Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
24 DECEMBER 1963. - Koninklijk besluit houdende verordening op de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. <VARIA 1994-01-24/36, art. 1, 075; Inwerkingtreding : 27-04-1994> (NOTA : Opgeheven bij VARIA 2003-07-28/32, art. 31; Inwerkingtreding : 01-09-2003) (NOTA : raadpleging van vroegere versies vanaf 01-01-1984 en tekstbijwerking tot 11-08-2003)
Titre
24 DECEMBRE 1963. - Arrêté royal portant règlement des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités. <DIVERS 1994-01-24/36, art. 1, 075; En vigueur : 27-04-1994> (NOTE : Abrogé par DIVERS 2003-07-28/32, art. 31; En vigueur : 01-09-2003) (NOTE : consultation des versions antérieures à partir du 01-01-1984 et mise à jour au 29-08-2003)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (214)
Texte (214)
HOOFDSTUK I. - Recht op geneeskundige verstrekkingen van de personen ten laste van een buitenlandse gerechtigde die zijn legerdienst volbrengt.
CHAPITRE I. - Du droit aux prestations de santé des personnes à charge d'un titulaire étranger remplissant ses obligations de milice.
Artikel 1. (zie NOTA in OPSCHRIFT) De personen ten laste van een gerechtigde van vreemde nationaliteit die zijn legerdienst doet, hebben recht op geneeskundige verstrekkingen indien de gerechtigde de in artikel 66 van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering bepaalde wachttijd heeft volbracht en ten minste tot de vijftiende dag vóór de oproeping of wederoproeping onder de wapens onder de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders of onder die van 10 januari 1945 betreffende de sociale zekerheid der mijnarbeiders en met dezen gelijkgestelden heeft gestaan.
  Het bewijs dat betrokkene zijn legerdienst doet moet worden geleverd met een verklaring van een burgerlijke of militaire autoriteit waarop de begin- en einddatum van die legerdienst vermeld staan. Ze moet door betrokkene aan zijn verzekeringsinstelling worden bezorgd binnen drie maanden na de datum van oproeping of wederoproeping onder de wapens. De overgelegde verklaring wordt door de verzekeringsinstelling in het dossier van de gerechtigde bewaard.
Article 1. (voir NOTE sous INTITULE) Les personnes à charge d'un titulaire de nationalité étrangère remplissant ses obligations de milice, ont droit aux prestations de santé si le titulaire a accompli le stage prévu à l'article 66 de la loi du 9 août 1963 instituant et organisant un régime d'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité et a été assujetti jusqu'au quinzième jour au moins avant l'appel ou le rappel sous les armes à l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs ou à celui du 10 janvier 1945 concernant la sécurité sociale des ouvriers mineurs et assimilés.
  La preuve que l'intéressé remplit ses obligations de milice doit être établie par une attestation émanant d'une autorité civile ou militaire précisant les dates du début et de la fin de ces obligations. Elle doit être fournie par l'intéressé à son organisme assureur dans les trois mois suivant la date d'appel ou de rappel sous les armes. L'attestation produite est conservée par l'organisme assureur dans le dossier du titulaire.
HOOFDSTUK II. - Recht op geneeskundige verstrekkingen van de wezen.
CHAPITRE II. - Du droit aux prestations de santé des orphelins.
Art.2. (zie NOTA in OPSCHRIFT) De in artikel 21, 13° van vorenbedoelde wet van 9 augustus 1963 bedoelde wezen hebben recht op geneeskundige verstrekkingen op voorwaarde dat zij jaarlijks bij hun verzekeringsinstelling een verklaring van de kas of dienst welke hun kinderbijslagen verleent inleveren waaruit blijkt dat zij bedoelde bijslagen als wees genieten.
  Die verklaring moet voor het eerst worden ingeleverd binnen drie maanden na hun aanvraag om inschrijving en moet telkenjare worden vernieuwd binnen drie maanden na de verjaardag van hun inschrijving.
  Ingeval bedoelde verklaring niet binnen de in het vorige lid gestelde termijnen wordt ingeleverd, worden de betrokkenen uit het ledental van de verzekeringsinstelling geschrapt met ingang van de eerste dag van de maand na die waarin vorenbedoelde termijn afloopt. Zij mogen pas opnieuw worden ingeschreven en geneeskundige verstrekkingen mogen hun pas opnieuw worden verleend nadat de in het eerste lid bedoelde verklaring is ingeleverd.
  De overgelegde verklaringen worden door de verzekeringsinstellingen in het dossier van de betrokkenen bewaard.
Art.2. (voir NOTE sous INTITULE) Les orphelins visés à l'article 21, 13° de la loi du 9 août 1963 susvisée ont droit aux prestations de santé à la condition de remettre annuellement à leur organisme assureur une attestation émanant de la caisse ou du service qui leur sert les allocations familiales et établissant qu'ils bénéficient desdites allocations au titre d'orphelins.
  Cette attestation doit être remise pour la première fois dans les trois mois qui suivent leur demande d'inscription et doit être renouvelée chaque année dans les trois mois qui suivent l'anniversaire de leur inscription.
  En cas de non remise de ladite attestation dans les délais prévus ci-dessus les intéressés sont rayés de l'effectif de l'organisme assureur dès le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel expire le délai susvisé. Ils ne peuvent être réinscrits et les prestations de santé ne peuvent leur être accordées qu'après remise de l'attestation visée au premier alinéa.
  Les attestations produits sont conservées par l'organisme assureur dans le dossier des intéressés.
HOOFDSTUK III. - (Door sommige gepensioneerden, weduwnaren en weduwen te betalen bijdragen).
CHAPITRE III. - (Des cotisations à payer par certains pensionnés, veufs et veuves).
Art.3. (zie NOTA in OPSCHRIFT) Het bedrag van de persoonlijke bijdrage welke verschuldigd is door de in (artikel 73 van evengenoemde wet bedoelde (gepensioneerden, weduwnaren en weduwen)) wordt, per kalenderkwartaal, vastgesteld op (540) of (360) F, naargelang de gerechtigde al dan niet personen ten laste heeft.
  De kwartaalbijdrage mag worden betaald met maandelijkse gedeelten van respectievelijk (180) of (120) F.
  Indien het tijdvak waarvoor een bijdrage verschuldigd is, minder dan drie maanden telt, wordt de bijdrage verminderd tot één of twee maandelijkse gedeelten.
  (De in dit artikel vastgestelde bedragen zijn gekoppeld aan spilindex 148,80 van het indexcijfer der consumptieprijzen. Die bedragen worden op 1 januari van elk jaar aangepast aan de hoegrootheid die het indexcijfer der consumptieprijzen heeft bereikt op 31 oktober van het vorige jaar.)
Art.3. (voir NOTE sous INTITULE) Le montant de la cotisation personnelle due par ((les pensionnés, les veufs et les veuves) visés à l'article 73 de la loi précitée,) est fixé, par trimestre civil, à (540) F ou à (360) F, selon que le titulaire a ou n'a pas de personnes à charge.
  La cotisation trimestrielle peut être payée par fraction mensuelle respectivement de (180) F ou de (120) F.
  Si la période pour laquelle une cotisation est due comporte moins de trois mois, la cotisation est réduite à une ou deux fractions mensuelles.
  (Les montants prévus au présent article sont liés à l'indice-pivot 148,80 de l'indice des prix à la consommation. Ces montants sont adaptés au 1er janvier de chaque année au taux atteint par l'indice des prix à la consommation le 31 octobre de l'année précédente.)
Art.4. (zie NOTA in OPSCHRIFT) Voor de in (artikel 73, van evengenoemde wet)e van 9 augustus 1963 bedoelde gepensioneerde is de persoonlijke bijdrage verschuldigd vanaf de maand waarin het pnsioen ingaat.
  (Indien die gepensioneerde evenwel rechthebbende is op het bijzonder brugpensioen dat ten behoeve van oudere werklozen en bejaarde invaliden is ingesteld bij de artikelen 101 tot 108 en 161 tot 167 van de wet van 22 december 1977 betreffende de budgettaire voorstellen 1977-1978, is de persoonlijke bijdrage op zijn vroegst verschuldigd vanaf de maand waarin hij de Rijksdienst voor werknemerspensioenen ervan kennis geeft dat hij definitief opteert voor het vervroegd pensioen dat wordt toegekend in het raam van voornoemde wet.)
  (Voor de in artikel 73 van evengenoemde wet van 9 augustus 1963 bedoelde weduwnaar en weduwe is de persoonlijke bijdrage verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand na die waarin hij of zij weduwnaar of weduwe is geworden.)
  De persoonlijke bijdrage moet worden betaald uiterlijk de laatste dag van het tweede kwartaal na dat waarover ze verschuldigd is.
Art.4. (voir NOTE sous INTITULE) Pour le pensionné visé à (l'article 73), de la loi du 9 août 1963 précitée, la cotisation personnelle est due dès le mois ou prend cours la pension.
  (Toutefois, si ce pensionné est bénéficiaire de la prépension spéciale instaurée en faveur des chômeurs et invalides âgés par les articles 101 à 108 et 161 de la loi du 22 décembre 1977 relative aux propositions budgétaires 1977-1978, la cotisation personnelle est due, au plus tôt, dès le mois ou il notifie à l'Office national des pensions pour travailleurs salariés qu'il opte définitivement pour la pension anticipée attribuée dans le cadre de la loi précitée.)
  (Pour le veuf et la veuve visée à l'article 73, de la loi du 9 août 1963 précitée, la cotisation personnelle est due depuis le premier jour du mois suivant celui au cours duquel il ou elle est devenu veuf ou veuve.)
  La cotisation personnelle doit être payée au plus tard le dernier jour du deuxième trimestre suivant celui pour lequel elle est due.
Art.5. (zie NOTA in OPSCHRIFT) Wanneer de in het vorige artikel bedoelde personen verzuimen de persoonlijke bijdrage binnen de gestelde termijnen te betalen, mogen zij pas op geneeskundige verstrekkingen aanspraak maken vanaf de dag dat zij een bijdrage hebben betaald die gelijk is aan het bedrag van de achterstallige bijdragen, evenwel beperkt tot vier kwartaalbijdragen.
Art.5. (voir NOTE sous INTITULE) Si les personnes visées à l'article précédent omettent de payer ta cotisation personnelle dans les délais fixés, elles ne peuvent bénéficier du droit aux prestations de santé qu'à partir du jour ou elles ont payé une cotisation égale au montant des cotisations arriérées, limité toutefois à la somme de quatre cotisations trimestrielles.
HOOFDSTUK IV. - Voor de ascendenten te betalen bijdragen.
CHAPITRE IV. - Des cotisations à payer pour les ascendants.
Art.6. (zie NOTA in OPSCHRIFT) De geneeskundige verstrekkingen worden voor de ascendent, als persoon ten laste van een gerechtigde beschouwd onder de in artikel 165, § 1, 5, van het koninklijk besluit van 4 november 1963 tot uitvoering van vorenbedoelde wet van 9 augustus 1963 gestelde voorwaarden, toegekend voor zover de gerechtigde een maandelijkse bijdrage van (150) F per ascendent te zijnen laste betaalt.
  Wanneer evenwel twee echtgenoten als ascendent ten laste van dezelfde gerechtigde zijn opgenomen, wordt de door laatstgenoemde voor die twee personen te betalen bijdrage beperkt tot (180) F.
  Deze bijdrage is verschuldigd vanaf de maand na die waarin de ascendent als deel uitmakend van het gezin van de gerechtigde is ingeschreven.
  Ze moet worden betaald uiterlijk in de maand na die waarover ze verschuldigd is.
  Wanneer de bijdrage niet binnen de in het vorige lid gestelde termijn is betaald, worden de ascendent of ascendenten uit het ledental van de verzekeringsinstelling geschrapt vanaf de eerste dag van de maand na die waarop de laatste betaalde bijdrage betrekking heeft. Ze mogen pas opnieuw worden ingeschreven en geneeskundige verstrekkingen worden voor hen pas verleend nadat alle achterstallige bijdragen zijn gestort.
  Het bedrag van die bijdragen is evenwel beperkt tot een som gelijk aan zes maandelijkse bijdragen wanneer de betaling geschiedt binnen twaalf maanden na de eerste inschrijvingsdatum.
  Daarna worden de geneeskundige verstrekkingen pas voor de ascendent verleend nadat zes maandelijkse bijdragen zijn betaald met ingang van de eerste van de maand waarin de herinschrijving is aangevraagd.
  (De in dit artikel vastgestelde bedragen zijn gekoppeld aan spilindexcijfer 148,80 van het indexcijfer der consumptieprijzen. Die bedragen worden op 1 januari van elk jaar aangepast aan de hoegrootheid die het indexcijfer der consumptieprijzen heeft bereikt op 31 oktober van het vorige jaar.)
Art.6. (voir NOTE sous INTITULE) Les prestations de santé sont accordées pour l'ascendant, considéré comme personne à charge d'un titulaire dans les conditions prévues à l'article 165, § 1er, 5, de l'arrêté royal du 4 novembre 1963 portant exécution de la loi du 9 août 1963 susvisée, pour autant que le titulaire paie une cotisation mensuelle de (120) F par ascendant à sa charge.
  Toutefois, lorsque deux conjoints sont repris comme ascendants à charge du même titulaire la cotisation mensuelle à payer par ce dernier pour ces deux personnes est réduite à (180) F.
  Cette cotisation est due dès le mois qui suit celui au cours duquel l'inscription de l'ascendant comme faisant partie du ménage du titulaire a été faite.
  Elle doit être payée au plus tard dans le courant du mois qui suit celui pour lequel elle est due.
  Lorsque le paiement de la cotisation n'a pas été effectué dans le délai fixé à l'alinéa précédent, le ou les ascendants sont rayés de l'effectif de l'organisme assureur dès le premier jour du mois qui suit celui auquel se rapporte la dernière cotisation payée. Ils ne peuvent être réinscrits et les prestations de santé ne sont accordées pour eux qu'après versement de toutes les cotisations arriérées.
  Lorsque le paiement de la cotisation n'a pas été effectué dans le délai fixé à l'alinéa précédent, le ou les ascendants sont rayés de l'effectif de l'organisme assureur dès le premier jour du mois qui suit celui auquel se rapporte la dernière cotisation payée. Ils ne peuvent être réinscrits et les prestations de santé ne sont accordées pour eux qu'après versement de toutes les cotisations arriérées.
  Le montant de ces cotisations est cependant limité à une somme égale à six cotisations mensuelles lorsque le paiement s'effectue dans les douze mois qui suivent la date de la première inscription.
  Après, les prestations de santé ne sont accordées pour l'ascendant qu'après paiement de six cotisations mensuelles, à partir du premier du mois au cours duquel la réinscription a été demandée.
  (Les montants prévus au présent article sont liés à l'indice-pivot 148,80 de l'indice des prix à la consommation. Ces montants sont adaptés au 1er janvier de chaque année au taux atteint par l'indice des prix à la consommation le 31 octobre de l'année précédente.)
HOOFDSTUK V. - Geneeskundige verstrekkingen geëist door of voor rekening van anderen.
CHAPITRE V. - Des prestations de santé exigées ou couvertes par des tiers.
Art.7. (zie NOTA in OPSCHRIFT) Mogen in geen geval door de ziekte- en invaliditeitsverzekering worden vergoed, de kosten gemoeid met verstrekkingen welke door de werkgevers, de particuliere instellingen of de openbare besturen worden geëist. (Worden met name bedoeld, de verstrekkingen die worden verricht met het oog op de uitkering van geschiktheidsattesten of getuigschriften die door de sportclubs, bonden of andere particuliere of openbare instellingen worden geëist.)
  Hetzelfde geldt wanneer de kosten gemoeid met die verstrekkingen, volledig voor rekening zijn van de openbare besturen, een openbare instelling of een instelling van openbaar nut.
  Wanneer de kosten gemoeid met die verstrekkingen slechts gedeeltelijk voor rekening zijn van de openbare besturen, een openbare instelling of een instelling van openbaar nut, vergoedt de verzekeringsinstelling het verschil tot een beloop van de verzekeringstarieven.
  (...).
Art.7. (voir NOTE sous INTITULE) Ne peuvent en aucun cas être remboursés par l'assurance maladie-invalidité, les frais afférents aux prestations qui sont exigées par les employeurs, par les organismes privés ou par les pouvoirs publics. (Sont notamment visées les prestations effectuées en vue de la délivrance d'attestations d'aptitude ou de certificats exigés par les clubs sportifs, fédérations ou autres organismes privés ou publics.)
  Il en est de même lorsque les frais afférents à ces prestations sont entièrement à charge des pouvoirs publics, d'un établissement public ou d'utilité publique.
  Lorsque les frais afférents à ces prestations ne sont que partiellement à charge des pouvoirs publics, d'un établissement public, ou d'utilité publique, l'organisme assureur rembourse la différence à concurrence des tarifs de l'assurance.
  (...).
HOOFDSTUK Vbis. - Verbod van verzekeringstegemoetkoming voor sommige geneeskundige verstrekkingen.
CHAPITRE Vbis. - De l'interdiction de l'intervention de l'assurance pour certaines prestations de santé.
Art. 7bis. (zie NOTA in OPSCHRIFT) Voor de technische diagnoseverstrekkingen die zijn uitgevoerd ingaande op een initiatief van de werkgever dat zich richt tot alle personeelsleden of tot een deel van het personeel van zijn onderneming of van een van zijn diensten, mag geen tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging worden verleend.
  De verzekeringsinstellingen houden elke tegemoetkoming in beraad voor verstrekkingen waarvan zij menen dat daarop het eerste lid van toepassing is. Tegelijkertijd leggen zij elk geval voor aan de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering die, nadat hij het geval heeft onderzocht, verslag uitbrengt in het Beheerscomité van die dienst.
  De Dienst voor geneeskundige verzorging kan ook op gelijk welke andere wijze in kennis worden gesteld van toestanden waarop het eerste lid kan worden toegepast.
  Het Beheerscomité van de Dienst voor geneeskundige verzorging beslist in elk geval of de gelaakte verstrekkingen zijn verleend onder in het eerste lid bedoelde voorwaarden.
Art. 7bis. (voir NOTE sous INTITULE) Ne peuvent faire l'objet de l'intervention de l'assurance-soins de santé les prestations techniques de diagnostic qui sont effectuées en réponse à une initiative de l'employeur s'adressant à l'ensemble ou à une partie du personnel de son entreprise ou de l'un de ses services.
  Les organismes assureurs tiennent en suspens toute intervention pour des prestations qu'ils estiment relever de l'application de l'alinéa premier. Dans le même temps, ils saisissent de chaque cas le Service des soins de santé de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité qui, après avoir instruit le cas, fait rapport au Comité de gestion dudit service.
  Le Service des soins de santé peut également être saisi par toutes autres voies de situations pouvant relever de l'application de l'alinéa premier.
  Le Comité de gestion du Service des soins de santé décide, dans chaque cas, si les prestations incriminées ont été dispensées dans les conditions visées à l'alinéa premier.
Art. 7ter. (zie NOTA in OPSCHRIFT) § 1. Voor de verstrekkingen die door een kinesitherapeut of een verpleegkundige zijn verleend, mag de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging alleen worden toegekend als de bedoelde verstrekkingen door de verzorgingsverstrekkers zijn vermeld in een persoonlijk boek met de verzorgingsverstrekkingen.
  § 2. Voor de verstrekkingen die zijn verleend hetzij door een kinesitherapeut in zijn privé-spreekkamer, in de tijdelijke of definitieve gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats van bejaarden of mindervaliden, in een polikliniek, een kliniek, een ziekenhuis of enige andere verzorgingsinrichting, hetzij door een verpleegkundige in de tijdelijke woon- of verblijfplaats van bejaarden of mindervaliden, in een dispensarium of een polikliniek waar rechthebbenden ambulant worden behandeld of in een raadplegingsdienst voor ambulante zieken, die bij een kliniek, een ziekenhuis of enig andere verzorgingsinrichting hoort, moet in elk behandelingscentrum, per verzorgingsverstrekker, bestendig een boek met de verzorgingsverstrekkingen worden gehouden, dat ter plaatse ter inzage moet liggen van de Dienst voor geneeskundige controle van het R.I.Z.I.V..
  § 3. In ieder boek met de verzorgingsverstrekkingen dienen per halve dag activiteit de volgende inlichtingen te worden opgetekend :
  1. de datum waarop de verstrekkingen zijn verricht;
  2. het uur van begin van de eerste verstrekking en van einde van de laatste verstrekking die in het behandelingscentrum is verleend;
  3. de identiteit van de rechthebbenden;
  4. (de aard van de verleende verstrekkingen, op grond van de omschrijvingen die zijn vermeld in de in artikel 24 van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering bedoelde nomenclatuur der geneeskundige verstrekkingen).
  Na elke halve dag activiteit moeten deze inlichtingen worden gevolgd door de handtekening van de verzorgingsverstrekker.
  Het boek met de verzorgingsverstrekkingen dat de verzorgingsverstrekker houdt in zijn privé-spreekkamer, of bij gebreke hiervan het boek met de verzorgingsverstrekkingen dat hij houdt in zijn belangrijkste behandelingscentrum, dient daarenboven de uren te vermelden tijdens dewelke hij in een ander behandelingscentrum aktief is.
  § 4. De verstrekkingen die zijn verleend in de persoonlijke woon- of verblijfplaats van de rechthebbenden worden opgetekend in het boek met de verzorgingsverstrekkingen dat wordt gehouden in de privé-spreekkamer van de verzorgingsverstrekker of in zijn belangrijkste behandelingscentrum.
  De verzorgingsverstrekker, die uitsluitend verstrekkingen verleent in de woon- of verblijfplaats van de rechthebbenden, houdt het boek met de verzorgingsverstrekkingen bij in zijn woonplaats.
  (§ 5. Het boek met de geneeskundige verstrekkingen dient nog te worden bewaard gedurende ten minste vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de laatste verstrekking daarin is opgetekend.)
Art. 7ter. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. Les prestations dispensées par un kinésithérapeute ou un praticien de l'art infirmier ne peuvent faire l'objet de l'intervention de l'assurance-soins de santé que lorsqu'elles sont mentionnées par ces dispensateurs de soins dans un livre personnel des prestations de soins.
  § 2. Pour les prestations dispensées soit par un kinésithérapeute à son cabinet privé, au domicile ou résidence communautaires, momentanés ou définitifs de personnes âgées ou handicapées, dans une polyclinique, une clinique, un hôpital ou tout autre établissement de soins, soit par un praticien de l'art infirmier au domicile ou résidence communautaires, momentanés ou définitifs, de personnes âgées ou handicapés, dans un dispensaire ou une polyclinique ou des bénéficiaires sont traités ambulatoirement ou dans un service de consultation pour malades ambulants annexé à une clinique, à un hôpital ou tout autre établissement de soins, il doit être tenu en permanence dans chaque centre de traitement, par dispensateur de soins, un livre des prestations de soins qui doit être à la disposition du Service du contrôle médical de l'I.N.A.M.I..
  § 3. Dans chaque livre des prestations de soins doivent être repris par demi-journée d'activité, les renseignements suivants :
  1. la date à laquelle les prestations sont effectuées;
  2. l'heure de début de la première prestation et de fin de la dernière prestation dispensées dans le centre de traitement;
  3. l'identité des bénéficiaires;
  4. (la nature des prestations dispensées sur la base des libellés, mentionnés dans la nomenclature des prestations de santé visée à l'article 24 de la loi du 9 août 1963 instituant et organisant un régime d'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité).
  Après chaque demi-journée d'activité, ces renseignements doivent être suivis de la signature du dispensateur de soins.
  Le livre des prestations de soins que le dispensateur de soins tient dans sont cabinet privé ou, à défaut de cela, le livre des prestations de soins qu'il tient dans sont plus important centre de traitement doit en outre renseigner les heures pendant lesquelles il exerce son activité dans un autre centre de traitement.
  § 4. Les prestations dispensées au domicile ou à la résidence personnels des bénéficiaires sont reprises au livre des prestations de soins qui est tenu au cabinet privé du dispensateur de soins ou dans le centre le plus important de traitement.
  Le dispensateur de soins, qui dispense exclusivement des prestations au domicile ou à la résidence des bénéficiaires, tient le livre des prestations de soins à jour à son domicile.
  (§ 5. Le livre des prestations de soins doit encore être conservé au moins cinq ans à compter de la date d'inscription de la dernière prestation y mentionnée.)
HOOFDSTUK VI. - Weigering van de geneeskundige verstrekkingen.
CHAPITRE VI. - Du refus des prestations de santé.
Art.8. (zie NOTA in OPSCHRIFT) De in vorenbedoelde wet van 9 augustus 1963 bepaalde geneeskundige verstrekkingen worden geweigerd zolang de rechthebbende in een gevangenis is opgesloten, of in een gesticht voor sociale bescherming is geinterneerd, of in een bedelaarsgesticht is geplaatst.
  (Deze weigering geldt niet voor geneeskundige verstrekkingen tijdens de periode gedurende dewelke de rechthebbende zich ten gevolge van een beslissing van de bevoegde overheid buiten de gevangenis of het gesticht voor sociale bescherming bevindt onder toepassing van de maatregel van halve vrijheid of electronisch toezicht waarvan de modaliteiten bepaald worden door de Minister van Justitie.)
Art.8. (voir NOTE sous INTITULE) Les prestations de santé prévues par la loi du 9 août 1963 susvisée sont refusées aussi longtemps que le bénéficiaire est détenu en prison ou est interné dans un établissement de défense sociale ou placé dans un dépôt de mendicité.
  (Ce refus ne vaut pas pour les prestations de santé délivrées au cours de la période pendant laquelle le bénéficiaire se trouve, à la suite d'une décision de l'autorité compétente, hors de la prison ou hors de l'établissement de défense sociale, en application de la mesure de semi-liberté ou de surveillance électronique dont les modalités sont fixées par le Ministre de la Justice.)
HOOFDSTUK VII. - Opneming in een ziekenhuis.
CHAPITRE VII. - De l'hospitalisation.
Art.9. (zie NOTA in OPSCHRIFT) § 1. Wanneer het niet mogelijk is op ambulante wijze een diagnose te stellen, een therapie toe te passen of een besmettelijke zieke daadwerkelijk af te zonderen, mag de rechthebbende worden opgenomen in een ziekenhuisdienst die daartoe is erkend door de daarvoor bevoegde Minister.
  Een verklaring van opneming wordt opgemaakt door de beoefenaar van de geneeskunst, werkzaam of toegelaten in een ziekenhuis, en wordt door het ziekenhuis bij het administratief dossier van de zieke gevoegd. De geneesheer die het toezicht uitoefent op de in een ziekenhuis opgenomen rechthebbende, ontslaat deze zodra de in het eerste lid vermelde voorwaarden tot opneming niet meer vervuld zijn. De adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling kan nochtans vaststellen dat de voorwaarden voor ziekenhuisopneming, vermeld in het eerste lid, niet meer vervuld zijn : in die gevallen wordt een einde gemaakt aan de verzekeringstegemoetkoming in de verpleegkosten.
  Voor de rechthebbenden die krachtens een beschermingsmaatregel zijn opgenomen (wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke), worden de opneming en de ziekenhuisverpleging als vereist beschouwd.
  De opzegging of wijziging door de verzekeringsinstelling van een betalingsverbintenis waarvan vroeger kennis is gegeven, kan nooit terugwerkende kracht hebben. Een dergelijke opzegging of wijziging heeft op zijn vroegst uitwerking de dag van ontvangst ervan door de verplegingsinrichting.
  Evenwel wat de psychiatrische inrichtingen betreft, in geval van kennisgeving van een wijziging met terugwerkende kracht van de hoegrootheid van de verzekeringstegemoetkoming in functie van de reglementaire tegemoetkomingscriteria, gaat de inrichting, op verzoek van de verzekeringsinstelling, over tot de regularisatie van de bedragen die moeten worden verbeterd, voor zover op het ogenblik dat zij de kennisgeving ontvangt, de rechthebbende steeds ter verpleging is opgenomen en de periode waarop de regularisatie betrekking heeft, niet meer dan zes maanden bedraagt. In de andere gevallen wordt de regularisatie ten aanzien van de rechthebbende door de verzekeringsinstelling verricht.
  § 2. 1. Bij elke opneming van een rechthebbende in het ziekenhuis zendt de verplegingsinrichting, binnen drie werkdagen na de dag van de opneming, aan de verzekeringsinstelling een in tweevoud opgemaakte kennisgeving van ziekenhuisverpleging en betalingsverbintenis conform de modellen vervat in bijlage 47, a en b. (Bij het versturen ervan bewaart de verpleeginrichting hiervan een dubbel, volgens het model vervat in bijlage 47 c.)
  2. Binnen drie werkdagen na de dag van ontvangst van de kennisgeving van ziekenhuisverpleging en betalingsverbintenis, stuurt de verzekeringsinstelling één exemplaar van dat bescheid terug naar de verplegingsinrichting ter kennisgeving van haar akkoord tot tenlasteneming of geeft ze kennis aan de verplegingsinrichting van haar eventuele weigering om de betalingsverbintenis af te leveren.
  De verzekeringsinstellingen zijn gemachtigd om hun beslissing inzake de tenlasteneming van de kosten voortkomend uit de opneming van een rechthebbende bekend te maken binnen de termijn die in het eerste lid van onderhavig punt 2 is bepaald, via een document van betalingsverbintenis of van weigering tot betalingsverbintenis dat door hen conform de modellen vervat in (bijlage 47, d en e) is opgesteld.
  3. De kennisgeving van akkoord tot tenlasteneming of van weigering geldt vanaf het begin van de ziekenhuisverpleging.
  4. Voor zover de verplegingsinrichting de vormen en termijnen in acht heeft genomen die onder § 2.1 zijn vastgesteld voor het doorzenden van de kennisgeving van ziekenhuisverpleging en betalingsverbintenis, wordt de betalingsverbintenis als verworven beschouwd indien de verzekeringsinstelling de onder § 2.2 bepaalde formaliteiten niet binnen de vastgestelde termijn vervult.
  5. In geval van een beschermingsmaatregel (wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke) is de inrichting verplicht om bij het document " kennisgeving van ziekenhuisverpleging en betalingsverbintenis " een afschrift te voegen van het advies waarbij de vrederechter of, in spoedeisend geval, de Procureur des Konings, eist dat tot de opneming van een rechthebbende zou worden overgegaan of, op zijn minst, dat dit document binnen de 8 dagen na de opneming aan de verzekeringsinstelling zou worden toegezonden.
  6. De verzekeringsinstelling mag de nietigheid van een betalingsverbintenis waarvan reeds kennis is gegeven, niet aanvoeren om redenen van verzekerbaarheid.
  § 3. Indien de ziekenhuisverpleging langer duurt dan vijftien kalenderdagen, zendt het ziekenhuis, uiterlijk de vijftiende dag van de ziekenhuisverpleging, aan de adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling een aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging in drie exemplaren conform de modellen vervat in bijlagen 48, a, 48, b en 48, c. Deze bepaling sluit niet uit dat de bevoegde controleorganen tussenbeide kunnen komen tijdens een opneming in een ziekenhuis waarvan de duur gelijk is aan of korter is dan vijftien dagen.
  De adviserend geneesheer geeft aan het ziekenhuis kennis van zijn beslissing binnen twee werkdagen na de dag van ontvangst van de aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging.
  Telkens wanneer de ziekenhuisverpleging langer duurt dan het door de adviserend geneesheer vastgestelde tijdvak, zendt het ziekenhuis, uiterlijk de laatste dag van dat tijdvak, aan de adviserend geneesheer een nieuwe aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging.
  Het ziekenhuis voegt een exemplaar van de aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging bij de verpleegnota die het naar de verzekeringsinstelling stuurt. Indien dat bescheid ook latere verpleegnota's voor eenzelfde rechthebbende dekt, wordt op de verpleegnota's het doorzenden van dat bescheid in herinnering gebracht met opgave van datum en kenmerken van de verpleegnota waarbij dat bescheid was gevoegd.
  § 4. In geval van een beschermingsmaatregel, wanneer het verder verblijf in de instelling na opneming ter observatie noodzakelijk wordt geacht, en conform de bepalingen van artikel 13 van de voornoemde wet van 26 juni 1990 is beslist, zendt het ziekenhuis, uiterlijk de 40e dag van de ziekenhuisverpleging, een aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging aan de adviserend geneesheer zoals bedoeld in het eerste lid van punt 1 van § 2. Die verlenging van ziekenhuisverpleging wordt toegekend voor een periode van maximum 2 jaar : van deze verlenging wordt binnen de in het tweede lid van punt 1 van § 2 vermelde termijnen kennis gegeven; ze kan telkens worden vernieuwd voor nieuwe periodes van 2 jaar.
  § 5. Bij elk ontslag uit het ziekenhuis zendt dit laatste, binnen twee werkdagen na de laatste dag van ziekenhuisverpleging, aan de adviserend geneesheer een kennisgeving van einde ziekenhuisverpleging in twee exemplaren conform de modellen vervat in bijlage 49, a en 49, b.
  § 6. In geval van herhaalde vertraging in het verzenden van de bescheiden waarin is voorzien in de §§ 2, 3, 4 en 5, verwittigt de verzekeringsinstelling het ziekenhuis daarvan met een aangetekende brief. Indien het ziekenhuis binnen dertig dagen geen enkele maatregel heeft genomen om een regelmatig toezenden van de bescheiden te waarborgen, mag de verzekeringsinstelling de tegemoetkoming van de ziekteverzekering bij elke late toezending weigeren voor de verpleegkosten die overeenstemmen met de dagen vertraging.
  Het ziekenhuis mag de verpleegkosten met betrekking tot de dagen waarvoor de tegemoetkoming aldus geweigerd is, niet aanrekenen aan de rechthebbende.
  § 7. Voor de toepassing van dit artikel :
  - wordt de zaterdag niet als werkdag beschouwd;
  - worden de verloven toegestaan in het raam van de toepassing van de nationale overeenkomsten, afgesloten tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen, alsmede de weekeindverloven geacht de opneming niet te onderbreken;
  (- worden de dagen afwezigheid voor therapeutische doeleinden, welke in de psychiatrische inrichtingen en diensten zijn toegestaan in het raam van de toepassing van de vorenbedoelde nationale overeenkomsten, eveneens geacht de opneming niet te onderbreken. De psychiatrische inrichtingen en diensten zijn evenwel verplicht de verzekeringsinstelling van de rechthebbende in te lichten over het verlof dat is genomen.)
  § 8. De Dienst voor Geneeskundige Verzorging mag afwijkingen toestaan in verband met de in §§ 2, 3, en 5 bepaalde modellen, voor zover die afwijkingen de basistekst in de vastgestelde volgorde, het eenvormig formaat en de mogelijkheid van rechtstreekse doordruk waarborgen.
  § 9. Behoudens andersluidend schriftelijk verzoek van de verzekeringsinstelling, moeten de in de §§ 2, 3 en 5 bedoelde bescheiden rechtstreeks aan de zetel van het betrokken Ziekenfonds, gewestelijke dienst of aan het gewestelijk geneeskundig Centrum van de Kas der geneeskundige verzorging van de N.M.B.S. worden verzonden.
  (§ 10. In afwijking van de bepalingen van de §§ 2 tot 9 kan de kennisgeving van ziekenhuisverpleging, de betalingsverbintenis of de weigering tot betalingsverbintenis, de aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging, het akkoord van de adviserend geneesheer voor een verlenging van ziekenhuisverpleging en de kennisgeving van einde ziekenhuisverpleging, tussen de partijen op elektronische wijze worden overgemaakt.
  Deze gegevensoverdracht moet gebeuren volgens de modaliteiten die worden vastgesteld door het Verzekeringscomité voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut.
  Deze gegevensoverdracht is enkel mogelijk indien de bepalingen van het protocol, gesloten op 19 april 2001 tussen de representatieve organisaties van de verpleeginrichtingen en de verzekeringsinstellingen, houdende de voorwaarden en modaliteiten volgens welke bewijskracht kan worden gegeven tot het bewijs van het tegendeel aan gegevens die worden opgeslagen of bewaard door middel van een elektronische, fotografische, optische of elke andere techniek of medegedeeld op een andere wijze dan op een papieren drager, evenals de voorwaarden en modaliteiten volgens welke deze gegevens worden weergegeven op papieren drager of op elke andere leesbare drager, en dit in toepassing van het koninklijk besluit van 27 april 1999 betreffende de bewijskracht van de door de zorgverleners en de verzekeringsinstellingen opgeslagen, verwerkte, opgeslagen of meegedeelde gegevens, worden toegepast.)
Art.9. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. Lorsqu'il n'est pas possible, de manière ambulatoire, de poser un diagnostic, d'appliquer une thérapeutique ou d'isoler effectivement un contagieux, le bénéficiaire peut être hospitalisé dans un service hospitalier agréé à cet effet par le Ministre compétent en la matière.
  Une déclaration d'hospitalisation est établie par le praticien de l'art de guérir travaillant ou admis dans un hôpital et versée par l'hôpital dans le dossier administratif du malade. Le médecin qui effectue la surveillance du bénéficiaire hospitalisé, fait sortir celui-ci dès que les conditions d'hospitalisation prévues à l'alinéa premier ne sont plus remplies. Le médecin-conseil de l'organisme assureur peut cependant constater que les conditions d'hospitalisation prévues à l'alinéa 1er ne sont plus remplies : dans ces cas, il est mis fin à l'intervention de l'assurance dans les frais d'hospitalisation.
  Pour les bénéficiaires hospitalisés en vertu d'une mesure de protection (loi du 26 juin 1990 relative à la protection de la personne des malades mentaux), l'admission et l'hospitalisation sont considérées comme étant exigées.
  La dénonciation ou la modification par l'organisme assureur d'un engagement de paiement notifié antérieurement ne peut jamais avoir un effet rétroactif. Une pareille dénonciation ou modification sortit ses effets au plus tôt le jour de sa réception par l'établissement hospitalier.
  Toutefois, en ce qui concerne les établissements psychiatriques, en cas de notification avec effet rétroactif d'une modification du taux de l'intervention de l'assurance en fonction des critères d'intervention réglementaires, l'établissement procède, à la demande de l'organisme assureur, à la régularisation des montants à rectifier, pour autant qu'au moment où il reçoit la notification, le bénéficiaire soit toujours hospitalisé et que la période sur laquelle doit porter la régularisation ne dépasse pas six mois. Dans les autres cas, la régularisation à l'égard du bénéficiaire est faite par l'organisme assureur.
  § 2. 1. Lors de chaque hospitalisation d'un bénéficiaire, l'établissement hospitalier envoie à l'organisme assureur, dans les trois jours ouvrables qui suivent le jour de l'admission, une notification d'hospitalisation et d'engagement de paiement établie en double exemplaire, conforme aux modèles figurant aux annexes 47, a et b. (Lors de sa transmission, l'établissement hospitalier en conserve un double, selon le modèle figurant en annexe 47c.)
  2. Dans les trois jours ouvrables qui suivent le jour de la réception de la notification d'hospitalisation et d'engagement de paiement, l'organisme assureur renvoie un exemplaire de ce document à l'établissement hospitalier en vue de notifier son accord sur la prise en charge ou il communique à l'établissement hospitalier son refus éventuel de délivrer l'engagement de paiement.
  Les organismes assureurs sont habilités à communiquer leur décision quant à la prise en charge des frais découlant de l'hospitalisation d'un bénéficiaire, dans le délai fixé à l'alinéa premier du présent point 2, et ce, par le biais d'un document d'engagement de paiement ou de refus d'engagement de paiement qu'ils ont rédigé conformément aux modèles figurant aux (annexes 47, d et e).
  3. La notification de l'accord de prise en charge ou de refus est valable à partir du début de l'hospitalisation.
  4. Pour autant que l'établissement hospitalier ait respecté les formes et délais fixés au § 2.1 pour la transmission de la notification d'hospitalisation et d'engagement de paiement, l'engagement de paiement est considéré comme étant acquis si l'organisme assureur ne remplit pas la formalité visée au § 2.2 dans le délai prévu.
  5. Dans le cas d'une mesure de protection (loi du 26 juin 1990 relative à la protection de la personne des malades mentaux), l'établissement est tenu de joindre au document " notification d'hospitalisation et d'engagement de paiement " une copie de l'avis par lequel il a été requis par le Juge de Paix ou, en cas d'urgence, le Procureur du Roi, de procéder à l'hospitalisation du bénéficiaire ou à tout le moins, de faire parvenir ce document à l'organisme assureur dans les huit jours suivant l'hospitalisation.
  6. L'organisme assureur ne peut pas invoquer pour des raisons d'assurabilité, la nullité d'un engagement de paiement déjà notifié.
  § 3. Au cas où la durée de l'hospitalisation dépasse quinze jours civils, l'hôpital envoie, au plus tard le quinzième jour de l'hospitalisation, au médecin-conseil de l'organisme assureur une demande de prolongation d'hospitalisation en trois exemplaires conformes aux modèles figurant aux annexes 48, a, 48, b et 48, c. Cette disposition n'exclut pas que les organes de contrôle compétents puissent intervenir lors d'une hospitalisation d'une durée égale ou inférieure à quinze jours.
  Le médecin-conseil notifie sa décision à l'hôpital dans les deux jours ouvrables qui suivent le jour de la réception de la demande de prolongation d'hospitalisation.
  Chaque fois que la durée de l'hospitalisation dépasse la période fixée par le médecin-conseil, l'hôpital envoie au médecin-conseil, au plus tard le dernier jour de cette période, une nouvelle demande de prolongation d'hospitalisation.
  L'hôpital joint un exemplaire de la demande de prolongation d'hospitalisation à la note d'hospitalisation qu'il envoie à l'organisme assureur. Au cas où ce document couvre également des notes d'hospitalisation ultérieures pour un même bénéficiaire, celles-ci rappellent la transmission de ce document en mentionnant la date et les références de la note d'hospitalisation à laquelle ce document était joint.
  § 4. Dans le cas d'une mesure de protection, lorsque le maintien de l'hospitalisation est jugé nécessaire après admission pour observation et a été décidé conformément aux dispositions de l'article 13 de la loi du 26 juin 1990 susmentionnée, l'hôpital envoie au médecin-conseil, au plus tard le quarantième jour de l'hospitalisation, une demande de prolongation d'hospitalisation comme le stipule l'alinéa premier du point 1 du § 2. La prolongation de l'hospitalisation est accordée pour une période de 2 ans maximum : cette prolongation est notifiée dans les délais prévus au deuxième alinéa du point 1 du § 2; elle peut toutefois être renouvelée pour de nouvelles périodes de deux ans.
  § 5. A la fin de chaque hospitalisation, l'hôpital envoie au médecin-conseil, dans les deux jours ouvrables qui suivent le dernier jour de l'hospitalisation, un avis de fin d'hospitalisation en deux exemplaires, conformes aux modèles figurant aux annexes 49, a et 49, b.
  § 6. En cas de retard répété dans l'envoi des documents prévus aux §§ 2, 3, 4 et 5, l'organisme assureur en avertit l'hôpital par lettre recommandée. Si dans les trente jours aucune mesure n'a été prise par l'hôpital en vue de garantir un envoi régulier des documents, l'organisme assureur peut refuser l'intervention de l'assurance maladie lors de chaque envoi tardif pour les frais d'hospitalisation qui correspondent aux jours de retard.
  L'hôpital ne peut pas porter en compte au bénéficiaire les frais d'hospitalisation relatifs aux jours pour lesquels l'intervention est ainsi refusée.
  § 7. Pour l'application du présent article :
  - le samedi n'est pas considéré comme jour ouvrable;
  - les congés accordés dans le cadre de l'application des conventions nationales conclues entre les hôpitaux et les organismes assureurs, ainsi que les congés de fin de semaine sont censés ne pas interrompre l'hospitalisation;
  (- les journées d'absence à visée thérapeutique accordées dans le cadre de l'application des conventions nationales susvisées dans les établissements et services psychiatriques sont également censées ne pas interrompre l'hospitalisation. Les établissements et services psychiatriques sont toutefois tenus d'informer l'organisme assureur du bénéficiaire de la prise de congé.)
  § 8. Le Service des Soins de santé peut accorder des dérogations en ce qui concerne les modèles prévus aux §§ 2, 3 et 5 pour autant que ces dérogations garantissent le texte de base dans l'ordre fixé, le format uniforme et la possibilité de reproduction directe.
  § 9. Sauf demande écrite contraire de la part de l'organisme assureur, les documents prévus aux §§ 2, 3 et 5 doivent être adressés directement au siège de la mutualité intéressée, à l'Office régional concerné ou au Centre médical régional de la Caisse des soins de santé de la S.N.C.B.
  (§ 10. Par dérogation aux dispositions des §§ 2 à 9, la notification d'hospitalisation, l'engagement de paiement ou le refus d'engagement de paiement, la demande de prolongation d'hospitalisation, l'accord du médecin-conseil pour une prolongation d'hospitalisation et l'avis de fin d'hospitalisation peuvent être transmis entre les parties par voie électronique.
  Cette transmission de données doit s'effectuer suivant les modalités définies par le Comité de l'assurance soins de santé de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.
  Cette transmission de données n'est possible qu'à condition que les dispositions du protocole conclu le 19 avril 2001 entre les organisations représentatives des hôpitaux et les organismes assureurs, portant les conditions et les modalités selon lesquelles force probante peut être accordée jusqu'à preuve du contraire aux données qui sont enregistrées ou conservées au moyen d'un procédé électronique, photographique, optique ou de toute autre technique ou communiquées d'une autre manière que sur un support papier, ainsi que les conditions et les modalités selon lesquelles ces données sont reproduites sur papier ou sur tout autre support lisible, et ce en application de l'arrêté royal du 27 avril 1999 relatif à la force probante des données enregistrées, traitées, reproduites ou communiquées par les dispensateurs de soins et les organismes assureurs, soient appliquées.)
HOOFDSTUK VIIbis. - Farmaceutische verstrekkingen.
CHAPITRE VIIbis. - Des fournitures pharmaceutiques.
Art. 9bis. (zie NOTA in OPSCHRIFT) § 1. (Opgeheven).
  § 2. (Opgeheven).
  § 3. (Opgeheven).
  § 4. (Opgeheven).
  § 5. (Opgeheven).
  § 6. (Opgeheven).
  § 7. (Opgeheven).
  (§ 8. Op gemotiveerd verslag van de behandelende arts verbonden aan een ziekenhuisdienst die speciaal is uitgerust om personen met ernstige brandwonden, die er opgenomen zijn, te verzorgen, kan de adviserende geneesheer de forfaitaire vergoeding van desinfecterende baden machtigen, met dien verstande dat deze machtiging een bepaalde periode kan dekken die zal afhangen van de toestand van de patiënt en van de aard en de localisering van de brandwonden.
  Deze forfaitaire vergoeding bedraagt (25,95 EUR) per dag, behalve indien het om een patiënt gaat met geïsoleerde brandwonden op de distale helft van één der vier ledematen : in dit geval bedraagt het forfait (10,41 EUR) per dag.
  De aldus vastgestelde bedragen dekken de kosten der aangewende desinfectantia en antiseptica.)
  § 9. (Opgeheven).
  § 10. (De adviserende geneesheer kan, onder bepaalde voorwaarden, de vergoeding machtigen van de afgeleverde zakken bestemd voor parenterale voeding ten huize van de patiënt, waarvan het voorschrift uitgaat van een praktizerend geneesheer die samenwerkt met een medisch ziekenhuisteam waarvan de ervaring in deze materie onbetwistbaar is.)
  Met het oog daarop wordt hem door de behandelende arts, verbonden aan dat ziekenhuis een aanvraag toegezonden met een volledig medisch verslag op grond waarvan de parenterale voeding thuis en de vermoedelijke duur ervan worden verantwoord en waaruit blijkt dat de patiënt aan een van de volgende aandoeningen lijdt :
  (A. tijdelijke of blijvende intestinale insufficiëntie ten gevolge van :
  1° idiopatische inflammatoire intestinale ziekten (ziekte van Crohn, colitis ulcerosa) :
  - die geneesmiddelenresistent zijn en;
  - uitgebreide segmenten van het ileum hebben aangetast;
  2° uitgebreide intestinale resecties;
  3° ernstige stoornissen van de intestinale motoriek;
  4° zeer ernstige intestinale malabsorptie ten gevolge van :
  - radio-enteritis;
  - totale darmvlokkenatrofie (coeliakie) of equivalente aandoeningen;
  - intestinale lymfomen;
  - chronische pancreatitis waarvan wordt aangetoond dat orale of maagsondevoeding onmogelijk is;
  5° surinfectie van het spijsverteringskanaal bij patiënten die lijden aan acquired immune deficiency syndrome;
  6° aanhoudende diarree bij kinderen, aangeboren of verworven (Idiopatic Prolonged Diarrhea);
  7° chronische diarree bij kinderen na beenmerg- of orgaantransplantatie;)
  B. het intestinaal inactiveren om therapeutische motieven wegens fistels als verwikkeling bij een van sub A opgesomde aandoeningen;
  (C. proteo-calorische malnutritie die wordt aangetoond door :
  - ofwel een verlaging van het lichaamsgewicht (droog gewicht na hemodialyse) gelijk aan 10 % of meer tijdens de laatste 12 maanden,
  - ofwel een pre-albuminegehalte lager dan 0,3 g/l,
  bij gehemodialyseerde patiënten voor wie is aangetoond dat het dialysevoorschrift adequaat is door een van de evaluatiemethoden van de Kt/V die minimum gelijk aan 0,9 moet zijn.)
  Die machtiging, welke geldig blijft zolang er aan die voorwaarden is voldaan, kan enkel betrekking hebben op zakken die werden bereid in de ziekenhuisofficina.
  (Alle kosten die betrekking hebben op de farmaceutische produkten die voorkomen in de samenstelling van voornoemde zakken en niet opgenomen zijn in de nomenclatuur, bedoeld in artikel 34 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, de kosten die betrekking hebben op het aangewende bereidingsmateriaal en op de bereiding zelf, evenals de kosten voor het materiaal dat nodig is voor de toediening, met uitzondering van de pomp en de staander voor perfusie, worden door de verzekering voor geneeskundige verzorging forfaitair vergoed zodat aan de patiënt geen supplementen mogen worden aangerekend.
  Dat forfait bedraagt per bereide zak (61,97 EUR) voor de patiënten ouder dan 18 jaar, en (69,41 EUR) voor de patiënten jonger dan 18 jaar.
  De vergoedbare farmaceutische produkten, verwerkt in de oplossing, worden afzonderlijk door de verzekering vergoed onder de voorwaarden vastgesteld in artikel 15, § 2, van het koninklijk besluit van 2 september 1980 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering tegemoetkomt in de kosten van de farmaceutische produkten, met dien verstande dat het aandeel van de rechthebbende (0,62 EUR) per dag bedraagt tijdens de ganse periode welke door de machtiging van de adviserend geneesheer is gedekt, zoals bepaald is bij artikel 2-b) van het koninklijk besluit van 7 mei 1991 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden in de kosten van de in het raam van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen vergoedbare farmaceutische verstrekkingen.
  Op de factuur welke de verplegingsinrichting aan de verzekeringsinstelling toezendt, zullen benevens het machtigingsnummer door de adviserend geneesheer toegekend, de voornoemde forfaits worden vermeld, evenals het door de verzekering verschuldigde aandeel in de kosten der vergoedbare farmaceutische produkten en de gedetailleerde lijst van alle in de zak verwerkte produkten.)
  § 11. (Opgeheven).
  § 12. (Opgeheven).
  § 13. (Opgeheven).
  § 14. (Opgeheven).
  § 15. (Opgeheven).
  § 16. (Opgeheven).
Art. 9bis. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. (Abrogé).
  § 2. (Abrogé).
  § 3. (Abrogé).
  § 4. (Abrogé).
  § 5. (Abrogé).
  § 6. (Abrogé).
  § 7. (Abrogé).
  (§ 8. Sur rapport motivé du médecin traitant, attaché à un service hospitalier équipé spécialement pour soigner des grands brûlés qui y sont hospitalisés, le médecin-conseil peut autoriser le remboursement forfaitaire de bains désinfectants, étant entendu que cette autorisation peut couvrir une période déterminée qui sera fonction de l'état du patient et de la nature et de la localisation des brûlures.
  Ce forfait remboursable est de (25,95 EUR) par jour sauf s'il s'agit d'un patient présentant des brûlures isolées sur la moitié distale d'un des quatre membres : le forfait est dans ce cas de (10,41 EUR) par jour.
  Les montants ainsi fixés couvrent le coût des désinfectants et antiseptiques utilisés.)
  § 9. (Abrogé).
  § 10. (Le médecin-conseil peut, dans certaines conditions, autoriser le remboursement des poches destinées à la nutrition parentérale au domicile du patient, dont la prescription émane d'un praticien travaillant en collaboration avec une équipe médicale hospitalière ayant une expérience incontestable en la matière.)
  A cette fin, le médecin traitant attaché à cet hôpital lui envoie une demande accompagnée d'un rapport médical complet justifiant la nutrition parentérale à domicile ainsi que la durée probable de celle-ci, et dont il appert que le patient est atteint d'une des affections suivantes :
  (A. insuffisance intestinale temporaire ou permanente à la suite de :
  1° maladies inflammatoires idiopathiques de l'intestin (maladie de Crohn, colite ulcéreuse) :
  - résistantes aux médicaments et;
  - ayant atteint des segments étendus de l'intestin;
  2° résections intestinales étendues;
  3° troubles graves de la motricité intestinale;
  4° malabsorption intestinale très sévère consécutive à :
  - entérite radique;
  - atrophie totale villositaire (maladie coeliaque) ou affections équivalentes;
  - lymphones intestinaux;
  - pancréatite chronique dont il est démontré que la nutrition par voie orale ou par sonde entérale est impossible;
  5° surinfection du tube digestif chez les patients atteints du syndrome d'immunodéficience acquise;
  6° diarrhée rebelle de l'enfant, d'origine congénitale ou acquise (Idiopatic Prolonged Diarrhea);
  7° diarrhée chronique chez l'enfant après greffe de moelle ou d'organe;)
  B. la mise au repos intestinale pour motif thérapeutique pour des fistules, complication d'une des affections citées sous A;
  (C. malnutrition protéo-calorique démontrée par :
  - soit une diminution du poids corporel (poids sec après hémodialyse) égale à 10 % ou plus au cours des 12 derniers mois,
  - soit un taux de pré-albumine inférieur à 0,3 g/l,
  chez des patients hémodialysés pour lesquels il est démontré que la prescription de dialyse est adéquate par une des méthodes d'évaluation du Kt/V qui doit être au minimum égal à 0,9.)
  Cette autorisation, qui reste valable aussi longtemps que lesdites conditions sont remplies, ne peut concerner que des poches préparées dans l'officine hospitalière.
  (Tous les coûts relatifs aux produits pharmaceutiques intervenant dans la composition desdites poches qui ne sont pas repris dans la nomenclature visée à l'article 34 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994, les coûts relatifs au matériel de préparation utilisé et à la préparation elle-même ainsi que les coûts relatifs au matériel nécessaire à l'administration à l'exclusion de la pompe et du pied à perfusion, sont remboursés forfaitairement par l'assurance soins de santé de sorte qu'aucun supplément ne peut être facturé au patient.
  Par poche préparée, ce forfait est de (61,97 EUR> pour des patients âgés de plus de 18 ans et de (69,41 EUR) pour des patients de moins de 18 ans.
  Les produits pharmaceutiques remboursables incorporés dans la solution sont remboursés séparément par l'assurance dans les conditions fixées à l'article 15, § 2 de l'arrêté royal du 2 septembre 1980 fixant les conditions dans lesquelles l'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité intervient dans le coût des fournitures pharmaceutiques, étant entendu que la quote-part du bénéficiaire s'élève à (0,62 EUR) par jour pendant toute la période couverte par l'autorisation accordée par le médecin-conseil, comme il est prévu à l'article 2-b) de l'arrêté royal du 7 mai 1991 fixant l'intervention personnelle des bénéficiaires dans le coût des fournitures pharmaceutiques remboursables dans le cadre de l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités.
  Outre le numéro d'autorisation attribué par le médecin-conseil, la facture envoyée par l'établissement hospitalier à l'organisme assureur mentionnera les forfaits précités, la tarification de la quote-part due par l'assurance dans le coût des produits pharmaceutiques remboursables ainsi que la liste détaillée de tous les produits incorporés dans la poche.)
  § 11. (Abrogé).
  § 12. (Abrogé).
  § 13. (Abrogé).
  § 14. (Abrogé).
  § 15. (Abrogé).
  § 16. (Abrogé).
HOOFDSTUK VIIter. - Getuigschriften van verzorging en van aflevering.
CHAPITRE VIIter. - Les attestations de soins et de fournitures.
Art. 9ter. (zie NOTA in OPSCHRIFT) § 1. (De vergoedingen van de verzekering voor geneeskundige verzorging worden verleend op voorwaarde dat aan de verzekeringsinstelling is afgeleverd :
  1° een op blauw papier gedrukt getuigschrift van verzorging, conform het model vervat in bijlage 35, wanneer het gaat om (verstrekkingen voor hun eigenrekening verleend door) de vroedvrouwen, de verpleegsters, ziekenoppassters, verzorgsters en de kinesitherapeuten (...).
  (De kennisgeving van kinesitherapiebehandeling die langer dan drie maanden duurt waarin is voorzien bij artikel 7, § 5, van de in artikel 24 van de voornoemde wet van 9 augustus 1963 bedoelde nomenclatuur der geneeskundige verstrekkingen moet conform het model vervat in bijlage 44 zijn.)
  (Het geneeskundig getuigschrift waarin is voorzien in artikel 8, § 6, 4° van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen moet conform het model opgenomen in bijlage 77 zijn.)
  (Het formulier 703ter, waarin is voorzien in artrikel 8, § 7, 1°, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen moet conform het model, vervat in de bijlage 79, zijn.)
  (Als voor verstrekkingen, verleend door de verpleegkundigen, de vermelding van pseudo-codenummers is vereist, moeten die pseudo-codenummers worden vermeld op de magnetische dragers die naar de verzekeringsinstellingen gestuurd worden indien de derdebetalersregeling wordt toegepast. Bij directe betaling, moeten deze pseudo-codes op een papieren drager conform het model vervat in de bijlage 36bis vermeld worden. Deze papieren drager moet het getuigschrift voor verstrekte hulp vergezellen.)
  (Het formulier tot kennisgeving van het verlenen van palliatieve zorg waarin is voorzien in artikel 8, § 7, 5° van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen moet conform het model opgenomen in bijlage 90 zijn;)
  (Het formulier tot kennisgeving van het verlenen van zorg waarin is voorzien in artikel 7, § 14, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen moet conform het model opgenomen (in bijlage 92a zijn wat betreft de pathologische situaties bedoeld in § 14, 5°, A en in bijlage 92b zijn wat betreft de pathologische situaties bedoeld in § 14, 5°, B) zijn.)
  2° een op groen papier gedrukt getuigschrift van verzorging, conform het model, vervat in bijlage 36, wanneer het gaat om (verstrekkingen voor andermans rekening verleend door) de vroedvrouwen, de verpleegsters, ziekenoppassters, verzorgsters en de kinesitherapeuten (...).
  (De kennisgeving van kinesitherapiebehandeling die langer dan drie maanden duurt waarin is voorzien bij artikel 7, § 5, van de in artikel 24 van de voornoemde wet van 9 augustus 1963 bedoelde nomenclatuur der geneeskundige verstrekkingen moet conform het model vervat in bijlage 44 zijn.)
  (Het geneeskundig getuigschrift waarin is voorzien in artikel 8, § 6, 4° van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen moet conform het model opgenomen in bijlage 77 zijn.)
  (Het formulier 703ter, waarin is voorzien in artrikel 8, § 7, 1°, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen moet conform het model, vervat in de bijlage 79, zijn.)
  (Als voor verstrekkingen, verleend door de verpleegkundigen, de vermelding van pseudo-codenummers is vereist, moeten die pseudo-codenummers worden vermeld op de magnetische dragers die naar de verzekeringsinstellingen gestuurd worden indien de derdebetalersregeling wordt toegepast. Bij directe betaling, moeten deze pseudo-codes op een papieren drager conform het model vervat in de bijlage 36bis vermeld worden. Deze papieren drager moet het getuigschrift voor verstrekte hulp vergezellen.)
  (Het formulier tot kennisgeving van het verlenen van palliatieve zorg waarin is voorzien in artikel 8, § 7, 5° van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen moet conform het model opgenomen in bijlage 90 zijn;)
  (Het formulier tot kennisgeving van het verlenen van zorg waarin is voorzien in artikel 7, § 14, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen moet conform het model opgenomen (in bijlage 92a zijn wat betreft de pathologische situaties bedoeld in § 14, 5°, A en in bijlage 92b zijn wat betreft de pathologische situaties bedoeld in § 14, 5°, B) zijn.)
  3° een op oranje papier gedrukt getuigschrift van verzorging, conform het model vervat in bijlage 37, wanneer het gaat om (verstrekkingen voor zijn eigen rekening verleend door) een tandheelkundige (...);
  4° een op groen papier gedrukt getuigschrift van verzorging, conform het model, vervat in bijlage 38, wanneer het gaat om (verstrekkingen voor andermans rekening verleend door) een tandheelkundige (...);
  5° een op wit papier gedrukt getuigschrift van verzorging, conform het model, vervat in bijlage 39, wanneer het gaat om (verstrekkingen voor zijn eigen rekening verleend door) verleend door een geneesheer of door een apotheker of licentiaat in de wetenschappen die is erkend om verstrekkingen inzake klinische biologie te verrichten in het raam van de verzekering voor geneeskundige verzorging (...);
  6° een op groen papier gedrukt getuigschrift van verzorging, conform het model, vervat in bijlage 40, wanneer het gaat om (verstrekkingen voor andermans rekening verleend door) een geneesheer of door een apotheker of licentiaat in de wetenschappen die is erkend om verstrekkingen inzake klinische biologie te verrichten in het raam van de verzekering voor geneeskundige verzorging (...);
  7° een getuigschrift van aflevering, conform het model, vervat in bijlage 13, wanneer het gaat om verstrekkingen, verleend door de (...), (...), (...) gehoorprothesisten.
  (Een getuigschrift van aflevering, conform het model, vervat in bijlage 13 YT, wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door de bandagisten en de orthopedisten.)
  (Een getuigschrift van de afleveringen, conform het model vervat in bijlage 13 IMP, wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door de verstrekkers van implantaten.)
  (Een getuigschrift van aflevering, conform het model, vervat in bijlage 13 Z, wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door de opticiens.)
  Voor de verstrekkingen betreffende de orthopedische schoenen moet de verzekeringsinstelling in het bezit zijn van het formulier voor aanvraag om vergoeding, conform het model, vervat in bijlage 52.
  Voor de verstrekkingen, verleend door de gehoorprothesisten, moet bij het getuigschrift het formulier worden gevoegd voor de aflevering van een toestel ter correctie van het gehoor, conform het model, vervat in bijlage 9.
  (Voor de drukkledij en maskers voor zwaar verbranden moet de verzekeringsinstelling in het bezit zijn van het formulier voor aanvraag om vergoeding, conform het model, vervat in bijlage 71.)
  (Medisch voorschrift voor invalidenwagentjes, orthopedische driewielers en looprekken, conform het model, vervat in bijlage 75.)
  (Aanvraag om vergoeding van een invalidenwagen, driewieler of toestel voor hulp bij het lopen, conform het model, vervat in bijlage 76.)
  (Aanvraag om vergoeding van een myo-elektrische prothese, conform het model, vervat in bijlage 78;)
  (8° een verpleegnota, conform één van de modellen vervat in de bijlage 59 of 60. Ingeval de centrale inning wordt verricht door de verplegingsinrichting waarbij de honoraria voor alle of bepaalde ziekenhuisgeneesheren, alsook de bedragen van de overige aktiviteiten van de verplegingsinrichting op twee afzonderlijke rekeningen moeten worden gestort, dient de facturering te gebeuren via een verpleegnota, conform één van de modellen vervat in de bijlagen 59bis of 60bis.)
  (In de rubriek honoraria geïnd voor rekening van de inrichting of geïnd voor rekening van de verstrekkers, zoals voorzien in de bijlagen 59 of 60, of in de rubriek honoraria te storten op rekening A of te storten op rekening B, zoals voorzien in de bijlagen 59bis of 60bis en 66 of 66bis, moet in uitvoering van het koninklijk besluit van 18 december 1996 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen, een bedrag van (12,39 EUR) in mindering worden gebracht in de kolom " Ten laste V.I. " en worden toegevoegd in de kolom " Ten laste patiënt ".)
  (Vanaf 1 juli 1986 dient de aflevering van de verpleegnota te gebeuren conform één van de modellen vervat in de bijlagen 59 of 60.) (De verplichting tot het vermelden van het R.I.Z.I.V.-nummer en de naam van de voorschrijver in de rubriek farmaceutische kosten wordt opgeschort.)
  (In afwijking van de bepalingen van 1° tot 7° van deze paragraaf mogen de volgende verstrekkingen die worden verleend in een ziekenhuis op die verpleegnota worden vermeld :
  a) de verstrekkingen voor gehospitaliseerde rechthebbende;
  b) de verstrekkingen verleend in het kader van de nationale overeenkomst tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen zoals bedoeld in artikel 46 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994;
  c) de verstrekkingen verleend in het kader van de nationale overeenkomst tussen de psychiatrische ziekenhuizen en diensten en de verzekeringsinstellingen zoals bedoeld in artikel 46 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994;
  d) de verstrekkingen verleend aan ambulante rechthebbenden in een ziekenhuis en die door het ziekenhuis via magnetische drager verrekend en geïnd worden via het systeem van de derdebetalersregeling.)
  (9° een op blauw papier gedrukt getuigschrift voor verstrekte hulp, conform het model vervat in bijlage 73, wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door (diëtisten, logopedisten, orthoptisten en podologen) en wanneer de honoraria betreffende die verstrekkingen door de verstrekkers voor hun eigen rekening worden of zullen worden geïnd;
  10° een op groen papier gedrukt getuigschrift voor verstrekte hulp, conform het model vervat in bijlage 74, wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door (diëtisten, logopedisten, orthoptisten en podologen) en wanneer de honoraria betreffende de uitgevoerde verstrekkingen niet door de verstrekkers voor hun eigen rekening worden of zullen worden geïnd.)
  (In afwijking van de bepalingen van 1°, 3° en 5° van deze paragraaf mogen de verstrekkingen voor eigen rekening verricht, worden vermeld op een wit verzamelgetuigschrift, conform het model, vervat in bijlage 46, wanneer bureauticamiddelen om getuigschriften op te maken worden gebruikt.
  In afwijking van de bepalingen van 2°, 4° en 6° van deze paragraaf mogen de verstrekkingen voor andermans rekening verricht, worden vermeld op een groen verzamelgetuigschrift, conform het model, vervat in bijlage 51, wanneer bureauticamiddelen om getuigschriften op te maken worden gebruikt.)
  Voor de kinesitherapeutische en verpleegkundige verstrekkingen die op verplaatsing zijn verricht en zijn aangerekend met de bijlagen 46 en 51, wordt de veroeding van de reiskosten door de verzekering afhankelijk gemaakt van de volgende verklaring : " Ik verklaar dat ik naar de rechthebbende thuis ben geweest om er verzorging te verlenen. De rechthebbende heeft mij verklaard dat hij zich wegens zijn gezondheidstoestand niet kon verplaatsen ". Die verklaring moet op de laatste regel van het verzamelgetuigschrift worden vermeld.
  Desgevallend moet voor de kinesitherapieverstrekkingen de volgende verklaring, behoorlijk ondertekend door de rechthebbende, op het getuigschrift worden vermeld : " Hoewel ik mij kan verplaatsen, heb ik aan de kinesitherapeut gevraagd de behandeling bij mij thuis uit te voeren. Ik weet dat ik in die omstandigheden het bedrag van zijn reiskosten te mijnen laste zal moeten nemen, zonder tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging ". Een kleefbriefje mag in het daartoe bestemde vakje worden aangebracht.) (Indien het systeem van de derdebetalende niet wordt toegepast dient de volgende mededeling te worden vermeld op het verzamelgetuigschrift of op het begeleidend schrijven : "Indien u dit getuigschrift overmaakt aan uw ziekenfonds zal een gedeelte van het bedrag dat u wordt aangerekend worden terugbetaald.")
  (Het geneeskundig getuigschrift waarin is voorzien in artikel 8, § 6, 4° van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen moet conform het model opgenomen in bijlage 77 zijn.)
  (Het formulier 703ter, waarin is voorzien in artrikel 8, § 7, 1°, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen moet conform het model, vervat in de bijlage 79, zijn.)
  (Voor de verstrekkingen van artikel 8 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen die slechts worden vergoed indien ze door een geneesheer zijn voorgeschreven, moet het voorschrift gevoegd worden bij het getuigschrift van verstrekte hulp behalve voor verstrekkingen in het kader van de forfaitaire honoraria per verzorgingsdag voor zwaar zorgafhankelijke patiënten; in dat geval moet het voorschrift gedurende een periode van ten minste vijf jaar bewaard worden in het verpleegdossier.)
  § 2. De tandheelkundige die tevens als geneesheer werkzaam is, gebruikt :
  a) naar gelang het geval, het getuigschrift van verzorging conform het model vervat in bijlage 39 of in bijlage 40 of in bijlage 13, wanneer hij een geneeskundige verstrekking verleent;
  (b) naar gelang van het geval, het getuigschrift van verzorging conform het model vervat in bijlage 37 of in bijlage 38 of in bijlage 11, wanneer hij tandheelkundige verstrekkingen verleent;)
  (c) een getuigschrift van het model vervat in bijlage 39 of in bijlage 40 wanneer hij een tandradiografie uitvoert en voor zover die verstrekking samengaat met een raadpleging of een geneeskundige verstrekking.)
  § 3. (De Nederlandse, Duitse, Luxemburgse en Franse geneesheren woonachtig in het grensgebied en gemachtigd om in Belgirechthebbenden te behandelen, gebruiken voor het voorschrijven van farmaceutische verstrekkingen voor niet in een ziekenhuis opgenomen patiënten, het geneesmiddelenvoorschrift waarvan het model als bijlage 17 volgt.
  Het voorschrift wordt op wit papier gedrukt. De afmetingen zijn 10,5 cm breed en 20 cm lang.
  De recepten die door firma's zijn gedrukt of op welke manier ook zijn gereproduceerd, mogen in geen geval een de verzekering worden aangerekend, zelfs al worden ze op de voorschriften gekleefd.)
  § 4. (In de gevallen waar de apotheker niet gehouden is de derdebetalersregeling toe te passen bij het afleveren van de vergoedbare farmaceutische verstrekkingen, dan moet hij aan de rechthebbende het document " Contante betaling van de vergoedbare farmaceutische verstrekkingen " behoorlijk en volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend te overhandigen.
  Dit document is gedrukt op wit papier en komt overeen met het model uit bijlage 34.)
  (Indien er meer dan één récipé voorgeschreven is op één geneesmiddelenvoorschrift en voorzover de voorschrijver niet op het voorschrift heeft vermeld dat de aflevering niet mag worden uitgesteld, kan de rechthebbende het verzoek richten aan de apotheker om de aflevering van een bepaalde farmaceutische specialiteit of een bepaalde magistrale bereiding uit te stellen. De apotheker kan de effectieve aflevering van de farmaceutische specialiteit of de magistrale bereiding dan uitstellen door een formulier voor uitgestelde aflevering en facturering over te maken, overeenkomstig het model als bijlage bij dit besluit.)
  (Hierbij vermeldt de apotheker op het oorspronkelijk voorschrift de letter "U" in de marge, naast het recipe waarvoor hij het formulier opmaakt.
  Dit formulier verwijst naar het oorspronkelijk niet afgeleverd recept door middel van het unieke volgnummer van het oorspronkelijk voorschrift, het herneemt wat op het oorspronkelijk voorschrift staat en neemt er ten aanzien van de terugbetaling alle rechten en plichten van over.
  De geldigheidsduur van dit formulier stemt overeen met de geldigheidsduur van drie maanden van het oorspronkelijke voorschrift voor wat betreft de terugbetaling.)
  (Dit document komt overeen met het model uit bijlage 91.)
  (§ 5. Het R.I.Z.I.V.-identificatienummer, inschrijvingsnummer of erkenningsnummer, waarvan sprake in dit artikel en de bijlagen waar in dit artikel naar verwezen wordt, is het identificatienummer dat voor elke verstrekker wordt opgesteld volgens regelen, bepaald door het Beheerscomité van de Dienst voor geneeskundige verzorging.
  § 6. De stempel, voorzien op het model vervat in bijlage 11, het model vervat in bijlage 36, het model vervat in bijlage 38 of het model vervat in bijlage 40, bevat op een duidelijk leesbare wijze minstens het R.I.Z.I.V.-identificatienummer, de naam en het adres van de verstrekker.)
  § 7. (Voor elke verstrekking verleend vóór 1 januari 1979 mogen de getuigschriften voor verstrekte hulp of van aflevering alsmede de verpleegnota's waarop een ander identificatie-, inschrijvings-, of erkenningsnummer is vermeld dan het in § 5 van dit artikel bedoeld identificatienummer, verder worden gebruikt.
  Voor elke verstrekking verleend vanaf 1 januari 1979 wordt de verzekeringsvergoeding slechts verleend indien op het uitgereikte getuigschrift voor verstrekte hulp of van aflevering of op de verpleegnota het identificatienummer van de verstrekker is vermeld zoals het is bepaald in § 5 van dit artikel.
  In het geval dat het identificatienummer van verscheidene verstrekkers is vermeld, dient op ondubbelzinnige wijze te worden aangeduid welke verstrekkingen elke verstrekker heeft verricht.)
  (§ 8. De verzekeringstegemoetkoming in de specifieke honoraria meen geneeskundigen of van geneesheren-specialisten is pas verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de Dienst voor geneeskundige verzorging van het R.I.Z.I.V. kennis krijgt van de erkenning door de Minister van Volksgezondheid van de betrokken geneesheren als algemeen geneeskundige of geneesheer-specialist, en op zijn vroegst vanaf het tijdstip waarop die erkenning in werking treedt. De Dienst voor geneeskundige verzorging geeft de verzekeringsinstellingen onverwijld daarvan kennis.)
  (In afwijking van het vorige lid is de verzekeringstegemoetkoming in de specifieke honoraria van de geneesheren die zijn erkend krachtens het ministerieel besluit van 21 januari 1985 tot organisatie van een regeling voor voorlopige erkenning van geneesheren-specialisten voor nucleaire geneeskunde, verschuldigd vanaf de datum waarop hun erkenning met terugwerkende kracht uitwerking heeft.)
  (§ 9. Voor de ambulante kinesitherapieverstrekkingen, voor de kinesitherapieverstrekkingen verricht in een verplegingsinrichting die door de verstrekker zelf worden geattesteerd en voor de door de verpleegkundigen verrichte verstrekkingen waarvoor in artikel 8 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen de vergoeding afhankelijk is gesteld van de voorwaarde dat ze zijn voorgeschreven door een geneesheer, mag de tegemoetkoming van de verzekering slechts worden toegekend op voorwaarde dat op het voorschriftformulier, naast de in de nomenclatuur vereiste vermeldingen, het R.I.Z.I.V.-identificatienummer van de voorschrijvende geneesheer is vermeld, en op voorwaarde dat op het getuigschrift voor verstrekte hulp, of het als dusdanig geldend dokument, datzelfde R.I.Z.I.V.-identificatienummer duidelijk is vermeld samen met de reeds voorziene identificatiegegevens van de voorschrijvende geneesheer.)
  (§ 9bis. Voor de kinesitherapieverstrekkingen verricht voor rechthebbenden die in een tijdelijke of definitieve gemeenschappelijk woon- of verblijfplaats van bejaarden verblijven, mag de verzekeringstegemoetkoming slechts worden toegekend indien op het getuigschrift voor verstrekte hulp of op het als zodanig geldend document het identificatienummer van de erkende of bij het RIZIV geregistreerde instelling is vermeld. Dat nummer moet worden opgegeven naast de vermelding : " nr. van de instelling " of " nr. van de verplegingsinrichting ".)
  (§ 10. (Door de ondertekening onderaan de globale getuigschriften voor verstrekte hulp, vervat in de bijlagen 46 en 51 verklaart de ondertekenaar die ofwel een geneesheer moet zijn ofwel een verstrekker die deel uitmaakt van het beroep waartoe de geattesteerde verstrekkingen behoren, dat hij beschikt over documenten waaruit blijkt dat de verstrekkingen zijn verricht door de praktizerende wiens naam naast elke verstrekking is vermeld. De desbetreffende bescheiden zijn ter beschikking van de dienst voor geneeskundige controle; ze moeten door de hierboven bedoelde praktizerende ondertekend zijn.)
  Door de ondertekening onderaan de verzamelfactuur die deel uitmaakt van de verpleegnota, vervat in de bijlagen (59, 59bis, 60 of 60bis), verklaart de verantwoordelijke hoofdgeneesheer dat hij beschikt over documenten waaruit blijkt dat de verstrekkingen op de vermelde data overeenkomstig de regelen van de verzekering zijn voorgeschreven of verricht door de praktizerenden wier naam naast elke verstrekking is vermeld. De desbetreffende bescheiden zijn ter beschikking van de Dienst voor geneeskundige controle; ze moeten door de hiervoren bedoelde praktizerende ondertekend zijn.
  Het in het eerste en tweede lid bedoelde procédé mag alleen maar worden aangewend op voorwaarde dat er tussen de ondertekenaar en elke betrokken praktizerende een schriftelijke lastgeving bestaat luidens welke de praktizerende (de lastgever) aan de ondertekenaar (de lasthebber), die aanvaardt, de volmacht verleent om, onder zijn handtekening, de door hem verleende verzorging aan te rekenen aan de ziekte- en invaliditeitsverzekering.
  Onverminderd de door andere wetgevingen of door de regels van de medische plichtenleer opgelegde bewaringstermijnen moeten de in het eerste en tweede lid bedoelde bescheiden worden bewaard gedurende een tijdvak van ten minste drie jaar vanaf de datum van de uitvoering van de verstrekking.)
  (Voor de toepassing van het tweede lid wordt met het door de zorgverlener ondertekende document gelijkgesteld, het elektronisch document dat wordt opgemaakt en bewaard overeenkomstig een protocol, beschreven in een overeenkomst tussen de verpleeginrichting en de in het tweede lid bedoelde zorgverlener.
  Het protocol omvat een procedure die met name zal waarborgen dat het document met zekerheid kan worden toegerekend aan de betrokken zorgverlener en dat de integriteit van de inhoud van het document wordt behouden.
  Het protocol zal eveneens bepalen op welke wijze het elektronisch document ter beschikking wordt gehouden van de dienst voor geneeskundige evaluatie en controle.
  De minimumvereisten aangaande de inhoud van het protocol en de modaliteiten ervan worden nader bepaald door de dienst voor geneeskundige verzorging na advies van de dienst voor geneeskundige evaluatie en controle.)
  (§ 11. Op het getuigschrift voor verstrekte hulp of op het verzamelgetuigschrift voor verstrekte hulp moeten de tandheelkundigen de volgende tandcodering gebruiken :
Art. 9ter. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. (Les remboursements de l'assurance soins de santé sont accordés à la condition que soit remise à l'organisme assureur :
  1° une attestation de soins imprimée sur papier de couleur bleue conforme au modèle repris à l'annexe 35 lorsqu'il s'agit de (prestations effectuées pour leur propre compte par) les accoucheuses, les infirmières, gardes-malades, soigneuses et les kinésithérapeutes, (...).
  (La notification du traitement de kinésithérapie se prolongeant au-delà de trois mois prévue à l'article 7, § 5, de la nomenclature des prestations de santé visée à l'article 24 de la loi du 9 août 1963 précitée doit être conforme au modèle repris à l'annexe 44.)
  (Le certificat médical, prévu à l'article 8, § 6, 4° de la nomenclature des prestations de santé doit être conforme au modèle repris à l'annexe 77.)
  (Le modèle 703ter, prévu à l'article 8, § 7, 1° de la nomenclature des prestations de santé doit être conforme au modèle repris à l'annexe 79.)
  (Lorsque pour des prestations effectuées par des praticiens de l'art infirmier la mention de pseudo-codes est exigée, ces pseudo-codes doivent être mentionnés sur les supports magnétiques transmis aux organismes assureurs en cas d'application du système du tiers payant. En cas de paiement direct, ces pseudo-codes doivent être mentionnés sur un support papier conforme au modèle repris à l'annexe 36bis. Ce support papier doit accompagner l'attestation de soins donnés.)
  (Le formulaire de notification de la dispensation de soins palliatifs prévu à l'article 8, § 7, 5° de la nomenclature des prestations de santé doit être conforme au modèle repris à l'annexe 90;)
  (Le formulaire de notification de la dispensation de soins prévu à l'article 7, § 14, de la nomenclature des prestations de santé doit être conforme au modèle repris à l'(annexe 92a pour les situations pathologiques décrites au § 14, 5°, A et annexe 92b pour les situations pathologiques décrites au § 14, 5°, B).)
  2° une attestation de soins imprimée sur papier de couleur verte conforme au modèle repris à l'annexe 36, lorsqu'il s'agit de (prestations effectuées pour compte d'autrui par) les accoucheuses, les infirmières, gardes-malades, soigneuses et les kinésithérapeutes (...).
  (La notification du traitement de kinésithérapie se prolongeant au-delà de trois mois prévue à l'article 7, § 5, de la nomenclature des prestations de santé visée à l'article 24 de la loi du 9 août 1963 précitée doit être conforme au modèle repris à l'annexe 44.)
  (Le certificat médical, prévu à l'article 8, § 6, 4° de la nomenclature des prestations de santé doit être conforme au modèle repris à l'annexe 77.)
  (Le modèle 703ter, prévu à l'article 8, § 7, 1° de la nomenclature des prestations de santé doit être conforme au modèle repris à l'annexe 79.)
  (Lorsque pour des prestations effectuées par des praticiens de l'art infirmier la mention de pseudo-codes est exigée, ces pseudo-codes doivent être mentionnés sur les supports magnétiques transmis aux organismes assureurs en cas d'application du système du tiers payant. En cas de paiement direct, ces pseudo-codes doivent être mentionnés sur un support papier conforme au modèle repris à l'annexe 36bis. Ce support papier doit accompagner l'attestation de soins donnés.)
  (Le formulaire de notification de la dispensation de soins palliatifs prévu à l'article 8, § 7, 5° de la nomenclature des prestations de santé doit être conforme au modèle repris à l'annexe 90;)
  (Le formulaire de notification de la dispensation de soins prévu à l'article 7, § 14, de la nomenclature des prestations de santé doit être conforme au modèle repris à l'(annexe 92a pour les situations pathologiques décrites au § 14, 5°, A et annexe 92b pour les situations pathologiques décrites au § 14, 5°, B).)
  3° une attestation de soins imprimée sur papier de couleur orange conforme au modèle repris à l'annexe 37 lorsqu'il s'agit de (prestations effectuées pour son propre compte par) un praticien de l'art dentaire (...);
  4° une attestation de soins imprimée sur papier de couleur verte conforme au modèle repris à l'annexe 38 lorsqu'il s'agit de (prestations fournies pour compte d'autrui par) un praticien de l'art dentaire (...);
  5° une attestation de soins imprimée sur papier de couleur blanche conforme au modèle repris sous l'annexe 39 lorsqu'il s'agit de (prestations effectuées pour son propre compte par) un médecin, ou par un pharmacien ou licencié en sciences agréé pour effectuer des prestations de biologie clinique dans le cadre de l'assurance soins de santé, (...);
  6° une attestation de soins imprimée sur papier de couleur verte conforme au modèle repris à l'annexe 40 lorsqu'il s'agit de (prestations effectuées pour compte d'autrui par) un médecin, ou par un pharmacien ou licencié en sciences agréé pour effectuer des prestations de biologie clinique dans le cadre de l'assurance soins de santé, (...);
  7° une attestation de fourniture conforme au modèle repris à l'annexe 13 lorsqu'il s'agit de prestations fournies par (...) (...) (...) (...) les acousticiens.
  (Une attestation de fourniture, conforme au modèle, repris à l'annexe 13 YT, lorsqu'il s'agit des prestations fournies par les bandagistes et les orthopédistes.)
  (Une attestation de fournitures, conforme au modèle repris à l'annexe 13 IMP, lorsqu'il s'agit des prestations fournies par les fournisseurs d'implants.)
  (Une attestation de fourniture, conforme au modèle repris à l'annexe 13 Z, lorsqu'il s'agit des prestations fournies par les opticiens.)
  Pour les prestations relatives à la chaussure orthopédique, l'organisme assureur doit être en possession de la formule de demande de remboursement conforme au modèle repris à l'annexe 52.
  Pour les prestations fournies par les acousticiens, l'attestation doit être accompagnée de la formule relative à la fourniture d'un appareil de correction auditive, conforme au modèle repris à l'annexe 9.
  (Pour les vêtements compressifs et masques pour grands brûlés, l'organisme assureur doit être en possession de la formule de demande de remboursement conforme au modèle repris à l'annexe 71.)
  (Prescription médicale pour voiturettes d'invalides, tricycles orthopédiques et cadre de marche, conforme au modèle repris à l'annexe 75.)
  (Demande de remboursement d'une voiturette d'invalide, d'un tricycle ou d'un cadre de marche, conforme au modèle repris à l'annexe 76.)
  (Demande de remboursement d'une prothèse myoélectrique, conforme au modèle repris à l'annexe 78;)
  (8° une note d'hospitalisation conforme à l'un des modèles repris aux annexes 59 ou 60. Lorsque la perception centrale est effectuée par l'établissement hospitalier, les honoraires de tous les médecins hospitaliers ou de certains d'entre eux ainsi que les montants des autres activités de l'établissement hospitalier devant être versés sur deux comptes séparés, la facturation doit être effectuée au moyen d'une note d'hospitalisation conforme à l'un des modèles repris aux annexes 59bis ou 60bis.)
  (Dans la rubrique " honoraires percus pour le compte de l'établissement ou percus pour le compte des dispensateurs ", prévue aux annexes 59 ou 60, ou dans la rubrique " honoraires à verser au compte A ou à verser au compte B ", prévue aux annexes 59bis ou 60bis et 66 ou 66bis, en exécution de l'arrêté royal du 18 décembre 1996 modifiant l'arrêté royal du 23 mars 1982 portant fixation de l'intervention personnelle des bénéficiaires ou de l'intervention de l'assurance soins de santé dans les honoraires pour certaines prestations, un montant de (12,39 EUR) doit être porté en déduction dans la colonne " A charge de l'O.A. " et ajouté dans la colonne " A charge du patient ".)
  (A partir du 1er juillet 1986, la note d'hospitalisation devra être conforme à l'un des modèles repris aux annexes 59 ou 60.) (L'obligation de mentionner le numéro I.N.A.M.I. et le nom du prescripteur dans la rubrique des frais pharmaceutiques est suspendue.)
  (Par dérogation aux dispositions des 1° à 7° du présent paragraphe, les prestations suivantes dispensées dans un établissement hospitalier, peuvent être mentionnées sur cette note d'hospitalisation :
  a) les prestations dispensées à des bénéficiaires hospitalisés;
  b) les prestations dispensées dans le cadre de la convention nationale entre les établissements hospitaliers et les organismes assureurs, visée à l'article 46 de la loi coordonnée du 14 juillet 1994;
  c) les prestations dispensées dans le cadre de la convention nationale entre les services et établissements psychiatriques et les organismes assureurs, visée à l'article 46 de la loi coordonnée du 14 juillet 1994;
  d) les prestations dispensées dans un établissement hospitalier à des bénéficiaires ambulatoires, qui sont portées en compte par l'établissement via un support magnétique et pour lesquelles le système du tiers-payant est appliqué.)
  (9° une attestation de soins donnés, imprimée sur papier bleu, conformément au modèle prévu en annexe 73, lorsqu'il s'agit de prestations effectuées par des (diététiciens, logopèdes, orthoptistes et podologues) et lorsque les honoraires relatifs à ces prestations sont ou seront percus par les dispensateurs pour leur propre compte;
  10° une attestation de soins donnés, imprimee sur papier vert, conformément au modèle prévu en annexe 74, lorsqu'il s'agit de prestations effectuées par des (diététiciens, logopèdes, orthoptistes et podologues) et lorsque les honoraires relatifs à ces prestations ne sont ou ne seront pas percus par les dispensateurs pour leur propre compte.)
  (Par dérogation aux dispositions des 1°, 3° et 5° du présent paragraphe, les prestations effectuées pour propre compte peuvent être mentionnées sur une attestation globale de couleur blanche conforme au modèle repris à l'annexe 46, lorsque des moyens de bureautique sont utilisés pour établir des attestations.
  Par dérogation aux dispositions des 2°, 4° et 6° du présent paragraphe, les prestations effectuées pour compte d'autrui peuvent être mentionnées sur une attestation globale de couleur verte conforme au modèle repris à l'annexe 51, lorsque des moyens de bureautique sont utilisés pour établir des attestations.)
  Pour les prestations de kinésithérapie et de soins infirmiers effectuées en déplacement et attestées à l'aide des annexes 46 et 51 le remboursement des frais de déplacement par l'assurance est subordonné à la déclaration suivante : " J'atteste m'être déplacé au domicile du bénéficiaire pour y donner mes soins. Le bénéficiaire m'a déclaré se trouver, par suite de son état de santé, dans l'impossibilité de se déplacer ". Cette déclaration sera reproduite sur la dernière ligne de l'attestation globale.
  Le cas échéant, pour les prestations de kinésithérapie, la déclaration suivante, dûment signée par le bénéficiaire, devra être reproduite sur l'attestation : " Bien que je sois en état de me déplacer, j'ai demandé au kinésithérapeute de me donner ses soins à mon domicile. Je sais que, dans ces conditions, je devrai prendre à ma charge le montant de ses frais de déplacement, sans intervention de l'assurance soins de santé ". Une vignette peut être apposée dans la case prévue à cet effet.) (Lorsque le système du tiers-payant n'est pas appliqué, la mention suivante doit figurer sur l'attestation globale ou sur la lettre qui l'accompagne : "Si vous transmettez cette attestation à votre mutuelle une partie du montant à votre charge vous sera remboursée".)
  (Le certificat médical, prévu à l'article 8, § 6, 4° de la nomenclature des prestations de santé doit être conforme au modèle repris à l'annexe 77.)
  (Le modèle 703ter, prévu à l'article 8, § 7, 1° de la nomenclature des prestations de santé doit être conforme au modèle repris à l'annexe 79.)
  (Pour les prestations de l'article 8 de la nomenclature des prestations de santé qui ne sont remboursées que si elles ont été prescrites par un médecin, la prescription doit être jointe à l'attestation de soins donnés sauf lorsqu'il s'agit des prestations dans le cadre des honoraires forfaitaires par journée de soins pour des patients lourdement dépendants auxquels cas la prescription doit être conservée dans le dossier infirmier pendant une période d'au moins cinq ans.)
  § 2. Le praticien de l'art dentaire qui exerce en même temps en qualité de médecin, utilise :
  a) selon le cas, l'attestation de soins conforme au modèle repris a l'annexe 39 ou à l'annexe 40 ou à l'annexe 13 lorsqu'il effectue une prestation médicale;
  (b) selon le cas, l'attestation de soins conforme au modèle repris à l'annexe 37 ou à l'annexe 38 ou à l'annexe 11, lorsqu'il effectue des prestations d'art dentaire;)
  (c) une attestation de soins conforme au modèle repris à l'annexe 39 ou à l'annexe 40 lorsqu'il effectue une radiographie dentaire et pour autant que cette prestation accompagne une consultation ou une prestation médicale.)
  § 3. (Les médecins néerlandais, allemands, luxembourgeois et français, habitant dans la zone frontière et habilites à traiter des bénéficiaires en Belgique, utilisent pour la prescription de fournitures pharmaceutiques aux patients non hospitalisés, la prescription de médicaments dont le modèle est repris à l'annexe 17.
  Le formulaire de prescription est imprimé sur papier blanc. Les dimensions sont de 10,5 cm de large et de 20 cm de long.
  Ne peuvent en tout cas pas être portées en compte à l'assurance, les ordonnances imprimées ou reproduites de quelque manière que ce soit par des firmes même si celles-ci sont collées sur les documents de prescription.)
  § 4. (Dans les cas où le pharmacien n'est pas tenu d'appliquer le système du tiers payant lors de la délivrance de prestations pharmaceutiques remboursables, il doit remettre au bénéficiaire le document " Paiement au comptant des prestations pharmaceutiques remboursables " dûment complété, daté et signé.
  Ce document, imprimé sur papier blanc, est conforme au modèle repris à l'annexe 34.)
  (S'il y a plus d'un récipé prescrit sur une prescription de médicaments et pour autant que le prescripteur n'a pas mentionné sur la prescription que la délivrance ne peut être différée, le bénéficiaire peut formuler la demande auprès du pharmacien de différer la délivrance d'une certaine spécialité pharmaceutique ou d'une certaine préparation magistrale. Le pharmacien peut différer la dispensation effective de la spécialité pharmaceutique ou de la préparation magistrale par la remise d'un formulaire de dispensation et de facturation différée, conforme au modèle annexé au présent arrêté.)
  (A cet effet, le pharmacien mentionne sur l'ordonnance originale la lettre "U" en marge, à côté du récipé pour lequel il a élaboré le formulaire.
  Ce formulaire se réfère au récipé original non dispensé au moyen du numéro de suite unique de la prescription originale, reprend les mentions de la prescription originale et en endosse tous les droits et obligations qui en font partie intégrante dans le cadre du remboursement.
  La durée de validité de ce formulaire correspond à la durée de validité de trois mois de la prescription originale en ce qui concerne le remboursement.)
  (Ce document est conforme au modèle repris à l'annexe 91.)
  (§ 5. Le numéro d'identification, d'inscription ou d'agreation I.N.A.M.I., visé au présent article et dans les annexes auxquelles celui-ci réfère, est le numéro d'identification établi pour chaque dispensateur selon des règles fixées par le Comité de gestion du Service des soins de santé.
  § 6. Le cachet prévu sur les modèles figurant aux annexes 11, 36, 38 ou 40 comporte de façon lisible au moins le numéro d'identification I.N.A.M.I., le nom et l'adresse du dispensateur.)
  § 7. (Pour toute prestation effectuée avant le 1er janvier 1979, peuvent continuer à être utilisées les attestations de soins donnés ou de fourniture ainsi que les notes d'hospitalisation portant un numéro d'identification, d'inscription ou d'agréation autre que le numéro d'identification visé au § 5 du présent article.
  Pour toute prestation effectuée à partir du 1er janvier 1979, le remboursement de l'assurance n'est accordé qu'à condition que l'attestation de soins donnés ou de fourniture ou la note d'hospitalisation délivrée porte le numéro d'identification du dispensateur, numero d'identification visé au § 5 du présent article.
  Lorsque le numéro d'identification de plusieurs dispensateurs est mentionné, il y a lieu d'indiquer de façon précise quelles prestations ont été effectués par chacun des dispensateurs.)
  (§ 8. L'intervention de l'assurance dans les honoraires spécifiques de médecins généralistes ou de médecins spécialistes n'est due qu'à partir du moment ou le Service des soins de santé de l'I.N.A.M.I. est informé de l'agréation par le Ministre de la Santé publique des médecins concernés au titre de médecin généraliste ou de médecin specialiste, et au plus tôt à partir du moment ou cette agréation entre en vigueur. Le Service des soins de santé en informe sans délai les organismes assureurs.)
  (Par dérogation à l'alinéa précédent, l'intervention de l'assurance dans les honoraires spécifiques des médecins agréés en vertu de l'arrêté ministériel du 21 janvier 1985 organisant un régime d'agréation provisoire de médecins spécialistes en médecine nucléaire, est due à partir de la date à laquelle leur agréation sort rétroactivement ses effets.)
  (§ 9. Pour les prestations de kinésithérapie ambulatoires, pour les prestations de kinésithérapie effectuées en milieu hospitalier et attestées par le dispensateur lui-même et pour les prestations effectuées par les praticiens de l'art infirmier, dont le remboursement en vertu de l'article 8 de la nomenclature des prestations de santé est subordonné à la condition qu'elles aient été prescrites par un médecin, l'intervention de l'assurance ne peut être accordée que lorsque la formule de prescription comporte, outre les mentions requises par la nomenclature, le numéro d'identification I.N.A.M.I. du médecin prescripteur, et lorsque, sur l'attestation de soins donnes ou sur le document en tenant lieu, ce même numéro d'identification I.N.A.M.I. est clairement mentionné en regard des données d'identification déjà prévues du médecin prescripteur.)
  (§ 9bis. Pour les prestations de kinésithérapie effectuées pour des bénéficiaires séjournant au domicile ou résidence communautaires, momentanés ou definitifs, de personnes agées, l'intervention de l'assurance ne peut être accordée que si sur l'attestation de soins donnés ou sur le document en tenant lieu figure le numéro d'identification de l'institution agréée ou enregistrée auprès de l'INAMI. Ce numéro doit être indiqué en regard de la mention : " n° de l'établissement " ou " n° de l'établissement hospitalier ".)
  (§ 10. (Par sa signature au bas des attestations globales de soins reprises en annexes 46 et 51, le signature, qui doit être soit un médecin, soit un dispensateur de soins appartenant à la profession dont relèvent les prestations attestées, certifie disposer de documents démontrant que les prestations ont été effectuées par le praticient dont le nom figure en regard de chacune d'elles. Les documents en question sont à la disposition du Service du contrôle médical; ils porteront la signature du praticien susvisé.)
  Par sa signature au bas de la facture récapitulative qui fait partie de la note d'hospitalisation reprise aux annexes (59, 59bis, 60 ou 60bis), le médecin en chef responsable certifie disposer de documents démontrant que les prestations ont été prescrites ou effectuées, aux dates mentionnées, conformément aux règles de l'assurance, par les praticiens dont le nom figure en regard de chacune d'elles. Les documents en question sont à la disposition du Service du contrôle médical; ils porteront la signature du praticien susvisé. <AR 1988-06-20/31, art. 2, 043; En vigueur : 01-07-1988>
  Le procédé visé aux alinéas 1er et 2 ne peut être utilisé qu'à la condition qu'il existe, entre le signataire et chaque praticien concerné, un mandat écrit aux termes duquel le praticien (mandant) donne au signataire (mandataire), qui accepte, le pouvoir de porter en compte à l'assurance maladie-invalidité, sous sa signature, les soins qu'il a effectués.
  Sans préjudice des délais de conservation imposés par d'autres législations ou par les règles de la déontologie médicale, les documents dont question aux alinéas 1 et 2 doivent être conservés pendant une période d'au moins trois ans suivant la date de l'exécution de la prestation.)
  (En ce qui concerne l'application du deuxième alinéa, est assimilé au document signé par le dispensateur de soins, le document électronique qui est établi et conservé conformément à un protocole décrit dans une convention conclue entre l'établissement hospitalier et le dispensateur de soins visé au deuxième alinéa.
  Le protocole comporte une procédure qui veillera notamment à ce que le document puisse être attribué avec certitude au dispensateur de soins concerné et à ce que l'intégrité du contenu du document soit preservée.
  Le protocole déterminera également de quelle manière le document électronique sera tenu à la disposition du service d'évaluation et de contrôle médicaux.
  Les exigences minimales en rapport avec le contenu du protocole et ses modalités sont précisées par le service des soins de santé après avis du service d'évaluation et de contrôle médicaux.)
  (§ 11. Sur l'attestation de soins donnés ou sur l'attestation globale de soins donnés, les praticiens de l'art dentaire utiliseront la codification dentaire suivante :
    a) voor de blijvende tanden
  ______________________________________________________________________________
    Rechter bovenste kwadrant            Linker bovenste kwadrant
  18, 17, 16, 15, 14, 13, 12, 11      21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28
  

Modifications

48, 47, 46, 45, 44, 43, 42, 41      31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38
Rechter onderste kwadrant            Linker onderste kwadrant
------------------------------------------------------------------------------
    a) pour les dents definitives
  ______________________________________________________________________________
      Quart supérieur droit               Quart supérieur gauche
  18, 17, 16, 15, 14, 13, 12, 11      21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28
  

Modifications

48, 47, 46, 45, 44, 43, 42, 41      31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38
Quart inferieur droit               Quart inferieur gauche
------------------------------------------------------------------------------
    b) voor de melktanden
  ______________________________________________________________________________
  Rechter bovenste kwadrant           Linker bovenste kwadrant
     55, 54, 53, 52, 51                  61, 62, 63, 64, 65
  

Modifications

85, 84, 83, 82, 81                  71, 72, 73, 74, 75
Rechter onderste kwadrant           Linker onderste kwadrant
------------------------------------------------------------------------------
    b) pour les dents lecteales
  ______________________________________________________________________________
  Quart supérieur droit               Quart supérieur gauche
   55, 54, 53, 52, 51                   61, 62, 63, 64, 65
  

Modifications

85, 84, 83, 82, 81                   71, 72, 73, 74, 75
Quart inferieur droit               Quart inferieur gauche
------------------------------------------------------------------------------
  De rechter- en de linkerkwadranten waarop de codering betrekking heeft, zijn die van de patiënt.)
  (§ 12. De tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging mag slechts toegekend worden op voorwaarde dat de facturatie gepaard gaat met de aflevering van de facturatiegegevens op magnetische drager voor de hiernavolgende verstrekkingen afgerekend in het raam van de derdebetalersregeling :
  1° de verstrekkingen verricht voor een in de verplegingsinrichting opgenomen rechthebbende, waarbij de opneming aanleiding geeft tot de betaling van een (bedrag per opneming en/of bedrag per dag) en voor de rechthebbende tijdens een verblijf in de verplegingsinrichting dat aanleiding geeft tot de betaling van een van de bedragen die zijn bedoeld in artikel 4, §§ 3 tot 7, van de nationale overeenkomst tussen de verplegingsinrichtingen en de verzekeringsinstellingen.
  Deze verplichting geldt evenwel niet voor de verstrekkingen verricht door een zorgverlener die niet verbonden is aan de verplegingsinrichting noch voor deze verricht door een geneesheer die op 31 december 1983 sedert ten minste twintig jaar zijn praktijk in een ziekenhuis uitoefent en op die datum zelf zijn honoraria int voor zover hij verder gemachtigd is ze zelf te blijven innen overeenkomstig de bepalingen van artikel 143, § 2, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987;
  2° de verstrekkingen van klinische biologie, pathologische anatomie en nucleaire geneeskunde in vitro verricht door de laboratoria, erkend in de zin van de artikelen 63 en 65 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. De verstrekkingen verleend aan een rechthebbende die zich niet in een verplegingsinrichting bevindt, en verricht in laboratoria waarvoor het jaarbedrag van de verzekeringstegemoetkoming de (25 000 EUR) niet bereikt, vallen niet onder de toepassing van deze bepaling;
  3° de niet onder 1° of 2° bedoelde verstrekkingen, die verleend worden in een verplegingsinrichting, waarvoor de derdebetalersregeling mag worden toegepast krachtens de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 oktober 1986 tot uitvoering van artikel 53, achtste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 (alsmede de farmaceutische verstrekkingen, afgeleverd door de officina of het geneesmiddelendepot van het ziekenhuis aan recht-hebbenden die zich niet in de verpleeginrichting bevinden, met uitzondering van de geneesmiddelen afgeleverd aan rechthebbenden die verblijven in psychiatrische verzorgingstehuizen).
  (4° de verstrekkingen verricht door een psychiatrisch verzorgingstehuis, zoals bedoeld in artikel 34, eerste lid, 11°, van de hiervoor genoemde gecoördineerde wet, alsook voor de geneesmiddelen afgeleverd aan de rechthebbenden die verblijven in een psychiatrisch verzorgingstehuis.)
  De modaliteiten volgens dewelke de opmaak en de aflevering van de facturatiegegevens op magnetische dragers dient te gebeuren worden vastgesteld door het Verzekeringscomité van de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.
  In de gevallen waar de zorgverleners er krachtens artikel 37 van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 houdende uitvoeringsmaatregelen inzake de sociale identiteitskaart toe gehouden zijn gebruik te maken van de sociale identiteitskaart van de rechthebbenden, dient het bewijs van het gebruik van de sociale identiteitskaart deel uit te maken van de aflevering van de magnetische dragers, op de wijze bepaald door de zoëven genoemde modaliteiten, vastgesteld door het Verzekeringscomité.)
  (§ 13. Voor de verstrekkingen waarvoor de rechtstreekse betaling door de verzekeringsinstellingen aan de zorgverstrekker of aan de verplegingsinrichting niet van toepassing is, worden de vergoedingen van de verzekering voor verstrekte hulp, of het aldus geldend dokument, af te leveren door de beoefenaars van de geneeskunst, de verplegingsinrichtingen en de paramedische medewerkers, zo vlug mogelijk en uiterlijk binnen een termijn van drie maanden na het einde van de maand waarin de verzorging is verleend, aan de rechthebbende wordt uitgereikt.)
  (§ 14. Voor de hierna vermelde verstrekkingen of afleveringen mag de tegemoetkoming van de verzekering slechts worden toegekend op voorwaarde dat de aanvraag of het voorschrift alle gegevens bevat die voorkomen op het model vervat in bijlage 58 :
  - de verzorging verleend door gegradueerde verpleegsters en met dezen gelijkgestelden, vroedvrouwen, verpleegsters met brevet, verpleegassistenten en met dezen gelijkgestelden die slechts wordt vergoed indien ze door een geneesheer is voorgeschreven;
  - de behandelingen die tot de bevoegdheid van de kinesitherapeuten behoren;
  - de verstrekkingen inzake klinische biologie, nucleaire geneeskunde in vitro (, pathologische anatomie en genetica);
  - de verstrekkingen inzake röntgendiagnose;
  - de verstrekkingen of afleveringen die worden geacht in de bevoegdheid te vallen van bandagisten, orthopedisten (of opticiens);
  - de verstrekkingen verricht door logopedisten of orthoptisten;
  - de spreektoestellen voor personen bij wie een laryngectomie is uitgevoerd, uitwendige prothesen in het geval van verminking van het gelaat, de haarprothesen, de telescopische bril, het materiaal voor de thuisbehandeling van anemie van öcooley.)
  (§ 15. De verzekeringstegemoetkoming voor de prestaties van klinische biologie, pathologische anatomie en nucleaire geneeskunde in vitro, is slechts verschuldigd vanaf maar ook tot op het ogenblik dat de Dienst voor geneeskundige verzorging van het R.I.Z.I.V. wordt ingelicht betreffende de erkenning, of de wijziging van de erkenning door de Minister van Volksgezondheid, van het laboratorium waar deze prestaties worden verricht en ten vroegste vanaf het ogenblik dat deze erkenning in voege treedt maar ook tot op het ogenblik dat de wijziging in voege treedt.
  De Dienst voor geneeskundige verzorging verwittigt zonder verwijl de verzekeringsinstellingen hiervan.)
  (§ 16. De tegemoetkoming van de ziekteverzekering voor de prestaties uit artikel 32 van de nomenclatuur der geneeskundige verstrekkingen wordt gekoppeld aan de voorwaarde dat er een laboratorium-identificatienummer vermeld wordt bij de attestering en de facturatie van deze prestaties.
  Indien de prestaties worden verricht in een erkend laboratorium voor klinische biologie, dan dient hiertoe het erkenningsnummer van het laboratorium te worden gebruikt.
  Indien de prestaties niet worden verricht in een erkend laboratorium voor klinische biologie, dan dient hiertoe het identificatienummer te worden gebruikt dat met dat doel wordt toegekend door de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.) <KB 1989-10-02/30, art. 1, 052; Inwerkingtreding : 01-10-1989>
  Les droites et gauches auxquelles la codification se refère sont celles du patient.)
  (§ 12. L'intervention de l'assurance obligatoire soins de santé ne peut être accordée qu'à la condition que la facturation soit associée à la délivrance des données de facturation par support magnétique, pour les prestations suivantes facturées dans le cadre du système du tiers payant :
  1° les prestations dispensées à un bénéficiaire hospitalisé, dont l'hospitalisation donne lieu au paiement d'un (montant par admission et/ou montant par jour) et à un bénéficiaire dont le séjour dans un établissement hospitalier donne lieu au paiement d'un des montants prévus à l'article 4, §§ 3 à 7, de la convention nationale entre les établissements hospitaliers et les organismes assureurs.
  Cette obligation ne joue cependant pas pour les prestations effectuées par un dispensateur de soins non attaché à l'hôpital ni pour celles exécutées par le médecin qui, au 31 décembre 1983, exerce depuis vingt ans au minimum dans un hôpital et qui, à cette date, percoit lui-même ses honoraires pour autant qu'il soit autorisé à continuer à les percevoir lui-même, conformément aux dispositions de l'article 143, § 2, de la loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987;
  2° les prestations de biologie clinique, d'anatomopathologie et de médecine nucléaire in vitro effectuées par les laboratoires agréés au sens des l'articles 63 et 65 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994. Les prestations dispensées à un bénéficiaire qui ne se trouve pas dans un établissement hospitalier et effectuées dans des laboratoires pour lesquels le montant annuel de l'intervention de l'assurance n'atteint pas (25 000 EUR), ne tombent pas sous l'application de cette disposition;
  3° les prestations non visées sous 1° ou 2° dispensées dans un établissement hospitalier et pour lesquelles le système du tiers payant peut être appliqué en vertu des dispositions de l'arrêté royal du 10 octobre 1986 portant exécution de l'article 53, huitième alinéa de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnites, coordonnée le 14 juillet 1994 (de même que les prestations pharmaceutiques, délivrées par l'officine ou le dépôt des médicaments de l'hôpital aux bénéficiaires qui ne se trouvent pas dans un établissement hospitalier, excepté les médicaments délivrés aux bénéficiaires qui séjournent dans les maisons de soins psychiatriques).
  (4° les prestations dispensées par une maison de soins psychiatriques, visée à l'article 34, alinéa 1er, 11°, de la loi coordonnée précitée, de même que les prestations pharmaceutiques délivrées aux bénéficiaires qui résident dans une maison de soins psychiatriques.)
  Les modalités selon lesquelles doivent s'effectuer l'établissement et la délivrance des supports magnétiques, sont fixées par le Comité de l'assurance du Service des Soins de santé de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité. Dans les cas où les dispensateurs de soins sont tenus, en vertu de l'article 37 de l'arrêté royal du 22 février 1998 portant des mesures d'exécution de la carte d'identité sociale, de faire usage de la carte d'identité sociale des bénéficiaires, la preuve de l'usage de la carte d'identité sociale doit faire partie de la délivrance des supports magnétiques, de la façon déterminée par les modalités susvisées, fixées par le Comité de l'assurance.)
  (§ 13. Pour les prestations auxquelles le paiement direct par les organismes assureurs au dispensateur de soins ou à l'établissement de soins n'est pas applicable, les remboursements de l'assurance soins de santé sont octroyés à la condition que l'attestation de soins donnés ou le document qui en tient lieu, à délivrer par les praticiens de l'art de guérir, les établissements hospitaliers et les auxiliaires paramédicaux soit remis au bénéficiaire dès que possible et au plus tard dans un délai de trois mois suivant la fin du mois au cours duquel les soins ont été donnes.)
  (§ 14. Pour les prestations ou fournitures visées ci-dessous, l'intervention de l'assurance ne peut être octroyée qu'à la condition que la demande ou la prescription comporte toutes les données figurant au modèle repris sous l'annexe 58 :
  - les soins donnés par des infirmières graduées et assimilées, des accoucheuses, des infirmières brevetées, des hospitalières et assimilées, qui ne sont remboursés que s'ils ont été prescrits par un médecin;
  - les traitements relevant de la compétence des kinésithérapeutes;
  - les prestations de biologie clinique, de médecine nucléaire in vitro et d'(anatomo-pathologie et de génétique);
  - les prestations de radiodiagnostic;
  - les prestations ou fournitures considérées comme relevant de la compétence des bandagistes, des orthopédistes (ou des opticiens);
  - les prestations effectuées par des logopèdes ou des orthoptistes;
  - les appareils à parler pour personnes ayant subi une laryngectomie, les prothèses externes en cas de mutilation faciale, les prothèses capillaires, les lunettes télescopiques, le matériel pour le traitement à domicile de l'anémie de Cooley.)
  (§ 15. Pour les prestations de biologie clinique, d'anatomopathologie et de médecine nucléaire in vitro, l'intervention de l'assurance n'est due qu'à partir du moment, mais également jusqu'au moment où le Service des soins de santé de l'I.N.A.M.I. est informé de l'agrément ou de la modification de l'agrément, par le Ministre de la Santé publique, du laboratoire dans lequel celles-ci sont exécutées et au plus tôt à partir du moment où cet agrément entre en vigueur, mais également jusqu'au moment où cette modification de l'agrément entre en vigueur.
  Le Service des soins de santé en informe sans délai les organismes assureurs.)
  (§ 16. L'intervention de l'assurance maladie pour les prestations de l'article 32 de la nomenclature des prestation de santé est subordonnée à la condition qu'un numéro d'identification de laboratoire soit mentionné lors de l'attestation et de la facturation de ces prestations.
  Si les prestations sont effectuées dans un laboratoire de biologie clinique agréé, il y a lieu d'utiliser le numéro d'agrément du laboratoire.
  Si les prestations ne sont pas effectuées dans un laboratoire de biologie clinique agréé, il y a lieu d'utiliser le numéro d'identification attribué à cette fin par le Service des soins de santé de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.)
&nbsp;&nbsp;De rechter- en de linkerkwadranten waarop de codering betrekking heeft, zijn die van de patiënt.)
&nbsp;&nbsp;Les droites et gauches auxquelles la codification se refère sont celles du patient.)
HOOFDSTUK VIIquater. - Voorwaarden waaronder tegemoetgekomen wordt inzake brillen en andere oogprothesen, hoortoestellen, banden, orthopedische toestellen en andere prothesen.
CHAPITRE VIIquater. - Des conditions de remboursement des lunettes et autres prothèses de l'oeil, des appareils auditifs, bandages, appareils orthopédiques et autres prothèses.
Art. 9quinquies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) (Opgeheven).
Art. 9quinquies. (voir NOTE sous INTITULE) (Abrogé).
Art. 9sexies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) (De tegemoetkomingen worden alleen verleend voor prothesen, bedoeld bij artikel 31 van de in artikel 24 van de voornoemde wet van 9 augustus 1963 bedoelde nomenclatuur der geneeskundige verstrekkingen, welke men kan vereenzelvigen.)
  Te dien einde moet ieder toestel ter correctie van het gehoor een individueel vereenzelvingsnummer dragen dat wordt vermeld op het verkoopformulier dat de rechthebbende bezit, evenals op de factuur of op het voor de verzekeringsinstelling bestemde getuigschrift van aflevering.
  Iedere wijziging van dat vereenzelvingsnummer, welke ondermeer kan voortvloeien uit een herstelling of het omwisselen van het toestel tegen een ander van hetzelfde model, moet schriftelijk aan de rechthebbende worden medegedeeld.
Art. 9sexies. (voir NOTE sous INTITULE) (Seules donnent lieu à un remboursement les prothèses visées à l'article 31 de la nomenclature des prestations de santé visée à l'article 24 de la loi du 9 août 1963 précitée, qui sont identifiables.)
  A cet effet, tout appareil de correction auditive doit porter un numéro individuel d'identification reproduit sur le document de vente en possession du bénéficiaire, de même que sur la facture ou l'attestation de fourniture destinée à l'organisme assureur.
  Tout changement de ce numéro d'identification pouvant résulter notamment d'une réparation ou de l'échange de l'appareil contre un autre du même modèle, doit être notifié par ecrit au bénéficiaire.
Art. 9sexies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) (De tegemoetkomingen worden alleen verleend voor prothesen, bedoeld bij artikel 31 van de in artikel 24 van de voornoemde wet van 9 augustus 1963 bedoelde nomenclatuur der geneeskundige verstrekkingen, welke men kan vereenzelvigen.)
  Te dien einde moet ieder toestel ter correctie van het gehoor een individueel vereenzelvingsnummer dragen dat wordt vermeld op het verkoopformulier dat de rechthebbende bezit, evenals op de factuur of op het voor de verzekeringsinstelling bestemde getuigschrift van aflevering.
  Iedere wijziging van dat vereenzelvingsnummer, welke ondermeer kan voortvloeien uit een herstelling of het omwisselen van het toestel tegen een ander van hetzelfde model, moet schriftelijk aan de rechthebbende worden medegedeeld.
Art. 9sexies. (voir NOTE sous INTITULE) (Seules donnent lieu à un remboursement les prothèses visées à l'article 31 de la nomenclature des prestations de santé visée à l'article 24 de la loi du 9 août 1963 précitée, qui sont identifiables.)
  A cet effet, tout appareil de correction auditive doit porter un numéro individuel d'identification reproduit sur le document de vente en possession du bénéficiaire, de même que sur la facture ou l'attestation de fourniture destinée à l'organisme assureur.
  Tout changement de ce numéro d'identification pouvant résulter notamment d'une réparation ou de l'échange de l'appareil contre un autre du même modèle, doit être notifié par ecrit au bénéficiaire.
Art. 9septies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) Voor de verpleegdag en alle andere ermee gelijkgestelde verstrekkingen, alsmede voor de geneeskundige verstrekkingen aan een in een ziekenhuis opgenomen zieke verleend door een geneesheer, een apotheker of een licentiaat in de wetenschappen die is erkend om verstrekkingen inzake klinische biologie te verrichten, een tandheelkundige, een vroedvrouw of een paramedisch medewerker die de honoraria en prijzen betreffende die verstrekkingen niet voor eigen rekening int of zal innen, wordt alleen maar vergoeding verleend wanneer op het getuigschrift van verzorging of aflevering of op de verpleegnota bedoeld in artikel 9ter, de overeenstemmingsstrook is aangebracht die door de Minister van Financiën, bij besluit van 9 september 1971, is opgelegd.
Art. 9septies. (voir NOTE sous INTITULE) La journée d'entretien en toutes autres prestations assimilees ainsi que les prestations de santé données à un malade hospitalisé, par un médecin, un pharmacien ou un licencié en sciences agréé pour effectuer des prestations de biologie clinique, un praticien de l'art dentaire, une accoucheuse ou un auxiliaire paramédical qui ne percoit pas ou ne percevra pas les honoraires et prix relatifs à ces prestations pour son propre compte ne donne lieu à remboursement que si sur l'attestation de soins ou de fourniture ou la note d'hospitalisation visée à l'article 9ter est apposée la vignette de concordance imposé par le Ministre des Finances, par arrêté du 9 septembre 1971.
Art. 9septiesbis. (zie NOTA in OPSCHRIFT) § 1. (In geval van facturering van verstrekkingen naar aanleiding van een verpleging in een verpleeginrichting, dienen aan de rechthebbende de volgende documenten worden overgemaakt :
  - indien de facturering door de verpleeginrichting wordt opgemaakt, hetzij van de verpleegdagen en alle andere ermee gelijkgestelde verstrekkingen, hetzij van tijdens de ziekenhuisverpleging verrichte verstrekkingen, hetzij van die twee soorten verstrekkingen, moet aan de rechthebbende een uittreksel van de verpleegnota, zoals het model is voorzien in bijlage 66, worden gestuurd, ten laatste twee jaar na het einde van de maand waarin de verzorging is verstrekt.
  Eventuele bijkomende factureringen waarvoor de gegevens nog niet beschikbaar zijn op het ogenblik van het versturen van de eerste facturering of van verbeteringen dienen eveneens te gebeuren door middel van het hiervoren bedoelde uittreksel van de verpleegnota en dit binnen de hiervoren vermelde termijn van twee jaar; zij zullen, in elk geval, verwijzen naar de eerste facturering;
  - indien de facturering door de medische raad van een verpleeginrichting wordt opgemaakt moet aan de rechthebbende een honorariumnota, zoals het model is voorzien in bijlage 66bis, worden gestuurd, ten laatste twee jaar na het einde van de maand waarin de verzorging is verstrekt.
  Deze honorariumnota moet worden gevoegd bij het hiervoren genoemde uittreksel van de verpleegnota en dit volgens de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 december 1987 houdende uitvoering van artikel 141 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 met betrekking tot de vordering van de bedragen verschuldigd voor de gehospitaliseerde patiënten.
  Eventuele bijkomende factureringen waarvoor de gegevens nog niet beschikbaar zijn op het ogenblik van het versturen van de eerste facturering of van verbeteringen dienen eveneens te gebeuren door middel van de hiervoren bedoelde honorariumnota en binnen de hiervoren genoemde termijn van twee jaar; in dit geval dient deze nota niet te worden gevoegd bij een uittreksel van de verpleegnota; zij zullen, in elk geval, verwijzen naar de eerste facturering;
  - in geval van facturering van prestaties die, noch door de verpleeginrichting, noch door de medische raad van de verpleeginrichting worden aangerekend, moet aan de rechthebbende een dubbel van de honorariumnota worden overgemaakt, ten laatste twee jaar na het einde van de maand waarin de verzorging is verstrekt.
  Onder de term " specialismen " zoals bedoeld in de bijlagen 66 en 66bis, worden dezen bedoeld die zijn voorzien in artikel 10, § 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering.)
  § 2. (Het bedrag ten laste van de rechthebbende is alleen maar verschuldigd als de voor de rechthebbende bestemde documenten hem daadwerkelijk zijn toegestuurd volgens de bepalingen zoals vermeld in § 1.)
  § 3. (Opgeheven).
  § 4. (Opgeheven).
Art. 9septiesbis. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. (En cas de facturation de prestations lors d'une hospitalisation dans un établissement hospitalier, les documents suivants doivent être transmis au bénéficiaire :
  - si l'établissement hospitalier établit la facturation, soit des journées d'entretien et de toutes autres prestations assimilées, soit de prestations effectuées au cours de l'hospitalisation, soit de ces deux types de prestations, un extrait de la note d'hospitalisation, dont le modèle est prévu à l'annexe 66, doit être adressé au bénéficiaire au plus tard deux ans à compter de la fin du mois au cours duquel les soins ont été fournis.
  Des facturations complémentaires éventuelles pour lesquelles les données ne sont pas encore disponibles au moment de l'expédition de la première facturation ou des rectifications doivent également se faire au moyen de l'extrait susvisé de la note d'hospitalisation et ceci dans le délai de deux ans mentionné ci-dessus; elles se réfèreront, en tout état de cause, à la première facturation;
  - si la facturation est établie par le conseil médical d'un établissement hospitalier, une note d'honoraires, dont le modèle est prévu à l'annexe 66bis, doit être adressée au bénéficiaire au plus tard deux ans à compter de la fin du mois au cours duquel les soins ont été fournis.
  Cette note d'honoraires doit être jointe à l'extrait susmentionné de la note d'hospitalisation et ce, conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 15 décembre 1987 portant exécution de l'article 141 de la loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987, relatif a la réclamation des montants dus pour les patients hospitalisés.
  Des facturations complémentaires éventuelles pour lesquelles les données ne sont pas encore disponibles au moment de l'expédition de la première facturation ou des rectifications doivent également se faire au moyen de la note d'honoraires susvisée et dans le délai de deux ans mentionné ci-dessus; dans ce cas, cette note ne doit pas être jointe à un extrait de la note d'hospitalisation; elles se réfèreront, en tout état de cause, à la première facturation;
  - en cas de facturation de prestations que ni l'établissement hospitalier, ni le conseil médical de l'établissement n'ont portées en compte, un double de la note d'honoraires doit être transmis au bénéficiaire au plus tard deux ans à compter de la fin du mois au cours duquel les soins ont été fournis.
  Par le terme " spécialités " visé dans les annexes 66 et 66bis, on entend celles qui sont prévues par l'article 10, § 1er, de l'annexe à l'arrêté du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité.)
  § 2. (Le montant à charge du patient n'est dû que si les documents destinés au bénéficiaire lui ont effectivement été adressés selon les modalités prévues au § 1er.)
  § 3. (Abrogé).
  § 4. (Abrogé).
Art. 9septiester. (zie NOTA in OPSCHRIFT) (§ 1. De in artikel 9ter, § 1, 8°, van dit besluit bedoelde verpleegnota's worden opgemaakt per afgesloten verblijfsperioden. Wanneer evenwel de verpleging langer duurt dan dertig dagen, wordt een gedeeltelijke verpleegnota opgemaakt die eens per maand wordt afgesloten. Onafgezien het aantal verpleegdagen :
  a) moet in elk geval een gedeeltelijke verpleegnota worden opgemaakt op 31 december van elk jaar;
  b) kan uitzonderlijk een gedeeltelijke verpleegnota worden opgemaakt telkens op 31 maart, op 30 juni en op 30 september.)
  (c) moet in elk geval een gedeeltelijke verpleegnota worden opgemaakt op 30 juni 2002.)
  § 2. (Wanneer voor alle of bepaalde ziekenhuisgeneesheren een centrale inning door een dienst van de Medische Raad gebeurt, worden de getuigschriften voor verstrekte hulp, tezamen met een verzamelstaat van de honoraria die betrekking hebben op een afgesloten verblijfsperiode of, indien de opneming langer dan dertig dagen duurt, op een tijdvak van één maand, gevoegd bij de facturatie van de verplegingsinrichting en moeten ernaar verwijzen. Deze facturaties dienen vergezeld van één verzendingsborderel conform het model in bijlage 61 en getekend door de respectieve verantwoordelijken; de facturatiedragers van elk van de inningsdiensten moeten worden overgemaakt aan het verbond of gewestelijke dienst en gerangschikt volgens het opnamenummer van de rechthebbende in de verplegingsinrichting. Dit opnamenummer moet onverwijld door de verplegingsinrichting worden bekend gemaakt aan de Medische Raad. Uitzonderlijk moeten de getuigschriften, onafgezien van het aantal verpleegdagen, en zoals hierboven omschreven, worden overgemaakt voor een periode die wordt afgesloten op de 31e december van elk jaar.)
  § 3. (De magnetische dragers, zo deze verplichtend zijn gemaakt en die overeenstemmen met de in §§ 1 en 2 bedoelde bescheiden welke voor de facturering noodzakelijk zijn moeten eveneens een keer per maand aan de verzekeringsinstellingen worden bezorgd. In geval van toepassing van de bepalingen van § 2 dient de magnetische drager van de Medische Raad te worden gevoegd bij die van de verplegingsinrichting en moet ernaar verwijzen. Zij moeten worden overgemaakt aan de verzekeringsinstellingen, vergezeld van één verzendingsborderel en gerangschikt volgens opklimmend identificatienummer van het verbond of de gewestelijke dienst en in bijkomende orde volgens het opnamenummer van de rechthebbende in de verplegingsinrichting.)
  § 4. Onverminderd de terzake geldende regels zijn de bedragen van de bij de verzekeringsinstellingen ingediende verpleegnota's en honorariumstaten, onder voorbehoud van latere verbeteringen, verschuldigd zodra de magnetische dragers en de documenten die nodig zijn voor de facturering ontvangen zijn.
  (§ 5. Voor zover de documenten die nodig zijn voor de facturering en de magnetische dragers zijn ingediend vóór de 20e van de 2e maand na die van afsluiting zoals bepaald in § 1 van onderhavig artikel, geeft het niet betalen binnen de in artikel 2 van het koninklijk besluit van 10 oktober 1986 tot uitvoering van artikel 53, achtste lid, van de wet van 14 juli 1994 bepaalde termijn recht op de in hetzelfde besluit bedoelde verwijlintresten. Die verwijlintresten zijn verschuldigd vanaf de eerste dag na de in evengenoemd artikel 2 bepaalde termijn, zonder ingebrekestelling.)
  § 6. Onverminderd de bepalingen van § 5, moeten de verzekeringsinstellingen, vóór het verstrijken van de in § 5 bedoelde termijn, voorschotten betalen ten belope van 80 pct. van het bedrag van de ingediende kostenstaten.
Art. 9septiester. (voir NOTE sous INTITULE) (§ 1er. Les notes d'hospitalisation visées a l'article 9ter, § 1er, 8°, du présent arrêté sont établies par périodes de séjour clôturées. Toutefois, lorsque l'hospitalisation dure plus de trente jours, une note d'hospitalisation partielle est établie, qui est clôturée une fois par mois. Quel que soit le nombre de journées d'entretien :
  a) une note d'hospitalisation partielle doit en tout cas être établie au 31 décembre de chaque année;
  b) une note d'hospitalisation partielle peut exceptionnellement être établie chaque 31 mars, 30 juin et 30 septembre.)
  (c) une note d'hospitalisation partielle doit en tout cas être établie le 30 juin 2002.)
  § 2. (Lorsqu'un service du Conseil médical opère une perception centrale pour tous les médecins hospitaliers ou pour certains d'entre eux, les attestations de soins donnés accompagnées d'un état récapitulatif des honoraires se rapportant à une période de séjour clôturée ou, si l'hospitalisation dure plus de trente jours, à une période mensuelle, sont jointes à la facturation de l'établissement hospitalier et doivent s'y référer. Ces facturations doivent être accompagnées d'un bordereau d'envoi unique conforme au modèle repris à l'annexe 61 et signé par les responsables respectifs; les supports de facturation de chacun des services de perception doivent être transmis à la fédération ou à l'office régional et classés suivant le numéro d'admission du bénéficiaire dans l'établissement hospitalier. Ce numéro d'admission doit être communiqué sans délai au Conseil médical par l'établissement hospitalier. Exceptionnellement et quel que soit le nombre de journées d'entretien, les attestations doivent être transmises, comme il est prévu ci-avant, pour une période clôturée au 31 décembre de chaque année.)
  § 3. (Les supports magnétiques, si ceux-ci ont été rendus obligatoires, correspondant aux documents nécessaires à la facturation visés aux §§ 1 et 2, doivent également être transmis aux organismes assureurs une fois par mois. En cas d'application des dispositions du § 2, le support magnétique du Conseil médical doit être joint à celui de l'établissement hospitalier et s'y référer. Ils doivent être transmis aux organismes assureurs, accompagnés d'un bordereau d'envoi unique et classés dans l'ordre croissant du numéro d'identification de la fédération ou de l'office régional et accessoirement suivant le numéro d'admission du bénéficiaire dans l'etablissement hospitalier.)
  § 4. Sans préjudice des règles applicables en la matière, les montants des notes d'hospitalisation et des états d'honoraires présentés aux organismes assureurs sont dus dès réception des supports magnétiques et des documents nécessaires à la facturation, sous réserve de rectifications ultérieures.
  (§ 5. Pour autant que les documents nécessaires à la facturation et les supports magnétiques aient été introduits avant le vingtième jour du deuxième mois suivant celui de la clôture, comme le stipule le § 1er du présent article, le non-paiement dans le délai fixé à l'article 2 de l'arrêté royal du 10 octobre 1986 portant exécution de l'article 53, huitième alinéa, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994, donne droit aux intérêts de retard visés dans ce même arrêté. Les intérêts de retard sont dus à partir du premier jour suivant le délai fixé à l'article 2 précité, sans mise en demeure.)
  § 6. Sans préjudice des dispositions prévues au § 5, les organismes assureurs doivent payer des avances avant l'expiration du délai prévu au § 5, et ce à concurrence de 80 p.c. du montant des états de frais introduits.
Art. 9septiester. (zie NOTA in OPSCHRIFT) (§ 1. De in artikel 9ter, § 1, 8°, van dit besluit bedoelde verpleegnota's worden opgemaakt per afgesloten verblijfsperioden. Wanneer evenwel de verpleging langer duurt dan dertig dagen, wordt een gedeeltelijke verpleegnota opgemaakt die eens per maand wordt afgesloten. Onafgezien het aantal verpleegdagen :
  a) moet in elk geval een gedeeltelijke verpleegnota worden opgemaakt op 31 december van elk jaar;
  b) kan uitzonderlijk een gedeeltelijke verpleegnota worden opgemaakt telkens op 31 maart, op 30 juni en op 30 september.)
  (c) moet in elk geval een gedeeltelijke verpleegnota worden opgemaakt op 30 juni 2002.)
  § 2. (Wanneer voor alle of bepaalde ziekenhuisgeneesheren een centrale inning door een dienst van de Medische Raad gebeurt, worden de getuigschriften voor verstrekte hulp, tezamen met een verzamelstaat van de honoraria die betrekking hebben op een afgesloten verblijfsperiode of, indien de opneming langer dan dertig dagen duurt, op een tijdvak van één maand, gevoegd bij de facturatie van de verplegingsinrichting en moeten ernaar verwijzen. Deze facturaties dienen vergezeld van één verzendingsborderel conform het model in bijlage 61 en getekend door de respectieve verantwoordelijken; de facturatiedragers van elk van de inningsdiensten moeten worden overgemaakt aan het verbond of gewestelijke dienst en gerangschikt volgens het opnamenummer van de rechthebbende in de verplegingsinrichting. Dit opnamenummer moet onverwijld door de verplegingsinrichting worden bekend gemaakt aan de Medische Raad. Uitzonderlijk moeten de getuigschriften, onafgezien van het aantal verpleegdagen, en zoals hierboven omschreven, worden overgemaakt voor een periode die wordt afgesloten op de 31e december van elk jaar.)
  § 3. (De magnetische dragers, zo deze verplichtend zijn gemaakt en die overeenstemmen met de in §§ 1 en 2 bedoelde bescheiden welke voor de facturering noodzakelijk zijn moeten eveneens een keer per maand aan de verzekeringsinstellingen worden bezorgd. In geval van toepassing van de bepalingen van § 2 dient de magnetische drager van de Medische Raad te worden gevoegd bij die van de verplegingsinrichting en moet ernaar verwijzen. Zij moeten worden overgemaakt aan de verzekeringsinstellingen, vergezeld van één verzendingsborderel en gerangschikt volgens opklimmend identificatienummer van het verbond of de gewestelijke dienst en in bijkomende orde volgens het opnamenummer van de rechthebbende in de verplegingsinrichting.)
  § 4. Onverminderd de terzake geldende regels zijn de bedragen van de bij de verzekeringsinstellingen ingediende verpleegnota's en honorariumstaten, onder voorbehoud van latere verbeteringen, verschuldigd zodra de magnetische dragers en de documenten die nodig zijn voor de facturering ontvangen zijn.
  (§ 5. Voor zover de documenten die nodig zijn voor de facturering en de magnetische dragers zijn ingediend vóór de 20e van de 2e maand na die van afsluiting zoals bepaald in § 1 van onderhavig artikel, geeft het niet betalen binnen de in artikel 2 van het koninklijk besluit van 10 oktober 1986 tot uitvoering van artikel 53, achtste lid, van de wet van 14 juli 1994 bepaalde termijn recht op de in hetzelfde besluit bedoelde verwijlintresten. Die verwijlintresten zijn verschuldigd vanaf de eerste dag na de in evengenoemd artikel 2 bepaalde termijn, zonder ingebrekestelling.)
  § 6. Onverminderd de bepalingen van § 5, moeten de verzekeringsinstellingen, vóór het verstrijken van de in § 5 bedoelde termijn, voorschotten betalen ten belope van 80 pct. van het bedrag van de ingediende kostenstaten.
Art. 9septiester. (voir NOTE sous INTITULE) (§ 1er. Les notes d'hospitalisation visées a l'article 9ter, § 1er, 8°, du présent arrêté sont établies par périodes de séjour clôturées. Toutefois, lorsque l'hospitalisation dure plus de trente jours, une note d'hospitalisation partielle est établie, qui est clôturée une fois par mois. Quel que soit le nombre de journées d'entretien :
  a) une note d'hospitalisation partielle doit en tout cas être établie au 31 décembre de chaque année;
  b) une note d'hospitalisation partielle peut exceptionnellement être établie chaque 31 mars, 30 juin et 30 septembre.)
  (c) une note d'hospitalisation partielle doit en tout cas être établie le 30 juin 2002.)
  § 2. (Lorsqu'un service du Conseil médical opère une perception centrale pour tous les médecins hospitaliers ou pour certains d'entre eux, les attestations de soins donnés accompagnées d'un état récapitulatif des honoraires se rapportant à une période de séjour clôturée ou, si l'hospitalisation dure plus de trente jours, à une période mensuelle, sont jointes à la facturation de l'établissement hospitalier et doivent s'y référer. Ces facturations doivent être accompagnées d'un bordereau d'envoi unique conforme au modèle repris à l'annexe 61 et signé par les responsables respectifs; les supports de facturation de chacun des services de perception doivent être transmis à la fédération ou à l'office régional et classés suivant le numéro d'admission du bénéficiaire dans l'établissement hospitalier. Ce numéro d'admission doit être communiqué sans délai au Conseil médical par l'établissement hospitalier. Exceptionnellement et quel que soit le nombre de journées d'entretien, les attestations doivent être transmises, comme il est prévu ci-avant, pour une période clôturée au 31 décembre de chaque année.)
  § 3. (Les supports magnétiques, si ceux-ci ont été rendus obligatoires, correspondant aux documents nécessaires à la facturation visés aux §§ 1 et 2, doivent également être transmis aux organismes assureurs une fois par mois. En cas d'application des dispositions du § 2, le support magnétique du Conseil médical doit être joint à celui de l'établissement hospitalier et s'y référer. Ils doivent être transmis aux organismes assureurs, accompagnés d'un bordereau d'envoi unique et classés dans l'ordre croissant du numéro d'identification de la fédération ou de l'office régional et accessoirement suivant le numéro d'admission du bénéficiaire dans l'etablissement hospitalier.)
  § 4. Sans préjudice des règles applicables en la matière, les montants des notes d'hospitalisation et des états d'honoraires présentés aux organismes assureurs sont dus dès réception des supports magnétiques et des documents nécessaires à la facturation, sous réserve de rectifications ultérieures.
  (§ 5. Pour autant que les documents nécessaires à la facturation et les supports magnétiques aient été introduits avant le vingtième jour du deuxième mois suivant celui de la clôture, comme le stipule le § 1er du présent article, le non-paiement dans le délai fixé à l'article 2 de l'arrêté royal du 10 octobre 1986 portant exécution de l'article 53, huitième alinéa, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994, donne droit aux intérêts de retard visés dans ce même arrêté. Les intérêts de retard sont dus à partir du premier jour suivant le délai fixé à l'article 2 précité, sans mise en demeure.)
  § 6. Sans préjudice des dispositions prévues au § 5, les organismes assureurs doivent payer des avances avant l'expiration du délai prévu au § 5, et ce à concurrence de 80 p.c. du montant des états de frais introduits.
Art. 9septiesquater. (zie NOTA in OPSCHRIFT) In afwijking van de bepalingen van artikel 9septiester gelden de volgende bepalingen voor de psychiatrische inrichtingen.
  (§ 1. De psychiatrische inrichting is ertoe gehouden haar per kalenderkwartaal opgemaakte verpleegnota's met een gezamenlijke zending in te dienen bij de nationale zetel van de verzekeringsinstelling, behoudens andersluidend bericht van die instelling, binnen de twee maand volgend op het kwartaal waarop ze betrekking hebben.)
  § 2. (Wanneer voor alle of bepaalde ziekenhuisgeneesheren een centrale inning door een dienst van de Medische Raad gebeurt, worden de getuigschriften voor verstrekte hulp, te zamen met een in tweevoud opgestelde verzamelstaat van de honoraria, en die betrekking hebben op een kalenderkwartaal, gevoegd bij de facturatie van de verplegingsinrichting en moeten ernaar verwijzen. Deze facturaties dienen vergezeld van één verzendingsborderel conform het model in bijlage 61 en getekend door de respectieve verantwoordelijken; de facturatiedragers van elk der inningsdiensten moeten in een gezamenlijke zending worden overgemaakt aan de nationale zetel van de verzekeringsinstellingen, behoudens andersluidend bericht van die instelling, en dit voor het einde van het kalenderkwartaal na dat waarop ze betrekking hebben, gerangschikt volgens opklimmend identificatienummer van het verbond of gewestelijke dienst en in bijkomende orde het opnamenummer van de rechthebbende in de verplegingsinrichting. dit opnamenummer moet onverwijld door de verplegingsinrichting worden bekend gemaakt aan de Medische Raad. Uitzonderlijk moeten de getuigschriften, onafgezien van het aantal verpleegdagen, en zoals hierboven omschreven, worden overgemaakt voor een periode die wordt afgesloten op de 31e december van elk jaar.)
  § 3. (De magnetische dragers, zo deze verplichtend zijn gemaakt en die overeenstemmen met de in §§ 1 en 2 bedoelde bescheiden welke voor de facturering noodzakelijk zijn moeten eveneens binnen de in dezelfde paragrafen bedoelde termijnen aan de verzekeringsinstellingen worden bezorgd. In geval van toepassing van de bepalingen van § 2 dient de magnetische drager van de Medische Raad te worden gevoegd bij die van de verplegingsinrichting en moet ernaar verwijzen. Zij moeten worden overgemaakt aan de verzekeringsinstellingen, vergezeld van één verzendingsborderel en gerangschikt volgens opklimmend identificatienummer van het verbond of de gewestelijke dienst en in bijkomende orde volgens het opnamenummer van de rechthebbende in de verplegingsinrichting.)
  § 4. Onverminderd de terzake geldende regels zijn de bedragen van de bij de verzekeringsinstellingen ingediende verpleegnota's en honorariumstaten, onder voorbehoud van latere verbeteringen, verschuldigd zodra de magnetische dragers en de documenten die nodig zijn voor de facturering ontvangen zijn.
  (§ 5. Voor zover de documenten die nodig zijn voor de facturering en de magnetische dragers zijn ingediend vóór de 20e van de 2e maand na die van afsluiting zoals bepaald in § 1 van onderhavig artikel, geeft het niet betalen binnen de in artikel 2 van het koninklijk besluit van 10 oktober 1986 tot uitvoering van artikel 53, achtste lid, van de wet van 14 juli 1994 bepaalde termijn recht op de in hetzelfde besluit bedoelde verwijlintresten. Die verwijlintresten zijn verschuldigd vanaf de eerste dag na de in evengenoemd artikel 2 bepaalde termijn, zonder ingebrekestelling.)
Art. 9septiesquater. (voir NOTE sous INTITULE) Par dérogation aux dispositions de l'article 9septiester, les dispositions suivantes sont applicables aux établissements psychiatriques.
  (§ 1er. L'établissement psychiatrique est tenu d'introduire ses notes d'hospitalisation établies par trimestre civil, sous forme d'un envoi global au siège national de l'organisme assureur, sauf avis contraire de celui-ci, dans les deux mois qui suivent le trimestre auquel elles se rapportent.)
  § 2. (Lorsqu'un service du Conseil médical opère une perception centrale pour tous les médecins hospitaliers ou pour certains d'entre eux, les attestations de soins donnés accompagnées d'un état récapitulatif des honoraires établi en double exemplaire et se rapportant à un trimestre civil sont jointes à la facturation de l'établissement hospitalier et doivent s'y référer. Ces facturations doivent être accompagnées d'un bordereau d'envoi unique conforme au modèle repris à l'annexe 61 et signé par les responsables respectifs; les supports de facturation de chacun des services de perception doivent être transmis au siège national de l'organisme assureur, sauf avis contraire de celui-ci, sous forme d'un envoi global, avant la fin du trimestre civil qui suit celui auquel ils se rapportent, classés dans l'ordre croissant du numéro d'identification de la fédération ou de l'office régional et accessoirement suivant le numéro d'admission du bénéficiaire dans l'établissement hospitalier. Ce numéro d'admission doit être communiqué sans délai au Conseil médical par l'établissement hospitalier. Exceptionnellement et quel que soit le nombre de journées d'entretien, les attestations doivent être transmises, comme il est prévu ci-avant, pour une période clôturée au 31 décembre de chaque année.)
  § 3. (Les supports magnétiques, si ceux-ci ont été rendus obligatoires, correspondant aux documents nécessaires à la facturation visés aux §§ 1 et 2, doivent également être transmis aux organismes assureurs dans les délais visés aux mêmes paragraphes. En cas d'application des dispositions du § 2, le support magnétique du Conseil médical doit être joint à celui de l'établissement hospitalier et s'y référer. Ils doivent être transmis aux organismes assureurs, accompagnés d'un bordereau d'envoi unique et classés dans l'ordre croissant du numéro d'identification de la fédération ou de l'office régional et accessoirement suivant le numéro d'admission du bénéficiaire dans l'établissement hospitalier.)
  § 4. Sans préjudice des règles applicables en la matière, les montants des notes d'hospitalisation et des états d'honoraires présentés aux organismes assureurs sont dus dès réception des supports magnétiques et des documents nécessaires à la facturation, sous réserve de rectifications ultérieures.
  (§ 5. Pour autant que les documents nécessaires à la facturation et les supports magnétiques aient été introduits avant le vingtième jour du deuxième mois suivant celui de clôture, comme le stipule le § 1er du présent article, le non-paiement dans le délai fixé à l'article 2 de l'arrêté royal du 10 octobre 1986 portant exécution de l'article 53, huitième alinéa, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994, donne droit aux intérêts de retard visés dans ce même arrêté. Les intérêts de retard sont dus à partir du premier jour suivant le délai fixé à l'article 2 précité, sans mise en demeure.)
Art. 9septiesquinquies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VARIA 1998-09-07/31, art. 2; Inwerkingtreding : 01-01-1999> Voor de rechthebbenden die zijn opgenomen in een verplegingsinrichting, waarbij de opneming aanleiding geeft tot de betaling van een (bedrag per opneming en/of bedrag per dag) en voor de rechthebbenden tijdens een verblijf in de verplegingsinrichting dat aanleiding geeft tot de betaling van een van de bedragen die zijn bedoeld in artikel 4, §§ 3 tot 7, van de nationale overeenkomst tussen de verplegingsinrichtingen en de verzekeringsinstellingen, is de verplegingsinrichting ertoe gehouden de gegevens die voorkomen op de sociale identiteitskaart van de betrokken rechthebbende en waarover zij beschikt ingevolge het verplichte gebruik van de sociale identiteitskaart, zoals bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 houdende uitvoeringsmaatregelen inzake de sociale identiteitskaart, over te maken aan de Medische Raad, indien voor de vorenbedoelde rechthebbenden een centrale inning door een dienst van de Medische Raad gebeurt, zoals bedoeld in § 2.
Art. 9septiesquinquies. (voir NOTE sous INTITULE) Pour les bénéficiaires hospitalisés dont l'hospitalisation donne lieu au paiement d'un (montant par admission et/ou montant par jour) et pour les bénéficiaires dont le séjour dans un établissement hospitalier donne lieu au paiement d'un des montants prévus à l'article 4, §§ 3 à 7, de la convention nationale entre les établissements hospitaliers et les organismes assureurs, l'établissement hospitalier est tenu, si pour les bénéficiaires précités un Service du Conseil médical procède à la perception centrale, comme prévu au § 2, de transmettre au Conseil médical les données qui figurent sur la carte d'identité sociale du bénéficiaire concerné et dont il dispose à la suite de l'usage obligatoire de la carte d'identité sociale tel qu'il est prévu à l'article 37 de l'arrêté royal du 22 février 1998 portant des mesures d'exécution de la carte d'identité sociale.
Art. 9septiessexies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VARIA 1998-09-07/31, art. 3; Inwerkingtreding : 01-01-1999> De verplegingsinrichting en de zorgverleners of vertegenwoordigers van verenigingen die factureren en innen voor zorgverleners, die andere dan farmaceutische verstrekkingen leveren, zijn ertoe gehouden de gegevens die voorkomen op de sociale identiteitskaart, en waarover zij beschikken ingevolge het verplicht gebruik van de sociale identiteitskaart, zoals bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 houdende uitvoeringsmaatregelen inzake de sociale identiteitskaart, over te maken aan de dienst die ermede belast is de farmaceutische verstrekkingen te tariferen die door de officina of geneesmiddelendepot van de verplegingsinrichting worden verstrekt, ingeval van aflevering van farmaceutische verstrekkingen in een verplegingsinrichting, in gevallen waarin de verzekerde in de verplegingsinrichting verblijft zonder dat zulk verblijf aanleiding geeft tot de betaling van een verpleegdagprijs.
Art. 9septiessexies. (voir NOTE sous INTITULE) L'établissement hospitalier et les dispensateurs de soins ou représentants d'associations qui assurent la facturation et la perception pour des dispensateurs de soins qui délivrent des prestations autres que les fournitures pharmaceutiques, sont tenus de transmettre les données figurant sur la carte d'identité sociale et dont ils disposent par suite de l'utilisation obligatoire de ladite carte, comme cela est prescrit à l'article 37 de l'arrêté royal du 22 février 1998 portant des mesures d'exécution de la carte d'identité sociale, au Service chargé de tarifer les fournitures pharmaceutiques délivrées par l'officine ou le dépôt des médicaments de l'établissement hospitalier lorsque des fournitures pharmaceutiques sont délivrées au sein d'un établissement hospitalier, dans les cas où l'assuré séjourne dans l'établissement hospitalier sans que ce séjour donne lieu au paiement d'un prix de la journée d'entretien.
Art. 9octavo. (zie NOTA in OPSCHRIFT) § 1. In de volgende gevallen is een bedrag verschuldigd gelijk aan 75 pct. van de door de bevoegde minister vastgestelde verpleegdagprijs, met uitsluiting van de in de wet van 23 december 1963 op de ziekenhuizen bepaalde inhaal- of aanvullende bedragen alsook van de in artikel 12, § 3, van dezelfde wet bepaalde bijkomende toelage, zelfs zo de opneming geen nacht behelst, en ongeacht de duur van het verblijf op voorwaarde dat werkelijk gebruik is gemaakt van de operatie- of gipskamer, of dat de zieke werkelijk een bed heeft bezet van een verpleegdienst, exclusief de wacht- en onderzoekkamers en de lokalen van een externe raadplegingsdienst van de verplegingsinrichting :
  1. bloedige heelkundige bewerking waaraan een betrekkelijke waarde gelijk aan of hoger dan K 40 of N 66 is toegewezen;
  2. verstrekking die een algemene anesthesie vergt;
  3. elke toestand waarin hetzij een bloed- of plasmatransfusie, hetzij dringende verzorging welke een opneming in een verpleegdienst verantwoordt, vereist is. Die verantwoording moet door de inrichting worden verstrekt en achteraf door de adviserend geneesheer worden goedgekeurd;
  4. intravasculaire perfusie;
  5. nier- of peritoneale dialyse.
  § 2. Ingeval de gipskamer wordt gebruikt onder dezelfde voorwaarden inzake verblijfsduur als die vastgesteld in § 1, is een forfaitair bedrag van (22,71 euro, gekoppeld aan het spilindexcijfer 103,14 dat geldt op 1 juni 1999 (basis 1996 = 100)), verschuldigd zo een gipsverband wordt aangelegd voor elke breuk of luxatie of voor elke orthopedische behandeling of afgietsel waaraan een betrekkelijke waarde gelijk aan of hoger dan K 40 of N 66 is toegewezen.
Art. 9octavo. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. Un montant égale à 75 p.c. du prix de la journée d'entretien fixé par le Ministre compétent, à l'exclusion des montants complémentaires ou de rattrapage prévus dans la lois du 23 décembre 1963 sur les hopitaux ainsi que du subside complémentaire prevu à l'article 12, § 3 de la même loi, est dû, même si l'hospitalisation ne comprend pas une nuit, et quelle que soit la durée du séjour à la condition, soit qu'il ait été fait usage la salle d'opération ou de la salle de plâtre, soit que le malade ait effectivement séjourné dans un lit d'un service hospitalier à l'exclusion de salles de garde et d'examen et les locaux d'un service de consultation externe de l'établissement hospitalier dans les cas suivants :
  1. intervention chirurgicale sanglante affectee d'une valeur relative égale ou supérieure à K 40 ou N 66;
  2. prestation nécessitant une anesthésie générale;
  3. tout état nécessitant soit une transfusion de sang ou de plasma, soit des soins urgents justifiant une admission en service hospitalier. Cette justification doit être donnée par l'établissement et approuvée à posteriori par le médecin-conseil;
  4. perfusion intravasculaire;
  5. dialyse rénale ou péritonéale.
  § 2. En cas d'utilisation de la salle de plâtre dans les mêmes conditions de durée de séjour que celles fixées au § 1er un montant forfaitaire de (22,71 euros, lié à l'indice-pivot 103,14 en vigueur le 1er juin 1999 (base 1996 = 1000)), est dû dans le cas de pose de plâtre pour toute fracture ou luxation ou pour tout traitement orthopedique ou prise de moulage affectée d'une valeur relative égale ou supérieure à k 40 ou n 66.
Art. 9octavo. (zie NOTA in OPSCHRIFT) § 1. In de volgende gevallen is een bedrag verschuldigd gelijk aan 75 pct. van de door de bevoegde minister vastgestelde verpleegdagprijs, met uitsluiting van de in de wet van 23 december 1963 op de ziekenhuizen bepaalde inhaal- of aanvullende bedragen alsook van de in artikel 12, § 3, van dezelfde wet bepaalde bijkomende toelage, zelfs zo de opneming geen nacht behelst, en ongeacht de duur van het verblijf op voorwaarde dat werkelijk gebruik is gemaakt van de operatie- of gipskamer, of dat de zieke werkelijk een bed heeft bezet van een verpleegdienst, exclusief de wacht- en onderzoekkamers en de lokalen van een externe raadplegingsdienst van de verplegingsinrichting :
  1. bloedige heelkundige bewerking waaraan een betrekkelijke waarde gelijk aan of hoger dan K 40 of N 66 is toegewezen;
  2. verstrekking die een algemene anesthesie vergt;
  3. elke toestand waarin hetzij een bloed- of plasmatransfusie, hetzij dringende verzorging welke een opneming in een verpleegdienst verantwoordt, vereist is. Die verantwoording moet door de inrichting worden verstrekt en achteraf door de adviserend geneesheer worden goedgekeurd;
  4. intravasculaire perfusie;
  5. nier- of peritoneale dialyse.
  § 2. Ingeval de gipskamer wordt gebruikt onder dezelfde voorwaarden inzake verblijfsduur als die vastgesteld in § 1, is een forfaitair bedrag van (22,71 euro, gekoppeld aan het spilindexcijfer 103,14 dat geldt op 1 juni 1999 (basis 1996 = 100)), verschuldigd zo een gipsverband wordt aangelegd voor elke breuk of luxatie of voor elke orthopedische behandeling of afgietsel waaraan een betrekkelijke waarde gelijk aan of hoger dan K 40 of N 66 is toegewezen.
Art. 9octavo. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. Un montant égale à 75 p.c. du prix de la journée d'entretien fixé par le Ministre compétent, à l'exclusion des montants complémentaires ou de rattrapage prévus dans la lois du 23 décembre 1963 sur les hopitaux ainsi que du subside complémentaire prevu à l'article 12, § 3 de la même loi, est dû, même si l'hospitalisation ne comprend pas une nuit, et quelle que soit la durée du séjour à la condition, soit qu'il ait été fait usage la salle d'opération ou de la salle de plâtre, soit que le malade ait effectivement séjourné dans un lit d'un service hospitalier à l'exclusion de salles de garde et d'examen et les locaux d'un service de consultation externe de l'établissement hospitalier dans les cas suivants :
  1. intervention chirurgicale sanglante affectee d'une valeur relative égale ou supérieure à K 40 ou N 66;
  2. prestation nécessitant une anesthésie générale;
  3. tout état nécessitant soit une transfusion de sang ou de plasma, soit des soins urgents justifiant une admission en service hospitalier. Cette justification doit être donnée par l'établissement et approuvée à posteriori par le médecin-conseil;
  4. perfusion intravasculaire;
  5. dialyse rénale ou péritonéale.
  § 2. En cas d'utilisation de la salle de plâtre dans les mêmes conditions de durée de séjour que celles fixées au § 1er un montant forfaitaire de (22,71 euros, lié à l'indice-pivot 103,14 en vigueur le 1er juin 1999 (base 1996 = 1000)), est dû dans le cas de pose de plâtre pour toute fracture ou luxation ou pour tout traitement orthopedique ou prise de moulage affectée d'une valeur relative égale ou supérieure à k 40 ou n 66.
Art. 9nonies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) (§ 1. De verzekeringstegemoetkoming voor partiële tandprothesen die zijn opgenomen in artikel 5, A, I en II van de in artikel 35 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 bedoelde nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, vanaf de leeftijd van 50 jaar, is enkel verschuldigd op voorlegging van het getuigschrift voor verstrekte hulp waarbij het behoorlijk ingevuld formulier is gevoegd waarvan het model als bijlage 41 bij deze verordening gaat.
  Om aanleiding te kunnen geven tot verzekeringstegemoetkoming moeten :
  - de partiële prothesen van 1 tot 11 tanden worden vervaardigd in minimum vijf fasen tijdens vier verschillende zittingen;
  - de partiële prothesen van 12 en 13 tanden worden vervaardigd in minimum zes fasen tijdens ten minste vijf verschillende zittingen.
  De data moet worden vermeld op het formulier dat is vervat in vorenbedoelde bijlage 41. Plaatsing en controle mogen niet op dezelfde dag worden uitgevoerd.
  § 2. De verzekeringstegemoetkoming van volledige tandprothesen respectievelijk voorzien in artikel 5, B van vorengenoemde nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, vanaf de leeftijd van 60 jaar is enkel verschuldigd op voorlegging van het getuigschrift voor verstrekte hulp waarbij het behoorlijk ingevuld formulier is gevoegd waarvan het model als bijlage 41 bij deze verordening gaat.
  Om aanleiding te kunnen geven tot de verzekeringstegemoetkoming, moeten de volledige prothesen worden vervaardigd in minimum zes fasen tijdens ten minste vijf verschillende zittingen waarvan de data moeten worden vermeld op het formulier dat is vervat in vorenbedoelde bijlage 41. Plaatsing en controle mogen niet op dezelfde dag worden uitgevoerd.)
  § 2bis. (Benevens de in de §§ 1 en 2 vermelde vereisten is de verzekeringstegemoetkoming :
  - voor de partiële prothesen van 1 tot 13 tanden, die vóór de leeftijd van 50 jaar worden vervaardigd en voor de volledige prothesen die vóór de leeftijd van 60 jaar worden vervaardigd in het raam van de afwijkingen die zijn vermeld in artikel 6, § 5, 2.2. van de vorengenoemde nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, afhankelijk van de voorafgaande instemming van de adviserend geneesheer, welke wordt aangevraagd met het formulier dat is vervat in de bijlage 41bis bij deze verordening. In dat geval wordt de instemming van de adviserend geneesheer en de beslissing van de verzekeringsinstelling binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag meegedeeld aan de rechthebbenden;
  - voor de partiële prothesen van 1 tot 13 tanden, die vóór de leeftijd van 50 jaar worden vervaardigd en voor de partiële prothesen die vóór de leeftijd van 60 jaar worden vervaardigd in het raam van de afwijkingen die zijn vermeld in artikel 6, § 5, 2.3. van vorengenoemde nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, afhankelijk van de voorafgaande instemming van de Technische tandheelkundige raad wiens akkoord wordt aangevraagd, met het formulier dat is vervat in de bijlage 41bis bij deze verordening, via de adviserend geneesheer die oordeelt over de volledigheid van het dossier.
  Het aanvraagformulier, waarop naargelang, de instemming van de adviserend geneesheer en de beslissing van de verzekeringsinstelling of het akkoord van de Technische tandheelkundige raad zijn vermeld, wordt gevoegd bij het getuigschrift voor verstrekte hulp dat bij plaatsing van de prothese aan de patiënt wordt uitgereikt.)
  (§ 2ter. De verzekeringstegemoetkoming voor het vervroegd vernieuwen, in geval van ingrijpende anatomische wijzigingen, van een uitneembare partiëleof uitneembare volledige prothese die reeds het voorwerp is geweest van een tegemoetkoming door de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en/of de derde vervanging van de basis en eventuele volgende vervangingen van de basis, in geval van ingrijpende anatomische wijzigingen, tijdens het tijdvak van zeven jaar dat volgt op de datum waarop de uitneembare partiële- of uitneembare volledige prothese, die het voorwerp is geweest van een tegemoetkoming door de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, werd geplaatst, is afhankelijk van de voorafgaande toestemming van de Technische tandheelkundige raad.
  Elke aanvraag moet, via de adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling, met het door de practicus ingevulde en ondertekende formulier dat is vervat in de bijlage 41ter bij deze verordening, aan de Technische tandheelkundige raad worden overgemaakt.
  De aanvraag betreffende de verstrekking 308335-308346 moet vergezeld zijn van het behoorlijk ingevuld formulier waarvan het model als bijlage 41 bij deze verordening gaat.)
  (§ 3. Verzekeringstegemoetkoming voor de verstrekking nrs. 317295-317306 van artikel 14,1, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen voorzien in artikel 24 van voornoemde wet van 9 augustus 1963, is slechts verschuldigd als een aanvraag overgemaakt werd aan de Technische tandheelkundige raad via de verzekeringsinstelling, door middel van een formulier voorzien als bijlage 72 van onderhavige verordening.)
Art. 9nonies. (voir NOTE sous INTITULE) (§ 1er. L'intervention de l'assurance pour prothèses dentaires partielles visées à l'article 5, A, I et II de la nomenclature des prestations de santé visée à l'article 35 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994, à partir de l'âge de 50 ans, n'est due que sur présentation de l'attestation de soins donnés accompagnée du formulaire dument completé dont le modèle figure à l'annexe 41 du présent règlement.
  Pour pouvoir donner lieu à l'intervention de l'assurance :
  - les prothèses partielles de 1 à 11 dents doivent être réalisées en minimum cinq étapes au cours d'au moins quatre séances distinctes;
  - les prothèses partielles de 12 et 13 dents doivent être réalisées en minimum six étapes au cours d'au moins cinq séances distinctes.
  Les dates doivent être mentionnées sur le formulaire repris à l'annexe 41 précitée. Placement et contrôle ne peuvent pas être effectués le même jour.
  § 2. L'intervention de l'assurance pour les prothèses dentaires totales visées à l'article 5, B de la nomenclature des prestations de santé précitée, à partir de l'âge de 60 ans n'est due sur présentation de l'attestation de soins donnés accompagnée du formulaire dûment complété dont le modèle figure à l'annexe 41 du présent règlement.
  Pour pouvoir donner lieu à l'intervention de l'assurance, les prothèses totales doivent être réalisées en minimum six étapes au cours d'au moins cinq séances distinctes, dont les dates doivent être mentionnées sur le formulaire repris à l'annexe 41 précitée. Placement et contrôle ne peuvent pas être effectués le même jour.)
  § 2bis. (En plus des exigences reprises aux §§ 1er et 2, l'intervention de l'assurance est :
  - pour les prothèses partielles de 1 à 13 dents, réalisées avant l'âge de 50 ans et les prothèses totales réalisées avant l'âge de 60 ans dans le cadre des dérogations reprises à l'article 6, § 5, 2.2. de la nomenclature des prestations de santé précitée, soumise à l'accord préalable du médecin-conseil, au moyen du formulaire figurant à l'annexe 41bis du présent règlement. Dans ce cas, l'accord du médecin-conseil et la décision de l'organisme assureur sont communiques au bénéficiaire dans les trente jours de la réception de la demande;
  - pour les prothèses partielles de 1 à 13 dents, réalisées avant l'âge de 50 ans et les prothèses totales réalisées avant l'âge de 60 ans dans le cadre dés dérogations reprises à l'article 6, § 5, 2.3. de la nomenclature des prestations de santé précitée, soumise à l'accord préalable du Conseil technique dentaire, au moyen du formulaire figurant à l'annexe 41bis du présent règlement par l'intermédiaire du médecin-conseil qui juge si le dossier est complet.
  Le formulaire de demande, suivant le cas, muni de l'accord du médecin-conseil et de la décision de l'organisme assureur ou de l'accord du Conseil technique dentaire, est joint à l'attestation de soins donnés délivrée au patient lors du placement de la prothèse.)
  (§ 2ter. L'intervention de l'assurance pour le renouvellement anticipé, en cas de modification anatomique importante, d'une prothèse amovible partielle ou amovible totale qui a déjà fait l'objet d'une intervention de l'assurance soins de santé et/ou le troisième remplacement de la base et remplacements suivants éventuels, en cas de modification anatomique importante, pendant la période de sept ans suivant la date de placement d'une prothèse amovible partielle ou amovible totale qui a donné lieu à l'intervention de l'assurance obligatoire soins de santé, est soumise à l'accord préalable du Conseil technique dentaire.
  Toutes les demandes doivent être adressees au Conseil technique dentaire, par la voie du médecin-conseil de l'organisme assureur, au moyen du formulaire complété et signé par le praticien et dont le modèle figure à l'annexe 41ter du présent règlement.
  La demande relative à la prestation 308335-308346 doit être accompagnée du formulaire dûment complété dont le modèle figure à l'annexe 41 du présent reglement.)
  (§ 3. L'intervention de l'assurance pour la prestation n°s 317295-317306 visée a l'article 14, 1, de la nomenclature des prestations de santé visée à l'article 24 de la loi du 9 août 1963 précitée n'est due que si la demande est adressée au Conseil technique dentaire, par la voie de l'organisme assureur, au moyen du formulaire figurant à l'annexe 72 du présent règlement.)
Art. 9nonies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) (§ 1. De verzekeringstegemoetkoming voor partiële tandprothesen die zijn opgenomen in artikel 5, A, I en II van de in artikel 35 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 bedoelde nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, vanaf de leeftijd van 50 jaar, is enkel verschuldigd op voorlegging van het getuigschrift voor verstrekte hulp waarbij het behoorlijk ingevuld formulier is gevoegd waarvan het model als bijlage 41 bij deze verordening gaat.
  Om aanleiding te kunnen geven tot verzekeringstegemoetkoming moeten :
  - de partiële prothesen van 1 tot 11 tanden worden vervaardigd in minimum vijf fasen tijdens vier verschillende zittingen;
  - de partiële prothesen van 12 en 13 tanden worden vervaardigd in minimum zes fasen tijdens ten minste vijf verschillende zittingen.
  De data moet worden vermeld op het formulier dat is vervat in vorenbedoelde bijlage 41. Plaatsing en controle mogen niet op dezelfde dag worden uitgevoerd.
  § 2. De verzekeringstegemoetkoming van volledige tandprothesen respectievelijk voorzien in artikel 5, B van vorengenoemde nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, vanaf de leeftijd van 60 jaar is enkel verschuldigd op voorlegging van het getuigschrift voor verstrekte hulp waarbij het behoorlijk ingevuld formulier is gevoegd waarvan het model als bijlage 41 bij deze verordening gaat.
  Om aanleiding te kunnen geven tot de verzekeringstegemoetkoming, moeten de volledige prothesen worden vervaardigd in minimum zes fasen tijdens ten minste vijf verschillende zittingen waarvan de data moeten worden vermeld op het formulier dat is vervat in vorenbedoelde bijlage 41. Plaatsing en controle mogen niet op dezelfde dag worden uitgevoerd.)
  § 2bis. (Benevens de in de §§ 1 en 2 vermelde vereisten is de verzekeringstegemoetkoming :
  - voor de partiële prothesen van 1 tot 13 tanden, die vóór de leeftijd van 50 jaar worden vervaardigd en voor de volledige prothesen die vóór de leeftijd van 60 jaar worden vervaardigd in het raam van de afwijkingen die zijn vermeld in artikel 6, § 5, 2.2. van de vorengenoemde nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, afhankelijk van de voorafgaande instemming van de adviserend geneesheer, welke wordt aangevraagd met het formulier dat is vervat in de bijlage 41bis bij deze verordening. In dat geval wordt de instemming van de adviserend geneesheer en de beslissing van de verzekeringsinstelling binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag meegedeeld aan de rechthebbenden;
  - voor de partiële prothesen van 1 tot 13 tanden, die vóór de leeftijd van 50 jaar worden vervaardigd en voor de partiële prothesen die vóór de leeftijd van 60 jaar worden vervaardigd in het raam van de afwijkingen die zijn vermeld in artikel 6, § 5, 2.3. van vorengenoemde nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, afhankelijk van de voorafgaande instemming van de Technische tandheelkundige raad wiens akkoord wordt aangevraagd, met het formulier dat is vervat in de bijlage 41bis bij deze verordening, via de adviserend geneesheer die oordeelt over de volledigheid van het dossier.
  Het aanvraagformulier, waarop naargelang, de instemming van de adviserend geneesheer en de beslissing van de verzekeringsinstelling of het akkoord van de Technische tandheelkundige raad zijn vermeld, wordt gevoegd bij het getuigschrift voor verstrekte hulp dat bij plaatsing van de prothese aan de patiënt wordt uitgereikt.)
  (§ 2ter. De verzekeringstegemoetkoming voor het vervroegd vernieuwen, in geval van ingrijpende anatomische wijzigingen, van een uitneembare partiëleof uitneembare volledige prothese die reeds het voorwerp is geweest van een tegemoetkoming door de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en/of de derde vervanging van de basis en eventuele volgende vervangingen van de basis, in geval van ingrijpende anatomische wijzigingen, tijdens het tijdvak van zeven jaar dat volgt op de datum waarop de uitneembare partiële- of uitneembare volledige prothese, die het voorwerp is geweest van een tegemoetkoming door de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, werd geplaatst, is afhankelijk van de voorafgaande toestemming van de Technische tandheelkundige raad.
  Elke aanvraag moet, via de adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling, met het door de practicus ingevulde en ondertekende formulier dat is vervat in de bijlage 41ter bij deze verordening, aan de Technische tandheelkundige raad worden overgemaakt.
  De aanvraag betreffende de verstrekking 308335-308346 moet vergezeld zijn van het behoorlijk ingevuld formulier waarvan het model als bijlage 41 bij deze verordening gaat.)
  (§ 3. Verzekeringstegemoetkoming voor de verstrekking nrs. 317295-317306 van artikel 14,1, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen voorzien in artikel 24 van voornoemde wet van 9 augustus 1963, is slechts verschuldigd als een aanvraag overgemaakt werd aan de Technische tandheelkundige raad via de verzekeringsinstelling, door middel van een formulier voorzien als bijlage 72 van onderhavige verordening.)
Art. 9nonies. (voir NOTE sous INTITULE) (§ 1er. L'intervention de l'assurance pour prothèses dentaires partielles visées à l'article 5, A, I et II de la nomenclature des prestations de santé visée à l'article 35 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994, à partir de l'âge de 50 ans, n'est due que sur présentation de l'attestation de soins donnés accompagnée du formulaire dument completé dont le modèle figure à l'annexe 41 du présent règlement.
  Pour pouvoir donner lieu à l'intervention de l'assurance :
  - les prothèses partielles de 1 à 11 dents doivent être réalisées en minimum cinq étapes au cours d'au moins quatre séances distinctes;
  - les prothèses partielles de 12 et 13 dents doivent être réalisées en minimum six étapes au cours d'au moins cinq séances distinctes.
  Les dates doivent être mentionnées sur le formulaire repris à l'annexe 41 précitée. Placement et contrôle ne peuvent pas être effectués le même jour.
  § 2. L'intervention de l'assurance pour les prothèses dentaires totales visées à l'article 5, B de la nomenclature des prestations de santé précitée, à partir de l'âge de 60 ans n'est due sur présentation de l'attestation de soins donnés accompagnée du formulaire dûment complété dont le modèle figure à l'annexe 41 du présent règlement.
  Pour pouvoir donner lieu à l'intervention de l'assurance, les prothèses totales doivent être réalisées en minimum six étapes au cours d'au moins cinq séances distinctes, dont les dates doivent être mentionnées sur le formulaire repris à l'annexe 41 précitée. Placement et contrôle ne peuvent pas être effectués le même jour.)
  § 2bis. (En plus des exigences reprises aux §§ 1er et 2, l'intervention de l'assurance est :
  - pour les prothèses partielles de 1 à 13 dents, réalisées avant l'âge de 50 ans et les prothèses totales réalisées avant l'âge de 60 ans dans le cadre des dérogations reprises à l'article 6, § 5, 2.2. de la nomenclature des prestations de santé précitée, soumise à l'accord préalable du médecin-conseil, au moyen du formulaire figurant à l'annexe 41bis du présent règlement. Dans ce cas, l'accord du médecin-conseil et la décision de l'organisme assureur sont communiques au bénéficiaire dans les trente jours de la réception de la demande;
  - pour les prothèses partielles de 1 à 13 dents, réalisées avant l'âge de 50 ans et les prothèses totales réalisées avant l'âge de 60 ans dans le cadre dés dérogations reprises à l'article 6, § 5, 2.3. de la nomenclature des prestations de santé précitée, soumise à l'accord préalable du Conseil technique dentaire, au moyen du formulaire figurant à l'annexe 41bis du présent règlement par l'intermédiaire du médecin-conseil qui juge si le dossier est complet.
  Le formulaire de demande, suivant le cas, muni de l'accord du médecin-conseil et de la décision de l'organisme assureur ou de l'accord du Conseil technique dentaire, est joint à l'attestation de soins donnés délivrée au patient lors du placement de la prothèse.)
  (§ 2ter. L'intervention de l'assurance pour le renouvellement anticipé, en cas de modification anatomique importante, d'une prothèse amovible partielle ou amovible totale qui a déjà fait l'objet d'une intervention de l'assurance soins de santé et/ou le troisième remplacement de la base et remplacements suivants éventuels, en cas de modification anatomique importante, pendant la période de sept ans suivant la date de placement d'une prothèse amovible partielle ou amovible totale qui a donné lieu à l'intervention de l'assurance obligatoire soins de santé, est soumise à l'accord préalable du Conseil technique dentaire.
  Toutes les demandes doivent être adressees au Conseil technique dentaire, par la voie du médecin-conseil de l'organisme assureur, au moyen du formulaire complété et signé par le praticien et dont le modèle figure à l'annexe 41ter du présent règlement.
  La demande relative à la prestation 308335-308346 doit être accompagnée du formulaire dûment complété dont le modèle figure à l'annexe 41 du présent reglement.)
  (§ 3. L'intervention de l'assurance pour la prestation n°s 317295-317306 visée a l'article 14, 1, de la nomenclature des prestations de santé visée à l'article 24 de la loi du 9 août 1963 précitée n'est due que si la demande est adressée au Conseil technique dentaire, par la voie de l'organisme assureur, au moyen du formulaire figurant à l'annexe 72 du présent règlement.)
Art. 9decies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) § 1. (De aanvraag om verzekeringstegemoetkoming voor een in artikel 5 van vorenvermelde nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen bedoelde orthodontische behandeling wordt bij de adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling ingediend met een formulier, vervat in bijlage 42/43 bij deze verordening.
  De aanvraag om verzekeringstegemoetkoming voor verlenging van een in artikel 5 van de vorenvermelde nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen wordt door bemiddeling van de adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling bij de Technische tandheelkundige raad ingediend met het formulier, vervat in bijlage 42/43bis bij deze verordening.)
  § 2. (De verstrekkingen nummers 301556 en1571 die in artikel 5, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, onder de rubriek " Preventieve behandelingen " zijn opgenomen, impliceren het opmaken door de praktizerende van een document met als titel " Mondonderzoek : Te overwegen verzorging ", dat door de diensten van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering te zijner beschikking wordt gesteld en conform het formulier is dat als bijlage 64 bij deze verordening gaat.
  Dit formulier dient aan de rechthebbende te worden overhandigd.
  De aflevering van dit document ontslaat de tandheelkundige niet van zijn verplichtingen aangaande het afleveren van de getuigschriften voor verstrekte hulp.)
Art. 9decies. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. (La demande d'intervention de l'assurance dans un traitement orthodontique visé à l'article 5 de la nomenclature des prestations de santé susvisée est introduite auprès du médecin-conseil de l'organisme assureur au moyen de la formule prévue à l'annexe 42/43 du présent règlement.
  La demande d'intervention de l'assurance pour prolongation d'un traitement orthodontique visé à l'article 5 de la nomenclature des prestations de santé susvisée est introduite, par l'intermédiaire du médecin-conseil de l'organisme assureur, auprès du Conseil technique dentaire au moyen de la formule prévue à l'annexe 42/43bis du présent règlement.)
  § 2. (Les prestations numéros 301556 et 301571, visées à l'article 5 de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 etablissant la nomenclature des prestations de santen matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, qui sont mentionnées sous la rubrique " Traitements préventifs ", impliquent l'établissement, par le praticien, d'un document dénommé "Examen buccal : soins à envisager " mis à sa disposition par les services de l'Institut national d'Assurance maladie-invalidité et conforme au formulaire prévu à l'annexe 64 du présent règlement.
  Ce formulaire doit être transmis au bénéficiaire.
  La délivrance de ce document ne dispense pas le praticien de ses obligations concernant la délivrance des attestations de soins donnés.)
Art. 9undecies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) A. Tegemoetkoming van de verzekering in de kosten voor hemodialyse en peritoneale dialyse thuis.
  § 1. Die vorm van dialyse wordt beoefend bij de patiënt thuis. De verzekering komt tegemoet in de financiering van de dialyse thuis op voorwaarde dat ze uitgevoerd wordt onder de verantwoordelijkheid en onder het medisch toezicht van een in overeenstemming met het koninklijk besluit van (27 november 1996) houdende vaststelling van de normen waaraan de dialysecentra voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie moeten voldoen om te worden erkend als zware medisch-technische dienst in de zin van artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 erkend dialysecentrum met een erkende (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie).
  § 2. Om bovendien van de verzekeringstegemoetkoming voor dialyse thuis te kunnen genieten, moet de (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie) de volgende verplichtingen nakomen :
  de (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie) neemt het supplement van de kosten, gedragen door de patiënt en veroorzaakt door de dialyse thuis, namelijk het verhoogd verbruik van water, elektriciteit en telefoon, te zijnen laste en dat ten belope van een forfaitair bedrag van (4,66 EUR) per hemodialyse of (3,45 EUR) per week peritoneale dialyse en te betalen aan de patiënt. Het (Verzekeringscomité) kan jaarlijks het forfaitair bedrag aanpassen;
  kosten, gemoeid met de dialyse als zodanig, mogen de patiënt niet worden aangerekend, behoudens die welke voortvloeien uit beschadiging van de uitrusting ten gevolge van nalatigheid;
  de (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie) voert een afzonderlijke boekhouding voor alle ontvangsten en uitgaven betreffende de dialyse thuis; deze boekhouding moet toelaten de kostenplaatsen voorzien in § 3, a) tot en met f) afzonderlijk te kennen; ze moet tevens toelaten de ontvangsten uit te splitsen naargelang het gaat om ontvangsten afkomstig van de in § 1 vermelde tegemoetkoming, of om andere ontvangsten. Deze gegevens moeten worden ter beschikking gesteld van het in § 3 vermeld Beheerscomité, op verzoek van dit laatste.
  § 3. (De verzekeringstegemoetkoming in de dialyse wordt vastgesteld op (217,82 EUR) per hemodialyse (codenummer 761493), op (619,73 EUR) per week behandeling met peritoneale dialyse (codenummer 761552), op (88,52 EUR) per dag behandeling met peritoneale dialyse in geval van onderbreking van de behandeling tijdens de week (codenummer 761574) en op (694,10 EUR) (28 000 BEF) per week (codenummer 761530) voor de peritoneale dialyse thuis met continue uitwisseling van dialysaat via een pompsysteem (CCPD), op voorschrift van de geneesheer-nefroloog van het dialysecentrum. Dit laatste bedrag dekt alle kosten voor de uitvoering van de dialyse (inclusief dialysaat en gebruik van de pomp). Indien de behandeling geen volledige week behelst mag per behandelingsdag 1/7 van het weekforfait worden aangerekend.)
  (De verzekeringstegemoetkoming voor de hemodialyse thuis met verpleegkundige assistentie aan huis, op voorschrift van de geneesheer-nefroloog van het toezichthoudend hemodialysecentrum en na kennisgeving ervan aan de adviserend geneesheer met een door de nefroloog afgeleverd omstandig medisch verslag, wordt vastgesteld op 264,43 EUR (10 667 BEF) en is maximaal driemaal per week aanrekenbaar (codenummer 761456).
  Het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming dekt naast de hieronder vermelde kosten eveneens deze van de verplaatsing en de verpleegkundige assistentie aan huis.
  De verzekeringstegemoetkoming voor de peritoneale dialyse thuis met verpleegkundige assistentie aan huis, op voorschrift van de geneesheer-nefroloog van het toezichthoudend hemodialysecentrum en na kennisgeving ervan aan de adviserend geneesheer met een door de nefroloog afgeleverd omstandig medisch verslag bedraagt 793,26 EUR (32 000 BEF) per week (codenummer 761471).
  Het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming dekt naast de hieronder vermelde kosten eveneens deze van de verplaatsing en de verpleegkundige assistentie aan huis. Indien de behandeling geen volledige week behelst mag per behandelingsdag 1/7 van het weekforfait worden aangerekend.)
  (Deze bedragen kunnen jaarlijks worden aangepast door het Verzekeringscomité.)
  (Deze bedragen omvatten alle kosten die gemoeid zijn met de dialyse thuis, namelijk :
  )
  a) afschrijvingen :
  afschrijving van de apparatuur, voorzien van de nodige controle-elementen en het toebehoren;
  afschrijving van de uitrustingskosten met betrekking tot het uitvoeren van de onontbeerlijke aanpassingswerken binnenshuis en aan de water-, elektriciteit- en telefoonleiding, het werkingsklaar installeren, onderhouden, herstellen of aanpassen aan de evolutie van de techniek van de dialyse-eenheid;
  afschrijving van het medisch reservematerieel;
  afschrijving van de lokalen voor het personeel van het centrum;
  afschrijving van het rollend materieel;
  b) lasten (wedden, sociale lasten, verzekeraar-wet) van het medisch en paramedisch personeel;
  c) directe kosten zoals de financiële lasten (intresten op leningen, op kredietopeningen), de algemene kosten (verzekering, onderhoud, uitgaven voor het gebruik van een auto);
  d) onderhoud, verwarming, elektriciteit van de lokalen van het centrum;
  e) administratiekosten;
  f) de voor de dialyse noodzakelijke verbruiksprodukten en geneesmiddelen en toebehoren.
  De verzekeringstegemoetkoming in de dialyse thuis wordt rechtstreeks door de verzekeringsinstelling van de rechthebbende betaald aan de erkende (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie) wiens benaming gepubliceerd werd per omzendbrief. Daartoe dient het (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie), op een maandelijkse staat, per patiënt, de rekening in bij de verzekeringsinstelling van de patiënt. Ten hoogste zes hemodialyses per veertien dagen mogen voor dezelfde patiënt in rekening worden gebracht. In geval van peritoneale dialyse telt een week behandeling minimum twintig uitwisselingen per patiënt.
  B. Verzekeringstegemoetkoming in de kosten voor dialyse in een dienst voor collectieve autodialyse.
  § 1. Die vorm van dialyse wordt beoefend in een dienst waar de patiënt, bijgestaan door paramedisch personeel, verantwoordelijk is voor het klaarmaken van de dialyse-uitrusting, voor de manipulaties voor het aan- en loskoppelen, voor het toezicht op de epuratie.
  De verzekering komt tegemoet in de financiering van de autodialyse in een collectieve dienst op voorwaarde dat die erkende dienst onder het toezicht staat van de geneesheren van de (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie), erkend op basis van de bepalingen van het voorgenoemd koninklijk besluit van 4 april 1991.
  § 2. Om bovendien van de verzekeringstegemoetkoming voor autodialyse in een collectieve dienst te kunnen genieten, moet de (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie) de volgende verplichtingen nakomen :
  - kosten, gemoeid met de dialyse als zodanig, mogen de patiënt niet worden aangerekend;
  - de (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie) voert een afzonderlijke boekhouding voor de ontvangsten en uitgaven betreffende de dienst voor collectieve autodialyse; deze boekhouding moet toelaten de kostenplaatsen voorzien in § 3, a) tot en met f) afzonderlijk te kennen; ze moet tevens toelaten de ontvangsten uit te splitsen naargelang het gaat om ontvangsten afkomstig van de in § 1 vermelde tegemoetkoming, of om andere ontvangsten. Deze gegevens moeten worden ter beschikking gesteld van het hiervoren vermeld Beheerscomité, op verzoek van dit laatste. (Nota : het " hiervoren vermeld Beheerscomité " is blijkbaar het " Beheerscomité van de Dienst voor geneeskundige verzorging ", waarvan de vermeldingen bij het Reglement 2001-05-21/37 door " Verzekeringscomité " werden vervangen)
  § 3. De verzekeringstegemoetkoming in de dialyse wordt vastgesteld op (222,34 EUR) per dialyse (codenummer 761515).
  Dat bedrag kan jaarlijks aangepast worden door het (Verzekeringscomité).
  Dat bedrag omvat alle kosten die gemoeid zijn met de dialyse en die worden gedragen zowel door de collectieve autodialysedienst als door de (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie) zoals :
  a) afschrijvingen :
  afschrijving van de lasten betreffende het gebouw en de vaste uitrusting ervan;
  afschrijving van de medische uitrusting en van het toebehoren;
  afschrijving van het medisch reservematerieel;
  b) lasten (wedden, sociale lasten, verzekeraar-wet) van het medisch en paramedisch personeel;
  c) directe kosten zoals de financiële lasten (intresten op leningen, op kredietopeningen), de algemene kosten (verzekering, onderhoud, uitgaven voor het gebruik van een auto);
  d) lasten betreffende de lokalen van het centrum (huur, onderhoud, verwarming, elektriciteit);
  e) administratiekosten;
  f) de voor de dialyse noodzakelijke verbruiksprodukten, geneesmiddelen en toebehoren.
  De verzekeringstegemoetkoming in de autodialyse in een collectieve dienst wordt rechtstreeks door de verzekeringsinstelling van de rechthebbende betaald aan de erkende (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie) wiens benaming gepubliceerd werd per omzendbrief. Daartoe dient de (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie), op een maandelijkse staat, per patiënt, de rekening in bij de verzekeringsinstelling van de patiënt. Ten hoogste zes dialyses per veertien dagen mogen voor dezelfde patiënt in rekening worden gebracht.
  C. § 1. Verzekeringstegemoetkoming in de kosten van vorenbedoelde verstrekkingen kan slechts worden toegekend indien het getuigschrift voor verstrekte hulp of het document dat hiervoor in de plaats komt, de rubriek " Laboratorium of apparatuur erkend onder nummer " het identificatienummer vermeldt dat door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering aan het erkende type van dienst werd toegekend.
  § 2. De tegemoetkomingen van de verzekering voor geneeskundige verzorging in de in het ministerieel besluit van 24 januari 1985 tot vaststelling van de tegemoetkoming van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering in de reiskosten van de gedialyseerde rechthebbenden bedoelde reiskosten, worden verleend op voorwaarde dat aan de verzekeringsinstelling een document is afgeleverd conform het model vervat in bijlage 57 of 57bis.
  § 3. De verzekeringsinstelling die de tegemoetkoming verleent in toepassing van artikel 1, § 3, van het hierboven genoemde ministerieel besluit is ertoe gehouden, binnen de twee maanden na ontvangst van het document opgenomen in bijlage 57bis, desgevallend hiervan een fotokopij over te maken aan de verzekeringsinstelling waarbij de andere rechthebbenden zijn ingeschreven of aangesloten.
Art. 9undecies. (voir NOTE sous INTITULE) A. De l'intervention de l'assurance dans les frais pour hémodialyse et dialyse péritonéale à domicile.
  § 1er. Cette forme de dialyse se pratique au domicile du patient. L'assurance intervient dans le financement de la dialyse à domicile à la condition qu'elle se pratique sous la responsabilité et sous la surveillance médicale d'un centre de dialyse agréé disposant d'un (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) agréé conformément à l'arrêté royal du (27 novembre 1996) fixant les normes auxquelles les centres de dialyse pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique doivent répondre pour être agréés comme service médical technique lourd au sens de l'article 44 de la loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987.
  § 2. En outre, pour pouvoir bénéficier de l'intervention de l'assurance pour la dialyse à domicile, le (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) doit satisfaire aux conditions suivantes :
  le (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) prend à sa charge le supplément des frais supportés par le patient, occasionnés par la dialyse a domicile, à savoir la consommation accrue d'eau, d'électricité et de téléphone et ce, à concurrence d'un montant forfaitaire de (4,66 EUR) par hémodialyse ou de (3,45 EUR) par semaine de dialyse péritonéale, et à payer au patient. Le (Comité de l'assurance) peut adapter chaque année le montant forfaitaire;
  aucun frais lié à la dialyse comme telle ne peut être porté en compte au patient, sauf des frais résultant d'un endommagement de l'équipement dû à une négligence;
  le (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) tient une comptabilité séparée concernant toutes les recettes et dépenses relatives à la dialyse à domicile; cette comptabilité doit permettre de connaître séparément les rubriques de frais prévus au § 3, a) à f) inclus; elle doit permettre également de ventiler les recettes selon qu'elles proviennent de l'intervention prévue au § 1er, ou selon qu'il s'agit d'autres recettes. Ces données doivent être mises à la disposition du Comité de gestion visé sous le § 3 à la demande de celui-ci.
  § 3. (L'intervention de l'assurance pour la dialyse est fixée à (217,82 EUR) par hémodialyse (numéro de code 761493), à (619,73 EUR) par semaine de traitement par dialyse péritonéale (numéro de code 761552), à (88,52 EUR) par journée de traitement par dialyse péritonéale en cas d'interruption du traitement au cours de la semaine (numéro de code 761574) et à (694,10 EUR) (28 000 BEF) par semaine (numéro de code 761530) pour la dialyse péritonéale à domicile avec transfusion continue de dialysat par le biais d'un système de pompe (CCPD), sur prescription du médecin-nephrologue du centre de dialyse. Ce dernier couvre tous les frais relatifs à la dialyse (y compris le dialysat et l'utilisation de la pompe). Si le traitement ne couvre pas une semaine complète, 1/7e du forfait hebdomadaire peut être attesté par jour de traitement.)
  (L'intervention de l'assurance pour l'hémodialyse à domicile avec l'assistance d'un praticien de l'art infirmier à domicile, sur prescription du médecin-néphrologue du centre d'hémodialyse de tutelle et après notification au médecin-conseil au moyen d'un rapport médical détaillé fourni par le néphrologue, est fixée à 264,43 EUR (10 667 BEF), et peut être portée en compte au maximum trois fois par semaine (numero de code 761456).
  Le montant de l'intervention de l'assurance couvre, en plus des frais susmentionnés, également les frais de déplacement et l'assistance du praticien de l'art infirmier à domicile.
  L'intervention de l'assurance pour la dialyse péritonéale à domicile avec l'assistance d'un praticien de l'art infirmier à domicile, sur prescription du médecin-néphrologue du centre d'hemodialyse de tutelle et après notification au médecin-conseil au moyen d'un rapport médical détaillé fourni par le néphrologue, est de 793,26 EUR (32 000 BEF) par semaine (numéro de code 761471).
  Le montant de l'intervention de l'assurance couvre, en plus des frais sousmentionnés, également les frais de déplacement et l'assistance du praticien de l'art infirmier à domicile. Si le traitement ne couvre pas une semaine complète, 1/7e du forfait hebdomadaire peut être attesté par jour de traitement.)
  (Ces montants peuvent être adaptés chaque année par le Comité de l'assurance.)
  (Ces montants comportent tous les frais liés à la dialyse à domicile, à savoir :)
  a) amortissements :
  amortissement de l'appareillage, muni des éléments de contrôle et des accessoires nécessaires;
  amortissement des frais d'équipement relatifs a l'exécution des travaux d'adaptation indispensables à l'intérieur de la maison et aux amenées d'eau, d'électricité et de téléphone, de l'installation de l'unité de dialyse prête à fonctionner et de l'entretien, de la réparation ou de l'adaptation à l'évolution de la technique de cette dernière;
  amortissement du matériel medical de reserve;
  amortissement des locaux pour le personnel du centre;
  amortissement du matériel roulant;
  b) charges du personnel médical et paramédical (traitement, charges sociales, assureur-loi);
  c) frais directs comme les charges financières (intérêts sur emprunts, sur ouvertures de crédit), les frais généraux (assurance, entretien, dépenses d'utilisation de voiture);
  d) entretien, chauffage, électricité des locaux du centre;
  e) frais d'administration;
  f) produits de consommation, médicaments et accessoires nécessaires à la dialyse.
  L'intervention de l'assurance dans la dialyse à domicile est payée directement par l'organisme assureur du bénéficiaire au (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) agréé et dont la dénomination a été publiée par circulaire. A cet effet, le (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) introduit, sur un relevé mensuel, par patient, la facture auprès de l'organisme assureur du patient. Six hémodialyses au plus par quinzaine peuvent être portées en compte pour le même patient. En cas de dialyse péritonéale, une semaine de traitement compte un minimum de vingt échanges par patient.
  B. De l'intervention de l'assurance dans les frais pour dialyse dans un service collectif d'autodialyse.
  § 1er. Cette forme de dialyse se pratique dans un service où le patient, assisté d'un personnel paramédical, est responsable de la préparation de l'équipement de la dialyse, des manipulations de connexion et de déconnexion, de la surveillance de l'épuration.
  L'assurance intervient dans le financement de l'autodialyse en service collectif à la condition que ce service agréé soit sous la surveillance des médecins du (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) agréé sur la base des dispositions de l'arrêté royal du 4 avril 1991 précité.
  § 2. En outre, pour pouvoir benéficier de l'intervention de l'assurance pour l'autodialyse en service collectif, le (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) doit satisfaire aux conditions suivantes :
  - aucun des frais liés à la dialyse comme telle ne peut être porté en compte au patient;
  - le (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) tient une comptabilité séparée des recettes et dépenses relatives au service collectif d'autodialyse; cette comptabilité doit permettre de connaître séparément les rubriques de frais prévus au § 3, a) à f) inclus; elle doit permettre également de ventiler les recettes selon qu'elles proviennent de l'intervention prévue au § 1er, ou selon qu'il s'agit d'autres recettes. Ces données doivent être mises à la disposition du Comité de gestion susvisé, à la demande de celui-ci. (Note : le " Comité de gestion susvisé " est apparemment le " Comité de gestion du Service des soins de sante ", dont le règlement 2001-05-21/37, art. 1, a remplacé les mentions par " Comité de l'assurance ")
  § 3. L'intervention de l'assurance dans la dialyse est fixée à (222,34 EUR) par dialyse (code 761515).
  Ce montant peut être adapté chaque année par le (Comite de l'assurance).
  Ce montant comporte tous les frais liés à la dialyse et supportés tant par le service collectif d'autodialyse que par le (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique), tels que :
  a) amortissements :
  amortissement des charges concernant le bâtiment et son équipement permanent;
  amortissement de l'équipement médical et des accessoires;
  amortissement du matériel médical de réserve;
  b) charges du personnel médical et paramédical (traitements, charges sociales, assureur-loi);
  c) frais direct comme les charges financières (intérêts sur emprunts, sur ouvertures de crédit), les frais généraux (assurance, entretien, dépenses d'utilisation de voiture);
  d) charges concernant les locaux du centre (loyer, entretien, chauffage, électricité);
  e) frais d'administration;
  f) produits de consommation, médicaments et accessoires nécessaires à la dialyse.
  L'intervention de l'assurance pour l'autodialyse en service collectif est payée directement par l'organisme assureur du bénéficiaire au (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) agréé et dont la dénomination a été publiee par circulaire. A cet effet, le (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) introduit, sur un relevé mensuel, par patient, la facture auprès de l'organisme assureur du patient. Six dialyses au plus par quinzaine peuvent être portées en compte pour le même patient.
  C. § 1er. L'intervention de l'assurance dans le coût des prestations susvisées ne peut être accordée que lorsque l'attestation de soins donnés ou le document en tenant lieu mentionne en regard de la rubrique " Laboratoire ou appareillage agréé sous le n° ", le numéro d'identification attribué par l'Institut national d'assurance maladie-invalidité au type de service agréé.
  § 2. Les interventions de l'assurance-soins de santé dans les frais de voyage visés à l'arrêté ministériel du 24 janvier 1985 fixant l'intervention de l'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité dans les frais de voyage des bénéficiaires dialysés, sont octroyées à la condition qu'un document conforme au modèle repris en annexe 57 ou 57bis soit transmis à l'organisme assureur.
  § 3. L'organisme assureur qui octroie l'intervention en application de l'article 1er, § 3, de l'arrêté ministériel susvisé est tenu de transmettre, le cas échéant, dans les deux mois suivant la réception du document repris en annexe 57bis, une photocopie de celui-ci à l'organisme assureur auprès duquel les autres bénéficiaires sont inscrits ou affiliés.
Art. 9undecies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) A. Tegemoetkoming van de verzekering in de kosten voor hemodialyse en peritoneale dialyse thuis.
  § 1. Die vorm van dialyse wordt beoefend bij de patiënt thuis. De verzekering komt tegemoet in de financiering van de dialyse thuis op voorwaarde dat ze uitgevoerd wordt onder de verantwoordelijkheid en onder het medisch toezicht van een in overeenstemming met het koninklijk besluit van (27 november 1996) houdende vaststelling van de normen waaraan de dialysecentra voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie moeten voldoen om te worden erkend als zware medisch-technische dienst in de zin van artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 erkend dialysecentrum met een erkende (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie).
  § 2. Om bovendien van de verzekeringstegemoetkoming voor dialyse thuis te kunnen genieten, moet de (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie) de volgende verplichtingen nakomen :
  de (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie) neemt het supplement van de kosten, gedragen door de patiënt en veroorzaakt door de dialyse thuis, namelijk het verhoogd verbruik van water, elektriciteit en telefoon, te zijnen laste en dat ten belope van een forfaitair bedrag van (4,66 EUR) per hemodialyse of (3,45 EUR) per week peritoneale dialyse en te betalen aan de patiënt. Het (Verzekeringscomité) kan jaarlijks het forfaitair bedrag aanpassen;
  kosten, gemoeid met de dialyse als zodanig, mogen de patiënt niet worden aangerekend, behoudens die welke voortvloeien uit beschadiging van de uitrusting ten gevolge van nalatigheid;
  de (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie) voert een afzonderlijke boekhouding voor alle ontvangsten en uitgaven betreffende de dialyse thuis; deze boekhouding moet toelaten de kostenplaatsen voorzien in § 3, a) tot en met f) afzonderlijk te kennen; ze moet tevens toelaten de ontvangsten uit te splitsen naargelang het gaat om ontvangsten afkomstig van de in § 1 vermelde tegemoetkoming, of om andere ontvangsten. Deze gegevens moeten worden ter beschikking gesteld van het in § 3 vermeld Beheerscomité, op verzoek van dit laatste.
  § 3. (De verzekeringstegemoetkoming in de dialyse wordt vastgesteld op (217,82 EUR) per hemodialyse (codenummer 761493), op (619,73 EUR) per week behandeling met peritoneale dialyse (codenummer 761552), op (88,52 EUR) per dag behandeling met peritoneale dialyse in geval van onderbreking van de behandeling tijdens de week (codenummer 761574) en op (694,10 EUR) (28 000 BEF) per week (codenummer 761530) voor de peritoneale dialyse thuis met continue uitwisseling van dialysaat via een pompsysteem (CCPD), op voorschrift van de geneesheer-nefroloog van het dialysecentrum. Dit laatste bedrag dekt alle kosten voor de uitvoering van de dialyse (inclusief dialysaat en gebruik van de pomp). Indien de behandeling geen volledige week behelst mag per behandelingsdag 1/7 van het weekforfait worden aangerekend.)
  (De verzekeringstegemoetkoming voor de hemodialyse thuis met verpleegkundige assistentie aan huis, op voorschrift van de geneesheer-nefroloog van het toezichthoudend hemodialysecentrum en na kennisgeving ervan aan de adviserend geneesheer met een door de nefroloog afgeleverd omstandig medisch verslag, wordt vastgesteld op 264,43 EUR (10 667 BEF) en is maximaal driemaal per week aanrekenbaar (codenummer 761456).
  Het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming dekt naast de hieronder vermelde kosten eveneens deze van de verplaatsing en de verpleegkundige assistentie aan huis.
  De verzekeringstegemoetkoming voor de peritoneale dialyse thuis met verpleegkundige assistentie aan huis, op voorschrift van de geneesheer-nefroloog van het toezichthoudend hemodialysecentrum en na kennisgeving ervan aan de adviserend geneesheer met een door de nefroloog afgeleverd omstandig medisch verslag bedraagt 793,26 EUR (32 000 BEF) per week (codenummer 761471).
  Het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming dekt naast de hieronder vermelde kosten eveneens deze van de verplaatsing en de verpleegkundige assistentie aan huis. Indien de behandeling geen volledige week behelst mag per behandelingsdag 1/7 van het weekforfait worden aangerekend.)
  (Deze bedragen kunnen jaarlijks worden aangepast door het Verzekeringscomité.)
  (Deze bedragen omvatten alle kosten die gemoeid zijn met de dialyse thuis, namelijk :
  )
  a) afschrijvingen :
  afschrijving van de apparatuur, voorzien van de nodige controle-elementen en het toebehoren;
  afschrijving van de uitrustingskosten met betrekking tot het uitvoeren van de onontbeerlijke aanpassingswerken binnenshuis en aan de water-, elektriciteit- en telefoonleiding, het werkingsklaar installeren, onderhouden, herstellen of aanpassen aan de evolutie van de techniek van de dialyse-eenheid;
  afschrijving van het medisch reservematerieel;
  afschrijving van de lokalen voor het personeel van het centrum;
  afschrijving van het rollend materieel;
  b) lasten (wedden, sociale lasten, verzekeraar-wet) van het medisch en paramedisch personeel;
  c) directe kosten zoals de financiële lasten (intresten op leningen, op kredietopeningen), de algemene kosten (verzekering, onderhoud, uitgaven voor het gebruik van een auto);
  d) onderhoud, verwarming, elektriciteit van de lokalen van het centrum;
  e) administratiekosten;
  f) de voor de dialyse noodzakelijke verbruiksprodukten en geneesmiddelen en toebehoren.
  De verzekeringstegemoetkoming in de dialyse thuis wordt rechtstreeks door de verzekeringsinstelling van de rechthebbende betaald aan de erkende (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie) wiens benaming gepubliceerd werd per omzendbrief. Daartoe dient het (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie), op een maandelijkse staat, per patiënt, de rekening in bij de verzekeringsinstelling van de patiënt. Ten hoogste zes hemodialyses per veertien dagen mogen voor dezelfde patiënt in rekening worden gebracht. In geval van peritoneale dialyse telt een week behandeling minimum twintig uitwisselingen per patiënt.
  B. Verzekeringstegemoetkoming in de kosten voor dialyse in een dienst voor collectieve autodialyse.
  § 1. Die vorm van dialyse wordt beoefend in een dienst waar de patiënt, bijgestaan door paramedisch personeel, verantwoordelijk is voor het klaarmaken van de dialyse-uitrusting, voor de manipulaties voor het aan- en loskoppelen, voor het toezicht op de epuratie.
  De verzekering komt tegemoet in de financiering van de autodialyse in een collectieve dienst op voorwaarde dat die erkende dienst onder het toezicht staat van de geneesheren van de (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie), erkend op basis van de bepalingen van het voorgenoemd koninklijk besluit van 4 april 1991.
  § 2. Om bovendien van de verzekeringstegemoetkoming voor autodialyse in een collectieve dienst te kunnen genieten, moet de (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie) de volgende verplichtingen nakomen :
  - kosten, gemoeid met de dialyse als zodanig, mogen de patiënt niet worden aangerekend;
  - de (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie) voert een afzonderlijke boekhouding voor de ontvangsten en uitgaven betreffende de dienst voor collectieve autodialyse; deze boekhouding moet toelaten de kostenplaatsen voorzien in § 3, a) tot en met f) afzonderlijk te kennen; ze moet tevens toelaten de ontvangsten uit te splitsen naargelang het gaat om ontvangsten afkomstig van de in § 1 vermelde tegemoetkoming, of om andere ontvangsten. Deze gegevens moeten worden ter beschikking gesteld van het hiervoren vermeld Beheerscomité, op verzoek van dit laatste. (Nota : het " hiervoren vermeld Beheerscomité " is blijkbaar het " Beheerscomité van de Dienst voor geneeskundige verzorging ", waarvan de vermeldingen bij het Reglement 2001-05-21/37 door " Verzekeringscomité " werden vervangen)
  § 3. De verzekeringstegemoetkoming in de dialyse wordt vastgesteld op (222,34 EUR) per dialyse (codenummer 761515).
  Dat bedrag kan jaarlijks aangepast worden door het (Verzekeringscomité).
  Dat bedrag omvat alle kosten die gemoeid zijn met de dialyse en die worden gedragen zowel door de collectieve autodialysedienst als door de (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie) zoals :
  a) afschrijvingen :
  afschrijving van de lasten betreffende het gebouw en de vaste uitrusting ervan;
  afschrijving van de medische uitrusting en van het toebehoren;
  afschrijving van het medisch reservematerieel;
  b) lasten (wedden, sociale lasten, verzekeraar-wet) van het medisch en paramedisch personeel;
  c) directe kosten zoals de financiële lasten (intresten op leningen, op kredietopeningen), de algemene kosten (verzekering, onderhoud, uitgaven voor het gebruik van een auto);
  d) lasten betreffende de lokalen van het centrum (huur, onderhoud, verwarming, elektriciteit);
  e) administratiekosten;
  f) de voor de dialyse noodzakelijke verbruiksprodukten, geneesmiddelen en toebehoren.
  De verzekeringstegemoetkoming in de autodialyse in een collectieve dienst wordt rechtstreeks door de verzekeringsinstelling van de rechthebbende betaald aan de erkende (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie) wiens benaming gepubliceerd werd per omzendbrief. Daartoe dient de (centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie), op een maandelijkse staat, per patiënt, de rekening in bij de verzekeringsinstelling van de patiënt. Ten hoogste zes dialyses per veertien dagen mogen voor dezelfde patiënt in rekening worden gebracht.
  C. § 1. Verzekeringstegemoetkoming in de kosten van vorenbedoelde verstrekkingen kan slechts worden toegekend indien het getuigschrift voor verstrekte hulp of het document dat hiervoor in de plaats komt, de rubriek " Laboratorium of apparatuur erkend onder nummer " het identificatienummer vermeldt dat door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering aan het erkende type van dienst werd toegekend.
  § 2. De tegemoetkomingen van de verzekering voor geneeskundige verzorging in de in het ministerieel besluit van 24 januari 1985 tot vaststelling van de tegemoetkoming van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering in de reiskosten van de gedialyseerde rechthebbenden bedoelde reiskosten, worden verleend op voorwaarde dat aan de verzekeringsinstelling een document is afgeleverd conform het model vervat in bijlage 57 of 57bis.
  § 3. De verzekeringsinstelling die de tegemoetkoming verleent in toepassing van artikel 1, § 3, van het hierboven genoemde ministerieel besluit is ertoe gehouden, binnen de twee maanden na ontvangst van het document opgenomen in bijlage 57bis, desgevallend hiervan een fotokopij over te maken aan de verzekeringsinstelling waarbij de andere rechthebbenden zijn ingeschreven of aangesloten.
Art. 9undecies. (voir NOTE sous INTITULE) A. De l'intervention de l'assurance dans les frais pour hémodialyse et dialyse péritonéale à domicile.
  § 1er. Cette forme de dialyse se pratique au domicile du patient. L'assurance intervient dans le financement de la dialyse à domicile à la condition qu'elle se pratique sous la responsabilité et sous la surveillance médicale d'un centre de dialyse agréé disposant d'un (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) agréé conformément à l'arrêté royal du (27 novembre 1996) fixant les normes auxquelles les centres de dialyse pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique doivent répondre pour être agréés comme service médical technique lourd au sens de l'article 44 de la loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987.
  § 2. En outre, pour pouvoir bénéficier de l'intervention de l'assurance pour la dialyse à domicile, le (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) doit satisfaire aux conditions suivantes :
  le (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) prend à sa charge le supplément des frais supportés par le patient, occasionnés par la dialyse a domicile, à savoir la consommation accrue d'eau, d'électricité et de téléphone et ce, à concurrence d'un montant forfaitaire de (4,66 EUR) par hémodialyse ou de (3,45 EUR) par semaine de dialyse péritonéale, et à payer au patient. Le (Comité de l'assurance) peut adapter chaque année le montant forfaitaire;
  aucun frais lié à la dialyse comme telle ne peut être porté en compte au patient, sauf des frais résultant d'un endommagement de l'équipement dû à une négligence;
  le (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) tient une comptabilité séparée concernant toutes les recettes et dépenses relatives à la dialyse à domicile; cette comptabilité doit permettre de connaître séparément les rubriques de frais prévus au § 3, a) à f) inclus; elle doit permettre également de ventiler les recettes selon qu'elles proviennent de l'intervention prévue au § 1er, ou selon qu'il s'agit d'autres recettes. Ces données doivent être mises à la disposition du Comité de gestion visé sous le § 3 à la demande de celui-ci.
  § 3. (L'intervention de l'assurance pour la dialyse est fixée à (217,82 EUR) par hémodialyse (numéro de code 761493), à (619,73 EUR) par semaine de traitement par dialyse péritonéale (numéro de code 761552), à (88,52 EUR) par journée de traitement par dialyse péritonéale en cas d'interruption du traitement au cours de la semaine (numéro de code 761574) et à (694,10 EUR) (28 000 BEF) par semaine (numéro de code 761530) pour la dialyse péritonéale à domicile avec transfusion continue de dialysat par le biais d'un système de pompe (CCPD), sur prescription du médecin-nephrologue du centre de dialyse. Ce dernier couvre tous les frais relatifs à la dialyse (y compris le dialysat et l'utilisation de la pompe). Si le traitement ne couvre pas une semaine complète, 1/7e du forfait hebdomadaire peut être attesté par jour de traitement.)
  (L'intervention de l'assurance pour l'hémodialyse à domicile avec l'assistance d'un praticien de l'art infirmier à domicile, sur prescription du médecin-néphrologue du centre d'hémodialyse de tutelle et après notification au médecin-conseil au moyen d'un rapport médical détaillé fourni par le néphrologue, est fixée à 264,43 EUR (10 667 BEF), et peut être portée en compte au maximum trois fois par semaine (numero de code 761456).
  Le montant de l'intervention de l'assurance couvre, en plus des frais susmentionnés, également les frais de déplacement et l'assistance du praticien de l'art infirmier à domicile.
  L'intervention de l'assurance pour la dialyse péritonéale à domicile avec l'assistance d'un praticien de l'art infirmier à domicile, sur prescription du médecin-néphrologue du centre d'hemodialyse de tutelle et après notification au médecin-conseil au moyen d'un rapport médical détaillé fourni par le néphrologue, est de 793,26 EUR (32 000 BEF) par semaine (numéro de code 761471).
  Le montant de l'intervention de l'assurance couvre, en plus des frais sousmentionnés, également les frais de déplacement et l'assistance du praticien de l'art infirmier à domicile. Si le traitement ne couvre pas une semaine complète, 1/7e du forfait hebdomadaire peut être attesté par jour de traitement.)
  (Ces montants peuvent être adaptés chaque année par le Comité de l'assurance.)
  (Ces montants comportent tous les frais liés à la dialyse à domicile, à savoir :)
  a) amortissements :
  amortissement de l'appareillage, muni des éléments de contrôle et des accessoires nécessaires;
  amortissement des frais d'équipement relatifs a l'exécution des travaux d'adaptation indispensables à l'intérieur de la maison et aux amenées d'eau, d'électricité et de téléphone, de l'installation de l'unité de dialyse prête à fonctionner et de l'entretien, de la réparation ou de l'adaptation à l'évolution de la technique de cette dernière;
  amortissement du matériel medical de reserve;
  amortissement des locaux pour le personnel du centre;
  amortissement du matériel roulant;
  b) charges du personnel médical et paramédical (traitement, charges sociales, assureur-loi);
  c) frais directs comme les charges financières (intérêts sur emprunts, sur ouvertures de crédit), les frais généraux (assurance, entretien, dépenses d'utilisation de voiture);
  d) entretien, chauffage, électricité des locaux du centre;
  e) frais d'administration;
  f) produits de consommation, médicaments et accessoires nécessaires à la dialyse.
  L'intervention de l'assurance dans la dialyse à domicile est payée directement par l'organisme assureur du bénéficiaire au (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) agréé et dont la dénomination a été publiée par circulaire. A cet effet, le (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) introduit, sur un relevé mensuel, par patient, la facture auprès de l'organisme assureur du patient. Six hémodialyses au plus par quinzaine peuvent être portées en compte pour le même patient. En cas de dialyse péritonéale, une semaine de traitement compte un minimum de vingt échanges par patient.
  B. De l'intervention de l'assurance dans les frais pour dialyse dans un service collectif d'autodialyse.
  § 1er. Cette forme de dialyse se pratique dans un service où le patient, assisté d'un personnel paramédical, est responsable de la préparation de l'équipement de la dialyse, des manipulations de connexion et de déconnexion, de la surveillance de l'épuration.
  L'assurance intervient dans le financement de l'autodialyse en service collectif à la condition que ce service agréé soit sous la surveillance des médecins du (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) agréé sur la base des dispositions de l'arrêté royal du 4 avril 1991 précité.
  § 2. En outre, pour pouvoir benéficier de l'intervention de l'assurance pour l'autodialyse en service collectif, le (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) doit satisfaire aux conditions suivantes :
  - aucun des frais liés à la dialyse comme telle ne peut être porté en compte au patient;
  - le (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) tient une comptabilité séparée des recettes et dépenses relatives au service collectif d'autodialyse; cette comptabilité doit permettre de connaître séparément les rubriques de frais prévus au § 3, a) à f) inclus; elle doit permettre également de ventiler les recettes selon qu'elles proviennent de l'intervention prévue au § 1er, ou selon qu'il s'agit d'autres recettes. Ces données doivent être mises à la disposition du Comité de gestion susvisé, à la demande de celui-ci. (Note : le " Comité de gestion susvisé " est apparemment le " Comité de gestion du Service des soins de sante ", dont le règlement 2001-05-21/37, art. 1, a remplacé les mentions par " Comité de l'assurance ")
  § 3. L'intervention de l'assurance dans la dialyse est fixée à (222,34 EUR) par dialyse (code 761515).
  Ce montant peut être adapté chaque année par le (Comite de l'assurance).
  Ce montant comporte tous les frais liés à la dialyse et supportés tant par le service collectif d'autodialyse que par le (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique), tels que :
  a) amortissements :
  amortissement des charges concernant le bâtiment et son équipement permanent;
  amortissement de l'équipement médical et des accessoires;
  amortissement du matériel médical de réserve;
  b) charges du personnel médical et paramédical (traitements, charges sociales, assureur-loi);
  c) frais direct comme les charges financières (intérêts sur emprunts, sur ouvertures de crédit), les frais généraux (assurance, entretien, dépenses d'utilisation de voiture);
  d) charges concernant les locaux du centre (loyer, entretien, chauffage, électricité);
  e) frais d'administration;
  f) produits de consommation, médicaments et accessoires nécessaires à la dialyse.
  L'intervention de l'assurance pour l'autodialyse en service collectif est payée directement par l'organisme assureur du bénéficiaire au (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) agréé et dont la dénomination a été publiee par circulaire. A cet effet, le (centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique) introduit, sur un relevé mensuel, par patient, la facture auprès de l'organisme assureur du patient. Six dialyses au plus par quinzaine peuvent être portées en compte pour le même patient.
  C. § 1er. L'intervention de l'assurance dans le coût des prestations susvisées ne peut être accordée que lorsque l'attestation de soins donnés ou le document en tenant lieu mentionne en regard de la rubrique " Laboratoire ou appareillage agréé sous le n° ", le numéro d'identification attribué par l'Institut national d'assurance maladie-invalidité au type de service agréé.
  § 2. Les interventions de l'assurance-soins de santé dans les frais de voyage visés à l'arrêté ministériel du 24 janvier 1985 fixant l'intervention de l'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité dans les frais de voyage des bénéficiaires dialysés, sont octroyées à la condition qu'un document conforme au modèle repris en annexe 57 ou 57bis soit transmis à l'organisme assureur.
  § 3. L'organisme assureur qui octroie l'intervention en application de l'article 1er, § 3, de l'arrêté ministériel susvisé est tenu de transmettre, le cas échéant, dans les deux mois suivant la réception du document repris en annexe 57bis, une photocopie de celui-ci à l'organisme assureur auprès duquel les autres bénéficiaires sont inscrits ou affiliés.
Art. 9undeciesbis. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VARIA 2003-02-10/36, art. 1; Inwerkingtreding : 01-02-2003> Deelname aan het multidisciplinair oncologisch consult.
  Elk aangerekend multidisciplinair oncologisch consult, zijnde de verstrekking 350372 - 350383 die in artikel 11, § 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, impliceert het opmaken van een standaardformulier voor de geüniformiseerde registratie van de oncologisch aandoening.
  Dit document met als titel " Kankerregistratieformulier " is conform aan het model dat als bijlage 93 bij deze verordening gaat.
Art. 9undeciesbis. (voir NOTE sous INTITULE) De la participation à la consultation oncologique multidisciplinaire.
  Toute consultation oncologique multidisciplinaire facturée, soit la prestation 350372 - 350383 visée à l'article 11, § 1er, de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, implique l'établissement d'un formulaire standardisé pour l'enregistrement uniformise de l'affection oncologique.
  Ce document dénommé " Formulaire d'enregistrement registre du cancer " est conforme au formulaire repris à l'annexe 93 du présent règlement.
Art. 9duodecies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) In geval van tewerkstelling in de loop van een opneming in een psychiatrische dienst moet de verplegingsinrichting de verzekeringsinstelling daarvan kennis geven met een formulier conform het model in bijlage 45 bij deze verordening.
Art. 9duodecies. (voir NOTE sous INTITULE) En cas de mise au travail en cours d'hospitalisation dans un service psychiatrique, l'établissement hospitalier doit en informer l'organisme assureur par une formule conforme au modèle repris sous l'annexe 45 du présent règlement.
Art. 9duodecies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) In geval van tewerkstelling in de loop van een opneming in een psychiatrische dienst moet de verplegingsinrichting de verzekeringsinstelling daarvan kennis geven met een formulier conform het model in bijlage 45 bij deze verordening.
Art. 9duodecies. (voir NOTE sous INTITULE) En cas de mise au travail en cours d'hospitalisation dans un service psychiatrique, l'établissement hospitalier doit en informer l'organisme assureur par une formule conforme au modèle repris sous l'annexe 45 du présent règlement.
Art. 9tridecimo. (zie NOTA in OPSCHRIFT) Als kinesitherapieverstrekkingen, bedoeld in artikel 7, § 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 16 november 1973 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, en fysiotherapieverstrekkingen, bedoeld in artikel 3, § 1, alsmede die bedoeld onder de nrs. 5701 tot 5725 en 5727 in de artikelen 20, § 1, g en 22 van de bijlage bij evengenoemd koninklijk besluit van 16 november 1973 dezelfde dag aan een zelfde rechthebbende door geneesheren en door kinesitherapeuten zijn verleend, mag de verzekeringstegemoetkoming, in haar geheel genomen, niet hoger liggen dan (10,14 EUR); voor de weduwen, wezen, gepensioneerden en degenen die invaliditeitsuitkeringen genieten, respectievelijk bedoeld in de artikelen 21, eerste lid, 7° tot 9° en 13°, en 50 van vorenvermelde wet van 9 augustus 1963, mag de verzekeringstegemoetkoming, in haar geheel genomen niet meer bedragen dan (13,41 EUR).
  Die bedragen worden respectievelijk op (12,64 EUR en 15,05 EUR) gebracht voor de rechthebbenden die zijn bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, van het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen.
  (...).
  ((De bedragen 10,14 EUR, 13,41 EUR, 12,64 EUR en 15,05 EUR die gelden vanaf 2001, worden) jaarlijks op 1 januari aangepast door de bedragen, van toepassing op 31 december van het jaar er voor, te vermenigvuldigen met de grootste onder de coëfficiënten die ofwel de verhouding uitdrukt tussen de waarde van de sleutelletter voor kinesitherapeutische verstrekkingen op 1 januari van het jaar in kwestie en de waarde van die sleutelletter op 1 januari van het jaar er voor, ofwel de analoge verhouding uitdrukt voor de fysiotherapeutische verstrekkingen.)
Art. 9tridecimo. (voir NOTE sous INTITULE) Lorsque des prestations de kinésithérapie visées à l'article 7, § 1er, de l'annexe à l'arreté royal du 16 novembre 1973 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité et des prestations de physiothérapie visées à l'article 3, § 1er, ainsi que celles prévues sous les n°s 5701 à 5725 et 5727, aux articles 20, § 1er, g et 22 de l'annexe à l'arrêté royal precité du 16 novembre 1973 ont été fournies le même jour à un même bénéficiaire par des médecins et des kinésithérapeutes, l'intervention de l'assurance ne peut dépasser, dans l'ensemble, la somme de (10,14 EUR); toutefois, pour les veuves, les orphelins, les pensionnés et les béneficiaires d'indemnités d'invalidité respectivement visés aux articles 21, alinéa premier, 7° à 9° et 13°, et 50 de la loi du 9 août 1963 précitée, l'intervention de l'assurance ne peut dépasser, dans l'ensemble, la somme de (13,41 EUR).
  Ces sommes sont portées respectivement à (12,64 EUR) et à (15,05 EUR) pour les bénéficiaires visés à l'article 7, deuxième et troisième alinéas de l'arrêté royal du 23 mars 1982 portant fixation de l'intervention personnelle des bénéficiaires ou de l'intervention de l'assurance soins de santé dans les honoraires pour certaines prestations.
  (...).
  ((Les montants 10,14 EUR, 13,41 EUR, 12,64 EUR et 15,05 EUR en vigueur à partir de l'année 2001) sont adaptés annuellement à partir du 1er janvier en multipliant les montants applicables au 31 décembre de l'année précédente par le plus grand des coefficients exprimant soit le rapport entre la valeur de la lettre-clé pour les prestations de kinésithérapie au 1er janvier de l'année considérée et la valeur de cette lettre-clé au 1er janvier de l'année précédente, soit le rapport analogue pour les prestations de physiothérapie.)
Art. 9tridecimo. (zie NOTA in OPSCHRIFT) Als kinesitherapieverstrekkingen, bedoeld in artikel 7, § 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 16 november 1973 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, en fysiotherapieverstrekkingen, bedoeld in artikel 3, § 1, alsmede die bedoeld onder de nrs. 5701 tot 5725 en 5727 in de artikelen 20, § 1, g en 22 van de bijlage bij evengenoemd koninklijk besluit van 16 november 1973 dezelfde dag aan een zelfde rechthebbende door geneesheren en door kinesitherapeuten zijn verleend, mag de verzekeringstegemoetkoming, in haar geheel genomen, niet hoger liggen dan (10,14 EUR); voor de weduwen, wezen, gepensioneerden en degenen die invaliditeitsuitkeringen genieten, respectievelijk bedoeld in de artikelen 21, eerste lid, 7° tot 9° en 13°, en 50 van vorenvermelde wet van 9 augustus 1963, mag de verzekeringstegemoetkoming, in haar geheel genomen niet meer bedragen dan (13,41 EUR).
  Die bedragen worden respectievelijk op (12,64 EUR en 15,05 EUR) gebracht voor de rechthebbenden die zijn bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, van het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen.
  (...).
  ((De bedragen 10,14 EUR, 13,41 EUR, 12,64 EUR en 15,05 EUR die gelden vanaf 2001, worden) jaarlijks op 1 januari aangepast door de bedragen, van toepassing op 31 december van het jaar er voor, te vermenigvuldigen met de grootste onder de coëfficiënten die ofwel de verhouding uitdrukt tussen de waarde van de sleutelletter voor kinesitherapeutische verstrekkingen op 1 januari van het jaar in kwestie en de waarde van die sleutelletter op 1 januari van het jaar er voor, ofwel de analoge verhouding uitdrukt voor de fysiotherapeutische verstrekkingen.)
Art. 9tridecimo. (voir NOTE sous INTITULE) Lorsque des prestations de kinésithérapie visées à l'article 7, § 1er, de l'annexe à l'arreté royal du 16 novembre 1973 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité et des prestations de physiothérapie visées à l'article 3, § 1er, ainsi que celles prévues sous les n°s 5701 à 5725 et 5727, aux articles 20, § 1er, g et 22 de l'annexe à l'arrêté royal precité du 16 novembre 1973 ont été fournies le même jour à un même bénéficiaire par des médecins et des kinésithérapeutes, l'intervention de l'assurance ne peut dépasser, dans l'ensemble, la somme de (10,14 EUR); toutefois, pour les veuves, les orphelins, les pensionnés et les béneficiaires d'indemnités d'invalidité respectivement visés aux articles 21, alinéa premier, 7° à 9° et 13°, et 50 de la loi du 9 août 1963 précitée, l'intervention de l'assurance ne peut dépasser, dans l'ensemble, la somme de (13,41 EUR).
  Ces sommes sont portées respectivement à (12,64 EUR) et à (15,05 EUR) pour les bénéficiaires visés à l'article 7, deuxième et troisième alinéas de l'arrêté royal du 23 mars 1982 portant fixation de l'intervention personnelle des bénéficiaires ou de l'intervention de l'assurance soins de santé dans les honoraires pour certaines prestations.
  (...).
  ((Les montants 10,14 EUR, 13,41 EUR, 12,64 EUR et 15,05 EUR en vigueur à partir de l'année 2001) sont adaptés annuellement à partir du 1er janvier en multipliant les montants applicables au 31 décembre de l'année précédente par le plus grand des coefficients exprimant soit le rapport entre la valeur de la lettre-clé pour les prestations de kinésithérapie au 1er janvier de l'année considérée et la valeur de cette lettre-clé au 1er janvier de l'année précédente, soit le rapport analogue pour les prestations de physiothérapie.)
HOOFDSTUK VIIundecies. - (De verstrekkingen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, 11° en 12°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994).
CHAPITRE VIIundecies. - (Des prestations visées à l'article 23, 12° et 13°, de la loi du 9 août 1963 susvisée et de l'intervention dans le coût de l'admission dans un service hospitalier V en reconversion progressive en maison de repos et de soins).
Art. 9quaterdecies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) § 1. De aanvraag tot verkrijging van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven, bedoeld in artikel 152, § 3, eerste lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de voornoemde gecoördineerde wet, wordt door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend (met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 53a. De verzekeringsinstelling antwoordt binnen de twee weken met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlagen 53b of 53c).
  § 2. De kennisgeving van opneming in de inrichting, bedoeld in artikel 152, § 2, van het voornoemd koninklijk besluit van 3 juli 1996, wordt door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend (met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 53a. De verzekeringsinstelling antwoordt binnen de twee weken met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlagen 53b of 53c).
  § 3. De aanvraag tot verdere toekenning van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven en de aanvraag om herziening van de beslissing van de adviserend geneesheer, die zijn bedoeld in artikel 153, § 2, van het voornoemd koninklijk besluit van 3 juli 1996, worden door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend (met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 53a. De verzekeringsinstelling antwoordt binnen de twee weken met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlagen 53b of 53c).
  § 4. De evaluatieschaal en het medisch verslag die zijn bedoeld in artikel 152, § 3, tweede lid, van het voornoemd koninklijk besluit van 3 juli 1996, worden door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend met een formulier, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 54.
  § 5. Van het ontslag van de rechthebbende uit de inrichting, van zijn overlijden of van zijn transfer wordt door de inrichting aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende kennis gegeven (met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 55).
  § 6. Om de betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven te verkrijgen, stuurt de inrichting aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende, per kalenderkwartaal, een kostennota, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlage 56.
  Een dubbel van de individuele kostennota, die per rechthebbende moet worden opgemaakt, wordt aan de rechthebbende gegeven op het ogenblik dat die nota naar zijn verzekeringsinstelling wordt gestuurd.
  § 7. De betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven wordt alleen maar toegestaan als op de verzamelkostennota de door het Ministerie van Financiën opgelegde overeenstemmingsstrook is aangebracht.
Art. 9quaterdecies. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. La demande d'obtention de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière visée à l'article 152, § 3, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi coordonnée susvisée, est introduite par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire (au moyen d'une formule conforme au modèle repris à l'annexe 53a. L'organisme assureur répond dans les quinze jours au moyen d'une formule conforme aux annexes 53b ou 53c).
  § 2. La notification d'admission dans l'institution, visée à l'article 152, § 2, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 précité, est introduite par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire (au moyen d'une formule conforme au modèle repris à l'annexe 53a. L'organisme assureur répond dans les quinze jours au moyen d'une formule conforme aux annexes 53b ou 53c).
  § 3. La demande de prolongation de l'octroi de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière et la demande de révision de la décision du médecin-conseil, visées à l'article 153, § 2, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 précité, sont introduites par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire (au moyen d'une formule conforme au modèle repris à l'annexe 53a. L'organisme assureur répond dans les quinze jours au moyen d'une formule conforme aux annexes 53b ou 53c).
  § 4. L'échelle d'évaluation et le rapport médical visés à l'article 152, § 3, alinéa 2, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 précité, sont introduits par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire au moyen d'une formule conforme au modèle repris à l'annexe 54.
  § 5. Le départ du bénéficiaire de l'institution, son décès ou son transfert, est notifié par l'institution à l'organisme assureur du bénéficiaire (au moyen d'une formule conforme au modèle repris à l'annexe 55).
  § 6. En vue d'obtenir le paiement des allocations pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière, l'institution fait parvenir à l'organisme assureur du bénéficiaire, par trimestre civil, une note de frais conforme aux modèles repris à l'annexe 56.
  Un double de la note de frais individuelle, qui doit être établie par bénéficiaire, est remis au bénéficiaire au moment de l'envoi de celle-ci à son organisme assureur.
  § 7. Le paiement de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière n'est accordé que si, sur la note de frais récapitulative, est apposée la vignette de concordance imposée par le Ministère des Finances.
Art. 9quaterdecies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) § 1. De aanvraag tot verkrijging van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven, bedoeld in artikel 152, § 3, eerste lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de voornoemde gecoördineerde wet, wordt door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend (met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 53a. De verzekeringsinstelling antwoordt binnen de twee weken met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlagen 53b of 53c).
  § 2. De kennisgeving van opneming in de inrichting, bedoeld in artikel 152, § 2, van het voornoemd koninklijk besluit van 3 juli 1996, wordt door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend (met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 53a. De verzekeringsinstelling antwoordt binnen de twee weken met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlagen 53b of 53c).
  § 3. De aanvraag tot verdere toekenning van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven en de aanvraag om herziening van de beslissing van de adviserend geneesheer, die zijn bedoeld in artikel 153, § 2, van het voornoemd koninklijk besluit van 3 juli 1996, worden door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend (met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 53a. De verzekeringsinstelling antwoordt binnen de twee weken met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlagen 53b of 53c).
  § 4. De evaluatieschaal en het medisch verslag die zijn bedoeld in artikel 152, § 3, tweede lid, van het voornoemd koninklijk besluit van 3 juli 1996, worden door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend met een formulier, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 54.
  § 5. Van het ontslag van de rechthebbende uit de inrichting, van zijn overlijden of van zijn transfer wordt door de inrichting aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende kennis gegeven (met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 55).
  § 6. Om de betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven te verkrijgen, stuurt de inrichting aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende, per kalenderkwartaal, een kostennota, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlage 56.
  Een dubbel van de individuele kostennota, die per rechthebbende moet worden opgemaakt, wordt aan de rechthebbende gegeven op het ogenblik dat die nota naar zijn verzekeringsinstelling wordt gestuurd.
  § 7. De betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven wordt alleen maar toegestaan als op de verzamelkostennota de door het Ministerie van Financiën opgelegde overeenstemmingsstrook is aangebracht.
Art. 9quaterdecies. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. La demande d'obtention de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière visée à l'article 152, § 3, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi coordonnée susvisée, est introduite par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire (au moyen d'une formule conforme au modèle repris à l'annexe 53a. L'organisme assureur répond dans les quinze jours au moyen d'une formule conforme aux annexes 53b ou 53c).
  § 2. La notification d'admission dans l'institution, visée à l'article 152, § 2, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 précité, est introduite par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire (au moyen d'une formule conforme au modèle repris à l'annexe 53a. L'organisme assureur répond dans les quinze jours au moyen d'une formule conforme aux annexes 53b ou 53c).
  § 3. La demande de prolongation de l'octroi de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière et la demande de révision de la décision du médecin-conseil, visées à l'article 153, § 2, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 précité, sont introduites par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire (au moyen d'une formule conforme au modèle repris à l'annexe 53a. L'organisme assureur répond dans les quinze jours au moyen d'une formule conforme aux annexes 53b ou 53c).
  § 4. L'échelle d'évaluation et le rapport médical visés à l'article 152, § 3, alinéa 2, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 précité, sont introduits par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire au moyen d'une formule conforme au modèle repris à l'annexe 54.
  § 5. Le départ du bénéficiaire de l'institution, son décès ou son transfert, est notifié par l'institution à l'organisme assureur du bénéficiaire (au moyen d'une formule conforme au modèle repris à l'annexe 55).
  § 6. En vue d'obtenir le paiement des allocations pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière, l'institution fait parvenir à l'organisme assureur du bénéficiaire, par trimestre civil, une note de frais conforme aux modèles repris à l'annexe 56.
  Un double de la note de frais individuelle, qui doit être établie par bénéficiaire, est remis au bénéficiaire au moment de l'envoi de celle-ci à son organisme assureur.
  § 7. Le paiement de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière n'est accordé que si, sur la note de frais récapitulative, est apposée la vignette de concordance imposée par le Ministère des Finances.
Art. 9quinquiesdecies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) § 1. De aanvraag tot verkrijging van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven, bedoeld in artikel 153bis, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de voornoemde wet, wordt door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend (met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 62a. De verzekeringsinstelling antwoordt binnen de twee weken met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlagen 62b of 62c).
  § 2. De aanvraag tot verdere toekenning van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven, bedoeld in artikel 153bis, § 2, derde lid, van voornoemd koninklijk besluit van 3 juli 1996, wordt door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend (met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 62a. De verzekeringsinstelling antwoordt binnen de twee weken met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlagen 62b of 62c).
  § 3. De evaluatieschaal, bedoeld in artikel 153bis, § 1, tweede lid, van het voornoemd koninklijk besluit van 3 juli 1996, wordt door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend met een formulier, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 54.
  § 4. Om de betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven te verkrijgen, stuurt de inrichting aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende, per kalenderkwartaal, een kostennota, conform de modellen die zijn opgenomen in (de bijlage 63).
  Een dubbel van de individuele kostennota, die per rechthebbende moet worden opgemaakt, wordt aan de rechthebbende gegeven op het ogenblik dat die nota naar zijn verzekeringsinstelling wordt gestuurd.
  § 5. De betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven wordt alleen maar toegestaan als op de verzamelkostennota de door het Ministerie van Financiën opgelegde overeenstemmingsstrook is aangebracht.
Art. 9quinquiesdecies. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. La demande d'obtention de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière visée à l'article 153bis, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi coordonnée susvisée, est introduite par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire (au moyen d'une formule conforme au modèle repris à l'annexe 62a. L'organisme assureur répond dans les quinze jours au moyen d'une formule conforme aux annexes 62b ou 62c).
  § 2. La demande de prolongation de l'octroi de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière visée à l'article 153bis, § 2, alinéa 3, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 précité, est introduite par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire (au moyen d'une formule conforme au modèle repris à l'annexe 62a. L'organisme assureur répond dans les quinze jours au moyen d'une formule conforme aux annexes 62b ou 62c).
  § 3. L'échelle d'évaluation visée à l'article 153bis, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 précité, est introduite par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire au moyen d'une formule conforme au modèle repris à l'annexe 54.
  § 4. En vue d'obtenir le paiement des allocations pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière, l'institution fait parvenir à l'organisme assureur du bénéficiaire, par trimestre civil, une note de frais conforme aux modèles repris à (l'annexe 63).
  Un double de la note de frais individuelle, qui doit être établie par bénéficiaire, est remis au bénéficiaire au moment de l'envoi de celle-ci à son organisme assureur.
  § 5. Le paiement de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière n'est accordé que si, sur la note de frais récapitulative, est apposée la vignette de concordance imposée par le Ministère des Finances.
Art. 9quinquiesdecies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) § 1. De aanvraag tot verkrijging van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven, bedoeld in artikel 153bis, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de voornoemde wet, wordt door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend (met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 62a. De verzekeringsinstelling antwoordt binnen de twee weken met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlagen 62b of 62c).
  § 2. De aanvraag tot verdere toekenning van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven, bedoeld in artikel 153bis, § 2, derde lid, van voornoemd koninklijk besluit van 3 juli 1996, wordt door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend (met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 62a. De verzekeringsinstelling antwoordt binnen de twee weken met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlagen 62b of 62c).
  § 3. De evaluatieschaal, bedoeld in artikel 153bis, § 1, tweede lid, van het voornoemd koninklijk besluit van 3 juli 1996, wordt door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend met een formulier, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 54.
  § 4. Om de betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven te verkrijgen, stuurt de inrichting aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende, per kalenderkwartaal, een kostennota, conform de modellen die zijn opgenomen in (de bijlage 63).
  Een dubbel van de individuele kostennota, die per rechthebbende moet worden opgemaakt, wordt aan de rechthebbende gegeven op het ogenblik dat die nota naar zijn verzekeringsinstelling wordt gestuurd.
  § 5. De betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven wordt alleen maar toegestaan als op de verzamelkostennota de door het Ministerie van Financiën opgelegde overeenstemmingsstrook is aangebracht.
Art. 9quinquiesdecies. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. La demande d'obtention de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière visée à l'article 153bis, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi coordonnée susvisée, est introduite par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire (au moyen d'une formule conforme au modèle repris à l'annexe 62a. L'organisme assureur répond dans les quinze jours au moyen d'une formule conforme aux annexes 62b ou 62c).
  § 2. La demande de prolongation de l'octroi de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière visée à l'article 153bis, § 2, alinéa 3, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 précité, est introduite par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire (au moyen d'une formule conforme au modèle repris à l'annexe 62a. L'organisme assureur répond dans les quinze jours au moyen d'une formule conforme aux annexes 62b ou 62c).
  § 3. L'échelle d'évaluation visée à l'article 153bis, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 précité, est introduite par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire au moyen d'une formule conforme au modèle repris à l'annexe 54.
  § 4. En vue d'obtenir le paiement des allocations pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière, l'institution fait parvenir à l'organisme assureur du bénéficiaire, par trimestre civil, une note de frais conforme aux modèles repris à (l'annexe 63).
  Un double de la note de frais individuelle, qui doit être établie par bénéficiaire, est remis au bénéficiaire au moment de l'envoi de celle-ci à son organisme assureur.
  § 5. Le paiement de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière n'est accordé que si, sur la note de frais récapitulative, est apposée la vignette de concordance imposée par le Ministère des Finances.
Art. 9sedecies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VERORD 1998-10-05/37, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1999> Tot 31 december 2001 worden de facturatie en de terugbetalingen in het raam van de toepassing van de derdebetalersregeling, zoals omschreven door het koninklijk besluit van 10 oktober 1986, in Belgische frank uitgedrukt. Op de documenten inzake de facturatie die aan de rechthebbende moeten worden bezorgd, zullen, ter informatie, bepaalde totalen in EURO worden vermeld conform het model dat terzake is vastgelegd.
Art. 9sexiesdecies. (voir NOTE sous INTITULE) Jusqu'au 31 décembre 2001, la facturation et les interventions de l'assurance soins de santé dans le cadre de l'application du régime du tiers payant tel que défini par l'arrêté royal du 10 octobre 1986, sont exprimées en francs belges. Cependant, sur les documents relatifs à la facturation qui sont transmis au bénéficiaire, certains montants totaux seront mentionnés en EURO, pour information, conformément au modèle fixé en la matière.
Art. 9septiesdecies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VERORD 1998-10-05/37, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1999> (§ 1.) Tot 31 december 2001 worden de bedragen die moeten ingevuld worden op documenten die in de verschillende bijlagen zijn opgenomen, in Belgische frank uitgedrukt met uitzondering van de documenten waarin de vermelding of het gebruik van de EURO is voorzien.
  (§ 2. Alle factureringen die vanaf 1 januari 2002 worden uitgevoerd, worden uitgedrukt in euro.
  § 3. Alle boekhoudkundige en statistische documenten die door de verzekeringsinstellingen moeten worden ingediend met betrekking tot de vergoeding van geneeskundige verstrekkingen die zijn geattesteerd op reglementaire bescheiden die vanaf 1 januari 2002 zijn ontvangen, worden in euro uitgedrukt. Als er een magnetische drager is, bepaalt de datum van ontvangst van de magnetische drager de boekingsperiode.
  § 4. De verstrekkingen die vóór 1 januari 2002 zijn uitgevoerd en na die datum in de derdebetalersregeling worden gefactureerd, moeten in euro worden gefactureerd. Het basistarief is het tarief van de overeenstemmende periode, uitgedrukt in frank. De zorgverlener dient de aan de verzekeringsinstelling gefactureerde bedragen om te rekenen in euro, en dit in detail per codenummer of pseudocodenummer van de nomenclatuur of per code van het farmaceutisch product en de voor de tarifering daarmee gelijkgestelde producten. Die omrekening is gebaseerd op het eenheidstarief in franken.
  In afwijking van het vorige lid behoren de verzekeringsinstellingen de vóór 16 januari 2002 ontvangen facturen betreffende verstrekkingen die vóór 1 januari 2002 zijn uitgevoerd en door de zorgverlener in de derdebetalersregeling in frank zijn gefactureerd, om te rekenen in euro. Als er een magnetische drager is, is de datum van ontvangst daarvan bepalend.
  § 5. Indien in het raam van de derdebetalersregeling de zorgverlener de verworpen gegevens opnieuw indient voor 1 januari 2002, geschiedt de nieuwe tarifering of de nieuwe facturering in frank, alsook de boeking door de verzekeringsinstellingen.
  Als de verworpen gegevens opnieuw worden ingediend op papier of op een magnetische drager tussen 1 januari en 15 januari 2002, mag de zorgverlener de nieuwe facturering nog in frank uitvoeren. De boeking door de verzekeringsinstellingen in de bescheiden betreffende 2002 moet evenwel in euro worden verricht.
  De verworpen gegevens die na 15 januari 2002 opnieuw worden ingediend, moeten in euro worden uitgedrukt. De zorgverleners dragen de last van de omrekening.
  Als de magnetische drager integraal is verworpen maar de papieren factuur ongewijzigd is gebleven en als ze vóór 16 januari 2002 zijn ontvangen, mag de magnetische drager tot 31 januari 2002 opnieuw worden ingediend in frank. Na die datum moet de magnetische drager opnieuw worden ingediend in euro, maar mag de papieren factuur in frank blijven.
  § 6. Het remgeld dat in het raam van de derdebetalersregeling op de documenten is vermeld, moet worden uitgedrukt in dezelfde munt als die welke is gebruikt voor de op de factuur vermelde vergoedingen van de verzekering, zelfs als de afrekening aan de patiënt in de andere munt is uitgevoerd.
  Voor de gegevens betreffende het remgeld die de verzekeringsinstellingen aan het Instituut moeten meedelen, gelden dezelfde regels als die welke van toepassing zijn voor de uitgaven die voor de geneeskundige verstrekkingen zijn geboekt.
  § 7. De bedragen betreffende de terugvorderingen of de regularisaties worden vastgesteld op basis van de tijdens het betrokken jaar geldende tarieven. Ze worden globaal omgerekend door ze te delen door 40,3399. Ze worden geboekt onder specifieke pseudonomenclatuurcodenummers en boekhoudcodenummers.)
Art. 9septiesdecies. (voir NOTE sous INTITULE) (§ 1er.) Jusqu'au 31 décembre 2001, les montants qui doivent être remplis dans les documents repris dans les différentes annexes, sont libellés en francs belges à l'exception des documents sur lesquels la mention ou l'utilisation de l'EURO est prévue.
  (§ 2. Toutes les facturations effectuées à partir du 1er janvier 2002 seront exprimées en euro.
  § 3. Tous les documents comptables et statistiques à introduire par les organismes assureurs relatifs aux remboursements de prestations de santé attestées sur des documents réglementaires réceptionnés à partir du 1er janvier 2002 sont exprimés en euro. S'il y a un support magnétique, c'est la date de réception du support magnétique qui détermine la période de comptabilisation.
  § 4. Les prestations qui ont été effectuees avant le 1er janvier 2002 et qui sont facturées dans le cadre du régime du tiers payant après cette date devront l'être en euro. Le tarif de base est celui de la période correspondante exprimé en franc. Il appartient au dispensateur de soins de convertir en euro les montants facturés à l'organisme assureur et ceci jusqu'au niveau de détail par code ou pseudo-code de la nomenclature ou par code de produit pharmaceutique et produits y assimilés pour la tarification. Cette conversion reposera sur le tarif unitaire en franc.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, il appartient aux organismes assureurs de convertir en euro les factures réceptionnées avant le 16 janvier 2002 et qui concernent des prestations effectuées avant le premier janvier 2002 et qui sont facturées en franc par le dispensateur de soins dans le cadre du régime du tiers payant. S'il y a un support magnétique, c'est la date de réception de celui-ci qui est déterminante.
  § 5. Lorsque dans le cadre du régime du tiers payant les données rejetées sont réintroduites par le dispensateur de soins avant le 1er janvier 2002, la nouvelle tarification ou la nouvelle facturation s'effectue en franc, de même que la comptabilisation effectuée par les organismes assureurs.
  Lorsque les données rejetées sont réintroduites, sur papier ou sur support magnétique, entre le 1er janvier et le 15 janvier 2002, la nouvelle facturation peut encore s'effectuer par le dispensateur en franc. Cependant, la comptabilisation des organismes assureurs s'effectuera en euro dans les documents relatifs à 2002.
  La réintroduction après le 15 janvier 2002 des données rejetées doit se faire en euro. La charge de conversion appartient aux dispensateurs de soins.
  Si le support magnétique a été rejeté dans son ensemble mais que la facture-papier est inchangée et qu'ils ont été réceptionnés avant le 16 janvier 2002, le support magnétique peut être réintroduit en franc jusqu'au 31 janvier 2002. Après cette date, le support magnétique doit être réintroduit en euro mais la facture-papier peut rester en franc.
  § 6. Les tickets modérateurs qui sont mentionnés sur les documents dans le cadre du tiers payant doivent être libellés dans la même devise que celle utilisée pour les remboursements de l'assurance figurant sur la facture, même si le décompte par rapport au patient a été effectue dans l'autre devise.
  Les données que les organismes assureurs doivent communiquer à l'Institut concernant les tickets modérateurs suivent les mêmes règles que celles valables pour les dépenses comptabilisées pour les prestations de santé.
  § 7. Les montants relatifs aux récupérations ou aux régularisations sont fixés sur base des tarifs en vigueur durant l'année concernée. Ils sont convertis globalement par division par 40,3399. Ils sont comptabilisés sous des pseudo-codes nomenclature et codes comptables spécifiques.)
Art. 9septiesdecies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VERORD 1998-10-05/37, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1999> (§ 1.) Tot 31 december 2001 worden de bedragen die moeten ingevuld worden op documenten die in de verschillende bijlagen zijn opgenomen, in Belgische frank uitgedrukt met uitzondering van de documenten waarin de vermelding of het gebruik van de EURO is voorzien.
  (§ 2. Alle factureringen die vanaf 1 januari 2002 worden uitgevoerd, worden uitgedrukt in euro.
  § 3. Alle boekhoudkundige en statistische documenten die door de verzekeringsinstellingen moeten worden ingediend met betrekking tot de vergoeding van geneeskundige verstrekkingen die zijn geattesteerd op reglementaire bescheiden die vanaf 1 januari 2002 zijn ontvangen, worden in euro uitgedrukt. Als er een magnetische drager is, bepaalt de datum van ontvangst van de magnetische drager de boekingsperiode.
  § 4. De verstrekkingen die vóór 1 januari 2002 zijn uitgevoerd en na die datum in de derdebetalersregeling worden gefactureerd, moeten in euro worden gefactureerd. Het basistarief is het tarief van de overeenstemmende periode, uitgedrukt in frank. De zorgverlener dient de aan de verzekeringsinstelling gefactureerde bedragen om te rekenen in euro, en dit in detail per codenummer of pseudocodenummer van de nomenclatuur of per code van het farmaceutisch product en de voor de tarifering daarmee gelijkgestelde producten. Die omrekening is gebaseerd op het eenheidstarief in franken.
  In afwijking van het vorige lid behoren de verzekeringsinstellingen de vóór 16 januari 2002 ontvangen facturen betreffende verstrekkingen die vóór 1 januari 2002 zijn uitgevoerd en door de zorgverlener in de derdebetalersregeling in frank zijn gefactureerd, om te rekenen in euro. Als er een magnetische drager is, is de datum van ontvangst daarvan bepalend.
  § 5. Indien in het raam van de derdebetalersregeling de zorgverlener de verworpen gegevens opnieuw indient voor 1 januari 2002, geschiedt de nieuwe tarifering of de nieuwe facturering in frank, alsook de boeking door de verzekeringsinstellingen.
  Als de verworpen gegevens opnieuw worden ingediend op papier of op een magnetische drager tussen 1 januari en 15 januari 2002, mag de zorgverlener de nieuwe facturering nog in frank uitvoeren. De boeking door de verzekeringsinstellingen in de bescheiden betreffende 2002 moet evenwel in euro worden verricht.
  De verworpen gegevens die na 15 januari 2002 opnieuw worden ingediend, moeten in euro worden uitgedrukt. De zorgverleners dragen de last van de omrekening.
  Als de magnetische drager integraal is verworpen maar de papieren factuur ongewijzigd is gebleven en als ze vóór 16 januari 2002 zijn ontvangen, mag de magnetische drager tot 31 januari 2002 opnieuw worden ingediend in frank. Na die datum moet de magnetische drager opnieuw worden ingediend in euro, maar mag de papieren factuur in frank blijven.
  § 6. Het remgeld dat in het raam van de derdebetalersregeling op de documenten is vermeld, moet worden uitgedrukt in dezelfde munt als die welke is gebruikt voor de op de factuur vermelde vergoedingen van de verzekering, zelfs als de afrekening aan de patiënt in de andere munt is uitgevoerd.
  Voor de gegevens betreffende het remgeld die de verzekeringsinstellingen aan het Instituut moeten meedelen, gelden dezelfde regels als die welke van toepassing zijn voor de uitgaven die voor de geneeskundige verstrekkingen zijn geboekt.
  § 7. De bedragen betreffende de terugvorderingen of de regularisaties worden vastgesteld op basis van de tijdens het betrokken jaar geldende tarieven. Ze worden globaal omgerekend door ze te delen door 40,3399. Ze worden geboekt onder specifieke pseudonomenclatuurcodenummers en boekhoudcodenummers.)
Art. 9septiesdecies. (voir NOTE sous INTITULE) (§ 1er.) Jusqu'au 31 décembre 2001, les montants qui doivent être remplis dans les documents repris dans les différentes annexes, sont libellés en francs belges à l'exception des documents sur lesquels la mention ou l'utilisation de l'EURO est prévue.
  (§ 2. Toutes les facturations effectuées à partir du 1er janvier 2002 seront exprimées en euro.
  § 3. Tous les documents comptables et statistiques à introduire par les organismes assureurs relatifs aux remboursements de prestations de santé attestées sur des documents réglementaires réceptionnés à partir du 1er janvier 2002 sont exprimés en euro. S'il y a un support magnétique, c'est la date de réception du support magnétique qui détermine la période de comptabilisation.
  § 4. Les prestations qui ont été effectuees avant le 1er janvier 2002 et qui sont facturées dans le cadre du régime du tiers payant après cette date devront l'être en euro. Le tarif de base est celui de la période correspondante exprimé en franc. Il appartient au dispensateur de soins de convertir en euro les montants facturés à l'organisme assureur et ceci jusqu'au niveau de détail par code ou pseudo-code de la nomenclature ou par code de produit pharmaceutique et produits y assimilés pour la tarification. Cette conversion reposera sur le tarif unitaire en franc.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, il appartient aux organismes assureurs de convertir en euro les factures réceptionnées avant le 16 janvier 2002 et qui concernent des prestations effectuées avant le premier janvier 2002 et qui sont facturées en franc par le dispensateur de soins dans le cadre du régime du tiers payant. S'il y a un support magnétique, c'est la date de réception de celui-ci qui est déterminante.
  § 5. Lorsque dans le cadre du régime du tiers payant les données rejetées sont réintroduites par le dispensateur de soins avant le 1er janvier 2002, la nouvelle tarification ou la nouvelle facturation s'effectue en franc, de même que la comptabilisation effectuée par les organismes assureurs.
  Lorsque les données rejetées sont réintroduites, sur papier ou sur support magnétique, entre le 1er janvier et le 15 janvier 2002, la nouvelle facturation peut encore s'effectuer par le dispensateur en franc. Cependant, la comptabilisation des organismes assureurs s'effectuera en euro dans les documents relatifs à 2002.
  La réintroduction après le 15 janvier 2002 des données rejetées doit se faire en euro. La charge de conversion appartient aux dispensateurs de soins.
  Si le support magnétique a été rejeté dans son ensemble mais que la facture-papier est inchangée et qu'ils ont été réceptionnés avant le 16 janvier 2002, le support magnétique peut être réintroduit en franc jusqu'au 31 janvier 2002. Après cette date, le support magnétique doit être réintroduit en euro mais la facture-papier peut rester en franc.
  § 6. Les tickets modérateurs qui sont mentionnés sur les documents dans le cadre du tiers payant doivent être libellés dans la même devise que celle utilisée pour les remboursements de l'assurance figurant sur la facture, même si le décompte par rapport au patient a été effectue dans l'autre devise.
  Les données que les organismes assureurs doivent communiquer à l'Institut concernant les tickets modérateurs suivent les mêmes règles que celles valables pour les dépenses comptabilisées pour les prestations de santé.
  § 7. Les montants relatifs aux récupérations ou aux régularisations sont fixés sur base des tarifs en vigueur durant l'année concernée. Ils sont convertis globalement par division par 40,3399. Ils sont comptabilisés sous des pseudo-codes nomenclature et codes comptables spécifiques.)
HOOFDSTUK VIIterdecies. - De verstrekkingen zoals bedoeld in artikel 34, 11°, wat de psychiatrische verzorgingstehuizen betreft en in artikel 34, 18°, wat de plaatsing in initiatieven van beschut wonen betreft.
CHAPITRE VIIterdecies. - Les prestations visées à l'article 34, 11°, en ce qui concerne les maisons de soins psychiatriques et a l'article 34, 18°, en ce qui concerne le placement dans des initiatives d'habitation protégée.
Art. 9octiesdecies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VARIA 1998-11-16/39, art. 3, Inwerkingtreding : 01-01-1999> § 1. De aanvraag tot verkrijging van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven, bedoeld in artikel 147, § 3 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van vorengenoemde wet van 14 juli 1994, wordt door de rechthebbende of door de inrichting bij de verzekeringsinstelling ingediend met een formulier dat wordt opgemaakt in vier exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 83a, 83b, 83c en 83d.
  § 2. De aanvraag om verdere toekenning van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven en de aanvraag om herziening van de beslissing van de adviserend geneesheer die zijn bedoeld in artikel 153, § 1, van vorengenoemd koninklijk besluit van 3 juli 1996, worden door de inrichting bij de verzekeringsinstelling ingediend met een formulier dat wordt opgemaakt in vier exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 83a, 83b, 83c en 83d.
  § 3. De evaluatieschaal en het medisch verslag die zijn bedoeld in artikel 152, § 1, van vorengenoemd koninklijk besluit van 3 juli 1996, worden door de inrichting bij de verzekeringsinstelling ingediend met een formulier, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 84.
  § 4. Van het ontslag van de rechthebbende uit de inrichting, van zijn overlijden of van zijn transfer, wordt door de inrichting aan de verzekeringsinstelling kennis gegeven met een formulier dat wordt opgemaakt in drie exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 85a, 85b en 85c.
  § 5. Om de betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven te verkrijgen, stuurt de inrichting aan de verzekeringsinstelling, per kalenderkwartaal, een kostennota, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlage 86.
  Een dubbel van de individuele kostennota, die per rechthebbende moet worden opgemaakt, wordt aan de rechthebbende gegeven op het ogenblik dat die nota naar de verzekeringsinstelling wordt gestuurd.
  § 6. De betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven wordt alleen maar toegestaan als op de verzamelkostennota de door het Ministerie van Financiën opgelegde overeenstemmingsstrook is aangebracht.
Art. 9octiesdecies. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. La demande d'obtention de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière, visée à l'article 147, § 3, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi du 14 juillet 1994 précitée, est introduite par le bénéficiaire ou l'institution auprès de l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme aux modèles figurant aux annexes 83a, 83b, 83c et 83d, etabli en quatre exemplaires.
  § 2. La demande de prolongation de l'octroi de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière et la demande de révision de la décision du médecin-conseil visées à l'article 153, § 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 précité sont introduites par l'institution auprès de l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme aux modèles figurant aux annexes 83a, 83b, 83c et 83d, établi en quatre exemplaires.
  § 3. L'échelle d'évaluation et le rapport médical visés à l'article 152, § 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 précité sont introduits par l'institution auprès de l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme au modèle figurant à l'annexe 84.
  § 4. Le départ du bénéficiaire de l'institution, son décès ou son transfert sont notifiés par l'institution à l'organisme assureur au moyen d'un formulaire établi en trois exemplaires, conforme aux modèles figurant aux annexes 85a, 85b et 85c.
  § 5. En vue d'obtenir le paiement de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière, l'institution envoie à l'organisme assureur, par trimestre civil, une note de frais conforme aux modèles figurant à l'annexe 86.
  Un double de la note de frais individuelle, qui doit être établie par bénéficiaire, est remis au bénéficiaire au moment de l'envoi de celle-ci à l'organisme assureur.
  § 6. Le paiement de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière n'est autorisé que si sur la note de frais récapitulative est apposée la vignette de concordance imposée par le Ministère des Finances.
Art. 9octiesdecies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VARIA 1998-11-16/39, art. 3, Inwerkingtreding : 01-01-1999> § 1. De aanvraag tot verkrijging van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven, bedoeld in artikel 147, § 3 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van vorengenoemde wet van 14 juli 1994, wordt door de rechthebbende of door de inrichting bij de verzekeringsinstelling ingediend met een formulier dat wordt opgemaakt in vier exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 83a, 83b, 83c en 83d.
  § 2. De aanvraag om verdere toekenning van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven en de aanvraag om herziening van de beslissing van de adviserend geneesheer die zijn bedoeld in artikel 153, § 1, van vorengenoemd koninklijk besluit van 3 juli 1996, worden door de inrichting bij de verzekeringsinstelling ingediend met een formulier dat wordt opgemaakt in vier exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 83a, 83b, 83c en 83d.
  § 3. De evaluatieschaal en het medisch verslag die zijn bedoeld in artikel 152, § 1, van vorengenoemd koninklijk besluit van 3 juli 1996, worden door de inrichting bij de verzekeringsinstelling ingediend met een formulier, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 84.
  § 4. Van het ontslag van de rechthebbende uit de inrichting, van zijn overlijden of van zijn transfer, wordt door de inrichting aan de verzekeringsinstelling kennis gegeven met een formulier dat wordt opgemaakt in drie exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 85a, 85b en 85c.
  § 5. Om de betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven te verkrijgen, stuurt de inrichting aan de verzekeringsinstelling, per kalenderkwartaal, een kostennota, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlage 86.
  Een dubbel van de individuele kostennota, die per rechthebbende moet worden opgemaakt, wordt aan de rechthebbende gegeven op het ogenblik dat die nota naar de verzekeringsinstelling wordt gestuurd.
  § 6. De betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven wordt alleen maar toegestaan als op de verzamelkostennota de door het Ministerie van Financiën opgelegde overeenstemmingsstrook is aangebracht.
Art. 9octiesdecies. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. La demande d'obtention de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière, visée à l'article 147, § 3, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi du 14 juillet 1994 précitée, est introduite par le bénéficiaire ou l'institution auprès de l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme aux modèles figurant aux annexes 83a, 83b, 83c et 83d, etabli en quatre exemplaires.
  § 2. La demande de prolongation de l'octroi de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière et la demande de révision de la décision du médecin-conseil visées à l'article 153, § 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 précité sont introduites par l'institution auprès de l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme aux modèles figurant aux annexes 83a, 83b, 83c et 83d, établi en quatre exemplaires.
  § 3. L'échelle d'évaluation et le rapport médical visés à l'article 152, § 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 précité sont introduits par l'institution auprès de l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme au modèle figurant à l'annexe 84.
  § 4. Le départ du bénéficiaire de l'institution, son décès ou son transfert sont notifiés par l'institution à l'organisme assureur au moyen d'un formulaire établi en trois exemplaires, conforme aux modèles figurant aux annexes 85a, 85b et 85c.
  § 5. En vue d'obtenir le paiement de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière, l'institution envoie à l'organisme assureur, par trimestre civil, une note de frais conforme aux modèles figurant à l'annexe 86.
  Un double de la note de frais individuelle, qui doit être établie par bénéficiaire, est remis au bénéficiaire au moment de l'envoi de celle-ci à l'organisme assureur.
  § 6. Le paiement de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière n'est autorisé que si sur la note de frais récapitulative est apposée la vignette de concordance imposée par le Ministère des Finances.
Art. 9noniesdecies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VARIA 1998-11-16/39, art. 3, Inwerkingtreding : 01-01-1999> § 1. De kennisgeving van opneming in de inrichting, bedoeld in artikel 34, 18° van de vorengenoemde wet van 14 juli 1994, wordt door de rechthebbende of door de inrichting bij de verzekeringsinstelling ingediend met een formulier dat wordt opgemaakt in drie exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 80a, 80b en 80c.
  § 2. Van het ontslag van de rechthebbende uit de inrichting, van zijn overlijden of van zijn transfer wordt door de inrichting aan de verzekeringsinstelling kennis gegeven met een formulier dat wordt opgemaakt in twee exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 81a en 81b.
  § 3. Om de betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven te verkrijgen, stuurt de inrichting aan de verzekeringsinstelling, per kalenderkwartaal, een kostennota, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlage 82.
  Een dubbel van de individuele kostennota, die per rechthebbende moet worden opgemaakt, wordt aan de rechthebbende gegeven op het ogenblik dat die nota naar de verzekeringsinstelling wordt gestuurd.
  § 4. De betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven wordt alleen maar toegestaan als op de verzamelkostennota de door het Ministerie van Financiën opgelegde overeenstemmingsstrook is aangebracht.
Art. 9noniesdecies. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. La notification d'admission dans l'institution, visée à l'article 34, 18°, de la loi du 14 juillet 1994 précitée, est introduite par le bénéficiaire ou par l'institution auprès de l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme aux modèles figurant aux annexes 80a, 80b et 80c, établi en trois exemplaires.
  § 2. Le départ du bénéficiaire de l'institution, son décès ou son transfert sont notifiés par l'institution à l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme aux modèles figurant aux annexes 81a et 81b, établi en deux exemplaires.
  § 3. En vue d'obtenir le paiement de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière, l'institution envoie à l'organisme assureur, par trimestre civil, une note de frais conforme aux modèles figurant à l'annexe 82.
  Un double de la note de frais individuelle, qui doit être établie par bénéficiaire, est remis au bénéficiaire au moment de l'envoi de celle-ci à l'organisme assureur.
  § 4. Le paiement de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière n'est autorisé que si sur la note de frais récapitulative, est apposée la vignette de concordance imposée par le Ministère des Finances.
Art. 9noniesdecies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VARIA 1998-11-16/39, art. 3, Inwerkingtreding : 01-01-1999> § 1. De kennisgeving van opneming in de inrichting, bedoeld in artikel 34, 18° van de vorengenoemde wet van 14 juli 1994, wordt door de rechthebbende of door de inrichting bij de verzekeringsinstelling ingediend met een formulier dat wordt opgemaakt in drie exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 80a, 80b en 80c.
  § 2. Van het ontslag van de rechthebbende uit de inrichting, van zijn overlijden of van zijn transfer wordt door de inrichting aan de verzekeringsinstelling kennis gegeven met een formulier dat wordt opgemaakt in twee exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 81a en 81b.
  § 3. Om de betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven te verkrijgen, stuurt de inrichting aan de verzekeringsinstelling, per kalenderkwartaal, een kostennota, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlage 82.
  Een dubbel van de individuele kostennota, die per rechthebbende moet worden opgemaakt, wordt aan de rechthebbende gegeven op het ogenblik dat die nota naar de verzekeringsinstelling wordt gestuurd.
  § 4. De betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven wordt alleen maar toegestaan als op de verzamelkostennota de door het Ministerie van Financiën opgelegde overeenstemmingsstrook is aangebracht.
Art. 9noniesdecies. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. La notification d'admission dans l'institution, visée à l'article 34, 18°, de la loi du 14 juillet 1994 précitée, est introduite par le bénéficiaire ou par l'institution auprès de l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme aux modèles figurant aux annexes 80a, 80b et 80c, établi en trois exemplaires.
  § 2. Le départ du bénéficiaire de l'institution, son décès ou son transfert sont notifiés par l'institution à l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme aux modèles figurant aux annexes 81a et 81b, établi en deux exemplaires.
  § 3. En vue d'obtenir le paiement de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière, l'institution envoie à l'organisme assureur, par trimestre civil, une note de frais conforme aux modèles figurant à l'annexe 82.
  Un double de la note de frais individuelle, qui doit être établie par bénéficiaire, est remis au bénéficiaire au moment de l'envoi de celle-ci à l'organisme assureur.
  § 4. Le paiement de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière n'est autorisé que si sur la note de frais récapitulative, est apposée la vignette de concordance imposée par le Ministère des Finances.
Art. 9vicies. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VARIA 2000-03-13/36, art. 1; Inwerkingtreding : 01-06-2000> In dit hoofdstuk wordt verstaan :
  a) onder " College ", het College van geneesheren-directeurs bedoeld in artikel 23 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  b) onder " Centrum ", één van de medisch-pediatrische centra bedoeld in artikel 34, 9°, a), van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij de wet van 25 januari 1999 houdende sociale bepalingen;
  c) onder " kennisgeving van tenlasteneming ", het formulier van kennisgeving van tenlasteneming en betalingsverbintenis bedoeld in artikel 9viciesbis, § 1, van deze verordening;
  d) onder " prijs per tenlastenemingsdag ", de tegemoetkoming van de geneeskundige verzorging in de kosten voor de plaatsing, bedoeld in artikel 37, § 11, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
Art. 9vicies. (voir NOTE sous INTITULE) Dans le présent chapitre, on entend :
  a) par " Collège ", le Collège des médecins-directeurs visé à l'article 23 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994;
  b) par " Centre ", l'un des centres médico-pediatriques visés à l'article 34, 9°, a), de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994, modifié par la loi du 25 janvier 1999 portant des dispositions sociales;
  c) par " notification de prise en charge ", le formulaire de notification de prise en charge et d'engagement de paiement, visé à l'article 9viciesbis, § 1er, du présent règlement;
  d) par " prix de la journée de prise en charge ", l'intervention de l'assurance soins de santé dans les frais de placement, visée à l'article 37, § 11, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994.
Art. 9viciesbis. <INGEVOEGD bij VARIA 2000-03-13/36, art. 1; Inwerkingtreding : 01-06-2000> Voor elke nieuwe aanvraag om verzekeringstegemoetkoming in de " prijs per tenlastenemingsdag " in een Centrum :
  1° versturen de administratief verantwoordelijke en de geneesheer van het Centrum een kennisgeving van tenlasteneming en betalingsverbintenis naar de verzekeringsinstelling waarbij de rechthebbende is aangesloten of ingeschreven, binnen de drie werkdagen vanaf de eerste dag van de tenlasteneming van de rechthebbende in het Centrum, hetgeen door de afstempeling bewezen wordt. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt deze kennisgeving van tenlasteneming en betalingsverbintenis opgemaakt in vier exemplaren, naar behoren ingevuld en conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 87a, 87b, 87c en 87d;
  2° verstuurt de geneesheer van het Centrum, via de adviserend geneesheer van deze verzekeringsinstellingen ter attentie van het College van geneesheren-directeurs een omstandig medisch rapport dat bewijst dat de rechthebbende aan de door de overeenkomst tussen het Centrum en het Verzekeringscomité voorziene voorwaarden van tenlasteneming door het Centrum voldoet. Dit omstandig medische rapport moet binnen de éénentwintig kalenderdagen vanaf de eerste dag van de tenlasteneming door de verzekeringsinstelling ontvangen worden. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt het opgemaakt conform het model dat is opgenomen in de bijlage 88.
Art. 9viciesbis. (voir NOTE sous INTITULE) Pour toute nouvelle demande d'intervention de l'assurance dans les " prix de la journée de prise en charge " par un Centre :
  1° le responsable administratif et le médecin du Centre envoient à l'organisme assureur auquel le bénéficiaire est affilié ou inscrit, une notification de prise en charge et d'engagement de paiement, dans les trois jours ouvrables à compter du premier jour de la prise en charge du bénéficiaire par le Centre, le cachet de la poste faisant foi de la date d'envoi. Sous peine de n'être pas recevable, cette notification de prise en charge et d'engagement de paiement est établie en quatre exemplaires dûment complétés et conformes aux modèles repris aux annexes 87a, 87b, 87c et 87d;
  2° le médecin du Centre envoie à l'organisme assureur auquel le bénéficiaire est affilié ou inscrit, par l'intermédiaire du medecin-conseil de cet organisme assureur et à l'attention du Collège des médecins-directeurs, un rapport médical circonstancié, démontrant que le bénéficiaire remplit les conditions de prise en charge par le Centre prévues par la convention entre ce dernier et le Comité de l'assurance. Ce rapport medical circonstancié doit être reçu par l'organisme assureur dans les vingt-et-un jours francs à dater du premier jour de la prise en charge. Sous peine de n'être pas recevable, il est établi conformément au modèle repris en annexe 88.
Art. 9viciesbis. <INGEVOEGD bij VARIA 2000-03-13/36, art. 1; Inwerkingtreding : 01-06-2000> Voor elke nieuwe aanvraag om verzekeringstegemoetkoming in de " prijs per tenlastenemingsdag " in een Centrum :
  1° versturen de administratief verantwoordelijke en de geneesheer van het Centrum een kennisgeving van tenlasteneming en betalingsverbintenis naar de verzekeringsinstelling waarbij de rechthebbende is aangesloten of ingeschreven, binnen de drie werkdagen vanaf de eerste dag van de tenlasteneming van de rechthebbende in het Centrum, hetgeen door de afstempeling bewezen wordt. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt deze kennisgeving van tenlasteneming en betalingsverbintenis opgemaakt in vier exemplaren, naar behoren ingevuld en conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 87a, 87b, 87c en 87d;
  2° verstuurt de geneesheer van het Centrum, via de adviserend geneesheer van deze verzekeringsinstellingen ter attentie van het College van geneesheren-directeurs een omstandig medisch rapport dat bewijst dat de rechthebbende aan de door de overeenkomst tussen het Centrum en het Verzekeringscomité voorziene voorwaarden van tenlasteneming door het Centrum voldoet. Dit omstandig medische rapport moet binnen de éénentwintig kalenderdagen vanaf de eerste dag van de tenlasteneming door de verzekeringsinstelling ontvangen worden. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt het opgemaakt conform het model dat is opgenomen in de bijlage 88.
Art. 9viciesbis. (voir NOTE sous INTITULE) Pour toute nouvelle demande d'intervention de l'assurance dans les " prix de la journée de prise en charge " par un Centre :
  1° le responsable administratif et le médecin du Centre envoient à l'organisme assureur auquel le bénéficiaire est affilié ou inscrit, une notification de prise en charge et d'engagement de paiement, dans les trois jours ouvrables à compter du premier jour de la prise en charge du bénéficiaire par le Centre, le cachet de la poste faisant foi de la date d'envoi. Sous peine de n'être pas recevable, cette notification de prise en charge et d'engagement de paiement est établie en quatre exemplaires dûment complétés et conformes aux modèles repris aux annexes 87a, 87b, 87c et 87d;
  2° le médecin du Centre envoie à l'organisme assureur auquel le bénéficiaire est affilié ou inscrit, par l'intermédiaire du medecin-conseil de cet organisme assureur et à l'attention du Collège des médecins-directeurs, un rapport médical circonstancié, démontrant que le bénéficiaire remplit les conditions de prise en charge par le Centre prévues par la convention entre ce dernier et le Comité de l'assurance. Ce rapport medical circonstancié doit être reçu par l'organisme assureur dans les vingt-et-un jours francs à dater du premier jour de la prise en charge. Sous peine de n'être pas recevable, il est établi conformément au modèle repris en annexe 88.
Art. 9viciesquater. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VARIA 2000-03-13/36, art. 1; Inwerkingtreding : 01-06-2000> § 1. Voor zover het Centrum de in artikel 9viciesbis, 1°, voorziene modaliteiten nageleefd heeft, is elke gunstige voorlopige beslissing geldig vanaf de eerste dag van de tenlasteneming en op zijn vroegst twee werkdagen vóór de datum van verzending van de kennisgeving van tenlasteneming door het Centrum naar de verzekeringsinstelling.
  De gunstige voorlopige beslissing van het College, voorzien van de vermelding door de verzekeringsinstelling dat de betrokkene recht heeft op tegemoetkoming in de onkosten betreffende zijn tenlasteneming in het Centrum, geldt als betalingsverbintenis. Onverminderd de bepalingen over de definitieve beslissing van het College en onverminderd de bepalingen over de verzending van een omstandig medisch rapport en de sanctie in geval van buiten termijn verzending, is deze betalingsverbintenis geldig voor de tijdsduur van de tenlasteneming.
  § 2. Elke ongunstige voorlopige beslissing die alleen op het onderzoek van de kennisgeving van tenlasteneming gegrond is, moet door het Centrum ontvangen worden binnen de tweeëntwintig kalenderdagen vanaf de verzending van de kennisgeving van tenlasteneming door het Centrum naar de verzekeringsinstelling; ze wordt van kracht vanaf de eerste dag van de tenlasteneming.
  Elke ongunstige voorlopige beslissing wordt gemotiveerd en bij ter post aangetekend schrijven betekend.
  § 3. Voor zover het Centrum de in artikel 9viciesbis, 1°, voorziene modaliteiten naleefde en indien het de voorlopige beslissing niet binnen de dertig kalenderdagen vanaf de datum van verzending van de kennisgeving van tenlasteneming ontvangt heeft, wordt de betalingsverbintenis als verworven beschouwd vanaf de eerste dag van de tenlasteneming en op zijn vroegst twee werkdagen vóór de datum van verzending van de kennisgeving van tenlasteneming door het Centrum naar de verzekeringsinstelling.
  § 4. De verzekeringsinstelling kan de nietigheid van een al betekende aangezegde of als verworven beschouwde betalingsverbintenis wegens verzekerbaarheid niet aanvoeren.
Art. 9viciesquater. § 1er. Pour autant (voir NOTE sous INTITULE) que le Centre ait respecté les modalités prévues a l'article 9viciesbis, 1°, toute décision provisoire favorable est valable à partir du premier jour de la prise en charge et au plus tôt deux jours ouvrables avant la date d'envoi de la notification de prise en charge par le Centre à l'organisme assureur.
  La décision provisoire favorable du Collège, pourvue de la mention par l'organisme assureur que l'intéresse a droit a l'intervention dans les frais relatifs à sa prise en charge dans le Centre, vaut engagement de paiement. Sans préjudice des dispositions visant l'accord définitif du Collège et sans préjudice des dispositions visant l'envoi d'un rapport médical circonstancié et à la sanction en cas d'envoi hors délai, cet engagement est valable pour la durée de la prise en charge.
  § 2. Toute décision provisoire défavorable fondée sur le seul examen de la notification de prise en charge doit être reçue par le Centre dans les vingt-deux jours francs à dater de l'envoi de la notification de prise en charge par le Centre à l'organisme assureur; elle prend effet dès le premier jour de la prise en charge.
  Toute décision provisoire défavorable est motivee et notifiée par lettre recommandée.
  § 3. Pour autant que le Centre ait respecté les modalités prévues à l'article 9viciesbis, 1°, s'il n'a pas reçu la décision provisoire dans les trente jours calendrier a compter de la date d'envoi de la notification de prise en charge, l'engagement de paiement est réputé acquis à partir du premier jour de la prise en charge et au plus tôt deux jours ouvrables avant la date d'envoi de la notification de prise en charge par le Centre à l'organisme assureur.
  § 4. L'organisme assureur ne peut invoquer, pour des raisons d'assurabilité, la nullité d'un engagement de paiement déjà notifié ou réputé acquis.
Art. 9viciesquater. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VARIA 2000-03-13/36, art. 1; Inwerkingtreding : 01-06-2000> § 1. Voor zover het Centrum de in artikel 9viciesbis, 1°, voorziene modaliteiten nageleefd heeft, is elke gunstige voorlopige beslissing geldig vanaf de eerste dag van de tenlasteneming en op zijn vroegst twee werkdagen vóór de datum van verzending van de kennisgeving van tenlasteneming door het Centrum naar de verzekeringsinstelling.
  De gunstige voorlopige beslissing van het College, voorzien van de vermelding door de verzekeringsinstelling dat de betrokkene recht heeft op tegemoetkoming in de onkosten betreffende zijn tenlasteneming in het Centrum, geldt als betalingsverbintenis. Onverminderd de bepalingen over de definitieve beslissing van het College en onverminderd de bepalingen over de verzending van een omstandig medisch rapport en de sanctie in geval van buiten termijn verzending, is deze betalingsverbintenis geldig voor de tijdsduur van de tenlasteneming.
  § 2. Elke ongunstige voorlopige beslissing die alleen op het onderzoek van de kennisgeving van tenlasteneming gegrond is, moet door het Centrum ontvangen worden binnen de tweeëntwintig kalenderdagen vanaf de verzending van de kennisgeving van tenlasteneming door het Centrum naar de verzekeringsinstelling; ze wordt van kracht vanaf de eerste dag van de tenlasteneming.
  Elke ongunstige voorlopige beslissing wordt gemotiveerd en bij ter post aangetekend schrijven betekend.
  § 3. Voor zover het Centrum de in artikel 9viciesbis, 1°, voorziene modaliteiten naleefde en indien het de voorlopige beslissing niet binnen de dertig kalenderdagen vanaf de datum van verzending van de kennisgeving van tenlasteneming ontvangt heeft, wordt de betalingsverbintenis als verworven beschouwd vanaf de eerste dag van de tenlasteneming en op zijn vroegst twee werkdagen vóór de datum van verzending van de kennisgeving van tenlasteneming door het Centrum naar de verzekeringsinstelling.
  § 4. De verzekeringsinstelling kan de nietigheid van een al betekende aangezegde of als verworven beschouwde betalingsverbintenis wegens verzekerbaarheid niet aanvoeren.
Art. 9viciesquater. § 1er. Pour autant (voir NOTE sous INTITULE) que le Centre ait respecté les modalités prévues a l'article 9viciesbis, 1°, toute décision provisoire favorable est valable à partir du premier jour de la prise en charge et au plus tôt deux jours ouvrables avant la date d'envoi de la notification de prise en charge par le Centre à l'organisme assureur.
  La décision provisoire favorable du Collège, pourvue de la mention par l'organisme assureur que l'intéresse a droit a l'intervention dans les frais relatifs à sa prise en charge dans le Centre, vaut engagement de paiement. Sans préjudice des dispositions visant l'accord définitif du Collège et sans préjudice des dispositions visant l'envoi d'un rapport médical circonstancié et à la sanction en cas d'envoi hors délai, cet engagement est valable pour la durée de la prise en charge.
  § 2. Toute décision provisoire défavorable fondée sur le seul examen de la notification de prise en charge doit être reçue par le Centre dans les vingt-deux jours francs à dater de l'envoi de la notification de prise en charge par le Centre à l'organisme assureur; elle prend effet dès le premier jour de la prise en charge.
  Toute décision provisoire défavorable est motivee et notifiée par lettre recommandée.
  § 3. Pour autant que le Centre ait respecté les modalités prévues à l'article 9viciesbis, 1°, s'il n'a pas reçu la décision provisoire dans les trente jours calendrier a compter de la date d'envoi de la notification de prise en charge, l'engagement de paiement est réputé acquis à partir du premier jour de la prise en charge et au plus tôt deux jours ouvrables avant la date d'envoi de la notification de prise en charge par le Centre à l'organisme assureur.
  § 4. L'organisme assureur ne peut invoquer, pour des raisons d'assurabilité, la nullité d'un engagement de paiement déjà notifié ou réputé acquis.
Art. 9viciessexter. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VARIA 2000-03-13/36, art. 1; Inwerkingtreding : 01-06-2000> § 1. Op straffe van niet-ontvankelijkheid moet de aanvraag tot verlenging van de periode van verzekeringstegemoetkoming in de " prijs van de tenlastenemingsdag ", die door het College overeenkomstig artikel 9viciesquinquies, § 2, vastgesteld wordt, opgemaakt worden door de geneesheer van het Centrum in de vorm van het omstandige medische rapport bedoeld in artikel 9viciesbis, 2°, en minstens vijftien kalenderdagen voor de datum van het einde van deze periode, ten behoeve van het College, naar de verzekeringsinstelling waarbij de rechthebbende is aangesloten of ingeschreven, verstuurd worden.
  § 2. De verzekeringsinstelling betekent de beslissing van het College aan het Centrum, ten laatste op de dag die aan de datum van het einde van de oorspronkelijk vastgestelde periode van verzekeringstegemoetkoming in de " prijzen per tenlastenemingsdag " vooraf gaat. In geval van niet-naleving van deze termijn door de verzekeringsinstelling is een voorlopige verlenging beschouwd als verworven.
  § 3. Elke beslissing tot weigering van verlenging van de periode van verzekeringstegemoetkoming in de " prijzen per tenlastenemingsdag " wordt van kracht, voor de ambulante rechthebbende, de dag die zijn opname in het Centrum volgt, en voor de interne rechthebbende, zeven dagen na de datum van zijn opname in het Centrum.
  Elke beslissing tot weigering wordt gemotiveerd en wordt bij ter post aangetekend schrijven betekend.
  § 4. Bij gebrek aan een ingediende aanvraag van verlenging binnen de in § 1 vastgestelde termijn, is het einde van de periode van verzekeringstegemoetkoming in de " prijzen per tenlastenemingsdag " beschouwd als bereikt vanaf de door het College vastgestelde datum, behoudens kennisgeving van het einde van de tenlasteneming, in twee exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 89a en 89b, naar de verzekeringsinstelling binnen de twee werkdagen die de dag volgt waarop de rechthebbende voortijdig het Centrum verlaten heeft.
Art. 9viciessexter. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. Sous peine de n'être pas recevable, toute demande de prolongation de la période d'intervention de l'assurance dans les " prix de la journée de prise en charge ", fixée par le Collège conformément à l'article 9viciesquinquies, § 2, doit être établie par le médecin du Centre sous forme du rapport medical circonstancié visé à l'article 9viciesbis, 2°, et envoyée au moins quinze jours francs avant la date de fin de cette période, à l'attention du Collège, à l'organisme assureur auquel le bénéficiaire est affilié ou inscrit.
  § 2. L'organisme assureur notifie la décision du Collège au Centre, au plus tard le jour qui précède la date de fin de la période d'intervention de l'assurance dans les " prix de la journée de prise en charge " initialement fixée. En cas de non respect de ce délai par l'organisme assureur, une prolongation provisoire est réputée acquise.
  § 3. Toute décision de refus de prolongation de la periode d'intervention de l'assurance dans les " prix de la journée de prise en charge " prend effet, pour le bénéficiaire ambulant, le jour qui suit sa réception par le Centre, et pour le bénéficiaire interne, sept jours francs apres la date de sa réception par le Centre.
  Toute décision de refus est motivée et notifiée par lettre recommandée.
  § 4. A défaut de demande de prolongation introduite dans le délai fixé au § 1er, la fin de la période d'intervention de l'assurance dans les " prix de la journée de prise en charge " est reputée atteinte à la date fixée par le Collège, sauf notification de la fin de la prise en charge, en deux exemplaires conformément aux modèles figurant aux annexes 89a et 89b, à l'organisme assureur dans les deux jours ouvrables qui suivent le jour où le bénéficiaire a quitté anticipativement le Centre.
Art. 9viciessexter. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VARIA 2000-03-13/36, art. 1; Inwerkingtreding : 01-06-2000> § 1. Op straffe van niet-ontvankelijkheid moet de aanvraag tot verlenging van de periode van verzekeringstegemoetkoming in de " prijs van de tenlastenemingsdag ", die door het College overeenkomstig artikel 9viciesquinquies, § 2, vastgesteld wordt, opgemaakt worden door de geneesheer van het Centrum in de vorm van het omstandige medische rapport bedoeld in artikel 9viciesbis, 2°, en minstens vijftien kalenderdagen voor de datum van het einde van deze periode, ten behoeve van het College, naar de verzekeringsinstelling waarbij de rechthebbende is aangesloten of ingeschreven, verstuurd worden.
  § 2. De verzekeringsinstelling betekent de beslissing van het College aan het Centrum, ten laatste op de dag die aan de datum van het einde van de oorspronkelijk vastgestelde periode van verzekeringstegemoetkoming in de " prijzen per tenlastenemingsdag " vooraf gaat. In geval van niet-naleving van deze termijn door de verzekeringsinstelling is een voorlopige verlenging beschouwd als verworven.
  § 3. Elke beslissing tot weigering van verlenging van de periode van verzekeringstegemoetkoming in de " prijzen per tenlastenemingsdag " wordt van kracht, voor de ambulante rechthebbende, de dag die zijn opname in het Centrum volgt, en voor de interne rechthebbende, zeven dagen na de datum van zijn opname in het Centrum.
  Elke beslissing tot weigering wordt gemotiveerd en wordt bij ter post aangetekend schrijven betekend.
  § 4. Bij gebrek aan een ingediende aanvraag van verlenging binnen de in § 1 vastgestelde termijn, is het einde van de periode van verzekeringstegemoetkoming in de " prijzen per tenlastenemingsdag " beschouwd als bereikt vanaf de door het College vastgestelde datum, behoudens kennisgeving van het einde van de tenlasteneming, in twee exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 89a en 89b, naar de verzekeringsinstelling binnen de twee werkdagen die de dag volgt waarop de rechthebbende voortijdig het Centrum verlaten heeft.
Art. 9viciessexter. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. Sous peine de n'être pas recevable, toute demande de prolongation de la période d'intervention de l'assurance dans les " prix de la journée de prise en charge ", fixée par le Collège conformément à l'article 9viciesquinquies, § 2, doit être établie par le médecin du Centre sous forme du rapport medical circonstancié visé à l'article 9viciesbis, 2°, et envoyée au moins quinze jours francs avant la date de fin de cette période, à l'attention du Collège, à l'organisme assureur auquel le bénéficiaire est affilié ou inscrit.
  § 2. L'organisme assureur notifie la décision du Collège au Centre, au plus tard le jour qui précède la date de fin de la période d'intervention de l'assurance dans les " prix de la journée de prise en charge " initialement fixée. En cas de non respect de ce délai par l'organisme assureur, une prolongation provisoire est réputée acquise.
  § 3. Toute décision de refus de prolongation de la periode d'intervention de l'assurance dans les " prix de la journée de prise en charge " prend effet, pour le bénéficiaire ambulant, le jour qui suit sa réception par le Centre, et pour le bénéficiaire interne, sept jours francs apres la date de sa réception par le Centre.
  Toute décision de refus est motivée et notifiée par lettre recommandée.
  § 4. A défaut de demande de prolongation introduite dans le délai fixé au § 1er, la fin de la période d'intervention de l'assurance dans les " prix de la journée de prise en charge " est reputée atteinte à la date fixée par le Collège, sauf notification de la fin de la prise en charge, en deux exemplaires conformément aux modèles figurant aux annexes 89a et 89b, à l'organisme assureur dans les deux jours ouvrables qui suivent le jour où le bénéficiaire a quitté anticipativement le Centre.
Art. 9viciessepter. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VARIA 2000-03-13/36, art. 1; Inwerkingtreding : 01-06-2000> § 1. Voor de toepassing van deze verordening :
  - worden de zaterdag en de zondag niet beschouwd als werkdagen;
  - onderbreken de " dagen terugkeer in het gezin " vastgesteld in naleving van de overeenkomst tussen het Verzekeringscomité en het Centrum, de periode van verzekeringstegemoetkoming in de " prijzen per tenlastenemingsdag " niet.
  § 2. In geval van herhaalde niet-naleving van de aan het Centrum door deze verordening opgelegde termijnen en modaliteiten voor elke indiening van een aanvraag van tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, kan de Voorzitter van het College van geneesheren-directeurs het Centrum bij ter post aangetekend schrijven waarschuwen voor het feit dat, als in de loop van de twaalf maanden die de verzending van dit ter post aangetekend schrijven volgen, zich meer dan drie gevallen van niet-naleving voordoen, het College de ontbinding van de met het Centrum afgesproken overeenkomst aan het Verzekeringscomité voor geneeskundige verzorging zal kunnen voorstellen.
Art. 9viciessepter. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. Pour l'application du présent règlement :
  - le samedi et le dimanche ne sont pas considérés comme jours ouvrables;
  - les jours de retour en famille, déterminés en respect de la convention conclue entre le Comité de l'assurance et le Centre, n'interrompent pas la période d'intervention de l'assurance dans les " prix de la journée de prise en charge ".
  § 2. En cas de non-respect répété des délais ou modalités imposés au Centre par le présent règlement pour toute introduction d'une demande d'intervention de l'assurance obligatoire soins de santé dans les " prix de la journée de prise en charge ", le Président du Collège des médecins-directeurs peut avertir le Centre par lettre recommandée du fait que si, au cours des 12 mois qui suivent l'envoi de ladite lettre recommandée, plus de trois cas de non-respect se produisent, le Collège pourra proposer au Comité de l'assurance soins de santé la résiliation de la convention conclue avec le Centre.
Art. 10. (zie NOTA in OPSCHRIFT) De reglementering betreffende de geneeskundige verzorging en de desbetreffende bescheiden, welke krachtens de bepalingen van het organiek koninklijk besluit van 22 september 1955 van de ziekte- en invaliditeitsverzekering op 31 december 1963 van kracht zijn en betrekking hebben op :
  a) de door de beoefenaars van de geneeskunst en de paramedische medewerkers te gebruiken bescheiden;
  b) de ziekenhuisverpleging;
  c) de geestesziekten, tuberculose, kanker en poliomyelitis gelden verder totdat ze zijn gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van vorenbedoelde wet van 9 augustus 1963.
Art. 10. (voir NOTE sous INTITULE) La règlementation relative aux prestations de sante et les documents qui s'y rapportent, en vigueur au 31 décembre 1963 en vertu des dispositions de l'arrêté royal du 22 septembre 1955, organique de l'assurance maladie-invalidité et concernant :
  a) les documents à utiliser par les praticiens de l'art de guérir et les auxiliaires paramédicaux;
  b) l'hospitalisation;
  c) les maladies mentales, la tuberculose, le cancer et la poliomyélite restent d'application jusqu'à leur modification, conformément aux dispositions de la loi du 9 août 1963 susvisée.
Art.10. (zie NOTA in OPSCHRIFT) De reglementering betreffende de geneeskundige verzorging en de desbetreffende bescheiden, welke krachtens de bepalingen van het organiek koninklijk besluit van 22 september 1955 van de ziekte- en invaliditeitsverzekering op 31 december 1963 van kracht zijn en betrekking hebben op :
  a) de door de beoefenaars van de geneeskunst en de paramedische medewerkers te gebruiken bescheiden;
  b) de ziekenhuisverpleging;
  c) de geestesziekten, tuberculose, kanker en poliomyelitis gelden verder totdat ze zijn gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van vorenbedoelde wet van 9 augustus 1963.
Art. 10bis. (voir NOTE sous INTITULE) 1. La facturation transmise par les établissements hospitaliers aux organismes assureurs avant le 1er septembre 2003 et relative aux prestations de l'article 25 de la nomenclature des prestations de santé, telle qu'en application avant le 1er mai 2003, peut conserver sa conformité pour les prestations effectuées à partir du 1er mai 2003.
  2. Si l'établissement hospitalier décide quand même de refacturer ces prestations conformément a la nomenclature, en application au 1er mai 2003, cette refacturation peut être introduite auprès des organismes assureurs du 1er octobre au 30 novembre 2003;
  3. Les établissements hospitaliers qui, au 31 août 2003, n'ont pas encore transmis aux organismes assureurs de données de facturation pour les prestations precitées, effectuées à partir du 1er mai 2003, doivent les transmettre conformément à la nomenclature en vigueur au 1ermai 2003.
Art. 10bis. (zie NOTA in OPSCHRIFT) <INGEVOEGD bij VARIA 2003-07-28/30, art. 1; Inwerkingtreding : 11-08-2003> 1. De facturatie die door verplegingsinrichtingen aan de verzekeringsinstellingen werd overgemaakt vóór 1 september 2003, met betrekking tot verstrekkingen van artikel 25 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, zoals deze van toepassing was vóór 1 mei 2003, kan haar conformiteit behouden voor de verstrekkingen verricht vanaf 1 mei 2003.
  2. Indien de verpleg
Art. 10bis. (voir NOTE sous INTITULE) 1. La facturation transmise par les établissements hospitaliers aux organismes assureurs avant le 1er septembre 2003 et relative aux prestations de l'article 25 de la nomenclature des prestations de santé, telle qu'en application avant le 1er mai 2003, peut conserver sa conformité pour les prestations effectuées à partir du 1er mai 2003.
  2. Si l'établissement hospitalier décide quand même de refacturer ces prestations conformément a la nomenclature, en application au 1er mai 2003, cette refacturation peut être introduite auprès des organismes assureurs du 1er octobre au 30 novembre 2003;
  3. Les établissements hospitaliers qui, au 31 août 2003, n'ont pas encore transmis aux organismes assureurs de données de facturation pour les prestations precitées, effectuées à partir du 1er mai 2003, doivent les transmettre conformément à la nomenclature en vigueur au 1ermai 2003.
Art. 11. (zie NOTA in OPSCHRIFT) Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1964.
Art. 11. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 1964.
Art. 12. (zie NOTA in OPSCHRIFT) Onze Minister van Sociale Voorzorg is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Notre Ministre de la Prévoyance sociale est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art.12. (zie NOTA in OPSCHRIFT) Onze Minister van Sociale Voorzorg is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.12. Notre Ministre de la Prévoyance sociale est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. N1. Bijlage 1. (Vervald).
Art. N1. Annexe 1. (Supprimée).
Art. N2. Bijlage 2. (Opgeheven).
Art. N2. Annexe 2. (Abrogée).
Art. N2. Bijlage 2. (Opgeheven).
Art. N2. Annexe 2. (Abrogée).
Art. N3. Bijlage 3. (Opgeheven).
Art. N3. Annexe 3. (Abrogée).
Art. N4. Bijlage 4. (Opgeheven).
Art. N4. Annexe 4. (Abrogée).
Art. N5. Bijlage 5. (Opgeheven).
Art. N5. Annexe 5. (Abrogée).
Art. N6. Bijlage 6. (Opgeheven).
Art. N6. Annexe 6. (Abrogée).
Art. N7. Bijlage 7. (Opgeheven).
Art. N7. Annexe 7. (Abrogée).
Art. N9. (Bijlage 9. - Formulier voor de aflevering van een toestel ter correctie van het gehoor.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-04-1995, p. 11156 - 11157).)
Art. N9. (Annexe 9. Formule relative à la fourniture d'un appareil de correction auditive.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 27-04-1995, p. 11154 - 11155).)
Art. N9. (Bijlage 9. - Formulier voor de aflevering van een toestel ter correctie van het gehoor.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-04-1995, p. 11156 - 11157).)
Art. N9. (Annexe 9. Formule relative à la fourniture d'un appareil de correction auditive.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 27-04-1995, p. 11154 - 11155).)
Art. N10. Bijlage 10. - (Opgeheven).
Art. N10. Annexe 10. - (Abrogée).
Art. N12. Bijlage 12. - Getuigschrift voor verstrekte hulp.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 07-01-1967, p. 165).
Art. N12. Annexe 12. - Attestation de soins donnés.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 07-01-1967, p. 164).
Art. N12. Bijlage 12. - Getuigschrift voor verstrekte hulp.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 07-01-1967, p. 165).
Art. N12. Annexe 12. - Attestation de soins donnés.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 07-01-1967, p. 164).
Art. 1N13. (Bijlage 13. - Getuigschrift voor afleveringen.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41838).)
  (Gewijzigd bij : )
  
Art. 1N13. Annexe 13. - Attestation de fournitures.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41856.)
  (Modifié par : )
  
Art. 2N13. (Bijlage 13 IMP. - Getuigschrift voor afleveringen.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41839).)
  (Gewijzigd bij : )
  
Art. 2N13. Annexe 13 IMP. - Attestation de fournitures.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41857).
  (Modifié par : )
  
Art. 3N13. (Bijlage 13 Z. - Getuigschrift voor afleveringen bestemd voor de opticiens.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41840).)
  (Gewijzigd bij : )
  
Art. 3N13. Annexe 13 Z. - Attestation de fournitures destinée aux opticiens.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41858.)
  (Modifié par : )
  
Art. 4N13. (Bijlage 13 YT. - Getuigschrift voor afleveringen bestemd voor de bandagisten en de orthopedisten.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41841).)
  (Gewijzigd bij : )
  
Art. 4N13. Annexe 13 YT. - Attestation de fournitures destinee aux bandagistes et orthopedistes.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41859).
  (Modifié par : )
  
Art. 4N13. (Bijlage 13 YT. - Getuigschrift voor afleveringen bestemd voor de bandagisten en de orthopedisten.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41841).)
  (Gewijzigd bij : )
  
Art. 4N13. Annexe 13 YT. - Attestation de fournitures destinee aux bandagistes et orthopedistes.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41859).
  (Modifié par : )
  
Art. N15. Bijlage 15. - Verpleegnota.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 07-01-1967, p. 171 en 173).
Art. N15. Annexe 15. - Note d'hospitalisation.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 07-01-1967, p. 170 et 172).
Art. N15. Bijlage 15. - Verpleegnota.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 07-01-1967, p. 171 en 173).
Art. N15. Annexe 15. - Note d'hospitalisation.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 07-01-1967, p. 170 et 172).
Art. N17. Bijlage 17. - Geneesmiddelenvoorschrift.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 07-01-1967, p. 187).
Art. N17. Annexe 17. - Prescriptions de médicaments.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 07-01-1967, p. 186).
Art. N17. Bijlage 17. - Geneesmiddelenvoorschrift.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 07-01-1967, p. 187).
Art. N17. Annexe 17. - Prescriptions de médicaments.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 07-01-1967, p. 186).
Art. N18. Bijlage 18. - (Opgeheven).
Art. N18. Annexe 18. - (Abrogée).
Art. N19. Bijlage 19. - (Opgeheven).
Art. N19. Annexe 19. - (Abrogée).
Art. N20. Bijlage 20. - (Opgeheven).
Art. N20. Annexe 20. - (Abrogée).
Art. N22. Bijlage 22. - (Opgeheven).
Art. N22. Annexe 22. - (Abrogee).
Art. N22. Bijlage 22. - (Opgeheven).
Art. N22. Annexe 22. - (Abrogee).
Art. N24. Bijlage 24. - (Opgeheven).
Art. N24. Annexe 24. - (Abrogée).
Art. N24. Bijlage 24. - (Opgeheven).
Art. N24. Annexe 24. - (Abrogée).
Art. N25. Bijlage 25. - (Opgeheven).
Art. N25. Annexe 25. - (Abrogée).
Art. N26. Bijlage 26. - (Opgeheven).
Art. N26. Annexe 26. - (Abrogée).
Art. N27. Bijlage 27. - (Opgeheven).
Art. N27. Annexe 27. - (Abrogée).
Art. N28. Bijlage 28. - (Opgeheven).
Art. N28. Annexe 28. - (Abrogée).
Art. N29. Bijlage 29. - (Opgeheven).
Art. N29. Annexe 29. - (Abrogée).
Art. N30. Bijlage 30. - (Opgeheven).
Art. N30. Annexe 30. - (Abrogée).
Art. N31. Bijlage 31. - (Opgeheven).
Art. N31. Annexe 31. - (Abrogée).
Art. N32. Bijlage 32. - (Opgeheven).
Art. N32. Annexe 32. - (Abrogée).
Art. N34. (Bijlage 34. - Contante betaling van de vergoedbare farmaceutische verstrekkingen.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41842).)
Art. N34. (Annexe 34. - Paiement au comptant des prestations pharmaceutiques remboursables.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41860).)
Art. N35. (Bijlage 35. - Getuigschrift voor verstrekte hulp.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41843).)
  (Gewijzigd bij : )
  
Art. N35. (Annexe 35. - Attestation de soins donnés.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41861).)
  (Modifié par : )
  
Art. N35. (Bijlage 35. - Getuigschrift voor verstrekte hulp.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41843).)
  (Gewijzigd bij : )
  
Art. N35. (Annexe 35. - Attestation de soins donnés.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41861).)
  (Modifié par : )
  
Art. N36. (Bijlage 36. - Getuigschrift voor verstrekte hulp.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41844).)
  (Gewijzigd bij : )
  
Art. N36. (Annexe 36. - Attestation de soins donnés.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41862).)
  (Modifié par : )
  
Art. N37. (Bijlage 37. - Getuigschrift voor verstrekte hulp.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41845).)
  (Gewijzigd bij : )
  
Art. N37. (Annexe 37. - Attestation de soins donnes.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41863).)
  (Modifié par : )
  
Art. N38. (Bijlage 38. - Getuigschrift voor verstrekte hulp.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41846).)
  (Gewijzigd bij : )
  
Art. N38. (Annexe 38. - Attestation de soins donnés.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41864).)
  (Modifié par : )
  
Art. N39. (Bijlage 39. - Getuigschrift voor verstrekte hulp.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41847).)
  (Gewijzigd bij : )
  
Art. N39. (Annexe 39. - Attestation de soins donnés.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41865).)
  (Modifié par : )
  
Art. N41. Bijlage 41. - Formulier dat als bijlage gaat bij het getuigschrift voor verstrekte hulp voor partiële prothese(n) van 1 tot 13 tanden en de volledige prothese(n).
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 28-06-1996, p. 17797.) (Gewijzigd bij :
  )
  
Art. N41. Annexe 41. - Formulaire annexé à l'attestation de soins donnés pour prothèse(s) partielle(s) de 1 à 13 dents et pour prothèse(s) totale(s).
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 28-06-1996, p. 17798.) (Modifié par :)
  
Art. N41 bis. (Bijlage 41bis. - Aanvraag om tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging voor :
  - partiële prothese(n) van 1 tot 13 tanden in geval van afwijking van de leeftijdsgrens van 50 jaar;
  - de volledige tandprothese(n) in geval van afwijking van de leeftijdsgrens van 60 jaar.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41849 - 41850).)
Art. N41 bis. (Annexe 41bis. - Demande d'intervention de l'assurance soins de santé pour :
  - prothèse(s) partielle(s) de 1 à 13 dents en cas de dérogation à la limite d'âge de 50 ans;
  - prothèse(s) dentaire(s) totale(s) en cas de dérogation à la limite d'age de 60 ans.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41867 - 41868).)
Art. N41 bis. (Bijlage 41bis. - Aanvraag om tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging voor :
  - partiële prothese(n) van 1 tot 13 tanden in geval van afwijking van de leeftijdsgrens van 50 jaar;
  - de volledige tandprothese(n) in geval van afwijking van de leeftijdsgrens van 60 jaar.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41849 - 41850).)
Art. N41 bis. (Annexe 41bis. - Demande d'intervention de l'assurance soins de santé pour :
  - prothèse(s) partielle(s) de 1 à 13 dents en cas de dérogation à la limite d'âge de 50 ans;
  - prothèse(s) dentaire(s) totale(s) en cas de dérogation à la limite d'age de 60 ans.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41867 - 41868).)
Art. N42. Bijlage 42/43. - Aanvraag om tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging voor orthodontische behandeling.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 28-06-1996, p. 17804).
Art. N41 ter. Annexe 41ter. - Demande d'intervention de l'assurance soins de santé.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 27-06-1998, p. 21183 - 21184).
Art. N42. Bijlage 42/43. - Aanvraag om tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging voor orthodontische behandeling.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 28-06-1996, p. 17804).
Art. N42. Annexe 42/43. - Demande d'intervention de l'assurance soins de santé pour traitement orthodontique.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 28-06-1996, p. 17806).
Art. N43. Bijlage 42/43bis. - Bijvoegsel aan de aanvraag om verlenging.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 28-06-1996, p. 17805).
Art. N43. Annexe 42/43bis. - Annexe à la demande de prolongation.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 28-06-1996, p. 17807).
Art. N45. (Bijlage 45. - Bericht van tewerkstelling tijdens de opneming in een psychiatrische dienst.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 29-01-1988, p. 1449).)
Art. N45. (Annexe 45. - Avis de mise au travail en cours d'hospitalisation dans un service psychiatrique.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 29-01-1988, p. 1450).)
Art. N45. (Bijlage 45. - Bericht van tewerkstelling tijdens de opneming in een psychiatrische dienst.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 29-01-1988, p. 1449).)
Art. N45. (Annexe 45. - Avis de mise au travail en cours d'hospitalisation dans un service psychiatrique.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 29-01-1988, p. 1450).)
Art. N47 a. (Bijlage 47a. - Kennisgeving van ziekenhuisverpleging en betalingsverbintenis.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-05-2000, p. 18225 - 18226).)
Art. N47 a. (Annexe 47a. - Notification d'hospitalisation et d'engagement de paiement.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 27-05-2000, p. 18239 - 18240).)
Art. N47 a. (Bijlage 47a. - Kennisgeving van ziekenhuisverpleging en betalingsverbintenis.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-05-2000, p. 18225 - 18226).)
Art. N47 a. (Annexe 47a. - Notification d'hospitalisation et d'engagement de paiement.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 27-05-2000, p. 18239 - 18240).)
Art. N47 b. (Bijlage 47b. - Kennisgeving van ziekenhuisverpleging en betalingsverbintenis.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-05-2000, p. 18227 - 18228).)
Art. N47 b. (Annexe 47b. - Notification d'hospitalisation et d'engagement de paiement.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 27-05-2000, p. 18241 - 18242).)
Art. N47 c. (Bijlage 47c. - Kennisgeving van ziekenhuisverpleging en betalingsverbintenis.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-05-2000, p. 18229 - 18230).)
Art. N47 c. (Annexe 47c. - Notification d'hospitalisation et d'engagement de paiement.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 27-05-2000, p. 18243 - 18244).)
Art. N47 e. (Bijlage 47e. - Weigering van de betalingsverbintenis voor gehospitaliseerde patient.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-05-2000, p. 18232).)
Art. N47 e. (Annexe 47e. - Refus d'engagement de paiement pour patient hospitalisé.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 27-05-2000, p. 18246).)
Art. N47 e. (Bijlage 47e. - Weigering van de betalingsverbintenis voor gehospitaliseerde patient.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-05-2000, p. 18232).)
Art. N47 e. (Annexe 47e. - Refus d'engagement de paiement pour patient hospitalisé.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 27-05-2000, p. 18246).)
Art. N48 a. (Bijlage 48a. - Aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-03-1985, p. 4458 - 4459).)
Art. N48 a. (Annexe 48a. - Demande de prolongation d'hospitalisation.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-03-1985, p. 4436 - 4437).)
Art. N48 b. (Bijlage 48b. - Aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-03-1985, p. 4460 - 4461).)
Art. N48 b. (Annexe 48b. - Demande de prolongation d'hospitalisation.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-03-1985, p. 4438 - 4439).)
Art. N48 c. (Bijlage 48c. - Aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-03-1985, p. 4462 - 4463).)
Art. N48 c. (Annexe 48c. - Demande de prolongation d'hospitalisation.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-03-1985, p. 4440 - 4441).)
Art. N49 a. (Bijlage 49a. - Kennisgeving van einde ziekenhuisverpleging.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-03-1985, p. 4464 - 4465).)
Art. N49 a. (Annexe 49a. - Avis de fin d'hospitalisation.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-03-1985, p. 4442 - 4443).)
Art. N49 b. (Bijlage 49b. - Kennisgeving van einde ziekenhuisverpleging.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-03-1985, p. 4466 - 4467).)
Art. N49 b. (Annexe 49b. - Avis de fin d'hospitalisation.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-03-1985, p. 4444 - 4445).)
Art. N49 c. (Bijlage 49c. - Kennisgeving van einde ziekenhuisverpleging.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-03-1985, p. 4468 - 4469).)
Art. N49 c. (Annexe 49c. - Avis de fin d'hospitalisation.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-03-1985, p. 4446 - 4447).)
Art. N51. (Bijlage 51. - Verzamelgetuigschrift voor verstrekte hulp.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 25-12-2001, p. 44946).)
Art. N51. (Annexe 51. - Attestation globale de soins donnés.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 25-12-2001, p. 44945).)
Art. N52. (Bijlage 52. - Aanvraag om vergoeding van orthopedische schoenen.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 19-03-1993, p. 5981 - 5982).)
Art. N52. (Annexe 52. - Demande de remboursement de chaussures orthopédiques.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 19-03-1993, p. 5979 - 5980).)
Art. N53 a. (Bijlage 53a. - Aanvraag om de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-11-2001, p. 38407).)
Art. N53 a. (Annexe 53a. - Demande d'octroi de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 08-11-2001, p. 38396).)
Art. N53 b. (Bijlage 53b. - Kennisgeving en betalingsverbintenis om de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-11-2001, p. 38408).)
Art. N53 b. (Annexe 53b. - Notification d'octroi et engagement de paiement de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 08-11-2001, p. 38397).)
Art. N53 b. (Bijlage 53b. - Kennisgeving en betalingsverbintenis om de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-11-2001, p. 38408).)
Art. N53 b. (Annexe 53b. - Notification d'octroi et engagement de paiement de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 08-11-2001, p. 38397).)
Art. N53 c. (Bijlage 53c. - Weigering van tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-11-2001, p. 38409).)
Art. N53 c. (Annexe 53c. - Refus d'octroi de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 08-11-2001, p. 38398).)
Art. N54. (Bijlage 54. - Evaluatieschaal en medisch verslag tot staving van de aanvraag om tegemoetkoming in een verzorgingsinrichting.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 15-04-2000, p. 11723 - 11724). )
Art. N54. (Annexe 54. - Echelle d'évaluation et rapport médical justifiant la demande d'intervention dans une institution de soins.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 15-04-2000, p. 11731 - 11732). )
Art. N54. (Bijlage 54. - Evaluatieschaal en medisch verslag tot staving van de aanvraag om tegemoetkoming in een verzorgingsinrichting.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 15-04-2000, p. 11723 - 11724). )
Art. N54. (Annexe 54. - Echelle d'évaluation et rapport médical justifiant la demande d'intervention dans une institution de soins.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 15-04-2000, p. 11731 - 11732). )
Art. N55. (Bijlage 55. - Kennisgeving van einde huisvesting.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-11-2001, p. 38410).)
Art. N55. (Annexe 55. - Notification de fin d'hébergement.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 08-11-2001, p. 38399).)
Art. N55 a. Bijlage 55a. - (...).
Art. N55 a. Annexe 55b. - (...).
Art. N55 b. Bijlage 55b. - (...).
Art. N55 b. Annexe 55b. - (...).
Art. N56. (Bijlage 56. - Verzamelkostennota.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-11-2001, p. 38411 - 38412).)
Art. N56. (Annexe 56. - Note de frais récapitulative.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 08-11-2001, p. 38400 - 38401).)
Art. N57. Bijlage 57. - Reiskosten van de gedialyseerde rechthebbende die alleen de verplaatsing maakt naar het dialysecentrum of van de rechthebbende die thuisdialyse ondergaat en die alleen de verplaatsing maakt naar de raadpleging van toezicht in een controlecentrum.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 17-02-2000, p. 4927).
Art. N57. Annexe 57. - Frais de voyage des bénéficiaires dialysés qui se rendent individuellement au centre de dialyse ou du bénéficiaire qui subit une dialyse à domicile et qui se rend individuellement à la consultation de controle dans un centre de contrôle.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 17-02-2000, p. 4929).
Art. N57 bis. Bijlage 57bis. - Reiskosten van de gedialyseerde rechthebbenden die samen in een zelfde voertuig de verplaatsingen doen naar een dialysecentrum of van de rechthebbenden die thuisdialyse ondergaan en die samen in eenzelfde voertuig de verplaatsingen doen naar de raadpleging van toezicht in een controlecentrum.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 17-02-2000, p. 4928).
Art. N57 bis. Annexe 57bis. - Frais de voyage des bénéficiaires dialysés qui se rendent ensemble dans un même véhicule au centre de dialyse ou des bénéficiaires qui subissent une dialyse à domicile et qui se rendent ensemble dans un même véhicule à la consultation de contrôle dans un centre de contrôle.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 17-02-2000, p. 4930).
Art. N57 bis. Bijlage 57bis. - Reiskosten van de gedialyseerde rechthebbenden die samen in een zelfde voertuig de verplaatsingen doen naar een dialysecentrum of van de rechthebbenden die thuisdialyse ondergaan en die samen in eenzelfde voertuig de verplaatsingen doen naar de raadpleging van toezicht in een controlecentrum.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 17-02-2000, p. 4928).
Art. N57 bis. Annexe 57bis. - Frais de voyage des bénéficiaires dialysés qui se rendent ensemble dans un même véhicule au centre de dialyse ou des bénéficiaires qui subissent une dialyse à domicile et qui se rendent ensemble dans un même véhicule à la consultation de contrôle dans un centre de contrôle.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 17-02-2000, p. 4930).
Art. N59. (Bijlage 59. - Verpleegnota.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3228 - 3233).)
Art. N59. (Annexe 59. - Note d'hospitalisation.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3177 - 3182).)
Art. N59 bis. (Bijlage 59bis. - Verpleegnota.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3234 - 3240).)
Art. N59 bis. (Annexe 59bis. - Note d'hospitalisation.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3183 - 3189).)
Art. N59 bis. (Bijlage 59bis. - Verpleegnota.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3234 - 3240).)
Art. N59 bis. (Annexe 59bis. - Note d'hospitalisation.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3183 - 3189).)
Art. N60 bis. (Bijlage 60bis. - Verpleegnota.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3247 - 3253).)
Art. N60 bis. (Annexe 60bis. - Note d'hospitalisation.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3196 - 3202).)
Art. N60 bis. (Bijlage 60bis. - Verpleegnota.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3247 - 3253).)
Art. N60 bis. (Annexe 60bis. - Note d'hospitalisation.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3196 - 3202).)
Art. N61 a. Bijlage 61a. - (...).
Art. N61 a. Annexe 61a. - (...).
Art. N61 b. Bijlage 61b. - (...).
Art. N61 b. Annexe 61b. - (...).
Art. N61 c. Bijlage 61c. - (...).
Art. N61 c. Annexe 61c. - (...).
Art. N62 a. Bijlage 62a. - Aanvraag om de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven in een centrum voor dagverzorging.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-11-2001, p. 38413).
Art. N62 a. Annexe 62a. - Demande d'octroi de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière dans un centre de soins de jour.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 08-11-2001, p. 38402).
Art. N62 b. Bijlage 62b. - Kennisgeving en betalingsverbintenis om de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven in een centrum voor dagverzorging.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-11-2001, p. 38414).
Art. N62 b. Annexe 62b. - Notification d'octroi de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journlière dans un centre de soins de jour.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 08-11-2001, p. 38403).
Art. N62 b. Bijlage 62b. - Kennisgeving en betalingsverbintenis om de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven in een centrum voor dagverzorging.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-11-2001, p. 38414).
Art. N62 b. Annexe 62b. - Notification d'octroi de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journlière dans un centre de soins de jour.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 08-11-2001, p. 38403).
Art. N62 c. Bijlage 62c. - Weigering van tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven in een centrum voor dagverzorging.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-11-2001, p. 38415).
Art. N62 c. Annexe 62c. - Refus d'octroi de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journaliere dans un centre de soins de jour.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 08-11-2001, p. 38404).
Art. N63. Bijlage 63. - Verzamelkostennota.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-11-2001, p. 38416 - 38417).
Art. N63. Annexe 63. - Note de frais récapitulative.
  (Formulaire non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 08-11-2001, p. 38405 - 38406).
Art. N63 a. Bijlage 63a. - (Opgeheven).
Art. N63 a. Annexe 63a. - (Abrogée).
Art. N63 b. Bijlage 63b. - (Opgeheven).
Art. N63 b. Annexe 63b. - (Abrogee).
Art. N64. (Bijlage 64. - Mondonderzoek.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 15-01-1998, p. 955 - 956).)
Art. N64. (Annexe 64. - Examen buccal.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 15-01-1998, p. 957 - 958).)
Art. N64. (Bijlage 64. - Mondonderzoek.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 15-01-1998, p. 955 - 956).)
Art. N64. (Annexe 64. - Examen buccal.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 15-01-1998, p. 957 - 958).)
Art. N66. (Bijlage 66. - Uittreksel verpleegnota.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-05-2000, p. 18233 - 18236).)
Art. N66. (Annexe 66. - Extrait de la note d'hospitalisation.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 27-05-2000, p. 18247 - 18250).)
Art. N66. (Bijlage 66. - Uittreksel verpleegnota.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-05-2000, p. 18233 - 18236).)
Art. N66. (Annexe 66. - Extrait de la note d'hospitalisation.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 27-05-2000, p. 18247 - 18250).)
Art. N66 bis. (Bijlage 66bis. - Honorariumnota.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-05-2000, p. 18237 - 18238).)
Art. N66 bis. (Annexe 66bis. - Note d'honoraires.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 27-05-2000, p. 18251 - 18252).)
Art. N67. Bijlage 67. - (Opgeheven).
Art. N67. Annexe 67. - (Abrogée).
Art. N68. Bijlage 68. - (Opgeheven).
Art. N68. Annexe 68. - (Abrogée).
Art. N69. Bijlage 69. - (Opgeheven).
Art. N69. Annexe 69. - (Abrogée).
Art. N71. Bijlage 71. - Aanvraag om vergoeding van drukkledij en maskers voor zwaarverbranden : kledij op maat, geprefabriceerde kledij, transparant thermoplastisch materiaal en silicone toepassingen.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 24-11-1992, p. 24521 - 24522).
Art. N71. Annexe 71. - Demande de remboursement de vêtements compressifs et masques pour grands brûlés : vêtements sur mesure, vêtements préfabriqués, matière thermoplastique transparente et applications en silicone.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 24-11-2000, p. 24523 - 24524).
Art. N71. Bijlage 71. - Aanvraag om vergoeding van drukkledij en maskers voor zwaarverbranden : kledij op maat, geprefabriceerde kledij, transparant thermoplastisch materiaal en silicone toepassingen.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 24-11-1992, p. 24521 - 24522).
Art. N71. Annexe 71. - Demande de remboursement de vêtements compressifs et masques pour grands brûlés : vêtements sur mesure, vêtements préfabriqués, matière thermoplastique transparente et applications en silicone.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 24-11-2000, p. 24523 - 24524).
Art. N73. (Bijlage 73. - Getuigschrift voor verstrekte hulp.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41854).)
  (Gewijzigd bij : )
  
Art. N73. (Annexe 73. - Attestation de soins donnés.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41872).)
  (Modifié par : )
  
Art. N73. (Bijlage 73. - Getuigschrift voor verstrekte hulp.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41854).)
  (Gewijzigd bij : )
  
Art. N73. (Annexe 73. - Attestation de soins donnés.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41872).)
  (Modifié par : )
  
Art. N74. (Bijlage 74. - Getuigschrift voor verstrekte hulp.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-12-1998, p. 41855).)
  (Gewijzigd bij : )
  
Art. N74. (Annexe 74. - Attestation de soins donnés.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 30-12-1998, p. 41873).)
  (Modifié par : )
  
Art. N75. Bijlage 75. - Medisch voorschrift voor invalidenwagentjes, orthopedische driewielers, looprekken en statoestellen.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 09-09-1998, p. 29005).
Art. N75. Annexe 75. - Prescription médicale pour voiturettes d'invalide, tricycles orthopédiques, cadres de marche et appareils de station debout.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 09-09-1998, p. 29009).
Art. N76. Bijlage 76. - Aanvraag om vergoeding van een invalidenwagen, driewieler of toestel voor hulp bij het lopen.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 09-09-1998, p. 29006 - 29008).
Art. N76. Bijlage 76. - Demande de remboursement d'une voiturette d'invalide, d'un tricycle ou d'un cadre de marche.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 09-09-1998, p. 29010 - 29012).
Art. N77. Bijlage 77. - Noodzakelijkheid van een toilet voor een persoon die gedesoriënteerd is in tijd en ruimte.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 29-07-1997, p. 19443).
Art. N77. Annexe 77. - Nécessité de toilette pour personne désorientée dans le temps et dans l'espace.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 29-07-1997, p. 19442).
Art. N78. Bijlage 78. - Aanvraag om vergoeding van een myo-elektrische prothese.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 15-07-1998, p. 23295 - 23296).
Art. N78. Annexe 78. - Demande de remboursement d'une prothèse myoélectrique.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 15-07-1998, p. 23297 - 23298).
Art. N80 a. Bijlage 80a. - Kennisgeving van huisvesting van rechthebbenden in initiatieven van beschut wonen (B.W.) en betalingsverbintenis.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3259).
Art. N80 a. Annexe 80a. - Notification d'hébergement de bénéficiaires dans des initiatives d'habitation protégée (H.P.) et engagement de paiement.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3208).
Art. N80 a. Bijlage 80a. - Kennisgeving van huisvesting van rechthebbenden in initiatieven van beschut wonen (B.W.) en betalingsverbintenis.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3259).
Art. N80 a. Annexe 80a. - Notification d'hébergement de bénéficiaires dans des initiatives d'habitation protégée (H.P.) et engagement de paiement.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3208).
Art. N80 b. Bijlage 80b. - Kennisgeving van huisvesting van rechthebbenden in initiatieven van beschut wonen (B.W.) en betalingsverbintenis.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3260).
Art. N80 b. Annexe 80b. - Notification d'hébergement de bénéficiaires dans des initiatives d'habitation protégée (H.P.) et engagement de paiement.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3209).
Art. N80 c. Bijlage 80c. - Kennisgeving van huisvesting van rechthebbenden in initiatieven van beschut wonen (B.W.) en betalingsverbintenis.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3261).
Art. N80 c. Annexe 80c. - Notification d'hébergement de bénéficiaires dans des initiatives d'habitation protégée (H.P.) et engagement de paiement.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3210).
Art. N81 a. Bijlage 81a. - Kennisgeving van einde huisvesting in initiatieven van beschut wonen (B.W.).
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3262).
Art. N81 a. Annexe 81a. - Notification de fin d'hébergement dans des initiatives d'habitation protégée (H.P.).
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3211).
Art. N82. Bijlage 82. Verzamelkostennota en individuele kostennota. - Initiatieven van beschut wonen.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3264 - 3265).
Art. N82. Annexe 82. - Note de frais récapitulative et note de frais individuelle. - Initiatives d'habitation protégée.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3213 - 3214).
Art. N83 a. Bijlage 83a. - Aanvraag om de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven in een psychiatrisch verzorgingstehuis (P.V.T.).
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3266).
Art. N82. Annexe 82. - Note de frais récapitulative et note de frais individuelle. - Initiatives d'habitation protégée.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3213 - 3214).
Art. N83 a. Bijlage 83a. - Aanvraag om de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven in een psychiatrisch verzorgingstehuis (P.V.T.).
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3266).
Art. N83 a. Annexe 83a. - Demande d'octroi de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière en maison de soins psychiatriques (M.S.P.).
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3215).
Art. N83 b. Bijlage 83b. - Aanvraag om de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven in een psychiatrisch verzorgingstehuis (P.V.T.).
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3267).
Art. N83 b. Annexe 83b. - Demande d'octroi de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière en maison de soins psychiatriques (M.S.P.).
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3216).
Art. N83 c. Bijlage 83c. - Aanvraag om de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven in een psychiatrisch verzorgingstehuis (P.V.T.).
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3268).
Art. N83 c. Annexe 83c. - Demande d'octroi de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière en maison de soins psychiatriques (M.S.P.).
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3217).
Art. N84. Bijlage 84. - Geneeskundig getuigschrift ter staving van de aanvraag van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven bij verblijf in een psychiatrisch verzorgingstehuis (P.V.T.).
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3270).
Art. N84. Annexe 84. - Certificat médical justifiant la demande d'intervention pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière en cas de séjour dans une maison de soins psychiatriques (M.S.P.).
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3219).
Art. N84. Bijlage 84. - Geneeskundig getuigschrift ter staving van de aanvraag van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven bij verblijf in een psychiatrisch verzorgingstehuis (P.V.T.).
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3270).
Art. N84. Annexe 84. - Certificat médical justifiant la demande d'intervention pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière en cas de séjour dans une maison de soins psychiatriques (M.S.P.).
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3219).
Art. N85 a. Bijlage 85a. - Kennisgeving van einde huisvesting in een psychiatrisch verzorgingstehuis.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3271).
Art. N85 a. Annexe 85a. - Notification de fin d'hébergement en maison de soins psychiatriques.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3220).
Art. N85 b. Bijlage 85b. - Kennisgeving van einde huisvesting in een psychiatrisch verzorgingstehuis.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3272).
Art. N85 b. Annexe 85b. - Notification de fin d'hébergement en maison de soins psychiatriques.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3221).
Art. N86. Bijlage 86. - Verzamelkostennota en individuele kostennota. - Psychiatrische verzorgingstehuizen.
  (Formulieren niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3274 - 3276).
Art. N86. Annexe 86. - Note de frais récapitulative et note de frais individuelle. - Maisons de soins psychiatriques.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3223 - 3225).
Art. N86. Bijlage 86. - Verzamelkostennota en individuele kostennota. - Psychiatrische verzorgingstehuizen.
  (Formulieren niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-02-1999, p. 3274 - 3276).
Art. N86. Annexe 86. - Note de frais récapitulative et note de frais individuelle. - Maisons de soins psychiatriques.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 04-02-1999, p. 3223 - 3225).
Art. N87 a. Bijlage 87a. - Kennisgeving van tenlasteneming en van betalingsverbintenis.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-05-2000, p. 13799).
Art. N87 a. Annexe 87a. - Notification de prise en charge et d'engagement de paiement.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 03-05-2000, p. 13811).
Art. N87 b. Bijlage 87b. - Kennisgeving van tenlasteneming en van betalingsverbintenis.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-05-2000, p. 13800).
Art. N87 b. Annexe 87b. - Notification de prise en charge et d'engagement de paiement.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 03-05-2000, p. 13812).
Art. N87 c. Bijlage 87c. - Kennisgeving van tenlasteneming en van betalingsverbintenis.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-05-2000, p. 13801).
Art. N87 c. Annexe 87c. - Notification de prise en charge et d'engagement de paiement.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 03-05-2000, p. 13809).
Art. N87 d. Bijlage 87d. - Kennisgeving van tenlasteneming en van betalingsverbintenis.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-05-2000, p. 13802).
Art. N87 d. Annexe 87d. - Notification de prise en charge et d'engagement de paiement.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 03-05-2000, p. 13810).
Art. N89 a. Bijlage 89a. - Kennisgeving van het einde van de tenlasteneming.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-05-2000, p. 13806).
Art. N89 a. Annexe 89a. - Notification de fin de prise en charge.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 03-05-2000, p. 13815).
Art. N89 a. Bijlage 89a. - Kennisgeving van het einde van de tenlasteneming.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-05-2000, p. 13806).
Art. N89 a. Annexe 89a. - Notification de fin de prise en charge.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 03-05-2000, p. 13815).
Art. N89 b. Bijlage 89b. - Kennisgeving van het einde van de tenlasteneming.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-05-2000, p. 13807).
Art. N89 b. Annexe 89b. - Notification de fin de prise en charge.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 03-05-2000, p. 13816).
Art. N91. Bijlage 91. - <INGEVOEGD bij VARIA 2002-01-14/38, art. 2; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 14-02-2002, p. 5484).
Art. N91. Annexe 91. -
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 14-02-2002, p. 15485).
Art. N92 a. Bijlage 92a. - Kennisgeving van de behandeling van een pathologische situatie bedoeld in artikel 7, § 14, 5°, A, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen (F-lijst). <INGEVOEGD bij VARIA 2002-11-04/34, art. 2; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 28-12-2002, p. 58315-58316).
Art. N92 a. Annexe 92a. - Notification du traitement d'une situation pathologique décrite à l'article 7, § 14, 5°, A, de la nomenclature des prestations de santé (liste F).
  (Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 28-12-2002, p. 58319-58320).
Art. N92 a. Bijlage 92a. - Kennisgeving van de behandeling van een pathologische situatie bedoeld in artikel 7, § 14, 5°, A, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen (F-lijst). <INGEVOEGD bij VARIA 2002-11-04/34, art. 2; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 28-12-2002, p. 58315-58316).
Art. N92 a. Annexe 92a. - Notification du traitement d'une situation pathologique décrite à l'article 7, § 14, 5°, A, de la nomenclature des prestations de santé (liste F).
  (Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 28-12-2002, p. 58319-58320).
Art. N92 b. Bijlage 92b. - Kennisgeving van de behandeling van een pathologische situatie bedoeld in artikel 7, § 14, 5°, B, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen (F-lijst). <INGEVOEGD bij VARIA 2002-11-04/34, art. 2; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 28-12-2002, p. 58317-58318).
Art. N92 b. Annexe 92b. - Notification du traitement d'une situation pathologique décrite à l'article 7, § 14, 5°, B, de la nomenclature des prestations de santé (liste F).
  (Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 28-12-2002, p. 58321-58322).
Art.97. Bijlage 97. - Items die ten minste moeten worden geëvalueerd. <INGEVOEGD bij VARIA 2003-04-28/35, art. 1; Inwerkingtreding : 01-04-2003>
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 23-05-2003, p. 28515-28524).
Art.97. Annexe 97. - Items qui doivent être évalués.
  (Annexe non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 23-05-2003, p. 28505-28514).
Art.98. Bijlage 98. - Zorgplan. <INGEVOEGD bij VARIA 2003-04-28/35, art. 1; Inwerkingtreding : 01-04-2003>
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 23-05-2003, p. 28526).
Art.98. Annexe 98. - Plan de soins.
  (Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 23-05-2003, p. 28525).