ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200929.2N.4
Détails de la décision
🏛️ Hof van Cassatie
📅
🌐 NL
Matière
Strafrecht - Overige
Texte intégral
Nr. P.20.0102.N
VFS FINANCIAL SERVICES BELGIUM nv, met zetel te 1082 Sint-Agatha-Berchem, Hunderenveldlaan 10,
beklaagde,
eiseres,
met als raadsman mr. Jorgen Van Laer, advocaat bij de balie Antwerpen.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 8 november 2019.
De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.
Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd.
II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste middel
Eerste onderdeel
1. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 24 en 26 KB Technische Eisen Voertuigen: het bestreden vonnis veroordeelt de eiseres ten onrechte wegens het op de openbare weg te hebben hebben laten bevinden van een niet-gekeurd voertuig dat was ingeschreven op haar naam, terwijl zij niet het economisch gebruik van het voertuig had, noch de bestuurder ervan was.
2. De eiseres wordt volgens de enige telastlegging vervolgd om onder dekking van een Belgische inschrijvingsplaat een volgens dit besluit aan de autokeuring onderworpen voertuig op de openbare weg te hebben laten bevinden, dat niet voorzien was van een geldig keuringsbewijs, het overeenkomstig keuringsvignet, een met zijn gebruik overeenstemmend identificatieverslag of een document "Visuele keuring van het voertuig", voor zover deze documenten zijn vereist. Deze gedraging is strafbaar gesteld door de artikelen 24, § 1, en 81 KB Technische Eisen Voertuigen en artikel 4 Wet Technische Eisen Voertuigen.
3. Hoewel in de telastlegging melding wordt gemaakt van artikel 26 KB Technische Eisen Voertuigen, dat bepaalt dat geen voertuig op de openbare weg mag worden gebruikt indien het inzake onderhoud en werking in een staat verkeert waarbij de verkeersveiligheid in het gedrang komt of wanneer het niet voldoet aan de bepalingen van het KB Technische Eisen Voertuigen, en dit ongeacht de keuringen uitgevoerd door de erkende instellingen, wordt de eiseres niet vervolgd voor de niet-naleving van deze bepaling van het KB Technische Eisen Voertuigen.
4. Artikel 24, § 1, eerste lid, KB Technische Eisen Voertuigen bepaalt dat geen enkel volgens dit besluit aan de autokeuring onderworpen voertuig zich op de openbare weg mag bevinden, tenzij het voorzien is van een geldig keuringsbewijs, het overeenkomstig keuringsvignet en een met zijn gebruik overeenstemmend identificatieverslag of technische fiche en een document "Visuele keuring van het voertuig", voor zover deze documenten vereist zijn.
Artikel 81 KB Technische Eisen Voertuigen bepaalt dat elke overtreding van dit besluit wordt bestraft met de straffen vastgelegd in de Wet Technische Eisen Voertuigen.
5. Door het strafbaar stellen van het op de openbare weg te hebben laten bevinden van een voertuig dat niet voorzien is van de door artikel 24, § 1, KB Technische Eisen Voertuigen vereiste documenten, wenste de regelgever diegene te treffen die heeft nagelaten, alhoewel daartoe gehouden, de nodige maatregelen te nemen teneinde de naleving van dit wettelijk voorschrift te verzekeren. Ook zij die op het ogenblik van de overtreding het voertuig niet economisch gebruiken op de openbare weg of het niet besturen kunnen zich aan dit misdrijf schuldig maken.
6. Het staat aan de rechter te oordelen of in het licht van de omstandigheden van de zaak de eigenaar van een voertuig zich schuldig heeft gemaakt aan het op de openbare weg te hebben laten bevinden van het voertuig zonder dat het voorzien was van de vereiste documenten.
7. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
8. De appelrechters oordelen onder meer dat:
- de politie op 8 augustus 2017 vaststelde dat de technische keuring van de vrachtwagen met nummerplaat 1CYK513 was verlopen sinds 28 januari 2017;
- een proces-verbaal van waarschuwing werd opgemaakt met verzoek zich in regel te stellen tegen uiterlijk 18 augustus 2017;
- het voertuig uiteindelijk werd gekeurd op 21 augustus 2017;
- het niet-gekeurde voertuig was ingeschreven op naam van de eiseres;
- de eiseres in een contractueel beding had vastgelegd dat ze als verhuurster aan de huurster de verplichting oplegde het voertuig tijdig aan te bieden bij de automobielinspectie;
- dit contractueel beding de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de eiseres niet uitsluit;
- het van geen belang is of de eiseres, die een rechtspersoon is, het economisch gebruik van het voertuig heeft;
- het contractueel verschuiven van de plicht om het voertuig aan te bieden in een keuringsstation voor de eiseres voordelen opbrengt zoals minder administratie;
- het bestreden vonnis dan ook dient te worden bevestigd dat de eiseres schuldig verklaarde aan de feiten van de telastlegging bestaande in een voertuig op de openbare weg te hebben laten bevinden dat niet voorzien was van een geldig keuringsbewijs.
9. Met die redenen geeft het bestreden vonnis te kennen dat de eiseres als eigenaar, alhoewel daartoe gehouden, heeft nagelaten de nodige maatregelen te nemen teneinde de naleving van het wettelijk voorschrift van artikel 24, § 1, KB Technische Eisen Voertuigen te verzekeren en verantwoordt het de schuldigverklaring van de eiseres naar recht.
In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
Tweede onderdeel
10. Het onderdeel voert schending aan van artikel 23, § 5, KB Technische Eisen Voertuigen: het bestreden vonnis veroordeelt de eiseres ten onrechte wegens een op de openbare weg te hebben laten bevinden van een niet-gekeurd voertuig dat was ingeschreven op haar naam, terwijl zij als titularis van het voertuig door middel van een clausule in het verhuurcontract aan de huurster heeft opgelegd het gehuurde voertuig aan te bieden bij de keuring op de vastgestelde dagen en hierdoor wel degelijk het initiatief nam om het voertuig ter keuring aan te bieden; dat het voertuig uiteindelijk niet in het keuringsstation aangeboden blijkt te zijn, doet hieraan niet af.
11. In zoverre het onderdeel is afgeleid uit de in het eerste onderdeel vergeefs aangevoerde onwettigheid, is het niet ontvankelijk.
12. Voor het overige is het onderdeel gericht tegen een overtollige reden en kan het niet tot cassatie leiden en is het bijgevolg niet ontvankelijk.
Tweede middel
13. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis veroordeelt de eiseres zonder melding te maken van artikel 24 KB Technische Eisen Voertuigen in het motiverend gedeelte in het dispositief van het vonnis.
14. De verplichting van de artikelen 163, eerste lid, 195, eerste lid, en 211 Wetboek van Strafvordering om in een veroordelende beslissing de toegepaste wetsbepalingen te vermelden, houdt niet in dat de wetsbepalingen in het overwegend gedeelte of in het dictum van het vonnis moeten worden vermeld. Het volstaat dat de rechter in de veroordelende beslissing melding maakt van die toegepaste wetsbepalingen, ongeacht de plaats in die beslissing.
In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
15. Het bestreden vonnis (p. 2) maakt in de enige telastlegging, waarvoor het de eiseres door bevestiging van het beroepen vonnis veroordeelt, melding van artikel 24, § 1, KB Technische Eisen Voertuigen.
In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
Ambtshalve onderzoek
16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Bepaalt de kosten op 58,30 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 29 september 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.