Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
26 JUNI 1990. - Wet betreffende sommige openbare instellingen of instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-03-1991 en tekstbijwerking tot 05-09-2018)
Titre
26 JUIN 1990. - Loi relative à certains organismes publics ou d'utilité publique et autres services de l'Etat(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-03-1991 et mise à jour au 05-09-2018)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (50)
Texte (50)
TITEL I. - Voorafgaande bepaling.
TITRE I. - Disposition préliminaire.
Artikel 1. Voor de toepassing van deze wet, dient te worden verstaan onder :
  1) " bijzondere wet ", de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd door de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en door de bijzondere wet van 16 januari 1989;
  2) " bijzondere financieringswet ", de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten;
  3) " wet van 28 december 1984 ", de wet van 28 december 1984 tot afschaffing of herstructurering van sommige instellingen van openbaar nut.
Article 1. Pour l'application de la présente loi, il faut entendre par :
  1) " loi spéciale ", la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, modifiée par la loi spéciale du 8 août 1988 et par la loi spéciale du 16 janvier 1989;
  2) " loi spéciale de financement ", la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions;
  3) " loi du 28 décembre 1984 ", la loi du 28 décembre 1984 portant suppression ou restructuration de certains organismes d'intérêt public.
TITEL II. - Bepalingen betreffende de openbare instellingen tot overdracht aan de Gemeenschappen, aan de Gewesten en aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
TITRE II. - Dispositions relatives aux organismes publics à transférer aux Communautés, aux Régions et à la Commission communautaire commune.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 28 december 1984 tot afschaffing of herstructurering van sommige instellingen van openbaar nut.
CHAPITRE I. - Modification de la loi du 28 décembre 1984 portant suppression ou restructuration de certains organismes d'intérêt public.
Art.2. <Wijzigingsbepalingen van titel en opschrift hoofdstuk I van W 1984-12-28/32>
Art.2.
Art.3. <Wijzigingsbepaling van artikel 1 van W 1984-12-28/32>
Art.3.
Art.4. <Wijzigingsbepaling van artikel 1bis van W 1984-12-28/32>
Art.4.
Art.5. <Wijzigingsbepaling van artikel 2,§1 en §3 van W 1984-12-28/32>
Art.5.
Art.6. <Wijzigingsbepaling van artikel 4,§1 en §3 van W 1984-12-28/32>
Art.6.
Art.7. <Wijzigingsbepaling van artikel 5,§1, §2 en §4 van W 1984-12-28/32>
Art.7.
Art.8. <Wijzigingsbepaling van opschrift hoofdstuk II van W 1984-12-28/32>
Art.8.
Art.9. <Wijzigingsbepaling van artikel 8,§1 van W 1984-12-28/32>
Art.9.
Art.10. <Wijzigingsbepaling van artikel 8bis van W 1984-12-28/32>
Art.10.
Art.11. <Wijzigingsbepaling van artikel 11 van W 1984-12-28/32>
Art.11.
Art.12. <Wijzigingsbepaling van artikel 13,§1 van W 1984-12-28/32>
Art.12.
Art.13. <Wijzigingsbepaling van artikel 15bis van W 1984-12-28/32>
Art.13.
HOOFDSTUK II. - Afschaffing van sommige openbare instellingen of andere overheidsdiensten.
CHAPITRE II. - Suppression de certains organismes publics ou autres services de l'Etat.
Afdeling 1. - Het Wegenfonds.
Section 1. - Le Fonds des Routes.
Art.14. § 1. Het Wegenfonds wordt afgeschaft op de door de Koning bepaalde datum.
  Zodra het Wegenfonds is afgeschaft, is artikel 1, laatste lid van de wet van 28 december 1984 erop van toepassing.
  § 2. Binnen de grenzen vastgesteld bij de bijzondere wet en bij de bijzondere financieringswet en met het oog op de afschaffing van de instelling bedoeld in paragraaf 1, regelt de Koning, bij in Ministerraad overlegde besluiten, zijn ontbinding en alle aangelegenheden waartoe deze aanleiding geeft, onder meer de overdracht aan het Vlaamse Gewest, aan het Waalse Gewest en aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, ieder wat hem betreft, van de taken, goederen, rechten en verplichtingen van het Fonds.
  § 3. Binnen de grenzen vastgesteld bij de bijzondere wet en bij de bijzondere financieringswet worden de taken, de goederen, de rechten en verplichtingen van het Fonds die niet worden overgedragen aan de Gewesten overeenkomstig § 2, overgedragen aan de Staat bij in Ministerraad overlegde koninklijke besluiten.
  § 4. De Koning regelt, op dezelfde wijze, de overdracht van de personeelsleden die met de gewestelijke aangelegenheden belast zijn.
  Artikel 2, § 3, van de wet van 28 december 1984 is van toepassing op dit personeel.
  § 5. De in §§ 1 tot 4 bedoelde koninklijke besluiten worden genomen na advies van de betrokken Executieven.
  § 6. De Koning draagt het personeel dat niet op grond van § 4 werd overgedragen, bij in Ministerraad overlegde besluiten, over naar andere diensten of instellingen van de Staat. Hij regelt ook, na overleg met de representatieve vakorganisaties van het personeel, de modaliteiten van de overdracht van dit personeel.
  § 7. Het Fonds is gemachtigd om de afsluiting van de jaarrekeningen 1988 te doen, in overeenstemming met de imputatieregels die voortvloeien uit het bepaalde in artikel 61 van de bijzondere financieringswet.
Art.14. § 1. Le Fonds des Routes est supprimé à la date fixée par le Roi.
  Dès sa suppression, l'article 1er, dernier alinéa, de la loi du 28 décembre 1984 lui est applicable.
  § 2. Dans les limites fixées par la loi spéciale et par la loi spéciale de financement et en vue de la suppression de l'organisme visé au paragraphe 1er, le Roi règle par arrêtés délibérés en Conseil des Ministres, sa dissolution et toutes questions auxquelles celle-ci donne lieu, notamment le transfert à la Région wallonne, à la Région flamande et à la Région de Bruxelles-Capitale, chacun pour ce qui la concerne, des missions, biens, droits et obligations du Fonds.
  § 3. Dans les limites fixées par la loi spéciale et par la loi spéciale de financement, les missions, les biens, droits et obligations du Fonds qui n'ont pas été transférés aux Régions en vertu du § 2, sont transférés à l'Etat par arrêtés royaux délibérés en Conseil des Ministres.
  § 4. Le Roi règle de la même manière, le transfert des membres du personnel chargés des matières régionales.
  L'article 2, § 3, de la loi du 28 décembre 1984 est applicable à ce personnel.
  § 5. Les arrêtés royaux visés aux §§ 1er à 4, sont pris après avis des Exécutifs concernés.
  § 6. Le Roi transfère le personnel non transféré en vertu du § 4, vers d'autres services ou organismes de l'Etat, par arrêtés délibérés en Conseil des Ministres. Il règle également les modalités de transfert de ce personnel, après concertation avec les organisations représentatives du personnel.
  § 7. Le Fonds est autorisé à clôturer ses comptes pour l'année 1988, conformément aux règles d'imputation résultant des dispositions de l'article 61 de la loi spéciale de financement.
Afdeling 2. - De Naamloze Vennootschap Zeekanaal en Haveninrichtingen van Brussel.
Section 2. - La Société anonyme du Canal et des installations maritimes de Bruxelles.
Art.15. § 1. De Naamloze Vennootschap Zeekanaal en Haveninrichtingen van Brussel wordt afgeschaft op de door de Koning bepaalde datum.
  Zodra de Maatschappij is afgeschaft, is artikel 1, laatste lid, van de wet van 28 december 1984 erop van toepassing.
  § 2. Binnen de grenzen vastgesteld bij de bijzondere wet en bij de bijzondere financieringswet en met het oog op de afschaffing van de instelling bedoeld in § 1, regelt de Koning de ontbinding en alle aangelegenheden waartoe deze aanleiding geeft, onder meer de overdracht aan het Vlaamse Gewest en aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, ieder wat hem betreft, van de taken, de personeelsleden, de goederen, de rechten en de verplichtingen van de instelling.
  De bepalingen van de artikelen 49 en 49bis van de statuten van de Maatschappij zijn niet van toepassing op de huidige ontbinding.
  Artikel 2, § 2, van de wet van 28 december 1984 is van toepassing op deze ontbinding.
  § 3. Artikel 2, § 3, van de wet van 28 december 1984 is van toepassing op het personeel van de instelling bedoeld in § 1.
  § 4. De in §§ 1 tot 3 bedoelde koninklijke besluiten worden in Ministerraad overlegd, na advies van de betrokken Executieven.
Art.15. § 1. La Société anonyme du Canal et des installations maritimes de Bruxelles est supprimée à la date fixée par le Roi.
  Dès sa suppression, l'article 1er, dernier alinéa, de la loi du 28 décembre 1984 lui est applicable.
  § 2. Dans les limites fixées par la loi spéciale et par la loi spéciale de financement et en vue de la suppression de l'organisme visé au § 1er, le Roi règle sa dissolution et toutes questions auxquelles celle-ci donne lieu, notamment le transfert à la Région flamande et à la Région de Bruxelles-Capitale, chacune pour ce qui la concerne, des missions, des membres du personnel, des biens, des droits et des obligations de l'organisme.
  Les dispositions reprises aux articles 49 et 49bis des statuts de la Société, ne s'appliquent pas à la présente dissolution.
  L'article 2, § 2, de la loi du 28 décembre 1984 s'applique à la présente dissolution.
  § 3. L'article 2, § 3, de la loi du 28 décembre 1984 est applicable au personnel de l'organisme visé au § 1er.
  § 4. Les arrêtés royaux visés aux §§ 1er à 3 sont délibérés en Conseil des Ministres après avis des Exécutifs concernés.
Afdeling 3. - Nationaal Instituut voor de Extractiebedrijven.
Section 3. - Institut national des industries extractives.
Art.16. § 1. Het Nationaal Instituut voor de Extractiebedrijven wordt afgeschaft op de door de Koning bepaalde datum.
  Zodra het Instituut is afgeschaft, is artikel 1, laatste lid van de wet van 28 december 1984 erop van toepassing.
  § 2. Binnen de grenzen vastgesteld bij de bijzondere wet en bij de bijzondere financieringswet, regelt de Koning bij in Ministerraad overlegde besluiten, na advies van de betrokken Executieve, de ontbinding van de in § 1 bedoelde instelling en alle aangelegenheden waartoe deze aanleiding geeft, onder meer, de overdracht aan het Waalse Gewest van de taken, de personeelsleden, de goederen, rechten en verplichtingen van het Instituut.
  Artikel 2, § 3, van de wet van 28 december 1984 is van toepassing op dit personeel.
Art.16. § 1. L'Institut national des industries extractives est supprimé à la date fixée par le Roi.
  Dès sa suppression, l'article 1er, dernier alinéa, de la loi du 28 décembre 1984 lui est applicable.
  § 2. Dans les limites fixées par la loi spéciale et par la loi spéciale de financement, le Roi règle par arrêtés délibérés en Conseil des Ministres, après avis de l'Exécutif concerné, la dissolution de l'organisme visé au § 1er et toutes les questions auxquelles celle-ci donne lieu, notamment le transfert à la Région wallonne, des missions, des membres du personnel, des biens, droits et obligations de l'Institut.
  L'article 2, § 3, de la loi du 28 décembre 1984 est applicable à ce personnel.
Afdeling 4. - Het Nationaal Comité voor planning en controle van de staalnijverheid.
Section 4. - Le Comité national de planification et de contrôle de la sidérurgie.
Art.17. § 1. Het Nationaal Comité voor planning en controle van de staalnijverheid wordt afgeschaft op de door de Koning bepaalde datum.
  Zodra het Comité is afgeschaft, worden opgeheven :
  - artikel 13 van de wet van 5 maart 1984 betreffende de saldi en de lasten van het verleden van de Gemeenschappen en de Gewesten en de nationale economische sectoren,
  - het koninklijk besluit van 31 maart 1984 betreffende het Nationaal Comité voor planning en controle van de staalnijverheid.
  § 2. Binnen de grenzen vastgesteld bij de bijzondere wet en bij de bijzondere financieringswet en met het oog op de afschaffing van de in § 1 vermelde instelling, regelt de Koning de ontbinding en alle aangelegenheden waartoe deze aanleiding geeft, onder meer de overdracht van de personeelsleden, goederen, rechten en verplichtingen van de instelling aan het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest, ieder wat hem betreft.
  § 3. In de in § 2 bedoelde koninklijke besluiten worden, na overleg met de representatieve vakorganisaties van het personeel, de modaliteiten inzake de overdracht van personeelsleden en de maatregelen voor het waarborgen van hun rechten vastgesteld, met inachtneming van de beginselen vermeld in artikel 88, § 2, tweede tot vierde lid, van de bijzondere wet.
  § 4. De koninklijke besluiten bedoeld in §§ 2 en 3 worden in Ministerraad overlegd, na advies van de betrokken Executieven.
Art.17. § 1. Le Comité national de planification et de contrôle de la sidérurgie est supprimé à la date fixée par le Roi.
  Dès sa suppression, sont abrogés :
  - l'article 13 de la loi du 5 mars 1984 relative aux soldes et charges du passé des Communautés et des Régions et aux secteurs économiques nationaux;
  - l'arrêté royal du 31 mars 1984 relatif au Comité national de planification et de contrôle de la sidérurgie.
  § 2. Dans les limites fixées par la loi spéciale et par la loi spéciale de financement et en vue de la suppression de l'institution visée au § 1er, le Roi règle la dissolution et toutes les questions auxquelles celle-ci donne lieu, notamment le transfert à la Région wallonne et la Région flamande, chacune pour ce qui la concerne, des membres du personnel, des biens, des droits et des obligations de l'institution.
  § 3. Les arrêtés royaux visés au § 2 déterminent, après concertation avec les organisations représentatives du personnel, les modalités de transfert du personnel et les mesures nécessaires pour garantir ses droits, et cela dans le respect des principes visés à l'article 88, § 2, alinéas 2 à 4, de la loi spéciale.
  § 4. Les arrêtés royaux visés aux §§ 2 et 3 sont délibérés en Conseil des Ministres, après avis des Exécutifs concernés.
Afdeling 5. - Het Economisch en Sociaal Instituut voor de Middenstand.
Section 5. - L'Institut économique et social des Classes moyennes.
Art.18. § 1. Binnen de grenzen vastgesteld bij de bijzondere wet en bij de bijzondere financieringswet, worden de taken in verband met de kunstambachten die bij artikel 3 van de op 10 september 1965 gecoördineerde wetten worden toevertrouwd aan het Economisch en Sociaal Instituut voor de Middenstand, overgedragen aan de Vlaamse Gemeenschap en aan de Franse Gemeenschap, ieder wat haar betreft.
  § 2. Binnen de grenzen vastgesteld in § 1, regelt de Koning, bij in Ministerraad overlegde besluiten, de overdracht van de personeelsleden alsook van de goederen, rechten en verplichtingen van het Instituut aan de Vlaamse Gemeenschap en aan de Franse Gemeenschap, ieder wat haar betreft. Deze overdrachten geschieden in verhouding van de naar elke Gemeenschap overgedragen taken.
  § 3. Binnen de grenzen vastgesteld bij de bijzondere wet en bij de bijzondere financieringswet, worden de taken in verband met de bijstand voor kleine en middelgrote ondernemingen en de vorming van de ondernemingsadviseurs die bij artikel 3 van de op 10 september 1965 gecoördineerde wetten worden toevertrouwd aan het Economisch en Sociaal Instituut voor de Middenstand, overgedragen aan het Vlaamse Gewest, aan het Waalse Gewest en aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, ieder wat hem betreft.
  § 4. Binnen de grenzen vastgesteld in § 3, regelt de Koning, bij in Ministerraad overlegde besluiten, de overdracht van de personeelsleden alsook van de goederen, rechten en verplichtingen van het Instituut aan het Vlaamse Gewest, aan het Waalse Gewest en aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, ieder wat hem betreft.
  Deze overdrachten geschieden in verhouding van de naar elk Gewest overgedragen taken.
  § 5. In de koninklijke besluiten bedoeld in §§ 2 en 4 worden, na overleg met de representatieve vakorganisaties van het personeel, de modaliteiten inzake de overdracht van personeelsleden alsook de nodige maatregelen om de rechten van het personeel te vrijwaren bepaald en dit met inachtneming van de beginselen bepaald in artikel 88, § 2, tweede tot vierde lid, van de bijzondere wet.
  § 6. De in §§ 2, 4 en 5 bedoelde koninklijke besluiten worden genomen, na advies van de betrokken Executieven.
  § 7. Het personeel, de goederen, rechten en verplichtingen van het Instituut die niet werden overgedragen aan de Gemeenschappen en aan de Gewesten overeenkomstig §§ 2 en 4, worden overgedragen aan het Ministerie van Middenstand of aan de Hoge Raad voor de Middenstand bij in Ministerraad overlegde koninklijke besluiten.
  De statutaire personeelsleden die eventueel worden overgedragen aan de Hoge Raad voor de Middenstand, vallen onder de toepassing van het administratief en geldelijk statuut dat toepasselijk is op het personeel van deze Raad.
  De statutaire personeelsleden die worden overgedragen aan het Ministerie van Middenstand, kunnen bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, in een afzonderlijke personeelsformatie met een afsluiting ten opzichte van de andere personeelsleden van het departement worden behouden. Het administratief en geldelijk statuut van de personeelsleden van het departement is op hen van toepassing.
  § 8. Wanneer de in de vorige paragrafen bedoelde overdrachten plaats hebben gehad, wordt het Instituut afgeschaft en worden de wetten betreffende het Economisch en Sociaal Instituut voor de Middenstand, gecoördineerd op 10 september 1965, opgeheven.
  De vermelding van het Economisch en Sociaal Instituut voor de Middenstand in artikel 5 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven en in artikel 20 van de wetten betreffende de organisatie van de middenstand, gecoördineerd op 28 mei 1979, vervalt.
Art.18. § 1. Dans les limites fixées par la loi spéciale et par la loi spéciale de financement, les missions dévolues, en ce qui concerne les métiers d'art, à l'Institut économique et social des Classes moyennes par l'article 3 des lois coordonnées le 10 septembre 1965, sont transférées à la Communauté française et à la Communauté flamande, chacune pour ce qui la concerne.
  § 2. Dans les limites fixées au § 1er, le Roi règle, par arrêtés délibérés en Conseil des Ministres, le transfert des membres du personnel ainsi que des biens, droits et obligations de l'Institut à la Communauté française et à la Communauté flamande, chacune pour ce qui la concerne. Ces transferts s'effectuent proportionnellement aux missions transférées à chaque Communauté.
  § 3. Dans les limites fixées par la loi spéciale et par la loi spéciale de financement, les missions dévolues, en ce qui concerne l'assistance aux petites et moyennes entreprises et la formation des conseillers d'entreprise, à l'Institut économique et social des Classes moyennes par l'article 3 des lois coordonnées le 10 septembre 1965, sont transférées à la Région wallonne, à la Région flamande et à la Région de Bruxelles-Capitale, chacune pour ce qui la concerne.
  § 4. Dans les limites fixées au § 3, le Roi règle, par arrêtés délibérés en Conseil des Ministres, le transfert des membres du personnel ainsi que des biens, droits et obligations de l'Institut à la Région wallonne, à la Région flamande et à la Région de Bruxelles-Capitale, chacune pour ce qui la concerne.
  Ces transferts s'effectuent proportionnellement aux missions transférées à chaque Région.
  § 5. Les arrêtés royaux visés aux §§ 2 et 4 déterminent, après concertation avec les organisations représentatives du personnel, les modalités de transfert du personnel et les mesures nécessaires pour garantir ses droits, et cela dans le respect des principes visés à l'article 88, § 2, alinéas 2 à 4, de la loi spéciale.
  § 6. Les arrêtés royaux visés aux §§ 2, 4 et 5 sont pris, après avis des Exécutifs concernés.
  § 7. Le personnel, les biens, droits et obligations de l'Institut qui n'ont pas été transférés aux Communautés et aux Régions en vertu des §§ 2 et 4, sont transférés au Ministère des Classes moyennes ou au Conseil supérieur des Classes moyennes par arrêtés royaux délibérés en Conseil des Ministres.
  Les membres du personnel statutaire éventuellement transférés au Conseil supérieur des Classes moyennes sont soumis au statut administratif et pécuniaire qui régit le personnel dudit Conseil.
  Les membres du personnel statutaire qui sont transférés au Ministère des Classes moyennes, peuvent être maintenus par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, dans une entité organiquement distincte avec barrière de cadre à l'égard des autres agents du département. Ils sont soumis au statut administratif et pécuniaire qui régit le personnel du département.
  § 8. Lorsque les transferts visés aux paragraphes précédents ont été effectués, l'Institut est supprimé et les lois relatives à l'Institut économique et social des Classes moyennes, coordonnées le 10 septembre 1965, sont abrogées.
  La mention de l'Institut d'études économiques et sociales des Classes moyennes dans l'article 5 de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie et dans l'article 20 des lois relatives à l'organisation des classes moyennes, coordonnées le 28 mai 1979, est supprimée.
Afdeling 6. - Het Handelskantoor en de Drogerij van boszaden van de Staat.
Section 6. - Le Comptoir commercial et la Sécherie de graines forestières de l'Etat.
Art.19. § 1. Het Handelskantoor en de Drogerij van boszaden van de Staat worden afgeschaft op de door de Koning vastgestelde datum.
  Zodra het Handelskantoor en de Drogerij worden afgeschaft, wordt de wet van 29 april 1929 tot verlening van financiële zelfstandigheid aan het Handelskantoor en aan de Drogerij van boszaden van de Staat te Groenendael, opgeheven.
  § 2. Binnen de grenzen vastgesteld bij de bijzondere wet en met het oog op de afschaffing van de in § 1 vermelde diensten, regelt de Koning de ontbinding en alle aangelegenheden waartoe deze aanleiding geeft, onder meer de overdracht aan het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, ieder wat hem betreft, van de taken, goederen, rechten en verplichtingen van de diensten.
  § 3. De in §§ 1 en 2 bedoelde koninklijke besluiten worden in Ministerraad overlegd, na advies van de betrokken Executieven.
Art.19. § 1. Le Comptoir commercial et la Sécherie de graines forestières de l'Etat sont supprimés à la date fixée par le Roi.
  Dès que le Comptoir et la Sécherie sont supprimés, la loi du 29 avril 1929 accordant l'autonomie financière au Comptoir commercial et à la Sécherie de graines forestières de l'Etat, à Groenendael, est abrogée.
  § 2. Dans les limites fixées par la loi spéciale et en vue de la suppression des services visés au § 1er, le Roi règle leur dissolution et toutes questions auxquelles celle-ci donne lieu, notamment le transfert à la Région wallonne, à la Région flamande et à la Région de Bruxelles-Capitale, chacune pour ce qui la concerne, des missions, des biens, droits et obligations des services.
  § 3. Les arrêtés royaux visés aux §§ 1er et 2 sont délibérés en Conseil des Ministres, après avis des Exécutifs concernés.
HOOFDSTUK III. - Afschaffing van de vermogens opgericht in rechtspersoonlijkheden bij de Rijksstations voor landbouwkundig onderzoek.
CHAPITRE III. - Suppression des patrimoines constitués en personnalités juridiques auprès des stations de recherche agronomique de l'Etat.
Art.20. § 1. De vermogens verbonden aan het Rijksstation voor Bos- en Hydrobiologisch Onderzoek, het Rijksstation voor Populierenteelt en het Rijksstation voor Houttechnologie, die rechtspersoonlijkheid bezitten, worden afgeschaft op de door de Koning vastgestelde datum.
  § 2. Binnen de grenzen vastgesteld bij de bijzondere wet en de bijzondere financieringswet, regelt de Koning de ontbinding van de vermogens opgericht in rechtspersoonlijkheden vermeld in § 1 en alle aangelegenheden waartoe deze aanleiding geeft, meer bepaald de overdracht aan het Vlaamse Gewest, aan het Waalse Gewest en aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, van de personeelsleden, goederen, rechten en verplichtingen die samenhangen met deze vermogens.
  § 3. Na overleg met de representatieve vakbondsorganisaties van het personeel, worden in de in § 2 bedoelde koninklijke besluiten de modaliteiten van overdracht van de personeelsleden vastgesteld, alsook de maatregelen ter vrijwaring van de rechten van het personeel, met inachtneming van de beginselen vermeld in artikel 88, § 2, tweede tot vierde lid, van de bijzondere wet.
  § 4. De in §§ 1 tot 3 bedoelde koninklijke besluiten worden in Ministerraad overlegd, na advies van de betrokken Executieven.
Art.20. § 1. Les patrimoines institués auprès de la Station de recherches forestières et hydrobiologiques de l'Etat, de la Station de populiculture et de la Station de technologie forestière, qui sont dotés de la personnalité juridique, sont supprimés à la date fixée par le Roi.
  § 2. Dans les limites fixées par la loi spéciale et par la loi spéciale de financement, le Roi règle la dissolution des patrimoines constitués en personnalités juridiques visés au § 1er et toutes questions auxquelles celle-ci donne lieu, notamment le transfert à la Région wallonne, à la Région flamande et à la Région de Bruxelles-Capitale, des membres du personnel, des biens, droits et obligations qui relèvent de ces patrimoines.
  § 3. Les arrêtés royaux visés au § 2 déterminent, après concertation avec les organisations représentatives du personnel, les modalités de transfert du personnel et les mesures nécessaires pour garantir ses droits, et cela dans le respect des principes visés à l'article 88, § 2, alinéas 2 à 4, de la loi spéciale.
  § 4. Les arrêtés royaux visés aux §§ 1er à 3 sont délibérés en Conseil des Ministres, après avis des Exécutifs concernés.
HOOFDSTUK IV. - Herstructurering van sommige openbare instellingen.
CHAPITRE IV. - Restructuration de certains organismes publics.
Afdeling 1. - De (Nationale Maatschappij der luchtwegen (N.M.L.W.))
Section 1. - La (Société nationale des voies aériennes (S.N.V.A.)) .
Art.21. § 1. Binnen de grenzen vastgesteld bij de bijzondere wet en bij de bijzondere financieringswet, worden de taken toevertrouwd aan de (Nationale Maatschappij der luchtwegen (N.M.L.W.)), bij artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 5 oktober 1970 houdende omwerking van het statuut van de (Nationale Maatschappij der luchtwegen (N.M.L.W.)), overgedragen aan het Vlaamse Gewest en aan het Waalse Gewest, ieder wat hem betreft. <W 1991-03-21/30, art. 169, 002; Inwerkingtreding : onbepaald >
  § 2. Binnen de grenzen vastgesteld in § 1, regelt de Koning bij in Ministerraad overlegde besluiten en na advies van de betrokken Executieven, de overdracht van de goederen, rechten en verplichtingen van de (Nationale Maatschappij der luchtwegen (N.M.L.W.)) aan het Vlaamse Gewest en aan het Waalse Gewest, ieder wat hem betreft. Deze overdrachten geschieden in verhouding van de naar elk Gewest overgedragen taken. <W 1991-03-21/30, art. 169, 002; Inwerkingtreding : onbepaald >
  De Koning regelt, op dezelfde wijze, de overdracht van de personeelsleden.
  § 3. Artikel 2, § 3, van de wet van 28 december 1984 is van toepassing op het overgedragen personeel.
Art.21. § 1. Dans les limites fixées par la loi spéciale et par la loi spéciale de financement, les missions dévolues à la (Société nationale des voies aériennes (S.N.V.A.)) par l'article 1er, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 5 octobre 1970 portant refonte du statut de la (Société nationale des voies aériennes (S.N.V.A.)), sont transférées à la Région wallonne et à la Région flamande, chacune pour ce qui la concerne. <L 1991-03-21/30, art. 169, 002; En vigueur : indéterminée >
  § 2. Dans les limites fixées au § 1er, le Roi règle par arrêtés délibérés en Conseil des Ministres et après avis des Exécutifs concernés, le transfert des biens, droits et obligations de la (Société nationale des voies aériennes (S.N.V.A.)) à la Région wallonne et à la Région flamande, chacune pour ce qui la concerne. Ces transferts s'effectuent proportionnellement aux missions transférées à chaque Région. <L 1991-03-21/30, art. 169, 002; En vigueur : indéterminée >
  Le Roi règle de la même manière, le transfert des membres du personnel.
  § 3. L'article 2, § 3, de la loi du 28 décembre 1984 est applicable au personnel transféré.
Afdeling 2. - De Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel.
Section 2. - L'Office belge du Commerce extérieur.
Art.22. § 1. Binnen de grenzen vastgesteld bij de bijzondere wet en bij de bijzondere financieringswet, worden de taken toevertrouwd aan de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel bij de wet van 16 juli 1948, overgedragen aan het Vlaamse Gewest, aan het Waalse Gewest en aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, ieder wat hem betreft.
  § 2. Binnen de grenzen vastgesteld in § 1, regelt de Koning bij in Ministerraad overlegde besluiten, de overdracht van de goederen, rechten en verplichtingen van de Dienst aan het Vlaamse Gewest, aan het Waalse Gewest en aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, ieder wat hem betreft. Deze overdrachten geschieden in verhouding van de naar elk Gewest overgedragen taken.
  § 3. De koninklijke besluiten bedoeld in § 2 regelen eveneens de overdracht van de personeelsleden.
  Zij bepalen, na overleg met de representatieve vakorganisaties van het personeel, de modaliteiten inzake de overdracht van personeelsleden en de nodige maatregelen om de rechten van het personeel te vrijwaren, en dit met inachtneming van de beginselen bepaald in artikel 88, § 2, tweede tot vierde lid, van de bijzondere wet.
  § 4. De in §§ 2 en 3 bedoelde koninklijke besluiten worden genomen, na advies van de betrokken Executieven.
Art.22. § 1. Dans les limites fixées par la loi spéciale et par la loi spéciale de financement, les missions dévolues à l'Office belge du Commerce extérieur par la loi du 16 juillet 1948, sont transférées à la Région wallonne, à la Région flamande et à la Région de Bruxelles-Capitale, chacune pour ce qui la concerne.
  § 2. Dans les limites fixées au § 1er, le Roi règle par arrêtés délibérés en Conseil des Ministres, le transfert des biens, droits et obligations de l'Office à la Région wallonne, à la Région flamande et à la Région de Bruxelles-Capitale, chacune pour ce qui la concerne. Ces transferts s'effectuent proportionnellement aux missions transférées à chaque Région.
  § 3. Les arrêtés royaux visés au § 2 règlent également le transfert des membres du personnel.
  Ils déterminent après concertation avec les organisations représentatives du personnel, les modalités de transfert du personnel et les mesures nécessaires pour garantir ses droits, et cela dans le respect des principes visés à l'article 88, § 2, alinéas 2 à 4, de la loi spéciale.
  § 4. Les arrêtés royaux visés aux §§ 2 et 3 sont pris, après avis des Exécutifs concernés.
Afdeling 3. - Het Planbureau.
Section 3. - Le Bureau du Plan.
Art.23. § 1. Binnen de grenzen vastgesteld bij de bijzondere wet en bij de bijzondere financieringswet, worden de taken toevertrouwd aan het Planbureau bij artikel 6 van de kaderwet van 15 juli 1970 houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie, overgedragen aan het Vlaamse Gewest, aan het Waalse Gewest en aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, ieder wat hem betreft.
  § 2. Binnen de grenzen vastgesteld in § 1, regelt de Koning bij in Ministerraad overlegde besluiten, de overdracht van de goederen, rechten en verplichtingen van het Planbureau aan het Vlaamse Gewest, aan het Waalse Gewest en aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, ieder wat hem betreft. Deze overdrachten geschieden in verhouding van de naar elk Gewest overgedragen taken.
  De Koning regelt, op dezelfde wijze, de overdracht van de personeelsleden.
  § 3. Artikel 2, § 3, van de wet van 28 december 1984 is van toepassing op het administratief en meesterspersoneel dat wordt overgedragen ter uitvoering van § 2.
  § 4. Voor de leden van het Planbureau benoemd bij de respectievelijke regionale secties van de regionale directie van het Planbureau, die worden overgedragen in uitvoering van § 2, worden in de in deze paragraaf bedoelde koninklijke besluiten, na overleg met de representatieve vakorganisaties van het personeel, de nadere regelen bepaald van de overgang van de personeelsleden en de nodige maatregelen om de rechten van het personeel te vrijwaren, met inachtneming van de beginselen vermeld in artikel 88, § 2, tweede tot vierde lid, van de bijzondere wet.
  § 5. De in §§ 2 en 4 bedoelde koninklijke besluiten worden genomen, na advies van de betrokken Executieven.
Art.23. § 1. Dans les limites fixées par la loi spéciale et par la loi spéciale de financement, les missions dévolues au Bureau du Plan par l'article 6 de la loi-cadre du 15 juillet 1970 portant organisation de la planification et de la décentralisation économique, sont transférées à la Région wallonne, à la Région flamande et à la Région de Bruxelles-Capitale, chacune pour ce qui la concerne.
  § 2. Dans les limites fixées au § 1er, le Roi règle par arrêtés délibérés en Conseil des Ministres, le transfert des biens, droits et obligations du Bureau du Plan à la Région wallonne, à la Région flamande et à la Région de Bruxelles-Capitale, chacune pour ce qui la concerne. Ces transferts s'effectuent proportionnellement aux missions transférées à chaque Région.
  Le Roi règle de la même manière, le transfert des membres du personnel.
  § 3. L'article 2, § 3, de la loi du 28 décembre 1984 est applicable au personnel administratif et de maîtrise transféré en application du § 2.
  § 4. Pour les membres du Bureau du Plan nommés auprès des sections régionales respectives de la direction régionale du Bureau du Plan qui sont transférés en application du § 2, les arrêtés royaux visés dans ce paragraphe déterminent après concertation avec les organisations représentatives du personnel, les modalités de transfert du personnel et les mesures nécessaires pour garantir ses droits, et cela dans le respect des principes visés à l'article 88, § 2, alinéas 2 à 4, de la loi spéciale.
  § 5. Les arrêtés royaux visés au §§ 2 et 4 sont pris, après avis des Exécutifs concernés.
Afdeling 4. - De Nationale Maatschappij voor de Herstructurering van de Nationale Sectoren.
Section 4. - La Société nationale pour la Restructuration des Secteurs nationaux.
Art.24. § 1. Binnen de grenzen vastgesteld bij de bijzondere wet en bij de bijzondere financieringswet, worden de taken toevertrouwd aan de Nationale Maatschappij voor de Herstructurering van de Nationale Sectoren bij artikel 2 van het koninklijk besluit van 17 september 1982 betreffende haar oprichting, overgedragen aan het Vlaamse Gewest, aan het Waalse Gewest en aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, ieder wat hem betreft.
  § 2. Binnen de grenzen vastgesteld in § 1, regelt de Koning de overdracht van een deel van de personeelsleden van de Maatschappij aan het Vlaamse Gewest, aan het Waalse Gewest en aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, ieder wat hem betreft. Deze overdrachten geschieden in verhouding van de naar elk Gewest overgedragen taken.
  § 3. De koninklijke besluiten bedoeld in § 2 bepalen eveneens, na overleg met de representatieve vakorganisaties van het personeel, de modaliteiten inzake de overdracht van de personeelsleden en de nodige maatregelen om de rechten van het personeel te vrijwaren en dit met inachtneming van de beginselen bepaald in artikel 88, § 2, tweede tot vierde lid, van de bijzondere wet.
  § 4. De koninklijke besluiten bedoeld in §§ 1 tot 3 worden in Ministerraad overlegd na, advies van de betrokken Executieven.
Art.24. § 1. Dans les limites fixées par la loi spéciale et par la loi spéciale de financement, les missions dévolues à la Société nationale pour la Restructuration des Secteurs nationaux par l'article 2 de l'arrêté royal du 17 septembre 1982 relatif à sa constitution, sont transférées à la Région wallonne, à la Région flamande et à la Région de Bruxelles-Capitale, chacune pour ce qui la concerne.
  § 2. Dans les limites fixées au § 1er, le Roi règle le transfert d'une partie des membres du personnel de la Société à la Région wallonne, à la Région flamande et à la Région de Bruxelles-Capitale, chacune pour ce qui la concerne. Ces transferts s'effectuent proportionnellement aux missions transférées à chaque Région.
  § 3. Les arrêtés royaux visés au § 2 déterminent également après concertation avec les organisations représentatives du personnel, les modalités de transfert du personnel et les mesures nécessaires pour garantir ses droits, et cela dans le respect des principes visés à l'article 88, § 2, alinéas 2 à 4, de la loi spéciale.
  § 4. Les arrêtés royaux visés au §§ 1er à 3 sont délibérés en Conseil des Ministres, après avis des Exécutifs concernés.
HOOFDSTUK V. - Herstructurering van sommige instellingen van openbaar nut.
CHAPITRE V. - Restructuration de certains établissements d'utilité publique.
Afdeling 1. - Het Studiecentrum voor Kernenergie.
Section 1. - Le Centre d'étude de l'énergie nucléaire.
Art.25. § 1. Binnen de grenzen vastgesteld bij de bijzondere wet en bij de bijzondere financieringswet, worden de taken uitgeoefend door het Studiecentrum voor Kernenergie - hierna genoemd " Centrum " - overgedragen aan het Vlaamse Gewest.
  § 2. Binnen de grenzen vastgesteld in § 1, regelt de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de Vlaamse Executieve, de overdracht van de personeelsleden, de goederen, rechten en verplichtingen van het Centrum aan het Vlaamse Gewest.
  § 3. De Koning regelt op dezelfde wijze en na overleg met de representatieve vakorganisaties van het personeel, de modaliteiten inzake de overdracht van personeelsleden om de rechten van het personeel te vrijwaren en dit met inachtneming van de beginselen bepaald in artikel 88, § 2, tweede tot vierde lid, van de bijzondere wet.
  § 4. Vanaf de volledige uitvoering van §§ 1 tot 3, wordt de overeenkomst van 1 februari 1963 tussen de Minister van Economische Zaken en het Centrum vervangen door een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, dat de voorwaarden bepaalt inzake subsidiëring van het Centrum.
  Binnen de grenzen vastgesteld in § 1, kan de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit de statuten van het Centrum aanpassen.
  § 5. Tot de volledige uitvoering van de §§ 1 tot 4, kunnen de middelen van het Centrum toegewezen door de Staat voor het begrotingsjaar 1990 en voor elk volgend begrotingsjaar het totaal nominaal bedrag van de voor het begrotingsjaar 1989 toegewezen middelen aan het Centrum, niet overschrijden.
  Voor de toepassing van deze paragraaf moet onder " middelen " worden verstaan het totaal van de financiële of andere middelen van gelijk welke aard die rechtstreeks of onrechtstreeks door de Staat worden gestort en die overeenstemmen met het soort uitgaven verricht door het Centrum op 1 januari 1989.
  [1 § 6. De Koning kan het Centrum machtigen om in eigen naam en voor eigen rekening over te gaan tot onteigeningen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van zijn doelstellingen en opgelegde taken, alsmede voor het voldoen aan de vereisten op het gebied van nucleaire beveiliging en veiligheid.]1
  
Art.25. § 1. Dans les limites fixées par la loi spéciale et par la loi spéciale de financement, les missions exercées par le Centre d'étude de l'énergie nucléaire - ci-après appelé " Centre " - sont transférées à la Région flamande.
  § 2. Dans les limites fixées au § 1er, le Roi règle par arrêté délibéré en Conseil des Ministres et après avis de l'Exécutif flamand, le transfert des membres du personnel, des biens, droits et obligations du Centre à la Région flamande.
  § 3. Le Roi règle de la même manière et après concertation avec les organisations représentatives du personnel, les modalités applicables au transfert des membres du personnel afin de préserver les droits du personnel et cela dans le respect des principes visés à l'article 88, § 2, alinéas 2 à 4, de la loi spéciale.
  § 4. Dès l'exécution intégrale des §§ 1er à 3, la convention du 1er février 1963 entre le Ministre des Affaires économiques et le Centre est remplacée par un arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres qui fixe les conditions auxquelles le Centre peut être subventionné.
  Dans les limites fixées au § 1er, le Roi peut adapter les statuts du Centre par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  § 5. Jusqu'à l'exécution intégrale des §§ 1er à 4, les ressources du Centre accordées par l'Etat ne peuvent, pour l'exercice budgétaire de l'année 1990 et pour chaque exercice qui suit, dépasser le montant total, en valeur nominale, des ressources qu'il a accordées au Centre pour l'exercice budgétaire de l'année 1989.
  Pour l'application du présent paragraphe, il y a lieu d'entendre par " ressources " le total des ressources financières ou de toute autre nature, versées directement ou indirectement par l'Etat et qui correspondent au type de dépenses effectuées par le Centre au 1er janvier 1989.
  [1 § 6. Le Roi peut habiliter le Centre à procéder, en son propre nom et pour son propre compte, à des expropriations indispensables à la réalisation de ses objets et des tâches qui lui ont été imposées, ainsi qu' à la satisfaction des exigences au niveau de la sûreté nucléaire et de la sécurité nucléaire.]1
  
Afdeling 2. - Het Nationaal Instituut voor Radio-Elementen.
Section 2. - L'Institut national des Radio-Eléments.
Art.26. § 1. Binnen de grenzen vastgesteld bij de bijzondere wet en bij de bijzondere financieringswet, worden de taken uitgeoefend door het Nationaal Instituut voor Radio-Elementen - hierna genoemd " Instituut " - overgedragen aan het Waalse Gewest.
  § 2. Binnen de grenzen vastgesteld in § 1, regelt de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de Waalse Gewestexecutieve, de overdracht van de personeelsleden, de goederen, rechten en verplichtingen van het Instituut aan het Waalse Gewest.
  § 3. De Koning regelt op dezelfde wijze en na overleg met de representatieve vakorganisaties van het personeel, de modaliteiten inzake de overdracht van personeelsleden om de rechten van het personeel te vrijwaren en dit met inachtneming van de beginselen bepaald in artikel 88, § 2, tweede tot vierde lid, van de bijzondere wet.
  § 4. Vanaf de volledige uitvoering van §§ 1 tot 3, wordt de overeenkomst van 28 juli 1980 tussen de Minister van Economische Zaken en het Instituut vervangen door een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, dat de voorwaarden bepaalt inzake subsidiëring van het Instituut. Binnen de grenzen vastgesteld in § 1 kan de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit de statuten van het Instituut aanpassen.
  § 5. Tot de volledige uitvoering van de §§ 1 tot 4 kunnen de middelen van het Instituut toegewezen door de Staat voor het begrotingsjaar 1990 en voor elk volgend begrotingsjaar het totaal nominaal bedrag van de voor het begrotingsjaar 1989 toegewezen middelen aan het Instituut, niet overschrijden.
  Voor de toepassing van deze paragraaf moet onder " middelen " worden verstaan het totaal van de financiële of andere middelen van gelijk welke aard die rechtstreeks of onrechtstreeks door de Staat worden gestort en die overeenstemmen met het soort uitgaven verricht door het Instituut op 1 januari 1989.
Art.26. § 1. Dans les limites fixées par la loi spéciale et par la loi spéciale de financement, les missions exercées par l'Institut national des Radio-Eléments - ci-après appelé " Institut " - sont transférées à la Région wallonne.
  § 2. Dans les limites fixées au § 1er, le Roi règle par arrêté délibéré en Conseil des Ministres et après avis de l'Exécutif régional wallon, le transfert des membres du personnel, des biens, droits et obligations de l'Institut à la Région wallonne.
  § 3. Le Roi règle de la même manière et après concertation avec les organisations représentatives du personnel, les modalités applicables au transfert des membres du personnel afin de préserver les droits du personnel et cela dans le respect des principes visés à l'article 88, § 2, alinéas 2 à 4, de la loi spéciale.
  § 4. Dès l'exécution intégrale des §§ 1er à 3, la convention du 28 juillet 1980 entre le Ministre des Affaires économiques et l'Institut est remplacée par un arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres qui fixe les conditions auxquelles l'Institut peut être subventionné. Dans les limites fixées au § 1er, le Roi peut adapter les statuts de l'Institut par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  § 5. Jusqu'à l'exécution intégrale des §§ 1er à 4, les ressources de l'Institut accordées par l'Etat ne peuvent, pour l'exercice budgétaire de l'année 1990 et pour chaque exercice qui suit, dépasser le montant total, en valeur nominale, des ressources qu'il a accordées à l'Institut pour l'exercice budgétaire de l'année 1989.
  Pour l'application du présent paragraphe, il y a lieu d'entendre par " ressources " le total des ressources financières ou de toute autre nature, versées directement ou indirectement par l'Etat et qui correspondent au type de dépenses effectuées par l'Institut au 1er janvier 1989.
TITEL III. - Algemene en slotbepalingen.
TITRE III. - Dispositions générales et finales.
Art.27. De overdracht van de goederen, rechten en verplichtingen van de instellingen die met toepassing van deze wet moeten worden ontbonden of geherstructureerd, wordt geregeld overeenkomstig de bijzondere financieringswet, meer bepaald artikel 61, § 3.
Art.27. Le transfert des biens, droits et obligations des organismes supprimés ou restructurés en application de la présente loi, est réglé conformément à la loi spéciale de financement, notamment l'article 61, § 3.
Art.28. Artikel 17 van de wet van 28 december 1984 is, van overeenkomstige toepassing op de instellingen bedoeld in hoofdstukken II tot IV, van titel II.
Art.28. L'article 17 de la loi du 28 décembre 1984 est applicable aux organismes visés aux chapitres II à IV du titre II, moyennant les adaptations nécessaires.
Art.29. De Koning kan de wetten die door deze wet worden gewijzigd, coördineren met de bepalingen die deze op het tijdstip van de coördinatie uitdrukkelijk of impliciet gewijzigd mochten hebben.
  Daartoe kan Hij :
  1) de volgorde, de nummering van te coördineren bepalingen en, in het algemeen, de teksten naar de vorm wijzigen;
  2) de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen met de nieuwe nummering overeenbrengen;
  3) zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te coördineren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen ten einde ze onderling te doen overeenstemmen en eenheid in de terminologie te brengen;
  4) het opschrift van de coördinatie bepalen.
  Bovendien kan de Koning de verwijzingen naar de in de coördinatie opgenomen bepalingen die in andere niet in de coördinatie opgenomen bepalingen voorkomen, naar de vorm aanpassen.
Art.29. Le Roi peut coordonner les lois modifiées par la présente loi, avec les dispositions qui les auraient expressément ou implicitement modifiées au moment où la coordination sera établie.
  A cette fin, Il peut :
  1) modifier l'ordre, le numérotage et, en général, la présentation des dispositions à coordonner;
  2) modifier les références qui seraient contenues dans les dispositions à coordonner en vue de les mettre en concordance avec le numérotage nouveau;
  3) modifier la rédaction des dispositions à coordonner en vue d'assurer leur concordance et d'en unifier la terminologie sans qu'il puisse être porté atteinte aux principes inscrits dans les dispositions;
  4) arrêter l'intitulé de la coordination.
  Le Roi peut en outre adapter la présentation des références que font aux dispositions reprises dans la coordination d'autres dispositions qui n'y sont pas reprises.
Art. 30. § 1. De artikelen 1, 2, 14, § 6, en 27 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 1989.
  § 2. In afwijking van artikel 20 van de wet van 28 december 1984, treden de artikelen 5 tot 7 en 9, 10, 12 en 13 in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  § 3. De artikelen 14, §§ 2 tot 5 en 7, 15, §§ 2 tot 4, 16, § 2, 17, §§ 2 tot 4, 18, 19, §§ 2 en 3, 20, §§ 2 en 3, 21 tot 24, 25, §§ 3 en 5, 26, §§ 3 en 5 en 28 tot 30 treden in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  § 4. De artikelen 25, §§ 1, 2 en 4, en 26, §§ 1, 2 en 4, en de daarin bedoelde besluiten treden in werking op een zelfde datum die bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit vastgesteld wordt.
Art. 30. § 1. Les articles 1er, 2, 14, § 6, et 27 produisent leurs effets le 1er janvier 1989.
  § 2. Par dérogation à l'article 20 de la loi du 28 décembre 1984, les articles 5 à 7 et 9, 10, 12 et 13 entrent en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
  § 3. Les articles 14, §§ 2 à 5 et 7, 15, §§ 2 à 4, 16, § 2, 17, §§ 2 à 4, 18, 19, §§ 2 et 3, 20, §§ 2 et 3, 21 à 24, 25, §§ 3 et 5, 26, §§ 3 et 5 et 28 à 30 entrent en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
  § 4. Les articles 25, §§ 1er, 2 et 4, et 26, §§ 1er, 2 et 4 et les arrêtés y visés entrent en vigueur à une même date qui est fixée par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres.