Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
30 JUNI 1936. - Koninklijk besluit houdende algemeene verordening betreffende het toezicht op de ondernemingen van hypothecaire leeningen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-07-1987 en tekstbijwerking tot 27-05-2005)
Titre
30 JUIN 1936. - Arrêté royal portant règlement général du contrôle des entreprises de prêts hypothécaires. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-07-1987 et mise à jour au 27-05-2005)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (69)
Texte (69)
HOOFDSTUK I. - Ondernemingen van hypothecaire leeningen zonder tusschenkomst.
CHAPITRE Ier. - Des entreprises de prêts hypothécaires sans intervention.
AFDEELING A. - Het bericht en zijne inschrijving.
SECTION A. - De l'avis et de son inscription.
Artikel 1. De ondernemingen bedoeld onder 1° van artikel 33 van het koninklijk besluit nr. 225 van 7 Januari 1936, mogen, na 1 Juli 1936, hunne bedrijvigheid binnen het Rijk slechts uitoefenen of voortzetten na het bericht gegeven en de inschrijving bekomen te hebben, waarvan sprake in de artikelen 35 en 36 van dat koninklijk besluit.
  De ondernemingen, die hunne bedrijvigheid binnen het Rijk uitoefenen voor 1 Juli 1936 en aldaar hunne verrichtingen willen voortzetten, moeten zich gedragen naar de voorschriften van artikel 77 van het koninklijk besluit nr 225.
  Met afwijking van de artikelen 34, 38 en 67 van dit besluit mogen zij, totdat er over hunne aanvraag om inschrijving beslist is, voorloopig hunne bedrijvigheid, zelfs na 1 Juli 1936, voorzetten.
  Diegene van deze ondernemingen, welke afzien van het afsluiten van nieuwe hypothecaire leeningen of kredietopeningen na 1 Juli 1936 en hunne werkzaamheid beperken tot het beheeren en vereffenen van de leeningen en kredietopeningen, voor dien datum afgesloten, zijn niet gehouden dit bericht te geven.
Article 1. Les entreprises visées au 1° de l'article 33 de l'arrêté royal n° 225, du 7 janvier 1936, ne peuvent fonctionner ou continuer de fonctionner dans le royaume après le 1er juillet 1936, qu'après avoir donné l'avis et obtenu l'inscription visés aux articles 35 et 36 du dit arrêté royal.
  Les entreprises qui, exerçant leur activité dans le royaume antérieurement au 1er juillet 1936, veulent y continuer leurs opérations, auront à se conformer aux prescriptions de l'article 77 de l'arrêté royal n° 225.
  Par dérogation aux articles 34, 38 et 67 de cet arrêté royal, elles peuvent, en attendant qu'il ait été statué sur leur demande d'inscription, continuer provisoirement leur activité, même après le 1er juillet 1936.
  Celles de ces entreprises qui, renoncant à conclure de nouveaux prêts et ouvertures de crédit hypothécaires après le 1er juillet 1936, bornent leur activité à la gestion et à la liquidation des prêts et ouvertures de crédit consentis avant cette date ne sont pas tenues de donner cet avis.
Art.2. Het bericht tot inschrijving moet, in drie exemplaren, aan den Minister die de sociale voorzorg in zijne bevoegdheid heeft, overgemaakt worden.
  Dit bericht wordt onderteekend door de personen, die wettelijk de onderneming vertegenwoordigen of door één of meer personen, die een bijzondere lastgeving te dien einde ontvangen hebben.
  De bewijsstukken behoorende bij het bericht tot verkrijging van de inschrijving, moeten ingediend worden in drie exemplaren, door de aanzoekers behoorlijk echt verklaard en onderteekend op dezelfde wijze als het bericht.
Art.2. L'avis aux fins d'inscription doit être adressé, en triple exemplaire, au Ministre qui a la prévoyance sociale dans ses attributions.
  Cet avis est signé par les personnes qui représentent légalement l'entreprise ou par une ou plusieurs personnes qui ont reçu un mandat spécial à cet effet.
  Les documents justificatifs à produire en même temps que l'avis aux fins d'inscription sont remis, en triple exemplaire, dûment certifiés et signés de la même manière que l'avis.
Art.3. De onderneming voegt bij het bericht tot inschrijving:
  1° Familienaam, voornamen, beroep en woonplaats der personen, die de onderneming wettelijk vertegenwoordigen en, in voorkomend geval, de statuten dezer laatste, alsook alle inlichtingen aangaande haar wettelijken toestand; daarenboven, indien de maatschappelijke zetel in het buitenland gevestigd is, het bewijs dat de onderneming gemachtigd is om hare bedrijvigheid uit te oefenen in het land van dien zetel, alsook het ontwerp van bijzondere machtiging, bij dewelke de onderneming een gevolmachtigde aanstelt om haar in België te vertegenwoordigen, overeenkomstig onderstaand artikel 12;
  2° Den tekst der formulieren voor de aanvragen van hypothecaire leening of kredietopening, waarvan de onderneming gebruik maakt of zinnens is gebruik te maken; de uiteenzetting van de door de onderneming aangenomen regels en de door haar aangewende formules voor het dekken der onkosten wegens onderzoek van het dossier en schatting;
  3° Den tekst van de algemeene voorwaarden van de verschillende soorten van contracten van hypothecaire leening of kredietopening, welke zij schikt toe te passen, en, gebeurlijk, den tekst van de bijlagen van deze contracten;
  4° Een uiteenzetting van de technische grondslagen en methoden aangenomen voor het vaststellen van de verplichtingen, welke aan de ontleeners worden opgelegd en, namelijk, voor het berekenen van de annuïteiten en van de aflossing of van de reconstitutie der ontleende kapitalen. Deze uiteenzetting moet namelijk behelzen de jaarlijksche rentevoeten, welke de onderneming schikt aan te wenden voor den intrest der leeningen, welke zij toekent, alsook voor den intrest, dien zij zal verstrekken op de verplichte of vrijwillige stortingen, welke haar door de ontleeners zouden gedaan worden met het oog op de reconstitutie van het ontleende kapitaal.
  Bij deze uiteenzetting voegt zij de aflossingstabellen voorzien bij artikel 6 van het koninklijk besluit nr 225, en de reconstitutietabellen voorzien bij artikel 7 van dat zelfde koninklijk besluit. Deze tabellen dienen opgesteld te worden voor tijdvakken van vijf, tien, vijftien, twintig en vijf en twintig jaar. Zij moeten de samenstelling opgeven van ieder annuïteit of van ieder onderdeel der annuïteit wat betreft opslag, intrest van de leening, bedrag bestemd voor aflossing of reconstitutie. Deze samenstelling mag opgegeven worden per duizend frank kapitaal. De tabellen zullen de aflossing of reconstitutie, alsook het nog verschuldigd blijven saldo opgeven na betaling van iedere annuïteit of ieder onderdeel der annuïteit;
  5° In voorkomend geval, het tarief der enkele of periodieke premiën van de levensverzekering, die de betaling waarborgt, van het bij sterfgeval nog verschuldigd blijvende saldo en de grondslagen waarop dit tarief berust;
  6° Indien de reconstitutie van het ontleende kapitaal gebeurt door middel van een bijgevoegd levensverzekerings- of kapitalisatiecontract: den tekst van de bijzondere voorwaarden of van het bijvoegsel, waarbij overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit nr 225 verklaard wordt, dat bedoeld contract bij de hypothecaire leening of kredietopening is gevoegd;
  7° Indien de onderneming de reconstitutie van het ontleende kapitaal toevertrouwt aan een reconstitueerenden derde: den tekst van de bepaling van het leencontract of van de afzonderlijke overeenkomst krachtens dewelke overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit nr 225, de reconstitutie bij den reconstitueerenden derde moet geregeld worden;
  8° In voorkomend geval het lastenboek, dat door de onderneming ter vereenvoudiging zou gevoegd worden bij de acten van hypothecaire leening of kredietopening.
Art.3. L'entreprise joint à l'avis aux fins d'inscription:
  1° Les nom, prénoms, profession et domicile des personnes qui représentent légalement l'entreprise, et, le cas échéant, les statuts de celle-ci, ainsi que tous renseignements concernant sa situation légale; en outre, si le siège social est situé à l'étranger, la preuve que l'entreprise est autorisée à fonctionner dans le pays de ce siège, ainsi que le projet de procuration spéciale par laquelle l'entreprise institue un fondé de pouvoirs chargé de la représenter en Belgique, conformément à l'article 12 ci-après;
  2° Le texte des formules de demandes de prêt ou d'ouverture de crédit hypothécaires dont l'entreprise se sert ou se propose de se servir; l'exposé des règles adoptées et des formules utilisées par l'entreprise pour le règlement des frais d'examen du dossier et des frais d'expertise;
  3° Le texte des conditions générales des diverses formes de contrats de prêt ou d'ouverture de crédit hypothécaires qu'elle se propose de traiter et, éventuellement, celui des annexes à ces contrats;
  4° Un exposé des bases et méthodes techniques adoptées pour fixer les charges à assumer par les emprunteurs et notamment pour le calcul des annuités et de l'amortissement ou de la reconstitution des capitaux prêtés. Cet exposé doit contenir notamment les taux annuels que l'entreprise se propose d'adopter pour l'intérêt des prêts qu'elle consent et pour l'intérêt qu'elle servira aux versements obligatoires ou facultatifs qui lui seraient effectués par les emprunteurs en vue de reconstituer le capital prêté.
  Elle annexe à son exposé les tableaux d'amortissement prévus par l'article 6 de l'arrêté royal n° 225 et les tableaux de reconstitution prévus par l'article 7 de cet arrêté. Ces tableaux seront dressés pour les durées de cinq, dix, quinze, vingt et vingt-cinq ans. Ils donneront la décomposition de chaque annuité ou de chaque fraction d'annuité en chargement, intérêt du prêt, part destinée à l'amortissement ou à la reconstitution. Cette décomposition peut être donnée par 1,000 francs de capital. Les tableaux indiqueront le capital amorti ou reconstitué et le solde restant dû après chaque payement d'annuité ou de fraction d'annuité;
  5° Eventuellement le tarif des primes uniques ou périodiques d'assurance sur la vie, garantissant en cas de décès le payement du solde restant dû et les bases sur lesquelles ce tarif est établi;
  6° Si la reconstitution du capital prêté s'opère par un contrat adjoint d'assurance sur la vie ou de capitalisation, le texte des conditions particulières ou de l'avenant qui constate, conformément à l'article 12 de l'arrêté royal n° 225, l'adjonction de ce contrat au prêt ou à l'ouverture de crédit hypothécaires;
  7° Si l'entreprise confie la reconstitution du capital prêté à un tiers reconstituant, le texte de la clause du contrat de prêt ou de la convention séparée qui doit, conformément à l'article 12 de l'arrêté royal n° 225, régir la reconstitution auprès du tiers reconstituant;
  8° Eventuellement, le cahier des charges, que dans un but de simplification l'entreprise annexerait aux actes de prêts ou d'ouvertures de crédit hypothécaires.
Art.4. Het bericht tot inschrijving wordt onderworpen aan het advies van de commissie van private verzekeringen en hypothecaire leeningen. Deze commissie kan alle aanvullende inlichtingen vragen betreffende:
  1° De bepalingen te vermelden in de akten of in hunne bijlagen, overeenkomstig de voorschriften van titel I van het koninklijk besluit nr 225;
  2° De bescheiden en uiteenzettingen bedoeld in bovenstaand artikel 3.
  De commissie kan het advies, dat zij voor de inschrijving moet uitbrengen, uitstellen tot zij bevredigend antwoord heeft gekregen op haar verzoek om bijkomende inlichtingen, onverminderd de beslissingen welke de Minister mag treffen bij toepassing van § § 3 en 4 van artikel 36 van het koninklijk besluit nr 225.
Art.4. L'avis aux fins d'inscription est soumis à l'avis de la Commission des assurances privées et des prêts hypothécaires. Cette commission peut demander tous compléments d'information relatifs:
  1° Aux inscriptions à faire dans les actes ou leurs annexes, en conformité avec les stipulations du titre Ier de l'arrêté royal n° 225;
  2° Aux documents et exposés visés par l'article 3 ci-dessus.
  La commission peut surseoir à l'avis qu'elle doit donner préalablement à l'inscription, tant que réponse satisfaisante n'a pas été donnée à sa demande d'information complémentaire, sans préjudice aux décisions que peut prendre le Ministre, par application des §§ 3 et 4 de l'article 36 de l'arrêté royal n° 225.
AFDEELING B. - Verplichtingen der ondernemingen.
SECTION B. - Des obligations des entreprises.
Art.5. Alle akten van hypothecaire leeningen of kredietopeningen, in België onderschreven, alle bijlagen en rekeningstukken betreffende deze contracten zullen in België bewaard blijven, hetzij ten maatschappelijken zetel, hetzij in iederen bedrijfszetel door den Minister aangenomen.
Art.5. Tous actes de prêt ou d'ouverture de crédit hypothécaires souscrits en Belgique, toutes annexes et tous documents comptables relatifs à ces contrats, seront conservés en Belgique, soit au siège social, soit à tout siège d'opérations admis par le Ministre.
Art.6. De bescheiden, voor het publiek bestemd, worden, in drievoud, door de ondernemingen aan den Minister medegedeeld. Deze laatste mag het gebruik verbieden van ieder stuk, dat hem lijkt van aard te zijn om het publiek te misleiden.
  Het is de ondernemingen verboden in deze bescheiden te zinspelen op de contrôle der regeering in andere bewoordingen dan hierna:
  "Bericht ingeschreven overeenkomstig het koninklijk besluit nr 225 van 7 Januari 1936."
Art.6. Les entreprises communiquent au Ministre, en triple exemplaire, les documents destinés au public. Le Ministre peut interdire l'emploi de tous documents qui lui paraîtraient de nature à induire le public en erreur.
  Il est interdit aux entreprises de faire allusion dans ces documents au contrôle du Gouvernement, autrement que dans les termes ci-après:
  "Avis inscrit conformément à l'arrêté royal n° 225 du 7 janvier 1936."
Art.7. Een ministerieel besluit zal den aard en den vorm bepalen van de registers en staten, welke de ondernemingen moeten bijhouden, hetzij in hun maatschappelijken zetel, hetzij in hunne bedrijfszetels in België.
  De ondernemingen zijn gehouden aan den Minister over te maken, op de datums en in den vorm door hem vast te stellen, de statistische opgaven betreffende de leeningen en kredietopeningen, gewaarborgd hetzij door hypotheek op een in België gelegen onroerend goed of op een in België geïmmatriculeerd zee- of binnenschip, hetzij door verpanding van een op dezelfde wijze gewaarborgde schuldvordering.
Art.7. Un arrêté ministériel déterminera la nature et la forme des registres et états que les entreprises tiendront à leur siège social ou à leurs sièges d'opérations en Belgique.
  Les entreprises sont tenues de remettre au Ministre, aux dates et dans les formes à déterminer par lui, des états statistiques relatifs aux prêts et aux ouvertures de crédit garantis soit par une hypothèque sur un immeuble situé en Belgique, ou sur un navire ou bateau immatriculé en Belgique, soit par le nantissement d'une créance garantie de la même manière.
Art.8. Het is de ondernemingen verboden, voor onderzoek en schatting, andere onkosten aan te rekenen dan deze, die vooraf en schriftelijk werden opgegeven bij het aanvragen van de hypothecaire leening of kredietopening.
  Wanneer de onderneming, alvorens tot onderzoek van de aanvraag tot hypothecaire leening of kredietopening over te gaan, het storten van een voorschot eischt, is zij gehouden schriftelijk de voorwaarden mede te deelen onder dewelke zij gebeurlijk, in geval van niet verwezenlijking van de leening, dit voorschot, in zijn geheel of gedeeltelijk, zal behouden. Ook dient zij een kwijtschrift af te leveren voor het gestorte bedrag.
Art.8. Il est interdit aux entreprises de réclamer des frais d'étude et d'expertise autres que ceux qui auront été indiqués au préalable par écrit lors de la demande de prêt ou d'ouverture de crédit hypothécaires.
  Lorsque l'entreprise exige préalablement à l'étude de la demande de prêt ou d'ouverture de crédit hypothécaires le dépôt d'une provision, elle est tenue de donner connaissance par écrit des conditions dans lesquelles elle conserve éventuellement tout ou partie de cette provision en cas de non-réalisation du prêt et de délivrer quittance de la somme payée.
Art.9. Het is de ondernemingen verboden in hunne akte te verwijzen naar een lastenboek, dat niet in zijn geheel is opgenomen in de akten of daaraan niet is toegevoegd.
Art.9. Il est interdit aux entreprises de se référer dans leurs actes à un cahier des charges non reproduit intégralement dans les actes ou non annexé à ceux-ci.
Art.10. De onderneming moet aan den ontleener een uittreksel van de akte van hypothecaire leening of kredietopening ter hand stellen. Dit uittreksel moet behelzen: het ontleende kapitaal; den termijn der leening en der reconstitutie; de lasten der leening met hunne onderverdeeling; de aflossingstabel of de reconstitutietabel; de strafbepalingen in geval van niet-betaling op den vervaldag; de voorwaarden van de vervroegde eischbaarheid, alsook de voorwaarden van de vervroegde afbetaling.
Art.10. L'entreprise doit remettre à l'emprunteur un extrait de l'acte de prêt ou d'ouverture de crédit hypothécaires. Cet extrait doit indiquer: le capital prêté, la durée du prêt et de la reconstitution, les charges du prêt et leur décomposition, le tableau d'amortissement ou de reconstitution, les pénalités pour non-payement à l'échéance, les clauses relatives au remboursement anticipatif.
Art.11. Het is de onderneming verboden hypothecaire leeningen of kredietopeningen af te sluiten, waarvan de voorwaarden afwijken van deze, welke ingeschreven werden.
  Wijzigingen van de algemeene voorwaarden, van de rentevoeten, alsook van de aangenomen technische grondslagen en methoden mogen slechts toegepast worden na inschrijving van een nieuw bericht overeenkomstig artikelen 34 tot 36 van het koninklijk besluit nr 225.
Art.11. Il est interdit à l'entreprise de traiter des opérations de prêt ou d'ouverture de crédit hypothécaires s'écartant des conditions qui ont été inscrites.
  Les modifications aux conditions générales, aux taux ainsi qu'aux bases et méthodes techniques adoptées ne peuvent être mises en vigueur qu'après inscription d'un nouvel avis, conformément aux articles 34 à 36 de l'arrêté royal n° 225.
Art.12. De vreemde ondernemingen, welke het bericht tot inschrijving indienen, zullen zich te schikken hebben naar de voorschriften van artikel 38 van het koninklijk besluit nr 225.
  Zij zullen desvoorkomend hunne statuten in de bijlagen van het Staatsblad bekendmaken. De bijzondere machtiging, bij dewelke zij een gevolmachtigde aanstellen, ermede belast ze te vertegenwoordigen in haar betrekkingen zoo met de regeering als met particulieren en die zijn woonplaats en verblijfplaats in België moet hebben, zal aan de goedkeuring van den Minister onderworpen worden en gepubliceerd in de bijlagen van het Staatsblad.
  Het ministerieel besluit betreffende de inschrijving zal slechts uitwerking hebben na bedoelde bekendmakingen.
Art.12. Les entreprises étrangères qui donneront l'avis aux fins d'inscription auront à se conformer à l'article 38 de l'arrêté royal n° 225. Elles feront, le cas échéant, publier leurs statuts au Moniteur. La procuration spéciale par laquelle elles instituent un fondé de pouvoirs chargé de les représenter tant auprès du Gouvernement qu'à l'égard des particuliers et qui aura son domicile et sa résidence en Belgique, sera soumise à l'approbation du Ministre et publiée aux annexes du Moniteur belge.
  L'arrêté ministériel relatif à l'inscription ne sortira ses effets qu'après les publications susvisées.
Art.13. De ondernemingen zijn aan de contrôle van de regeering onderworpen. Zij zullen, zonder verplaatsing, aan de ambtenaren belast met die contrôle, alle akten van hypothecaire leening of kredietopening moeten voorleggen, alsook alle bijlagen derzelve en alle rekeningstukken betreffende deze akten. Deze ambtenaren hebben onder meer tot zending na te gaan of er geen afbreuk werd gedaan aan de rentevoeten, grondslagen en methoden, die de onderneming, samen met haar bericht tot inschrijving, heeft opgegeven; of de akten, bijlagen en rekeningstukken, overeenkomstig de voorschriften van titel I van het koninklijk besluit nr 225 werden opgemaakt; of er geen onkosten of vergoedingen, bij dit koninklijk besluit verboden, ten laste der ontleeners werden gelegd.
Art.13. Les entreprises sont soumises au contrôle du Gouvernement. Elles devront donner communication, sans déplacement, aux fonctionnaires chargés d'exercer ce contrôle, de tous actes de prêt ou d'ouverture de crédit hypothécaires, de tous documents annexes et de tous documents comptables relatifs à ces actes. Ces fonctionnaires ont notamment pour mission de vérifier s'il n'a pas été dérogé aux taux, bases et méthodes que l'entreprise a annexés à l'avis aux fins d'inscription, si les actes, annexes et documents comptables sont conformes aux stipulations du titre Ier de l'arrêté royal n° 225, s'il n'a pas été mis à charge des emprunteurs des frais ou indemnités que cet arrêté interdit.
Art.14. (Opgeheven) <KB 2OO5-05-22/31, art. 31, 4°, 003 ; Inwerkingtreding : 01-01-2005>
Art.14. (Abrogé) <AR 2OO5-05-22/31, art. 31, 4°, 003 ; En vigueur : 01-01-2005>
HOOFDSTUK II. - Ondernemingen van hypothecaire leeningen met tusschenkomst.
CHAPITRE II. - Des entreprises de prêts hypothécaires par intervention.
AFDEELING A. - Toelating.
SECTION A. - De l'autorisation.
Art.15. De ondernemingen, bedoeld onder 2° van artikel 33 en onderworpen aan hoofdstuk II van titel II van het koninklijk besluit nr 225, mogen na 1 Juli 1936, hunne bedrijvigheid niet uitoefenen noch voortzetten, tenzij hun zulks, op advies der commissie voor private verzekeringen en hypothecaire leeningen, bij koninklijk besluit wordt toegelaten.
  De ondernemingen, die hunne bedrijvigheid binnen het Rijk uitoefenen voor 1 Juli 1936 en er hunne verrichtingen willen voortzetten, moeten zich naar de voorschriften van artikel 78 van het koninklijk besluit nr 225 gedragen.
  Met afwijking van de artikelen 40, 44 en 67 van dat koninklijk besluit mogen zij, totdat er over hun verzoek om toelating beslist is, hunne bedrijvigheid voorloopig, zelfs na 1 Juli 1936, voortzetten.
  Diegene van deze ondernemingen, welke afzien van het afsluiten, na 1 Juli 1936, van nieuwe hypothecaire leeningen of kredietopeningen en hunne werkzaamheid beperken tot het beheeren en vereffenen van de leeningen of kredietopeningen, voor dien datum toegekend, zijn niet gehouden om die toelating te vragen.
Art.15. Les entreprises visées au 2° de l'article 33 et soumises au chapitre II du titre II de l'arrêté royal n° 225 ne peuvent fonctionner ou continuer de fonctionner dans le royaume après le 1er juillet 1936 qu'à la condition d'y avoir été autorisées par arrêté royal, sur avis de la Commission des assurances privées et des prêts hypothécaires.
  Les entreprises qui, exerçant leur activité dans le royaume antérieurement au 1er juillet 1936, veulent y continuer leurs opérations, auront à se conformer aux prescriptions de l'article 78 de l'arrêté royal n° 225.
  Par dérogation aux articles 40, 44 et 67 de cet arrêté royal, elles peuvent, en attendant qu'il ait été statué sur leur requête aux fins d'autorisation, continuer provisoirement leur activité, même après le 1er juillet 1936.
  Celles de ces entreprises, qui, renonçant à conclure de nouveaux prêts et ouvertures de crédit hypothécaires après le 1er juillet 1936 bornent leur activité à la gestion et à la liquidation des prêts et ouvertures de crédit consentis avant cette date, ne sont pas tenues de solliciter cette autorisation.
Art.16. De ondernemingen, welke gelijktijdig de bedrijvigheden, aangehaald onder 1° en 2° van artikel 33 van het koninklijk besluit nr 225 uitoefenen, moeten, eenerzijds, het bericht tot inschrijving, voorzien bij artikelen 35 en 36 van dat koninklijk besluit, laten geworden en, anderzijds, hun verzoek om toelating, voorzien bij artikel 40 van datzelfde koninklijk besluit, indienen.
Art.16. Les entreprises qui exercent conjointement les activités définies par l'article 33, 1° et 2°, de l'arrêté royal n° 225, doivent, d'une part, donner l'avis aux fins d'inscription visé aux articles 35 et 36 de cet arrêté et, d'autre part, solliciter l'autorisation prévue par l'article 40 du même arrêté.
Art.17. Het verzoek om toelating moet, in drievoud, bij den Minister, die de sociale voorzorg in zijne bevoegdheid heeft, ingediend worden.
  Het wordt onderteekend door het college, dat krachtens de statuten met het beheer der aanzoekende onderneming belast is, of door één of meer personen, welke te dien einde een bijzondere lastgeving hebben gekregen.
  De bewijstukken, welke samen met en tot staving van het verzoek om toelating dienen overgelegd, moeten in drievoud, door de aanvragers behoorlijk onderteekend en echt verklaard, overgemaakt worden.
Art.17. La requête aux fins d'autorisation est adressée, en triple exemplaire, au Ministre qui a la prévoyance sociale dans ses attributions.
  Elle est signée par le collège statutairement chargé de l'administration de l'entreprise requérante ou par une ou plusieurs personnes qui ont reçu un mandat spécial à cet effet.
  Les documents justificatifs à produire en même temps et à l'appui de la requête aux fins d'autorisation sont remis, entriple exemplaire, dûment certifiés et signés par les requérants.
Art.18. De onderneming moet bewijzen dat zij regelmatig opgericht werd onder vorm, hetzij van naamloze vennootschap, hetzij van coöperatie-vennootschap bestaande voor 7 Januari 1936.
  Bij haar verzoek om toelating zal zij voegen:
  1° Den tekst van hare statuten en het bewijs dat het kapitaal of maatschappelijk fonds niet beneden de minima blijft, voorzien bij artikelen 46 en 47 van het koninklijk besluit nr 225, tenzij zij zich kan beroepen op de toepassing der bepalingen van artikel 81 van datzelfde koninklijk besluit;
  2° Indien de maatschappelijke zetel in het buitenland gevestigd is, het bewijs dat de onderneming hare bedrijvigheid mag uitoefenen in het land, waar die zetel gevestigd is;
  3° De teksten, bescheiden, tarieven, waarvan sprake in 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8° van artikel 3 van hoofdstuk I van dit besluit;
  4° Den tekst, in te lasschen in de akte van hypothecaire leening of kredietopening, waarbij bepaald werden de voorwaarden van hare tusschenkomst en de verplichtingen en lasten, welke uit dien hoofde voor den ontleener ontstaan;
  5° De uiteenzetting der technische methoden, welke zij aanwendt voor de jaarlijksche berekening der gereconstitueerde kapitalen, welke zij beheert;
  6° De uiteenzetting der methoden, welke zij aanwendde tot het bepalen van de gereconstitueerde kapitalen, betrekking hebbende op leeningen in dewelke zij voor 1 Februari 1936 is tusschengekomen;
  7° Alle bescheiden dienstig tot het vaststellen van haar financieelen toestand en namelijk:
  het totaal der gereconstitueerde kapitalen, betrekking hebbende op de hypothecaire bewerkingen in dewelke zij is tusschengekomen;
  de samenstelling van haar actief, inbegrepen de lijst der waarden, met de schatting derzelve;
  de lijst der hypothecaire leeningen, door haar toegekend en de schatting der onroerende goederen, welke deze leeningen waarborgen, zooals deze gedaan werd bij't afsluiten der leening;
  de lijst der onroerende goederen, welke zij in eigendom bezit, met aanduiding van de ligging, van de waarde voor dewelke zij in de balans voorkomen, van hunne opbrengst en van de lasten welke ze bezwaren;
  8° Indien zij, voor den datum van haar verzoek, hare bedrijvigheid reeds uitoefende: de balans en de winst- en verliesrekening van het laatste dienstjaar en, in voorkomend geval, deze van de twee vorige dienstjaren;
  9° Een uiteenzetting van de methoden aangewend tot de afschrijving der gedisconteerde commissieloonen, der oprichtingskosten, der administratie- en bedrijfskosten, zulks zoowel wat de oude als de nieuwe zaken betreft;
  10° Wanneer de bedrijvigheid der onderneming zich niet beperkt tot hypothecaire bewerkingen met tusschenkomst, eene verklaring, welke de overige bedrijvigheden opgeeft.
Art.18. L'entreprise doit établir qu'elle est régulièrement constituée sous forme soit de société anonyme, soit de société coopérative existant avant le 7 janvier 1936.
  Elle annexera à sa requête aux fins d'autorisation:
  1° Le texte de ses statuts et la justification que le capital ou le fonds social n'est pas inférieur aux minima indiqués aux articles 46 et 47 de l'arrêté royal n° 225, à moins qu'elle ne puisse revendiquer l'application des dispositions de l'article 81 du même arrêté;
  2° Si le siège social est situé à l'étranger, la preuve qu'elle est autorisée à fonctionner dans le pays de ce siège;
  3° Les textes, documents, tarifs dont il est question aux 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° et 8° de l'article 3 du chapitre Ier du présent arrêté;
  4° Le texte à insérer dans l'acte de prêt ou d'ouverture de crédit hypothécaires définissant les conditions de son intervention à cet acte et les obligations et charges qui résultent de ce chef pour l'emprunteur;
  5° L'exposé des méthodes techniques qu'elle utilise pour procéder annuellement au calcul des capitaux reconstitués dont elle assume la gestion;
  6° L'exposé des méthodes qu'elle utilisait pour la détermination des capitaux reconstitués relatifs aux prêts pour lesquels elle est intervenue avant le 1er février 1936;
  7° Tous documents propres à établir sa situation financière et notamment:
  Le total des capitaux reconstitués relatifs aux opérations hypothécaires pour lesquelles elle est intervenue;
  La composition de son actif, y compris la liste des valeurs avec l'estimation de celles-ci;
  La liste des prêts hypothécaires consentis par elle et l'estimation des immeubles qui leur servent de garantie, telle qu'elle a été faite au moment du prêt;
  La liste des immeubles qu'elle possède, avec l'indication de leur situation, de la valeur pour laquelle ils sont portés au bilan, de leur rendement et des charges qui les grèvent;
  8° Si elle a fonctionné antérieurement à la date de la requête, le bilan et le compte de profits et pertes du dernier exercice et, le cas échéant, ceux des deux exercices antérieurs;
  9° Un exposé des méthodes d'amortissement des commissions escomptées, des frais de premier établissement, d'administration, et d'exploitation, tant pour les affaires anciennes que pour les nouvelles;
  10° Lorsque l'objet de l'entreprise n'est pas limité aux opérations hypothécaires par intervention, une déclaration, énumérant les autres branches de son activité.
Art.19. De aanzoekende onderneming moet aan den Minister voorleggen: alle bescheiden, inlichtingen en bewijstukken, welke haar zouden gevraagd worden in verband met haar financieelen toestand en hare bewerkingen, welke deze ook mogen wezen.
  De Minister mag er ambtenaren van zijn departement mede belasten in de verschillende bedrijfszetels der onderneming in België, kennis te gaan nemen van alle bescheiden, boeken en bewijsstukken, welke er kunnen toe bijdragen hen over den financieelen toestand voor te lichten.
Art.19. L'entreprise requérante est tenue de communiquer au Ministre, tous documents, renseignements et justifications qui lui seraient demandés au sujet de sa situation financière et de ses opérations, quelles qu'elles soient.
  Le Ministre peut charger des agents de son administration de prendre connaissance, aux différents sièges de la société en Belgique, de tous documents, livres, pièces, comptables propres à l'éclairer sur la situation financière de l'entreprise.
Art.20. Het verzoek om toelating wordt onderworpen aan het advies der Commissie voor private verzekeringen en hypothecaire leeningen.
  Deze commissie kan alle bijkomende inlichtingen vragen.
  Zij kan het geven van het advies, dat zij, voorafgaandelijk aan de toelating, moet uitbrengen, uitstellen totdat de aanzoekende onderneming haar bevredigend antwoord heeft gegeven op haar verzoek om bijkomende inlichtingen.
Art.20. La requête aux fins d'autorisation est soumise à l'avis de la Commission des assurances privées et des prêts hypothécaires.
  Celle-ci peut demander tous compléments d'information.
  Elle peut surseoir à l'avis qu'elle doit donner préalablement à l'autorisation de l'entreprise requérante aussi longtemps que réponse satisfaisante n'a pas été donnée à cette demande d'information complémentaire.
Art.21. De levensverzekeringsondernemingen alsmede de kapitalisatieondernemingen, gemachtigd bij toepassing van de speciaal daarop betrekking hebbende wetgeving, zijn er van ontslagen, bij hun verzoek om toelating voor het afsluiten van hypothecaire leeningen met tusschenkomst, de technische uiteenzettingen, voorzien bij 5° en 6° van artikel 18 te voegen. Deze vrijstelling betreft slechts de bewerkingen, waarvan de reconstitutie gebeurt door middel van een bijgevoegd contract van levensverzekering of kapitalisatie.
  De ondernemingen, die toelating bekomen hebben hypothecaire leeningen met tusschenkomst te doen, maar die voor de reconstitutie der kapitalen een reconstitueerenden derde aanduiden of aanvaarden, zijn vrijgesteld, wat deze kapitalen betreft, van de toepassing van artikel 51 van het koninklijk besluit nr 225.
Art.21. Les entreprises d'assurances sur la vie et les sociétés de capitalisation autorisées par application de la législation qui leur est spéciale, sont dispensées d'adjoindre à leur demande d'autorisation de traiter les opérations hypothécaires par intervention, les exposés techniques repris sous les 5° et 6° de l'article 18. Cette dispense ne vise, toutefois, que les opérations pour lesquelles la reconstitution s'opère par un contrat adjoint d'assurances sur la vie ou de capitalisation.
  Les entreprises autorisées à pratiquer les opérations hypothécaires, par intervention, mais qui désignent ou qui agréent pour la reconstitution de capitaux traités un tiers reconstituant, sont dispensées, en ce qui concerne ces capitaux, de l'application de l'article 51 de l'arrêté royal n° 225.
AFDEELING B. - Verplichtingen, die uit de toelating voortvloeien.
SECTION B. - Des obligations résultant de l'autorisation.
Art.22. De bescheiden, voor het publiek bestemd, worden, in drievoud, door de ondernemingen aan den Minister medegedeeld. Deze mag het gebruik van alle bescheiden verbieden, welke hij van aard acht om het publiek te misleiden. Het is de ondernemingen verboden in deze bescheiden op de contrôle der regeering te zinspelen in andere bewoordingen dan de volgende:
  "Onderneming gemachtigd bij koninklijk besluit van tot het afsluiten van hypothecaire leeningen met tusschenkomst, ter uitvoering van het koninklijk besluit nr 225, van 7 Januari 1936."
Art.22. Les entreprises communiquent au Ministre, en triple exemplaire, les documents destinés au public. Le Ministre, peut interdire l'emploi de tous documents qui lui paraîtraient de nature à induire le public en erreur.
  Il est interdit aux entreprises de faire allusion dans ces documents au contrôle du Gouvernement autrement que dans les termes ci-après: "Entreprise autorisée par arrêté royal du ............, à faire des prêts hypothécaires par intervention en exécution de l'arrêté royal n° 225 du 7 janvier 1936."
Art.23. De buitenlandsche ondernemingen, die toelating verkregen hebben, moeten het bekendmaken van hunne statuten in het Belgisch Staatsblad bewijzen. Zij stellen in België een gevolmachtigde aan, die bij speciale machtiging, belast is ze te vertegenwoordigen in haar betrekkingen zoo met de administratie als met de particulieren en die zijne woonplaats en verblijfplaats in België moet hebben.
  De volmacht wordt den minister ter goedkeuring voorgelegd; zij wordt in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  Het besluit van toelating zal slechts na bedoelde bekendmakingen van kracht worden.
Art.23. Les entreprises étrangères autorisées doivent justifier de la publication de leurs statuts au Moniteur belge. Elles constituent, en Belgique, un fondé de pouvoirs, chargé par procuration spéciale de la représenter tant auprès de l'administration qu'à l'égard des particuliers et qui aura son domicile et sa résidence en Belgique.
  La procuration est soumise à l'approbation du Ministre; elle est publiée aux annexes du Moniteur belge.
  L'arrêté d'autorisation ne sortira ses effets qu'après les publications susvisées.
Art.24. Wanneer hare bedrijvigheid niet beperkt is tot hypothecaire leeningen met tusschenkomst, moet de gemachtigde onderneming, voor deze bewerkingen, een afzonderlijk beheer en boekhouding instellen. De balans en de winst- en verliesrekening van dit beheer moeten elk jaar opgemaakt worden.
  Bij ministerieele beslissing mag zij eveneens er toe gemachtigd worden aan de bij artikel 18 voorziene afschrijvingsmethoden wijziging te brengen.
Art.24. Lorsque son objet n'est pas limité aux opérations hypothécaires par intervention, l'entreprise autorisée doit établir, pour ces opérations, une gestion et une comptabilité distinctes. Le bilan et les comptes de profits et pertes de cette gestion doivent être dressés tous les ans.
Art.25. De algemeene onkosten en de gewone bedrijfsuitgaven worden ten volle op de winst- en verliesrekening van het dienstjaar geboekt.
  Wanneer nochtans, na de toelating te hebben verkregen, de onderneming buitengewoon hooge uitgaven zou hebben te bestrijden, waarvoor zij, op het ogenblik dat zij de toelating verkreeg, geene methode van afschrijving zou hebben voorzien, zal zij, bij een ministerieel besluit, er kunnen toe gemachtigd worden deze in een nader vast te stellen aantal jaren te delgen en een gedeelte er van op haar actief te boeken.
Art.25. Les frais généraux et les dépenses ordinaires d'exploitation seront portés intégralement au compte de profits et pertes de l'exercice.
  Toutefois, lorsque, postérieurement à l'autorisation, l'entreprise aura à faire face à des dépenses exceptionnellement élevées et pour lesquelles elle n'aurait pas prévu, au moment de l'autorisation, une méthode d'amortissement, elle pourra être autorisée par décision ministérielle à les amortir en un nombre d'années à déterminer et à en inscrire une partie à son actif. Une décision ministérielle pourra aussi permettre une modification de la méthode d'amortissement prévue à l'article 18.
Art.26. De buitenlandsche ondernemingen, die toelating hebben verkregen, dienen een afzonderlijk beheer en een afzonderlijke boekhouding in te stellen voor de leeningen en kredietopeningen, gewaarborgd hetzij door een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed of op een in België geïmmatriculeerd zee- of binnenschip, hetzij door verpanding van een op dezelfde wijze gewaarborgde schuldvordering, in dewelke zij als tusschenkomende partij zijn opgetreden. De balans en de winst- en verliesrekening van dit beheer moeten elk jaar opgemaakt worden.
Art.26. Les entreprises étrangères autorisées établiront une gestion et une comptabilité distinctes des prêts et d'ouvertures de crédit garantis soit par une hypothèse sur un immeuble situé en Belgique, ou sur un navire ou bateau immatriculé en Belgique, soit par le nantissement d'une créance garantie de la même manière, dans lesquels elles se sont portées partie intervenante. Le bilan et le compte de profits et pertes de cette gestion doivent être dressés tous les ans.
Art.27. De staten, door de gemachtigde ondernemingen aan den Minister voor te leggen, moeten alle contracten voor leening of kredietopening omvatten, die gewaarborgd zijn hetzij door een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed of op een in België geïmmatriculeerd zee- of binnenschip, hetzij door verpanding van een op dezelfde wijze gewaarborgde schuldvordering, in dewelke zij als tusschenkomende partij zijn opgetreden.
Art.27. Les entreprises autorisées doivent comprendre dans les états à fournir au Ministre tous les contrats de prêts et d'ouverture de crédit garantis soit par une hypothèque sur un immeuble situé en Belgique ou sur un navire ou bateau immatriculé en Belgique, soit par le nantissement d'une créance garantie de la même manière dans lesquels elles se sont portées partie intervenante.
Art.28. De bescheiden betreffende de contracten bedoeld in artikel 27, worden in België bewaard, hetzij ten maatschappelijken zetel, hetzij in elken anderen door den Minister aangenomen bedrijfszetel.
Art.28. Les documents relatifs aux contrats visés par l'article 27 sont conservés en Belgique, soit au siège social soit à tout siège d'opérations admis par le Ministre.
Art.29. De gemachtigde ondernemingen moeten, op de datums, in de vormen en onder de voorwaarden bij ministerieel besluit vast te stellen, aan den minister het jaarlijksch verslag overleggen van hunne hypothecaire verrichtingen met tusschenkomst, met bijvoeging van tabellen, betreffende den financieelen toestand der onderneming, en, in 't algemeen, alle andere gegevens van aard om de uitoefening van de contrôle te vergemakkelijken.
  De staten van berekening der gereconstitueerde kapitalen zullen door de onderneming opgemaakt worden in den vorm die wordt goedgekeurd door den Minister; deze zal ook een bepaald model voor deze bescheiden mogen opleggen.
Art.29. Les entreprises autorisées sont tenues de remettre au Ministre, aux dates et dans les formes et conditions à déterminer par un arrêté ministériel, le compte rendu annuel de leurs opérations hypothécaires par l'intervention, avec des tableaux concernant la situation financière, de l'entreprise et, en général, tous autres éléments propres à faciliter l'exercice de contrôle.
  Les états de calcul des capitaux reconstitués seront établis par l'entreprise dans une forme ayant reçu l'agrément du Ministre qui pourra imposer un modèle déterminé pour ces documents.
Art.30. Op verzoek van den Minister zijn de ondernemingen er toe gehouden, zonder verplaatsing voor te leggen, al de boeken, geschriften, contracten en bijlagen, rekeningstukken en andere documenten, die van aard zouden zijn om de contrôle mogelijk te maken over het al dan niet naleven van de opgelegde wettelijke en reglementaire verplichtingen.
Art.30. Sur réquisition du Ministre, les entreprises seront tenues de produire, sans déplacement, tous livres, écritures, contrats et annexes, pièces comptables et autres documents de nature à permettre le contrôle de l'exécution des obligations légales et réglementaires qui leur incombent.
Art.31. Mogen slechts toegepast worden na goedkeuring van den Minister, op advies van de Commissie van Private Verzekeringen en Hypothecaire Leeningen: alle wijzigingen van de statuten, van de technische grondslagen en methoden aangenomen voor het berekenen der annuïteiten en voor de reconstitutie der kapitalen, van de methoden voor afschrijving der oprichtingskosten, van de opslagen voorzien voor kosten van bestuur en van beheer, van de algemeene voorwaarden der contracten, zooals zij zijn vastgesteld bij artikel 41 van het koninklijk besluit nr 225, alsook van de formulieren voor de aanvragen van leening en van deze voor de regeling der onkosten wegens onderzoek van het dossier en schatting.
Art.31. Aucune modification aux statuts, aux bases et méthodes techniques adoptées pour le calcul des annuités et la reconstitution des capitaux, aux méthodes d'amortissement des frais de premier établissement, aux chargements prévus pour frais d'administration et de gestion, aux conditions générales des contrats, tels qu'ils sont déterminés par l'article 41 de l'arrêté royal n° 225, ainsi qu'aux formules de demandes de prêt et de règlement des frais d'examen du dossier et des frais d'expertise ne peut être appliquée qu'après approbation du Ministre, sur avis de la Commission des assurances privées et des prêts hypothécaires.
Art.32. (Opgeheven) <KB 2OO5-05-22/31, art. 31, 4°, 003 ; Inwerkingtreding : 01-01-2005>
Art.32. (Abrogé) <AR 2OO5-05-22/31, art. 31, 4°, 003 ; En vigueur : 01-01-2005>
Art.33. De gemachtigde ondernemingen zijn er toe gehouden een jaarlijksch verslag van hunne verrichtingen te publiceeren en dit aan iederen belanghebbende, die er om vraagt, af te leveren, zulks tegen betaling van een bepaalde som, welke 5 frank niet mag te boven gaan.
Art.33. Les entreprises autorisées sont tenues de publier un compte rendu annuel de leurs opérations et de le délivrer à tout intéressé qui en fait la demande, moyennant le payement d'une somme déterminée qui ne peut dépasser 5 francs.
Art.34. De artikelen 7, 8, 9 en 10 van hoofdstuk I van dit reglement zijn ook van toepassing op de gemachtigde ondernemingen van leeningen met tusschenkomst.
Art.34. Les articles 7, 8, 9 et 10 du chapitre Ier du présent règlement sont applicables aux entreprises de prêts par intervention autorisées.
AFDEELING C. - Borgstelling.
SECTION C. - Du cautionnement.
Art.35. De ondernemingen zijn er toe gehouden zekerheid te stellen. Het aanvangsbedrag van de borgstelling beloopt 100,000 fr. Zij moet gesteld worden voor de afkondiging van het besluit tot machtiging.
  Op het einde van ieder dienstjaar zal hierbij gevoegd worden een bedrag, groot 1 fr. 20 c. per 10,000 frank van het totaal der hypothecaire leeningen met tusschenkomst, waarvan de onderneming de reconstitutie op zich neemt. Deze bijgevoegde storting zal niet meer verplicht zijn zoodra de geheelde borgstelling 3 t.h. van het bedrag der gereconstitueerde kapitalen bereikt.
Art.35. L'entreprise est tenue de constituer un cautionnement. Le montant initial du cautionnement sera de 100,000 francs. Il sera constitué préalablement à la publication de l'arrêté d'autorisation.
  Il y sera ajouté, à la fin de chaque exercice, une somme égale à 1 fr. 20 c. par 10,000 fr. du montant total des prêts hypothécaires par intervention dont l'entreprise assume la reconstitution. Ce complément cesse d'être obligatoire lorsque le cautionnement total atteint 3 p.c. du montant des capitaux reconstitués.
Art.36. <KB 10-11-1969, art. 1> De zekerheid bestaat uit waarden die tot de categorieën hierna behoren:
  1° door het Rijk uitgegeven of gewaarborgde waarden;
  - effecten van leningen uitgegeven door de provincies, de gemeenten en door de verenigingen opgericht overeenkomstig de beschikkingen van de wetten betreffende de gemeenteverenigingen;
  - obligaties en kasbons uitgegeven door de (Gemeentekrediet-bank); <W 1991-06-17/30, Art. 271, 002; Inwerkingtreding : onbepaald >
  - obligaties en kasbons uitgegeven door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen;
  2° door vreemde Staten uitgegeven of gewaarborgde waarden, mits voorafgaande toelating door de Minister of zijn afgevaardigde. Het toegelaten percentage mag 10 pct. niet overschrijden.
  De schatting van de neergelegde waarden moet aan de hierna volgende voorwaarden voldoen:
  a) de op de beurs genoteerde effecten worden geschat:
  bij de neerlegging, aan de laagste wisselkoers van de laatste vijftien dagen die de dag van de neerlegging voorafgaan;
  na de neerlegging, aan de laagste wisselkoers van de laatste vijftien sagen die het sluiten van de laatste balans voorafgaan;
  b) andere waarden worden op het ogenblik van de neerlegging en erna, in overleg met de Minister of zijn afgevaardigde, geschat.
Art.36. <AR 10-11-1969, art. 1> Le cautionnement est constitué de valeurs appartenant aux catégories suivantes:
  1° valeurs énumérées ou garanties par l'Etat belge;
  - titres représentatifs d'emprunts des provinces, des communes et des associations formées conformément aux prescriptions des lois relatives aux associations de communes;
  - obligations et bons de caisse émis par (le Crédit communal-banque); <L 1991-06-17/30, Art. 271, 002; En vigueur : indéterminée >
  - obligations et bons de caisse émis par la Société nationale des Chemins de Fer belges;
  2° valeurs émises ou garanties par des Etats étrangers, moyennant autorisation préalable du Ministre ou de son délégué. Le pourcentage admis ne peut dépasser 10 p.c.
  L'estimation des valeurs déposées doit répondre aux conditions suivantes:
  a) les titres cotés en bourse sont estimés:
  lors du dépôt, au cours le plus bas des quinze derniers jours précédant le jour du dépôt;
  postérieurement au dépôt, au cours le plus bas des quinze derniers jours précédant la clôture du dernier bilan;
  b) les autres valeurs, au moment du dépôt et postérieurement, sont estimées en accord avec le Ministre ou son délégué.)
Art.37. De borgstelling wordt gedaan aan de Deposito- en Consignatiekas, indien zij in geldspeciën bestaat.
  De borgtocht in gereed geldt wordt in elk opzicht met de deposito- en consignatiegelden gelijkgesteld.
  Indien de borgtocht uit beurseffecten bestaat, dient hij gedeponeerd bij een agent van den Rijkskassier, voor rekening van de Deposito- en Consignatiekas, op vertoon van een borderel met aanduiding namelijk van den aard en het bedrag der beurseffecten. Dit borderel kan worden onderteekend door een tusschenpersoon, zonder dat deze van een geschreven volmacht moet laten blijken.
Art.37. Le dépôt du cautionnement ci-dessus prévu, s'il se fait en numéraire, s'effectuera au compte chèques postaux n° 41 de la Caisse des dépôts et consignations.
  Le cautionnement en numéraire est assimilé en tous points aux dépôts et consignations.
  Si le cautionnement est constitué au moyen de titres, il sera déposé chez un agent du caissier de l'Etat, pour le compte de la Caisse des dépôts et consignations, sur présentation d'un bordereau, qui désignera, notamment, la nature et le montant des titres; le bordereau pourra être signé par un tiers intermédiaire, sans que celui-ci ait à justifier d'un pouvoir écrit.
Art.38. Is de borgtocht uit effecten samengesteld, die bij wijze van loting kunnen worden terugbetaald, dan zal elk effect, voor het einde van één jaar van de terugbetaling, door een aanneembaar effect van dezelfde waarde worden vervangen, dat bij den agent, die het eerste deposito heeft ontvangen, in bewaring dient gegeven.
  Het nieuw effect zal, van rechtswege, door het enkel feit der bewaargeving onder voorlegging van het bij voorgaand artikel bedoeld borderel, bij voorrecht tot hetzelfde doel worden verbonden als het effect in de plaats waarvan het zal worden gegeven.
Art.38. Si le cautionnement comprend des titres remboursables par voie de tirage au sort, chaque titre devra, avant l'expiration de l'année du remboursement, être remplacé par un titre admissible, de même valeur, à déposer chez l'agent qui a reçu le premier dépôt.
  Le nouveau titre aura, de plein droit, par le seul fait du dépôt qui en sera opéré sur présentation du bordereau visé à l'article précédent, la même affectation par privilège que le titre auquel il sera substitué.
Art.39. De gezamenlijke of gedeeltelijke teruggave van de borgstelling zal, in voorkomend geval, bij een beslissing van den Minister worden verantwoord.
Art.39. La restitution totale ou partielle du cautionnement devra, le cas échéant, être justifiée par une décision du Ministre.
Art.40. Wat betreft de voorwaarden van de bewaargeving en de geheele of gedeeltelijke terugtrekking van de borgstelling, zullen de ondernemingen, onverminderd het hiervoren bepaalde, de verordeningen betreffende den dienst van de Deposito- en Consignatiekas moeten naleven.
Art.40. Pour toutes les conditions de dépôt ainsi que le retrait total ou partiel du cautionnement, les entreprises auront indépendamment des dispositions qui précèdent, à observer les règlements concernant le service de la Caisse des dépôts et consignations.
AFDEELING D. - De gereconstitueerde kapitalen.
SECTION D. - Des capitaux reconstitués.
Art.41. <KB 10-11-1969, art. 1> De goederen dienend tot dekking van de gereconstitueerde kapitalen moeten tot de hierna bepaalde beleggingscategorieën behoren:
  1° In een verhouding die niet minder mag zijn dan 15 pct. van het totaal van de kapitalen:
  - door het Rijk uitgegeven of gewaarborgde waarden;
  - effecten van leningen uitgegeven door de provinciën, de gemeenten en door de verenigingen opgericht overeenkomstig de beschikkingen van de wetten betreffende de gemeenteverenigingen;
  - obligaties en kasbons uitgegeven door de (Gemeentekrediet-bank); <W 1991-06-17/30, Art. 271, 002; Inwerkingtreding : onbepaald >
  - obligaties en kasbons uitgegeven door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen;
  2° In een verhouding die 10 pct. van het totaal van de kapitalen niet mag overschrijden:
  - obligaties uitgegeven door internationale organisaties waarvan België lid is en de leningseffecten uitgegeven door het Belgisch-Congolees Fonds voor delging en beheer;
  3° In een verhouding die 50 pct. van het totaal van de kapitalen noch 5 pct. van dit totaal voor éénzelfde waarde mag overschrijden:
  - obligaties van Belgische maatschappijen die ten minste vijf jaar bestaan;
  4° In een verhouding die 10 pct. van het totaal van de kapitalen noch 5 pct. van dit totaal voor éénzelfde waarde mag overschrijden:
  - obligaties van belgische maatschappijen die geen vijf jaar bestaan;
  5° In een verhouding die 15 pct. van het totaal van de kapitalen noch 5 pct. van dit totaal voor éénzelfde waarde mag overschrijden:
  - aandelen van Belgische maatschappijen die tenminste vijf haar bestaan;
  6° In een verhouding die 85 pct. van het totaal van de kapitalen niet mag overschrijden:
  - onroerende goederen in België gelegen en hypothecaire leningen op onroerende goederen in België gelegen;
  7° In een verhouding die 20 pct. van het totaal van de kapitalen niet mag overschrijden:
  - vreemde roerende waarden.
  Wanneer het evenwel, hetzij obligaties van maatschappijen, hetzij aandelen betreft, mag het percentage voor elkeen van deze categorieën, noch 10 pct. van het totaal van de kapitalen noch 5 pct. van dit totaal voor éénzelfde waarde overschrijden;
  8° In een verhouding die 5 pct. van het totaal van de kapitalen niet mag overschrijden:
  - certificaten die de rechten van mede-eigenaar in gemeenschappelijke beleggingsfondsen vertegenwoordigen.
  Wanneer het gemeenschappelijke beleggingsfondsen betreft die niet als Belgisch beschouwd worden in de zin van de wet van 27 maart 1957, betreffende de gemeenschappelijke beleggingsfondsen en tot wijziging van het Wetboek der zegelrechten en het Wetboek der met het zegel gelijkestelde taxes, is de aanwending van deze certificaten tot dekking van de kapitalen slechts geldig op voorwaarde dat de beheerders van die fondsen de machtiging vanwege de Bankcommissie hebben verkregen om in België de certificaten, die de rechten van mede-eigenaar in die fondsen vertegenwoordigen, openbaar uit te geven en dat deze machtiging door de bankcommissie niet ingetrokken is;
  9° Baar geld.
  Voor de toepassing van de nrs. 3° tot 7°, kan de Minister of zijn afgevaardigde zich verzetten tegen het behoud der beleggingen wanneer deze geen voldoende waarborgen bieden.
  Wanneer de omstandigheden zulks wettigen, kunnen de kapitalen, op elke wijze die door de ondernemingen voorgesteld en door de Minister of zijn afgevaardigde aangenomen wordt, als dekking worden aangenomen.
  Wanneer de reconstitutie geschiedt door middel van een levensverzekerings- of kapitalisatiecontract, dan blijven de kapitalen betrekking hebbende op de hypothecaire verrichtingen, afgesloten met tussenkomst van een onderneming bedoeld in het 2° van artikel 33 van het koninklijk besluit nr. 225, deel uitmaken van de wiskundige reserves, door de tussenkomende onderneming of de reconstituerende derde aan te leggen.
Art.41. <AR 10-11-1969, art. 2> Les biens affectés à la représentation des capitaux reconstitués doivent appartenir aux catégories de placement déterminées ci-après:
  1° Dans une proportion qui ne peut être inférieure à 15 p.c. du total des capitaux:
  - valeurs émises ou garanties par l'Etat belge;
  - titres représentatifs d'emprunts des provinces, des communes et des associations formées conformément aux prescriptions des lois relatives aux associations de communes;
  - obligations et bons de caisse émis par (le Crédit communal-banque); <L 1991-06-17/30, Art. 271, 002; En vigueur : indéterminée >
  - obligations et bons de caisse émis par la Société nationale des Chemins de Fer belges;
  2° Dans une proportion qui ne peut excéder 10 p.c. du total des capitaux:
  - obligations émises par des organisations internationales dont la Belgique est membre et titres de l'emprunt émis par le Fonds belgo-congolais d'amortissement et de gestion;
  3° Dans une proportion qui ne peut excéder 50 p.c. du total des capitaux ni 5 p.c. de ce total pour une même valeur:
  - obligations de sociétés belges ayant au moins cinq années d'existence;
  4° Dans une proportion qui ne peut excéder 10 p.c. du total des capitaux ni 5 p.c. de ce total pour une même valeur:
  - obligations de sociétés belges n'ayant pas cinq années d'existence;
  5° Dans une proportion qui ne peut excéder 15 p.c. du total des capitaux ni 5 p.c. de ce total pour une même valeur:
  - actions de sociétés belges ayant au moins cinq années d'existence;
  6° Dans une proportion qui ne peut excéder 85 p.c. du total des capitaux:
  - immeubles situés en Belgique et prêts hypothécaires sur immeubles situés en Belgique;
  7° Dans une proportion qui ne peut excéder 20 p.c. du total des capitaux:
  - valeurs mobilières étrangères.
  Toutefois, lorsqu'il s'agit soit d'obligations de sociétés, soit d'actions, le pourcentage ne peut, pour chacune de ces catégories, dépasser 10 p.c. du total des capitaux ni 5 p.c. de ce total pour une même valeur;
  8° Dans une proportion qui ne peut excéder 5 p.c. du total des capitaux:
  - certificats représentatifs de parts de copropriété dans des fonds communs de placement.
  Lorsqu'il s'agit de fonds communs de placement qui ne sont pas considérés comme belges au sens de la loi du 27 mars 1957, relative aux fonds communs de placement et modifiant le Code des droits de timbre et le Code des taxes assimilées au timbre, l'affectation de ces certificats à la représentation des capitaux est subordonnée à la condition que les gérants de ces fonds aient obtenu de la Commission Bancaire l'autorisation d'émettre publiquement en Belgique les certificats représentatifs des parts de copropriété de ces fonds et que cette autorisation ne soit pas retirée par la Commission Bancaire;
  9° Numéraire.
  Pour l'application des nos 3° à 7°, le Ministre ou son délégué peut s'opposer au maintien des placements lorsqu'ils ne présentent pas de garanties suffisantes.
  Lorsque les circonstances le justifient, les capitaux peuvent être représentés de toute manière proposée par l'entreprise et admise par le Ministre ou son délégué.
  Lorsque la reconstitution s'opère par un contrat d'assurance sur la vie ou de capitalisation, les capitaux relatifs aux opérations hypothécaires conclues avec intervention d'une entreprise visée au 2° de l'article 33 de l'arrêté royal n° 225 restent incorporés aux réserves mathématiques à constituer par l'entreprise intervenante ou par le tiers reconstituant.
Art.42. Onverminderd de toepassing van artikel 41, zullen de gereconstitueerde kapitalen, voor de in vreemde valuta afgesloten contracten, worden belegd in de munt, die voor het contract gekozen werd. De belegging zal geschieden in waarden door de onderneming voorgesteld en bij ministerieel besluit aangenomen.
Art.42. Sans préjudice à l'application de l'article 41, le placement des capitaux reconstitués afférents aux contrats conclus en monnaies étrangères se fera dans la monnaie du contrat. Il sera effectué en valeurs proposées par l'entreprise et admises par décision ministérielle.
Art.43. <KB 10-11-1969, art. 3> De waardering van de goederen dienend tot dekking van de gereconstitueerde kapitalen moet aan de hierna volgende voorwaarden voldoen:
  - de op de beurs genoteerde effecten worden met instemming van de Minister of zijn afgevaardigde, effect per effect geschat; die toegekende waarde aan het geheel der effecten mag echter niet meer bedragen dan deze die voortvloeit uit de toepassing van de prijs-courant, die in de loop van de maand, volgend op de afsluiting van het boekjaar, in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt;
  - elk onroerend goed wordt met instemming van de Minister of zijn afgevaardigde geschat; de toegekende waarde aan het geheel der onroerende goederen mag echter de globale verkoopwaarde niet overschrijden. De Minister of zijn afgevaardigde kan op elk ogenblik de ondernemingen verzoeken hem een hypothecaire staat van onroerende goederen, zijnde de tegenwaarde van de gereconstitueerde kapitalen, voor te leggen, evenals het bewijs van de verkoopwaarde van deze onroerende goederen;
  - de hypothecaire schuldvorderingen komen ten hoogste voor 75 pct. van de waarde der onroerende goederen in aanmerking, onder aftrek van, in voorkomend geval, de bestaande voorrechten en hypotheken;
  - voor de andere activa wordt de schatting gedaan met instemming van de Minister of zijn afgevaardigde.
Art.43. <AR 10-11-1969, art. 3> L'estimation des biens affectés à la représentation des capitaux reconstitués doit répondre aux conditions suivantes:
  - les titres cotés en bourse sont estimés, titre par titre, en accord avec le Ministre ou son délégué; toutefois, la valeur attribuée à l'ensemble des titres ne peut être supérieure à celle qui résulte de l'application du prix courant publié au Moniteur belge, au cours du mois qui suit la clôture de l'exercice;
  - chaque immeuble est estimé en accord avec le Ministre ou son délégué; toutefois, la valeur attribuée à l'ensemble des immeubles ne peut être supérieure à leur valeur vénale globale. Le Ministre ou son délégué peut en tout temps demander aux entreprises de lui fournir un état hypothécaire des immeubles représentatifs des capitaux reconstitués ainsi que la justification de la valeur vénale de ces immeubles;
  - les créances hypothécaires ne sont prises en considération que pour 75 p.c. au maximum de la valeur des immeubles, déduction faite, le cas échéant, des privilèges et des hypothèques antérieurs;
  - pour les autres actifs, l'estimation se fait avec l'accord du Ministre ou de son délégué.
Art.44. <KB 10-11-1969, art. 4> De ondernemingen moeten op elk ogenblik, in volle eigendom het geheel der dekkingswaarden van de gereconstitueerde kapitalen voor alle contracten voor of na 1 juli 1936 gesloten, in België bezitten en bewaren.
Art.44. <AR 10-11-1969, art. 4> Les entreprises sont tenues de posséder et de conserver, à tout moment, en Belgique, en pleine propriété, l'intégralité des valeurs représentatives des capitaux reconstitués de tous les contrats conclus tant avant qu'après le 1er juillet 1936.
Art.45. <KB 10-11-1969, art. 5> De ondernemingen moeten het baar geld op een rekening storten waarover slechts kan worden beschikt met instemming van de Minister of zijn afgevaardigde.
  Ze moeten in open bewaring, om te worden geboekt op een bijzondere rekening bij de deposito- banken of de instellingen die ze vooraf aan de Minister of zijn afgevaardigde zullen hebben bekendgemaakt en behoudens verzet van zijnentwege, die geldsommen en roerende waarden, tegenwaarden van de gereconstitueerde kapitalen geschikt voor dergelijke bewaargeving neerleggen.
  De Minister of zijn afgevaardigde kan zich steeds per brief verzetten tegen de bewaargeving of het behoud ervan bij de bank of de gekozen instelling.
  De samenstelling van dit deposito mag niet worden gewijzigd tenzij met de toestemming van de Minister of van zijn afgevaardigde; deze voorwaarde moet in de bewaringsakte worden vermeld.
  Wat de waarden die niet in bewaring kunnen worden gegeven betreft, bepaalt de Minister of zijn afgevaardigde de voorwaarden waaraan hun aanwending tot dekking van de gereconstitueerde kapitalen is onderworpen.
  De ondernemingen houden een bijgewerkt inventaris van de in bewaring neergelegde geldsommen en waarden; de bewijsschriften van de bewaargeving worden erbij gevoegd. Bovendien houden ze een staat bij van de andere goederen aangewend tot dekking van de gereconstitueerde kapitalen.
  Deze aanwending van de Minister of zijn afgevaardigde worden gewijzigd.
Art.45. <AR 10-11-1969, art. 5> Les entreprises sont tenues de verser le numéraire à un compte dont elles ne pourront disposer que de l'accord du Ministre ou de son délégué.
  Elles déposent à découvert en compte spécial dans les banques de dépôt ou les établissements qu'elles auront préalablement fait connaître au Ministre ou à son délégué et sauf opposition de sa part, celles des sommes et valeurs mobilières, représentatives des capitaux reconstitués, susceptibles d'un tel dépôt. Le Ministre ou son délégué peut, en tout temps et par simple lettre, signifier son opposition au dépôt ou au maintien de celui-ci auprès de la banque ou de l'établissement choisi. La composition du dépôt ne peut être modifiée qu'avec l'autorisation du Ministre ou de son délégué; il doit être fait mention de cette condition dans l'acte de dépôt.
  Pour les valeurs non susceptibles de dépôt, le Ministre ou son délégué détermine les conditions auxquelles est soumise leur affectation à la représentation des capitaux reconstitués.
  Les entreprises tiennent à jour l'inventaire des sommes et valeurs déposées et les certificats de dépôt y sont joints. Elles tiennent, en outre, un état des autres biens affectés à la représentation des capitaux reconstitués. Cette affectation ne peut être modifiée qu'avec l'autorisation du Ministre ou de son délégué.
Art.46. (opgeheven) <KB 10-11-1969, art. 6>
Art.46. (abrogé) <AR 10-11-1969, art. 6>
Art.47. <KB 10-11-1969, art. 7> Om de drie maanden zullen de ondernemingen aan de Minister of zijn afgevaardigde de lijst overleggen van de terugbetaalde hypothecaire schuldvorderingen erin begrepen de gedeeltelijke terugbetalingen alsmede de lijst der akten van hypotheekopheffing, wat er ook de oorzaak van zij.
Art.47. <AR 10-11-1969, art. 7> Les entreprises communiqueront tous les trois mois au Ministre, ou à son délégué, la liste des remboursements de créances hypothécaires, y compris les remboursements partiels et des actes de mainlevée d'hypothèque quelle qu'en soit la cause.
Art.48. De ondernemingen mogen de onroerende goederen, welke de tegenwaarde der gereconstitueerde kapitalen uitmaken noch vervreemden, noch in hypotheek geven zonder daarvan den Minister minstens tien dagen te voren verwittigd te hebben; de zelfde maatregel is van toepassing op het verpanden van hypothecaire schuldvorderingen, welke eveneens deze tegenwaarde uitmaken.
  Na verloop van dien termijn, mogen zij tot deze verrichtingen overgaan, voor zoover de Minister er zich niet heeft tegen verzet of geen voorwaarden voor zijn instemming heeft te kennen gegeven.
  De tegenwaarde der gereconstitueerde kapitalen zal zonder verwijl en evenwaardig aangevuld worden zooals voorzien in de vorenstaande artikelen.
Art.48. Les entreprises ne peuvent ni aliéner ou affecter en hypothèque les immeubles, ni donner en nantissement les créances hypothécaires, représentant les capitaux reconstitués, sans en avoir informé le Ministre au moins dix jours à l'avance.
  A l'expiration de ce délai, elles peuvent procéder à l'opération envisagée, pour autant que le Ministre n'y ait pas mis opposition ou qu'il n'ait pas indiqué les conditions dans lesquelles il l'autorise.
  La réserve des capitaux reconstitués devra être complétée sans délai, par des valeurs équivalentes dans les conditions prévues aux articles précédents.
Art.49. Voor de overeenkomsten afgesloten voor 1 Juli 1936, zullen de gemachtigde ondernemingen een staat der gereconstitueerde kapitalen opmaken, alsook voor de overeenstemmende beleggingen, welke in overeenkomst dienen te zijn met de voorschriften van hunne statuten. De gereconstitueerde kapitalen, voortkomende van de stortingen te dien einde gedaan na 1 Juli 1936, zullen moeten belegd worden onder de voorwaarden aangehaald in artikel 41.
  Wat betreft de buitenlandsche ondernemingen, gelden deze verplichtingen enkel voor de leeningen en kredietopeningen gewaarborgd hetzij door een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed of op een in België geïmmatriculeerd zee- of binnenschip, hetzij door verpanding van een hypothecaire schuldvordering op dezelfde wijze gewaarborgd, in dewelke zij als tusschenkomende partij zijn opgetreden.
Art.49. Pour les contrats conclus antérieurement au 1er juillet 1936, les entreprises autorisées dresseront un état des capitaux reconstitués et des placements correspondants, lesquels devront être conformes aux stipulations de leurs statuts. Les capitaux reconstitués provenant de sommes versées pour ces contrats en vue de la reconstitution des capitaux prêtés à partir du 1er juillet 1936, devront être placés dans les conditions prévues à l'article 41.
  Pour les entreprises étrangères, les obligations ci-dessus spécifiées ne s'appliquent qu'aux prêts et ouvertures de crédit garantis soit par une hypothèque sur un immeuble situé en Belgique ou sur un navire ou bateau immatriculé en Belgique, soit par le nantissement d'une créance garantie de la même manière dans lesquels elles se sont portées partie intervenante.
AFDEELING E. - Aanwervingskosten en commissieloonen.
SECTION E. - Des frais d'acquisition et commissions.
Art.50. Wat de contracten met reconstitutie door middel van periodieke stortingen betreft, mogen de gemachtigde ondernemingen op hun actief het saldo inschrijven van een rekening betreffende de af te lossen aanwervingskosten en commissieloonen.
  Deze rekening mag slechts die aanwervingskosten en commissieloonen omvatten, welke werkelijk betaald werden en zulks tot een maximum van 2 1/2 t.h. van de ontleende kapitalen.
  Het saldo van bedoelde rekening mag, bij het afsluiten der balans, de waarde niet te boven gaan van de opslagen voorzien voor aanwervingskosten en commissieloonen, begrepen in de periodieke stortingen van de op dien datum van kracht zijnde contracten, met dien verstande dat bovenvermeld maximum van 2 1/2 fr t.h. niet mag overschreden worden.
Art.50. En ce qui concerne les contrats de reconstitution à versements périodiques, les entreprises autorisées peuvent porter à leur actif le solde d'un compte de frais d'acquisition et de commission à amortir.
  Ce compte ne peut comprendre pour frais d'acquisition et commissions que les commissions et frais d'acquisition payés et au plus 2 1/2 p.c. des capitaux prêtés.
  Le solde dudit compte ne peut dépasser la valeur, à la date du bilan, des chargements pour frais d'acquisition et commissions incorporés dans les versements périodiques des contrats en cours à cette date et correspondant au maximum au taux fixé ci-dessus.
AFDEELING F. - Ophouding en intrekking der toelating.
SECTION F. - De la cessation et du retrait de l'autorisation.
Art.51. De toelating mag worden ingetrokken indien de onderneming binnen een termijn van zes maanden, te rekenen van den dag, waarop het besluit tot machtiging in het Staatsblad werd bekendgemaakt, hare verrichtingen niet heeft begonnen.
Art.51. L'autorisation de fonctionner pourra être retirée si l'entreprise n'a pas commencé ses operations dans un délai de six mois à compter du jour de la publication de l'arrêté d'autorisation au Moniteur belge.
Art.52. Indien de rekeningen van een onderneming herhaalde malen met verlies sluiten of indien haar financieele toestand voor de ontleeners geen voldoende waarborgen biedt, namelijk omdat de aanwervings- en beheerskosten overdreven zijn of nog omdat de waarden der beleggingen onder het bedrag der gereconstitueerde kapitalen blijven, dan zal de onderneming uitgenoodigd worden voorstellen te doen omtrent de te treffen maatregelen om haar toestand terug op te werken.
  Bedoelde maatregelen mogen slechts toegepast worden na de goedkeuring van den Minister, op advies van de Commissie van private verzekeringen en hypothecaire leeningen.
  Bij gebreke van deze goedkeuring, mag de machtiging bij koninklijk besluit worden herroepen.
  Hetzelfde geldt indien bedoelde maatregelen, na de ministerieele goedkeuring, niet ten uitvoer werden gebracht of indien zij geen voldoende uitslagen geven.
Art.52. Si, d'une façon répétée, les comptes d'une entreprise se soldent en perte ou si sa situation financière n'offre pas pour les emprunteurs des garanties suffisantes, notamment parce que les dépenses d'acquisition et de gestion sont exagérées ou encore parce que la valeur des placements est inférieure au montant des capitaux reconstitués, l'entreprise sera invitée à faire des propositions quant aux mesures à prendre pour redresser sa situation.
  Ces mesures ne pourront être mises en vigueur qu'après approbation du Ministre, sur avis de la Commission des assurances privées et des prêts hypothécaires.
  A défaut de cette approbation, l'autorisation peut être révoquée par arrête royal. Il en est de même si ces mesures ne sont pas mises à exécution après l'approbation ministérielle ou si elles ne donnent pas de résultats suffisants.
Art.53. Wanneer de onderneming de bepalingen van hare statuten of die der uitvoeringswetten en -reglementen niet naleeft, mag de machtiging bij koninklijk besluit worden herroepen.
Art.53. Lorsque l'entreprise ne se conforme pas à ses statuts ou aux lois et règlements d'exécution, l'autorisation pourra être révoquée par arrêté royal.
Art.54. De herroeping gaat gepaard met het verbod om nog nieuwe verrichtingen te doen. Zij mag slechts uitgesproken worden na het verstrijken van een termijn door den Minister aan de in gebreke blijvende onderneming, voor eventueele inregelstelling of rechtvaardiging gesteld.
Art.54. La révocation emporte interdiction de faire des opérations nouvelles. Elle ne peut être prononcée qu'après l'expiration d'un délai fixé par le Ministre à l'entreprise en défaut pour régularisation éventuelle ou justification.
Art.55. De koninklijke besluiten betreffende de intrekking, de herroeping, alsmede de koninklijke besluiten, waarbij de afstand van de toelating wordt vastgesteld, worden in het Staatsblad bij uittreksel bekendgemaakt.
Art.55. Les arrêtés royaux de retrait, de révocation ainsi que les arrêtés royaux constatant la renonciation sont publiés par extrait au Moniteur belge.
Art.56. In geval van intrekking, herroeping of afstand zal een koninklijk besluit de noodige maatregelen tot vrijwaring der rechten van ontleeners en leeners voorschrijven, onverminderd de rechten der andere schuldeischers, namelijk door de benoeming van commissarissen of liquidatoren, belast met het beheer en de vereffening der waarden op dewelke het voorrecht, bedoeld onder artikel 54 van besluit-wet nr 225, slaat.
  Bij het koninklijk besluit mag de onderneming, indien daartoe aanleiding bestaat, ertoe worden gemachtigd zelf het vereffenen harer contracten ter hand te nemen. Zij mag er ook toe gemachtigd worden al hare contracten of een gedeelte er van, onverminderd de rechten der ontleeners, aan een andere gemachtigde onderneming over te laten.
  Tijdens den duur van de vereffening van hare verrichtingen, zal de onderneming aan de contrôle onderworpen blijven.
Art.56. En cas de retrait, de révocation ou de renonciation, un arrêté royal ordonnera les mesures propres à sauvegarder les droits des emprunteurs et des prêteurs, sans préjudice aux droits des autres créanciers, notamment par la nomination de commissaires ou liquidateurs chargés de la gestion et de la liquidation des valeurs sur lesquelles s'exerce le privilège visé à l'article 54 de l'arrêté royal n° 225.
  L'arreté royal pourra, s'il y a lieu, autoriser l'entreprise à procéder elle-même à la liquidation de ses contrats. Il pourra également l'autoriser à transférer tout ou partie de ses contrats à une autre entreprise autorisée, sans préjudice aux droits des emprunteurs.
  L'entreprise restera soumise au contrôle pendant la durée de la liquidation de ses opérations.
EINDBEPALING.
Disposition finale.
Art.57. De ondernemingen mogen zich op geen verworven recht ten opzichte van den Staat beroepen krachtens de bepalingen van dit besluit of de beslissingen, die voor de uitvoering er van zullen worden getroffen.
Art.57. Les entreprises ne peuvent se prévaloir d'aucun droit acquis vis-à-vis de l'Etat, en vertu du présent arrêté ou des décisions prises pour son exécution.
Art. 58. Onze Minister van Arbeid en Sociale Voorzorg is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in werking treedt met 1 Juli 1936.
Art. 58. Notre Ministre du travail et de la prévoyance sociale est chargé de l'execution du présent arrêté, qui entrera en vigueur le 1er juillet 1936.