Artikel 1. <W 1994-07-11/48, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 1994-10-14>
Deze wet beoogt de regeling van het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of produktie-stimulerende werking.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
15 JULI 1985. - Wet betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, [anti-hormonale, beta-adrenergische of produktie-stimulerende werking]. <W 1994-07-11/48, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 1994-10-14> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-04-1992 en tekstbijwerking tot 28-02-2014)
Titre
15 JUILLET 1985. - Loi relative à l'utilisation de substances à effet hormonal, [à effet antihormonal, à effet beta-adrénergique ou à effet stimulateur de production] chez les animaux. <L 1994-07-11/48, art. 1, 004; En vigueur : 1994-10-14> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-04-1992 et mise à jour au 28-02-2014)
Informations sur le document
Numac: 1985013241
Datum: 1985-07-15
Info du document
Numac: 1985013241
Date: 1985-07-15
Tekst (15)
Texte (15)
Article 1. <L 1994-07-11/48, art. 1, 004; En vigueur : 1994-10-14> La présente loi a pour but de régler l'utilisation chez les animaux de substances à effet hormonal, à effet anti-hormonal, à effet beta-adrénergique ou à effet stimulateur de production.
Art.2. <W 1997-03-17/46, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997> Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
1° landbouwdieren : de huisdieren van de soorten runderen, varkens, schapen en geiten en de als huisdieren gehouden eenhoevigen, pluimvee en konijnen, alsmede de wilde dieren van voornoemde soorten en wilde herkauwers voor zover ze op een bedrijf worden gehouden;
2° aquicultuurdieren : alle visserijproducten die onder door de mens gecontroleerde omstandigheden uit eieren worden voortgebracht en opgekweekt totdat ze als levensmiddel in de handel worden gebracht. Zee- en zoetwatervis of zee- en zoetwaterschaaldieren die in het juveniele stadium in hun natuurlijke milieu zijn gevangen en zijn opgekweekt tot ze de gewenste maat hebben bereikt om voor menselijke consumptie te worden afgezet, worden eveneens als aquicultuurdieren beschouwd. Vis en schaaldieren van voor de handel geschikte maat die zijn gevangen in hun natuurlijke milieu en levend zijn gehouden om op een later tijdstip te worden verkocht, worden niet als aquicultuurdieren beschouwd als zij in visvijvers alleen in leven worden gehouden en niet wordt getracht om hun maat of gewicht te doen toenemen;
3° verhandelen : invoeren, uitvoeren, vervoeren, houden, te koop aanbieden, kopen, verkopen, ter slachting aanbieden, slachten, afstaan om niet of onder bezwarende titel;
4° therapeutische behandeling :
- (de individuele toediening door een dierenarts of onder zijn rechtstreekse verantwoordelijkheid aan een landbouwdier,) <W 2004-07-09/30, art. 224, 009; Inwerkingtreding : 25-07-2004>
- [2 ofwel van stoffen met oestrogene, androgene of gestagene werking voor de individuele behandeling van een fertiliteitsstoornis, met inbegrip van de onderbreking van een ongewenste dracht. Evenwel worden geneesmiddelen voor orale toediening die allyltrenbolon bevatten toegestaan voor zover deze middelen overeenkomstig de specificaties van de fabrikant worden gebruikt]2,
- [2 ofwel van stoffen met beta-adrenergische werking voor de behandeling van tocolyse bij vrouwelijke runderen tijdens het kalven, alsmede voor de behandeling van ademhalingsstoornissen, hoefkatrol, hoefbevangenheid en tocolyse bij paardachtigen, voor zover deze middelen overeenkomstig de specificaties van de fabrikant worden gebruikt;]2
- of de individuele toediening aan een landbouwdier van een stof bedoeld in artikel 3, §§ 3 en 4, voor de individuele behandeling van een door een dierenarts geconstateerde pathologische toestand;
5° zoötechnische behandeling : de toediening door een dierenarts of onder diens rechtstreekse verantwoordelijkheid,
- of op een individuele wijze aan een landbouwdier van een stof waarvan het gebruik is toegestaan om, na onderzoek van dit dier door een dierenarts, de bronst te synchroniseren of donor- en receptordieren op een embryotransplantatie voor te bereiden,
- of aan aquicultuurdieren, en wel aan een groep productiedieren, van toegelaten producten met het oog op geslachtsverandering.
[1 6° monster : staal genomen op het dier of op om het even welke stof of materiaal.]1
1° landbouwdieren : de huisdieren van de soorten runderen, varkens, schapen en geiten en de als huisdieren gehouden eenhoevigen, pluimvee en konijnen, alsmede de wilde dieren van voornoemde soorten en wilde herkauwers voor zover ze op een bedrijf worden gehouden;
2° aquicultuurdieren : alle visserijproducten die onder door de mens gecontroleerde omstandigheden uit eieren worden voortgebracht en opgekweekt totdat ze als levensmiddel in de handel worden gebracht. Zee- en zoetwatervis of zee- en zoetwaterschaaldieren die in het juveniele stadium in hun natuurlijke milieu zijn gevangen en zijn opgekweekt tot ze de gewenste maat hebben bereikt om voor menselijke consumptie te worden afgezet, worden eveneens als aquicultuurdieren beschouwd. Vis en schaaldieren van voor de handel geschikte maat die zijn gevangen in hun natuurlijke milieu en levend zijn gehouden om op een later tijdstip te worden verkocht, worden niet als aquicultuurdieren beschouwd als zij in visvijvers alleen in leven worden gehouden en niet wordt getracht om hun maat of gewicht te doen toenemen;
3° verhandelen : invoeren, uitvoeren, vervoeren, houden, te koop aanbieden, kopen, verkopen, ter slachting aanbieden, slachten, afstaan om niet of onder bezwarende titel;
4° therapeutische behandeling :
- (de individuele toediening door een dierenarts of onder zijn rechtstreekse verantwoordelijkheid aan een landbouwdier,) <W 2004-07-09/30, art. 224, 009; Inwerkingtreding : 25-07-2004>
- [2 ofwel van stoffen met oestrogene, androgene of gestagene werking voor de individuele behandeling van een fertiliteitsstoornis, met inbegrip van de onderbreking van een ongewenste dracht. Evenwel worden geneesmiddelen voor orale toediening die allyltrenbolon bevatten toegestaan voor zover deze middelen overeenkomstig de specificaties van de fabrikant worden gebruikt]2,
- [2 ofwel van stoffen met beta-adrenergische werking voor de behandeling van tocolyse bij vrouwelijke runderen tijdens het kalven, alsmede voor de behandeling van ademhalingsstoornissen, hoefkatrol, hoefbevangenheid en tocolyse bij paardachtigen, voor zover deze middelen overeenkomstig de specificaties van de fabrikant worden gebruikt;]2
- of de individuele toediening aan een landbouwdier van een stof bedoeld in artikel 3, §§ 3 en 4, voor de individuele behandeling van een door een dierenarts geconstateerde pathologische toestand;
5° zoötechnische behandeling : de toediening door een dierenarts of onder diens rechtstreekse verantwoordelijkheid,
- of op een individuele wijze aan een landbouwdier van een stof waarvan het gebruik is toegestaan om, na onderzoek van dit dier door een dierenarts, de bronst te synchroniseren of donor- en receptordieren op een embryotransplantatie voor te bereiden,
- of aan aquicultuurdieren, en wel aan een groep productiedieren, van toegelaten producten met het oog op geslachtsverandering.
[1 6° monster : staal genomen op het dier of op om het even welke stof of materiaal.]1
Art.2. <L 1997-03-17/46, art. 2, 005; En vigueur : 25-08-1997> Pour l'application de la présente loi, il faut entendre par :
1° animaux d'exploitation : les animaux domestiques des espèces bovine, porcine, ovine et caprine et les solipèdes, volailles et lapins domestiques, ainsi que les animaux sauvages des espèces précitées et les ruminants sauvages dans la mesure où ils sont détenus dans une exploitation;
2° animaux d'aquaculture : tout produit de la pêche dont la naissance et la croissance sont contrôlées par l'homme jusqu'à la mise sur le marché en tant que denrée alimentaire. Toutefois, est également considéré comme animal d'aquaculture tout poisson ou crustacé, de mer ou d'eau douce, capturé à l'état juvénile dans le milieu naturel et gardé en captivité jusqu'à atteindre la taille commerciale souhaitée pour la consommation humaine. Les poissons et crustacés de taille commerciale capturés dans le milieu naturel et conservés vivants en vue d'une vente ultérieure ne sont pas considérés comme des animaux d'aquaculture dans la mesure où leur séjour dans des viviers n'a pour but que de les maintenir en vie et non de leur faire acquérir une taille ou un poids plus élevé;
3° commercialiser : importer, exporter, transporter, détenir, offrir en vente, acheter, vendre, donner à abattre, abattre, céder à titre gratuit ou onéreux;
4° traitement thérapeutique :
- (l'administration à titre individuel par un médecin vétérinaire ou sous sa responsabilité directe à un animal d'exploitation) : <L 2004-07-09/30, art. 224, 009; En vigueur : 25-07-2004>
- [2 soit de substances à effet oestrogène, androgène ou gestagène en vue de traiter à titre individuel un trouble de la fécondité, y compris l'interruption d'une gestation non souhaitée. Néanmoins, les médicaments pour administration orale qui contiennent du trembolone allyle sont autorisés pour autant qu'ils soient utilisés conformément aux spécifications du fabricant]2;
- [2 ou les substances à effet bêta-adrénergique pour le traitement de la tocolyse chez les vaches parturientes, ainsi que du traitement des troubles respiratoires, de la maladie naviculaire et de la fourbure aiguë et de l'induction de la tocolyse chez les équidés pour autant qu'ils soient utilisés conformément aux spécifications du fabricant]2;
- ou l'administration à titre individuel à un animal d'exploitation d'une substance visée à l'article 3, §§ 3 et 4, en vue de traiter à titre individuel un état pathologique constaté par un médecin vétérinaire;
5° traitement zootechnique : l'administration par un vétérinaire ou sous sa responsabilité directe :
- soit à titre individuel à un animal d'exploitation d'une substance autorisée, en vue de la synchronisation du cycle oestral ou de la préparation des donneuses et receveuses à l'implantation d'embryons, après un examen de cet animal par un vétérinaire;
- soit à des animaux d'aquaculture de substances autorisées en vue de l'inversion sexuelle dans un groupe de production.
[1 6° échantillon : prélèvement opéré sur l'animal ou sur toute substance ou matériel]1
1° animaux d'exploitation : les animaux domestiques des espèces bovine, porcine, ovine et caprine et les solipèdes, volailles et lapins domestiques, ainsi que les animaux sauvages des espèces précitées et les ruminants sauvages dans la mesure où ils sont détenus dans une exploitation;
2° animaux d'aquaculture : tout produit de la pêche dont la naissance et la croissance sont contrôlées par l'homme jusqu'à la mise sur le marché en tant que denrée alimentaire. Toutefois, est également considéré comme animal d'aquaculture tout poisson ou crustacé, de mer ou d'eau douce, capturé à l'état juvénile dans le milieu naturel et gardé en captivité jusqu'à atteindre la taille commerciale souhaitée pour la consommation humaine. Les poissons et crustacés de taille commerciale capturés dans le milieu naturel et conservés vivants en vue d'une vente ultérieure ne sont pas considérés comme des animaux d'aquaculture dans la mesure où leur séjour dans des viviers n'a pour but que de les maintenir en vie et non de leur faire acquérir une taille ou un poids plus élevé;
3° commercialiser : importer, exporter, transporter, détenir, offrir en vente, acheter, vendre, donner à abattre, abattre, céder à titre gratuit ou onéreux;
4° traitement thérapeutique :
- (l'administration à titre individuel par un médecin vétérinaire ou sous sa responsabilité directe à un animal d'exploitation) : <L 2004-07-09/30, art. 224, 009; En vigueur : 25-07-2004>
- [2 soit de substances à effet oestrogène, androgène ou gestagène en vue de traiter à titre individuel un trouble de la fécondité, y compris l'interruption d'une gestation non souhaitée. Néanmoins, les médicaments pour administration orale qui contiennent du trembolone allyle sont autorisés pour autant qu'ils soient utilisés conformément aux spécifications du fabricant]2;
- [2 ou les substances à effet bêta-adrénergique pour le traitement de la tocolyse chez les vaches parturientes, ainsi que du traitement des troubles respiratoires, de la maladie naviculaire et de la fourbure aiguë et de l'induction de la tocolyse chez les équidés pour autant qu'ils soient utilisés conformément aux spécifications du fabricant]2;
- ou l'administration à titre individuel à un animal d'exploitation d'une substance visée à l'article 3, §§ 3 et 4, en vue de traiter à titre individuel un état pathologique constaté par un médecin vétérinaire;
5° traitement zootechnique : l'administration par un vétérinaire ou sous sa responsabilité directe :
- soit à titre individuel à un animal d'exploitation d'une substance autorisée, en vue de la synchronisation du cycle oestral ou de la préparation des donneuses et receveuses à l'implantation d'embryons, après un examen de cet animal par un vétérinaire;
- soit à des animaux d'aquaculture de substances autorisées en vue de l'inversion sexuelle dans un groupe de production.
[1 6° échantillon : prélèvement opéré sur l'animal ou sur toute substance ou matériel]1
Art.3. <W 1997-03-17/46, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997> § 1. Het voorschrijven en het toedienen [1 aan dieren, waarvan het vlees en de producten ervan bestemd zijn voor menselijke consumptie]1 van stilbenen, stilbeenderivaten, zouten en esters ervan, van stoffen met thyreostatische werking (17 ss oestradiol en zijn esterachtige derivaten), evenals van niet-geregistreerde diergeneesmiddelen die stoffen bedoeld in §§ 2, 3 et 4 van dit artikel bevatten, is verboden. De Koning kan de lijst van de stoffen bedoeld in deze paragraaf aanvullen. <W 2004-07-09/30, art. 225, 009; Inwerkingtreding : 14-10-2004>
§ 2. Het voorschrijven en het toedienen aan landbouwdieren en aquicultuurdieren van stoffen met een oestrogene, androgene of gestagene werking, evenals van stoffen met beta-adrenergische werking andere dan deze bedoeld in §, is eveneens verboden.
§ 3. Het voorschrijven en het toedienen aan landbouwdieren en aan aquicultuurdieren van stoffen met hormonale of anti-hormonale werking andere dan die bedoeld in de §§ 1 en 2 zijn verboden, behalve voor een therapeutische behandeling.
§ 4. Het voorschrijven en het toedienen aan landbouwdieren en aan aquicultuurdieren van stoffen met productiestimulerende werking, waarvan de lijst wordt vastgesteld door de Koning, zijn verboden, behalve voor een therapeutische behandeling.
(§ 5. Het voorschrijven en het toedienen aan landbouwdieren en aquacultuurdieren van stoffen die de opsporing van de substanties vermeld in de §§ 1, 2, 3 en 4 van dit artikel belemmeren, en waarvan de lijst wordt vastgesteld door de Koning, zijn verboden.) <W 2004-07-09/30, art. 225, 009; Inwerkingtreding : 25-07-2004>
§ 2. Het voorschrijven en het toedienen aan landbouwdieren en aquicultuurdieren van stoffen met een oestrogene, androgene of gestagene werking, evenals van stoffen met beta-adrenergische werking andere dan deze bedoeld in §, is eveneens verboden.
§ 3. Het voorschrijven en het toedienen aan landbouwdieren en aan aquicultuurdieren van stoffen met hormonale of anti-hormonale werking andere dan die bedoeld in de §§ 1 en 2 zijn verboden, behalve voor een therapeutische behandeling.
§ 4. Het voorschrijven en het toedienen aan landbouwdieren en aan aquicultuurdieren van stoffen met productiestimulerende werking, waarvan de lijst wordt vastgesteld door de Koning, zijn verboden, behalve voor een therapeutische behandeling.
(§ 5. Het voorschrijven en het toedienen aan landbouwdieren en aquacultuurdieren van stoffen die de opsporing van de substanties vermeld in de §§ 1, 2, 3 en 4 van dit artikel belemmeren, en waarvan de lijst wordt vastgesteld door de Koning, zijn verboden.) <W 2004-07-09/30, art. 225, 009; Inwerkingtreding : 25-07-2004>
Modifications
Art.3. <L 1997-03-17/46, art. 3, 005; En vigueur : 25-08-1997> § 1er. La prescription et l'administration [1 aux animaux dont la viande ou les produits sont destinés à la consommation humaine]1 de stilbènes, de leurs dérivés, de leurs sels et esters, des substances à effet thyréostatique, (de l'oestradiol 17 ss et ses dérivés estérifiés), ainsi que de médicaments vétérinaires non enregistrés contenant des substances visées aux §§ 2, 3 et 4 du présent article, sont interdites. Le Roi peut compléter la liste des substances visées au présent paragraphe. <L 2004-07-09/30, art. 225, 009; En vigueur : 14-10-2004>
§ 2. La prescription et l'administration aux animaux d'exploitation et aux animaux d'aquaculture de substances à effet oestrogène, androgène ou gestagène, ainsi que de substances à effet bêta-adrénergique autres que celles prévues au § 1er, sont également interdites.
§ 3. La prescription et l'administration aux animaux d'exploitation et aux animaux d'aquaculture de substances à effet hormonal ou anti-hormonal autres que celles visées aux §§ 1er et 2 sont interdites, sauf en vue d'un traitement thérapeutique.
§ 4. La prescription et l'administration aux animaux d'exploitation et aux animaux d'aquaculture de substances à effet stimulateur de production, dont la liste est fixée par le Roi, sont interdites, sauf en vue d'un traitement thérapeutique.
(§ 5. La prescription et l'administration aux animaux d'exploitation et aux animaux d'aquaculture de substances qui entravent la détection des substances mentionnées aux §§ 1er, 2, 3 et 4, et dont la liste est fixée par le Roi, sont interdites.) <L 2004-07-09/30, art. 225, 009; En vigueur : 25-07-2004>
§ 2. La prescription et l'administration aux animaux d'exploitation et aux animaux d'aquaculture de substances à effet oestrogène, androgène ou gestagène, ainsi que de substances à effet bêta-adrénergique autres que celles prévues au § 1er, sont également interdites.
§ 3. La prescription et l'administration aux animaux d'exploitation et aux animaux d'aquaculture de substances à effet hormonal ou anti-hormonal autres que celles visées aux §§ 1er et 2 sont interdites, sauf en vue d'un traitement thérapeutique.
§ 4. La prescription et l'administration aux animaux d'exploitation et aux animaux d'aquaculture de substances à effet stimulateur de production, dont la liste est fixée par le Roi, sont interdites, sauf en vue d'un traitement thérapeutique.
(§ 5. La prescription et l'administration aux animaux d'exploitation et aux animaux d'aquaculture de substances qui entravent la détection des substances mentionnées aux §§ 1er, 2, 3 et 4, et dont la liste est fixée par le Roi, sont interdites.) <L 2004-07-09/30, art. 225, 009; En vigueur : 25-07-2004>
Modifications
Art.4. <KB 1992-02-17/32, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-06-1992>
§ 1. (Onverminderd de toepassing van de wetgeving op de uitoefening van de diergeneeskunde, zijn in afwijking van artikel 3, § 2, het voorschrijven en het toedienen aan landbouwdieren en aan aquicultuurdieren van stoffen met oestrogene, androgene of gestagene werking of van stoffen met beta-adrenergische werking toegestaan met het oog op een therapeutische of zoötechnische behandeling van een dier dat niet wordt vetgemest.) <W 1997-03-17/46, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997>
(In afwijking van de bepalingen van artikel 3, § 1, is het toedienen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik die 17 ss oestradiol of esterachtige derivaten daarvan bevatten voor het opwekken van bronst bij runderen, paarden, schapen of geiten nog toegestaan tot 14 oktober 2006.) <W 2004-07-09/30, art. 226, 009; Inwerkingtreding : 14-10-2004>
§ 1bis. [1 ...]1.
§ 1ter. [2 In afwijking van artikel 3, §§ 1 en 3, is het voorschrijven en het toedienen aan landbouwdieren van diergeneesmiddelen die hormonale of antihormonale stoffen bevatten, toegestaan, voor zover deze middelen :
-ofwel beschikken over een vergunning voor het in de handel brengen die toegekend werd op grond van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau, en gebruikt worden volgens de specificaties van de fabrikant;
- ofwel een gebruikstoelating voor klinische proeven verkregen in overeenstemming met artikel 16 van de Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad.]2
§ 2. De Koning kan de fysiologische maximumgrenzen vaststellen van de natuurlijke stoffen met hormonale of met anti-hormonale werking bedoeld in § 1 van dit artikel.
§ 3. (De Koning kan voor therapeutische en zoötechnische behandelingen fysiologische maximumgrenzen vaststellen voor de stoffen bedoeld in artikel 3, §§ 2, 3 en 4, en in § 1 van dit artikel.) <W 1994-07-11/48, art. 5, 2°, 004; Inwerkingtreding : 1994-10-14>
§ 4. De Koning kan de lijst vaststellen van stoffen, zoals bepaald in § 1 van dit artikel, die mogen voorgeschreven en toegediend worden.
§ 1. (Onverminderd de toepassing van de wetgeving op de uitoefening van de diergeneeskunde, zijn in afwijking van artikel 3, § 2, het voorschrijven en het toedienen aan landbouwdieren en aan aquicultuurdieren van stoffen met oestrogene, androgene of gestagene werking of van stoffen met beta-adrenergische werking toegestaan met het oog op een therapeutische of zoötechnische behandeling van een dier dat niet wordt vetgemest.) <W 1997-03-17/46, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997>
(In afwijking van de bepalingen van artikel 3, § 1, is het toedienen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik die 17 ss oestradiol of esterachtige derivaten daarvan bevatten voor het opwekken van bronst bij runderen, paarden, schapen of geiten nog toegestaan tot 14 oktober 2006.) <W 2004-07-09/30, art. 226, 009; Inwerkingtreding : 14-10-2004>
§ 1bis. [1 ...]1.
§ 1ter. [2 In afwijking van artikel 3, §§ 1 en 3, is het voorschrijven en het toedienen aan landbouwdieren van diergeneesmiddelen die hormonale of antihormonale stoffen bevatten, toegestaan, voor zover deze middelen :
-ofwel beschikken over een vergunning voor het in de handel brengen die toegekend werd op grond van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau, en gebruikt worden volgens de specificaties van de fabrikant;
- ofwel een gebruikstoelating voor klinische proeven verkregen in overeenstemming met artikel 16 van de Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad.]2
§ 2. De Koning kan de fysiologische maximumgrenzen vaststellen van de natuurlijke stoffen met hormonale of met anti-hormonale werking bedoeld in § 1 van dit artikel.
§ 3. (De Koning kan voor therapeutische en zoötechnische behandelingen fysiologische maximumgrenzen vaststellen voor de stoffen bedoeld in artikel 3, §§ 2, 3 en 4, en in § 1 van dit artikel.) <W 1994-07-11/48, art. 5, 2°, 004; Inwerkingtreding : 1994-10-14>
§ 4. De Koning kan de lijst vaststellen van stoffen, zoals bepaald in § 1 van dit artikel, die mogen voorgeschreven en toegediend worden.
Art.4. <AR 1992-02-17/32, art. 3, 002; En vigueur : 01-06-1992> § 1. (Sans préjudice de l'application de la législation sur l'exercice de l'art vétérinaire, par dérogation à l'article 3, § 2, la prescription et l'administration à des animaux d'exploitation et aux animaux d'aquaculture de substances à effet oestrogène, androgène ou gestagène ou de substances à effet bêta-adrénergique sont autorisées en vue d'un traitement thérapeutique ou zootechnique d'un animal qui n'est pas à l'engraissement.) <L 1997-03-17/46, art. 4, 005; En vigueur : 25-08-1997>
(En dérogation aux dispositions de l'article 3, § 1er, l'administration à des animaux d'exploitation de médicaments vétérinaires contenant de l'oestradiol 17 ss ou ses dérivés estérifiés en vue de l'induction de l'oestrus chez les bovins, les équins, les ovins et les caprins reste autorisée jusqu'au 14 octobre 2006.) <L 2004-07-09/30, art. 226, 009; En vigueur : 14-10-2004>
§ 1erbis. [1 ...]1.
§ 1ter. [2 Par dérogation à l'article 3, §§ 1er et 3, la prescription et l'administration de médicaments vétérinaires contenant des substances hormonales ou anti-hormonales à des animaux d'exploitation est autorisée, pour autant que ces médicaments :
-soit disposent d'une autorisation de mise sur le marché accordée sur la base du Règlement (CE) n° 726/2004 du Parlement européen et du Conseil du 31 mars 2004 établissant des procédures communautaires pour l'autorisation et la surveillance en ce qui concerne les médicaments à usage humain et à usage vétérinaire, et instituant une Agence européenne des médicaments, et sont utilisés suivant les spécifications du fabricant;
- soit qu'ils aient reçu une autorisation d'utilisation en vue d'essais cliniques conformément à l'article 16 du Règlement (CE) n° 470/2009 du Parlement européen et du Conseil du 6 mai 2009 établissant des procédures communautaires pour la fixation des limites de résidus des substances pharmacologiquement actives dans les aliments d'origine animale, abrogeant le Règlement (CEE) n° 2377/90 du Conseil et modifiant la Directive 2001/82/CE du Parlement européen et du Conseil et le Règlement (CE) n° 726/2004 du Parlement européen et du Conseil.]2
§ 2. Le Roi peut fixer les limites physiologiques maximales des substances à effet hormonal ou à effet antihormonal naturelles visées au § 1er du présent article.
§ 3. (Pour les traitements thérapeutiques et zootechniques, le Roi peut fixer des limites physiologiques maximales en ce qui concerne les substances visées à l'article 3, §§ 2, 3 et 4, et au § 1er du présent article.) <L 1994-07-11/48, art. 5, 2°, 004; En vigueur : 1994-10-14>
§ 4. Le Roi peut fixer la liste des substances visées au § 1er du présent article qui peuvent être prescrites et administrées.
(En dérogation aux dispositions de l'article 3, § 1er, l'administration à des animaux d'exploitation de médicaments vétérinaires contenant de l'oestradiol 17 ss ou ses dérivés estérifiés en vue de l'induction de l'oestrus chez les bovins, les équins, les ovins et les caprins reste autorisée jusqu'au 14 octobre 2006.) <L 2004-07-09/30, art. 226, 009; En vigueur : 14-10-2004>
§ 1erbis. [1 ...]1.
§ 1ter. [2 Par dérogation à l'article 3, §§ 1er et 3, la prescription et l'administration de médicaments vétérinaires contenant des substances hormonales ou anti-hormonales à des animaux d'exploitation est autorisée, pour autant que ces médicaments :
-soit disposent d'une autorisation de mise sur le marché accordée sur la base du Règlement (CE) n° 726/2004 du Parlement européen et du Conseil du 31 mars 2004 établissant des procédures communautaires pour l'autorisation et la surveillance en ce qui concerne les médicaments à usage humain et à usage vétérinaire, et instituant une Agence européenne des médicaments, et sont utilisés suivant les spécifications du fabricant;
- soit qu'ils aient reçu une autorisation d'utilisation en vue d'essais cliniques conformément à l'article 16 du Règlement (CE) n° 470/2009 du Parlement européen et du Conseil du 6 mai 2009 établissant des procédures communautaires pour la fixation des limites de résidus des substances pharmacologiquement actives dans les aliments d'origine animale, abrogeant le Règlement (CEE) n° 2377/90 du Conseil et modifiant la Directive 2001/82/CE du Parlement européen et du Conseil et le Règlement (CE) n° 726/2004 du Parlement européen et du Conseil.]2
§ 2. Le Roi peut fixer les limites physiologiques maximales des substances à effet hormonal ou à effet antihormonal naturelles visées au § 1er du présent article.
§ 3. (Pour les traitements thérapeutiques et zootechniques, le Roi peut fixer des limites physiologiques maximales en ce qui concerne les substances visées à l'article 3, §§ 2, 3 et 4, et au § 1er du présent article.) <L 1994-07-11/48, art. 5, 2°, 004; En vigueur : 1994-10-14>
§ 4. Le Roi peut fixer la liste des substances visées au § 1er du présent article qui peuvent être prescrites et administrées.
Art. 4bis. <INGEVOEGD bij W 1994-07-11/48, art. 6, Inwerkingtreding : 1994-10-14>
De Koning kan de modaliteiten vaststellen met betrekking tot de registratie van de (behandelingen) van dieren met stoffen bedoeld in artikel 3, §§ 2, 3 en 4, en in artikel 4, § 1, alsook de voorwaarden en de modaliteiten voor het voorschrijven en toedienen van deze stoffen. (Err. 11-07-1994; B.St. 13-10-1995, p. 29117)
De Koning kan de modaliteiten vaststellen met betrekking tot de registratie van de (behandelingen) van dieren met stoffen bedoeld in artikel 3, §§ 2, 3 en 4, en in artikel 4, § 1, alsook de voorwaarden en de modaliteiten voor het voorschrijven en toedienen van deze stoffen. (Err. 11-07-1994; B.St. 13-10-1995, p. 29117)
Art. 4bis. Le Roi peut fixer les modalités d'enregistrement des traitements d'animaux par des substances visées à l'article 3, §§ 2, 3 et 4, et à l'article 4, § 1er, ainsi que les conditions et les modalités pour la prescription et l'administration de ces substances.
Art.5. <KB 1992-02-17/32, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-06-1992> § 1. (Onverminderd het bepaalde in artikel 9, is het verboden landbouwdieren te verhandelen waaraan stoffen bedoeld in de artikelen 3 en 4 werden toegediend met overtreding van de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan.) <W 1994-07-11/48, art. 7, 1°, 004; Inwerkingtreding : 1994-10-14>
§ 2. (Wanneer evenwel dieren werden behandeld met stoffen bedoeld in artikel 3, §§ 2, 3 en 4, en in artikel 4, overeenkomstig de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan, is het verboden deze dieren ter slachting aan te bieden tot wanneer het residugehalte de voor de betrokken stoffen toegelaten grenzen of fysiologische normen niet langer overschrijdt.) <W 1994-07-11/48, art. 7, 2°, 004; Inwerkingtreding : 1994-10-14>
Deze periode mag geenszins korter zijn dan de voor de betrokken bereiding voorgeschreven wachttijd.
Deze dieren mogen voor het einde van de verbodstijd voor slachting worden aangeboden indien (het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen) voor de geplande slachtdatum daarvan in kennis is gesteld en de slachtplaats werd aangegeven. Deze dieren moeten vergezeld zijn van een door (het voormelde Agentschap) opgemaakt getuigschrift waarop met name de identificatie van het dier, het bedrijf van herkomst en de aard van de toegediende stoffen vermeld zijn. Elk geslacht dier wordt officieel (op kosten van de betrokkene) onderworpen aan een analyse op de betrokken residu's en wordt bewaard tot de uitslag van de analyse bekend is. <W 1997-03-17/46, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997> <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
§ 2. (Wanneer evenwel dieren werden behandeld met stoffen bedoeld in artikel 3, §§ 2, 3 en 4, en in artikel 4, overeenkomstig de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan, is het verboden deze dieren ter slachting aan te bieden tot wanneer het residugehalte de voor de betrokken stoffen toegelaten grenzen of fysiologische normen niet langer overschrijdt.) <W 1994-07-11/48, art. 7, 2°, 004; Inwerkingtreding : 1994-10-14>
Deze periode mag geenszins korter zijn dan de voor de betrokken bereiding voorgeschreven wachttijd.
Deze dieren mogen voor het einde van de verbodstijd voor slachting worden aangeboden indien (het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen) voor de geplande slachtdatum daarvan in kennis is gesteld en de slachtplaats werd aangegeven. Deze dieren moeten vergezeld zijn van een door (het voormelde Agentschap) opgemaakt getuigschrift waarop met name de identificatie van het dier, het bedrijf van herkomst en de aard van de toegediende stoffen vermeld zijn. Elk geslacht dier wordt officieel (op kosten van de betrokkene) onderworpen aan een analyse op de betrokken residu's en wordt bewaard tot de uitslag van de analyse bekend is. <W 1997-03-17/46, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997> <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art.5. <AR 1992-02-17/32, art. 4, 002; En vigueur : 01-06-1992> § 1. (Sans préjudice des dispositions de l'article 9, il est interdit de commercialiser des animaux d'exploitation auxquels des substances visées aux articles 3 et 4 ont été administrées en infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution.) <L 1994-07-11/48, art. 7, 1°, 004; En vigueur : 1994-10-14>
§ 2. (Toutefois, lorsque des animaux ont été traités par des substances visées à l'article 3, §§ 2, 3 et 4, et à l'article 4, conformément aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, la présentation à l'abattage de ces animaux est interdite jusqu'à ce que le niveau des résidus ne dépasse plus les limites ou les normes physiologiques admises pour les substances en cause.) <L 1994-07-11/48, art. 7, 2°, 004; En vigueur : 1994-10-14>
Cette période ne peut en aucun cas être inférieure au délai d'attente prescrit pour la substance ou la préparation en cause.
Ces animaux peuvent être présentés à l'abattage avant la fin de la période d'interdiction si (l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire) en a été informé avant la date d'abattage envisagée et que le lieu d'abattage lui a été indiqué. Ces animaux doivent être accompagnés d'un certificat établi par (l'Agence précitée), reprenant notamment l'identification de l'animal, son exploitation de provenance et la nature des substances administrées. La carcasse de chaque animal est soumise officiellement (et aux frais de l'intéressé) à une analyse des résidus en cause et conservée jusqu'à ce que le résultat de l'analyse soit connu. <L 1997-03-17/46, art. 5, 005; En vigueur : 25-08-1997> <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003>
§ 2. (Toutefois, lorsque des animaux ont été traités par des substances visées à l'article 3, §§ 2, 3 et 4, et à l'article 4, conformément aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, la présentation à l'abattage de ces animaux est interdite jusqu'à ce que le niveau des résidus ne dépasse plus les limites ou les normes physiologiques admises pour les substances en cause.) <L 1994-07-11/48, art. 7, 2°, 004; En vigueur : 1994-10-14>
Cette période ne peut en aucun cas être inférieure au délai d'attente prescrit pour la substance ou la préparation en cause.
Ces animaux peuvent être présentés à l'abattage avant la fin de la période d'interdiction si (l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire) en a été informé avant la date d'abattage envisagée et que le lieu d'abattage lui a été indiqué. Ces animaux doivent être accompagnés d'un certificat établi par (l'Agence précitée), reprenant notamment l'identification de l'animal, son exploitation de provenance et la nature des substances administrées. La carcasse de chaque animal est soumise officiellement (et aux frais de l'intéressé) à une analyse des résidus en cause et conservée jusqu'à ce que le résultat de l'analyse soit connu. <L 1997-03-17/46, art. 5, 005; En vigueur : 25-08-1997> <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Art.6. Onverminderd de ambtsbevoegdheid van de officieren van de gerechtelijke politie worden de overtredingen van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten opgespoord en vastgesteld (door de statutaire of contractuele ambtenaren van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen die hiertoe door de Minister zijn aangewezen of door andere door Ons aangewezen ambtenaren). <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Hun processen-verbaal hebben bewijskracht tot het tegenbewijs is geleverd; een afschrift ervan wordt binnen de (dertig) werkdagen na de vaststelling aan de overtreders gezonden. <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
(De in het eerste lid bedoelde personen mogen monsters nemen al dan niet in aanwezigheid van de eigenaar of de houder van de dieren en deze door een daartoe krachtens artikel 7 erkend laboratorium laten ontleden.) <W 1994-07-11/48, art. 8, 2°, 004; Inwerkingtreding : 1994-10-14>
In de uitoefening van hun ambt mogen zij te allen tijde iedere plaats betreden waar dieren zich kunnen bevinden, behoudens de plaatsen die tot woning dienen.
Zij kunnen zich alle inlichtingen doen verstrekken en bescheiden doen voorleggen die voor het uitoefenen van hun controletaak nodig zijn en alle nuttige vaststellingen doen.
Hun processen-verbaal hebben bewijskracht tot het tegenbewijs is geleverd; een afschrift ervan wordt binnen de (dertig) werkdagen na de vaststelling aan de overtreders gezonden. <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
(De in het eerste lid bedoelde personen mogen monsters nemen al dan niet in aanwezigheid van de eigenaar of de houder van de dieren en deze door een daartoe krachtens artikel 7 erkend laboratorium laten ontleden.) <W 1994-07-11/48, art. 8, 2°, 004; Inwerkingtreding : 1994-10-14>
In de uitoefening van hun ambt mogen zij te allen tijde iedere plaats betreden waar dieren zich kunnen bevinden, behoudens de plaatsen die tot woning dienen.
Zij kunnen zich alle inlichtingen doen verstrekken en bescheiden doen voorleggen die voor het uitoefenen van hun controletaak nodig zijn en alle nuttige vaststellingen doen.
Art.6. Sans préjudice des attributions des officiers de police judiciaire, les infractions aux dispositions de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution sont recherchées et constatées (par les agents statutaires ou contractuels de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire désignés à cette fin par le Ministre ou par d'autres agents désignés par Nous). <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Leurs procès-verbaux font foi jusqu'à preuve du contraire; une copie en est transmise aux contrevenants dans les (trente) jours ouvrables de la constatation. <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003>
(Les personnes visées à l'alinéa 1er sont autorisées à prélever des échantillons en présence ou non du propriétaire ou du détenteur des animaux et à les faire analyser dans un laboratoire agréé à cet effet en vertu de l'article 7.) <L 1994-07-11/48, art. 8, 2°, 004; En vigueur : 1994-10-14>
Ils ont, dans l'exercice de leur fonction, accès à toute heure à tout endroit où des animaux peuvent se trouver, à l'exception des pièces d'habitation.
Ils peuvent se faire communiquer tous les renseignements et se faire produire tous documents nécessaires à l'exercice de leur mission de contrôle et procéder à toutes constatations utiles.
Leurs procès-verbaux font foi jusqu'à preuve du contraire; une copie en est transmise aux contrevenants dans les (trente) jours ouvrables de la constatation. <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003>
(Les personnes visées à l'alinéa 1er sont autorisées à prélever des échantillons en présence ou non du propriétaire ou du détenteur des animaux et à les faire analyser dans un laboratoire agréé à cet effet en vertu de l'article 7.) <L 1994-07-11/48, art. 8, 2°, 004; En vigueur : 1994-10-14>
Ils ont, dans l'exercice de leur fonction, accès à toute heure à tout endroit où des animaux peuvent se trouver, à l'exception des pièces d'habitation.
Ils peuvent se faire communiquer tous les renseignements et se faire produire tous documents nécessaires à l'exercice de leur mission de contrôle et procéder à toutes constatations utiles.
Art.7. (§ 1.) De Koning kan (de wijze, het tarief en de voorwaarden van monsterneming), de analysemethoden, het tarief van de analyses, (de methode voor en de kosten van het afmaken van de dieren, met inbegrip van de controle- en transportkosten, bedoeld in artikel 9bis, § 1,) en de voorwaarden inzake erkenning en werking van de analyselaboratoria vaststellen. <W 1994-07-11/48, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 1994-10-14> <W 1997-03-17/46, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997>
(§ 2. (De verantwoordelijke van het laboratorium of ieder ander persoon die analyses uitvoert buiten het kader van deze wet moet alle resultaten van deze analyses uiterlijk de tweede dag volgend op die van het bekomen van het onderzoeksresultaat) aan de Diergeneeskundige Diensten van het Ministerie van Middenstand en Landbouw (, alsmede aan het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen) meedelen wat betreft de aanwezigheid van de in artikelen 3 en 4 bedoelde stoffen gevonden bij dieren of dierlijke producten evenals de aanwezigheid van dezelfde stoffen in preparaten of producten bestemd voor de dierenvoeding.) <W 1997-03-17/46, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997> <W 2001-08-10/88, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 09-11-2001>
(Het in vorig lid bedoeld laboratorium wijst één of meer personen aan die verantwoordelijk zijn voor de voornoemde mededeling.) <W 2001-08-10/88, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 09-11-2001>
(§ 2. (De verantwoordelijke van het laboratorium of ieder ander persoon die analyses uitvoert buiten het kader van deze wet moet alle resultaten van deze analyses uiterlijk de tweede dag volgend op die van het bekomen van het onderzoeksresultaat) aan de Diergeneeskundige Diensten van het Ministerie van Middenstand en Landbouw (, alsmede aan het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen) meedelen wat betreft de aanwezigheid van de in artikelen 3 en 4 bedoelde stoffen gevonden bij dieren of dierlijke producten evenals de aanwezigheid van dezelfde stoffen in preparaten of producten bestemd voor de dierenvoeding.) <W 1997-03-17/46, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997> <W 2001-08-10/88, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 09-11-2001>
(Het in vorig lid bedoeld laboratorium wijst één of meer personen aan die verantwoordelijk zijn voor de voornoemde mededeling.) <W 2001-08-10/88, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 09-11-2001>
Art.7. (§ 1.) Le Roi peut fixer le (mode, le tarif et les conditions de prélèvement) d'échantillons, les méthodes d'analyse, le tarif des analyses, (la procédure et les frais de mise à mort des animaux, y compris les coûts de transport et de contrôle, visés à l'article 9bis, § 1er) et les conditions d'agrément et de fonctionnement des laboratoires d'analyse. <L 1994-07-11/48, art. 9, 004; En vigueur : 1994-10-14> <L 1997-03-17/46, art. 7, 005; En vigueur : 25-08-1997>
(§ 2. (Le responsable du laboratoire ou toute autre personne qui procède à des analyses en dehors du cadre de la présente loi doit déclarer, au plus tard le deuxième jour qui suit celui de l'obtention des résultats d'analyses, tous les résultats de ces analyses) en ce qui concerne la présence de substances visées aux articles 3 et 4 trouvées sur des animaux ou des produits animaux ainsi que la présence de ces mêmes substances trouvées dans des préparations ou des produits destinés à l'alimentation des animaux, aux Services vétérinaires du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture (, ainsi qu'à l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire).) <L 1997-03-17/46, art. 7, 005; En vigueur : 25-08-1997> <L 2001-08-10/88, art. 2, 008; En vigueur : 09-11-2001>
(Le laboratoire visé à l'alinéa précédent désigne une ou plusieurs personnes qui sont responsables de la déclaration précitée.) <L 2001-08-10/88, art. 2, 008; En vigueur : 09-11-2001>
(§ 2. (Le responsable du laboratoire ou toute autre personne qui procède à des analyses en dehors du cadre de la présente loi doit déclarer, au plus tard le deuxième jour qui suit celui de l'obtention des résultats d'analyses, tous les résultats de ces analyses) en ce qui concerne la présence de substances visées aux articles 3 et 4 trouvées sur des animaux ou des produits animaux ainsi que la présence de ces mêmes substances trouvées dans des préparations ou des produits destinés à l'alimentation des animaux, aux Services vétérinaires du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture (, ainsi qu'à l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire).) <L 1997-03-17/46, art. 7, 005; En vigueur : 25-08-1997> <L 2001-08-10/88, art. 2, 008; En vigueur : 09-11-2001>
(Le laboratoire visé à l'alinéa précédent désigne une ou plusieurs personnes qui sont responsables de la déclaration précitée.) <L 2001-08-10/88, art. 2, 008; En vigueur : 09-11-2001>
Art.8. <W 1997-03-17/46, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997> Wanneer [de in artikel 6 bedoelde personen] over aanwijzingen beschikken dat stoffen bedoeld in de artikelen 3 en 4 werden toegediend in overtreding met de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan, nemen zij bij administratieve maatregel alle dieren die vetgemest worden op het bedrijf, voorlopig in beslag met het oog op het nemen van monsters. Deze voorlopige inbeslagneming neemt van rechtswege een einde bij het verstrijken van de eenentwintigste dag na de dag van de monsterneming. Deze termijn wordt in voorkomend geval verlengd tot op het ogenblik dat de uitslag van het tegenonderzoek bekend is. <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Indien de uitslag van het onderzoek van alle genomen monsters of, in voorkomend geval, van het tegenonderzoek, negatief is, wordt de voorlopige inbeslagneming opgeheven.
[1 Indien tenminste één uitslag van het onderzoek van de genomen monsters of, in voorkomend geval, van het tegenonderzoek, positief is, worden alle voorlopig in beslag genomen dieren onder permanente controle geplaatst door de in artikel 6 bedoelde personen op het bedrijf van de betrokkene en op diens kosten. Er moeten bijkomende monsters worden genomen door de in artikel 6 bedoelde personen met het oog op de opsporing van niet toegelaten stoffen bedoeld in de artikelen 3 en 4 van deze wet.]1
Indien de uitslag van het onderzoek of, in voorkomend geval, van het tegenonderzoek van de monsters bedoeld in het vorig lid, negatief is, wordt de permanente controle opgeheven door [de persoon bedoeld in artikel 6] die de maatregelen genomen heeft, voor zover de eigenaar bewijst dat alle kosten, bedoeld in dit artikel, betaald zijn. <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Indien de uitslag van het onderzoek of, in voorkomend geval, van het tegenonderzoek, positief is, wordt de voorlopige inbeslagneming of permanente controle omgezet in een definitieve inbeslagneming, door (de persoon bedoeld in artikel 6), die deze maatregelen genomen heeft, overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 [1 ...]1. <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
De kosten voor het nemen en het onderzoek van alle monsters die in toepassing van artikel 6 en van dit artikel werden genomen, moeten worden betaald binnen zestig dagen na overhandiging van de factuur aan de eigenaar of houder van de dieren wanneer uit het onderzoek en in voorkomend geval het tegenonderzoek blijkt dat
- ofwel minstens één dier, bemonsterd op het bedrijf, behandeld is in overtreding met de bepalingen van deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
- ofwel dat stoffen bedoeld in artikel 3, §§ 1 en 2, aanwezig zijn op het bedrijf in overtreding met de bepalingen van deze wet, of met de bepalingen van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van gifstoffen, slaapmiddelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica, of van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, of van de wet van 21 juni 1983 betreffende gemedicineerde diervoeders, of hun uitvoeringsbesluiten.
Indien de uitslag van het onderzoek van alle genomen monsters of, in voorkomend geval, van het tegenonderzoek, negatief is, wordt de voorlopige inbeslagneming opgeheven.
[1 Indien tenminste één uitslag van het onderzoek van de genomen monsters of, in voorkomend geval, van het tegenonderzoek, positief is, worden alle voorlopig in beslag genomen dieren onder permanente controle geplaatst door de in artikel 6 bedoelde personen op het bedrijf van de betrokkene en op diens kosten. Er moeten bijkomende monsters worden genomen door de in artikel 6 bedoelde personen met het oog op de opsporing van niet toegelaten stoffen bedoeld in de artikelen 3 en 4 van deze wet.]1
Indien de uitslag van het onderzoek of, in voorkomend geval, van het tegenonderzoek van de monsters bedoeld in het vorig lid, negatief is, wordt de permanente controle opgeheven door [de persoon bedoeld in artikel 6] die de maatregelen genomen heeft, voor zover de eigenaar bewijst dat alle kosten, bedoeld in dit artikel, betaald zijn. <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Indien de uitslag van het onderzoek of, in voorkomend geval, van het tegenonderzoek, positief is, wordt de voorlopige inbeslagneming of permanente controle omgezet in een definitieve inbeslagneming, door (de persoon bedoeld in artikel 6), die deze maatregelen genomen heeft, overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 [1 ...]1. <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
De kosten voor het nemen en het onderzoek van alle monsters die in toepassing van artikel 6 en van dit artikel werden genomen, moeten worden betaald binnen zestig dagen na overhandiging van de factuur aan de eigenaar of houder van de dieren wanneer uit het onderzoek en in voorkomend geval het tegenonderzoek blijkt dat
- ofwel minstens één dier, bemonsterd op het bedrijf, behandeld is in overtreding met de bepalingen van deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
- ofwel dat stoffen bedoeld in artikel 3, §§ 1 en 2, aanwezig zijn op het bedrijf in overtreding met de bepalingen van deze wet, of met de bepalingen van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van gifstoffen, slaapmiddelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica, of van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, of van de wet van 21 juni 1983 betreffende gemedicineerde diervoeders, of hun uitvoeringsbesluiten.
Modifications
Art.8. <L 1997-03-17/46, art. 8, 005; En vigueur : 25-08-1997> Lorsque [les personnes visées à l'article 6] disposent d'indices relatifs à l'administration de substances visées aux articles 3 et 4 en infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, ils saisissent provisoirement par mesure administrative, tous les animaux en cours d'engraissement dans l'exploitation en vue de prendre des échantillons. Cette saisie provisoire prend fin de plein droit au terme du vingt et unième jour qui suit le jour de la prise d'échantillons. Ce délai est prolongé, le cas échéant, jusqu'au moment où le résultat de la contre-analyse est connu. <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Si le résultat de l'analyse de tous les échantillons prélevés ou, le cas échéant, de la contre-analyse est négatif. la saisie provisoire est levée.
[1 Si au moins un résultat de l'analyse des échantillons prélevés ou, le cas échéant, de la contre-analyse, est positif, tous les animaux faisant l'objet de la saisie provisoire sont placés sous contrôle permanent par les personnes visées à l'article 6 à l'exploitation de l'intéressé et aux frais de celui-ci. Des échantillons complémentaires devront être pris par les personnes visées à l'article 6 en vue de la recherche de substances non autorisées visées par les articles 3 et 4 de la présente loi.]1
Si le résultat de l'analyse ou, le cas échéant, de la contre-analyse des prélèvements visés à l'alinéa précédent est négatif, le contrôle permanent est levé par [la personne visée à l'article 6] qui a pris les mesures, pour autant que l'intéressé apporte la preuve que les frais visés au présent article ont été payés. <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Si le résultat de l'analyse ou, le cas échéant, de la contre-analyse est positif, la saisie provisoire ou le contrôle permanent est converti par [la personne visée à l'article 6] qui a pris ces mesures, en saisie définitive, conformément aux dispositions de l'article 9 [1 ...]1. <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Les frais du prélèvement et de l'analyse de tous les échantillons pris en application de l'article 6 et du présent article doivent être payés dans les soixante jours après la remise de la facture au propriétaire ou au détenteur des animaux lorsqu'il est établi sur base de l'analyse et, le cas échéant, de la contre-analyse :
- soit qu'au moins un animal échantillonné dans l'exploitation a été traité en infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution;
- soit que des substances visées à l'article 3, §§ 1er et 2, sont présentes dans l'exploitation en infraction aux dispositions de la présente loi, ou de la loi du 24 février 1921 concernant le trafic des substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, désinfectantes ou antiseptiques, ou de la loi du 11 juillet 1969 relative aux pesticides et matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage, ou de la loi du 21 juin 1983 relative aux aliments médicamenteux pour animaux, ou de leurs arrêtés d'exécution.
Si le résultat de l'analyse de tous les échantillons prélevés ou, le cas échéant, de la contre-analyse est négatif. la saisie provisoire est levée.
[1 Si au moins un résultat de l'analyse des échantillons prélevés ou, le cas échéant, de la contre-analyse, est positif, tous les animaux faisant l'objet de la saisie provisoire sont placés sous contrôle permanent par les personnes visées à l'article 6 à l'exploitation de l'intéressé et aux frais de celui-ci. Des échantillons complémentaires devront être pris par les personnes visées à l'article 6 en vue de la recherche de substances non autorisées visées par les articles 3 et 4 de la présente loi.]1
Si le résultat de l'analyse ou, le cas échéant, de la contre-analyse des prélèvements visés à l'alinéa précédent est négatif, le contrôle permanent est levé par [la personne visée à l'article 6] qui a pris les mesures, pour autant que l'intéressé apporte la preuve que les frais visés au présent article ont été payés. <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Si le résultat de l'analyse ou, le cas échéant, de la contre-analyse est positif, la saisie provisoire ou le contrôle permanent est converti par [la personne visée à l'article 6] qui a pris ces mesures, en saisie définitive, conformément aux dispositions de l'article 9 [1 ...]1. <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Les frais du prélèvement et de l'analyse de tous les échantillons pris en application de l'article 6 et du présent article doivent être payés dans les soixante jours après la remise de la facture au propriétaire ou au détenteur des animaux lorsqu'il est établi sur base de l'analyse et, le cas échéant, de la contre-analyse :
- soit qu'au moins un animal échantillonné dans l'exploitation a été traité en infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution;
- soit que des substances visées à l'article 3, §§ 1er et 2, sont présentes dans l'exploitation en infraction aux dispositions de la présente loi, ou de la loi du 24 février 1921 concernant le trafic des substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, désinfectantes ou antiseptiques, ou de la loi du 11 juillet 1969 relative aux pesticides et matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage, ou de la loi du 21 juin 1983 relative aux aliments médicamenteux pour animaux, ou de leurs arrêtés d'exécution.
Modifications
Art.9. <W 1994-07-11/48, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 1994-10-14> Wanneer, ingevolge bekentenis, betrapping op heterdaad of uit het onderzoek van monsters, in voorkomend geval bevestigd door het tegenonderzoek, vaststaat dat stoffen bedoeld in de artikelen 3 en 4 werden toegediend met overtreding van de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan, nemen (de in artikel 6 bedoelde personen) de dieren behandeld met overtreding van die zelfde bepalingen definitief in beslag en plaatsen ze onder permanente controle op het bedrijf van de betrokkene en op zijn kosten tot op het ogenblik dat uit de ontleding van de monsters, op zijn verzoek genomen door de personen bedoeld in artikel 6, blijkt dat geen enkel residu van stoffen bedoeld in de artikelen 3 en 4 meer aanwezig is. <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Zodra blijkt dat geen enkel residu meer aanwezig is, (worden) het definitieve beslag en de permanente controle opgeheven door (de persoon bedoeld in artikel 6) die de maatregelen genomen heeft, op voorwaarde dat de betrokkene het bewijs levert dat de kosten bedoeld in (de artikelen 8 en 9bis) en in dit artikel betaald zijn. (Err. 11-07-1994; B.St. 13-10-1995, p. 29117) <W 1997-03-17/46, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997> <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Zodra blijkt dat geen enkel residu meer aanwezig is, (worden) het definitieve beslag en de permanente controle opgeheven door (de persoon bedoeld in artikel 6) die de maatregelen genomen heeft, op voorwaarde dat de betrokkene het bewijs levert dat de kosten bedoeld in (de artikelen 8 en 9bis) en in dit artikel betaald zijn. (Err. 11-07-1994; B.St. 13-10-1995, p. 29117) <W 1997-03-17/46, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997> <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art.9. <L 1994-07-11/48, art. 11, 004; En vigueur : 1994-10-14> Lorsqu'il est établi, suite à l'aveu, la prise en flagrant délit ou l'analyse d'échantillons, confirmée, le cas échéant, par la contre-analyse, que des substances visées aux articles 3 et 4 ont été administrées en infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, (les personnes visées à l'article 6) saisissent définitivement les animaux traités en infraction à ces mêmes dispositions et les placent sous contrôle permanent dans l'exploitation de l'intéressé et aux frais de celui-ci, jusqu'au moment où l'analyse des échantillons, pris à sa demande par les personnes visées à l'article 6, fait apparaître qu'aucun résidu de substances visées aux articles 3 et 4 n'est plus présent. <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Dès le moment où il apparaît qu'aucun résidu n'est plus présent, la saisie définitive et le contrôle permanent sont levés par (la personne visée à l'article 6) qui a pris les mesures, à condition que l'intéressé apporte la preuve que les frais visés (aux articles 8 et 9bis) et au présent article ont été payés. <L 1997-03-17/46, art. 9, 005; En vigueur : 25-08-1997> <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Dès le moment où il apparaît qu'aucun résidu n'est plus présent, la saisie définitive et le contrôle permanent sont levés par (la personne visée à l'article 6) qui a pris les mesures, à condition que l'intéressé apporte la preuve que les frais visés (aux articles 8 et 9bis) et au présent article ont été payés. <L 1997-03-17/46, art. 9, 005; En vigueur : 25-08-1997> <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Art. 9bis. <INGEVOEGD bij W 1994-07-11/48, art. 12, Inwerkingtreding : 1994-10-14>
§ 1. Wanneer evenwel het onderzoek van de monsters, in voorkomend geval bevestigd door het tegenonderzoek, bewijst dat in artikel 3, §§ 1 en 2, bedoelde stoffen toegediend werden aan dieren, met overtreding van de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan, bevelen (de in artikel 6 bedoelde personen) (het onmiddellijk afmaken van deze dieren op kosten van de betrokkene) met het oog op hun vernietiging. <W 1997-03-17/46, art. 10, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997> <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
§ 2. Wanneer het onderzoek van de monsters, in voorkomend geval bevestigd door het tegenonderzoek, bewijst dat stoffen bedoeld in de artikelen 3 en 4 werden toegediend met overtreding van de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan, worden de invoer, de uitvoer, het vervoer, de aankoop, de verkoop, het ter slachting aanbieden, het afstaan om niet of onder bezwarende titel van alle dieren die op het bedrijf vetgemest worden gedurende een periode (van drie maanden verboden, te rekenen vanaf de dag van de kennisgeving van de uitslag van het onderzoek bedoeld in artikel 6 of van het eerste onderzoek, bedoeld in artikel 8, eerste lid). <W 1997-03-17/46, art. 10, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997>
(§ 3. De vergoedingen bedoeld bij artikel 8 van de wet van 24 maart 1987 betreffende de dierengezondheid mogen niet verleend worden voor de definitief in beslag genomen dieren of voor de dieren waarop een permanente controle wordt uitgevoerd krachtens artikelen 8 en 9, evenals voor de dieren die onder de toepassing vallen van de bepalingen van dit artikel.) <W 1997-03-17/46, art. 10, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997>
(§ 4. Onafhankelijk van de resultaten van de analyse, wordt de bekentenis door de eigenaar van de betrokken dieren, van de toediening aanzien als een bevestigd positief resultaat en zijn de maatregelen voorzien in §§1 tot 3 ambtshalve van toepassing.) <W 2004-07-09/30, art. 227, 009; Inwerkingtreding : 25-07-2004>
§ 1. Wanneer evenwel het onderzoek van de monsters, in voorkomend geval bevestigd door het tegenonderzoek, bewijst dat in artikel 3, §§ 1 en 2, bedoelde stoffen toegediend werden aan dieren, met overtreding van de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan, bevelen (de in artikel 6 bedoelde personen) (het onmiddellijk afmaken van deze dieren op kosten van de betrokkene) met het oog op hun vernietiging. <W 1997-03-17/46, art. 10, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997> <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
§ 2. Wanneer het onderzoek van de monsters, in voorkomend geval bevestigd door het tegenonderzoek, bewijst dat stoffen bedoeld in de artikelen 3 en 4 werden toegediend met overtreding van de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan, worden de invoer, de uitvoer, het vervoer, de aankoop, de verkoop, het ter slachting aanbieden, het afstaan om niet of onder bezwarende titel van alle dieren die op het bedrijf vetgemest worden gedurende een periode (van drie maanden verboden, te rekenen vanaf de dag van de kennisgeving van de uitslag van het onderzoek bedoeld in artikel 6 of van het eerste onderzoek, bedoeld in artikel 8, eerste lid). <W 1997-03-17/46, art. 10, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997>
(§ 3. De vergoedingen bedoeld bij artikel 8 van de wet van 24 maart 1987 betreffende de dierengezondheid mogen niet verleend worden voor de definitief in beslag genomen dieren of voor de dieren waarop een permanente controle wordt uitgevoerd krachtens artikelen 8 en 9, evenals voor de dieren die onder de toepassing vallen van de bepalingen van dit artikel.) <W 1997-03-17/46, art. 10, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997>
(§ 4. Onafhankelijk van de resultaten van de analyse, wordt de bekentenis door de eigenaar van de betrokken dieren, van de toediening aanzien als een bevestigd positief resultaat en zijn de maatregelen voorzien in §§1 tot 3 ambtshalve van toepassing.) <W 2004-07-09/30, art. 227, 009; Inwerkingtreding : 25-07-2004>
Art. 9bis. § 1. Toutefois, lorsque l'analyse d'échantillons, confirmées, le cas échéant, par la contre-analyse, révèle que des substances visées à l'article 3, §§ 1er et 2, ont été administrées aux animaux, en infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, (les personnes visées à l'article 6) ordonnent la mise à mort immédiate (aux frais de l'intéressé) de ces animaux en vue de leur destruction. <L 1997-03-17/46, art. 10, 005; En vigueur : 25-08-1997> <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003>
§ 2. Lorsque l'analyse des échantillons, confirmée, le cas échéant, par la contre-analyse, révèle que des substances visées aux articles 3 et 4 ont été administrées en infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, l'importation, l'exportation, le transport, l'achat, la vente, la présentation à l'abattage, la cession à titre gratuit ou onéreux de tous les animaux de l'exploitation qui sont à l'engraissement sont interdits pendant une période (de trois mois, à partir du jour de la notification du résultat de l'analyse visée à l'article 6 ou de la première analyse visée à l'article 8, alinéa 1er). <L 1997-03-17/46, art. 10, 005; En vigueur : 25-08-1997>
(§ 3. Les indemnités visées à l'article 8 de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux ne peuvent être octroyées pour les animaux soumis à la saisie définitive ou au contrôle permanent visés aux articles 8 et 9 ainsi que pour les animaux tombant sous l'application des dispositions du présent article.) <L 1997-03-17/46, art. 10, 005; En vigueur : 25-08-1997>
(§ 4. Indépendamment des résultats d'analyse, l'aveu par le propriétaire des animaux concernés, de l'administration est considéré comme un résultat positif confirmé et entraîne d'office l'application des mesures prévues aux §§ 1er à 3.) <L 2004-07-09/30, art. 227, 009; En vigueur : 25-07-2004>
§ 2. Lorsque l'analyse des échantillons, confirmée, le cas échéant, par la contre-analyse, révèle que des substances visées aux articles 3 et 4 ont été administrées en infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, l'importation, l'exportation, le transport, l'achat, la vente, la présentation à l'abattage, la cession à titre gratuit ou onéreux de tous les animaux de l'exploitation qui sont à l'engraissement sont interdits pendant une période (de trois mois, à partir du jour de la notification du résultat de l'analyse visée à l'article 6 ou de la première analyse visée à l'article 8, alinéa 1er). <L 1997-03-17/46, art. 10, 005; En vigueur : 25-08-1997>
(§ 3. Les indemnités visées à l'article 8 de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux ne peuvent être octroyées pour les animaux soumis à la saisie définitive ou au contrôle permanent visés aux articles 8 et 9 ainsi que pour les animaux tombant sous l'application des dispositions du présent article.) <L 1997-03-17/46, art. 10, 005; En vigueur : 25-08-1997>
(§ 4. Indépendamment des résultats d'analyse, l'aveu par le propriétaire des animaux concernés, de l'administration est considéré comme un résultat positif confirmé et entraîne d'office l'application des mesures prévues aux §§ 1er à 3.) <L 2004-07-09/30, art. 227, 009; En vigueur : 25-07-2004>
Art. 9ter. <W 1997-03-17/46, art. 11, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997> De aanvragen voor een tegenonderzoek, bedoeld in de artikelen 8, 9 en 9bis, moeten ingediend worden binnen de vijf werkdagen, te rekenen vanaf de dag van de kennisgeving van de uitslag van het betrokken onderzoek.
Art. 9ter. <L 1997-03-17/46, art. 11, 005; En vigueur : 25-08-1997> Les demandes de contre-analyse, visées aux articles 8, 9 et 9bis, doivent être introduites dans les cinq jours ouvrables à compter du jour de la notification du résultat de l'analyse concernée.
Art. 9quater. (De gedelegeerd bestuurder van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen of zijn afgevaardigde) en het erkende analyselaboratorium kunnen, in geval van wanbetaling, de kosten bedoeld in de artikelen 8 en 9 terugvorderen door zich respectievelijk namens de Belgische Staat (...) en namens het betrokken laboratorium burgerlijke partij te stellen voor het strafgerecht waar een strafvordering aanhangig werd gemaakt wegens overtreding van de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan. Dit recht kan zelfs voor het eerst in hoger beroep worden uitgeoefend. <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art. 9quater. En cas de défaut de paiement, (l'administrateur délégué de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire ou son délégué) et le laboratoire d'analyses agréé peuvent procéder au recouvrement des frais visés aux articles 8 et 9, en se constituant partie civile au nom respectivement de l'Etat belge (...) et du laboratoire intéressé auprès de la juridiction répressive devant laquelle l'action pénale pour cause d'infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution a été portée. Ce droit peut même être exercé pour la première fois en appel. <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Art.10. <W 1994-07-11/48, art. 14, 004; Inwerkingtreding : 1994-10-14>
§ 1. Onverminderd de toepassing van strengere straffen in het Strafwetboek gesteld :
1° wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van duizend tot vijftigduizend frank of met één van die straffen alleen, hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, controles, monsternemingen of vragen naar inlichtingen of documenten door (de in artikel 6 bedoelde personen) of die onjuiste inlichtingen of documenten verstrekt ((evenals de verantwoordelijke van het laboratorium en ieder ander persoon die) de in artikel 7, § 2, bedoelde verplichting tot aangifte niet naleeft.); <W 1997-03-17/46, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997> <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003> <W 2001-08-10/88, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 09-11-2001>
(1° bis. Wordt eveneens gestraft met de straffen bedoeld in 1°, hij die instructies heeft gegeven of daden heeft gesteld die hebben geleid tot de niet naleving van de in artikel 7, § 2, bedoelde verplichting tot aangifte of die door beloften of bedreigingen dit verzuim heeft uitgelokt.) <W 2001-08-10/88, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 09-11-2001>
2° wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met een geldboete van zesduizend tot honderdtwintigduizend frank of met één van die straffen alleen :
a) hij die stoffen bedoeld in deze wet voorschrijft of toedient met overtreding van de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan;
b) hij van wie men redelijkerwijze kan aannemen dat hij weet of moet weten dat hij dieren verhandelt waaraan stoffen werden toegediend met overtreding van de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan;
c) hij die de verbodsperioden waarin artikel 9bis, § 2, voorziet, niet in acht neemt.
(De poging tot de misdrijven omschreven in het eerste lid wordt gestraft met dezelfde straffen als het misdrijf zelf.
De veroordeelden kunnen van de uitoefening van hun rechten ontzet worden, overeenkomstig artikel 33 van het Strafwetboek.) <W 1997-03-17/46, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997>
De rechter kan, in geval van veroordeling op grond van de 2° van het eerste lid, daarenboven de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van de inrichting van de veroordeelde voor een termijn van minstens één maand en ten hoogste één jaar en, gedurende dezelfde termijn, de veroordeelde het verbod opleggen op enigerlei wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, landbouwdieren te verhandelen of een veebedrijf te exploiteren. (De niet-naleving van de bevolen sluiting of iedere overtreding van het verbod tot verhandelen of exploiteren) wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van tienduizend tot honderdtwintigduizend frank of met één van die straffen alleen. <W 1997-03-17/46, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997>
(De sluiting van de inrichting van de veroordeelde, het verbod om op enigerlei wijze landbouwdieren te verhandelen of een veebedrijf te exploiteren gaat in de vijfde dag na die waarop het openbaar ministerie de kennisgeving aan de veroordeelde heeft gedaan. Bij gebreke aan vrijwillige sluiting gebeurt deze op initiatief van het openbaar ministerie op kosten van de veroordeelde. De Minister van Justitie vordert deze kosten namens de Belgische Staat terug van de veroordeelde.) <W 2001-08-10/88, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 09-11-2001>
§ 2. In geval van herhaling binnen drie jaar na de veroordeling wegens één der misdrijven omschreven in § 1, worden de gevangenisstraffen en geldboeten verdubbeld.
§ 3. Onverminderd de toepassing van de artikelen 42, 43 en 43bis van het Strafwetboek kan de rechter in geval van veroordeling op grond van § 1, 2°, of van § 2, de bijzondere verbeurdverklaring uitspreken van de zaken die het voorwerp van het misdrijf uitmaken of die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf, zelfs wanneer deze niet de eigendom zijn van de veroordeelde.
§ 4. De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van Hoofdstuk VII en artikel 85, maar uitgezonderd Hoofdstuk V, zijn van toepassing op de door deze wet bepaalde misdrijven.
§ 5. De in § 1 bepaalde straffen worden verminderd tot een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en tot een geldboete van honderd tot vijfhonderd frank of tot één van die straffen alleen ten aanzien van een ieder die, na het begin van de vervolging voor de correctionele rechtbank, aan de overheid de identiteit onthult van degene die hem de stoffen heeft geleverd, die gediend hebben tot het plegen van de hem ten laste gelegde misdrijven.
Wordt vrijgesteld van die zelfde straffen, hij die, vóór elke vervolging voor de correctionele rechtbank, aan de overheid de identiteit heeft onthuld van degene die hem de stoffen heeft geleverd, die gediend hebben tot het plegen van de hem ten laste gelegde misdrijven.
(§ 6. Indien hiertoe een voldoende hoeveelheid van de stoffen bedoeld in artikel 3 in beslag is genomen, wordt een gedeelte daarvan ter beschikking gesteld van het nationaal referentielaboratorium voor wetenschappelijk onderzoek.) <W 1997-03-17/46, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997>
(§ 7. Alle arresten of vonnissen van veroordeling, uitgesproken krachtens artikel 10, § 1, 2°, bevelen dat het arrest of vonnis van veroordeling, op kosten van de veroordeelde, bij uittreksel zal worden bekendgemaakt in een nederlandstalig dagblad met verspreiding over het hele land, een franstalig dagblad met verspreiding over het hele land, een streekblad en een landbouwblad.
Die uittreksels bevatten :
1. de naam, de voornamen, de plaats en de datum van geboorte van de veroordeelden alsmede, in voorkomend geval, de naam van de rechtspersoon waarin de activiteit wordt uitgeoefend;
2. de datum van het arrest of van het vonnis van veroordeling en het gerecht dat het heeft uitgesproken;
3. de overtredingen die tot de veroordelingen aanleiding hebben gegeven en de uitgesproken straffen.) <W 1997-03-17/46, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997>
§ 1. Onverminderd de toepassing van strengere straffen in het Strafwetboek gesteld :
1° wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van duizend tot vijftigduizend frank of met één van die straffen alleen, hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, controles, monsternemingen of vragen naar inlichtingen of documenten door (de in artikel 6 bedoelde personen) of die onjuiste inlichtingen of documenten verstrekt ((evenals de verantwoordelijke van het laboratorium en ieder ander persoon die) de in artikel 7, § 2, bedoelde verplichting tot aangifte niet naleeft.); <W 1997-03-17/46, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997> <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003> <W 2001-08-10/88, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 09-11-2001>
(1° bis. Wordt eveneens gestraft met de straffen bedoeld in 1°, hij die instructies heeft gegeven of daden heeft gesteld die hebben geleid tot de niet naleving van de in artikel 7, § 2, bedoelde verplichting tot aangifte of die door beloften of bedreigingen dit verzuim heeft uitgelokt.) <W 2001-08-10/88, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 09-11-2001>
2° wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met een geldboete van zesduizend tot honderdtwintigduizend frank of met één van die straffen alleen :
a) hij die stoffen bedoeld in deze wet voorschrijft of toedient met overtreding van de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan;
b) hij van wie men redelijkerwijze kan aannemen dat hij weet of moet weten dat hij dieren verhandelt waaraan stoffen werden toegediend met overtreding van de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan;
c) hij die de verbodsperioden waarin artikel 9bis, § 2, voorziet, niet in acht neemt.
(De poging tot de misdrijven omschreven in het eerste lid wordt gestraft met dezelfde straffen als het misdrijf zelf.
De veroordeelden kunnen van de uitoefening van hun rechten ontzet worden, overeenkomstig artikel 33 van het Strafwetboek.) <W 1997-03-17/46, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997>
De rechter kan, in geval van veroordeling op grond van de 2° van het eerste lid, daarenboven de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van de inrichting van de veroordeelde voor een termijn van minstens één maand en ten hoogste één jaar en, gedurende dezelfde termijn, de veroordeelde het verbod opleggen op enigerlei wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, landbouwdieren te verhandelen of een veebedrijf te exploiteren. (De niet-naleving van de bevolen sluiting of iedere overtreding van het verbod tot verhandelen of exploiteren) wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van tienduizend tot honderdtwintigduizend frank of met één van die straffen alleen. <W 1997-03-17/46, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997>
(De sluiting van de inrichting van de veroordeelde, het verbod om op enigerlei wijze landbouwdieren te verhandelen of een veebedrijf te exploiteren gaat in de vijfde dag na die waarop het openbaar ministerie de kennisgeving aan de veroordeelde heeft gedaan. Bij gebreke aan vrijwillige sluiting gebeurt deze op initiatief van het openbaar ministerie op kosten van de veroordeelde. De Minister van Justitie vordert deze kosten namens de Belgische Staat terug van de veroordeelde.) <W 2001-08-10/88, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 09-11-2001>
§ 2. In geval van herhaling binnen drie jaar na de veroordeling wegens één der misdrijven omschreven in § 1, worden de gevangenisstraffen en geldboeten verdubbeld.
§ 3. Onverminderd de toepassing van de artikelen 42, 43 en 43bis van het Strafwetboek kan de rechter in geval van veroordeling op grond van § 1, 2°, of van § 2, de bijzondere verbeurdverklaring uitspreken van de zaken die het voorwerp van het misdrijf uitmaken of die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf, zelfs wanneer deze niet de eigendom zijn van de veroordeelde.
§ 4. De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van Hoofdstuk VII en artikel 85, maar uitgezonderd Hoofdstuk V, zijn van toepassing op de door deze wet bepaalde misdrijven.
§ 5. De in § 1 bepaalde straffen worden verminderd tot een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en tot een geldboete van honderd tot vijfhonderd frank of tot één van die straffen alleen ten aanzien van een ieder die, na het begin van de vervolging voor de correctionele rechtbank, aan de overheid de identiteit onthult van degene die hem de stoffen heeft geleverd, die gediend hebben tot het plegen van de hem ten laste gelegde misdrijven.
Wordt vrijgesteld van die zelfde straffen, hij die, vóór elke vervolging voor de correctionele rechtbank, aan de overheid de identiteit heeft onthuld van degene die hem de stoffen heeft geleverd, die gediend hebben tot het plegen van de hem ten laste gelegde misdrijven.
(§ 6. Indien hiertoe een voldoende hoeveelheid van de stoffen bedoeld in artikel 3 in beslag is genomen, wordt een gedeelte daarvan ter beschikking gesteld van het nationaal referentielaboratorium voor wetenschappelijk onderzoek.) <W 1997-03-17/46, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997>
(§ 7. Alle arresten of vonnissen van veroordeling, uitgesproken krachtens artikel 10, § 1, 2°, bevelen dat het arrest of vonnis van veroordeling, op kosten van de veroordeelde, bij uittreksel zal worden bekendgemaakt in een nederlandstalig dagblad met verspreiding over het hele land, een franstalig dagblad met verspreiding over het hele land, een streekblad en een landbouwblad.
Die uittreksels bevatten :
1. de naam, de voornamen, de plaats en de datum van geboorte van de veroordeelden alsmede, in voorkomend geval, de naam van de rechtspersoon waarin de activiteit wordt uitgeoefend;
2. de datum van het arrest of van het vonnis van veroordeling en het gerecht dat het heeft uitgesproken;
3. de overtredingen die tot de veroordelingen aanleiding hebben gegeven en de uitgesproken straffen.) <W 1997-03-17/46, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 25-08-1997>
Art.10. <L 1994-07-11/48, art. 14, 004; En vigueur : 1994-10-14> § 1. Sans préjudice de l'application de peines plus sévères prévues par le Code pénal :
1° est puni d'un emprisonnement de huit jours à trois ans et d'une amende de mille à cinquante mille francs ou l'une de ces peines seulement, celui qui s'oppose aux visites, inspections, contrôles, prises d'échantillons ou demandes d'informations ou de documents par (les personnes visées à l'article 6) ou qui fournit des renseignements ou des documents inexacts ((ainsi que le responsable du laboratoire et toute autre personne qui) ne respecte pas l'obligation de déclaration visée à l'article 7, § 2); <L 1997-03-17/46, art. 12, 005; En vigueur : 25-08-1997> <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003> <L 2001-08-10/88, art. 3, 008; En vigueur : 09-11-2001>
(1°bis. Est également puni des peines visées au 1°, celui qui a donné des instructions ou accompli des actes qui ont provoqué le non-respect de l'obligation de déclaration visée à l'article 7, § 2, ou qui, par promesses ou menaces, a suscité ce manquement.) <L 2001-08-10/88, art. 3, 008; En vigueur : 09-11-2001>
2° et puni d'un emprisonnement de six mois à cinq ans et d'une amende de six mille à cent vingt mille francs ou de l'une de ces peines seulement :
a) celui qui prescrit ou administre des substances visées par la présente loi en infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution;
b) celui dont on peut raisonnablement admettre qu'il sait ou devrait savoir qu'il commercialise des animaux auxquels des substances ont été administrées en infraction dela présente loi ou de ses arrêtés d'exécution;
c) celui qui ne respecte pas les périodes d'interdiction prévues à l'article 9bis, § 2.
(La tentative de commettre les délits prévus à l'alinéa 1er est punie des mêmes peines que le délit même.
Les condamnés peuvent être déchus de l'exercice de leurs droits, conformément à l'article 33 du Code pénal.) <L 1997-03-17/46, art. 12, 005; En vigueur : 25-08-1997>
En cas de condamnation en vertu du 2° du premier alinéa, le juge peut, en outre, ordonner la fermeture totale ou partielle de l'établissement du condamné pour une période d'un mois au minimum et d'un an au maximum et interdire, pendant la même période, au condamné de commercialiser des animaux d'exploitation ou d'exploiter une entreprise d'élevage, de quelque manière que ce soit, directement ou indirectement. (Le non-respect de la fermeture ordonnée et toute infraction à l'interdiction de commercialiser ou d'exploiter) est punie d'un emprisonnement de six mois à cinq ans et d'une amende de dix mille à cent gint mille francs ou de l'une de ces peines seulement. <L 1997-03-17/46, art. 12, 005; En vigueur : 25-08-1997>
(La fermeture de l'établissement du condamné et l'interdiction de commercialiser des animaux d'exploitation ou d'exploiter une entreprise d'élevage de quelque manière que ce soit prennent cours le cinquième jour qui suit celui où le ministère public a effectué la notification au condamné. En l'absence de fermeture volontaire, il est procédé à celle-ci à l'initiative du ministère public et aux frais du condamné. Le Ministre de la Justice répète ces frais contre le condamné au nom de l'Etat belge.) <L 2001-08-10/88, art. 3, 008; En vigueur : 09-11-2001>
§ 2. En cas de récidive dans les trois ans de la condamnation en raison d'une des infractions prévues au § 1er, les peines d'emprisonnement et d'amende sont doublées.
§ 3. Dans le cas d'une condamnation en vertu du § 1er, 2°, ou du § 2, et sans préjudice de l'application des articles 42, 43, et 43bis du Code pénal, le juge peut prononcer la confiscation spéciale des choses formant l'objet de l'infraction et de celles qui ont servi ou qui étaient destinées à la commettre, même si la propriété n'en appartient pas au condamné.
§ 4. Les dispositions du Livre Ier du Code pénal, y compris du Chapitre VII et de l'article 85, mais à l'exception du Chapitre V, sont applicables aux infractions prévues par la présente loi.
§ 5. Les peines prévues au § 1er sont ramenées à une peine d'emprisonnement de huit jours à trois mois et à une amende de cent à cinq cents francs ou à l'une de ces peines seulement, à l'égard de celui qui révèle aux autorités, après le commencement des poursuites devant le tribunal correctionnel, l'identité de celui qui lui a délivré les substances qui ont servi à commettre les infractions qui lui sont imputées.
Est exempté de ces mêmes peines, ceui qui, avant toute poursuite devant le tribunal correctionnel a révélé aux autorités l'identité de celui qui lui a délivré les substances qui ont servi à commettre les infractions qui lui sont imputées.
(§ 6. Si une quantité suffisante de substances visées à l'article 3 est saisie, une partie de celle-ci est mise à la disposition du laboratoire national de référence en vue de la recherche scientifique.) <L 1997-03-17/46, art. 12, 005; En vigueur : 25-08-1997>
(§ 7. Tous les arrêts ou jugements de condamnation rendus en vertu de l'article 10, § 1er, 2°, ordonnent la publication, par extrait, aux frais du condamné, de l'arrêt ou du jugement de condamnation, dans un journal de langue française diffusé dans le pays entier, un journal de langue néerlandaise diffusé dans le pays entier, un journal régional et un journal agricole.
Ces extraits contiendront :
1. les nom, prénoms, lieu et date de naissance des condamnés ainsi que, le cas échéant, le nom de la personne morale au sein de laquelle l'activité est exercée;
2. la date de l'arrêt ou du jugement de condamnation et la juridiction qui l'a prononcé;
3. les infractions qui ont donné lieu aux condamnations et les peines prononcées.) <L 1997-03-17/46, art. 12, 005; En vigueur : 25-08-1997>
1° est puni d'un emprisonnement de huit jours à trois ans et d'une amende de mille à cinquante mille francs ou l'une de ces peines seulement, celui qui s'oppose aux visites, inspections, contrôles, prises d'échantillons ou demandes d'informations ou de documents par (les personnes visées à l'article 6) ou qui fournit des renseignements ou des documents inexacts ((ainsi que le responsable du laboratoire et toute autre personne qui) ne respecte pas l'obligation de déclaration visée à l'article 7, § 2); <L 1997-03-17/46, art. 12, 005; En vigueur : 25-08-1997> <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003> <L 2001-08-10/88, art. 3, 008; En vigueur : 09-11-2001>
(1°bis. Est également puni des peines visées au 1°, celui qui a donné des instructions ou accompli des actes qui ont provoqué le non-respect de l'obligation de déclaration visée à l'article 7, § 2, ou qui, par promesses ou menaces, a suscité ce manquement.) <L 2001-08-10/88, art. 3, 008; En vigueur : 09-11-2001>
2° et puni d'un emprisonnement de six mois à cinq ans et d'une amende de six mille à cent vingt mille francs ou de l'une de ces peines seulement :
a) celui qui prescrit ou administre des substances visées par la présente loi en infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution;
b) celui dont on peut raisonnablement admettre qu'il sait ou devrait savoir qu'il commercialise des animaux auxquels des substances ont été administrées en infraction dela présente loi ou de ses arrêtés d'exécution;
c) celui qui ne respecte pas les périodes d'interdiction prévues à l'article 9bis, § 2.
(La tentative de commettre les délits prévus à l'alinéa 1er est punie des mêmes peines que le délit même.
Les condamnés peuvent être déchus de l'exercice de leurs droits, conformément à l'article 33 du Code pénal.) <L 1997-03-17/46, art. 12, 005; En vigueur : 25-08-1997>
En cas de condamnation en vertu du 2° du premier alinéa, le juge peut, en outre, ordonner la fermeture totale ou partielle de l'établissement du condamné pour une période d'un mois au minimum et d'un an au maximum et interdire, pendant la même période, au condamné de commercialiser des animaux d'exploitation ou d'exploiter une entreprise d'élevage, de quelque manière que ce soit, directement ou indirectement. (Le non-respect de la fermeture ordonnée et toute infraction à l'interdiction de commercialiser ou d'exploiter) est punie d'un emprisonnement de six mois à cinq ans et d'une amende de dix mille à cent gint mille francs ou de l'une de ces peines seulement. <L 1997-03-17/46, art. 12, 005; En vigueur : 25-08-1997>
(La fermeture de l'établissement du condamné et l'interdiction de commercialiser des animaux d'exploitation ou d'exploiter une entreprise d'élevage de quelque manière que ce soit prennent cours le cinquième jour qui suit celui où le ministère public a effectué la notification au condamné. En l'absence de fermeture volontaire, il est procédé à celle-ci à l'initiative du ministère public et aux frais du condamné. Le Ministre de la Justice répète ces frais contre le condamné au nom de l'Etat belge.) <L 2001-08-10/88, art. 3, 008; En vigueur : 09-11-2001>
§ 2. En cas de récidive dans les trois ans de la condamnation en raison d'une des infractions prévues au § 1er, les peines d'emprisonnement et d'amende sont doublées.
§ 3. Dans le cas d'une condamnation en vertu du § 1er, 2°, ou du § 2, et sans préjudice de l'application des articles 42, 43, et 43bis du Code pénal, le juge peut prononcer la confiscation spéciale des choses formant l'objet de l'infraction et de celles qui ont servi ou qui étaient destinées à la commettre, même si la propriété n'en appartient pas au condamné.
§ 4. Les dispositions du Livre Ier du Code pénal, y compris du Chapitre VII et de l'article 85, mais à l'exception du Chapitre V, sont applicables aux infractions prévues par la présente loi.
§ 5. Les peines prévues au § 1er sont ramenées à une peine d'emprisonnement de huit jours à trois mois et à une amende de cent à cinq cents francs ou à l'une de ces peines seulement, à l'égard de celui qui révèle aux autorités, après le commencement des poursuites devant le tribunal correctionnel, l'identité de celui qui lui a délivré les substances qui ont servi à commettre les infractions qui lui sont imputées.
Est exempté de ces mêmes peines, ceui qui, avant toute poursuite devant le tribunal correctionnel a révélé aux autorités l'identité de celui qui lui a délivré les substances qui ont servi à commettre les infractions qui lui sont imputées.
(§ 6. Si une quantité suffisante de substances visées à l'article 3 est saisie, une partie de celle-ci est mise à la disposition du laboratoire national de référence en vue de la recherche scientifique.) <L 1997-03-17/46, art. 12, 005; En vigueur : 25-08-1997>
(§ 7. Tous les arrêts ou jugements de condamnation rendus en vertu de l'article 10, § 1er, 2°, ordonnent la publication, par extrait, aux frais du condamné, de l'arrêt ou du jugement de condamnation, dans un journal de langue française diffusé dans le pays entier, un journal de langue néerlandaise diffusé dans le pays entier, un journal régional et un journal agricole.
Ces extraits contiendront :
1. les nom, prénoms, lieu et date de naissance des condamnés ainsi que, le cas échéant, le nom de la personne morale au sein de laquelle l'activité est exercée;
2. la date de l'arrêt ou du jugement de condamnation et la juridiction qui l'a prononcé;
3. les infractions qui ont donné lieu aux condamnations et les peines prononcées.) <L 1997-03-17/46, art. 12, 005; En vigueur : 25-08-1997>
Art. 11. <KB 2001-02-22/33, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003> § 1. In het belang van de gezondheid van de verbruiker en binnen het toepassingsgebied van deze wet, kan de Koning alle maatregelen treffen die nodig zijn voor de uitvoering van verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen en akten die voor de uitvoering ervan zijn tot stand gekomen; deze maatregelen kunnen de opheffing of wijziging van wettelijke bepalingen inhouden.
Over de besluiten tot wijziging of opheffing van wettelijke bepalingen wordt in Ministerraad overlegd.
§ 2. De strafbepalingen van deze wet zijn van toepassing op de inbreuken op de besluiten die zijn getroffen ter uitvoering van § 1 van dit artikel alsook op de verordeningen van de Europese Unie die van kracht zijn in het Koninkrijk en die betrekking hebben op de materies die, overeenkomstig deze wet, behoren tot de verordenende macht van de Koning.
§ 3. Een schending van de bepalingen die zijn genomen krachtens internationale verdragen en internationale akten bepaald in § 1, en die niet als misdrijf strafbaar is gesteld door de strafbepalingen van deze wet, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijf jaar en met een boete van zesentwintig tot vijftienduizend frank of met een van deze straffen alleen.
De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, binnen de in het vorig lid bepaalde perken, de inbreuken en straffen die van toepassing zijn op elk hiervan.
(§ 4. In zoverre de besluiten bedoeld in § 1 zijn genomen ter uitvoering van verplichtingen die aan de staten de keuze laten van de middelen om een bepaald resultaat te bereiken, dat is opgelegd bij het internationaal verdrag of bij de uit een internationaal verdrag tot stand gekomen akte, en in zoverre die besluiten de bepalingen van deze wet wijzigen, zijn ze van rechtswege opgeheven indien zij niet binnen een jaar na hun inwerkingtreding door de wetgever zijn bekrachtigd.) <W 2001-07-19/51, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 28-08-2001>
Over de besluiten tot wijziging of opheffing van wettelijke bepalingen wordt in Ministerraad overlegd.
§ 2. De strafbepalingen van deze wet zijn van toepassing op de inbreuken op de besluiten die zijn getroffen ter uitvoering van § 1 van dit artikel alsook op de verordeningen van de Europese Unie die van kracht zijn in het Koninkrijk en die betrekking hebben op de materies die, overeenkomstig deze wet, behoren tot de verordenende macht van de Koning.
§ 3. Een schending van de bepalingen die zijn genomen krachtens internationale verdragen en internationale akten bepaald in § 1, en die niet als misdrijf strafbaar is gesteld door de strafbepalingen van deze wet, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijf jaar en met een boete van zesentwintig tot vijftienduizend frank of met een van deze straffen alleen.
De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, binnen de in het vorig lid bepaalde perken, de inbreuken en straffen die van toepassing zijn op elk hiervan.
(§ 4. In zoverre de besluiten bedoeld in § 1 zijn genomen ter uitvoering van verplichtingen die aan de staten de keuze laten van de middelen om een bepaald resultaat te bereiken, dat is opgelegd bij het internationaal verdrag of bij de uit een internationaal verdrag tot stand gekomen akte, en in zoverre die besluiten de bepalingen van deze wet wijzigen, zijn ze van rechtswege opgeheven indien zij niet binnen een jaar na hun inwerkingtreding door de wetgever zijn bekrachtigd.) <W 2001-07-19/51, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 28-08-2001>
Art. 11. <AR 2001-02-22/33, art. 19, 006; En vigueur : 01-01-2003> § 1er. Dans l'intérêt de la santé du consommateur et dans le cadre du champ d'application de la présente loi, le Roi peut prendre toutes mesures pour assurer l'exécution des obligations résultant des traités internationaux et des actes pris en exécution de ceux-ci, ces mesures pouvant comprendre l'abrogation ou la modification de dispositions légales.
Les arrêtés contenant modification ou abrogation de dispositions légales sont délibérés en Conseil des Ministres.
§ 2. Les dispositions pénales de la présente loi sont applicables aux infractions aux arrêtés pris en application du § 1er du présent article ainsi qu'aux règlements de l'Union européenne qui sont en vigueur dans le Royaume et qui ont trait à des matières, entrant, en vertu de la présente loi, dans le pouvoir réglementaire du Roi.
§ 3. En cas de transgression des dispositions prises en vertu des traités internationaux et des actes internationaux visés au § 1er, et non érigée en infraction par les dispositions pénales de la présente loi, celle-ci sera sanctionnée d'un emprisonnement de huit jours à cinq ans et d'une amende de vingt-six à quinze mille francs ou de l'une de ces peines seulement.
Le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, précise dans les limites prévues à l'alinéa précédent, les infractions et les peines applicables à chacune de celles-ci.
(§ 4. Dans la mesure où les arrêtés visés au § 1er sont pris en exécution d'obligations qui laissent aux Etats le choix des moyens pour atteindre un résultat déterminé, prescrit par le traité international ou par l'acte pris en exécution d'un traité international, et dans la mesure où ces arrêtés modifient des dispositions de la présente loi, ils sont abrogés de plein droit s'ils n'ont pas été confirmés par le législateur au plus tard un an après leur entrée en vigueur.) <L 2001-07-19/51, art. 3, 007; En vigueur : 28-08-2001>
Les arrêtés contenant modification ou abrogation de dispositions légales sont délibérés en Conseil des Ministres.
§ 2. Les dispositions pénales de la présente loi sont applicables aux infractions aux arrêtés pris en application du § 1er du présent article ainsi qu'aux règlements de l'Union européenne qui sont en vigueur dans le Royaume et qui ont trait à des matières, entrant, en vertu de la présente loi, dans le pouvoir réglementaire du Roi.
§ 3. En cas de transgression des dispositions prises en vertu des traités internationaux et des actes internationaux visés au § 1er, et non érigée en infraction par les dispositions pénales de la présente loi, celle-ci sera sanctionnée d'un emprisonnement de huit jours à cinq ans et d'une amende de vingt-six à quinze mille francs ou de l'une de ces peines seulement.
Le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, précise dans les limites prévues à l'alinéa précédent, les infractions et les peines applicables à chacune de celles-ci.
(§ 4. Dans la mesure où les arrêtés visés au § 1er sont pris en exécution d'obligations qui laissent aux Etats le choix des moyens pour atteindre un résultat déterminé, prescrit par le traité international ou par l'acte pris en exécution d'un traité international, et dans la mesure où ces arrêtés modifient des dispositions de la présente loi, ils sont abrogés de plein droit s'ils n'ont pas été confirmés par le législateur au plus tard un an après leur entrée en vigueur.) <L 2001-07-19/51, art. 3, 007; En vigueur : 28-08-2001>