Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
7 NOVEMBER 1983. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 8 februari 1978 houdende goedkeuring van het Verdrag ter voorkoming van de verontreiniging van de zee ten gevolge van storten vanaf schepen en luchtvaartuigen, en van de Bijlagen, opgemaakt te Oslo op 15 februari 1972 en houdende sommige bepalingen in verband met het storten in zee en het verbranden op zee van afval en andere stoffen.
Titre
7 NOVEMBRE 1983. - Arrêté royal d'exécution de la loi du 8 février 1978 portant approbation de la Convention pour la prévention de la pollution marine par les opérations d'immersion effectuées par les navires et aéronefs, et des Annexes, faites à Oslo le 15 février 1972 et prévoyant certaines dispositions relatives à l'immersion et l'incinération de déchets et autres substances en mer.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (22)
Texte (22)
HOOFDSTUK I. _ Begripsomschrijvingen.
CHAPITRE Ier. _ Définitions.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  _ "Verdrag" : het Verdrag ter voorkoming van de verontreiniging van de zee ten gevolge van storten vanaf schepen en luchtvaartuigen, en van de Bijlagen, opgemaakt te Oslo op 15 februari 1972.
  _ "Wet" : de wet van 8 februari 1978 houdende goedkeuring van het Verdrag ter voorkoming van de verontreiniging van de zee ten gevolge van storten vanaf schepen en luchtvaartuigen, en van de Bijlagen, opgemaakt te Oslo op 15 februari 1972 en houdende sommige bepalingen in verband met het storten in zee en het verbranden op zee van afval en andere stoffen, gewijzigd bij de wet van 19 mei 1983.
  _ "De Minister" : de Minister of Staatssecretaris die het Leefmilieu onder zijn bevoegdheid heeft.
  _ "De houder" : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een bijzondere vergunning of een machtiging heeft bekomen in de voorwaarden van onderhavig besluit
Article 1. Au sens du présent arrêté on entend par :
  _ "Convention" : la Convention pour la prévention de la pollution marine par les opérations d'immersion effectuées par les navires, et aéronefs et des Annexes, faites à Oslo le 15 février 1972.
  _ "Loi" : la loi du 8 février 1978 portant approbation de la Convention pour la prévention de la pollution marine par les opérations d'immersion effectuées par les navires et aéronefs, et des Annexes, faites à Oslo le 15 février 1972 et prévoyant certaines dispositions relatives à l'immersion et à l'incinération de déchets et autres substances en mer, modifiée par la loi du 19 mai 1983.
  _ "Le Ministre" : le Ministre ou Secrétaire d'Etat qui a l'Environnement dans ses attributions.
  _ "Le titulaire" : la personne physique ou la personne morale qui a obtenu une licence spécifique ou une autorisation conformément aux conditions fixées par le présent arrêté.
HOOFDSTUK II. _ Bijzondere vergunning en machtiging.
CHAPITRE II. _ Licence spécifique et autorisation.
Art.2. De Minister is belast met het verlenen of het weigeren van een bijzondere vergunning tot het storten of verbranden van de stoffen en materialen die voorkomen in Bijlage II van het Verdrag, als het belangrijke hoeveelheden betreft, zoals deze zijn gedefinieerd in toepassing van artikel 6 van het Verdrag.
  Deze stoffen en materialen mogen stoffen bevatten van Bijlage I van het Verdrag onder voorbehoud dat ze slechts de vorm aannemen van sporen van kontaminatie in de afval waaraan deze stoffen niet werden toegevoegd met het oog op hun storting of hun verbranding.
Art.2. Le Ministre est chargé de la délivrance ou du refus d'une licence spécifique d'immersion ou d'incinération de substances et matériaux figurant dans l'Annexe II de la Convention dans le cas o il s'agit de quantités importantes, telles qu'elles sont définies en application de l'article 6 de la Convention.
  Ces substances et matériaux peuvent contenir des substances figurant à l'Annexe I de la Convention sous réserve qu'elles ne se présentent que sous la forme de polluants en traces dans les déchets auxquels ces substances n'ont pas été ajoutées en vue de leur immersion ou de leur incinération.
Art.3. De Minister is belast met het verlenen of het weigeren van een machtiging tot het storten of verbranden van stoffen en materialen :
  1° andere dan die welke voorkomen in Bijlage I en Bijlage II van het Verdrag;
  2° die voorkomen in Bijlage II van het Verdrag, als het geen belangrijke hoeveelheden betreft, zoals deze zijn gedefinieerd in toepassing van artikel 6 van het Verdrag.
  Deze stoffen en materialen mogen stoffen bevatten welke voorkomen in Bijlage I van het Verdrag onder voorbehoud dat ze slechts de vorm aannemen van sporen van kontaminatie in de afval waaraan deze stoffen niet werden toegevoegd met het oog op hun storting of hun verbranding.
Art.3. Le Ministre est chargé de la délivrance ou du refus d'une autorisation d'immersion ou d'incinération de substances et matériaux :
  1° autres que ceux figurant à l'Annexe I et à l'Annexe II de la Convention;
  2° figurant à l'Annexe II de la Convention, dans le cas où il ne s'agit pas de quantités importantes , telles qu'elles sont définies en application de l'article 6 de la Convention.
  Ces substances et matériaux peuvent contenir des substances figurant à l'Annexe I de la Convention sous réserve qu'elles ne se présentent que sous la forme de polluants en traces dans les déchets auxquels ces substances n'ont pas été ajoutées en vue de leur immersion ou de leur incinération.
Art.4. § 1. De bijzondere vergunning of machtiging is persoonlijk en onoverdraagbaar.
  § 2. De bijzondere vergunning wordt slechts verleend voor een maximumduur van twee jaar. De hernieuwing ervan is onderworpen aan het indienen van een nieuwe aanvraag.
  § 3. De machtiging wordt slechts verleend voor een maximumduur van vier jaar. De hernieuwing ervan is onderworpen aan het indienen van een nieuwe aanvraag.
Art.4. § 1er. La licence spécifique ou l'autorisation est personnelle et incessible.
  § 2. La licence spécifique n'est délivrée que pour une période de deux ans maximum. Son renouvellement est soumis à l'introduction d'une nouvelle demande.
  § 3. L'autorisation n'est délivrée que pour une période de quatre ans maximum. Son renouvellement est soumis à l'introduction d'une nouvelle demande.
Art.5. De aanvraag ter verkrijging van een bijzondere vergunning of machtiging wordt aan de Minister gericht in één origineel exemplaar en zes afschriften. De Minister is belast met het bepalen van de gegevens vereist voor de ontvankelijkheid van de aanvraag.
Art.5. La demande d'obtention d'une licence spécifique ou d'une autorisation est adressée au Ministre en un exemplaire original et six copies. Le Ministre est chargé de déterminer les données requises pour la recevabilité de la demande.
Art.6. § 1. De Minister gaat na of de aanvraag alle vereiste gegevens bevat. Binnen een termijn van dertig kalenderdagen, vanaf de dag waarop de aanvraag voor een bijzondere vergunning of machtiging werd neergelegd, geeft de Minister aan de aanvrager per aangetekende brief, kennis van zijn beslissing over de ontvankelijkheid van de aanvraag.
  § 2. Samen met de kennisgeving van ontvankelijkheid van het verzoek, maakt de Minister een volledig exemplaar van het dossier over aan de Minister onder wiens bevoegdheid het Verkeerswezen en de Landbouw vallen.
  Elk van hen geeft ten laatste binnen een termijn van zestig kalenderdagen die ingaat vanaf de dag van ontvangst van het dossier, een gemotiveerd advies, binnen het eigen gebied van zijn bevoegdheden, aan de Minister, over de invloed van de storting of de verbranding zoals bedoeld door de aanvraag, op het zeemilieu.
  § 3. Indien de adviezen bedoeld in § 2 niet worden nagekomen, worden de betrokken Minister of Ministers hiervan vóór de beslissing verwittigd en zal, zo zij er om verzoeken, binnen een termijn van 10 kalenderdagen, hierover in Ministerraad overleg gepleegd worden.
  § 4. Een exemplaar van het dossier over de aanvraag van de bijzondere vergunning of machtiging wordt overgemaakt aan de Voorzitter van de Gewestelijke Executieve waar
  _ zich de woonplaats bevindt van de aanvrager wanneer het een natuurlijke persoon betreft;
  _ de exploitatiezetel is gevestigd van de aanvrager wanneer het een rechtspersoon betreft.
  § 5. In de loop van het onderzoek, kan de Minister aan de aanvrager alle bijkomende inlichtingen vragen die hij noodzakelijk acht.
Art.6. § 1er. Le Ministre vérifie si la demande contient toutes les données requises. Dans un délai de trente jours calendrier à dater du dépôt de la demande de licence spécifique ou d'autorisation, le Ministre notifie au demandeur, par lettre recommandée, sa décision quant à la recevabilité de la demande.
  § 2. Simultanément à la notification de recevabilité de la demande, le Ministre transmet un exemplaire complet du dossier aux Ministres qui ont les Communications et l'Agriculture dans leurs attributions.
  Chacun d'eux, au plus tard dans un délai de soixante jours calendrier à dater de la réception par eux du dossier, remet au Ministre un avis motivé, dans le champ propre de ses compétences, sur l'influence de l'immersion ou de l'incinération visée par la demande, sur l'environnement marin.
  § 3. Si les avis visés au § 2 ne sont pas suivis, le ou les Ministres concernés en sont prévenus préalablement à la décision et, à leur demande, dans un délai de dix jours calendrier, celle-ci fera l'objet d'une concertation en Conseil des Ministres.
  § 4. Un exemplaire du dossier de la demande de licence spécifique ou d'autorisation est adressé au Président de l'Exécutif régional où est situé
  _ le domicile du demandeur quand il s'agit d'une personne physique;
  _ le siège d'exploitation du demandeur quand il s'agit d'une personne morale.
  § 5. En cours d'instruction, le Ministre peut solliciter du demandeur tous les renseignements supplémentaires qu'il estime nécessaires.
Art.7. § 1. Binnen een termijn van honderdtwintig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing over de ontvankelijkheid van de aanvraag, maakt de Minister bij middel van een ter post aangetekend schrijven aan de aanvrager zijn met redenen omklede konklusies kenbaar betreffende de verlening of de weigering van de bijzondere vergunning of de machtiging.
  § 2. De aanvrager beschikt over vijftien kalenderdagen om zijn gemotiveerde opmerkingen, bij middel van een ter post aangetekend schrijven aan de Minister te laten kennen.
  § 3. Na kennis te hebben genomen van de opmerkingen van de aanvrager, vaardigt de Minister zijn besluit uit. Het met redenen omkleed besluit houdende beslissing van de verlening of de weigering van de bijzondere vergunning of de machtiging wordt aan de aanvrager betekend bij middel van een ter post aangetekend schrijven binnen vijftien kalenderdagen vanaf de ontvangst van de opmerkingen van de aanvrager, en bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
  § 4. In geval van verlening, bepaalt de Minister de voorwaarden waaronder het storten of het verbranden wordt toegelaten.
Art.7. § 1er. Dans un délai de cent vingt jours calendrier à dater de la notification de la décision quant à la recevabilité de la demande, le Ministre fait connaître au demandeur par lettre recommandée ses conclusions motivées quant à l'octroi ou au refus de la licence spécifique ou de l'autorisation.
  § 2. Le demandeur dispose de quinze jours calendrier pour faire connaître au Ministre ses remarques motivées par lettre recommandée.
  § 3. Après avoir pris connaissance des remarques du demandeur, le Ministre arrête sa décision. L'arrêté, dûment motivé, portant décision d'octroi ou de refus de la licence spécifique ou autorisation est notifié au demandeur dans les quinze jours calendrier à dater de la réception des remarques du demandeur, et publié en extrait au Moniteur belge.
  § 4. En cas d'octroi, le Ministre détermine les conditions auxquelles l'immersion ou l'incinération est autorisée.
Art.8. Iedere wijziging, voorgesteld door de houder, van de gegevens op basis waarvan de bijzondere vergunning of de machtiging is toegestaan, zal het voorwerp uitmaken van een nieuwe aanvraag overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van dit besluit.
Art.8. Toute modification, proposée par le titulaire, des données sur base desquelles la licence spécifique ou l'autorisation a été accordée, fera l'objet d'une nouvelle demande conformément aux articles 5 et 6 du présent arrêté.
Art.9. § 1. De bepalingen van de artikelen 2 tot 8 van het onderhavig besluit zijn niet van toepassing op de noodtoestanden, zoals deze gedefinieerd zijn in artikel 8, § 1 van het Verdrag.
  § 2. Iedere natuurlijke of rechtspersoon die overgaat of laat overgaan tot een stortingsoperatie in- of een verbrandingsoperatie op zee van stoffen en materialen op grond van dit artikel, zal deze operatie onmiddellijk melden aan de Minister met een gedetailleerde opgave van de omstandigheden, de aard en de hoeveelheden van de gestorte of verbrande stoffen en materialen.
  § 3. De Minister zal het onderzoek van de gegeven rechtvaardigingen bevelen.
Art.9. § 1er. Les dispositions des articles 2 à 8 du présent arrêté ne s'appliquent pas aux conditions d'urgence, telles qu'elles sont définies à l'article 8, § 1er de la Convention.
  § 2. Toute personne physique ou morale qui procède ou fait procéder à une opération d'immersion ou d'incinération de substances et matériaux en mer sur base de cet article, notifiera immédiatement cette opération au Ministre avec un exposé complet des circonstances, la nature et les quantités de substances et matériaux immergés ou incinérés.
  § 3. Le Ministre ordonnera la vérification des justifications produites.
HOOFDSTUK III. _ Overgangsbepalingen.
CHAPITRE III. _ Mesures transitoires.
Art.10. § 1. Iedere natuurlijke of rechtspersoon die op de datum van het in werking treden van onderhavig besluit een toelating bezit om te storten in zee of te verbranden op zee mag verder storten of verbranden mits hij binnen de negentig dagen vanaf het in werking treden van dit besluit en overeenkomstig artikel 5, een aanvraag indient tot het bekomen van een bijzondere vergunning of machtiging.
  § 2. De stortingen in- en verbrandingen op zee, verricht tijdens deze overgangsperiode, worden van rechtswege onmiddellijk stopgezet indien de aanvraag uiterlijk bij het verstrijken van de in § 1 bedoelde termijn niet werd ingediend.
  § 3. De toelating tot het storten in zee of het verbranden op zee die verleend werd vóór het in werking treden van onderhavig besluit, verliest haar uitwerking op de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het ministerieel besluit houdende de beslissing omtrent de in § 1 bedoelde aanvraag.
  § 4. De Minister beschikt over een termijn van twaalf maanden vanaf de kennisgeving over de ontvankelijkheid van de aanvraag om een einde te stellen aan de overgangsperiode bedoeld in § 1.
Art.10. § 1er. Toute personne physique ou morale qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, dispose d'une permission d'immerger ou incinérer en mer, peut continuer à immerger ou incinérer à la condition qu'elle introduise dans les nonante jours à dater de l'entrée en vigueur du présent arrêté et conformément à l'article 5, une demande d'obtention d'une licence spécifique ou d'une autorisation.
  § 2. Les opérations d'immersion ou d'incinération en mer effectuées pendant cette période transitoire sont arrêtées immédiatement et de plein droit si la demande n'a pas été introduite avant l'expiration du délai visé au § 1er.
  § 3. La permission d'immerger ou d'incinérer en mer qui a été accordée avant l'entrée en vigueur du présent arrêté cesse ses effets le jour de la publication au Moniteur belge de l'arrêté ministériel statuant sur la demande visée au § 1er.
  § 4. Le Ministre dispose d'un délai de douze mois à dater de la notification de la recevabilité de la demande pour mettre fin à la période transitoire visée au § 1er.
HOOFDSTUK IV. _ Heffingen.
CHAPITRE IV. _ Rétributions.
Art.11. De aanvrager van een bijzondere vergunning of machtiging is gehouden tot terugbetaling, tegen kostprijs, van de kosten van het onderzoek naar de invloed van de stoffen en materialen bestemd voor storting in of verbranding op zee op het marien milieu en de levende rijkdommen van de zee.
Art.11. Le demandeur d'une licence spécifique ou d'une autorisation est tenu au remboursement, au prix coûtant, des frais de l'évaluation de l'impact sur l'environnement marin et les ressources vivantes de la mer, des substances et matériaux destinés à l'immersion ou à l'incinération en mer.
Art.12. § 1. Van de houder van een bijzondere vergunning of machtiging wordt een bijdrage ingevorderd, berekend per ton, en bestemd om, enerzijds de kosten te dekken van de kontrole op de naleving van de vastgestelde voorwaarden en anderzijds van het toezicht op de invloed van de storting of verbranding op het marien milieu en de levende rijkdommen van de zee.
  § 2. Dit aanpasbaar bedrag wordt berekend :
  1° Verhoudingsgewijze naar de tonnemaat van de stoffen en materialen voor dewelke de bijzondere vergunning of machtiging is verleend;
  2° In funktie van de geschatte reële jaarlijkse kosten van de kontrole en toezicht op de stortingen en verbranding en op zee;
  3° In funktie van de samenstelling van de stoffen en materialen vermeld in de bijzondere vergunning of machtiging;
  Te dien einde wordt een formule met de volgende algemene vorm toegepast :                                    [ C                  ]                     A = B + [--- x [E - (B x F)] ]                             [ D                  ]
waarin de verschillende parameters de volgende betekenissen aannemen :
  A = heffing per ton;
  B = forfaitair deel van de heffing per ton;
  C = schadelijkheidsindex van de stoffen en materialen;
  D = som van de schadelijkheidsindexen van alle stoffen en materialen welke het voorwerp uitmaken van een bijzondere vergunning of machtiging;
  E = jaarlijks bedrag van de kosten van de kontrole van de stortings- en verbrandingsoperaties op zee en van het toezicht op de invloed ervan op het marien milieu en de levende rijdommen van de zee;
  F = het aantal bijzondere vergunningen en machtigingen;
  § 3. De Minister past jaarlijks de parameters aan van de formule bedoeld in § 2 en bepaalt de toepassingsmodaliteiten evenals de betalingsmodaliteiten van de heffing.
  <NOTA : Voor het jaar 1988, zie B.St. 02-04-1988, p. 4662>
  § 4. In het geval van stoffen, ingevoerd uit het buitenland met het oog op hun storting in of verbranding op zee, zal de toegepaste heffing tenminste deze zijn van het land van oorsprong.
  In het geval dat deze minder zou bedragen dan de heffing berekend op de wijze bepaald in § 1 tot 3 van dit artikel, dan zal deze laatste worden toegepast.
Art.12. § 1er. Il est perçu du titulaire d'une licence spécifique ou d'une autorisation une rétribution, calculée par tonne, destinée à couvrir, d'une part les frais de contrôle du respect des conditions fixées et d'autre part, de surveillance de l'effet de l'immersion ou de l'incinération sur l'environnement marin et les ressources vivantes de la mer.
  § 2. Ce montant, adaptable, est calculé :
  1° Proportionnellement au tonnage de substances et matériaux pour lequel la licence spécifique ou l'autorisation a été accordée;
  2° En fonction de l'estimation du coût réel annuel des frais de contrôle et de surveillance des opérations d'immersion ou d'incinération en mer;
  3° En fonction de la composition des substances et matériaux mentionnés dans la licence spécifique ou l'autorisation;
  A cet effet, est appliquée une formule de forme générale suivante :                                    [ C                  ]                     A = B + [--- x [E - (B x F)] ]                             [ D                  ]
où les différents paramètres prennent les significations suivantes :
  A = rétribution par tonne;
  B = partie forfaitaire de la rétribution par tonne;
  C = indice de nocivité des substances et matériaux;
  D = somme des indices de nocivité de tous les substances et matériaux faisant l'objet d'une licence spécifique ou d'une autorisation;
  E = coût annuel des frais de contrôle des opérations d'immersion ou d'incinération en mer et de surveillance de leurs effets sur l'environnement marin et les ressources vivantes de la mer;
  F = nombre de licences spécifiques et d'autorisations;
  § 3. Le Ministre adapte annuellement les paramètres de la formule visée au § 2 et définit les modalités de son application ainsi que le payement de la rétribution.
  
  § 4. Dans le cas de substances importées en vue de leur immersion ou de leur incinération en mer, la rétribution applicable est au minimum celle du pays d'origine.
  Au cas où celle-ci est inférieure à la rétribution calculée selon les modalités visées aux § 1er à 3 du présent article, cette dernière sera d'application.
Art.13. § 1. De sommen voorzien in de artikels 11 en 12 van dit besluit moeten worden gestort op P.C.R. 000-2002200-23 van de Schatkist, Titel IV, Deel II, Sektie I, Hoofdstuk III voor Artikel 66.21.00.00 _ Ministerie van Volksgezondheid en het Gezin.
  § 2. Deze bedragen zullen verdeeld worden prorata de deelname aan de kontrole op het naleven van de voorwaarden en van het toezicht op de gevolgen van de storting of verbranding, in het bijzonder een nader te bepalen gedeelte, berekend volgens uit te voeren verrichtingen, zal aan het departement Landbouw gestort worden voor het toezicht op de levende rijkdommen van de zee, dat onder zijn bevoegdheid valt.
Art.13. § 1er. Les sommes prévues aux articles 11 et 12 du présent arrêté sont à verser au C.C.P. 000-2002200-23 du Trésor à l'Article 66.21.00.00 - Titre IV - Partie II - Section I - Chapitre III - Ministère de la Santé publique et de la Famille.
  § 2. Ces sommes seront réparties au prorata des participations au contrôle du respect des conditions et de la surveillance des effets de l'immersion ou de l'incinération, en particulier une partie à déterminer sur prestations sera versée au département de l'Agriculture pour la surveillance des ressources vivantes de la mer, qui relève de sa compétence propre.
HOOFDSTUK V. _ Wijziging, schorsing of intrekking van de bijzondere vergunning of machtiging
CHAPITRE V. _ Modification, suspension ou retrait de la licence spécifique ou de l'autorisation.
Art.14. § 1. De Minister is belast met het wijzigen, het schorsen of het intrekken van een bijzondere vergunning of machtiging tot het storten of verbranden van stoffen en materialen.
  § 2. De bijzondere vergunning of machtiging kan worden geschorst bij een behoorlijk met redenen omklede beslissing van de Minister en wordt per aangetekende brief aan de houder betekend.
  § 3. In de gevallen bedoeld in §§ 1 en 2, beschikt de houder over vijftien kalenderdagen om zijn gemotiveerde opmerkingen aan de Minister te laten kennen per aangetekende brief.
  § 4. Indien de Minister van oordeel is dat de opmerkingen van de houder van een bijzondere vergunning of machtiging niet gegrond zijn, zal hij overgaan tot de wijziging of de intrekking van de bijzondere vergunning of machtiging.
  § 5. Het met redenen omkleed ministerieel besluit houdende beslissing van wijziging of intrekking van de bijzondere vergunning of de machtiging, wordt aan de houder betekend bij middel van een ter post aangetekend schrijven binnen de vijftien kalenderdagen vanaf de ontvangst van de opmerkingen van de houder, en bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Art.14. § 1er. Le Ministre est chargé de modifier, suspendre ou retirer une licence spécifique ou une autorisation d'immerger ou incinérer des substances et matériaux.
  § 2. La licence spécifique ou l'autorisation peut être suspendue par décision du Ministre, dûment motivée et notifiée au titulaire par lettre recommandée.
  § 3. Dans les cas visés aux § 1er et 2, le titulaire dispose de quinze jours calendrier pour faire connaître au Ministre ses remarques motivées par lettre recommandée.
  § 4. Si le Ministre considère que les remarques du titulaire d'une licence spécifique ou d'une autorisation ne sont pas fondées, il procédera à la modification ou au retrait de la licence spécifique ou de l'autorisation.
  § 5. L'arrêté ministériel, dûment motivé, portant décision de modification ou de retrait de la licence spécifique ou de l'autorisation, est notifié au titulaire par lettre recommandée dans les quinze jours calendrier à dater de la réception des remarques du titulaire, et publié en extrait au Moniteur belge.
HOOFDSTUK VI. _ Opheffen van het verbod tot storting in of verbranding op zee.
CHAPITRE VI. _ Levée de l'interdiction d'immersion ou d'incinération en mer.
Art.15. In het kader van de toepassing van artikel 3, § 2 van de wet kan de Minister het verbod opheffen tot storting of verbranding. Hij bepaalt de voorwaarden waartegen de storting in of de verbranding op zee moet verricht worden.
Art.15. Dans le cadre de l'application de l'article 3, § 2 de la loi, le Ministre peut lever l'interdiction d'immersion ou d'incinération en mer. Il détermine les conditions dans lesquelles l'immersion ou l'incinération doivent être effectuées.
Art. 16. Onze Minister van Sociale Zaken en Onze Staatssecretaris voor Volksgezondheid en Leefmilieu zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 16. Notre Ministre des Affaires sociales et Notre Secrétaire d'Etat à la Santé publique et à l'Environnement sont, chacun en ce qui le concerne, chargés de l'exécution du présent arrêté.