Aller au contenu principal

ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220311.1F.2

Détails de la décision

🏛️ Hof van Cassatie 📅 🌐 NL

Matière

Overige - Constitutioneel recht

Résumé

Uit het feit dat de rechter, die kennisneemt van een vordering tot nietigverklaring van een belasting die met toepassing van een gemeenteverordening werd ingekohierd, die belasting geldig verklaart maar, bij gebrek aan een desbetreffende betwisting van de partijen in de...

Texte intégral

Nr. F.19.0063.F K. W., Mr. Uta Bröckerhoff, advocaat bij de balie Eupen, tegen GEMEENTE RAEREN, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 8 november 2018. Raadsheer Sabine Geubel heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal André Henkes heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel (...) Derde onderdeel Krachtens 159 Grondwet passen de hoven en rechtbanken de algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen alleen toe in zoverre ze met de wetten overeenstemmen. De met de eigenlijke rechtspraak belaste rechtscolleges hebben krachtens die bepaling de bevoegdheid en de plicht om de interne en de externe wettigheid te onderzoeken van elke bestuurshandeling waarop een aanspraak, verweer of exceptie is gegrond. Hieruit volgt niet dat de rechter die kennisneemt van een vordering tot nietigverklaring van een belasting die met toepassing van een gemeentereglement werd ingekohierd, die belasting geldig verklaart maar, bij gebrek aan een betwisting van de gedingvoerende partijen over dit punt, geen uitspraak doet over het toezicht op de verenigbaarheid van het reglement met de artikelen 10, 11 en 172 Grondwet, dat toezicht niet heeft verricht. In zoverre het onderdeel uitgaat van het tegendeel, faalt het naar recht. Voor het overige verduidelijkt het onderdeel niet in welke mate het feit dat het belastingreglement volgens de aanhef ervan binnen het woonbeleid past, impliceert dat dit reglement enkel met de artikelen 10, 11 en 172 Grondwet verenigbaar kon zijn als het had bepaald dat het niet van toepassing was op de onbewoonde panden die niet als woning zijn bestemd. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt de eiser tot de kosten. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door sectievoorzitter Mireille Delange, als voorzitter, en de raadsheren Marie-Claire Ernotte, Sabine Geubel, Maxime Marchandise en Marielle Moris, en in openbare rechtszitting van 11 maart 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Mireille Delange, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont. Vertaling opgemaakt onder toezicht van sectievoorzitter Geert Jocqué en overgeschreven met assistentie van griffier Elien Van Isterdael.