Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
19 DECEMBER 2025. - Programmadecreet houdende diverse begrotingsmaatregelen
Titre
19 DECEMBRE 2025. - Décret-programme portant diverses mesures budgétaires
Informations sur le document
Numac: 2025009886
Datum: 2025-12-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2025009886
Date: 2025-12-19
Moniteur: Voir
Tekst (102)
Texte (102)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers
CHAPITRE 1er. - Modification de la loi du 5 septembre 2001 visant à améliorer le taux d'emploi des travailleurs
Artikel 1. Hoofdstuk VII van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers, dat de artikelen 22 tot en met 35 bevat, wordt opgeheven.
Article 1er. Le chapitre VII de la loi du 5 septembre 2001 visant à améliorer le taux d'emploi des travailleurs, comprenant les articles 22 à 35, est abrogé.
HOOFDSTUK 2. - Opheffing van het decreet van 13 november 2002 tot oprichting van een begrotingsfonds inzake loterij
CHAPITRE 2. - Abrogation du décret du 13 novembre 2002 créant un fonds budgétaire en matière de loterie
Art. 2. Het decreet van 13 november 2002 houdende oprichting van een begrotingsfonds inzake loterij wordt opgeheven.
Art. 2. Le décret du 13 novembre 2002 créant un fonds budgétaire en matière de loterie est abrogé.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van artikel 339 van de programmawet (I) van 24 december 2002
CHAPITRE 3. - Modification de l'article 339 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002
Art. 3. In artikel 339, paragraaf 1, van de programmawet (I) van 24 december 2002 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in lid 1, 2°, worden de woorden "tussen vijfenvijftig" vervangen door de woorden "tussen zevenenvijftig";
  2° in lid 2 worden de woorden "tussen vijfenvijftig en zevenenvijftig jaar oud zijn" vervangen door de woorden "minstens zevenenvijftig jaar oud zijn".
Art. 3. Dans l'article 339, paragraphe 1er, de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, 2°, les mots " d'au moins cinquante-cinq ans " sont remplacés par les mots " d'au moins cinquante-sept ans " ;
  2° à l'alinéa 2, les mots " sont âgés d'au moins cinquante-cinq ans à cinquante-sept ans " sont remplacés par les mots " sont âgés d'au moins cinquante-sept ans ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen in het decreet van 18 januari 2007 betreffende de steun aan en de ontwikkeling van clusters
CHAPITRE 4. - Modifications du décret du 18 janvier 2007 relatif au soutien et au développement des clusters
Art. 4. In artikel 2, lid 1, van het het decreet van 18 januari 2007 betreffende de steun aan en de ontwikkeling van clusters, gewijzigd bij het decreet van 11 april 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "Op advies van het onderzoekscomité bedoeld in artikel 4, kan de Regering, voor een hernieuwbare periode van vier jaar, de cluster erkennen" worden vervangen door de woorden "De Regering kan, voor een hernieuwbare periode van vier jaar, de cluster erkennen";
  2° de woorden "van vier jaar" worden vervangen door de woorden "van één jaar".
Art. 4. Dans l'article 2, alinéa 1er, du décret du 18 janvier 2007 relatif au soutien et au développement des clusters, modifié par le décret du 11 avril 2024, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " sur avis du comité d'examen prévu à l'article 4 " sont abrogés ;
  2° les mots " de quatre années " sont remplacés par les mots " d'une année ".
Art. 5. In artikel 3 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 11 april 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in lid 1 worden de woorden ", na advies van het onderzoekscomité bedoeld in artikel 4, " alsook het woord "vierjarige" opgeheven;
  2° in lid 5 worden de woorden "aan het einde van een periode van vier jaar," opgeheven en worden de woorden "tijdens de vorige periode van vier jaar," vervangen door de woorden "tijdens de verstreken subsidieperiode".
Art. 5. Dans l'article 3 du même décret, modifié par le décret du 11 avril 2024, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " après avis du comité d'examen visé à l'article 4, ", ainsi que le mot " quadriennale " sont abrogés ;
  2° à l'alinéa 5, les mots " au terme d'un quadriennat " sont abrogés et les mots " du quadriennat écoulé " sont remplacés par les mots " de la période de subventionnement écoulée ".
Art. 6. De artikelen 4 en 5 van hetzelfde decreet worden opgeheven.
Art. 6. Les articles 4 et 5 du même décret sont abrogés.
Art. 7. In artikel 8 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° lid 1 wordt opgeheven;
  2° in lid 2 wordt het woord "vierjarige" opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 8 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est abrogé ;
  2° à l'alinéa 2, les mots " de quatre années " sont abrogés.
Art. 8. Artikel 9 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 8. L'article 9 du même décret est abrogé.
Art. 9. In artikel 10 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 10 du même décret, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 10. In artikel 10/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 11 april 2024, wordt punt 2° opgeheven.
Art. 10. Dans l'article 10/2, du même décret, inséré par le décret du 11 avril 2024, le 2° est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen
CHAPITRE 5. - Modification du décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes
Art. 11. In artikel 12, lid 1, van het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen, laatstelijk gewijzigd bij het programmadecreet van 17 juli 2018, worden de woorden "en, van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2029, van gesorteerd maar niet hergebruikt of gerecycleerd textielafval dat in het Waalse Gewest wordt ingezameld door ophalers die zijn geregistreerd overeenkomstig artikel 118 van het decreet van 9 maart 2023 betreffende de afvalstoffen,het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid" ingevoegd tussen de woorden "De verbranding van ziekenhuis- en gezondheidszorgafval" en de woorden "wordt vrijgesteld van de belasting bedoeld in dit hoofdstuk".
Art. 11. Dans l'article 12, alinéa 1er, du décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes, modifié en dernier lieu par le décret-programme du 17 juillet 2018, les mots " ainsi que, du 1er janvier 2026 au 31 décembre 2029, des déchets triés mais ni réemployés et ni recyclés de textile collectés en Région wallonne par des collecteurs enregistrés en vertu de l'article 118 du décret du 9 mars 2023 relatif aux déchets, à la circularité des matières et à la propreté publique " sont insérés entre les mots " L'incinération des déchets d'activités hospitalières et de soins de santé " et les mots " est exonérée de la taxe visée au présent chapitre ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen in het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen
CHAPITRE 6. - Modifications du décret du 2 février 2017 relatif aux aides à l'emploi à destination des groupes-cibles
Art. 12. In artikel 5 van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in lid 1 worden de woorden "maximum 36 maanden" vervangen door de woorden "maximum 24 maanden";
  2° in lid 2 worden de woorden "maximum 24 maanden" vervangen door de woorden "maximum 12 maanden".
Art. 12. Dans l'article 5 du décret 2 février 2017 relatif aux aides à l'emploi à destination des groupes-cibles, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " de trente-six mois maximum " sont remplacés par les mots " de vingt-quatre mois maximum " ;
  2° à l'alinéa 2, les mots " de vingt-quatre mois maximum " sont remplacés par les mots " de douze mois maximum ".
Art. 13. In artikel 6, lid 1, van hetzelfde decreet worden de woorden "evenals de degressiviteit" opgeheven.
Art. 13. Dans l'article 6, alinéa 1er, du même décret, les mots " ainsi que la dégressivité " sont abrogés.
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen in het decreet van 14 februari 2019 betreffende de subsidies ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden bij sommige ondernemingen
CHAPITRE 7. - Modifications du décret du 14 février 2019 relatif aux subventions visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés auprès de certaines entreprises
Art. 14. In artikel 2 van het decreet van 14 februari 2019 betreffende de subsidies ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden bij sommige ondernemingen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in lid 2 worden de woorden "sinds minstens vier maanden" ingevoegd tussen de woorden "de persoon die" en de woorden "bij de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling), hierna "de Dienst" genoemd, als werkzoekende ingeschreven is";
  2° tussen lid 3 en lid wordt een lid ingevoegd, luidend als volgt:
  "De Regering kan de wijze van berekening van de in lid 2 bedoelde periode van vier maanden nader bepalen en de hoedanigheid van niet-werkende werkzoekende door assimilatie uitbreiden tot andere categorieën werkzoekenden dan die bedoeld in de leden 2 en 3. ".
Art. 14. Dans l'article 2, du décret 14 février 2019 relatif aux subventions visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés auprès de certaines entreprises, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 2, les mots "depuis quatre mois au moins" sont insérés entre les mots "personne inscrite" et les mots "comme demandeur d'emploi" ;
  2° entre les alinéas 3 et 4, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement peut préciser les modalités de calcul de la durée des quatre mois visée à l'alinéa 2, et étendre, par assimilation, la qualité de demandeur d'emploi inoccupé à d'autres catégories de demandeurs d'emploi que celles visées aux alinéas 2 et 3. ".
Art. 15. In artikel 5, lid 1, § 2, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in 2° worden de woorden "minstens vijfenvijftig jaar oud is" vervangen door de woorden "minstens zevenenvijftig jaar oud is"
  b) punt 5° wordt opgeheven.
Art. 15. Dans l'article 5, alinéa 1er, § 2, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  a) au 2°, les mots " d'au-moins cinquante-cinq ans " sont remplacés par les mots " d'au-moins cinquante-sept ans " ;
  b) le 5° est abrogé.
Art. 16. Er wordt een artikel 5/1 in hetzelfde decreet ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. 5/1. § 1. In afwijking van artikel 5, § 1, lid 1, en onder voorbehoud van de naleving van de toekenningsvoorwaarden bepaald in artikel 3, wordt voor elke nieuwe aanvraag die vanaf 1 januari 2026 wordt ingediend, de subsidie aan de onderneming toegekend voor een periode van maximaal één jaar, te rekenen vanaf de indienstneming van een niet-werkende werkzoekende als bedoeld in artikel 2.
  § 2. Het bedrag van deze subsidie is gelijk aan het bedrag bedoeld in artikel 5, § 1, lid 1, 1°
  Dat bedrag stemt overeen met de voltijdse indienstneming van een in artikel 2 bedoelde niet-werkende werkzoekende.
  Het kan worden verhoogd overeenkomstig artikel 5, § 2.".
Art. 16. Dans le même décret, il est inséré un article 5/1 rédigé comme suit :
  " Art. 5/1. § 1er. Par dérogation à l'article 5, § 1er, alinéa 1er, et sous réserve du respect des conditions d'octroi prévues à l'article 3, pour toute nouvelle demande introduite à partir du 1er janvier 2026, la subvention est octroyée à l'entreprise pour une durée maximale d'un an, à dater de l'engagement d'un demandeur d'emploi inoccupé visé à l'article 2.
  § 2. Le montant de cette subvention est égal au montant visé à l'article 5, § 1er, alinéa 1er, 1°.
  Ce montant correspondant à l'engagement à temps plein d'un demandeur d'emploi inoccupé visé à l'article 2.
  Il peut être majoré, conformément à l'article 5, § 2. ".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen in het decreet van 10 juni 2021 betreffende het standvastig maken van de in het kader van de regeling voor de steun ter bevordering van de tewerkstelling ("APE") gecreëerde jobs en de creatie van jobs die beantwoorden aan prioritaire maatschappelijke behoeften
CHAPITRE 8. - Modifications du décret du 10 juin 2021 relatif à la pérennisation des emplois créés dans le cadre du dispositif des aides à la promotion de l'emploi (APE) et à la création d'emplois répondant à des besoins sociétaux prioritaires
Art. 17. In artikel 1 van het decreet van 10 juni 2021 betreffende het standvastig maken van de in het kader van de regeling voor de steun ter bevordering van de tewerkstelling ("APE") gecreëerde jobs en de creatie van jobs die beantwoorden aan prioritaire maatschappelijke behoeften worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in lid 1, 5°, worden de woorden "sinds ten minste één dag" vervangen door de woorden "sinds ten minste vier maanden";
  2° in lid 2 worden de woorden "de wijze van berekening van de in lid 1, 5°, bedoelde periode van vier maanden nader bepalen en" ingevoegd tussen de woorden "Voor de toepassing van dit decreet kan de Regering" en de woorden "de hoedanigheid van niet-werkende werkzoekende door gelijkstelling uitbreiden";
  3° er wordt een lid 3 ingevoegd, luidend als volgt:
  "De personen opgegeven in overeenstemming met de functionele bevoegdheden die behoren tot de sectoren gezondheidszorg, bijstand aan personen, cultuur, onderwijs en kinderopvang, zoals door de werkgever vermeld in zijn activiteitenverslag over de bestendige werkgelegenheid overeenkomstig artikel 43, lid 1, 7°, moeten de hoedanigheid hebben van niet-werkende werkzoekende zoals gedefinieerd in lid 1, 5°, behalve wat betreft de duur van de inschrijving, die wordt teruggebracht tot ten minste één dag. ".
Art. 17. Dans l'article 1er, du décret du 10 juin 2021 relatif à la pérennisation des emplois créés dans le cadre du dispositif des aides à la promotion de l'emploi (APE) et à la création d'emplois répondant à des besoins sociétaux prioritaires, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, 5°, les mots " inscrit depuis un jour au moins " sont remplacés par " inscrit depuis quatre mois au moins " ;
  2° à l'alinéa 2, les mots " préciser les modalités de calcul de la durée des quatre mois visée à l'alinéa 1er, 5°, et " sont insérés entre les mots " pour l'application du présent décret " et " étendre " ;
  3° il est inséré un alinéa 3 rédigé comme suit :
  " Les personnes déclarées sur les compétences fonctionnelles relevant des secteurs de la santé, de l'aide à la personne, de la culture, de l'enseignement et de la petite enfance, tel que renseignées par l'employeur dans son rapport d'activité d'emploi pérennisé conformément à l'article 43, alinéa 1er, 7°, doivent avoir le statut de demandeur d'emploi inoccupé tel que défini à l'alinéa 1er, 5°, excepté en ce qui concerne la durée d'inscription qui est réduite à un jour au moins. ".
Art. 18. In artikel 2, § 2, a), van hetzelfde decreet worden de woorden "de provincies", "de hulpverleningszones", "en de politiezones" opgeheven.
Art. 18. Dans l'article 2, § 2, a), du même décret, les mots " les provinces ", " les zones de secours ", " et les zones de police " sont abrogés.
Art. 19. Er wordt een artikel 10/1 in hetzelfde decreet ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. 10/1. § 1. In afwijking van de artikelen 8, 9 en 10 wordt het bedrag van de subsidie met vijfentwintig procent verminderd voor begunstigden die tot de volgende categorieën behoren:
  1° de autonome gemeentebedrijven, zoals bedoeld in artikel 2, § 2, a), van hetzelfde decreet;
  2° de diensten van de Regering van het Waalse Gewest en de openbare instellingen die daarvan afhangen, zoals bedoeld in artikel 2, § 2, b), van hetzelfde decreet;
  3° de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap en de openbare instellingen die daarvan afhangen, zoals bedoeld in artikel 2, § 2, c), van hetzelfde decreet.
  § 2. In afwijking van de artikelen 8, 9 en 10 wordt het bedrag van de subsidie met twaalf komma vijf procent verminderd voor de werkgevers bedoeld in artikel 2, § 1, 2°, die op 1 januari 2026 onder de vennootschapsbelasting vallen in de zin van hoofdstuk I van titel III van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
  § 3. In afwijking van de artikelen 8, 9 en 10 wordt het bedrag van de subsidie met twaalf komma vijf procent verminderd voor de verenigingen van gemeenten, zoals bedoeld in artikel 2, § 2, a).
  De in lid 1 bedoelde vermindering is niet van toepassing op werkgevers voor het deel van hun subsidie die betrekking heeft op de sectoren gezondheidszorg, bijstand aan personen en kinderopvang, en de opdracht inzake openbare netheid, zoals door de betrokken werkgever vermeld in zijn activiteitenverslag over de bestendige werkgelegenheid voor het jaar 2024, overeenkomstig artikel 43, lid 1, 7° ;
  De budgettaire gevolgen van deze maatregel worden verdeeld over de in lid 1 bedoelde verenigingen van gemeenten, zodat een evenwichtige compensatie wordt gewaarborgd, rekening houdend met de vrijgestelde activiteiten.
  De Regering kan de soorten activiteiten uitgevoerd door de verenigingen van gemeenten die niet onder lid 1 vallen, nader bepalen en, voor de toepassing van de leden 1 tot en met 3, de modaliteiten vaststellen voor de berekening voor de berekening van de subsidies voor de verenigingen van gemeenten.
  § 4. In afwijking van de artikelen 8, 9 en 10 wordt het bedrag van de subsidie die wordt toegekend aan de gemeenten zoals bedoeld in artikel 2, § 2, a), verminderd met vier komma vier procent.
  § 5. De in de paragrafen 1, 2, 3 en 4 bedoelde vermindering wordt toegepast op het brutobedrag van de subsidie dat overeenkomstig de artikelen 8, 9 en 10 is bepaald. ".
Art. 19. Dans le même décret, il est ajouté un article 10/1, rédigé comme suit :
  " Art. 10/1. § 1er. Par dérogation aux articles 8, 9 et 10, le montant de la subvention est réduit de vingt-cinq pourcents pour les bénéficiaires relevant des catégories suivantes :
  1° les régies communales autonomes, telles que visées par l'article 2, § 2, a), du même décret ;
  2° les services du Gouvernement de la Région wallonne et les établissements publics qui en dépendent, tels que visés par l'article 2, § 2, b), du même décret ;
  3° les services du Gouvernement de la Communauté française et les établissements publics qui en dépendent, tels que visés par l'article 2, § 2, c), du même décret.
  § 2. Par dérogation aux articles 8, 9 et 10, le montant de la subvention est réduit de douze virgule cinq pourcents pour les employeurs visés à l'article 2, § 1er, 2°, qui, au 1er janvier 2026, relèvent du régime de l'impôt des sociétés au sens du chapitre Ier du Titre III du Code des impôts sur les revenus.
  § 3. Par dérogation aux articles 8, 9 et 10, le montant de la subvention est réduit de douze virgule cinq pourcents pour les associations de communes, telles que visées par l'article 2, § 2, a).
  La réduction prévue à l'alinéa 1er, ne s'applique pas aux employeurs pour la part de leur subvention relevant des secteurs de la santé, de l'aide à la personne et de la petite enfance, et de la mission de propreté publique, tels que l'employeur concerné l'a renseigné dans son rapport d'activité d'emploi pérennisé pour l'année 2024 conformément à l'article 43, alinéa 1er, 7° ;
  L'incidence budgétaire de cette mesure est répartie entre les associations de commune visées à l'alinéa 1er, de manière à assurer une compensation équilibrée tenant compte des activités exemptées.
  Le Gouvernement peut préciser les types d'activités réalisées par les associations de communes qui ne sont pas concernées par l'alinéa 1er et, pour l'application des alinéas 1 à 3, les modalités de calcul de la subvention des associations de communes.
  § 4. Par dérogation aux articles 8, 9 et 10, le montant de la subvention octroyée aux communes telles que visées à l'article 2, § 2, a), est réduit de quatre virgule quatre pourcents.
  § 5. La réduction mentionnée aux paragraphes 1er, 2, 3 et 4 s'applique sur le montant brut de la subvention déterminé conformément aux articles 8, 9 et 10. ".
Art. 20. In artikel 11 van hetzelfde decreet wordt een zesde lid ingevoegd, luidend als volgt :
  "In afwijking van de vorige leden wordt voor de in artikel 10/1 bedoelde werkgevers, voor wie een vermindering van het subsidiebedrag wordt toegepast, de verplichting om het aantal volume van de bestendigde werkgelegenheid te handhaven in dezelfde verhouding verminderd, behalve voor banen in de sectoren gezondheidszorg, bijstand aan de personen en kinderopvang, zoals door de betrokken werkgever vermeld in zijn activiteitenverslag over de bestendige werkgelegenheid voor het jaar 2024, overeenkomstig artikel 43, lid 1, 7. ".
Art. 20. Dans l'article 11 du même décret, il est inséré un alinéa 6 rédigé comme suit :
  " Par dérogation aux alinéas précédents, les employeurs visés à l'article 10/1, et pour lesquels une réduction du montant de la subvention est appliquée voient leur obligation de maintien du volume de l'emploi pérennisé réduite dans la même proportion, sauf en ce qui concerne les postes de travail relevant des secteurs de la santé, de l'aide à la personne et de la petite enfance, tels que l'employeur concerné l'a renseigné dans son rapport d'activité d'emploi pérennisé pour l'année 2024 conformément à l'article 43, alinéa 1er, 7. ".
Art. 21. Elke aanvraag tot overdracht die vanaf 23 oktober 2025 wordt ingediend krachtens artikel 21 van hetzelfde decreet en de artikelen 15 en 22 tot 24 van het besluit van de Waalse Regering van 16 december 2021 ter uitvoering van het decreet van 10 juni 2021 betreffende het standvastig maken van de in het kader van de regeling voor de steun ter bevordering van de tewerkstelling ("APE") gecreëerde jobs en de creatie van jobs die beantwoorden aan prioritaire maatschappelijke behoeften, heeft geen effect, behalve in geval van fusie van operatoren binnen dezelfde sector, splitsing of overdracht van activiteiten.
Art. 21. Toute demande de cession, introduite à partir du 23 octobre 2025 en vertu de l'article 21 du même décret et des articles 15 et 22 à 24 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 décembre 2021 portant exécution du décret du 10 juin 2021 relatif à la pérennisation des emplois créés dans le cadre du dispositif des aides à la promotion de l'emploi (APE) et à la création d'emplois répondant à des besoins sociétaux prioritaires, sauf en cas de fusion d'opérateurs au sein du même secteur, de scission ou de cession d'activités, ne produit pas ses effets.
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen in het decreet van 15 juni 2023 betreffende de erkenning en de financiering van de agentschappen voor stadscentrumontwikkeling
CHAPITRE 9. - Modifications du décret du 15 juin 2023 relatif à l'agrément et au financement des agences de développement centre-ville
Art. 22. In artikel 8, § 1, lid 1, van het decreet van 15 juni 2023 betreffende de erkenning en de financiering van de agentschappen voor stadscentrumontwikkeling worden de woorden "tot en met 2025" ingevoegd tussen de woorden "erkent de Regering" en de woorden "elke vereniging".
Art. 22. Dans l'article 8, paragraphe 1er, alinéa 1er, du décret du 15 juin 2023 relatif à l'agrément et au financement des agences de développement centre-ville, les mots " jusqu'en 2025 inclus, " sont insérés entre les mots " le Gouvernement agrée, " et les mots " toute association ".
Art. 23. Artikel 9 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met de woorden "met periodes van één jaar".
Art. 23. L'article 9 du même décret, est complété par les mots " par périodes d'un an ".
HOOFDSTUK 10. - mdit Wijziging van het decreet van 29 april 2024 betreffende de toekenning van subsidies aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn in het kader van de tewerkstelling van gerechtigden op maatschappelijke integratie of van daarmee gelijkgestelde maatschappelijke hulp
CHAPITRE 10. - Modification du décret du 29 avril 2024 relatif à l'octroi de subventions aux centre publics d'action sociale dans le cadre de la mise à l'emploi des bénéficiaires du droit à l'intégration sociale ou de l'aide sociale équivalente
Art. 24. In hoofdstuk 2, afdeling 3, van het decreet van 29 april 2024 betreffende de toekenning van subsidies aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn in het kader van de tewerkstelling van gerechtigden op maatschappelijke integratie of van daarmee gelijkgestelde maatschappelijke hulp wordt een artikel 5/1 ingevoegd, luidend als volgt
  "Art. 5/1. Het centrum kan geen aanspraak maken op de subsidie bedoeld in artikel 5, § 4ter, van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en in artikel 38 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, voor de tewerkstelling van een werknemer die vanaf 1 juli 2026 in dienst wordt genomen in het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques zoals bedoeld in artikel 7bis van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen. ".
Art. 24. Dans le décret du 29 avril 2024 relatif à l'octroi de subventions aux centre publics d'action sociale dans le cadre de la mise à l'emploi des bénéficiaires du droit à l'intégration sociale ou de l'aide sociale équivalente, chapitre 2, section 3, il est inséré un article 5/1 rédigé comme suit :
  " Art. 5/1. Le centre ne peut pas prétendre à la subvention visée à l'article 5, § 4ter, de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'aide sociale et à l'article 38 de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, pour l'occupation d'un travailleur engagé à partir du 1er juillet 2026 dans le cadre d'un contrat de travail titres-services visé à l'article 7bis de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité. ".
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen in het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie
CHAPITRE 11. - Modifications du Code de la démocratie locale et de la décentralisation
Art. 25. In het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie, Boek III, Titel III, wordt het opschrift van Hoofdstuk II vervangen als volgt:
  "Hoofdstuk II. Algemene financiering van de gemeenten in de zin van artikel 6, § 1, lid 1, VIII, 9°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
Art. 25. Dans le Code de la démocratie locale et de la décentralisation, Première partie, Livre III, Titre III, l'intitulé du Chapitre II est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre II. Financement général des communes au sens de l'article 6, § 1er, alinéa1er, VIII, 9°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles ".
Art. 26. In Deel I, Boek III, Titel III, Hoofdstuk II, van hetzelfde wetboek wordt, voor artikel L1332-1, een afdeling 1 ingevoegd, met als opschrift "Afdeling 1. Definities".
Art. 26. Dans la Première partie, Livre III, Titre III, Chapitre II, du même code, avant l'article L1332-1, il est inséré une section 1re intitulée " Section 1er. Définitions ".
Art. 27. Artikel L1332-2, lid 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 2008, wordt gewijzigd als volgt:
  1° in het derde streepje wordt het leesteken ". " vervangen door het leesteken "; ";
  2° het artikel wordt aangevuld met vierde en een vijfde streepje, luidend als volgt:
  "- een jaarlijkse algemene dotatie, "Fonds Extraordinaire Régional d'Investissements" (Buitengewoon gewestelijk investeringsfonds) genoemd, bestemd voor de financiering van buitengewone uitgaven van de gemeenten van het Gewest, overeenkomstig de in dit hoofdstuk vastgestelde criteria;
  - een jaarlijke algemene dotatie, "Dotation Grandes Villes" (Dotatie Grootsteden) genoemd. ".
Art. 27. A l'article L1332-2, alinéa 1er, du même code, inséré par le décret du 15 juillet 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au troisième tiret, la ponctuation " . " est remplacée par la ponctuation " ; " ;
  2° l'article est complété par un quatrième et un cinquième tiret, rédigés comme suit :
  " - une dotation générale annuelle dénommée Fonds Extraordinaire Régional d'Investissements et destinée à financer les dépenses extraordinaires des communes de la Région, conformément aux critères définis dans le présent chapitre ;
  - une dotation générale annuelle dénommée Dotation Grandes Villes. ".
Art. 28. In Deel I, Boek III, Titel III, Hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek wordt, voor artikel L1332-3, een afdeling 2 ingevoegd, met als opschrift "Afdeling 2. Bijzonder Fonds voor maatschappelijk welzijn".
Art. 28. Dans la Première partie, Livre III, Titre III, Chapitre II, du même code, avant l'article L1332-3, il est inséré une section 2 intitulée " Section 2. Fonds spécial de l'Aide sociale ".
Art. 29. een afdeling 3 ingevoegd, met als opschrift "Afdeling 3. "Allocation CRAC"".
Art. 29. Dans la Première partie, Livre III, Titre III, Chapitre II, du même code, avant l'article L1332-4, il est inséré une section 3, intitulée " Section 3. Allocation CRAC ".
Art. 30. In Deel I, Boek III, Titel III, Hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek wordt, voor artikel L1332-5, een afdeling 4 ingevoegd, met als opschrift "Afdeling 4. Gemeentefonds".
Art. 30. Dans la Première partie, Livre III, Titre III, Chapitre II, du même code, avant l'article L1332-5, il est inséré une section 4, intitulée " Section 4. Fonds des communes ".
Art. 31. In artikel L1332-5 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het decreet van 18 december 2024, wordt het getal "1.604.127.000" vervangen door het getal "1.604.713.000".
Art. 31. Dans l'article L1332-5 du même Code, remplacé par le décret du 18 décembre 2024, le nombre " 1.604.127.000 " est remplacé par le nombre " 1.604.713.000 ".
Art. 32. In Deel I, Boek III, Titel III, Hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek wordt, na artikel L1332-26, een afdeling 5 ingevoegd, met als opschrift "Afdeling 5. "Buitengewoon gewestelijk investeringsfonds.
Art. 32. Dans la Première partie, Livre III, Titre III, Chapitre II, du même code, après l'article L1332-26, il est inséré une section 5, intitulée " Section 5. Fonds Extraordinaire Régional d'Investissements ".
Art. 33. In afdeling 5, ingevoegd bij artikel 32, wordt artikel L1332-27 in de volgende lezing hersteld:
  "Art. L1332-27. § 1. Het Buitengewoon gewestelijk investeringsfonds is een dotatie zonder bijzondere toewijzing.
  De gemeenten die deze dotatie ontvangen, nemen deze op in de begroting en in het eigen dienstjaar van de buitengewone dienst als ontvangsten uit overdrachten. De gemeenten kunnen de dotatie geheel of gedeeltelijk overdragen naar het eigen dienstjaar van de gewone dienst, uitsluitend in het kader van de financiering van de gewone schulduitgaven.
  De steden Charleroi, Luik, Namen, Bergen, La Louvière, Doornik, Seraing, Moeskroen en Verviers komen niet in aanmerking voor het Buitengewoon gewestelijk Investeringsfonds.
  § 2. In de zin van deze afdeling wordt onder "Fonds" verstaan: het Buitengewoon Gewestelijk Investeringsfonds.".
Art. 33. Dans la section 5, insérée par l'article 32, l'article L1332-27, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. L1332-27. § 1er. Le Fonds Extraordinaire Régional d'Investissements est une dotation libre de toute affectation particulière.
  Les communes bénéficiaires de cette dotation l'inscrivent au budget et au compte à l'exercice propre du service extraordinaire en recette de transfert. Les communes peuvent transférer, en tout ou partie, la dotation à l'exercice propre du service ordinaire dans le cadre exclusivement du financement des dépenses ordinaires de dette.
  Les villes de Charleroi, Liège, Namur, Mons, La Louvière, Tournai, Seraing, Mouscron, et Verviers ne peuvent bénéficier du Fonds extraordinaire Régional d'Investissements.
  § 2. Au sens de la présente section, on entend par " Fonds " le Fonds Extraordinaire Régional d'Investissements. ".
Art. 34. In dezelfde afdeling wordt artikel L1332-28 in de volgende lezing hersteld:
  "Art. L1332-28. Het Fonds wordt jaarlijks vastgesteld op een bedrag dat minstens gelijk is aan
  het bedrag van het voorgaande jaar.
  Voor het verdelingsjaar 2026 wordt het bedrag op 43.440.000 miljoen euro vastgelegd. ".
  In geval van een opwaartse herziening vand e gewestelijke dotatie aan het Fonds worden de in artikel L1332-29 bedoelde aandelen proportioneel aangepast aan de nieuwe gewestelijke dotatie. ".
Art. 34. Dans la même section, l'article L1332-28 est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. L1332-28. Le Fonds est fixé annuellement à un montant au moins égal à celui de l'année précédente.
  Pour l'année de répartition 2026, le montant est fixé à 43.440.000 euros. ".
  En cas de révision à la hausse de la dotation régionale allouée au Fonds, les quotes-parts visées à l'article L1332-29 sont adaptées proportionnellement à la nouvelle dotation régionale. ".
Art. 35. In dezelfde afdeling wordt artikel L1332-29 in de volgende lezing hersteld:
  "Art. L1332-29. Het fonds wordt volgens de volgende formule verdeeld:
  FERIi = Arrondi[(PICi2019-2021 x VW1) + (PICi2022-2024 x VW2)] x {beta}
  waarbij,
  FERIi : aandeel in de dodatie bedoeld in artikel L1332-27, die aan gemeeten i wordt toegewezen;
  Arrondi : factor die afronding tot twee decimalen toestaat;
  VW : Gewichtscoëfficiënt "Weight" die de gemeente i garandeert dat haar aandeel in het Fonds in de laatste twee PIC pro rata wordt aangepast, met dien verstande dat de aangepaste pro rata-coëfficiënt 0,13959326335 bedraagt voor PIC2019-2021 en 0,13531144886 voor PIC2022-2024 ;
  PIC : de "programmering" in de zin van artikel L3343-2 zoals van toepassing tot 31 december 2025 ;
  PICi2019-2021 : het aandeel van de gemeenten i in de programmering 2019-2021 van PIC;
  PICi2022-2024 : het aandeel van de gemeenten i in de programmering 2022-2024 van PIC;
  {beta} : coëfficiënt voor de kredieten die daadwerkelijk zijn opgenomen in de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest.
Art. 35. Dans la même section, l'article L1332-29 est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. L1332-29. Le Fonds est réparti selon la formule suivante :
  FERIi = Arrondi[(PICi2019-2021 x VW1) + (PICi2022-2024 x VW2)] x {beta}
  où,
  FERIi : quote-part de la dotation visée à l'article L1332-27 attribuée à la commune i ;
  Arrondi : facteur autorisant l'arrondi à deux décimales ;
  VW : coefficient de Volume de pondération " Weight " garantissant à la commune i le maintien proratarisé ajusté dans le Fonds de sa quote-part dans les deux derniers PIC, étant entendu que le coefficient de proratarisation ajustée est de 0,13959326335 pour le PIC2019-2021 et de 0,13531144886 pour le PIC2022-2024 ;
  PIC : la " programmation " au sens de l'article L3343-2 tel qu'applicable jusqu'au 31 décembre 2025 ;
  PICi2019-2021 : la quote-part de la commune i dans la programmation 2019-2021 du PIC ;
  PICi2022-2024 : la quote-part de la commune i dans la programmation 2022-2024 du PIC ;
  {beta} : coefficient relatif aux crédits effectivement inscrits au budget général des dépenses de la Région wallonne.
Art. 36. In dezelfde afdeling wordt artikel L1332-30 in de volgende lezing hersteld:
  "Art. L1332-30. De in artikel L1332-29 bedoelde algemene dotatie wordt uiterlijk op 31 maart van het jaar van verdeling aan de gemeenten betekend.
  De dotatie wordt uiterlijk op 31 maart van het jaar volgend op het jaar van verdeling volledig aan de gemeenten uitbetaald. ".
Art. 36. Dans la même section, l'article L1332-30 est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. L1332-30. La dotation générale visée à l'article L1332-29 est notifiée aux communes au plus tard le 31 mars de l'année de répartition.
  La dotation est intégralement versée aux communes au plus tard le 31 mars de l'année qui suit l'année de répartition. ".
Art. 37. In dezelfde afdeling wordt artikel L1332-31 in de volgende lezing hersteld:
  "Art. L1332-31. De gemeenten vereffenen de algemene dotatie bedoeld in artikel L1332-29 binnen een termijn van drie jaar. De termijn van drie jaar begint te lopen in het jaar van vereffening van de algemene dotatie, namelijk het jaar volgend op de kennisgeving van het bedrag van hun dotatie aan de begunstigde gemeenten.
  De gemeente die de bepalingen van lid 1 niet naleeft, ziet het volgende jaar haar algemene dotatie verminderen met het bedrag dat zij niet heeft uitbetaald. De Regering stelt, als toezichthoudende overheid bedoeld in artikel L3111-2, lid 1, 4°, de schending van lid 1 bij besluit vast.
Art. 37. Dans la même section, l'article L1332-31, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. L1332-31. Les communes liquident la dotation générale visée à l'article L1332-29 dans un délai de trois ans. Le délai de trois ans commence l'année de liquidation de la dotation générale, soit l'année qui suit la notification du montant de leur dotation aux communes bénéficiaires.
  La commune qui ne respecte pas les dispositions prévues à l'alinéa 1er voit, l'année suivante, sa dotation générale diminuer à concurrence du montant qu'elle n'a pas liquidé. Le Gouvernement, en tant qu'autorité de tutelle visée à l'article L3111-2, alinéa 1er, 4°, constate la violation de l'alinéa 1er par arrêté ".
Art. 38. In Deel I, Boek III, Titel III, Hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 6 ingevoegd met als opschrift "Afdeling 6. Dotatie Grootsteden".
Art. 38. Dans la Première partie, Livre III, Titre III, Chapitre II, du même code, il est inséré une section 6 intitulée " Section 6. Dotation Grandes Villes ".
Art. 39. "Art. L1332-32. § 1. De dotatie Grootsteden is een dotatie zonder bijzondere toewijzing.
  Ze wordt toegekend aan gemeenten met meer dan vijftigduizend inwoners volgens de laatste statistieken van het Belgische statistiekbureau op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar van verdeling.
  De gemeenten die deze dotatie ontvangen, nemen deze op in de begroting en in het eigen dienstjaar van de buitengewone dienst als ontvangsten uit overdrachten. De gemeenten kunnen een bedrag dat overeenkomt met de som van hun dotaties aan hun politiezones, hun dotaties aan hun hulpverleningszones, hun dotaties aan hun Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn en hun uitgaven voor pensioenbijdragen, geheel of gedeeltelijk overdragen naar het eigen dienstjaar van de gewone dienst.
  De Dotatie Grootsteden is voor het jaar 2026 vastgesteld op de volgende bedragen:
  1° Charleroi : 6.432.042,39 euro;
  2° Luik: 5.283.703,66 euro;
  3° Namen: 2.352.663,50 euro;
  4° Bergen: 2.866.843,49 euro;
  5° La Louvière: 2.746.186,74 euro;
  6° Doornik: 2.681.435,00 euro;
  7° Seraing : 2.182.969,53 euro;
  8° Moeskroen: 2.005.235,25 euro;
  9° Verviers : 1.838.932,00 euro.
  § 2. Wanneer een gemeente die niet onder paragraaf 1 valt, volgens de laatste statistieken die op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar van verdeling door het Belgische statistiekbureau zijn gepubliceerd, meer dan vijftigduizend inwoners telt, kent de Regering, onder dezelfde voorwaarden als die van paragraaf 1, een dotatie zonder bijzondere toewijzing toe ten belope van het bedrag dat deze gemeente uit het Buitengewoon Gewestelijk Investeringsfonds ontvangt.
  In afwijking van het eerste lid kan de Regering een dotatie toekennen die ten minste gelijk is aan de laagste dotatie bedoeld in paragraaf 1. In geval van toepassing van dit lid wordt de dotatie onherroepelijk vastgesteld.
  In geval van toepassing van deze paragraaf heeft de betrokken gemeente geen recht meer op de dotatie die zij uit het Buitengewoon Gewestelijk Investeringsfonds ontvangt.
  § 3. In de zin van deze afdeling wordt verstaan onder "dotatie", de dotatie Grootsteden. ".
Art. 39. Dans la section 6 insérée par l'article 38 est inséré un article L1332-32, rédigé comme suit :
  " Art. L1332-32. § 1er. La Dotation Grandes Villes est une dotation libre de toute affectation particulière.
  Elle est octroyée aux communes de plus de cinquante mille habitants selon les dernières statistiques produites par l'Office belge de statistique au 1er janvier de l'année qui précède l'année de répartition.
  Les communes bénéficiaires de cette dotation l'inscrivent au budget et au compte à l'exercice propre du service extraordinaire en recette de transfert. Les communes peuvent transférer, en tout ou partie, à l'exercice propre du service ordinaire un montant équivalent à l'addition de leurs dotations à leurs zones de police, de leurs dotations à leurs zones de secours, de leurs dotations à leurs Centres Publics d'Action Sociale et de leurs dépenses de cotisations de pensions.
  La Dotation Grandes Villes est fixée pour l'année 2026 aux montants suivants :
  1° Charleroi : 6.432.042,39 euros ;
  2° Liège : 5.283.703,66 euros ;
  3° Namur : 2.352.663,50 euros ;
  4° Mons : 2.866.843,49 euros ;
  5° La Louvière : 2.746.186,74 euros ;
  6° Tournai : 2.681.435,00 euros ;
  7° Seraing : 2.182.969,53 euros ;
  8° Mouscron : 2.005.235,25 euros ;
  9° Verviers : 1.838.932,00 euros.
  § 2. Lorsqu'une commune non visée au paragraphe 1er atteint plus de cinquante mille habitants selon les dernières statistiques produites par l'Office belge de statistique au 1er janvier de l'année qui précède l'année de répartition, le Gouvernement octroie dans les mêmes modalités que celles prévues au paragraphe 1er une dotation libre de toute affectation particulière équivalente au montant de la dotation perçue par cette commune au titre du Fonds Extraordinaire Régional d'Investissements.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le Gouvernement peut octroyer une dotation au moins équivalente à la dotation la plus basse visée au paragraphe 1er. En cas d'application du présent alinéa, la dotation est arrêtée irréversiblement.
  En cas d'application du présent paragraphe, la commune concernée n'a plus droit à la dotation reçue au titre du Fonds Extraordinaire Régional d'Investissements.
  § 3. Au sens de la présente section, l'on entend par " dotation " la Dotation Grandes Villes. ".
Art. 40. "Art. L1332-33. Vanaf 2026 is de dotatie aan elk van de in artikel L1332-32 bedoelde gemeenten ten minste gelijk aan die van het voorgaande jaar.
  In geval van een verhoging van de gewestelijke dotatie voor de financiering van de dotatie Grootsteden worden de dotaties bedoeld in artikel L1332-32, § 1, proportioneel aangepast aan de nieuwe gewestelijke dotatie.
  ".
Art. 40. Dans la même section 6, il est inséré un article L1332-33, rédigé comme suit :
  " Art. L1332-33. A partir de l'année 2026, la dotation attribuée à chacune des communes visées à l'article L1332-32 est au moins égale à celle octroyée l'année précédente ".
  En cas d'augmentation de la dotation régionale allouée au financement de la dotation Grandes Villes, les dotations visées à l'article L1332-32, § 1er, sont adaptées proportionnellement à la nouvelle dotation régionale. ".
Art. 41. In dezelfde afdeling 6 wordt een artikel L1332-34 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. L1332-34. De dotatie wordt uiterlijk op 31 maart van het jaar van verdeling aan de gemeenten betekend.
  De dotatie wordt uiterlijk op 31 maart van het jaar volgend op het jaar van verdeling volledig aan de gemeenten uitbetaald. ".
Art. 41. Dans la même section 6, il est inséré un article L1332-34, rédigé comme suit :
  " Art. L1332-34. La dotation est notifiée aux communes concernées au plus tard le 31 mars de l'année de répartition.
  La dotation est intégralement versée aux communes au plus tard le 31 mars de l'année qui suit l'année de répartition. ".
Art. 42. In Deel I, Boek III, Titel III, Hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 7 ingevoegd met als opschrift: "Afdeling 7. Overige niet-toegewezen aanvullende toewijzingen".
Art. 42. Dans la Première partie, Livre III, Titre III, Chapitre II, du même code, il est inséré une section 7 intitulée : " Section 7. Autres dotations complémentaires non-affectées ".
Art. 43. In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 42, wordt een artikel L1332-35 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. L1332-35. § 1. Er kunnen, ten laste van de uitgavenbegroting van het Waalse Gewest, één of meerdere aanvullende dotaties worden ingesteld.
  Deze aanvullende dodatie is niet-toegewezen en valt onder de uitvoering van artikel 6, § 1, VIII, 9°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
  § 2. De Regering neemt een besluit tot instelling van de aanvullende dotatie, waarin het volgende wordt vastgesteld:
  1° de criteria voor de verdeling van de aanvullende dotatie;
  2° het bedrag ten laste van de uitgavenbegroting van het Waalse Gewest;
  3° de periode waarin de aanvullende dotatie wordt toegekend;
  4° of de subsidie is opgenomen in de gewone of buitengewone dienst.
  Het besluit neemt van rechtswege de relevante bepalingen van deze afdeling op.
  Behoudens afwijking in het besluit zijn de artikelen L1332-30 en L1332-31 van toepassing op de aanvullende dotatie.
  § 3. Het in paragraaf 2 bedoelde besluit wordt bij decreet bevestigd binnen een termijn van één jaar te rekenen van de inwerkingtreding ervan.
  Bij gebreke van bevestiging binnen de termijn bedoeld in lid 1 wordt het geacht nooit uitwerking te hebben gehad. ".
Art. 43. Dans la section 7, insérée par l'article 42, il est inséré un article L1332-35, rédigé comme suit :
  " Art. L1332-35. § 1er. Il peut être institué, à charge du budget des dépenses de la Région wallonne, une ou plusieurs dotations complémentaires.
  Cette dotation complémentaire est non-affectée et relève de l'exécution de l'article 6, § 1er, VIII, 9°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
  § 2. Le Gouvernement adopte un arrêté créant la dotation complémentaire, lequel fixe :
  1° les critères de répartition de la dotation complémentaire ;
  2° le montant à charge du budget des dépenses de la Région wallonne ;
  3° la période d'octroi de la dotation complémentaire ;
  4° si la dotation doit être inscrite au service ordinaire ou extraordinaire.
  L'arrêté intègre d'office les dispositions utiles au sein de la présente section.
  Sauf dérogation contenue dans l'arrêté, les articles L1332-30 et L1332-31 sont applicables à la dotation complémentaire.
  § 3. L'arrêté visé au paragraphe 2 est confirmé par décret dans un délai d'un an à partir de son entrée en vigueur.
  A défaut de confirmation dans le délai visé à l'alinéa 1er, il est réputé n'avoir jamais produit d'effet. ".
Art. 44. In Deel I, Boek III, Titel III, van hetzelfde Wetboek wordt, na artikel L1332-36, een Hoofdstuk II/1 ingevoegd met als opschrift:
  "Hoofdstuk II/1. Financiering van specifieke opdrachten van de gemeenten in de zin van artikel 6, § 1, VIII, 10°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen".
Art. 44. Dans la Première partie, Livre III, Titre III, du même code, il est inséré un Chapitre II/1, après l'article L1332-36 intitulé :
  " Chapitre II/1. Financement de missions spécifiques des communes au sens de l'article 6, § 1er, VIII, 10°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles ".
Art. 45. In hoofdstuk II/1, ingevoegd bij artikel 44, wordt een afdeling 1 ingevoegd met als opschrift : "Afdeling 1. Dotaties voor specifieke opdrachten".
Art. 45. Dans le Chapitre II/1 inséré par l'article 44, il est inséré une section 1ère intitulée : " Section 1ère. Dotations pour missions spécifiques ".
Art. 46. In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 45, wordt een artikel L1332-37/ ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. L1332-37. § 1. Er kunnen, ten laste van de uitgavenbegroting van het Waalse Gewest, één of meerdere dotaties voor specifieke opdrachten worden ingesteld.
  Deze aanvullende dotatie wordt toegewezen en valt onder de uitvoering van artikel 6, § 1, VIII, 10°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
  § 2. De Regering neemt een besluit tot instelling van de aanvullende dotatie, waarin het volgende wordt vastgesteld:
  1° de opdracht die moet worden vervuld in de zin van artikel 6, § 1, VIII, 10°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
  2° de criteria voor de verdeling van de aanvullende dotatie;
  3° het bedrag ten laste van de uitgavenbegroting van het Waalse Gewest;
  4° de periode waarin de aanvullende dotatie wordt toegekend;
  5° of de subsidie is opgenomen in de gewone of buitengewone dienst.
  Het besluit neemt van rechtswege de relevante bepalingen van dit hoofdstuk op.
  Behoudens afwijking in het besluit zijn de artikelen L1332-30 en L1332-31 van toepassing op de aanvullende dotatie.
  § 3. Het in paragraaf 2 bedoelde besluit wordt bij decreet bevestigd binnen een termijn van één jaar te rekenen van de inwerkingtreding ervan.
  Bij gebreke van bevestiging binnen de termijn bedoeld in lid 1 wordt het geacht nooit uitwerking te hebben gehad. ".
Art. 46. Dans la section 1ère insérée par l'article 45, il est inséré un article L1332-37, rédigé comme suit :
  " Art. L1332-37. § 1er. Il peut être institué, à charge du budget des dépenses de la Région wallonne, une ou plusieurs dotations pour missions spécifiques.
  Cette dotation complémentaire est affectée et relève de l'exécution de l'article 6, § 1er, VIII, 10° de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
  § 2. Le Gouvernement adopte un arrêté créant la dotation complémentaire, lequel fixe :
  1° la mission à remplir au sens de l'article 6, § 1er, VIII, 10° de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles ;
  2° les critères de répartition de la dotation complémentaire ;
  3° le montant à charge du budget des dépenses de la Région wallonne ;
  4° la période d'octroi de la dotation complémentaire ;
  5° si la dotation doit être inscrite au service ordinaire ou extraordinaire.
  L'arrêté intègre d'office les dispositions utiles au sein du présent Chapitre.
  Sauf dérogation contenue dans l'arrêté, les articles L1332-30 et L1332-31 sont applicables à la dotation complémentaire.
  § 3. L'arrêté visé au paragraphe 2 est confirmé par décret dans un délai d'un an à partir de son entrée en vigueur.
  A défaut de confirmation dans le délai visé à l'alinéa 1er, il est réputé n'avoir jamais produit d'effet. ".
Art. 47. In artikel L2232-1, lid 1, van hetzelfde wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het huidige enige lid vormt voortaan paragraaf 1;
  2° in 10° worden de woorden "rechtstreeks of " ingevoegd tussen de woorden "uitgaven die" en het woord "onrechtstreeks";
  3° er wordt een punt 11° ingevoegd, luidend als volgt:
  "11° een extra uitgave ten gunste van de rechtspersonen bedoeld in artikel L2232-1/1, § 2, die in totaal gelijk is aan de uitgave bedoeld in artikel 80 van het programmadecreet van 19 december 2025, zoals opgenomen in de definitieve begroting 2029, aangepast aan het evolutiepercentage berekend overeenkomstig artikel L1332-1, § 4, of, indien dit hoger is, aan een coëfficiënt gelijk aan de som van de factoren Yc bedoeld in artikel L2241-3, § 1, van de gemeenten van het grondgebied van de betrokken provincie. ";
  4° er wordt een paragraaf 2 ingevoegd, luidend als volgt:
  " § 2. Voor de interpretatie van lid 1, 11°, betreffende de factor Yc is artikel L2241-3, § 2, lid 2, niet van toepassing.";
  5° er wordt een paragraaf 4 ingevoegd, luidend als volgt:
  " § 3. De Regering, die optreedt als toezichthoudende overheid zoals bedoeld in artikel L3111-2, lid 1, 4°, deelt uiterlijk op 31 juli van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar een initiële begrotingsraming mee van de bedragen bedoeld in lid 1, 10° en 11°, die de provincies in hun oorspronkelijke begroting voor het begrotingsjaar moeten opnemen.
  De toezichthoudende overheid deelt uiterlijk op 28 februari van het begrotingsjaar de definitieve begrotingsraming mee die de provincies in het kader van een begrotingswijziging opnemen."
Art. 47. A l'article L2232-1, alinéa 1er, du même code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa unique actuel forme désormais le paragraphe 1er ;
  2° dans le 10°, les mots " directement ou " sont insérés entre le mot " accorder " et le mot " indirectement " ;
  3° il est inséré un 11°, rédigé comme suit :
  " 11° une dépense additionnelle au bénéfice des personnes morales visées à l'article L2232-1/1, § 2, équivalente, au total, à la dépense visée à l'article 80 du décret-programme du 19 décembre 2025 telle que reprise au budget final 2029 adapté du pourcentage d'évolution calculé conformément à l'article L1332-1, § 4, ou, s'il est supérieur, à un coefficient égal à la somme des facteurs Yc visé à l'article L2241-3, § 1er, des communes du territoire de la province concernée. " ;
  4° il est inséré un paragraphe 2 rédigé comme suit :
  " § 2. Pour l'interprétation de l'alinéa 1er, 11°, concernant le facteur Yc, l'article L2241-3, § 2, alinéa 2, n'est pas applicable. " ;
  5° un troisième paragraphe est inséré, rédigé comme suit :
  " § 3. Le gouvernement, agissant comme autorité de tutelle visée à l'article L3111-2, alinéa 1er, 4°, communique au plus tard le 31 juillet de l''année précédant l'année budgétaire une prévision budgétaire initiale des montants visés à l'alinéa, 1er, 10° et 11°, que les provinces devront inscrire à leur budget initial de l'année budgétaire.
  L'autorité de tutelle communique au plus tard le 28 février de l'année budgétaire la prévision budgétaire finale que les provinces inscrivent dans le cadre d'une modification budgétaire ".
Art. 48. In artikel L2232-1/1, § 1, van hetzelfde Wetboek wordt het woord "1° " ingevoegd tussen de woorden "L3111-1, § 1," en de woorden "3° tot 10° ".
Art. 48. Dans l'article L2232-1/1, § 1er, du même code, le mot " 1° ", est inséré entre les mots " L3111-1, § 1er, " et les mots " 3° à 10° ".
Art. 49. In artikel L2241-3, § 2, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht:
  1° in lid 1 wordt het woord "rekeningen" vervangen door het woord "begrotingen";
  2° lid 2 wordt vervangen door wat volgt:
  " Vanaf 2026 wordt de factor YC berekend op basis van het begrotingsjaar 2025. "
Art. 49. Dans l'article L2241-3, § 2, du même code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, le mot " comptes " est remplacé par le mot " budgets " ;
  2° l'alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
  " A partir de 2026, le facteur Yc est calculé sur base de l'année budgétaire 2025. "
Art. 50. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel L2241-5 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. L2241-5. De uitvoering van deze Titel kan het voorwerp zijn van een overeenkomst tussen de Regering, die optreedt als toezichthoudende overheid als bedoeld in artikel L3111-2, lid 1er, 4°, en de provincie, waarin ten minste de middelen worden gespecificeerd die de provincie moet toepassen om artikel L2232-1/1 uit te voeren. ".
Art. 50. Dans le même code, il est inséré un article L2241-5, rédigé comme suit :
  " Art. L2241-5. L'exécution du présent Titre peut faire l'objet d'une convention entre le Gouvernement, agissant comme autorité de tutelle visée à l'article L3111-2, alinéa 1er, 4°, et la province, laquelle précise, au minimum, les moyens à mettre en oeuvre par la province pour mettre en oeuvre l'article L2232-1/1. ".
Art. 51. In Deel 3, Boek III, van hetzelfde Wetboek, wordt een Titel VI ingevoegd, met als opschrift : "Titel VI. Compenserende steun".
Art. 51. Dans la Troisième partie, Livre III du même code, il est inséré un Titre VI, intitulé : " Titre VI. Aides Compensatoires ".
Art. 52. In Titel VI, die bij artikel 51 is ingevoerd, wordt een hoofdstuk 1 ingevoegd met als opschrift:
  "Hoofdstuk 1. Compenserende steun voor vrijstellingen in verband met motoren, materiaal en gereedschap.".
Art. 52. Dans le Titre VI inséré par l'article 51, il est inséré un Chapitre 1er, intitulé :
  " Chapitre 1er. Aides Compensatoires aux exonérations liées aux moteurs, ainsi qu'aux matériels et outillages ".
Art. 53. In hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 52, wordt een artikel L3611-1 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. L3611-1. In de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
  1°. een "belasting op de drijfkracht", een belasting die op de motoren geheven wordt door een gemeente of een provincie, ongeacht de vloeistof of de energiebron waarmee ze worden aangedreven, ten laste van elke natuurlijke of rechtspersoon die een industriële, handels-, ambachtelijke, financiële, land- of bosbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt uitoefent en waarvan het bedrag wordt berekend in functie van het vermogen van deze motoren;
  2° "vrijstelling van de onroerende voorheffing op het materiaal en het gereedschap", de in artikel 253, lid 1, 3 quater, van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 bedoelde vrijstelling. ".
Art. 53. Dans le Chapitre 1er inséré par l'article 52, il est inséré un article L3611-1, rédigé comme suit :
  " Art. L3611-1. Au sens du présent chapitre, est considérée comme :
  1° une " taxe sur la force motrice ", une taxe établie par une commune ou une province sur les moteurs, quel que soit le fluide ou la source d'énergie qui les actionne, à charge de toute personne physique ou morale exerçant une activité industrielle, commerciale, artisanale, financière, agricole ou forestière, une profession libérale ou une charge ou office, et dont le montant est calculé en fonction de la puissance de ces moteurs ;
  2° " l'exonération de précompte immobilier sur le matériel et l'outillage ", l'exonération visée à l'article 253, alinéa 1er, 3quater, du Code des impôts sur les revenus 1992. ".
Art. 54. In hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 52, wordt een artikel L3611-2 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. L3611-2. § 1. Er wordt een vrijstelling van de belasting of de drijfkracht ingesteld voor alle nieuwe investeringen, verkregen of in nieuwe staat tot stand gebracht, vanaf 1 januari 2021, op het grondgebied van het Waalse Gewest, voor een periode van vijf jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar volgend op het jaar van de investering.
  § 2. De regering vergoedt, binnen de grenzen van de beschikbare kredieten, in voorkomend geval pro rata, het belastingverlies van de gemeenten en provincies.
  De compenserende steun wordt berekend volgens de volgende formule:
  ACi = Pi x {beta}
  Met dien verstaande dat:
  PI = TFMI x KWEI
  Waarbij,
  AC_i= het totale bedrag van de aan de gemeente of provincie verleende gewestelijke compenserende steuni ;
  PI = het verlies aan belastinginkomsten van de gemeente of provincie ;
  TFM_i= het percentage van de belasting op de drijfkracht vastgesteld door de gemeente of provincie, uitgedrukt in euro per kilowatt (kW), met dien verstande dat dit percentage wordt vastgesteld op maximaal 24.69€/kW en wordt geïndexeerd vanaf het belastingjaar 2027, volgens de verhouding tussen het indexcijfer van de consumptieprijzen voor januari 2020 (109,69 op basis van het indexcijfer van 2013) en het indexcijfer van de consumptieprijzen voor januari van het betrokken boekjaar ;
  _i= totaal aantal kilowatt dat krachtens § 1 is vrijgesteld .
  {beta}= compensatiecoëfficiënt, bepaald in verhouding tot de beschikbare kredieten.
  § 3. Alle in paragraaf 2 bedoelde parameters worden berekend op basis van de informatie die de gemeente of provincie uiterlijk op 1 september van het boekjaar aan de in artikel L3111-2, lid 1, onder 1°, bedoelde administratie heeft verstrekt. De gemeente of provincie die de informatie niet uiterlijk op 1 september heeft verstrekt, komt niet in aanmerking voor de in artikel L3611-4, § 1, bedoelde compenserende steun voor het verlies aan belastinginkomsten in verband met de vrijstelling van de belasting op de drijfkracht.
  De gemeente of provincie verstrekt de toezichthoudende overheid voor elke belastingplichtige die voor vrijstelling in aanmerking komt de volgende informatie:
  1° het KBO-nummer van de onderneming;
  2° het vermogen, uitgedrukt in kilowatt, van de nieuwe motoren verkregen of in nieuwe staat tot stand gebracht, zoals bedoeld in paragraaf 1;
  3° het tarief in euro per kilowatt dat op het grondgebied van toepassing is krachtens de toepasselijke belastingregeling. ".
Art. 54. Dans le Chapitre 1er inséré par l'article 52, il est inséré un article L3611-2, rédigé comme suit :
  " Art. L3611-2. § 1er. Il est établi une exonération de taxe sur la force motrice sur tout nouvel investissement acquis ou constitué à l'état neuf sur le territoire de la Région wallonne, à partir du 1er janvier 2021, pendant une période de cinq ans à compter du 1er janvier de l'année qui suit l'année de l'investissement.
  § 2. Le Gouvernement compense, dans la limite des crédits disponibles, le cas échéant au prorata, la perte fiscale des communes et provinces.
  L'Aide Compensatoire est calculée selon la formule suivante :
  ACi = Pi x {beta}
  Etant entendu que :
  Pi = TFMi x KWEi
  où,
  ACi = montant total de l'Aide Compensatoire régionale octroyée à la commune ou la province i ;
  Pi = la perte de recette fiscale de la commune ou de la province ;
  TFMi = taux de la taxe sur la force motrice voté par la commune ou la province exprimé en euro par kilowatt (Kw), étant entendu que ce taux est fixé à 24,69€/Kw maximum et indexé à partir de l'année fiscale 2027, selon le rapport entre l'indice des prix à la consommation du mois de janvier 2020 (109,69 sur la base de l'indice 2013) et celui du mois de janvier de l'année fiscale considérée ;
  KWEi = nombre total de kilowatts exonérés en vertu du paragraphe 1er ;
  {beta} = coefficient de compensation, déterminé au prorata des crédits disponibles.
  § 3. L'ensemble des paramètres visés au paragraphe 2 est calculé sur la base de l'information communiquée par la commune ou la province à l'administration visée à l'article L3111-2, alinéa 1er, 1°, au plus tard au 1er septembre de l'année budgétaire. La commune ou la province qui n'a pas transmis lesdites informations pour le 1er septembre ne bénéficie pas de l'aide compensatoire visée à l'article L3611-4, § 1er, pour les pertes de recettes fiscales liées à l'exonération de la taxe sur la force motrice.
  La commune ou la province fournit à l'autorité de tutelle pour chaque redevable bénéficiant de l'exonération les éléments suivants :
  1° le numéro BCE d'entreprise ;
  2° la puissance, exprimée en kilowatts, des nouveaux moteurs acquis ou constitués à l'état neuf tel que visé au paragraphe 1er ;
  3° le taux en euro par kilowatt en vigueur sur le territoire en vertu du règlement-taxe applicable. ".
Art. 55. In hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 52, wordt een artikel L3611-3 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. L3611-3. § 1. De Regering vergoedt, binnen de grenzen van de beschikbare kredieten, in voorkomend geval pro rata, het verlies van gemeenten en provincies als gevolg van de vrijstelling van de onroerende voorheffing op materieel en gereedschap.
  Het verlies wordt berekend door de in artikel L31112, lid 1, 1°, bedoelde gewestelijke administratie op basis van de door de bevoegde belastingsdienst verstrekte inlichtingen volgens de toepasselijke bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
  § 2. De compenserende steun wordt berekend volgens de volgende formule:
  ACi = Pi x {beta}
  Met dien verstaande dat:
  Pi = RCi x Coeff x Taux PrI RW x (Addi/100)
  Waarbij,
  AC_i= het totale bedrag van de aan de gemeente of provincie verleende gewestelijke compenserende steuni ;
  PI = het verlies aan belastinginkomsten van de gemeente of provincie ;
  RCI = het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen van het materieel en gereedschap dat zich op 1 januari van het jaar van financiering van de compenserende steun op het grondgebied van de gemeente i of de provincie i bevindt en dat op grond van artikel 253, 3° bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vrijgesteld is van onroerende voorheffing;
  Coeff = de jaarlijkse indexatiecoëfficiënt van kadastrale inkomsten op materiaal en gereedschap ;
  PRI RW-aanslagvoet = de aanslagvoet die het Waalse Gewest voor de berekening van de onroerende voorheffing hanteert in het jaar waarin de compenserende steun wordt gefinancierd;
  AddI =de aanslagvoet van de opcentiemen die aan de onroerende voorheffing wordt toegevoegd voor het jaar van financiering van de compenserende steun;
  {beta}= compensatiecoëfficiënt, bepaald in verhouding tot de beschikbare kredieten. ".
Art. 55. Dans le Chapitre 1er inséré par l'article 52, il est inséré un article L3611-3, rédigé comme suit :
  " Art. L3611-3. § 1er. Le Gouvernement compense, dans la limite des crédits disponibles, le cas échéant au prorata, la perte des communes et provinces résultant de l'exonération de précompte immobilier sur le matériel et l'outillage.
  La perte est calculée par l'administration régionale visée à l'article L31112, alinéa 1er, 1°, sur la base des informations communiquées par l'administration fiscale compétente par application des dispositions idoines du Code des impôts sur les revenus 1992.
  § 2. L'aide compensatoire est calculée selon la formule suivante :
  ACi = Pi x {beta}
  Etant entendu que :
  Pi = RCi x Coeff x Taux PrI RW x (Addi/100)
  où,
  AC_i= montant total de l'Aide Compensatoire régionale octroyée à la commune ou la province i ;
  Pi = la perte de recette fiscale de la commune ou de la province ;
  RCi = le revenu cadastral non indexé du matériel et outillage situé sur le territoire de la commune i ou la province i au 1er janvier de l'année de financement de l'aide compensatoire et exonéré de précompte immobilier sur la base de l'article 253, 3° bis, du code des impôts sur les revenus 1992 ;
  Coeff = le coefficient d'indexation annuel du revenu cadastral sur le matériel et outillage ;
  Taux PrI RW = le taux adopté par la Région wallonne pour le calcul du précompte immobilier l'année de financement de l'aide compensatoire ;
  Addi = le taux des centimes additionnels additionné au précompte immobilier pour l'année de financement de l'aide compensatoire ;
  {beta}= coefficient de compensation, déterminé au prorata des crédits disponibles. ".
Art. 56. In hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 52, wordt een artikel L3611-4 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. L3611-4. § 1. De gewestelijke begroting voor de financiering van de in dit hoofdstuk bedoelde compenserende steun wordt voor het begrotingsjaar 2026 vastgesteld op een bedrag van 65.209.000 euro, aangepast aan het overeenkomstig artikel L1332-1, § 4, berekende wijzigingspercentage.
  Met ingang van het begrotingsjaar 2027 is de gewestelijke begroting voor de financiering van compenserende steun ten minste gelijk aan die van het voorgaande jaar, aangepast aan het wijzigingspercentage berekend overeenkomstig artikel L1332-1, § 4.
  § 2. Voor elke gemeente en provincie wordt een totaal van de verliezen aan belastinginkomsten berekend dat overeenkomt met de in de artikelen L3611-2, § 2 en L3611-3, § 2 berekende inkomstenverliezen.
  De compenserende steun aan gemeenten en provincies wordt berekend naar rato van het totale verlies aan belastinginkomsten bedoeld in het eerste lid, op basis van de gewestelijke begroting bedoeld in de eerste paragraaf.
  § 3. De in dit hoofdstuk bedoelde compenserende steun vormt een algemene financiering in de zin van artikel 6, § 1, VIII, 9°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
  Voor gemeenten vormen de compensaties een bijkomende dotatie die aan het Gemeentefonds wordt gegarandeerd.
  Voor de provincies vormen de compensaties een bijkomende dotatie die aan het Provinciefonds wordt gegarandeerd.
  § 4. De compenserende steun wordt uiterlijk op 30 november van het jaar van toewijzing volledig aan de gemeenten en provincies uitgekeerd. ".
Art. 56. Dans le Chapitre 1er, inséré par l'article 52, il est inséré un article L3611-4, rédigé comme suit :
  " Art. L3611-4. § 1er. Le budget régional alloué au financement des aides compensatoires visées au présent chapitre est fixé pour l'année budgétaire 2026 à un montant de 65.209.000 d'euros, adapté du pourcentage d'évolution calculé conformément à l'article L1332-1, § 4.
  A partir de l'année budgétaire 2027, le budget régional alloué au financement des aides compensatoires est au moins égal à celui de l'année précédente, adapté au pourcentage d'évolution calculé conformément à l'article L1332-1, § 4.
  § 2. Pour chaque commune et province, il est calculé un total de pertes de recettes fiscales correspondant aux pertes de recettes calculées aux articles L3611-2, § 2 et L3611-3, § 2.
  L'aide compensatoire aux communes et provinces est calculée au prorata du total des pertes de recettes fiscales visées au premier alinéa en fonction du budget régional visé au premier paragraphe.
  § 3. Les aides compensatoires visées au présent chapitre constituent un financement général au sens de l'article 6, § 1er, VIII, 9°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
  Pour les communes, les compensations constituent une dotation complémentaire garantie au Fonds des communes.
  Pour les provinces, les compensations constituent une dotation complémentaire garantie au Fonds des provinces.
  § 4. Les aides compensatoires sont intégralement versées aux communes et provinces au plus tard le 30 novembre de l'année de répartition. ".
Art. 57. In hetzelfde Wetboek wordt in het zesde Deel een Boek VI ingevoegd, met als opschrift: "Boek VI. Oproepen tot het indienen van projecten".
Art. 57. Dans le même code, il est inséré un Livre VI dans la Sixième partie, intitulé : " Livre VI. Appels à projets ".
Art. 58. In Boek VI, ingevoegd bij artikel 57, wordt een artikel L6611-1 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. L6611-1. § 1. Wanneer de Regering een oproep tot het indienen van projecten uitvoert die gericht is tot de in artikel L3111-1, § 1 bedoelde overheden, past zij dit artikel toe.
  § 2. Onder "oproep tot het indienen van projecten" in de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan elke door de regering ingeleide procedure:
  1° die tot doel heeft selectief initiatieven te ondersteunen die worden gedragen door de in artikel L3111-1, § 1 bedoelde overheden;
  2° waarbij financiering wordt gekoppeld aan de indiening van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling;
  3° die beantwoordt aan vooraf vastgestelde doelstellingen, criteria en modaliteiten;
  4° waarbij de selectie van de begunstigde afhankelijk is van een beslissing van de Regering;
  5° die een eenmalig karakter heeft. ".
Art. 58. Dans le Livre VI inséré par l'article 57, il est inséré un article L6611-1, rédigé comme suit :
  " Art. L6611-1. § 1er. Lorsque le Gouvernement met en oeuvre un appel à projet à destination des autorités visées à l'article L3111-1, § 1er, il applique le présent article.
  § 2. Par " appel à projet " au sens du présent chapitre, il faut entendre toute procédure initiée par le Gouvernement :
  1° visant à soutenir de manière sélective des initiatives portées par les autorités visées à l'article L3111-1, § 1er ;
  2° instaurant un financement conditionné à l'introduction d'un appel à manifestation d'intérêt ;
  3° répondant à des objectifs, critères et modalités définis préalablement ;
  4° dont la sélection du bénéficiaire dépend d'une décision du Gouvernement ;
  5° qui a un caractère ponctuel. ".
Art. 59. In hetzelfde boek wordt, ingevoegd door artikel 57, een artikel L6611-2 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. L6611-2. § 1. Er kan ten laste van de uitgavenbegroting van het Waals Gewest een subsidie worden ingesteld ten behoeve van de in artikel L3111-1, § 1, bedoelde overheden voor de uitvoering van een oproep tot het indienen van projecten
  Deze subsidie wordt toegekend en valt onder de tenuitvoerlegging van artikel 6, § 1, VIII, 10° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
  § 2. De subsidie kan worden opgenomen in de gewone of buitengewone dienst. ".
Art. 59. Dans le même Livre, inséré par l'article 57, il est inséré un article L6611-2, rédigé comme suit :
  " Art. L6611-2. § 1er. Il peut être institué, à charge du budget des dépenses de la Région wallonne, une subvention à destination des autorités visées à l'article L3111-1, § 1er, pour la mise en oeuvre d'un appel à projet.
  Cette subvention est affectée et relève de l'exécution de l'article 6, § 1er, VIII, 10° de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
  § 2. La subvention peut être inscrite au service ordinaire ou extraordinaire. ".
Art. 60. In hetzelfde boek wordt, ingevoegd door artikel 57, een artikel L6611-3 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. L6611-3. § 1. De Regering stelt de regeling voor de oproep tot het indienen van projecten vast, waarin voorafgaand aan de lancering ervan het volgende wordt bepaald:
  1° de opdracht die moet worden vervuld in de zin van artikel 6, § 1, eerste lid, VIII, 10°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
  2° het type van overheden bedoeld in artikel L3111-1, § 1, begunstigde van de subsidie;
  3° de criteria voor de verdeling van de subsidie;
  4° het bedrag ten laste van de begroting van het Waals Gewest;
  5° de periode waarop de subsidie betrekking heeft;
  6° de begin- en einddatum van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling;
  7° elke verbintenis die door de in artikel L3111-1, § 1, bedoelde overheden moet worden aangegaan om voor de subsidie in aanmerking te komen;
  8° of de subsidie is opgenomen in de gewone of buitengewone dienst.
  § 2. De Regering stelt als einddatum voor de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling bedoeld in paragraaf 1, lid 1, 5°, een van de volgende data vast: 1 maart, 1 juni, 1 september, 1 december.
  De regering stelt binnen negentig dagen na de einddatum van de in § 1, lid 1, 6°, bedoelde oproep tot het indienen van blijken van belangstelling de lijst vast van de in artikel L3111-1, § 1, bedoelde overheden die op grond van de toepassing van de verdelingscriteria als begunstigden zijn geselecteerd.
  De subsidie wordt volledig uitbetaald aan de autoriteiten bedoeld in artikel L3111-1, § 1, die de subsidie ontvangen volgens een van deze twee periodes: ofwel tussen 1 maart en 30 april, ofwel tussen 1 september en 30 oktober van het jaar van toewijzing.
  Deze termijnen zijn dwingende termijnen. ".
Art. 60. Dans le même Livre, inséré par l'article 57, il est inséré un article L6611-3, rédigé comme suit :
  " Art. L6611-3. § 1er. Le Gouvernement arrête le dispositif de l'appel à projet, lequel fixe, préalablement au lancement de celui-ci :
  1° la mission à remplir au sens de l'article 6, § 1er, VIII, 10°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles ;
  2° le type d'autorités visées à l'article L3111-1, § 1er, bénéficiaire de la subvention ;
  3° les critères de répartition de la subvention ;
  4° le montant à charge du budget des dépenses de la Région wallonne ;
  5° la période visée par la subvention ;
  6° les dates de début et de fin de l'appel à manifestation d'intérêt ;
  7° tout engagement à prendre par les autorités visées à l'article L3111-1, § 1er, pour bénéficier de la subvention ;
  8° si la subvention est inscrite au service ordinaire ou extraordinaire.
  § 2. Le Gouvernement arrête comme date de fin de l'appel à manifestation d'intérêt visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 5°, l'une des dates suivantes : le 1er mars, le 1er juin, le 1er septembre, le 1er décembre.
  Le Gouvernement arrête dans les nonante jours de la date de fin de l'appel à manifestation d'intérêt visé au § 1er, alinéa 1er, 6°, la liste des autorités visées à l'article L3111-1, § 1er, bénéficiaires retenues en vertu de l'application des critères de répartition.
  La subvention est intégralement versée aux autorités visées à l'article L3111-1, § 1er, bénéficiaires de la subvention selon l'une de ces deux périodes : soit entre le 1er mars et le 30 avril, soit entre le 1er septembre et le 30 octobre, de l'année de répartition.
  Ces délais sont des délais de rigueur. ".
HOOFDSTUK 12. - Wijzigingen in het decreet van 21 oktober 2010 houdende instelling van Namen als hoofdstad van Wallonië en als zetel van de gewestelijke politieke instellingen
CHAPITRE 12. - Modifications du décret du 21 octobre 2010 instituant Namur comme capitale de la Wallonie et siège des institutions politiques régionales
Art. 61. In het decreet van 21 oktober 2010 houdende instelling van Namen als hoofdstad van Wallonië en als zetel van de gewestelijke politieke instellingen, wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. 1/1. § 1. Er wordt ten laste van de uitgavenbegroting van het Waals Gewest een dotatie ingesteld ten gunste van de stad Namen als hoofdstad van Wallonië, voor een bedrag van 7.237.000 euro in 2025, aangepast aan het evolutiepercentage berekend overeenkomstig de modaliteiten bepaald in artikel L1332-1, § 4, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie.
  De Stad Namen neemt deze dotatie al ontvangsten uit overdrachten op in de gewone dienst.
  § 2. De begrotingsvastlegging van de dotatie vindt elk jaar plaats.
  De dotatie wordt uiterlijk op 31 maart van het volgende jaar uitbetaald..
  § 3. De dotatie valt onder de uitvoering van een opdracht in de zin van artikel 6, § 1, lid 1, VIII, 10° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en wordt bestemd voor de verplichtingen die verband houden met de rol van de stad Namen zoals bedoeld in artikel 1.
  De in lid 1 bedoelde opdracht is het voorwerp van een overeenkomst tussen de stad Namen, het Parlement en de Regering. ".
Art. 61. Dans le décret du 21 octobre 2010 instituant Namur comme capitale de la Wallonie et siège des institutions politiques régionales, il est inséré un article 1er/1, rédigé comme suit :
  " Art. 1/1. § 1er. Il est institué, à charge du budget des dépenses de la Région wallonne, une dotation au bénéfice de la Ville de Namur au titre de capitale de la Wallonie, d'un montant de 7.237.000 euros en 2025, adapté du pourcentage d'évolution calculé conformément aux modalités prévues à l'article L1332-1, § 4, du Code de la démocratie locale et de la décentralisation.
  La Ville de Namur inscrit la dotation en recette de transfert au service ordinaire.
  § 2. L'engagement budgétaire de la dotation a lieu chaque année.
  La dotation est liquidée au plus tard le 31 mars de l'année suivante.
  § 3. La dotation relève de l'exécution d'une mission au sens de l'article 6, § 1er, alinéa 1er, VIII, 10° de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles et est affectée aux obligations liées au rôle de la Ville de Namur visé à l'article 1er.
  La mission visée à l'alinéa 1er fait l'objet d'une convention signée par la Ville de Namur, le Parlement et le Gouvernement. ".
Hoofdstuk 13. Wijzigingen in het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling
CHAPITRE 13. - Modifications du Code du Développement territorial
Art. 62. In artikel D.V.13 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, laatst gewijzigd bij het decreet van 21 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Wanneer één of meer privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen een overeenkomst sluiten in het kader van de stadsheropleving, kan het Gewest, onder de door de Regering bepaalde voorwaarden, de gemeente een subsidie verlenen.
  De Regering bepaalt het subsidiepercentage. ";
  2° paragraaf 2bis wordt opgeheven ;
Art. 62. Dans l'article D.V.13 du Code du Développement territorial, modifié en dernier lieu par le décret du 21 décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Lorsqu'une commune et une ou plusieurs personnes physiques ou morales de droit privé établissent une convention relative à une opération de revitalisation urbaine, la Région peut, selon les dispositions arrêtées par le Gouvernement, accorder à la commune une subvention. Le Gouvernement fixe le taux de subventionnement. " ;
  2° le paragraphe 2bis est abrogé.
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen in het Milieuwetboek
CHAPITRE 14. - Modifications du Code de l'Environnement
Art. 63. Artikel D.261, § 2, 2°, van het regelgevend deel van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 12 december 2014, wordt vervangen als volgt :
  "Art. D.261. D.261. Het basisbedrag van de belasting per eenheid verontreinigende stoffen van het geloosde industriële afvalwater, hierna eenheidsbelasting genoemd, wordt vastgesteld op :
  1° 13 euro van 1 januari 2015 tot 31 december 2025;
  2° 25,48 euro vanaf 1 januari 2016. "
Art. 63. L'article D.261 de la partie décrétale du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau, modifié en dernier lieu par le décret-programme du 12 décembre 2014, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. D.261. Le taux de base de la taxe par unité de charge polluante des eaux usées industrielles déversées, ci-après dénommée taxe unitaire, est fixé à :
  1° 13 euros du 1er janvier 2015 au 31 décembre 2025 ;
  2° 25,48 euros à partir du 1er janvier 2026. "
Art. 64. In artikel D.287, eerste lid, van hetzelfde wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) 5° wordt vervangen door "onder voorbehoud van artikel D.288, § 1e, lid 1e, de opbrengst van de belasting op het lozen van industrieel afvalwater bedoeld in artikel D.260;";
  b) 6° wordt vervangen door "onder voorbehoud van artikel D.288, § 1, lid 1, de opbrengst van de belasting op het lozen van huishoudelijk afvalwater bedoeld in artikel 267;".
Art. 64. A l'article D.287, alinéa 1er, du même code, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° Sous réserve de l'article D.288, § 1er, alinéa 1er, le produit de la taxe sur le déversement des eaux usées industrielles visée à l'article D.260 ; " ;
  b) le 6° est remplacé par ce qui suit :
  " 6° Sous réserve de l'article D.288, § er, alinéa 1er, le produit de la taxe sur le déversement des eaux usées domestiques visée à l'article D.267 ; ".
Art. 65. In artikel D.288, paragraaf 1, van hetzelfde Wetboek wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  De opbrengst van de belasting op het lozen van industrieel afvalwater bedoeld in artikel D.260 en de opbrengst van de belasting op het lozen van huishoudelijk afvalwater bedoeld in artikel D. 267, worden als volgt bestemd:
  1° 60 percent voor de "S.P.G.E. ;
  40 percent voor het Fonds voor de bescherming van het leefmilieu, afdeling "waterbescherming" bedoeld in artikel D.170 van Boek I van het Milieuwetboek. ".
Art. 65. Dans l'article D.288, paragraphe 1er, du même code, l'alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
  " Le produit de la taxe sur le déversement des eaux usées industrielles visée à l'article D.260 et le produit de la taxe sur le déversement des eaux usées domestiques visée à l'article D. 267, sont affectés à concurrence de :
  1° soixante pour cent à la S.P.G.E. ;
  2° quarante pour cent au Fonds pour la Protection de l'Environnement, section "protection des eaux", visé à l'article D.170 du Livre Ier du Code de l'Environnement. ".
Art. 66. In hetzelfde wetboek wordt artikel 330-1, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 18 december 2024, vervangen als volgt:
  "Art. 330/1. Het bedrag van de belastingen, retributies en bijdragen wordt jaarlijks op 1 januari van rechtswege geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen dat zes weken vóór de datum van de indexering van kracht is
  Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op :
  (1) de winningsbijdrage bedoeld in artikel D.254, § 3, voor de in 2024 en 2025
  gewonnen volumes;
  2° de in de artikelen D.267 tot en met D.270 bedoelde belasting op de lozing van huishoudelijk afvalwater. ".
Art. 66. Dans le même code l'article 330-1, modifié en dernier lieu par le décret du 18 décembre 2024, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. D. 330-1. Au 1er janvier de chaque année, le montant des taxes, redevances et contributions est de plein droit indexé sur la base de l'indice des prix à la consommation en vigueur six semaines avant la date de l'indexation.
  L'alinéa 1er du présent article n'est pas applicable à :
  1° la contribution de prélèvement prévue à l'article D.254, § 3, pour les volumes prélevés en 2024 et en 2025 ;
  2° la taxe sur les déversements d'eaux usées domestiques visée aux articles D.267 à D.270. ".
HOOFDSTUK 15. - Wijzigingen in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
CHAPITRE 15. - Modifications du Code des Impôts sur les Revenus 1992
Art. 67. In artikel 253, lid 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen door de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij de decreten van 6 december 2001, 22 oktober 2003 en 17 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) 3° bis wordt opgeheven;
  b) 3° ter wordt opgeheven;
  c) er wordt een 3° quater ingevoegd dat als volgt luidt:
  "3° quater. Nieuwe investeringen in materiaal en gereedschap zoals bedoeld in artikel 471, § 3, verkregen of in nieuwe staat tot stand gebracht, vanaf 1 januari 2021, op het grondgebied van het Waalse Gewest, voor een periode van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar volgend op het jaar van de investering :";.
  d) in punt 4 worden de woorden "3° bis en 3° ter" vervangen door het woord "3° quater".
Art. 67. Dans l'article 253, alinéa 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 6 juillet 1994 et modifié par les décrets des 6 décembre 2001, 22 octobre 2003 et 17 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le 3° bis est abrogé ;
  b) le 3° ter est abrogé ;
  c) il est inséré un 3° quater rédigé comme suit :
  " 3° quater des nouveaux investissements en matériel et outillage visés à l'article 471, § 3, acquis ou constitués à l'état neuf sur le territoire de la Région wallonne à partir du 1er janvier 2021, et ce, pendant une période de cinq ans à compter du 1er janvier de l'année qui suit l'année d'investissement ; " ;
  d) dans le 4°, les mots " 3° bis et du 3° ter " sont remplacés par le mot " 3° quater ". ".
HOOFDSTUK 16. - Algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit
CHAPITRE 16. - Modifications du Règlement général de la comptabilité communale
Art. 68. § 1. In het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit wordt het eerste streepje van artikel 1, 15° vervangen door de volgende tekst:
  " - overboekingen tussen diensten : bewegingen via de functionele code "opnemingen" tussen diensten en reservefondsen (onder het voorbehoud van de leningen die door het CRAC worden verstrekt en de dotaties in verband met het Buitengewoon gewestelijk Investeringsfonds, alsmede de dotatie "Grote Steden" binnen de grenzen van de artikelen L1332-27 § 1, lid 2 en L1332-32). § 1er, lid 3, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, die de enige uitzondering uitmaken op bewegingen tussen het buitengewone en het gewone en die bij het eigenlijke dienstjaar tot stand komen);".
  § 2. De regering kan de bij paragraaf 1 gewijzigde bepaling intrekken, aanvullen, wijzigen of vervangen.
Art. 68. § 1er. Dans le règlement général de la comptabilité communale, le premier tiret de l'article 1er, 15° est remplacé par le texte suivant :
  " - transferts de service : mouvements via le code fonctionnel " Prélèvements " entre services et fonds de réserve (sous réserve des emprunts accordés par le CRAC et les dotations relatives au Fonds Extraordinaires Régional d'Investissements ainsi que la dotation Grandes Villes dans les limites prévues aux articles L1332-27 § 1er, alinéa 2 et L1332-32. § 1er, alinéa 3, du Code de la démocratie locale et de la décentralisation, qui constituent les seules exceptions de mouvements entre l'extraordinaire et l'ordinaire et qui se réalisent à l'exercice proprement dit) ; ".
  § 2. Le Gouvernement peut abroger, compléter, modifier ou remplacer la disposition modifiée par le paragraphe 1er.
Art. 69. § 1. In het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit wordt artikel 12 vervangen door de volgende tekst:
  "Het gemeentecollege maakt het begrotingsontwerp op na het advies te hebben ingewonnen van een commissie waarin tenminste een daartoe aangeduid lid van het college, de gemeente -directeur-generaal en de financieel directeur zetelen. Die commissie moet advies uitbrengen over de wettelijkheid en de te verwachten financiële weerslag van de ontwerp-begroting, met inbegrip van de projectie op verschillende dienstjaren van de weerslag van de omvangrijke investeringen op de gewone dienst. Het schriftelijk verslag van die commissie moet duidelijk het advies vermelden van elk van zijn leden, zoals uitgebracht tijdens de vergadering, zelfs als dat advies samengevat moet worden weergegeven. Dat verslag moet gevoegd worden bij de ontwerp-begroting voorgelegd aan de gemeenteraad en bij de begroting die ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de toezichthoudende overheid.
  Het bij de ontwerpbegroting gevoegde advies van de commissie bevat een lijst van de door de gemeente geplande investeringen. Voor elk investeringsproject bevat de lijst de beschrijving van elk project en het totale voorgenomen bedrag.
  Die procedure moet eveneens worden toegepast op alle latere begrotingswijzigingen.
  Het advies van elk van de leden van die commissie moet duidelijk opgenomen worden in het verslag van de commissie indien blijkt dat er afwijkende meningen zijn. De ontstentenis van het advies van die commissie kan enkel maar de niet-goedkeuring van de betrokken begroting (of begrotingswijziging) tot gevolg hebben. Het schriftelijke verslag van de commissie wordt opgesteld volgens het door de minister vastgestelde model en met inbegrip van de in lid 2 bedoelde lijst. ".
  § 2. De regering kan de bij paragraaf 1 gewijzigde bepaling intrekken, aanvullen, wijzigen of vervangen.
Art. 69. § 1er. Dans le règlement général de la comptabilité communale, l'article 12 est remplacé par le texte suivant :
  " Le collège communal établit le projet de budget après avoir recueilli l'avis d'une commission où siègent au moins un membre du collège désigné à cette fin, le directeur général et le directeur financier. Cette commission donne son avis sur la légalité et les implications financières prévisibles du projet de budget, en ce compris la projection sur plusieurs exercices de l'impact au service ordinaire des investissements significatifs. Le rapport écrit de cette commission fait apparaître l'avis de chacun de ses membres, tel qu'émis au cours de la réunion, même si l'avis doit être présenté d'une manière unique. Ce rapport est joint au projet de budget présenté au conseil communal et au budget soumis à l'approbation de la tutelle.
  L'avis de la commission joint au projet de budget comporte la liste des investissements prévus par la commune. Pour chaque projet d'investissement, la liste mentionne le descriptif de chaque projet et le montant total envisagé.
  Cette procédure est appliquée à toutes les modifications budgétaires ultérieures.
  L'avis de chacun des membres de cette commission est clairement repris dans le compte-rendu de la commission si des opinions divergentes apparaissent. L'absence de l'avis de cette commission conduit à la non-approbation du budget, ou de la modification budgétaire, concerné(e). Le rapport écrit de cette commission est établi selon le modèle arrêté par le Ministre en ce et y compris la liste prévue à l'alinéa 2. ".
  § 2. Le Gouvernement peut abroger, compléter, modifier ou remplacer la disposition modifiée par le paragraphe 1er.
HOOFDSTUK 17. - Wijziging in het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen
CHAPITRE 17. - Modifications du Code wallon de l'habitation durable
Art. 70. Artikel 13bis van het Waals Wetboek van Duurzaam Wonen wordt opgeheven.
Art. 70. L'article 13 bis du Code wallon de l'habitation durable est abrogé.
HOOFDSTUK 18. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 18. - Dispositions abrogatoires
Art. 71. In het Derde deel, Boek III van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie worden de titels IV en V opgeheven.
Art. 71. Dans la Troisième partie, Livre III du Code de la démocratie locale et de la décentralisation, les titres IV et V sont abrogés.
Art. 72. In het decreet van 1 april 2004 over duurzame mobiliteit en toegankelijkheid wordt Titel IV/2, ingevoegd bij het decreet van 24 november 2022, opgeheven.
Art. 72. Dans le décret du 1er avril 2004 relatif à la mobilité durable et à l'accessibilité, le Titre IV/2, inséré par le décret du 24 novembre 2022, est abrogé.
Art. 73. In het programmadecreet van 23 februari 2006 betreffende de prioritaire acties voor de toekomst van Wallonië worden de artikelen 31, 32, 33, 36 en 37 opgeheven.
Art. 73. Dans le décret-programme relatif aux actions prioritaires pour l'avenir wallon du 23 février 2006, les articles 31, 32, 33, 36 et 37 sont abrogés.
Art. 74. milieuefficiëntie voor het wagenpark en de passiefhuizen worden opgeheven.
Art. 74. Les articles 49 et 50 du décret du 10 décembre 2009 d'équité fiscale et d'efficacité environnementale pour le parc automobile et les maisons passives sont abrogés.
HOOFDSTUK 19. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE 19. - Dispositions transitoires et finales
Art. 75. § 1. De Regering betaalt uiterlijk op 31 december 2025 alle resterende begrotingsmiddelen van de subsidies bedoeld in:
  1° titel IV van Boek III van het Derde Deel van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie
  2° titel V van Boek III van Deel 3 van hetzelfde Wetboek ;
  3° titel IV/2 van het decreet van 1 april 2004 over duurzame mobiliteit en toegankelijkheid.
  Deze vereffening geldt als terugvordering van het recht dat krachtens bovengenoemde wetgeving is vastgesteld.
  § 2. Het aan de betrokken gemeenten uitgekeerde bedrag vormt een gegarandeerde aanvullende dotatie aan het Gemeentefonds en is een algemene financiering in de zin van artikel 6, § 1, VIII, 9°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
  Wanneer de in dit artikel bedoelde vereffening betrekking heeft op een subsidie voor buitengewone uitgaven, nemen de gemeenten die deze dotatie ontvangen, deze op in de begroting en in de rekening van het boekjaar van de buitengewone dienst als ontvangsten uit overdrachten.
  Wanneer de in dit artikel bedoelde vereffening betrekking heeft op een subsidie voor gewone uitgaven, nemen de gemeenten die deze dotatie ontvangen, deze op in de begroting en in de rekening van het eigen begrotingsjaar van de gewone dienst als ontvangsten uit overdrachten. ".
Art. 75. § 1er. Le Gouvernement liquide de droit au bénéfice des communes concernées, au plus tard au 31 décembre 2025, tout reliquat budgétaire des subventions visées aux :
  1° titre IV du Livre III de la Troisième Partie du Code de la démocratie locale et de la décentralisation ;
  2° titre V du Livre III de la Troisième Partie du même code ;
  3° titre IV/2 du décret du 1er avril 1980 relatif à la mobilité durable et à l'accessibilité du 1er avril 2004.
  Cette liquidation vaut recouvrement du droit constaté en vertu des législations susmentionnées.
  § 2. Le montant versé aux communes concernées constitue une dotation complémentaire garantie au Fonds des communes et constitue un financement général au sens de l'article 6, § 1er, VIII, 9°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
  Lorsque la liquidation visée au présent article concerne une subvention relative à des dépenses extraordinaires, les communes bénéficiaires de cette dotation l'inscrivent au budget et au compte à l'exercice propre du service extraordinaire en recette de transfert.
  Lorsque la liquidation visée au présent article concerne une subvention relative à des dépenses ordinaires, les communes bénéficiaires de cette dotation l'inscrivent au budget et au compte à l'exercice propre du service ordinaire en recette de transfert. ".
Art. 76. § 1. Het Waalse Gewest mag de kredieten die zijn opgenomen in de vakdomeinen 091.025, 091.034, 091.060 en 091.066 van het programma 17.091 van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest niet geheel of gedeeltelijk vereffenen, indien de artikelen L2232-1, lid 1, 11° en L2232-1/1, § 2, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie niet ten uitvoer worden gelegd op 1 november van het begrotingsjaar voorafgaand aan de vereffening van de bovengenoemde vakdomeinen of indien een bedrag gelijk aan het aandeel van elke provincie in de vakdomeinen 091.025 en 091.128 niet wordt vereffend ten behoeve van de rechtspersonen bedoeld in artikel L2232-1/1, § 2, van hetzelfde Wetboek.
  § 2. In het in paragraaf 1 bedoelde geval kan het Waals Gewest een bedrag ten gunste van de gemeenten van het grondgebied van de betrokken provincie liquideren.
  Het in lid 1 bedoelde bedrag wordt over de betrokken gemeenten verdeeld overeenkomstig de toepassing van factor BCc bedoeld in artikel L2241-3 van hetzelfde wetboek.
  Het aan de betrokken gemeenten uitgekeerde bedrag vormt een gegarandeerde aanvullende dotatie aan het Gemeentefonds en is een algemene financiering in de zin van artikel 6, § 1, VIII, 9°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
  Het bedrag wordt toegevoegd aan de kredieten die zijn voorzien in vakdomein 091.027 van programma 17.091 van de algemene uitgavenbegroting van het Waals Gewest. ".
Art. 76. § 1er. La Région wallonne peut ne pas liquider, en tout ou partie, les crédits inscrits aux domaines fonctionnels 091.025, 091.034, 091.060 et 091.066 du programme 17.091 du budget général des dépenses de la Région wallonne si les articles L2232-1, alinéa 1er, 11° et L2232-1/1, § 2, du Code de la démocratie locale et de la décentralisation ne sont pas exécutés au 1er novembre de l'année budgétaire qui précède la liquidation des domaines fonctionnels susmentionnés ou si un montant équivalent à la quote-part de chaque province dans les domaines fonctionnels 091.025 et 091.128 n'est pas liquidé au bénéfice des personnes morales visées à l'article L2232-1/1, § 2, du même code.
  § 2. Dans le cas visé au paragraphe 1er, la Région wallonne peut liquider un montant équivalent au bénéfice des communes du territoire de la province concernée.
  Le montant visé à l'alinéa 1er est réparti parmi les communes concernées selon l'application du facteur BCc visé l'article L2241-3 du même code.
  Le montant constitue une dotation complémentaire garantie au Fonds des communes et constitue un financement général au sens de l'article 6, § 1er, VIII, 9°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
  Le montant est inscrit complémentairement aux crédits prévus dans le domaine fonctionnel 091.027 du programme 17.091 du budget général des dépenses de la Région wallonne. ".
Art. 77. Het Waalse Gewest voert in 2025 de vastleggingskredieten in die de uitvoering mogelijk maken van de afdelingen 5 en 6 van Hoofdstuk II, Titel III, Boek III, Deel I van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie.
Art. 77. La Région wallonne inscrit en année 2025 les crédits d'engagement permettant la mise en oeuvre des sections 5 et 6 du Chapitre II, du Titre III, du Livre III, de la Première Partie du Code de la démocratie locale et de la décentralisation.
Art. 78. In afwijking van artikel L1332-31 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie vereffenen de gemeenten de algemene dotatie bedoeld in artikel L1332-29 van hetzelfde Wetboek, vereffend in de jaren 2026 en 2027, binnen een termijn van twee jaar.
Art. 78. Par dérogation à l'article L1332-31 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation, les communes liquident la dotation générale visée à l'article L1332-29, du même code, liquidées lors des années 2026 et 2027, dans un délai de deux ans.
Art. 79. In afwijking van artikel L2233-2, lid 1, en artikel L2241-2, lid 1, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie worden de in deze artikelen bedoelde dotaties voor het jaar 2026 niet geïndexeerd.
Art. 79. Par dérogation aux articles L2233-2, alinéa 1er, et L2241-2, al.1er du code de la démocratie locale et de la décentralisation, les dotations visées à ces articles ne sont pas indexées pour l'année 2026.
Art. 80. § 1. In afwijking van artikel L2232-1, lid 1, 11° van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, komt voor de jaren 2026, 2027, 2028 en 2029 de door de provincieraad in de begroting opgenomen uitgaven overeen met de in de begroting 2025 opgenomen steun ten gunste van de rechtspersonen bedoeld in artikel L2232-1/1, § 2, van hetzelfde Wetboek, verhoogd met vijftien procent, dertig procent, vijftig procent en tachtig procent van de factor Yc bedoeld in artikel L2241-3, § 1, van hetzelfde Wetboek, die wordt berekend op basis van het begrotingsjaar 2025. De in de begroting opgenomen uitgave wordt aangepast met het overeenkomstig artikel L1332-1, § 4, van hetzelfde Wetboek berekende evolutiepercentage.
  § 2. De Regering, die optreedt als toezichthoudende overheid zoals bedoeld in artikel L3111-2, lid 1, 4°, van hetzelfde Wetboek, deelt uiterlijk op 31 juli van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar een begrotingsraming mee, die de provincies in hun oorspronkelijke begroting voor het begrotingsjaar moeten opnemen.
  De toezichthoudende overheid deelt uiterlijk op 28 februari van het begrotingsjaar de definitieve begrotingsraming mee die de provincies in het kader van een begrotingswijziging opnemen."
Art. 80. § 1er. Par dérogation à l'article L2232-1, alinéa 1er, 11° du Code de la démocratie locale et de la décentralisation, pour les années 2026, 2027, 2028 et 2029, la dépense portée au budget par le conseil provincial correspond à l'intervention inscrite au budget 2025 au bénéficie des personnes morales visées à l'article L2232-1/1, § 2, du même code, majorée de quinze pourcents, trente pourcents, cinquante pourcents et quatre-vingts pourcents du facteur Yc visé à l'article L2241-3, § 1er, du même code, lequel est calculé sur base de l'exercice budgétaire 2025. La dépense portée au budget est adaptée du pourcentage d'évolution calculé conformément à l'article L1332-1, § 4, du même code.
  § 2. Le Gouvernement, agissant comme autorité de tutelle visée à l'article L3111-2, alinéa 1er, 4°, du même code, communique au plus tard le 31 juillet de l'année précédant l'année budgétaire une prévision budgétaire que les provinces devront inscrire à leur budget initial de l'année budgétaire.
  L'autorité de tutelle communique au plus tard le 28 février de l'année budgétaire la prévision budgétaire finale que les provinces inscrivent dans le cadre d'une modification budgétaire.
Art. 81. De artikelen 22 tot en met 35 van de wet van 5 september 2001 ter verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers blijven van toepassing op alle subsidies die tot en met 31 december 2025 worden toegekend of aangevraagd.
  Voor aanvragen die in het laatste kwartaal van 2025 zijn ingediend, is de duur van het project beperkt tot maximaal twaalf maanden na de officiële indiening van de subsidieaanvraag.
Art. 81. Les articles 22 à 35 de la loi du 5 septembre 2001 visant à améliorer le taux d'emploi des travailleurs continuent de s'appliquer pour toutes les subventions octroyées ou demandées jusqu'à la date du 31 décembre 2025.
  Pour les demandes introduites durant le dernier trimestre de l'année 2025, la durée du projet est limitée à douze mois maximum à partir du dépôt officiel de la demande de subvention.
Art. 82. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2026, met uitzondering van:
  1° artikel 3, dat in werking treedt op 1 april 2026;
  2° artikel 75, dat uitwerking heeft op 1 november 2006;
  3° artikel 77, dat uitwerking heeft op 23 oktober 2025.
Art. 82. Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2026, à l'exception :
  1° de l'article 3 qui entre en vigueur le 1er avril 2026 ;
  2° de l'article 75 qui produit ses effets le 1er novembre 2025 ;
  3° de l'article 77 qui produit ses effets le 23 octobre 2025.
Art. 83. Artikel 21 heeft uitwerking op 23 oktober 2025.
Art. 83. L'article 21 produit ses effets le 23 octobre 2025