Artikel 1. Voor elke zeehaven van het Rijk wordt een havenkapiteinsdienst opgericht.
De havenkapiteinsdienst ressorteert onder het bestuur of het organisme belast met de exploitatie der haven.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
5 MEI 1936. - Wet tot vaststelling van het statuut der havenkapiteins. (NOTA : opgeheven voor het Vlaams Gewest bij DVR2019-05-03/36, art. 23, 007; Inwerkingtreding : 11-07-2019) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-09-1993 en tekstbijwerking tot 01-07-2019)
Titre
5 MAI 1936. - Loi fixant le statut des capitaines de port. (NOTE : abrogé pour la Région flamande par DCFL2019-05-03/36, art. 23, 007; En vigueur : 11-07-2019) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 23-09-1993 et mise à jour au 01-07-2019)
Informations sur le document
Numac: 1936050552
Datum: 1936-05-05
Info du document
Numac: 1936050552
Date: 1936-05-05
Table des matières
Table des matières
Tekst (26)
Texte (26)
Article 1. Il est institué pour chaque port maritime du Royaume une capitainerie du port.
La capitainerie du port relève de l'administration ou de l'organisme chargé de l'exploitation du port.
La capitainerie du port relève de l'administration ou de l'organisme chargé de l'exploitation du port.
Art.2. De havenkapiteinsdienst staat onder het gezag en de leiding van een of meer kapiteins, eventueel bijgestaan door adjunct-kapiteins en luitenants.
In de havens waar verscheiden kapiteins mochten benoemd worden, wijst het exploiteerend bestuur of organisme, onder goedkeuring van den Minister tot wiens bevoegdheid het zeewezen behoort, dien onder hen aan waaraan de anderen in de uitoefening van hun ambt tijdelijk of definitief ondergeschikt zijn.
Bij gebrek aan bijzondere aanstelling, staan de kapiteins onder dezen onder hen, die het oudst in graad is.
In de havens waar verscheiden kapiteins mochten benoemd worden, wijst het exploiteerend bestuur of organisme, onder goedkeuring van den Minister tot wiens bevoegdheid het zeewezen behoort, dien onder hen aan waaraan de anderen in de uitoefening van hun ambt tijdelijk of definitief ondergeschikt zijn.
Bij gebrek aan bijzondere aanstelling, staan de kapiteins onder dezen onder hen, die het oudst in graad is.
Art.2. La capitainerie du port est placée sous l'autorité et la direction d'un ou plusieurs capitaines, éventuellement assistés de capitaines adjoints et de lieutenants.
Dans les ports où seraient nommés plusieurs capitaines, l'administration ou l'organisme exploitant désigne, sous l'approbation du Ministre chargé de l'administration de la marine, celui d'entre eux auquel les autres sont temporairement ou définitivement subordonnés dans l'exercice de leurs fonctions.
A défaut de désignation spéciale, les capitaines sont subordonnés au plus ancien d'entre eux.
Dans les ports où seraient nommés plusieurs capitaines, l'administration ou l'organisme exploitant désigne, sous l'approbation du Ministre chargé de l'administration de la marine, celui d'entre eux auquel les autres sont temporairement ou définitivement subordonnés dans l'exercice de leurs fonctions.
A défaut de désignation spéciale, les capitaines sont subordonnés au plus ancien d'entre eux.
Art. 2_VLAAMS_GEWEST. De havenkapiteinsdienst staat onder het gezag en de leiding van een of meer kapiteins, eventueel bijgestaan door adjunct-kapiteins en luitenants.
In de havens waar verscheiden kapiteins mochten benoemd worden, wijst het exploiteerend bestuur of organisme, onder goedkeuring van den Minister tot wiens bevoegdheid (de bevoegde instantie, vermeld in het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen naar de Vlaamse havens en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum) behoort, dien onder hen aan waaraan de anderen in de uitoefening van hun ambt tijdelijk of definitief ondergeschikt zijn.
Bij gebrek aan bijzondere aanstelling, staan de kapiteins onder dezen onder hen, die het oudst in graad is.
In de havens waar verscheiden kapiteins mochten benoemd worden, wijst het exploiteerend bestuur of organisme, onder goedkeuring van den Minister tot wiens bevoegdheid (de bevoegde instantie, vermeld in het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen naar de Vlaamse havens en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum) behoort, dien onder hen aan waaraan de anderen in de uitoefening van hun ambt tijdelijk of definitief ondergeschikt zijn.
Bij gebrek aan bijzondere aanstelling, staan de kapiteins onder dezen onder hen, die het oudst in graad is.
Art. 2 _REGION_FLAMANDE.
La capitainerie du port est placée sous l'autorité et la direction d'un ou plusieurs capitaines, éventuellement assistés de capitaines adjoints et de lieutenants.
Dans les ports où seraient nommés plusieurs capitaines, l'administration ou l'organisme exploitant désigne, sous l'approbation du Ministre chargé de l'administration de (l'instance compétente, visée au décret du 16 juin 2006 relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum), celui d'entre eux auquel les autres sont temporairement ou définitivement subordonnés dans l'exercice de leurs fonctions.
A défaut de désignation spéciale, les capitaines sont subordonnés au plus ancien d'entre eux.
La capitainerie du port est placée sous l'autorité et la direction d'un ou plusieurs capitaines, éventuellement assistés de capitaines adjoints et de lieutenants.
Dans les ports où seraient nommés plusieurs capitaines, l'administration ou l'organisme exploitant désigne, sous l'approbation du Ministre chargé de l'administration de (l'instance compétente, visée au décret du 16 juin 2006 relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum), celui d'entre eux auquel les autres sont temporairement ou définitivement subordonnés dans l'exercice de leurs fonctions.
A défaut de désignation spéciale, les capitaines sont subordonnés au plus ancien d'entre eux.
Art.3. De havenkapiteins en adjunct-havenkapiteins worden op de voordracht van den Minister tot wiens bevoegdheid het zeewezen behoort, door den Koning benoemd op een door het exploiteerend bestuur of organisme ingediende voordrachtlijst met tweemaal zooveel candidaten als er plaatsen te begeven zijn.
De besturen en organismen regelen de modaliteiten van candidaatstelling en van aanvaarding der candidaturen.
De besturen en organismen regelen de modaliteiten van candidaatstelling en van aanvaarding der candidaturen.
Art.3. Les capitaines et capitaines adjoints sont nommés par le Roi, sur la proposition du Ministre chargé de l'administration de la marine, et sur présentation par l'administration ou l'organisme exploitant, d'une liste comportant un nombre de candidats double du nombre d'emplois à conférer.
Les administrations et organismes règlent les modalités de présentation et d'admission des candidatures.
Les administrations et organismes règlent les modalités de présentation et d'admission des candidatures.
Art. 3_VLAAMS_GEWEST. De havenkapiteins en adjunct-havenkapiteins worden op de voordracht van den Minister tot wiens bevoegdheid het zeewezen behoort, door (de Vlaamse Regering) benoemd op een door het exploiteerend bestuur of organisme ingediende voordrachtlijst met tweemaal zooveel candidaten als er plaatsen te begeven zijn. De besturen en organismen regelen de modaliteiten van candidaatstelling en van aanvaarding der candidaturen.
Art. 3 _REGION_FLAMANDE. Les capitaines et capitaines adjoints sont nommés par (le Gouvernement flamand), sur la proposition du Ministre chargé de l'administration de la marine, et sur présentation par l'administration ou l'organisme exploitant, d'une liste comportant un nombre de candidats double du nombre d'emplois à conférer. Les administrations et organismes règlent les modalités de présentation et d'admission des candidatures.
Art.4. De kapiteins en adjunct-kapiteins moeten :
1° (Belg zijn); <W 1993-08-06/35, art. 12, 002; Inwerkingtreding : 03-10-1993>
2° Ten minste dertig jaar oud zijn;
3° Kennis bezitten van de Vlaamsche en de Fransche taal en een vreemde taal vloeiend spreken;
4° Houder zijn van het brevet van kapitein ter lange omvaart;
5° Hetzij ten minste vijf jaar werkelijken scheepsdienst als hoofd van de wacht op Belgische schepen tellen; hetzij ten minste drie jaar werkelijken scheepsdienst als hoofd van de wacht tellen en gedurende ten minste drie jaar het ambt van havenluitenant hebben uitgeoefend.
1° (Belg zijn); <W 1993-08-06/35, art. 12, 002; Inwerkingtreding : 03-10-1993>
2° Ten minste dertig jaar oud zijn;
3° Kennis bezitten van de Vlaamsche en de Fransche taal en een vreemde taal vloeiend spreken;
4° Houder zijn van het brevet van kapitein ter lange omvaart;
5° Hetzij ten minste vijf jaar werkelijken scheepsdienst als hoofd van de wacht op Belgische schepen tellen; hetzij ten minste drie jaar werkelijken scheepsdienst als hoofd van de wacht tellen en gedurende ten minste drie jaar het ambt van havenluitenant hebben uitgeoefend.
Art.4. Les capitaines et capitaines adjoints doivent :
1° (Etre Belges); <L 1993-08-06/35, art. 12, 002; En vigueur : 03-10-1993>
2° Etre âgés de trente ans au moins;
3° Posséder les langues française et flamande et parler couramment une langue étrangère;
4° Etre brevetés capitaines au long cours;
5° Compter : soit au moins cinq années de navigation professionnelle effective en qualité de chef de quart, soit au moins trois années de navigation professionnelle effective en qualité de chef de quart et avoir rempli pendant trois années au moins les fonctions de lieutenant de port.
1° (Etre Belges); <L 1993-08-06/35, art. 12, 002; En vigueur : 03-10-1993>
2° Etre âgés de trente ans au moins;
3° Posséder les langues française et flamande et parler couramment une langue étrangère;
4° Etre brevetés capitaines au long cours;
5° Compter : soit au moins cinq années de navigation professionnelle effective en qualité de chef de quart, soit au moins trois années de navigation professionnelle effective en qualité de chef de quart et avoir rempli pendant trois années au moins les fonctions de lieutenant de port.
Art. 4_VLAAMS_GEWEST. [1 Om benoemd te worden tot havenkapitein of adjunct-havenkapitein moet de kandidaat hetzij :
1° houder zijn of zijn geweest van een STCW'95-certificaat van master voor zeeschepen met een brutotonnage van 3 000 of meer;
2° houder zijn van een brevet van kapitein ter lange omvaart;
3° houder zijn van een diploma van licentiaat of master in de nautische wetenschappen, ten minste 24 maanden effectieve vaart verricht hebben als hoofd van de wacht op zeeschepen met een brutotonnage van 3 000 of meer en gedurende ten minste 3 jaar een door het exploiterend bestuur of organisme als relevant omschreven ambt binnen een havenkapiteinsdienst hebben uitgeoefend.]1
1° houder zijn of zijn geweest van een STCW'95-certificaat van master voor zeeschepen met een brutotonnage van 3 000 of meer;
2° houder zijn van een brevet van kapitein ter lange omvaart;
3° houder zijn van een diploma van licentiaat of master in de nautische wetenschappen, ten minste 24 maanden effectieve vaart verricht hebben als hoofd van de wacht op zeeschepen met een brutotonnage van 3 000 of meer en gedurende ten minste 3 jaar een door het exploiterend bestuur of organisme als relevant omschreven ambt binnen een havenkapiteinsdienst hebben uitgeoefend.]1
Modifications
Art. 4 _REGION_FLAMANDE.
[1 Pour être nommé capitaine de port ou capitaine de port adjoint, le candidat doit soit :
1° être ou avoir été détenteur d'un Certificat de Master STCW-95 pour navires d'un tonnage brut de 3 000 ou plus;
2° être détenteur d'un brévet de capitaine au long cours;
3° être détenteur d'un diplôme de licencié ou de master en sciences nautiques, avoir effectué au moins 24 mois de navigation effective en tant que chef de quart à bord de navires au tonnage brut de 3 000 ou plus et avoir exercé pendant au moins 3 ans une fonction au sein d'une capitainerie de port jugée pertinente par l'administration ou l'organisme exploitants.]1
[1 Pour être nommé capitaine de port ou capitaine de port adjoint, le candidat doit soit :
1° être ou avoir été détenteur d'un Certificat de Master STCW-95 pour navires d'un tonnage brut de 3 000 ou plus;
2° être détenteur d'un brévet de capitaine au long cours;
3° être détenteur d'un diplôme de licencié ou de master en sciences nautiques, avoir effectué au moins 24 mois de navigation effective en tant que chef de quart à bord de navires au tonnage brut de 3 000 ou plus et avoir exercé pendant au moins 3 ans une fonction au sein d'une capitainerie de port jugée pertinente par l'administration ou l'organisme exploitants.]1
Modifications
Art.5. Het exploiteerend bestuur of organisme bepaalt het kader van de officieren, alsmede van het personeel van allen rang en alle categorie van den havenkapiteinsdienst naar gelang van de belangrijkheid der havendiensten en werft dat personeel aan binnen de perken van het vastgesteld kader, onverminderd artikel 3 hiervoren.
Art.5. L'administration ou l'organisme exploitant arrête, suivant l'importance des services du port, le cadre des officiers ainsi que du personnel de tout rang et catégorie de la capitainerie et procède, sans préjudice de l'article 3 ci-dessus, à l'engagement de ce personnel dans les limites du cadre arrêté.
Art. 5_VLAAMS_GEWEST. Het exploiteerend bestuur of organisme bepaalt het kader van de officieren, alsmede van het personeel van allen rang en alle categorie van den havenkapiteinsdienst naar gelang van de belangrijkheid der havendiensten en werft dat personeel aan binnen de perken van het vastgesteld kader, onverminderd artikel 3 hiervoren. (Het ontslag van de havenkapiteins en adjunct-havenkapiteins wordt hen verleend door de Vlaamse Regering.)
Art. 5 _REGION_FLAMANDE. L'administration ou l'organisme exploitant arrête, suivant l'importance des services du port, le cadre des officiers ainsi que du personnel de tout rang et catégorie de la capitainerie et procède, sans préjudice de l'article 3 ci-dessus, à l'engagement de ce personnel dans les limites du cadre arrêté. (La démission des capitaines de port et des capitaines de port adjoints leur est accordée par le Gouvernement flamand.)
Art.6. De kapiteins en adjunct-kapiteins zijn belast met te zorgen voor de uitvoering, binnen gansch de uitgestrektheid der haven, van de wetten en algemeene reglementen, alsmede van de bijzondere reglementen ter zake van de exploitatie en de politie van de haven, de veiligheid van de scheepvaart en de schepen, en de verrichtingen betreffende de goederen.
Het bestuur of het organisme, waarvan zij afhangen, bepaalt, buitendien, den aard en de uitgebreidheid van hun onderscheiden bevoegdheden wat de werking en het toezicht van de havenkapiteinsdiensten betreft, en inzonderheid in zake het verkeer en de ligplaatsen der zeeschepen, binnenschepen en andere drijvende toestellen, het gebruik van de sluizen en droogdokken, het openen en sluiten der bruggen.
Het bestuur of het organisme, waarvan zij afhangen, bepaalt, buitendien, den aard en de uitgebreidheid van hun onderscheiden bevoegdheden wat de werking en het toezicht van de havenkapiteinsdiensten betreft, en inzonderheid in zake het verkeer en de ligplaatsen der zeeschepen, binnenschepen en andere drijvende toestellen, het gebruik van de sluizen en droogdokken, het openen en sluiten der bruggen.
Art.6. Les capitaines et capitaines adjoints sont chargés d'assurer, dans toute l'étendue du port, l'exécution des lois et règlements généraux ainsi que des règlements particuliers relatifs à l'exploitation et à la police du port, à la sécurité de la navigation et des navires et aux opérations concernant les marchandises.
L'administration ou organisme dont ils relèvent détermine en outre la nature et l'étendue de leurs attributions respectives, en ce qui concerne le fonctionnement et la surveillance des services de la capitainerie et notamment les mouvements et emplacements des navires, bateaux et autres engins flottants, l'utilisation des écluses et cales sèches, l'ouverture et la fermeture des ponts.
L'administration ou organisme dont ils relèvent détermine en outre la nature et l'étendue de leurs attributions respectives, en ce qui concerne le fonctionnement et la surveillance des services de la capitainerie et notamment les mouvements et emplacements des navires, bateaux et autres engins flottants, l'utilisation des écluses et cales sèches, l'ouverture et la fermeture des ponts.
Art.7. In de uitoefening van hun ambtsplichten omschreven in het eerste lid van het vorig artikel, zijn de havenkapiteins en adjunct-havenkapiteins, officieren van gerechtelijke politie, hulpofficieren van den procureur des Konings.
Alvorens in dienst te treden leggen zij den eed af vóór de rechtbank van eersten aanleg van het arrondissement waarin de haven gelegen is.
Onverminderd de plichten welke alle andere bevoegde officieren van gerechtelijke politie zijn opgelegd, worden door hen opgespoord en vastgesteld de overtredingen van de in artikel 6 bedoelde wetten, reglementen en onderrichtingen, alsmede alle andere misdrijven bedreven binnen de grenzen van de onder hun toezicht staande haven.
Alvorens in dienst te treden leggen zij den eed af vóór de rechtbank van eersten aanleg van het arrondissement waarin de haven gelegen is.
Onverminderd de plichten welke alle andere bevoegde officieren van gerechtelijke politie zijn opgelegd, worden door hen opgespoord en vastgesteld de overtredingen van de in artikel 6 bedoelde wetten, reglementen en onderrichtingen, alsmede alle andere misdrijven bedreven binnen de grenzen van de onder hun toezicht staande haven.
Art.7. Dans l'exercice de leurs fonctions, déterminées à l'alinéa premier de l'article précédent, les capitaines et capitaines adjoints de port sont officiers de police judiciaire, auxiliaires du procureur du Roi.
Avant d'entrer en fonction, ils prêtent serment devant le tribunal de première instance de l'arrondissement dans lequel est situé le port.
Ils recherchent et constatent, sans préjudice des devoirs incombant à tous autres officiers de police judiciaire compétents, les contraventions aux lois, règlements et instructions visés à l'article 6, ainsi que toutes autres infractions commises dans l'étendue du port soumise à leur surveillance.
Avant d'entrer en fonction, ils prêtent serment devant le tribunal de première instance de l'arrondissement dans lequel est situé le port.
Ils recherchent et constatent, sans préjudice des devoirs incombant à tous autres officiers de police judiciaire compétents, les contraventions aux lois, règlements et instructions visés à l'article 6, ainsi que toutes autres infractions commises dans l'étendue du port soumise à leur surveillance.
Art.8. De processen-verbaal opgemaakt door de kapiteins en de adjunct-kapiteins, worden binnen de drie dagen overgezonden aan den ambtenaar belast met het ambt van openbaar ministerie bij de politierechtbank, of aan de procureur des Konings, naarvolgens het vastgesteld misdrijf tot de bevoegdheid van de politierechtbank of van de correctioneele rechtbank behoort.
Art.8. Les procès-verbaux dressés par les capitaines et capitaines adjoints seront transmis, dans les trois jours, à l'officier chargé des fonctions du ministère public près le tribunal de police ou au procureur du Roi, suivant que l'infraction constatée ressortit à la compétence du tribunal de police ou du tribunal correctionnel.
Art.9. De luitenants staan de kapiteins en de adjunct-kapiteins bij in al hun ambtsplichten. Zij brengen over al de vastgestelde misdrijven verslag uit bij den kapitein of den adjunct-kapitein, onder wiens gezag zij geplaatst zijn; deze maken proces-verbaal op, dat voor gevolggeving wordt overgezonden zooals in het vorig artikel is voorzien.
Art.9. Les lieutenants assistent les capitaines et les capitaines adjoints dans tous les devoirs de leurs charges. Ils font rapport de toutes infractions constatées au capitaine ou au capitaine adjoint dont ils relèvent; ceux-ci en dressent procès-verbal transmis pour suite ainsi qu'il est prévu à l'article précédent.
Art.10. Een kapitein of schipper van een zeeschip of een binnenschip of elk ander drijvend toestel die een uitdrukkelijk bevel heeft overtreden dat door een kapitein, een adjunct-kapitein, een luitenant of een bediende van den havenkapiteinsdienst zelfs mondelings of door middel van seinen werd gegeven voor het binnen- of het uitvaren, het verkeer of de ligplaats in de haven, wordt gestraft met geldboete van 26 frank tot 300 frank.
In geval van herhaling binnen het jaar volgende op een krachtens voorgaande bepalingen opgeloopen veroordeeling, is de geldboete van 300 frank tot 3,000 frank.
In geval van herhaling binnen het jaar volgende op een krachtens voorgaande bepalingen opgeloopen veroordeeling, is de geldboete van 300 frank tot 3,000 frank.
Art.10. Tout capitaine ou patron d'un navire ou bateau ou autre engin flottant qui aura contrevenu à un ordre formel donné même verbalement ou par signaux par un capitaine, un capitaine adjoint, un lieutenant ou un agent de la capitainerie pour l'entrée ou la sortie, le mouvement ou l'emplacement dans le port sera puni d'une amende de 26 francs à 300 francs.
En cas de récidive dans l'année qui suit une condamnation encourue en vertu de la disposition ci-dessus, l'amende sera de 300 francs à 3.000 francs.
En cas de récidive dans l'année qui suit une condamnation encourue en vertu de la disposition ci-dessus, l'amende sera de 300 francs à 3.000 francs.
Art.11. Misdrijven tegen de reglementen genomen voor de exploitatie, de veiligheid en de politie in de havens worden gestraft met gevangenzitting van acht dagen tot veertien dagen en met geldboete van 26 frank tot 500 frank, of met één van die straffen alleen.
Art.11. Les infractions aux règlements pris pour l'exploitation, la sécurité et la police dans les ports seront punies d'un emprisonnement de huit jours à quatorze jours et d'une amende de 26 francs à 500 francs, ou de l'une de ces peines seulement.
Art.12. De bepalingen van boek I van het Wetboek van strafrecht zijn, zonder uitzondering, toepasselijk op de bij deze wet voorziene misdrijven.
Art.12. Les dispositions du livre 1er du Code pénal, sans exception, sont applicables aux infractions prévues par la présente loi.
Art.13. De bij voorgaande artikelen 10 en 11 bedoelde misdrijven behooren tot de bevoegdheid van de politierechtbank.
Art.13. Les infractions visées aux articles 10 et 11 ci-dessus sont de la compétence du tribunal de police.
Art.14. Wanneer een der bij voorgaande artikelen 10 en 11 bedoelde misdrijven werden vastgesteld door een havenofficier, daartoe bijzonder van kwijtschriftboekjes met strooken voorzien, kan de overtreder de geldboete onmiddellijk betalen in handen van den verbalisant. Die betaling heeft staking van alle rechtsvervolging voor gevolg, behalve indien het openbaar ministerie acht een andere straf dan de geldboete te moeten vorderen en onverminderd het recht dat de benadeelde partij heeft om vóór het strafgerecht vergoeding van de veroorzaakte schade te eischen.
De overtreder kan buitendien, indien hij van geen woonplaats in België kan doen blijken, verplicht worden een borg te stellen of een bepaalde som te storten als waarborg voor de eventueele invordering van de door hem verbeurde geldboeten en van de schadevergoedingen waartoe hij kan veroordeeld worden.
Bij onmogelijkheid of weigering aan die verplichting te voldoen, kan het zee- of binnenschip of het drijvend toestel aan boord waarvan de overtreding bedreven werd, door de havenkapiteins aangehouden worden.
De kapiteins houden eveneens, op schriftelijke vordering van (de met de schheepvaartcontrole belaste ambtenaren), de vaartuigen aan ten laste van welke geldboeten of andere schuldvorderingen van den Staat, niet deugdelijk gewaarborgd, zijn blijven bestaan. <W 1999-05-03/30, art. 54, 003; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
In de gevallen voorzien in de twee vorige leden, wordt aan den kapitein of schipper van het aangehouden vaartuig schriftelijk kennis gegeven van de reden van de weigering tot vertrek.
De overtreder kan buitendien, indien hij van geen woonplaats in België kan doen blijken, verplicht worden een borg te stellen of een bepaalde som te storten als waarborg voor de eventueele invordering van de door hem verbeurde geldboeten en van de schadevergoedingen waartoe hij kan veroordeeld worden.
Bij onmogelijkheid of weigering aan die verplichting te voldoen, kan het zee- of binnenschip of het drijvend toestel aan boord waarvan de overtreding bedreven werd, door de havenkapiteins aangehouden worden.
De kapiteins houden eveneens, op schriftelijke vordering van (de met de schheepvaartcontrole belaste ambtenaren), de vaartuigen aan ten laste van welke geldboeten of andere schuldvorderingen van den Staat, niet deugdelijk gewaarborgd, zijn blijven bestaan. <W 1999-05-03/30, art. 54, 003; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
In de gevallen voorzien in de twee vorige leden, wordt aan den kapitein of schipper van het aangehouden vaartuig schriftelijk kennis gegeven van de reden van de weigering tot vertrek.
Art.14. Lorsque l'une des infractions visées aux articles 10 et 11 ci-dessus aura été constatée par un officier de port spécialement pourvu à cet effet d'un carnet de quittances à souche, le délinquant aura la faculté d'effectuer immédiatement le paiement de l'amende entre les mains de l'agent verbalisateur. Ce versement aura pour effet d'arrêter toute poursuite, sauf si le ministère public estime devoir requérir une autre peine que l'amende, et sans préjudice du droit de la partie lésée de réclamer devant la juridiction répressive la réparation du dommage qui lui a été causé.
Le délinquant peut en outre, s'il se trouve hors d'état de justifier d'un domicile dans le royaume, être astreint à fournir caution ou à verser une somme déterminée en garantie du recouvrement éventuel des sanctions pécuniaires qu'il a encourues et des indemnités pour dommages auxquelles il pourra être condamné.
Au cas d'impossibilité ou de refus de fournir cette garantie, le navire, bateau ou engin flottant à bord duquel la contravention a été commise ou qui a occasionné le dommage pourra être retenu par les capitaines de port.
Ces capitaines retiennent de même, sur réquisition écrite (des agents chargés du contrôle de la navigation), les bâtiments à charge desquels demeurent des amendes ou autres créances de l'Etat non valablement cautionnées ou garanties. <L 1999-05-03/30, art. 54, 003; En vigueur : 01-04-1999>
Dans les cas visés aux deux alinéas précédents, le motif de refus de sortie est notifié par écrit au capitaine ou patron du bâtiment retenu.
Le délinquant peut en outre, s'il se trouve hors d'état de justifier d'un domicile dans le royaume, être astreint à fournir caution ou à verser une somme déterminée en garantie du recouvrement éventuel des sanctions pécuniaires qu'il a encourues et des indemnités pour dommages auxquelles il pourra être condamné.
Au cas d'impossibilité ou de refus de fournir cette garantie, le navire, bateau ou engin flottant à bord duquel la contravention a été commise ou qui a occasionné le dommage pourra être retenu par les capitaines de port.
Ces capitaines retiennent de même, sur réquisition écrite (des agents chargés du contrôle de la navigation), les bâtiments à charge desquels demeurent des amendes ou autres créances de l'Etat non valablement cautionnées ou garanties. <L 1999-05-03/30, art. 54, 003; En vigueur : 01-04-1999>
Dans les cas visés aux deux alinéas précédents, le motif de refus de sortie est notifié par écrit au capitaine ou patron du bâtiment retenu.
Art.15. De havenkapiteins en adjunct-havenkapiteins staan onder het gezag van den Minister tot wiens bevoegdheid het zeewezen behoort, en gedragen zich naar dezes onderrichtingen voor alles wat betrekking heeft op de toelating in de haven van hun ambtsgebied van de vaartuigen van het Staatszeewezen en van de vreemde oorlogs- of Staatsvaartuigen, op de vrijheid van dezer bewegingen, alsmede voor de aankomst, het vertrek en het verblijf in de haven van alle voor die vaartuigen bestemde uitrustings- of bevoorradingsvoorwerpen.
Zij zijn derhalve gehouden bij den Minister onmiddellijk verslag uit te brengen over de voorvallen of feiten hun ter kennis gekomen met betrekking tot die vaartuigen.
Zij zijn derhalve gehouden bij den Minister onmiddellijk verslag uit te brengen over de voorvallen of feiten hun ter kennis gekomen met betrekking tot die vaartuigen.
Art.15. Les capitaines et capitaines adjoints de port sont soumis à l'autorité du Ministre chargé de l'administration de la marine et se conforment à ses instructions en tout ce qui concerne l'admission dans le port de leur juridiction des bâtiments de la marine de l'Etat et des bâtiments de guerre ou d'Etat étrangers, la liberté de leurs mouvements, ainsi que pour ce qui concerne l'arrivée, le départ et le séjour dans le port de tous objets d'armement ou d'approvisionnement destinés à ces bâtiments.
Ils sont tenus en conséquence de faire immédiatement rapport, au Ministre des incidents ou faits venus à leur connaissance relativement à ces bâtiments.
Ils sont tenus en conséquence de faire immédiatement rapport, au Ministre des incidents ou faits venus à leur connaissance relativement à ces bâtiments.
Art.16. De tuchtstraffen welke wegens tekortkoming aan hun ambtsplichten op de havenkapiteins en adjunct-havenkapiteins kunnen worden toegepast zijn :
1° De waarschuwing;
2° De berisping;
3° De schorsing in de bediening voor een termijn van acht dagen tot een maand;
4° De afzetting.
Schorsing in de bediening sluit in zich onttrekking, voor een zelfden termijn, van de in het 1° lid van artikel 7 bedoelde bevoegdheid,
De waarschuwing, de berisping en de schorsing in de bediening worden uitgesproken door de overheid waarvan de in gebreke gebleven officier afhangt; indien de uitgesproken straf echter een schorsing in de bediening van meer dan acht dagen is, staat beroep open op den Minister tot wiens bevoegdheid het zeewezen behoort, die in laatste instantie beslist.
Dit beroep is enkel ontvankelijk indien het wordt ingesteld binnen een termijn van vijftien dagen, te rekenen van den datum van kennisgeving van de straf.
De hiervoren voorziene tuchtstraffen kunnen wegens een in de uitoefening van het ambt van gerechtelijke politie begane fout slechts worden toegepast op voorstel van den procureur-generaal en de bepalingen van dit artikel laten onverlet de toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Strafvordering en van de wet op de rechterlijke inrichting betreffende de tucht der officieren van gerechtelijke politie.
1° De waarschuwing;
2° De berisping;
3° De schorsing in de bediening voor een termijn van acht dagen tot een maand;
4° De afzetting.
Schorsing in de bediening sluit in zich onttrekking, voor een zelfden termijn, van de in het 1° lid van artikel 7 bedoelde bevoegdheid,
De waarschuwing, de berisping en de schorsing in de bediening worden uitgesproken door de overheid waarvan de in gebreke gebleven officier afhangt; indien de uitgesproken straf echter een schorsing in de bediening van meer dan acht dagen is, staat beroep open op den Minister tot wiens bevoegdheid het zeewezen behoort, die in laatste instantie beslist.
Dit beroep is enkel ontvankelijk indien het wordt ingesteld binnen een termijn van vijftien dagen, te rekenen van den datum van kennisgeving van de straf.
De hiervoren voorziene tuchtstraffen kunnen wegens een in de uitoefening van het ambt van gerechtelijke politie begane fout slechts worden toegepast op voorstel van den procureur-generaal en de bepalingen van dit artikel laten onverlet de toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Strafvordering en van de wet op de rechterlijke inrichting betreffende de tucht der officieren van gerechtelijke politie.
Art.16. Les sanctions disciplinaires applicables pour manquements aux devoirs de leurs charges aux capitaines et capitaines adjoints de port sont :
1° L'avertissement;
2° La réprimande;
3° La suspension des fonctions pour un terme de huit jours à un mois;
4° La révocation.
La suspension des fonctions emporte le retrait, pour un même délai, des pouvoirs visés à l'alinéa Ier de l'article 7.
L'avertissement, la réprimande et la suspension des fonctions sont prononcés par l'autorité dont relève l'officier coupable; toutefois, si la sanction prononcée consiste en une suspension des fonctions de plus de huit jours, un recours est ouvert auprès du Ministre chargé de l'administration de la marine, qui statue en dernier ressort.
Ce recours n'est recevable que s'il est introduit dans un délai de quinze jours à compter de la date de la notification de la sanction.
Les sanctions disciplinaires visées ci-dessus ne pourront être infligées en raison d'une faute commise dans l'exercice des fonctions de police judiciaire que sur la proposition du procureur général et les dispositions du présent article sont applicables sans préjudice de l'application des prescriptions du Code d'instruction criminelle et de la loi sur l'organisation judiciaire relatives à la discipline des officiers de police judiciaires.
1° L'avertissement;
2° La réprimande;
3° La suspension des fonctions pour un terme de huit jours à un mois;
4° La révocation.
La suspension des fonctions emporte le retrait, pour un même délai, des pouvoirs visés à l'alinéa Ier de l'article 7.
L'avertissement, la réprimande et la suspension des fonctions sont prononcés par l'autorité dont relève l'officier coupable; toutefois, si la sanction prononcée consiste en une suspension des fonctions de plus de huit jours, un recours est ouvert auprès du Ministre chargé de l'administration de la marine, qui statue en dernier ressort.
Ce recours n'est recevable que s'il est introduit dans un délai de quinze jours à compter de la date de la notification de la sanction.
Les sanctions disciplinaires visées ci-dessus ne pourront être infligées en raison d'une faute commise dans l'exercice des fonctions de police judiciaire que sur la proposition du procureur général et les dispositions du présent article sont applicables sans préjudice de l'application des prescriptions du Code d'instruction criminelle et de la loi sur l'organisation judiciaire relatives à la discipline des officiers de police judiciaires.
Overgangsbepaling.
Disposition transitoire.
Art.17. De kapiteins en adjunct-kapiteins in dienst op den datum van inwerkingtreding van deze wet kunnen, met behoud van hun rang en ancienniteit, in hun ambt worden bevestigd, zelfs indien zij niet de bij artikel 4 voorziene voorwaarden vervullen en zonder dat een grooter aantal candidaten dan het aantal te begeven plaatsen dient voorgedragen.
Art.17. Les capitaines et capitaines adjoints en fonction à la date d'entrée en vigueur de la présente loi peuvent être confirmés dans ces fonctions, avec leur rang et ancienneté, même s'ils ne réunissent pas les conditions prévues à l'article 4 et sans qu'il y ait lieu de présenter un nombre de candidats supérieur à celui des emplois à conférer.
Bijzondere bepalingen.
Dispositions particulières.
Art.18. Worden ingetrokken al de bepalingen in strijd met die van deze wet, alsmede het decreet van 10 Maart 1807 betreffende de inrichting der havenofficieren en het decreet van 2 Februari 1816, zoomede alle bepalingen betreffende de uitvoering van dit laatste.
Art.18. Sont abrogés, toutes les dispositions contraires à celles de la présente loi, ainsi que le décret du 10 mars 1807 relatif à l'organisation des officiers de port et le décret du 2 février 1816, ainsi que toutes dispositions relatives à l'exécution de celui-ci.
Art.19. 10° van artikel 1 der wet van 27 September 1842 op de zeevaartpolitie wordt gewijzigd als volgt : "....."
De aldus aangehouden zee- en binnenschepen kunnen worden vrijgelaten zoodra de schuldvordering betaald is of tegen vestiging van een doelmatigen en geldigen borg.
De aldus aangehouden zee- en binnenschepen kunnen worden vrijgelaten zoodra de schuldvordering betaald is of tegen vestiging van een doelmatigen en geldigen borg.
Art.19. Le 10° de l'article 1 de la loi du 27 septembre 1842 sur la police maritime est modifié comme suit : "....."
Les navires et bateaux ainsi retenus pourront être libérés dès le paiement de la créance ou moyennant constitution d'une caution adéquate et valable.
Les navires et bateaux ainsi retenus pourront être libérés dès le paiement de la créance ou moyennant constitution d'une caution adéquate et valable.
Art. 20_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 § 1. Dit artikel geldt voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
§ 2. In afwijking van artikel 4, mogen de havenkapiteins en adjunct-havenkapiteins licentiaat in de nautische wetenschappen zijn in de plaats van houder van het brevet van kapitein ter lange omvaart en wordt niet vereist dat de werkelijke scheepsdienst werd verricht aan boord van schepen die de Belgische vlag voeren.
Bovendien kunnen tot havenkapitein of adjunct-havenkapitein worden benoemd, de gegadigden die bij hun kandidaatstelling
1° behoren tot het korps der actieve officieren van de ambtengroep " Dek " van de Belgische Marine;
en
2° in het bezit zijn van het diploma van burgerlijk ingenieur of van licentiaat in de zeevaart en militaire wetenschappen;
en
3° geslaagd zijn voor de beroepsproeven van hoger officier bij de Belgische Krijgsmacht;
en
4° minstens gedurende één jaar de functie van commandant van een marineschip kleiner dan 1000 ton of van tweede commandant van een marineschip groter dan 1000 ton uitgeoefend hebben.
§ 3. De havenkapitein van de Haven van Brussel, de adjunct-havenkapitein en de haveninspecteurs, zijn territoriaal bevoegd in alle haven- en kanaalinstallaties gelegen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, beheerd door de Haven van Brussel.
§ 4. Met naleving van de bepalingen van artikel 8 van het verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950 en in de mate dat de plaatsen geen woning uitmaken in de zin van artikel 15 van de Grondwet, mogen de havenkapiteins, de adjunct-havenkapiteins en de haveninspecteurs in de uitoefening van hun functie op elk moment een schip, vaartuig, boot, voertuig, wagon, werk- en haventuig, alsook alle publieke en private gebouwen die zich binnen het havendomein bevinden of die er functioneel mee verbonden zijn, betreden, onderzoeken en verzegelen.
§ 5. De havenkapiteins, de adjunct-havenkapiteins en de haveninspecteurs kunnen zich alle nodige inlichtingen en bescheiden doen verstrekken, inzage nemen van alle documenten, stukken, titels en alle andere informatiedragers, er een afschrift van nemen of ze tegen ontvangstbewijs voor een beperkte tijd meenemen. Zij kunnen de identiteit van personen controleren, hen verhoren en alle nuttige vaststellingen doen. Ze kunnen de medewerking vorderen van elke gezagvoerder, kapitein, schipper of chauffeur en van elke andere persoon die een voer-, vaar-, veerkof haventuig onder zijn hoede heeft.
Zij kunnen vorderen dat een voer-, vaar-, werk- of haventuig voor onderzoek wordt stilgehouden, dat het daartoe naar een bepaalde plaats wordt overgebracht of dat het daartoe wordt geladen of gelost. Zij kunnen de bijstand vorderen van de ambtenaren van de scheepvaartcontrole en van de federale politie. Zij kunnen alle ladingen onderzoeken, met inbegrip van ladingen die zich op kades, op publieke of private haventerreinen of in opslagplaatsen bevinden en die bestemd zijn voor of afkomstig van vervoer. Zij kunnen verpakkingen openen, monters nemen, en zaken voor verder onderzoek meenemen voor een beperkte tijd en tegen ontvangstbewijs; in de mate van het mogelijke, geven de vermelde monsternames geen aanleiding tot enige vorm van schadevergoeding, behoudens in geval van kennelijk onredelijke en onnodige belemmering van de normale handelsexploitatie.
§ 6. Buiten de strafprocedures geregeld door het Wetboek van Strafvordering, het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement van gerechtskosten inzake strafzaken of artikel 14 van deze wet, kunnen, in geval van ongeval of bedreiging voor de veiligheid, meer bepaald in geval van afwezigheid, weigering, verzet of gebrek aan medewerking bij de uitvoering van de veiligheidsmaatregelen opgelegd door de havenkapitein, de adjunct-havenkapitein of de haveninspecteurs, deze gedwongen uitgevoerd worden. De nodige handelingen ter uitvoering van de veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd op risico en kosten van de overtreder, de eigenaar of diegene die de voer-, vaar-, werk-, haventoestellen of lading onder zijn hoede heeft.
Het voer-, vaar-, werk- of haventuig of de lading kunnen geheel of gedeeltelijk op risico en kosten van voornoemde personen worden stilgehouden zolang de gemaakte kosten niet werden betaald of zolang geen som in consignatie werd gegeven of een bankwaarborg werd verstrekt door een in België gevestigde bank of kredietinstelling die voldoende is voor de dekking van alle gemaakte kosten met inbegrip van de bewaringskosten. De som die in consignatie werd gegeven wordt, na aftrek van alle hierboven vermelde kosten, in voorkomend geval vermeerderd met de gerechtskosten, teruggegeven.
§ 7. De processen-verbaal opgesteld overeenkomstig artikel 8 door de havenkapitein, de adjunct-havenkapitein en de haveninspecteurs die de overtredingen vastgesteld hebben van het gewestelijk politiereglement opgesteld overeenkomstig artikel 16 § 2 van de ordonnantie van 3 december 1992, worden eveneens binnen drie dagen verzonden aan de overtreder of zijn vertegenwoordiger. Zij gelden tot bewijs van het tegendeel.
§ 8. Het maximum van de geldboetes achtereenvolgens vermeld in de artikelen 10 en 11 wordt gebracht op respectievelijk 15,00 EUR, 125,00 EUR en 125,00 EUR.
De bedragen der geldboetes achtereenvolgens vermeld in de artikelen 10 en 11 worden gebracht op :
- in artikel 10, le paragraaf : 0,65 EUR, 15,00 EUR;
- in artikel 10, 2e paragraaf : 15 EUR, 125,00 EUR;
- in artikel 11 : 0,64 EUR, 125,00 EUR
§ 9. De raad van bestuur van de Haven van Brussel kan naast de havenkapitein en adjunct-havenkapitein andere personeelsleden aanwijzen als haveninspecteur. De haveninspecteurs hebben de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. Zij hebben dezelfde territoriale en materiële bevoegdheden als de havenkapiteins, zoals omschreven in artikelen 6, 7, 8, 9, 10 en 14 van de wet en in de paragrafen 2 tot 6 van dit artikel. Zij leggen de eed af voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel.
§ 10. De bevoegdheden toegekend aan de havenkapitein, de adjunct-havenkapitein en de haveninspecteurs kunnen zowel door statutaire als contractuele personeelsleden van de Haven van Brussel worden uitgeoefend. De regering kan de kentekens van hun functie en de vorm van hun legitimatiebewijs vaststellen op voorstel van de raad van bestuur van de Haven van Brussel.]1
§ 2. In afwijking van artikel 4, mogen de havenkapiteins en adjunct-havenkapiteins licentiaat in de nautische wetenschappen zijn in de plaats van houder van het brevet van kapitein ter lange omvaart en wordt niet vereist dat de werkelijke scheepsdienst werd verricht aan boord van schepen die de Belgische vlag voeren.
Bovendien kunnen tot havenkapitein of adjunct-havenkapitein worden benoemd, de gegadigden die bij hun kandidaatstelling
1° behoren tot het korps der actieve officieren van de ambtengroep " Dek " van de Belgische Marine;
en
2° in het bezit zijn van het diploma van burgerlijk ingenieur of van licentiaat in de zeevaart en militaire wetenschappen;
en
3° geslaagd zijn voor de beroepsproeven van hoger officier bij de Belgische Krijgsmacht;
en
4° minstens gedurende één jaar de functie van commandant van een marineschip kleiner dan 1000 ton of van tweede commandant van een marineschip groter dan 1000 ton uitgeoefend hebben.
§ 3. De havenkapitein van de Haven van Brussel, de adjunct-havenkapitein en de haveninspecteurs, zijn territoriaal bevoegd in alle haven- en kanaalinstallaties gelegen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, beheerd door de Haven van Brussel.
§ 4. Met naleving van de bepalingen van artikel 8 van het verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950 en in de mate dat de plaatsen geen woning uitmaken in de zin van artikel 15 van de Grondwet, mogen de havenkapiteins, de adjunct-havenkapiteins en de haveninspecteurs in de uitoefening van hun functie op elk moment een schip, vaartuig, boot, voertuig, wagon, werk- en haventuig, alsook alle publieke en private gebouwen die zich binnen het havendomein bevinden of die er functioneel mee verbonden zijn, betreden, onderzoeken en verzegelen.
§ 5. De havenkapiteins, de adjunct-havenkapiteins en de haveninspecteurs kunnen zich alle nodige inlichtingen en bescheiden doen verstrekken, inzage nemen van alle documenten, stukken, titels en alle andere informatiedragers, er een afschrift van nemen of ze tegen ontvangstbewijs voor een beperkte tijd meenemen. Zij kunnen de identiteit van personen controleren, hen verhoren en alle nuttige vaststellingen doen. Ze kunnen de medewerking vorderen van elke gezagvoerder, kapitein, schipper of chauffeur en van elke andere persoon die een voer-, vaar-, veerkof haventuig onder zijn hoede heeft.
Zij kunnen vorderen dat een voer-, vaar-, werk- of haventuig voor onderzoek wordt stilgehouden, dat het daartoe naar een bepaalde plaats wordt overgebracht of dat het daartoe wordt geladen of gelost. Zij kunnen de bijstand vorderen van de ambtenaren van de scheepvaartcontrole en van de federale politie. Zij kunnen alle ladingen onderzoeken, met inbegrip van ladingen die zich op kades, op publieke of private haventerreinen of in opslagplaatsen bevinden en die bestemd zijn voor of afkomstig van vervoer. Zij kunnen verpakkingen openen, monters nemen, en zaken voor verder onderzoek meenemen voor een beperkte tijd en tegen ontvangstbewijs; in de mate van het mogelijke, geven de vermelde monsternames geen aanleiding tot enige vorm van schadevergoeding, behoudens in geval van kennelijk onredelijke en onnodige belemmering van de normale handelsexploitatie.
§ 6. Buiten de strafprocedures geregeld door het Wetboek van Strafvordering, het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement van gerechtskosten inzake strafzaken of artikel 14 van deze wet, kunnen, in geval van ongeval of bedreiging voor de veiligheid, meer bepaald in geval van afwezigheid, weigering, verzet of gebrek aan medewerking bij de uitvoering van de veiligheidsmaatregelen opgelegd door de havenkapitein, de adjunct-havenkapitein of de haveninspecteurs, deze gedwongen uitgevoerd worden. De nodige handelingen ter uitvoering van de veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd op risico en kosten van de overtreder, de eigenaar of diegene die de voer-, vaar-, werk-, haventoestellen of lading onder zijn hoede heeft.
Het voer-, vaar-, werk- of haventuig of de lading kunnen geheel of gedeeltelijk op risico en kosten van voornoemde personen worden stilgehouden zolang de gemaakte kosten niet werden betaald of zolang geen som in consignatie werd gegeven of een bankwaarborg werd verstrekt door een in België gevestigde bank of kredietinstelling die voldoende is voor de dekking van alle gemaakte kosten met inbegrip van de bewaringskosten. De som die in consignatie werd gegeven wordt, na aftrek van alle hierboven vermelde kosten, in voorkomend geval vermeerderd met de gerechtskosten, teruggegeven.
§ 7. De processen-verbaal opgesteld overeenkomstig artikel 8 door de havenkapitein, de adjunct-havenkapitein en de haveninspecteurs die de overtredingen vastgesteld hebben van het gewestelijk politiereglement opgesteld overeenkomstig artikel 16 § 2 van de ordonnantie van 3 december 1992, worden eveneens binnen drie dagen verzonden aan de overtreder of zijn vertegenwoordiger. Zij gelden tot bewijs van het tegendeel.
§ 8. Het maximum van de geldboetes achtereenvolgens vermeld in de artikelen 10 en 11 wordt gebracht op respectievelijk 15,00 EUR, 125,00 EUR en 125,00 EUR.
De bedragen der geldboetes achtereenvolgens vermeld in de artikelen 10 en 11 worden gebracht op :
- in artikel 10, le paragraaf : 0,65 EUR, 15,00 EUR;
- in artikel 10, 2e paragraaf : 15 EUR, 125,00 EUR;
- in artikel 11 : 0,64 EUR, 125,00 EUR
§ 9. De raad van bestuur van de Haven van Brussel kan naast de havenkapitein en adjunct-havenkapitein andere personeelsleden aanwijzen als haveninspecteur. De haveninspecteurs hebben de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. Zij hebben dezelfde territoriale en materiële bevoegdheden als de havenkapiteins, zoals omschreven in artikelen 6, 7, 8, 9, 10 en 14 van de wet en in de paragrafen 2 tot 6 van dit artikel. Zij leggen de eed af voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel.
§ 10. De bevoegdheden toegekend aan de havenkapitein, de adjunct-havenkapitein en de haveninspecteurs kunnen zowel door statutaire als contractuele personeelsleden van de Haven van Brussel worden uitgeoefend. De regering kan de kentekens van hun functie en de vorm van hun legitimatiebewijs vaststellen op voorstel van de raad van bestuur van de Haven van Brussel.]1
Art. 20 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 § 1er. Le présent article concerne la Région de Bruxelles-Capitale
§ 2. Par dérogation à l'article 4, les capitaines et les capitaines adjoints peuvent être porteurs du diplôme de licencié en sciences nautiques au lieu d'être brevetés capitaines au long cours; il n'est pas exigé que le temps de navigation professionnelle effective ait été accompli à bord de bateaux battant pavillon belge.
En outre, peuvent être nommés comme capitaine de port ou comme capitaine adjoint, les candidats qui, au moment de leur candidature
1° appartiennent au corps des officiers actifs du groupe de fonction " Pont " de la Force navale belge;
et
2° sont porteurs du diplôme d'ingénieur civil ou de licencié en navigation maritime et sciences militaires;
et
3° ont réussi les épreuves professionnelles d'officier supérieur auprès des Forces armées belges;
et
4° ont exercé pendant une année au moins la fonction de commandant, à bord d'un bateau de la marine de moins de 1.000 tonnes ou de commandant en second à bord d'un bateau de la marine de plus de 1.000 tonnes.
§ 3. Le capitaine de port, le capitaine adjoint et les inspecteurs du Port de Bruxelles ont compétence territoriale sur l'ensemble des installations de la zone portuaire et des canaux situés sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, gérés par le Port de Bruxelles.
§ 4. Dans le respect des dispositions de l'article 8 de la Convention de sauvegarde des droits de l'Homme et des libertés fondamentales du 4 novembre 1950 et dans la mesure où les lieux ne constituent pas un domicile au sens de l'article 15 de la Constitution, les capitaines de port, les capitaines adjoints et les inspecteurs de port peuvent dans l'exercice de leur mission, à tout moment, accéder, inspecter, et mettre sous scellés tout navire, bateau, autre engin flottant, véhicules, wagon, engin de travail et de port, ainsi qu'à tous immeubles publics ou privés, se trouvant dans l'enceinte des installations de la zone portuaire ou s'y rattachant fonctionnellement.
§ 5. Les capitaines de port, les capitaines adjoints et les inspecteurs de port peuvent se faire communiquer tout renseignement et toute pièce documentaire, prendre connaissance de tout document, acte, titre et autre support d'information, en prendre une copie ou les emporter, contre reçu, pendant une période limitée. lis peuvent procéder au contrôle de l'identité des personnes, les entendre et procéder aux constatations utiles. Ils sont en droit d'exiger la collaboration de tout commandant, capitaine, batelier ou chauffeur et de toute autre personne en charge d'un engin de transport, de navigation, de travail ou de port.
Ils peuvent exiger que ces engins de transport, de navigation, de travail ou de port soient immobilisés en vue d'une inspection, qu'ils soient transférés à cette fin dans un endroit déterminé. qu'ils soient chargés ou déchargés à cette fin. Ils peuvent réclamer l'assistance des fonctionnaires de l'inspection de la navigation et de la police fédérale. Ils peuvent inspecter toutes les cargaisons, y compris les chargements qui se trouvent sur les quais, sur des terrains portuaires publics ou privés ou dans des entrepôts et qui sont destinés à ou proviennent d'un transport. Ils sont autorisés à ouvrir des emballages, prélever des échantillons et à emporter contre reçu et pour une durée limitée certaines pièces. aux fins d'un examen plus approfondi; dans la mesure du possible, les échantillons précités ne donnent lieu à aucune forme d'indemnisation, sauf dans le cas où il s agirait d'entraves vexatoires et abusives à l'exploitation commerciale normale.
§ 6. Hors les procédures pénales, régies par le Code d'instruction criminelle, l'arrête royal du 28 décembre 1950 portant règlement général sur les frais de justice en matière répressive ou l'article 14 de la présente loi, en cas d'accident ou de menace pour la sécurité, notamment en cas d'absence, de refus, de résistance ou de manque de coopération lors de l'exécution des mesures de sûreté décidées par le capitaine de port, le capitaine adjoint ou les inspecteurs de port, celles-ci peuvent être exécutées par voie de contrainte. Les actions nécessaires à l'exécution des mesures de sûreté s'effectueront aux risques et frais du contrevenant, du propriétaire ou de la personne ayant la garde des engins de transport, de navigation, de travail, de port ou de chargement.
Les engins de transport, de navigation, de travail, de port ou de chargement, peuvent être immobilisés entièrement ou partiellement, aux risques et frais des personnes précitées, aussi longtemps que les frais engagés ne sont pas remboursés ou qu'une somme, suffisante pour couvrir l'ensemble des frais engagés y compris le coût de la mise en dépôt, n'ait été donnée en consignation ou une garantie bancaire n'ait été fournie par une banque ou une institution de crédit établie en Belgique. La somme ainsi consignée sera remboursée, déduction faite de tous les coûts mentionnés ci-avant augmentés, le cas échéant, des frais de procédure.
§ 7. Les procès-verbaux dressés en application de l'article 8, par le capitaine de port, le capitaine adjoint et les inspecteurs de port, constatant les infractions au règlement régional de police établi en application de l'article 16, § 2 de l'ordonnance du 3 décembre 1992 précitée, sont également envoyés dans les trois jours au contrevenant ou à son représentant. lis ont force probante jusqu'à preuve du contraire.
§ 8. Les maxima des amendes mentionnées successivement aux articles 10 et 11 sont portés à 15,00 EUR, 125,00 EUR et 125,00 EUR respectivement.
Les montants des amendes mentionnées successivement aux articles 10 et 11 sont portés à
- article 10, paragraphe 1 : 0,65 EUR, 15,00 EUR;
- article 10, paragraphe 2 : 15,00 EUR, 125,00 EUR;
- article 11 : 0,65 EUR, 125,00 EUR.
§ 9. Le Conseil d'administration du Port de Bruxelles peut, outre le capitaine de port et capitaine adjoint, désigner d'autres membres du personnel comme inspecteurs de port. Ces inspecteurs ont qualité d'officiers de police judiciaire. Ils ont les mêmes compétences territoriales et matérielles que les capitaines de port, telles que décrites aux articles 6, 7, 8, 9, 10 et 14 de la loi et aux paragraphes 2 à 6 du présent article. Ils prêtent serment devant le tribunal de première instance de Bruxelles.
§ 10. Les compétences attribuées au capitaine de port, au capitaine adjoint et aux inspecteurs de port peuvent être exercées par les membres du personnel du Port de Bruxelles, tant statutaires que contractuels. Le gouvernement peut fixer les insignes et emblèmes de leur fonction ainsi que la forme de leur pièce d'identification sur proposition du Conseil d'administration du Port de Bruxelles.]1
[1 § 1er. Le présent article concerne la Région de Bruxelles-Capitale
§ 2. Par dérogation à l'article 4, les capitaines et les capitaines adjoints peuvent être porteurs du diplôme de licencié en sciences nautiques au lieu d'être brevetés capitaines au long cours; il n'est pas exigé que le temps de navigation professionnelle effective ait été accompli à bord de bateaux battant pavillon belge.
En outre, peuvent être nommés comme capitaine de port ou comme capitaine adjoint, les candidats qui, au moment de leur candidature
1° appartiennent au corps des officiers actifs du groupe de fonction " Pont " de la Force navale belge;
et
2° sont porteurs du diplôme d'ingénieur civil ou de licencié en navigation maritime et sciences militaires;
et
3° ont réussi les épreuves professionnelles d'officier supérieur auprès des Forces armées belges;
et
4° ont exercé pendant une année au moins la fonction de commandant, à bord d'un bateau de la marine de moins de 1.000 tonnes ou de commandant en second à bord d'un bateau de la marine de plus de 1.000 tonnes.
§ 3. Le capitaine de port, le capitaine adjoint et les inspecteurs du Port de Bruxelles ont compétence territoriale sur l'ensemble des installations de la zone portuaire et des canaux situés sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, gérés par le Port de Bruxelles.
§ 4. Dans le respect des dispositions de l'article 8 de la Convention de sauvegarde des droits de l'Homme et des libertés fondamentales du 4 novembre 1950 et dans la mesure où les lieux ne constituent pas un domicile au sens de l'article 15 de la Constitution, les capitaines de port, les capitaines adjoints et les inspecteurs de port peuvent dans l'exercice de leur mission, à tout moment, accéder, inspecter, et mettre sous scellés tout navire, bateau, autre engin flottant, véhicules, wagon, engin de travail et de port, ainsi qu'à tous immeubles publics ou privés, se trouvant dans l'enceinte des installations de la zone portuaire ou s'y rattachant fonctionnellement.
§ 5. Les capitaines de port, les capitaines adjoints et les inspecteurs de port peuvent se faire communiquer tout renseignement et toute pièce documentaire, prendre connaissance de tout document, acte, titre et autre support d'information, en prendre une copie ou les emporter, contre reçu, pendant une période limitée. lis peuvent procéder au contrôle de l'identité des personnes, les entendre et procéder aux constatations utiles. Ils sont en droit d'exiger la collaboration de tout commandant, capitaine, batelier ou chauffeur et de toute autre personne en charge d'un engin de transport, de navigation, de travail ou de port.
Ils peuvent exiger que ces engins de transport, de navigation, de travail ou de port soient immobilisés en vue d'une inspection, qu'ils soient transférés à cette fin dans un endroit déterminé. qu'ils soient chargés ou déchargés à cette fin. Ils peuvent réclamer l'assistance des fonctionnaires de l'inspection de la navigation et de la police fédérale. Ils peuvent inspecter toutes les cargaisons, y compris les chargements qui se trouvent sur les quais, sur des terrains portuaires publics ou privés ou dans des entrepôts et qui sont destinés à ou proviennent d'un transport. Ils sont autorisés à ouvrir des emballages, prélever des échantillons et à emporter contre reçu et pour une durée limitée certaines pièces. aux fins d'un examen plus approfondi; dans la mesure du possible, les échantillons précités ne donnent lieu à aucune forme d'indemnisation, sauf dans le cas où il s agirait d'entraves vexatoires et abusives à l'exploitation commerciale normale.
§ 6. Hors les procédures pénales, régies par le Code d'instruction criminelle, l'arrête royal du 28 décembre 1950 portant règlement général sur les frais de justice en matière répressive ou l'article 14 de la présente loi, en cas d'accident ou de menace pour la sécurité, notamment en cas d'absence, de refus, de résistance ou de manque de coopération lors de l'exécution des mesures de sûreté décidées par le capitaine de port, le capitaine adjoint ou les inspecteurs de port, celles-ci peuvent être exécutées par voie de contrainte. Les actions nécessaires à l'exécution des mesures de sûreté s'effectueront aux risques et frais du contrevenant, du propriétaire ou de la personne ayant la garde des engins de transport, de navigation, de travail, de port ou de chargement.
Les engins de transport, de navigation, de travail, de port ou de chargement, peuvent être immobilisés entièrement ou partiellement, aux risques et frais des personnes précitées, aussi longtemps que les frais engagés ne sont pas remboursés ou qu'une somme, suffisante pour couvrir l'ensemble des frais engagés y compris le coût de la mise en dépôt, n'ait été donnée en consignation ou une garantie bancaire n'ait été fournie par une banque ou une institution de crédit établie en Belgique. La somme ainsi consignée sera remboursée, déduction faite de tous les coûts mentionnés ci-avant augmentés, le cas échéant, des frais de procédure.
§ 7. Les procès-verbaux dressés en application de l'article 8, par le capitaine de port, le capitaine adjoint et les inspecteurs de port, constatant les infractions au règlement régional de police établi en application de l'article 16, § 2 de l'ordonnance du 3 décembre 1992 précitée, sont également envoyés dans les trois jours au contrevenant ou à son représentant. lis ont force probante jusqu'à preuve du contraire.
§ 8. Les maxima des amendes mentionnées successivement aux articles 10 et 11 sont portés à 15,00 EUR, 125,00 EUR et 125,00 EUR respectivement.
Les montants des amendes mentionnées successivement aux articles 10 et 11 sont portés à
- article 10, paragraphe 1 : 0,65 EUR, 15,00 EUR;
- article 10, paragraphe 2 : 15,00 EUR, 125,00 EUR;
- article 11 : 0,65 EUR, 125,00 EUR.
§ 9. Le Conseil d'administration du Port de Bruxelles peut, outre le capitaine de port et capitaine adjoint, désigner d'autres membres du personnel comme inspecteurs de port. Ces inspecteurs ont qualité d'officiers de police judiciaire. Ils ont les mêmes compétences territoriales et matérielles que les capitaines de port, telles que décrites aux articles 6, 7, 8, 9, 10 et 14 de la loi et aux paragraphes 2 à 6 du présent article. Ils prêtent serment devant le tribunal de première instance de Bruxelles.
§ 10. Les compétences attribuées au capitaine de port, au capitaine adjoint et aux inspecteurs de port peuvent être exercées par les membres du personnel du Port de Bruxelles, tant statutaires que contractuels. Le gouvernement peut fixer les insignes et emblèmes de leur fonction ainsi que la forme de leur pièce d'identification sur proposition du Conseil d'administration du Port de Bruxelles.]1