Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
19 DECEMBER 2025. - Wet houdende de strafbaarstelling van de ontsnapping van gedetineerden en van de beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal en betreffende het afnemen van drugstesten in de gevangenis en de herroeping van het elektronisch toezicht in het kader van de strafuitvoering
Titre
19 DECEMBRE 2025. - Loi portant sur l'incrimination de l'évasion des détenus et de la dégradation ou du détournement du matériel de surveillance électronique et relatif à la réalisation de tests de drogues en prison et la révocation de la surveillance électronique dans le cadre de l'exécution de la peine
Informations sur le document
Numac: 2025009988
Datum: 2025-12-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2025009988
Date: 2025-12-19
Moniteur: Voir
Tekst (25)
Texte (25)
HOOFDSTUK 1. - Algemene - bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Strafwetboek
CHAPITRE 2. - Modifications du Code pénal
Art. 2. Het opschrift van boek II, titel VI, hoofdstuk III, van het Strafwetboek, vervangen bij de wet van 18 januari 2024, wordt vervangen als volgt:
  "Hoofdstuk III. Ontsnapping van gevangenen, beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal en overgooien van voorwerpen over de muren of afsluitingen van een gevangenis, een afdeling of een inrichting tot bescherming van de maatschappij"
Art. 2. L'intitulé du livre II, titre VI, chapitre III, du Code pénal, remplacé par la loi du 18 janvier 2024, est remplacé par ce qui suit:
  "Chapitre III. De l'évasion des détenus, de la dégradation ou du détournement du matériel de surveillance électronique et des jets d'objets au-dessus des murs ou des grillages d'une prison, d'une section ou d'un établissement de défense sociale"
Art. 3. Artikel 332 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  "Art. 332. § 1. Met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar wordt gestraft hij die zich opzettelijk onttrekt:
  1° aan de voorlopige hechtenis, de gevangenisstraf of de hem in het kader van een strafrechtelijke procedure opgelegde vrijheidsberovende maatregel door te ontsnappen uit een gevangenis, een inrichting waar een geïnterneerde persoon geplaatst is, een gerechtsgebouw, een politiecommissariaat, een ziekenhuis, een voertuig van de politie of enige andere plaats waar hij onder bewaking of toezicht staat van een personeelslid van de geïntegreerde politie belast met bewakings- of beveiligingstaken, met inbegrip van de beveiligingsagenten en de beveiligingsassistenten van politie van de Directie Beveiliging;
  2° aan de controle door elektronische middelen, opgelegd ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing bedoeld in de bepaling onder 1°.
  Poging tot het wanbedrijf, in het eerste lid omschreven, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twaalf maanden.
  § 2. Indien het feit wordt gepleegd met geweld of bedreigingen, wordt het gestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar.
  Poging tot het wanbedrijf, in het eerste lid omschreven, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar."
Art. 3. L'article 332 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 332. § 1er. Sera puni d'un emprisonnement de six mois à trois ans celui qui se sera délibérément soustrait:
  1° à la détention préventive, à l'emprisonnement ou à la mesure privative de liberté qui lui a été imposée dans le cadre d'une procédure pénale en s'évadant d'une prison, d'un établissement où est placé une personne internée, d'un bâtiment de justice, d'un commissariat de police, d'un hôpital, d'un véhicule de la police ou de tout autre lieu où il se trouve sous la garde ou la surveillance d'un membre du personnel de la police intégrée chargé de missions de surveillance ou de sécurisation, y inclus les agents et les assistants de sécurisation de police de la Direction de la Sécurité;
  2° au contrôle par des moyens électroniques, imposé en exécution d'une décision judiciaire visée par le 1°.
  La tentative du délit prévu à l'alinéa 1er sera punie d'un emprisonnement de huit jours à douze mois.
  § 2. Si le fait est commis à l'aide de violence ou de menaces, il sera puni d'une peine d'emprisonnement de trois ans à cinq ans.
  La tentative du délit prévu à l'alinéa 1er sera punie d'un emprisonnement de six mois à trois ans."
Art. 4. Artikel 333 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 augustus 1945, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 333. De medeplichtige aan het in artikel 332 bedoelde misdrijf wordt gestraft met dezelfde straf als de dader of de mededader.
  Zij die, bekleed met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie, een ontsnapping bewerkstelligen of vergemakkelijken, worden gestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar."
Art. 4. L'article 333 du même Code, remplacé par la loi du 29 août 1945, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 333. Le complice de l'infraction visée à l'article 332 est puni de la même peine que l'auteur ou le coauteur.
  Ceux qui, investis d'une fonction publique dans le cadre de l'exercice de ladite fonction, auront procuré ou facilité l'évasion seront punis d'une peine d'emprisonnement de trois ans à cinq ans."
Art. 5. Artikel 334 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2015, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 334. Personen die schuldig zijn aan de misdrijven bedoeld in de artikelen 332 en 333, blijven vrij van straf indien de ontsnapping gebeurde zonder geweld of bedreiging en de ontsnapte persoon zich binnen een periode van achtenveertig uren na de ontsnapping spontaan aanbiedt bij de gevangenis of de inrichting waar hij verbleef, dan wel bij een politiedienst."
Art. 5. L'article 334 du même Code, modifié par la loi du 20 juillet 2015, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 334. Les personnes coupables des infractions visées aux articles 332 et 333 seront exemptes de peines si l'évasion a eu lieu sans violence ou menace et que la personne évadée se présente spontanément dans un délai de quarante-huit heures suivant l'évasion à la prison ou à l'établissement où elle séjournait ou à un service de police."
Art. 6. Artikel 335 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 29 juni 1993, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 335. Het opzettelijk beschadigen of verduisteren van het elektronisch toezichtsmateriaal wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van tweehonderd euro tot vierduizend euro, of met een van die straffen alleen.
  Onder elektronisch toezichtsmateriaal moet worden verstaan het geheel aan elektronische middelen dat de diensten van de gemeenschappen bevoegd voor de organisatie en de controle van het elektronisch toezicht inzetten bij de uitvoering van hun opdrachten."
Art. 6. L'article 335 du même Code, modifié par la loi du 29 juin 1993, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 335. Le fait de délibérément endommager ou détourner le matériel de surveillance électronique est puni d'une peine d'emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende de deux cents euros à quatre mille euros, ou de l'une de ces peines seulement.
  Par matériel de surveillance électronique, il y a lieu d'entendre l'ensemble des moyens électroniques utilisés par les services des communautés compétents pour l'organisation et le contrôle de la surveillance électronique dans le cadre de l'exécution de leurs missions."
Art. 7. Artikel 336 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 23 januari 2003, wordt opgeheven.
Art. 7. L'article 336 du même Code, modifié par la loi du 23 janvier 2003, est abrogé.
Art. 8. Artikel 337 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 23 januari 2003, wordt opgeheven.
Art. 8. L'article 337 du même Code, remplacé par la loi du 23 janvier 2003, est abrogé.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l'administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus
Art. 9. In titel VI, hoofdstuk III, afdeling I, van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden wordt een artikel 109/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 109/1. Om de orde of de veiligheid te handhaven, kan de directeur beslissen de gedetineerde te onderwerpen aan de afname van een speeksel- of urinetest teneinde de aanwezigheid van verboden stoffen in het lichaam vast te stellen.
  Onder verboden stoffen wordt verstaan verboden stoffen overeenkomstig de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  De directeur kan hiertoe beslissen op basis van individuele aanwijzingen van gebruik van verboden stoffen. Hij kan, eveneens om de orde of de veiligheid te handhaven, beslissen op geregelde tijdstippen een percentage willekeurig geselecteerde gedetineerden te onderwerpen aan de afname van voormelde test.
  De in het eerste lid bedoelde test wordt afgenomen door de daartoe aangewezen leden van het bewakingspersoneel, die een passende opleiding hebben genoten. De afname van de test laat geen gebruik van fysieke dwang toe. Indien een gedetineerde weigert aan een test mee te werken, zullen aan die weigering de gevolgen worden verbonden van een positieve test.
  Na de afname van de in het eerste lid bedoelde test wordt de gedetineerde schriftelijk in kennis gesteld van het resultaat, alsook van de mogelijkheid om een herhalingsonderzoek te vragen. Dit verzoek kan door de directeur uitsluitend geweigerd worden wanneer het wetenschappelijk onmogelijk is om nog een geldige test uit te voeren op het betrokken staal.
  Een positief testresultaat wordt onmiddellijk meegedeeld aan de medische dienst en de psychosociale dienst van de gevangenis om na te gaan of de gedetineerde nood heeft aan acute medische zorgen en om hem eventueel door te verwijzen naar de hulpverlening met het oog op de opstelling van een multidisciplinair behandelplan.
  Na een positief testresultaat volgt automatisch een eenmalige vervolgcontrole.
  De Koning stelt de nadere regels vast voor het afnemen van de test bedoeld in het eerste lid. Die regels betreffen in elk geval het herhalingsonderzoek en de vervolgcontrole."
Art. 9. Dans le titre VI, chapitre III, section Ire, de la loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l'administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus, il est inséré un article 109/1 rédigé comme suit:
  "Art. 109/1. Afin de maintenir l'ordre ou la sécurité, le directeur peut décider de soumettre le détenu à la réalisation d'un test de salive ou d'urine afin de constater la présence de substances illicites dans le corps.
  Par substances illicites, on entend les substances illicites conformément à la loi du 24 février 1921 concernant le trafic des substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, psychotropes, désinfectantes ou antiseptiques et des substances pouvant servir à la fabrication illicite de substances stupéfiantes et psychotropes et ses arrêtés d'exécution.
  Le directeur peut prendre cette décision sur la base d'indices individualisés de consommation de substances illicites. Il peut, également afin de maintenir l'ordre ou la sécurité, décider de soumettre régulièrement un pourcentage de détenus sélectionnés au hasard au test susmentionné.
  Le test visé à l'alinéa 1er est réalisé par les membres du personnel de surveillance désignés à cet effet, qui ont suivi une formation appropriée. La réalisation du test ne permet pas l'usage de la contrainte physique. Si un détenu refuse de coopérer à un test, les conséquences d'un test positif seront attachées à ce refus.
  Après la réalisation du test visé à l'alinéa 1er, le détenu est informé par écrit du résultat ainsi que de la possibilité de demander un réexamen. Cette demande peut uniquement être refusée par le directeur s'il est impossible sur le plan scientifique de réaliser un test valable sur l'échantillon concerné.
  Un résultat de test positif est immédiatement signalé au service médical et au service psychosocial de la prison afin de vérifier si le détenu a besoin de soins médicaux aigus et de l'orienter éventuellement vers un service d'aide en vue d'établir un plan de traitement multidisciplinaire.
  Après un résultat de test positif, un contrôle de suivi unique est effectué de manière automatique.
  Le Roi fixe les modalités pour la réalisation du test visé à l'alinéa 1er. Ces modalités concernent, dans tous les cas, le réexamen et le contrôle de suivi."
Art. 10. Artikel 129 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 juli 2013, wordt aangevuld met de bepaling onder 10°, luidende:
  "10° het gebruik van verboden stoffen bedoeld in artikel 109/1, tweede lid, de weigering om medewerking te verlenen aan de afname van de test bedoeld in artikel 109/1, eerste lid, en het plegen van fraude bij om het even welk onderdeel van de afname van die test."
Art. 10. L'article 129 de la même loi, modifié par la loi du 1er juillet 2013, est complété par le 10°, rédigé comme suit:
  "10° l'usage de substances illicites visées à l'article 109/1, alinéa 2, le refus de coopérer à la réalisation du test visé à l'article 109/1, alinéa 1er, et la commission d'une fraude à toute partie de la réalisation de ce test."
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek II van het Strafwetboek
CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 29 février 2024 introduisant le livre II du Code pénal
Art. 11. In artikel 2 van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek II van het Strafwetboek wordt artikel 684 vervangen als volgt:
  "Art. 684. Ontsnapping van gevangenen
  Ontsnapping van gevangenen is het zich opzettelijk onttrekken door een persoon:
  1° aan de voorlopige hechtenis, de gevangenisstraf of de hem in het kader van een strafrechtelijke procedure opgelegde vrijheidsberovende maatregel door te ontsnappen uit een gevangenis, een inrichting waar een geïnterneerde persoon geplaatst is, een gerechtsgebouw, een politiecommissariaat, een ziekenhuis, een voertuig van de politie of enige andere plaats waar hij onder bewaking of toezicht staat van een personeelslid van de geïntegreerde politie belast met bewakings- of beveiligingstaken, met inbegrip van de beveiligingsagenten en de beveiligingsassistenten van politie van de Directie Beveiliging;
  2° aan de controle door elektronische middelen, opgelegd ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing bedoeld in de bepaling onder 1°.
  Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2."
Art. 11. Dans l'article 2 de la loi du 29 février 2024 introduisant le livre II du Code pénal, l'article 684 est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 684. L'évasion de détenus
  L'évasion de détenus consiste pour une personne à, délibérément, se soustraire:
  1° à la détention préventive, à l'emprisonnement ou à la mesure privative de liberté qui lui a été imposée dans le cadre d'une procédure pénale en s'évadant d'une prison, d'un établissement où est placé une personne internée, d'un bâtiment de justice, d'un commissariat de police, d'un hôpital, d'un véhicule de la police ou de tout autre lieu où il se trouve sous la garde ou la surveillance d'un membre du personnel de la police intégrée chargé de missions de surveillance ou de sécurisation, y inclus les agents et les assistants de sécurisation de police de la Direction de la Sécurité;
  2° au contrôle par des moyens électroniques, imposé en exécution d'une décision judiciaire visée par le 1°.
  Cette infraction est punie d'une peine de niveau 2."
Art. 12. In artikel 2 van dezelfde wet wordt artikel 685 vervangen als volgt:
  "Art. 685. Verzwaarde ontsnapping van gevangenen
  De ontsnapping van gevangenen wordt bestraft met een straf van niveau 3 indien het misdrijf werd gepleegd door middel van geweld of bedreigingen.
  Dezelfde straf wordt uitgesproken ten aanzien van een deelnemer die een persoon met een openbare functie is en dit misdrijf pleegt in het kader van de uitoefening van deze functie."
Art. 12. Dans l'article 2 de la même loi, l'article 685 est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 685. L'évasion de détenus aggravée
  L'évasion de détenus est punie d'une peine de niveau 3 si l'infraction a été commise à l'aide de violence ou de menaces.
  La même peine est prononcée à l'égard du participant qui exerce une fonction publique lorsque l'infraction est commise dans le cadre de l'exercice de cette fonction."
Art. 13. In artikel 2 van dezelfde wet wordt een artikel 685/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 685/1. Strafuitsluitende verschoningsgrond
  De dader van en de deelnemers aan de ontsnapping worden niet gestraft indien de ontsnapping gebeurde zonder geweld of bedreiging en de ontsnapte persoon zich binnen een periode van achtenveertig uren na de ontsnapping spontaan aanbiedt bij de gevangenis of de inrichting waar hij verbleef, dan wel bij een politiedienst."
Art. 13. Dans l'article 2 de la même loi, il est inséré un article 685/1 rédigé comme suit:
  "Art. 685/1. La cause d'excuse d'exemption de peine
  L'auteur de et les participants à l'évasion ne sont pas punis si l'évasion a eu lieu sans violence ou menace et que la personne évadée se présente spontanément dans un délai de quarante-huit heures suivant l'évasion à la prison ou à l'établissement où elle séjournait, ou à un service de police."
Art. 14. In artikel 2 van dezelfde wet wordt een artikel 685/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 685/2. Beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal
  Beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal is het opzettelijk beschadigen of verduisteren van elektronisch toezichtsmateriaal.
  Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, bedraagt de geldboete ten hoogste 32.000 euro.
  Onder elektronisch toezichtsmateriaal moet worden verstaan het geheel aan elektronische middelen dat de diensten van de gemeenschappen bevoegd voor de organisatie en de controle van het elektronisch toezicht inzetten bij de uitvoering van hun opdrachten."
Art. 14. Dans l'article 2 de la même loi, il est inséré un article 685/2 rédigé comme suit:
  "Art. 685/2. La dégradation ou le détournement du matériel de surveillance électronique
  La dégradation ou le détournement du matériel de surveillance électronique consiste à délibérément endommager ou détourner le matériel de surveillance électronique.
  Cette infraction est punie d'une peine de niveau 2. Par dérogation à l'article 52, § 1er, alinéa 2, 7°, l'amende s'élève à 32.000 euros au plus.
  Par matériel de surveillance électronique, il y a lieu d'entendre l'ensemble des moyens électroniques utilisés par les services des communautés compétents pour l'organisation et le contrôle de la surveillance électronique dans le cadre de l'exécution de leurs missions."
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
CHAPITRE 5. - Modifications de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine
Art. 15. In de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten wordt een artikel 64/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 64/1. In afwijking van artikel 68, § 1, eerste lid, eerste zin, maakt het openbaar ministerie de zaak bij de strafuitvoeringsrechter of, in voorkomend geval, bij de strafuitvoeringsrechtbank aanhangig ingeval de veroordeelde opzettelijk het elektronisch toezichtsmateriaal heeft beschadigd of verduisterd, in welk geval de strafuitvoeringsrechter of, in voorkomend geval, de strafuitvoeringsrechtbank het elektronisch toezicht herroept. Artikel 68 is voor het overige van toepassing.
  Onder elektronisch toezichtsmateriaal moet worden verstaan het geheel aan elektronische middelen dat de diensten van de gemeenschappen bevoegd voor de organisatie en de controle van het elektronisch toezicht inzetten bij de uitvoering van hun opdrachten."
Art. 15. Dans la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, il est inséré un article 64/1 rédigé comme suit:
  "Art. 64/1. Par dérogation à l'article 68, § 1er, alinéa 1er, première phrase, le ministère public saisit le juge de l'application des peines ou, le cas échéant, le tribunal de l'application des peines, lorsque le condamné a délibérément endommagé ou détourné le matériel de surveillance électronique, auquel cas le juge de l'application des peines ou, le cas échéant, le tribunal de l'application des peines révoque la surveillance électronique. L'article 68 s'applique pour le surplus.
  Par matériel de surveillance électronique, il y a lieu d'entendre l'ensemble des moyens électroniques utilisés par les services des communautés compétents pour l'organisation et le contrôle de la surveillance électronique dans le cadre de l'exécution de leurs missions."
Art. 16. In artikel 70 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "artikel 64/1 of" ingevoegd tussen de woorden "gemaakt van" en de woorden "artikel 67/1";
  2° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zin:
  "Indien met toepassing van artikel 64/1 de bevoegde strafuitvoeringsrechter of de bevoegde strafuitvoeringsrechtbank vaststelt dat de veroordeelde het elektronisch toezichtsmateriaal opzettelijk heeft beschadigd of verduisterd, beslist hij tot herroeping van het elektronisch toezicht."
Art. 16. A l'article 70 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 15 mai 2024, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "l'article 64/1 ou" sont insérés entre les mots "dans lesquels" et les mots "l'article 67/1";
  2° l'alinéa 3 est complété par la phrase suivante:
  "Lorsque, en application de l'article 64/1, le juge de l'application des peines compétent ou le tribunal de l'application des peines compétent constate que le condamné a délibérément endommagé ou détourné le matériel de surveillance électronique, il prononce la révocation de la surveillance électronique."
HOOFDSTUK 6. - Slotbepaling
CHAPITRE 6. - Disposition finale
Art. 17. Verwijzingen naar de artikelen 332 tot 337 van het Strafwetboek van 1867, onderverdelingen of samenvoegingen daarvan, die zijn opgenomen in bestaande wetboeken, wetten of uitvoeringsbesluiten, worden geacht te verwijzen naar de volgende bepalingen:
  - artikel 332 naar artikel 333, tweede lid;
  - artikel 333 naar artikel 333, tweede lid;
  - artikel 334 naar artikel 333, tweede lid;
  - artikel 335 naar artikel 333, eerste lid;
  - artikel 336 naar artikel 333;
  - artikel 337 naar artikel 333.
Art. 17. Les références aux articles 332 à 337 du Code pénal de 1867, à leurs subdivisions ou à leurs groupements, qui sont contenues dans les codes, les lois ou les arrêtés d'exécution existants, s'entendent comme des références aux dispositions suivantes:
  - l'article 332 à l'article 333, alinéa 2;
  - l'article 333 à l'article 333, alinéa 2;
  - l'article 334 à l'article 333, alinéa 2;
  - l'article 335 à l'article 333, alinéa 1er;
  - l'article 336 à l'article 333;
  - l'article 337 à l'article 333.
HOOFDSTUK 7. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 7. - Entrée en vigueur
Art. 18. Hoofdstuk 3 treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 1 mei 2026.
Art. 18. Le chapitre 3 entre en vigueur à une date fixée par le Roi et au plus tard le 1er mai 2026.