Aller au contenu principal

ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.851

Détails de la décision

🏛️ Raad van State 📅 2011-10-20 🌐 NL Arrest

Matière

Bestuursrecht

Résumé

Arrest nr 215.851 van 20 oktober 2011 Sociale zaken en volksgezondheid - Ziekenfondsen en Landsbonden Beslissing : Verwerping

Texte intégral

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 215.851 van 20 oktober 2011 in de zaak A. 193.197/VII-37.385. In zake : Hadda BALI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nikolaas Van Steenkiste kantoor houdend te 2000 Antwerpen Lange Nieuwstraat 21-23 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMS ZORGFONDS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 29 juni 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid van 30 april 2009 waarbij het bezwaarschrift van Hadda Bali tegen het opleggen van een administratieve geldboete ongegrond wordt verklaard en beslist wordt dat de geldboete verschuldigd blijft. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 198.000 van 19 november 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. VII-37.385-1/5 Bij arrest nr. 209.604 van 9 december 2010 heropent de Raad van State de debatten en wordt het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat ermee gelast het onderzoek van de zaak voort te zetten. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een aanvullend verslag opgesteld. De verzoekster heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 september 2011. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Elisa Van Broeck, die loco advocaat Nikolaas Van Steenkiste verschijnt voor de verzoekster, en advocaat Pieter-Jan Staelens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Omdat de verzoekster verzuimt een aantal jaarlijkse bijdragen in het kader van de Vlaamse zorgverzekering te betalen verstuurt de verwerende partij haar op 18 november 2005 een aanmaning om zich te regulariseren. Het VII-37.385-2/5 betreft een eenmalige regularisatiemogelijkheid waardoor betrokkenen zich in orde kunnen stellen voor het verleden. 4. Met een tweede brief wordt de verzoekster uitgenodigd de bijdrage voor het jaar 2006 te betalen. Ook wordt erop gewezen dat de achterstallige bijdragen steeds verschuldigd blijven. 5. Aan de verzoekster wordt op 5 oktober 2007 een administratieve geldboete van 250 euro opgelegd wegens niet, onvolledig of te laat betaalde verplichte bijdragen. 6. De verzoekster dient daartegen bezwaar in. Zij stelt de bijdragen wel te willen betalen doch niet de administratieve geldboete omdat zij de eerdere aanmaningsbrieven niet heeft ontvangen. 7. Op 30 april 2009 wordt de bestreden beslissing genomen. IV. Onderzoek van de middelen Standpunten van de verzoekster 8. De verzoekster voert in het eerste middel de schending aan van de artikelen 39bis en 39sexies "van de handleiding zorgverzekering toegevoegd door het ministerieel besluit van 22 juni 2006 houdende wijziging van de enige bijlage bij het ministerieel besluit van 6 januari 2006 houdende de goedkeuring van de handleiding zorgverzekering". Zij stelt dat haar bezwaarschrift op grond van deze bepalingen werd afgewezen, terwijl die bepalingen nog niet van toepassing waren "op het ogenblik dat de feiten die door de opgelegde administratieve geldboete worden gesanctioneerd zich voordeden". In het tweede middel stelt zij dat artikel 14 van de Grondwet van artikel 2 van het burgerlijk wetboek "en in het algemeen het beginsel van de VII-37.385-3/5 niet-retro-activiteit van de wet en van besluiten van de uitvoerende macht" geschonden zijn. De verzoekster betoogt in essentie dat artikel 21bis van het decreet van de Vlaamse gemeenschap houdende de organisatie van de zorgverzekering een strafbepaling is die werd gewijzigd door een decreet van 24 juli 2005, dat uitdrukkelijk bepaalt dat pas "vanaf 1 mei 2006" een administratieve geldboete wordt opgelegd. Beoordeling 9. Het systeem van de administratieve geldboete werd in het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering pas ingeschreven bij decreet van 24 juni 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2005. Dat decreet voorzag in een eenmalige regularisatiemogelijkheid: de verschuldigde bijdragen konden nog worden betaald tot 30 april 2006. Artikel 21bis, § 1, bepaalt dat een administratieve geldboete wordt opgelegd rekening houdend met het openstaande saldo aan verschuldigde bijdragen. Met een brief van 18 november 2005 werd de verzoekster in de mogelijkheid gesteld haar achterstallige bijdragen te betalen. Volgens die brief gaat het om bijdragen van 2002, 2003, 2004 en 2005. Uit het administratief dossier blijkt bovendien dat, conform de hiervoor vermelde decreetswijziging, de verzoekster de mogelijkheid had zich vóór 30 april 2006 in regel te stellen. De verwerende partij past gewoon de gewijzigde decreetsbepalingen toe. Er is geen schending van het niet-retroactiviteitsbeginsel aangezien de decreetgever juist heeft toegelaten rekening te houden met niet betaalde bijdragen uit het verleden. De kritiek van de verzoekster op dat punt is kritiek op het decreet zelf. Deze kan, in het kader van een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State, niet in aanmerking worden genomen. De beide middelen zijn niet gegrond. VII-37.385-4/5 BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig oktober tweeduizend en elf, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Luc Hellin VII-37.385-5/5