Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
5 JUNI 1972. - [Wet op de veiligheid van de vaartuigen.] <W2007-01-22/44, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 26-03-2007> (NOTA : opgeheven voor het Vlaams Gewest bij DVR2022-01-21/23, art. 193, 016; Inwerkingtreding : 01-06-2022)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-05-1999 en tekstbijwerking tot 06-05-2022)
Titre
5 JUIN 1972. - [Loi sur la sécurité des bâtiments de navigation.] <L2007-01-22/44, art. 2, 004; En vigueur : 26-03-2007> (NOTE : abrogé pour la Région flamande par DCFL2022-01-21/23, art. 193, 016; En vigueur : 01-06-2022)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-05-1999 et mise à jour au 06-05-2022)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (62)
Texte (62)
HOOFDSTUK I. - Begripsbepalingen.
CHAPITRE Ier. - Définitions.
Artikel 1. <W 2007-01-22/44, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 26-03-2007> Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° " kapitein " : ieder die belast is met de leiding van een vaartuig of deze leiding in feite neemt, alsmede ieder die hem vervangt;
  2° " eigenaar " : hij die het vaartuig in eigendom bezit. Voor de toepassing van deze wet wordt met de eigenaar gelijkgesteld : de reder, de scheepshuurder, de exploitant of hij die het vaartuig in bezit heeft;
  3° [3 ...]3
  4° " binnenschip " : elk vaartuig dat wegens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak gebruikt wordt of geschikt is om te worden gebruikt op de binnenwateren, met uitzondering van de plezierboten;
  5° [1 ...]1
  6° [1 ...]1
  7° " Belgische zeewateren " : de territoriale zee, de havens van de kust en de Beneden-Zeeschelde waarvan de grenzen door de Koning worden vastgesteld, de Beneden-Zeeschelde waarvan de grenzen door de Koning worden vastgesteld, de haven van Gent waarvan de grenzen door de Koning worden vastgesteld, het Belgische gedeelte van het kanaal van Terneuzen naar Gent, de havens gelegen aan het Belgische gedeelte van het kanaal van Terneuzen naar Gent waarvan de grenzen door de Koning worden vastgesteld en de kanalen Zeebrugge-Brugge en Oostende-Brugge;
  8° " binnenwateren " : de Belgische openbare wateren die voor de scheepvaart bestemd zijn of gebruikt worden en die niet behoren tot de Belgische zeewateren;
  9° " vaartuig " : elk drijvend tuig met inbegrip van tuigen die zich kunnen voortbewegen zonder waterverplaatsing, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel van vervoer of verplaatsing te water;
  [2 10° industrieel personeel: alle personen die worden vervoerd of gehuisvest aan boord van vaartuigen met het doel om offshore industriële activiteiten uit te voeren aan boord van andere vaartuigen en/of andere offshore installaties en voldoen aan de criteria bepaald in artikel 1/1, § 2;
   11° offshore industriële activiteiten : de bouw, het onderhoud, de exploitatie of reparatie van offshore installaties bedoeld voor onder meer, maar niet exclusief, de exploratie, de productie van fossiele of hernieuwbare energie, de aquacultuur, de exploitatie van onderwatermijnen of soortgelijke activiteiten.]2

  
Article 1er. <L 2007-01-22/44, art. 3, 004; En vigueur : 26-03-2007> Pour l'application de la présente loi, on entend par :
  1° " capitaine " : toute personne chargée du commandement d'un bâtiment de navigation ou qui le prend en fait, ainsi que toute personne qui le remplace;
  2° " propriétaire " : la personne qui possède le bâtiment de navigation en propriété. Est assimilé au propriétaire, pour l'application de la présente loi, l'armateur, l'affréteur, l'exploitant ou la personne qui a le bâtiment de navigation en possession;
  3° [3 ...]3
  4° " bateau " : tout bâtiment de navigation qui en raison de sa construction est exclusivement ou principalement utilisé ou apte à être utilisé pour la navigation dans les eaux intérieures, à l'exception des bateaux de plaisance;
  5° [1 ...]1
  6° [1 ...]1
  7° " eaux maritimes belges " : la mer territoriale, les ports du littoral et de l'Escaut maritime inférieur dont les limites sont fixées par le Roi, l'Escaut maritime inférieur dont les limites sont fixées par le Roi, le port de Gand dont les limites sont fixées par le Roi, la partie belge du canal de Terneuzen à Gand, les ports situés sur la partie belge du canal de Terneuzen à Gand dont les limites sont fixées par le Roi et les canaux Zeebrugge-Bruges et Ostende-Bruges;
  8° " eaux intérieures " : les eaux publiques belges qui sont destinées à ou utilisées pour la navigation et ne font pas partie des eaux maritimes belges;
  9° " bâtiment de navigation " : tout engin flottant, y compris les engins qui peuvent se déplacer sans déplacement d'eau, utilisé ou susceptible d'être utilisé comme moyen de transport ou de déplacement sur l'eau;
  [2 10° membres du personnel industriel : toutes les personnes qui sont transportées ou logées à bord de navires aux fins d'effectuer des activités industrielles offshore à bord d'autres navires et/ou d'autres installations au large et qui satisfont aux critères prévus à l'article 1er/1, § 2 ;
   11° activités industrielles offshore : la construction, l'entretien, l'exploitation ou la réparation d'installations au large pouvant servir notamment, mais pas exclusivement, à l'exploration, à la production d'énergie fossile ou d'énergie renouvelable, à l'aquaculture, à l'exploitation minière sous-marine ou activités similaires. ]2

  
Art. 1/1. [1 § 1. Industrieel personeel dat voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 2 wordt niet beschouwd als passagier voor de toepassing van deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten.
   § 2. Al het industrieel personeel moet
   1. ten minste 16 jaar zijn ;
   2. vóór het inschepen, een aangepaste veiligheidsopleiding volgen die voldoet aan de norm vastgesteld in paragraaf 2.1 van sectie A-VI/1 van de STCW-Code;
   3. aan boord van het vaartuig een vertrouwdheidsopleiding krijgen die, zonder zich te beperken tot, de lay-out van het vaartuig en de behandeling van het veiligheidsmateriaal omvat; de gebruikte norm is deze vastgesteld in paragraaf 1 van sectie A-VI/1 van de STCW-Code;
   4. zich vertrouwd maken specifieke procedures, zoals bijvoorbeeld de procedures voor het aan en van boord gaan op zee;
   5. meegeteld worden voor de reddingsmiddelen;
   6. uitgerust worden met persoonlijke reddingsvest en uitrusting geschikt voor de veiligheidsrisico's waaraan ze blootgesteld worden aan boord van het vaartuig en voor het aan boord of van boord gaan op zee;
   7. voldoen aan de medische normen vastgesteld in sectie A-I/9 van de STCW-Code die van toepassing is op werktuigkundigen.]1

  
Art. 1er /1. [1 § 1er. Les membres du personnel industriel qui remplissent les conditions du paragraphe 2, ne sont pas considérés comme étant des passagers pour l'application de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution.
   § 2. Tous les membres du personnel industriel doivent :
   1. avoir au moins 16 ans ;
   2. avant l'embarquement, recevoir une formation appropriée en matière de sécurité qui satisfait à la norme fixée au paragraphe 2.1 de la section A-VI/1 du Code STCW ;
   3. recevoir à bord du navire une formation de familiarisation spécifique en matière de sécurité qui inclut, sans toutefois s'y limiter, l'agencement du navire et la manutention du matériel du sécurité, selon qu'il convient ; la norme utilisée est celle fixée au paragraphe 1er de la section A-VI/1 du Code STCW;
   4. être familiarisés avec des procédures spécifiques, par exemple les procédures de transfert à bord du navire et hors du navire lorsqu'il est en mer ;
   5. être pris en compte dans le matériel de sauvetage ;
   6. porter des vêtements et un équipement de protection individuelle adaptés aux risques pour la sécurité auxquels ils seront exposés à la fois lorsqu'ils seront à bord du navire et lorsqu'ils seront transférés en mer ;
   7. satisfaire aux normes médicales qui sont fixées dans la section A-I/9 du Code STCW applicable aux mécaniciens.]1

  
HOOFDSTUK II. - (Veiligheidsvoorwaarden voor schepen en pleziervaartuigen.)
CHAPITRE II. - (Conditions de sécurité des navires et des navires de plaisance.)
HOOFDSTUK III. - (Het certificaat van deugdelijkheid en andere certificaten voor schepen.)
CHAPITRE III. - (Certificat de navigabilité et autres certificats pour navires.)
HOOFDSTUK IV. - (Het toezicht op de schepen en de controle op de naleving van de internationale verdragen, van de wet en van de reglementen.)
CHAPITRE IV. - (Surveillance des navires et contrôle de l'application des conventions internationales, de la loi et des règlements.)
HOOFDSTUK IVbis. Veiligheidsvoorwaarden voor binnenschepen en plezierboten, het toezicht en de controle op de naleving van de internationale verdragen, van de wet en van de reglementen.
CHAPITRE IVbis. Prescriptions de sécurité pour les bateaux fluviaux et les bateaux de plaisance, la surveillance et le contrôle du respect des conventions internationales, de la loi et des règlements.
Art. 17bis. <INGEVOEGD bij W 2007-01-22/44, art. 18; Inwerkingtreding : 26-03-2007> Geen binnenschip mag vanuit een Belgische haven zee kiezen, in de Belgische zeewateren of op de binnenwateren varen zonder in staat van veiligheid te zijn en zonder voorzien te zijn van de certificaten zoals vastgesteld door de Koning overeenkomstig artikel 17ter met betrekking tot de veiligheid van de scheepvaart en met betrekking tot het voorkomen van verontreiniging door binnenschepen in zoverre laatst genoemde certificaten technische voorschriften inzake uitrusting en exploitatie van het binnenschip met het oog op het beschermen van het milieu betreffen.
  [1 ...]1
  
Art. 17bis. Aucun bateau ne peut prendre la mer à partir d'un port belge, ou naviguer dans les eaux maritimes belges ou dans les eaux intérieures sans être en état de sécurité et sans être muni des certificats tels que déterminés par le Roi selon l'article 17ter concernant la sécurité de la navigation et concernant la prévention de la pollution par les bateaux pour autant que ces derniers certificats concernent des prescriptions techniques relatives à l'équipement et l'exploitation du bateau en vue de la protection de l'environnement.
  [1 ...]1
  
Art. 17ter. <INGEVOEGD bij W 2007-01-22/44, art. 19; Inwerkingtreding : 26-03-2007> § 1. De Koning bepaalt :
  1° de in artikel 17bis bedoelde certificaten;
  2° de voorwaarden tot aflevering van de onder 1° bedoelde certificaten;
  3° de voorwaarden waaraan elk binnenschip moet voldoen om in staat van veiligheid te zijn, inzonderheid de voorschriften betreffende :
  a) de bouw en de staat van onderhoud;
  b) de reddingstoestellen;
  c) het tuigage en de reserveonderdelen, met inbegrip van de middelen tegen brand en de wisselstukken;
  d) de nautische instrumenten, de seintoestellen, de telecommunicatiemiddelen en hun gebruik;
  e) de stoomketels, de voortstuwingsmachines, de mechanische en elektrische toestellen;
  f) de lichamelijke geschiktheid, de brevetten, vergunningen en andere soortgelijke attesten, welke kunnen worden vereist van de bemanning alsmede het aantal bemanningsleden;
  g) het aantal passagiers dat mag worden vervoerd;
  h) de bewoonbaarheid van de inrichtingen, de hygiëne en de gezondheidsvoorwaarden;
  i) de diepgangschalen en de vrijboordmerken;
  j) de stabiliteit, het stouwen van de lading en het ballasten;
  k) het laad- en losgerei;
  l) de lading;
  m) het vervoer van gevaarlijke stoffen;
  4° de voorwaarden waaronder de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, in bijzondere gevallen, vrijstelling kunnen verlenen van de toepassing van één of meer bepalingen van de ter uitvoering van de wet genomen besluiten;
  5° de verplichtingen van de bemanning en andere opvarenden, alsook van de eigenaars in verband met de veiligheid van de scheepvaart, de opvarenden en de lading en met het milieu in zoverre die laatste verplichtingen betrekking hebben op technische voorschriften inzake uitrusting en exploitatie van het binnenschip met het oog op het beschermen van het milieu;
  6° de voorwaarden waaronder de organisaties kunnen worden erkend en gemachtigd tot het uitvoeren van gehele of gedeeltelijke inspecties en controles van binnenschepen in verband met certificaten met betrekking tot de veiligheid van de scheepvaart en certificaten met betrekking tot het voorkomen van verontreiniging door binnenschepen in zoverre laatstgenoemde certificaten technische voorschriften inzake uitrusting en exploitatie van het binnenschip met het oog op het beschermen van het milieu betreffen en in voorkomend geval tot het afgeven en vernieuwen van de in dit punt vermelde certificaten.
  § 2. [1 ...]1
  
Art. 17ter. § 1er. Le Roi détermine :
  1° les certificats visés à l'article 17bis ;
  2° les conditions de délivrance des certificats visés au 1°;
  3° les conditions dans lesquelles chaque bateau doit se trouver pour être en état de sécurité, notamment les prescriptions relatives :
  a) à la construction et à l'état d'entretien;
  b) aux engins de sauvetage;
  c) aux agrès et apparaux, aux pièces détachées, y compris les moyens de protection et de lutte contre l'incendie et les pièces de rechange;
  d) aux instruments nautiques, aux appareils de signalisation, aux moyens de télécommunication et à leur utilisation;
  e) aux chaudières à vapeur, aux machines de propulsion, aux appareils mécaniques et électriques;
  f) aux aptitudes physiques, aux brevets, aux licences et autres attestations similaires qui peuvent être exigés de l'équipage, ainsi qu'au nombre des membre de l'équipage;
  g) au nombre de passagers qui peuvent être transportés;
  h) à l'habitabilité des aménagements, à l'hygiène et à la salubrité;
  i) aux échelles de tirant d'eau et aux marques de franc-bord;
  j) à la stabilité, à l'arrimage de la cargaison et au lestage;
  k) aux engins de levage;
  l) à la cargaison;
  m) au transport de matières dangereuses;
  4° les conditions dans lesquelles les agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet peuvent, dans des cas particuliers, accorder des exemptions d'une ou de plusieurs dispositions des arrêtés pris en exécution de la loi;
  5° les obligations de l'équipage et des autres personnes embarquées, ainsi que des propriétaires, relatives à la sécurité de la navigation, des personnes embarquées et de la cargaison et à l'environnement pour autant que ces dernières obligations concernent des prescriptions techniques relatives à l'équipement et l'exploitation du bateau en vue de la protection de l'environnement;
  6° les conditions auxquelles les organisations peuvent être reconnues et mandatées à effectuer, en tout ou en partie, les inspections et visites des bateaux afférentes à des certificats concernant la sécurité de la navigation et à des certificats concernant la prévention de la pollution par les bateaux pour autant que ces derniers certificats concernent des prescriptions techniques relatives à l'équipement et l'exploitation du bateau en vue de la protection de l'environnement et, le cas échéant, à délivrer ou renouveler les certificats mentionnés dans ce point.
  § 2. [1 ...]1
  
Art. 17quinquies. <INGEVOEGD bij W 2007-01-22/44, art. 21; Inwerkingtreding : 26-03-2007> § 1. Elk binnenschip dat is ingeschreven in een register van een erkende classificatiemaatschappij en er in de hoogste klasse van zijn categorie is ondergebracht, is ontslagen van de door de met de scheepvaartcontrole belaste dienst of door de deskundigen te verrichten vaststellingen betreffende de punten waarover door die maatschappij toezicht is uitgeoefend.
  Dezelfde vrijstelling kan worden verleend wanneer certificaten worden afgegeven door een bevoegde vreemde openbare dienst.
  De met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, kunnen evenwel nazien of, op een door hen te bepalen wijze, doen nazien of de voorwaarden gesteld voor het bekomen van het classificatiecertificaat of van andere certificaten, zijn vervuld en, zo nodig, nadere vaststellingen gelasten.
  § 2. De Minister tot wiens bevoegdheid de maritieme zaken en de scheepvaart behoren, wijst de classificatiemaatschappijen en de bevoegde buitenlandse openbare diensten aan, waarvan de certificaten kunnen worden aanvaard en bepaalt onder welke voorwaarden dit zal geschieden.
Art. 17quinquies. § 1er. Tout bateau inscrit au registre d'une société de classification reconnue et qui y est rangé dans la plus haute classe de sa catégorie est dispensé des constatations à effectuer par le service chargé du contrôle de la navigation ou par les experts sur les points qui ont fait l'objet de la surveillance de ladite société.
  La même dispense peut être accordée quand les certificats sont délivrés par un service public compétent étranger.
  Toutefois, les agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet peuvent vérifier ou faire vérifier d'une façon à déterminer par eux, si les exigences requises pour l'obtention du certificat de classification ou d'autres certificats, ont été observées et, au besoin, imposer des constatations complémentaires.
  § 2. Le Ministre qui a les affaires maritimes et la navigation dans ses attributions, désigne les sociétés de classification et les services publics étrangers compétents, dont les certificats peuvent être acceptés ainsi que les conditions dans lesquelles ils peuvent l'être.
Art. 17sexies. <INGEVOEGD bij W 2007-01-22/44, art. 22; Inwerkingtreding : 26-03-2007> § 1. De met de scheepvaartcontrole belaste dienst oefent toezicht uit op de binnenschepen die aan de wet onderworpen zijn ten einde de toepassing van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten te verzekeren.
  Dit toezicht moet geschieden zonder de handelsexploitatie van de binnenschepen te belemmeren.
  § 2. De met de scheepvaartcontrole belaste dienst gaat na of de verplichtingen welke door de wet en uitvoeringsbesluiten aan de kapiteins en andere opvarenden alsook aan de eigenaars zijn opgelegd, worden nageleefd.
  § 3. De Koning bepaalt de bevoegdheden van de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren inzake het nagaan van het aantal bemanningsleden aan boord van binnenschepen en het bezit van certificaten van lichamelijke geschiktheid, brevetten, vergunningen en andere soortgelijke getuigschriften.
Art. 17sexies. § 1er. Le service chargé du contrôle de la navigation surveille les bateaux soumis à la présente loi afin d'assurer l'application de celle-ci et de ses arrêtés d'exécution.
  Cette surveillance doit s'exercer sans gêner l'exploitation commerciale des bateaux.
  § 2. Le service chargé du contrôle de la navigation vérifie si les obligations imposées par la loi et par les arrêtés d'exécution aux capitaines et autres personnes embarquées ainsi qu'aux propriétaires sont observées.
  § 3. Le Roi fixe les attributions des agents chargés du contrôle de la navigation en matière de vérification du nombre de membres de l'équipage à bord des bateaux et de la possession des certificats d'aptitude physique, brevets, licences ou autres attestations similaires.
Art. 17septies. <INGEVOEGD bij W 2007-01-22/44, art. 23; Inwerkingtreding : 26-03-2007> § 1. De met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, en de door hen aangewezen deskundigen hebben het recht te allen tijde aan boord te gaan van binnenschepen, teneinde er de vaststellingen te doen welke tot hun opdracht behoren.
  Zij hebben eveneens het recht te eisen dat hun alle scheepspapieren en overtuigingsstukken worden voorgelegd.
  Zij kunnen te allen tijde de door hen voor de toepassing van deze wet en/of van de uitvoeringsbesluiten nodig geachte richtlijnen geven, onder meer het op het droge zetten of het ledig vertonen van het binnenschip en het uitvoeren van bepaalde werken.
  § 2. Iedere kapitein of eigenaar is verplicht de in § 1 bedoelde ambtenaren en deskundigen de inlichtingen en de hulp te verstrekken welke zij voor de vervulling van hun opdracht nodig achten.
Art. 17septies. § 1er. Les agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet et les experts qu'ils désignent ont le droit de se rendre à tout moment à bord des bateaux pour y effectuer les constatations rentrant dans leur mission.
  Ils ont également le droit d'exiger la production de tous les documents de bord et de toutes pièces à conviction.
  Ils peuvent à tout moment donner les instructions qu'ils jugent nécessaires pour garantir l'application de la loi et/ou de ses arrêtés d'exécution, notamment la mise à sec ou la présentation à l'état lège du bateau ou l'exécution de certains travaux.
  § 2. Tout capitaine ou propriétaire est tenu de fournir aux agents et experts visés au § 1er les renseignements et l'aide que ceux-ci jugent nécessaires à l'accomplissement de leur mission.
Art. 17septies_VLAAMS_GEWEST.    <INGEVOEGD bij W 2007-01-22/44, art. 23; Inwerkingtreding : 26-03-2007> § 1. De met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, en de door hen aangewezen deskundigen hebben het recht te allen tijde aan boord te gaan van binnenschepen, teneinde er de vaststellingen te doen welke tot hun opdracht behoren.
  Zij hebben eveneens het recht te eisen dat hun alle scheepspapieren en overtuigingsstukken worden voorgelegd.
  Zij kunnen te allen tijde de door hen voor de toepassing van deze wet en/of van de uitvoeringsbesluiten nodig geachte richtlijnen geven, onder meer het op het droge zetten of het ledig vertonen van het binnenschip en het uitvoeren van bepaalde werken.
  § 2. Iedere kapitein of eigenaar is verplicht de in § 1 bedoelde ambtenaren en deskundigen de inlichtingen en de hulp te verstrekken welke zij voor de vervulling van hun opdracht nodig achten.
  [1 § 3. [2 Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, beslissen om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het tiende lid.
   De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast. De duur van de voorbereidende werkzaamheden mag in voorkomend geval niet meer bedragen dan een jaar vanaf de ontvangst van een verzoek tot uitoefening van een van de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening.
   De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt.
   De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid, rechtvaardigt.
   Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de ontvangst daarvan.
   De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming brengt de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid. De verdere informatie over de nadere redenen voor die weigering of die beperking hoeft niet te worden verstrekt als dat de decretale en reglementaire opdrachten van de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, zou ondermijnen, met behoud van de toepassing van het achtste lid. Als het nodig is, kan de voormelde termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van die verlenging en van de redenen voor het uitstel.
   De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens conform artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen.
   De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voormelde Vlaamse toezichtcommissie.
   Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
   Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid, bevat, naar het Openbaar Ministerie is gestuurd en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.]2
]1

  
Art. 17septies _REGION_FLAMANDE.
   § 1er. Les agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet et les experts qu'ils désignent ont le droit de se rendre à tout moment à bord des bateaux pour y effectuer les constatations rentrant dans leur mission.
  Ils ont également le droit d'exiger la production de tous les documents de bord et de toutes pièces à conviction.
  Ils peuvent à tout moment donner les instructions qu'ils jugent nécessaires pour garantir l'application de la loi et/ou de ses arrêtés d'exécution, notamment la mise à sec ou la présentation à l'état lège du bateau ou l'exécution de certains travaux.
  § 2. Tout capitaine ou propriétaire est tenu de fournir aux agents et experts visés au § 1er les renseignements et l'aide que ceux-ci jugent nécessaires à l'accomplissement de leur mission.
  [1 § 3. [2 En application de l'article 23, paragraphe 1, e) et h), du règlement (UE) n° 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), les agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet peuvent décider de ne pas appliquer les obligations et droits énoncés aux articles 12 à 22 dudit règlement au traitement des données à caractère personnel dans le cadre d'une enquête qui concerne une personne physique déterminée, si les conditions énoncées aux alinéas 2 à 10 sont remplies.
   La possibilité de dérogation visée à l'alinéa premier ne s'applique que pendant la période au cours de laquelle l'intéressé fait l'objet d'un contrôle, d'une enquête ou des activités préparatoires y afférentes, dans le cadre des missions décrétales et réglementaires des agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet, à condition qu'il soit ou puisse être nécessaire pour le bon déroulement de l'enquête que les obligations et droits visés aux articles 12 à 22 dudit règlement ne soient pas appliqués. La durée des activités préparatoires ne peut, le cas échéant, dépasser un an à compter de la date de réception d'une demande d'exercice d'un des droits visés aux articles 12 à 22 dudit règlement.
   Les données à caractère personnel visées à l'alinéa 1er ne seront pas conservées plus longtemps que les finalités pour lesquelles elles sont traitées le requièrent.
   La possibilité de dérogation visée à l'alinéa premier ne s'applique pas aux données qui ne sont pas liées à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le refus ou la restriction des droits, visés à l'alinéa premier.
   Si, dans le cas visé à l'alinéa premier, l'intéressé soumet une demande sur la base des articles 12 à 22 dudit règlement au cours de la période visée au deuxième alinéa, le fonctionnaire à la protection des données compétent en accuse réception.
   Le fonctionnaire à la protection des données compétent informe l'intéressé par écrit de tout refus ou restriction des droits, visés à l'alinéa premier, dans les meilleurs délais et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter du jour suivant celui de la réception de la demande. Il n'est pas nécessaire de fournir des informations complémentaires sur les motifs détaillés d'un tel refus ou d'une telle restriction lorsque cela porterait atteinte aux missions décrétales et réglementaires des agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet, sans préjudice de l'application de l'alinéa 8. Si nécessaire, le délai précité peut être prolongé de deux mois, compte tenu du nombre de demandes et de leur complexité. Le responsable du traitement informe l'intéressé de cette prolongation et des raisons du report dans un délai d'un mois à compter du jour suivant celui où il a reçu la demande.
   Le fonctionnaire à la protection des données compétent informe également l'intéressé sur la possibilité d'introduire une demande auprès de la commission de contrôle flamande pour le traitement des données à caractère personnel conformément à l'article 10/5 du décret du 18 juillet 2008 relatif à l'échange électronique de données administratives, et de former un recours en justice.
   Le fonctionnaire à la protection des données compétent consigne les motifs factuels ou juridiques sur lesquels la décision est fondée. Il tient ces informations à la disposition de la commission de contrôle flamande précitée.
   Une fois l'enquête terminée, les droits énoncés aux articles 13 à 22 du règlement précité sont, le cas échéant, appliqués à nouveau conformément à l'article 12 du règlement précité.
   Si un dossier contenant des données à caractère personnel visées à l'alinéa premier a été transmis au Ministère public et peut conduire à des activités sous la direction du Ministère public ou d'un juge d'instruction, et qu'il existe une incertitude quant au secret de l'enquête sous la direction du Ministère public ou d'un juge d'instruction, le fonctionnaire à la protection des données compétent ne peut répondre à la demande de l'intéressé conformément aux articles 12 à 22 du règlement précité qu'après que le Ministère public ou, le cas échéant, le juge d'instruction, a confirmé qu'une réponse ne compromet pas ou n'est pas susceptible de compromettre l'enquête.]2
]1

  
Art. 17octies. <INGEVOEGD bij W 2007-01-22/44, art. 24; Inwerkingtreding : 26-03-2007> De met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, hebben het recht elk binnenschip dat niet aan de wettelijke en reglementaire voorwaarden voldoet op te houden of de toegang tot een Belgische haven te weigeren.
  Indien deze wettelijke en reglementaire voorwaarden wel vervuld zijn, doch ernstige vermoedens niettemin doen aannemen dat het binnenschip niet kan varen zonder de veiligheid van de bemanning, de passagiers en de lading of het milieu in gevaar te brengen, mogen de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, het binnenschip eveneens ophouden.
  Behoudens in dringende gevallen oefenen de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, het in het eerste en tweede lid bedoelde recht ten aanzien van vreemde binnenschepen uit nadat de consul van het land waarvan het binnenschip de vlag voert, is ingelicht over de te nemen maatregelen en de redenen welke daartoe aanleiding hebben gegeven.
  In dringende gevallen geschiedt deze mededeling onmiddellijk nadat de maatregelen zijn genomen.
  Het binnenschip wordt vrijgelaten zodra de gestelde voorwaarden ten genoegen van de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, zijn vervuld.
Art. 17octies. Les agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet ont le droit d'arrêter tout bateau qui ne répond pas aux conditions légales et réglementaires ou de lui refuser l'accès à un port belge.
  Lorsque ces conditions légales et réglementaires sont remplies, mais que néanmoins de sérieuses présomptions font croire que le bateau ne peut naviguer sans compromettre la sécurité de l'équipage, des passagers et de la cargaison ou l'environnement, les agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet, peuvent également l'arrêter.
  Sauf dans des cas urgents, les agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet n'exercent le droit, prévu aux alinéas 1er et 2, à l'égard de bateaux étrangers qu'après avoir informé le consul du pays dont le bateau bat le pavillon, des mesures à prendre et des motifs de l'intervention.
  Dans des cas urgents, cette information est faite immédiatement après que les mesures ont été prises.
  Le bateau est libéré aussitôt que les conditions requises ont été remplies à la satisfaction des agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet.
Art. 17novies. <INGEVOEGD bij W 2007-01-22/44, art. 25; Inwerkingtreding : 26-03-2007> Indien de bemanning oordeelt dat het binnenschip niet alle nodige waarborgen van veiligheid oplevert, mag zij te allen tijde een met redenen omkleed verzoekschrift aan de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, richten.
  Deze ambtenaren moeten de bemanning horen alvorens de maatregelen welke de omstandigheden vereisen, te treffen.
Art. 17novies. L'équipage peut, à tout moment, s'adresser par requête motivée aux agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet s'il estime que le bateau n'offre pas toutes les garanties de sécurité voulues.
  Ces agents doivent entendre l'équipage avant de prendre les mesures requises par les circonstances.
Art. 17decies. <INGEVOEGD bij W 2007-01-22/44, art. 26; Inwerkingtreding : 26-03-2007> Indien een binnenschip wordt opgehouden, maakt de met de scheepvaartcontrole belaste dienst een gemotiveerd proces-verbaal op, waarvan een afschrift binnen vierentwintig uren na de beslissing aan de kapitein wordt toegezonden.
Art. 17decies. Lorsqu'un bateau a été retenu, le service chargé du contrôle de la navigation dresse un procès-verbal motivé dont une copie est adressée, dans les vingt-quatre heures après la décision, au capitaine.
Art. 17undecies_WAALS_GEWEST. [1 § 1. Een machtiging tot de uitvoering van experimentaties of pilootprojecten, waaronder proefvaarten, waarbij op bevaarbare waterwegen innoverende systemen worden gebruikt, kan door de bevoegde overheid, bepaald door de Regering, worden verstrekt. Deze experimentaties kunnen automatische systemen op de vaartuigen of aan wal omvatten.
   De bevoegde overheid kan tijdelijke afwijkingen van de wettelijke bepalingen of van de uitvoeringsbesluiten betreffende de bemanning en de besturing van het vaartuig, de technische kenmerken of uitrustingen van het vaartuig, de reglementering van de scheepvaart of de voorschriften met betrekking tot de activiteiten aan boord en aan wal toestaan. Deze machtigingen worden toegekend na indiening door de projectontwerper van een dossier dat minstens de gegevens opgesomd in paragraaf 2 bevat.
   De afwijkingen bedoeld in lid 2 hebben niet betrekking op bepalingen inzake controle of op bepalingen van strafrechtelijke aard. Ze hebben een maximale geldigheidsduur van één jaar en kunnen hernieuwd worden zonder dat de totale geldigheidsduur van een afwijking langer mag zijn dan vijf jaar.
   Deze afwijkingen worden in overeenstemming met de Europese reglementering verleend.
   § 2. De projectontwerper verstrekt minstens de volgende gegevens bij het aanvragen van de machtiging voor tijdelijke afwijkingen als bedoeld in paragraaf 1:
   1° het doel, namelijk experimentaties of pilootprojecten;
   2° de bevaarbare waterwegen of delen van bevaarbare waterwegen waarop de experimentaties of pilootprojecten zouden worden uitgevoerd;
   3° de regels waarvan afgeweken dient te worden om de experimentatie of de proefvaart mogelijk te maken en de maatregelen die worden genomen om de niet-inachtneming van deze regels te verhelpen;
   4° de genomen veiligheidsmaatregelen;
   5° een risico-onderzoek.
   § 3. In de machtiging van de experimentaties of de pilootprojecten overeenkomstig paragraaf 1, worden volgende gegevens opgenomen:
   1° het doel, namelijk experimentaties of pilootprojecten;
   2° de bevaarbare waterwegen of delen van bevaarbare waterwegen waarop de experimentaties of pilootprojecten worden uitgevoerd;
   3° de geldigheidsduur van de machtiging;
   4° de regels waarvan afgeweken kan worden, evenals de voorwaarden voor het machtigen van de afwijkingen;
   5° de veiligheidsmaatregelen.
   § 4. De Regering kan de nadere regels vaststellen voor het toekennen van de machtiging als bedoeld in paragraaf 1, evenals voor het opschorten of het intrekken ervan mocht de veiligheid in het gedrang komen wegens of gedeeltelijk als gevolg van de experimentaties of pilootprojecten.]1

  
Art. 17undecies _REGION_WALLONNE.[1 § 1er. Une autorisation relative à l'exécution d'expérimentations ou de projets pilotes, dont des voyages d'essai, employant des systèmes innovants sur les voies navigables peut être délivrée par l'autorité compétente déterminée par le Gouvernement. Ces expérimentations peuvent comprendre des systèmes automatiques dans les embarcations ou à terre.
   L'autorité compétente peut autoriser des dérogations temporaires aux dispositions légales ou aux arrêtés d'exécution concernant l'équipage et la conduite de l'embarcation, les caractéristiques ou équipements techniques de l'embarcation, la réglementation de la navigation et les prescriptions relatives aux activités à bord et à terre. Ces autorisations sont accordées à la suite de la remise d'un dossier comportant au moins les éléments énumérés au paragraphe 2 par le porteur de projet.
   Les dérogations visées à l'alinéa 2 ne concernent pas des dispositions en matière de contrôle ou de dispositions de nature pénale. Elles ont une durée de validité maximale d'un an et peuvent être renouvelées, sans que la durée de validité totale d'une dérogation soit supérieure à cinq ans.
   Ces dérogations sont accordées en conformité avec la réglementation européenne.
   § 2. Le porteur de projet fournit au moins les éléments suivants lors de sa demande d'autorisation visée au paragraphe 1er pour des dérogations temporaires :
   1° l'objectif des expérimentations ou projets pilotes;
   2° les voies navigables ou parties de voies navigables sur lesquelles les expérimentations ou projets pilotes seraient réalisés;
   3° les règles auxquelles il est nécessaire de déroger pour permettre l'expérimentation ou le voyage d'essai et les mesures mises en place afin de remédier au non-respect de ces règles;
   4° les mesures de sécurité prises;
   5° une étude de risque.
   § 3. L'autorisation des expérimentations ou des projets pilotes, conformément au paragraphe 1er, reprend les renseignements suivants :
   1° l'objectif des expérimentations ou projets pilotes;
   2° les voies navigables ou parties de voies navigables sur lesquelles les expérimentations ou projets pilotes sont réalisés;
   3° la durée de validité de l'autorisation;
   4° les règles auxquelles il est possible de déroger ainsi que les conditions d'autorisation des dérogations;
   5° les mesures de sécurité.
   § 4. Le Gouvernement peut fixer les modalités d'octroi de l'autorisation visée au paragraphe 1er, ainsi que de la suspension ou du retrait de celle-ci au cas où la sécurité est compromise suite ou en partie à la suite des expérimentations ou projets pilotes.]1
HOOFDSTUK V. - Het beroep.
CHAPITRE V. - Appel.
Art.18. <W 2007-01-22/44, art. 27, 004; Inwerkingtreding : 26-03-2007> Binnen veertien dagen na het versturen van het afschrift van het gemotiveerd proces-verbaal overeenkomstig [1 artikel 17decies]1, kan beroep worden ingesteld tegen de beslissingen bedoeld in [1 artikel 17octies]1.
  Het beroep wordt ingesteld [1 ...]1 door de kapitein of eigenaar door middel van een verzoekschrift gericht aan de Rijkscommissaris bij de onderzoeksraad voor de scheepvaart waarin de middelen worden uiteengezet.
  Het beroep heeft geen opschortende kracht.
  
Art.18. <L 2007-01-22/44, art. 27, 004; En vigueur : 26-03-2007> Dans les quinze jours qui suivent l'envoi de la copie du procès-verbal motivé conformément [1 l'article 17decies]1, l'appel peut être interjeté contre les décisions visées [1 à l'article 17octies]1.
  L'appel est introduit [1 ...]1 par le capitaine ou le propriétaire par une requête adressée au Commissaire de l'Etat auprès du conseil d'enquête maritime et contenant les moyens invoqués.
  L'appel n'est pas suspensif.
  
HOOFDSTUK VI. - Strafbepalingen.
CHAPITRE VI. - Sanctions pénales.
Art.19. <W 2007-01-22/44, art. 28, 004; Inwerkingtreding : 26-03-2007> [2 ...]2 Met een [1 geldboete van 200 tot 1 000 000 euro]1 wordt gestraft, de kapitein of de eigenaar die, zelfs buiten België, een vaartuig zee doet kiezen of in de Belgische zeewateren of binnenwateren een vaartuig doet varen, als de toestand ervan de veiligheid van de bemanning, van de passagiers of van de lading of het mariene milieu in gevaar brengt.
  
Art.19. <L 2007-01-22/44, art. 28, 004; En vigueur : 26-03-2007> Est puni [2 ...]2 d'une [1 amende de 200 à 1 000 000 euros]1, le capitaine ou le propriétaire qui, même en dehors de la Belgique, fait prendre la mer à un bâtiment de navigation ou fait naviguer dans les eaux maritimes ou les eaux intérieures un bâtiment de navigation dont l'état compromet la sécurité de l'équipage, des passagers ou de la cargaison ou l'environnement marin.
  
Art.20. (Met de in artikel 19 gestelde straffen of met één van die straffen alleen wordt gestraft, de kapitein of de eigenaar die, zelfs buiten België, een vaartuig zonder een krachtens deze wet of haar uitvoeringsbesluiten opgelegd certificaat van deugdelijkheid of in weerwil van een door de bevoegde overheid opgelegd verbod of uitgeoefend retentierecht doet varen of het zonder toelating tot afvaart zee doet kiezen.) <W 2007-01-22/44, art. 29, 004; Inwerkingtreding : 26-03-2007>
  (lid 2 opgeheven) <W 2007-01-22/44, art. 29, 004; Inwerkingtreding : 26-03-2007>
Art.20. (Est puni des peines prévues à l'article 19 ou de l'une d'elles seulement, le capitaine ou le propriétaire qui, même en dehors de la Belgique, fait naviguer un bâtiment de navigation sans certificat de navigabilité requis par la présente loi ou ses arrêtés d'exécution ou au mépris de l'interdiction de départ décidée ou de la rétention effectuée par l'autorité compétente ou le fait prendre la mer sans une autorisation de départ.) <L 2007-01-22/44, art. 29, 004; En vigueur : 26-03-2007>
  (alinéa 2 abrogé) <L 2007-01-22/44, art. 29, 004; En vigueur : 26-03-2007>
Art.21. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 19 en 20, wordt gestraft [2 ...]2 met een [1 geldboete van 200 tot 1 000 000 euro]1 [2 ...]2, ieder die de bepalingen van deze wet alsook de bepalingen van de ter uitvoering van deze wet genomen besluiten heeft overtreden. <W 2007-01-22/44, art. 30, 004; Inwerkingtreding : 26-03-2007>
  
Art.21. Sans préjudice des dispositions des articles 19 et 20, est punie [2 ...]2 d'une [1 amende de 200 à 1 000 000 euros]1 [2 ...]2, toute personne qui a contrevenu aux dispositions de la présente loi et des arrêtés pris en exécution de cette loi. <L 2007-01-22/44, art. 30, 004; En vigueur : 26-03-2007>
  
Art.22. Met de in artikel 21 gestelde straffen wordt gestraft, ieder die de opdracht van de bevoegde overheid en deskundigen, krachtens deze wet en haar uitvoeringsbesluiten uitgeoefend, heeft belemmerd.
Art.22. Est punie des peines prévues à l'article 21, toute personne qui a entravé la mission de l'autorité compétente et des experts, exercée en vertu de la présente loi et des arrêtés pris en exécution de cette loi.
Art.23. De in de artikelen 21 en 22 gestelde sancties zijn ook van toepassing wanneer de strafbare feiten door de kapitein, de officieren of door personen van Belgische nationaliteit buiten België zijn gepleegd.
Art.23. Les sanctions prévues aux articles 21 et 22 sont également applicables lorsque les faits punissables ont été commis en dehors de la Belgique par le capitaine, les officiers ou par des personnes de nationalité belge.
Art.24. De in deze wet gestelde straffen kunnen ten aanzien van de kapitein verminderd worden tot één vierde van de straffen waarmee de eigenaar kan gestraft worden, indien bewezen is dat de kapitein van de eigenaar schriftelijk of mondeling bevel heeft gekregen in strijd met de wet of haar uitvoeringsbesluiten te handelen.
Art.24. Les peines prévues à la présente loi peuvent, à l'égard du capitaine, être réduites à un quart de celles auxquelles le propriétaire peut être condamné, s'il est prouvé que le capitaine a reçu l'ordre écrit ou verbal de ce propriétaire d'agir en infraction de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.
Art.25. ([1 ...]1 Met een geldboete van 1 tot 25 euro wordt gestraft elk lid van de bemanning dat de retentie of het verbod tot afvaart van een vaartuig heeft uitgelokt door onjuist bevonden beweringen.) <W 2007-01-22/44, art. 31, 004; Inwerkingtreding : 26-03-2007>
  Indien de onjuiste beweringen willens en wetens zijn geuit, wordt de schuldige gestraft [1 ...]1 met een geldboete van 26 tot 100 (euro). <W 2007-01-22/44, art. 31, 004; Inwerkingtreding : 26-03-2007>
  
Art.25. (Tout membre de l'équipage qui a provoqué la rétention ou l'interdiction de départ d'un bâtiment de navigation par des allégations reconnues inexactes, est puni [1 ...]1 d'une amende de 1 à 25 euros.) <L 2007-01-22/44, art. 31, 004; En vigueur : 26-03-2007>
  Si les allégations inexactes ont été faites sciemment le coupable est puni [1 ...]1 d'une amende de 26 à 100 (euros). <L 2007-01-22/44, art. 31, 004; En vigueur : 26-03-2007>
  
Art.26. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, zonder uitzondering van hoofdstuk VII en van artikel 85, zijn van toepassing op de misdrijven bepaald in dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 28.
Art.26. Toutes les dispositions du livre I du Code pénal, sans en excepter le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions prévues au présent chapitre, à l'exception de l'article 28.
Art.27. (Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie zijn de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn alsmede de federale politie en de Belgische consulaire ambtenaren in het buitenland gelast de overtredingen van de bepalingen van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen.) <W 2007-01-22/44, art. 32, 004; Inwerkingtreding : 26-03-2007>
  Zij maken daartoe een proces-verbaal op, dat bewijskracht heeft tot het tegenbewijs is geleverd.
  (lid 3 opgeheven) <W 2007-02-05/32, art. 29, 005; Inwerkingtreding : 07-05-2007>
Art.27. (Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, les agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet ainsi que la police fédérale et les fonctionnaires consulaires belges à l'étranger sont chargés de rechercher et de constater les infractions aux dispositions de la présente loi et des arrêtés pris pour son exécution.) <L 2007-01-22/44, art. 32, 004; En vigueur : 26-03-2007>
  Ils dressent à cet effet un procès-verbal qui fait foi jusqu'à preuve du contraire.
  (alinéa 3 abrogé) <L 2007-02-05/32, art. 29, 005; En vigueur : 07-05-2007>
Art. 27bis. <INGEVOEGD bij W 2007-01-22/44, art. 33; Inwerkingtreding : 26-03-2007> Indien de federale politie in het raam van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten inbreuken die de staat van veiligheid in het gedrang brengen vaststelt, dan wordt hiervan onverwijld de met de scheepvaartcontrole belaste dienst ingelicht die tot het nemen van de gepaste maatregelen overgaat.
Art. 27bis. Si la police fédérale constate des violations qui compromettent l'état de sécurité dans le cadre de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution, le service chargé du contrôle de la navigation est informé sans délai de celles-ci et prend les mesures adaptées.
Art.28. Met de straffen gesteld in de artikelen 276 [1 en 280]1 van het Strafwetboek naar het aldaar voorziene onderscheid en onverminderd de toepassing van de artikelen 399, 400 en 401 van hetzelfde Wetboek, wordt gestraft ieder die (de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn) in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van hun ambt smaadt of slaat. <W 2007-01-22/44, art. 34, 004; Inwerkingtreding : 26-03-2007>
  Gezegde ambtenaren hebben het recht de bij dit artikel bedoelde strafbare handelingen op staande voet vast te stellen door middel van een proces-verbaal dat bewijskracht heeft tot het tegenbewijs is geleverd.
  
Art.28. Est punie des peines prévues aux articles 276 [1 et 280]1 du Code pénal, selon les distinctions y établies et sans préjudice des articles 399, 400 et 401 du même Code, toute personne outrageant ou frappant (les agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet) dans l'exercice ou à l'occasion de l'exercice de leurs fonctions. <L 2007-01-22/44, art. 34, 004; En vigueur : 26-03-2007>
  Lesdits (agents) ont le droit de constater sur-le-champ par procès-verbal faisant foi jusqu'à la preuve du contraire les actes punissables visés au présent article. <L 2007-01-22/44, art. 34, 004; En vigueur : 26-03-2007>
  
HOOFDSTUK VII. _ Bijzondere bepalingen voor schepen onder vreemde vlag.
CHAPITRE VII. _ Dispositions spéciales pour navires battant pavillon étranger.
HOOFDSTUK VIII. _ Retributies.
CHAPITRE VIII. - Rétributions.
Art.30. De Koning bepaalt de retributies die kunnen geheven worden wegens de schouwing van een (vaartuig), de afgifte van enig certificaat of van een toelating tot afvaart, alsmede elke andere handeling, verricht door de bevoegde overheid in het raam van de functies haar door deze wet of uitvoeringsbesluiten opgelegd. <W 2007-01-22/44, art. 35, 004; Inwerkingtreding : 26-03-2007>
Art.30. Le Roi détermine les rétributions qui peuvent être perçues du chef de la visite (d'un bâtiment de navigation), de la délivrance de tout certificat quelconque ou d'une autorisation de départ ainsi que de toute intervention faite par l'autorité compétente dans le cadre des fonctions qui lui sont imposées par la loi ou les arrêtés d'exécution de cette loi. <L 2007-01-22/44, art. 35, 004; En vigueur : 26-03-2007>
Art. 30_VLAAMS_GEWEST.    De Koning bepaalt de retributies die kunnen geheven worden wegens de schouwing van een (vaartuig), de afgifte van enig certificaat of van een toelating tot afvaart, alsmede elke andere handeling, verricht door de bevoegde overheid in het raam van de functies haar door deze wet of uitvoeringsbesluiten opgelegd. <W 2007-01-22/44, art. 35, 004; Inwerkingtreding : 26-03-2007>  [1 Wat betreft de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest, en behoudens afwijking bij decreet, bepaalt de Vlaamse Regering de voormelde retributies.]1
  
Art. 30 _REGION_FLAMANDE.    Le Roi détermine les rétributions qui peuvent être perçues du chef de la visite (d'un bâtiment de navigation), de la délivrance de tout certificat quelconque ou d'une autorisation de départ ainsi que de toute intervention faite par l'autorité compétente dans le cadre des fonctions qui lui sont imposées par la loi ou les arrêtés d'exécution de cette loi. <L 2007-01-22/44, art. 35, 004; En vigueur : 26-03-2007>  [1 En ce qui concerne les compétences de la Région flamande, et sauf dérogation prévue par décret, le Gouvernement flamand détermine les redevances mentionnées.]1
  
HOOFDSTUK IX. - Eindbepalingen.
CHAPITRE IX. _ Dispositions finales.
Art.31. (De met de scheepvaartcontrole belaste dienst) wordt ingericht bij koninklijk besluit. <W 1999-05-03/30, art. 73, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
Art.31. Le (service chargé du contrôle de la navigation) est organisé par arrêté royal. <L 1999-05-03/30, art. 73, 002; En vigueur : 01-04-1999>
Art.32. De Koning neemt de noodzakelijke overgangsmaatregelen.
Art.32. Le Roi prend les mesures transitoires nécessaires.
Art. 32bis. <INGEVOEGD bij W 2007-01-22/44, art. 36; Inwerkingtreding : 26-03-2007> De Koning kan deze wet geheel of gedeeltelijk van toepassing verklaren op andere vaartuigen dan die bedoeld in artikel 1, [1 ]1.
  
Art. 32bis. Le Roi peut rendre la présente loi applicable, en tout ou en partie, à des bâtiments de navigation autres que ceux visés à l'article 1er, [1 ]1.
  
Art.33. <Wijzigingsbepaling>
Art.33.
Art.34. <Wijzigingsbepaling>
Art.34.
Art. 35. De wet van 25 augustus 1920 op de veiligheid der schepen, gewijzigd bij de artikelen 9 en 10 van de wet van 30 juli 1926 wordt opgeheven.
Art. 35. La loi du 25 août 1920 sur la sécurité des navires, modifiée par les articles 9 et 10 de la loi du 30 juillet 1926, est abrogée.