Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
6 JULI 1976. - Wet tot beteugeling van het sluikwerk met handels- of ambachtskarakter(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-05-2019 en tekstbijwerking tot 21-03-2024)
Titre
6 JUILLET 1976. - Loi sur la répression du travail frauduleux à caractère commercial ou artisanal(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-05-2019 et mise à jour au 21-03-2024)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (16)
Texte (16)
Artikel 1. Sluikwerk en gebruik maken van de diensten van iemand die sluikwerk verricht, is verboden.
Article 1. Il est interdit de se livrer à un travail frauduleux et d'avoir recours aux services d'un travailleur frauduleux.
Art.2. § 1. Voor de toepassing van deze wet is sluikwerk het werk dat voorwerp kan zijn van een beroep behorend tot het ambachtswezen, de handel of de industrie en dat niet in ondergeschikt verband wordt verricht door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die ofwel niet is ingeschreven in [1 de Kruispuntbank van Ondernemingen bedoeld in artikel I.2, 1°, van het Wetboek van economisch recht]1, ofwel de wettelijke voorschriften inzake vergunning, verzekeringsplicht of inschrijving in verband met de uitoefening van dit beroep overtreedt, voor zover dat werk hetzij door zijn omvang en zijn technische aard, hetzij door zijn frequentie, hetzij door het aanwenden van materieel of van werktuigen, een specifiek professioneel karakter heeft.
  Toegelaten zijn steeds de reddingswerken en andere dringende werken die zonder uitstel moeten worden uitgevoerd om dreigende ongevallen te voorkomen.
  § 2. Het door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon verrichte werk dat niet voldoet aan de in § 1 vastgestelde voorwaarden wordt altijd geacht sluikwerk te zijn wanneer :
  a) het werk wordt verricht ingevolge reclame die is gevoerd om cliëntele te winnen;
  b) het werk dat door de bijzonder voordelige prijsvoorwaarden waartegen het wordt aangeboden, door de mededeling dat de BTW niet zal worden toegepast of door andere soortgelijke argumenten doet blijken van zijn karakter van sluikwerk.
  § 3. Onder de toepassing van deze wet vallen niet :
  a) elk voor persoonlijk gebruik in familieverband voor bloed- of aanverwanten tot de tweede graad verricht werk;
  b) het werk dat een natuurlijke persoon door zijn echtgenoot of bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad laat verrichten, voor zover die werkzaamheden betrekking hebben op het bouwen, verbouwen of saneren van sociale of daarmee gelijkgestelde woningen;
  c) de werkzaamheden van de door de Koning erkende sociaal-culturele organisaties, voor zover die werkzaamheden verband houden met het doel van die organisaties.
  
Art.2. § 1. Pour l'application de la présente loi, il faut entendre par travail frauduleux tout travail pouvant faire l'objet d'une profession relevant de l'artisanat, du commerce ou de l'industrie, effectué en dehors de tout lien de subordination, par une personne physique ou morale qui, soit n'est pas immatriculée [1 à la Banque-Carrefour des Entreprises visée à l'article I.2, 1°, du Code de droit économique]1, soit viole les prescrits légaux en matière d'autorisation, d'assujettissement ou d'immatriculation, relatifs à l'exercice de cette profession pour autant que ce travail, soit par son importance et son caractère technique, soit par sa fréquence, soit par l'usage d'un matériel ou d'un outillage, présente un caractère professionnel spécifique.
  Sont toujours autorisés les travaux de sauvetage et autres travaux urgents qui doivent être exécutés sans retard afin d'éviter des accidents imminents.
  § 2. Est toujours réputé travail frauduleux, le travail effectué par une personne physique ou morale qui ne satisfait pas aux conditions fixées au § 1, lorsque :
  a) le travail est presté suite au recours à la publicité visant à la prospection de la clientèle;
  b) le travail qui, par les conditions particulièrement avantageuses de prix auxquelles il est offert, par l'annonce de la non-application de la T.V.A. ou autres arguments similaires, est révélateur de son caractère frauduleux.
  § 3. Ne tombent pas sous l'application de la présente loi :
  a) tous travaux à usage personnel effectués dans le cadre familial pour des parents ou alliés jusqu'au deuxième degré;
  b) les travaux qu'une personne physique fait exercer par son conjoint ou par des parents ou alliés jusqu'au quatrième degré inclusivement, pour autant que ces travaux concernent la construction, la transformation ou l'assainissement d'habitations sociales ou de logements y assimilés;
  c) les travaux accomplis par des organisations socio-culturelles reconnues par le Roi, pour autant que ces travaux rentrent dans le cadre de l'objet de ces organisations.
  
Art.3. Onverminderd de ambtsbevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie, zijn de onderstaande ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van deze wet en bevoegd om desbetreffende overtredingen op te sporen en proces-verbaal daarvan op te maken dat bewijskracht heeft tot het tegendeel is bewezen :
  a) [1 de ambtenaren van de Algemene Directie Economische Inspectie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;]1
  b) de inspecteurs en controleurs van de Administratie voor de reglementering en voor sociale zaken van het Ministerie van Middenstand, aangewezen overeenkomstig artikel 16 van de wet van 15 december 1970 op de uitoefening van beroepswerkzaamheden in de kleine en middelgrote handels- en ambachtsondernemingen;
  c) de ambtenaren van de Administratie der directe belastingen en van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, der registratie en domeinen;
  d) alle andere ambtenaren daartoe aangewezen door de Koning.
  Zij mogen de bij de uitoefening van hun opdracht ingewonnen inlichtingen onderling uitwisselen.
  
Art.3. Sans préjudice des attributions des officiers de police judiciaire, sont chargés de surveiller l'application de la présente loi et sont compétents pour en rechercher et en constater les infractions par des procès-verbaux qui font foi jusqu'à preuve du contraire :
  a) [1 les agents de la Direction générale de l'Inspection économique du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie;]1
  b) les inspecteurs et contrôleurs de l'Administration de la réglementation et des affaires sociales du Ministre des Classes moyennes, désignés en vertu de l'article 16 de la loi du 15 décembre 1970 sur l'exercice des activités professionnelles dans les petites et moyennes entreprises du commerce et de l'artisanat;
  c) les agents de l'Administration des contributions directes et de l'Administration de la taxe sur la valeur ajoutée, de l'enregistrement et des domaines;
  d) tous autres fonctionnaires et agents désignés par le Roi.
  Ils peuvent se communiquer les renseignements recueillis dans l'exercice de leur mission.
  
Art.4. [1 § 1.]1 De in artikel 3 bedoelde leden van het overheidspersoneel mogen voor het vervullen van hun ambt :
  1° op elk ogenblik van de dag of van de nacht, zonder voorafgaande verwittiging, vrij binnentreden in alle gebouwen, werkplaatsen, inrichtingen, lokalen of andere plaatsen waar werkzaamheden als bedoeld bij deze wet verricht of vermoedelijk verricht worden; tot particuliere woningen of bewoonde lokalen hebben zij evenwel alleen toegang tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds en met machtiging van de politierechter;
  2° alle nuttige vaststellingen doen en alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten voor het vervullen van hun opdracht, met name door de personen die ervan verdacht worden sluikwerk te verrichten of gebruik te maken van dergelijke diensten en alle andere personen, alleen of samen te ondervragen, zich zonder verplaatsing alle boeken, registers en documenten doen overleggen, daarvan kennis nemen, er afschriften of uittreksels van opmaken of ze zelfs tegen ontvangstbewijs in beslag nemen;
  3° de bijstand van de gemeentepolitie en van de rijkswacht vorderen.
  [1 § 2. In afwijking van paragraaf 1, gebeuren de opsporing en de vaststelling van de inbreuken bedoeld in deze wet, door de ambtenaren bedoeld in artikel 3, eerste lid, a), overeenkomstig de bepalingen bedoeld in boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht, waarbij ze zich voor de bevoegdheid bedoeld in artikel XV.3, eerste lid, 1°, van het Wetboek van economisch recht te allen tijde toegang kunnen verschaffen of toegang kunnen laten verschaffen tot de in artikel XV.3, eerste lid, 1°, van het Wetboek van economisch recht bedoelde plaatsen.]1
  
Art.4. [1 § 1er.]1 Les agents de l'autorité visés à l'article 3 peuvent, dans l'exercice de leurs fonctions :
  1° pénétrer librement, à toute heure du jour ou de la nuit, sans avertissement préalable, dans tous les bâtiments, ateliers, établissements, locaux ou autres lieux où sont effectués ou sont présumés être effectués des travaux réputés frauduleux au sens de la présente loi; toutefois, ils ne peuvent pénétrer dans les bâtiments ou les locaux habités que de cinq heures du matin à neuf heures du soir et uniquement avec l'autorisation du juge de police;
  2° faire toutes les constatations utiles et recueillir toutes les informations qu'ils estiment nécessaires pour l'accomplissement de leur mission, notamment interroger, seules ou ensemble, les personnes suspectées de se livrer à un travail frauduleux ou d'avoir recours à de pareils services ou toutes autres personnes et se faire produire sans déplacement tous livres, registres et documents, en prendre connaissance ou en faire établir des copies ou des extraits, ou même les saisir contre récépissé;
  3° requérir l'assistance de la police communale et de la gendarmerie.
  [1 § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la recherche et la constatation des infractions visées par la présente loi sont effectuées par les agents visés à l'article 3, alinéa 1er, a), conformément aux dispositions visées au livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique, en vertu desquelles, pour la compétence visée à l'article XV.3, alinéa 1er, 1°, du Code de droit économique, ils peuvent à tout moment pénétrer ou accéder aux lieux visés à l'article XV.3, alinéa 1er, 1°, du Code de droit économique.]1
  
Art.4/1. [1 Wanneer zij een inbreuk vaststellen op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, kunnen de in artikel 3, a), bedoelde ambtenaren aan de overtreder een waarschuwing richten waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.]1
  
Art.4/1. [1 Lorsqu'ils constatent une infraction à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution, les agents visés à l'article 3, a), peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.]1
  
Art.4/2. [1 De ambtenaren die zijn aangesteld door de minister bevoegd voor Economie kunnen aan de overtreder een transactie voorstellen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
   De tarieven alsook de betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.
   De geldsom bedoeld in het eerste lid mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.]1

  
Art.4/2. [1 Les agents commissionnés par le ministre ayant l'Economie dans ses attributions peuvent proposer une transaction au contrevenant, conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
   Les tarifs ainsi que les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtés par le Roi.
   La somme visée à l'alinéa 1er ne peut être supérieure au maximum de l'amende pénale pouvant être infligée pour l'infraction constatée, augmentée des décimes additionnels.]1

  
Art.4/3. [1 De inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van:
   1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 4/2;
   2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
   3° een strafrechtelijke vervolging.
   De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht, met uitzondering van artikel XV.60/1, § 2, indien de inbreuken op deze wet zijn opgespoord en vastgesteld door de ambtenaren bedoeld in artikel 3, eerste lid, b), c) of d).]1

  
Art.4/3. [1 Les infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de:
   1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 4/2;
   2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
   3° une poursuite pénale.
   La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique, à l'exception de l'article XV.60/1, § 2, si les infractions à la présente loi ont été recherchées et constatées par les agents visés à l'article 3, alinéa 1er, b), c) ou d).]1

  
Art.4/4. [1 Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen.
   Wanneer het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.]1

  
Art.4/4. [1 Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle.
   Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.]1

  
Art.4/5. [1 Indien het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.]1
  
Art.4/5. [1 Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, il envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête complémentaire aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.]1
  
Art.5. [1 Met hetzij een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 500 euro of met één van die straffen alleen, hetzij een administratieve geldboete van 26 tot 500 euro wordt gestraft, hij die sluikwerk verricht of gebruik maakt van de diensten van iemand die sluikwerk verricht.]1
  
Art.5. [1 Est puni soit d'un emprisonnement de huit jours à un mois et d'une amende pénale de 26 à 500 euros ou d'une de ces peines seulement, soit d'une amende administrative de 26 à 500 euros, celui qui se sera livré à un travail frauduleux ou aura eu recours aux services d'un travailleur frauduleux.]1
  
Art.6. [1 Met hetzij een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met een strafrechtelijke geldboete van 100 tot 1.000 euro of met één van die straffen alleen, hetzij een administratieve geldboete van 100 tot 1.000 euro wordt gestraft, hij die het krachtens deze wet geregelde toezicht verhindert.]1
  
Art.6. [1 Est puni soit d'un emprisonnement de huit jours à un mois et d'une amende pénale de 100 à 1.000 euros ou d'une de ces peines seulement, soit d'une amende administrative de 100 à 1.000 euros, celui qui met obstacle à la surveillance organisée en vertu de la présente loi.]1
  
Art.7. Bij herhaling binnen vijf jaar na een vorige veroordeling wegens overtreding van deze wet, kan de straf op het dubbel van het maximum gebracht worden.
Art.7. En cas de récidive dans les cinq ans qui suivent une condamnation antérieure pour infractions à la présente loi, la peine peut être portée au double du maximum.
Art.7/1. [1 De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
   De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.]1

  
Art.7/1. [1 Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
   Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.]1

  
Art.7/2. [1 De artikelen XV.71, XV.72, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet.]1
  
Art.7/2. [1 Les articles XV.71, XV.72, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi.]1
  
Art.8. In afwijking van artikel 100 van het Strafwetboek zijn hoofdstuk VII en artikel 85 van dat wetboek van toepassing op de bij deze wet bedoelde misdrijven.
Art.8. Par dérogation à l'article 100 du Code pénal, le chapitre VII et l'article 85 de ce code sont d'application aux infractions prévues par la présente loi.
Art. 9. Aan de hand van krachtens artikel 3 opgemaakte processen-verbaal kan het openbaar ministerie gelasten beslag te leggen op de vervaardigde of herstelde roerende voorwerpen evenals op de machines, werktuigen, materialen en voertuigen die gediend hebben om de overtreding te begaan of die naar aanleiding daarvan zijn gebruikt.
  Het beslag wordt van rechtswege opgeheven door het vonnis dat een einde maakt aan de vervolgingen, zodra dit in kracht van gewijsde is gegaan of, in voorkomende gevallen, door de beschikking van buitenvervolgingstelling dan wel door seponering van de zaak.
Art. 9. Le ministère public, peut sur le vu des procès verbaux dressés en vertu de l'article 3, ordonner la saisie des objets mobiliers fabriqués ou réparés et des machines, outillages, matériaux et véhicules qui ont servi à commettre l'infraction ou ont été utilisés à cette occasion.
  La saisie est levée de plein droit par le jugement mettant fin aux poursuites lorsqu'il est passé en force de chose jugée ou, le cas échéant, par l'ordonnance de non-lieu ou le classement sans suite.