Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
11 DECEMBER 2025. - Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, teneinde bij een echtscheiding de mogelijkheden tot toewijzing van de gezinswoning te verruimen en die toewijzing bij een beëindiging van een wettelijke samenwoning mogelijk te maken
Titre
11 DECEMBRE 2025. - Loi modifiant le Code civil visant à étendre les possibilités d'attribution du logement familial lors du divorce et à la rendre possible lors de la cessation de la cohabitation légale
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (6)
Texte (6)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée par l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek, teneinde bij een echtscheiding de mogelijkheden tot toewijzing van de gezinswoning te verruimen en die toewijzing bij een beëindiging van een wettelijke samenwoning mogelijk te maken.
CHAPITRE 2. - Modifications du Code civil visant à étendre les possibilités d'attribution du logement familial lors du divorce et à la rendre possible lors de la cessation de la cohabitation légale.
Art. 2. In artikel 2.3.14, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 januari 2022, wordt het tweede lid aangevuld met de woorden "of indien de strafvordering tegen de andere echtgenoot is vervallen na toepassing van de in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering bedoelde procedure".
Art. 2. Dans l'article 2.3.14, § 2, du Code civil, inséré par la loi du 19 janvier 2022, l'alinéa 2 est complété par les mots "ou si l'action publique à l'encontre de l'autre époux s'est éteinte après l'application de la procédure visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle".
Art. 3. Artikel 1480 van het oud Burgerlijk Wetboek, opgeheven bij de wet van 14 juli 1976, wordt hersteld als volgt:
"Art. 1480. Wanneer de wettelijke samenwoning eindigt door het overlijden van een van de partijen, kan de langstlevende partij in aanmerking komen voor een preferentiële toewijzing, tegen opleg indien daartoe grond bestaat, door zich bij voorrang te doen toewijzen, voor zover deze behoren tot het vermogen dat exclusief tussen de wettelijk samenwonenden in onverdeeldheid is:
1° een van de onroerende goederen die tot gezinswoning dient;
2° het aldaar aanwezige huisraad;
3° de goederen die hij aanwendt voor de uitoefening van zijn beroep of de uitbating van zijn bedrijf."
"Art. 1480. Wanneer de wettelijke samenwoning eindigt door het overlijden van een van de partijen, kan de langstlevende partij in aanmerking komen voor een preferentiële toewijzing, tegen opleg indien daartoe grond bestaat, door zich bij voorrang te doen toewijzen, voor zover deze behoren tot het vermogen dat exclusief tussen de wettelijk samenwonenden in onverdeeldheid is:
1° een van de onroerende goederen die tot gezinswoning dient;
2° het aldaar aanwezige huisraad;
3° de goederen die hij aanwendt voor de uitoefening van zijn beroep of de uitbating van zijn bedrijf."
Art. 3. L'article 1480 de l'ancien Code civil, abrogé par la loi du 14 juillet 1976, est rétabli dans la rédaction suivante:
"Art. 1480. Lorsque la cohabitation légale prend fin par le décès de l'une des parties, la partie survivante peut bénéficier d'une attribution préférentielle, moyennant soulte s'il y a lieu, en se faisant attribuer par préférence, pour autant qu'ils appartiennent au patrimoine qui est en indivision exclusivement entre les cohabitants légaux:
1° un des immeubles servant au logement de la famille;
2° les meubles meublants qui le garnissent;
3° les biens qu'elle utilise pour l'exercice de sa profession ou l'exploitation de son entreprise."
"Art. 1480. Lorsque la cohabitation légale prend fin par le décès de l'une des parties, la partie survivante peut bénéficier d'une attribution préférentielle, moyennant soulte s'il y a lieu, en se faisant attribuer par préférence, pour autant qu'ils appartiennent au patrimoine qui est en indivision exclusivement entre les cohabitants légaux:
1° un des immeubles servant au logement de la famille;
2° les meubles meublants qui le garnissent;
3° les biens qu'elle utilise pour l'exercice de sa profession ou l'exploitation de son entreprise."
Art. 4. Artikel 1481 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 14 juli 1976, wordt hersteld als volgt:
"Art. 1481. § 1. Wanneer aan de wettelijke samenwoning een einde komt via een schriftelijke verklaring, hetzij in onderlinge overeenstemming, hetzij eenzijdig, kan elk van de wettelijk samenwonenden tijdens de vereffeningsprocedure in aanmerking komen voor een preferentiële toewijzing, door aan de familierechtbank te vragen om de in artikel 1480 bedoelde bepalingen in zijn voordeel toe te passen.
§ 2. De rechtbank beslist met inachtneming van de belangen die ieder van de wettelijk samenwonenden kan doen gelden en rekening houdend met de financiële mogelijkheden van degene die in voorkomend geval de opleg zal moeten betalen. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden wordt ingegaan op het verzoek van de wettelijk samenwonende die slachtoffer is van een feit bedoeld in de artikelen 375, 398 tot 400, 402, 403, 405, 409, §§ 1 tot 3 en 5, en 422bis van het Strafwetboek of van een poging tot het plegen van een feit bedoeld in de artikelen 375, 393 tot 397, 401, 404 en 409, § 4, van hetzelfde Wetboek, indien de andere wettelijk samenwonende door een in kracht van gewijsde gegane beslissing uit dien hoofde als dader, mededader of medeplichtige schuldig werd bevonden of indien de strafvordering tegen de andere wettelijk samenwonende is vervallen na toepassing van de procedure bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering.
"Art. 1481. § 1. Wanneer aan de wettelijke samenwoning een einde komt via een schriftelijke verklaring, hetzij in onderlinge overeenstemming, hetzij eenzijdig, kan elk van de wettelijk samenwonenden tijdens de vereffeningsprocedure in aanmerking komen voor een preferentiële toewijzing, door aan de familierechtbank te vragen om de in artikel 1480 bedoelde bepalingen in zijn voordeel toe te passen.
§ 2. De rechtbank beslist met inachtneming van de belangen die ieder van de wettelijk samenwonenden kan doen gelden en rekening houdend met de financiële mogelijkheden van degene die in voorkomend geval de opleg zal moeten betalen. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden wordt ingegaan op het verzoek van de wettelijk samenwonende die slachtoffer is van een feit bedoeld in de artikelen 375, 398 tot 400, 402, 403, 405, 409, §§ 1 tot 3 en 5, en 422bis van het Strafwetboek of van een poging tot het plegen van een feit bedoeld in de artikelen 375, 393 tot 397, 401, 404 en 409, § 4, van hetzelfde Wetboek, indien de andere wettelijk samenwonende door een in kracht van gewijsde gegane beslissing uit dien hoofde als dader, mededader of medeplichtige schuldig werd bevonden of indien de strafvordering tegen de andere wettelijk samenwonende is vervallen na toepassing van de procedure bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering.
Art. 4. L'article 1481 du même Code, abrogé par la loi du 14 juillet 1976, est rétabli dans la rédaction suivante:
"Art. 1481. § 1er. Lorsque la cohabitation légale prend fin par déclaration écrite, soit d'un commun accord, soit unilatéralement, chacun des cohabitants légaux peut, au cours des opérations de liquidation, bénéficier d'une attribution préférentielle en demandant au tribunal de la famille de faire application à son profit des dispositions visées à l'article 1480.
§ 2. Le tribunal statue en considération des intérêts que chacun des cohabitants légaux peut faire valoir et en tenant compte des capacités financières de celui qui, le cas échéant, devra payer la soulte. Il est fait droit, sauf circonstances exceptionnelles, à la demande formulée par le cohabitant légal qui a été victime d'un fait visé aux articles 375, 398 à 400, 402, 403, 405, 409, §§ 1er à 3 et 5, et 422bis du Code pénal ou d'une tentative de commission d'un fait visé aux articles 375, 393 à 397, 401, 404 et 409, § 4, du même Code, si l'autre cohabitant légal a été reconnu coupable de ce chef comme auteur, coauteur ou complice par décision coulée en force de chose jugée ou si l'action publique à l'encontre de l'autre cohabitant légal s'est éteinte après l'application de la procédure visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle.
"Art. 1481. § 1er. Lorsque la cohabitation légale prend fin par déclaration écrite, soit d'un commun accord, soit unilatéralement, chacun des cohabitants légaux peut, au cours des opérations de liquidation, bénéficier d'une attribution préférentielle en demandant au tribunal de la famille de faire application à son profit des dispositions visées à l'article 1480.
§ 2. Le tribunal statue en considération des intérêts que chacun des cohabitants légaux peut faire valoir et en tenant compte des capacités financières de celui qui, le cas échéant, devra payer la soulte. Il est fait droit, sauf circonstances exceptionnelles, à la demande formulée par le cohabitant légal qui a été victime d'un fait visé aux articles 375, 398 à 400, 402, 403, 405, 409, §§ 1er à 3 et 5, et 422bis du Code pénal ou d'une tentative de commission d'un fait visé aux articles 375, 393 à 397, 401, 404 et 409, § 4, du même Code, si l'autre cohabitant légal a été reconnu coupable de ce chef comme auteur, coauteur ou complice par décision coulée en force de chose jugée ou si l'action publique à l'encontre de l'autre cohabitant légal s'est éteinte après l'application de la procédure visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle.