art. 50, 2° van W 1984-07-31/30>
  2° a) <Wijzigingsbepaling van art. 59, §1 van W 1984-07-31/30>
  b) <Wijzigingsbepaling van art. 59, §2 van W 1984-07-31/30>
  c) <Wijzigingsbepaling van art. 59, §2 VAN W 1984-07-31/30>
  d) <Wijzigingsbepaling van art. 59, §2 van W 1984-07-31/30>
  e) <Wijzigingsbepaling van art. 59, §3 van W 1984-07-31/30>
  f) <Wijzigingsbepaling van art. 59, §4 van W 1984-07-31/30>
  3° <Wijzigingsbepaling van art. 68, 1° van W 1984-07-31/30>
  4° <Wijzigingsbepaling van art. 68, 2° van W 1984-07-31/30>
  5° <Wijzigingsbepaling van art. 72, §1 van W 1984-07-31/30>
  6° <Wijzigingsbepaling van art. 74, §1 van W 1984-07-31/30>
  
Art.18.
  2° a)
  b)
  c)
  d)
  e)
  f)
  3°
  4°
  5°
  6°
  
Art.19. <Wijzigingsbepaling van art. 60, §1 van W 1984-07-31/30>
Art.19.
Art.20. <Wijzigingsbepaling van art. 45, § 4, 3° van W 1984-12-27/30>
Art.20.
Art.21. Artikel 1 van de wet van 7 december 1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Als alleenstaanden worden eveneens beschouwd de belastingplichtigen waarvan de echtgenoot bedrijfsinkomsten heeft van meer dan 270 000 frank die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op de andere inkomsten van het gezin ".
Art.21. _ L'article 1er, de la loi du 7 décembre 1988 portant réforme de l'impôt sur les revenus et modification des taxes assimilées au timbre, est complété par l'alinéa suivant :
  " Sont également considérés comme isolés, les contribuables dont le conjoint recueille des revenus professionnels qui sont exonérés conventionnellement et qui n'interviennent pas pour le calcul de l'impôt afférent aux autres revenus du ménage, pour un montant supérieur à 270 000 francs. "
Art.22. In artikel 20 van dezelfde wet, gewijzigd bij de artikelen 304 en 330 van de wet van 22 december 1989, wordt een § 3bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 3bis. Voor belastingplichtigen die ofwel onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting ofwel, krachtens artikel 139, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, aan de belasting der niet-verblijfhouders en die over een Belgische inrichting in de zin van artikel 141 van dat Wetboek beschikken, worden de in § 1, a), vermelde cijfers 1,5 percentpunten, 3,5 pct. en 10,5 pct. respectievelijk op 1 percentpunt, 3 pct. en 10 pct. vastgesteld.
  Voor dezelfde belastingplichtigen worden de in § 1, b), vermelde cijfers 10 percentpunten en 7 percentpunten respectievelijk op 10,5 percentpunten en 7,5 percentpunten vastgesteld ".
Art.22. Dans l'article 20 de la même loi, modifié par les articles 304 et 330 de la loi du 22 décembre 1989, est inséré un § 3bis libellé comme suit :
  " § 3bis. Pour les contribuables assujettis soit à l'impôt des sociétés, soit à l'impôt des non-résidents en vertu de l'article 139, 2°, du Code des impôts sur les revenus et qui disposent d'un établissement belge au sens de l'article 141 du même Code, les chiffres de 1,5 point, 3,5 p.c. et 10,5 p.c. visés au § 1er, a), sont fixés respectivement à 1 point, 3 p.c. et 10 p.c.
  Pour les mêmes contribuables, les chiffres de 10 points et 7 points, visés au § 1er, b), sont fixés respectivement à 10,5 points et 7,5 points ".
Art.23. Artikel 29, § 3, van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden :
  " Met betrekking tot inkomsten en opbrengsten van roerende goederen en kapitalen, andere dan inkomsten van aandelen of delen van belegde kapitalen en opbrengsten vermeld in artikel 11, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, die de schuldeiser in België gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid, wordt het voormeld aftrekbaar gedeelte evenwel bepaald volgens een breuk waarvan de teller gelijk is aan de werkelijk ingehouden buitenlandse belasting uitgedrukt in een percentage van het inkomen waarop die belasting betrekking heeft, beperkt tot vijftien, en de noemer gelijk is aan honderd verminderd met het cijfer van de teller.
  Wanneer de buitenlandse belasting ten laste van de schuldenaar valt ter ontlasting van de verkrijger van het inkomen, blijft de noemer vastgesteld op honderd ".
Art.23. L'article 29, § 3, de la même loi est complété par les alinéas suivants :
  " En ce qui concerne les revenus et produits de capitaux et biens mobiliers, autres que les revenus d'actions ou parts de capitaux investis et que les produits visés à l'article 11, 5°, du Code des impôts sur les revenus, qui sont affectés en Belgique à l'exercice de l'activité professionnelle, la quotité déductible est toutefois déterminée suivant une fraction dont le numérateur est égal à l'impôt étranger effectivement retenu exprimé en pourcent du revenu auquel il se rapporte, sans pouvoir excéder 15 p.c. de ce revenu, et dont le dénominateur est égal à cent diminué du chiffre du numérateur.
  Lorsque l'impôt étranger est supporté par le débiteur à la décharge du bénéficiaire du revenu, le dénominateur reste fixé à cent ".
Art.24. In artikel 31 van dezelfde wet, gewijzigd bij artikel 308 van de wet van 22 december 1989 houdende fiscale bepalingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de tegenwoordige tekst die het eerste lid van § 1 zal vormen, wordt vervangen door wat volgt :
  " De roerende voorheffing en het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting is verrekenbaar ten name van de verkrijgers van inkomsten en opbrengsten van roerende goederen en kapitalen, andere dan inkomsten van aandelen of delen van belegde kapitalen en dan in artikel 11, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bedoelde opbrengsten, in verhouding tot de tijd dat de verkrijgers eigenaar of vruchtgebruiker zijn geweest van de financiële activa of in verhouding tot de tijd dat de belastingplichtige schuldeiser is ".
  2° een tweede lid wordt toegevoegd, luidend als volgt :
  " Wanneer de verkrijger van de inkomsten de voormelde effecten evenwel gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid wordt de in het eerste lid vermelde verrekening slechts verleend in verhouding tot de tijd dat hij de volle eigendom van de effecten heeft gehad ";
  3° een § 2 wordt toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 2. De roerende voorheffing, het belastingkrediet en het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting betreffende inkomsten van aandelen of van belegde kapitalen waarvan de verkrijger een belastingplichtige is als vermeld in § 1, tweede lid, zijn slechts verrekenbaar op voorwaarde dat de verkrijger van de inkomsten de volle eigendom van de effecten heeft gehad, op het ogenblik waarop de inkomsten zijn toegekend of betaalbaar gesteld ".
Artikel 24, 2° en 3°, zijn van toepassing op de inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 23 juli 1990.
  § 9. Artikel 29 is van toepassing :
  - met ingang van het aanslagjaar 1991 wat betreft artikel 159 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen;
  - met ingang van het aanslagjaar 1992 wat betreft de andere artikelen van voormeld Wetboek.
  Dit artikel houdt op van toepassing te zijn vanaf de inwerkingtreding van de volgende algemene perekwatie van de kadastrale inkomens.
  § 10. Elke wijziging die vanaf 23 juli 1990 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen 2, 3, 12, 13, 17, 22 tot 24.
  § 11. Artikel 1 is van toepassing op de vanaf 1 januari 1990 vastgestelde, uitgedrukte of verwezenlijkte meerwaarden.
Art.24. Dans l'article 31 de la même loi, modifié par l'article 308 de la loi du 22 décembre 1989 portant des dispositions fiscales, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le texte actuel qui formera l'alinéa premier du § 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Dans le chef des bénéficiaires de revenus et produits de capitaux et biens mobiliers autres que les revenus d'actions ou parts de capitaux investis et que les produits visés à l'article 11, 5° du Code des impôts sur les revenus, le précompte mobilier et la quotité forfaitaire d'impôt étranger sont imputables en proportion de la période pendant laquelle les bénéficiaires ont eu la propriété ou l'usufruit de l'actif financier ou en proportion de la période pour laquelle le contribuable a la qualité de créancier ".
  2° il est ajouté un alinéa 2 libellé comme suit :
  " Toutefois, lorsque le bénéficiaire des revenus affecte ces titres à l'exercice de son activité professionnelle, l'imputation visée à l'alinéa 1er n'est accordée qu'en proportion de la période pendant laquelle le bénéficiaire a eu la pleine propriété des titres ";
  3° il est ajouté un § 2 libellé comme suit :
  " § 2. Le précompte mobilier, le crédit d'impôt et la quotité forfaitaire d'impôt étranger afférents à des revenus d'actions ou parts de capitaux investis dont le bénéficiaire est un contribuable visé au § 1er, alinéa 2, ne sont imputables qu'à la condition que le bénéficiaire ait eu la pleine propriété des titres au moment de l'attribution ou de la mise en paiement des revenus ".
Art.25. § 1. De in artikel 42, § 3, 1° van de wet van 28 december 1983 houdende fiscale en begrotingsbepalingen vastgestelde termijn wordt verlengd met zes maanden voor de in § 1 van dat artikel bedoelde inkomsten die in 1988 werden geïnd.
  § 2. Onverminderd het bovenvermelde artikel 42, § 3, 1°, kunnen de in § 1 bedoelde inkomsten gebruikt worden voor de aankoop van door de Belgische Staat na 1 januari 1991 uitgegeven overheidsfondsen ".
Art.25. § 1. Le délai fixé par l'article 42, § 3, 1° de la loi du 28 décembre 1983 portant des dispositions fiscales et budgétaires est prorogé de six mois pour les revenus visés au § 1er dudit article, percus en 1988.
  § 2. Sans préjudice de l'article 42, § 3, 1° précité, les revenus visés au § 1er peuvent être affectés à l'acquisition de fonds publics émis par l'Etat belge après le 1er janvier 1991 ".
Afdeling 3. - Onroerende fiscaliteit.
Section 3. - Fiscalité immobilière.
Onderafdeling 1. - Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Sous-section 1. - Code des impôts sur les revenus.
Art.26. In artikel 244 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, gewijzigd bij artikel 39 van de wet van 3 november 1976, bij artikel 2 van de wet van 20 februari 1978 en bij artikel 2, § 3, van de wet van 10 februari 1981, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden tussen de woorden " directe belastingen " en " oefenen hun ambt uit " de woorden " en van de administratie van het kadaster " ingevoegd;
  2° in het derde lid worden tussen de woorden " directe belastingen " en " ingevolge het vorige lid " de woorden " of administratie van het kadaster " ingevoegd;
  3° het volgende lid wordt toegevoegd :
  " De ambtenaren van de administratie van het kadaster oefenen eveneens hun ambt uit wanneer zij inlichtingen, uittreksels of afschriften uit de kadastrale bescheiden verstrekken in uitvoering van de bepalingen van artikel 393, tweede en derde lid ".
Art.26. A l'article 244 du Code des impôts sur les revenus, modifié par l'article 39 de la loi du 3 novembre 1976, par l'article 2 de la loi du 20 février 1978 et par l'article 2, § 3, de la loi du 10 février 1981, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 2, les mots " et de l'administration du cadastre " sont insérés entre les mots " contributions directes " et " restent dans l'exercice ";
  2° à l'alinéa 3, les mots " ou l'administration du cadastre " sont insérés entre les mots " contributions directes " et " a fourni ";
  3° l'alinéa suivant est ajouté :
  " Les fonctionnaires de l'administration du cadastre restent également dans l'exercice de leurs fonctions lorsqu'ils communiquent des renseignements, des extraits ou des copies de documents cadastraux en exécution des dispositions de l'article 393, alinéas 2 et 3 ".
Art.27. _ Artikel 393 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 34, § 1, van de wet van 19 juli 1979, wordt aangevuld met de volgende leden :
  " Enkel de administratie van het kadaster is ertoe gemachtigd, volgens de regels en de tarieven bepaald door de Koning, uittreksels of afschriften van de kadastrale bescheiden te vervaardigen en uit te reiken.
  Behoudens uitdrukkelijke toelating van de administratie van het kadaster, is de nadruk van genoemde uittreksels of afschriften verboden, evenals de verwerking ervan volgens een informatische of andere werkwijze ".
Art.27. L'article 393 du même Code, modifié par l'article 34, § 1er, de la loi du 19 juillet 1979, est complété par les alinéas suivants :
  " L'administration du cadastre est seule habilitée, selon les règles et les tarifs déterminés par le Roi, à établir et à délivrer des extraits ou des copies de documents cadastraux.
  Sauf autorisation expresse de l'administration du cadastre, il est interdit de reproduire pareils extraits ou copies, ou encore de les traiter selon un procédé informatique ou autre ".
Onderafdeling 2. - Bijzondere bepalingen.
Sous-section 2. - Dispositions particulières.
Art.28. Artikel 45, § 4, van de wet van 19 juli 1979, houdende wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten op het stuk van onroerende fiscaliteit, gewijzigd bij artikel 12 van de wet van 22 december 1989 op de bescherming van de gezinswoning, wordt opgeheven.
Art.28. L'article 45, § 4, de la loi du 19 juillet 1979, modifiant le Code des impôts sur les revenus et le Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe en matière de fiscalité immobilière, modifié par l'article 12 de la loi du 22 décembre 1989 relative à la protection du logement familial, est abrogé.
Art.29. Artikel 8, § 3, van de wet van 7 december 1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 3. Voor de toepassing van de artikelen 7, § 1, 10, 137, § 1, 1° en § 2, 2°, 145, 1°, 159 en 188 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en van artikel 10, § 1, van deze wet, wordt onder kadastraal inkomen verstaan het kadastraal inkomen aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk.
  Deze aanpassing gebeurt met behulp van de coëfficiënt die bekomen wordt door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar dat het jaar van de inkomsten voorafgaat te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van de jaren 1988 en 1989.
  In afwijking van § 1, worden de in artikel 10, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek vermelde bedragen van 120 000 frank en 10 000 frank aangepast met behulp van de coëfficiënt vermeld in het vorige lid.
  De coëfficiënt wordt berekend overeenkomstig § 2, tweede lid.
  Na toepassing van de coëfficiënt worden de bedragen afgerond tot het hogere of lagere honderdtal naargelang het cijfer van de tientallen al of niet vijf bereikt ".
Art.29. L'article 8, § 3, de la loi du 7 décembre 1988 portant réforme de l'impôt sur les revenus et modification des taxes assimilées au timbre est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Pour l'application des articles 7, § 1er, 10, 137, § 1er, 1° et § 2, 2°, 145, 1°, 159 et 188 du Code des impôts sur les revenus et de l'article 10, § 1er de la présente loi, le revenu cadastral s'entend du revenu cadastral adapté à l'indice des prix à la consommation du Royaume.
  Cette adaptation est réalisée à l'aide du coefficient qui est obtenu en divisant la moyenne des indices des prix de l'année qui précède celle des revenus par la moyenne des indices des prix des années 1988 et 1989.
  Par dérogation au § 1er, les montants de 120 000 francs et 10 000 francs visés à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, du même Code sont adaptés à l'aide du coefficient prévu à l'alinéa précédent.
  Le calcul du coefficient s'effectue conformément au § 2, alinéa 2.
  Après application du coefficient, les montants sont arrondis à la centaine supérieure ou inférieure selon que le chiffre des dizaines atteint ou non cinq ".
Art.30. In afwijking van artikel 375 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen wordt voor de toepassing van de volgende algemene perekwatie van de kadastrale inkomens, het referentietijdstip vastgesteld op 1 januari 1994.
Art.30. Par dérogation à l'article 375 du Code des impôts sur les revenus, l'époque de référence pour l'exécution de la prochaine péréquation générale des revenus cadastraux est fixée au 1er janvier 1994.
Afdeling 4. - Herstructurering van sommige instellingen van openbaar nut.
Section 4. - Restructuration institutionnelle de certains organismes d'intérêt public.
Art.31. De bepalingen van de artikelen 116 tot 118 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen zijn niet van toepassing op de verdeling van het maatschappelijk vermogen van de Nationale Maatschappij voor de Huisvesting, van de Nationale Landmaatschappij en van de Naamloze Vennootschap Zeekanaal en Haveninrichtingen van Brussel, die zijn ontbonden bij toepassing van de wet van 28 december 1984 tot afschaffing of herstructurering van sommige instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten of van de wet van 26 juni 1990 betreffende sommige openbare instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten.
  (In die gevallen worden de afschrijvingen, investeringsaftrekken, minderwaarden of meerwaarden en het werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal bij de vennootschappen die de taken van de in het eerste lid bedoelde instellingen overnemen hetzij voor het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, bepaald alsof de verrichtingen niet hadden plaatsgevonden.
  De bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen die van toepassing zijn op de waardeverminderingen, voorzieningen, onder- en overwaarderingen, subsidies, vorderingen, meerwaarden en reserves die bij de bij die verrichtingen ontbonden instellingen bestonden, blijven van toepassing op de daaruit ontstane vennootschappen op de wijze en onder de voorwaarden als daarin zijn gesteld, in zoverre die bestanddelen erin worden teruggevonden.
  Die verrichtingen mogen niet tot gevolg hebben dat de oorspronkelijke termijn voor herbelegging van de aan die voorwaarden onderworpen meerwaarden wordt verlengd.) <KB 1993-08-06/32, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1990>
Art.31. Les dispositions des articles 116 à 118 du Code des impôts sur les revenus ne s'appliquent pas au partage de l'avoir social de la Société nationale du Logement, de la Société nationale terrienne et de la Société anonyme du Canal et des Installations maritimes de Bruxelles, dissoutes en application de la loi du 28 décembre 1984 portant suppression ou restructuration de certains organismes d'intérêt public et autres services de l'Etat ou de la loi du 26 juin 1990 relative à certains organismes publics ou d'utilité publique et autres services de l'Etat.
  (Dans ces cas, les amortissements, déductions pour investissement, moins-values ou plus-values et le capital social réellement libéré sont déterminés comme si les opérations n'avaient pas eu lieu, dans le chef des sociétés qui absorbent, que ce soit au bénéfice de la Région flamande, de la Région wallonne ou de la Région de Bruxelles-Capitale, les branches d'activité des institutions visées à l'alinéa 1er.
  Les dispositions du Code des impôts sur les revenus applicables aux réductions de valeur, provisions, sous-estimations, surestimations, subsides, créances, plus-values et réserves existants dans le chef des sociétés qui sont dissoutes à l'occasion de ces opérations, continuent à s'appliquer aux sociétés qui en sont issues selon les modalités et aux conditions prévues par ce Code dans la mesure où ces éléments s'y retrouvent.
  Ces opérations ne peuvent avoir pour effet une prolongation du délai de remploi des plus-values soumises à cette condition au-delà du terme initialement prévu.) <L 1993-08-06/32, art. 8, 003; En vigueur : 01-01-1990>
Afdeling 5. - Inwerkingtreding.
Section 5. - Entrée en vigueur.
Art.32. § 1. De artikelen 3, 4, 10 en 21 zijn van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1991.
  § 2. Artikel 31 heeft uitwerking op 1 januari 1990.
  § 3. De artikelen 12 en 13 zijn van toepassing op de verrichtingen die vanaf 1 januari 1990 plaats vinden.
  § 4. Artikel 14 is van toepassing op de verrichtingen die vanaf 1 januari 1991 plaats vinden.
  § 5. De artikelen 2, 5 tot 9 en 23 zijn van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992.
  § 6. Artikel 11 is van toepassing op de vanaf 1 januari 1991 verleende of toegekende inkomsten.
  § 7. 1° Artikel 17, 1°, is van toepassing op de inkomsten van de aandelen of deelbewijzen van belegde kapitalen die verband houden met de financiering van investeringen gedaan vanaf 23 juli 1990.
  2° De artikelen 17, 2° en 22 zijn van toepassing op de investeringen die vanaf 1 januari 1991 worden verricht.
  § 8. 1° Artikel 24, 1°, is van toepassing :
  a) op de in artikel 11bis, § 1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bedoelde verkrijgers van inkomsten, voor de inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 1990;
  b) op de in artikel 31 van de wet van 7 december 1988 bedoelde verkrijgers van andere inkomsten, voor de inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 1991.
  2°
Art.32. § 1. Les articles 3, 4, 10 et 21 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 1991.
  § 2. L'article 31 produit ses effets au 1er janvier 1990.
  § 3. Les articles 12 et 13 sont applicables aux opérations réalisées à partir du 1er janvier 1990.
  § 4. L'article 14 est applicable aux opérations réalisées à partir du 1er janvier 1991.
  § 5. Les articles 2, 5 à 9 et 23 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 1992.
  § 6. L'article 11 est applicable aux revenus alloués ou attribués à partir du 1er janvier 1991.
  § 7. 1° L'article 17, 1°, est applicable aux revenus d'actions ou parts de capitaux investis relatifs à des financements d'investissements réalisés à partir du 23 juillet 1990.
  2° Les articles 17, 2° et 22 sont applicables aux investissements réalisés à partir du 1er janvier 1991.
  § 8. 1° L'article 24, 1°, est applicable :
  a) en ce qui concerne les bénéficiaires de revenus visés à l'article 11bis, § 1er du Code des impôts sur les revenus, pour les revenus attribués ou mis en paiement à partir du 1er janvier 1990;
  b) en ce qui concerne les bénéficiaires des autres revenus visés à l'article 31 de la loi du 7 décembre 1988, pour les revenus attribués ou mis en paiement à partir du 1er janvier 1991.
  2° L'article 24, 2° et 3°, est applicable aux revenus attribués ou mis en paiement à partir du 23 juillet 1990.
  § 9. L'article 29 est applicable :
  - à partir de l'exercice d'imposition 1991 en ce qui concerne l'article 159 du Code des impôts sur les revenus;
  - à partir de l'exercice d'imposition 1992 en ce qui concerne les autres articles dudit Code.
  Cet article cesse d'être applicable à partir de l'entrée en vigueur de la prochaine péréquation générale des revenus cadastraux.
  § 10. Toute modification, apportée à partir du 23 juillet 1990 à la date de clôture des comptes annuels reste sans incidence pour l'application des articles 2, 3, 12, 13, 17, 22 à 24.
  § 11. L'article 1er est applicable aux plus-values constatées, exprimées ou réalisées à partir du 1er janvier 1990.
Art.33. In artikel 333, § 2, van de wet van 22 december 1989, houdende fiscale bepalingen, worden de woorden " de artikelen 287 en 288, 1° " vervangen door de woorden " de artikelen 275, 2°, 276, 2°, 278, 1°, 287, 288, 1°, 292, 2° en 303, 1° ".
Art.33. Dans l'article 333, § 2, de la loi du 22 décembre 1989 portant des dispositions fiscales, les mots " des articles 287 et 288, 1° " sont remplacés par les mots " des articles 275, 2°, 276, 2°, 278, 1°, 287, 288, 1°, 292, 2° et 303, 1° ".
HOOFDSTUK II. - Forfaitaire belasting van de elektriciteitsproducenten.
CHAPITRE II. - Impôt forfaitaire sur les producteurs d'électricité.
HOOFDSTUK III. - Verkeersbelasting.
CHAPITRE III. - Taxe de circulation.
Art.42. Artikel 10, § 1, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, gewijzigd bij artikel 3 van de wet van 27 juni 1972, bij artikel 24 van de wet van 23 december 1974, bij artikel 56 van de wet van 8 augustus 1980 en, voor wat de Nederlandse tekst betreft, bij artikel 3 van het koninklijk besluit van 27 januari 1981, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 1. In afwijking van artikel 9, wordt de belasting forfaitair vastgesteld op 500 frank :
  1° voor de personenauto's en de auto's voor dubbel gebruik die bij het ontstaan van de belastingschuld sedert meer dan vijfentwintig jaar in het verkeer zijn gebracht;
  2° voor de kampeeraanhangwagens en de aanhangwagens die speciaal zijn ontworpen voor het vervoer van één boot;
  3° voor de niet in artikel 36bis bedoelde militaire voertuigen uit verzamelingen, die bij het ontstaan van de belastingschuld sedert meer dan dertig jaar in het verkeer zijn gebracht en slechts bij uitzondering op de openbare weg worden gebruikt ter gelegenheid van behoorlijk toegelaten manifestaties, om zich naar deze manifestaties te begeven of voor proefritten met het oog op die manifestaties, uitgevoerd binnen een straal van 25 kilometer, tussen zonsopgang en zonsondergang.
  De bepalingen van de artikelen 29 en 31 en van het hoofdstuk VIII zijn ter zake niet van toepassing. ".
Art.42. L'article 10, § 1er, du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, modifié par l'article 3 de la loi du 27 juin 1972, par l'article 24 de la loi du 23 décembre 1974, par l'article 56 de la loi du 8 août 1980 et, en ce qui concerne le texte néerlandais, par l'article 3 de l'arrêté royal du 27 janvier 1981, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1. Par dérogation à l'article 9, la taxe est fixée forfaitairement à 500 francs :
  1° pour les voitures et les voitures mixtes, mises en circulation depuis plus de vingt-cinq ans au moment de la débition de l'impôt;
  2° pour les remorques de camping et les remorques spécialement conçues pour le transport d'un bateau;
  3° pour les véhicules militaires de collection non visés à l'article 36bis, mis en circulation depuis plus de trente ans au moment de la débition de l'impôt, qui ne sont utilisés qu'exceptionnellement sur la voie publique à l'occasion de manifestations dûment autorisées, pour se rendre à ces manifestations ou pour des essais en vue de celles-ci, réalisés dans un rayon de 25 kilomètres, entre le lever du jour et la tombée de la nuit.
  Les dispositions des articles 29 et 31, ainsi que celles du chapitre VIII ne sont pas applicables en l'espèce. ".
Art.43. Artikel 42 treedt in werking op 1 januari 1991.
Art.43. L'article 42 entre en vigueur le 1er janvier 1991.
TITEL II. - Indirecte fiscaliteit.
TITRE II. - Fiscalité indirecte.
HOOFDSTUK I. - Speciale taks op luxe produkten.
CHAPITRE I. - Taxe spéciale sur les produits de luxe.
Art.44. § 1. De Koning kan, bij een in Ministerraad overgelegd koninklijk besluit, overgaan tot de opheffing, voor het geheel of een gedeelte van haar toepassingsgebied, van de aanvullende weeldetaks ingevoerd bij het koninklijk besluit van 10 november 1980 tot invoering van een speciale taks op luxe-produkten.
  § 2. De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van § 1 van dit artikel genomen besluiten.
Art.44. § 1. Le Roi peut, par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, supprimer, pour tout ou partie de son champ d'application, la taxe de luxe additionnelle établie par l'arrêté royal du 10 novembre 1980 instaurant une taxe spéciale sur les produits de luxe.
  § 2. Le Roi saisira les Chambres législatives, immédiatement si elles sont réunies, sinon dès l'ouverture de leur plus prochaine session, d'un projet de loi de confirmation des arrêtés pris en exécution du § 1er du présent article.
HOOFDSTUK II.
CHAPITRE II.
Afdeling 1. - Wetboek der zegelrechten.
Section 1. - Code des droits de timbre.
Art.45. In artikel 19 van het Wetboek der zegelrechten, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1962 en 14 april 1965 worden de woorden " de artikelen 4, 8 tot 11 en 14 " vervangen door de woorden " de artikelen 4 en 8 tot 11 ".
Art.45. Dans l'article 19 du Code des droits de timbre, modifié par les lois des 21 décembre 1962 et 14 avril 1965, les mots " les articles 4, 8 à 11 et 14 " sont remplacés par les mots " les articles 4 et 8 à 11 ".
Art.46. In artikel 21 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 14 april 1965 en bij het koninklijk besluit van 16 januari 1975, worden de woorden " tot 14 " vervangen door de woorden " tot 12 ".
Art.46. Dans l'article 21 du même Code, modifié par la loi du 14 avril 1965 et par l'arrêté royal du 16 janvier 1975, les mots " à 14 " sont remplacés par les mots " à 12 ".
Art.47. In artikel 22 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1962 en 14 april 1965 worden de woorden " Hetzelfde geldt voor de in artikel 14 beoogde effecten, indien zij in België gecreëerd zijn " geschrapt.
Art.47. A l'article 22 du même Code, modifié par les lois des 21 décembre 1962 et 14 avril 1965, les mots " il en est de même des effets visés à l'article 14 s'ils sont créés en Belgique " sont supprimés.
Art.48. In artikel 25, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de wet van 21 december 1962 en gewijzigd bij de wet van 5 mei 1970 worden de woorden " en de bankbiljetten aan order " vervangen door de woorden " bankbiljetten aan order en andere handelseffecten ".
Art.48. Dans l'article 25, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 1962 et modifié par la loi du 5 mai 1970, les mots " et billets de banque à ordre " sont remplacés par les mots " billets de banque à ordre et autres effets de commerce ".
Art.49. In artikel 28 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 14 april 1965, worden de woorden " 25 en 26 " vervangen door de woorden " en 25 ".
Art.49. Dans l'article 28 du même Code, modifié par la loi du 14 avril 1965, les mots " 25 et 26 " sont remplacés par les mots " et 25 ".
Afdeling 2. - Opheffingsbepalingen.
Section 2. - Dispositions abrogatoires.
Art.50. Worden opgeheven in het Wetboek der zegelrechten :
  1°) artikel 14, gewijzigd bij de wetten van 31 december 1958 en 5 mei 1970;
  2°) artikel 26, gewijzigd bij de wet van 21 december 1962;
  3°) artikel 39, gewijzigd bij de wet van 14 april 1965;
  4°) artikel 45, gewijzigd bij het besluit van de Regent van 16 september 1947 en de wetten van 21 december 1962 en 5 juli 1963;
  5°) artikel 53, gewijzigd bij het besluit van de Regent van 16 september 1947;
  6°) artikel 59 1, 39°;
  7°) artikel 59 1, 40°, gewijzigd bij de wet van 5 mei 1970.
Art.50. Sont abrogés dans le Code des droits de timbre :
  1°) l'article 14, modifié par les lois des 31 décembre 1958 et 5 mai 1970;
  2°) l'article 26, modifié par la loi du 21 décembre 1962;
  3°) l'article 39, modifié par la loi du 14 avril 1965;
  4°) l'article 45, modifié par l'arrêté du Régent du 16 septembre 1947 et les lois des 21 décembre 1962 et 5 juillet 1963;
  5°) l'article 53, modifié par l'arrêté du Régent du 16 septembre 1947;
  6°) l'article 59 1, 39°;
  7°) l'article 59 1, 40°, modifié par la loi du 5 mai 1970.
TITEL III. - Niet-fiscale bepalingen.
TITRE III. - Dispositions non fiscales.
Afdeling 1. - Omzetting van de Schatkistbons in een lening " Lineaire obligaties 9,25 % - 2 januari 1998 ".
Section 1. - Conversion des Bons du Trésor en un emprunt " Obligations linéaires 9,25 % - 2 janvier 1998 ".
Art.51. De Minister van Financiën wordt ertoe gemachtigd, ter aanvulling van een omzetting van de Schatkistbons uitgegeven tijdens de jaren 1986 tot 1989 in het kader van het protocol van overeenkomst van 3 augustus 1986 tussen de Staat en de institutionele beleggers, in 1991 de betaling van de nog te betalen rente betreffende de om te zetten Schatkistbons te regulariseren door de afgifte van effecten van de conversielening aan de rechthebbenden.
  Het nominale kapitaal van de conversielening is voorbestemd voor de regularisatie tot het beloop ervan, van die nog te betalen rente, evenals voor de financiële dienst van de schatkistcertificaten wat de nog te betalen rente betreft die betrekking heeft op de niet-omzetbare schuldvorderingen.
  In afwijking van de bepalingen van artikel 19 van de wet van 28 juni 1989 tot wijziging van de wet van 28 juni 1963 tot wijziging en aanvulling van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, blijft het fonds bepaald bij artikel 66.03.00.B van Titel IV van de Rijksschuldbegroting voor het begrotingsjaar 1990 geopend op dezelfde uitgavenbegroting gedurende het begrotingsjaar 1991 om de afsluiting van de regularisatieverrichtingen van de rijksschuld mogelijk te maken.
  De regulariseringsverrichting in 1991 van een gedeelte van de rente van de rijksschuld die voortvloeit uit de omzetting van de Schatkistbons in nieuwe lineaire obligaties, zal geboekt worden op het fonds " Regeling van de regularisatieverrichtingen van een gedeelte van de rente van bepaalde leningen uitgegeven door de Staat en het Wegenfonds ", dat werd geopend onder artikel 66.03.00.B.
Art.51. Le Ministre des Finances est autorisé, complémentairement à une opération de conversion des Bons du Trésor émis pendant les années 1986 à 1989 dans le cadre du protocole d'accord du 3 août 1986 entre l'Etat et les investisseurs institutionnels, à régulariser en 1991 les paiements de proratas d'intérêt afférents aux Bons du Trésor à convertir, au moyen de la remise aux ayants droit de titres de l'emprunt de conversion.
  Le capital nominal de l'emprunt de conversion est préaffecté, à due concurrence, à la régularisation desdits proratas d'intérêt ainsi qu'au service financier des certificats de trésorerie pour ce qui concerne les proratas afférents aux créances non convertibles.
  Par dérogation aux dispositions de l'article 19 de la loi du 28 juin 1989 modifiant la loi du 28 juin 1963 modifiant et complétant les lois sur la comptabilité de l'Etat, le fonds prévu à l'article 66.03.00.B du Titre IV du budget de la Dette publique pour l'année budgétaire 1990 reste ouvert au même budget de dépenses pendant l'année budgétaire 1991 afin de permettre la clôture des opérations de régularisation de la dette publique.
  L'opération de régularisation en 1991 d'une partie des intérêts de la dette publique qui découle de la conversion des Bons du Trésor en obligations linéaires nouvelles sera comptabilisée sur le fonds dénommé " Règlement des opérations de régularisation d'une partie des intérêts de certains emprunts émis par l'Etat et le Fonds des Routes " ouvert à l'article 66.03.00.B.
Afdeling 2. - Nationale Maatschappij der Waterleidingen.
Section 2. - Société Nationale des distributions d'eau.
Art.52. De Staatswaarborg voor de leningen die de Nationale Maatschappij der Waterleidingen heeft aangegaan tot 31 januari 1987 wordt behouden ten voordele van de instellingen die voor het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest de opdrachten overnemen van de Nationale Maatschappij der Waterleidingen.
Art.52. La garantie de l'Etat attachée aux emprunts conclus par la Société nationale des distributions d'eau jusqu'au 31 janvier 1987 est maintenue au bénéfice des institutions qui, pour la Région wallonne et la Région flamande, reprennent les missions de la Société nationale des distributions d'eau.
Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 12 juni 1930 tot oprichting van een Muntfonds.
Section 3. - Modification de la loi du 12 juin 1930 portant création d'un Fonds monétaire.
Art.53. <Wijzigingsbepaling van art. 4 van W 1930-06-12/30>
Art.53.
Afdeling 4. - Nationale Loterij.
Section 4. - Loterie Nationale.
Art.54. Ten bate van de Schatkist wordt op de winst van de Nationale Loterij 600 miljoen frank afgehouden ten laste van de winst van het jaar 1991.
Art.54. Sont prélevés, au profit du Trésor, sur les bénéfices de la Loterie nationale, 600 millions de francs, à charge des bénéfices de l'année 1991.
Afdeling 5. - Wijziging van de artikelen 5 en 12 van de wet van 14 augustus 1974 betreffende de afgifte van paspoorten, van artikel 2, § 2 en van artikel 4 van de wet van 4 juli 1956 houdende het tarief der consulaire rechten en der kanselarijrechten, van de rubrieken 30 en 31 van tarief I, gevoegd bij dezelfde wet en van de artikelen 4 en 5 van tarief III, gevoegd bij dezelfde wet.
Section 5. - Modification des articles 5 et 12 de la loi du 14 août 1974 relative à la délivrance des passeports, de l'article 2, § 2 et de l'article 4 de la loi du 4 juillet 1956 portant le tarif des taxes consulaires et des droits de chancellerie, des rubriques 30 et 31 du tarif I annexé à la même loi et des articles 4 et 5 du tarif III annexé à la même loi.
Art.55. <Wijzigingsbepaling van artikel 5 van de W 1974-08-14/30>
Art.55.
Art.56. <Wijzigingsbepaling van artikel 12 van de W 1974-08-14/30>
Art.56.
Art.57. Artikel 2, § 2, 5°, van de wet van 4 juli 1956 houdende het tarief der consulaire rechten en der kanselarijrechten, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " 5° voor levensbewijzen en akten van bekendheid afgegeven voor alle andere pensioenen waarvan het maandelijks bedrag tienduizend frank niet te boven gaat. "
Art.57. L'article 2, § 2, 5°, de la loi du 4 juillet 1956 portant le tarif des taxes consulaires et des droits de chancellerie, est remplacé par la disposition suivante :
  " 5° aux certificats de vie et aux actes de notoriété délivrés pour toutes autres pensions dont le montant mensuel n'excède pas dix mille francs ".
Art.58. Artikel 4 van de wet van 4 juli 1956 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 4. De consulaire rechten worden geïnd hetzij in de wettelijke gangbare munt van de plaats der inning, hetzij in een andere munt, indien de omstandigheden het vereisen, volgens de wisselkoers welke de Koning, dan wel de ambtenaar of de dienst die Hij hiermede belast, maandelijks vaststelt ".
Art.58. L'article 4 de la loi du 4 juillet 1956 est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 4. Les taxes consulaires sont percues soit en monnaie légale du lieu de perception soit, si les circonstances l'exigent, en une autre monnaie, au cours du change tel qu'il est fixé mensuellement par le Roi ou par l'agent ou service qu'Il désigne à cet effet ".
Art.59. Rubriek 30 van tarief I, gevoegd bij de wet van 4 juli 1956 houdende het tarief der consulaire rechten en der kanselarijrechten, vervangen door het koninklijk besluit van 27 januari 1983 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 maart 1988, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  a) Paspoort geldig gedurende één, twee, drie, vier of vijf jaar (per jaar geldigheidsduur : 300 F).
  Tot een geldigheidsduur van maximum vijf jaar kan een paspoort worden verlengd met vier, drie, twee of één jaar, tegen betaling van een recht van 300 F per jaar geldigheid.
  De inschrijving van kinderen beneden de leeftijd van 16 jaar in het paspoort van de vader, de moeder, een bloedverwant in opgaande lijn of de voogd geeft geen aanleiding tot het heffen van een bijkomend recht.
  b) Collectief paspoort geldig gedurende ten hoogste 30 dagen.
  Per persoon : 50 F (zonder dat het recht minder mag bedragen dan 500 F per paspoort) ".
Art.59. La rubrique 30 du tarif I annexé à la loi du 4 juillet 1956 portant le tarif des taxes consulaires et des droits de chancellerie, remplacé par l'arrêté royal du 27 janvier 1983 et modifié par l'arrêté royal du 2 mars 1988, est remplacée par la disposition suivante :
  a) Passeport valable pendant un, deux, trois, quatre ou cinq ans (par année de validité : 300 F)
  Jusqu'à concurrence d'une durée totale de validité de cinq ans, un passeport peut être prorogé pour une période de quatre, trois, deux ou un an, contre paiement d'une taxe de 300 F par année de validité.
  L'inscription d'enfants de moins de 16 ans dans le passeport du père, de la mère, d'un ascendant ou du tuteur ne donne pas lieu à la perception d'une taxe supplémentaire.
  b) Passeport collectif valable pendant trente jours maximum.
  Par personne : 50 F (sans que le droit puisse être inférieur à 500 F par passeport) ".
Art.60. Rubriek 31 van hetzelfde tarief I wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " De verlengingen van in België afgegeven reisdocumenten voor vreemdelingen geven aanleiding tot het innen van :
  a) voor het verlengen met één jaar van een reisdocument voor politieke vluchtelingen (Verdrag van Genève van 28 juli 1951). Per akte : 300 frank.
  b) voor het verlengen met één jaar van een reisdocument voor staatlozen (Verdrag van New York van 28 september 1954). Per akte : 300 frank.
  c) voor het aanbrengen van een terugkeervisum op een reisdocument voor vreemdelingen die geen politieke vluchtelingen zijn :
  - voor ten hoogste zes maanden. Per akte : 500 frank;
  - voor ten hoogste één jaar. Per akte : 1.000 frank.
  De geldigheidsduur van de in a), b) en c) bedoelde reisdocumenten kan nooit meer dan vijf jaar bedragen te rekenen vanaf de datum van afgifte van het reisdocument ".
Art.60. La rubrique 31 du même tarif I est remplacée par la disposition suivante :
  " Les prorogations de documents de voyage délivrés en Belgique à des étrangers donnent lieu à la perception de :
  a) prorogation pour une durée de validité d'un an d'un document de voyage délivré aux réfugiés politiques (Convention de Genève du 28 juillet 1951). Par acte : 300 francs.
  b) prorogation pour une durée de validité d'un an d'un document de voyage délivré aux apatrides (Convention de New York du 28 septembre 1954). Par acte : 300 francs.
  c) apposition d'un visa de retour dans un document de voyage pour étrangers qui ne sont pas réfugiés politiques :
  - pour une durée de six mois maximum. Par acte : 500 francs;
  - pour une durée d'un an maximum. Par acte : 1.000 francs.
  La durée de validité des documents de voyage visés aux a), b) et c) ne peut, en aucun cas, dépasser cinq ans à compter de la délivrance du document de voyage ".
Art.61. Artikel 4 van tarief III, gevoegd bij de wet van 4 juli 1956 houdende het tarief der consulaire rechten en de kanselarijrechten, vervangen door het koninklijk besluit van 27 januari 1983 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 maart 1988, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 4. - De kanselarijrechten op de Belgische reisdocumenten voor vreemdelingen worden vastgesteld als volgt :
  1° Voor de reisdocumenten voor politieke vluchtelingen (Verdrag van Genève van 28 juli 1951) :
  Bij de afgifte of de verlenging met een geldigheidsduur van één jaar en met recht op terugkeer naar België gedurende deze periode : 300 frank.
  2° Voor de reisdocumenten voor staatlozen (Verdrag van New York van 28 september 1954) :
  Bij de afgifte of de verlenging met een geldigheidsduur van één jaar en met recht op terugkeer naar België gedurende deze periode : 300 frank.
  3° Voor de reisdocumenten voor vreemdelingen die geen politieke vluchtelingen zijn :
  a) bij de afgifte : 300 frank;
  b) bij het aanbrengen van een terugkeervisum op deze reisdocumenten :
  - voor ten hoogste zes maanden : 500 frank;
  - voor ten hoogste één jaar : 1 000 frank.
  De geldigheidsduur van de in 1°, 2° en 3° bedoelde reisdocumenten, kan nooit meer dan vijf jaar bedragen te rekenen vanaf de datum van afgifte van het reisdocument ".
Art.61. L'article 4 du tarif III annexé à la loi du 4 juillet 1956 portant le tarif des taxes consulaires et des droits de chancellerie, remplacé par l'arrêté royal du 27 janvier 1983 et modifié par l'arrêté royal du 2 mars 1988, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 4. - Les droits de chancellerie auxquels sont soumis les documents de voyage belges pour étrangers sont fixés comme suit :
  1° Pour les documents de voyage pour réfugiés politiques (Convention de Genève du 28 juillet 1951) :
  Lors de la délivrance ou de la prorogation pour une durée de validité d'un an, avec droit de retour en Belgique durant cette période : 300 francs.
  2° Pour les documents de voyage pour apatrides (Convention de New York du 28 septembre 1954) :
  Lors de la délivrance ou de la prorogation pour une durée de validité d'un an, avec droit de retour en Belgique durant cette période : 300 francs.
  3° Pour les documents de voyage pour étrangers qui ne sont pas des réfugiés politiques :
  a) lors de la delivrance : 300 francs;
  b) lors de l'apposition du visa de retour dans ces documents de voyage :
  - pour une durée de six mois maximum : 500 francs;
  - pour une durée d'un an maximum : 1 000 francs.
  La durée de validité des documents de voyage visés aux 1°, 2° et 3° ne peut, en aucun cas, dépasser cinq ans à compter de la date de délivrance ".
Art.62. Artikel 5 van tarief III, gevoegd bij de wet van 4 juli 1956 houdende het tarief der consulaire rechten en der kanselarijrechten, vervangen door het koninklijk besluit van 27 januari 1983, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 5. - De bevoegde overheden zijn gemachtigd bij elke afgifte of verlenging van een paspoort een speciaal recht van 20 frank te innen, tot dekking van hun administratiekosten ".
Art.62. L'article 5 du tarif III annexé à la loi du 4 juillet 1956 portant le tarif des taxes consulaires et des droits de chancellerie, remplacé par l'arrêté royal du 27 janvier 1983, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 5. - Les autorités compétentes sont autorisées à percevoir, lors de la délivrance ou de la prorogation de chaque passeport, un droit spécial de 20 francs destiné à couvrir leurs frais administratifs ".
Art.63. De artikelen 55 tot 62 treden in werking op de dertigste dag na die waarop zij zijn bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art.63. Les articles 55 à 62 entrent en vigueur le trentième jour qui suit celui de leur publication au Moniteur belge.
Afdeling 6. - N.M.B.S.
Section 6. - S.N.C.B.
Art.64. <Wijzigingsbepaling van art. 166, § 1 van W 1988-12-30/31>
Art.64.
Afdeling 7. - Natuurrampen.
Section 7. - Calamités naturelles.
Art.65. <Wijzigingsbepaling van art. 35, § 1 van W 1976-07-12/30>
Art.65.
Afdeling 8. - Huurovereenkomsten.
Section 8. - Baux.
Art. 66. § 1. De huur- en andere overeenkomsten onder bezwarende titel die voor onbepaalde duur het genot verlenen van een al dan niet gemeubileerd onroerend goed of van een gedeelte van een dergelijk goed dat is bestemd als woning welke de huurder tot hoofdverblijfplaats dient en die tussen 31 december 1990 en 28 februari 1991 vervallen of eindigen door opzegging van de huur aan de huurder, worden tot 28 februari 1991 verlengd.
  § 2. Indien de termijn van zes maanden bedoeld in artikel 4, § 1, van de wet van 22 december 1989 op de bescherming van de gezinswoning verstrijkt tussen 31 december 1990 en 28 februari 1991, kan de huurder geen aanspraak maken op de in § 1 bepaalde verlenging.
  § 3. Dit artikel treedt in werking op 31 december 1990.
Art. 66. § 1. Les baux et autres contrats à titre onéreux concédant pour une durée indéterminée la jouissance d'un immeuble, meublé ou non, ou d'une partie d'un tel immeuble, affecté au logement du preneur à titre de résidence principale, qui, entre le 31 décembre 1990 et le 28 février 1991, viennent à échéance ou prennent fin par l'effet d'un congé donné au preneur, sont prorogés jusqu'au 28 février 1991.
  § 2. Si l'échéance du délai de six mois prévu à l'article 4, § 1er de la loi du 22 décembre 1989 relative à la protection du logement familial se situe entre le 31 décembre 1990 et le 28 février 1991, le preneur ne peut se prévaloir du benéfice de la prorogation prévue au § 1er.
  § 3. Le présent article entre en vigueur le 31 décembre 1990.