Art.57. <W 1997-10-21/30, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 07-12-1997> Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van zesentwintig frank tot vijfhonderd frank of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die, door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg, de vernieling, beschadiging, verplaatsing of losrukking veroorzaakt van bakens, lichten of boeien of van enig ander toestel dat dient voor de veiligheid van de scheepvaart.
Worden de feiten opzettelijk gepleegd, dan wordt de schuldige gestraft met de straffen gesteld bij artikel 526 van het Strafwetboek.
Verzuimt de schuldige aan de bevoegde overheid zo spoedig mogelijk kennis te geven van de veroorzaakte schade, dan is de gevangenisstraf ten minste vijftien dagen en de geldboete ten minste tweehonderd frank.
Onverminderd het hierboven bepaalde, worden de vernielde, beschadigde, meegesleepte, verplaatste of losgerukte bakens, lichten, boeien of andere toestellen als daar bedoeld, vervangen op kosten van de vermoedelijke schuldigen, tenzij deze bewijzen dat de schade te wijten is aan overmacht.