Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
29 OKTOBER 1986. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 13, derde lid, en 16 van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector.
Titre
29 OCTOBRE 1986. - Arrêté royal d'exécution des articles 13, alinéa 3, et 16 de l'arrêté royal n° 25 du 24 mars 1982 créant un programme de promotion de l'emploi dans le secteur non-marchand.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (41)
Texte (41)
HOOFDSTUK I. _ Gemeenschappelijke bepalingen.
CHAPITRE Ier. _ Dispositions communes.
Artikel 1. Onder de voorwaarden en met inachtneming van de beperkingen bepaald in de hoofdstukken I en III van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector, kunnen de werkgevers werknemers aanwerven teneinde ze ter beschikking te stellen van natuurlijke personen, hierna derden-gebruikers genoemd.
Article 1. Dans les conditions et dans les limites prévues par les chapitres Ier et III de l'arrêté royal n° 25 du 24 mars 1982 créant un programme de promotion de l'emploi dans le secteur non-marchand, les employeurs peuvent engager des travailleurs en vue de les mettre à la disposition de personnes physiques dénommées ci-après tiers utilisateurs.
Art.2. De werkgevers vorderen als tegenprestatie voor de door de werknemers bewezen diensten aan de derden-gebruikers een vergoeding.
  De Rijksdienst voor arbeidsvoorziening betaalt het geheel van het loon en de desbetreffende sociale bijdragen.
  Elk trimester vordert de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening van de werkgevers de doorbetaling van het geheel of een deel van de vergoeding die betrekking heeft op het vorige trimester.
  De werkgevers betalen dit bedrag aan de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening door in de loop van de maand die volgt op de datum van verzending van de vraag tot betaling.
  Wanneer de werkgevers aan de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening binnen de toegestane termijn dit bedrag niet doorbetalen kan de Minister van Tewerkstelling en Arbeid de loonlast en de daaraan verbonden sociale bijdragen geheel of gedeeltlijk aan de werkgevers opleggen en doen overgaan tot de betaling van dit bedrag door te besluiten dat de Administrateur-generaal van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening de dossiers van deze werkgevers moet overmaken aan de administratie van de B.T.W., registratie en domeinen.
  De door voornoemde administratie in te stellen vervolgingen geschieden overeenkomstig artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949; de aldus ingevorderde bedragen worden, na aftrek van de eventuele kosten, aan het hoofdbestuur van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening terugbetaald.
Art.2. Les employeurs réclament une rétribution aux tiers utilisateurs en contrepartie des services rendus par les travailleurs.
  L'Office national de l'emploi paie la totalité de la rémunération des travailleurs et des cotisations sociales y afférentes.
  Chaque trimestre, l'Office national de l'emploi réclame aux employeurs la rétrocession de tout ou partie de la rétribution relative au trimestre précédent.
  Les employeurs paient ce montant à l'Office national de l'emploi au cours du mois qui suit la date d'envoi de la demande de paiement.
  Si les employeurs ne paient pas ces montants à l'Office national de l'emploi dans le délai imparti, le Ministre de l'Emploi et du Travail peut leur transférer tout ou partie de la charge des rémunérations et des cotisations sociales y afférentes et faire procéder au paiement de ces montants en décidant que l'administrateur général de l'Office national de l'emploi doit transmettre à l'administration de la T.V.A., de l'enregistrement et des domaines les dossiers de ces employeurs.
  Les poursuites à exercer par cette administration s'effectuent conformément à l'article 3 de la loi domaniale du 22 décembre 1949; les sommes ainsi récupérées sont restituées à l'administration centrale de l'Office national de l'emploi, sous déduction des frais éventuels.
Art.3. Na het advies van de Gewestexecutieven stelt de Minister van Tewerkstelling en Arbeid, indien nodig, de bedragen vast van de vergoeding, volgens de draagkracht van de derden-gebruikers. Hij houdt hierbij onder meer rekening met het uurloon dat gewoonlijk aan de tewerkgestelde personen voor dezelfde taken in de betrokken streek wordt betaald. Hij stelt eveneens de bedragen van de doorbetaling vast rekening houdend met de aard en de omvang van de diensten die geleverd worden aan de verschillende categorieën derden-gebruikers.
Art.3. Le Ministre de l'Emploi et du Travail détermine, après avis des Exécutifs régionaux, les montants de rétribution, s'il y a lieu, selon la capacité contributive des tiers utilisateurs, en tenant compte notamment de la rémunération horaire habituellement payée aux personnes occupées pour les mêmes tâches dans la région concernée ainsi que les montants de rétrocession en tenant compte de la nature et de l'ampleur des services rendus aux différentes catégories de tiers utilisateurs.
HOOFDSTUK II. _ Dienst huishoudhulpen tegen sociaal tarief.
CHAPITRE II. _ Services d'aides ménagères à tarif social.
Art.4. Onverminderd de bepalingen van artikel 26, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982, kunnen de rechts- of feitelijke verenigingen van personen die geen enkel winstoogmerk nastreven, huishoudhulpen ter beschikking stellen van minderbegoede personen wier situatie hulp aan huis vereist, hierna derden-gebruikers genoemd. Deze huishoudhulpen kunnen slechts prestaties leveren ter ondersteuning van een erkende dienst voor gezins- en/of bejaardenhulp.
Art.4. Sans préjudice des dispositions de l'article 26, alinéa 2, de l'arrêté royal n° 25 du 24 mars 1982, les associations de personnes de droit ou de fait qui ne poursuivent aucun but lucratif peuvent mettre des aides ménagères à la disposition de personnes défavorisées dont la situation requiert une aide à leur domicile, dénommées ci-après tiers utilisateurs, à condition qu'il s'agisse d'aides ménagères destinées à compléter les prestations fournies par un service agréé d'aide aux familles et/ou aux personnes âgées.
Art.5. De huishoudhulpen mogen geen prestaties leveren waarvoor bij het tewerkstellen van gezins- en bejaardenhelpsters in subsidies is voorzien.
Art.5. Les aides ménagères ne peuvent accomplir de prestations pour lesquelles des subventions sont prévues en cas d'occupation d'aides familiales ou d'aides seniors.
Art.6. Elke derde-gebruiker mag niet gelijktijdig dienstverlening van meerdere huishoudhulpen krijgen. In geen enkel geval mag de maximumduur van geleverde prestaties bij elke derde-gebruiker, twee volledige arbeidsdagen per week overtreffen.
Art.6. Chaque tiers utilisateur ne peut bénéficier simultanément des services de plusieurs aides ménagères. En aucun cas, la durée des prestations fournies à chaque tiers utilisateur ne peut excéder deux journées complètes de travail par semaine.
HOOFDSTUK III. _ Dienst huishoudhulpen.
CHAPITRE III. _ Services d'aides ménagères.
Art.7. Onverminderd de bepalingen van artikel 26, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982, kunnen de rechts- of feitelijke verenigingen van personen die geen enkel winstoogmerk nastreven, voor privé-doeleinden, huishoudhulpen ter beschikking stellen van natuurlijke personen, hierna derden-gebruikers genoemd.
Art.7. Sans préjudice des dispositions de l'article 26, alinéa 2, de l'arrêté royal n° 25 du 24 mars 1982, les associations de personnes de droit ou de fait qui ne poursuivent aucun but lucratif peuvent mettre, à des fins privées, des aides ménagères à la disposition de personnes physiques dénommées ci-après tiers utilisateurs.
Art.8. Er kunnen geen huishoudhulpen worden aangeworven om prestaties te leveren waarvoor bij het tewerkstellen van gezins- en bejaardenhelpsters in subsidies is voorzien.
Art.8. Les aides ménagères ne peuvent accomplir de prestations pour lesquelles des subventions sont prévues en cas d'occupation d'aides familiales ou d'aides seniors.
Art.9. Elke derde-gebruiker mag niet gelijktijdig dienstverlening van meerdere huishoudhulpen krijgen. In geen enkel geval mag de duur van de geleverde prestaties bij elke derde-gebruiker een volledige arbeidsdag per week overtreffen.
Art.9. Chaque tiers utilisateur ne peut bénéficier simultanément des services de plusieurs aides ménagères. En aucun cas, la durée des prestations fournies à chaque tiers utilisateur ne peut excéder une journée complète de travail par semaine.
HOOFDSTUK IV. _ Klusjesdiensten aan huis.
CHAPITRE IV. _ Services de dépannage à domicile.
Art.10. De rechts- of feitelijke verenigingen van personen die geen enkel winstoogmerk nastreven kunnen klusjesmannen ter beschikking stellen van minderbegoede personen wier situatie hulp aan huis vereist, hierna derden-gebruikers genoemd. De Minister van Tewerkstelling en Arbeid bepaalt wat dient verstaan onder sommige categoriën van minderbegoede personen die van een dergelijke dienstverlening mogen genieten.
Art.10. Les associations de personnes de droit ou de fait qui ne poursuivent aucun but lucratif peuvent mettre des hommes à tout faire à la disposition de personnes défavorisées dont la situation requiert une aide à leur domicile, dénommées ci-après tiers utilisateurs. Le Ministre de l'Emploi et du Travail détermine ce qu'il faut entendre par certaines catégories de personnes défavorisées qui peuvent bénéficier de ce service.
Art.11. De klusjesmannen mogen slechts werken van gering belang uitvoeren die niet concurrentieel zijn met de commerciële sector.
  De klusjesmannen mogen slechts de materialen en het gereedschap gebruiken dat hun door de derden-gebruikers ter beschikking wordt gesteld, voor zover het gereedschap zich in goede staat bevindt.
Art.11. Les hommes à tout faire ne peuvent effectuer que des travaux de minime importance ne concurrençant pas le secteur marchand.
  Les hommes à tout faire ne peuvent employer que les fournitures et les outils mis à leur disposition par les tiers utilisateurs, pour autant que ces outils soient en bon état.
Art.12. Elke derde-gebruiker mag niet gelijktijdig dienstverlening van meer dan twee klusjesmannen krijgen. In geen enkel geval mag de duur van geleverde prestaties bij elke derde-gebruiker, meer dan twee volledige arbeidsdagen per werknemer en per maand overtreffen.
Art.12. Chaque tiers utilisateur ne peut bénéficier simultanément des services de plus de deux hommes à tout faire. En aucun cas, la durée des prestations fournies à chaque tiers utilisateur ne peut excéder, par travailleur, deux journées complètes de travail par mois.
HOOFDSTUK V. _ Dienst thuisopvang van zieke kinderen.
CHAPITRE V. _ Services de garde d'enfants malades à domicile.
Art.13. De rechts- of feitelijke verenigingen van personen die geen enkel winstoogmerk nastreven met uitzondering van diegene die afhangen van een school, kunnen kinderverzorgsters ter beschikking stellen van ouders, voogden of andere natuurlijke personen die de hoede hebben over de kinderen.
  Deze verenigingen moeten ten laatste zes maanden na de goedkeuring van de aanvraag of ten laatste op 30 juni 1987 wat de aanvragen betreft die vóór 1 januari 1987 werden goedgekeurd, tegelijk de werking organiseren van een dienst gelegenheidsopvang van kinderen, een kinderkribbe of een kinderopvangdienst.
Art.13. Les associations de personnes de droit ou de fait qui ne poursuivent aucun but lucratif, à l'exception de celles qui dépendent d'une école, peuvent mettre des puéricultrices à la disposition des parents, des tuteurs ou des autres personnes physiques qui ont la garde des enfants.
  Ces associations doivent assurer simultanément le fonctionnement d'une halte-garderie, d'une crèche ou d'une maison d'enfants au plus tard six mois après la date d'approbation de la demande ou au plus tard le 30 juin 1987, en ce qui concerne les demandes approuvées avant le 1er janvier 1987.
Art.14. De kinderverzorgsters passen ten huize van de kinderen, op de zieke kinderen van minder dan 13 jaar tijdens een periode die drie arbeidsdagen niet mag overtreffen te rekenen vanaf de dag volgend op de dag waarop een medisch attest is afgeleverd dat het zieke kind verbiedt de woning te verlaten.
Art.14. Les puéricultrices gardent, au domicile des enfants, les enfants malades âgés de moins de treize ans, pendant une période qui ne peut dépasser trois jours ouvrables à compter du lendemain du jour auquel est établi un certificat médical interdisant à l'enfant malade de sortir.
Art.15. Wanneer de kinderverzorgsters geen zieke kinderen moeten oppassen mogen prestaties geleverd worden zoals die van verenigingen bedoeld bij artikel 13, tweede lid.
Art.15. A défaut d'enfants malades à garder à domicile, les puéricultrices peuvent accomplir les prestations liées au fonctionnement des associations visées à l'article 13, alinéa 2.
HOOFDSTUK VI. _ Dienst gelegenheidsopvang van kinderen.
CHAPITRE VI. _ Services de haltes-garderies.
Art.16. De rechts- of feitelijke verenigingen van personen die geen enkel winstoogmerk nastreven met uitzondering van diegene die afhangen van een school, kunnen in speciaal hiertoe bestemde lokalen, kinderverzorgsters inschakelen die belast zijn met de bewaking van de kinderen die hun worden toevertrouwd door de ouders, door hun voogden of andere natuurlijke personen die er de hoede over hebben.
Art.16. Les associations de personnes de droit ou de fait qui ne poursuivent aucun but lucratif, à l'exception de celles qui dépendent d'une école, peuvent, dans des locaux spécialement affectés à cette fin, faire assurer par des puéricultrices la garde d'enfants qui leur sont confiés par leurs parents, leurs tuteurs ou d'autres personnes physiques qui en ont la garde.
Art.17. De kinderverzorgsters passen op de kinderen van minder dan zeven jaar die hun gedurende maximum 1 één dag worden toevertrouwd.
  Elk kind kan niet meer dan vier volledige dagen per maand worden opgepast.
Art.17. Les puéricultrices gardent les enfants âgés de moins de sept ans qui leur sont confiés pendant une journée maximum.
  Chaque enfant ne peut être gardé plus de quatre journées complètes par mois.
Art.18. Bij ontstentenis van opvangwerkzaamheden kunnen de kinderverzorgsters prestaties leveren geviseerd in hoofdstuk V, dienst thuisopvang van zieke kinderen.
Art.18. A défaut d'activités d'accueil les puéricultrices peuvent accomplir les prestations de garde d'enfants malades à domicile visées au chapitre V.
HOOFDSTUK VII. _ Kraamcentra.
CHAPITRE VII. _ Centres de post-accouchement.
Art.19. De rechtsverenigingen van personen die geen enkel winstoogmerk nastreven kunnen kinderverzorgsters ter beschikking stellen van vrouwen die pas bevallen zijn, hierna derden-gebruikers genoemd. De prestaties worden thuis bij de derden-gebruikers verricht.
Art.19. Les associations de personnes de droit qui ne poursuivent aucun but lucratif peuvent mettre des puéricultrices à la disposition des femmes qui viennent d'accoucher, dénommées ci-après tiers utilisateurs. Les prestations s'effectuent au domicile des tiers utilisateurs.
Art.20. Elke derde-gebruiker mag niet gelijktijdig de dienstverlening van meerdere kinderverzorgsters krijgen. In geen enkel geval mag de duur van de geleverde prestaties voor elke gebruiker vijftien kalenderdagen overtreffen, te rekenen vanaf de dag van de bevalling.
Art.20. Chaque tiers utilisateur ne peut bénéficier simultanément des services de plusieurs puéricultrices. En aucun cas, la durée des prestations accomplies ne peut dépasser quinze jours calendrier à compter de la date de l'accouchement.
Art.21. De kinderverzorgsters mogen geen prestaties leveren waarvoor bij het tewerkstellen van gezins- en bejaardenhelpsters in subsidies is voorzien.
Art.21. Les puéricultrices ne peuvent accomplir de prestations pour lesquelles des subventions sont prévues en cas d'occupation d'aides familiales ou d'aides seniors.
HOOFDSTUK VIII. _ Dienst voor ziekenoppas.
CHAPITRE VIII. _ Services de garde-malades.
Art.22. De rechts- of feitelijke verenigingen van personen die geen enkel winstoogmerk nastreven kunnen ziekenoppassers ter beschikking stellen van hetzij natuurlijke personen die bij hen thuis zieken hebben die deel uitmaken van de familie, hetzij van de zieken zelf.
Art.22. Les associations de personnes de droit ou de fait qui ne poursuivent aucun but lucratif peuvent mettre des gardes-malades, soit à la disposition de personnes physiques ayant, à leur domicile, des malades faisant partie de leur famille, soit à la disposition des malades eux-mêmes.
Art.23. De ziekenoppassers kunnen geen daden stellen die aanleiding geven tot een tussenkomst vanwege de ziekte- en invaliditeitsverzekering.
  Deze dienstverlening mag niet gecumuleerd worden met die voorzien in hoofdstuk V.
Art.23. Les gardes-malades ne peuvent poser aucun acte donnant lieu à une intervention de l'assurance maladie-invalidité.
  Ces services ne peuvent être cumulés avec ceux prévus au chapitre V.
Art.24. De ziekenoppassers mogen slechts personen oppassen voor wie een medisch attest werd opgesteld.
Art.24. Les gardes-malades ne peuvent s'occuper que des personnes faisant l'objet d'un certificat médical.
Art.25. De ziekenoppassers mogen geen prestaties leveren waarvoor bij het tewerkstellen van gezins- en bejaardenhelpsters in subsidies is voorzien.
Art.25. Les gardes-malades ne peuvent accomplir de prestations pour lesquelles des subventions sont prévues en cas d'occupation d'aides familiales ou d'aides seniors.
HOOFDSTUK IX. _ Dienst onthaal en animatie in rustoorden en de rust- en verzorgingstehuizen.
CHAPITRE IX. _ Services d'accueil et d'animation dans les maisons de repos et les maisons de repos et de soins.
Art.26. Rustoorden en rust- en verzorgingstehuizen opgericht als rechtsverenigingen van personen die geen enkel winstoogmerk nastreven kunnen animatoren die in het bezit zijn van een diploma van maximum hoger secundair onderwijs, ter beschikking stellen van de personen die ze herbergen.
Art.26. Les maisons de repos et les maisons de repos et de soins constituées en associations sans but lucratif peuvent mettre des animateurs ayant au maximum un diplôme de l'enseignement secondaire supérieur à la disposition des personnes qu'elles hébergent.
Art.27. De animatoren realiseren taken die bijdragen tot de verbetering van de kwaliteit en het comfort van het verblijf met uitzondering van alle prestaties die aanleiding geven tot een tussenkomst vanwege de ziekte- en invaliditeitsverzekering.
Art.27. Les animateurs réalisent des activités de nature à améliorer la qualité de l'hébergement, à l'exclusion de toute prestation donnant lieu à une intervention de l'assurance maladie-invalidité.
Art.28. De animatoren mogen geen prestaties leveren waarvoor bij het tewerkstellen van gezins- en bejaardenhelpsters in subsidies is voorzien.
Art.28. Les animateurs ne peuvent accomplir de prestations pour lesquelles des subventions sont prévues en cas d'occupation d'aides familiales ou d'aides seniors.
HOOFDSTUK X. _ Slotbepalingen.
CHAPITRE X. _ Dispositions finales.
Art.29. Het koninklijk besluit van 6 juni 1983 tot uitvoering wat de tewerkstelling van huishoudhulpen betreft, van de artikelen 13, derde lid, en 16bis, van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 januari 1984, wordt opgeheven.
Art.29. L'arrêté royal du 6 juin 1983 portant exécution, en ce qui concerne l'occupation d'aides ménagères, des articles 13, alinéa 3, et 16bis, de l'arrêté royal n° 25 du 24 mars 1982 créant un programme de promotion de l'emploi dans le secteur non-marchand, modifié par l'arrêté royal du 30 janvier 1984, est abrogé.
Art.30. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1987.
Art.30. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 1987.
Art. 31. Onze minister van Tewerkstelling en Arbeid en Onze Minister van Begroting zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 31. Notre Ministre de l'Emploi et du Travail et Notre Ministre du Budget sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.