Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
17 OKTOBER 1984. - Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 5, 2e lid, van de koninklijke besluiten nrs. 38 van 30 maart 1982, 160 van 30 december 1982 en 218 van 7 november 1983 en van artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 186 van 30 december 1982.
Titre
17 OCTOBRE 1984. - Arrêté royal portant exécution de l'article 5, alinéa 2, des arrêtés royaux n°s 38 du 30 mars 1982, 160 du 30 décembre 1982 et 218 du 7 novembre 1983 et de l'article 6 de l'arrêté royal n° 186 du 30 décembre 1982.
Informations sur le document
Numac: 1984018127
Datum: 1984-10-17
Info du document
Numac: 1984018127
Date: 1984-10-17
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. Een bedrag van 250 miljoen, voortkomend van de bijdragen ge nd in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 186 van 30 december 1982 houdende de sociale solidariteitsbijdrage verschuldigd voor het jaar 1983 door de genieters van bedrijfsinkomsten die niet aan de index der consumptieprijzen gebonden zijn, wordt toegekend aan het stelsel der verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering voor zelfstandigen, sector der gezondheidszorgen, ten einde gedeeltelijk het gecumuleerd deficit van de dienstjaren 1981, 1982 en 1983 te dekken.
Article 1. Un montant de 250 millions, provenant des cotisations percues en exécution de l'arrêté royal n° 186 du 30 décembre 1982 relatif à la cotisation sociale de solidarité due pour l'année 1983 par les bénéficiaires de revenus professionnels non liés à l'indice des prix à la consommation, est affecté au régime de l'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité des travailleurs indépendants, secteur des soins de santé, afin de couvrir partiellement le déficit cumulé des exercices 1981, 1982 et 1983.
Art.2. Een bedrag van 1 453 miljoen, voortkomend, ten belope van 86 miljoen, van de bijdragen ge nd krachtens het in artikel 1 bedoelde koninklijk besluit nr. 186 en, ten belope van 1 367 miljoen van de bijdragen ge nd in uitvoering van de koninklijke besluiten nrs. 38 van 30 maart 1982, 160 van 30 december 1982 en 218 van 7 november 1983 tot vaststelling van een bijzondere bijdrage ten laste van de alleenstaanden en van de gezinnen zonder kinderen, wordt, voor het dienstjaar 1984, toegekend aan de verschillende stelsels die het sociaal statuut der zelfstandigen vormen.
Het wordt als volgt verdeeld :
_ pensioenstelsel : 818 miljoen;
_ kinderbijslagstelsel : 328 miljoen;
_ stelsel der verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering : 307 miljoen, waarvan 258 miljoen voor de sector der gezondheidszorgen en 49 miljoen voor de sector der uitkeringen.
Het wordt als volgt verdeeld :
_ pensioenstelsel : 818 miljoen;
_ kinderbijslagstelsel : 328 miljoen;
_ stelsel der verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering : 307 miljoen, waarvan 258 miljoen voor de sector der gezondheidszorgen en 49 miljoen voor de sector der uitkeringen.
Art.2. Un montant de 1 453 millions provenant, à raison de 86 millions, des cotisations perçues en vertu de l'arrêté royal n° 186 visé à l'article 1er et, à raison de 1 367 millions, des cotisations perçues en exécution des arrêtés royaux n°s 38 du 30 mars 1982, 160 du 30 décembre 1982 et 218 du 7 novembre 1983 fixant une cotisation spéciale à charge des isolés et des familles sans enfant, est attribué, pour l'exercice 1984, aux différents régimes qui forment le statut social des travailleurs indépendants.
Il est réparti de la façon suivante :
_ régime des pensions : 818 millions;
_ régime des prestations familiales : 328 millions;
_ régime de l'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité : 307 millions, dont 258 millions pour le secteur des soins de santé et 49 millions pour le secteur des indemnités.
Il est réparti de la façon suivante :
_ régime des pensions : 818 millions;
_ régime des prestations familiales : 328 millions;
_ régime de l'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité : 307 millions, dont 258 millions pour le secteur des soins de santé et 49 millions pour le secteur des indemnités.
Art. 3. Onze Minister van Middenstand en Onze Staatssecretaris voor Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 3. Notre Ministre des Classes moyennes et Notre Secrétaire d'Etat aux Classes moyennes sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.