ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220406.2F.7
Détails de la décision
🏛️ Hof van Cassatie
📅
🌐 NL
Matière
Strafrecht
Texte intégral
Nr. P.21.1664.F
I. B. D.,
Mr. Aurélie Verheylesonne, advocaat bij de balie Brussel,
II. S. H.,
III. A. A.,
Mr. Olivier Martins en mr. Justine Doigni, advocaten bij de balie Brussel,
tegen
Mr. Jean de CHAFFOY de COURCELLES, advocaat, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Time Events Belgium bv.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 24 november 2021.
De eiser I en de eiser III voeren in twee memories die aan dit arrest zijn gehecht, respectievelijk drie en twee middelen aan.
Voorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.
II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
A. Cassatieberoep van B. D.
1. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing over de strafvordering tegen de eiser
Tweede middel
Krachtens artikel 43bis, eerste lid, Strafwetboek kan de bijzondere verbeurdverklaring van de uit een misdrijf verkregen vermogensvoordelen door de rechter worden uitgesproken, maar slechts voor zover ze door de procureur des Konings schriftelijk wordt gevorderd.
Op de rechtszitting van de correctionele rechtbank van 22 mei 2014 heeft de procureur des Konings een vordering tot verbeurdverklaring neergelegd, ten laste van B.D., van een bedrag van 47.708,82 euro, wat overeenstemt met de winst die werd verkregen door verkoopdiensten tot beloop van een bedrag van 227.184,90 euro niet aan te geven en aldus de betaling van de voor deze diensten verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde van 21 procent te ontduiken (telastleggingen C.3 en C.4).
Het beroepen vonnis heeft geoordeeld dat er geen grond bestond om deze vordering in te willigen.
Het arrest, dat het vonnis op dit punt hervormt, beveelt de bijzondere verbeurdverklaring van een bedrag van 23.854,41 euro dat als vermogensvoordeel is verkregen uit de in de voormelde vordering behoorlijk omschreven telastleggingen.
Het arrest veroordeelt de eiser echter ook tot de verbeurdverklaring van 40.459,82 euro, namelijk het bedrag dat overeenstemt met de opbrengsten van de verduisteringen die in de telastlegging B.5 (misbruik van vennootschapsgoederen) worden opgesomd.
Deze bijkomende verbeurdverklaring is niet die welke de procureur des Konings tegen B.D. heeft gevorderd in het op de rechtszitting van de rechtbank van 22 mei 2014 neergelegde geschrift en vindt haar oorzaak niet in een andere vordering die het openbaar ministerie voor een van de feitenrechters zou hebben neergelegd.
Het arrest dat de verbeurdverklaring beveelt van een in artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoeld goed, hoewel uit de stukken van de rechtspleging niet blijkt dat die straf door het openbaar ministerie tegen de eiser zou zijn gevorderd, schendt bijgevolg artikel 43bis Strafwetboek.
Het middel is gegrond.
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de bijzondere verbeurdverklaring van het bedrag van 40.459,89 euro oplegt aan elk van de eisers B.D. en A.A en in zoverre het verzuimt uitspraak te doen over de vordering van de verweerder tot toekenning van de bij B.D. in beslag genomen geldsommen, en in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder tegen laatstgenoemde.
Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.
Veroordeelt de tweede eiser tot de kosten van zijn cassatieberoep.
Veroordeelt de eerste en de derde eiser respectievelijk tot twee derde en drie vierde van de kosten van hun cassatieberoep en houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat deze over aan de rechter op verwijzing.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Luik.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter ridder Jean de Codt, als voorzitter, en raadsheren Eric de Formanoir, Tamara Konsek, Frédéric Lugentz en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 6 april 2022 uitgesproken door voorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Eric Van Dooren en overgeschreven met assistentie van griffier Kristel Vanden Bossche.