Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
7 JUNI 1969. - Wet tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen [opsporing ten huize, huiszoeking of vrijheidsbeneming] mag worden verricht. <W2016-04-27/07, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 19-05-2016> - <Opschrift wijziging bij W2017-10-31/06, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 29-11-2017>(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-02-1998 en tekstbijwerking tot 29-11-2017)
Titre
7 JUIN 1969. - Loi fixant le temps pendant lequel il ne peut être procédé à [des perquisitions, visites domiciliaires ou privation de liberté]. <L2016-04-27/07, art. 2, 003; En vigueur : 19-05-2016> - <Intitulé modifié par L2017-10-31/06, art. 2, 004; En vigueur : 29-11-2017> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 06-02-1998 et mise à jour au 29-11-2017)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. Geen opsporing of huiszoeking mag in een voor het publiek niet toegankelijke plaats worden verricht vóór vijf uur 's morgens en na negen uur 's avonds.
  Het in het eerste lid gestelde verbod vindt geen toepassing :
  1° wanneer een bijzondere wetsbepaling de opsporing of de huiszoeking 's nachts toelaat;
  2° wanneer een magistraat of een officier van gerechtelijke politie zich tot vaststelling op heterdaad van een misdaad of wanbedrijf ter plaatse begeeft;
  (3° in geval van verzoek of toestemming van de persoon die het werkelijk genot heeft van de plaats of de persoon bedoeld in artikel 46, 2° van het Wetboek van Strafvordering;) <W 1997-11-24/51, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 16-02-1998>
  4° in geval van oproep vanuit die plaats;
  5° in geval van brand of overstroming;
  [1 6° wanneer de opsporing ten huize of huiszoeking betrekking heeft op een misdrijf bedoeld in :
   - boek II, titel Iter, van het Strafwetboek, of;
   - boek II, titel VI, Hoofdstuk I, van hetzelfde Wetboek, wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat er vuurwapens, explosieven, kernwapens, biologische of chemische wapens, of schadelijke of gevaarlijke stoffen waardoor bij ontsnapping mensenlevens in gevaar kunnen worden gebracht, kunnen worden aangetroffen.]1

  
Article 1. Aucune perquisition ni visite domiciliaire ne peut être faite dans un lieu non ouvert au public avant cinq heures du matin et après neuf heures du soir.
  L'interdiction prévue à l'alinéa premier ne s'applique pas :
  1° lorsqu'une disposition légale particulière autorise la perquisition ou la visite domiciliaire pendant la nuit;
  2° lorsqu'un magistrat ou un officier de police judiciaire se transporte sur les lieux pour constater un crime ou délit flagrant;
  (3° en cas de réquisition ou de consentement de la personne qui a la jouissance effective du lieu ou de la personne visée à l'article 46, 2°, du Code d'instruction criminelle;) <L 1997-11-24/51, art. 6, 002; En vigueur : 16-02-1998>
  4° en cas d'appel venant de ce lieu;
  5° en cas d'incendie ou d'inondation;
  [1 6° lorsque la visite domiciliaire ou la perquisition concerne une infraction visée :
   - au livre II, titre Ierter, du Code pénal, ou;
   - au livre II, titre VI, chapitre Ier, du même Code, lorsqu'il existe des indices sérieux que des armes à feu, des explosifs, des armes nucléaires, des armes biologiques ou chimiques ou des substances nocives ou dangereuses pouvant mettre des vies humaines en danger en cas de fuite, peuvent être découverts.]1

  
Art.2. [1 Geen aanhouding ten gevolge van een bevel tot medebrenging, een bevel tot [2 vrijheidsbeneming]2, een bevel tot [2 vrijheidsbeneming ]2 bij verstek of een bevel tot een onmiddellijke [2 vrijheidsbeneming]2 in de zin van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis mag in een voor het publiek niet toegankelijke plaats worden verricht vóór vijf uur 's morgens en na negen uur 's avonds. Hetzelfde geldt voor een [2 vrijheidsbeneming]2 op het Belgische grondgebied op basis van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel of op basis van een regel van internationaal verdrags- of gewoonterecht waardoor België gebonden is.
   Het in het eerste lid bedoelde verbod vindt geen toepassing :
   1° wanneer een bijzondere wetsbepaling deze aanhouding 's nachts toelaat;
   2° wanneer een magistraat of een officier van gerechtelijke politie zich bij of na de vaststelling op heterdaad van een misdaad of wanbedrijf ter plaatse bevindt;
   3° in geval van verzoek of toestemming van de persoon die het werkelijk genot heeft van de plaats of de persoon bedoeld in artikel 46, 2°, van het Wetboek van Strafvordering;
   4° in geval van oproep vanuit die plaats;
   5° wanneer de [2 vrijheidsbeneming ]2 betrekking heeft op een misdrijf bedoeld in :
   - boek II, titel Iter, van het Strafwetboek, of;
   - boek II, titel VI, hoofdstuk I, van hetzelfde Wetboek, wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat er vuurwapens, explosieven, kernwapens, biologische of chemische wapens, of schadelijke of gevaarlijke stoffen waardoor bij ontsnapping mensenlevens in gevaar kunnen worden gebracht, kunnen worden aangetroffen.]1

  
Art.2. [1 [2 aucune privation de liberté]2 suite à un mandat d'amener, un mandat d'arrêt, un mandat d'arrêt par défaut ou un ordre d'arrestation immédiate, au sens de la loi du 20 juillet 1990 relative à la détention préventive, ne peut être faite dans un lieu non ouvert au public avant cinq heures du matin et après neuf heures du soir. Il en va de même pour [2 une privation de liberté]2 faite sur le territoire belge en vertu de la loi du 19 décembre 2003 relative au mandat d'arrêt européen ou en vertu d'une règle de droit international conventionnel ou coutumier par laquelle la Belgique est liée.
   L'interdiction visée à l'alinéa 1er ne s'applique pas :
   1° lorsqu'une disposition légale particulière autorise [2 cette privation de liberté]2 pendant la nuit;
   2° lorsqu'un magistrat ou un officier de police judiciaire se trouve sur les lieux lors de ou après la constatation d'un crime ou délit flagrant;
   3° en cas de réquisition ou de consentement de la personne qui a la jouissance effective du lieu ou de la personne visée à l'article 46, 2°, du Code d'instruction criminelle;
   4° en cas d'appel venant de ce lieu;
   5° lorsque [2 la privation de liberté]2 concerne une infraction visée :
   - au livre II, titre Ierter, du Code pénal, ou;
   - au livre II, titre VI, chapitre Ier, du même Code, lorsqu'il existe des indices sérieux que des armes à feu, des explosifs, des armes nucléaires, des armes biologiques ou chimiques ou des substances nocives ou dangereuses pouvant mettre des vies humaines en danger en cas de fuite, peuvent être découverts.]1

  
Art. 3. (oud art. 1bis) <INGEVOEGD bij W 1992-08-05/52, art. 55, Inwerkingtreding : 01-01-1993> Het verzoek of de toestemming waarvan sprake [1 in de artikelen 1, tweede lid, 3°, en 2, tweede lid, 3°]1, moet schriftelijk en voorafgaand aan de opsporing of huiszoeking worden gegeven.
  
Art. 3. (ancien art. 1bis) La réquisition ou le consentement visé [1 aux articles 1,alinéa 2, 3°, et 2, alinéa 2, 3°]1, doit être donné par écrit, préalablement à la perquisition ou à la visite domiciliaire.