Wanneer deze organen voor onderzoek worden gebruikt, is deze wet daar alleen op van toepassing als zij bestemd zijn voor transplantatie in het menselijk lichaam.]1
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
13 JUNI 1986. - Wet betreffende het wegnemen en transplanteren van organen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-04-1987 en tekstbijwerking tot 23-11-2023)
Titre
13 JUIN 1986. - Loi sur le prélèvement et la transplantation d'organes. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-04-1987 et mise à jour au 23-11-2023)
Informations sur le document
Numac: 1987009088
Datum: 1986-06-13
Info du document
Numac: 1987009088
Date: 1986-06-13
Table des matières
Table des matières
Tekst (41)
Texte (41)
HOOFDSTUK I. - [1Toepassingsgebied, definities en algemene beginselen.]1
CHAPITRE Ier.[1 Champ d'application, définitions et principes généraux.]1
Artikel 1. [1 Deze wet is van toepassing op het doneren, testen, karakteriseren, wegnemen, preserveren, vervoeren en transplanteren van organen bestemd voor transplantatie.
Wanneer deze organen voor onderzoek worden gebruikt, is deze wet daar alleen op van toepassing als zij bestemd zijn voor transplantatie in het menselijk lichaam.]1
Wanneer deze organen voor onderzoek worden gebruikt, is deze wet daar alleen op van toepassing als zij bestemd zijn voor transplantatie in het menselijk lichaam.]1
Article 1. [1 La présente loi s'applique au don, au contrôle, à la caractérisation, au prélèvement, à la conservation, au transport et à la transplantation d'organes destinés à la transplantation.
Lorsque de tels organes sont utilisés à des fins de recherche, la présente loi ne s'applique que s'ils sont destinés à être transplantés dans le corps humain.]1
Lorsque de tels organes sont utilisés à des fins de recherche, la présente loi ne s'applique que s'ils sont destinés à être transplantés dans le corps humain.]1
Modifications
Art. 1bis. <INGEVOEGD bij W 2007-02-25/57, art. 2; Inwerkingtreding : 23-04-2007> § 1. De Koning kan de regels stellen en de voorwaarden of beperkingen opleggen betreffende het wegnemen, bewaren, bereiden, invoeren, distribueren en afleveren van organen, (...). <W 2008-12-19/44, art. 28, 008; Inwerkingtreding : 01-12-2009 (zie KB 2009-09-28/06, art. 14)>
Elke uitvoering van het eerste lid na de inwerkingtreding van de programmawet van 22 december 2003 zal geschieden bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
§ 2. [1 De Koning kan maatregelen nemen om het wegnemen van organen optimaal te organiseren, en om de opsporing, de selectie en het beheer van de donoren te verbeteren.]1
Elke uitvoering van het eerste lid na de inwerkingtreding van de programmawet van 22 december 2003 zal geschieden bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
§ 2. [1 De Koning kan maatregelen nemen om het wegnemen van organen optimaal te organiseren, en om de opsporing, de selectie en het beheer van de donoren te verbeteren.]1
Modifications
Art. 1erbis. § 1er. Le Roi peut fixer des règles et imposer des conditions ou des restrictions au prélèvement, à la conservation, à la préparation, à l'importation, au transport, à la distribution et à la délivrance d'organes, (...). <L 2008-12-19/44, art. 28, 008; En vigueur : 01-12-2009 (voir L 2009-09-28/06, art. 14)>
Toute exécution de l'alinéa 1er postérieure à l'entrée en vigueur de la loi-programme du 22 décembre 2003 se fera par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
§ 2. [1 Le Roi peut prendre des mesures utiles à une organisation optimale des prélèvements d'organes ainsi qu'à l'amélioration de la détection, de la sélection et de la gestion des donneurs.]1
Toute exécution de l'alinéa 1er postérieure à l'entrée en vigueur de la loi-programme du 22 décembre 2003 se fera par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
§ 2. [1 Le Roi peut prendre des mesures utiles à une organisation optimale des prélèvements d'organes ainsi qu'à l'amélioration de la détection, de la sélection et de la gestion des donneurs.]1
Modifications
Art. 1ter. [1 Voor de toepassing van deze wet, wordt verstaan onder :
1° " verwijdering " : de eindbestemming van een orgaan wanneer dat niet voor transplantatie gebruikt wordt;
2° " donor " : een persoon die één of meerdere organen doneert, ongeacht of de donatie tijdens het leven of na de dood van die persoon plaatsvindt;
3° " donatie " : het doneren van organen voor transplantatie;
4° " karakterisatie van de donor " : de verzameling van de relevante informatie over de kenmerken van de donor die nodig is om zijn of haar geschiktheid voor orgaandonatie te beoordelen, teneinde een deugdelijke risicobeoordeling uit te voeren en de risico's voor de ontvanger zo klein mogelijk te maken en om de toewijzing van organen te optimaliseren;
5° " Europese orgaanuitwisselingsorganisatie " : een openbare of particuliere organisatie zonder winstoogmerk die zich toelegt op nationale en grensoverschrijdende uitwisseling van organen en waarvan de meerderheid van de landen die lid zijn lidstaten van de Unie zijn;
6° " orgaan " : een gedifferentieerd deel van het menselijk lichaam, dat is opgebouwd uit verschillende weefsels en zijn structuur, vascularisatie en vermogen om met een aanzienlijke autonomie fysiologische functies te ontwikkelen, behoudt. Een deel van een orgaan wordt ook als orgaan beschouwd als het als functie heeft in het menselijke lichaam te worden gebruikt voor dezelfde doeleinden als die van het gehele orgaan, met behoud van de vereisten inzake structuur en vascularisatie;
7° " karakterisatie van het orgaan " : de verzameling van de relevante informatie over de kenmerken van het orgaan die nodig is om de geschiktheid van het orgaan voor transplantatie te evalueren, teneinde een deugdelijke risicobeoordeling uit te voeren en de risico's voor de ontvanger zo klein mogelijk te maken en om de toewijzing van organen te optimaliseren;
8° " wegneming " : een proces waardoor de gedoneerde organen beschikbaar worden;
9° " preservatie " : het gebruik van chemische stoffen, wijzigingen in de omgevingscondities of andere middelen, bedoeld om biologische of fysieke achteruitgang van organen van het tijdstip van wegneming tot de transplantatie te voorkomen of te vertragen;
10° " ontvanger " : een persoon bij wie een orgaan geïmplanteerd wordt;
11° " ernstig ongewenst voorval " : elk ongewenst en onverwacht voorval dat zich ergens in de keten van donatie tot transplantatie voordoet en dat voor een patiënt besmetting met een overdraagbare ziekte, overlijden, levensgevaar, invaliditeit of arbeidsongeschiktheid tot gevolg kan hebben, dan wel leidt tot opname in een ziekenhuis of tot ziekte of de duur van ziekenhuisopname of de ziekte verlengt;
12° " ernstige ongewenste bijwerking " : een onbedoelde reactie, met inbegrip van een overdraagbare ziekte, die zich mogelijkerwijs ergens in de keten van donatie tot transplantatie bij de levende donor of de ontvanger voordoet en die dodelijk is, levensgevaar oplevert, invaliditeit of arbeidsongeschiktheid veroorzaakt, dan wel leidt tot opname in een ziekenhuis of tot ziekte of de duur van de ziekenhuisopname of de ziekte verlengt;
13° " werkprocedures " : schriftelijke instructies waarin de stappen van een bepaald proces worden beschreven, met inbegrip van de te gebruiken materialen en methoden en het verwachte eindresultaat;
14° " transplantatie " : een proces dat tot doel heeft bepaalde functies van het menselijke lichaam te herstellen door een orgaan over te brengen van een donor naar een ontvanger;
15° " transplantatiecentrum " : een medische dienst erkend krachtens de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008;]1
[2 16° "gedelegeerde instantie": een instantie waaraan taken werden gedelegeerd in overeenstemming met artikel 17, lid 1, van Richtlijn 2010/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 inzake kwaliteits- en veiligheidsnormen voor menselijke organen bestemd voor transplantatie of een Europese orgaanuitwisselingsorganisatie waaraan taken werden gedelegeerd in overeenstemming met artikel 21 van voornoemde Richtlijn 2010/53/EU.]2
1° " verwijdering " : de eindbestemming van een orgaan wanneer dat niet voor transplantatie gebruikt wordt;
2° " donor " : een persoon die één of meerdere organen doneert, ongeacht of de donatie tijdens het leven of na de dood van die persoon plaatsvindt;
3° " donatie " : het doneren van organen voor transplantatie;
4° " karakterisatie van de donor " : de verzameling van de relevante informatie over de kenmerken van de donor die nodig is om zijn of haar geschiktheid voor orgaandonatie te beoordelen, teneinde een deugdelijke risicobeoordeling uit te voeren en de risico's voor de ontvanger zo klein mogelijk te maken en om de toewijzing van organen te optimaliseren;
5° " Europese orgaanuitwisselingsorganisatie " : een openbare of particuliere organisatie zonder winstoogmerk die zich toelegt op nationale en grensoverschrijdende uitwisseling van organen en waarvan de meerderheid van de landen die lid zijn lidstaten van de Unie zijn;
6° " orgaan " : een gedifferentieerd deel van het menselijk lichaam, dat is opgebouwd uit verschillende weefsels en zijn structuur, vascularisatie en vermogen om met een aanzienlijke autonomie fysiologische functies te ontwikkelen, behoudt. Een deel van een orgaan wordt ook als orgaan beschouwd als het als functie heeft in het menselijke lichaam te worden gebruikt voor dezelfde doeleinden als die van het gehele orgaan, met behoud van de vereisten inzake structuur en vascularisatie;
7° " karakterisatie van het orgaan " : de verzameling van de relevante informatie over de kenmerken van het orgaan die nodig is om de geschiktheid van het orgaan voor transplantatie te evalueren, teneinde een deugdelijke risicobeoordeling uit te voeren en de risico's voor de ontvanger zo klein mogelijk te maken en om de toewijzing van organen te optimaliseren;
8° " wegneming " : een proces waardoor de gedoneerde organen beschikbaar worden;
9° " preservatie " : het gebruik van chemische stoffen, wijzigingen in de omgevingscondities of andere middelen, bedoeld om biologische of fysieke achteruitgang van organen van het tijdstip van wegneming tot de transplantatie te voorkomen of te vertragen;
10° " ontvanger " : een persoon bij wie een orgaan geïmplanteerd wordt;
11° " ernstig ongewenst voorval " : elk ongewenst en onverwacht voorval dat zich ergens in de keten van donatie tot transplantatie voordoet en dat voor een patiënt besmetting met een overdraagbare ziekte, overlijden, levensgevaar, invaliditeit of arbeidsongeschiktheid tot gevolg kan hebben, dan wel leidt tot opname in een ziekenhuis of tot ziekte of de duur van ziekenhuisopname of de ziekte verlengt;
12° " ernstige ongewenste bijwerking " : een onbedoelde reactie, met inbegrip van een overdraagbare ziekte, die zich mogelijkerwijs ergens in de keten van donatie tot transplantatie bij de levende donor of de ontvanger voordoet en die dodelijk is, levensgevaar oplevert, invaliditeit of arbeidsongeschiktheid veroorzaakt, dan wel leidt tot opname in een ziekenhuis of tot ziekte of de duur van de ziekenhuisopname of de ziekte verlengt;
13° " werkprocedures " : schriftelijke instructies waarin de stappen van een bepaald proces worden beschreven, met inbegrip van de te gebruiken materialen en methoden en het verwachte eindresultaat;
14° " transplantatie " : een proces dat tot doel heeft bepaalde functies van het menselijke lichaam te herstellen door een orgaan over te brengen van een donor naar een ontvanger;
15° " transplantatiecentrum " : een medische dienst erkend krachtens de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008;]1
[2 16° "gedelegeerde instantie": een instantie waaraan taken werden gedelegeerd in overeenstemming met artikel 17, lid 1, van Richtlijn 2010/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 inzake kwaliteits- en veiligheidsnormen voor menselijke organen bestemd voor transplantatie of een Europese orgaanuitwisselingsorganisatie waaraan taken werden gedelegeerd in overeenstemming met artikel 21 van voornoemde Richtlijn 2010/53/EU.]2
Art. 1erter. [1 Pour l'application de la présente loi on entend par :
1° " élimination " : la destination finale d'un organe lorsqu'il n'est pas utilisé à des fins de transplantation;
2° " donneur " : une personne qui fait don d'un ou de plusieurs organes, que le don ait lieu de son vivant ou après sa mort;
3° " don " : le fait de donner des organes à des fins de transplantation;
4° " caractérisation du donneur " : la collecte des informations pertinentes concernant les caractéristiques du donneur nécessaires pour évaluer son admissibilité au don d'organes, de manière à procéder à une évaluation adéquate des risques, réduire autant que possible les risques pour le receveur et optimiser l'attribution des organes;
5° " organisation européenne d'échange d'organes " : une organisation à but non lucratif, publique ou privée, se consacrant aux échanges nationaux et transfrontaliers d'organes et dont les pays membres sont majoritairement des Etats membres de l'Union;
6° " organe " : une partie différenciée du corps humain, constituée de différents tissus, qui maintient, de façon largement autonome, sa structure, sa vascularisation et sa capacité à exercer des fonctions physiologiques. Une partie d'organe est également considérée comme un organe si elle est destinée à être utilisée aux mêmes fi ns que l'organe entier dans le corps humain, les critères de structure et de vascularisation étant maintenus;
7° " caractérisation de l'organe " : la collecte des informations pertinentes concernant les caractéristiques de l'organe nécessaires pour évaluer s'il se prête à la transplantation, de manière à procéder à une évaluation adéquate des risques, réduire autant que possible les risques pour le receveur, et optimiser l'attribution des organes;
8° " prélèvement " : un processus permettant la mise à disposition des organes donnés;
9° " conservation " : le fait d'utiliser des agents chimiques, de modifier le milieu ambiant ou d'utiliser d'autres procédés, afin d'empêcher ou de retarder la détérioration biologique ou physique des organes depuis leur prélèvement jusqu'à leur transplantation;
10° " receveur " : une personne recevant une greffe d'organe;
11° " incident indésirable grave " : tout incident non souhaité et inattendu lié à une étape quelconque de la chaîne du don à la transplantation, susceptible de conduire à la transmission d'une maladie transmissible, d'entraîner la mort ou de mettre la vie en danger, d'entraîner une invalidité ou une incapacité de travail chez le patient, ou de provoquer ou de prolonger une hospitalisation ou une morbidité;
12° " réaction indésirable grave " : une réaction non voulue, y compris une maladie transmissible, chez le donneur vivant ou le receveur, qui pourrait être liée à une étape quelconque de la chaîne du don à la transplantation, qui est mortelle, met la vie en danger, entraîne une invalidité ou une incapacité de travail, ou provoque ou prolonge une hospitalisation ou une morbidité;
13° " mode opératoire " : des instructions écrites décrivant les étapes d'un processus spécifique, y compris le matériel et les méthodes à utiliser et le résultat final attendu;
14° " transplantation " : le processus censé restaurer certaines fonctions du corps humain par le transfert d'un organe d'un donneur à un receveur;
15° " centre de transplantation " : un service médical agréé en vertu de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008;]1
[2 16° "organisme délégué": un organisme auquel des tâches ont été déléguées conformément à l'article 17, paragraphe 1er, de la Directive 2010/53/UE du Parlement européen et du Conseil du 7 juillet 2010 relative aux normes de qualité et de sécurité des organes humains destinés à la transplantation ou une organisation européenne d'échange d'organes à laquelle des tâches ont été déléguées conformément à l'article 21 de la Directive 2010/53/UE précitée.]2
1° " élimination " : la destination finale d'un organe lorsqu'il n'est pas utilisé à des fins de transplantation;
2° " donneur " : une personne qui fait don d'un ou de plusieurs organes, que le don ait lieu de son vivant ou après sa mort;
3° " don " : le fait de donner des organes à des fins de transplantation;
4° " caractérisation du donneur " : la collecte des informations pertinentes concernant les caractéristiques du donneur nécessaires pour évaluer son admissibilité au don d'organes, de manière à procéder à une évaluation adéquate des risques, réduire autant que possible les risques pour le receveur et optimiser l'attribution des organes;
5° " organisation européenne d'échange d'organes " : une organisation à but non lucratif, publique ou privée, se consacrant aux échanges nationaux et transfrontaliers d'organes et dont les pays membres sont majoritairement des Etats membres de l'Union;
6° " organe " : une partie différenciée du corps humain, constituée de différents tissus, qui maintient, de façon largement autonome, sa structure, sa vascularisation et sa capacité à exercer des fonctions physiologiques. Une partie d'organe est également considérée comme un organe si elle est destinée à être utilisée aux mêmes fi ns que l'organe entier dans le corps humain, les critères de structure et de vascularisation étant maintenus;
7° " caractérisation de l'organe " : la collecte des informations pertinentes concernant les caractéristiques de l'organe nécessaires pour évaluer s'il se prête à la transplantation, de manière à procéder à une évaluation adéquate des risques, réduire autant que possible les risques pour le receveur, et optimiser l'attribution des organes;
8° " prélèvement " : un processus permettant la mise à disposition des organes donnés;
9° " conservation " : le fait d'utiliser des agents chimiques, de modifier le milieu ambiant ou d'utiliser d'autres procédés, afin d'empêcher ou de retarder la détérioration biologique ou physique des organes depuis leur prélèvement jusqu'à leur transplantation;
10° " receveur " : une personne recevant une greffe d'organe;
11° " incident indésirable grave " : tout incident non souhaité et inattendu lié à une étape quelconque de la chaîne du don à la transplantation, susceptible de conduire à la transmission d'une maladie transmissible, d'entraîner la mort ou de mettre la vie en danger, d'entraîner une invalidité ou une incapacité de travail chez le patient, ou de provoquer ou de prolonger une hospitalisation ou une morbidité;
12° " réaction indésirable grave " : une réaction non voulue, y compris une maladie transmissible, chez le donneur vivant ou le receveur, qui pourrait être liée à une étape quelconque de la chaîne du don à la transplantation, qui est mortelle, met la vie en danger, entraîne une invalidité ou une incapacité de travail, ou provoque ou prolonge une hospitalisation ou une morbidité;
13° " mode opératoire " : des instructions écrites décrivant les étapes d'un processus spécifique, y compris le matériel et les méthodes à utiliser et le résultat final attendu;
14° " transplantation " : le processus censé restaurer certaines fonctions du corps humain par le transfert d'un organe d'un donneur à un receveur;
15° " centre de transplantation " : un service médical agréé en vertu de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008;]1
[2 16° "organisme délégué": un organisme auquel des tâches ont été déléguées conformément à l'article 17, paragraphe 1er, de la Directive 2010/53/UE du Parlement européen et du Conseil du 7 juillet 2010 relative aux normes de qualité et de sécurité des organes humains destinés à la transplantation ou une organisation européenne d'échange d'organes à laquelle des tâches ont été déléguées conformément à l'article 21 de la Directive 2010/53/UE précitée.]2
Art. 1quater. [1 Gameten, gonaden, embryo's en beenmerg worden door deze wet niet als organen beschouwd.]1
Art. 1quater. [1 Les gamètes, les gonades, les embryons et la moelle osseuse ne sont pas considérés comme des organes par la présente loi.]1
Modifications
Art.2. De Koning kan na advies van de Hoge Gezondheidsraad, de toepassing van deze wet uitbreiden tot het wegnemen na overlijden van organen en weefsels die Hij aanwijst, met het oog op de bereiding van therapeutische middelen die onontbeerlijk zijn voor de behandeling van ernstige ziekten of gebreken.
Art.2. Sur avis du Conseil supérieur d'hygiène publique, le Roi peut étendre l'application de la présente loi au prélèvement après le décès d'organes ou de tissus désignés par Lui, en vue de la préparation de moyens thérapeutiques qui sont indispensables au traitement de maladies ou de déficiences graves.
Art.3. [1 § 1. Alle medische activiteiten met betrekking tot het wegnemen van organen, zoals de selectie en de evaluatie van de donoren worden uitgevoerd door een arts op basis van hun gezondheidstoestand en hun medische antecedenten.
Wanneer de donatie van een levende persoon een onaanvaardbaar gezondheidsrisico voor hem inhoudt, moet deze door de arts worden uitgesloten van de selectie.
§ 2. Ieder wegnemen en transplanteren van organen van overleden personen wordt uitgevoerd door een arts van een transplantatiecentrum in een transplantatiecentrum of in een ziekenhuis als gedefinieerd in de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, op voorwaarde dat dit ziekenhuis een samenwerkingsakkoord heeft gesloten met een transplantatiecentrum dat verantwoordelijk is voor de wegneming en de transplantatie.
In afwijking van het eerste lid, mag het wegnemen en transplanteren van een hart of een hart-long worden uitgevoerd buiten een transplantatiecentrum, door een team van het zorgprogramma " cardiale pathologie " T dat een samenwerkingsakkoord heeft gesloten met een transplantatiecentrum.
§ 3. Het wegnemen en transplanteren van organen van levende personen wordt uitgevoerd door een arts van een transplantatiecentrum in een transplantatiecentrum.]1
Wanneer de donatie van een levende persoon een onaanvaardbaar gezondheidsrisico voor hem inhoudt, moet deze door de arts worden uitgesloten van de selectie.
§ 2. Ieder wegnemen en transplanteren van organen van overleden personen wordt uitgevoerd door een arts van een transplantatiecentrum in een transplantatiecentrum of in een ziekenhuis als gedefinieerd in de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, op voorwaarde dat dit ziekenhuis een samenwerkingsakkoord heeft gesloten met een transplantatiecentrum dat verantwoordelijk is voor de wegneming en de transplantatie.
In afwijking van het eerste lid, mag het wegnemen en transplanteren van een hart of een hart-long worden uitgevoerd buiten een transplantatiecentrum, door een team van het zorgprogramma " cardiale pathologie " T dat een samenwerkingsakkoord heeft gesloten met een transplantatiecentrum.
§ 3. Het wegnemen en transplanteren van organen van levende personen wordt uitgevoerd door een arts van een transplantatiecentrum in een transplantatiecentrum.]1
Modifications
Art.3. [1 § 1er. Toutes les activités médicales relatives au prélèvement d'organes, comme la sélection et l'évaluation des donneurs, sont réalisées par un médecin, sur la base de leur état de santé et de leurs antécédents médicaux.
Si le don d'une personne vivante présente un risque sanitaire inacceptable pour celle-ci, le médecin doit l'exclure de la sélection.
§ 2. Tout prélèvement et toute transplantation d'organes de personnes décédées sont effectués par un médecin d'un centre de transplantation dans un centre de transplantation ou dans un hôpital comme défini dans la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008, à condition que cet hôpital ait conclu un accord de collaboration avec un centre de transplantation qui est responsable du prélèvement et de la transplantation.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le prélèvement et la transplantation d'un coeur ou d'un coeur-poumon peuvent être effectués en dehors d'un centre de transplantation, par une équipe du programme de soins " pathologie cardiaque " T qui a conclu un accord de collaboration avec un centre de transplantation.
§ 3. Tout prélèvement et toute transplantation d'organes de personnes vivantes sont effectués par un médecin d'un centre de transplantion dans un centre de transplantation.]1
Si le don d'une personne vivante présente un risque sanitaire inacceptable pour celle-ci, le médecin doit l'exclure de la sélection.
§ 2. Tout prélèvement et toute transplantation d'organes de personnes décédées sont effectués par un médecin d'un centre de transplantation dans un centre de transplantation ou dans un hôpital comme défini dans la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008, à condition que cet hôpital ait conclu un accord de collaboration avec un centre de transplantation qui est responsable du prélèvement et de la transplantation.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le prélèvement et la transplantation d'un coeur ou d'un coeur-poumon peuvent être effectués en dehors d'un centre de transplantation, par une équipe du programme de soins " pathologie cardiaque " T qui a conclu un accord de collaboration avec un centre de transplantation.
§ 3. Tout prélèvement et toute transplantation d'organes de personnes vivantes sont effectués par un médecin d'un centre de transplantion dans un centre de transplantation.]1
Modifications
Art. 3bis. [1 Er moet een kader voor kwaliteit en veiligheid worden opgesteld voor alle stadia van de keten van donatie tot transplantatie of verwijdering.
Het personeel in de gezondheidszorg dat betrokken is in alle stadia van de keten van donatie tot transplantatie of verwijdering, is naar behoren gekwalificeerd of opgeleid en bekwaam. Dit personeel volgt specifieke opleidingsprogramma's die voor hen worden georganiseerd.]1
Het personeel in de gezondheidszorg dat betrokken is in alle stadia van de keten van donatie tot transplantatie of verwijdering, is naar behoren gekwalificeerd of opgeleid en bekwaam. Dit personeel volgt specifieke opleidingsprogramma's die voor hen worden georganiseerd.]1
Art. 3bis. [1 Un cadre de qualité et de sécurité couvrant toutes les étapes de la chaîne du don à la transplantation ou à l'élimination, doit être établi.
Le personnel de santé participant à chacune des étapes de la chaîne qui va du don à la transplantation ou à l'élimination, est adéquatement qualifié ou formé et compétent. Ce personnel suit des programmes de formation spécifiques mis en place à leur intention.]1
Le personnel de santé participant à chacune des étapes de la chaîne qui va du don à la transplantation ou à l'élimination, est adéquatement qualifié ou formé et compétent. Ce personnel suit des programmes de formation spécifiques mis en place à leur intention.]1
Modifications
Art. 3ter. [1 § 1. Alle weggenomen organen en alle donoren moeten voor de transplantatie worden gekarakteriseerd, conform het model als bijlage bij onderhavige wet.
De Koning kan bijzondere criteria vastleggen in verband met de fysiologische, immunologische of histologische karakterisatie van de donor, de functionele karakterisatie van het orgaan, de opsporing van overdraagbare ziektes en de toestand van de patiënt.
§ 2. Bij de levende donoren moet alle noodzakelijke informatie worden ingewonnen.
In geval van donatie na overlijden moet deze informatie worden ingewonnen bij de familie van de overleden donor of bij andere personen.
Alle partijen worden attent gemaakt op het belang van een snelle overdracht van die informatie.
§ 3. De voor de karakterisatie van organen en donoren vereiste tests worden uitgevoerd door laboratoria die over naar behoren gekwalificeerd of opgeleid en bekwaam personeel en over passende faciliteiten en apparatuur beschikken.
De Koning kan criteria vastleggen waaraan de laboratoria moeten voldoen in het kader van de nodige analyses voor de karakterisatie van organen en donoren.]1
De Koning kan bijzondere criteria vastleggen in verband met de fysiologische, immunologische of histologische karakterisatie van de donor, de functionele karakterisatie van het orgaan, de opsporing van overdraagbare ziektes en de toestand van de patiënt.
§ 2. Bij de levende donoren moet alle noodzakelijke informatie worden ingewonnen.
In geval van donatie na overlijden moet deze informatie worden ingewonnen bij de familie van de overleden donor of bij andere personen.
Alle partijen worden attent gemaakt op het belang van een snelle overdracht van die informatie.
§ 3. De voor de karakterisatie van organen en donoren vereiste tests worden uitgevoerd door laboratoria die over naar behoren gekwalificeerd of opgeleid en bekwaam personeel en over passende faciliteiten en apparatuur beschikken.
De Koning kan criteria vastleggen waaraan de laboratoria moeten voldoen in het kader van de nodige analyses voor de karakterisatie van organen en donoren.]1
Art. 3ter. [1 § 1er. Tous les organes prélevés et tous les donneurs doivent faire l'objet d'une caractérisation avant la transplantation, conformément au modèle fixé à l'annexe de la présente loi.
Le Roi peut fixer des critères supplémentaires à ce modèle, concernant la caractérisation physiologique, immunologique et histologique du donneur, la caractérisation fonctionnelle de l'organe, la détection des maladies transmissibles et la situation du patient.
§ 2. Toutes les informations nécessaires provenant des donneurs vivants doivent être recueillies.
Dans le cas d'un donneur décédé, ces informations sont obtenues auprès de la famille du donneur décédé ou d'autres personnes lorsque c'est possible.
Toutes les parties sont sensibilisées à l'importance d'une transmission rapide de ces informations.
§ 3. Les analyses nécessaires à la caractérisation des organes et des donneurs sont réalisées par des laboratoires disposant d'un personnel adéquatement qualifié ou formé et compétent ainsi que d'installations et d'équipement adéquats.
Le Roi peut fixer des critères auxquels les laboratoires doivent satisfaire dans le cadre des analyses nécessaires à la caractérisation des organes et des donneurs.]1
Le Roi peut fixer des critères supplémentaires à ce modèle, concernant la caractérisation physiologique, immunologique et histologique du donneur, la caractérisation fonctionnelle de l'organe, la détection des maladies transmissibles et la situation du patient.
§ 2. Toutes les informations nécessaires provenant des donneurs vivants doivent être recueillies.
Dans le cas d'un donneur décédé, ces informations sont obtenues auprès de la famille du donneur décédé ou d'autres personnes lorsque c'est possible.
Toutes les parties sont sensibilisées à l'importance d'une transmission rapide de ces informations.
§ 3. Les analyses nécessaires à la caractérisation des organes et des donneurs sont réalisées par des laboratoires disposant d'un personnel adéquatement qualifié ou formé et compétent ainsi que d'installations et d'équipement adéquats.
Le Roi peut fixer des critères auxquels les laboratoires doivent satisfaire dans le cadre des analyses nécessaires à la caractérisation des organes et des donneurs.]1
Modifications
Art. 3quater. [1 Voor het vervoer van organen moeten de nodige werkprocedures voorhanden zijn om de integriteit van het orgaan tijdens het vervoer en een passende duur van het vervoer te waarborgen.]1
Art. 3quater. [1 Pour le transport d'organes, des modes opératoires appropriés pour garantir l'intégrité des organes au cours du transport et une durée de transport suffisante doivent exister.]1
Modifications
Art. 3quinquies. [1 Alle organen die in België worden weggenomen, toegewezen en getransplanteerd, worden van donor tot ontvanger en omgekeerd getraceerd teneinde de gezondheid van donoren en ontvangers veilig te stellen.
Deze traceerbaarheid impliceert dat er een donor- en ontvangeridentificatiesysteem wordt uitgewerkt zodat elke donatie en alle daarbij betrokken organen en ontvangers kunnen worden geïdentificeerd.
Alle vereiste gegevens om de traceerbaarheid in alle stadia van de keten van donatie tot transplantatie of verwijdering te waarborgen en alle informatie in verband met de karakterisatie van organen en donoren moeten gedurende ten minste dertig jaar na de donatie bewaard worden. Deze gegevens mogen elektronisch worden opgeslagen.]1
Deze traceerbaarheid impliceert dat er een donor- en ontvangeridentificatiesysteem wordt uitgewerkt zodat elke donatie en alle daarbij betrokken organen en ontvangers kunnen worden geïdentificeerd.
Alle vereiste gegevens om de traceerbaarheid in alle stadia van de keten van donatie tot transplantatie of verwijdering te waarborgen en alle informatie in verband met de karakterisatie van organen en donoren moeten gedurende ten minste dertig jaar na de donatie bewaard worden. Deze gegevens mogen elektronisch worden opgeslagen.]1
Art. 3quinquies. [1 Tous les organes prélevés, attribués et transplantés en Belgique font l'objet d'une traçabilité du donneur au receveur et inversement, de manière à protéger la santé des donneurs et des receveurs.
Cette traçabilité implique la mise en place d'un système d'identification des donneurs et des receveurs permettant d'identifier chaque don et chacun des organes et des receveurs qui lui sont associés.
Toutes les données requises pour assurer la traçabilité à toutes les étapes de la chaîne du don à la transplantation ou à l'élimination, ainsi que les informations relatives à la caractérisation des organes et des donneurs doivent être conservées pendant au moins trente ans après le don. Ces données peuvent être enregistrées sous une forme électronique.]1
Cette traçabilité implique la mise en place d'un système d'identification des donneurs et des receveurs permettant d'identifier chaque don et chacun des organes et des receveurs qui lui sont associés.
Toutes les données requises pour assurer la traçabilité à toutes les étapes de la chaîne du don à la transplantation ou à l'élimination, ainsi que les informations relatives à la caractérisation des organes et des donneurs doivent être conservées pendant au moins trente ans après le don. Ces données peuvent être enregistrées sous une forme électronique.]1
Modifications
Art. 3sexies. [1 § 1. Er moet een notificatiesysteem bestaan voor het melden, onderzoeken, registreren en doorgeven van relevante, noodzakelijke informatie over ernstige ongewenste voorvallen die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit en veiligheid van organen en die zouden kunnen worden toegeschreven aan het testen, karakteriseren, wegnemen, preserveren en vervoeren van organen, evenals over alle ernstige ongewenste bijwerkingen vastgesteld tijdens of na de transplantatie die met die activiteiten verband zouden kunnen houden.
§ 2. Er moet een werkprocedure worden uitgewerkt voor het beheer van ernstige ongewenste voorvallen en bijwerkingen.
§ 3. Er moeten werkprocedures worden uitgewerkt om :
a) de Europese orgaanuitwisselingsorganisatie of het betrokken transplantatiecentrum tijdig in kennis te stellen van ongewenste ernstige voorvallen en bijwerkingen;
b) de Europese orgaanuitwisselingsorganisatie tijdig in kennis te stellen van de beheersmaatregelen met betrekking tot ernstige ongewenste voorvallen en bijwerkingen.
§ 4. Er moet worden gezorgd voor een koppeling tussen het in § 1 bedoeld notificatiesysteem en het meldsysteem dat in overeenstemming met de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek, is ingevoerd.]1
§ 2. Er moet een werkprocedure worden uitgewerkt voor het beheer van ernstige ongewenste voorvallen en bijwerkingen.
§ 3. Er moeten werkprocedures worden uitgewerkt om :
a) de Europese orgaanuitwisselingsorganisatie of het betrokken transplantatiecentrum tijdig in kennis te stellen van ongewenste ernstige voorvallen en bijwerkingen;
b) de Europese orgaanuitwisselingsorganisatie tijdig in kennis te stellen van de beheersmaatregelen met betrekking tot ernstige ongewenste voorvallen en bijwerkingen.
§ 4. Er moet worden gezorgd voor een koppeling tussen het in § 1 bedoeld notificatiesysteem en het meldsysteem dat in overeenstemming met de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek, is ingevoerd.]1
Art. 3sexies. [1 § 1er. Il doit exister un système de notification permettant de signaler, d'examiner, d'enregistrer et de transmettre les informations pertinentes nécessaires concernant les incidents indésirables graves susceptibles d'influer sur la qualité et la sécurité des organes qui pourraient être imputés au contrôle, à la caractérisation, au prélèvement, à la conservation ou au transport des organes, ainsi que toute réaction indésirable grave observée pendant ou après la transplantation qui pourrait être reliée à ces activités.
§ 2. Un mode opératoire pour la gestion des incidents et réactions indésirables graves doit être mis en place.
§ 3. Des modes opératoires doivent être mis en place pour la notification en temps utile :
a) de tout incident ou réaction indésirable grave à l'organisation européenne d'échange d'organes ou au centre de transplantation concerné;
b) des mesures de gestion en ce qui concerne les incidents et réactions indésirables graves à l'organisation européenne d'échange d'organes.
§ 4. Une interconnexion entre le système de notification visé au § 1eret le système de notification prévu par la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique, doit exister.]1
§ 2. Un mode opératoire pour la gestion des incidents et réactions indésirables graves doit être mis en place.
§ 3. Des modes opératoires doivent être mis en place pour la notification en temps utile :
a) de tout incident ou réaction indésirable grave à l'organisation européenne d'échange d'organes ou au centre de transplantation concerné;
b) des mesures de gestion en ce qui concerne les incidents et réactions indésirables graves à l'organisation européenne d'échange d'organes.
§ 4. Une interconnexion entre le système de notification visé au § 1eret le système de notification prévu par la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique, doit exister.]1
Modifications
Art.4. [1 § 1. Donaties van organen van levende en overleden donoren zijn vrijwillig en onbetaald.
Noch de donor, noch zijn naasten mogen enig recht doen gelden ten aanzien van de ontvanger.
§ 2. Het beginsel van onbetaalde donatie belet niet dat levende donoren een vergoeding ontvangen, mits deze beperkt blijft tot het vergoeden van de rechtstreekse en onrechtstreekse kosten en de inkomstenderving die met de donatie verband houden.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder deze vergoeding mag worden toegekend, waarbij wordt vermeden dat er financiële stimuli of voordelen voor potentiële donoren zijn.
§ 3. Het onder de aandacht brengen van de behoefte aan, of de beschikbaarheid van organen wanneer daarmee beoogd wordt financiëleof vergelijkbare voordelen aan te bieden of te behalen, is verboden.
§ 4. Het wegnemen van organen moet plaatsvinden zonder winstoogmerk.]1
Noch de donor, noch zijn naasten mogen enig recht doen gelden ten aanzien van de ontvanger.
§ 2. Het beginsel van onbetaalde donatie belet niet dat levende donoren een vergoeding ontvangen, mits deze beperkt blijft tot het vergoeden van de rechtstreekse en onrechtstreekse kosten en de inkomstenderving die met de donatie verband houden.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder deze vergoeding mag worden toegekend, waarbij wordt vermeden dat er financiële stimuli of voordelen voor potentiële donoren zijn.
§ 3. Het onder de aandacht brengen van de behoefte aan, of de beschikbaarheid van organen wanneer daarmee beoogd wordt financiëleof vergelijkbare voordelen aan te bieden of te behalen, is verboden.
§ 4. Het wegnemen van organen moet plaatsvinden zonder winstoogmerk.]1
Modifications
Art.4. [1 § 1er. Les dons d'organes de donneurs décédés et de donneurs vivants sont volontaires et non rémunérés.
Ni le donneur, ni ses proches ne peuvent faire valoir un droit vis-à-vis du receveur.
§ 2. Le principe de non-rémunération de la donation n'empêche pas les donneurs vivants de recevoir une compensation, pour autant qu'elle soit limitée à couvrir les dépenses directes et indirectes ainsi que la perte de revenus liés au don.
Le Roi définit les conditions suivant lesquelles cette compensation peut être accordée et veille à ce qu'elle ne constitue pas une incitation financière ou un bénéfice pour un donneur potentiel.
§ 3. Toute mesure rendant public le besoin ou la disponibilité d'organes qui a pour but d'offrir ou de rechercher un gain financier ou un avantage comparable, est interdite.
§ 4. Le prélèvement des organes doit s'effectuer sur une base non lucrative.]1
Ni le donneur, ni ses proches ne peuvent faire valoir un droit vis-à-vis du receveur.
§ 2. Le principe de non-rémunération de la donation n'empêche pas les donneurs vivants de recevoir une compensation, pour autant qu'elle soit limitée à couvrir les dépenses directes et indirectes ainsi que la perte de revenus liés au don.
Le Roi définit les conditions suivant lesquelles cette compensation peut être accordée et veille à ce qu'elle ne constitue pas une incitation financière ou un bénéfice pour un donneur potentiel.
§ 3. Toute mesure rendant public le besoin ou la disponibilité d'organes qui a pour but d'offrir ou de rechercher un gain financier ou un avantage comparable, est interdite.
§ 4. Le prélèvement des organes doit s'effectuer sur une base non lucrative.]1
Modifications
Art. 4bis. [1 Behalve indien de donor en de ontvanger elkaars identiteit kennen in het kader van een wegneming bij een levende persoon, mag de identiteit van de donor en de ontvanger niet worden meegedeeld.]1
Art. 4bis. [1 Sauf si le donneur et le receveur connaissent leur identité respective dans le cadre d'un prélèvement sur une personne vivante, l'identité du donneur et du receveur ne peuvent être communiquées.]1
Modifications
HOOFDSTUK II. _ Wegneming bij levenden.
CHAPITRE II. _ Prélèvement sur des personnes vivantes.
Art.5. Onverminderd hetgeen bepaald is in artikel 7, kan wegneming (van organen, (...)) bij levenden slechts worden verricht bij een donor die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en die er vooraf in toegestemd heeft. <W 2003-12-22/42, art. 160, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004> <W 2008-12-19/44, art. 31, 008; Inwerkingtreding : 01-12-2009 (zie KB 2009-09-28/06, art. 14)>
[1 Geen enkele wegneming van organen bij een levende persoon mag worden verricht bij een persoon die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en die niet in staat is zijn wil te uiten.]1
[1 Geen enkele wegneming van organen bij een levende persoon mag worden verricht bij een persoon die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en die niet in staat is zijn wil te uiten.]1
Modifications
Art.5. Sans préjudice des dispositions de l'article 7, un prélèvement (d'organes, (...)) sur une personne vivante ne peut être effectué que sur un donneur qui a atteint l'âge de 18 ans et qui y a préalablement consenti. <L 2003-12-22/42, art. 160, 004; En vigueur : 10-01-2004> <L 2008-12-19/44, art. 31, 008; En vigueur : 01-12-2009 (voir L 2009-09-28/06, art. 14)>
[1 Aucun prélèvement d'organes sur une personne vivante ne peut être effectué sur une personne ayant atteint l'âge de dix-huit ans qui n'est pas capable de manifester sa volonté.]1
[1 Aucun prélèvement d'organes sur une personne vivante ne peut être effectué sur une personne ayant atteint l'âge de dix-huit ans qui n'est pas capable de manifester sa volonté.]1
Modifications
Art.6. § 1. Wanneer de wegneming bij levenden ernstige gevolgen kan hebben voor de donor of wanneer zij betrekking heeft (op organen, (...)) die niet regeneren, kan ze alleen worden verricht als de receptor in levensgevaar verkeert en de transplantatie (van organen, weefsels of cellen) van een overledene geen even bevredigend resultaat kan opleveren. <W 2003-12-22/42, art. 161, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004> <W 2008-12-19/44, art. 32, 008; Inwerkingtreding : 01-12-2009 (zie KB 2009-09-28/06, art. 14)>
§ 2. [1 ...]1
§ 2. [1 ...]1
Modifications
Art.6. § 1er. Lorsque le prélèvement sur des personnes vivantes peut avoir des conséquences [1 graves]1 pour le donneur ou lorsqu'il porte (sur des organes, (...)) qui ne se régénèrent pas, il ne peut être effectué que si la vie du receveur est en danger et que la transplantation (d'organes, de tissus ou de cellules) provenant d'une personne décédée ne puisse produire un résultat aussi satisfaisant. <L 2003-12-22/42, art. 161, 004; En vigueur : 10-01-2004> <L 2008-12-19/44, art. 32, 008; En vigueur : 01-12-2009 (voir L 2009-09-28/06, art. 14)>
§ 2. [1 ...]1
§ 2. [1 ...]1
Modifications
Art.7. § 1. Wanneer de wegneming bij levenden normalerwijze geen ernstige gevolgen kan hebben voor de donor (en wanneer zij betrekking heeft) op organen (...) die kunnen regeneren, en wanneer zij bestemd is voor een transplantatie bij een broer of een zuster, dan kan zij worden verricht op de personen die de leeftijd van 18 jaar niet bereikt hebben. <W 2001-12-07/75, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 10-01-2003> <W 2008-12-19/44, art. 33, 1°, 008; Inwerkingtreding : 01-12-2009 (zie KB 2009-09-28/06, art. 14)>
(Tweede lid opgeheven) <W 2008-12-19/44, art. 33, 2°, 008; Inwerkingtreding : 01-12-2009 (zie KB 2009-09-28/06, art. 14)>
§ 2. [1 De in § 1 bedoelde wegneming is slechts mogelijk bij een persoon die de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt, in staat is zijn wil te uiten en voorafgaandelijk met de wegneming heeft toegestemd.]1
(Tweede lid opgeheven) <W 2008-12-19/44, art. 33, 2°, 008; Inwerkingtreding : 01-12-2009 (zie KB 2009-09-28/06, art. 14)>
§ 2. [1 De in § 1 bedoelde wegneming is slechts mogelijk bij een persoon die de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt, in staat is zijn wil te uiten en voorafgaandelijk met de wegneming heeft toegestemd.]1
Modifications
Art.7. § 1er. Lorsque le prélèvement sur des personnes vivantes ne peut normalement pas avoir de conséquences graves pour le donneur (et lorsqu'il porte) sur des organes (...) qui peuvent se régénérer, et lorsqu'il est destiné à la transplantation sur un frère ou une soeur, il peut être effectué sur une personne n'ayant pas atteint l'âge de 18 ans. <L 2001-12-07/75, art. 2, 003; En vigueur : 10-01-2003> <L 2008-12-19/44, art. 33, 1°, 008; En vigueur : 01-12-2009 (voir L 2009-09-28/06, art. 14)>
(Alinéa 2 abrogé) <L 2008-12-19/44, art. 33, 2°, 008; En vigueur : 01-12-2009 (voir L 2009-09-28/06, art. 14)>
§ 2. [1 Le prélèvement visé au § 1er ne peut être effectué que sur une personne ayant atteint l'âge de douze ans, qui est capable de manifester sa volonté et qui consent préalablement au prélèvement.]1
(Alinéa 2 abrogé) <L 2008-12-19/44, art. 33, 2°, 008; En vigueur : 01-12-2009 (voir L 2009-09-28/06, art. 14)>
§ 2. [1 Le prélèvement visé au § 1er ne peut être effectué que sur une personne ayant atteint l'âge de douze ans, qui est capable de manifester sa volonté et qui consent préalablement au prélèvement.]1
Modifications
Art.8. § 1. De toestemming tot het wegnemen (van een orgaan, (...)) bij levenden moet vrij en bewust worden gegeven. Ze is te allen tijde herroepbaar. <W 2003-12-22/42, art. 163, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004> <W 2008-12-19/44, art. 34, 008; Inwerkingtreding : 01-12-2009 (zie KB 2009-09-28/06, art. 14)>
§ 2. De toestemming moet schriftelijk worden gegeven in het bijzijn van een meerderjarige getuige. Zij moet gedagtekend en ondertekend zijn door [1 de donor]1 en door de meerderjarige getuige.
§ 3. Het bewijs van de toestemming moet worden geleverd aan de geneesheer die zich voorneemt de wegneming te verrichten.
§ 2. De toestemming moet schriftelijk worden gegeven in het bijzijn van een meerderjarige getuige. Zij moet gedagtekend en ondertekend zijn door [1 de donor]1 en door de meerderjarige getuige.
§ 3. Het bewijs van de toestemming moet worden geleverd aan de geneesheer die zich voorneemt de wegneming te verrichten.
Modifications
Art.8. § 1er. Le consentement à un prélèvement (d'organes, (...)) sur une personne vivante doit être donné librement et sciemment. Il peut être révoqué à tout moment. <L 2003-12-22/42, art. 163, 004; En vigueur : 10-01-2004> <L 2008-12-19/44, art. 34, 008; En vigueur : 01-12-2009 (voir L 2009-09-28/06, art. 14)>
§ 2. Le consentement doit être donné par écrit devant un témoin majeur. Il sera daté et signé par [1 le donneur]1 et par le témoin majeur.
§ 3. La preuve du consentement doit être fournie au médecin qui envisage d'effectuer le prélèvement.
§ 2. Le consentement doit être donné par écrit devant un témoin majeur. Il sera daté et signé par [1 le donneur]1 et par le témoin majeur.
§ 3. La preuve du consentement doit être fournie au médecin qui envisage d'effectuer le prélèvement.
Modifications
Art. 8bis. [1 Elke wegneming bij levende personen moet het voorwerp uitmaken van een voorafgaand pluridisciplinair overleg tussen geneesheren en andere zorgverstrekkers, met uitsluiting van de geneesheren en zorgverstrekkers die de ontvanger behandelen of die de wegneming of de transplantatie uitvoeren.
De deelnemers aan het pluridisciplinair overleg beoordelen de potentiële donor onafhankelijk, ondermeer zijn vermogen om in te stemmen met een wegneming van organen.
De Koning kan de toepassingsregels van het eerste lid bepalen.]1
De deelnemers aan het pluridisciplinair overleg beoordelen de potentiële donor onafhankelijk, ondermeer zijn vermogen om in te stemmen met een wegneming van organen.
De Koning kan de toepassingsregels van het eerste lid bepalen.]1
Modifications
Art. 8bis. [1 Tout prélèvement sur des personnes vivantes doit faire l'objet d'une concertation pluridisciplinaire préalable entre médecins et autres prestataires de soins, à l'exception des médecins et des prestataires de soins qui traitent le receveur ou qui effectuent le prélèvement ou la transplantation.
Les membres de la concertation pluridisciplinaire évaluent le donneur potentiel de manière indépendante, notamment sa capacité de consentir à un prélèvement d'organes.
Le Roi peut fixer les modalités d'application de l'alinéa 1er.]1
Les membres de la concertation pluridisciplinaire évaluent le donneur potentiel de manière indépendante, notamment sa capacité de consentir à un prélèvement d'organes.
Le Roi peut fixer les modalités d'application de l'alinéa 1er.]1
Modifications
Art.9. De geneesheer die zich voorneemt een wegneming (van een orgaan, (...)) te verrichten, moet zich ervan vergewissen dat de voorwaarden van de artikelen 5 tot 8 zijn vervuld. <W 2003-12-22/42, art. 164, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004> <W 2008-12-19/44, art. 35, 008; Inwerkingtreding : 01-12-2009 (zie KB 2009-09-28/06, art. 14)>
Hij moet de donor [1 ...]1 duidelijk en volledig inlichten over de lichamelijke, psychische, familiale en sociale gevolgen van de wegneming.
Hij moet vaststellen dat de donor zijn beslissing oordeelkundig en met een niet te betwijfelen altruïstisch doel heeft genomen.
Hij moet de donor [1 ...]1 duidelijk en volledig inlichten over de lichamelijke, psychische, familiale en sociale gevolgen van de wegneming.
Hij moet vaststellen dat de donor zijn beslissing oordeelkundig en met een niet te betwijfelen altruïstisch doel heeft genomen.
Modifications
Art.9. Le médecin qui envisage d'effectuer un prélèvement (d'organes, (...)) doit s'assurer qui les condition des articles 5 à 8 sont remplies. <L 2003-12-22/42, art. 164, 004; En vigueur : 10-01-2004> <L 2008-12-19/44, art. 35, 008; En vigueur : 01-12-2009 (voir L 2009-09-28/06, art. 14)>
Il est tenu d'informer de façon claire et complète le donneur [1 ...]1 , des conséquences physiques, psychiques, familiales et sociales du prélèvement.
Il doit constater que le donneur a pris sa décision avec discernement et dans un but incontestablement altruiste.
Il est tenu d'informer de façon claire et complète le donneur [1 ...]1 , des conséquences physiques, psychiques, familiales et sociales du prélèvement.
Il doit constater que le donneur a pris sa décision avec discernement et dans un but incontestablement altruiste.
Modifications
Art. 9bis. [1 Er moet een register of lijst van levende donoren worden bijgehouden.
Er wordt een systeem voor opvolging van levende donoren opgezet voor de identificatie, de melding en het beheer van elk incident dat mogelijk verband houdt met de kwaliteit en veiligheid van het gedoneerde orgaan en derhalve met de veiligheid van de ontvanger, en van alle ernstige ongewenste bijwerkingen bij de levende donor die mogelijkerwijs het gevolg zijn van de donatie.]1
Er wordt een systeem voor opvolging van levende donoren opgezet voor de identificatie, de melding en het beheer van elk incident dat mogelijk verband houdt met de kwaliteit en veiligheid van het gedoneerde orgaan en derhalve met de veiligheid van de ontvanger, en van alle ernstige ongewenste bijwerkingen bij de levende donor die mogelijkerwijs het gevolg zijn van de donatie.]1
Art. 9bis. [1 Un registre ou un fichier des donneurs vivants doit exister.
Un système de suivi des donneurs vivants visant à identifier, signaler, et gérer tout incident potentiellement lié à la qualité et à la sécurité de l'organe donné et, partant, à la sécurité du receveur, ainsi que toute réaction indésirable grave chez le donneur vivant qui pourrait résulter du don, est mis en place.]1
Un système de suivi des donneurs vivants visant à identifier, signaler, et gérer tout incident potentiellement lié à la qualité et à la sécurité de l'organe donné et, partant, à la sécurité du receveur, ainsi que toute réaction indésirable grave chez le donneur vivant qui pourrait résulter du don, est mis en place.]1
Modifications
HOOFDSTUK III. _ Wegneming na overlijden.
CHAPITRE III. _ Prélèvement après le décès.
Art.10. § 1. (Organen, (...)) bestemd voor transplantatie, alsmede voor de bereiding, onder de voorwaarden bepaald in artikel 2, van therapeutische bestanddelen, mogen worden weggenomen bij (al wie in het bevolkingsregister of sedert meer dan zes maanden in het vreemdelingenregister is ingeschreven), behalve indien vaststaat dat tegen een dergelijke wegneming verzet is geuit. <W 1987-02-17/31, enig artikel, 002; Inwerkingtreding : 24-04-1987> <W 2003-12-22/42, art. 165, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004> <W 2008-12-19/44, art. 36, 008; Inwerkingtreding : 01-12-2009 (zie KB 2009-09-28/06, art. 14)>
[1 De arts die de wegneming van het orgaan overweegt, moet informeren naar een mogelijk verzet dat is uitgedrukt door de potentiële donor.]1
Voor de personen die [1 in het eerste lid]1 niet bedoeld zijn, is vereist dat zij uitdrukkelijk hebben ingestemd met de wegneming.
§ 2. De persoon die achttien jaar oud is en in staat is om zijn wil te doen kennen, kan het in paragraaf 1 bedoelde verzet alleen uitdrukken.
Indien een persoon minder dan achttien jaar oud is, maar in staat is zijn wil te doen kennen, kan het verzet worden uitgedrukt, ofwel door die persoon, ofwel, zolang hij in leven is, (door een van de ouders die het gezag over de minderjarige uitoefent of door zijn voogd). <W 2007-02-25/57, art. 6, 1°, 007; Inwerkingtreding : 23-04-2007>
Indien een persoon minder dan achttien jaar oud is, en niet in staat is om zijn wil te doen kennen, kan, zolang hij in leven is, het verzet worden uitgedrukt (door een van de ouders die het gezag over de minderjarige uitoefent of door zijn voogd). <W 2007-02-25/57, art. 6, 1°, 007; Inwerkingtreding : 23-04-2007>
Indien een persoon wegens zijn geestestoestand niet in staat is zijn wil te doen kennen, dan kan, zolang hij in leven is, verzet worden uitgedrukt door zijn wettelijke vertegenwoordiger, door zijn [3 ...]3 bewindvoerder of bij gebreke daarvan door zijn naaste verwant.
[1 § 2bis. Iedereen die in staat is zijn wil te uiten, kan zelf zijn uitdrukkelijke wil uitdrukken om donor te zijn na zijn overlijden.]1
§ 3. [7 Het verzet tegen het wegnemen bedoeld in § 2 en een verklaring van uitdrukkelijke toestemming tot het wegnemen bedoeld in § 2bis worden op verzoek van de betrokkene door de gemeente, door een erkend huisarts of door middel van zelfregistratie langs digitale weg in een databank geregistreerd en gecentraliseerd. De Koning regelt de modaliteiten betreffende de registratie van de wilsverklaringen over de wegneming van organen na overlijden.
De Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu wordt aangewezen als de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4.7) van de Algemene Verordening voor Gegevensbescherming nr. 2016/679, van de databank vermeld in het eerste lid.
Onverminderd het tweede lid, aangezien de registratie van de wilsverklaringen over de wegneming van organen na overlijden zich via gezamenlijke middelen volstrekt, treden de FOD Volksgezondheid Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en het federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten gezamenlijk op als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4.7) van de Algemene Verordening voor Gegevensbescherming nr. 2016/679. Deze twee gezamenlijke verantwoordelijken moeten een schriftelijk akkoord overeenkomstig artikel 26 van de Algemene Verordening voor Gegevensbescherming nr. 2016/679 opstellen.
De centralisatie van de wilsverklaringen over de wegneming van organen na overlijden in de databank vermeld in het eerste lid, heeft als doel om de leden van het coördinatieteam van een transplantatiecentrum dat is erkend krachtens de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen te informeren over het bestaan van een verzet of van een uitdrukkelijke toestemming wanneer een persoon zich in een toestand bevindt waarin organen na overlijden krachtens de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen zouden kunnen worden weggenomen.
De wilsverklaringen over de wegneming van organen na overlijden die worden gecentraliseerd in de databank vermeld in het eerste lid, zijn ook toegankelijk voor de ambtenaren van de FOD Volksgezondheid die belast zijn met het beheer van deze databank in het kader van een taak van openbaar belang.
De Koning regelt de modaliteiten inzake de toegang tot de wilsverklaringen over de wegneming van organen na overlijden die worden gecentraliseerd in de databank vermeld in het eerste lid.
De volgende categorieën van persoonsgegevens worden in de databank vermeld in het eerste lid gecentraliseerd:
1° de volgende identiteitsgegevens van de aanvrager die verzet bedoeld in § 2 heeft geuit of een uitdrukkelijke toestemming bedoeld in § 2bis heeft uitgedrukt: het rijkregisternummer, de naam en de voornaam, de geboortedatum;
2° de volgende identiteitsgegevens van de meerderjarige persoon in wiens naam verzet bedoeld in § 2 is geuit: het rijkregisternummer, de naam en de voornaam, de geboortedatum;
3° de volgende identiteitsgegevens van de minderjarige persoon in wiens naam verzet bedoeld in § 2 is geuit : het rijkregisternummer, de naam en de voornaam, de geboortedatum, en het adres;
4° de volgende identiteitsgegevens van de persoon die een verklaring van verzet in andermans naam bedoeld in § 2 heeft geuit: het rijkregisternummer, de naam en de voornaam, en de hoedanigheid waarin de vertegenwoordiger optreedt;
5° de vermelding van het verzet tegen het wegnemen van organen na overlijden voor transplantatie bedoeld in § 2 of van de uitdrukkelijke toestemming tot het wegnemen van organen na overlijden voor transplantatie bedoeld in § 2bis.
In de databank kan op basis van het rijksregisternummer of op basis van de naam, de voornaam of de geboortedatum van de betrokkene het bestaan van een verzet tegen of van een uitdrukkelijke toestemming tot het wegnemen van organen na overlijden worden opgezocht. Het adres vermeld in 3° wordt slecht gebruikt om de betrokkene te informeren over de annulering bedoeld in § 3bis.
De persoonsgegevens die worden geregistreerd in de databank vermeld in het eerste lid worden verwijderd na het verstrijken van de termijn van twintig jaar na het overlijden van de persoon op wie ze betrekking hebben. Indien een rechtsvordering is ingesteld, wordt deze termijn verlengd tot op het ogenblik waarop omtrent deze vordering een beslissing werd getroffen.
In afwijking van het zesde lid, wordt het adres vermeld in het vijfde lid, 3°, dertig dagen nadat de betrokkene over de annulering bedoeld in § 3bis is geïnformeerd, verwijderd.]7
(§ 3bis. Het verzet tegen of de instemming met wegneming die op verzoek van de (de personen die krachtens dit artikel bevoegd zijn het verzet of de instemming uit te drukken) via het Nationaal Register werden opgetekend, vervallen op de dag dat de in § 2, tweede en derde lid, bedoelde persoon meerderjarig wordt. De betrokkene wordt van die annulering in kennis gesteld overeenkomstig de nadere regels vastgesteld door de Koning. De Koning verzoekt hem om, zo hij dat wenst, een keuze te maken. <W 2007-02-25/57, art. 6, 2°, 007; Inwerkingtreding : 23-04-2007>
De in het eerste lid bedoelde annulering geldt niet voor de in § 2, vierde lid, bedoelde persoon.) <W 2006-06-14/41, art. 2, 005; Inwerkingtreding : onbepaald > <W 2007-02-25/57, art. 6, 2°, 007; Inwerkingtreding : 23-04-2007>
(§ 3ter. [6 ...]6
§ 4. De geneesheer mag niet tot wegneming overgaan :
1° wanneer verzet is uitgedrukt op de door de Koning geregelde wijze;
2° wanneer door de donor verzet is uitgedrukt op een andere wijze en voor zover aan de geneesheer daarvan kennis is gegeven;
3° (...) <W 2007-02-25/57, art. 6, 4°, 007; Inwerkingtreding : 23-04-2007>
(Tweede lid opgeheen) <W 2007-02-25/57, art. 6, 5°, 007; Inwerkingtreding : 23-04-2007>.
[1 De arts die de wegneming van het orgaan overweegt, moet informeren naar een mogelijk verzet dat is uitgedrukt door de potentiële donor.]1
Voor de personen die [1 in het eerste lid]1 niet bedoeld zijn, is vereist dat zij uitdrukkelijk hebben ingestemd met de wegneming.
§ 2. De persoon die achttien jaar oud is en in staat is om zijn wil te doen kennen, kan het in paragraaf 1 bedoelde verzet alleen uitdrukken.
Indien een persoon minder dan achttien jaar oud is, maar in staat is zijn wil te doen kennen, kan het verzet worden uitgedrukt, ofwel door die persoon, ofwel, zolang hij in leven is, (door een van de ouders die het gezag over de minderjarige uitoefent of door zijn voogd). <W 2007-02-25/57, art. 6, 1°, 007; Inwerkingtreding : 23-04-2007>
Indien een persoon minder dan achttien jaar oud is, en niet in staat is om zijn wil te doen kennen, kan, zolang hij in leven is, het verzet worden uitgedrukt (door een van de ouders die het gezag over de minderjarige uitoefent of door zijn voogd). <W 2007-02-25/57, art. 6, 1°, 007; Inwerkingtreding : 23-04-2007>
Indien een persoon wegens zijn geestestoestand niet in staat is zijn wil te doen kennen, dan kan, zolang hij in leven is, verzet worden uitgedrukt door zijn wettelijke vertegenwoordiger, door zijn [3 ...]3 bewindvoerder of bij gebreke daarvan door zijn naaste verwant.
[1 § 2bis. Iedereen die in staat is zijn wil te uiten, kan zelf zijn uitdrukkelijke wil uitdrukken om donor te zijn na zijn overlijden.]1
§ 3. [7 Het verzet tegen het wegnemen bedoeld in § 2 en een verklaring van uitdrukkelijke toestemming tot het wegnemen bedoeld in § 2bis worden op verzoek van de betrokkene door de gemeente, door een erkend huisarts of door middel van zelfregistratie langs digitale weg in een databank geregistreerd en gecentraliseerd. De Koning regelt de modaliteiten betreffende de registratie van de wilsverklaringen over de wegneming van organen na overlijden.
De Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu wordt aangewezen als de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4.7) van de Algemene Verordening voor Gegevensbescherming nr. 2016/679, van de databank vermeld in het eerste lid.
Onverminderd het tweede lid, aangezien de registratie van de wilsverklaringen over de wegneming van organen na overlijden zich via gezamenlijke middelen volstrekt, treden de FOD Volksgezondheid Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en het federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten gezamenlijk op als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4.7) van de Algemene Verordening voor Gegevensbescherming nr. 2016/679. Deze twee gezamenlijke verantwoordelijken moeten een schriftelijk akkoord overeenkomstig artikel 26 van de Algemene Verordening voor Gegevensbescherming nr. 2016/679 opstellen.
De centralisatie van de wilsverklaringen over de wegneming van organen na overlijden in de databank vermeld in het eerste lid, heeft als doel om de leden van het coördinatieteam van een transplantatiecentrum dat is erkend krachtens de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen te informeren over het bestaan van een verzet of van een uitdrukkelijke toestemming wanneer een persoon zich in een toestand bevindt waarin organen na overlijden krachtens de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen zouden kunnen worden weggenomen.
De wilsverklaringen over de wegneming van organen na overlijden die worden gecentraliseerd in de databank vermeld in het eerste lid, zijn ook toegankelijk voor de ambtenaren van de FOD Volksgezondheid die belast zijn met het beheer van deze databank in het kader van een taak van openbaar belang.
De Koning regelt de modaliteiten inzake de toegang tot de wilsverklaringen over de wegneming van organen na overlijden die worden gecentraliseerd in de databank vermeld in het eerste lid.
De volgende categorieën van persoonsgegevens worden in de databank vermeld in het eerste lid gecentraliseerd:
1° de volgende identiteitsgegevens van de aanvrager die verzet bedoeld in § 2 heeft geuit of een uitdrukkelijke toestemming bedoeld in § 2bis heeft uitgedrukt: het rijkregisternummer, de naam en de voornaam, de geboortedatum;
2° de volgende identiteitsgegevens van de meerderjarige persoon in wiens naam verzet bedoeld in § 2 is geuit: het rijkregisternummer, de naam en de voornaam, de geboortedatum;
3° de volgende identiteitsgegevens van de minderjarige persoon in wiens naam verzet bedoeld in § 2 is geuit : het rijkregisternummer, de naam en de voornaam, de geboortedatum, en het adres;
4° de volgende identiteitsgegevens van de persoon die een verklaring van verzet in andermans naam bedoeld in § 2 heeft geuit: het rijkregisternummer, de naam en de voornaam, en de hoedanigheid waarin de vertegenwoordiger optreedt;
5° de vermelding van het verzet tegen het wegnemen van organen na overlijden voor transplantatie bedoeld in § 2 of van de uitdrukkelijke toestemming tot het wegnemen van organen na overlijden voor transplantatie bedoeld in § 2bis.
In de databank kan op basis van het rijksregisternummer of op basis van de naam, de voornaam of de geboortedatum van de betrokkene het bestaan van een verzet tegen of van een uitdrukkelijke toestemming tot het wegnemen van organen na overlijden worden opgezocht. Het adres vermeld in 3° wordt slecht gebruikt om de betrokkene te informeren over de annulering bedoeld in § 3bis.
De persoonsgegevens die worden geregistreerd in de databank vermeld in het eerste lid worden verwijderd na het verstrijken van de termijn van twintig jaar na het overlijden van de persoon op wie ze betrekking hebben. Indien een rechtsvordering is ingesteld, wordt deze termijn verlengd tot op het ogenblik waarop omtrent deze vordering een beslissing werd getroffen.
In afwijking van het zesde lid, wordt het adres vermeld in het vijfde lid, 3°, dertig dagen nadat de betrokkene over de annulering bedoeld in § 3bis is geïnformeerd, verwijderd.]7
(§ 3bis. Het verzet tegen of de instemming met wegneming die op verzoek van de (de personen die krachtens dit artikel bevoegd zijn het verzet of de instemming uit te drukken) via het Nationaal Register werden opgetekend, vervallen op de dag dat de in § 2, tweede en derde lid, bedoelde persoon meerderjarig wordt. De betrokkene wordt van die annulering in kennis gesteld overeenkomstig de nadere regels vastgesteld door de Koning. De Koning verzoekt hem om, zo hij dat wenst, een keuze te maken. <W 2007-02-25/57, art. 6, 2°, 007; Inwerkingtreding : 23-04-2007>
De in het eerste lid bedoelde annulering geldt niet voor de in § 2, vierde lid, bedoelde persoon.) <W 2006-06-14/41, art. 2, 005; Inwerkingtreding : onbepaald > <W 2007-02-25/57, art. 6, 2°, 007; Inwerkingtreding : 23-04-2007>
(§ 3ter. [6 ...]6
§ 4. De geneesheer mag niet tot wegneming overgaan :
1° wanneer verzet is uitgedrukt op de door de Koning geregelde wijze;
2° wanneer door de donor verzet is uitgedrukt op een andere wijze en voor zover aan de geneesheer daarvan kennis is gegeven;
3° (...) <W 2007-02-25/57, art. 6, 4°, 007; Inwerkingtreding : 23-04-2007>
(Tweede lid opgeheen) <W 2007-02-25/57, art. 6, 5°, 007; Inwerkingtreding : 23-04-2007>.
Modifications
Art.10. § 1er. (Des organes, (...)) destinés à la transplantation, ainsi qu'à la préparation, dans les conditions déterminées par l'article 2, de substances thérapeutiques peuvent être prélevés sur le corps de (toute personne inscrite au registre de la population ou depuis plus de six mois au registre des étrangers,) excepté s'il est établi qu'une opposition a été exprimée contre un prélèvement. <L 1987-02-17/31, art. unique, 002; En vigueur : 24-04-1987> <L 2003-12-22/42, art. 165, 004; En vigueur : 10-01-2004> <L 2008-12-19/44, art. 27, 008; En vigueur : 01-12-2009 (voir L 2009-09-28/06, art. 14)>
[1 Le médecin qui envisage d'effectuer le prélèvement doit s'informer de l'existence d'une opposition exprimée par le donneur potentiel.]1
Pour les personnes qui ne sont pas visées [1 à l'alinéa 1er]1, il est exigé qu'elles aient exprimé expressément leur accord pour le prélèvement.
§ 2. La personne âgée de dix-huit ans qui est capable de manifester sa volonté peut seule exprimer l'opposition prévue au paragraphe 1er.
Si une personne a moins de dix-huit ans mais est capable de manifester sa volonté, l'opposition peut être exprimée soit par cette personne, soit aussi longtemps que celle-ci est en vie, (par un des parents exerçant l'autorité sur le mineur ou par son tuteur). <L 2007-02-25/57, art. 6, 1°, 007; En vigueur : 23-04-2007>
Si une personne a moins de dix-huit ans mais est incapable de manifester sa volonté, l'opposition peut être exprimée, aussi longtemps qu'elle est en vie, (par un des parents exerçant l'autorité sur le mineur ou par son tuteur). <L 2007-02-25/57, art. 6, 1°, 007; En vigueur : 23-04-2007>
Si une personne n'est pas en mesure de manifester sa volonté en raison de son état mental, l'opposition peut être exprimée pour autant qu'elle soit en vie par son représentant légal, par son administrateur [3 ...]3 ou à leur défaut par son plus proche parent.
[1 § 2bis. Toute personne capable de manifester sa volonté peut seule exprimer sa volonté expresse d'être donneur après le décès.]1
§ 3. [7 Les oppositions au prélèvement visées au § 2 et les consentements exprès au prélèvement visés au § 2bis sont enregistrés et centralisés au sein d'une banque de données, sur demande de l'intéressé, par la commune, par un médecin généraliste agréé ou par un auto-enregistrement électronique. Le Roi règle les modalités concernant l'enregistrement des déclarations de volonté relative au prélèvement d'organes après le décès.
Le Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement est désigné comme le responsable du traitement, au sens de l'article 4.7) du règlement général pour la protection des données n° 2016/679, de la banque de données mentionnée à l'alinéa 1er.
Sans préjudice de l'alinéa 2, étant donné que l'enregistrement des déclarations de volonté relatives au prélèvement d'organes après le décès se fait par des moyens communs, le SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement et l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé agissent conjointement en tant que responsables du traitement au sens de l'article 4.7) du règlement général pour la protection des données n° 2016/679. Ces deux responsables conjoints de traitement doivent rédiger un accord écrit conformément à l'article 26 du règlement général pour la protection des données n° 2016/679.
La centralisation des déclarations de volonté relative au prélèvement d'organes après le décès au sein de la banque de données mentionnée à l'alinéa 1er, a pour finalité d'informer les membres de l'équipe de coordination d'un centre de transplantation agréé en vertu de la loi coordonnée du 10 juillet 2018 sur les hôpitaux et autres établissements de soins, de l'existence d'une opposition ou d'un consentement exprès, lorsqu'une personne se trouve dans un état où un prélèvement d'organes après le décès pourrait être effectué en vertu de la loi du 13 juin 1986 relative au prélèvement et à la transplantation d'organes.
Les déclarations de volonté relative au prélèvement d'organes après le décès centralisées au sein de la banque de données mentionnée à l'alinéa 1er, sont également accessibles aux fonctionnaires du Service public fédéral de la Santé publique chargés d'assurer la gestion de cette banque de données dans une mission d'intérêt public.
Le Roi règle les modalités d'accès aux déclarations de volonté au prélèvement d'organes après le décès centralisées sein de la banque de données mentionnée à l'alinéa 1er.
Les catégories suivantes de données à caractère personnel sont centralisées au sein de la banque de données mentionnée à l'alinéa 1:
1° les données d'identité suivantes du déclarant ayant notifié une opposition visée au § 2 ou un consentement exprès visé au § 2bis: le numéro de Registre national, le nom et le prénom, la date de naissance;
2° les données d'identité suivantes de la personne majeure au nom de laquelle une opposition visée au § 2 a été notifiée: le numéro de Registre national, le nom et le prénom, la date de naissance;
3° les données d'identité suivantes de la personne mineure au nom de laquelle une opposition visée au § 2 a été notifiée : le numéro de Registre national, le nom et le prénom, la date de naissance, et l'adresse ;
4° les données d'identité suivantes de la personne ayant notifié une déclaration d'opposition au nom d'autrui visée au § 2 : le numéro de Registre national, le nom et le prénom, et la qualité en laquelle le représentant agit ;
5° la mention de l'opposition visée au § 2 ou du consentement exprès visé au § 2bis au prélèvement d'organes après le décès à des fins de transplantation.
Dans la banque de données, l'existence d'une opposition ou d'un consentement exprès à un prélèvement d'organes après le décès, peut être recherchée soit sur base du numéro de registre national, soit sur base du nom, prénom, ou de la date de naissance de la personne concernée. L'adresse mentionnée au 3° n'est utilisée que pour informer la personne concernée de l'annulation visée au § 3bis.
Les données à caractère personnel enregistrées au sein de la banque de données mentionnées à l'alinéa 1er sont supprimées après l'expiration d'un délai de vingt ans après le décès de la personne qu'elles concernent. Si une action en justice est intentée, ce délai est prolongé jusqu'à ce qu'une décision ayant force de chose jugée soit adoptée.
Par dérogation à l'alinéa 6, l'adresse mentionnée à l'alinéa 5, 3°, est supprimée trente jours après avoir informé la personne concernée de l'annulation visée au § 3bis.]7
(§ 3bis. L'opposition ou le consentement au prélèvement acté par les services du Registre national à la demande des (personnes compétentes en vertu du présent article à la date de l'expression du consentement ou de l'opposition) cesse de produire ses effets lorsque la personne visée au § 2, alinéas 2 et 3, atteint l'âge de la majorité. La personne concernée est informée de cette annulation conformément aux modalités fixées par le Roi. Le Roi l'invite, si elle le souhaite, à formuler un choix. <L 2007-02-25/57, art. 6, 2°, 007; En vigueur : 23-04-2007>
L'annulation visée à l'alinéa 1er, ne s'applique pas à l'égard de la personne visée au § 2, alinéa 4.) <L 2006-06-14/41, art. 2, 005; En vigueur : indéterminée >
(§ 3ter. [6 ...]6
§ 4. Le médecin ne peut procéder au prélèvement :
1° lorsqu'une opposition a été exprimée selon le mode organisé par le Roi;
2° lorsqu'une opposition a été exprimée par le donneur selon un autre mode et pour autant qu'elle ait été communiquée au médecin;
3° (...). <L 2007-02-25/57, art. 6, 4°, 007; En vigueur : 23-04-2007>
(Alinéa 2 abrogé). <L 2007-02-25/57, art. 6, 5°, 007; En vigueur : 23-04-2007>
[1 Le médecin qui envisage d'effectuer le prélèvement doit s'informer de l'existence d'une opposition exprimée par le donneur potentiel.]1
Pour les personnes qui ne sont pas visées [1 à l'alinéa 1er]1, il est exigé qu'elles aient exprimé expressément leur accord pour le prélèvement.
§ 2. La personne âgée de dix-huit ans qui est capable de manifester sa volonté peut seule exprimer l'opposition prévue au paragraphe 1er.
Si une personne a moins de dix-huit ans mais est capable de manifester sa volonté, l'opposition peut être exprimée soit par cette personne, soit aussi longtemps que celle-ci est en vie, (par un des parents exerçant l'autorité sur le mineur ou par son tuteur). <L 2007-02-25/57, art. 6, 1°, 007; En vigueur : 23-04-2007>
Si une personne a moins de dix-huit ans mais est incapable de manifester sa volonté, l'opposition peut être exprimée, aussi longtemps qu'elle est en vie, (par un des parents exerçant l'autorité sur le mineur ou par son tuteur). <L 2007-02-25/57, art. 6, 1°, 007; En vigueur : 23-04-2007>
Si une personne n'est pas en mesure de manifester sa volonté en raison de son état mental, l'opposition peut être exprimée pour autant qu'elle soit en vie par son représentant légal, par son administrateur [3 ...]3 ou à leur défaut par son plus proche parent.
[1 § 2bis. Toute personne capable de manifester sa volonté peut seule exprimer sa volonté expresse d'être donneur après le décès.]1
§ 3. [7 Les oppositions au prélèvement visées au § 2 et les consentements exprès au prélèvement visés au § 2bis sont enregistrés et centralisés au sein d'une banque de données, sur demande de l'intéressé, par la commune, par un médecin généraliste agréé ou par un auto-enregistrement électronique. Le Roi règle les modalités concernant l'enregistrement des déclarations de volonté relative au prélèvement d'organes après le décès.
Le Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement est désigné comme le responsable du traitement, au sens de l'article 4.7) du règlement général pour la protection des données n° 2016/679, de la banque de données mentionnée à l'alinéa 1er.
Sans préjudice de l'alinéa 2, étant donné que l'enregistrement des déclarations de volonté relatives au prélèvement d'organes après le décès se fait par des moyens communs, le SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement et l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé agissent conjointement en tant que responsables du traitement au sens de l'article 4.7) du règlement général pour la protection des données n° 2016/679. Ces deux responsables conjoints de traitement doivent rédiger un accord écrit conformément à l'article 26 du règlement général pour la protection des données n° 2016/679.
La centralisation des déclarations de volonté relative au prélèvement d'organes après le décès au sein de la banque de données mentionnée à l'alinéa 1er, a pour finalité d'informer les membres de l'équipe de coordination d'un centre de transplantation agréé en vertu de la loi coordonnée du 10 juillet 2018 sur les hôpitaux et autres établissements de soins, de l'existence d'une opposition ou d'un consentement exprès, lorsqu'une personne se trouve dans un état où un prélèvement d'organes après le décès pourrait être effectué en vertu de la loi du 13 juin 1986 relative au prélèvement et à la transplantation d'organes.
Les déclarations de volonté relative au prélèvement d'organes après le décès centralisées au sein de la banque de données mentionnée à l'alinéa 1er, sont également accessibles aux fonctionnaires du Service public fédéral de la Santé publique chargés d'assurer la gestion de cette banque de données dans une mission d'intérêt public.
Le Roi règle les modalités d'accès aux déclarations de volonté au prélèvement d'organes après le décès centralisées sein de la banque de données mentionnée à l'alinéa 1er.
Les catégories suivantes de données à caractère personnel sont centralisées au sein de la banque de données mentionnée à l'alinéa 1:
1° les données d'identité suivantes du déclarant ayant notifié une opposition visée au § 2 ou un consentement exprès visé au § 2bis: le numéro de Registre national, le nom et le prénom, la date de naissance;
2° les données d'identité suivantes de la personne majeure au nom de laquelle une opposition visée au § 2 a été notifiée: le numéro de Registre national, le nom et le prénom, la date de naissance;
3° les données d'identité suivantes de la personne mineure au nom de laquelle une opposition visée au § 2 a été notifiée : le numéro de Registre national, le nom et le prénom, la date de naissance, et l'adresse ;
4° les données d'identité suivantes de la personne ayant notifié une déclaration d'opposition au nom d'autrui visée au § 2 : le numéro de Registre national, le nom et le prénom, et la qualité en laquelle le représentant agit ;
5° la mention de l'opposition visée au § 2 ou du consentement exprès visé au § 2bis au prélèvement d'organes après le décès à des fins de transplantation.
Dans la banque de données, l'existence d'une opposition ou d'un consentement exprès à un prélèvement d'organes après le décès, peut être recherchée soit sur base du numéro de registre national, soit sur base du nom, prénom, ou de la date de naissance de la personne concernée. L'adresse mentionnée au 3° n'est utilisée que pour informer la personne concernée de l'annulation visée au § 3bis.
Les données à caractère personnel enregistrées au sein de la banque de données mentionnées à l'alinéa 1er sont supprimées après l'expiration d'un délai de vingt ans après le décès de la personne qu'elles concernent. Si une action en justice est intentée, ce délai est prolongé jusqu'à ce qu'une décision ayant force de chose jugée soit adoptée.
Par dérogation à l'alinéa 6, l'adresse mentionnée à l'alinéa 5, 3°, est supprimée trente jours après avoir informé la personne concernée de l'annulation visée au § 3bis.]7
(§ 3bis. L'opposition ou le consentement au prélèvement acté par les services du Registre national à la demande des (personnes compétentes en vertu du présent article à la date de l'expression du consentement ou de l'opposition) cesse de produire ses effets lorsque la personne visée au § 2, alinéas 2 et 3, atteint l'âge de la majorité. La personne concernée est informée de cette annulation conformément aux modalités fixées par le Roi. Le Roi l'invite, si elle le souhaite, à formuler un choix. <L 2007-02-25/57, art. 6, 2°, 007; En vigueur : 23-04-2007>
L'annulation visée à l'alinéa 1er, ne s'applique pas à l'égard de la personne visée au § 2, alinéa 4.) <L 2006-06-14/41, art. 2, 005; En vigueur : indéterminée >
(§ 3ter. [6 ...]6
§ 4. Le médecin ne peut procéder au prélèvement :
1° lorsqu'une opposition a été exprimée selon le mode organisé par le Roi;
2° lorsqu'une opposition a été exprimée par le donneur selon un autre mode et pour autant qu'elle ait été communiquée au médecin;
3° (...). <L 2007-02-25/57, art. 6, 4°, 007; En vigueur : 23-04-2007>
(Alinéa 2 abrogé). <L 2007-02-25/57, art. 6, 5°, 007; En vigueur : 23-04-2007>
Modifications
Art.11. Het overlijden van de donor moet worden vastgesteld door drie geneesheren, met uitsluiting van de geneesheren die de receptor behandelen of die de wegneming of de transplantatie zullen verrichten.
Om het overlijden vast te stellen laten deze geneesheren zich leiden door de jongste stand van de wetenschap.
Deze geneesheren vermelden in een gedagtekend en ondertekend proces-verbaal, het uur van het overlijden en de wijze waarop het is vastgesteld. Dat proces-verbaal en, in voorkomend geval, de eraan gehechte stukken worden gedurende tien jaar bewaard.
Om het overlijden vast te stellen laten deze geneesheren zich leiden door de jongste stand van de wetenschap.
Deze geneesheren vermelden in een gedagtekend en ondertekend proces-verbaal, het uur van het overlijden en de wijze waarop het is vastgesteld. Dat proces-verbaal en, in voorkomend geval, de eraan gehechte stukken worden gedurende tien jaar bewaard.
Art.11. Le décès du donneur doit être constaté par trois médecins, à l'exclusion de ceux qui traitent le receveur ou qui effectueront le prélèvement ou la transplantation.
Ces médecins se fondent sur l'état le plus récent de la science pour constater le décès.
Ces médecins mentionnent dans un procès-verbal daté et signé, l'heure du décès et la méthode de sa constatation. Ce procès-verbal et, le cas échéant, les documents qui y sont annexés, doivent être conservés pendant dix ans.
Ces médecins se fondent sur l'état le plus récent de la science pour constater le décès.
Ces médecins mentionnent dans un procès-verbal daté et signé, l'heure du décès et la méthode de sa constatation. Ce procès-verbal et, le cas échéant, les documents qui y sont annexés, doivent être conservés pendant dix ans.
Art.12. Het wegnemen (van de organen, (...)) en het sluiten van het lichaam moeten gebeuren met respect voor het lijk en bezorgdheid voor de gevoelens van de familie. <W 2003-12-22/42, art. 166, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004> <W 2008-12-19/44, art. 37, 008; Inwerkingtreding : 01-12-2009 (zie KB 2009-09-28/06, art. 14)>
Het opbaren moet zo snel mogelijk gebeuren zodat de familie zo spoedig mogelijk de afgestorvene kan groeten.
Het opbaren moet zo snel mogelijk gebeuren zodat de familie zo spoedig mogelijk de afgestorvene kan groeten.
Art.12. Le prélèvement (des organes, (...)) et la suture du corps doivent être effectués dans le respect de la dépouille mortelle et en ménageant les sentiments de la famille. <L 2003-12-22/42, art. 166, 004; En vigueur : 10-01-2004> <L 2008-12-19/44, art. 27, 008; En vigueur : 01-12-2009 (voir L 2009-09-28/06, art. 14)>
La mise en bière aura lieu dans les plus brefs délais afin de permettre à la famille de rendre les derniers devoirs au défunt le plus rapidement possible.
La mise en bière aura lieu dans les plus brefs délais afin de permettre à la famille de rendre les derniers devoirs au défunt le plus rapidement possible.
Art.13. § 1. In geval van gewelddadige dood, moet de geneesheer die overgaat tot het wegnemen (van organen, weefsels of cellen), een verslag opstellen dat onverwijld wordt toegestuurd aan de procureur des Konings. <W 2003-12-22/42, art. 167, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
In dit verslag moeten de gegevens aangaande de toestand van het lijk en de weggenomen lichaamsdelen worden vermeld die van belang kunnen zijn voor het bepalen van de oorzaak en de omstandigheden van het overlijden, vooral die welke achteraf niet meer kunnen worden onderzocht tengevolge van de wegneming.
§ 2. Bij een dood waarvan de oorzaak onbekend is of verdacht, mag geen wegneming (van organen, weefsels of cellen) worden verricht, tenzij de procureur des Konings, in wiens arondissement de inrichting is gelegen waar de wegneming zal plaatsvinden, daarvan vooraf is ingelicht en er zich niet tegen verzet. <W 2003-12-22/42, art. 168, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
In voorkomend geval kan deze magistraat aan een geneesheer van zijn keuze opdracht geven zich dadelijk naar de inrichting te begeven om de wegneming bij te wonen en er verslag over uit te brengen.
In dit verslag moeten de gegevens aangaande de toestand van het lijk en de weggenomen lichaamsdelen worden vermeld die van belang kunnen zijn voor het bepalen van de oorzaak en de omstandigheden van het overlijden, vooral die welke achteraf niet meer kunnen worden onderzocht tengevolge van de wegneming.
§ 2. Bij een dood waarvan de oorzaak onbekend is of verdacht, mag geen wegneming (van organen, weefsels of cellen) worden verricht, tenzij de procureur des Konings, in wiens arondissement de inrichting is gelegen waar de wegneming zal plaatsvinden, daarvan vooraf is ingelicht en er zich niet tegen verzet. <W 2003-12-22/42, art. 168, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
In voorkomend geval kan deze magistraat aan een geneesheer van zijn keuze opdracht geven zich dadelijk naar de inrichting te begeven om de wegneming bij te wonen en er verslag over uit te brengen.
Art.13. § 1er. En cas de mort violente, le médecin qui procède au prélèvement (d'organes, de tissus ou de cellules) doit rédiger un rapport qu'il transmet sans délai au procureur du Roi. <L 2003-12-22/42, art. 167, 004; En vigueur : 10-01-2004>
Ce rapport doit mentionner les données qui concernent l'état du corps de la personne décédée et des parties du corps prélevées et qui peuvent être importantes pour déterminer la cause et les circonstances du décès. Dans ce rapport figureront plus précisément les données qui ne pourront plus être examinées par la suite en raison du prélèvement.
§ 2. En cas de mort dont la cause est inconnue ou suspecte, le prélèvement (d'organes, de tissus ou de cellules) ne peut être effectué que si le procureur du Roi, dans l'arrondissement duquel est situé l'établissement où le prélèvement doit avoir lieu, en a été préalablement informé et ne formule aucune objection. <L 2003-12-22/42, art. 168, 004; En vigueur : 10-01-2004>
Le cas échéant, ce magistrat charge un médecin de son choix de se rendre immédiatement à cet établissement pour y assister au prélèvement et en faire rapport.
Ce rapport doit mentionner les données qui concernent l'état du corps de la personne décédée et des parties du corps prélevées et qui peuvent être importantes pour déterminer la cause et les circonstances du décès. Dans ce rapport figureront plus précisément les données qui ne pourront plus être examinées par la suite en raison du prélèvement.
§ 2. En cas de mort dont la cause est inconnue ou suspecte, le prélèvement (d'organes, de tissus ou de cellules) ne peut être effectué que si le procureur du Roi, dans l'arrondissement duquel est situé l'établissement où le prélèvement doit avoir lieu, en a été préalablement informé et ne formule aucune objection. <L 2003-12-22/42, art. 168, 004; En vigueur : 10-01-2004>
Le cas échéant, ce magistrat charge un médecin de son choix de se rendre immédiatement à cet établissement pour y assister au prélèvement et en faire rapport.
HOOFDSTUK III/1. [1 - Bepalingen betreffende de toewijzing van organen.]1
CHAPITRE III/1. [1 - Dispositions relatives à l'allocation d'organes.]1
Art. 13bis. [1 § 1. De Koning wijst de Europese orgaanuitwisselingsorganisatie aan die bevoegd is voor de werkzaamheden met betrekking tot de orgaanuitwisseling in België en met het buitenland, en ook voor de volgende taken binnen het krachtens deze wet opgelegde kader voor kwaliteit en veiligheid :
1° het bijhouden en beheren van een traceerbaarheids- en identificatiesysteem van de donoren en de ontvangers;
2° het bijhouden en beheren van een notificatie- en beheerssysteem voor ernstige ongewenste voorvallen en bijwerkingen;
3° het bijhouden en beheren van een register en een follow-up systeem van de levende donoren;
[2 4° het bijhouden en beheren van de met het oog op de karakterisatie van de weggenomen organen en de donoren verzamelde informatie.]2
De krachtens het eerste lid door de Koning aangewezen organisatie, is de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, voor de gegevensverwerkingen vermeld in het eerste lid, 1° tot 3°.
§ 2. In het kader van zijn organenuitwisselingsopdracht, garandeert de door de Koning aangewezen Europese orgaanuitwisselingsorganisatie :
1° een optimale compatibiliteit tussen de weggenomen organen en de kandidaat-ontvangers;
2° een billijk evenwicht tussen het aantal vanuit België geëxporteerde organen en het aantal in ons land geïmporteerde organen;
3° dat er rekening wordt gehouden met de medische urgentie, de effectieve wachttijd van de kandidaatontvangers en de afstand tussen het centrum waar het orgaan wordt weggenomen en het centrum waar het zal worden getransplanteerd.
§ 3. [2 De Koning kan de aan de Europese orgaanuitwisselingsorganisatie toegewezen taken verduidelijken, met name wat betreft de vaststelling van informatieprocedures voor de uitwisseling van informatie zoals bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, 2° en 4°, met bevoegde autoriteiten of gedelegeerde instanties van de lidstaten van de Europese Unie, met verkrijgingsorganisaties of transplantatiecentra evenals voor de registratie en het ter beschikking stellen van voornoemde informatie. Voornoemde uitwisseling, registratie en ter beschikkingstelling van informatie hebben als doel het bekomen van een hoog niveau van volksgezondheid bij het uitwisselen van organen binnen de Europese Unie.
De in het eerste lid bedoelde informatie betreft de gegevens die in toepassing van onderhavige wet en haar uitvoeringsbesluiten worden verzameld op het vlak van karakterisatie, traceerbaarheid, ernstige ongewenste voorvallen en bijwerkingen.]2
§ 4. De aangewezen Europese orgaanuitwisselingsorganisatie verbindt er zich toe de bepalingen van deze wet, van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek, en hun uitvoeringsbesluiten na te leven.]1
1° het bijhouden en beheren van een traceerbaarheids- en identificatiesysteem van de donoren en de ontvangers;
2° het bijhouden en beheren van een notificatie- en beheerssysteem voor ernstige ongewenste voorvallen en bijwerkingen;
3° het bijhouden en beheren van een register en een follow-up systeem van de levende donoren;
[2 4° het bijhouden en beheren van de met het oog op de karakterisatie van de weggenomen organen en de donoren verzamelde informatie.]2
De krachtens het eerste lid door de Koning aangewezen organisatie, is de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, voor de gegevensverwerkingen vermeld in het eerste lid, 1° tot 3°.
§ 2. In het kader van zijn organenuitwisselingsopdracht, garandeert de door de Koning aangewezen Europese orgaanuitwisselingsorganisatie :
1° een optimale compatibiliteit tussen de weggenomen organen en de kandidaat-ontvangers;
2° een billijk evenwicht tussen het aantal vanuit België geëxporteerde organen en het aantal in ons land geïmporteerde organen;
3° dat er rekening wordt gehouden met de medische urgentie, de effectieve wachttijd van de kandidaatontvangers en de afstand tussen het centrum waar het orgaan wordt weggenomen en het centrum waar het zal worden getransplanteerd.
§ 3. [2 De Koning kan de aan de Europese orgaanuitwisselingsorganisatie toegewezen taken verduidelijken, met name wat betreft de vaststelling van informatieprocedures voor de uitwisseling van informatie zoals bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, 2° en 4°, met bevoegde autoriteiten of gedelegeerde instanties van de lidstaten van de Europese Unie, met verkrijgingsorganisaties of transplantatiecentra evenals voor de registratie en het ter beschikking stellen van voornoemde informatie. Voornoemde uitwisseling, registratie en ter beschikkingstelling van informatie hebben als doel het bekomen van een hoog niveau van volksgezondheid bij het uitwisselen van organen binnen de Europese Unie.
De in het eerste lid bedoelde informatie betreft de gegevens die in toepassing van onderhavige wet en haar uitvoeringsbesluiten worden verzameld op het vlak van karakterisatie, traceerbaarheid, ernstige ongewenste voorvallen en bijwerkingen.]2
§ 4. De aangewezen Europese orgaanuitwisselingsorganisatie verbindt er zich toe de bepalingen van deze wet, van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek, en hun uitvoeringsbesluiten na te leven.]1
Art. 13bis. [1 § 1er. Le Roi désigne l'organisation européenne d'échange d'organes compétente pour les activités relatives aux échanges d'organes au sein de la Belgique comme avec l'étranger, ainsi que pour les tâches suivantes prévues par le cadre de qualité et de sécurité fixé dans la présente loi :
1° la tenue et la gestion d'un système de traçabilité et d'identification des donneurs et des receveurs;
2° la tenue et la gestion d'un système de notification et de gestion des incidents et des réactions indésirables graves;
3° la tenue et la gestion d'un registre et d'un système de suivi des donneurs vivants;
[2 4° la tenue et la gestion des informations recueillies pour la caractérisation des organes prélevés et des donneurs.]2
L'organisation désignée par le Roi en vertu de l'alinéa 1er, est responsable du traitement au sens de l'article 1er, § 4, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, pour les traitements de données mentionnés à l'alinéa 1er, 1° à 3°.
§ 2. Dans le cadre de sa mission d'échange d'organes, l'organisation européenne d'échange d'organes désignée par le Roi garantit :
1° une compatibilité optimale entre les organes prélevés et les candidats receveurs;
2° un équilibre raisonnable entre le nombre d'organes exportés hors de la Belgique et le nombre d'organes qui y est importé;
3° la prise en compte de l'urgence médicale, du temps d'attente effectif des candidats receveur et de la distance entre le centre où l'organe est prélevé et celui où il est transplanté.
§ 3. [2 Le Roi peut préciser les missions attribuées à l'organisation européenne d'échange d'organes notamment en ce qui concerne l'établissement de procédures d'information pour l'échange d'informations telles que visées au § 1er, alinéa 1er, 1°, 2° et 4°, avec des autorités compétentes ou organismes délégués des Etats membres de l'Union européenne, avec des organismes d'obtention ou des centres de transplantation, ainsi que pour l'enregistrement et la mise à disposition des informations précitées. L'échange, l'enregistrement et la mise à disposition d'informations précités ont pour but d'obtenir un niveau de santé publique élevé lors de l'échange d'organes au sein de l'Union européenne.
Les informations visées à l'alinéa 1er concernent les données qui sont recueillies en application de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution, en matière de caractérisation, de traçabilité, d'incidents et de réactions indésirables graves.]2
§ 4. L'organisation européenne d'échange d'organes désignée s'engage à respecter les dispositions de la présente loi, de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, et de la loi du 4 juillet 1962 relative à la statistique publique, ainsi que les arrêtés d'exécution de celles-ci.]1
1° la tenue et la gestion d'un système de traçabilité et d'identification des donneurs et des receveurs;
2° la tenue et la gestion d'un système de notification et de gestion des incidents et des réactions indésirables graves;
3° la tenue et la gestion d'un registre et d'un système de suivi des donneurs vivants;
[2 4° la tenue et la gestion des informations recueillies pour la caractérisation des organes prélevés et des donneurs.]2
L'organisation désignée par le Roi en vertu de l'alinéa 1er, est responsable du traitement au sens de l'article 1er, § 4, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, pour les traitements de données mentionnés à l'alinéa 1er, 1° à 3°.
§ 2. Dans le cadre de sa mission d'échange d'organes, l'organisation européenne d'échange d'organes désignée par le Roi garantit :
1° une compatibilité optimale entre les organes prélevés et les candidats receveurs;
2° un équilibre raisonnable entre le nombre d'organes exportés hors de la Belgique et le nombre d'organes qui y est importé;
3° la prise en compte de l'urgence médicale, du temps d'attente effectif des candidats receveur et de la distance entre le centre où l'organe est prélevé et celui où il est transplanté.
§ 3. [2 Le Roi peut préciser les missions attribuées à l'organisation européenne d'échange d'organes notamment en ce qui concerne l'établissement de procédures d'information pour l'échange d'informations telles que visées au § 1er, alinéa 1er, 1°, 2° et 4°, avec des autorités compétentes ou organismes délégués des Etats membres de l'Union européenne, avec des organismes d'obtention ou des centres de transplantation, ainsi que pour l'enregistrement et la mise à disposition des informations précitées. L'échange, l'enregistrement et la mise à disposition d'informations précités ont pour but d'obtenir un niveau de santé publique élevé lors de l'échange d'organes au sein de l'Union européenne.
Les informations visées à l'alinéa 1er concernent les données qui sont recueillies en application de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution, en matière de caractérisation, de traçabilité, d'incidents et de réactions indésirables graves.]2
§ 4. L'organisation européenne d'échange d'organes désignée s'engage à respecter les dispositions de la présente loi, de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, et de la loi du 4 juillet 1962 relative à la statistique publique, ainsi que les arrêtés d'exécution de celles-ci.]1
Art. 13bis /1. [1 Orgaanuitwisseling met derde landen van buiten de Europese Unie is slechts toegestaan indien de organen van de donor naar de ontvanger en omgekeerd kunnen worden getraceerd en indien de organen voldoen aan kwaliteits- en veiligheidsvoorschriften die gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van de Richtlijn 2010/53/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 7 juli 2010 inzake kwaliteits- en veiligheidsnormen voor menselijke organen, bestemd voor transplantatie.]1
Art. 13bis /1. [1 L'échange d'organes avec les pays tiers à l'Union européenne n'est autorisé que si les organes font l'objet d'une traçabilité du donneur au receveur et inversement, et si les organes satisfont à des normes de qualité et de sécurité équivalentes à celles établies par la Directive 2010/53/UE du Parlement européen et du Conseil du 7 juillet 2010 relative aux normes de qualité et de sécurité des organes humains destinés à la transplantation.]1
Modifications
Art. 13ter. <INGEVOEGD bij W 2007-02-25/57, art. 8, Inwerkingtreding : 23-04-2007> Om als kandidaat receptor te worden ingeschreven [1 ...]1 in een Belgisch transplantatiecentrum, moet elke persoon, hetzij de Belgische nationaliteit hebben of [2 in het bevolkingsregister of sinds minstens zes maanden in het vreemdelingenregister ingeschreven zijn]2, hetzij de nationaliteit hebben van een staat die hetzelfde toewijzingsorganisme voor organen deelt of sinds minstens 6 maanden in deze staat gedomicilieerd zijn.
Art. 13ter. Pour être inscrite [1 ...]1 en qualité de candidat receveur dans un centre belge de transplantation, toute personne doit, soit avoir la nationalité belge ou [2 être inscrite au registre de la population ou depuis 6 mois au moins au registre des étrangers]2, soit, avoir la nationalité d'un état qui partage le même organisme d'allocation d'organes ou être domiciliée dans cet état depuis 6 mois au moins.
Art. 13quater. <INGEVOEGD bij W 2007-02-25/57, art. 9, Inwerkingtreding : 23-04-2007> De Koning kan de uitzonderingsvoorwaarden bepalen voor de toepassing van artikel 13ter.
Art. 13quater. Le Roi peut fixer les conditions d'exception à l'application de l'article 13ter.
HOOFDSTUK IV. _ Slot- en strafbepalingen.
CHAPITRE IV. _ Dispositions finales et pénales.
Art.15. De Koning bepaalt de regels nopens de wijze waarop blijk wordt gegeven van de toestemming bedoeld in de artikelen 5 tot 9.
Art.15. Le Roi fixe les règles relatives aux modes d'expression du consentement visés aux articles 5 à 9.
Art.16. De door de Koning aangewezen (ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu of van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten of personeelsleden die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur met deze Federale Overheidsdienst of met dit Federaal Agentschap) zijn belast met de controle op de toepassing van deze wet en van de besluiten tot uitvoering ervan. <W 2006-12-27/32, art. 238, 006; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
Toegang tot de ziekenhuizen moet hun te allen tijde worden verleend.
Onverminderd de bevoegdheid van de officieren van de gerechtelijke politie, sporen zij de misdrijven op en stellen zij die vast in processen-verbaal, die kracht van bewijs hebben tot het tegenovergestelde bewezen is.
Binnen 48 uren na de vaststelling van het strafbaar feit, wordt aan de overtreder een afschrift van het proces-verbaal gezonden.
Zij kunnen zich alle inlichtingen en documenten laten bezorgen die nodig zijn voor het uitvoeren van hun opdracht en overgaan tot alle nuttige vaststellingen.
In geval van gewelddadige dood en wanneer de doodsoorzaak onbekend of verdacht is, kunnen de (geneesheren die ambtenaren of personeelsleden zijn zoals bedoeld in het eerst lid) monsters nemen en analyses verrichten onder de voorwaarden en op de wijze als door de Koning bepaald. <W 2006-12-27/32, art. 238, 006; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
(De Koning kan nadere regelen bepalen met betrekking tot de vorming en de kwalificaties van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren en personeelsleden.) <W 2006-12-27/32, art. 238, 006; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
Toegang tot de ziekenhuizen moet hun te allen tijde worden verleend.
Onverminderd de bevoegdheid van de officieren van de gerechtelijke politie, sporen zij de misdrijven op en stellen zij die vast in processen-verbaal, die kracht van bewijs hebben tot het tegenovergestelde bewezen is.
Binnen 48 uren na de vaststelling van het strafbaar feit, wordt aan de overtreder een afschrift van het proces-verbaal gezonden.
Zij kunnen zich alle inlichtingen en documenten laten bezorgen die nodig zijn voor het uitvoeren van hun opdracht en overgaan tot alle nuttige vaststellingen.
In geval van gewelddadige dood en wanneer de doodsoorzaak onbekend of verdacht is, kunnen de (geneesheren die ambtenaren of personeelsleden zijn zoals bedoeld in het eerst lid) monsters nemen en analyses verrichten onder de voorwaarden en op de wijze als door de Koning bepaald. <W 2006-12-27/32, art. 238, 006; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
(De Koning kan nadere regelen bepalen met betrekking tot de vorming en de kwalificaties van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren en personeelsleden.) <W 2006-12-27/32, art. 238, 006; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
Art.16. Les (fonctionnaires du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement ou de l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé et les membres du personnel qui sont liés par un contrat de travail à durée indéterminée à ce Service public fédéral ou à cette Agence fédérale, qui sont) désignés par le Roi sont chargés de contrôler l'application de la présente loi et des arrêtés pris en exécution de celle-ci. <L 2006-12-27/32, art. 238, 006; En vigueur : 07-01-2007>
Ils ont à tout moment accès aux hôpitaux.
Sans préjudice des pouvoirs dévolus aux officiers de la police judiciaire, ils recherchent les infractions et constatent celles-ci par des procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire.
Une copie du procès-verbal est transmise au contrevenant dans les 48 heures de la constatation du fait délictueux.
Ils peuvent se faire communiquer tous renseignements et documents nécessaires à l'exécution de leurs fonctions et procéder à toutes constatations utiles.
En cas de mort violente ou en cas de mort dont la cause est inconnue ou suspecte, les (médecins qui sont fonctionnaires ou membres du personnel tels que visés à l'alinéa 1er) peuvent prélever des échantillons et procéder à des analyses aux conditions et suivant les modalités fixées par le Roi. <L 2006-12-27/32, art. 238, 006; En vigueur : 07-01-2007>
(Le Roi peut fixer des règles spécifiques au sujet de la formation et les qualifications des fonctionnaires et des membres du personnel, visés à l'alinéa 1er.) <L 2006-12-27/32, art. 238, 006; En vigueur : 07-01-2007>
Ils ont à tout moment accès aux hôpitaux.
Sans préjudice des pouvoirs dévolus aux officiers de la police judiciaire, ils recherchent les infractions et constatent celles-ci par des procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire.
Une copie du procès-verbal est transmise au contrevenant dans les 48 heures de la constatation du fait délictueux.
Ils peuvent se faire communiquer tous renseignements et documents nécessaires à l'exécution de leurs fonctions et procéder à toutes constatations utiles.
En cas de mort violente ou en cas de mort dont la cause est inconnue ou suspecte, les (médecins qui sont fonctionnaires ou membres du personnel tels que visés à l'alinéa 1er) peuvent prélever des échantillons et procéder à des analyses aux conditions et suivant les modalités fixées par le Roi. <L 2006-12-27/32, art. 238, 006; En vigueur : 07-01-2007>
(Le Roi peut fixer des règles spécifiques au sujet de la formation et les qualifications des fonctionnaires et des membres du personnel, visés à l'alinéa 1er.) <L 2006-12-27/32, art. 238, 006; En vigueur : 07-01-2007>
Art.17. § 1. Overtreding [1 van de artikelen 3 tot 3sexies]1 wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot zes maanden en met geldboete van [3 500 euro tot 5 000 euro]3 of met één van die straffen alleen.
§ 2. Overtreding van [2 artikel 4bis]2 en van de besluiten ter uitvoering van [2 artikel 1bis, § 1]2 , worden gestraft met gevangenisstraf [3 van zes maanden tot twee jaar en met geldboete van 250 euro tot 1 000 euro]3 of met één van die straffen alleen.
§ 3. Overtreding van de [2 artikelen 4, 5 tot 11, 13, 13ter en 13quater]2 evenals van de besluiten tot uitvoering ervan, wordt gestraft met gevangenisstraf [3 van één jaar tot vijf jaar en met geldboete van 1 000 euro tot 10 000 euro]3 of met één van die straffen alleen.
Met dezelfde straffen wordt gestraft, hij die wetens verhindert dat kennis wordt genomen van het in artikel 10 bedoelde verzet tegen de wegneming, ongeacht de wijze waarop dit verzet wordt uitgedrukt.
§ 2. Overtreding van [2 artikel 4bis]2 en van de besluiten ter uitvoering van [2 artikel 1bis, § 1]2 , worden gestraft met gevangenisstraf [3 van zes maanden tot twee jaar en met geldboete van 250 euro tot 1 000 euro]3 of met één van die straffen alleen.
§ 3. Overtreding van de [2 artikelen 4, 5 tot 11, 13, 13ter en 13quater]2 evenals van de besluiten tot uitvoering ervan, wordt gestraft met gevangenisstraf [3 van één jaar tot vijf jaar en met geldboete van 1 000 euro tot 10 000 euro]3 of met één van die straffen alleen.
Met dezelfde straffen wordt gestraft, hij die wetens verhindert dat kennis wordt genomen van het in artikel 10 bedoelde verzet tegen de wegneming, ongeacht de wijze waarop dit verzet wordt uitgedrukt.
Art.17. § 1er. Les infractions [1 aux articles 3 à 3sexies]1 sont punies d'un emprisonnement de trois mois à six mois et d'une amende de [3 500 euros à 5 000 euros]3, ou de l'une de ces peines seulement.
§ 2. Les infractions à [2 l'article 4bis]2 et aux arrêtés pris en exécution de l'[2 article 1erbis, § 1]2 , sont punies d'un emprisonnement de [3 six mois à deux ans et d'une amende de 250 euros à 1 000 euros]3, ou de l'une de ces peines seulement.
§ 3. Les infractions aux [2 articles 4, 5 à 11, 13, 13ter et 13quater]2 , ainsi qu'aux arrêtés pris en exécution de ceux-ci sont punies d'un emprisonnement [3 d'un an à cinq ans et d'une amende de 1 000 euros à 10 000 euros]3, ou de l'une de ces peines seulement.
Sera puni des mêmes peines celui qui, sciemment, empêche que soit connue l'opposition au prélèvement prévue à l'article 10, quelle que soit la forme sous laquelle cette opposition est exprimée.
§ 2. Les infractions à [2 l'article 4bis]2 et aux arrêtés pris en exécution de l'[2 article 1erbis, § 1]2 , sont punies d'un emprisonnement de [3 six mois à deux ans et d'une amende de 250 euros à 1 000 euros]3, ou de l'une de ces peines seulement.
§ 3. Les infractions aux [2 articles 4, 5 à 11, 13, 13ter et 13quater]2 , ainsi qu'aux arrêtés pris en exécution de ceux-ci sont punies d'un emprisonnement [3 d'un an à cinq ans et d'une amende de 1 000 euros à 10 000 euros]3, ou de l'une de ces peines seulement.
Sera puni des mêmes peines celui qui, sciemment, empêche que soit connue l'opposition au prélèvement prévue à l'article 10, quelle que soit la forme sous laquelle cette opposition est exprimée.
Art.18. In geval van herhaling binnen vijf jaar vanaf de dag van de rechterlijke eindbeslissing tot veroordeling wegens overtreding van deze wet of van een ter uitvoering ervan vastgesteld besluit kunnen de straffen worden verdubbeld.
Art.18. Les peines pourront être doublées en cas de récidive dans les cinq ans qui suivent la décision judiciaire définitive portant condamnation du chef d'infraction à la présente loi ou aux arrêtés pris en exécution de celle-ci.
Art. 18/1. [1 In geval van veroordeling kan de rechter bovendien het verbod uitspreken een beroepsactiviteit of sociale activiteit uit te oefenen die verband houdt met het plegen van een van de in artikel 17, § 3, bedoelde misdrijven, zulks voor een termijn van een jaar tot vijf jaar.]1
Art. 18/1. [1 En cas de condamnation, le juge peut en outre prononcer l'interdiction d'exercer une activité professionnelle ou sociale liée à la commission de l'une des infractions visées à l'article 17, § 3, pour un terme d'un an à cinq ans.]1
Modifications
Art.19. Hoofdstuk VII van boek I en artikel 85 van het Strafwetboek zijn van toepassing op overtreding van deze wet of van een ter uitvoering ervan vastgesteld besluit.
Art.19. Le chapitre VII du livre Ier et l'article 85 du Code pénal sont applicables aux infractions à la présente loi et aux arrêtés pris en exécution de celle-ci.
BIJLAGE. [1 Bijlage bij de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen
ANNEXE. [1 Annexe à la loi du 13 juin 1986 sur le prélèvement et la transplantation d'organes