Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
10 JANUARI 1984. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de informaties te verstrekken voor het onderzoek van een aanvraag ter verkrijging van een bijzondere vergunning of machtiging voor het storten van stoffen en materialen in zee.
Titre
10 JANVIER 1984. - Arrêté ministériel établissant les informations à fournir pour l'examen d'une demande pour l'obtention d'une licence spécifique ou autorisation d'immerger des substances et matériaux en mer.
Informations sur le document
Numac: 1984013016
Datum: 1984-01-10
Info du document
Numac: 1984013016
Date: 1984-01-10
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. De lijst van de gegevens vereist voor het onderzoek van de ontvankelijkheid van een aanvraag ter verkrijging van een bijzondere vergunning of machtiging voor het storten van stoffen en materialen in zee wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit gevoegde bijlage.
Article 1. La liste des données requises pour l'examen de la recevabilité d'une demande pour l'obtention d'une licence spécifique ou une autorisation d'immerger des substances et matériaux en mer, est fixée conformément à l'annexe jointe au présent arrêté.
Art.2. Op eenvoudig verzoek van de bevoegde Diensten van het Departement van Volksgezondheid, is de aanvrager ertoe gehouden één of meerdere karakteristieke monsters van de stoffen en materialen vermeld in de aanvraag ter beschikking te stellen volgens de daartoe door deze Diensten aangeduide monstername modaliteiten, conditioneringen, bewaringsvoorwaarden en hoeveelheden.
Art.2. Sur simple demande des Services compétents du Département de la Santé publique, le demandeur est tenu de fournir un ou plusieurs échantillons caractéristiques des substances et matériaux, mentionnés dans la demande, suivant les modalités de prélèvement, les conditionnements, les conditions de préservation et les quantités indiquées par ces Services.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage : Lijst van de gegevens vereist voor het onderzoek van de ontvankelijkheid van een aanvraag ter verkrijging van een bijzondere vergunning of machtiging voor het storten van stoffen en materialen in zee.
1. Identificering.
1.1. Volledige identificering van de aanvrager :de naam, voornamen, nationaliteit, hoedanigheid, woonplaats of verblijfplaats en, in voorkomend geval de gekozen woonplaats van de aanvrager indien hij een natuurlijke persoon is.
Indien de aanvraag uitgaat van een rechtspersoon :
- de naam van de rechtspersoon of de handelsnaam zoals bepaald in de statuten;
- het rechtskarakter of de rechtsvorm;
- het adres van de maatschappelijke zetel en van de inrichtingen die niet gelegen zijn in het gebied van de maatschappelijke zetel;
- het inschrijvingsnummer in, naargelang van het geval, het handelsregister, het register van de burgerlijke vennootschappen of het register van de buitenlandse vennootschappen die niet onder de toepassing vallen van artikel 198 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen;
- de naam, voornamen, woonplaats of gekozen verblijfplaats van de personen die als individueel of collegiaal orgaan bevoegd zijn namens de rechtspersoon verbintenissen aan te gaan en hem in rechte te vertegenwoordigen, alsmede van de uitvoeringsambtenaren en van de bijzondere lasthebbers, die naar behoren gemachtigd zijn.
1.2. Aard en identificatie van het transport van de stoffen en materialen vanaf de plaats van herkomst tot de plaats waar overslag in het lozingsvaartuig of in de opslaginstallaties van het opslagbedrijf zal plaatsvinden.
1.3. Volledige identificering van het bedrijf dat de bedoelde stoffen en materialen opslaat, ingeval de aanvraag niet van dit bedrijf uitgaat.
1.4. Volledige identificering van het bedrijf dat de lozing in zee van de stoffen en materialen verricht, ingeval de aanvraag niet van dit bedrijf uitgaat.
1.5. Volledige identificering van de producent van de bedoelde stoffen en materialen, ingeval de aanvraag niet van deze producent uitgaat.
2. Gegevens omtrent de hogergenoemden.
2.1. De producent.
2.1.1. Aard en produktiecapaciteit van het bedrijf of van de installaties waarvan de bedoelde stoffen en materialen afkomstig zijn, toegelicht met een schema waarop is aangegeven van welke aktiviteitssektoren van het bedrijf of installatie de stoffen en materialen afkomstig zijn.
2.1.2. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op stoffen en materialen afkomstig uit een industrieel proces : een beschrijving en een blokschema van het proces waarbij de stoffen en materialen vrijkomen (+ scheikundige reakties), zo mogelijk vergezeld van toelichtende schema's.
Hierbij dient te worden aangegeven welke grondstoffen en eventueel toegevoegde katalysatoren worden gebruikt en in welke hoeveelheden. Indien het een mengsel betreft van uit verschillende produktieprocessen afkomstige stoffen en materialen, dient van ieder proces afzonderlijk de hierboven beschreven informatie te worden verstrekt.
Indien het stoffen en materialen betreft welke niet afkomstig zijn uit een industrieel proces dient de herkomst van de stoffen en materialen nauwkeurig te worden aangegeven.
2.1.3. Indien de aanvraag betrekking heeft op stoffen en materialen uit een land dat partij is bij het Verdrag van Oslo, en waarvoor door de terzake bevoegde overheid een vergunning voor het storten van deze stoffen en materialen in zee werd afgeleverd, dient alleen een globale beantwoording van §§ 2.1.1. en 2.1.2. te worden verstrekt. Het origineel of het door de bevoegde overheid voor eensluidend verklaard afschrift van de betreffende lozingsvergunning moet bij het dossier worden gevoegd.
2.2. Lozingsbedrijf.
2.2.1. Identificatie van schepen of andere vaartuigen.
Bij de aanvraag moet, hetzij het origineel, hetzij het door de bevoegde overheid voor eensluidend verklaard afschrift van volgende stukken gevoegd zijn :
1. Wat betreft de zeeschepen : een voor eensluidend verklaard uittreksel uit het scheepsregister van de bewaarder der scheepshypotheken waaruit de zakelijke rechten blijken welke op het schip rusten op het tijdstip van de aanvraag, de zeebrief of een gelijkwaardig document en de meetbrief;
2. Wat betreft de andere vaartuigen : de wettelijke vereiste inschrijvingsbewijzen of registratiebewijzen, de meetbrief en, in voorkomend geval, de zeebrief of een gelijkwaardig document;
3. Wat betreft de luchtvaartuigen :
de dokumenten die zich reglementair aan boord dienen te bevinden.
2.2.2. Andere informaties.
1. Beschrijving van het vaartuig (+ schema) en van zijn pomp (min. en max. debiet) of andere stortingsinstallaties;
2. Desgevallend wijze van verpakking of elke andere conditionering van de stoffen en materialen;
3. Opslagcapaciteit van het lozingsvaartuig;
4. Beschrijving van reeds bestaande positiebepalingssystemen aan boord van de lozingsvaartuigen.
2.3. Opslagbedrijf.
Opslagcapaciteit voor de in de aanvraag bedoelde stoffen en materialen.
3. Gegevens over de bedoelde stoffen en materialen evenals over de lozing.
3.1. Tonnenmaat, duur en frekwentie.
3.1.1. Hoeveelheid (gemiddelden en max.) per jaar (ton).
3.1.2. Hoeveelheid (gemiddelden en max.) per lozing (ton).
3.1.3. Voorgestelde kalender voor de lozingen (raming van de frekwentie)
3.1.4. Periode waarvoor de bijzondere vergunning of machtiging wordt gevraagd.
3.2. Fysische en fysico-chemische eigenschappen van de te lozen stoffen en materialen op het tijdstip van laden aan boord van het vaartuig.
3.2.1. Totaal afval :
_ temperatuur (°C);
_ soortelijke massa (kg/m3);
_ pH;
_ viscositeit (Pa.s);
_ reuk;
_ kleur.
3.2.2. Vloeibare fase :
_ hoeveelheid (% gewicht);
_ karakterisering : oplossing, emulsie of andere;
_ soortelijk gewicht;
_ vluchtigheid;
_ chemische degradeerbaarheid;
_ mengbaarheid in zeewater.
3.2.3. Vaste fase (b.v. gesuspendeerde stoffen, neerslag, ...) :
_ hoeveelheid (% gewicht);
_ soortelijk gewicht;
_ oplosbaarheid in zeewater/komponent;
_ korrelgrootteverdeling;
_ chemische degradeerbaarheid/komponent.
3.3. Scheikundige eigenschappen van de te lozen stoffen op het tijdstip van laden aan boord van het vaartuig.
3.3.1. Vloeibare fase :
1° % water (gemiddeld en minimaal; gewicht/gewicht);
2° anorganische fractie :
a) % anorganische stoffen (gemiddeld en maximaal; gewicht/gewicht);
b) concentratie (gemiddelde en maximale concentraties; gewicht/gewicht) van de anorganische komponenten;
c) in ieder geval : concentratie (gemiddelde en maximale concentraties; gewicht/gewicht) van de volgende sporen : Hg, Cd, As, Pb, Cu, Zn, CN, F, Cr, Ni, Sn, Fe, V, Be en hun verbindingen alsook aan stikstof en fosfor zouten.
3° organische fractie :
a) % organische stoffen (gemiddeld en maximaal; gewicht/gewicht);
b) concentratie (gemiddelde en maximale concentraties; gewicht/gewicht) van de organische verbindingen + structuurformule van elke verbinding;
c) in ieder geval : concentratie (gemiddelde en maximale concentraties; gewicht/gewicht) van de organohalogeenverbindingen + precursoren en organosiliciumverbindingen + structuurformule van elke verbinding;
d) BOD5 20 (Biological oxygen demand op vijf dagen en 20° C);
e) COD (Chemical oxygen demand);
f) TOC (Total organic carbon);
g) TON (Total organic nitrogen).
3.3.2. Vaste fase :
_ anorganische fractie : zoals punten (a), (b), (c) in § 3.1.1. (2°);
_ organische fractie : zoals punten (a) tot (g) in § 3.3.1. (3°).
3.3.3. Opmerkingen :
1° Indien het een mengsel betreft van een aantal stoffen die bij verschillende processen vrijkomen, dient ook voor elke fractie afzonderlijk een volledige beschrijving gegeven te worden volgens §§ 3.2. en 3.3., alsook de procentuele bijdrage van elke fractie tot het mengsel;
2° De ter bepaling van de verschillende eigenschappen en concentraties, in §§ 3.2. en 3.3. gevraagd, gebruikte analysemethodieken moeten worden aangegeven alsook de detectielimieten.
3.4. Beschikbare informaties over biologische eigenschappen.
3.4.1. Toxiciteit :
_ Opgave van de in het mengsel voorkomende toxische stoffen met eventueel bekende LC50 (96u) en "geen effekt" drempels op aquatische organismen.
_ Acute toxiciteit van het totale mengsel :
1° LC50 (96u) voor mariene organismen :
a) fytoplanctonische wieren;
b) mossel (Mytilus edulis L.);
c) garnaal (Crangon crangon L.);
d) schol (Pleuronectes platessa L.).
2° andere beschikbare gegevens of resultaten van onderzoekingen i.v.m. andere organismen (zee of zoetwater).
_ Subacute toxiciteit van het totale mengsel : bepaling van "geen effect" drempels op hogervernoemde organismen, aangaande aangroei, reproductievermogen, ademhaling, gedrag, enz...
3.4.2. Gegevens over bioaccumulatie en bio-eliminatie door de hogervernoemde organismen of andere aquatische organismen.
3.4.3. Gegevens over biodegradabiliteit van de geloosde stoffen.
1. Identificering.
1.1. Volledige identificering van de aanvrager :de naam, voornamen, nationaliteit, hoedanigheid, woonplaats of verblijfplaats en, in voorkomend geval de gekozen woonplaats van de aanvrager indien hij een natuurlijke persoon is.
Indien de aanvraag uitgaat van een rechtspersoon :
- de naam van de rechtspersoon of de handelsnaam zoals bepaald in de statuten;
- het rechtskarakter of de rechtsvorm;
- het adres van de maatschappelijke zetel en van de inrichtingen die niet gelegen zijn in het gebied van de maatschappelijke zetel;
- het inschrijvingsnummer in, naargelang van het geval, het handelsregister, het register van de burgerlijke vennootschappen of het register van de buitenlandse vennootschappen die niet onder de toepassing vallen van artikel 198 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen;
- de naam, voornamen, woonplaats of gekozen verblijfplaats van de personen die als individueel of collegiaal orgaan bevoegd zijn namens de rechtspersoon verbintenissen aan te gaan en hem in rechte te vertegenwoordigen, alsmede van de uitvoeringsambtenaren en van de bijzondere lasthebbers, die naar behoren gemachtigd zijn.
1.2. Aard en identificatie van het transport van de stoffen en materialen vanaf de plaats van herkomst tot de plaats waar overslag in het lozingsvaartuig of in de opslaginstallaties van het opslagbedrijf zal plaatsvinden.
1.3. Volledige identificering van het bedrijf dat de bedoelde stoffen en materialen opslaat, ingeval de aanvraag niet van dit bedrijf uitgaat.
1.4. Volledige identificering van het bedrijf dat de lozing in zee van de stoffen en materialen verricht, ingeval de aanvraag niet van dit bedrijf uitgaat.
1.5. Volledige identificering van de producent van de bedoelde stoffen en materialen, ingeval de aanvraag niet van deze producent uitgaat.
2. Gegevens omtrent de hogergenoemden.
2.1. De producent.
2.1.1. Aard en produktiecapaciteit van het bedrijf of van de installaties waarvan de bedoelde stoffen en materialen afkomstig zijn, toegelicht met een schema waarop is aangegeven van welke aktiviteitssektoren van het bedrijf of installatie de stoffen en materialen afkomstig zijn.
2.1.2. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op stoffen en materialen afkomstig uit een industrieel proces : een beschrijving en een blokschema van het proces waarbij de stoffen en materialen vrijkomen (+ scheikundige reakties), zo mogelijk vergezeld van toelichtende schema's.
Hierbij dient te worden aangegeven welke grondstoffen en eventueel toegevoegde katalysatoren worden gebruikt en in welke hoeveelheden. Indien het een mengsel betreft van uit verschillende produktieprocessen afkomstige stoffen en materialen, dient van ieder proces afzonderlijk de hierboven beschreven informatie te worden verstrekt.
Indien het stoffen en materialen betreft welke niet afkomstig zijn uit een industrieel proces dient de herkomst van de stoffen en materialen nauwkeurig te worden aangegeven.
2.1.3. Indien de aanvraag betrekking heeft op stoffen en materialen uit een land dat partij is bij het Verdrag van Oslo, en waarvoor door de terzake bevoegde overheid een vergunning voor het storten van deze stoffen en materialen in zee werd afgeleverd, dient alleen een globale beantwoording van §§ 2.1.1. en 2.1.2. te worden verstrekt. Het origineel of het door de bevoegde overheid voor eensluidend verklaard afschrift van de betreffende lozingsvergunning moet bij het dossier worden gevoegd.
2.2. Lozingsbedrijf.
2.2.1. Identificatie van schepen of andere vaartuigen.
Bij de aanvraag moet, hetzij het origineel, hetzij het door de bevoegde overheid voor eensluidend verklaard afschrift van volgende stukken gevoegd zijn :
1. Wat betreft de zeeschepen : een voor eensluidend verklaard uittreksel uit het scheepsregister van de bewaarder der scheepshypotheken waaruit de zakelijke rechten blijken welke op het schip rusten op het tijdstip van de aanvraag, de zeebrief of een gelijkwaardig document en de meetbrief;
2. Wat betreft de andere vaartuigen : de wettelijke vereiste inschrijvingsbewijzen of registratiebewijzen, de meetbrief en, in voorkomend geval, de zeebrief of een gelijkwaardig document;
3. Wat betreft de luchtvaartuigen :
de dokumenten die zich reglementair aan boord dienen te bevinden.
2.2.2. Andere informaties.
1. Beschrijving van het vaartuig (+ schema) en van zijn pomp (min. en max. debiet) of andere stortingsinstallaties;
2. Desgevallend wijze van verpakking of elke andere conditionering van de stoffen en materialen;
3. Opslagcapaciteit van het lozingsvaartuig;
4. Beschrijving van reeds bestaande positiebepalingssystemen aan boord van de lozingsvaartuigen.
2.3. Opslagbedrijf.
Opslagcapaciteit voor de in de aanvraag bedoelde stoffen en materialen.
3. Gegevens over de bedoelde stoffen en materialen evenals over de lozing.
3.1. Tonnenmaat, duur en frekwentie.
3.1.1. Hoeveelheid (gemiddelden en max.) per jaar (ton).
3.1.2. Hoeveelheid (gemiddelden en max.) per lozing (ton).
3.1.3. Voorgestelde kalender voor de lozingen (raming van de frekwentie)
3.1.4. Periode waarvoor de bijzondere vergunning of machtiging wordt gevraagd.
3.2. Fysische en fysico-chemische eigenschappen van de te lozen stoffen en materialen op het tijdstip van laden aan boord van het vaartuig.
3.2.1. Totaal afval :
_ temperatuur (°C);
_ soortelijke massa (kg/m3);
_ pH;
_ viscositeit (Pa.s);
_ reuk;
_ kleur.
3.2.2. Vloeibare fase :
_ hoeveelheid (% gewicht);
_ karakterisering : oplossing, emulsie of andere;
_ soortelijk gewicht;
_ vluchtigheid;
_ chemische degradeerbaarheid;
_ mengbaarheid in zeewater.
3.2.3. Vaste fase (b.v. gesuspendeerde stoffen, neerslag, ...) :
_ hoeveelheid (% gewicht);
_ soortelijk gewicht;
_ oplosbaarheid in zeewater/komponent;
_ korrelgrootteverdeling;
_ chemische degradeerbaarheid/komponent.
3.3. Scheikundige eigenschappen van de te lozen stoffen op het tijdstip van laden aan boord van het vaartuig.
3.3.1. Vloeibare fase :
1° % water (gemiddeld en minimaal; gewicht/gewicht);
2° anorganische fractie :
a) % anorganische stoffen (gemiddeld en maximaal; gewicht/gewicht);
b) concentratie (gemiddelde en maximale concentraties; gewicht/gewicht) van de anorganische komponenten;
c) in ieder geval : concentratie (gemiddelde en maximale concentraties; gewicht/gewicht) van de volgende sporen : Hg, Cd, As, Pb, Cu, Zn, CN, F, Cr, Ni, Sn, Fe, V, Be en hun verbindingen alsook aan stikstof en fosfor zouten.
3° organische fractie :
a) % organische stoffen (gemiddeld en maximaal; gewicht/gewicht);
b) concentratie (gemiddelde en maximale concentraties; gewicht/gewicht) van de organische verbindingen + structuurformule van elke verbinding;
c) in ieder geval : concentratie (gemiddelde en maximale concentraties; gewicht/gewicht) van de organohalogeenverbindingen + precursoren en organosiliciumverbindingen + structuurformule van elke verbinding;
d) BOD5 20 (Biological oxygen demand op vijf dagen en 20° C);
e) COD (Chemical oxygen demand);
f) TOC (Total organic carbon);
g) TON (Total organic nitrogen).
3.3.2. Vaste fase :
_ anorganische fractie : zoals punten (a), (b), (c) in § 3.1.1. (2°);
_ organische fractie : zoals punten (a) tot (g) in § 3.3.1. (3°).
3.3.3. Opmerkingen :
1° Indien het een mengsel betreft van een aantal stoffen die bij verschillende processen vrijkomen, dient ook voor elke fractie afzonderlijk een volledige beschrijving gegeven te worden volgens §§ 3.2. en 3.3., alsook de procentuele bijdrage van elke fractie tot het mengsel;
2° De ter bepaling van de verschillende eigenschappen en concentraties, in §§ 3.2. en 3.3. gevraagd, gebruikte analysemethodieken moeten worden aangegeven alsook de detectielimieten.
3.4. Beschikbare informaties over biologische eigenschappen.
3.4.1. Toxiciteit :
_ Opgave van de in het mengsel voorkomende toxische stoffen met eventueel bekende LC50 (96u) en "geen effekt" drempels op aquatische organismen.
_ Acute toxiciteit van het totale mengsel :
1° LC50 (96u) voor mariene organismen :
a) fytoplanctonische wieren;
b) mossel (Mytilus edulis L.);
c) garnaal (Crangon crangon L.);
d) schol (Pleuronectes platessa L.).
2° andere beschikbare gegevens of resultaten van onderzoekingen i.v.m. andere organismen (zee of zoetwater).
_ Subacute toxiciteit van het totale mengsel : bepaling van "geen effect" drempels op hogervernoemde organismen, aangaande aangroei, reproductievermogen, ademhaling, gedrag, enz...
3.4.2. Gegevens over bioaccumulatie en bio-eliminatie door de hogervernoemde organismen of andere aquatische organismen.
3.4.3. Gegevens over biodegradabiliteit van de geloosde stoffen.
Art. N. Annexe : Liste des données requises pour l'examen de la recevabilité d'une demande pour l'obtention d'une licence spécifique ou une autorisation d'immerger des substances et matériaux en mer
1. Identification.
1.1. Identification complète du demandeur :
le nom, les prénoms, la nationalité, la qualité, le domicile ou résidence et, le cas échéant, le domicile choisi par le demandeur s'il s'agit d'une personne physique.
Au cas où la demande est formulée par une personne morale :
_ le nom de la personne morale ou le nom commercial comme défini dans les statuts;
_ le caractère juridique ou la forme juridique;
_ l'adresse du siège social et des établissements qui ne sont pas situés dans la région du siège social;
_ le numéro d'inscription dans le registre de commerce et, le cas échéant, dans le registre des sociétés civiles ou dans le registre des sociétés étrangères qui ne tombent pas sous l'application de l'article 198 des lois coordonnées sur les sociétés commerciales;
_ le nom, les prénoms, le domicile ou la résidence choisi par les personnes qui, en tant qu'individu ou organe collégial, sont compétents pour prendre des engagements au nom de la personne morale et de la représenter en droit, ainsi que des fonctionnaires d'exécution et des mandataires particuliers qui sont dûment mandatés.
1.2. Nature et identification des moyens de transport des substances et matériaux du lieu d'origine jusqu'au lieu ou le transfert dans le navire déverseur ou dans les installations de stockage de la société ont lieu.
1.3. Identification complète de la société qui stocke les substances et matériaux visés, au cas où la demande n'émane pas de cette société.
1.4. Identification complète de la firme qui se charge de l'immersion en mer des substances et matériaux, au cas où la demande n'émane pas de cette firme.
1.5. Identification complète du producteur des substances et matériaux visés; au cas où la demande n'émane pas de ce producteur.
2. Données concernant les ci-dessus nommés.
2.1. Le producteur.
2.1.1. Nature et capacité de production de la firme ou des installations dont les substances et matériaux visés sont originaires, illustrées par un schéma ou apparaissent les secteurs d'activité de la firme ou installation dont les substances et matériaux sont originaires.
2.1.2. Pour autant que la demande porte sur des substances et matériaux provenant d'un processus industriel : donner une description et un diagramme du processus (+ les réactions chimiques) libérant les substances et matériaux visés, en illustrant autant que possible par des schémas.
Il convient de mentionner ici les matières premières et les catalyseurs éventuellement ajoutés, ainsi que leurs quantités.
Dans le cas où il s'agit d'un mélange de substances et matériaux résultant de plusieurs processus de production différents, il convient de fournir les informations précisées plus haut pour chaque processus séparément.
Dans le cas où il s'agit de substances et matériaux ne provenant pas d'une processus industriel, il y a lieu de mentionner avec précision la provenance de ces substances et matériaux.
2.1.3. Dans le cas où la demande porte sur des substances et matériaux en provenance d'un pays membre de la Convention d'Oslo, et pour laquelle une licence d'immersion de ces substances et matériaux en mer a été délivrée par l'autorité compétente en la matière, il suffit de fournir une réponse globale aux §§ 2.1.1. et 2.1.2. L'original de la licence d'immersion ou sa copie certifiée conforme par l'autorité compétente doit être ajoutée au dossier.
2.2. Société procédant à l'immersion.
2.2.1. Identification des navires ou autres bâtiments.
L'original ou la copie certifiée conforme par l'autorité compétente, des pièces suivantes doivent être annexés à la demande :
1. En ce qui concerne les navires de mer : un extrait certifié conforme du registre matricule de conservation des hypothèques maritimes et fluviales indiquant les droits réels sur le navire au moment de la demande, la lettre de mer ou un document équivalent et la lettre de jaugeage;
2. En ce qui concerne les autres bâtiments : les certificats d'immatriculation ou d'enregistrements légalement exigés, la lettre de jaugeage et, le cas échéant, la lettre de mer ou un document équivalent;
3. En ce qui concerne les aéronefs :
les documents qui doivent se trouver réglementairement à bord.
2.2.2. Autres informations.
1. Description du navire (+ schéma) et de son installation de pompage (débit min. et max.) ou toutes autres installations de déversement;
2. Le cas échéant, mode d'emballage ou de toute autre forme de conditionnement des substances et matériaux;
3. Capacité de stockage du navire procédant à l'immersion;
4. Description du système de positionnement déjà à bord du navire procédant à l'immersion.
2.3. Société qui stocke les substances et matériaux.
Capacité de stockage pour les substances et matériaux visés dans la demande.
3. Données sur les substances et matériaux visés, ainsi que sur le déversement.
3.1. Tonnage, durée et fréquence.
3.1.1. Quantité (moyenne et max.) par an (tonnes).
3.1.2. Quantité (moyenne et max.) par déversement (tonnes).
3.1.3. Calendrier proposé pour les déversements (estimation des fréquences).
3.1.4. Période pour laquelle la licence spécifique ou l'autorisation est demandée.
3.2. Propriétés physiques et physico-chimiques des substances et matériaux à déverser, au moment de leur chargement à bord du navire.
3.2.1. Déchet total :
_ température (°C);
_ masse spécifique (kg/m3);
_ pH;
_ viscosité (Pa.s);
_ odeur;
_ couleur.
3.2.2. Phase liquide :
_ quantité (% en poids);
_ caractérisation : solution, émulsion ou autre;
_ poids spécifique;
_ volatilité;
_ dégradabilité chimique;
_ miscibilité dans l'eau de mer.
3.2.3. Phase solide (ex. substances en suspension, précipités, ...) :
_ quantité (% en poids);
_ poids spécifique;
_ solubilité en eau de mer/constituant;
_ distribution de la granulométrie;
_ dégradabilité chimique/constituant.
3.3. Caractéristiques chimiques des substances et matériaux à déverser, au moment de leur chargement à bord du navire.
3.3.1. Phase liquide :
1° % d'eau (moyen et minimal; poids/poids);
2° fraction inorganique :
a) % de substances inorganiques (moyen en maximal; poids/poids);
b) concentrations (concentrations moyennes et maximales; poids/poids) des constituants inorganiques;
c) dans tous les cas : concentrations (concentrations moyennes et maximales; poids/poids) des éléments suivants : Hg, Cd, As, Pb, Cu, Zn, CN, F, Cr, Ni, Sn, Fe, V, Be et leurs composés ainsi que des sels d'azote et de phosphore.
3° fraction organique :
a) % de substances organiques (moyen et maximal; poids/poids);
b) concentrations (concentrations moyennes et maximales; poids/poids) des composés organiques + formule de structure de chaque composé;
c) dans tous les cas : concentrations (concentrations moyennes et maximales; poids/poids) des composés organohalogénés + précurseurs et des composés organosiliciés + formule de structure de chaque composé;
d) DBO5 20 (Demande biologique d'oxygène sur 5 jours et à 20° C);
e) COD (Chemical oxygen demand);
f) TOC (Total organic carbon);
g) TON (Total organic nitrogen).
3.3.2. Phase solide :
_ fraction inorganique : comme les points (a), (b), (c) du § 3.3.1. (2°);
_ fraction organique : comme les points (a) à (g) du § 3.3.1. (3°).
3.3.3. Remarques :
1° S'il s'agit d'un mélange de plusieurs substances et matériaux issus de processus différents, il y a lieu de fournir également une description complète pour chaque fraction prise séparément, suivant les §§ 3.2. et 3.3., ainsi que la contribution procentuelle de chaque fraction du mélange.
2° Les méthodes d'analyse utilisées pour la détermination des différentes propriétés et concentrations, demandées au §§ 3.2. et 3.3., doivent être données ainsi que leurs limites de détection.
3.4. Informations disponibles sur les propriétés biologiques.
3.4.1. Toxicité.
_ Liste des substances toxiques présentes dans le mélange avec mention des valeurs éventuellement connues de LC50 (96h) en de seuils de "non-effet" pour des organismes aquatiques.
_ Toxicité aigue du mélange total :
1° LC50 (96h) pour les organismes marins suivants :
a) algues phytoplanctoniques;
b) moule (Mytilus édulis L.);
c) crevette (Crangon crangon L.);
d) plie (Pleuronectes platessa L.);
2° autres données disponibles ou résultats d'expériences en rapport avec d'autres organismes (eau de mer ou eau douce).
_ Toxicité sub-aigue du mélange total : détermination du seuil de "non-effet" pour les organismes susnommés, portant sur le taux de croissance, le potentiel reproductif, la respiration, le comportement, etc...
3.4.2. Données concernant la bioaccumulation et la bioélimination par les organismes sus-nommés ou d'autres organismes aquatiques.
3.4.3. Données sur la biodégradabilité des substances et matériaux immergés.
1. Identification.
1.1. Identification complète du demandeur :
le nom, les prénoms, la nationalité, la qualité, le domicile ou résidence et, le cas échéant, le domicile choisi par le demandeur s'il s'agit d'une personne physique.
Au cas où la demande est formulée par une personne morale :
_ le nom de la personne morale ou le nom commercial comme défini dans les statuts;
_ le caractère juridique ou la forme juridique;
_ l'adresse du siège social et des établissements qui ne sont pas situés dans la région du siège social;
_ le numéro d'inscription dans le registre de commerce et, le cas échéant, dans le registre des sociétés civiles ou dans le registre des sociétés étrangères qui ne tombent pas sous l'application de l'article 198 des lois coordonnées sur les sociétés commerciales;
_ le nom, les prénoms, le domicile ou la résidence choisi par les personnes qui, en tant qu'individu ou organe collégial, sont compétents pour prendre des engagements au nom de la personne morale et de la représenter en droit, ainsi que des fonctionnaires d'exécution et des mandataires particuliers qui sont dûment mandatés.
1.2. Nature et identification des moyens de transport des substances et matériaux du lieu d'origine jusqu'au lieu ou le transfert dans le navire déverseur ou dans les installations de stockage de la société ont lieu.
1.3. Identification complète de la société qui stocke les substances et matériaux visés, au cas où la demande n'émane pas de cette société.
1.4. Identification complète de la firme qui se charge de l'immersion en mer des substances et matériaux, au cas où la demande n'émane pas de cette firme.
1.5. Identification complète du producteur des substances et matériaux visés; au cas où la demande n'émane pas de ce producteur.
2. Données concernant les ci-dessus nommés.
2.1. Le producteur.
2.1.1. Nature et capacité de production de la firme ou des installations dont les substances et matériaux visés sont originaires, illustrées par un schéma ou apparaissent les secteurs d'activité de la firme ou installation dont les substances et matériaux sont originaires.
2.1.2. Pour autant que la demande porte sur des substances et matériaux provenant d'un processus industriel : donner une description et un diagramme du processus (+ les réactions chimiques) libérant les substances et matériaux visés, en illustrant autant que possible par des schémas.
Il convient de mentionner ici les matières premières et les catalyseurs éventuellement ajoutés, ainsi que leurs quantités.
Dans le cas où il s'agit d'un mélange de substances et matériaux résultant de plusieurs processus de production différents, il convient de fournir les informations précisées plus haut pour chaque processus séparément.
Dans le cas où il s'agit de substances et matériaux ne provenant pas d'une processus industriel, il y a lieu de mentionner avec précision la provenance de ces substances et matériaux.
2.1.3. Dans le cas où la demande porte sur des substances et matériaux en provenance d'un pays membre de la Convention d'Oslo, et pour laquelle une licence d'immersion de ces substances et matériaux en mer a été délivrée par l'autorité compétente en la matière, il suffit de fournir une réponse globale aux §§ 2.1.1. et 2.1.2. L'original de la licence d'immersion ou sa copie certifiée conforme par l'autorité compétente doit être ajoutée au dossier.
2.2. Société procédant à l'immersion.
2.2.1. Identification des navires ou autres bâtiments.
L'original ou la copie certifiée conforme par l'autorité compétente, des pièces suivantes doivent être annexés à la demande :
1. En ce qui concerne les navires de mer : un extrait certifié conforme du registre matricule de conservation des hypothèques maritimes et fluviales indiquant les droits réels sur le navire au moment de la demande, la lettre de mer ou un document équivalent et la lettre de jaugeage;
2. En ce qui concerne les autres bâtiments : les certificats d'immatriculation ou d'enregistrements légalement exigés, la lettre de jaugeage et, le cas échéant, la lettre de mer ou un document équivalent;
3. En ce qui concerne les aéronefs :
les documents qui doivent se trouver réglementairement à bord.
2.2.2. Autres informations.
1. Description du navire (+ schéma) et de son installation de pompage (débit min. et max.) ou toutes autres installations de déversement;
2. Le cas échéant, mode d'emballage ou de toute autre forme de conditionnement des substances et matériaux;
3. Capacité de stockage du navire procédant à l'immersion;
4. Description du système de positionnement déjà à bord du navire procédant à l'immersion.
2.3. Société qui stocke les substances et matériaux.
Capacité de stockage pour les substances et matériaux visés dans la demande.
3. Données sur les substances et matériaux visés, ainsi que sur le déversement.
3.1. Tonnage, durée et fréquence.
3.1.1. Quantité (moyenne et max.) par an (tonnes).
3.1.2. Quantité (moyenne et max.) par déversement (tonnes).
3.1.3. Calendrier proposé pour les déversements (estimation des fréquences).
3.1.4. Période pour laquelle la licence spécifique ou l'autorisation est demandée.
3.2. Propriétés physiques et physico-chimiques des substances et matériaux à déverser, au moment de leur chargement à bord du navire.
3.2.1. Déchet total :
_ température (°C);
_ masse spécifique (kg/m3);
_ pH;
_ viscosité (Pa.s);
_ odeur;
_ couleur.
3.2.2. Phase liquide :
_ quantité (% en poids);
_ caractérisation : solution, émulsion ou autre;
_ poids spécifique;
_ volatilité;
_ dégradabilité chimique;
_ miscibilité dans l'eau de mer.
3.2.3. Phase solide (ex. substances en suspension, précipités, ...) :
_ quantité (% en poids);
_ poids spécifique;
_ solubilité en eau de mer/constituant;
_ distribution de la granulométrie;
_ dégradabilité chimique/constituant.
3.3. Caractéristiques chimiques des substances et matériaux à déverser, au moment de leur chargement à bord du navire.
3.3.1. Phase liquide :
1° % d'eau (moyen et minimal; poids/poids);
2° fraction inorganique :
a) % de substances inorganiques (moyen en maximal; poids/poids);
b) concentrations (concentrations moyennes et maximales; poids/poids) des constituants inorganiques;
c) dans tous les cas : concentrations (concentrations moyennes et maximales; poids/poids) des éléments suivants : Hg, Cd, As, Pb, Cu, Zn, CN, F, Cr, Ni, Sn, Fe, V, Be et leurs composés ainsi que des sels d'azote et de phosphore.
3° fraction organique :
a) % de substances organiques (moyen et maximal; poids/poids);
b) concentrations (concentrations moyennes et maximales; poids/poids) des composés organiques + formule de structure de chaque composé;
c) dans tous les cas : concentrations (concentrations moyennes et maximales; poids/poids) des composés organohalogénés + précurseurs et des composés organosiliciés + formule de structure de chaque composé;
d) DBO5 20 (Demande biologique d'oxygène sur 5 jours et à 20° C);
e) COD (Chemical oxygen demand);
f) TOC (Total organic carbon);
g) TON (Total organic nitrogen).
3.3.2. Phase solide :
_ fraction inorganique : comme les points (a), (b), (c) du § 3.3.1. (2°);
_ fraction organique : comme les points (a) à (g) du § 3.3.1. (3°).
3.3.3. Remarques :
1° S'il s'agit d'un mélange de plusieurs substances et matériaux issus de processus différents, il y a lieu de fournir également une description complète pour chaque fraction prise séparément, suivant les §§ 3.2. et 3.3., ainsi que la contribution procentuelle de chaque fraction du mélange.
2° Les méthodes d'analyse utilisées pour la détermination des différentes propriétés et concentrations, demandées au §§ 3.2. et 3.3., doivent être données ainsi que leurs limites de détection.
3.4. Informations disponibles sur les propriétés biologiques.
3.4.1. Toxicité.
_ Liste des substances toxiques présentes dans le mélange avec mention des valeurs éventuellement connues de LC50 (96h) en de seuils de "non-effet" pour des organismes aquatiques.
_ Toxicité aigue du mélange total :
1° LC50 (96h) pour les organismes marins suivants :
a) algues phytoplanctoniques;
b) moule (Mytilus édulis L.);
c) crevette (Crangon crangon L.);
d) plie (Pleuronectes platessa L.);
2° autres données disponibles ou résultats d'expériences en rapport avec d'autres organismes (eau de mer ou eau douce).
_ Toxicité sub-aigue du mélange total : détermination du seuil de "non-effet" pour les organismes susnommés, portant sur le taux de croissance, le potentiel reproductif, la respiration, le comportement, etc...
3.4.2. Données concernant la bioaccumulation et la bioélimination par les organismes sus-nommés ou d'autres organismes aquatiques.
3.4.3. Données sur la biodégradabilité des substances et matériaux immergés.