Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
23 JUNI 1894. - WET HOUDENDE HERZIENING DER WET VAN 3 APRIL 1851 OP DE MAATSCHAPPIJEN VAN ONDERLINGE BIJSTAND. <Opgeheven vanaf 01-01-1991 door W 1990-08-06/35, art. 76, 002; deze wet blijft evenwel van toepassing op de maatschappijen bedoeld in artikel 1, II, van die wet> <De hiernavolgende Nederlandse tekst van de wet, in zover hij ouder is dan de Gelijkheidswet van 18 april 1898, is geen authentieke tekst maar een ambtelijke vertaling. Deze vertaling, evenals de andere ambtelijke vertalingen die de gelijkheidswet voorafgaan, werd in het Staatsblad gepubliceerd ingevolge de beslissing door Minister Begerem genomen, onder zijn ministeriële verantwoordelijkheid (Senaatsverslag voor de wet van 18 april 1898, Pasin., 1898, blz. 87). De Nederlandse tekst van de gedeelten ingevoegd door wetten van na 18 april 1898 is authentiek.> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf (publicatiedatum van de wet van 12-05-1971) en tekstbijwerking tot 28-10-1997)
Titre
23 JUIN 1894. - Loi portant revision de la loi du 3 avril 1851 sur les sociétés mutualistes. <Abrogé à partir du 01-01-1991 par L 1990-08-06/35, art. 76, 002; cette loi reste toutefois d'application aux sociétés visées à l'article 1, II, de cette loi> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du (date de publication de la loi du 12-05-1971) et mise à jour au 28-10-1997)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (38)
Texte (38)
Artikel 1. Zullen door de regeering erkend worden, mits zij de bepalingen dezer wet naleven, de maatschappijen van onderlingen bijstand, in België gevestigd en tot stand gekomen met het uitsluitend doel :
  I. (Aan de deelgenooten en aan de leden van hun gezin, tijdelijken onderstand te verzekeren in geval van ziekte, verwondingen, gebrekkelijkheid; in geval van huwelijk of in geval van geboorte; in de begrafeniskosten te voorzien; tijdelijken onderstand te verleenen aan het gezin van de deelgenooten, bij het overlijden van deze of van hun echtgenoot(e).)
  II. Aan de deelgenooten eene vergoeding te verzekeren hetzij in geval van ziekte of verlies van vee, hetzij in geval van toevallige beschadiging van den oogst;
  III. Aan de deelgenooten der maatschappijen en aan de leden van hun gezin, doch bij uitsluiting van alle anderen, door de bijeenvoeging hunner spaargelden, het aankoopen te vergemakkelijken van huisraad of van levensmiddelen, van werkgereedschap, huisdieren, of van voorwerpen bestemd om te voorzien in tijdelijke en in nu en dan voorkomende noodwendigheden, namelijk meststoffen of zaden;
  IV. Aan de deelgenooten leeningen te doen die 't cijfer van 300 frank niet te boven gaan.
  (V. Het praenuptiaal sparen inrichten, ten einde het de leden die trouwen mogelijk te maken over een som te beschikken, welke in verhouding tot hun stortingen staat en door een bijdrage ten laste van de Staat kan verhoogd worden volgens de voorwaarden en modaliteiten welke de Koning bepalen zal.)
Article 1. Seront reconnues par le gouvernement, à la condition de se conformer aux dispositions de la présente loi, les sociétés mutualistes ayant leur siège social en Belgique et constituées en vue d'objets appartenant exclusivement à l'une des catégories suivantes :
  I. (Assurer aux sociétaires et aux membres de leur famille des secours temporaires en cas de maladie, de blessures, d'infirmités; en cas de mariage ou en cas de naissance d'un enfant; pourvoir aux frais funéraires; accorder des secours temporaires à la famille des sociétaires, en cas de décès de ceux-ci ou de leur conjoint.)
  II. Assurer aux sociétaires une indemnité en cas soit de perte ou de maladie du bétail, soit de dommage causé à la récolte par des cas fortuits;
  III. Faciliter aux sociétaires et aux membres de leur famille, mais à l'exclusion de tous autres, par l'accumulation de leurs épargnes, l'achat d'objets usuels ou de consommation, d'instruments de travail, d'animaux domestiques ou d'objets destinés à pourvoir à des nécessités temporaires et périodiques, notamment d'engrais ou de semences;
  IV. Faire aux sociétaires des prêts ne dépassant pas le chiffre de 300 francs.
  (V. Organiser l'épargne prénuptiale, afin de permettre aux sociétaires qui se marient de disposer d'une somme proportionnée à leurs versements, et qui peut être augmentée par une contribution à charge de l'Etat, suivant les conditions et les modalités que le Roi détermine.) <L 27-3-1951, art. 1>
Art.2. Kunnen door de regeering erkend worden, mits in achtneming van de bepalingen dezer wet en voorzooveel zij haren maatschappelijken zetel in België hebben :
  1° De maatschappijen van onderlingen bijstand ingericht met het oog op verscheidene der in het voorgaande artikel opgesomde doeleinden;
  2° De maatschappijen van onderlingen bijstand wier doel is een afzonderlijk fonds in te richten ten einde, door jaarlijksche bijdragen, hulp te verleenen aan oude of gebrekkelijke deelgenooten, of, na hunnen dood, aan de leden van hun gezin. Die bijdragen mogen alleen op de intresten der kapitalen en op de andere jaarlijksche inkomsten genomen worden; bij ieder dienstjaar zal 't bedrag ervan aan herziening onderworpen worden en dat bedrag zal, per persoon, het cijfer van 1,200 frank niet mogen te boven gaan.
Art.2. Pourront être reconnues par le gouvernement, moyennant de se conformer aux dispositions de la présente loi et pour autant qu'elles aient leur siège social en Belgique :
  1° Les sociétés mutualistes constituées en vue d'objets ressortissant à la fois à plusieurs des catégories énumérées à l'article précédent;
  2° Les sociétés mutualistes ayant pour objet la constitution d'un fonds distinct en vue de venir en aide, par des allocations annuelles, aux sociétaires âgés ou infirmes, ou, après leur mort, aux membres de leur famille. Ces allocations ne pourront jamais être prélevées que sur les revenus des capitaux et sur les autres ressources annuelles; leur taux sera, à chaque exercice, sujet à révision et ne pourra excéder, par personne, le chiffre de 1,200 francs.
Art.3. De erkende maatschappijen van onderlingen bijstand mogen een verbond sluiten met het doel de deelnemende leden, die zich in eene andere omschrijving nederzetten, wederzijds op te nemen, hare diensten voor gemeene rekening in te richten, en raden van scheidsrechters tot stand te brengen, die de mogelijke geschillen tusschen de verbondene maatschappijen of tusschen de leden dier maatschappijen, zouden slechten.
  Nochtans mogen zij geenen afstand doen van hare zelfstandigheid; zij moeten de vrijheid voorbehouden ieder jaar uit het verbond te kunnen treden, mits drie maanden op voorhand te verwittigen, en met het oog op die mogelijkheid, de wijze van regeling harer rechten te voorzien.
  De aldus tot stand gebrachte verbonden zullen door de regeering erkend kunnen worden, op voorwaarde dat zij de bepalingen dezer wet naleven.
  De bepalingen voorkomende onder artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 9, 12, 13, 14, 15, 18, 19, 21, 23, 24, 26, 27, 28, 29, 30 en 31 dezer wet zijn toepasselijk op de erkende verbonden.
Art.3. Les sociétés mutualistes reconnues peuvent se fédérer dans le but d'admettre réciproquement les membres participants qui ont changé de circonscription, d'organiser en commun leurs services et d'instituer des conseils d'arbitrage pour aplanir les différends qui surgiraient entre les diverses associations fédérées ou entre les membres de ces associations.
  Toutefois, elles ne peuvent abdiquer leur autonomie; elles doivent se réserver la faculté de se retirer chaque année de la fédération moyennant un préavis de trois mois, et, pour ce cas, prévoir le mode de règlement de leurs droits.
  Les fédérations ainsi constituées pourront être reconnues par le gouvernement moyennant de se conformer aux dispositions de la présente loi.
  Les dispositions faisant l'objet des articles 4, 5, 6, 7, 8, 9, 12, 13, 14, 15, 18, 19, 20, 21, 23, 24, 26, 27, 28, 29, 30 et 31 de la présente loi sont applicables aux fédérations reconnues.
Art. 3bis. <W 9-8-1963, art. 147> De verbonden mogen zich tot landsbond groeperen.
  De aldus opgerichte landsbonden kunnen door de Regering worden erkend op voorwaarde dat zij zich schikken naar de bepalingen van deze wet.
  De bepalingen voorkomende in de artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 8bis, 9, 12 en 13 van deze wet zijn toepasselijk op de erkende landsbonden.
Art. 3bis. <L 9-8-1963, art. 147> Les fédérations peuvent se grouper en union nationale.
  Les unions nationales ainsi constituées peuvent être reconnues par le Gouvernement à condition qu'elles se conforment aux dispositions de la présente loi.
  Les dispositions faisant l'objet des articles 4, 5, 6, 7, 8, 8bis, 9, 12 et 13 de la présente loi sont applicables aux unions nationales reconnues.
Art.4. De statuten der maatschappijen van onderlingen bijstand moeten vermelden :
  I. Den naam door de maatschappij gevoerd, de plaats van haren zetel en van haar gebied;
  II. Het doel of de doeleinden harer inrichting;
  III. De voorwaarden gesteld tot het toe- of uittreden van de leden der verschillende reeksen door de statuten erkend;
  IV. De wijze van benoeming der bestuurders en dezer bevoegdheid;
  V. Het bedrag der inleggelden of der stortingen door de leden verschuldigd;
  VI. De voordeelen door de maatschappijen opgeleverd;
  VII. De wijze waarop de maatschappelijke gelden belegd zijn;
  VIII. De wijze waarop de rekeningen geregeld worden;
  IX. De te volgen regelen tot wijziging der statuten;
  X. De vormen en voorwaarden van ontbinding en eindvereffening der maatschappij.
Art.4. Les statuts des sociétés mutualistes doivent mentionner :
  I. La dénomination adoptée par la société, le lieu de son siège et sa circonscription;
  II. L'objet ou les objets en vue desquels elle est formée;
  III. Les conditions mises à l'entrée et à la sortie des diverses catégories de membres reconnues par les statuts;
  IV. Le mode de nomination et les pouvoirs des administrateurs;
  V. Le taux des cotisations ou des versements à effectuer par les membres;
  VI. Les avantages que procure la société;
  VII. Le genre de placement des fonds sociaux;
  VIII. Le mode de règlement des comptes;
  IX. Les règles à suivre pour modifier les statuts;
  X. Les formes et les conditions de la dissolution et de la liquidation de la société.
Art.5. <W 30-3-1926, art. 1> De mutualiteitsvereeniging, die wenscht te worden erkend, dient bij de Regeering haar aanvraag te doen en daarbij te voegen twee exemplaren van haar statuten, alsmede een lijst van haar bestuurders of van haar stichters. Binnen een termijn van vier maand, na het indienen der aanvraag, notificeert de Regeering aan de vereeniging de met redenen omkleede beslissing, waarbij ze al dan niet wordt erkend.
Art.5. <L 30-3-1926, art. 1> La société mutualiste qui désire être reconnue adresse sa demande au gouvernement; elle y joint deux exemplaires de ses statuts, ainsi qu'une liste de ses administrateurs ou de ses fondateurs. Dans un délai de quatre mois, à partir de la demande, le gouvernement notifie à la société, la décision motivée par laquelle il la reconnait ou lui refuse la reconnaissance.
Art.6. <W 3-8-1924, art. 7> Binnen dertig dagen na de dagteekening van het koninklijk besluit dat de erkenning toestaat, maakt het Staatsblad, door toedoen van de Regeering, als bijlage eene akte bekend waarbij, samen met den datum van het koninklijk besluit tot verleening van de wettelijke erkenning, vermeld worden :
  1. De benaming, de zetel en de gebiedsomschrijving van de erkende maatschappij.
  2. Het doel of de doeleinden waarvoor de maatschappij gesticht is.
  3. De samenstelling van den raad van beheer.4. De naam en voornamen, het beroep en de verblijfplaats van de beheerders.
  Worden in dezelfde voorwaarden bekendgemaakt, de wijzigingen gebracht in de statutaire bepalingen betreffende de hierboven bij 1, 2 en 3 bepaalde vermeldingen en die overeenkomstig het hiernavolgend artikel 21 bekrachtigd zijn.
  Binnen denzelfden termijn van dertig dagen wordt een voor eensluidend verklaard exemplaar van de statuten of van de statutaire wijzigingen door toedoen van de Regeering gedeponeerd ter griffie van de rechtbank van eersten aanleg van de plaats waar de maatschappij gevestigd is en eveneens ten zetel van de maatschappij, waar eenieder er kosteloos inzage of afschrift van nemen kan.(...) <W REG, art. 290; W ZEG, art. 81>
Art.6. <L 3-8-1924, art. 7> Dans les trente jours de l'arrêté royal de reconnaissance, le Moniteur publie, en annexe, par les soins du gouvernement, un acte indiquant en même temps que la date de l'arrêté royal accordant la reconnaissance légale :
  1. La dénomination, le siège, la circonscription de la société reconnue.
  2. L'objet ou les objets en vue desquels elle est formée.
  3. La composition du conseil d'administration.
  4. Les nom, prénoms, profession et résidence des administrateurs.
  Sont publiées dans les mêmes conditions les modifications apportées aux dispositions statutaires relatives aux mentions prévues aux 1, 2 et 3 ci-dessus et qui ont été homologuées conformément à l'article 21 ci-dessous.
  Dans le même délai de trente jours, un exemplaire des statuts ou des modifications statutaires, certifié conforme, est déposé, par les soins du gouvernement, au greffe du tribunal de première instance du siège de la société et au siège de celle-ci, o chacun peut en prendre gratuitement communication ou copie.(...)
Art.7. De erkende maatschappijen van onderlingen bijstand genieten de burgerlijke verpersoonlijking binnen de grenzen en de voorwaarden door deze wet bepaald.
  Zoo de statuten dienaangaande geene tegenovergestelde bepalingen behelzen, zijn de deelgenooten slechts verantwoordelijk tot het beloop der verbintenissen door hen jegens de maatschappij aangegaan
Art.7. Les sociétés mutualistes reconnues jouissent de la personnification civile dans les limites et sous les conditions déterminées par la présente loi.
  A défaut de dispositions contraires dans les statuts, les sociétaires ne sont responsables que jusqu'à concurrence de leurs engagements à l'égard de la société.
Art.8. (...)
  Aan de erkende maatschappijen van onderlingen bijstand worden de volgende voordeelen verleend :
  (...)
  III. De afkondigingen door deze wet voorgeschreven zullen kosteloos in het Staatsblad opgenomen worden.
  IV. De regeering mag aan de maatschappijen het kosteloos verzenden per post toestaan voor alle briefwisseling onder band en voorzien van de tegenteekening des voorzitters of des gemachtigde van het bestuur, met de openbare overheden, de bestendige commissie der maatschappijen van onderlingen bijstand en de comiteiten van bescherming ingericht door de wet van 9 Augustus 1889.
Art.8. (...) Les sociétés mutualistes reconnues jouissent des avantages suivants :
  (...)
  III. Sont insérées gratuitement au Moniteur, les publications prescrites par la présente loi.
  IV. Le gouvernement peut accorder aux sociétés la franchise postale pour toutes leurs communications sous bande, portant le contreseing du président ou du délégué de l'administration, avec les autorités publiques, la commission permanente des sociétés mutualistes et les comités de patronage institués par la loi du 9 août 1889.
Art. 8bis. <W 19-3-1898, art. 1> De maatschappijen en verbonden van onderlingen bijstand, door de Regeering erkend, kunnen alleen toelagen bekomen van de openbare machten.
Art. 8bis. <L 19-3-1898, art. 1> Les sociétés et les fédérations mutualistes reconnues par le gouvernement peuvent seules recevoir des subsides des pouvoirs publics.
Art.9. De tijdelijke onderstandsgelden, alsmede de sommen toegekend bij den dood van eenen deelgenoot of van een lid van zijn gezin, mogen afgestaan noch in beslag genomen worden.
  Dat is ook het geval met de bijdragen voorzien bij § 2 van artikel 2. Wanneer nochtans, in de gevallen bedoeld bij (artikelen 203, 205 en 218) van het burgerlijk Wetboek, de bijdragen meer dan 360 frank beloopen, mag een derde deel ervan in beslag genomen worden zonder dat het behouden gedeelte ooit beneden deze som moge dalen. <W 30-4-1958, art. 7, § 28, 2, d>
Art.9. Les secours temporaires, ainsi que les sommes allouées à la mort d'un sociétaire ou d'un membre de sa famille, sont incessibles et insaisissables.
  Il en est de même des allocations prévues au 2° de l'article 2. Toutefois, dans les cas visés aux (articles 203, 205 et 218) du Code civil, si les allocations dépassent 360 francs, elles peuvent être saisies jusqu'à concurrence d'un tiers, sans que la partie réservée puisse jamais être inférieure à cette somme. <L 30-4-1958, art. 7, § 28, 2, d>
Art.10. Elke persoon die 18 jaar oud is of mondig verklaard, mag lid eener erkende maatschappij van onderlingen bijstand zijn.
  De minderjarige die den ouderdom van 18 jaar niet bereikt heeft en niet mondig werd verklaard, bezit dezelfde bevoegdheid mits toestemming van zijnen voogd of van hem die het vaderlijk gezag over hem uitoefent. Doch, ter vergadering van de maatschappij heeft hij eerst beraadslagende stem wanneer hij tot den ouderdom van achttien jaar is gekomen of mondig werd verklaard.
  De toestemming, bij de voorgaande paragraaf voorzien, moet schriftelijk gegeven of door den daartoe gevolmachtigde van 't bestuur der maatschappij, in bijzijn van twee getuigen die met den gevolmachtigde onderteekenen, ontvangen worden.
Art.10. Toute personne âgée de 18 ans ou émancipée peut être membre d'une société mutualiste reconnue. Le mineur âgé de moins de 18 ans et non émancipé jouit de la même faculté moyennant le consentement de celui qui exerce sur lui l'autorité paternelle ou de son tuteur. Mais il n'a voix délibérative dans l'assemblée de la société qu'à l'âge de 18 ans ou à son émancipation.
  Le consentement prévu par le paragraphe précédent doit être donné par écrit ou être reçu par le délégué de l'administration de la société, en présence de deux témoins qui signent avec lui.
Art.11. (...) <W 30-4-1958, art. 7, § 15>
Art.11. (abrogé) <L 30-4-1958, art. 7>
Art.12. De erkende maatschappijen van onderlingen bijstand worden beheerd door een of verscheidene lasthebbers, voor een bepaald tijdvak benoemd, hetzij werkende of eereleden.
  Die lasthebbers moeten Belg en meerderjarig zijn; nochtans mag de regeering, de bestendige commissie gehoord zijnde, ontheffing verleenen wat de voorwaarde van inboorlingschap betreft.
  De bestuurders worden in algemeene vergadering gekozen. Ze zijn herkiesbaar, tenzij de statuten het anders regelen.
  Zijn uitgesloten om dat mandaat uit te oefenen :
  Zij die tengevolge eener veroordeeling beroofd zijn van hun stemrecht;
  (Zij die van hun rechten zijn ontzet; zij die failliet verklaard zijn, zolang zij hun schuldeisers niet volledig hebben betaald) <W 1997-08-08/80, art. 131, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1998>
  Zij die openlijk gekend zijn als houder van een huis van ontucht.
Art.12. Les sociétés mutualistes reconnues sont administrées par un ou plusieurs mandataires à temps, membres effectifs ou honoraires.
  Ces mandataires doivent être Belges et majeurs; toutefois, le gouvernement, la commission permanente entendue, peut accorder une dispense personnelle quant à l'indigénat.
  Les administrateurs sont élus en assemblée générale. Sauf disposition contraire dans les statuts, ils sont rééligibles.
  Sont exclus du droit d'exercer ce mandat :
  Ceux qui sont privés du droit de vote par suite de condamnation;
  (Ceux qui sont interdits; ceux qui ont été déclarés en faillite, aussi longtemps qu'ils n'ont pas payé intégralement leurs créanciers;) <L 1997-08-08/80, art. 131, 003; En vigueur : 01-01-1998>Ceux qui sont notoirement connus pour tenir maison de débauche ou de prostitution.
Art.13. Ten ware er in de verordeningen bijzondere bepalingen voorkwamen, vertegenwoordigt de voorzitter, of, wanneer deze verhinderd is, de door de algemene vergadering te zijner vervanging afgevaardigde persoon, de maatschappij in al de rechterlijke akten en treedt in haren naam op bij alle rechtsgedingen, hetzij als eischende, hetzij als verwerende partij.
Art.13. A moins de dispositions spéciales dans les statuts, le président, ou, en cas d'empêchement de celui-ci, la personne déléguée par l'assemblée générale pour le remplacer, représente la société dans tous les actes juridiques et soutient toutes actions au nom de celle-ci, soit en demandant, soit en défendant.
Art.14. De erkende maatschappijen van onderlingen bijstand kunnen maar giften en legaten ontvangen voor zooveel ze zicht schikken naar de bepalingen, in soortgelijke zaken, door artikel 76 van de gemeentewet voorgeschreven.
Art.14. Les sociétés mutualistes reconnues ne peuvent recevoir des dons et des legs que moyennant de se conformer aux dispositions prescrites en semblable matière par l'article 76 de la loi communale.
Art.15. De erkende maatschappijen van onderlingen bijstand mogen geen gebouw in huur nemen tenzij met het doel er haren maatschappelijken zetel te vestigen of er zich te vereenigen.
  Zij mogen geen onroerend goed verwerven onder bezwarende voorwaarden noch een onroerend goed behouden dat haar geschonken of vermaakt werd, tenzij met het doel in de voorgaande paragraaf aangeduid, en mits er gemachtigd toe te zijn bij koninklijk besluit verleend op advies van den gemeenteraad en van de bestendige deputatie.
  Het koninklijk besluit houdende machtiging voor eene maatschappij tot het aanvaarden eener schenking waarin een onroerend goed begrepen is, bepaalt, zoo noodig, het tijdsverloop binnen hetwelk dat goed zal moeten verkocht worden.
Art.15. Les sociétés mutualistes reconnues ne peuvent prendre un immeuble à bail que dans le but d'y installer leur siège social ou de s'y réunir.
  Elles ne peuvent acquérir un immeuble à titre onéreux ni conserver un immeuble qui leur est donné ou légué, que dans le but énoncé au paragraphe précédent, et moyennant d'y être autorisées par un arrêté royal rendu après avis du conseil communal et de la députation permanente.
  L'arrêté royal qui autorise, au profit d'une société, l'acceptation d'une libéralité dans laquelle un immeuble est compris, fixe, s'il y a lieu, le délai dans lequel cet immeuble devra être aliéné.
Art.16. Gedurende het bestaan der erkende maatschappij van onderlingen bijstand, is alle verdeeling der fondsen verboden.
  (Niettemin mogen de statuten de algemene vergadering machtigen, bij meerderheid van drie vierde van de aanwezige stemgerechtigde leden en onder goedkeuring van de Regering, te beslissen, gelden die het maatschappelijk bezit hebben doen aangroeien en niet het gevolg zijn van schenkingen of legaten en kennelijk de behoeften van de maatschappij en de noodwendigheden van dienst te boven gaan, onder alle deelgenoten te verdelen.) <W 12-5-1971, art. 1>
Art.16. Pendant la durée de la société mutualiste reconnue, tout partage des fonds est interdit.
  (Les statuts peuvent toutefois autoriser l'assemblée générale à décider, à la majorité des trois quarts des membres présents ayant droit de vote et moyennant approbation du Gouvernement, la répartition, entre tous les sociétaires d'un accroissement du fonds social qui proviendrait d'une autre cause que de dons ou de legs et qui dépasserait, d'une manière manifeste, les besoins de la société et les nécessités de ses services.) <L 12-5-1971, art. 1>
Art.17. <W 27-3-1951, art. 2> De statuten mogen bepalingen omvatten, waarbij toegelaten wordt alles of een gedeelte aan een deelgenoot terug te betalen :
  1° van de bijdragen die deze gestort heeft, met aftrekking van de sommen die hem mochten toegekend geweest zijn, in geval van :
  a) niet-opneming als lid van een candidaat wien een proeftijd werd opgelegd vóór zijn definitieve aanneming;
  b) aansluiting van een deelgenoot bij een erkende mutualiteitsvereniging in een andere plaats en wanneer het gaat om een eenvoudige overdracht van gelden van de ene naar de andere vereniging;
  2° van de stortingen, die deze verricht heeft voor praenuptiaal sparen, in de gevallen bepaald bij koninklijk besluit.
Art.17. <L 27-3-1951, art. 2> Les statuts peuvent contenir des dispositions permettant de rembourser à un sociétaire, tout ou partie :
  1° des cotisations qu'il a versées, déduction faite des sommes qui peuvent lui avoir été attribuées, en cas :
  a) de non-admission comme membre d'un candidat auquel un noviciat a été imposé avant son admission définitive;
  b) d'affiliation d'un sociétaire à une société mutualiste reconnue d'une autre localité et lorsqu'il s'agit d'un simple transfert de fonds d'une société à l'autre;
  2° des versements qu'il a effectués à titre d'épargne prénuptiale, dans des cas déterminés par arrêté royal.
Art.18. <W 27-12-1923, enig artikel> Zoodra het vereenigingsvermogen het twaalfde van de jaarlijksche bijdragen overtreft, moet het overschot, behoudens de in de alineas 4, 5 en 6 beneden opgegeven uitzonderingen, in naam der mutualiteitsvereeniging, in de Spaarkas onder den Waarborg van den Staat worden gestort of worden omgezet 't zij in openbare Belgische fondsen of andere door den Staat gewaarborgde waarden, 't zij in obligaties op de provinciën, steden of gemeenten van België.
  De in de Spaarkas gestorte sommen worden, op aanvraag van de belanghebbende vereenigingen, in openbare Belgische fondsen omgezet, die in het bij het spaarboekje gevoegd renteboekje dienen opgegeven.
  Bij het aankoopen van effecten, moeten deze binnen de veertien dagen nadat ze werden aangekocht, in naam der vereeniging in een kredietinstelling worden belegd.
  (De mutualiteitsvereenigingen worden ertoe gemachtigd hun fondsen toe te vertrouwen aan cooperatievereenigingen van crediet met hoofdelijke en onbeperkte aansprakelijkheid. Zij mogen, insgelijks hun beschikbare gelden, doch enkel tot een beloop van 50 t.h. van hunne reserven, in bewaring geven in private spaarkassen, wier werking bij sectie I, van het koninklijk besluit nr 42, dd. 15 December 1934, gewijzigd bij de koninklijke besluiten nr 157, dd. 10 April 1935, en nr 185, dd. 9 Juli 1935, wordt beheerscht.)
  Zij mogen eveneens, tot op het einde van 't dienstjaar, het bedrag hunner jaarlijksche ontvangsten in een door den bestuursraad aangeduide kredietinstelling beleggen.
  Op beslissing van de algemeene vergadering wordt het hun toegelaten 25 t.h. maximum van hun vereenigingsvermogen te besteden aan ondernemingen van medischen aard of verplegingsondernemingen, er toe bestemd de leden der erkende mutualiteitsvereenigingen te verzorgen.
  Een koninklijk besluit zal de formaliteiten, die dienen nageleefd, en de vereischten waaraan dient voldaan, regelen, wat het beleggen en het afhalen der gelden en effecten van de mutualiteitsvereeniging betreft.
Art.18. <L 27-12-1923, art. 1> Dès que les fonds sociaux dépassent le douzième du produit annuel des cotisations, l'excédent doit, sauf les exceptions indiquées aux alinéas 4, 5 et 6 ci-après, être déposé, au nom de la société, à la Caisse d'Epargne sous la garantie de l'Etat, ou être converti soit en fonds publics belges ou autres valeurs garanties par l'Etat, soit en obligations sur les provinces, les villes ou les communes de la Belgique.
  Les sommes déposées à la Caisse d'Epargne sont, à la demande des sociétés intéressées, converties en fonds publics belges à inscrire sur le carnet de rentes annexé au livret d'épargne.
  En cas d'acquisition de titres, ceux-ci doivent, dans la quinzaine de l'achat, être déposés, au nom de la société, dans un établissement de crédit.
  (Les sociétés mutualistes sont autorisées à confier leurs fonds à des sociétés coopératives de crédit à responsabilité solidaire et illimitée. Elles peuvent pareillement, déposer leurs disponibilités, mais seulement jusqu'à concurrence de 50 p.c. de leurs réserves dans les caisses d'épargne privées régies par la section I de l'arrêté royal n° 42, du 15 décembre 1934, modifié par les arrêtés royaux n° 157, du 10 avril 1935, et n° 185, du 9 juillet 1935.)
  Elles peuvent, également, placer jusqu'à la fin de l'exercice, le montant de leurs recettes annuelles dans un établissement de crédit désigné par le conseil d'administration.
  Il leur est permis, sur décision de l'assemblée générale, de confier 25 p.c. maximum de leur avoir social à des entreprises médicales ou d'hospitalisation destinées au traitement des membres des mutualités reconnues.
  Un arrêté royal réglera les formalités et conditions à observer pour le dépôt et le retrait des fonds et des titres de la société.
Art.19. (De erkende mutualiteitsvereenigingen dienen jaarlijks aan de Regeering een rekening over te maken van hun ontvangsten en hun uitgaven, opgemaakt overeenkomstig het door de Regeering vastgesteld model en afgesloten op 31 December van het verloopen dienstjaar.) <W 30-3-1926, art. 1>
  Zij antwoorden op de vragen tot inlichting haar door de regeering, de bestendige commissie der maatschappijen van onderlingen bijstand of de comiteiten van bescherming gezonden, nopens feiten die hun aangaan.
Art.19. Les sociétés mutualistes reconnues doivent transmettre annuellement au gouvernement, un compte de leurs recettes et de leurs dépenses, dressé conformément au modèle arrêté par lui et clôturé au 31 décembre de l'exercice écoulé. <L 30-3-1926, art. 1>
  Elles répondent aux demandes de renseignements que le gouvernement, la Commission permanente des sociétés mutualistes ou les Comités de patronage leur transmettent sur des faits qui les concernent.
Art.20. Wanneer eene maatschappij, na bijzondere verwittiging vanwege de regeering, de bepalingen van deze wet of van bekrachtigde statuten niet in acht neemt, mag de regeering, de bestendige commissie gehoord zijnde, haar de voordeelen onttrekken, vermeld in artikel 8, nummers I tot IV van deze wet.
  De beslissing der regeering moet door redenen gestaafd zijn. Ze mag altijd ingetrokken worden.
  Elke beslissing door de regeering, overeenkomstig dit artikel genomen, moet in het Staatsblad bekend gemaakt worden.
Art.20. Lorsqu'une société, après avoir été spécialement avertie par le gouvernement, ne se conforme pas aux dispositions de la présente loi, ou des statuts qui ont été homologués, le gouvernement peut, sur l'avis de la commission permanente, lui retirer les avantages stipulés dans l'article 8, n°s I à IV.
  La décision du gouvernement est motivée. Elle peut toujours être rapportée.
  Toute décision du gouvernement, prise en conformité du présent article, doit être publiée au Moniteur.
Art.21. <W 12-5-1971, art. 2> De statuten van een erkende maatschappij van onderlinge bijstand mogen slechts gewijzigd worden door de algemene vergadering, beraadslagende en beslissende in de vormen door de statuten bepaald.
  Om geldig te zijn, moeten de beslissingen van de algemene vergadering genomen worden met een meerderheid van drie vierde der aanwezige stemgerechtigde leden en bekrachtigd door de Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 5.
Art.21. <L 12-5-1971, art. 2> Les statuts d'une société mutualiste reconnue ne peuvent être modifiés que par l'assemblée générale, délibérant dans les formes prescrites par les statuts.
  Les décisions de l'assemblée générale doivent, pour être valables, réunir les suffrages des trois quarts des membres présents ayant droit de vote et être homologuées par le Gouvernement conformément aux dispositions de l'article 5.
Art.22. (De erkende maatschappijen van onderlinge bijstand kunnen worden ontbonden bij beslissing van de algemene vergadering, die rechtsgeldig beraadslaagt en beslist, ongeacht het aantal aanwezige leden.)
  Die beslissing moet genomen zijn door de drie vierden der aanwezige leden.
Art.22. (Les sociétés mutualistes reconnues peuvent être dissoutes par une décision de l'assemblée générale, qui délibère valablement quel que soit le nombre de membres présents.) <L 12-5-1971, art. 3>
  Cette décision doit réunir les suffrages des trois quarts des membres présents.
Art. 22bis. <W 12-5-1971, art. 4> Tot de algemene vergaderingen, bedoeld in de artikelen 16, 21 en 22, worden de leden opgeroepen bij individueel bericht of bij een bericht dat in een onder alle leden van de maatschappij verspreide publikatie bekendgemaakt wordt. De oproeping vermeldt, met de nodige verantwoording, de punten waarover de algemene vergadering dient te beslissen.
Art. 22bis. <L 12-5-1971, art. 4> Les membres sont convoqués aux assemblées générales visées aux articles 16, 21 et 22, par avis individuel ou par un avis inséré dans une publication qui est diffusée parmi tous les membres de la société. La convocation mentionne, avec la motivation requise, les points dont l'assemblée générale aura à délibérer.
Art.23. Wanneer het voor de maatschappij, ten gevolge van de ontoereikendheid harer hulpmiddelen, onmogelijk geworden is hare verplichtingen te vervullen, kan zij, op aanvraag van elken belanghebbende, ontbonden worden verklaard door de rechtbank van het arrondissement waar ze haren zetel heeft.
Art.23. A la demande de tout intéressé, la société peut être déclarée dissoute par le tribunal de l'arrondissement dans lequel elle a son siège social lorsque, par suite de l'insuffisance de ses ressources, elle se trouve dans l'impossibilité de satisfaire à ses obligations.
Art.24. Op aanvraag van een deelgenoot of van het openbaar ministerie, spreekt dezelfde rechtbank de ontbinding uit van de vereeniging die naar een ander doel streeft dan dat waarvoor ze werd erkend.
Art.24. A la demande d'un sociétaire ou du ministère public, le même tribunal prononce la dissolution de l'association qui poursuit un but pour lequel elle n'a pas été reconnue.
Art.25. De algemeene vergadering die de ontbinding der maatschappij uitspreekt, moet, in dezelfde zitting, overeenkomstig de statuten, één of verscheidene schuldvereffenaars benoemen.
  Niettemin wordt de maatschappij, na hare ontbinding, verondersteld te bestaan voor hare vereffening.
  De gouverneur mag eenen gemachtigde gelasten met het toezicht op de vereffening; die gemachtigde kan buiten den schoot der maatschappij gekozen worden.
Art.25. L'assemblée générale qui décide la dissolution de la société doit, dans la même séance, désigner, conformément aux statuts, un ou plusieurs liquidateurs.
  Néanmoins la société est, après sa dissolution, réputée exister pour sa liquidation.
  Le gouverneur peut charger un délégué de surveiller la liquidation; ce délégué peut être choisi en dehors de la société.
Art.26. Op aanvraag van iederen belanghebbende of van het openbaar ministerie, benoemt de rechtbank één of verscheidene schuldvereffenaars wanneer de algemeene vergadering die benoeming niet deed of wanneer de ontbinding rechterlijk wordt uitgesproken.
Art.26. A la demande de tout intéressé ou du ministère public, le tribunal nomme un ou plusieurs liquidateurs lorsque l'assemblée générale n'a pas pourvu à cette nomination ou lorsque la dissolution est prononcée judiciairement.
Art.27. Het besluit of het vonnis dat de ontbinding voor gevolg heeft en de schuldvereffenaars aanwijst, moet, door de zorgen en onder de verantwoordelijkheid der schuldvereffenaars, dit binnen de vijf dagen na hunne benoeming, bij uittreksel gezonden worden naar het Staatsblad om er, als bijlage, in opgenomen te worden.
Art.27. La décision ou le jugement qui entraîne la dissolution et qui désigne les liquidateurs doit, par les soins et sous la responsabilité des liquidateurs, et dans les cinq jours de leur nomination, être renvoyé par extrait au Moniteur pour y être publié en annexe.
Art.28. Na de betaling der schulden, wordt door de vereffenaars op het actief der maatschappij afgehouden :
  1° De sommen noodig om, binnen de grenzen der statuten en gedurende een tijdsverloop van ten langste zes maanden, onderstand te blijven verleenen aan de personen wier recht daarop begonnen is vóór het tijdstip der ontbinding;
  2° De sommen noodig tot het afkoopen der verbintenissen betreffende de jaarlijksche bijdragen waartoe de maatschappij gehouden is uit kracht van nr. 2 van artikel 2.
Art.28. Après le payement des dettes, les liquidateurs prélèvent sur l'actif de la société :
  1° Les sommes nécessaires pour continuer, dans les limites des statuts et pendant une durée de six mois au plus, les secours dus aux personnes dont le droit a pris naissance avant le moment de la dissolution;
  2° Les sommes nécessaires pour remplir, par voie de rachats, les engagements relatifs aux allocations annuelles à desservir par la société en vertu du 2° de l'article 2.
Art.29. Behoudens de tegenstrijdige bepaling van wege de schenkers of erflaters, zal het bedrag van de schenkingen of legaten, aan de maatschappij gedaan, behandigd worden aan de Regeering en door deze besteed tot een doel van onderlingen bijstand in den aard van dit door de maatschappij betracht.
Art.29. Sauf stipulation contraire des donateurs ou des testateurs, le montant des dons ou des legs faits à la société sera remis au gouvernement et affecté à un but de mutualité analogue à celui que la société poursuivait.
Art.30. Het overschot van het actief zal onder de werkende leden die, op den dag der ontbinding, sedert ten minste één jaar aan de maatschappij als werkelijk lid verbonden zijn, verdeeld worden in de verhoudingen door de statuten bepaald, of, bij gebrek van bijzondere bepalingen, in evenredigheid der inleggelden door ieder lid betaald sedert zijne opneming in de vereeniging.
  Die verdeeling mag enkel na ten minste zes maanden sedert de bekendmaking der ontbinding geschieden.
Art.30. Le surplus de l'actif sera réparti entre les membres effectifs appartenant à la société, depuis un an au moins, au jour de la dissolution, d'après les proportions déterminées par les statuts, ou, à défaut de dispositions spéciales, au prorata des cotisations payées par chacun d'eux depuis son entrée dans la société.
  Cette répartition ne peut avoir lieu que six mois au moins après la publication de la dissolution.
Art.31. De bestuurders eener erkende maatschappij van onderlingen bijstand die, te kwader trouw, aan de bepalingen dezer wet te kort komen, zijn strafbaar met eene boete van 1 frank tot 200 frank, waarvan het bedrag zal gestort worden in de kas der maatschappij waartoe zij behooren.
Art.31. Les administrateurs d'une société mutualiste reconnue qui contreviennent, de mauvaise foi, aux dispositions de la présente loi, sont passibles d'une amende de 1 franc à 200 francs, dont le montant sera versé à la caisse de la société à laquelle ils appartiennent.
Art.32. Bij het ministerie tot welks bevoegdheid de maatschappijen van onderlingen bijstand behooren, wordt eene bestendige commissie ingericht, samengesteld uit vijftien leden, te weten :
  Twee senatoren, door den Senaat aangeduid;
  Twee leden der Kamer van volksvertegenwoordigers, door de Kamer aangeduid;
  Eenen gemachtigde van den bevoegden minister;
  Den algemeenen bestuurder der Algemeene Spaar- en Lijfrentekas;
  Negen leden door de regeering aangeduid, waarvan ten minste vijf zullen gekozen worden onder de leden der erkende maatschappijen van onderlingen bijstand en waarvan ten minste twee actuarissen zullen zijn.
  De leden der commissie worden benoemd voor eenen termijn van ten hoogsten zes jaar. Hun mandaat mag hernieuwd worden. Zij vervullen kosteloos hun ambt, behalve dat ze, in voorkomend geval, recht hebben op de teruggaaf hunner kosten van verplaatsing en verblijf.
  Op voorstel der bestendige commissie worden de beambten van haar secretariaat door de regeering benoemd en afgesteld.
  (De vaste commissie dient haar advies uit te brengen omtrent al de punten, die haar betreffende de inrichting en de werking van de mutualiteitsvereenigingen door het Ministerie van Nijverheid, Arbeid en Maatschappelijke Voorzorg worden onderworpen.) <W 30-3-1926, enig artikel>
Art.32. Il est institué auprès du ministère qui a les sociétés mutualistes dans ses attributions, une commission permanente composée de quinze membres, savoir :
  Deux sénateurs élus par le Sénat;
  Deux membres de la Chambre des représentants élus par la Chambre;
  Un délégué du Ministre compétent;
  Le directeur général de la Caisse générale d'épargne et de retraite;
  Neuf membres désignés par le gouvernement, dont cinq au moins seront choisis parmi les membres des sociétés mutualistes reconnues et dont deux au moins seront des actuaires.
  Les membres de la commission sont nommés pour un terme ne dépassant pas six ans. Leur mandat peut être renouvelé. Leurs fonctions sont gratuites, sauf remboursement des frais éventuels de déplacement et de séjour.
  Sur la proposition de la commission permanente, le gouvernement nomme et révoque le personnel du secrétariat de ce collège.
  (La commission permanente délibérera sur toutes les questions qui lui seront soumises par le Ministre de l'Industrie, du Travail et de la Prévoyance sociale au sujet de l'organisation et du fonctionnement des associations mutualistes.) <L 30-3-1926, art. 1>
Art.33. De vroeger erkende maatschappijen van onderlingen bijstand genieten de voordeelen door deze wet verleend.
  Die maatschappijen zullen de bepalingen harer statuten die met de regelen dezer wet zouden strijden, binnen het tijdsverloop van één jaar moeten wijzigen. Bij afwijking van artikel 21 zullen de beslissingen der algemeene vergadering, welke betrekking op die wijzigingen hebben, mogen genomen worden bij eenvoudige meerderheid der aanwezige leden.
  Bij afwijking van artikel 12, zullen de maatschappijen die, op 't oogenblik van de afkondiging dezer wet, onder hunne volmachthouders personen tellen die tot eene andere natie behooren, door die personen nog mogen bestuurd worden tot dat dezer mandaat ten einde is.
Art.33. Les sociétés mutualistes antérieurement reconnues jouissent des avantages conférés par la présente loi.
  Ces sociétés devront, dans le délai d'une année, modifier les dispositions de leurs statuts qui seraient contraires aux règles de la présente loi. Par dérogation à l'article 21, les décisions de l'assemblée générale relatives à ces modifications pourront être prises à la simple majorité des membres présents.
  Par dérogation à l'article 12, les sociétés qui auront pour mandataires, au moment de la publication de la loi, des personnes d'une nationalité étrangère, pourront continuer à être administrées par ces personnes jusqu'à l'expiration du mandat de celles-ci.
Art.34. De Regeering zal, ten dienste der maatschappijen van onderlingen bijstand, kanstabellen doen opmaken.
Art.34. Le gouvernement fera établir des tables de risques spécialement dressées pour les sociétés mutualistes.
Art. 35. De wet van 3 april 1851 is afgeschaft.
Art. 35. La loi du 3 avril 1851 est abrogée.