a) [1 8 werkende en 8 plaatsvervangende leden, aangewezen door de representatieve beroepsorganisaties van de apothekers en door deze van de ziekenhuisapothekers als volgt verdeeld:
1. vijf werkende leden aangewezen door de Algemene Pharmaceutische Bond;
2. twee werkende leden aangewezen door de Vereniging der Coöperatieve Apotheken van België;
3. één werkend lid aangewezen door de Belgische vereniging van ziekenhuisapotheker;
4. acht plaatsvervangende leden aangewezen door de Algemene Pharmaceutische Bond, de Vereniging der Coöperatieve Apotheken van België en de Belgische vereniging van ziekenhuisapotheker.]1
[1 b)]1 acht werkende en acht plaatsvervangende leden die alle verzekeringsinstellingen samen vertegenwoordigen, aangewezen overeenkomstig het bepaalde in artikel 10.