Artikel 1. In artikel 1.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016, 25 november 2022 en 7 juni 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 3° /0 worden de woorden "en de aanpalende percelen" opgeheven;
2° punt 3° /1 wordt vervangen door wat volgt:
"3° /1. erosiegevoelig gebied: gebied met zeer hoge of hoge erosiegevoeligheid, zoals bepaald met toepassing van artikel 57 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2023 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;";
3° in punt 5° wordt het woord "ambacht" vervangen door het woord "bedrijvigheid";
4° een punt 8° /1 wordt ingevoegd, dat luidt als volgt:
"8° /1 peilgestuurde drainage: drainagesysteem waarbij de individuele waterdoorlatende drains uitmonden in een gesloten verzamelbuis of moerdrain, en tussen de moerdrain en het oppervlaktewater een regelput aanwezig is om het ontwateringsniveau van de drainage te beheren;";
5° punt 11° wordt vervangen door wat volgt:
"11° voorgevel: elke gevel of alle gevels gericht op de voorliggende weg of wegen, met uitzondering van garagewegen of voetwegen, en met inbegrip van insprongen van deze gevels;";
6° in punt 13° worden tussen de woorden "voor de voorgevellijn" en de woorden "van het hoofdgebouw" de zinsnede "of voorgevellijnen" ingevoegd;
7° punt 15° wordt vervangen door wat volgt:
"15° zijgevel: een gevel die niet gericht is op een voorliggende weg en die zich bevindt aan de zijkant van het hoofdgebouw;
8° er wordt een punt 16 ° toegevoegd dat luidt als volgt:
"16° projectzone: het ruimtelijk bepaalbare gebied dat, gelet op de aard en de omvang van de stedenbouwkundige handeling onder dit besluit vrijgesteld, functioneel en objectief noodzakelijk is voor het optrekken hiervan. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
6 FEBRUARI 2026. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 tot uitvoering van diverse bepalingen uit de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wat betreft het toezicht op de naleving van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen
Titre
6 FEVRIER 2026. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 portant détermination des actes urbanistiques qui ne requièrent pas de permis d'environnement et l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 mai 2021 portant exécution de diverses dispositions de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, en ce qui concerne le contrôle du respect de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (33)
Texte (33)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 portant détermination des actes urbanistiques qui ne requièrent pas de permis d'environnement
Article 1er. A l'article 1.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 portant détermination des actes urbanistiques qui ne requièrent pas de permis d'environnement, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 juillet 2016, 25 novembre 2022 et 7 juin 2024, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 3° /0 les mots " et des parcelles adjacentes " sont abrogés ;
2° le point 3° /1 est remplacé par ce qui suit :
" 3° /1. zone sensible à l'érosion : zone présentant une vulnérabilité à l'érosion très élevée ou élevée, telle que déterminée en application de l'article 57 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2023 établissant des prescriptions pour le paiement direct aux agriculteurs dans le cadre de la Politique Agricole Commune ; " ;
3° au point 5° le mot " artisanat " est remplacé par le mot " activité " ;
4° il est inséré un point 8° /1, rédigé comme suit :
" 8° /1 drainage à niveau contrôlé : système de drainage dans lequel les drains individuels perméables à l'eau débouchent dans un tuyau collecteur fermé ou un drain principal, et où un puits de régulation est prévu entre le drain principal et les eaux de surface afin de gérer le niveau de drainage ; " ;
5° le point 11° est remplacé par ce qui suit :
" 11° façade avant : toute façade ou l'ensemble des façades donnant sur la ou les voies situées à l'avant, à l'exception des voies de garage ou des voies piétonnières, y compris les retraits de ces façades ; " ;
6° au point 13° les mots " la ligne " sont remplacés par les mots " la ou les lignes " ;
7° le point 15° est remplacé par ce qui suit :
" 15° façade latérale : une façade qui ne donne pas sur une voie située à l'avant et qui se trouve sur le côté du bâtiment principal ;
8° il est ajouté un point 16°, rédigé comme suit :
" 16° zone de projet : la zone spatialement déterminable qui, compte tenu de la nature et de l'ampleur de l'acte urbanistique exempté en vertu du présent arrêté, est fonctionnellement et objectivement nécessaire à sa réalisation. ".
1° au point 3° /0 les mots " et des parcelles adjacentes " sont abrogés ;
2° le point 3° /1 est remplacé par ce qui suit :
" 3° /1. zone sensible à l'érosion : zone présentant une vulnérabilité à l'érosion très élevée ou élevée, telle que déterminée en application de l'article 57 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2023 établissant des prescriptions pour le paiement direct aux agriculteurs dans le cadre de la Politique Agricole Commune ; " ;
3° au point 5° le mot " artisanat " est remplacé par le mot " activité " ;
4° il est inséré un point 8° /1, rédigé comme suit :
" 8° /1 drainage à niveau contrôlé : système de drainage dans lequel les drains individuels perméables à l'eau débouchent dans un tuyau collecteur fermé ou un drain principal, et où un puits de régulation est prévu entre le drain principal et les eaux de surface afin de gérer le niveau de drainage ; " ;
5° le point 11° est remplacé par ce qui suit :
" 11° façade avant : toute façade ou l'ensemble des façades donnant sur la ou les voies situées à l'avant, à l'exception des voies de garage ou des voies piétonnières, y compris les retraits de ces façades ; " ;
6° au point 13° les mots " la ligne " sont remplacés par les mots " la ou les lignes " ;
7° le point 15° est remplacé par ce qui suit :
" 15° façade latérale : une façade qui ne donne pas sur une voie située à l'avant et qui se trouve sur le côté du bâtiment principal ;
8° il est ajouté un point 16°, rédigé comme suit :
" 16° zone de projet : la zone spatialement déterminable qui, compte tenu de la nature et de l'ampleur de l'acte urbanistique exempté en vertu du présent arrêté, est fonctionnellement et objectivement nécessaire à sa réalisation. ".
Art. 2. In artikel 2.1 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
"2° handelingen aan gevels en daken, zonder de energieprestatie van het gebouw te verslechteren en zonder het fysieke bouwvolume te wijzigen;";
2° punt 2/1° wordt vervangen door wat volgt:
"2/1° het aanbrengen van isolatie, met inbegrip van de gebruikelijke afwerking ervan, aan de buitenzijde van gevels en daken tot een maximum van 26 centimeter, voor zover de rooilijn niet overschreden wordt;";
3° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
"3° zonnepanelen of zonneboilers die aan een van volgende voorwaarden voldoen:
a) ze zijn geplaatst op een plat dak, tot maximaal 1 meter boven de dakrand;
b) ze zijn geïntegreerd in of op het hellende dakvlak;
c) ze zijn bevestigd op een gevel, met een totale maximale oppervlakte van vier vierkante meter per gevel;
d) ze zijn bevestigd aan een balkonafsluiting;";
4° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° binnenverbouwingen;";
5° aan punt 8° wordt de volgende zin toegevoegd: "Deze vrijstelling geldt niet voor de plaatsing van bovengrondse onderdelen van warmtepompen en airco's;";
6° in punt 8/1° wordt de zinsnede "in een voortuin, een zijtuin en een achtertuin of op een zij- en achtergevel" vervangen door de zinsnede "in de tuin, op een gevel of op een plat dak";
7° in punt 9° wordt de zinsnede "vermeld in punt 9° /1" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 12/1.3";
8° punt 9° /1 wordt opgeheven;
9° aan punt 14° wordt de volgende zin toegevoegd: "Deze vrijstelling geldt niet voor de plaatsing van zonnepanelen en zonneboilers, bovengrondse onderdelen van warmtepompen en airco's;".
1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
"2° handelingen aan gevels en daken, zonder de energieprestatie van het gebouw te verslechteren en zonder het fysieke bouwvolume te wijzigen;";
2° punt 2/1° wordt vervangen door wat volgt:
"2/1° het aanbrengen van isolatie, met inbegrip van de gebruikelijke afwerking ervan, aan de buitenzijde van gevels en daken tot een maximum van 26 centimeter, voor zover de rooilijn niet overschreden wordt;";
3° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
"3° zonnepanelen of zonneboilers die aan een van volgende voorwaarden voldoen:
a) ze zijn geplaatst op een plat dak, tot maximaal 1 meter boven de dakrand;
b) ze zijn geïntegreerd in of op het hellende dakvlak;
c) ze zijn bevestigd op een gevel, met een totale maximale oppervlakte van vier vierkante meter per gevel;
d) ze zijn bevestigd aan een balkonafsluiting;";
4° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° binnenverbouwingen;";
5° aan punt 8° wordt de volgende zin toegevoegd: "Deze vrijstelling geldt niet voor de plaatsing van bovengrondse onderdelen van warmtepompen en airco's;";
6° in punt 8/1° wordt de zinsnede "in een voortuin, een zijtuin en een achtertuin of op een zij- en achtergevel" vervangen door de zinsnede "in de tuin, op een gevel of op een plat dak";
7° in punt 9° wordt de zinsnede "vermeld in punt 9° /1" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 12/1.3";
8° punt 9° /1 wordt opgeheven;
9° aan punt 14° wordt de volgende zin toegevoegd: "Deze vrijstelling geldt niet voor de plaatsing van zonnepanelen en zonneboilers, bovengrondse onderdelen van warmtepompen en airco's;".
Art. 2. A l'article 2.1 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juin 2024, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° les actes sur les façades et les toitures, sans détériorer la performance énergétique du bâtiment et sans modifier le volume physique de la construction ; " ;
2° le point 2/1° est remplacé par ce qui suit :
" 2/1° la pose d'une isolation, y compris sa finition habituelle, à l'extérieur des façades et des toitures jusqu'à un maximum de 26 centimètres, pour autant que l'alignement ne soit pas dépassé ; " ;
3° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° les panneaux solaires ou les chauffe-eau solaires qui répondent à l'une des conditions suivantes :
a) ils sont placés sur un toit plat, en ne dépassent pas 1 mètre au-dessus du bord du toit ;
b) ils sont intégrés dans ou sur la surface inclinée du toit ;
c) ils sont fixés sur une façade, avec une superficie totale maximale de quatre mètres carrés par façade ;
d) ils sont fixés à une balustrade de balcon ; " ;
4° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° les transformations intérieures ; " ;
5° le point 8° est complété par la phrase suivante : " Cette exemption ne s'applique pas à l'installation d'éléments hors sol de pompes à chaleur et de climatiseurs ; " ;
6° au point 8/1° le membre de phrase " dans un jardin avant, un jardin latéral et un jardin arrière ou sur une façade latérale et arrière " est remplacé par le membre de phrase " dans un jardin, sur une façade ou sur un toit plat " ;
7° au point 9° le membre de phrase " visé au point 9° /1 " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article 12/1.3 " ;
8° le point 9° /1 est abrogé ;
9° le point 14° est complété par la phrase suivante : " Cette exemption ne s'applique pas à l'installation de panneaux solaires et de chauffe-eau solaires, d'éléments hors sol de pompes à chaleur et de climatiseurs ; ".
1° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° les actes sur les façades et les toitures, sans détériorer la performance énergétique du bâtiment et sans modifier le volume physique de la construction ; " ;
2° le point 2/1° est remplacé par ce qui suit :
" 2/1° la pose d'une isolation, y compris sa finition habituelle, à l'extérieur des façades et des toitures jusqu'à un maximum de 26 centimètres, pour autant que l'alignement ne soit pas dépassé ; " ;
3° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° les panneaux solaires ou les chauffe-eau solaires qui répondent à l'une des conditions suivantes :
a) ils sont placés sur un toit plat, en ne dépassent pas 1 mètre au-dessus du bord du toit ;
b) ils sont intégrés dans ou sur la surface inclinée du toit ;
c) ils sont fixés sur une façade, avec une superficie totale maximale de quatre mètres carrés par façade ;
d) ils sont fixés à une balustrade de balcon ; " ;
4° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° les transformations intérieures ; " ;
5° le point 8° est complété par la phrase suivante : " Cette exemption ne s'applique pas à l'installation d'éléments hors sol de pompes à chaleur et de climatiseurs ; " ;
6° au point 8/1° le membre de phrase " dans un jardin avant, un jardin latéral et un jardin arrière ou sur une façade latérale et arrière " est remplacé par le membre de phrase " dans un jardin, sur une façade ou sur un toit plat " ;
7° au point 9° le membre de phrase " visé au point 9° /1 " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article 12/1.3 " ;
8° le point 9° /1 est abrogé ;
9° le point 14° est complété par la phrase suivante : " Cette exemption ne s'applique pas à l'installation de panneaux solaires et de chauffe-eau solaires, d'éléments hors sol de pompes à chaleur et de climatiseurs ; ".
Art. 3. In artikel 2.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014, 15 juli 2016 en 7 juni 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt de zinsnede "artikel 2.1, 1° tot 5° " vervangen door de zinsnede "artikel 2.1, 1° tot en met 5° " en wordt de zinsnede "11° tot 14° " vervangen door de zinsnede "11° tot en met 14° ";
2° er wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"6° de handelingen, vermeld in artikel 2.1, 2°, 2/1°, 3°, c) en d), van dit besluit, worden niet uitgevoerd:
a) in gebieden die erkend zijn als werelderfgoed of die in de bufferzone van het werelderfgoed liggen conform artikel 11 van de overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld, opgemaakt in Parijs op 16 november 1972;
b) aan gebouwen die opgenomen zijn in de vastgestelde inventaris van bouwkundig erfgoed, vermeld in artikel 4.1.1. van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, maar die niet beschermd zijn.".
1° in punt 1° wordt de zinsnede "artikel 2.1, 1° tot 5° " vervangen door de zinsnede "artikel 2.1, 1° tot en met 5° " en wordt de zinsnede "11° tot 14° " vervangen door de zinsnede "11° tot en met 14° ";
2° er wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"6° de handelingen, vermeld in artikel 2.1, 2°, 2/1°, 3°, c) en d), van dit besluit, worden niet uitgevoerd:
a) in gebieden die erkend zijn als werelderfgoed of die in de bufferzone van het werelderfgoed liggen conform artikel 11 van de overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld, opgemaakt in Parijs op 16 november 1972;
b) aan gebouwen die opgenomen zijn in de vastgestelde inventaris van bouwkundig erfgoed, vermeld in artikel 4.1.1. van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, maar die niet beschermd zijn.".
Art. 3. A l'article 2.2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 janvier 2014, 15 juillet 2016 et 7 juin 2024, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, le membre de phrase " article 2.1, 1° à 5° " est remplacé par le membre de phrase " article 2.1, 1° à 5° inclus " et le membre de phrase " 11° à 14° " est remplacé par le membre de phrase " 11° à 14° inclus " ;
2° il est ajouté un point 6°, rédigé comme suit :
" Les actes visés à l'article 2.1, 2°, 2/1°, 3°, c) et d), du présent arrêté ne sont pas exécutés :
a) dans les zones reconnues comme patrimoine mondial ou se situant dans la zone tampon du patrimoine mondial, conformément à l'article 11 de la convention concernant la protection du patrimoine mondial, culturel et naturel, établie à Paris le 16 novembre 1972 ;
b) sur les bâtiments repris dans l'inventaire établi du patrimoine architectural, figurant à l'article 4.1.1. de l'arrêté Patrimoine immobilier du 16 mai 2014, mais qui ne sont pas classés. ".
1° au point 1°, le membre de phrase " article 2.1, 1° à 5° " est remplacé par le membre de phrase " article 2.1, 1° à 5° inclus " et le membre de phrase " 11° à 14° " est remplacé par le membre de phrase " 11° à 14° inclus " ;
2° il est ajouté un point 6°, rédigé comme suit :
" Les actes visés à l'article 2.1, 2°, 2/1°, 3°, c) et d), du présent arrêté ne sont pas exécutés :
a) dans les zones reconnues comme patrimoine mondial ou se situant dans la zone tampon du patrimoine mondial, conformément à l'article 11 de la convention concernant la protection du patrimoine mondial, culturel et naturel, établie à Paris le 16 novembre 1972 ;
b) sur les bâtiments repris dans l'inventaire établi du patrimoine architectural, figurant à l'article 4.1.1. de l'arrêté Patrimoine immobilier du 16 mai 2014, mais qui ne sont pas classés. ".
Art. 4. In artikel 3.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016, 27 november 2015 en 7 juni 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
"2° handelingen aan gevels en daken, zonder de energieprestatie van het gebouw te verslechteren en zonder het fysiek bouwvolume te wijzigen;";
2° punt 2/1° wordt vervangen door wat volgt:
"2/1° het aanbrengen van isolatie, met inbegrip van de gebruikelijke afwerking ervan, aan de buitenzijde van gevels en daken tot een maximum van 26 centimeter, voor zover de rooilijn niet overschreden wordt;";
3° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
"3° zonnepanelen of zonneboilers die aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
a) ze zijn geplaatst op een plat dak, tot maximaal 1 meter boven de dakrand;
b) ze zijn geïntegreerd in of op het hellende dakvlak;
c) ze zijn bevestigd op een gevel, met een totale maximale oppervlakte van vier vierkante meter per gevel;
d) ze zijn bevestigd aan een balkonafsluiting;";
4° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° binnenverbouwingen;";
5° in punt 7/2° wordt de zinsnede "in een voortuin, een zijtuin en een achtertuin of op een zij- en achtergevel" vervangen door de zinsnede "in de tuin, op een gevel of op een plat dak";
6° in punt 8° wordt de zinsnede "vermeld in punt 8° /1" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 12/1.3 van dit besluit";
7° punt 8° /1 wordt opgeheven;
8° aan punt 10° wordt de volgende zin toegevoegd: "Deze vrijstelling geldt niet voor de plaatsing van zonnepanelen en zonneboilers, bovengrondse onderdelen van warmtepompen en airco's;".
1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
"2° handelingen aan gevels en daken, zonder de energieprestatie van het gebouw te verslechteren en zonder het fysiek bouwvolume te wijzigen;";
2° punt 2/1° wordt vervangen door wat volgt:
"2/1° het aanbrengen van isolatie, met inbegrip van de gebruikelijke afwerking ervan, aan de buitenzijde van gevels en daken tot een maximum van 26 centimeter, voor zover de rooilijn niet overschreden wordt;";
3° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
"3° zonnepanelen of zonneboilers die aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
a) ze zijn geplaatst op een plat dak, tot maximaal 1 meter boven de dakrand;
b) ze zijn geïntegreerd in of op het hellende dakvlak;
c) ze zijn bevestigd op een gevel, met een totale maximale oppervlakte van vier vierkante meter per gevel;
d) ze zijn bevestigd aan een balkonafsluiting;";
4° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° binnenverbouwingen;";
5° in punt 7/2° wordt de zinsnede "in een voortuin, een zijtuin en een achtertuin of op een zij- en achtergevel" vervangen door de zinsnede "in de tuin, op een gevel of op een plat dak";
6° in punt 8° wordt de zinsnede "vermeld in punt 8° /1" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 12/1.3 van dit besluit";
7° punt 8° /1 wordt opgeheven;
8° aan punt 10° wordt de volgende zin toegevoegd: "Deze vrijstelling geldt niet voor de plaatsing van zonnepanelen en zonneboilers, bovengrondse onderdelen van warmtepompen en airco's;".
Art. 4. A l'article 3.1 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 juillet 2016, 27 novembre 2015 et 7 juin 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° les actes sur les façades et les toitures, sans détériorer la performance énergétique du bâtiment et sans modifier le volume physique de la construction ; " ;
2° le point 2/1° est remplacé par ce qui suit :
" 2/1° la pose d'une isolation, y compris sa finition habituelle, à l'extérieur des façades et des toitures jusqu'à un maximum de 26 centimètres, pour autant que l'alignement ne soit pas dépassé ; " ;
3° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° les panneaux solaires ou les chauffe-eau solaires qui répondent à l'une des conditions suivantes :
a) ils sont placés sur un toit plat, en ne dépassent pas 1 mètre au-dessus du bord du toit ;
b) ils sont intégrés dans ou sur la surface inclinée du toit ;
c) ils sont fixés sur une façade, avec une superficie totale maximale de quatre mètres carrés par façade ;
d) ils sont fixés à une balustrade de balcon ; " ;
4° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° les transformations intérieures ; " ;
5° au point 7/2° le membre de phrase " dans un jardin avant, un jardin latéral et un jardin arrière ou sur une façade latérale et arrière " est remplacé par le membre de phrase " dans un jardin, sur une façade ou sur un toit plat " ;
6° au point 8° le membre de phrase " visé au point 8° /1 " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article 12/1.3 du présent arrêté " ;
7° le point 8° /1 est abrogé ;
8° le point 10° est complété par la phrase suivante : " Cette exemption ne s'applique pas à l'installation de panneaux solaires et de chauffe-eau solaires, d'éléments hors sol de pompes à chaleur et de climatiseurs ; ".
1° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° les actes sur les façades et les toitures, sans détériorer la performance énergétique du bâtiment et sans modifier le volume physique de la construction ; " ;
2° le point 2/1° est remplacé par ce qui suit :
" 2/1° la pose d'une isolation, y compris sa finition habituelle, à l'extérieur des façades et des toitures jusqu'à un maximum de 26 centimètres, pour autant que l'alignement ne soit pas dépassé ; " ;
3° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° les panneaux solaires ou les chauffe-eau solaires qui répondent à l'une des conditions suivantes :
a) ils sont placés sur un toit plat, en ne dépassent pas 1 mètre au-dessus du bord du toit ;
b) ils sont intégrés dans ou sur la surface inclinée du toit ;
c) ils sont fixés sur une façade, avec une superficie totale maximale de quatre mètres carrés par façade ;
d) ils sont fixés à une balustrade de balcon ; " ;
4° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° les transformations intérieures ; " ;
5° au point 7/2° le membre de phrase " dans un jardin avant, un jardin latéral et un jardin arrière ou sur une façade latérale et arrière " est remplacé par le membre de phrase " dans un jardin, sur une façade ou sur un toit plat " ;
6° au point 8° le membre de phrase " visé au point 8° /1 " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article 12/1.3 du présent arrêté " ;
7° le point 8° /1 est abrogé ;
8° le point 10° est complété par la phrase suivante : " Cette exemption ne s'applique pas à l'installation de panneaux solaires et de chauffe-eau solaires, d'éléments hors sol de pompes à chaleur et de climatiseurs ; ".
Art. 5. In artikel 3.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 en 7 juni 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt de zinsnede "artikel 3.1, 1° tot 5° " vervangen door de zinsnede "artikel 3.1, 1° tot en met 5° ";
2° er wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° de handelingen, vermeld in artikel 3.1, 2°, 2/1°, 3°, c) en d), van dit besluit, worden niet uitgevoerd:
a) in gebieden die erkend zijn als werelderfgoed of die in de bufferzone van het werelderfgoed liggen conform artikel 11 van de overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld, opgemaakt in Parijs op 16 november 1972;
b) voor gebouwen die opgenomen zijn in de vastgestelde inventaris van bouwkundig erfgoed, vermeld in artikel 4.1.1. van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, maar niet beschermd zijn.".
1° in punt 1° wordt de zinsnede "artikel 3.1, 1° tot 5° " vervangen door de zinsnede "artikel 3.1, 1° tot en met 5° ";
2° er wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° de handelingen, vermeld in artikel 3.1, 2°, 2/1°, 3°, c) en d), van dit besluit, worden niet uitgevoerd:
a) in gebieden die erkend zijn als werelderfgoed of die in de bufferzone van het werelderfgoed liggen conform artikel 11 van de overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld, opgemaakt in Parijs op 16 november 1972;
b) voor gebouwen die opgenomen zijn in de vastgestelde inventaris van bouwkundig erfgoed, vermeld in artikel 4.1.1. van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, maar niet beschermd zijn.".
Art. 5. A l'article 3.2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 juillet 2016 et 7 juin 2024, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, le membre de phrase " article 3.1, 1° à 5° " est remplacé par le membre de phrase " article 3.1, 1° à 5° inclus " ;
2° il est inséré un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° les actes visés à l'article 3.1, 2°, 2/1°, 3°, c) et d), du présent arrêté ne sont pas exécutés :
a) dans les zones reconnues comme patrimoine mondial ou se situant dans la zone tampon du patrimoine mondial, conformément à l'article 11 de la convention concernant la protection du patrimoine mondial, culturel et naturel, établie à Paris le 16 novembre 1972 ;
b) sur les bâtiments repris dans l'inventaire établi du patrimoine architectural, figurant à l'article 4.1.1. de l'arrêté Patrimoine immobilier du 16 mai 2014, mais qui ne sont pas classés. ".
1° au point 1°, le membre de phrase " article 3.1, 1° à 5° " est remplacé par le membre de phrase " article 3.1, 1° à 5° inclus " ;
2° il est inséré un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° les actes visés à l'article 3.1, 2°, 2/1°, 3°, c) et d), du présent arrêté ne sont pas exécutés :
a) dans les zones reconnues comme patrimoine mondial ou se situant dans la zone tampon du patrimoine mondial, conformément à l'article 11 de la convention concernant la protection du patrimoine mondial, culturel et naturel, établie à Paris le 16 novembre 1972 ;
b) sur les bâtiments repris dans l'inventaire établi du patrimoine architectural, figurant à l'article 4.1.1. de l'arrêté Patrimoine immobilier du 16 mai 2014, mais qui ne sont pas classés. ".
Art. 6. In artikel 4.1 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 en 7 juni 2024, wordt punt 5° vervangen door wat volgt:
"5° de totale oppervlakte van de van vergunning vrijgestelde constructies is niet groter dan:
a) 300 vierkante meter per projectzone als de constructies binnen een afgebakend zeehavengebied liggen;
b) 200 vierkante meter per projectzone in andere gebieden dan de gebieden vermeld in punt a);".
"5° de totale oppervlakte van de van vergunning vrijgestelde constructies is niet groter dan:
a) 300 vierkante meter per projectzone als de constructies binnen een afgebakend zeehavengebied liggen;
b) 200 vierkante meter per projectzone in andere gebieden dan de gebieden vermeld in punt a);".
Art. 6. Dans l'article 4.1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 27 novembre 2015 et 7 juin 2024, le point 5° est remplacé par ce qui suit :
" 5° la superficie totale des constructions exemptées d'autorisation ne dépasse pas :
a) 300 mètres carrés par zone de projet si les constructions sont situées dans une zone portuaire maritime délimitée ;
b) 200 mètres carrés par zone de projet dans les zones autres que celles visées au point a) ; ".
" 5° la superficie totale des constructions exemptées d'autorisation ne dépasse pas :
a) 300 mètres carrés par zone de projet si les constructions sont situées dans une zone portuaire maritime délimitée ;
b) 200 mètres carrés par zone de projet dans les zones autres que celles visées au point a) ; ".
Art. 7. In artikel 4.2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018, wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
"4° de grondoppervlakte van de van vergunning vrijgestelde verharding is beperkt tot maximaal 100% van de al vergunde grondoppervlakte van de verharding en is niet groter dan:
a) 500 vierkante meter per projectzone als de verhardingen binnen een afgebakend zeehavengebied liggen;
b) 200 vierkante meter per projectzone in andere gebieden dan de gebieden vermeld in punt a);".
"4° de grondoppervlakte van de van vergunning vrijgestelde verharding is beperkt tot maximaal 100% van de al vergunde grondoppervlakte van de verharding en is niet groter dan:
a) 500 vierkante meter per projectzone als de verhardingen binnen een afgebakend zeehavengebied liggen;
b) 200 vierkante meter per projectzone in andere gebieden dan de gebieden vermeld in punt a);".
Art. 7. A l'article 4.2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 septembre 2018, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° la superficie au sol du revêtement exempté d'autorisation est limitée à 100 % de la superficie au sol déjà autorisée pour le revêtement et ne dépasse pas :
a) 500 mètres carrés par zone de projet si les revêtements sont situés dans une zone portuaire maritime délimitée ;
b) 200 mètres carrés par zone de projet dans les zones autres que celles visées au point a) ; ".
" 4° la superficie au sol du revêtement exempté d'autorisation est limitée à 100 % de la superficie au sol déjà autorisée pour le revêtement et ne dépasse pas :
a) 500 mètres carrés par zone de projet si les revêtements sont situés dans une zone portuaire maritime délimitée ;
b) 200 mètres carrés par zone de projet dans les zones autres que celles visées au point a) ; ".
Art. 8. In artikel 4.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016, wordt punt 5° vervangen door wat volgt:
"5° de grondoppervlakte van de van vergunning vrijgestelde gebouwen is beperkt tot maximaal 100% van de al vergunde grondoppervlakte van de gebouwen en is niet groter dan:
a) 500 vierkante meter per projectzone als de gebouwen liggen binnen een afgebakend zeehavengebied;
b) 100 vierkante meter per projectzone in andere gebieden dan de gebieden vermeld in punt a);".
"5° de grondoppervlakte van de van vergunning vrijgestelde gebouwen is beperkt tot maximaal 100% van de al vergunde grondoppervlakte van de gebouwen en is niet groter dan:
a) 500 vierkante meter per projectzone als de gebouwen liggen binnen een afgebakend zeehavengebied;
b) 100 vierkante meter per projectzone in andere gebieden dan de gebieden vermeld in punt a);".
Art. 8. A l'article 4.3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016, le point 5° est remplacé par ce qui suit :
" 5° la superficie au sol des bâtiments exemptés d'autorisation est limitée à 100 % de la superficie au sol déjà autorisée pour les bâtiments et ne dépasse pas :
a) 500 mètres carrés par zone de projet si les bâtiments sont situés dans une zone portuaire maritime délimitée ;
b) 100 mètres carrés par zone de projet dans les zones autres que celles visées au point a) ; ".
" 5° la superficie au sol des bâtiments exemptés d'autorisation est limitée à 100 % de la superficie au sol déjà autorisée pour les bâtiments et ne dépasse pas :
a) 500 mètres carrés par zone de projet si les bâtiments sont situés dans une zone portuaire maritime délimitée ;
b) 100 mètres carrés par zone de projet dans les zones autres que celles visées au point a) ; ".
Art. 9. In artikel 5.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2024, wordt punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
"3° schuilhokken voor weidedieren. De schuilhokken hebben een maximale hoogte van drie meter. De totale oppervlakte per aaneengesloten groep van percelen in één eigendom is beperkt tot 80 vierkante meter. Als gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op de weide, wordt het schuilhok, dat na 1 januari 2026 met toepassing van deze vrijstelling wordt geplaatst, verwijderd;".
"3° schuilhokken voor weidedieren. De schuilhokken hebben een maximale hoogte van drie meter. De totale oppervlakte per aaneengesloten groep van percelen in één eigendom is beperkt tot 80 vierkante meter. Als gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op de weide, wordt het schuilhok, dat na 1 januari 2026 met toepassing van deze vrijstelling wordt geplaatst, verwijderd;".
Art. 9. A l'article 5.1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 janvier 2014 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juin 2024, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° abris pour animaux de pâturage. Les abris ont une hauteur maximale de trois mètres. La superficie totale par groupe contigu de parcelles d'une même propriété est limitée à 80 mètres carrés. Si, pendant une période de cinq années consécutives, aucun animal de pâturage n'est élevé dans le pré, l'abri installé après le 1er janvier 2026 en application de cette exemption est supprimé ; ".
" 3° abris pour animaux de pâturage. Les abris ont une hauteur maximale de trois mètres. La superficie totale par groupe contigu de parcelles d'une même propriété est limitée à 80 mètres carrés. Si, pendant une période de cinq années consécutives, aucun animal de pâturage n'est élevé dans le pré, l'abri installé après le 1er janvier 2026 en application de cette exemption est supprimé ; ".
Art. 10. In artikel 5.2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering 17 januari 2014 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
"2° het draineren van een goed om het gebruik of de exploitatie van landbouwgronden mogelijk te maken of te houden, door de aanleg van een geheel van ondergrondse zuig- of moerleidingen, omhullingsmaterialen en eindbuizen en van een geheel van boven- of ondergrondse uitmondingsvoorzieningen, controleputten en hulpstukken, op voorwaarde dat de drainagewerken niet worden uitgevoerd in of op minder dan 500 meter van volgende gebieden:
a) Speciale Beschermingszones;
b) het Vlaams Ecologisch Netwerk;
c) "valleigebied" of "vallei- en brongebied;
d) vastgestelde archeologische zones;".
2° er wordt een punt 2° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"2° /1 het omvormen van een bestaande gravitaire drainage naar een peilgestuurde drainage. De bestaande gravitaire drainage is ofwel vergund ofwel gaat het om een drainage als vermeld in punt 2° ;".
3° punt 3° /1 wordt vervangen door wat volgt:
"3° /1 het aanleggen, vervangen of herinrichten van perceelsopritten, met inbegrip van de eventueel daarvoor strikt noodzakelijke overwelving of inbuizing van grachten met een maximum van één overwelving of inbuizing per goed of landbouwgoed, voor zover niet gelegen in vastgestelde archeologische zones. De lengte van de overwelving of inbuizing bedraagt maximaal tien meter, als de aanliggende weg een rijbaanbreedte heeft die kleiner is dan vier meter, en maximaal 7,50 meter in de andere gevallen. De overwelving of inbuizing heeft een minimale binnendiameter van 400 millimeter;";
4° punt 5° wordt opgeheven;
5° er worden een punt 8° tot en met 11° toegevoegd, die luiden als volgt:
"8° de plaatsing van één pocketvergister, met aanhorigheden zoals bijhorende verharding, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de pocketvergister en zijn aanhorigheden hebben een maximale omschrijvende oppervlakte van 200 vierkante meter;
b) de afstand van de pocketvergister tot een bestaand bedrijfsgebouw bedraagt minder dan dertig meter;
c) de pocketvergister valt onder dezelfde indelingsrubriek als de veehouderij en er wordt enkel dierlijk mest afkomstig van deze veehouderij in vermengd zonder bijmenging van afval;
d) de pocketvergister ligt op minstens 40 meter van niet bedrijfseigen bebouwing;
e) de motor moet in een geluidsisolerende motorkast en container worden gezet;
f) er is een waterslot en fakkel aanwezig op de pocketvergister;
g) de leidingen naar de pocketvergister zijn gesloten;
h) de bodem van de pocketvergister is zo opgebouwd dat water na calamiteiten kan worden opgevangen om later correct te worden afgevoerd;
i) de pocketvergister ligt niet in een vastgestelde archeologische zone;
9° de aanleg van één overdekte vul- en spoelplaats voor landbouwwerktuigen waaronder spuittoestellen als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de vul- en spoelplaats heeft maximale omschrijvende oppervlakte van 150 vierkante meter;
b) de afstand van de vul- en spoelplaats tot een bestaand bedrijfsgebouw bedraagt minder dan dertig meter;
c) het rest- en spoelwater wordt opgevangen;
d) het eventuele hemelwater moet ter plaatse infiltreren;
e) er is geen overloop richting riolering of oppervlaktewater;
f) de vul- en spoelplaats ligt niet in een vastgestelde archeologische zone;
10° het voorzien in wateropslag voor de professionele teelt van landbouwgewassen of voor de professionele veeteelt met een maximaal volume van 200 m3, binnen een straal van vijftig meter van het gebouwencomplex van het landbouwbedrijf. De wateropslag voldoet aan volgende voorwaarden:
a) de wateropslag is niet verbonden met het grondwater;
b) de wanden zijn ofwel begroeid ofwel ingebed in het landschap via een groenscherm;
c) de wateropslag ligt niet in een vastgestelde archeologische zone;
11° de plaatsing van stuwen en andere maatregelen die de snelheid van het afstromende water remmen in onbevaarbare waterlopen en grachten als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
a) er is een goedkeuring of machtiging van de waterloopbeheerder
b) de stuw of andere maatregel ligt niet in een vastgestelde archeologische zone.".
1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
"2° het draineren van een goed om het gebruik of de exploitatie van landbouwgronden mogelijk te maken of te houden, door de aanleg van een geheel van ondergrondse zuig- of moerleidingen, omhullingsmaterialen en eindbuizen en van een geheel van boven- of ondergrondse uitmondingsvoorzieningen, controleputten en hulpstukken, op voorwaarde dat de drainagewerken niet worden uitgevoerd in of op minder dan 500 meter van volgende gebieden:
a) Speciale Beschermingszones;
b) het Vlaams Ecologisch Netwerk;
c) "valleigebied" of "vallei- en brongebied;
d) vastgestelde archeologische zones;".
2° er wordt een punt 2° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"2° /1 het omvormen van een bestaande gravitaire drainage naar een peilgestuurde drainage. De bestaande gravitaire drainage is ofwel vergund ofwel gaat het om een drainage als vermeld in punt 2° ;".
3° punt 3° /1 wordt vervangen door wat volgt:
"3° /1 het aanleggen, vervangen of herinrichten van perceelsopritten, met inbegrip van de eventueel daarvoor strikt noodzakelijke overwelving of inbuizing van grachten met een maximum van één overwelving of inbuizing per goed of landbouwgoed, voor zover niet gelegen in vastgestelde archeologische zones. De lengte van de overwelving of inbuizing bedraagt maximaal tien meter, als de aanliggende weg een rijbaanbreedte heeft die kleiner is dan vier meter, en maximaal 7,50 meter in de andere gevallen. De overwelving of inbuizing heeft een minimale binnendiameter van 400 millimeter;";
4° punt 5° wordt opgeheven;
5° er worden een punt 8° tot en met 11° toegevoegd, die luiden als volgt:
"8° de plaatsing van één pocketvergister, met aanhorigheden zoals bijhorende verharding, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de pocketvergister en zijn aanhorigheden hebben een maximale omschrijvende oppervlakte van 200 vierkante meter;
b) de afstand van de pocketvergister tot een bestaand bedrijfsgebouw bedraagt minder dan dertig meter;
c) de pocketvergister valt onder dezelfde indelingsrubriek als de veehouderij en er wordt enkel dierlijk mest afkomstig van deze veehouderij in vermengd zonder bijmenging van afval;
d) de pocketvergister ligt op minstens 40 meter van niet bedrijfseigen bebouwing;
e) de motor moet in een geluidsisolerende motorkast en container worden gezet;
f) er is een waterslot en fakkel aanwezig op de pocketvergister;
g) de leidingen naar de pocketvergister zijn gesloten;
h) de bodem van de pocketvergister is zo opgebouwd dat water na calamiteiten kan worden opgevangen om later correct te worden afgevoerd;
i) de pocketvergister ligt niet in een vastgestelde archeologische zone;
9° de aanleg van één overdekte vul- en spoelplaats voor landbouwwerktuigen waaronder spuittoestellen als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de vul- en spoelplaats heeft maximale omschrijvende oppervlakte van 150 vierkante meter;
b) de afstand van de vul- en spoelplaats tot een bestaand bedrijfsgebouw bedraagt minder dan dertig meter;
c) het rest- en spoelwater wordt opgevangen;
d) het eventuele hemelwater moet ter plaatse infiltreren;
e) er is geen overloop richting riolering of oppervlaktewater;
f) de vul- en spoelplaats ligt niet in een vastgestelde archeologische zone;
10° het voorzien in wateropslag voor de professionele teelt van landbouwgewassen of voor de professionele veeteelt met een maximaal volume van 200 m3, binnen een straal van vijftig meter van het gebouwencomplex van het landbouwbedrijf. De wateropslag voldoet aan volgende voorwaarden:
a) de wateropslag is niet verbonden met het grondwater;
b) de wanden zijn ofwel begroeid ofwel ingebed in het landschap via een groenscherm;
c) de wateropslag ligt niet in een vastgestelde archeologische zone;
11° de plaatsing van stuwen en andere maatregelen die de snelheid van het afstromende water remmen in onbevaarbare waterlopen en grachten als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
a) er is een goedkeuring of machtiging van de waterloopbeheerder
b) de stuw of andere maatregel ligt niet in een vastgestelde archeologische zone.".
Art. 10. A l'article 5.2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 janvier 2014 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juin 2024, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° le drainage d'un bien afin de permettre ou de maintenir l'utilisation ou l'exploitation de terres agricoles, en aménageant un ensemble de canalisations souterraines mère ou d'aspiration, de matériaux enveloppants et de canalisations finales et d'un ensemble souterrain ou hors sol de dispositifs de débouchés, de puits de visite et de pièces auxiliaires, à condition que les travaux de drainage ne soient pas effectués dans les zones suivantes ou à moins de 500 mètres de ces zones :
a) Zones de protection spéciale ;
b) le Réseau écologique flamand ;
c) " zone de vallée " ou " zone de vallée et de source ;
d) zones archéologiques établies ; ".
2° il est inséré un point 2° /1, rédigé comme suit :
" 2° /1 la transformation d'un drainage gravitaire existant en un drainage à niveau contrôlé. Le drainage gravitaire existant est soit autorisé, soit il s'agit d'un drainage visé au point 2° ; ".
3° le point 3° /1 est remplacé par ce qui suit :
" 3° /1 la construction, le remplacement ou le réaménagement d'accès à des parcelles, y compris le voûtement ou la canalisation strictement nécessaires à cet effet de fossés, avec un maximum d'un voûtement ou d'une canalisation par bien ou bien agricole, pour autant qu'ils ne soient pas situés dans des zones archéologiques établies. La longueur du voûtement ou de la canalisation est de dix mètres maximum si la largeur de la chaussée adjacente est inférieure à quatre mètres, et de 7,50 mètres maximum dans les autres cas. Le voûtement ou la canalisation présente un diamètre intérieur minimal de 400 millimètres ; " ;
4° le point 5° est abrogé ;
5° il est ajouté des points 8° à 11°, rédigés comme suit :
" 8° l'installation d'un micro-digesteur, avec ses accessoires tels que le revêtement durci correspondant, si les conditions suivantes sont réunies :
a) le micro-digesteur et ses accessoires ont une superficie descriptive maximale de 200 mètres carrés ;
b) la distance entre le micro-digesteur et un bâtiment d'entreprise existant est inférieure à 30 mètres ;
c) le micro-digesteur relève de la même rubrique de classification que l'élevage et seul le fumier animal provenant de cet élevage y est mélangé, sans ajout de déchets ;
d) le micro-digesteur est situé à au moins 40 mètres des bâtiments n'appartenant pas à l'entreprise ;
e) le moteur doit être placé dans un caisson et un conteneur insonorisés ;
f) le micro-digesteur est équipé d'un siphon et d'une torche ;
g) les conduites menant au micro-digesteur sont fermées ;
h) le fond du micro-digesteur est conçu de manière à pouvoir recueillir l'eau après une calamité afin qu'elle soit ensuite évacuée correctement ;
i) le micro-digesteur n'est pas situé dans une zone archéologique établie ;
9° l'aménagement d'un seul lieu couvert de remplissage et de rinçage pour les machines agricoles, y compris les pulvérisateurs, lorsque les conditions suivantes sont réunies :
a) le lieu de remplissage et de rinçage a une superficie descriptive maximale de 150 mètres carrés ;
b) la distance entre le lieu de remplissage et de rinçage et un bâtiment d'exploitation existant est inférieure à 30 mètres ;
c) les eaux résiduelles et de rinçage sont collectées ;
d) les eaux de pluie éventuelles doivent s'infiltrer sur place ;
e) il n'y a pas de débordement vers les égouts ou les eaux de surface ;
f) le lieu de remplissage et de rinçage n'est pas situé dans une zone archéologique établie ;
10° la mise en place d'un stockage d'eau pour la culture professionnelle de plantes agricoles ou pour l'élevage professionnel, d'un volume maximal de 200 m3, dans un rayon de cinquante mètres du complexe de bâtiments de l'exploitation agricole. Le stockage d'eau doit répondre aux conditions suivantes :
a) le stockage d'eau n'est pas relié à la nappe phréatique ;
b) les parois sont soit recouvertes de végétation, soit intégrées dans le paysage par un écran végétal ;
c) le stockage d'eau n'est pas situé dans une zone archéologique établie ;
11° l'installation de barrages et d'autres mesures qui ralentissent la vitesse de l'écoulement de l'eau dans les cours d'eau et les canaux non navigables, si les conditions suivantes sont réunies :
a) le gestionnaire du cours d'eau a donné son accord ou son autorisation ;
b) le barrage ou l'autre mesure n'est pas situé dans une zone archéologique établie. ".
1° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° le drainage d'un bien afin de permettre ou de maintenir l'utilisation ou l'exploitation de terres agricoles, en aménageant un ensemble de canalisations souterraines mère ou d'aspiration, de matériaux enveloppants et de canalisations finales et d'un ensemble souterrain ou hors sol de dispositifs de débouchés, de puits de visite et de pièces auxiliaires, à condition que les travaux de drainage ne soient pas effectués dans les zones suivantes ou à moins de 500 mètres de ces zones :
a) Zones de protection spéciale ;
b) le Réseau écologique flamand ;
c) " zone de vallée " ou " zone de vallée et de source ;
d) zones archéologiques établies ; ".
2° il est inséré un point 2° /1, rédigé comme suit :
" 2° /1 la transformation d'un drainage gravitaire existant en un drainage à niveau contrôlé. Le drainage gravitaire existant est soit autorisé, soit il s'agit d'un drainage visé au point 2° ; ".
3° le point 3° /1 est remplacé par ce qui suit :
" 3° /1 la construction, le remplacement ou le réaménagement d'accès à des parcelles, y compris le voûtement ou la canalisation strictement nécessaires à cet effet de fossés, avec un maximum d'un voûtement ou d'une canalisation par bien ou bien agricole, pour autant qu'ils ne soient pas situés dans des zones archéologiques établies. La longueur du voûtement ou de la canalisation est de dix mètres maximum si la largeur de la chaussée adjacente est inférieure à quatre mètres, et de 7,50 mètres maximum dans les autres cas. Le voûtement ou la canalisation présente un diamètre intérieur minimal de 400 millimètres ; " ;
4° le point 5° est abrogé ;
5° il est ajouté des points 8° à 11°, rédigés comme suit :
" 8° l'installation d'un micro-digesteur, avec ses accessoires tels que le revêtement durci correspondant, si les conditions suivantes sont réunies :
a) le micro-digesteur et ses accessoires ont une superficie descriptive maximale de 200 mètres carrés ;
b) la distance entre le micro-digesteur et un bâtiment d'entreprise existant est inférieure à 30 mètres ;
c) le micro-digesteur relève de la même rubrique de classification que l'élevage et seul le fumier animal provenant de cet élevage y est mélangé, sans ajout de déchets ;
d) le micro-digesteur est situé à au moins 40 mètres des bâtiments n'appartenant pas à l'entreprise ;
e) le moteur doit être placé dans un caisson et un conteneur insonorisés ;
f) le micro-digesteur est équipé d'un siphon et d'une torche ;
g) les conduites menant au micro-digesteur sont fermées ;
h) le fond du micro-digesteur est conçu de manière à pouvoir recueillir l'eau après une calamité afin qu'elle soit ensuite évacuée correctement ;
i) le micro-digesteur n'est pas situé dans une zone archéologique établie ;
9° l'aménagement d'un seul lieu couvert de remplissage et de rinçage pour les machines agricoles, y compris les pulvérisateurs, lorsque les conditions suivantes sont réunies :
a) le lieu de remplissage et de rinçage a une superficie descriptive maximale de 150 mètres carrés ;
b) la distance entre le lieu de remplissage et de rinçage et un bâtiment d'exploitation existant est inférieure à 30 mètres ;
c) les eaux résiduelles et de rinçage sont collectées ;
d) les eaux de pluie éventuelles doivent s'infiltrer sur place ;
e) il n'y a pas de débordement vers les égouts ou les eaux de surface ;
f) le lieu de remplissage et de rinçage n'est pas situé dans une zone archéologique établie ;
10° la mise en place d'un stockage d'eau pour la culture professionnelle de plantes agricoles ou pour l'élevage professionnel, d'un volume maximal de 200 m3, dans un rayon de cinquante mètres du complexe de bâtiments de l'exploitation agricole. Le stockage d'eau doit répondre aux conditions suivantes :
a) le stockage d'eau n'est pas relié à la nappe phréatique ;
b) les parois sont soit recouvertes de végétation, soit intégrées dans le paysage par un écran végétal ;
c) le stockage d'eau n'est pas situé dans une zone archéologique établie ;
11° l'installation de barrages et d'autres mesures qui ralentissent la vitesse de l'écoulement de l'eau dans les cours d'eau et les canaux non navigables, si les conditions suivantes sont réunies :
a) le gestionnaire du cours d'eau a donné son accord ou son autorisation ;
b) le barrage ou l'autre mesure n'est pas situé dans une zone archéologique établie. ".
Art. 11. In artikel 5.3, 2°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016, en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 en 7 juni 2024, worden de woorden "of verhardingen" opgeheven.
Art. 11. A l'article 5.3, 2°, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 septembre 2018 et 7 juin 2024, les mots " ou de revêtements " sont abrogés.
Art. 12. In artikel 6.1, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016, worden tussen de woorden "omwille van acuut gevaar" en de woorden "en na voorafgaande" de woorden "voor gebouwen of voor derden door het risico op omvallen van de boom of bomen" ingevoegd.
Art. 12. A l'article 6.1, alinéa 1er, 2°, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016, entre les mots " pour des raisons de danger imminent " et les mots " et après l'accord " est inséré le membre de phrase " pour les bâtiments ou pour des tiers en raison du risque de chute de l'arbre ou des arbres, ".
Art. 13. In artikel 6.2, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
"1° het aanleggen, vervangen of herinrichten van perceelsopritten, met inbegrip van de eventueel daarvoor strikt noodzakelijke overwelving of inbuizing van grachten met een maximum van één overwelving of inbuizing per goed of landbouwgoed. De lengte van de overwelving of inbuizing bedraagt maximaal tien meter, als de aanliggende weg een rijbaanbreedte heeft die kleiner is dan vier meter, en maximaal 7,50 meter in de andere gevallen. De overwelving of inbuizing heeft een minimale binnendiameter van 400 millimeter;";
2° in punt 2° worden de zinsnede ", inbuizen" en de zin "De inbuizing van grachten is niet langer dan vijf meter per goed" opgeheven.
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
"1° het aanleggen, vervangen of herinrichten van perceelsopritten, met inbegrip van de eventueel daarvoor strikt noodzakelijke overwelving of inbuizing van grachten met een maximum van één overwelving of inbuizing per goed of landbouwgoed. De lengte van de overwelving of inbuizing bedraagt maximaal tien meter, als de aanliggende weg een rijbaanbreedte heeft die kleiner is dan vier meter, en maximaal 7,50 meter in de andere gevallen. De overwelving of inbuizing heeft een minimale binnendiameter van 400 millimeter;";
2° in punt 2° worden de zinsnede ", inbuizen" en de zin "De inbuizing van grachten is niet langer dan vijf meter per goed" opgeheven.
Art. 13. A l'article 6.2, alinéa 1er du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juin 2024, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° la construction, le remplacement ou le réaménagement d'accès à des parcelles, y compris le voûtement ou la canalisation strictement nécessaires à cet effet de fossés, avec un maximum d'un voûtement ou d'une canalisation par bien ou par bien agricole. La longueur du voûtement ou de la canalisation est de dix mètres maximum si la largeur de la chaussée adjacente est inférieure à quatre mètres, et de 7,50 mètres maximum dans les autres cas. Le voûtement ou la canalisation présente un diamètre intérieur minimal de 400 millimètres ; " ;
2° au point 2° le membre de phrase " , la canalisation " et la phrase " La longueur de la canalisation de fossés n'excède pas cinq mètres par bien " sont abrogés.
1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° la construction, le remplacement ou le réaménagement d'accès à des parcelles, y compris le voûtement ou la canalisation strictement nécessaires à cet effet de fossés, avec un maximum d'un voûtement ou d'une canalisation par bien ou par bien agricole. La longueur du voûtement ou de la canalisation est de dix mètres maximum si la largeur de la chaussée adjacente est inférieure à quatre mètres, et de 7,50 mètres maximum dans les autres cas. Le voûtement ou la canalisation présente un diamètre intérieur minimal de 400 millimètres ; " ;
2° au point 2° le membre de phrase " , la canalisation " et la phrase " La longueur de la canalisation de fossés n'excède pas cinq mètres par bien " sont abrogés.
Art. 14. In artikel 6.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018, worden tussen het woord "veedrinkpoel" en de woorden "met een" de woorden "of poel voor amfibieën" ingevoegd.
Art. 14. A l'article 6.3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 septembre 2018, entre le mot " mare " et les mots " ayant une superficie " sont insérés les mots " d'abreuvement pour bétail ou mare pour amphibiens ".
Art. 15. In artikel 7.1 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden tussen de woorden "van vergunning vrijgestelde" en het woord "handelingen" de woorden "of niet vergunningsplichtige" ingevoegd;
2° in het tweede lid worden tussen de woorden "van vergunning vrijgestelde" en het woord "verbouwingen" de woorden "of niet vergunningsplichtige" ingevoegd;
3° in het tweede lid, 2°, worden na de woorden "vrijgesteld zijn van vergunning" de woorden "of niet vergunningsplichtig zijn" ingevoegd.
1° in het eerste lid worden tussen de woorden "van vergunning vrijgestelde" en het woord "handelingen" de woorden "of niet vergunningsplichtige" ingevoegd;
2° in het tweede lid worden tussen de woorden "van vergunning vrijgestelde" en het woord "verbouwingen" de woorden "of niet vergunningsplichtige" ingevoegd;
3° in het tweede lid, 2°, worden na de woorden "vrijgesteld zijn van vergunning" de woorden "of niet vergunningsplichtig zijn" ingevoegd.
Art. 15. A l'article 7.1 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 septembre 2018 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juin 2024, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, entre les mots " exemptés d'autorisation " et les mots " ne peuvent pas " sont insérés les mots " ou non soumis à l'obligation d'autorisation " ;
2° à l'alinéa 1er, entre les mots " exemptées d'autorisation " et le membre de phrase " , lorsqu'il est satisfait " sont insérés les mots " ou non soumises à l'obligation d'autorisation " ;
3° à l'alinéa 2, 2°, après les mots " exemptées d'autorisation " sont insérés les mots " ou non soumises à l'obligation d'autorisation ".
1° à l'alinéa 1er, entre les mots " exemptés d'autorisation " et les mots " ne peuvent pas " sont insérés les mots " ou non soumis à l'obligation d'autorisation " ;
2° à l'alinéa 1er, entre les mots " exemptées d'autorisation " et le membre de phrase " , lorsqu'il est satisfait " sont insérés les mots " ou non soumises à l'obligation d'autorisation " ;
3° à l'alinéa 2, 2°, après les mots " exemptées d'autorisation " sont insérés les mots " ou non soumises à l'obligation d'autorisation ".
Art. 16. In artikel 8.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 november 2015, 17 juli 2016 en 7 juni 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de aanhef worden de woorden "geen gebouwen" vervangen door de woorden "geen overdekte constructies, groter dan 100 vierkante meter of gebouwen, groter dan 40 vierkante meter";
2° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° openbaar spoorwegdomein, als het aantal sporen niet vermeerderd wordt of als het om de herinrichting van sporen binnen bestaande spoorbundels gaat;".
1° in de aanhef worden de woorden "geen gebouwen" vervangen door de woorden "geen overdekte constructies, groter dan 100 vierkante meter of gebouwen, groter dan 40 vierkante meter";
2° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° openbaar spoorwegdomein, als het aantal sporen niet vermeerderd wordt of als het om de herinrichting van sporen binnen bestaande spoorbundels gaat;".
Art. 16. A l'article 8.1 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 27 novembre 2015, 17 juillet 2016 et 7 juin 2024, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, les mots " lorsque des bâtiments n'y sont pas construits et lorsque le réaménagement est " sont remplacés par les mots " à condition qu'aucune construction couverte de plus de 100 mètres carrés ou aucun bâtiment de plus de 40 mètres carrés n'y soit érigé et que le réaménagement soit " ;
2° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° le domaine ferroviaire public, à condition que le nombre de voies ne soit pas augmenté ou qu'il s'agisse d'un réaménagement de voies au sein des faisceaux ferroviaires existants ; ".
1° à l'alinéa 1er, les mots " lorsque des bâtiments n'y sont pas construits et lorsque le réaménagement est " sont remplacés par les mots " à condition qu'aucune construction couverte de plus de 100 mètres carrés ou aucun bâtiment de plus de 40 mètres carrés n'y soit érigé et que le réaménagement soit " ;
2° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° le domaine ferroviaire public, à condition que le nombre de voies ne soit pas augmenté ou qu'il s'agisse d'un réaménagement de voies au sein des faisceaux ferroviaires existants ; ".
Art. 17. In artikel 8.2, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden "bestaande bufferzones blijven behouden" vervangen door de woorden "bestaande buffer- en groenzones rond het terrein blijven behouden".
Art. 17. A l'article 8.2, 2° du même arrêté les mots " existants sont maintenues " sont remplacés par les mots " et les zones vertes existantes autour du terrain sont conservées ".
Art. 18. Aan artikel 8.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 en 28 september 2018, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het optrekken van installaties van militair strategisch belang, door of in opdracht van de militaire overheid, gericht op de verdediging van belangrijke infrastructuur.".
"Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het optrekken van installaties van militair strategisch belang, door of in opdracht van de militaire overheid, gericht op de verdediging van belangrijke infrastructuur.".
Art. 18. L'article 8.3 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 27 novembre 2015 et 28 septembre 2018, est complété par un alinéa 3 rédigé comme suit :
" Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour la construction d'installations d'importance stratégique militaire, par ou pour le compte de l'autorité militaire, destinées à la défense d'importantes infrastructures. ".
" Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour la construction d'installations d'importance stratégique militaire, par ou pour le compte de l'autorité militaire, destinées à la défense d'importantes infrastructures. ".
Art. 19. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2024, wordt een artikel 8.6 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 8.6. § 1. Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het plaatsen van afsluitingen, verplaatsbare constructies en bijbehorende verhardingen, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de verplaatsbare constructies worden geplaatst binnen de op 1 januari 2025 bestaande perceelsgrenzen van een gevangenis, een forensisch psychiatrisch centrum, een detentiehuis of een gesloten jeugdinstelling;
2° de verplaatsbare constructies hebben een maximale hoogte van twee bouwlagen;
3° de betrokken hulpverleningszone verleent een schriftelijk gunstig advies.
§ 2. Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het plaatsen van afsluitingen, verplaatsbare constructies en bijbehorende verhardingen, bestemd voor het inrichten van een gevangenisterrein, een forensisch psychiatrisch centrum, een detentiehuis of een gesloten jeugdinstelling als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° het terrein wordt ingericht in gebieden die op de plannen van aanleg of op ruimtelijke uitvoeringsplannen aangegeven zijn als militair domein;
2° de verplaatsbare constructies hebben een maximale hoogte van twee bouwlagen;
3° de plaatsing duurt niet langer dan zes jaar;
4° de betrokken hulpverleningszone verleent een schriftelijk gunstig advies.
§ 3. Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het plaatsen van drijvende constructies, geïmmobiliseerd aan wal, met inbegrip van de constructies, nodig om de toegang tot, werking van en controle op deze constructies te verzekeren, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de drijvende constructie dient als een gevangenis, een forensisch psychiatrisch centrum, een detentiehuis of een gesloten jeugdinstelling;
2° de betrokken hulpverleningszone verleent een schriftelijk gunstig advies.".
"Art. 8.6. § 1. Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het plaatsen van afsluitingen, verplaatsbare constructies en bijbehorende verhardingen, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de verplaatsbare constructies worden geplaatst binnen de op 1 januari 2025 bestaande perceelsgrenzen van een gevangenis, een forensisch psychiatrisch centrum, een detentiehuis of een gesloten jeugdinstelling;
2° de verplaatsbare constructies hebben een maximale hoogte van twee bouwlagen;
3° de betrokken hulpverleningszone verleent een schriftelijk gunstig advies.
§ 2. Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het plaatsen van afsluitingen, verplaatsbare constructies en bijbehorende verhardingen, bestemd voor het inrichten van een gevangenisterrein, een forensisch psychiatrisch centrum, een detentiehuis of een gesloten jeugdinstelling als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° het terrein wordt ingericht in gebieden die op de plannen van aanleg of op ruimtelijke uitvoeringsplannen aangegeven zijn als militair domein;
2° de verplaatsbare constructies hebben een maximale hoogte van twee bouwlagen;
3° de plaatsing duurt niet langer dan zes jaar;
4° de betrokken hulpverleningszone verleent een schriftelijk gunstig advies.
§ 3. Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het plaatsen van drijvende constructies, geïmmobiliseerd aan wal, met inbegrip van de constructies, nodig om de toegang tot, werking van en controle op deze constructies te verzekeren, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de drijvende constructie dient als een gevangenis, een forensisch psychiatrisch centrum, een detentiehuis of een gesloten jeugdinstelling;
2° de betrokken hulpverleningszone verleent een schriftelijk gunstig advies.".
Art. 19. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juin 2024, il est inséré un article 8.6, rédigé comme suit :
" Art. 8.6. § 1er. Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour l'installation de clôtures, de constructions mobiles et des revêtements associés, si les conditions suivantes sont réunies :
1° les constructions mobiles sont installées à l'intérieur des limites de parcelle existantes au 1er janvier 2025 d'une prison, d'un centre de psychiatrie légale, d'un centre de détention ou d'un établissement fermé pour mineurs ;
2° les constructions mobiles ont une hauteur maximale de deux étages ;
3° la zone de secours concernée donne un avis favorable par écrit.
§ 2. Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour l'installation de clôtures, de constructions mobiles et de revêtements associés, destinés à l'aménagement d'un terrain pénitentiaire, d'un centre de psychiatrie légale, d'un centre de détention ou d'un établissement fermé pour mineurs si les conditions suivantes sont réunies :
1° le terrain est aménagé dans des zones indiquées comme domaine militaire sur les plans d'aménagement ou les plans d'exécution spatiaux ;
2° les constructions mobiles ont une hauteur maximale de deux étages ;
3° les constructions ne sont pas présentes pendant plus de six ans ;
4° la zone de secours concernée donne un avis favorable par écrit.
§ 3. Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour l'installation de constructions flottantes immobilisées à quai, y compris les dispositifs nécessaires pour assurer l'accès à ces constructions, ainsi que leur fonctionnement et leur contrôle, si les conditions suivantes sont réunies :
1° la construction flottante fait office de prison, de centre de psychiatrie légale, de centre de détention ou d'établissement fermé pour mineurs ;
2° la zone de secours concernée donne un avis favorable par écrit. ".
" Art. 8.6. § 1er. Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour l'installation de clôtures, de constructions mobiles et des revêtements associés, si les conditions suivantes sont réunies :
1° les constructions mobiles sont installées à l'intérieur des limites de parcelle existantes au 1er janvier 2025 d'une prison, d'un centre de psychiatrie légale, d'un centre de détention ou d'un établissement fermé pour mineurs ;
2° les constructions mobiles ont une hauteur maximale de deux étages ;
3° la zone de secours concernée donne un avis favorable par écrit.
§ 2. Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour l'installation de clôtures, de constructions mobiles et de revêtements associés, destinés à l'aménagement d'un terrain pénitentiaire, d'un centre de psychiatrie légale, d'un centre de détention ou d'un établissement fermé pour mineurs si les conditions suivantes sont réunies :
1° le terrain est aménagé dans des zones indiquées comme domaine militaire sur les plans d'aménagement ou les plans d'exécution spatiaux ;
2° les constructions mobiles ont une hauteur maximale de deux étages ;
3° les constructions ne sont pas présentes pendant plus de six ans ;
4° la zone de secours concernée donne un avis favorable par écrit.
§ 3. Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour l'installation de constructions flottantes immobilisées à quai, y compris les dispositifs nécessaires pour assurer l'accès à ces constructions, ainsi que leur fonctionnement et leur contrôle, si les conditions suivantes sont réunies :
1° la construction flottante fait office de prison, de centre de psychiatrie légale, de centre de détention ou d'établissement fermé pour mineurs ;
2° la zone de secours concernée donne un avis favorable par écrit. ".
Art. 20. In artikel 10 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 6° wordt vervangen door wat volgt:
"6° de aanleg van overdekte fietsenstallingen met een totale maximale oppervlakte van 100 vierkante meter en een maximale hoogte van 5 meter, op voorwaarde dat het hemelwater dat erop valt, ter plaatse in de bodem infiltreert;";
2° in punt 7° worden tussen het woord "versteviging" en de woorden "van oevers" de woorden "of herprofilering" ingevoegd;
3° in punt 10° wordt de zinsnede "seizoensgebonden," opgeheven;
4° er worden een punt 15° en 16° toegevoegd, die luiden als volgt:
"15° de plaatsing van zonnepanelen en aanhorigheden ervan op openbaar domein door, in opdracht van of met toestemming van de wegbeheerder in de berm of op het talud van autosnelwegen of spoorwegen, op minder dan dertig meter van de grens van de wegverharding of de spoorrail. Deze vrijstelling geldt niet in ruimtelijk kwetsbaar gebied;
16° de vervanging van bruggen, tunnels en vergelijkbare constructies door kennelijk dezelfde constructies om veiligheidsredenen of om de draagkracht te verhogen.".
1° punt 6° wordt vervangen door wat volgt:
"6° de aanleg van overdekte fietsenstallingen met een totale maximale oppervlakte van 100 vierkante meter en een maximale hoogte van 5 meter, op voorwaarde dat het hemelwater dat erop valt, ter plaatse in de bodem infiltreert;";
2° in punt 7° worden tussen het woord "versteviging" en de woorden "van oevers" de woorden "of herprofilering" ingevoegd;
3° in punt 10° wordt de zinsnede "seizoensgebonden," opgeheven;
4° er worden een punt 15° en 16° toegevoegd, die luiden als volgt:
"15° de plaatsing van zonnepanelen en aanhorigheden ervan op openbaar domein door, in opdracht van of met toestemming van de wegbeheerder in de berm of op het talud van autosnelwegen of spoorwegen, op minder dan dertig meter van de grens van de wegverharding of de spoorrail. Deze vrijstelling geldt niet in ruimtelijk kwetsbaar gebied;
16° de vervanging van bruggen, tunnels en vergelijkbare constructies door kennelijk dezelfde constructies om veiligheidsredenen of om de draagkracht te verhogen.".
Art. 20. A l'article 10 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juin 2024, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
" 6° la construction de parkings à vélos couverts ayant une superficie totale maximale de 100 mètres carrés et une hauteur maximale de 5 mètres, à condition que les eaux de pluie qui s'y déversent s'infiltrent sur place dans le sol ; " ;
2° au point 7°, entre le mot " renforcement " et les mots " de rives " sont insérés les mots " ou le reprofilage " ;
3° au point 10° le membre de phrase " saisonnières, " est abrogé ;
4° des points 15° et 16° sont ajoutés, rédigés comme suit :
" 15° l'installation de panneaux solaires et de leurs accessoires sur le domaine public soit par le gestionnaire de la voirie lui-même, soit à sa demande ou avec son autorisation, sur l'accotement ou le talus des autoroutes ou des voies ferrées, à moins de trente mètres de la limite de la chaussée ou du rail. Cette exemption ne s'applique pas dans les zones vulnérables du point de vue spatial ;
16° le remplacement de ponts, tunnels et constructions similaires par des constructions manifestement identiques pour des raisons de sécurité ou afin d'augmenter la capacité de portance. ".
1° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
" 6° la construction de parkings à vélos couverts ayant une superficie totale maximale de 100 mètres carrés et une hauteur maximale de 5 mètres, à condition que les eaux de pluie qui s'y déversent s'infiltrent sur place dans le sol ; " ;
2° au point 7°, entre le mot " renforcement " et les mots " de rives " sont insérés les mots " ou le reprofilage " ;
3° au point 10° le membre de phrase " saisonnières, " est abrogé ;
4° des points 15° et 16° sont ajoutés, rédigés comme suit :
" 15° l'installation de panneaux solaires et de leurs accessoires sur le domaine public soit par le gestionnaire de la voirie lui-même, soit à sa demande ou avec son autorisation, sur l'accotement ou le talus des autoroutes ou des voies ferrées, à moins de trente mètres de la limite de la chaussée ou du rail. Cette exemption ne s'applique pas dans les zones vulnérables du point de vue spatial ;
16° le remplacement de ponts, tunnels et constructions similaires par des constructions manifestement identiques pour des raisons de sécurité ou afin d'augmenter la capacité de portance. ".
Art. 21. Aan artikel 11.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor technische constructies van algemeen belang als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
1° de maximale hoogte is beperkt tot vijf meter boven het maaiveld;
2° het maximale bovengrondse volume is beperkt tot:
a) dertig kubieke meter op privaat domein. De vrijstelling geldt niet in gebieden die erkend zijn als werelderfgoed of die in de bufferzone van het werelderfgoed liggen conform artikel 11 van de overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld, opgemaakt in Parijs op 16 november 1972 en wanneer de constructie zich op minder dan 30 meter bevindt van gebouwen die opgenomen zijn in de vastgestelde inventaris van bouwkundig erfgoed, vermeld in artikel 4.1.1. van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, maar die niet beschermd zijn;
b) zestig kubieke meter op openbaar domein.".
"Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor technische constructies van algemeen belang als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
1° de maximale hoogte is beperkt tot vijf meter boven het maaiveld;
2° het maximale bovengrondse volume is beperkt tot:
a) dertig kubieke meter op privaat domein. De vrijstelling geldt niet in gebieden die erkend zijn als werelderfgoed of die in de bufferzone van het werelderfgoed liggen conform artikel 11 van de overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld, opgemaakt in Parijs op 16 november 1972 en wanneer de constructie zich op minder dan 30 meter bevindt van gebouwen die opgenomen zijn in de vastgestelde inventaris van bouwkundig erfgoed, vermeld in artikel 4.1.1. van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, maar die niet beschermd zijn;
b) zestig kubieke meter op openbaar domein.".
Art. 21. L'article 11.1 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015, est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
" Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour les constructions techniques d'intérêt général si les conditions suivantes sont réunies :
1° la hauteur maximale est de cinq mètres au-dessus du niveau du sol ;
2° le volume hors sol est plafonné à :
a) trente mètres cubes sur le domaine privé. L'exemption ne s'applique pas dans les zones reconnues comme patrimoine mondial ou se situant dans la zone tampon du patrimoine mondial, conformément à l'article 11 de la convention concernant la protection du patrimoine mondial, culturel et naturel, établie à Paris le 16 novembre 1972, et lorsque la construction se trouve à moins de 30 mètres de bâtiments inscrits à l'inventaire établi du patrimoine architectural, figurant à l'article 4.1.1. de l'arrêté Patrimoine immobilier du 16 mai 2014, mais qui ne sont pas protégés ;
b) soixante mètres cubes sur le domaine public. ".
" Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour les constructions techniques d'intérêt général si les conditions suivantes sont réunies :
1° la hauteur maximale est de cinq mètres au-dessus du niveau du sol ;
2° le volume hors sol est plafonné à :
a) trente mètres cubes sur le domaine privé. L'exemption ne s'applique pas dans les zones reconnues comme patrimoine mondial ou se situant dans la zone tampon du patrimoine mondial, conformément à l'article 11 de la convention concernant la protection du patrimoine mondial, culturel et naturel, établie à Paris le 16 novembre 1972, et lorsque la construction se trouve à moins de 30 mètres de bâtiments inscrits à l'inventaire établi du patrimoine architectural, figurant à l'article 4.1.1. de l'arrêté Patrimoine immobilier du 16 mai 2014, mais qui ne sont pas protégés ;
b) soixante mètres cubes sur le domaine public. ".
Art. 22. In artikel 11.7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 november 2015, 7 mei 2021, 10 februari 2023 en 7 juni 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° wordt de zinsnede ", met een maximale lengte van 5 meter en een minimale binnendiameter van 400 millimeter" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 12/1.3";
2° er wordt een tweede lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het plaatsen van een decentrale afvalwaterzuiveringsinstallatie door of in opdracht van de rioolbeheerder, voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater, met een zuiveringscapaciteit tot en met 100 inwonerequivalenten en een maximale oppervlakte van 250 vierkante meter. Deze vrijstelling geldt niet in vastgestelde archeologische zones.".
1° wordt de zinsnede ", met een maximale lengte van 5 meter en een minimale binnendiameter van 400 millimeter" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 12/1.3";
2° er wordt een tweede lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het plaatsen van een decentrale afvalwaterzuiveringsinstallatie door of in opdracht van de rioolbeheerder, voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater, met een zuiveringscapaciteit tot en met 100 inwonerequivalenten en een maximale oppervlakte van 250 vierkante meter. Deze vrijstelling geldt niet in vastgestelde archeologische zones.".
Art. 22. A l'article 11.7 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 27 novembre 2015, 7 mai 2021, 10 février 2023 et 7 juin 2024, les modifications suivantes sont apportées :
1° le membre de phrase " , d'une longueur maximale de cinq mètres et d'un diamètre intérieur minimal de 400 millimètres " est remplacé par le membre de phrase " , figurant à l'article 12/1.3 " ;
2° il est inséré un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour l'installation d'une station d'épuration décentralisée par ou pour le compte du gestionnaire des égouts, en vue du traitement des eaux usées domestiques, d'une capacité d'épuration maximale de 100 équivalents-habitants et d'une superficie maximale de 250 mètres carrés. Cette exemption ne s'applique pas dans les zones archéologiques établies. ".
1° le membre de phrase " , d'une longueur maximale de cinq mètres et d'un diamètre intérieur minimal de 400 millimètres " est remplacé par le membre de phrase " , figurant à l'article 12/1.3 " ;
2° il est inséré un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour l'installation d'une station d'épuration décentralisée par ou pour le compte du gestionnaire des égouts, en vue du traitement des eaux usées domestiques, d'une capacité d'épuration maximale de 100 équivalents-habitants et d'une superficie maximale de 250 mètres carrés. Cette exemption ne s'applique pas dans les zones archéologiques établies. ".
Art. 23. Aan artikel 12.4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor de uitbouw van glasvezelnetwerken, met uitzondering van de oprichting van gebouwen.".
"Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor de uitbouw van glasvezelnetwerken, met uitzondering van de oprichting van gebouwen.".
Art. 23. A l'article 12.4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 septembre 2018, il est inséré un alinéa 3, rédigé comme suit :
" Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour l'extension des réseaux de fibre optique, à l'exception de la construction de bâtiments. ".
" Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour l'extension des réseaux de fibre optique, à l'exception de la construction de bâtiments. ".
Art. 24. In artikel 12/1.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 en 25 november 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
"3° het totale volume van de reliëfwijziging is kleiner dan dertig kubieke meter per goed als het in totaliteit een uitdieping betreft en kleiner dan vijf kubieke meter per goed als het in totaliteit een ophoging betreft;";
2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor de aanleg van een bovengrondse infiltratievoorziening waarin het hemelwater op natuurlijke wijze infiltreert, als aan al volgende voorwaarden is voldaan:
1° de diepte van de reliëfwijziging is op elk punt kleiner dan 70 centimeter;
2° de afmetingen van de infiltratievoorziening zijn afgestemd op de afwaterende oppervlakte.".
1° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
"3° het totale volume van de reliëfwijziging is kleiner dan dertig kubieke meter per goed als het in totaliteit een uitdieping betreft en kleiner dan vijf kubieke meter per goed als het in totaliteit een ophoging betreft;";
2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor de aanleg van een bovengrondse infiltratievoorziening waarin het hemelwater op natuurlijke wijze infiltreert, als aan al volgende voorwaarden is voldaan:
1° de diepte van de reliëfwijziging is op elk punt kleiner dan 70 centimeter;
2° de afmetingen van de infiltratievoorziening zijn afgestemd op de afwaterende oppervlakte.".
Art. 24. A l'article 12/1.1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 septembre 2018 et 25 novembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° le volume total de la modification du relief est inférieur à trente mètres cubes par bien s'il s'agit d'un approfondissement dans sa totalité et inférieur à cinq mètres cubes par bien s'il s'agit d'un rehaussement dans sa totalité ; " ;
2° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour la construction d'un dispositif d'infiltration hors sol dans lequel l'eau de pluie s'infiltre naturellement, si les conditions suivantes sont réunies :
1° la profondeur de la modification du relief est inférieure à 70 centimètres à chaque point ;
2° les dimensions du dispositif d'infiltration sont adaptées à la superficie de drainage. ".
1° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° le volume total de la modification du relief est inférieur à trente mètres cubes par bien s'il s'agit d'un approfondissement dans sa totalité et inférieur à cinq mètres cubes par bien s'il s'agit d'un rehaussement dans sa totalité ; " ;
2° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour la construction d'un dispositif d'infiltration hors sol dans lequel l'eau de pluie s'infiltre naturellement, si les conditions suivantes sont réunies :
1° la profondeur de la modification du relief est inférieure à 70 centimètres à chaque point ;
2° les dimensions du dispositif d'infiltration sont adaptées à la superficie de drainage. ".
Art. 25. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2024, worden een artikel 12/1.3, 12/1.4 en 12/1.5 ingevoegd, die luiden als volgt:
"Art. 12/1.3. Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het aanbrengen van maximaal één overwelving of inbuizing van een baangracht per goed. De lengte van de overwelving of inbuizing bedraagt maximaal vijf meter. De overwelving of inbuizing heeft een minimale binnendiameter van 400 millimeter. De lengtebeperking geldt niet als de overwelving gebeurt ten behoeve van de aanleg van vrijliggende fietspaden.
"Art. 12/1.3. Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het aanbrengen van maximaal één overwelving of inbuizing van een baangracht per goed. De lengte van de overwelving of inbuizing bedraagt maximaal vijf meter. De overwelving of inbuizing heeft een minimale binnendiameter van 400 millimeter. De lengtebeperking geldt niet als de overwelving gebeurt ten behoeve van de aanleg van vrijliggende fietspaden.
Art. 25. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juin 2024, des articles 12/1.3, 12/1.4 et 12/1.5 sont insérés, rédigés comme suit :
" Art. 12/1.3. Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour la mise en place d'au maximum, par bien, un voûtement ou une canalisation d'un fossé le long de la route. La longueur du voûtement ou de la canalisation est limitée à cinq mètres. Le voûtement ou la canalisation présente un diamètre intérieur minimal de 400 millimètres. La limitation de longueur ne s'applique pas si le voûtement est réalisé dans le cadre de la construction de pistes cyclables séparées.
" Art. 12/1.3. Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour la mise en place d'au maximum, par bien, un voûtement ou une canalisation d'un fossé le long de la route. La longueur du voûtement ou de la canalisation est limitée à cinq mètres. Le voûtement ou la canalisation présente un diamètre intérieur minimal de 400 millimètres. La limitation de longueur ne s'applique pas si le voûtement est réalisé dans le cadre de la construction de pistes cyclables séparées.
Art. 12/1.4. Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het plaatsen van jachtkansels voor zover aan een van volgende voorwaarden voldaan:
1° plaatsing buiten woongebied;
2° plaatsing op minstens 500 meter verwijderd van een verspreide of geclusterde bewoning buiten woongebied.
1° plaatsing buiten woongebied;
2° plaatsing op minstens 500 meter verwijderd van een verspreide of geclusterde bewoning buiten woongebied.
Art. 12/1.4. Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour l'installation de miradors de chasse, si l'une des conditions suivantes est remplie :
1° installation en dehors d'une zone résidentielle ;
2° installation à au moins 500 mètres d'habitations dispersées ou groupées en dehors d'une zone résidentielle.
1° installation en dehors d'une zone résidentielle ;
2° installation à au moins 500 mètres d'habitations dispersées ou groupées en dehors d'une zone résidentielle.
Art. 12/1.5. Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het plaatsen van voor het publiek toegankelijke vogelkijkhutten, met een oppervlakte van maximum zes vierkante meter en een maximale hoogte van zes meter.".
Art. 12/1.5. Le permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas requis pour l'installation de cabanes d'observation des oiseaux accessibles au public, ayant une superficie maximale de six mètres carrés et une hauteur maximale de six mètres. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 tot uitvoering van diverse bepalingen uit de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wat betreft het toezicht op de naleving van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen.
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 mai 2021 portant exécution de diverses dispositions de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, en ce qui concerne le contrôle du respect de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables
Art. 26. In artikel 23, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 tot uitvoering van diverse bepalingen uit de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wat betreft het toezicht op de naleving van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, wordt het eerste lid opgeheven.
Art. 26. A l'article 23, § 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 mai 2021 portant exécution de diverses dispositions de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, en ce qui concerne le contrôle du respect de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables, l'alinéa 1er est abrogé.
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 27. Artikel 72 van het decreet van 17 mei 2024 houdende diverse bepalingen over omgeving, leefmilieu en natuur en ruimtelijke ordening en dit besluit treden in werking op 1 maart 2026.
Art. 27. L'article 72 du décret du 17 mai 2024 portant dispositions diverses relatives à l'environnement, à la nature et à l'aménagement du territoire et le présent arrêté entrent en vigueur le 1er mars 2026.
Art. 28. De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 28. Le ministre flamand qui a l'environnement et la nature dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.