Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
15 MAART 1971. - Wet betreffende de scheepvaartrechten te heffen op de waterwegen onder beheer van de Staat. (NOTA : opgeheven voor het Vlaams Gewest bij DVR2022-01-21/23, art. 191, 004; Inwerkingtreding : 01-06-2022)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-03-2006 en tekstbijwerking tot 06-05-2022)
Titre
15 MARS 1971. - Loi concernant les droits de navigation à percevoir sur les voies navigables administrées par l'Etat. (NOTE : abrogé pour la Région flamande par DCFL2022-01-21/23, art. 191, 004; En vigueur : 01-06-2022) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 07-03-2006 et mise à jour au 06-05-2022)
Informations sur le document
Numac: 1971031504
Datum: 1971-03-15
Info du document
Numac: 1971031504
Date: 1971-03-15
Tekst (15)
Texte (15)
Artikel 1. De Koning is gemachtigd, op de hierna aangegeven grondslagen en binnen de hierna bepaalde grenzen, de scheepvaartrechten vast te stellen die op de waterwegen onder beheer van de Staat worden geheven.
Article 1. Le Roi est autorisé à fixer sur les bases et dans les limites définies ci-après, les droits de navigation à percevoir sur les voies navigables administrées par l'Etat.
Art.1_WAALS_GEWEST. (opgeheven) )
Art.1 _REGION_WALLONNE. (abrogé) )
Art.2. In deze wet worden onder "vaartuigen" verstaan alle schepen en boten die de zee, de rivieren of de kanalen bevaren.
Art.2. Dans la présente loi, le mot "bâtiment" désigne tout navire, vaisseau, bateau ou embarcation, en usage sur la mer, les rivières ou les canaux.
Art.3. § 1. Voor vrachtvaartuigen worden de scheepvaartrechten vastgesteld naar vehouding van het gewicht der lading (in metrieke ton) en van de af te leggen weg (in kilometer); zij mogen niet meer dan tien centiem per kilometer ton bedragen.
De Koning kan het gewicht van de lading van vaartuigen die een geregelde vervoerdienst van goederen verrichten, forfaitair vaststellen op een gedeelte van het laadvermogen.
Het te heffen recht mag nooit lager zijn dan het recht dat voor het ledig varend vaartuig zou zijn verschuldigd.
§ 2. Voor ledig varende vrachtvaartuigen worden de scheepvaartrechten vastgesteld naar verhouding van het laadvermogen (in metrieke ton) en van de af te leggen weg (in kilometer); zij mogen niet meer dan 100 frank bedragen.
De Koning kan het gewicht van de lading van vaartuigen die een geregelde vervoerdienst van goederen verrichten, forfaitair vaststellen op een gedeelte van het laadvermogen.
Het te heffen recht mag nooit lager zijn dan het recht dat voor het ledig varend vaartuig zou zijn verschuldigd.
§ 2. Voor ledig varende vrachtvaartuigen worden de scheepvaartrechten vastgesteld naar verhouding van het laadvermogen (in metrieke ton) en van de af te leggen weg (in kilometer); zij mogen niet meer dan 100 frank bedragen.
Art.3. § 1. Pour les bâtiments effectuant le transport de marchandises les droits de navigation sont fixés en fonction du chargement (en tonnes métriques) et de la distance à parcourir (en kilomètres); leur taux ne peut excéder dix centimes par tonne kilométrique.
Le Roi peut fixer forfaitairement à une fraction du port en lourd, le chargement des bâtiments effectuant un service régulier de transport de marchandises.
En aucun cas, le droit à percevoir ne pourra être inférieur à celui qui serait dû si le bâtiment naviguait à vide.
§ 2. Pour les bâtiments de transport de marchandises naviguant à vide, les droits de navigation sont fixés en fonction du port en lourd (en tonnes métriques) et de la distance à parcourir (en kilomètres); leur taux ne peut excéder 100 francs.
Le Roi peut fixer forfaitairement à une fraction du port en lourd, le chargement des bâtiments effectuant un service régulier de transport de marchandises.
En aucun cas, le droit à percevoir ne pourra être inférieur à celui qui serait dû si le bâtiment naviguait à vide.
§ 2. Pour les bâtiments de transport de marchandises naviguant à vide, les droits de navigation sont fixés en fonction du port en lourd (en tonnes métriques) et de la distance à parcourir (en kilomètres); leur taux ne peut excéder 100 francs.
Art.4. § 1. Voor motorvaartuigen die een samenstel, zijnde een sleeptrein, een duweenheid of een gekoppelde formatie, voortbewegen, worden de scheepvaartrechten vastgesteld naar verhouding van het motorvermogen (in paardekracht) en van de af te leggen weg (in kilometer); zij mogen niet meer dan tien centiem per paardkrachtkilometer bedragen.
Het te heffen recht mag nooit lager zijn dan het recht dat voor het alleenvarende motorvaartuig zou zijn verschuldigd.
§ 2. Voor alleenvarende sleep- en duwboten worden de scheepvaartrechten vastgesteld naar verhouding van het motorvermogen (in paardekracht) en van de af te leggen weg (in kilometers); zij mogen niet meer dan 75 frank bedragen.
Het te heffen recht mag nooit lager zijn dan het recht dat voor het alleenvarende motorvaartuig zou zijn verschuldigd.
§ 2. Voor alleenvarende sleep- en duwboten worden de scheepvaartrechten vastgesteld naar verhouding van het motorvermogen (in paardekracht) en van de af te leggen weg (in kilometers); zij mogen niet meer dan 75 frank bedragen.
Art.4. § 1. Pour les bâtiments motorisés qui assurent la propulsion d'une formation, convoi remorqué, convoi poussé ou formation à couple, les droits de navigation sont fixés en fonction de la puissance du moteur (en chevaux-vapeur) et de la distance à parcourir (en kilomètres); leur taux ne peut excéder dix centimes par cheval-vapeur et par kilomètre.
En aucun cas, le droit à percevoir ne pourra être inférieur à celui qui serait dû si le bâtiment motorisé naviguait isolément.
§ 2. Pour les remorqueurs et pousseurs naviguant isolément, les droits de navigation sont fixés en fonction de la puissance du moteur (en chevaux-vapeur) et de la distance à parcourir (en kilomètres); leur taux ne peut excéder 75 francs.
En aucun cas, le droit à percevoir ne pourra être inférieur à celui qui serait dû si le bâtiment motorisé naviguait isolément.
§ 2. Pour les remorqueurs et pousseurs naviguant isolément, les droits de navigation sont fixés en fonction de la puissance du moteur (en chevaux-vapeur) et de la distance à parcourir (en kilomètres); leur taux ne peut excéder 75 francs.
Art.5. Voor motorvrachtvaartuigen die een samenstel voortbewegen is het in artikel 3 bepaalde recht voor vrachtvaartuigen samen met het in artikel 4 bepaalde recht voor motorvaartuigen die een samenstel voortbewegen verschuldigd.
Art.5. Les bâtiments de transport à moteur qui assurent la propulsion d'une formation sont redevables à la fois du droit prévu à l'article 3 pour les bâtiments de transport de marchandises et du droit prévu à l'article 4 pour les bâtiments motorisés assurant la propulsion d'une formation.
Art.6. Voor vaartuigen die bezoldigd personenvervoer verrichten met of zonder reisgoed, worden de rechten vastgesteld naar verhouding van het brutobedrag der ontvangsten; zij mogen niet meer dan 5 pct. bedragen.
De Koning kan echter een afzonderlijke regeling vaststellen voor geregelde passagiersdiensten met of zonder bagage.
Voor reizen met vertrek uit het buitenland worden de rechten evenwel vastgesteld naar verhouding van het aantal vervoerde personen en van de op Belgisch grondgebied af te leggen weg; zij mogen niet meer dan 15 frank per persoon bedragen.
De Koning kan echter een afzonderlijke regeling vaststellen voor geregelde passagiersdiensten met of zonder bagage.
Voor reizen met vertrek uit het buitenland worden de rechten evenwel vastgesteld naar verhouding van het aantal vervoerde personen en van de op Belgisch grondgebied af te leggen weg; zij mogen niet meer dan 15 frank per persoon bedragen.
Art.6. Pour les bâtiments effectuant un transport rémunéré de personnes avec ou sans bagages, les droits de navigation sont fixés en fonction du montant brut des recettes; leur taux ne peut excéder 5 p.c.
Toutefois, le Roi peut arrêter un régime distinct pour les services réguliers de voyageurs avec ou sans bagages.
Pour les voyageurs dont le point de départ est situé à l'étranger, les droits sont fixés en fonction du nombre de personnes transportées et de la distance à parcourir en territoire belge; leur taux ne peut excéder 15 francs par personne.
Toutefois, le Roi peut arrêter un régime distinct pour les services réguliers de voyageurs avec ou sans bagages.
Pour les voyageurs dont le point de départ est situé à l'étranger, les droits sont fixés en fonction du nombre de personnes transportées et de la distance à parcourir en territoire belge; leur taux ne peut excéder 15 francs par personne.
Art.7. De Koning kan de plezierboten en de bootjes aan bijzondere regeling onderwerpen.
Voor huurbootjes mag het te heffen recht niet hoger zijn dan 5 pct. van de bruto-ontvangst, onverschillig hoe de wijze van heffing is geregeld.
Voor de overige bootjes en voor de plezierboten mag het recht niet meer bedragen dan het recht vastgesteld voor ledig varende vaartuigen.
Voor huurbootjes mag het te heffen recht niet hoger zijn dan 5 pct. van de bruto-ontvangst, onverschillig hoe de wijze van heffing is geregeld.
Voor de overige bootjes en voor de plezierboten mag het recht niet meer bedragen dan het recht vastgesteld voor ledig varende vaartuigen.
Art.7. Le Roi peut soumettre les embarcations de plaisance et les barquettes à des réglementations spéciales.
Pour les barquettes données en louage, le droit à percevoir ne peut excéder 5 p.c. de la recette brute, quel que soit le mode de taxation fixé.
Pour les autres barquettes et pour les embarcations de plaisance, le droit ne peut excéder le droit fixé par les bâtiments naviguant à vide.
Pour les barquettes données en louage, le droit à percevoir ne peut excéder 5 p.c. de la recette brute, quel que soit le mode de taxation fixé.
Pour les autres barquettes et pour les embarcations de plaisance, le droit ne peut excéder le droit fixé par les bâtiments naviguant à vide.
Art.8. Veerdiensten zijn niet aan scheepvaartrechten onderworpen.
Art.8. Les passagers d'eau ne sont pas soumis aux droits de navigation.
Art.9. Elk als scheepvaartrecht te heffen bedrag wordt, indien het minder dan 10 frank bedraagt, tot dit bedrag verhoogd.
Art.9. Toute somme à percevoir à titre de droit de navigation, qui serait inférieure à 10 francs, est portée à ce montant.
Art.10. Al wie de bepalingen inzake heffing van scheepvaartrechten overtreedt, is strafbaar met een samen met het ontdoken recht te betalen geldboete, gelijk aan tienmaal dit recht, zonder dat die geldboete minder dan 200 frank mag bedragen.
De eigenaar of de huurder van het vaartuig naar gelang van het geval is burgerlijk aansprakelijk voor de betaling van het ontdoken recht, van de geldboete en van de verwijlinteresten.
De processen-verbaal, door de aangestelden van de Staat opgemaakt om de overtreding vast te stellen, zijn rechtsgeldig tot het tegendeel is bewezen.
Vervolgingen voor invordering van rechten, renten, geldboeten en kosten die niet zouden kunnen geïnd zijn door de ontvangstdienst der scheepvaartrechten van de Staat, Ministerie van Openbare Werken, worden door het Bestuur der Registratie en Domeinen uirgeoefend op de wijze als in domeinzaken is bepaald.
De Minister die met het heffen van de scheepvaartrechten is belast, beslist over de vermindering of de kwijtschelding der opgelopen geldboete.
De eigenaar of de huurder van het vaartuig naar gelang van het geval is burgerlijk aansprakelijk voor de betaling van het ontdoken recht, van de geldboete en van de verwijlinteresten.
De processen-verbaal, door de aangestelden van de Staat opgemaakt om de overtreding vast te stellen, zijn rechtsgeldig tot het tegendeel is bewezen.
Vervolgingen voor invordering van rechten, renten, geldboeten en kosten die niet zouden kunnen geïnd zijn door de ontvangstdienst der scheepvaartrechten van de Staat, Ministerie van Openbare Werken, worden door het Bestuur der Registratie en Domeinen uirgeoefend op de wijze als in domeinzaken is bepaald.
De Minister die met het heffen van de scheepvaartrechten is belast, beslist over de vermindering of de kwijtschelding der opgelopen geldboete.
Art.10. Toute personne qui contreviendra aux dispositions relatives aux droits de navigation, sera passible d'une amende, à payer en même temps que le droit éludé, à dix fois celui-ci, sans qu'elle puisse être inférieure à 200 francs.
Le propriétaire ou le locataire du bâtiment, selon le cas, sera civilement responsable du paiement du droit éludé, ainsi que de l'amende et des intérêts de retard.
Les procès-verbaux dressés par les préposés de l'Etat pour constater la contravention font foi jusqu'à preuve du contraire.
Les poursuites en recouvrement des droits, intérêts, amendes et frais qui n'auraient pu être percus par le service de perception des droits de navigation de l'Etat, Ministère des travaux publics, sont exercées par l'Administration de l'Enregistrement et des Domaines, de la manière prévue en matière domaniale.
Le Ministre chargé de la perception des droits de navigation décide de la réduction ou de la remise des amendes encourues.
Le propriétaire ou le locataire du bâtiment, selon le cas, sera civilement responsable du paiement du droit éludé, ainsi que de l'amende et des intérêts de retard.
Les procès-verbaux dressés par les préposés de l'Etat pour constater la contravention font foi jusqu'à preuve du contraire.
Les poursuites en recouvrement des droits, intérêts, amendes et frais qui n'auraient pu être percus par le service de perception des droits de navigation de l'Etat, Ministère des travaux publics, sont exercées par l'Administration de l'Enregistrement et des Domaines, de la manière prévue en matière domaniale.
Le Ministre chargé de la perception des droits de navigation décide de la réduction ou de la remise des amendes encourues.
Art.11. De Koning is gemachtigd retributies, waarbij Hij de bedragen vaststelt, te heffen:
1° voor het opmaken, het afgeven of het wijzigen van documenten die bij de wetten en verordeningen betreffende de scheepvaart zijn voorgeschreven;
2° voor de levering van publicaties en het afgeven van platen en andere kentekens, welke door dezelfde wetten en verordeningen zijn voorgeschreven;
3° voor het verstrekken van diensten en het in bruikleen geven van materieel.
1° voor het opmaken, het afgeven of het wijzigen van documenten die bij de wetten en verordeningen betreffende de scheepvaart zijn voorgeschreven;
2° voor de levering van publicaties en het afgeven van platen en andere kentekens, welke door dezelfde wetten en verordeningen zijn voorgeschreven;
3° voor het verstrekken van diensten en het in bruikleen geven van materieel.
Art.11. Le Roi est autorisé à établir des rétributions dont Il fixe les montants:
1° pour l'établissement, la délivrance ou la modification des documents prévus par les lois et règlements relatifs à la navigation;
2° pour la fourniture des publications et pour la délivrance des plaques ou autres insignes imposés par ces lois et règlements;
3° pour prestations de services et prêts à usage de matériel.
1° pour l'établissement, la délivrance ou la modification des documents prévus par les lois et règlements relatifs à la navigation;
2° pour la fourniture des publications et pour la délivrance des plaques ou autres insignes imposés par ces lois et règlements;
3° pour prestations de services et prêts à usage de matériel.
Art.11_VLAAMS_GEWEST. De Koning is gemachtigd retributies, waarbij Hij [1 , behoudens afwijking bij decreet,]1 de bedragen vaststelt, te heffen:
1° voor het opmaken, het afgeven of het wijzigen van documenten die bij de wetten en verordeningen betreffende de scheepvaart zijn voorgeschreven;
2° voor de levering van publicaties en het afgeven van platen en andere kentekens, welke door dezelfde wetten en verordeningen zijn voorgeschreven;
3° voor het verstrekken van diensten en het in bruikleen geven van materieel.
1° voor het opmaken, het afgeven of het wijzigen van documenten die bij de wetten en verordeningen betreffende de scheepvaart zijn voorgeschreven;
2° voor de levering van publicaties en het afgeven van platen en andere kentekens, welke door dezelfde wetten en verordeningen zijn voorgeschreven;
3° voor het verstrekken van diensten en het in bruikleen geven van materieel.
Modifications
Art.11 _REGION_FLAMANDE.
Le Roi est autorisé à établir des rétributions dont Il [1 , sauf dérogation prévue par décret, ]1 fixe les montants:
1° pour l'établissement, la délivrance ou la modification des documents prévus par les lois et règlements relatifs à la navigation;
2° pour la fourniture des publications et pour la délivrance des plaques ou autres insignes imposés par ces lois et règlements;
3° pour prestations de services et prêts à usage de matériel.
Le Roi est autorisé à établir des rétributions dont Il [1 , sauf dérogation prévue par décret, ]1 fixe les montants:
1° pour l'établissement, la délivrance ou la modification des documents prévus par les lois et règlements relatifs à la navigation;
2° pour la fourniture des publications et pour la délivrance des plaques ou autres insignes imposés par ces lois et règlements;
3° pour prestations de services et prêts à usage de matériel.
Modifications
Art.12. <wijzigingsbepaling>
Art.12.
Art. 13. Opgeheven worden:
1° artikel 2 van de wet van 1 juli 1865 betreffende de tollen op de waterwegen onder beheer van het Rijk;
2° titel VII van de wet van 2 januari 1926 tot wijziging van de wetten op de zegel-, registratie-, griffie-, hypotheek-, successierechten, alsmede van de heffing van tollen op de waterwegen onder beheer van het Rijk;
3° het koninklijk besluit van 14 augustus 1933 betreffende de scheepvaartrechten.
1° artikel 2 van de wet van 1 juli 1865 betreffende de tollen op de waterwegen onder beheer van het Rijk;
2° titel VII van de wet van 2 januari 1926 tot wijziging van de wetten op de zegel-, registratie-, griffie-, hypotheek-, successierechten, alsmede van de heffing van tollen op de waterwegen onder beheer van het Rijk;
3° het koninklijk besluit van 14 augustus 1933 betreffende de scheepvaartrechten.
Art. 13. Sont abrogés:
1° l'article 2 de la loi du 1er juillet 1865 relative aux péages des voies navigables administrées par l'Etat;
2° le titre VII de la loi du 2 janvier 1926 portant modification aux lois sur les droits de timbre, d'enregistrement, de greffe, d'hypothèque, de succession ainsi qu'au régime des péages des voies navigables administrées par l'Etat;
3° l'arrêté royal du 14 août 1933 relatif aux droits de navigation.
1° l'article 2 de la loi du 1er juillet 1865 relative aux péages des voies navigables administrées par l'Etat;
2° le titre VII de la loi du 2 janvier 1926 portant modification aux lois sur les droits de timbre, d'enregistrement, de greffe, d'hypothèque, de succession ainsi qu'au régime des péages des voies navigables administrées par l'Etat;
3° l'arrêté royal du 14 août 1933 relatif aux droits de navigation.