Artikel 1. Deze gecoördineerde wetten zijn toepasselijk op de personen die onderworpen zijn aan de sociale zekerheidsregelingen voor :
1° werknemers;
2° (opgeheven) <W 2002-12-24/31, art. 154, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
3° zeelieden ter koopvaardij.
Zij zijn evenwel niet toepasselijk op :
1° de handarbeiders die onttrokken zijn aan de regeling voor de jaarlijkse vakantie van de werknemers krachtens de bepalingen van het artikel 2, § 1, 2° en 4°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
2° de categorieën van personen die met een andere wettelijke jaarlijkse vakantieregeling begunstigd zijn.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
28 JUNI 1971. - Wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers gecoördineerd op 28 juni 1971. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-01-1981 en tekstbijwerking tot 26-02-2026)
Titre
28 JUIN 1971. - Lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés coordonnées le 28 juin 1971. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-01-1981 et mise à jour au 26-02-2026)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I_ Inleidende bepalingen.
HOOFDSTUK II_ Duur en tijdstip van de vakantie.
HOOFDSTUK III- Vakantiegeld.
HOOFDSTUK IIIbis. [1 De aanvullende vakantie aa...
HOOFDSTUK IV- Financiering.
HOOFDSTUK V_ Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie.
Afdeling I_ Benaming. Zetel. Opdracht.
Afdeling II- Commissie van advies betreffende d...
Afdeling III- Beheer.
Afdeling IV_ Bepalingen van financiële aard.
Afdeling V_ Boekhouding van de vakantiebijdrage...
HOOFDSTUK VI_ Bijzondere fondsen.
Hoofdstuk VIbis. - De verjaring betreffende de...
HOOFDSTUK VIter. - De verjaring betreffende de ...
HOOFDSTUK VII_ Toezicht en strafbepalingen.
Afdeling I_ Toezicht.
Afdeling II_ Strafbepalingen.
HOOFDSTUK VIII- Slot- of overgangsbepalingen
Table des matières
CHAPITRE Ier_ Dispositions liminaires.
CHAPITRE II_ Durée et période de vacances.
CHAPITRE III- Pécule de vacances.
CHAPITRE IIIbis. [1 Vacances supplémentaires en...
CHAPITRE IV- Financement.
CHAPITRE V_ Office national des vacances annuel...
Section Ière_ Dénomination. Siège. Mission
Section II- Commission consultative des vacance...
Section III- Administration
Section IV_ Dispositions d'ordre financier.
Section V_ Comptabilité des cotisations et des ...
CHAPITRE VI_ Caisses spéciales.
Chapitre VIbis. - De la prescription concernan...
CHAPITRE VIter. - De la prescription concernant...
CHAPITRE VII_ Surveillance et dispositions péna...
Section Ière_ Surveillance.
Section II_ Dispositions pénales.
CHAPITRE VIII_ Dispositions finales ou transito...
Tekst (93)
Texte (93)
HOOFDSTUK I_ Inleidende bepalingen.
CHAPITRE Ier_ Dispositions liminaires.
Article 1. Les présentes lois coordonnées sont applicables aux personnes assujetties aux régimes de sécurité sociale :
1° des travailleurs;
2° (abrogé) <L 2002-12-24/31, art. 154, 023; En vigueur : 01-01-2003>
3° des marins de la marine marchande.
Elles ne sont cependant pas applicables :
1° aux travailleurs manuels pour lesquels l'application du régime des vacances annuelles des travailleurs est écartée en vertu des dispositions de l'article 2, § 1er, 2° et 4°, de la loi du 27 juin 1969 revisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;
2° aux catégories de personnes qui bénéficient d'un autre régime légal de vacances annuelles.
1° des travailleurs;
2° (abrogé) <L 2002-12-24/31, art. 154, 023; En vigueur : 01-01-2003>
3° des marins de la marine marchande.
Elles ne sont cependant pas applicables :
1° aux travailleurs manuels pour lesquels l'application du régime des vacances annuelles des travailleurs est écartée en vertu des dispositions de l'article 2, § 1er, 2° et 4°, de la loi du 27 juin 1969 revisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;
2° aux catégories de personnes qui bénéficient d'un autre régime légal de vacances annuelles.
Art. 2. (De werknemers bedoeld in artikel 1, zowel zij die in het stelsel van voltijdse arbeid als zij die in het stelsel van deeltijdse arbeid tewerkgesteld zijn, hebben recht op een jaarlijkse vakantie naar verhouding tot hun dienstprestaties.
De Koning bepaalt wat in de zin van deze wetten moet worden verstaan onder overgang van het ene arbeidsstelsel naar het andere.) (Nota : artikel 3 van KBN4 1982-02-15/02 bepaalt : "Dit besluit is van toepassing op de vakanties die moeten genomen worden vanaf 1983")
Het recht op vakantie is aan de werknemers verworven niettegenstaande elke strijdige overeenkomst. Het is de werknemer verboden van de vakantie waarop hij recht heeft, af te zien.
De Koning bepaalt wat in de zin van deze wetten moet worden verstaan onder overgang van het ene arbeidsstelsel naar het andere.)
Het recht op vakantie is aan de werknemers verworven niettegenstaande elke strijdige overeenkomst. Het is de werknemer verboden van de vakantie waarop hij recht heeft, af te zien.
Art. 2. (Les travailleurs visés à l'article 1er, tant ceux occupés à plein temps que ceux occupés à temps partiel ont droit à des vacances annuelles proportionnelles à leurs prestations de travail.
Le Roi détermine ce qu'il faut entendre par passage d'un régime de travail à un autre au sens des présentes lois.) (Note : l'article 3 de l'AR4 1982-02-15/02 dispose: "Le présent arrêté est applicable aux vacances à prendre à partir de 1983")
Le droit aux vacances est acquis aux travailleurs, nonobstant toute convention contraire. Il est interdit aux travailleurs de faire abandon des vacances auxquelles ils ont droit.
Le Roi détermine ce qu'il faut entendre par passage d'un régime de travail à un autre au sens des présentes lois.)
Le droit aux vacances est acquis aux travailleurs, nonobstant toute convention contraire. Il est interdit aux travailleurs de faire abandon des vacances auxquelles ils ont droit.
Art. 2bis. <INGEVOEGD bij KB 2001-06-10/58, art. 11; Inwerkingtreding : 01-01-2003> Voor de toepassing van deze gecoördineerde wetten en de uitvoeringsbesluiten ervan gelden de definities van de arbeidstijdgegevens zoals vastgesteld bij koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
Art. 2bis. Pour l'application des présentes lois coordonnées et de ses arrêtés d'exécution, les définitions des données relatives au temps de travail sont celles déterminées par l'arrêté royal du 10 juin 2001 portant définition uniforme de notions relatives au temps de travail à l'usage de la sécurité sociale, en application de l'article 39 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions.
Art. 2ter. [1 Voor de toepassing van deze wet wordt de flexi-jobwerknemer als bedoeld in artikel 3, 3°, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken beschouwd als hoofdarbeider.]1
Art. 2ter. [1 Pour l'application de la présente loi le travailleur exerçant un flexi-job visé à l'article 3, 3°, de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverse en matière sociale est considéré comme un travailleur intellectuel.]1
Modifications
HOOFDSTUK II_ Duur en tijdstip van de vakantie.
CHAPITRE II_ Durée et période de vacances.
Art. 3. De duur van de vakantie wordt bepaald per vakantiedienstjaar op basis van de duur van de in de loop van dit dienstjaar verrichte prestaties. De Koning mag nochtans voor sommige bedrijfstakken of voor sommige categorieën werknemers waarop deze berekeningsbasis van de duur van de vakantie niet toepasselijk is, de berekening toelaten volgens het tijdens het vakantiedienstjaar verdiende loon.
De vakantieduur moet ten minste (vierentwintig) dagen bedragen voor twaalf maanden arbeid, met inbegrip van de inactiviteitsdagen die bij koninklijk besluit met (de dagen normale werkelijke arbeid) zijn gelijkgesteld. Wordt als dienstjaar beschouwd voor de berekening van deze duur het kalenderjaar dat het jaar voorafgaat waarin de vakantie dient toegekend. <KB 2001-06-10/58, art. 12, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
(Ten aanzien van de werknemers die zijn overgegaan van het stelsel van deeltijdse arbeid naar dat van voltijdse of omgekeerd, kan de Koning, in de gevallen en voorwaarden die Hij bepaalt, vaststellen in welke mate deze overgang een weerslag heeft op de berekeningswijze van de duurtijd van de vakantie.) (Nota : artikel 3 van KB4 1982-02-15/02 bepaalt : "Dit besluit is van toepassing op de vakanties die moeten genomen worden vanaf 1983")
De vakantieduur moet ten minste (vierentwintig) dagen bedragen voor twaalf maanden arbeid, met inbegrip van de inactiviteitsdagen die bij koninklijk besluit met (de dagen normale werkelijke arbeid) zijn gelijkgesteld. Wordt als dienstjaar beschouwd voor de berekening van deze duur het kalenderjaar dat het jaar voorafgaat waarin de vakantie dient toegekend.
(Ten aanzien van de werknemers die zijn overgegaan van het stelsel van deeltijdse arbeid naar dat van voltijdse of omgekeerd, kan de Koning, in de gevallen en voorwaarden die Hij bepaalt, vaststellen in welke mate deze overgang een weerslag heeft op de berekeningswijze van de duurtijd van de vakantie.)
Art. 3. La durée des vacances est déterminée par exercice de vacances, d'après la durée des services effectués pendant cet exercice. Toutefois, en ce qui concerne certaines branches d'industrie ou catégories de travailleurs, auxquelles cette base de calcul de la durée des vacances serait inapplicable, le Roi peut autoriser le calcul de la durée des vacances d'après le montant du salaire gagné pendant l'exercice de vacances.
La durée des vacances doit être de (vingt-quatre) jours au moins pour douze mois de travail, y compris les jours d'inactivité qui sont assimilés par arrêté royal à des (jours de travail effectif normal). Pour le calcul de cette durée, il y a lieu d'entendre par exercice l'année civile, qui précède l'année au cours de laquelle les vacances doivent être accordées. <AR 2001-06-10/58, art. 12, 020; En vigueur : 01-01-2003>
(Pour les travailleurs qui passent d'un régime de travail à temps partiel à un régime de de temps plein et inversément, le Roi peut, dans les cas et aux conditions qu'il détermine, prescrire dans quelle mesure, ce changement affecte le mode de calcul de la durée des vacances.) (Note : l'article 3 de l'AR4 1982-02-15/02 dispose : "Le présent arrêté est applicable aux vacances à prendre à partir de 1983")
La durée des vacances doit être de (vingt-quatre) jours au moins pour douze mois de travail, y compris les jours d'inactivité qui sont assimilés par arrêté royal à des (jours de travail effectif normal). Pour le calcul de cette durée, il y a lieu d'entendre par exercice l'année civile, qui précède l'année au cours de laquelle les vacances doivent être accordées.
(Pour les travailleurs qui passent d'un régime de travail à temps partiel à un régime de de temps plein et inversément, le Roi peut, dans les cas et aux conditions qu'il détermine, prescrire dans quelle mesure, ce changement affecte le mode de calcul de la durée des vacances.)
Art. 4. Het aantal bij artikel 3 bedoelde vakantiedagen kan voor alle werknemers of voor sommige categorieën werknemers worden verhoogd bij koninklijk besluit, naargelang de geldelijke middelen waarover de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie en de bijzondere vakantiefondsen gezamenlijk beschikken.
Art. 4. Le nombre de jours de vacances déterminé en vertu de l'article 3 peut, pour tous les travailleurs ou pour certaines catégories de ceux-ci, être augmenté par arrêté royal en fonction des possibilités financières dont disposent ensemble l'Office national des vacances annuelles et les caisses spéciales de vacances.
Art. 5. <W 2001-05-22/36, art. 3, 019; Inwerkingtreding : 01-01-2001> De jeugdige werknemers, die aan de krachtens artikel 7, § 1ter, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de werknemers, gestelde voorwaarden voldoen, hebben recht op aanvullende vakantiedagen van maximum vier weken, verminderd met de bij deze wet bedoelde vakantiedagen.
(De oudere werknemers, die aan de krachtens artikel 7, § 1quater, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, gestelde voorwaarden voldoen, hebben recht op aanvullende vakantiedagen ten belope van maximum vier weken, verminderd met de bij deze wet bedoelde vakantiedagen.) <W 2005-12-23/30, art. 55, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
(De oudere werknemers, die aan de krachtens artikel 7, § 1quater, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, gestelde voorwaarden voldoen, hebben recht op aanvullende vakantiedagen ten belope van maximum vier weken, verminderd met de bij deze wet bedoelde vakantiedagen.) <W 2005-12-23/30, art. 55, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
Art. 5. <L 2001-05-22/36, art. 3, 019; En vigueur : 01-01-2001> Les jeunes travailleurs, qui satisfont aux conditions fixées en vertu de l'article 7, § 1ter, de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, ont droit à des jours supplémentaires de vacances de maximum quatre semaines diminuées des jours de vacances visés par la présente loi.
(Les travailleurs âgés, qui satisfont aux conditions fixées en vertu de l'article 7, § 1erquater, de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, ont droit à des jours de vacances complémentaires à raison de maximum 4 semaines, diminués des jours de vacances visés par la présente loi.) <L 2005-12-23/30, art. 55, 024; En vigueur : 01-01-2007>
(Les travailleurs âgés, qui satisfont aux conditions fixées en vertu de l'article 7, § 1erquater, de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, ont droit à des jours de vacances complémentaires à raison de maximum 4 semaines, diminués des jours de vacances visés par la présente loi.) <L 2005-12-23/30, art. 55, 024; En vigueur : 01-01-2007>
Art. 6. De in een paritair orgaan gesloten collectieve arbeidsovereenkomst waarbij langere dan in de artikelen 3 (en 4) bepaalde vakanties worden aangenomen, kan door de Koning algemeen verbindend verklaard worden; in dit geval zijn de belanghebbende werkgevers evenredige bijkomende bijdragen verschuldigd.
Art. 6. Le Roi peut rendre obligatoire les conventions collectives de travail conclues au sein d'un organe paritaire et comportant des vacances plus importantes que celles qui sont prévues aux articles 3 (et 4); dans ce cas des cotisations complémentaires proportionnelles sont dues par les employeurs intéressés. <L 2001-05-22/36, art. 4, 019; En vigueur : 01-01-2001>
Art. 7. De paritaire organen mogen in de door hen bepaalde gevallen het verlenen van aanvullende vakantie voorstellen om de bij artikel 3 bepaalde vakantie van (vierentwintig) dagen te verzekeren aan de gerechtigden die geen volledige vakantie genieten. Dergelijke voorstellen mogen ingediend worden ten gunste van de gerechtigden die werken in een onderneming waar de vakantie gemeenschappelijk of bij beurtregeling wordt verleend.
Art. 7. Dans les cas qu'ils déterminent, les organes paritaires peuvent proposer l'octroi de vacances supplémentaires destinées à assurer les vacances de (vingt-quatre) jours prévues par l'article 3 aux bénéficiaires qui ne peuvent prétendre à des vacances complètes. Ces propositions peuvent être introduites en faveur des bénéficiaires occupés dans une entreprise où les vacances sont accordées collectivement ou par roulement.
Art. 8. De algemene toepassingsmodaliteiten van bovenstaande bepalingen worden bij koninklijk besluit bepaald.
De Koning kan de beslissingen algemeen verbindend verklaren die door een paritair orgaan getroffen zijn en waarbij worden aangenomen hetzij modaliteiten voor de verdeling van de vakantie hetzij een periode of data van de vakantie die afwijken van deze, op grond van voorgaand lid, vastgesteld.
De Koning kan de beslissingen algemeen verbindend verklaren die door een paritair orgaan getroffen zijn en waarbij worden aangenomen hetzij modaliteiten voor de verdeling van de vakantie hetzij een periode of data van de vakantie die afwijken van deze, op grond van voorgaand lid, vastgesteld.
Art. 8. Les modalités générales d'application des prescriptions ci-dessus sont déterminées par arrêté royal.
Le Roi peut rendre obligatoires les décisions conclues au sein d'un organe paritaire et comportant soit des modalités de répartition des vacances, soit une fixation des périodes ou des dates de vacances autres que celles arrêtés en application de l'alinéa précédent.
Le Roi peut rendre obligatoires les décisions conclues au sein d'un organe paritaire et comportant soit des modalités de répartition des vacances, soit une fixation des périodes ou des dates de vacances autres que celles arrêtés en application de l'alinéa précédent.
HOOFDSTUK III- Vakantiegeld.
CHAPITRE III- Pécule de vacances.
Art. 9. [1 § 1.]1 (Het bedrag van het vakantiegeld wordt door de Koning vastgelegd, na advies van de Nationale Arbeidsraad en van het bevoegde Beheerscomité, onder de vorm van een percentage van de bezoldigingen van het vakantiedienstjaar, die als basis gediend hebben voor de berekening van de verschuldigde bijdrage voor de samenstelling van bedoeld vakantiegeld, eventueel vermeerderd door een fictieve bezoldiging voor de inactiviteitsdagen die met (dagen normale werkelijke arbeid) gelijkgesteld zijn.) <W 2001-05-22/36, art. 5, 019; Inwerkingtreding : 01-01-2001> <KB 2002-11-05/43, art. 12, 022; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Voor de hoofdarbeiders, (met uitzondering van de personen onderworpen aan de sociale zekerheidsregeling voor werknemers ingevolge de door hen geleverde artistieke prestaties en/of de door hen geproduceerde artistieke werken,) de zeevarende officieren en daarmede gelijkgestelde personen (...), mag de Koning in de door Hem bepaalde gevallen en onder de door Hem vastgestelde voorwaarden een andere basis of wijze van berekening voorschrijven dan deze welke bepaald zijn bij het vorig lid. <W 2001-05-22/36, art. 5, 019; Inwerkingtreding : 01-01-2001> <W 2002-12-24/31, art. 176, 023; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
De rechthebbenden van een overleden (hoofdarbeider) (,behalve wanneer het gaat om een persoon onderworpen aan de sociale zekerheidsregeling voor werknemers ingevolge de door hem geleverde artistieke prestaties en/of de door hem geproduceerde artistieke werken,) kunnen onmiddellijk betaling vragen van elk vakantiegeld verworven gedurende het lopend dienstjaar en van dat verworven gedurende het verlopen dienstjaar, indien ze hem nog niet werden uitbetaald. <W 1998-02-22/43, art. 187, 013; Inwerkingtreding : 13-03-1998> <W 2002-12-24/31, art. 176, 023; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
[1 § 2. In afwijking van § 1, wordt het vakantiegeld van de gelegenheidsarbeiders, in de zin van artikel 31ter, tweede lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot her-ziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, van de werkgevers die onder het paritair comité voor het hotelbedrijf ressorteren of die onder het paritair comité voor de uitzendarbeid ressorteren, wanneer de gebruiker ressorteert onder het paritair comité voor het hotelbedrijf, berekend overeenkomstig artikel 41bis van het voornoemd koninklijk besluit van 28 november 1969 [2 en wordt het flexivakantiegeld als bedoeld in artikel 3, 6°, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, bepaald overeenkomstig artikel 5, § 3, van dezelfde wet]2.]1
Voor de hoofdarbeiders, (met uitzondering van de personen onderworpen aan de sociale zekerheidsregeling voor werknemers ingevolge de door hen geleverde artistieke prestaties en/of de door hen geproduceerde artistieke werken,) de zeevarende officieren en daarmede gelijkgestelde personen (...), mag de Koning in de door Hem bepaalde gevallen en onder de door Hem vastgestelde voorwaarden een andere basis of wijze van berekening voorschrijven dan deze welke bepaald zijn bij het vorig lid. <W 2001-05-22/36, art. 5, 019; Inwerkingtreding : 01-01-2001> <W 2002-12-24/31, art. 176, 023; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
De rechthebbenden van een overleden (hoofdarbeider) (,behalve wanneer het gaat om een persoon onderworpen aan de sociale zekerheidsregeling voor werknemers ingevolge de door hem geleverde artistieke prestaties en/of de door hem geproduceerde artistieke werken,) kunnen onmiddellijk betaling vragen van elk vakantiegeld verworven gedurende het lopend dienstjaar en van dat verworven gedurende het verlopen dienstjaar, indien ze hem nog niet werden uitbetaald. <W 1998-02-22/43, art. 187, 013; Inwerkingtreding : 13-03-1998> <W 2002-12-24/31, art. 176, 023; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
[1 § 2. In afwijking van § 1, wordt het vakantiegeld van de gelegenheidsarbeiders, in de zin van artikel 31ter, tweede lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot her-ziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, van de werkgevers die onder het paritair comité voor het hotelbedrijf ressorteren of die onder het paritair comité voor de uitzendarbeid ressorteren, wanneer de gebruiker ressorteert onder het paritair comité voor het hotelbedrijf, berekend overeenkomstig artikel 41bis van het voornoemd koninklijk besluit van 28 november 1969 [2 en wordt het flexivakantiegeld als bedoeld in artikel 3, 6°, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, bepaald overeenkomstig artikel 5, § 3, van dezelfde wet]2.]1
Art. 9. [1 § 1er.]1 (Le montant du pécule de vacances est fixé par le Roi, après avis du Conseil national du travail et du Comité de gestion compétent, en pourcentage des rémunérations de l'exercice de vacances qui ont servi de base au calcul de la cotisation due pour la constitution de ce pécule, majorées éventuellement d'une rémunération fictive pour les jours d'inactivité qui sont assimilés à des (jours de travail effectif normal).) <L 2001-05-22/36, art. 5, 019; En vigueur : 01-01-2001> <AR 2002-11-05/43, art. 12, 022; En vigueur : 01-01-2003>
Pour les travailleurs intellectuels (à l'exception des personnes assujetties à la sécurité sociale des travailleurs salariés en raison de prestations artistiques qu'elles fournissent et/ou des oeuvres artistiques qu'elles produisent), pour les officiers navigants et assimilés (...) le Roi peut dans les cas et aux conditions qu'Il détermine prescrire une base ou un mode de calcul autres que ceux prévus à l'alinéa précédent. <L 2001-05-22/36, art. 5, 019; En vigueur : 01-01-2001> <L 2002-12-24/31, art. 176, 023; En vigueur : 01-07-2003>
Les ayants droit d'un travailleur (intellectuel) décédé (, sauf s'il s'agit d'une personne assujettie à la sécurité sociale des travailleurs salariés en raison des prestations artistiques qu'elle fournit et/ou des oeuvres artistiques qu'elle produit,) peuvent exiger le paiement immédiat du pécule de vacances acquis pendant l'exercice en cours et de celui acquis durant l'exercice écoulé, s'ils ne lui ont pas encore été liquidés. <L 1998-02-22/43, art. 187, 013; En vigueur : 13-03-1998> <L 2002-12-24/31, art. 176, 023; En vigueur : 01-07-2003>
[1 § 2. Par dérogation au § 1er, le pécule de vacances des travailleurs occasionnels, au sens de l'article 31ter, alinéa 2, de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale, des travailleurs, des employeurs ressortissant de la commission paritaire de l'industrie hôtelière ou ressortissant de la commission paritaire pour le travail intérimaire, lorsque l'utilisateur relève de la commission paritaire de l'industrie hôtelière, est calculé conformément à l'article 41bis de l'arrêté royal précité du 28 novembre 1969 [2 et le flexipécule de vacances visé à l'article 3, 6°, de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale est fixé conformément à l'article 5, § 3, de la même loi]2.]1
Pour les travailleurs intellectuels (à l'exception des personnes assujetties à la sécurité sociale des travailleurs salariés en raison de prestations artistiques qu'elles fournissent et/ou des oeuvres artistiques qu'elles produisent), pour les officiers navigants et assimilés (...) le Roi peut dans les cas et aux conditions qu'Il détermine prescrire une base ou un mode de calcul autres que ceux prévus à l'alinéa précédent. <L 2001-05-22/36, art. 5, 019; En vigueur : 01-01-2001> <L 2002-12-24/31, art. 176, 023; En vigueur : 01-07-2003>
Les ayants droit d'un travailleur (intellectuel) décédé (, sauf s'il s'agit d'une personne assujettie à la sécurité sociale des travailleurs salariés en raison des prestations artistiques qu'elle fournit et/ou des oeuvres artistiques qu'elle produit,) peuvent exiger le paiement immédiat du pécule de vacances acquis pendant l'exercice en cours et de celui acquis durant l'exercice écoulé, s'ils ne lui ont pas encore été liquidés. <L 1998-02-22/43, art. 187, 013; En vigueur : 13-03-1998> <L 2002-12-24/31, art. 176, 023; En vigueur : 01-07-2003>
[1 § 2. Par dérogation au § 1er, le pécule de vacances des travailleurs occasionnels, au sens de l'article 31ter, alinéa 2, de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale, des travailleurs, des employeurs ressortissant de la commission paritaire de l'industrie hôtelière ou ressortissant de la commission paritaire pour le travail intérimaire, lorsque l'utilisateur relève de la commission paritaire de l'industrie hôtelière, est calculé conformément à l'article 41bis de l'arrêté royal précité du 28 novembre 1969 [2 et le flexipécule de vacances visé à l'article 3, 6°, de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale est fixé conformément à l'article 5, § 3, de la même loi]2.]1
Art. 9bis. <W 2002-12-24/31, art. 169, 023; Inwerkingtreding : 10-01-2003> De Koning bepaalt de personen aan wie het vakantiegeld van een overleden arbeider of leerling-arbeider wordt uitbetaald, de volgorde waarin die personen dat voordeel kunnen genieten, alsmede de na te leven vormvereisten voor het verkrijgen van kwestieuze betaling en de termijn waarin de eventuele aanvraag moet worden ingediend.
Art. 9bis. <L 2002-12-24/31, art. 169, 023; En vigueur : 10-01-2003> Le Roi détermine les personnes à qui le pécule de vacances d'un ouvrier ou d'un apprenti-ouvrier décédé est payé, l'ordre dans lequel ces personnes sont appelées à bénéficier ainsi que les formalités à remplir pour l'obtention de ce payement et le délai dans lequel la demande éventuelle doit être introduite.
Art. 10. Onverminderd de bepalingen bedoeld bij artikel 11, bepaalt de Koning de met (dagen normale werkelijke arbeid) gelijkgestelde inactiviteitsdagen, de voorwaarden waaronder zij kunnen in aanmerking worden genomen, alsmede het fictief loon dat voor de berekening van het vakantiegeld van de gelijkgestelde dagen als grondslag moet dienen. <KB 2001-06-10/58, art. 15, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Op voorstel van het betrokken paritair orgaan en na raadpleging van de Nationale Arbeidsraad, kan de Koning aan sommige nijverheidstakken afwijkingen toestaan van de bepalingen van het eerste lid.
Op voorstel van het betrokken paritair orgaan en na raadpleging van de Nationale Arbeidsraad, kan de Koning aan sommige nijverheidstakken afwijkingen toestaan van de bepalingen van het eerste lid.
Art. 10. Sans préjudice des dispositions prévues à l'article 11, le Roi détermine les jours d'inactivité à assimiler à des (jours de travail effectif normal), les conditions dans lesquelles ils peuvent être pris en considération, ainsi que la rémunération fictive qui doit servir de base pour le calcul du pécule de vacances afférent aux jours assimilés. <AR 2001-06-10/58, art. 15; 020; En vigueur : 01-01-2003>
Sur la proposition de l'organe paritaire intéressé et après consultation du Conseil national du Travail le Roi peut accorder à certaines branches d'industrie des dérogations aux dispositions de l'alinéa 1er.
Sur la proposition de l'organe paritaire intéressé et après consultation du Conseil national du Travail le Roi peut accorder à certaines branches d'industrie des dérogations aux dispositions de l'alinéa 1er.
Art. 11. De Koning bepaalt voor de hoofdarbeiders, voor de zeevarende officieren en daarmede gelijkgestelde personen, de inactiviteitsdagen die met (dagen normale werkelijke arbeid) worden gelijkgesteld, de voorwaarden waaronder zij in aanmerking mogen worden genomen, alsook het fictief loon dat aan de berekening van het vakantiegeld van de gelijkgestelde dagen als grondslag moet dienen. <KB 2001-06-10/58, art. 16, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art. 11. Le Roi détermine pour les travailleurs intellectuels, pour les officiers navigants et assimilés, les jours d'inactivité, à assimiler à des (jours de travail effectif normal), les conditions dans lesquelles ils peuvent être pris en considération ainsi que la rémunération fictive qui doit servir de base pour le calcul du pécule de vacances afférent aux jours assimilés. <AR 2001-06-10/58, art. 16, 020; En vigueur : 01-01-2003>
Art. 12. Wat de handarbeiders betreft (en de personen onderworpen aan de sociale zekerheidsregeling voor werknemers ingevolge de door hen geleverde artistieke prestaties en/of de door hen geproduceerde artistieke werken), wordt het vakantiegeld uitgekeerd door de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie of door de bijzondere vakantiefondsen. <W 2002-12-24/31, art. 177, 023; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
Art. 12. En ce qui concerne les travailleurs manuels (et les personnes assujetties à la sécurité sociale des travailleurs salariés en raison de prestations artistiques qu'elles fournissent et/ou des oeuvres artistiques qu'elles produisent), les pécules de vacances sont payés par l'Office national des vacances annuelles ou par les Caisses spéciales de vacances. <L 2002-12-24/31, art. 177, 023; En vigueur : 01-07-2003>
Art. 13. Het gewone en aanvullende vakantiegeld van de andere dan de in artikel 12 bedoelde werknemers wordt rechtstreeks door de werkgever uitgekeerd.
Art. 13. Les pécules de vacances ordinaires ou supplémentaires des travailleurs autres que ceux visés à l'article 12 sont payés directement par l'employeur.
Art. 14. De in een paritair orgaan gesloten collectieve arbeidsovereenkomst waarbij hogere dan de (krachtens artikel 9) bepaalde verlofbezoldigingen worden aangenomen, kan door de Koning algemeen verbindend worden verklaard. In dit geval, zijn de belanghebbende werkgevers evenredige bijkomende bijdragen verschuldigd. <W 2001-05-22/36, art. 6, 019; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
(Bij ontstentenis van een bij het eerste lid bedoelde algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst, kan de Koning, onder de door Hem te bepalen voorwaarden en nadere regelen hogere dan (krachtens artikel 9) bepaalde verlofbezoldigingen bepalen.) <KB 1997-01-27/34, art. 12, 011; Inwerkingtreding : 01-01-1997> <W 2001-05-22/36, art. 6, 019; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
(Bij ontstentenis van een bij het eerste lid bedoelde algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst, kan de Koning, onder de door Hem te bepalen voorwaarden en nadere regelen hogere dan (krachtens artikel 9) bepaalde verlofbezoldigingen bepalen.) <KB 1997-01-27/34, art. 12, 011; Inwerkingtreding : 01-01-1997> <W 2001-05-22/36, art. 6, 019; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
Art. 14. Le Roi peut rendre obligatoire la convention collective de travail conclue au sein d'un organe paritaire et comportant des rémunérations de vacances plus importantes que celle qui est déterminé (en vertu de l'article 9). Dans ce cas, des cotisations complémentaires proportionnelles sont dues par les employeurs intéressés. <L 2001-05-22/36, art. 6, 019; En vigueur : 01-01-2001>
(En l'absence d'une convention collective rendue obligatoire visée à l'alinéa 1er, le Roi peut, dans les conditions et modalités qu'Il détermine, fixer les rémunérations de vacances plus importantes de celle qui est déterminée (en vertu de l'article 9).) <AR 1997-01-27/34, art. 12, 011; En vigueur : 01-01-1997> <L 2001-05-22/36, art. 6, 019; En vigueur : 01-01-2001>
(En l'absence d'une convention collective rendue obligatoire visée à l'alinéa 1er, le Roi peut, dans les conditions et modalités qu'Il détermine, fixer les rémunérations de vacances plus importantes de celle qui est déterminée (en vertu de l'article 9).) <AR 1997-01-27/34, art. 12, 011; En vigueur : 01-01-1997> <L 2001-05-22/36, art. 6, 019; En vigueur : 01-01-2001>
Art. 15. Het vakantiegeld voor de vakantie bedoeld in de artikelen 3 en 4, mag door de Koning worden verhoogd in de mate waarin de geldmiddelen van de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie en van de bijzondere vakantiefondsen gezamelijk dit mogelijk maken.
Art. 15. Le pécule de vacances afférent aux vacances prévues aux articles 3 et 4, peut être majoré par le Roi en fonction des possibilités financières dont disposent ensemble l'Office national des vacances annuelles et les Caisses spéciales de vacances.
Art. 16. De modaliteiten van toepassing van de artikelen 12 tot 15 worden bij koninklijk besluit bepaald.
Het bedrag van het door de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie en de bijzondere vakantiefondsen uit te betalen vakantiegeld wordt vastgesteld zonder rekening te houden met de frankgedeelten van minder dan vijftien centiemen. De frankgedeelten van vijftig centiemen en meer worden voor één frank gerekend.
De afronding op een frank naar boven of naar beneden geschiedt op het gezamelijk uit te betalen bedrag.
Het bedrag van het door de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie en de bijzondere vakantiefondsen uit te betalen vakantiegeld wordt vastgesteld zonder rekening te houden met de frankgedeelten van minder dan vijftien centiemen. De frankgedeelten van vijftig centiemen en meer worden voor één frank gerekend.
De afronding op een frank naar boven of naar beneden geschiedt op het gezamelijk uit te betalen bedrag.
Art. 16. Les modalités d'application des articles 12 à 15 sont déterminées par arrêté royal.
Le montant du pécule de vacances à payer par l'Office national des vacances annuelles et les Caisses spéciales de vacance est fixé en négligeant les fractions de franc qui n'atteignent pas cinquante centimes. Les fractions de franc qui atteignent ou dépassent cinquante centimes sont comptées pour un franc.
L'ajustement au franc supérieur ou inférieur s'opère sur le total à payer.
Le montant du pécule de vacances à payer par l'Office national des vacances annuelles et les Caisses spéciales de vacance est fixé en négligeant les fractions de franc qui n'atteignent pas cinquante centimes. Les fractions de franc qui atteignent ou dépassent cinquante centimes sont comptées pour un franc.
L'ajustement au franc supérieur ou inférieur s'opère sur le total à payer.
Art. 17. De Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie en de bijzondere vakantiefondsen mogen in geen geval het uitbetalen van het vakantiegeld afhankelijk stellen van het storten door de werkgever van de bijdragen betreffende de jaarlijkse vakantie.
(...) (Lid 2) <W 2001-12-30/30, art. 29, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
(...) (Lid 2) <W 2001-12-30/30, art. 29, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art. 17. En aucun cas l'Office national des vacances annuelles et les Caisses spéciales de vacances ne peuvent subordonner le paiement du pécule de vacances au versement par l'employeur, des cotisations afférentes aux vacances annuelles.
(...) (Alineá 2) <L 2001-12-30/30, art. 29, 021; En vigueur : 01-01-2002>
(...) (Alineá 2) <L 2001-12-30/30, art. 29, 021; En vigueur : 01-01-2002>
HOOFDSTUK IIIbis. [1 De aanvullende vakantie aan het begin of bij de hervatting van de activiteit]1
CHAPITRE IIIbis. [1 Vacances supplémentaires en cas de début ou de reprise d'activité]1
Art. 17bis. [1 Per periode van drie maanden activiteit [2 gedurende de periode van begin of van hervatting van een activiteit]2, kan de werknemer aanspraak maken op een week aanvullende vakantie vanaf de laatste week van de betreffende periode van drie maanden. De werknemer heeft recht op een bedrag gelijk aan zijn normale loon tijdens deze week vakantie. Het vakantiegeld, toegekend aan het begin of bij de hervatting van de activiteit, wordt gefinancierd door een aftrek, uitgevoerd op het gedeelte van het wettelijk vakantiegeld dat niet overeenstemt met het normale loon voor de vakantiedagen. De Koning bepaalt wanneer de aftrek gebeurt, het bedrag en de duur ervan.
Hij bepaalt de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van deze bepaling.]1
[2 Hij bepaalt wat moet worden verstaan onder 'begin van een activiteit' en 'hervatting van een activiteit'.]2
Hij bepaalt de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van deze bepaling.]1
[2 Hij bepaalt wat moet worden verstaan onder 'begin van een activiteit' en 'hervatting van een activiteit'.]2
Art. 17bis. [1 Par période de trois mois d'activité [2 exercée pendant la période au cours de laquelle a lieu le début ou la reprise d'activité]2, le travailleur peut prétendre à une semaine de vacances supplémentaires à partir de la dernière semaine de la période de trois mois concernée. Durant cette semaine de vacances, le travailleur a droit à un montant équivalent à sa rémunération normale. Le pécule de vacances octroyé en cas de début ou de reprise d'activité est financé par une déduction opérée sur la partie du pécule de vacances légal qui ne correspond pas à la rémunération normale pour les jours de vacances. Le Roi détermine quand se fait la déduction, le montant et la durée de celle-ci.
Il détermine les conditions et modalités d'application de la présente disposition.]1
[2 Il définit ce qu'il y a lieu d'entendre par 'début d'activité' et 'reprise d'activité'.]2
Il détermine les conditions et modalités d'application de la présente disposition.]1
[2 Il définit ce qu'il y a lieu d'entendre par 'début d'activité' et 'reprise d'activité'.]2
HOOFDSTUK IV- Financiering.
CHAPITRE IV- Financement.
Art. 18. <W 2001-05-22/36, art. 7, 019; Inwerkingtreding : 01-01-2001> § 1. Het vakantiegeld wordt, onverminderd de bijzondere bijdragen die mochten voortvloeien uit de toepassing van de artikelen 6 en 14, gefinancierd door werkgeversbijdragen in het raam van de sociale zekerheid, behalve voor hoofdarbeiders (met uitzondering van de personen onderworpen aan de sociale zekerheidsregeling voor werknemers ingevolge de door hen geleverde artistieke prestaties en/of de door hen geproduceerde artistieke werken,) en voor zeevarende officieren en daarmede gelijkgestelde personen. <W 2002-12-24/31, art. 178, 023; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
Onverminderd de toepassing van de artikelen 35 en 45 wordt het fonds gevormd met de bijdragen bepaald in het eerste lid, insgelijks gespijsd door de intresten van de met bijdragen gevormde kapitalen en de intekeningspremies en/of commissies, na aftrek van de beheerskosten van de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie en van de bijzondere vakantiefondsen als bepaald bij koninklijk besluit.
§ 2. Het in de § 1, tweede lid, bedoelde fonds wordt eveneens gespijsd door een tegemoetkoming van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van Maatschappelijke Integratie, teneinde bij te dragen tot de financiering van het vakantiegeld van bepaalde arbeiders, tewerkgesteld in een stelsel van activering van werkloosheidsuitkeringen, respectievelijk betaansminimum.
De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag en de wijze van betaling van deze tegemoetkoming.
§ 3. Het in de § 1, tweede lid, bedoelde fonds wordt eveneens gespijsd door een bijdrage van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, teneinde bij te dragen tot de financiering van het vakantiegeld van de arbeiders voor de gelijkgestelde dagen bedoeld bij artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
[3 Deze bijdrage bedraagt 10 %]3 van het bedrag van de werkloosheidsuitkeringen die door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening betaald worden aan de werknemers van wie de arbeidsovereenkomst werd geschorst met toepassing van de artikelen 49, 50 of 51 van bovengenoemde wet van 3 juli 1978.
De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de betalingsmodaliteiten van deze bijdragen.
[1 § 4. [2 Het fonds bedoeld in § 1 wordt eveneens gespijsd door de tegemoetkoming van de financiële middelen van het Globaal Beheer, bedoeld in artikel 22, § 2, a), van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, als bijzondere toewijzing ter compensatie van de verminderde driemaandelijkse vakantiebijdrage.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag en de wijze van betaling van deze tegemoetkoming.]2 ]1
Onverminderd de toepassing van de artikelen 35 en 45 wordt het fonds gevormd met de bijdragen bepaald in het eerste lid, insgelijks gespijsd door de intresten van de met bijdragen gevormde kapitalen en de intekeningspremies en/of commissies, na aftrek van de beheerskosten van de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie en van de bijzondere vakantiefondsen als bepaald bij koninklijk besluit.
§ 2. Het in de § 1, tweede lid, bedoelde fonds wordt eveneens gespijsd door een tegemoetkoming van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van Maatschappelijke Integratie, teneinde bij te dragen tot de financiering van het vakantiegeld van bepaalde arbeiders, tewerkgesteld in een stelsel van activering van werkloosheidsuitkeringen, respectievelijk betaansminimum.
De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag en de wijze van betaling van deze tegemoetkoming.
§ 3. Het in de § 1, tweede lid, bedoelde fonds wordt eveneens gespijsd door een bijdrage van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, teneinde bij te dragen tot de financiering van het vakantiegeld van de arbeiders voor de gelijkgestelde dagen bedoeld bij artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
[3 Deze bijdrage bedraagt 10 %]3 van het bedrag van de werkloosheidsuitkeringen die door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening betaald worden aan de werknemers van wie de arbeidsovereenkomst werd geschorst met toepassing van de artikelen 49, 50 of 51 van bovengenoemde wet van 3 juli 1978.
De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de betalingsmodaliteiten van deze bijdragen.
[1 § 4. [2 Het fonds bedoeld in § 1 wordt eveneens gespijsd door de tegemoetkoming van de financiële middelen van het Globaal Beheer, bedoeld in artikel 22, § 2, a), van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, als bijzondere toewijzing ter compensatie van de verminderde driemaandelijkse vakantiebijdrage.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag en de wijze van betaling van deze tegemoetkoming.]2 ]1
Art. 18. <L 2001-05-22/36, art. 7, 019; En vigueur : 01-01-2001> § 1er. Sans préjudice des cotisations spéciales qui résulteraient de l'application des articles 6 et 14, le pécule de vacances est financé par des cotisations d'employeurs dans le cadre de la sécurité sociale, sauf en ce qui concerne les travailleurs intellectuels (à l'exception des personnes assujetties à la sécurité sociale des travailleurs salariés en raison de prestations artistiques qu'elles fournissent et/ou des oeuvres artistiques qu'elles produisent,) et les officiers navigants et assimilés. <L 2002-12-24/31, art. 178, 023; En vigueur : 01-07-2003>
Sans préjudice de l'application des articles 35 et 45 le fonds constitué par les cotisations prévues à l'alinéa 1er est également alimenté par les intérêts des capitaux constitués par les cotisations et les primes et/ou commissions à la souscription, déduction faite des frais d'administration de l'Office national des vacances annuelles et des Caisses spéciales de vacances comme déterminé par arrêté royal.
§ 2. Le Fonds visé au § 1er, alinéa 2, est également alimenté par une intervention de l'Office national de l'Emploi ou de l'Administration de l'Intégration sociale du ministère des affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement afin de contribuer au financement du pécule de vacances de certains ouvriers occupés respectivement dans un régime d'activation des allocations de chômage ou dans un régime d'activation du minimum de moyens d'existence ou de l'aide sociale financière.
Le Roi fixe par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le montant et les modalités de paiement de cette intervention.
§ 3. Le fonds visé au § 1er, alinéa 2, est également alimenté par le biais d'une cotisation de l'Office national de l'emploi en vue de contribuer au financement du pécule de vacances dû aux ouvriers pour les journées assimilées visées à l'article 51 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
[3 Cette cotisation s'élève à 10 %]3 du montant des allocations de chômage payées par l'Office national de l'emploi aux travailleurs dont l'exécution du contrat de travail a été suspendue en application des articles 49, 50 ou 51 de la loi précitée du 3 juillet 1978.
Le Roi détermine les modalités de paiement de cette cotisation par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
[1 § 4. [2 Le fonds visé au § 1er est également alimenté par l'intervention des moyens financiers de la Gestion globale visés à l'article 22, § 2, a), de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, à titre d'affectation spéciale visant à compenser la réduction de la cotisation trimestrielle de vacances.
Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le montant et les modalités de paiement de cette intervention.]2 ]1
Sans préjudice de l'application des articles 35 et 45 le fonds constitué par les cotisations prévues à l'alinéa 1er est également alimenté par les intérêts des capitaux constitués par les cotisations et les primes et/ou commissions à la souscription, déduction faite des frais d'administration de l'Office national des vacances annuelles et des Caisses spéciales de vacances comme déterminé par arrêté royal.
§ 2. Le Fonds visé au § 1er, alinéa 2, est également alimenté par une intervention de l'Office national de l'Emploi ou de l'Administration de l'Intégration sociale du ministère des affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement afin de contribuer au financement du pécule de vacances de certains ouvriers occupés respectivement dans un régime d'activation des allocations de chômage ou dans un régime d'activation du minimum de moyens d'existence ou de l'aide sociale financière.
Le Roi fixe par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le montant et les modalités de paiement de cette intervention.
§ 3. Le fonds visé au § 1er, alinéa 2, est également alimenté par le biais d'une cotisation de l'Office national de l'emploi en vue de contribuer au financement du pécule de vacances dû aux ouvriers pour les journées assimilées visées à l'article 51 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
[3 Cette cotisation s'élève à 10 %]3 du montant des allocations de chômage payées par l'Office national de l'emploi aux travailleurs dont l'exécution du contrat de travail a été suspendue en application des articles 49, 50 ou 51 de la loi précitée du 3 juillet 1978.
Le Roi détermine les modalités de paiement de cette cotisation par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
[1 § 4. [2 Le fonds visé au § 1er est également alimenté par l'intervention des moyens financiers de la Gestion globale visés à l'article 22, § 2, a), de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, à titre d'affectation spéciale visant à compenser la réduction de la cotisation trimestrielle de vacances.
Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le montant et les modalités de paiement de cette intervention.]2 ]1
Art. 19. § 1er. Het vakantiegeld voor gelijkgestelde dagen wordt gefinancierd :
1° door een fonds gestijfd door een inhouding op het brutobedrag van de vakantiegelden (...) die worden uitbetaald door de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie, de bijzondere vakantiefondsen of door de Compensatiedienst voor betaald verlof der zeelieden; de Koning stelt het bedrag van deze inhouding vast; <W 1999-05-03/32, art. 1, 017; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
2° door het fonds bedoeld bij artikel 18.
(De bij het eerste lid, 1°, bedoelde inhouding is bestemd voor de financiering van de vakantiegelden voor (voor de gelijkgestelde dagen ingevolge staking en militieverplichtingen). <KB 2001-06-10/58, art. 17, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
De vakantiegelden voor de overige gelijkgestelde dagen worden gefinancierd uit het bij het eerste lid, 2°, bedoelde fonds.)
(De bijkomende uitgaven, die het gevolg zijn van de wijziging aangebracht in de berekeningswijze van het fictief loon voor gelijkgestelde dagen (voortvloeiend uit de interprofessionele akkoorden 1993-1994 en 1995-1996) zullen gedragen worden door de in het eerste lid, 1° en 2°, bedoelde fondsen, in evenredigheid met hun reserves op het einde van het vakantiedienstjaar.) <W 1993-06-10/32, art. 17, 009; Inwerkingtreding : 01-01-1993> <W 1995-04-03/35, art. 25, 010; Inwerkingtreding : 01-04-1995>
(Lid 5 opgeheven) <W 1999-01-25/32, art. 158, 014; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
§ 2. Behalve wat de Compensatiedienst voor betaald verlof der zeelieden betreft maken de in § 1, eerste lid, 1°, bedoelde inhoudingen en de door de werkgevers in het raam van de sociale zekerheid overeenkomstig artikel 18 verschuldigde bijdragen respectievelijk het voorwerp uit van een nationale verevening door toedoen van de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie die van elke der voornoemde inkomsten afzonderlijk boekhoudt.
De Rijksdienst houdt tevens afzonderlijk boek van de vakantiegelden voor gelijkgestelde dagen naargelang het gaat om degene die gefinancierd worden door het in § 1, eerste lid, 1° of 2°, bedoelde fonds.
§ 3. Tot dekking van de uitgaven verbonden aan het in aanmerking nemenn gelijkgestelde dagen, bedoeld bij § 1, derde lid, kan de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit :
(1° de bijdrage voor de jaarlijkse vakantie, vastgesteld bij de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, wijzigen; in dat geval past Hij de nog van kracht zijnde bepalingen van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende deze bijdrage, aan;) <W 1999-03-26/30, art. 116, 015; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
2° de bijdrage voor de jaarlijkse vakantie, vastgesteld bij de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij wijzigen.
1° door een fonds gestijfd door een inhouding op het brutobedrag van de vakantiegelden (...) die worden uitbetaald door de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie, de bijzondere vakantiefondsen of door de Compensatiedienst voor betaald verlof der zeelieden; de Koning stelt het bedrag van deze inhouding vast; <W 1999-05-03/32, art. 1, 017; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
2° door het fonds bedoeld bij artikel 18.
(De bij het eerste lid, 1°, bedoelde inhouding is bestemd voor de financiering van de vakantiegelden voor (voor de gelijkgestelde dagen ingevolge staking en militieverplichtingen). <KB 2001-06-10/58, art. 17, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
De vakantiegelden voor de overige gelijkgestelde dagen worden gefinancierd uit het bij het eerste lid, 2°, bedoelde fonds.)
(De bijkomende uitgaven, die het gevolg zijn van de wijziging aangebracht in de berekeningswijze van het fictief loon voor gelijkgestelde dagen (voortvloeiend uit de interprofessionele akkoorden 1993-1994 en 1995-1996) zullen gedragen worden door de in het eerste lid, 1° en 2°, bedoelde fondsen, in evenredigheid met hun reserves op het einde van het vakantiedienstjaar.) <W 1993-06-10/32, art. 17, 009; Inwerkingtreding : 01-01-1993> <W 1995-04-03/35, art. 25, 010; Inwerkingtreding : 01-04-1995>
(Lid 5 opgeheven) <W 1999-01-25/32, art. 158, 014; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
§ 2. Behalve wat de Compensatiedienst voor betaald verlof der zeelieden betreft maken de in § 1, eerste lid, 1°, bedoelde inhoudingen en de door de werkgevers in het raam van de sociale zekerheid overeenkomstig artikel 18 verschuldigde bijdragen respectievelijk het voorwerp uit van een nationale verevening door toedoen van de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie die van elke der voornoemde inkomsten afzonderlijk boekhoudt.
De Rijksdienst houdt tevens afzonderlijk boek van de vakantiegelden voor gelijkgestelde dagen naargelang het gaat om degene die gefinancierd worden door het in § 1, eerste lid, 1° of 2°, bedoelde fonds.
§ 3. Tot dekking van de uitgaven verbonden aan het in aanmerking nemenn gelijkgestelde dagen, bedoeld bij § 1, derde lid, kan de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit :
(1° de bijdrage voor de jaarlijkse vakantie, vastgesteld bij de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, wijzigen; in dat geval past Hij de nog van kracht zijnde bepalingen van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende deze bijdrage, aan;) <W 1999-03-26/30, art. 116, 015; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
2° de bijdrage voor de jaarlijkse vakantie, vastgesteld bij de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij wijzigen.
Art. 19. § 1er. Le financement des pécules de vacances afférents aux jours assimilés est assuré :
1° par un fonds alimenté par une retenue à opérer sur le montant brut des pécules de vacances (...) payés par l'Office national des vacances annuelles, les caisses spéciales de vacances ou par l'Office de compensation pour congés payés des marins; le Roi fixe le montant de cette retenue; <L 1999-05-03/32, art. 1, 017; En vigueur : 01-01-1999>
2° par le fonds visé à l'article 18.
(La retenue visée à l'alinéa premier, 1°, est destinée au financement des pécules de vacances afférents (aux jours assimilés par suite de grève et d'obligations de milice). <AR 2001-06-10/58, art. 17, 020; En vigueur : 01-01-2003>
Les pécules de vacances pour les autres jours assimilés sont financés par le fonds visé à l'alinéa premier, 2°.)
(Les dépenses supplémentaires résultant de la modification apportée au mode de calcul du salaire fictif pour les journées assimilées (qui découlent des accords interprofessionnels 1993-1994 et 1995-1996) seront supportées par les fonds visés à l'alinéa 1er, 1° et 2°, proportionnellement à leurs réserves à la fin de l'année d'exercice de vacances.) <L 1993-06-10/32, art. 17, 009; En vigueur : 01-01-1993> <L 1995-04-03/35, art. 25, 010; En vigueur : 01-04-1995>
(Alinéa 5 abrogé) <L 1999-01-25/32, art. 158, 014; En vigueur : 01-01-1999>
§ 2. Sauf pour ce qui concerne l'Office de compensation pour congés payés des marins, les retenues visées au § 1er, alinéa 1er, 1°, et les cotisations dues par les employeurs dans le cadre de la sécurité sociale conformément à l'article 18, font respectivement l'objet d'une compensation nationale par l'intermédiaire de l'Office national des vacances annuelles, qui tient une comptabilité séparée de chacune des ressources précitées.
L'Office national tient également une comptabilité distincte des pécules afférents aux jours assimilés, selon qu'il s'agit de ceux financés par le fonds visé au § 1er, alinéa 1er, 1° ou 2°.
§ 3. En vue de couvrir les dépenses résultant de la prise en considération des jours assimilés visés au § 1er, alinéa 3, le Roi peut par arrêté délibéré en Conseil des Ministres :
(1° modifier la cotisation de vacances annuelles fixée par la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés; dans ce cas, Il adapte les dispositions encore en vigueur de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, relative à cette cotisation;) <L 1999-03-26/30, art. 116, 015; En vigueur : 01-01-1999>
2° modifier la cotisation de vacances annuelles fixé par l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande.
1° par un fonds alimenté par une retenue à opérer sur le montant brut des pécules de vacances (...) payés par l'Office national des vacances annuelles, les caisses spéciales de vacances ou par l'Office de compensation pour congés payés des marins; le Roi fixe le montant de cette retenue; <L 1999-05-03/32, art. 1, 017; En vigueur : 01-01-1999>
2° par le fonds visé à l'article 18.
(La retenue visée à l'alinéa premier, 1°, est destinée au financement des pécules de vacances afférents (aux jours assimilés par suite de grève et d'obligations de milice). <AR 2001-06-10/58, art. 17, 020; En vigueur : 01-01-2003>
Les pécules de vacances pour les autres jours assimilés sont financés par le fonds visé à l'alinéa premier, 2°.)
(Les dépenses supplémentaires résultant de la modification apportée au mode de calcul du salaire fictif pour les journées assimilées (qui découlent des accords interprofessionnels 1993-1994 et 1995-1996) seront supportées par les fonds visés à l'alinéa 1er, 1° et 2°, proportionnellement à leurs réserves à la fin de l'année d'exercice de vacances.) <L 1993-06-10/32, art. 17, 009; En vigueur : 01-01-1993> <L 1995-04-03/35, art. 25, 010; En vigueur : 01-04-1995>
(Alinéa 5 abrogé) <L 1999-01-25/32, art. 158, 014; En vigueur : 01-01-1999>
§ 2. Sauf pour ce qui concerne l'Office de compensation pour congés payés des marins, les retenues visées au § 1er, alinéa 1er, 1°, et les cotisations dues par les employeurs dans le cadre de la sécurité sociale conformément à l'article 18, font respectivement l'objet d'une compensation nationale par l'intermédiaire de l'Office national des vacances annuelles, qui tient une comptabilité séparée de chacune des ressources précitées.
L'Office national tient également une comptabilité distincte des pécules afférents aux jours assimilés, selon qu'il s'agit de ceux financés par le fonds visé au § 1er, alinéa 1er, 1° ou 2°.
§ 3. En vue de couvrir les dépenses résultant de la prise en considération des jours assimilés visés au § 1er, alinéa 3, le Roi peut par arrêté délibéré en Conseil des Ministres :
(1° modifier la cotisation de vacances annuelles fixée par la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés; dans ce cas, Il adapte les dispositions encore en vigueur de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, relative à cette cotisation;) <L 1999-03-26/30, art. 116, 015; En vigueur : 01-01-1999>
2° modifier la cotisation de vacances annuelles fixé par l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande.
Art. 20. Op voorstel van het betrokken paritair orgaan en na raadpleging van de Nationale Arbeidsraad, kan de Koning aan sommige nijverheidstakken afwijkingen toestaan van de bepalingen van artikel 19.
Art. 20. Sur la proposition de l'organe paritaire intéressé et après consultation du Conseil national du travail, le Roi peut accorder à certaines branches d'industrie des dérogations aux dispositions de l'article 19.
Art. 21. Voor de hoofdarbeiders (, met uitzondering van de personen onderworpen aan de sociale zekerheidsregeling voor werknemers ingevolge de door hen geleverde artistieke prestaties en/of de door hen geproduceerde artistieke werken,) en voor de zeevarende officieren en daarmede gelijkgestelde personen is de financiering van het vakantiegeld met betrekking tot de gelijkgestelde inactiviteitsdagen ten laste van de werkgever bij wie de belanghebbende werkzaam is op het tijdstip van de gebeurtenis welke de inactiviteit ten gevolge heeft. <W 2002-12-24/31, art. 179, 023; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
Art. 21. Pour les travailleurs intellectuels (, à l'exception des personnes assujetties à la sécurité sociale des travailleurs salariés en raison de prestations artistiques qu'elles fournissent et/ou des oeuvres artistiques qu'elles produisent,) et pour les officiers navigants et assimilés le financement du pécule de vacances afférent aux jours d'inactivité assimilés est à charge de l'employeur qui occupe l'intéressé au moment où se produit l'événement, entraînant l'inactivité. <L 2002-12-24/31, art. 179, 023; En vigueur : 01-07-2003>
Art. 22. (Opgeheven) <W 2001-05-22/36, art. 18, 019; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
Art. 22. (Abrogé) <L 2001-05-22/36, art. 18, 019; En vigueur : 01-01-2001>
Art. 22bis. Er wordt bij de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie een bijzonder Fonds ter bevordering van de jaarlijkse vakantie der werknemers ingesteld, belast bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen bepaald bij de artikelen 22 en 26, 6° en 7°.
Het Fonds wordt beheerd door het Beheerscomité van de Rijksdienst en is gestijfd door overdrachten afkomstig van het Fonds bedoeld bij artikel 18, hetzij van het Fonds bedoeld bij artikel 19, hetzij van beide.
Deze overdrachten zijn onderworpen aan de toestemming van de voogdijminister en van de Minister van Financiën.
De Koning bepaalt, op de voordracht van het Beheerscomité van de Rijksdienst, de werkingsvoorwaarden van het Fonds en de voorwaarden waaronder het leningen mag toekennen.
Het Beheerscomité van de Rijsdienst bepaalt in een bijzonder reglement alle andere toepassingsmodaliteiten met betrekking tot de werking van het Fonds. Dit reglement treedt in werking na goedkeuring van de voogdijminister.
De werkingskosten van het Fonds zijn te zijnen laste. Elk jaar, vóór 1 april, brengt het Beheerscomité bij de voogdijminister verslag uit over het beheer van het Fonds.
Het Fonds wordt beheerd door het Beheerscomité van de Rijksdienst en is gestijfd door overdrachten afkomstig van het Fonds bedoeld bij artikel 18, hetzij van het Fonds bedoeld bij artikel 19, hetzij van beide.
Deze overdrachten zijn onderworpen aan de toestemming van de voogdijminister en van de Minister van Financiën.
De Koning bepaalt, op de voordracht van het Beheerscomité van de Rijksdienst, de werkingsvoorwaarden van het Fonds en de voorwaarden waaronder het leningen mag toekennen.
Het Beheerscomité van de Rijsdienst bepaalt in een bijzonder reglement alle andere toepassingsmodaliteiten met betrekking tot de werking van het Fonds. Dit reglement treedt in werking na goedkeuring van de voogdijminister.
De werkingskosten van het Fonds zijn te zijnen laste. Elk jaar, vóór 1 april, brengt het Beheerscomité bij de voogdijminister verslag uit over het beheer van het Fonds.
Art. 22bis. Il est institué à l'Office national des vacances annuelles un Fonds spécial pour la promotion des vacances annuelles des travailleurs salariés, chargé de contribuer à la réalisation des objets déterminés aux articles 22 et 26, 6° et 7°.
Le Fonds est géré par le Comité de gestion de l'Office national et est alimenté par des transferts provenant soit du Fonds visé à l'article 18, soit du Fonds visé à l'article 19, soit des deux.
Ces transferts sont soumis à l'autorisation du Ministre de tutelle et du Ministre des Finances.
Le Roi détermine, sur proposition du Comité de gestion de l'Office national, les modalités de fonctionnement du Fonds et les conditions dans lesquelles il peut consentir des prêts.
Le Comité de gestion de l'Office national détermine dans un règlement spécial toutes les autres modalités d'application afférents au fonctionnement du Fonds. Ce règlement entre en vigueur après approbation du Ministre de tutelle.
Les frais de fonctionnement du Fonds sont à sa charge. Chaque année, avant le 1er avril, le Comité de gestion rend compte au Ministre de tutelle de la gestion du Fonds.
Le Fonds est géré par le Comité de gestion de l'Office national et est alimenté par des transferts provenant soit du Fonds visé à l'article 18, soit du Fonds visé à l'article 19, soit des deux.
Ces transferts sont soumis à l'autorisation du Ministre de tutelle et du Ministre des Finances.
Le Roi détermine, sur proposition du Comité de gestion de l'Office national, les modalités de fonctionnement du Fonds et les conditions dans lesquelles il peut consentir des prêts.
Le Comité de gestion de l'Office national détermine dans un règlement spécial toutes les autres modalités d'application afférents au fonctionnement du Fonds. Ce règlement entre en vigueur après approbation du Ministre de tutelle.
Les frais de fonctionnement du Fonds sont à sa charge. Chaque année, avant le 1er avril, le Comité de gestion rend compte au Ministre de tutelle de la gestion du Fonds.
Art. 23. Op voorstel van het betrokken paritair orgaan en na raadpleging van de Nationale Arbeidsraad kan de Koning aan sommige nijverheidstakken afwijkingen toestaan van de bepalingen van de artikelen 18 en 22.
Art. 23. Sur la proposition de l'organe paritaire intéressé, et après consultation du Conseil national du travail, le Roi peut accorder à certaines branches d'industrie des dérogations aux dispositions des articles 18 et 22.
HOOFDSTUK V_ Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie.
CHAPITRE V_ Office national des vacances annuelles.
Afdeling I_ Benaming. Zetel. Opdracht.
Section Ière_ Dénomination. Siège. Mission
Art. 24. Er wordt een Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie opgericht, waarvan de opdracht en de statuten vastgesteld worden bij deze gecoördineerde wetten en hun uitvoeringsbesluiten.
Art. 24. Il est institué un Office national des vacances annuelles dont la mission et les statuts sont fixés par les présentes lois coordonnées et leurs arrêtés d'exécution.
Art. 25. De Rijksdienst is een openbare instelling opgericht bij het Ministerie van Sociale Voorzorg en wordt beheerd volgens de regels van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg. Hij heeft zijn zetel te Brussel of in de Brusselse agglomeratie.
Art. 25. L'Office national est un établissement public institué auprès du Ministère de la Prévoyance sociale et géré selon les règles de la loi du 25 avril 1963 sur la gestion des organismes d'intérêt public de sécurité sociale et de prévoyance sociale. Il a son siège à Bruxelles ou dans l'agglomération bruxelloise.
Art. 26. De Rijksdienst heeft als opdracht :
1° de vakantiegelden uit te keren aan de werknemers die van hem afhangen overeenkomstig de bepalingen van deze gecoördineerde wetten, inzonderheid de artikelen 12, 14 en 15, en haar uitvoeringsbesluiten en volgens de door de Minister van Sociale Voorzorg, op voorstel van het beheerscomité van de Rijksdienst bepaalde modaliteiten;
2° onder de bijzondere vakantiefondsen nadat hij daarvan het voor hem bestemde gedeelte heeft afgehouden, de sommen te verdelen die hem te dien einde door de Rijksdienst voor maatschappelijke zekerheid worden overgemaakt (of door de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden); <KB 1997-02-18/30, art. 27, 012; Inwerkingtreding : 26-02-1997>
3° de overschotten van de bijzondere vakantiefondsen te innen en te verdelen;
4° elke door de Minister van Sociale Voorzorg inzake jaarlijkse vakantie voorgelegde zaak te onderzoeken en er haar advies over uit te brengen;
5° elke haar inzake jaarlijkse vakantie door de Minister van Sociale Voorzorg gegeven opdracht uit te voeren;
6° door elke aangepaste tussenkomst bij te dragen tot de werkelijke verwezenlijking van de door de wetgever ten voordele van de gerechtigden op jaarlijkse vakantie nagestreefde sociale doeleinden, inzonderheid door de actie te steunen en de ontwikkeling te bevorderen van de instellingen die tot het rationeel aanwenden van de jaarlijkse vakantie bijdragen;
7° alle maatregelen, bestemd ter bevordering der organisatie van de vakantie der arbeiders, te nemen.
1° de vakantiegelden uit te keren aan de werknemers die van hem afhangen overeenkomstig de bepalingen van deze gecoördineerde wetten, inzonderheid de artikelen 12, 14 en 15, en haar uitvoeringsbesluiten en volgens de door de Minister van Sociale Voorzorg, op voorstel van het beheerscomité van de Rijksdienst bepaalde modaliteiten;
2° onder de bijzondere vakantiefondsen nadat hij daarvan het voor hem bestemde gedeelte heeft afgehouden, de sommen te verdelen die hem te dien einde door de Rijksdienst voor maatschappelijke zekerheid worden overgemaakt (of door de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden); <KB 1997-02-18/30, art. 27, 012; Inwerkingtreding : 26-02-1997>
3° de overschotten van de bijzondere vakantiefondsen te innen en te verdelen;
4° elke door de Minister van Sociale Voorzorg inzake jaarlijkse vakantie voorgelegde zaak te onderzoeken en er haar advies over uit te brengen;
5° elke haar inzake jaarlijkse vakantie door de Minister van Sociale Voorzorg gegeven opdracht uit te voeren;
6° door elke aangepaste tussenkomst bij te dragen tot de werkelijke verwezenlijking van de door de wetgever ten voordele van de gerechtigden op jaarlijkse vakantie nagestreefde sociale doeleinden, inzonderheid door de actie te steunen en de ontwikkeling te bevorderen van de instellingen die tot het rationeel aanwenden van de jaarlijkse vakantie bijdragen;
7° alle maatregelen, bestemd ter bevordering der organisatie van de vakantie der arbeiders, te nemen.
Art. 26. L'Office national a pour mission :
1° de payer aux travailleurs qui en relèvent les pécules de vacances, conformément aux dispositions des présentes lois coordonnées, notamment les articles 12, 14 et 15, et de leurs arrêtés d'exécution et selon des modalités déterminées par le Ministre de la Prévoyance sociale, sur proposition du Comité de gestion de l'Office national;
2° de répartir entre les Caisses spéciales de vacances, après avoir prélevé la part qui lui revient, les sommes qui lui sont transmises à cet effet par l'Office national de sécurité sociale (ou par la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins); <AR 1997-02-18/30, art. 27, 012; En vigueur : 26-02-1997>
3° de percevoir et répartir les excédents de ressources des Caisses spéciales de vacances;
4° d'instruire toute affaire et donner son avis sur toute question que lui soumet le Ministre de la Prévoyance sociale en matière de vacances annuelles;
5° d'exécuter toute mission qui lui serait confiée en la dite matière par le Ministre de la Prévoyance sociale;
6° de contribuer, par toute intervention appropriée, à la réalisation effective des buts sociaux poursuivis par le législateur en faveur des bénéficiaires de vacances annuelles, notamment en soutenant l'action et en favorisant le développement des organismes qui concourent à l'utilisation rationnelle des vacances annuelles;
7° de prendre toute mesure destinée à favoriser l'organisation des vacances ouvrières.
1° de payer aux travailleurs qui en relèvent les pécules de vacances, conformément aux dispositions des présentes lois coordonnées, notamment les articles 12, 14 et 15, et de leurs arrêtés d'exécution et selon des modalités déterminées par le Ministre de la Prévoyance sociale, sur proposition du Comité de gestion de l'Office national;
2° de répartir entre les Caisses spéciales de vacances, après avoir prélevé la part qui lui revient, les sommes qui lui sont transmises à cet effet par l'Office national de sécurité sociale (ou par la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins); <AR 1997-02-18/30, art. 27, 012; En vigueur : 26-02-1997>
3° de percevoir et répartir les excédents de ressources des Caisses spéciales de vacances;
4° d'instruire toute affaire et donner son avis sur toute question que lui soumet le Ministre de la Prévoyance sociale en matière de vacances annuelles;
5° d'exécuter toute mission qui lui serait confiée en la dite matière par le Ministre de la Prévoyance sociale;
6° de contribuer, par toute intervention appropriée, à la réalisation effective des buts sociaux poursuivis par le législateur en faveur des bénéficiaires de vacances annuelles, notamment en soutenant l'action et en favorisant le développement des organismes qui concourent à l'utilisation rationnelle des vacances annuelles;
7° de prendre toute mesure destinée à favoriser l'organisation des vacances ouvrières.
Afdeling II- Commissie van advies betreffende de vakantie van de jonge werknemers.
Section II- Commission consultative des vacances des jeunes travailleurs.
Art. 27. (Opgeheven) <W 2001-05-22/36, art. 18, 019; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
Art. 27. (Abrogé) <L 2001-05-22/36, art. 18, 019; En vigueur : 01-01-2001>
Art. 28. (Opgeheven) <W 2001-05-22/36, art. 18, 019; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
Art. 28. (Abrogé) <L 2001-05-22/36, art. 18, 019; En vigueur : 01-01-2001>
Art. 29. (Opgeheven) <W 2001-05-22/36, art. 18, 019; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
Art. 29. (Abrogé) <L 2001-05-22/36, art. 18, 019; En vigueur : 01-01-2001>
Afdeling III- Beheer.
Section III- Administration
Art. 30. De Rijksdienst wordt beheerd door een beheerscomité samengesteld uit :
1° een voorzitter;
2° zeven leden die de representatieve werkgeversorganisaties vertegenwoordigen;
3° zeven leden die de representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigen.
1° een voorzitter;
2° zeven leden die de representatieve werkgeversorganisaties vertegenwoordigen;
3° zeven leden die de representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigen.
Art. 30. L'Office national est géré par un Comité de gestion composé :
1° d'un président;
2° de sept membres représentants des organisations représentatives des employeurs;
3° de sept membres représentants des organisations représentatives des travailleurs.
1° d'un président;
2° de sept membres représentants des organisations représentatives des employeurs;
3° de sept membres représentants des organisations représentatives des travailleurs.
Art. 31. De verbintenissen van de Rijksdienst doen in hoofde van de leden van het beheerscomité geen enkele persoonlijke verbintenis ontslaan. Deze zijn slechts verantwoordelijk voor de uitvoering van hun opdracht.
Art. 31. Les membres du Comité de gestion ne contractent aucune obligation personnelle relativement aux engagements de l'Office national. Ils ne sont responsables que de l'exercice de leur mandat.
Art. 32. Het beheerscomité van de Rijksdienst kan dadingen aangaan in alle gevallen waarin de belangen van de regeling voorjaarlijkse vakantie betrokken zijn.
Art. 32. Le Comité de gestion de l'Office national peut transiger dans tous les cas où les intérêts du régime des vacances annuelles sont engagés.
Art. 33. De Koning bepaalt de voorwaarden, waaronder het beheerscomité van de Rijksdienst zowel voor zichzelf als voor de bijzondere vakantiefondsen van de terugvordering van onverschuldigd verrichte betalingen mag afzien.
(De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder de vakantiegelden of de saldo's van vakantiegelden die na herberekening verschuldigd zijn en die het door Hem vast te leggen bedrag niet bereiken, niet worden uitbetaald.) <W 1999-01-25/32, art. 160, 014; Inwerkingtreding : 16-02-1999>
(De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder de vakantiegelden of de saldo's van vakantiegelden die na herberekening verschuldigd zijn en die het door Hem vast te leggen bedrag niet bereiken, niet worden uitbetaald.) <W 1999-01-25/32, art. 160, 014; Inwerkingtreding : 16-02-1999>
Art. 33. Le Roi détermine les conditions dans lesquelles le Comité de gestion de l'Office national peut renoncer, tant pour lui-même que pour les Caisses spéciales de vacances, à la récupération de paiements indus.
(Le Roi détermine les conditions suivant lesquelles les pécules ou les reliquats de pécule restant dus après rectification et n'atteignant pas le montant qu'Il fixe, ne sont pas payés.) <L 1999-01-25/32, art. 160, 014; En vigueur : 16-02-1999>
(Le Roi détermine les conditions suivant lesquelles les pécules ou les reliquats de pécule restant dus après rectification et n'atteignant pas le montant qu'Il fixe, ne sont pas payés.) <L 1999-01-25/32, art. 160, 014; En vigueur : 16-02-1999>
Art. 33bis. [1 De Rijksdienst maakt de dossiers van de onwillige schuldenaars over aan de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, met het oog op de invordering van onverschuldigd verrichte betalingen overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
Alle vervolgings- en gerechtskosten, de schadevergoedingen en de overige kosten waartoe de voornoemde administratie zou worden veroordeeld, blijven ten laste van de Rijksdienst en kunnen door deze administratie van het ingevorderde bedrag worden afgehouden.]1
Alle vervolgings- en gerechtskosten, de schadevergoedingen en de overige kosten waartoe de voornoemde administratie zou worden veroordeeld, blijven ten laste van de Rijksdienst en kunnen door deze administratie van het ingevorderde bedrag worden afgehouden.]1
Art. 33bis. [1 L'Office national transmet les dossiers des débiteurs réticents à l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales, en vue du recouvrement de paiements indus conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949.
Tous les frais de poursuite et de justice, indemnités et autres charges auxquels l'administration précitée serait condamnée restent à charge de l'Office et peuvent être retenus, par cette administration, sur le montant récupéré.]1
Tous les frais de poursuite et de justice, indemnités et autres charges auxquels l'administration précitée serait condamnée restent à charge de l'Office et peuvent être retenus, par cette administration, sur le montant récupéré.]1
Modifications
Art. 34. Het dagelijks beheer van de Rijksdienst wordt toevertrouwd aan een administrateur-generaal, bijgestaan door een adjunct-administrateur-generaal.
Art. 34. La gestion journalière de l'Office national est confiée à un administrateur général, assisté par un administrateur général adjoint.
Afdeling IV_ Bepalingen van financiële aard.
Section IV_ Dispositions d'ordre financier.
Art. 35. De Rijksdienst dekt zijn beheerskosten door een afneming van de inkomsten uit de door hem beheerde kapitalen. Deze afneming is gelijk aan het totaal bedrag van de door het beheerscomité goedgekeurde jaarrekening.
Art. 35. L'Office national couvre ses frais d'administration par un prélèvement sur les revenus des capitaux dont il a la gestion. Ce prélèvement est égal au montant total du compte annuel approuvé par le Comité de gestion.
Art. 36. De kapitalen beheerd door de Rijksdienst worden, in afwachting van hun betaalbaarstelling, hetzij bij de Algemene Spaar- en Lijfrentekas, hetzij bij [1 bpost]1, hetzij bij de Nationale Bank van België of bij het Gemeentekrediet van België gedeponeerd.
De overschotten van de beschikbare gelden nodig voor de werking van de Rijksdienst mogen belegd worden :
1° in door de Belgische Staat uitgegeven of gewaarborgde effecten;
2° bij elke instelling die daartoe door de Minister van Sociale Voorzorg en de Minister van Financiën aangenomen is.
De overschotten van de beschikbare gelden nodig voor de werking van de Rijksdienst mogen belegd worden :
1° in door de Belgische Staat uitgegeven of gewaarborgde effecten;
2° bij elke instelling die daartoe door de Minister van Sociale Voorzorg en de Minister van Financiën aangenomen is.
Modifications
Art. 36. Les capitaux dont l'Office national a la gestion sont, en attendant leur liquidation, déposés soit à la Caisse générale d'épargne et de retraite, soit à [1 bpost]1, soit à la Banque nationale de Belgique ou au Crédit communal de Belgique.
Les excédents des disponibilités nécessaires au fonctionnement de l'Office national, peuvent être placés :
1° en effets émis ou garantis par l'Etat belge;
2° auprès de chaque organisme admis à cet effet par le Ministre de la Prévoyance sociale et le Ministre des Finances.
Les excédents des disponibilités nécessaires au fonctionnement de l'Office national, peuvent être placés :
1° en effets émis ou garantis par l'Etat belge;
2° auprès de chaque organisme admis à cet effet par le Ministre de la Prévoyance sociale et le Ministre des Finances.
Modifications
Art. 37. Voor de toepassing van de wetten betreffende de registratie-, zegel-, griffie-, hypotheek- en successierechten, betreffende de met het zegel gelijkgestelde taksen, alsmede betreffende de andere rechtstreekse of onrechtstreekse belastingen, wordt de Rijksdienst met de Staat gelijkgesteld. Hij is vrijgesteld van alle belastingen of taksen ten voordele van de provincies en van de gemeenten.
De gemeenten en andere openbare instellingen zijn ertoe gehouden zowel aan de Rijksdienst als aan de bijzondere vakantiefondsen, (...) aan de Compensatiedienst voor betaald verlof der zeelieden alsmede aan de in artikel 48 bedoelde ambtenaren, kosteloos alle inlichtingen te verstrekken betreffende de toepassing van de wetten en besluiten inzake jaarlijkse vakantie van de werknemers. <W 2002-12-24/31, art. 155, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
De gemeenten en andere openbare instellingen zijn ertoe gehouden zowel aan de Rijksdienst als aan de bijzondere vakantiefondsen, (...) aan de Compensatiedienst voor betaald verlof der zeelieden alsmede aan de in artikel 48 bedoelde ambtenaren, kosteloos alle inlichtingen te verstrekken betreffende de toepassing van de wetten en besluiten inzake jaarlijkse vakantie van de werknemers. <W 2002-12-24/31, art. 155, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art. 37. L'Office national est assimilé à l'Etat pour l'application des lois sur les droits d'enregistrement, de timbre, de greffe, d'hypothèque et de succession, sur les taxes assimilées au timbre ainsi que sur les autres impôts directs ou indirects. Il est exempt de tous impôts ou taxes au profit des provinces et des communes.
Les communes et autres établissements publics sont tenus de fournir gratuitement, tant à l'Office national qu'aux Caisses spéciales de vacances, (...) à l'Office de compensation pour congés payés des marins ainsi qu'aux fonctionnaires visés à l'article 48, tous renseignements relatifs à l'application des lois et arrêtés concernant les vacances annuelles des travailleurs salariés. <L 2002-12-24/31, art. 155, 023; En vigueur : 01-01-2003>
Les communes et autres établissements publics sont tenus de fournir gratuitement, tant à l'Office national qu'aux Caisses spéciales de vacances, (...) à l'Office de compensation pour congés payés des marins ainsi qu'aux fonctionnaires visés à l'article 48, tous renseignements relatifs à l'application des lois et arrêtés concernant les vacances annuelles des travailleurs salariés. <L 2002-12-24/31, art. 155, 023; En vigueur : 01-01-2003>
Art. 38. Na advies van het beheerscomité van de Rijksdienst kan de Koning alle maatregelen treffen om het financieel evenwicht te verzekeren van het stelsel van de jaarlijkse vakantie. Inzonderheid kan hij, te dien einde, de bepalingen van deze wetten, die betrekking hebben op de beheerskosten van de Rijksdienst en van de bijzondere vakantiefondsen wijzigen.
Deze maatregelen mogen geen verhoging van de werkgeversbijdrage noch een vermindering van de voordelen, aan de werknemers toegekend, tot gevolg hebben.
Deze maatregelen mogen geen verhoging van de werkgeversbijdrage noch een vermindering van de voordelen, aan de werknemers toegekend, tot gevolg hebben.
Art. 38. Le Roi peut après avis du Comité de gestion de l'Office national, prendre toutes les mesures afin d'assurer l'équilibre financier du régime des vacances annuelles. A cet effet, Il peut notamment modifier les dispositions des présentes lois qui concernent les frais d'administration de l'Office national et des Caisses spéciales de vacances.
Toutefois, ces mesures ne peuvent entraîner ni une augmentation de la cotisation des employeurs ni une diminution des avantages des travailleurs.
Toutefois, ces mesures ne peuvent entraîner ni une augmentation de la cotisation des employeurs ni une diminution des avantages des travailleurs.
Art. 39. Het bedrag van de niet uitbetaalde vakantiegelden dat door de bijzondere vakantiefondsen aan de Rijksdienst wordt overgedragen ter uitvoering van artikel 45, evenals het bedrag van het vakantiegeld dat niet tijdig is opgevorderd door de werknemers die door de aangeslotenen van de Rijksdienst zijn tewerkgesteld, worden bestemd voor (het fonds gevormd door de inhouding bedoeld bij artikel 19, § 1, eerste lid, 1°).
Art. 39. Le montant des pécules de vacances impayés, transféré par les Caisses spéciales de vacances à l'Office national en exécution de l'article 45, ainsi que le montant des pécules de vacances non réclamés en temps utile par les travailleurs qui ont été occupés par les affiliés de l'Office national, sont affectés au (fonds constitué par la retenue visée à l'article 19, § 1er, alinéa 1er, 1°).
Afdeling V_ Boekhouding van de vakantiebijdragen en vakantiegelden.
Section V_ Comptabilité des cotisations et des pécules de vacances.
Art. 40. Al de sommen waarover de Rijksdienst het beheer heeft, worden samengebracht.
Een speciale boekhouding wordt gehouden, enerzijds, wat de overeenkomstig artikel 26, 2°, aan de bijzondere fondsen over te maken sommen betreft, en, anderzijds, de sommen waarvan sprake in artikel 45, tweede lid.
De Rijksdienst mag zich door de bijzondere vakantiefondsen de staten laten overmaken, die hij nodig acht om de van de Rijksdienst voor maatschappelijke zekerheid ontvangen gelden te verdelen.
Een speciale boekhouding wordt gehouden, enerzijds, wat de overeenkomstig artikel 26, 2°, aan de bijzondere fondsen over te maken sommen betreft, en, anderzijds, de sommen waarvan sprake in artikel 45, tweede lid.
De Rijksdienst mag zich door de bijzondere vakantiefondsen de staten laten overmaken, die hij nodig acht om de van de Rijksdienst voor maatschappelijke zekerheid ontvangen gelden te verdelen.
Art. 40. Toutes les sommes dont l'Office national a la gestion sont comptabilisées.
Une comptabilité spéciale est tenue, en ce qui concerne, d'une part, les sommes à transférer aux Caisses spéciales conformément à l'article 26, 2°, et, d'autre part, les sommes dont il est question à l'article 45, alinéa 2.
L'Office national peut se faire remettre par les Caisses spéciales de vacances les états qu'il jugera nécessaire en vue de répartir les fonds reçus de l'Office national de sécurité sociale.
Une comptabilité spéciale est tenue, en ce qui concerne, d'une part, les sommes à transférer aux Caisses spéciales conformément à l'article 26, 2°, et, d'autre part, les sommes dont il est question à l'article 45, alinéa 2.
L'Office national peut se faire remettre par les Caisses spéciales de vacances les états qu'il jugera nécessaire en vue de répartir les fonds reçus de l'Office national de sécurité sociale.
Art. 41. De kaarten voor jaarlijkse vakantie en de individuele steekkaarten van de werknemers, waarvan het vakantiegeld werd vereffend, worden gedurende een jaar bewaard. De door de titularissen van de betalingstoelatingen afgeleverde kwitantiën worden gedurende twee jaren bewaard.
Art. 41. Les cartes de vacances annuelles et les fiches individuelles des travailleurs, dont la liquidation a eu lieu, sont conservées pendant un an. Les quittances délivrées par les titulaires des autorisations de paiement sont conservées pendant deux ans.
Art. 42. De Rijksdienst dient, overeenkomstig de onderrichtingen die daaromtrent door de Minister van Sociale Voorzorg kunnen gegeven worden, alle bescheiden te houden, die het opmaken van statistieken en de controle over de goede werking van de instelling mogelijk maken.
Art. 42. L'Office national tiendra, d'après les instructions que peut donner le Ministre de la Prévoyance sociale, tous documents permettant l'établissement des statistiques et le contrôle du bon fonctionnement de l'organisme.
Art. 43. De modaliteiten van uitvoering van dit hoofdstuk en, inzonderheid deze betreffende de wijze van uitkering van de vakantiegelden, de werking van de commissie van advies betreffende de vakantie van de jonge werknemers worden bij koninklijk besluit bepaald.
Art. 43. Les modalités d'exécution du présent chapitre et notamment celles relatives aux modes de paiement des pécules de vacances, et au fonctionnement de la Commission consultative des vacances des jeunes travailleurs seront déterminées par arrêté royal.
HOOFDSTUK VI_ Bijzondere fondsen.
CHAPITRE VI_ Caisses spéciales.
Art. 44. [1 De oprichting van een bijzonder vakantiefonds voor een bepaalde bedrijfstak of voor een bepaalde categorie arbeiders, de opheffing ervan, evenals de wijziging van de benaming en de verruiming van de bevoegdheden ervan, mogen bij koninklijk besluit worden toegelaten, genomen ten gevolge van een collectieve arbeidsovereenkomst. Deze bijzondere fondsen hebben tot opdracht aan de arbeiders die van hen afhangen het vakantiegeld uit te betalen waarop zij door hun tussenkomst, ter uitvoering van deze gecoördineerde wetten of hun uitvoeringsbesluiten, aanspraak kunnen maken.]1
Modifications
Art. 44. [1 La création d'une Caisse spéciale de vacances afférente à une branche d'activité ou à une catégorie de travailleurs, sa suppression, ainsi que la modification de la dénomination et la modification des compétences de celle-ci, peuvent être autorisées par un arrêté royal pris à la suite d'une convention collective de travail, [...]. Ces Caisses spéciales ont pour mission de payer aux travailleurs qui relèvent d'elles le pécule de vacances auquel ils peuvent prétendre par leur entremise, en exécution des présentes lois coordonnées ou des arrêtés pris en vertu de celles-ci. (ERRATUM, voir M.B. 26-01-2010, p. 3161)]1
Modifications
Art. 45. De beheerskosten van de bijzondere vakantiefondsen worden gedekt volgens de bij koninklijk besluit vastgestelde modaliteiten en voorwaarden.
Het bedrag van het niet betaald vakantiegeld wordt uiterlijk op 31 maart van het derde jaar volgend op het verstrijken van het vakantiedienstjaar aan de Rijksdienst overgedragen.
Het bedrag van het niet betaald vakantiegeld wordt uiterlijk op 31 maart van het derde jaar volgend op het verstrijken van het vakantiedienstjaar aan de Rijksdienst overgedragen.
Art. 45. Les frais d'administration des Caisses spéciales de vacances sont couverts selon les modalités et conditions déterminées par arrêté royal.
Le montant des pécules de vacances impayés est transféré à l'Office national au plus tard le 31 mars de la troisième année qui suit l'expiration de l'exercice de vacances.
Le montant des pécules de vacances impayés est transféré à l'Office national au plus tard le 31 mars de la troisième année qui suit l'expiration de l'exercice de vacances.
Art. 46. Na advies van de administrateur-generaal en van het beheerscomité der Rijksdienst kan de Koning geleidelijk de administratieve organisatie éénmaken der bijzondere vakantiefondsen toegelaten krachtens artikel 44 van deze gecoördineerde wetten.
[1 Wanneer de werking van een bijzonder vakantiefonds van aard is het algemeen belang te schaden of nadeel zou kunnen berokkenen aan de belangen van de gerechtigden van de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie :
1° kan het Beheerscomité van de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie dit bijzonder vakantiefonds tijdelijk plaatsen onder het voorlopig bestuur van de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie;
2° kan de Koning, na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst, de samensmelting van de bijzondere vakantiefondsen, hetzij met andere bijzondere vakantiefondsen, hetzij met de Rijksdienst, gelasten.]1
[1 Wanneer de werking van een bijzonder vakantiefonds van aard is het algemeen belang te schaden of nadeel zou kunnen berokkenen aan de belangen van de gerechtigden van de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie :
1° kan het Beheerscomité van de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie dit bijzonder vakantiefonds tijdelijk plaatsen onder het voorlopig bestuur van de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie;
2° kan de Koning, na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst, de samensmelting van de bijzondere vakantiefondsen, hetzij met andere bijzondere vakantiefondsen, hetzij met de Rijksdienst, gelasten.]1
Modifications
Art. 46. Après avis de l'administrateur général et du Comité de gestion de l'Office national, le Roi peut progressivement unifier l'organisation administrative des Caisses spéciales de vacances autorisées en vertu de l'article 44 des présentes lois coordonnées.
[1 Lorsque le fonctionnement d'une caisse spéciale de vacances est de nature à nuire à l'intérêt général ou pourrait porter préjudice aux intérêts des bénéficiaires de la législation sur les vacances annuelles :
1° le Comité de gestion de l'Office national des vacances annuelles peut temporairement placer cette caisse spéciale de vacances sous l'administration provisoire de l'Office national des vacances annuelles;
2° le Roi peut, après avis du Comité de gestion de l'Office national, ordonner la fusion de cette caisse spéciale de vacances, soit avec d'autres caisses spéciales de vacances, soit avec l'Office national.]1
[1 Lorsque le fonctionnement d'une caisse spéciale de vacances est de nature à nuire à l'intérêt général ou pourrait porter préjudice aux intérêts des bénéficiaires de la législation sur les vacances annuelles :
1° le Comité de gestion de l'Office national des vacances annuelles peut temporairement placer cette caisse spéciale de vacances sous l'administration provisoire de l'Office national des vacances annuelles;
2° le Roi peut, après avis du Comité de gestion de l'Office national, ordonner la fusion de cette caisse spéciale de vacances, soit avec d'autres caisses spéciales de vacances, soit avec l'Office national.]1
Modifications
Hoofdstuk VIbis. - De verjaring betreffende de vakantiegelden van de arbeiders en leerling-arbeiders (en van de personen onderworpen aan de sociale zekerheidsregeling voor werknemers ingevolge de door hen geleverde artistieke prestaties en/of de door hen geproduceerde artistieke werken).
Chapitre VIbis. - De la prescription concernant les pécules de vacances des ouvriers et apprentis ouvriers (et des personnes assujetties à la sécurité sociale des travailleurs salariés en raison de prestations artistiques qu'elles fournissent et/ou des oeuvres artistiques qu'elles produisent).
Art. 46bis. <INGEVOEGD bij W 2001-12-30/30, art. 30; Inwerkingtreding : 01-01-2002> De vordering met het oog op de uitbetaling van het vakantiegeld van een arbeider of een leerling-arbeider (of van een persoon onderworpen aan de sociale zekerheidsregeling voor werknemers ingevolge de door hem geleverde artistieke prestaties en/of de door hem geproduceerde artistieke werken) verjaart na (drie jaar), vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft. <W 2002-12-24/31, art. 181, 023; Inwerkingtreding : 01-07-2003> <W 2008-12-22/32, art. 88, 1°, 026; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
De vordering met het oog op de terugvordering van het vakantiegeld of van het gedeelte van het bedrag ervan dat ten onrechte aan een arbeider of leerling-arbeider (of aan een persoon onderworpen aan de sociale zekerheidsregeling voor werknemers ingevolge de door hem geleverde artistieke prestaties en/of de door hem geproduceerde artistieke werken) toegekend werd, verjaart na (drie jaar) vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft. (Deze termijn bedraagt twee jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft in geval van een vergissing toe te schrijven aan het vakantiefonds.) <W 2002-12-24/31, art. 181, 023; Inwerkingtreding : 01-07-2003> <W 2005-12-27/31, art. 129, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2006> <W 2008-12-22/32, art. 88, 1°, 026; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
(In afwijking van het tweede lid wordt de termijn gebracht op vijf jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft, indien de ten onrechte uitbetaalde uitkeringen werden verkregen door bedrieglijke handelingen of door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen. In geval van bedrieglijke onderwerping aan de sociale zekerheidsregeling voor werknemers, heeft de eventuele teruggave van de vakantiegelden betrekking op een periode van maximum drie jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft.) <W 2008-12-22/32, art. 88, 2°, 026; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
(Het beroep tegen de beslissingen tot terugvordering moet, op straffe van verval, ingediend worden binnen drie maanden vanaf de kennisgeving van de beslissing of de kennisneming ervan in geval van gebrek aan kennisgeving.) <W 2005-12-27/31, art. 129, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Er mag niet afgezien worden van het voordeel van de in de vorige leden bedoelde verjaringen. Een aangetekende brief volstaat om een bij dit artikel bepaalde verjaring te stuiten. De stuiting kan hernieuwd worden. Een stuiting die jegens de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie of een bijzonder vakantiefonds verricht wordt geldt voor alle vakantiefondsen.
De vordering met het oog op de terugvordering van het vakantiegeld of van het gedeelte van het bedrag ervan dat ten onrechte aan een arbeider of leerling-arbeider (of aan een persoon onderworpen aan de sociale zekerheidsregeling voor werknemers ingevolge de door hem geleverde artistieke prestaties en/of de door hem geproduceerde artistieke werken) toegekend werd, verjaart na (drie jaar) vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft. (Deze termijn bedraagt twee jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft in geval van een vergissing toe te schrijven aan het vakantiefonds.) <W 2002-12-24/31, art. 181, 023; Inwerkingtreding : 01-07-2003> <W 2005-12-27/31, art. 129, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2006> <W 2008-12-22/32, art. 88, 1°, 026; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
(In afwijking van het tweede lid wordt de termijn gebracht op vijf jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft, indien de ten onrechte uitbetaalde uitkeringen werden verkregen door bedrieglijke handelingen of door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen. In geval van bedrieglijke onderwerping aan de sociale zekerheidsregeling voor werknemers, heeft de eventuele teruggave van de vakantiegelden betrekking op een periode van maximum drie jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft.) <W 2008-12-22/32, art. 88, 2°, 026; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
(Het beroep tegen de beslissingen tot terugvordering moet, op straffe van verval, ingediend worden binnen drie maanden vanaf de kennisgeving van de beslissing of de kennisneming ervan in geval van gebrek aan kennisgeving.) <W 2005-12-27/31, art. 129, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Er mag niet afgezien worden van het voordeel van de in de vorige leden bedoelde verjaringen. Een aangetekende brief volstaat om een bij dit artikel bepaalde verjaring te stuiten. De stuiting kan hernieuwd worden. Een stuiting die jegens de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie of een bijzonder vakantiefonds verricht wordt geldt voor alle vakantiefondsen.
Art. 46bis. L'action en paiement du pécule de vacances à un ouvrier ou à un apprenti-ouvrier (ou à une personne assujettie à la sécurité sociale des travailleurs salariés en raison des prestations artistiques qu'elle fournit et/ou des oeuvres artistiques qu'elle produit) se prescrit par (trois ans) à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances. <L 2002-12-24/31, art. 181, 023; En vigueur : 01-07-2003> <L 2008-12-22/32, art. 88, 1°, 026; En vigueur : 01-01-2010>
L'action en récupération du pécule de vacances ou de la partie de ce pécule indûment octroyé à un ouvrier ou à un apprenti-ouvrier (ou à une personne assujettie à la sécurité sociale des travailleurs salariés en raison de prestations artistiques qu'elle fournit et/ou des oeuvres artistiques qu'elle produit) se prescrit par (trois ans) à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances. (Ce délai est de deux ans à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances en cas d'erreur due à la Caisse de vacances.) <L 2002-12-24/31, art. 181, 023; En vigueur : 01-07-2003> <L 2005-12-27/31, art. 129, 025; En vigueur : 01-01-2006> <L 2008-12-22/32, art. 88, 1°, 026; En vigueur : 01-01-2010>
(Par dérogation à l'alinéa 2, le délai de prescription est porté à 5 ans à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances, si les prestations payées indûment ont été obtenues à la suite de manoeuvres frauduleuses ou de déclarations fausses ou sciemment incomplètes. En cas d'assujettissement frauduleux à la sécurité sociale des travailleurs salariés, la restitution éventuelle des pécules de vacances porte au maximum sur une période de trois ans à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances.) <L 2008-12-22/32, art. 88, 2°, 026; En vigueur : 01-01-2010>
(Le recours contre les décisions de récupération doit, à peine de déchéance, être introduit dans les trois mois de leur notification ou de la prise de connaissance de la décision en cas d'absence de notification.) <L 2005-12-27/31, art. 129, 025; En vigueur : 01-01-2006>
Il ne peut être renoncé au bénéfice des prescriptions visées aux alinéas précédents. Pour interrompre une prescription prévue au présent article, une lettre recommandée suffit. L'interruption peut être renouvelée. Une interruption accomplie à l'égard de l'Office national des vacances annuelles ou d'une caisse spéciale de vacances vaut pour l'ensemble des caisses de vacances.
L'action en récupération du pécule de vacances ou de la partie de ce pécule indûment octroyé à un ouvrier ou à un apprenti-ouvrier (ou à une personne assujettie à la sécurité sociale des travailleurs salariés en raison de prestations artistiques qu'elle fournit et/ou des oeuvres artistiques qu'elle produit) se prescrit par (trois ans) à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances. (Ce délai est de deux ans à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances en cas d'erreur due à la Caisse de vacances.) <L 2002-12-24/31, art. 181, 023; En vigueur : 01-07-2003> <L 2005-12-27/31, art. 129, 025; En vigueur : 01-01-2006> <L 2008-12-22/32, art. 88, 1°, 026; En vigueur : 01-01-2010>
(Par dérogation à l'alinéa 2, le délai de prescription est porté à 5 ans à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances, si les prestations payées indûment ont été obtenues à la suite de manoeuvres frauduleuses ou de déclarations fausses ou sciemment incomplètes. En cas d'assujettissement frauduleux à la sécurité sociale des travailleurs salariés, la restitution éventuelle des pécules de vacances porte au maximum sur une période de trois ans à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances.) <L 2008-12-22/32, art. 88, 2°, 026; En vigueur : 01-01-2010>
(Le recours contre les décisions de récupération doit, à peine de déchéance, être introduit dans les trois mois de leur notification ou de la prise de connaissance de la décision en cas d'absence de notification.) <L 2005-12-27/31, art. 129, 025; En vigueur : 01-01-2006>
Il ne peut être renoncé au bénéfice des prescriptions visées aux alinéas précédents. Pour interrompre une prescription prévue au présent article, une lettre recommandée suffit. L'interruption peut être renouvelée. Une interruption accomplie à l'égard de l'Office national des vacances annuelles ou d'une caisse spéciale de vacances vaut pour l'ensemble des caisses de vacances.
HOOFDSTUK VIter. - De verjaring betreffende de vakantiegelden van de bedienden en leerling-bedienden.
CHAPITRE VIter. - De la prescription concernant les pécules de vacances des employés et apprentis employés.
Art. 46ter. <INGEVOEGD bij W 2008-12-22/32, art. 89; Inwerkingtreding : 01-01-2009> De vordering met het oog op de uitbetaling van het vakantiegeld van een bediende of een leerling-bediende verjaart na drie jaar, vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft.
Art. 46ter. L'action en paiement du pécule de vacances à un employé ou à un apprenti-employé se prescrit par trois ans à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances.
HOOFDSTUK VII_ Toezicht en strafbepalingen.
CHAPITRE VII_ Surveillance et dispositions pénales.
Afdeling I_ Toezicht.
Section Ière_ Surveillance.
Art. 47. De werkgevers moeten de bepalingen van de besluiten tot uitvoering van de wet van 26 januari 1951, betreffende de vereenvoudiging der documenten, waarvan het bijhouden door de sociale wetgeving opgelegd is, naleven.
Art. 47. Les employeurs doivent se conformer aux dispositions des arrêtés pris en exécution de la loi du 26 janvier 1951, relative à la simplification des documents dont la tenue est imposée par la législation sociale.
Art. 48. <W 1989-12-22/31, art. 123, 007; Inwerkingtreding : 09-01-1990> Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Koning aangewezen ambtenaren toezicht op de naleving van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
[De bevoegde Minister zal eveneens aan de agenten van de Rijksdienst de bevoegdheid waarvan sprake in alinea 1 kunnen toekennen. Die stellen elk onderzoek in ofwel op eigen initiatief ofwel op verzoek van een instelling die meewerkt aan de toepassing van de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.] <W 1998-02-22/43, art. 188, 013; Inwerkingtreding : 13-03-1998>
[1 De inbreuken op de bepalingen van deze wetten en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.
De sociaal inspecteurs beschikken over de in de artikelen 23 tot 39 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde bevoegdheden wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van deze wetten en hun uitvoeringsbesluiten ervan.]1
[De bevoegde Minister zal eveneens aan de agenten van de Rijksdienst de bevoegdheid waarvan sprake in alinea 1 kunnen toekennen. Die stellen elk onderzoek in ofwel op eigen initiatief ofwel op verzoek van een instelling die meewerkt aan de toepassing van de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.] <W 1998-02-22/43, art. 188, 013; Inwerkingtreding : 13-03-1998>
[1 De inbreuken op de bepalingen van deze wetten en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.
De sociaal inspecteurs beschikken over de in de artikelen 23 tot 39 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde bevoegdheden wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van deze wetten en hun uitvoeringsbesluiten ervan.]1
Modifications
Art. 48. <L 1989-12-22/31, art. 123, 007; En vigueur : 09-01-1990> Sans préjudice des attributions des officiers de police judiciaire, les fonctionnaires désignés par le Roi surveillent le respect de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.
[Le Ministre compétent pourra reconnaître également à des agents de l'Office national l'attribution dont il est question à l'alinéa 1er. Ceux-ci procèdent à toute enquête soit d'initiative soit à la demande d'une institution coopérant à l'application de la législation relative aux vacances annuelles et de ses arrêtés d'exécution.] <L 1998-02-22/43, art. 188, 013; En vigueur : 13-03-1998>
[1 Les infractions aux dispositions des présentes lois et de leurs arrêtés d'exécution sont recherchées, constatées et sanctionnées conformément au Code pénal social.
Les inspecteurs sociaux disposent des pouvoirs visés aux articles 23 à 39 du Code pénal social lorsqu'ils agissent d'initiative ou sur demande dans le cadre de leur mission d'information, de conseil et de surveillance relative au respect des dispositions des présentes lois et de leurs arrêtés d'exécution.]1
[Le Ministre compétent pourra reconnaître également à des agents de l'Office national l'attribution dont il est question à l'alinéa 1er. Ceux-ci procèdent à toute enquête soit d'initiative soit à la demande d'une institution coopérant à l'application de la législation relative aux vacances annuelles et de ses arrêtés d'exécution.] <L 1998-02-22/43, art. 188, 013; En vigueur : 13-03-1998>
[1 Les infractions aux dispositions des présentes lois et de leurs arrêtés d'exécution sont recherchées, constatées et sanctionnées conformément au Code pénal social.
Les inspecteurs sociaux disposent des pouvoirs visés aux articles 23 à 39 du Code pénal social lorsqu'ils agissent d'initiative ou sur demande dans le cadre de leur mission d'information, de conseil et de surveillance relative au respect des dispositions des présentes lois et de leurs arrêtés d'exécution.]1
Modifications
Art. 49. <W 1998-02-22/43, art. 189, 013; Inwerkingtreding : 13-03-1998> De in alinea 2 van artikel 48 van deze wet, bedoelde personeelsleden oefenen bovendien controle uit over de toekenning van de vakantiegelden en de vakantiedagen die krachtens een wettelijke bepaling, een collectieve overeenkomst of een contract verschuldigd zijn.
Art. 49. <L 1998-02-22/43, art. 189, 013; En vigueur : 13-03-1998> Les agents visés à l'alinéa 2 de l'article 48 de la présente loi, contrôlent, en outre, l'attribution de pécules de vacances et de jours de vacances dus aux travailleurs manuels en vertu d'une disposition légale, d'une convention collective ou d'un contrat.
Art. 50. (opgeheven) <W 1989-12-22/31, art. 123, 007; Inwerkingtreding : 09-01-1990>
Art. 50. (abrogé) <L 1989-12-22/31, art. 123, 007; En vigueur : 09-01-1990>
Art. 51. (opgeheven) <W 1989-12-22/31, art. 123, 007; Inwerkingtreding : 09-01-1990>
Art. 51. (abrogé) <L 1989-12-22/31, art. 123, 007; En vigueur : 09-01-1990>
Art. 52. De Rijksdienst en de bijzondere vakantiefondsen zijn gehouden, volgens de onderrichtingen die door de Minister van Sociale Voorzorg kunnen worden gegeven, alle bescheiden te houden die het opmaken van statistieken, alsmede de controle over de goede werking van de Rijksdienst en de bijzondere vakantiedsen en de toepassing van deze gecoördineerde wetten en hun uitvoeringsbesluiten toelaten.
Zij zijn eveneens gehouden aan de door artikel 48 bedoelde ambtenaren, alsmede aan de door de Minister van Sociale Voorzorg aangewezen leden van het personeel van de Rijksdienst alle inlichtingen te verstrekken en alle bescheiden die zij voor dezelfde doeleinden zouden vragen, zonder verplaatsing, voor te leggen.
Zij zijn eveneens gehouden aan de door artikel 48 bedoelde ambtenaren, alsmede aan de door de Minister van Sociale Voorzorg aangewezen leden van het personeel van de Rijksdienst alle inlichtingen te verstrekken en alle bescheiden die zij voor dezelfde doeleinden zouden vragen, zonder verplaatsing, voor te leggen.
Art. 52. L'Office national et les Caisses spéciales de vacances doivent tenir, d'après les instructions que peut donner le Ministre de la Prévoyance sociale, tous documents permettant l'établissement de statistiques et le contrôle du bon fonctionnement de l'Office national et des Caisses spéciales de vacances ainsi que de l'observation des présentes lois coordonnées et de leurs arrêtés d'exécution.
Ils sont tenus de donner aux fonctionnaires visés à l'article 48, ainsi qu'aux membres du personnel de l'Office national désignés par le Ministre de la Prévoyance sociale, tous renseignements et de leur soumettre, sans déplacement, tous documents qu'ils peuvent demander aux mêmes fins.
Ils sont tenus de donner aux fonctionnaires visés à l'article 48, ainsi qu'aux membres du personnel de l'Office national désignés par le Ministre de la Prévoyance sociale, tous renseignements et de leur soumettre, sans déplacement, tous documents qu'ils peuvent demander aux mêmes fins.
Art. 53. De bijzondere vakantiefondsen die niet paritair worden beheerd door de vertegenwoordigers van de meest representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties, staan elk onder toezicht van een paritair toezichtscomité samengesteld uit vertegenwoordigers van deze organisaties. De bevoegdheid, de samenstelling en de nadere werkingsregelen van deze comités worden bij koninklijk besluit bepaald.
Art. 53. Les Caisses spéciales de vacances qui ne sont pas gérées paritairement par les représentants des organisations les plus représentatives des employeurs et des travailleurs sont contrôlées chacune par un comité paritaire de contrôle, composé de représentants de ces organisations. Les attributions, la composition et les modalités de fonctionnement de ces comités de contrôle sont déterminées par arrêté royal.
Afdeling II_ Strafbepalingen.
Section II_ Dispositions pénales.
Art. 54. [1 opgeheven]1
Modifications
Art. 54. [1 abrogé]1
Modifications
Art. 55. [1 opgeheven]1
Modifications
Art. 55. [1 abrogé]1
Modifications
Art. 56. [1 opgeheven]1
Modifications
Art. 56. [1 abrogé]1
Modifications
Art. 57. [1 opgeheven]1
Modifications
Art. 57. [1 abrogé]1
Modifications
Art. 58. [1 opgeheven]1
Modifications
Art. 58. [1 abrogé]1
Modifications
Art. 59. [1 opgeheven]1
Modifications
Art. 59. [1 abrogé]1
Modifications
Art. 60. [1 opgeheven]1
Modifications
Art. 60. [1 abrogé]1
Modifications
Art. 61. [1 opgeheven]1
Modifications
Art. 61. [1 abrogé]1
Modifications
HOOFDSTUK VIII- Slot- of overgangsbepalingen
CHAPITRE VIII_ Dispositions finales ou transitoires.
Art. 62. Geschillen tussen de werknemers en de Rijksdienst of de bijzondere Vakantiefondsen, ontstaan uit de toepassing van deze wetten en hun uitvoeringsbesluiten, behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank.
Art. 62. Les contestations entre les travailleurs et l'Office national ou les Caisses spéciales de vacances résultant de l'application des présentes lois et de leurs arrêtés d'exécution sont de la compétence du tribunal du travail.
Art. 63. Alvorens de bij artikelen 3 tot 6,8,10 tot 15 en 19 bedoelde reglementaire maatregelen te treffen wint de regering het advies in hetzij van de Nationale Arbeidsraad, hetzij van het bevoegd paritair comité of subcomité, of bij ontstentenis daarvan, van de meest representatieve organisaties van de betrokken werkgevers en werknemers.
De op grond van dit artikel geraadpleegde organen dienen hun advies in binnen twee maanden na de vraag hun daartoe gedaan; bij gebrek daarvan mag het advies worden verwaarloosd.
De op grond van dit artikel geraadpleegde organen dienen hun advies in binnen twee maanden na de vraag hun daartoe gedaan; bij gebrek daarvan mag het advies worden verwaarloosd.
Art. 63. Avant que soient prises les mesures réglementaires prévues aux articles 3 à 6, 8, 10 à 15 et 19, le gouvernement prend l'avis soit du Conseil national du travail, soit de la commission ou sous-commission paritaire compétente ou, à leur défaut, des organisations les plus représentatives des employeurs et des travailleurs.
Les organes consultés en vertu du présent article font parvenir leur avis dans les deux mois de la demande qui leur en est faite; à défaut de quoi il peut être passé outre.
Les organes consultés en vertu du présent article font parvenir leur avis dans les deux mois de la demande qui leur en est faite; à défaut de quoi il peut être passé outre.
Art. 64. (Opgeheven)
Art. 64. (abrogé) <L 27-12-1973, art. 1>
Art. 65. <W 2001-05-22/36, art. 8, 019; Inwerkingtreding : 01-01-2001> § 1. De Koning kan beslissen dat een deel van 8 % of van 6 %, begrepen in de jaarlijkse bijdrage van 10,27 % bedoeld bij artikel 3, § 4, vierde lid, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, niet verschuldigd is door de werkgevers die dienen bij te dragen in een fonds voor bestaanszekerheid, zo de aan dat fonds verschuldigde bijdrage respectievelijk dient tot het toekennen hetzij van het dubbel vakantiegeld voor de tweede week, het gewoon en het dubbel vakantiegeld voor de derde vakantieweek en het gewoon vakantiegeld voor de vierde week, hetzij van het dubbel vakantiegeld voor de tweede week, het gewoon of het dubbel vakantiegeld voor de derde week en het gewoon en het dubbel vakantiegeld voor de vierde vakantieweek.
In dat geval stort het fonds voor bestaanszekerheid aan de instelling belast met de uitbetaling van het vakantiegeld aan de werknemers die tijdens het vakantiedienstjaar tewerkgesteld waren bij de werkgevers die dienen bij te dragen tot het Fonds, een bedrag gelijk aan het bij het eerste lid bedoelde deel van 8 % of van 6 %.
§ 2. De Koning kan beslissen dat het deel van 10,27 % bedoeld bij artikel 3, § 4, vierde lid, van voornoemde besluitwet van 28 december 1944 op de werkgevers die bijdrageplichtig zijn aan het Fonds voor bestaanszekerheid voor de arbeiders van de bouwnijverheid niet toepasselijk is, wanneer de aan dat fonds verschuldigde bijdrage bestemd is voor de toekenning van het dubbel vakantiegeld voor de tweede vakantieweek, het gewoon en het dubbel vakantiegeld voor de derde vakantieweek, het gewoon en het dubbel vakantiegeld voor de vierde vakantieweek en het gewoon en dubbel vakantiegeld voor (de andere gelijkgestelde dagen dan de dagen ingevolge militieverplichtingen en staking). In dat geval stort het fonds voor bestaanszekerheid aan de instelling die belast is met het betalen van het vakantiegeld aan de werknemers die bij de aan dit fonds bijdrageplichtige werkgevers waren tewerkgesteld, het bedrag van de werkelijk geïnde bijdragen van het in het eerste lid bedoelde gedeelte van 10,27 %. <KB 2002-11-05/43, art. 12, 022; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
In dat geval stort het fonds voor bestaanszekerheid aan de instelling belast met de uitbetaling van het vakantiegeld aan de werknemers die tijdens het vakantiedienstjaar tewerkgesteld waren bij de werkgevers die dienen bij te dragen tot het Fonds, een bedrag gelijk aan het bij het eerste lid bedoelde deel van 8 % of van 6 %.
§ 2. De Koning kan beslissen dat het deel van 10,27 % bedoeld bij artikel 3, § 4, vierde lid, van voornoemde besluitwet van 28 december 1944 op de werkgevers die bijdrageplichtig zijn aan het Fonds voor bestaanszekerheid voor de arbeiders van de bouwnijverheid niet toepasselijk is, wanneer de aan dat fonds verschuldigde bijdrage bestemd is voor de toekenning van het dubbel vakantiegeld voor de tweede vakantieweek, het gewoon en het dubbel vakantiegeld voor de derde vakantieweek, het gewoon en het dubbel vakantiegeld voor de vierde vakantieweek en het gewoon en dubbel vakantiegeld voor (de andere gelijkgestelde dagen dan de dagen ingevolge militieverplichtingen en staking). In dat geval stort het fonds voor bestaanszekerheid aan de instelling die belast is met het betalen van het vakantiegeld aan de werknemers die bij de aan dit fonds bijdrageplichtige werkgevers waren tewerkgesteld, het bedrag van de werkelijk geïnde bijdragen van het in het eerste lid bedoelde gedeelte van 10,27 %. <KB 2002-11-05/43, art. 12, 022; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art. 65. <L 2001-05-22/36, art. 8, 019; En vigueur : 01-01-2001> § 1er. Le Roi peut décider qu'une part de 8 % ou de 6 % comprise dans la cotisation annuelle de 10,27 % visée à l'article 3, § 4, alinéa 4, de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs n'est pas due par les employeurs qui doivent cotiser à un fonds de sécurité d'existence lorsque la cotisation destinée à ce fonds sert à accorder respectivement soit le pécule double afférent à la deuxième semaine, les pécules simple et double afférents à la troisième semaine et le pécule simple afférent à la quatrième semaine, soit le pécule double afférent à la deuxième semaine, le pécule simple ou double afférent à la troisième semaine de vacances, le pécule simple et double afférent à la quatrième semaine de vacances.
Dans ce cas, le fonds de sécurité d'existence verse à l'organisme chargé du paiement du pécule de vacances. Dans ce cas, le fonds de sécurité d'existence verse à l'organisme chargé du paiement du pécule de vacances aux travailleurs qui ont été occupés pendant l'exercice de vacances chez les employeurs devant cotiser au fonds, une somme égale à la part de 8 % ou de 6 % visée à l'alinéa 1.
§ 2. Le Roi peut décider que la part de 10,27 % visée à l'article 3, § 4, alinéa 4 de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 précité ne s'applique pas aux employeurs qui doivent cotiser au fonds de sécurité d'existence des ouvriers de la construction, lorsque la cotisation due à ce fonds sert à accorder le double pécule pour la deuxième semaine de vacances, les pécules simple et double afférents à la troisième semaine de vacances, les pécules simple et double afférents à la quatrième semaine de vacances et les pécules simple et double afférents aux (jours assimilés autres que ceux résultant des obligations de milice ou de la grève). Dans ce cas, le fonds de sécurité d'existence verse à l'organisme chargé du paiement du pécule de vacances aux travailleurs qui ont été occupés chez les employeurs devant cotiser au fonds, la part de 10,27 % visée à l'alinéa 1er, à concurrence des cotisations réellement perçues. <AR 2002-11-05/43, art. 13, 022; En vigueur : 01-01-2003>
Dans ce cas, le fonds de sécurité d'existence verse à l'organisme chargé du paiement du pécule de vacances. Dans ce cas, le fonds de sécurité d'existence verse à l'organisme chargé du paiement du pécule de vacances aux travailleurs qui ont été occupés pendant l'exercice de vacances chez les employeurs devant cotiser au fonds, une somme égale à la part de 8 % ou de 6 % visée à l'alinéa 1.
§ 2. Le Roi peut décider que la part de 10,27 % visée à l'article 3, § 4, alinéa 4 de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 précité ne s'applique pas aux employeurs qui doivent cotiser au fonds de sécurité d'existence des ouvriers de la construction, lorsque la cotisation due à ce fonds sert à accorder le double pécule pour la deuxième semaine de vacances, les pécules simple et double afférents à la troisième semaine de vacances, les pécules simple et double afférents à la quatrième semaine de vacances et les pécules simple et double afférents aux (jours assimilés autres que ceux résultant des obligations de milice ou de la grève). Dans ce cas, le fonds de sécurité d'existence verse à l'organisme chargé du paiement du pécule de vacances aux travailleurs qui ont été occupés chez les employeurs devant cotiser au fonds, la part de 10,27 % visée à l'alinéa 1er, à concurrence des cotisations réellement perçues. <AR 2002-11-05/43, art. 13, 022; En vigueur : 01-01-2003>
Art. 65bis. <INGEVOEGD bij W 1996-04-29/32, art. 137, Inwerkingtreding : 01-01-1999> De Rijksdienst voor Jaarlijkse vakantie neemt de bevoegdheden en taken over van het Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers inzake de toepassing van de bepalingen betreffende de jaarlijkse vakantie, de bijkomende vakantie, het vakantiegeld en de kosteloze reisbiljetten van de mijnwerkers en gelijkgestelden.
Art. 65bis. L'Office national des vacances annuelles reprend les attributions et les tâches du Fonds national de retraite des ouvriers mineurs quant à l'application des dispositions relatives aux vacances annuelles, aux congés complémentaires, au pécule de vacances et aux titres de voyage gratuit des ouvriers mineurs et assimilés.
Art. 66. Artikel 27, 6°, van de gecoördineerde wetten betreffende de jaarlijkse vakantie der loonarbeiders, wordt opgeheven.
<NOTA : Lijst van de niet-gecoördineerde bepalingen : zie B.S. 30-9-1971>
<NOTA : Lijst van de niet-gecoördineerde bepalingen : zie B.S. 30-9-1971>
Art. 66. L'article 27, 6°, des lois coordonnées relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés est abrogé.
(NOTE : Liste des dispositions non coordonnées : voir M.B. 30-9-1971>
(NOTE : Liste des dispositions non coordonnées : voir M.B. 30-9-1971>