Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
10 JUNI 1964. - Wet op het openbaar aantrekken van spaargelden. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-06-1989 et mise à jour au 27-05-2003)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-06-1989 en tekstbijwerking tot 01-07-2022)
Titre
10 JUIN 1964. - Loi sur les appels publics à l'épargne. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-06-1989 et mise à jour au 01-07-2022)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (31)
Texte (31)
HOOFDSTUK I. _ OVER DE CONTROLE OP BEPAALDE ONDERNEMINGEN DIE VAN HET PUBLIEK TERUGBETAALBARE FONDSEN ONTVANGEN.
CHAPITRE I. _ DU CONTROLE DE CERTAINES ENTREPRISES RECEVANT DU PUBLIC DES FONDS REMBOURSABLES.
Art.7. (opgeheven) <W 30-06-1975, art. 62>
Art.7. (Abrogé) <L 30-06-1975, art. 62>
Art.10. (opgeheven) <W 08-08-1980, art. 105>
Art.10. (Abrogé) <L 08-08-1980, art. 105>
HOOFDSTUK II. _ STRAFBEPALINGEN.
CHAPITRE II. _ DISPOSITIONS PENALES.
HOOFDSTUK III. _ INTREKKENDE EN OVERGANGSBESCHIKKINGEN VERKLARENDE EN DIVERSE BESCHIKKINGEN.
CHAPITRE III. _ DISPOSITIONS ABROGATOIRES, TRANSITOIRES, INTERPRETATIVES ET DIVERSES.
Art.19. § 1.
  § 2. <wijzigingsbepaling>
Art.19. § 1er.
  § 2.
Art.20. Wanneer de Bankcommissie krachtens artikel 2 de ondernemingen inschrijft die, bij het van kracht worden van onderhavige wet, fondsen bedoeld in artikel 1 ontvangen hebben of ontvangen, bepaalt ze de termijnen binnen welke deze ondernemingen zich schikken naar de verplichtingen voortvloeiend uit hoofdstuk I.
Art.20. Lorsque la Commission bancaire inscrit en vertu de l'article 2 des entreprises qui, à la date d'entrée en vigueur de la présente loi, ont reçu ou reçoivent des fonds visés à l'article 1er, elle fixe les délais dans lesquels ces entreprises se conforment aux obligations résultant du chapitre Ier.
Art.21. § 1. De ondernemingen die, bij het van kracht worden van onderhavige wet, fondsen van het publiek aanhouden bedoeld bij artikel 15, moeten deze fondsen terugbetalen volgens de hierondervermelde modaliteiten :
  1° als deze fondsen terugbetaalbaar zijn op termijn, bij het verstrijken van deze termijn die, desgevallend, niet kan worden verlengd, onder meer door stilzwijgende hernieuwing, boven de zesde maand na het van kracht worden van onderhavige wet;
  2° als deze fondsen terugbetaalbaar zijn mits opzegging, bij het verstrijken van deze opzegging die, als ze niet werd neergelegd binnen de drie maand na het van kracht worden van onderhavige wet, van rechtswege zal ingaan bij het verstrijken van deze termijn;
  3° als deze fondsen terugbetaalbaar zijn op zicht, uiterlijk zes maand na het van kracht worden van onderhavige wet.
  Wanneer speciale omstandigheden zulks verantwoorden mag de Bankcommissie op de voorwaarden en voor een periode door haar vastgesteld, de in vorige alinea bepaalde termijn verlengen.
  § 2. Tijdens een periode van zes maanden, te rekenen van bij het van kracht worden van onderhavige wet, mag de Bankcommissie, op de voorwaarden en voor de periode door haar bepaald, van de door § 1 voorgeschreven terugbetalingen ontslaan de in deze paragraaf bedoelde ondernemingen die hun inschrijving hebben gevraagd op de lijst voorzien bij artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 185 d.d. 9 juli 1935 of op de lijst voorzien bij artikel 2 van onderhavige wet, of de machtiging voorzien bij artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 42 van 15 december 1934.
  Tijdens dezelfde periode mag ze de in de vorige alinea bedoelde ondernemingen toelaten, volgens modaliteiten door haar goedgekeurd, fondsen van het publiek, bedoeld bij artikel 15, te blijven ontvangen.
  § 3. De ondernemingen die vrijstelling van terugbetaling of toelating tot fondsenopneming voorzien in § 2 bekomen hebben, doch die de inschrijving of toelating voorzien in alinea 1 van § 2 niet hebben bekomen, moeten deze fondsen terugbetalen volgens de modaliteiten bepaald in § 1; de bij die paragraaf voorziene termiijnen gaan in, volgens het geval, bij het verstrijken van deze vrijstelling of deze toelating.
  § 4. De [1 schadebedingen]1 ingelast in de overeenkomsten van fondsenopening en die betrekking hebben op de terugbetaling van deze fondsen worden als ongeschreven beschouwd wanneer die terugbetaling door onderhavig artikel wordt opgelegd.
  
Art.21. § 1er. Les entreprises qui, à la date d'entrée en vigueur de la présente loi, détiennent des fonds du public visés par l'article 15, doivent les rembourser selon les modalités suivantes :
  1° si ces fonds sont remboursables à terme, à leur terme qui, le cas échéant, ne peut être prorogé, notamment par tacite reconduction, au-delà du sixième mois après l'entrée en vigueur de la présente loi;
  2° si ces fonds sont remboursables moyennant préavis, à l'échéance du préavis qui, à défaut d'avoir été donné dans le délai de trois mois à dater de l'entrée en vigueur de la présente loi, prendra cours de plein droit à l'expiration de ce délai;
  3° si ces fonds sont remboursables à vue, au plus tard six mois après l'entrée en vigueur de la présente loi.
  Lorsque des circonstances spéciales le justifient, la Commission bancaire peut prolonger, aux conditions et pour une durée qu'elle détermine, les délais fixés à l'alinéa précédent.
  § 2. Pendant une période de six mois à dater de l'entrée en vigueur de la présente loi, la Commission bancaire peut dispenser des remboursements prescrits par le § 1er, aux conditions et pour la durée qu'elle détermine, les entreprises visées à ce paragraphe qui ont demandé leur inscription à la liste prévue à l'article 2 de l'arrêté royal n° 185 du 9 juillet 1935 ou à la liste prévue à l'article 2 de la présente loi, ou l'autorisation prévue à l'article 2 de l'arrêté royal n° 42 du 15 décembre 1934.
  Pendant la même période, elle peut autoriser les entreprises visées à l'alinéa précédent à continuer à recevoir, selon des modalités qu'elle approuve, des fonds du public visés par l'article 15.
  § 3. A défaut d'avoir obtenu l'inscription ou l'autorisation visées à l'alinéa 1er du § 2, les entreprises qui ont obtenu la dispense de remboursement des fonds ou l'autorisation de recevoir des fonds prévues audit § 2, doivent rembourser ces fonds selon les modalités fixées au § 1er, les délais prévus à ce paragraphe prenant cours, selon le cas, à l'expiration de cette dispense ou de cette autorisation.
  § 4. Les [1 clauses indemnitaires]1 insérées dans les conventions de réception de fonds et relatives au remboursement de ces fonds sont réputées non écrites lorsque ce remboursement est imposé par le présent article.
  
HOOFDSTUK IV. _ INWERKINGTREDING EN GELDIGHEIDSDUUR VAN DE WET.
CHAPITRE IV. _ ENTREE EN VIGUEUR ET EFFETS DE LA LOI.
Art. 23. Onderhavige wet wordt van kracht tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
  (lid 2 opgeheven) <W 07-03-1973, enig art.>
Art. 23. La présente loi entre en vigueur dix jours après sa publication au Moniteur belge.
  (alinéa 2 abrogé) <L 07-03-1973, art. unique>