ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.216.745
Détails de la décision
🏛️ Raad van State
📅 2011-12-08
🌐 NL
Arrest
Matière
Bestuursrecht
Résumé
Arrest nr 216.745 van 8 december 2011 Ruimtelijke ordening, stedenbouw,
leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuheffingen Beslissing
: heropening debatten Aanvullend verslag
Texte intégral
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 216.745 van 8 december 2011
in de zaak A. 166.777/X-14.790.
In zake : de n.v. TUI AIRLINES BELGIUM, thans JETAIRFLY
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Werner Eyskens en Gauthier Van Thuyne kantoor houdend te 1150 BRUSSEL
Tervurenlaan 268 A
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten François Tulkens en Patrick Peeters kantoor houdend te 1000 BRUSSEL
Terhulpsesteenweg 120
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 10 oktober 2005, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Milieucollege van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 8 augustus 2005 waarbij aan de NV Tui Airlines Belgium een administratieve geldboete wordt opgelegd ten belope van 125.000 euro wegens inbreuken op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 27 mei 1999 betreffende de bestrijding van geluidshinder voortgebracht door het luchtverkeer.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 209.395 van 2 december 2010 heropent de Raad van State de debatten en wordt het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat gelast met het aanvullend onderzoek.
X-14.790-1/5
Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een aanvullend verslag opgesteld.
De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2011.
Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht.
Advocaten Gauthier Van Thuyne en Fee Goossens, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaten François Tulkens en Jens Mosselmans, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. De verzoekende partij is een luchtvaartmaatschappij.
4. Op 21 mei 2004, 7 juli 2004, 24 augustus 2004, 17 september 2004, 8 oktober 2004, 28 oktober 2004, 8 december 2004 en 22 december 2004
maakt het Brussels Instituut voor Milieubeheer (hierna : BIM) een proces-verbaal op waarin overtredingen worden vastgesteld op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 27 mei 1999 betreffende de bestrijding van geluidshinder voortgebracht door het luchtverkeer.
X-14.790-2/5
5. Voormelde processen-verbaal worden, tezamen met de metingsverslagen, overgemaakt aan de procureur des Konings te Brussel. Met betrekking tot elk overgezonden proces-verbaal laat de procureur des Konings weten dat hij geen vervolging zal instellen.
6. Op 3 februari 2005 zet het BIM de procedure in werking die uiteindelijk zal leiden tot het opleggen van een administratieve sanctie.
7. Op 12 april 2005 legt de leidend ambtenaar van het BIM aan de verzoekende partij een administratieve geldboete op van 234.080 euro.
8. Tegen die beslissing stelt de verzoekende partij op 10 juni 2005
beroep in bij het Milieucollege.
9. Met de thans bestreden beslissing van 8 augustus 2005 verklaart het Milieucollege het beroep deels gegrond; de administratieve boete wordt verminderd tot 125.000 euro.
IV. Tweede onderdeel van het achtste middel
10. De verzoekende partij voert de schending aan van “de artikelen 10, 11 en 14 van de Grondwet; schending van de artikelen 15, §1, en 26 van het IVBPR; schending van de artikelen 6 en 7, §2, EVRM, schending van het algemeen rechtsbeginsel van de wettelijkheid der straffen; schending van de verplichting tot materiële en formele motivering van bestuurshandelingen;
schending van het algemeen rechtsbeginsel van de rechten van verdediging en machtsoverschrijding”.
In het tweede onderdeel van het middel doet de verzoekende partij gelden dat de bestreden beslissing geen rekening houdt met de ingeroepen verzachtende omstandigheden en geen administratieve geldboete heeft overwogen onder het minimale bedrag dat is bepaald in de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu. De verzoekende partij stelt dat zij
X-14.790-3/5
op dit punt, doordat haar een administratieve geldboete wordt opgelegd, strenger wordt behandeld dan wanneer zij het voorwerp had uitgemaakt van een strafrechtelijke vervolging. De eerste beslissing van het Brussels Instituut voor Milieubeheer, deels bevestigd door de bestreden beslissing, had een volledige motivering moeten bevatten en rekening moeten houden met de verschillende verweermiddelen van de verzoekende partij, meer in het bijzonder met de ingeroepen verzachtende omstandigheden, en in voorkomend geval had de administratieve geldboete vastgesteld moeten worden op een bedrag lager dan het wettelijk minimum.
V. Onderzoeksmaatregel
11. In het auditoraatsverslag wordt geconcludeerd tot de gegrondheid van dit middelonderdeel. Er wordt besloten tot de nietigverklaring omdat het bestreden besluit met schending van de ingeroepen bepalingen heeft uitgesloten dat met inroeping van verzachtende omstandigheden een lagere geldboete wordt opgelegd dan de minimale boete die door de ordonnantie is vastgesteld.
Dit middelonderdeel betreft uitsluitend een aspect van de hoegrootheid van de op te leggen administratieve geldboete. De gegrondheid ervan kan de verwerende partij er enkel toe nopen de hoegrootheid van de opgelegde boete te heroverwegen. Dit middelonderdeel heeft geen uitstaans met de (grond)wettigheid van de opgelegde sanctie of met de mogelijkheid tot het opleggen van enige boete. In de andere middelen wordt die (grond)wettigheid of mogelijkheid nochtans betwist.
Het auditoraatsverslag is met toepassing van artikel 24, tweede lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt tot het onderzoek van het tweede onderdeel van het achtste middel. Het is dan ook noodzakelijk dat de andere middelen door een lid van het auditoraat worden onderzocht en dat daarover verslag wordt uitgebracht.
X-14.790-4/5
BESLISSING
1. De Raad van State heropent de debatten.
2. De Raad van State gelast het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat met het aanvullend onderzoek.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht december 2011, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Pierre Lefranc, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier.
De griffier De voorzitter
Astrid Truyens Roger Stevens
X-14.790-5/5