Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
25 FEBRUARI 2026. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de nadere regels en technische vereisten, vermeld in artikels 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/4 en 6.4.1/2 van het Energiebesluit van 19 november 2010 en artikel 5.189 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021
Titre
25 FEVRIER 2026. - Arrêté Ministériel fixant les règles et prescriptions techniques complémentaires et les niveaux des primes, des conseils d'itinéraire et des projets de rénovation collective, mentionnés aux articles 6.4.1/1/2, 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/4, 6.4.1/2 du décret énergie du 19 novembre 2010 et à l'article 5.189 de l'arrêté du Codex flamand du logement de 2021 (TRADUCTION)
Informations sur le document
Numac: 2026001544
Datum: 2026-02-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Tekst (13)
Texte (0)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
-
Artikel 1. In dit ministerieel besluit wordt verstaan onder:
  1° beschermd volume: het beschermd volume zoals gedefinieerd in artikel 1.1.3, 14°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009;
  2° direct verwarmde ruimte: elke ruimte voorzien van een gebouwgebonden warmteafgiftetoestel;
  3° indirect verwarmde ruimte: elke ruimte die zelf niet direct verwarmd wordt, maar die minstens één niet-permanente opening deelt met een direct verwarmde ruimte van dezelfde gebouweenheid. De openingen kunnen zich in horizontale, verticale en schuine scheidingsvlakken bevinden;
  4° veranda: ruimte waarvan de dakbedekking voor minstens de helft transparant is en de toegevoegde wanden voor minstens de helft uit glas bestaan en die volledig kan afgesloten worden van de rest van de woning.
-
HOOFDSTUK 2. - Nadere regels en technische vereisten, vermeld in artikel 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/4 en 6.4.1/2 van het Energiebesluit van 19 november 2010
-
Art. 2. De technische eisen en nadere regels, vermeld in artikel 6.4.1/1/1, achtste en negende lid van het Energiebesluit van 19 november 2010, zijn de volgende:
  1° wat betreft de warmtepompen, vermeld in artikel 6.4.1/1/1, eerste lid, 2° tot en met 4°, van het Energiebesluit van 19 november 2010:
  a) de lucht-waterwarmtepomp inclusief eventuele geïntegreerde weerstandsverwarming voor legionellabescherming is de enige centrale verwarming voor de premiewoning, woongebouw, collectief woongebouw of nieuwe premiewoning, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw;
  b) de hybride lucht-waterwarmtepomp is de combinatie van een nieuwe elektrische lucht-waterwarmtepomp die minstens gebruikt wordt voor ruimteverwarming, met een nieuwe of bestaande gascondensatieketel, aangesloten op hetzelfde afgiftesysteem, die beiden worden aangestuurd met een gemeenschappelijke regeling die de opwekker of opwekkers met het beste rendement selecteert;
  c) de lucht-luchtwarmtepomp kan niet worden gebruikt voor actieve koeling. Als de lucht-luchtwarmtepomp over een actieve koelfunctie beschikt, moet de actieve koelfunctie onomkeerbaar uitgeschakeld zijn. Dit kan enkel aangetoond worden doordat 'omkeerbaar' een productoptie is die niet voorzien werd in de lucht-luchtwarmtepomp of de lucht-luchtwarmtepomp standaard niet omkeerbaar is. Als zijnde onomkeerbaar wordt niet beschouwd een softwarematige of andere tijdelijke manier van begrenzing;
  d) in afwijking van 1°, c), mag de lucht-luchtwarmtepomp enkel gebruikt worden voor actieve koeling als deze lucht-luchtwarmtepomp de enige centrale verwarming is in de premiewoning, woongebouw, collectief woongebouw of nieuwe premiewoning, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw waar de lucht-luchtwarmtepomp wordt geplaatst en de premiewoning, woongebouw, collectief woongebouw of nieuwe premiewoning, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw waar de warmtepomp wordt geplaatst volledig fossielvrij is op de datum van de premieaanvraag;
  e) de warmtepomp voldoet aan de minimale energie-efficiëntie eisen, zoals bepaald in bijlage 1 bij dit besluit;
  f) de warmteafgifte moet gebeuren via een systeem met een maximale afgiftetemperatuur van 55° C;
  g) de persoon die de kwaliteitsvolle uitvoering van de lucht-waterwarmtepomp, hybride lucht-waterwarmtepomp of de lucht-luchtwarmtepomp valideert moet beschikken over een certificaat van bekwaamheid, vermeld in artikel 8.5.1, § 1, 6°, van het Energiebesluit van 19 november 2010;
  h) de persoon die de kwaliteitsvolle uitvoering van de geothermische warmtepomp valideert moet beschikken over een certificaat van bekwaamheid, vermeld in artikel 8.5.1, § 1, 6° of 7°, van het Energiebesluit van 19 november 2010;
  i) het aanvraagformulier, het door de aannemer ingevulde en ondertekende attest, de facturen en andere bewijsstukken, vermeld in artikel 3, tweede lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bevatten samen minstens:
  1) de datum waarop de warmtepomp werd geplaatst;
  2) de kostprijs van het materiaal en de plaatsing van de warmtepomp;
  3) de soort, het merk en het type van de geplaatste warmtepomp;
  4) het thermisch vermogen van de geplaatste warmtepomp;
  5) in geval van elektrische warmtepompen: het elektrisch compressorvermogen;
  6) in geval van gaswarmtepompen: het geïnstalleerd gasvermogen;
  7) voor lucht-waterwarmtepompen: een verklaring dat de warmtepomp de enige centrale verwarming is voor het gebouw;
  8) voor warmtepompen geplaatst in een premiewoning, woongebouw, collectief woongebouw of nieuwe premiewoning, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw: het Europees productlabel, Europese productfiche of het Europees pakketlabel met de minimale seizoensgebonden energie-efficiëntie of een bewijs van de minimale energie-efficiëntie, zoals vermeld in bijlage 1 bij dit besluit;
  9) het certificeringsnummer van de persoon die de kwaliteitsvolle uitvoering van de installatie valideert, vermeld op het certificaat van bekwaamheid, vermeld in artikel 8.5.1, § 1, 6° of 7°, van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals vermeld in 1°, g) en h);
  10) voor lucht-lucht warmtepompen, in voorkomend geval: de technische fiche waarop wordt aangetoond dat de lucht-luchtwarmtepomp niet kan worden gebruikt voor actieve koeling, zoals vermeld in 1°, c);
  11) voor lucht-lucht warmtepompen waarvan de koelfunctie niet onomkeerbaar is uitgeschakeld: een verklaring dat de warmtepomp de enige centrale verwarming is in de premiewoning, woongebouw, collectief woongebouw of nieuwe premiewoning, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw en de premiewoning, woongebouw, collectief woongebouw of nieuwe premiewoning, nieuw woongebouw of nieuw collectief woongebouw geen fossiele brandstoffen gebruikt, wat kan worden aangetoond door, onder andere maar niet gelimiteerd tot, een bewijsstuk dat de installatie voor gebruik van fossiele brandstof permanent werd verwijderd zoals, in geval van verwarming met stookolie, een attest van buitengebruikstelling van de stookolietank conform de toepasselijke VLAREM regelgeving of in het geval van een gasaansluiting, een bewijsstuk dat de gasaansluiting werd verzegeld of verwijderd;
  12) een verklaring dat de warmteafgifte gebeurt via een systeem met een maximale afgiftetemperatuur van 55° C;
  13) in voorkomend geval: een verklaring dat de warmtepomp werd geïnstalleerd ter vervanging van de bestaande elektrische weerstandsverwarming in een premiewoning, nieuwe premiewoning, woongebouw, nieuw woongebouw, collectief woongebouw of nieuw collectief woongebouw die op het elektriciteitsdistributienet is aangesloten met toepassing van het uitsluitend nachttarief;
  14) in voorkomend geval en voor een geothermische, lucht-water of lucht-lucht warmtepomp: een verklaring dat de warmtepomp werd geïnstalleerd in een gebouw gelegen in een gebied waar geen aardgasdistributienet aanwezig is op het ogenblik van de uitvoering van de werken;
  15) een verklaring dat de persoon die de kwaliteitsvolle uitvoering van de installatie valideert beschikt over een certificaat van bekwaamheid, vermeld in artikel 8.5.1, § 1, 6° of 7°, van het Energiebesluit van 19 november 2010;
  16) het koelmiddel van de geplaatste warmtepomp.
  2° wat betreft de warmtepompboiler, vermeld in artikel 6.4.1/1/1, eerste lid, 5°, van het Energiebesluit van 19 november 2010:
  a) de warmtepompboiler beschikt over een Europees productlabel toegekend volgens de Gedelegeerde Verordening 812/2013 betreffende energie-etikettering van waterverwarmingstoestellen, warmwatertanks en pakketten van waterverwarmingstoestellen en zonne-energie-installaties van A+ of beter;
  b) voor een woongebouw of collectief woongebouw komt de gelijktijdige installatie van meerdere warmtepompboilers in aanmerking;
  c) het aanvraagformulier, het door de aannemer ingevulde en ondertekende attest, de facturen en andere bewijsstukken, vermeld in artikel 3, tweede lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bevatten samen minstens:
  1) de datum waarop de warmtepompboiler werd geplaatst;
  2) de kostprijs van het materiaal en de plaatsing van de warmtepompboiler;
  3) het merk en het type van de warmtepompboiler;
  4) het thermisch vermogen van de warmtepompboiler;
  5) het elektrisch compressorvermogen van de warmtepompboiler;
  6) het aantal liter van het opslagvat;
  7) het Europees productlabel toegekend volgens de Gedelegeerde Verordening 812/2013 betreffende energie-etikettering van waterverwarmingstoestellen, warmwatertanks en pakketten van waterverwarmingstoestellen en zonne-energie-installaties;
  8) een verklaring dat de geïnstalleerde warmtepompboiler of warmtepompboilers beschikken over een regeling om de warm watertemperatuur te verhogen bij een extern signaal om zo aan thermische opslag te doen;
  9) het type koelmiddel van de warmtepompboiler.
-
Art. 3. De nadere regels en technische vereisten, vermeld in artikel 6.4.1/2, § 2, juncto artikel 6.4.1/1, § 1, achtste en negende lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, zijn de volgende:
  1° wat betreft de nieuw geplaatste dak- of zoldervloerisolatie, vermeld in artikel 6.4.1/1, § 1, eerste lid, 1°, van het Energiebesluit van 19 november 2010:
  a) de Rd-waarde van een bestaande isolatielaag en van de afwerkingslaag mag niet mee worden verrekend om aan de minimumeis te komen;
  b) de lambdawaarden die gebruikt worden voor de berekening van de Rd-waarde worden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of komen voor op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  c) de premie wordt berekend op basis van de dak- of zoldervloeroppervlakte die met het nieuw aangekochte isolatiemateriaal werd geïsoleerd en kan nooit het aantal vierkante meter aangekocht isolatiemateriaal overschrijden;
  d) alleen isolatie van ruimtes die na het aanbrengen van de isolatie direct of indirect verwarmd zijn komt in aanmerking;
  e) de premie is geldig voor ofwel dakisolatie ofwel zoldervloerisolatie binnen hetzelfde beschermd volume, niet voor beide;
  f) zoldervloerisolatie wordt alleen als dakisolatie beschouwd wanneer het de vloer van een onverwarmde zolder betreft;
  g) als het de isolatie van een hellend dak betreft, moet ook een dampscherm aanwezig zijn langs de binnenzijde van het gebouw;
  h) het aanvraagformulier, het door de aannemer ingevulde en ondertekende attest, de facturen en andere bewijsstukken, vermeld in artikel 3, tweede lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bevatten samen minstens:
  1) de datum waarop de werken werden uitgevoerd;
  2) de soort, het merk en het type van het isolatiemateriaal;
  3) de kostprijs van het materiaal en de plaatsing;
  4) het aantal vierkante meter isolatiemateriaal;
  5) de dikte van het geplaatste isolatiemateriaal;
  6) de Rd-waarde van het geplaatste isolatiemateriaal;
  7) de vermelding of de isolatie werd aangebracht in het dak dan wel op de zoldervloer;
  8) een verklaring dat de Rd-waarde van een bestaande isolatielaag en van de afwerkingslaag niet is mee verrekend;
  9) een verklaring dat de lambdawaarden die gebruikt werden voor de berekening van de Rd-waarde werden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of voorkomen op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  10) een verklaring dat de ingediende facturen enkel betrekking hebben op isolatie van direct of indirect verwarmde ruimtes;
  11) een verklaring dat, als het de isolatie van een zoldervloer betreft, het de vloer van een onverwarmde zolder betreft;
  12) een verklaring dat, als het de isolatie van een hellend dak betreft, een dampscherm aanwezig is langs de binnenzijde;
  2° wat betreft de nieuw geplaatste spouwmuurisolatie, vermeld in artikel 6.4.1/1, § 1, eerste lid, 2°, van het Energiebesluit van 19 november 2010:
  a) de spouw heeft een minimale breedte van 50 millimeter;
  b) de volledige spouwbreedte moet worden opgevuld met het isolatiemateriaal;
  c) de lambdawaarde van het gebruikte isolatiemateriaal mag hoogstens 0,065 W/m.K bedragen;
  d) de lambdawaarden die gebruikt worden voor de berekening van de Rd-waarde worden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of komen voor op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  e) alleen isolatie van spouwmuren waarin nog geen isolatie aanwezig was, komt in aanmerking;
  f) alleen isolatie van ruimtes die na het aanbrengen van de isolatie direct of indirect verwarmd zijn komt in aanmerking;
  g) het isoleren van gemeenschappelijke muren, in het geval van een halfopen of gesloten bebouwing, komt niet in aanmerking;
  h) de gebruikte materialen, plaatsingstechnieken en plaatsers moeten volledig voldoen aan de STS, vermeld in artikel 1, 1°, van het koninklijk besluit van 1 februari 2018 betreffende de statuten en de procedure voor de vaststelling van de Technische Specificaties. Punt 5.5 van de STS71-1 is daarbij niet van toepassing;
  i) het aanvraagformulier, het door de aannemer ingevulde en ondertekende attest, de facturen en andere bewijsstukken, vermeld in artikel 3, tweede lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bevatten samen minstens:
  1) de datum waarop de werken werden uitgevoerd;
  2) de soort, het merk en het type van het isolatiemateriaal;
  3) de kostprijs van het materiaal en de plaatsing;
  4) het aantal opgevulde vierkante meter;
  5) de dikte van het gebruikte isolatiemateriaal;
  6) de lambdawaarde van het gebruikte isolatiemateriaal;
  7) een verklaring dat de lambdawaarden bepaald worden volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of voorkomen op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  8) een verklaring van overeenkomstigheid waaruit blijkt dat is voldaan aan de STS, vermeld in 2°, h);
  9) een verklaring dat de ingediende facturen enkel betrekking hebben op isolatie van een spouwmuur waarin nog geen isolatie aanwezig was;
  10) een verklaring dat de ingediende facturen enkel betrekking hebben op isolatie van direct of indirect verwarmde ruimtes;
  3° wat betreft de nieuw geplaatste isolatie aan de buitenkant van een buitenmuur, vermeld in artikel 6.4.1/1, § 1, eerste lid, 3°, van het Energiebesluit van 19 november 2010:
  a) de Rd-waarde van een bestaande isolatielaag en van de afwerkingslaag mag niet mee worden verrekend om aan de minimumeis te komen;
  b) de lambdawaarden die gebruikt worden voor de berekening van de Rd-waarde worden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of komen voor op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  c) de premie wordt berekend op basis van de buitenmuuroppervlakte die met het nieuw aangekochte isolatiemateriaal werd geïsoleerd en kan nooit het aantal vierkante meter aangekocht isolatiemateriaal overschrijden;
  d) alleen isolatie van ruimtes die na het aanbrengen van de isolatie direct of indirect verwarmd zijn, komt in aanmerking;
  e) het isoleren van gemeenschappelijke muren, in het geval van een halfopen of gesloten bebouwing, komt niet in aanmerking;
  f) het aanvraagformulier, het door de aannemer ingevulde en ondertekende attest, de facturen en andere bewijsstukken, vermeld in artikel 3, tweede lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bevatten samen minstens:
  1) de datum waarop de werken werden uitgevoerd;
  2) de soort, het merk en het type van het isolatiemateriaal;
  3) de kostprijs van het materiaal en de plaatsing;
  4) het aantal vierkante meter isolatiemateriaal;
  5) de dikte van het geplaatste isolatiemateriaal;
  6) de Rd-waarde van het geplaatste isolatiemateriaal;
  7) een verklaring dat de Rd-waarde van een bestaande isolatielaag en van de afwerkingslaag niet is mee verrekend;
  8) een verklaring dat de lambdawaarden die gebruikt werden voor de berekening van de Rd-waarde werden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of voorkomen op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  9) een verklaring dat de ingediende facturen enkel betrekking hebben op isolatie van direct of indirect verwarmde ruimtes;
  4° wat betreft de nieuw geplaatste isolatie aan de binnenkant van een buitenmuur, vermeld in artikel 6.4.1/1, § 1, eerste lid, 4°, van het Energiebesluit van 19 november 2010:
  a) de Rd-waarde van een bestaande isolatielaag en van de afwerkingslaag mag niet mee worden verrekend om aan de minimumeis te komen;
  b) de lambdawaarden die gebruikt worden voor de berekening van de Rd-waarde worden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of komen voor op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  c) de premie wordt berekend op basis van de buitenmuuroppervlakte die met het nieuw aangekochte isolatiemateriaal werd geïsoleerd en kan nooit het aantal vierkante meter aangekocht isolatiemateriaal overschrijden;
  d) alleen isolatie van ruimtes die na het aanbrengen van de isolatie direct of indirect verwarmd zijn komt in aanmerking;
  e) het isoleren van gemeenschappelijke muren, in het geval van een halfopen of gesloten bebouwing, komt niet in aanmerking;
  f) het aanvraagformulier, het door de aannemer ingevulde en ondertekende attest, de facturen en andere bewijsstukken, vermeld in artikel 3, tweede lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bevatten samen minstens:
  1) de datum waarop de werken werden uitgevoerd;
  2) de soort, het merk en het type van het isolatiemateriaal;
  3) de kostprijs van het materiaal en de plaatsing;
  4) het aantal vierkante meter isolatiemateriaal;
  5) de dikte van het geplaatste isolatiemateriaal;
  6) de Rd-waarde van het geplaatste isolatiemateriaal;
  7) een verklaring dat de Rd-waarde van een bestaande isolatielaag en van de afwerkingslaag niet is mee verrekend;
  8) een verklaring dat de lambdawaarden die gebruikt werden voor de berekening van de Rd-waarde werden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of voorkomen op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  9) een verklaring dat de ingediende facturen enkel betrekking hebben op isolatie van direct of indirect verwarmde ruimtes;
  10) een verklaring dat de werkzaamheden werden begeleid door een architect die ingeschreven is in de tabel van de Orde van Architecten en die een controletaak uitoefent op de werkzaamheden alsook het stamnummer van de begeleidende architect dan wel een verklaring dat het plaatsen van de isolatiematerialen werd uitgevoerd door een aannemer waarvan op het ogenblik van de uitvoering minstens de zaakvoerder of een werknemer beschikt over een certificaat van bekwaamheid, als vermeld in artikel 8.5.1, § 1, 8°, van het Energiebesluit van 19 november 2010, alsook het certificeringsnummer van de uitvoerende aannemer, zaakvoerder of werknemer;
  5° wat betreft de nieuw geplaatste vloerisolatie op volle grond of nieuw geplaatste isolatie op het plafond van een kelder of een verluchte ruimte onder een verwarmde ruimte, vermeld in artikel 6.4.1/1, § 1, eerste lid, 5°, van het Energiebesluit van 19 november 2010:
  a) de Rd-waarde van een bestaande isolatielaag en van de afwerkingslaag mag niet mee worden verrekend om aan de minimumeis te komen;
  b) de lambdawaarden die gebruikt worden voor de berekening van de Rd-waarde worden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of komen voor op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  c) de premie wordt berekend op basis van de vloeroppervlakte of kelderplafondoppervlakte die met het nieuw aangekochte isolatiemateriaal werd geïsoleerd en kan nooit het aantal vierkante meter aangekocht isolatiemateriaal overschrijden;
  d) alleen isolatie van ruimtes die na het aanbrengen van de isolatie direct of indirect verwarmd zijn komt in aanmerking;
  e) het aanvraagformulier, het door de aannemer ingevulde en ondertekende attest, de facturen en andere bewijsstukken, vermeld in artikel 3, tweede lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bevatten samen minstens:
  1) de datum waarop de werken werden uitgevoerd;
  2) de soort, het merk en het type van het isolatiemateriaal;
  3) de kostprijs van het materiaal en de plaatsing;
  4) het aantal vierkante meter isolatiemateriaal;
  5) de dikte van het geplaatste isolatiemateriaal;
  6) de Rd-waarde van het geplaatste isolatiemateriaal;
  7) een verklaring dat de Rd-waarde van een bestaande isolatielaag en van de afwerkingslaag niet is mee verrekend;
  8) een verklaring dat de lambdawaarden die gebruikt werden voor de berekening van de Rd-waarde werden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of voorkomen op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  9) een verklaring dat de ingediende facturen enkel betrekking hebben op isolatie van direct of indirect verwarmde ruimtes;
  6° wat betreft de oppervlakte beglazing, vermeld in artikel 6.4.1/1, § 1, eerste lid, 6°, van het Energiebesluit van 19 november 2010:
  a) de Ug-waarde van de nieuw geplaatste beglazing wordt berekend volgens de norm NBN EN 673 in overeenstemming met de CE-markering;
  b) transparante kunststofplaten (polycarbonaat) en lichtkoepels komen eveneens in aanmerking indien voldaan wordt aan de overige eisen, de U-waarde van de nieuwe transparante kunststofplaat (polycarbonaat) en van de nieuwe lichtkoepel worden bepaald respectievelijk volgens de normen NBN EN 16153 en NBN EN 1873, telkens in overeenstemming met de CE-markering;
  c) de premie wordt berekend op basis van de nieuw geplaatste oppervlakte beglazing, waarbij de oppervlakte van de raamprofielen niet in rekening wordt gebracht;
  d) alleen beglazing in ruimtes die na het plaatsen van de beglazing direct of indirect verwarmd zijn komt in aanmerking;
  e) beglazing geplaatst in veranda's komt niet in aanmerking;
  f) het aanvraagformulier, het door de aannemer ingevulde en ondertekende attest, de facturen en andere bewijsstukken, vermeld in artikel 3, tweede lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bevatten samen minstens:
  1) de datum waarop de werken werden uitgevoerd;
  2) het merk en het type van de geplaatste beglazing, transparante kunststofplaten (polycarbonaat) of lichtkoepels;
  3) de kostprijs van het materiaal en de plaatsing;
  4) het aantal vierkante meter geplaatste beglazing, transparante kunststofplaten (polycarbonaat) of lichtkoepels;
  5) de Ug-waarde van het geplaatste glas, dan wel de U-waarde van de nieuwe transparante kunststofplaat (polycarbonaat) en van de nieuwe lichtkoepel;
  6) in voorkomend geval: het type beglazing dat werd vervangen;
  7) een verklaring dat het glas niet werd geplaatst in een veranda;
  8) een verklaring dat de Ug-waarde van het geplaatste glas berekend werd volgens NBN EN 673 in overeenstemming met de CE-markering dan wel een verklaring dat de U-waarde van de nieuwe transparante kunststofplaat (polycarbonaat) en van de nieuwe lichtkoepel, bepaald werd respectievelijk volgens de normen NBN EN 16153 en NBN EN 1873, telkens in overeenstemming met de CE-markering;
  9) een verklaring dat de ingediende facturen enkel betrekking hebben op het plaatsen van beglazing in direct of indirect verwarmde ruimtes;
  10) een gedateerde foto van het geplaatste glas, waarbij ook het gebouw waarin het glas werd aangebracht duidelijk in beeld wordt gebracht;
  7° wat betreft de asbestverwijdering, vermeld in artikel 6.4.1/1, § 1, vijfde en zesde lid van het Energiebesluit van 19 november 2010:
  a) de persoon die het asbest verwijdert beschikt over een geldig attest eenvoudige handelingen conform de bepalingen in de Codex over het welzijn op het werk op het moment van uitvoering van de werken;
  b) de asbestverwijdering gebeurt volgens de code van goede praktijk van OVAM `Veilig werken met asbestdaken en -gevels' of de aannemer is lid van het `Asbestcharter voor dakaannemers';
  c) het aanvraagformulier, het door de aannemer ingevulde en ondertekende attest, de facturen en andere bewijsstukken, vermeld in artikel 3, tweede lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bevatten samen minstens:
  1) Indien op grond van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders een aangifte van de asbestverwijderingswerken vereist is: het aangiftenummer van de aangifte van werken 30bis bij de Rijksdienst Sociale Zekerheid waarin de asbestverwijderingswerken correct zijn gemeld;
  2) Indien er geen aangifte van werken op grond van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders vereist is: de datum van melding van de uitvoering van asbestverwijdering bij de FOD werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, conform de bepalingen in de Codex over het welzijn op het werk;
  3) de asbesthoudende dak- of onderdakoppervlakte in vierkante meter per type asbesthoudend materiaal (asbestcement onderdak, dakleien, golfplaten) dat werd verwijderd;
  4) de kostprijs van de asbestverwijdering;
  5) een verklaring dat het asbest werd verwijderd van het dak dan wel het onderdak;
  6) een verklaring dat de persoon die de asbestverwijdering uitvoerde, beschikt over een geldig attest eenvoudige handelingen conform de bepalingen in de Codex over het welzijn op het werk op het moment van uitvoering van de werken;
  7) een verklaring dat de uitvoerende werknemers of de zelfstandig aannemer het asbest verwijderde volgens de code van goede praktijk van OVAM `Veilig werken met asbestdaken en -gevels' ofwel de vermelding dat de aannemer lid is van het `Asbestcharter voor dakaannemers'.
-
Art. 4. De ventilatievoorzieningen, vermeld in artikel 6.4.1/1/4, § 2, zesde lid van het Energiebesluit van 19 november 2010, moeten voldoen aan de minimale ventilatievoorzieningen bepaald in deel IX.2 van bijlage 18/4 bij het ministerieel besluit van 28 december 2018 houdende algemene bepalingen inzake de energieprestatieregelgeving, energieprestatiecertificaten en de certificering van aannemers en installateurs en zoals blijkt uit het energieprestatiecertificaat residentiële gebouwen.
-
Art. 5. Het Vlaams Energie en Klimaatagentschap kan richtlijnen bepalen betreffende de interpretatie van de in dit besluit vervatte technische vereisten waaraan de werkzaamheden, producten en installaties, vermeld in artikel 6.4.1/1/1, artikel 6.4.1/1/4 en artikel 6.4.1/2, § 2 van het Energiebesluit van 19 november 2010, of de uitvoerders respectievelijk plaatsers van deze werkzaamheden, producten en installaties moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de premies.
-
HOOFDSTUK 3. - Nadere regels en technische vereisten vermeld in artikel 5.189 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021
-
Art. 6. De nadere regels en technische vereisten, vermeld in artikel 5.189, § 2, zesde lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zijn de volgende:
  1° wat betreft de nieuw geplaatste dak- of zoldervloerisolatie, vermeld in artikel 5.189, § 2, 1°, a), van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 juncto artikel 6.4.1/1, § 1, eerste lid, 1°, van het Energiebesluit van 19 november 2010:
  i) de Rd-waarde van een bestaande isolatielaag en van de afwerkingslaag mag niet mee worden verrekend om aan de minimumeis te komen;
  j) de lambdawaarden die gebruikt worden voor de berekening van de Rd-waarde worden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of komen voor op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  k) de premie wordt berekend op basis van de dak- of zoldervloeroppervlakte die met het nieuw aangekochte isolatiemateriaal werd geïsoleerd en kan nooit het aantal vierkante meter aangekocht isolatiemateriaal overschrijden;
  l) alleen isolatie van ruimtes die na het aanbrengen van de isolatie direct of indirect verwarmd zijn komt in aanmerking;
  m) de premie is geldig voor ofwel dakisolatie ofwel zoldervloerisolatie binnen hetzelfde beschermd volume, niet voor beide;
  n) zoldervloerisolatie wordt alleen als dakisolatie beschouwd wanneer het de vloer van een onverwarmde zolder betreft;
  o) als het de isolatie van een hellend dak betreft, moet ook een dampscherm aanwezig zijn langs de binnenzijde van het gebouw;
  p) het aanvraagformulier, het door de aannemer ingevulde en ondertekende attest, de facturen en andere bewijsstukken, vermeld in artikel 3, tweede lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bevatten samen minstens:
  1) de datum waarop de werken werden uitgevoerd;
  2) de soort, het merk en het type van het isolatiemateriaal;
  3) de kostprijs van het materiaal en de plaatsing;
  4) het aantal vierkante meter isolatiemateriaal;
  5) de dikte van het geplaatste isolatiemateriaal;
  6) de Rd-waarde van het geplaatste isolatiemateriaal;
  7) de vermelding of de isolatie werd aangebracht in het dak dan wel op de zoldervloer;
  8) een verklaring dat de Rd-waarde van een bestaande isolatielaag en van de afwerkingslaag niet is mee verrekend;
  9) een verklaring dat de lambdawaarden die gebruikt werden voor de berekening van de Rd-waarde werden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of voorkomen op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  10) een verklaring dat de ingediende facturen enkel betrekking hebben op isolatie van direct of indirect verwarmde ruimtes;
  11) een verklaring dat, als het de isolatie van een zoldervloer betreft, het de vloer van een onverwarmde zolder betreft;
  12) een verklaring dat, als het de isolatie van een hellend dak betreft, een dampscherm aanwezig is langs de binnenzijde;
  2° wat betreft de nieuw geplaatste spouwmuurisolatie, vermeld in artikel 5.189, § 2, 2°, a), van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 juncto artikel 6.4.1/1, § 1, eerste lid, 2°, van het Energiebesluit van 19 november 2010:
  j) de spouw heeft een minimale breedte van 50 millimeter;
  k) de volledige spouwbreedte moet worden opgevuld met het isolatiemateriaal;
  l) de lambdawaarde van het gebruikte isolatiemateriaal mag hoogstens 0,065 W/m.K bedragen;
  m) de lambdawaarden die gebruikt worden voor de berekening van de Rd-waarde worden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of komen voor op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  n) alleen isolatie van spouwmuren waarin nog geen isolatie aanwezig was, komt in aanmerking;
  o) alleen isolatie van ruimtes die na het aanbrengen van de isolatie direct of indirect verwarmd zijn komt in aanmerking;
  p) het isoleren van gemeenschappelijke muren, in het geval van een halfopen of gesloten bebouwing, komt niet in aanmerking;
  q) de gebruikte materialen, plaatsingstechnieken en plaatsers moeten volledig voldoen aan de STS, vermeld in artikel 1, 1°, van het koninklijk besluit van 1 februari 2018 betreffende de statuten en de procedure voor de vaststelling van de Technische Specificaties. Punt 5.5 van de STS71-1 is daarbij niet van toepassing;
  r) het aanvraagformulier, het door de aannemer ingevulde en ondertekende attest, de facturen en andere bewijsstukken, vermeld in artikel 3, tweede lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bevatten samen minstens:
  11) de datum waarop de werken werden uitgevoerd;
  12) de soort, het merk en het type van het isolatiemateriaal;
  13) de kostprijs van het materiaal en de plaatsing;
  14) het aantal opgevulde vierkante meter;
  15) de dikte van het gebruikte isolatiemateriaal;
  16) de lambdawaarde van het gebruikte isolatiemateriaal;
  17) een verklaring dat de lambdawaarden bepaald worden volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of voorkomen op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  18) een verklaring van overeenkomstigheid waaruit blijkt dat is voldaan aan de STS, vermeld in 2°, h);
  19) een verklaring dat de ingediende facturen enkel betrekking hebben op isolatie van een spouwmuur waarin nog geen isolatie aanwezig was;
  20) een verklaring dat de ingediende facturen enkel betrekking hebben op isolatie van direct of indirect verwarmde ruimtes;
  3° wat betreft de nieuw geplaatste isolatie aan de buitenkant van een buitenmuur, vermeld in artikel 5.189, § 2, 2°, b), van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 juncto artikel 6.4.1/1, § 1, eerste lid, 3°, van het Energiebesluit van 19 november 2010:
  g) de Rd-waarde van een bestaande isolatielaag en van de afwerkingslaag mag niet mee worden verrekend om aan de minimumeis te komen;
  h) de lambdawaarden die gebruikt worden voor de berekening van de Rd-waarde worden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of komen voor op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  i) de premie wordt berekend op basis van de buitenmuuroppervlakte die met het nieuw aangekochte isolatiemateriaal werd geïsoleerd en kan nooit het aantal vierkante meter aangekocht isolatiemateriaal overschrijden;
  j) alleen isolatie van ruimtes die na het aanbrengen van de isolatie direct of indirect verwarmd zijn, komt in aanmerking;
  k) het isoleren van gemeenschappelijke muren, in het geval van een halfopen of gesloten bebouwing, komt niet in aanmerking;
  l) het aanvraagformulier, het door de aannemer ingevulde en ondertekende attest, de facturen en andere bewijsstukken, vermeld in artikel 3, tweede lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bevatten samen minstens:
  1) de datum waarop de werken werden uitgevoerd;
  2) de soort, het merk en het type van het isolatiemateriaal;
  3) de kostprijs van het materiaal en de plaatsing;
  4) het aantal vierkante meter isolatiemateriaal;
  5) de dikte van het geplaatste isolatiemateriaal;
  6) de Rd-waarde van het geplaatste isolatiemateriaal;
  7) een verklaring dat de Rd-waarde van een bestaande isolatielaag en van de afwerkingslaag niet is mee verrekend;
  8) een verklaring dat de lambdawaarden die gebruikt werden voor de berekening van de Rd-waarde werden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of voorkomen op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  9) een verklaring dat de ingediende facturen enkel betrekking hebben op isolatie van direct of indirect verwarmde ruimtes;
  4° wat betreft de nieuw geplaatste isolatie aan de binnenkant van een buitenmuur, vermeld in artikel 5.189, § 2, 2°, c), van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 juncto artikel 6.4.1/1, § 1, eerste lid, 4°, van het Energiebesluit van 19 november 2010:
  g) de Rd-waarde van een bestaande isolatielaag en van de afwerkingslaag mag niet mee worden verrekend om aan de minimumeis te komen;
  h) de lambdawaarden die gebruikt worden voor de berekening van de Rd-waarde worden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of komen voor op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  i) de premie wordt berekend op basis van de buitenmuuroppervlakte die met het nieuw aangekochte isolatiemateriaal werd geïsoleerd en kan nooit het aantal vierkante meter aangekocht isolatiemateriaal overschrijden;
  j) alleen isolatie van ruimtes die na het aanbrengen van de isolatie direct of indirect verwarmd zijn komt in aanmerking;
  k) het isoleren van gemeenschappelijke muren, in het geval van een halfopen of gesloten bebouwing, komt niet in aanmerking;
  l) het aanvraagformulier, het door de aannemer ingevulde en ondertekende attest, de facturen en andere bewijsstukken, vermeld in artikel 3, tweede lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bevatten samen minstens:
  11) de datum waarop de werken werden uitgevoerd;
  12) de soort, het merk en het type van het isolatiemateriaal;
  13) de kostprijs van het materiaal en de plaatsing;
  14) het aantal vierkante meter isolatiemateriaal;
  15) de dikte van het geplaatste isolatiemateriaal;
  16) de Rd-waarde van het geplaatste isolatiemateriaal;
  17) een verklaring dat de Rd-waarde van een bestaande isolatielaag en van de afwerkingslaag niet is mee verrekend;
  18) een verklaring dat de lambdawaarden die gebruikt werden voor de berekening van de Rd-waarde werden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of voorkomen op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  19) een verklaring dat de ingediende facturen enkel betrekking hebben op isolatie van direct of indirect verwarmde ruimtes;
  20) een verklaring dat de werkzaamheden werden begeleid door een architect die ingeschreven is in de tabel van de Orde van Architecten en die een controletaak uitoefent op de werkzaamheden alsook het stamnummer van de begeleidende architect dan wel een verklaring dat het plaatsen van de isolatiematerialen werd uitgevoerd door een aannemer waarvan op het ogenblik van de uitvoering minstens de zaakvoerder of een werknemer beschikt over een certificaat van bekwaamheid, als vermeld in artikel 8.5.1, § 1, 8°, van het Energiebesluit van 19 november 2010, alsook het certificeringsnummer van de uitvoerende aannemer, zaakvoerder of werknemer;
  5° wat betreft de nieuw geplaatste vloerisolatie op volle grond of nieuw geplaatste isolatie op het plafond van een kelder of een verluchte ruimte onder een verwarmde ruimte, vermeld in artikel 5.189, § 2, 4°, a), van het Besluit Vlaamse Codex Wonen 2021 juncto artikel 6.4.1/1, § 1, eerste lid, 5°, van het Energiebesluit van 19 november 2010:
  f) de Rd-waarde van een bestaande isolatielaag en van de afwerkingslaag mag niet mee worden verrekend om aan de minimumeis te komen;
  g) de lambdawaarden die gebruikt worden voor de berekening van de Rd-waarde worden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of komen voor op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  h) de premie wordt berekend op basis van de vloeroppervlakte of kelderplafondoppervlakte die met het nieuw aangekochte isolatiemateriaal werd geïsoleerd en kan nooit het aantal vierkante meter aangekocht isolatiemateriaal overschrijden;
  i) alleen isolatie van ruimtes die na het aanbrengen van de isolatie direct of indirect verwarmd zijn komt in aanmerking;
  j) het aanvraagformulier, het door de aannemer ingevulde en ondertekende attest, de facturen en andere bewijsstukken, vermeld in artikel 3, tweede lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bevatten samen minstens:
  10) de datum waarop de werken werden uitgevoerd;
  11) de soort, het merk en het type van het isolatiemateriaal;
  12) de kostprijs van het materiaal en de plaatsing;
  13) het aantal vierkante meter isolatiemateriaal;
  14) de dikte van het geplaatste isolatiemateriaal;
  15) de Rd-waarde van het geplaatste isolatiemateriaal;
  16) een verklaring dat de Rd-waarde van een bestaande isolatielaag en van de afwerkingslaag niet is mee verrekend;
  17) een verklaring dat de lambdawaarden die gebruikt werden voor de berekening van de Rd-waarde werden bepaald volgens de richtlijnen van ETA (Europese Technische Goedkeuring) of voorkomen op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product;
  18) een verklaring dat de ingediende facturen enkel betrekking hebben op isolatie van direct of indirect verwarmde ruimtes;
  6° wat betreft de oppervlakte beglazing, vermeld in artikel 5.189, § 2, 3°, a) en d), van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 juncto artikel 6.4.1/1, § 1, eerste lid, 6°, van het Energiebesluit van 19 november 2010:
  g) de Ug-waarde van de nieuw geplaatste beglazing wordt berekend volgens de norm NBN EN 673 in overeenstemming met de CE-markering;
  h) transparante kunststofplaten (polycarbonaat) en lichtkoepels komen eveneens in aanmerking indien voldaan wordt aan de overige eisen, de U-waarde van de nieuwe transparante kunststofplaat (polycarbonaat) en van de nieuwe lichtkoepel worden bepaald respectievelijk volgens de normen NBN EN 16153 en NBN EN 1873, telkens in overeenstemming met de CE-markering;
  i) de premie wordt berekend op basis van de nieuw geplaatste oppervlakte beglazing, waarbij de oppervlakte van de raamprofielen niet in rekening wordt gebracht;
  j) alleen beglazing in ruimtes die na het plaatsen van de beglazing direct of indirect verwarmd zijn komt in aanmerking;
  k) beglazing geplaatst in veranda's komt niet in aanmerking;
  l) het aanvraagformulier, het door de aannemer ingevulde en ondertekende attest, de facturen en andere bewijsstukken, vermeld in artikel 3, tweede lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bevatten samen minstens:
  11) de datum waarop de werken werden uitgevoerd;
  12) het merk en het type van de geplaatste beglazing, transparante kunststofplaten (polycarbonaat) of lichtkoepels;
  13) de kostprijs van het materiaal en de plaatsing;
  14) het aantal vierkante meter geplaatste beglazing, transparante kunststofplaten (polycarbonaat) of lichtkoepels;
  15) de Ug-waarde van het geplaatste glas, dan wel de U-waarde van de nieuwe transparante kunststofplaat (polycarbonaat) en van de nieuwe lichtkoepel;
  16) in voorkomend geval: het type beglazing dat werd vervangen;
  17) een verklaring dat het glas niet werd geplaatst in een veranda;
  18) een verklaring dat de Ug-waarde van het geplaatste glas berekend werd volgens NBN EN 673 in overeenstemming met de CE-markering dan wel een verklaring dat de U-waarde van de nieuwe transparante kunststofplaat (polycarbonaat) en van de nieuwe lichtkoepel, bepaald werd respectievelijk volgens de normen NBN EN 16153 en NBN EN 1873, telkens in overeenstemming met de CE-markering;
  19) een verklaring dat de ingediende facturen enkel betrekking hebben op het plaatsen van beglazing in direct of indirect verwarmde ruimtes;
  20) een gedateerde foto van het geplaatste glas, waarbij ook het gebouw waarin het glas werd aangebracht duidelijk in beeld wordt gebracht;
  7° wat betreft de asbestverwijdering, vermeld in artikel 5.189, § 2, 1°, c), en 2°, e), van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 juncto artikel 6.4.1/6/1, tweede lid van het Energiebesluit van 19 november 2010:
  d) de persoon die het asbest verwijdert beschikt over een geldig attest eenvoudige handelingen conform de bepalingen in de Codex over het welzijn op het werk op het moment van uitvoering van de werken;
  e) de asbestverwijdering gebeurt volgens de code van goede praktijk van OVAM `Veilig werken met asbestdaken en -gevels' of de aannemer is lid van het `Asbestcharter voor dakaannemers';
  f) het aanvraagformulier, het door de aannemer ingevulde en ondertekende attest, de facturen en andere bewijsstukken, vermeld in artikel 3, tweede lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 tot oprichting van een uniek loket voor de aanvraag en behandeling van bepaalde woon- en energiepremies en tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bevatten samen minstens:
  1) Indien op grond van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders een aangifte van de asbestverwijderingswerken vereist is: het aangiftenummer van de aangifte van werken 30bis bij de Rijksdienst Sociale Zekerheid waarin de asbestverwijderingswerken correct zijn gemeld;
  2) Indien er geen aangifte van werken op grond van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders vereist is: de datum van melding van de uitvoering van asbestverwijdering bij de FOD werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, conform de bepalingen in de Codex over het welzijn op het werk;
  3) de asbesthoudende dak- of onderdakoppervlakte in vierkante meter per type asbesthoudend materiaal (asbestcement onderdak, dakleien, golfplaten) dat werd verwijderd;
  4) de kostprijs van de asbestverwijdering;
  5) een verklaring dat het asbest werd verwijderd van het dak dan wel het onderdak;
  6) een verklaring dat de persoon die de asbestverwijdering uitvoerde, beschikt over een geldig attest eenvoudige handelingen conform de bepalingen in de Codex over het welzijn op het werk op het moment van uitvoering van de werken;
  7) een verklaring dat de uitvoerende werknemers of de zelfstandig aannemer het asbest verwijderde volgens de code van goede praktijk van OVAM `Veilig werken met asbestdaken en -gevels' ofwel de vermelding dat de aannemer lid is van het `Asbestcharter voor dakaannemers'.
-
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
-
Art. 7. het ministerieel besluit van 26 juni 2025 tot vaststelling van de nadere regels en technische vereisten, vermeld in artikels 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5, 6.4.1/1/4 en 6.4.1/5/1 van het Energiebesluit van 19 november 2010 wordt opgeheven.
-
Art. 8. De bepalingen van het ministerieel besluit van 26 juni 2025 tot vaststelling van de nadere regels en technische vereisten, vermeld in artikels 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/5, 6.4.1/1/4 en 6.4.1/5/1 van het Energiebesluit van 19 november 2010 blijven van toepassing op de premie-aanvragen die zijn aangevraagd voor 1 maart 2026.
-
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2026.
-
  Bijlage 1. Minimale energie-efficiëntie eisen voor wat betreft de warmtepompen, vermeld in artikel 6.4.1/1/1, eerste lid, 2° tot en met 4°, van het Energiebesluit van 19 november 2010
  Definities:
  - Verordening (EU) Nr. 811/2013: de Gedelegeerde Verordening (EU) Nr. 811/2013 van de Commissie van 18 februari 2013 ter aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de energie-etikettering van ruimteverwarmingstoestellen, combinatieverwarmingstoestellen, pakketten van ruimteverwarmingstoestellen, temperatuurregelaars en zonne-energie-installaties en pakketten van combinatieverwarmingstoestellen, temperatuurregelaars en zonne-energie-installaties betreft;
  - Verordening (EU) Nr. 626/2011: de Gedelegeerde Verordening (EU) van de Commissie nr. 626/2011 van 4 mei 2011 houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van airconditioners;
  - Het Europees productlabel voor geothermische warmtepompen en lucht/water warmtepompen, vermeld in artikel 6.4.1/1/1, eerste lid, 2° tot en met 4°, van het Energiebesluit:
  o Voor ruimteverwarmingstoestellen: het etiket dat in overeenstemming met punt 1 van bijlage III van de Verordening (EU) Nr. 811/2013 verstrekt wordt voor elk ruimteverwarmingstoestel, overeenkomstig de seizoensgebonden energie-efficiëntieklassen voor ruimteverwarming die in punt 1 van bijlage II van de Verordening (EU) Nr. 811/2013 zijn vastgesteld;
  o Voor combinatieverwarmingstoestellen: het etiket dat in overeenstemming met punt 2 van bijlage III van de Verordening (EU) Nr. 811/2013 verstrekt wordt voor elk combinatieverwarmingstoestel, overeenkomstig de seizoensgebonden energie-efficiëntieklassen voor ruimteverwarming en de energie-efficiëntieklassen voor waterverwarming die in de punten 1 en 2 van bijlage II van de Verordening (EU) Nr. 811/2013 zijn vastgesteld;
  - Het Europees productlabel voor lucht/lucht warmtepompen, vermeld in artikel 6.4.1/1/1, eerste lid, 2° tot en met 4°, van het Energiebesluit: het etiket dat in overeenstemming met bijlage III van de Verordening (EU) Nr. 626/2011 verstrekt wordt, overeenkomstig de energie-efficiëntieklassen als beschreven in bijlage II van de Verordening (EU) Nr. 626/2011 en die in bijlage VII van de Verordening (EU) Nr. 626/2011 zijn vastgesteld
  - Het Europees pakketlabel voor hybride lucht/water warmtepompen, vermeld in artikel 6.4.1/1/1, eerste lid, 2° tot en met 4°, van het Energiebesluit:
  o Voor pakketten van ruimteverwarmingstoestellen, warmteregelaars en zonne-energie-installaties: enerzijds het etiket dat in overeenstemming is met punt 3 van bijlage III van de Verordening (EU) nr. 811/2013 verstrekt wordt voor elk pakket van ruimteverwarmingstoestel, temperatuurregelaar en zonne-energie-installatie, overeenkomstig de seizoensgebonden energie-efficiëntieklassen voor ruimteverwarming die in punt 1 van bijlage II van de Verordening (EU) nr. 811/2013 zijn vastgesteld, en anderzijds de productkaart die voor elk pakket van ruimteverwarmingstoestel, temperatuurregelaar en zonne-energie-installatie, zoals vastgesteld in punt 5 van bijlage IV van de Verordening (EU) nr. 811/2013, wordt verstrekt, met daarop vermeld de seizoensgebonden energie-efficiëntie van ruimteverwarming door het pakket.
  o Voor pakketten van combinatieverwarmingstoestellen, temperatuurregelaars en zonne-energieinstallaties: enerzijds het etiket dat in overeenstemming is met punt 4 van bijlage III van de Verordening (EU) nr. 811/2013 verstrekt wordt voor elk pakket van combinatieverwarmingstoestellen, temperatuurregelaar en zonne-energie-installatie overeenkomstig de seizoensgebonden energie-efficiëntieklassen voor ruimteverwarming die in punt 1 en punt 2 van bijlage II van de Verordening (EU) nr. 811/2013 zijn vastgesteld, en anderzijds de productkaart die voor elk pakket van combinatieverwarmingstoestel, temperatuurregelaar en zonne-energie-installatie, zoals vastgesteld in punt 6 van bijlage IV van de Verordening (EU) nr. 811/2013, wordt verstrekt, met daarop vermeld de seizoensgebonden energie-efficiëntie van ruimteverwarming door het pakket;
  - Verordening (EU) Nr. 813/2013: de Gedelegeerde Verordening (EU) van de commissie nr. 813/2013 van 2 augustus 2013 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp voor ruimteverwarmingstoestellen en combinatieverwarmingstoestellen betreft;
  - Verordening (EU) Nr. 2016/2281: de Gedelegeerde Verordening (EU) van de Commissie nr. 2016/2281 van 30 november 2016 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten, wat betreft eisen inzake ecologisch ontwerp voor luchtverwarmingsproducten, koelproducten, hogetemperatuurproces-chillers en ventilatorluchtkoelers;
  - De Europese productfiche voor geothermische en lucht/water warmtepompen: de productfiche die in overeenstemming met tabel 2 van bijlage II van de Verordening (EU) Nr. 813/2013 verstrekt wordt voor ruimteverwarmingstoestellen met warmtepomp en combinatieverwarmingstoestellen met warmtepomp;
  - De Europese productfiche voor lucht/lucht warmtepompen: de productfiche die in overeenstemming met tabel 14 van bijlage II van de Verordening (EU) Nr. 2016/2281 verstrekt wordt voor lucht/lucht warmtepompen.
  Tabel
-
Minimaal Europees productlabel voor ruimteverwarming, minimale seizoensgebonden energie-efficiëntie of minimale Europese pakketlabeleis
Type warmtepomp <= 12 kW > 12kW & <= 70 kW > 70 kW
1.Geothermisch A++ A++ 150% <= Ns*
2. Lucht/water A+ A+ 123% <= Ns*
3. Lucht/lucht A+ 137% <= Ns** 137% <= Ns**
4. Hybride lucht/water 110% <= Ns* * * 110% <= Ns* * * 110% <= Ns* * *
Minimaal Europees productlabel voor ruimteverwarming, minimale seizoensgebonden energie-efficiëntie of minimale Europese pakketlabeleis Type warmtepomp <= 12 kW > 12kW & <= 70 kW > 70 kW 1.Geothermisch A++ A++ 150% <= Ns* 2. Lucht/water A+ A+ 123% <= Ns* 3. Lucht/lucht A+ 137% <= Ns** 137% <= Ns** 4. Hybride lucht/water 110% <= Ns* * * 110% <= Ns* * * 110% <= Ns* * *
waarin: Ns de seizoensgebonden energie-efficiëntie is van de warmtepomp volgens de Europese productfiche.
  * bepaald wordt volgens Verordening 813/2013 van de Commissie van 2 augustus 2013 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp voor ruimteverwarmingstoestellen en combinatieverwarmingstoestellen betreft;
  ** als volgt wordt vastgelegd:
  Ns = COP/2,5
  waarbij COP de prestatiecoëfficiënt is die gemeten wordt bij 6° C natte bol buitentemperatuur en 20° C binnentemperatuur, volgens EN 14511;
  * * * de hybride warmtepomp beschikt over een Europees pakketlabel voor ruimteverwarmingstoestellen met warmtepomp en combinatieverwarmingstoestellen met warmtepomp als hoofdverwarming met een minimale seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming Ns door het pakket onder gemiddelde klimaatomstandigheden van 110% voor de combinatie van een gasketel, lucht-waterwarmtepomp en regeling. Een eventueel zonthermisch systeem wordt niet beschouwd voor het behalen van deze minimale seizoensgebonden energie-efficiëntie.
  In afwijking van het minimaal Europees productlabel voor verwarming, vermeld in punt 3 van de tabel, is voor lucht/lucht warmtepompen, vermeld in artikel 6.4.1/1/1, eerste lid, 4°, van het Energiebesluit van 19 november 2010, waarvoor geen Europees productlabel voor de combinatie van buiten- en binnenunits beschikbaar is de minimumeis voor verwarming 160% <= Ns waarin Ns de seizoensgebonden energie-efficiëntie is van de warmtepomp volgens de Europese productfiche die bepaald wordt volgens Verordening (EU) 206/2012 van de Commissie van 6 maart 2012 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp voor airconditioners en ventilatoren betreft.
  Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit tot vaststelling van de nadere regels en technische vereisten, vermeld in artikels 6.4.1/1, 6.4.1/1/1 en 6.4.1/1/4 van het Energiebesluit van 19 november 2010.
  Brussel, 25 februari 2026.
  De Vlaamse minister van Wonen, Energie en Klimaat, Toerisme en Jeugd,
  H. BONTE
-