Artikel 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, vervangen door het koninklijk besluit van 24 maart 1967, wordt aangevuld met drie leden, luidend als volgt:
"De toereikendheid van de minimumwedde bedoeld in het eerste lid, eerste streepje, wordt vanaf 15 november 2024 om de vier jaar opnieuw beoordeeld, rekening houdend met de volgende criteria, als vastgesteld in artikel 5.2 van richtlijn 2022/2041 (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende toereikende minimumlonen in de Europese Unie:
- de koopkracht van de personeelsleden die een wedde ontvangen met toepassing van het eerste lid, rekening houdend met de kosten voor levensonderhoud;
- het algemene niveau van de wedden en lonen en de verdeling ervan;
- het groeipercentage van de wedden en lonen;
- nationale productiviteitsniveaus en -ontwikkelingen op lange termijn.
Er wordt ook rekening gehouden met de indicatieve referentiewaarde van 50% van de gemiddelde brutowedden en -lonen.
Ter gelegenheid van deze herwaardering houdt de Regering rekening met het eventuele advies van het gemeenschappelijke comité voor het geheel van de openbare diensten, bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 3°, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, overeenkomstig de federale wetgeving.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
20 NOVEMBER 2025. - Decreet houdende diverse bepalingen inzake onderwijs en tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2022/2041 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende toereikende minimumlonen in de Europese Unie
Titre
20 NOVEMBRE 2025. - Décret portant dispositions diverses pour l'enseignement et transposant partiellement la directive (UE) 2022/2041 du Parlement européen et du Conseil du 19 octobre 2022 relative à des salaires minimaux adéquats dans l'Union européenne
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Bepalingen tot gedeeltelijke omz...
Afdeling 1. - Bepaling tot wijziging van het ko...
Afdeling 2. - Bepaling tot wijziging van het ko...
Afdeling 3. - Bepaling tot wijziging van het be...
HOOFDSTUK II. - Bepalingen tot wijziging van de...
Afdeling 1. - Bepaling tot wijziging van het ko...
Afdeling 2. - Bepaling tot wijziging van het ko...
Afdeling 3. - Bepaling tot wijziging van het ko...
HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende medisch...
HOOFDSTUK IV. - Bepalingen tot vervanging van d...
Afdeling 1. - Bepaling tot wijziging van de wet...
Afdeling 2. - Bepaling tot wijziging van het be...
Afdeling 3. - Bepaling tot wijziging van het be...
Afdeling 4. - Bepaling tot wijziging van het be...
Afdeling 5. - Bepaling tot wijziging van het be...
Afdeling 6. - Bepaling tot wijziging van het be...
Afdeling 7. - Bepaling tot wijziging van het be...
Afdeling 8. - Bepaling tot wijziging van het de...
Afdeling 9. - Bepaling tot wijziging van het de...
Afdeling 10. - Bepaling tot wijziging van het d...
HOOFDSTUK V. - Bepalingen ter bestrijding van t...
Afdeling 1. - Bepalingen tot wijziging van het ...
Afdeling 2. - Bepalingen tot wijziging van het ...
Afdeling 3. - Bepaling tot wijziging van het de...
HOOFDSTUK VI. - Diverse bepalingen betreffende ...
Afdeling 1. - Bepaling tot wijziging van het be...
Afdeling 2. - Bepaling tot wijziging van het de...
Afdeling 3. - Bepaling tot wijziging van het de...
Afdeling 4. - Bepaling tot wijziging van het de...
Afdeling 5. - Bepalingen tot wijziging van het ...
Afdeling 6. - Bepaling tot wijziging van het de...
Afdeling 7. - Bepaling tot wijziging van het de...
HOOFDSTUK VII. - Bepalingen betreffende het sta...
Afdeling 1. - Wijziging van het koninklijk besl...
Afdeling 2. - Wijzigingen van het koninklijk be...
Afdeling 3. - Bepaling tot wijziging van het ko...
Afdeling 4. - Bepaling tot wijziging van het ko...
HOOFDSTUK VIII. - Externe evaluatie van de kwal...
HOOFDSTUK IX. - Bepalingen houdende diverse cor...
Afdeling 1. - Bepalingen tot wijziging van het ...
Afdeling 2. - Bepalingen tot wijziging van het ...
Afdeling 3. - Bepalingen tot wijziging van het ...
Afdeling 4. - Bepaling tot wijziging van het be...
Afdeling 5. - Bepalingen tot wijziging van het ...
Afdeling 6. - Bepaling tot wijziging van het be...
Afdeling 7. - Bepaling tot wijziging van het be...
Afdeling 8. - Maatregelen met betrekking tot he...
HOOFDSTUK X. - Bepaling tot wijziging van het W...
HOOFDSTUK XI. - Slotbepalingen
Table des matières
CHAPITRE I. - Dispositions transposant partiell...
Section 1. - Disposition modifiant l'arrêté roy...
Section 2. - Disposition modifiant l'arrêté roy...
Section 3. - Disposition modifiant l'arrêté du ...
CHAPITRE II. - Dispositions modifiant les condi...
Section 1. - Disposition modifiant l'arrêté roy...
Section 2. - Disposition modifiant l'arrêté roy...
Section 3. - Disposition modifiant l'arrêté roy...
CHAPITRE III. - Dispositions relatives au contr...
CHAPITRE IV. - Dispositions remplaçant la référ...
Section 1. - Disposition modifiant la loi du 24...
Section 2. - Disposition modifiant l'arrêté du ...
Section 3. - Disposition modifiant l'arrêté du ...
Section 4. - Disposition modifiant l'arrêté du ...
Section 5. - Disposition modifiant l'arrêté du ...
Section 6. - Disposition modifiant l'arrêté du ...
Section 7. - Disposition modifiant l'arrêté du ...
Section 8. - Disposition modifiant le décret du...
Section 9. - Disposition modifiant le décret du...
Section 10. - Disposition modifiant le décret d...
CHAPITRE V. - Dispositions visant à lutter cont...
Section 1. - Dispositions modifiant le décret d...
Section 2. - Dispositions modifiant le décret d...
Section 3. - Disposition modifiant le décret du...
CHAPITRE VI. - Dispositions diverses en matière...
Section 1. - Disposition modifiant l'arrêté de ...
Section 2. - Disposition modifiant le décret du...
Section 3. - Disposition modifiant le décret du...
Section 4. - Disposition modifiant le décret du...
Section 5. - Dispositions modifiant le décret d...
Section 6. - Disposition modifiant le décret du...
Section 7. - Disposition modifiant le décret du...
CHAPITRE VII. - Dispositions relatives aux stat...
Section 1. - Modification de l'arrêté royal du ...
Section 2. - Modifications de l'arrêté royal du...
Section 3. - Disposition modifiant l'arrêté roy...
Section 4. - Disposition modifiant l'arrêté roy...
CHAPITRE VIII. - Evaluation externe de la quali...
CHAPITRE IX. - Dispositions portant diverses mo...
Section 1. - Dispositions modifiant l'arrêté ro...
Section 2. - Dispositions modifiant l'arrêté du...
Section 3. - Dispositions modifiant l'arrêté du...
Section 4. - Disposition modifiant l'arrêté du ...
Section 5. - Dispositions modifiant l'arrêté du...
Section 6. - Disposition modifiant l'arrêté du ...
Section 7. - Disposition modifiant l'arrêté du ...
Section 8. - Mesure relative à l'Enseignement p...
CHAPITRE X. - Disposition modifiant le Code de ...
CHAPITRE XI. - Dispositions finales
Tekst (113)
Texte (113)
HOOFDSTUK I. - Bepalingen tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2022/2041 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende toereikende minimumlonen in de Europese Unie
CHAPITRE I. - Dispositions transposant partiellement la directive (UE) 2022/2041 du Parlement européen et du Conseil du 19 octobre 2022 relative à des salaires minimaux adéquats dans l'Union européenne
Afdeling 1. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs
Section 1. - Disposition modifiant l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique
Article 1er. L'article 1er de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique, remplacé par l'arrêté royal du 24 mars 1967, est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
" Le caractère adéquat du traitement minimum visé à l'alinéa 1er, premier tiret, est réévalué tous les quatre ans à partir du 15 novembre 2024, en tenant compte des critères suivants tels qu'énoncés à l'article 5.2 de la directive 2022/2041 (UE) du Parlement européen et du Conseil du 19 octobre 2022 relative à des salaires minimaux adéquats dans l'Union européenne :
- du pouvoir d'achat des membres du personnel qui perçoivent un traitement en application de l'alinéa 1er, compte tenu du coût de la vie ;
- du niveau général et de la répartition des traitements et salaires ;
- du taux de croissance des traitements et salaires ;
- des niveaux et évolutions de la productivité nationale à long terme.
Il est également tenu compte de la valeur de référence indicative de 50 % des traitements et salaire moyens bruts.
A l'occasion de cette réévaluation, le Gouvernement prend en compte l'avis éventuellement donné par le comité commun à l'ensemble des services publics, visé à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités, conformément à la législation fédérale. ".
" Le caractère adéquat du traitement minimum visé à l'alinéa 1er, premier tiret, est réévalué tous les quatre ans à partir du 15 novembre 2024, en tenant compte des critères suivants tels qu'énoncés à l'article 5.2 de la directive 2022/2041 (UE) du Parlement européen et du Conseil du 19 octobre 2022 relative à des salaires minimaux adéquats dans l'Union européenne :
- du pouvoir d'achat des membres du personnel qui perçoivent un traitement en application de l'alinéa 1er, compte tenu du coût de la vie ;
- du niveau général et de la répartition des traitements et salaires ;
- du taux de croissance des traitements et salaires ;
- des niveaux et évolutions de la productivité nationale à long terme.
Il est également tenu compte de la valeur de référence indicative de 50 % des traitements et salaire moyens bruts.
A l'occasion de cette réévaluation, le Gouvernement prend en compte l'avis éventuellement donné par le comité commun à l'ensemble des services publics, visé à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités, conformément à la législation fédérale. ".
Afdeling 2. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters, vak en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst en normaalonderwijs
Section 2. - Disposition modifiant l'arrêté royal du 1er décembre 1970 fixant le statut pécuniaire du personnel administratif, des membres du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat
Art. 2. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters, vak en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst en normaalonderwijs, gewijzigd door het koninklijk besluit van 28 januari 1975, wordt aangevuld met drie leden, luidend als volgt:
"De toereikendheid van de minimumwedde bedoeld in het eerste lid, eerste streepje, wordt vanaf 15 november 2024 om de vier jaar opnieuw beoordeeld, rekening houdend met de volgende criteria, als vastgesteld in artikel 5.2 van richtlijn 2022/2041 (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende toereikende minimumlonen in de Europese Unie:
- de koopkracht van de personeelsleden die een wedde ontvangen met toepassing van het eerste lid, rekening houdend met de kosten voor levensonderhoud;
- het algemene niveau van de wedden en lonen en de verdeling ervan;
- het groeipercentage van de wedden en lonen;
- nationale productiviteitsniveaus en -ontwikkelingen op lange termijn.
Er wordt ook rekening gehouden met de indicatieve referentiewaarde van 50% van de gemiddelde brutowedden en -lonen.
Ter gelegenheid van deze herwaardering houdt de Regering rekening met het eventuele advies van het gemeenschappelijke comité voor het geheel van de openbare diensten, bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 3°, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, overeenkomstig de federale wetgeving.".
"De toereikendheid van de minimumwedde bedoeld in het eerste lid, eerste streepje, wordt vanaf 15 november 2024 om de vier jaar opnieuw beoordeeld, rekening houdend met de volgende criteria, als vastgesteld in artikel 5.2 van richtlijn 2022/2041 (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende toereikende minimumlonen in de Europese Unie:
- de koopkracht van de personeelsleden die een wedde ontvangen met toepassing van het eerste lid, rekening houdend met de kosten voor levensonderhoud;
- het algemene niveau van de wedden en lonen en de verdeling ervan;
- het groeipercentage van de wedden en lonen;
- nationale productiviteitsniveaus en -ontwikkelingen op lange termijn.
Er wordt ook rekening gehouden met de indicatieve referentiewaarde van 50% van de gemiddelde brutowedden en -lonen.
Ter gelegenheid van deze herwaardering houdt de Regering rekening met het eventuele advies van het gemeenschappelijke comité voor het geheel van de openbare diensten, bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 3°, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, overeenkomstig de federale wetgeving.".
Art. 2. L'article 1er de l'arrêté royal du 1er décembre 1970 fixant le statut pécuniaire du personnel administratif, du personnel de maitrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, modifié par l'arrêté royal du 28 janvier 1975, est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
" Le caractère adéquat du traitement minimum visé à l'alinéa 1er, premier tiret, est réévalué tous les quatre ans à partir du 15 novembre 2024, en tenant compte des critères suivants tels qu'énoncés à l'article 5.2 de la directive 2022/2041 (UE) du Parlement européen et du Conseil du 19 octobre 2022 relative à des salaires minimaux adéquats dans l'Union européenne :
- du pouvoir d'achat des membres du personnel qui perçoivent un traitement en application de l'alinéa 1er, compte tenu du coût de la vie ;
- du niveau général et de la répartition des traitements et salaires ;
- du taux de croissance des traitements et salaires ;
- des niveaux et évolutions de la productivité nationale à long terme.
Il est également tenu compte de la valeur de référence indicative de 50 % des traitements et salaire moyens bruts.
A l'occasion de cette réévaluation, le Gouvernement prend en compte l'avis éventuellement donné par le comité commun à l'ensemble des services publics, visé à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités, conformément à la législation fédérale. ".
" Le caractère adéquat du traitement minimum visé à l'alinéa 1er, premier tiret, est réévalué tous les quatre ans à partir du 15 novembre 2024, en tenant compte des critères suivants tels qu'énoncés à l'article 5.2 de la directive 2022/2041 (UE) du Parlement européen et du Conseil du 19 octobre 2022 relative à des salaires minimaux adéquats dans l'Union européenne :
- du pouvoir d'achat des membres du personnel qui perçoivent un traitement en application de l'alinéa 1er, compte tenu du coût de la vie ;
- du niveau général et de la répartition des traitements et salaires ;
- du taux de croissance des traitements et salaires ;
- des niveaux et évolutions de la productivité nationale à long terme.
Il est également tenu compte de la valeur de référence indicative de 50 % des traitements et salaire moyens bruts.
A l'occasion de cette réévaluation, le Gouvernement prend en compte l'avis éventuellement donné par le comité commun à l'ensemble des services publics, visé à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités, conformément à la législation fédérale. ".
Afdeling 3. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 oktober 1993 houdende bezoldigingsregeling van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap
Section 3. - Disposition modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 25 octobre 1993 portant statut pécuniaire des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation de l'enseignement de promotion sociale de la Communauté française
Art. 3. Artikel 1 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 oktober 1993 houdende bezoldigingsregeling van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap wordt aangevuld met drie leden, luidend als volgt:
"De toereikendheid van de minimumwedde bedoeld in het eerste lid, eerste streepje, wordt vanaf 15 november 2024 om de vier jaar opnieuw beoordeeld, rekening houdend met de volgende criteria, als vastgesteld in artikel 5.2 van richtlijn 2022/2041 (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende toereikende minimumlonen in de Europese Unie:
- de koopkracht van de personeelsleden die een wedde ontvangen met toepassing van het eerste lid, rekening houdend met de kosten voor levensonderhoud;
- het algemene niveau van de wedden en lonen en de verdeling ervan;
- het groeipercentage van de wedden en lonen;
- nationale productiviteitsniveaus en -ontwikkelingen op lange termijn.
Er wordt ook rekening gehouden met de indicatieve referentiewaarde van 50% van de gemiddelde brutowedden en -lonen.
Ter gelegenheid van deze herwaardering houdt de Regering rekening met het eventuele advies van het gemeenschappelijke comité voor het geheel van de openbare diensten, bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 3°, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, overeenkomstig de federale wetgeving.".
"De toereikendheid van de minimumwedde bedoeld in het eerste lid, eerste streepje, wordt vanaf 15 november 2024 om de vier jaar opnieuw beoordeeld, rekening houdend met de volgende criteria, als vastgesteld in artikel 5.2 van richtlijn 2022/2041 (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende toereikende minimumlonen in de Europese Unie:
- de koopkracht van de personeelsleden die een wedde ontvangen met toepassing van het eerste lid, rekening houdend met de kosten voor levensonderhoud;
- het algemene niveau van de wedden en lonen en de verdeling ervan;
- het groeipercentage van de wedden en lonen;
- nationale productiviteitsniveaus en -ontwikkelingen op lange termijn.
Er wordt ook rekening gehouden met de indicatieve referentiewaarde van 50% van de gemiddelde brutowedden en -lonen.
Ter gelegenheid van deze herwaardering houdt de Regering rekening met het eventuele advies van het gemeenschappelijke comité voor het geheel van de openbare diensten, bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 3°, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, overeenkomstig de federale wetgeving.".
Art. 3. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 25 octobre 1993 portant statut pécuniaire des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation de l'enseignement de promotion sociale de la Communauté française est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
" Le caractère adéquat du traitement minimum visé à l'alinéa 1er, premier tiret, est réévalué tous les quatre ans à partir du 15 novembre 2024, en tenant compte des critères suivants tels qu'énoncés à l'article 5.2 de la directive 2022/2041 (UE) du Parlement européen et du Conseil du 19 octobre 2022 relative à des salaires minimaux adéquats dans l'Union européenne :
- du pouvoir d'achat des membres du personnel qui perçoivent un traitement en application de l'alinéa 1er, compte tenu du coût de la vie ;
- du niveau général et de la répartition des traitements et salaires ;
- du taux de croissance des traitements et salaires ;
- des niveaux et évolutions de la productivité nationale à long terme.
Il est également tenu compte de la valeur de référence indicative de 50 % des traitements et salaire moyens bruts.
A l'occasion de cette réévaluation, le Gouvernement prend en compte l'avis éventuellement donné par le comité commun à l'ensemble des services publics, visé à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités, conformément à la législation fédérale. ".
" Le caractère adéquat du traitement minimum visé à l'alinéa 1er, premier tiret, est réévalué tous les quatre ans à partir du 15 novembre 2024, en tenant compte des critères suivants tels qu'énoncés à l'article 5.2 de la directive 2022/2041 (UE) du Parlement européen et du Conseil du 19 octobre 2022 relative à des salaires minimaux adéquats dans l'Union européenne :
- du pouvoir d'achat des membres du personnel qui perçoivent un traitement en application de l'alinéa 1er, compte tenu du coût de la vie ;
- du niveau général et de la répartition des traitements et salaires ;
- du taux de croissance des traitements et salaires ;
- des niveaux et évolutions de la productivité nationale à long terme.
Il est également tenu compte de la valeur de référence indicative de 50 % des traitements et salaire moyens bruts.
A l'occasion de cette réévaluation, le Gouvernement prend en compte l'avis éventuellement donné par le comité commun à l'ensemble des services publics, visé à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités, conformément à la législation fédérale. ".
HOOFDSTUK II. - Bepalingen tot wijziging van de voorwaarden voor toekenning van het buitengewone verlof in geval van overmacht
CHAPITRE II. - Dispositions modifiant les conditions d'octroi du congé exceptionnel pour cas de force majeure
Afdeling 1. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 december 1967 genomen ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters, vak en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst en normaalonderwijs
Section 1. - Disposition modifiant l'arrêté royal du 8 décembre 1967 pris en application de l'article 3 de l'arrêté royal du 28 février 1967 déterminant les positions administratives du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat
Art. 4. In artikel 4bis, eerste lid, van het koninklijk besluit van 8 december 1967 genomen ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters, vak en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst en normaalonderwijs, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 18 januari 2024, worden de woorden ", van een wettelijke voogdij of in het kader van de plaatsing in een pleeggezin" ingevoegd na de woorden "een persoon opgenomen met het oog op adoptie of onofficiële voogdij".
Art. 4. A l'article 4bis, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 8 décembre 1967 pris en application de l'article 3 de l'arrêté royal du 28 février 1967 déterminant les positions administratives du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, tel que modifié en dernier lieu par décret du 18 janvier 2024, les termes " , d'une tutelle légale ou dans le cadre du placement en famille d'accueil " sont insérés après les termes " une personne accueillie en vue de son adoption ou de l'exercice d'une tutelle officieuse ".
Afdeling 2. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen van kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen
Section 2. - Disposition modifiant l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements
Art. 5. In artikel 5bis, eerste lid, van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen van kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 18 januari 2024, worden de woorden ", van een wettelijke voogdij of in het kader van de plaatsing in een pleeggezin" ingevoegd na de woorden "een persoon opgenomen met het oog op adoptie of onofficiële voogdij".
Art. 5. A l'article 5bis, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, tel que modifié en dernier lieu par décret du 18 janvier 2024, les termes " , d'une tutelle légale ou dans le cadre du placement en famille d'accueil " sont insérés après les termes " une personne accueillie en vue de son adoption ou de l'exercice d'une tutelle officieuse ".
Afdeling 3. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten
Section 3. - Disposition modifiant l'arrêté royal du 19 mai 1981 relatif aux vacances et aux congés des membres stagiaires ou nommés à titre définitif du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat, des centres de formation de l'Etat et des services d'inspection
Art. 6. In artikel 5, eerste lid, van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten, zoals vervangen door het decreet van 18 januari 2024, worden de woorden ", van een wettelijke voogdij of in het kader van de plaatsing in een pleeggezin" ingevoegd na de woorden "een persoon opgenomen met het oog op adoptie of onofficiële voogdij".
Art. 6. A l'article 5, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 19 mai 1981 relatif aux vacances et aux congés des membres stagiaires ou nommés à titre définitif du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat, des centres de formation de l'Etat et des services d'inspection, tel que remplacé par le décret du 18 janvier 2024, les termes " , d'une tutelle légale ou dans le cadre du placement en famille d'accueil " sont insérés après les termes " une personne accueillie en vue de son adoption ou de l'exercice d'une tutelle officieuse ".
HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende medische controle en tot wijziging van het decreet van 22 december 1994 houdende dringende maatregelen inzake het onderwijs
CHAPITRE III. - Dispositions relatives au contrôle médical et modifiant le décret du 22 décembre 1994 portant des mesures urgentes en matière d'enseignement
Art. 7. In artikel 2, eerste lid, van het decreet van 22 december 1994 houdende dringende maatregelen inzake het onderwijs, zoals gewijzigd door het decreet van 5 juli 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "betreffende de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de psycho-medisch-sociale centra" worden vervangen door de woorden "betreffende de psycho-medisch-sociale centra";
2° de woorden "van het koninklijk besluit van 15 mei 1928 betreffende het inspectiereglement voor het lager onderwijs," worden geschrapt;
3° de woorden ", van het decreet van 8 maart 2007 betreffende de algemene inspectiedienst, de dienst voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de cellen voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs en betreffende het statuut van de personeelsleden van de algemene inspectiedienst en van de pedagogische adviseurs" worden ingevoegd tussen de woorden "gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap" en de woorden ") en de contractuele personeelsleden".
1° de woorden "betreffende de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de psycho-medisch-sociale centra" worden vervangen door de woorden "betreffende de psycho-medisch-sociale centra";
2° de woorden "van het koninklijk besluit van 15 mei 1928 betreffende het inspectiereglement voor het lager onderwijs," worden geschrapt;
3° de woorden ", van het decreet van 8 maart 2007 betreffende de algemene inspectiedienst, de dienst voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de cellen voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs en betreffende het statuut van de personeelsleden van de algemene inspectiedienst en van de pedagogische adviseurs" worden ingevoegd tussen de woorden "gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap" en de woorden ") en de contractuele personeelsleden".
Art. 7. A l'article 2, alinéa 1er, du décret du 22 décembre 1994 portant des mesures urgentes en matière d'enseignement, tel que modifié par décret du 5 juillet 2000, les modifications suivantes sont apportées :
1° les termes " sur les offices d'orientation scolaire et professionnelle et les centres psycho-médico-sociaux " sont remplacés par les termes " relative aux centres psycho-médico-sociaux " ;
2° les termes " de l'arrêté royal du 15 mai 1928 relatif au règlement concernant l'inspection de l'enseignement primaire, " sont supprimés ;
3° les termes " , du décret du 8 mars 2007 relatif au service général de l'inspection, au service de conseil et de soutien pédagogiques de l'enseignement organisé par la Communauté française, aux cellules de conseil et de soutien pédagogiques de l'enseignement subventionné par la Communauté française et au statut des membres du personnel du service général de l'inspection et des conseillers pédagogiques " sont insérés entre les termes " subventionnées par la Communauté française " et les termes " ainsi que les membres du personnel contractuel ".
1° les termes " sur les offices d'orientation scolaire et professionnelle et les centres psycho-médico-sociaux " sont remplacés par les termes " relative aux centres psycho-médico-sociaux " ;
2° les termes " de l'arrêté royal du 15 mai 1928 relatif au règlement concernant l'inspection de l'enseignement primaire, " sont supprimés ;
3° les termes " , du décret du 8 mars 2007 relatif au service général de l'inspection, au service de conseil et de soutien pédagogiques de l'enseignement organisé par la Communauté française, aux cellules de conseil et de soutien pédagogiques de l'enseignement subventionné par la Communauté française et au statut des membres du personnel du service général de l'inspection et des conseillers pédagogiques " sont insérés entre les termes " subventionnées par la Communauté française " et les termes " ainsi que les membres du personnel contractuel ".
Art. 8. Het tweede lid van artikel 4 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt:
"Het inrichtingshoofd, de centrumdirecteur of hiërarchische meerdere stelt alle personeelsleden in kennis van het te gebruiken modelattest en geeft daarbij duidelijk aan waar het kan worden gedownload of verstrekt, op verzoek van het personeelslid, een of meer gedrukte versies.".
"Het inrichtingshoofd, de centrumdirecteur of hiërarchische meerdere stelt alle personeelsleden in kennis van het te gebruiken modelattest en geeft daarbij duidelijk aan waar het kan worden gedownload of verstrekt, op verzoek van het personeelslid, een of meer gedrukte versies.".
Art. 8. L'alinéa 2 de l'article 4 du même décret est remplacé par ce qui suit :
" Le chef d'établissement ou le directeur de centre ou supérieur hiérarchique informe tous les membres de son personnel du modèle de certificat à utiliser, en indiquant clairement où chacun peut le télécharger ou en lui fournissant une ou plusieurs versions imprimées si le membre du personnel le demande. ".
" Le chef d'établissement ou le directeur de centre ou supérieur hiérarchique informe tous les membres de son personnel du modèle de certificat à utiliser, en indiquant clairement où chacun peut le télécharger ou en lui fournissant une ou plusieurs versions imprimées si le membre du personnel le demande. ".
Art. 9. In artikel 5 van hetzelfde decreet wordt het derde lid, vervangen door het decreet van 17 oktober 2013, vervangen als volgt:
"Op de eerste dag van de afwezigheid wordt het medisch attest door het personeelslid op eigen kosten aan de controle-instelling bezorgd via het beveiligde elektronische kanaal dat de controle-instelling ter beschikking stelt, per e-mail of bij een gefrankeerde postbrief.".
"Op de eerste dag van de afwezigheid wordt het medisch attest door het personeelslid op eigen kosten aan de controle-instelling bezorgd via het beveiligde elektronische kanaal dat de controle-instelling ter beschikking stelt, per e-mail of bij een gefrankeerde postbrief.".
Art. 9. Dans l'article 5 du même décret, l'alinéa 3, remplacé par le décret du 17 octobre 2013, est remplacé par ce qui suit :
" Le premier jour de l'absence, le certificat médical est transmis à l'organisme de contrôle par le membre du personnel, à ses frais, via le canal électronique sécurisé mis à disposition par l'organisme de contrôle, par courriel ou par courrier postal affranchi. ".
" Le premier jour de l'absence, le certificat médical est transmis à l'organisme de contrôle par le membre du personnel, à ses frais, via le canal électronique sécurisé mis à disposition par l'organisme de contrôle, par courriel ou par courrier postal affranchi. ".
Art. 10. Artikel 9 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt:
"Art. 9. Voor het controleonderzoek worden personeelsleden die toestemming hebben om hun woon- of verblijfplaats te verlaten, door de controle-instelling opgeroepen naar de praktijk van de controlearts.
In afwijking van het eerste lid verricht de controlearts in uitzonderlijke omstandigheden het controleonderzoek op de woon- of verblijfplaats van het personeelslid.
Voor personeelsleden die overeenkomstig hun medisch attest hun woon- of verblijfplaats niet mogen verlaten, vindt het controleonderzoek op hun woon- of verblijfplaats plaats.
In alle gevallen waarin de controlearts het controleonderzoek op de woon- of verblijfplaats van het personeelslid verricht, moet hij het controleonderzoek niet aankondigen.
In alle gevallen moeten personeelsleden ter beschikking van de controlearts blijven.".
"Art. 9. Voor het controleonderzoek worden personeelsleden die toestemming hebben om hun woon- of verblijfplaats te verlaten, door de controle-instelling opgeroepen naar de praktijk van de controlearts.
In afwijking van het eerste lid verricht de controlearts in uitzonderlijke omstandigheden het controleonderzoek op de woon- of verblijfplaats van het personeelslid.
Voor personeelsleden die overeenkomstig hun medisch attest hun woon- of verblijfplaats niet mogen verlaten, vindt het controleonderzoek op hun woon- of verblijfplaats plaats.
In alle gevallen waarin de controlearts het controleonderzoek op de woon- of verblijfplaats van het personeelslid verricht, moet hij het controleonderzoek niet aankondigen.
In alle gevallen moeten personeelsleden ter beschikking van de controlearts blijven.".
Art. 10. L'article 9 du même décret est remplacé par ce qui suit :
" Art. 9. Pour l'examen de contrôle, les membres du personnel autorisés à quitter leur domicile ou lieu de résidence sont convoqués au cabinet du médecin-contrôleur par l'organisme de contrôle.
Par dérogation à l'alinéa 1er, dans des circonstances exceptionnelles, le médecin-contrôleur réalise l'examen de contrôle au domicile ou au lieu de résidence du membre du personnel.
Pour les membres du personnel qui ne sont pas autorisés à quitter leur domicile ou lieu de résidence conformément à leur certificat médical, l'examen de contrôle se fait à leur domicile ou lieu de résidence.
Dans tous les cas, où le médecin-contrôleur effectue l'examen de contrôle au domicile ou lieu de résidence du membre du personnel, il ne doit pas annoncer l'examen de contrôle.
Dans tous les cas, les membres du personnel doivent rester à la disposition du médecin contrôleur. ".
" Art. 9. Pour l'examen de contrôle, les membres du personnel autorisés à quitter leur domicile ou lieu de résidence sont convoqués au cabinet du médecin-contrôleur par l'organisme de contrôle.
Par dérogation à l'alinéa 1er, dans des circonstances exceptionnelles, le médecin-contrôleur réalise l'examen de contrôle au domicile ou au lieu de résidence du membre du personnel.
Pour les membres du personnel qui ne sont pas autorisés à quitter leur domicile ou lieu de résidence conformément à leur certificat médical, l'examen de contrôle se fait à leur domicile ou lieu de résidence.
Dans tous les cas, où le médecin-contrôleur effectue l'examen de contrôle au domicile ou lieu de résidence du membre du personnel, il ne doit pas annoncer l'examen de contrôle.
Dans tous les cas, les membres du personnel doivent rester à la disposition du médecin contrôleur. ".
HOOFDSTUK IV. - Bepalingen tot vervanging van de verwijzing naar de leeftijd van 65 jaar door de wettelijke pensioenleeftijd en die een personeelslid toestaan te werken in geval van tekort
CHAPITRE IV. - Dispositions remplaçant la référence à l'âge de 65 ans par l'âge légal de la pension de retraite et permettant à un membre du personnel de travailler en cas de pénurie
Afdeling 1. - Bepaling tot wijziging van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977
Section 1. - Disposition modifiant la loi du 24 décembre 1976 relative aux propositions budgétaires 1976-1977
Art. 11. In het tweede lid van artikel 76 van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 16 maart 2023, wordt punt 1 vervangen als volgt:
"1. aangesteld of aangeworven op hun verzoek en met instemming van de inrichtende macht op tijdelijke basis in geval van een tekort, blijkend uit het ontbreken van een geldige kandidatuur".
"1. aangesteld of aangeworven op hun verzoek en met instemming van de inrichtende macht op tijdelijke basis in geval van een tekort, blijkend uit het ontbreken van een geldige kandidatuur".
Art. 11. A l'alinéa 2 de l'article 76 de la loi du 24 décembre 1976 relative aux propositions budgétaires 1976-1977, tel que modifié en dernier lieu par décret du 16 mars 2023, le point 1 est remplacé comme suit :
" 1. désignés ou engagés, en cas de pénurie attestée par l'absence de toute candidature valable, à leur demande et en cas d'accord du pouvoir organisateur, à titre temporaire ".
" 1. désignés ou engagés, en cas de pénurie attestée par l'absence de toute candidature valable, à leur demande et en cas d'accord du pouvoir organisateur, à titre temporaire ".
Afdeling 2. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het officieel gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd kleuter- en lager onderwijs
Section 2. - Disposition modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement préscolaire et primaire officiel subventionné, ordinaire et spécialisé
Art. 12. In artikel 5, § 1, 3°, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het officieel gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd kleuter- en lager onderwijs, worden de woorden "65 jaar zijn" vervangen door de woorden "de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt".
Art. 12. A l'article 5, § 1er, 3°, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement préscolaire et primaire officiel subventionné, ordinaire et spécialisé, les termes " de 65 ans " sont remplacés par les termes " légal de la pension de retraite ".
Afdeling 3. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het vrij gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd kleuter- en lager onderwijs
Section 3. - Disposition modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement préscolaire et primaire libre subventionné, ordinaire et spécialisé
Art. 13. In artikel 5, § 1, 3°, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het vrij gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd kleuter- en lager onderwijs, worden de woorden "65 jaar zijn" vervangen door de woorden "de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt".
Art. 13. A l'article 5, § 1er, 3°, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement préscolaire et primaire libre subventionné, ordinaire et spécialisé, les termes " de 65 ans " sont remplacés par les termes " légal de la pension de retraite ".
Afdeling 4. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het gesubsidieerd officieel gewoon en gespecialiseerd onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan en kunstonderwijs
Section 4. - Disposition modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans les enseignements secondaire ordinaire et spécialisé, secondaire artistique à horaire réduit, et artistique officiels subventionnés
Art. 14. In artikel 5, § 1, eerste lid, 3°, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het gesubsidieerd officieel gewoon en gespecialiseerd onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan en kunstonderwijs, worden de woorden "65 jaar zijn" vervangen door de woorden "de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt".
Art. 14. A l'article 5, § 1er, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans les enseignements secondaire ordinaire et spécialisé, secondaire artistique à horaire réduit, et artistique officiels subventionnés, les termes " de 65 ans " sont remplacés par les termes " légal de la pension de retraite ".
Afdeling 5. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het gesubsidieerd vrij gewoon en gespecialiseerd onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan en kunstonderwijs
Section 5. - Disposition modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans les enseignements secondaire ordinaire et spécialisé, secondaire artistique à horaire réduit, et artistique libres subventionnés
Art. 15. In artikel 9, § 1, eerste lid, 3°, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het gesubsidieerd vrij gewoon en gespecialiseerd onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan en kunstonderwijs, worden de woorden "65 jaar zijn" vervangen door de woorden "de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt".
Art. 15. A l'article 9, § 1er, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans les enseignements secondaire ordinaire et spécialisé, secondaire artistique à horaire réduit, et artistique libres subventionnés, les termes " de 65 ans " sont remplacés par les termes " légal de la pension de retraite ".
Afdeling 6. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 september 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het officieel gesubsidieerd Volwassenenonderwijs
Section 6. - Disposition modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 12 septembre 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'Enseignement pour Adultes officiel subventionné
Art. 16. In artikel 5, § 1, eerste lid, 2°, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 september 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het officieel gesubsidieerd Volwassenenonderwijs, worden de woorden "65 jaar zijn" vervangen door de woorden "de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt".
Art. 16. A l'article 5, § 1er, alinéa 1er, 2°, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 12 septembre 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'Enseignement pour Adultes officiel subventionné, les termes " de 65 ans " sont remplacés par les termes " légal de la pension de retraite ".
Afdeling 7. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 september 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het gesubsidieerd vrij Volwassenenonderwijs
Section 7. - Disposition modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 12 septembre 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'Enseignement pour Adultes libre subventionné
Art. 17. In artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 september 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het gesubsidieerd vrij Volwassenenonderwijs, worden de woorden "65 jaar zijn" vervangen door de woorden "de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt".
Art. 17. A l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 2°, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 12 septembre 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'Enseignement pour Adultes libre subventionné, les termes " de 65 ans " sont remplacés par les termes " légal de la pension de retraite ".
Afdeling 8. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra
Section 8. - Disposition modifiant le décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psycho-médico-sociaux officiels subventionnés
Art. 18. In artikel 58, 2°, van het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra, worden de woorden "de leeftijd van 65 jaar" vervangen door de woorden "de wettelijke pensioenleeftijd".
Art. 18. A l'article 58, 2°, du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psycho-médico-sociaux officiels subventionnés, les mots " de 65 ans " sont remplacés par les mots " légal de la retraite ".
Afdeling 9. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale centra
Section 9. - Disposition modifiant le décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psycho-médico-sociaux libres subventionnés
Art. 19. In artikel 69, 2°, van het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale centra, worden de woorden "de leeftijd van 65 jaar" vervangen door de woorden "de wettelijke pensioenleeftijd".
Art. 19. A l'article 69, 2°, du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psycho-médico-sociaux libres subventionnés, les mots " de 65 ans " sont remplacés par les mots " légal de la retraite ".
Afdeling 10. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 10 maart 2006 betreffende de statuten van de leermeesters godsdienst en de leraars godsdienst
Section 10. - Disposition modifiant le décret du 10 mars 2006 relatif aux statuts des maîtres de religion et professeurs de religion
Art. 20. In artikel 83, eerste lid, 3°, van het decreet van 10 maart 2006 betreffende de statuten van de leermeesters godsdienst en de leraars godsdienst, worden de woorden "de leeftijd van 65 jaar" vervangen door de woorden "de wettelijke pensioenleeftijd".
Art. 20. A l'article 83, alinéa 1er, 3°, du décret du 10 mars 2006 relatif aux statuts des maîtres de religion et professeurs de religion, les mots " de 65 ans " sont remplacés par les mots " légal de la retraite ".
HOOFDSTUK V. - Bepalingen ter bestrijding van tekorten in selectie- en bevorderingsfuncties, met uitzondering van directeurs en adjunct-directeurs
CHAPITRE V. - Dispositions visant à lutter contre la pénurie dans les fonctions de sélection et de promotion autres que directeurs et directeurs-adjoints
Afdeling 1. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs
Section 1. - Dispositions modifiant le décret du 1er février 1993 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné
Art. 21. Artikel 53, § 3, eerste lid, van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs, zoals vervangen door het decreet van 14 maart 2019, wordt vervangen als volgt:
"Een inrichtende macht die verklaart dat zij een oproep tot het indienen van kandidaturen heeft gepubliceerd en na deze eerste oproep geen geldige kandidatuur heeft ontvangen, kan een tweede oproep tot het indienen van kandidaturen publiceren om de volgende personen aan te werven:
- een adjunct-directeur die niet voldoet aan de voorwaarde bedoeld in 3° van § 2;
- een opvoeder-huismeester of een directiesecretaris die niet voldoet aan de in § 1 bedoelde voorwaarde 1°, voor zover een eerste oproep is gedaan aan de kandidaten die voldoen aan de in § 1, eerste lid, bedoelde voorwaarden en aan de kandidaten die voldoen aan de in artikel 54sexies, eerste lid, bedoelde voorwaarden.".
"Een inrichtende macht die verklaart dat zij een oproep tot het indienen van kandidaturen heeft gepubliceerd en na deze eerste oproep geen geldige kandidatuur heeft ontvangen, kan een tweede oproep tot het indienen van kandidaturen publiceren om de volgende personen aan te werven:
- een adjunct-directeur die niet voldoet aan de voorwaarde bedoeld in 3° van § 2;
- een opvoeder-huismeester of een directiesecretaris die niet voldoet aan de in § 1 bedoelde voorwaarde 1°, voor zover een eerste oproep is gedaan aan de kandidaten die voldoen aan de in § 1, eerste lid, bedoelde voorwaarden en aan de kandidaten die voldoen aan de in artikel 54sexies, eerste lid, bedoelde voorwaarden.".
Art. 21. L'article 53, § 3, alinéa 1er, du décret du 1er février 1993 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné, tel que remplacé par le décret du 14 mars 2019, est remplacé comme suit :
" Un pouvoir organisateur qui atteste avoir lancé un appel à candidatures et n'avoir pas reçu de candidature valable après ce premier appel, peut lancer un second appel à candidatures pour recruter :
- un directeur adjoint ne remplissant pas la condition visée au 3° du § 2 ;
- un éducateur-économe ou un secrétaire de direction ne remplissant pas la condition 1° visée au § 1er, à condition d'avoir lancé un premier appel aux candidats remplissant les conditions visées au § 1er, alinéa 1er, et aux candidats remplissant les conditions visées à l'article 54sexies, alinéa 1er. ".
" Un pouvoir organisateur qui atteste avoir lancé un appel à candidatures et n'avoir pas reçu de candidature valable après ce premier appel, peut lancer un second appel à candidatures pour recruter :
- un directeur adjoint ne remplissant pas la condition visée au 3° du § 2 ;
- un éducateur-économe ou un secrétaire de direction ne remplissant pas la condition 1° visée au § 1er, à condition d'avoir lancé un premier appel aux candidats remplissant les conditions visées au § 1er, alinéa 1er, et aux candidats remplissant les conditions visées à l'article 54sexies, alinéa 1er. ".
Art. 22. Artikel 54, eerste lid, van hetzelfde decreet, zoals laatst vervangen door het decreet van 14 maart 2019, wordt vervangen als volgt:
"In afwijking van artikel 53, § 1, eerste lid, 1° en 4°, zijn de voorwaarden van anciënniteit en de oproeping van kandidaten niet vereist voor elke aanstelling van vijftien weken of minder. In afwijking van artikel 53, § 2, eerste lid, 3° en 4°, zijn de voorwaarden van de oproeping van kandidaten en anciënniteit niet vereist voor elke aanstelling van vijftien weken of minder.".
"In afwijking van artikel 53, § 1, eerste lid, 1° en 4°, zijn de voorwaarden van anciënniteit en de oproeping van kandidaten niet vereist voor elke aanstelling van vijftien weken of minder. In afwijking van artikel 53, § 2, eerste lid, 3° en 4°, zijn de voorwaarden van de oproeping van kandidaten en anciënniteit niet vereist voor elke aanstelling van vijftien weken of minder.".
Art. 22. L'article 54, alinéa 1er, du même décret, tel que remplacé en dernier lieu par décret du 14 mars 2019, est remplacé comme suit :
" Par dérogation à l'article 53, § 1er, alinéa 1er, 1° et 4°, les conditions d'ancienneté et de l'appel à candidatures ne sont pas exigées pour toute désignation d'une durée égale ou inférieure à quinze semaines. Par dérogation à l'article 53, § 2, alinéa 1er, 3° et 4°, les conditions de l'appel à candidatures et de l'ancienneté ne sont pas exigées pour toute désignation d'une durée égale ou inférieure à quinze semaines. ".
" Par dérogation à l'article 53, § 1er, alinéa 1er, 1° et 4°, les conditions d'ancienneté et de l'appel à candidatures ne sont pas exigées pour toute désignation d'une durée égale ou inférieure à quinze semaines. Par dérogation à l'article 53, § 2, alinéa 1er, 3° et 4°, les conditions de l'appel à candidatures et de l'ancienneté ne sont pas exigées pour toute désignation d'une durée égale ou inférieure à quinze semaines. ".
Art. 23. Artikel 60, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, zoals laatst vervangen door het decreet van 14 maart 2019, wordt vervangen als volgt:
"In afwijking van § 1, eerste lid, 1° en 4°, zijn voor elke aanwerving van vijftien weken of minder de voorwaarden van anciënniteit en oproep tot kandidatuur niet vereist.".
"In afwijking van § 1, eerste lid, 1° en 4°, zijn voor elke aanwerving van vijftien weken of minder de voorwaarden van anciënniteit en oproep tot kandidatuur niet vereist.".
Art. 23. L'article 60, § 2, alinéa 1er, du même décret, tel que remplacé en dernier lieu par décret du 14 mars 2019, est remplacé comme suit :
" Par dérogation au § 1er, alinéa 1er, 1° et 4°, pour tout engagement d'une durée égale ou inférieure à quinze semaines, les conditions d'ancienneté et d'appel à candidatures ne sont pas exigées. ".
" Par dérogation au § 1er, alinéa 1er, 1° et 4°, pour tout engagement d'une durée égale ou inférieure à quinze semaines, les conditions d'ancienneté et d'appel à candidatures ne sont pas exigées. ".
Afdeling 2. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs
Section 2. - Dispositions modifiant le décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné
Art. 24. Artikel 42, § 3, eerste lid, van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs, zoals vervangen door het decreet van 14 maart 2019, wordt vervangen als volgt:
"Een inrichtende macht die verklaart dat zij een oproep tot het indienen van kandidaturen heeft gepubliceerd en na deze eerste oproep geen geldige kandidatuur heeft ontvangen, kan een tweede oproep tot het indienen van kandidaturen publiceren om de volgende personen aan te werven:
- een adjunct-directeur die niet voldoet aan de voorwaarde bedoeld in 3° van § 2;
- een opvoeder-huismeester of een directiesecretaris die niet voldoet aan de in § 1 bedoelde voorwaarde 1°, voor zover een eerste oproep is gedaan aan de kandidaten die voldoen aan de in § 1, eerste lid, bedoelde voorwaarden en aan de kandidaten die voldoen aan de in artikel 44, eerste lid, bedoelde voorwaarden.".
"Een inrichtende macht die verklaart dat zij een oproep tot het indienen van kandidaturen heeft gepubliceerd en na deze eerste oproep geen geldige kandidatuur heeft ontvangen, kan een tweede oproep tot het indienen van kandidaturen publiceren om de volgende personen aan te werven:
- een adjunct-directeur die niet voldoet aan de voorwaarde bedoeld in 3° van § 2;
- een opvoeder-huismeester of een directiesecretaris die niet voldoet aan de in § 1 bedoelde voorwaarde 1°, voor zover een eerste oproep is gedaan aan de kandidaten die voldoen aan de in § 1, eerste lid, bedoelde voorwaarden en aan de kandidaten die voldoen aan de in artikel 44, eerste lid, bedoelde voorwaarden.".
Art. 24. L'article 42, § 3, alinéa 1er, du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement officiel subventionné, tel que remplacé par le décret du 14 mars 2019, est remplacé comme suit :
" Un pouvoir organisateur qui atteste avoir lancé un appel à candidatures et n'avoir pas reçu de candidature valable après ce premier appel, peut lancer un second appel à candidatures pour recruter :
- un directeur adjoint ne remplissant pas la condition visée au 3° du § 2 ;
- un éducateur-économe ou un secrétaire de direction ne remplissant pas la condition 1° visée au § 1er, à condition d'avoir lancé un premier appel aux candidats remplissant les conditions visées au § 1er, alinéa 1er, et aux candidats remplissant les conditions visées à l'article 44, alinéa 1er. ".
" Un pouvoir organisateur qui atteste avoir lancé un appel à candidatures et n'avoir pas reçu de candidature valable après ce premier appel, peut lancer un second appel à candidatures pour recruter :
- un directeur adjoint ne remplissant pas la condition visée au 3° du § 2 ;
- un éducateur-économe ou un secrétaire de direction ne remplissant pas la condition 1° visée au § 1er, à condition d'avoir lancé un premier appel aux candidats remplissant les conditions visées au § 1er, alinéa 1er, et aux candidats remplissant les conditions visées à l'article 44, alinéa 1er. ".
Art. 25. Artikel 42bis, eerste lid, van hetzelfde decreet, zoals ingevoegd door het decreet van 14 maart 2019, wordt vervangen als volgt:
"In afwijking van artikel 42, § 1, eerste lid, 1° en 4°, zijn de voorwaarden van anciënniteit en de oproeping van kandidaten niet vereist voor elke aanstelling van vijftien weken of minder. In afwijking van artikel 42, § 2, eerste lid, 3° en 4°, zijn de voorwaarden van de oproeping van kandidaten en anciënniteit niet vereist voor elke aanstelling van vijftien weken of minder. Bovendien mogen de in artikel 27bis bedoelde autoriteiten deze aanstellingen van vijftien weken of minder verrichten.".
"In afwijking van artikel 42, § 1, eerste lid, 1° en 4°, zijn de voorwaarden van anciënniteit en de oproeping van kandidaten niet vereist voor elke aanstelling van vijftien weken of minder. In afwijking van artikel 42, § 2, eerste lid, 3° en 4°, zijn de voorwaarden van de oproeping van kandidaten en anciënniteit niet vereist voor elke aanstelling van vijftien weken of minder. Bovendien mogen de in artikel 27bis bedoelde autoriteiten deze aanstellingen van vijftien weken of minder verrichten.".
Art. 25. L'article 42bis, alinéa 1er, du même décret, tel qu'inséré par décret du 14 mars 2019, est remplacé comme suit :
" Par dérogation à l'article 42, § 1er, alinéa 1er, 1° et 4°, les conditions d'ancienneté et de l'appel à candidatures ne sont pas exigées pour toute désignation d'une durée égale ou inférieure à quinze semaines. Par dérogation à l'article 42, § 2, alinéa 1er, 3° et 4°, les conditions de l'appel à candidatures et de l'ancienneté ne sont pas exigées pour toute désignation d'une durée égale ou inférieure à quinze semaines. Par ailleurs, les autorités visées à l'article 27bis sont habilitées à effectuer ces désignations d'une durée égale ou inférieure à quinze semaines. ".
" Par dérogation à l'article 42, § 1er, alinéa 1er, 1° et 4°, les conditions d'ancienneté et de l'appel à candidatures ne sont pas exigées pour toute désignation d'une durée égale ou inférieure à quinze semaines. Par dérogation à l'article 42, § 2, alinéa 1er, 3° et 4°, les conditions de l'appel à candidatures et de l'ancienneté ne sont pas exigées pour toute désignation d'une durée égale ou inférieure à quinze semaines. Par ailleurs, les autorités visées à l'article 27bis sont habilitées à effectuer ces désignations d'une durée égale ou inférieure à quinze semaines. ".
Art. 26. Artikel 50, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, zoals laatst vervangen bij het decreet van 14 maart 2019, wordt vervangen als volgt :
"In afwijking van § 1, eerste lid, 1° en 4°, zijn voor elke aanstelling met een duur gelijk aan of korter dan vijftien weken, de voorwaarden van anciënniteit en de oproep tot kandidaten niet vereist. Bovendien zijn de overheden bedoeld in artikel 27 bis bevoegd om deze aanstellingen te verrichten voor een duur gelijk aan of korter dan vijftien weken. ".
"In afwijking van § 1, eerste lid, 1° en 4°, zijn voor elke aanstelling met een duur gelijk aan of korter dan vijftien weken, de voorwaarden van anciënniteit en de oproep tot kandidaten niet vereist. Bovendien zijn de overheden bedoeld in artikel 27 bis bevoegd om deze aanstellingen te verrichten voor een duur gelijk aan of korter dan vijftien weken. ".
Art. 26. L'article 50, § 2, alinéa 1er, du même décret, tel que remplacé en dernier lieu par décret du 14 mars 2019, est remplacé comme suit :
" Par dérogation au § 1er, alinéa 1er, 1° et 4°, pour toute désignation d'une durée égale ou inférieure à quinze semaines, les conditions d'ancienneté et de l'appel à candidatures ne sont pas exigées. Par ailleurs, les autorités visées à l'article 27bis sont habilitées à effectuer ces désignations d'une durée égale ou inférieure à quinze semaines. ".
" Par dérogation au § 1er, alinéa 1er, 1° et 4°, pour toute désignation d'une durée égale ou inférieure à quinze semaines, les conditions d'ancienneté et de l'appel à candidatures ne sont pas exigées. Par ailleurs, les autorités visées à l'article 27bis sont habilitées à effectuer ces désignations d'une durée égale ou inférieure à quinze semaines. ".
Afdeling 3. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 4 januari 1999 betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten
Section 3. - Disposition modifiant le décret du 4 janvier 1999 relatif aux fonctions de promotion et de sélection
Art. 27. In artikel 28, § 2, van het decreet van 4 januari 1999 betreffende de bevorderingsambten en de selectieambtende, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 4 februari 2021, wordt een vierde lid toegevoegd, luidend als volgt :
" In het geval van een oproep voor een tijdelijke aanstelling als directiesecretaris, kan de inrichtende macht, indien hij verklaart dat hij een oproep tot kandidaten heeft gelanceerd, die openstaat voor de kandidaten van artikel 8, § 2, eerste en tweede lid, en dat hij na deze eerste oproep geen geldige kandidatuur heeft ontvangen, een tweede oproep lanceren waarop kandidaten kunnen reageren die geen 3 jaar dienstanciënniteit hebben vervuld in het onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.". ".
" In het geval van een oproep voor een tijdelijke aanstelling als directiesecretaris, kan de inrichtende macht, indien hij verklaart dat hij een oproep tot kandidaten heeft gelanceerd, die openstaat voor de kandidaten van artikel 8, § 2, eerste en tweede lid, en dat hij na deze eerste oproep geen geldige kandidatuur heeft ontvangen, een tweede oproep lanceren waarop kandidaten kunnen reageren die geen 3 jaar dienstanciënniteit hebben vervuld in het onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.". ".
Art. 27. A l'article 28, § 2, du décret du 4 janvier 1999 relatif aux fonctions de promotion et de sélection, tel que modifié en dernier par lieu décret du 4 février 2021, un alinéa 4 est ajouté, rédigé comme suit :
" Dans le cas d'un appel à une désignation à titre temporaire en tant que secrétaire de direction, si le pouvoir organisateur atteste avoir lancé un appel à candidatures, ouvert aux candidats de l'article 8, § 2, alinéa 1er et alinéa 2, et n'avoir pas reçu de candidature valable après ce 1er appel, il peut lancer un second appel auquel pourront répondre les candidats ne comptant pas une ancienneté de service de 3 ans au sein de l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française. ".
" Dans le cas d'un appel à une désignation à titre temporaire en tant que secrétaire de direction, si le pouvoir organisateur atteste avoir lancé un appel à candidatures, ouvert aux candidats de l'article 8, § 2, alinéa 1er et alinéa 2, et n'avoir pas reçu de candidature valable après ce 1er appel, il peut lancer un second appel auquel pourront répondre les candidats ne comptant pas une ancienneté de service de 3 ans au sein de l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française. ".
HOOFDSTUK VI. - Diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van leerkrachten
CHAPITRE VI. - Dispositions diverses en matière de statut des enseignants
Afdeling 1. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
Section 1. - Disposition modifiant l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 3 décembre 1992 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux
Art. 28. In artikel 4, § 1, eerste lid, van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra worden de woorden "15 september" vervangen door de woorden "14 september".
Art. 28. A l'article 4, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 3 décembre 1992 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux, les mots " le 15 septembre " sont remplacés par les mots " le 14 septembre ".
Afdeling 2. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 20 december 1996 betreffende de verdeling van de prestaties in het raam van de loopbaanonderbreking voor de personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra
Section 2. - Disposition modifiant le décret du 20 décembre 1996 relatif à la répartition des prestations dans le cadre de l'interruption de la carrière des membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux
Art. 29. In artikel 1 van het decreet van 20 december 1996 betreffende de verdeling van de prestaties in het raam van de loopbaanonderbreking voor de personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra worden de woorden "in vijfde, vierde en halftijdse werktijd" ingevoegd tussen de woorden " dat een gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan geniet" en de woorden "onder de door de Regering bepaalde voorwaarden".
Art. 29. A l'article 1er du décret du 20 décembre 1996 relatif à la répartition des prestations dans le cadre de l'interruption de la carrière des membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux, les termes " à cinquième-temps, à quart-temps ou à mi-temps, " sont insérés entre les mots " qui bénéficie d'une interruption partielle de la carrière professionnelle " et les mots " dans les conditions définies par le Gouvernement ".
Afdeling 3. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra
Section 3. - Disposition modifiant le décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psycho-médico-sociaux officiels subventionnés
Art. 30. In artikel 109 van het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra, worden de woorden "dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de regering" geschrapt.
Art. 30. A l'article 109 du décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psycho-médico-sociaux officiels subventionnés, les mots ", sous réserve d'approbation par le Gouvernement " sont supprimés.
Afdeling 4. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 20 juli 2006 houdende verschillende maatregelen inzake leerplichtonderwijs, hoger onderwijs, cultuur en permanente opvoeding
Section 4. - Disposition modifiant le décret du 20 juillet 2006 portant diverses mesures en matière d'enseignement obligatoire, d'enseignement supérieur, de culture et d'éducation permanente
Art. 31. In artikel 47, § 2, van het decreet van 20 juli 2006 houdende verschillende maatregelen inzake leerplichtonderwijs, hoger onderwijs, cultuur en permanente opvoeding, zoals vervangen bij het decreet van 16 mei 2024, worden de woorden " Als geen van deze drie leden een specialist is in de cursus of de sector waarop toezicht wordt gehouden, wordt er een beroep gedaan op een deskundige om de specialist te vervangen en deze is in dit geval stemgerechtigd" geschrapt.
Art. 31. A l'article 47, § 2, du décret du 20 juillet 2006 portant diverses mesures en matière d'enseignement obligatoire, d'enseignement supérieur, de culture et d'éducation permanente, tel que remplacé par le décret du 16 mai 2024, les termes " A défaut d'avoir un spécialiste du cours ou du secteur supervisé parmi ces trois membres, il est fait appel à un expert qui remplace celui-ci et, a, dans ce cas, voix délibérative " sont supprimés.
Afdeling 5. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 14 maart 2019 houdende diverse bepalingen betreffende de werkorganisatie van de onderwijspersoneelsleden en tot toekenning van meer organisatieflexibiliteit aan de Inrichtende machten
Section 5. - Dispositions modifiant le décret du 14 mars 2019 portant diverses dispositions relatives à l'organisation du travail des membres du personnel de l'enseignement et octroyant plus de souplesse organisationnelle aux Pouvoirs organisateurs
Art. 32. In artikel 6, § 2, tweede lid, van het decreet van 14 maart 2019 houdende diverse bepalingen betreffende de werkorganisatie van de onderwijspersoneelsleden en tot toekenning van meer organisatieflexibiliteit aan de Inrichtende machten, wordt de laatste zin aangevuld met de woorden "en kan slechts eenmaal per kalenderjaar worden verkregen, ongeacht het type of het niveau van het onderwijs. ".
Art. 32. A l'article 6, § 2, alinéa 2, du décret du 14 mars 2019 portant diverses dispositions relatives à l'organisation du travail des membres du personnel de l'enseignement et octroyant plus de souplesse organisationnelle aux Pouvoirs organisateurs, la dernière phrase est complétée par les termes " et ne peut être obtenu qu'une seule fois par année civile quel que soit le type ou le niveau d'enseignement. ".
Art. 33. In artikel 9 van hetzelfde decreet, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 16 mei 2024, wordt een § 5 ingevoegd, luidend als volgt :
" § 5. Bij afwezigheid van een kandidaat na de oproep bedoeld in § 4 en in afwijking van de artikelen 21, § 1, en 22, kan de inrichtende macht de opdrachten bedoeld in § 1, voor zover deze verbonden zijn aan één of meer lestijden toegekend krachtens titel 7 van dit decreet, in voorkomend geval, toekennen aan een directeur belast met de klassen.
Deze paragraaf is niet van toepassing op de opdracht bedoeld in artikel 9, § 1, 17°. ".
" § 5. Bij afwezigheid van een kandidaat na de oproep bedoeld in § 4 en in afwijking van de artikelen 21, § 1, en 22, kan de inrichtende macht de opdrachten bedoeld in § 1, voor zover deze verbonden zijn aan één of meer lestijden toegekend krachtens titel 7 van dit decreet, in voorkomend geval, toekennen aan een directeur belast met de klassen.
Deze paragraaf is niet van toepassing op de opdracht bedoeld in artikel 9, § 1, 17°. ".
Art. 33. A l'article 9 du même décret, tel que modifié en dernier lieu par le décret du 16 mai 2024, un § 5 est inséré, rédigé comme suit :
" § 5. A défaut de candidat après l'appel visé au § 4 et par dérogation aux articles 21, § 1er, et 22, le pouvoir organisateur peut attribuer les missions visées au § 1er, lorsqu'y sont liées une ou plusieurs période(s) professeurs octroyées en vertu du titre 7 du présent décret, le cas échéant, à une direction avec charge de classe.
Le présent paragraphe ne s'applique pas à la mission prévue à l'article 9, § 1er, 17°. ".
" § 5. A défaut de candidat après l'appel visé au § 4 et par dérogation aux articles 21, § 1er, et 22, le pouvoir organisateur peut attribuer les missions visées au § 1er, lorsqu'y sont liées une ou plusieurs période(s) professeurs octroyées en vertu du titre 7 du présent décret, le cas échéant, à une direction avec charge de classe.
Le présent paragraphe ne s'applique pas à la mission prévue à l'article 9, § 1er, 17°. ".
Art. 34. In artikel 20, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de laatste zin aangevuld met de woorden "en kan slechts eenmaal per kalenderjaar worden verkregen, ongeacht het type of het niveau van het onderwijs". ".
Art. 34. A l'article 20, § 2, alinéa 2, du même décret, la dernière phrase est complétée par les termes " et ne peut être obtenu qu'une seule fois par année civile quels que soient le type ou le niveau d'enseignement. ".
Afdeling 6. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 12 mei 2004 betreffende de vaststelling van de schaarste en bepaalde Commissies in het door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs
Section 6. - Disposition modifiant le décret du 12 mai 2004 relatif à la définition de la pénurie et à certaines commissions dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française
Art. 35. In artikel 5, tweede lid, van het decreet van 12 mei 2004 betreffende de vaststelling van de schaarste en bepaalde Commissies in het door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 16 mei 2024, worden de woorden " 5. Voor de opdrachten bedoeld in artikel 108quinquies van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs. " vervangen door de woorden "6. Voor de opdrachten bedoeld in artikel 108quinquies van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs. ".
Art. 35. A l'article 5, alinéa 2, du décret du 12 mai 2004 relatif à la définition de la pénurie et à certaines commissions dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française, tel que modifié en dernier lieu par décret du 16 mai 2024, les mots " 5. Pour les missions visées par l'article 108quinquies du décret du 03 mars 2004 organisant l'enseignement spécialisé. " sont remplacés par les mots " 6. Pour les missions visées par l'article 108quinquies du décret du 3 mars 2004 organisant l'enseignement spécialisé. ".
Afdeling 7. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 16 mei 2024 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het onderwijs en de strijd tegen het lerarentekort
Section 7. - Disposition modifiant le décret du 16 mai 2024 portant diverses mesures relatives à l'enseignement et à la lutte contre la pénurie d'enseignants
Art. 36. In artikel 117, § 2, 1°, van het decreet van 16 mei 2024 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het onderwijs en de strijd tegen het lerarentekort worden de woorden ", Engels en Duits" ingevoegd tussen de woorden "Lessen Nederlands" en de woorden ": 19,69 EURO ; ".
Art. 36. A l'article 117, § 2, 1°, du décret du 16 mai 2024 portant diverses mesures relatives à l'enseignement et à la lutte contre la pénurie d'enseignants, les mots " , d'anglais et d'allemand " sont insérés entre les mots " Cours de néerlandais " et les mots " : 19,69 EUR ; ".
HOOFDSTUK VII. - Bepalingen betreffende het statuut van het personeel van het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap
CHAPITRE VII. - Dispositions relatives aux statuts du personnel de l'enseignement organisé par la Communauté française
Afdeling 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 18 april 1967 tot regeling van de wijze waarop het aantal opvoeders in het Rijksonderwijs wordt berekend
Section 1. - Modification de l'arrêté royal du 18 avril 1967 fixant les règles de calcul du nombre d'éducateurs dans l'enseignement de l'Etat
Art. 37. In artikel 2 ter van het koninklijk besluit van 18 april 1967 tot regeling van de wijze waarop het aantal opvoeders in het Rijksonderwijs wordt berekend, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 31 maart 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord " § 1" wordt geschrapt;
2° in het vierde lid worden de woorden "of de beheerder" ingevoegd tussen de woorden "het hoofd van de instelling" en de woorden "kan opdracht geven" ;
3° in het vierde en laatste lid worden de woorden "die studenten uit het hoger onderwijs ontvangen" geschrapt.
1° het woord " § 1" wordt geschrapt;
2° in het vierde lid worden de woorden "of de beheerder" ingevoegd tussen de woorden "het hoofd van de instelling" en de woorden "kan opdracht geven" ;
3° in het vierde en laatste lid worden de woorden "die studenten uit het hoger onderwijs ontvangen" geschrapt.
Art. 37. A l'article 2ter de l'arrêté royal du 18 avril 1967 fixant les règles de calcul du nombre d'éducateurs dans l'enseignement de l'Etat, tel que modifié en dernier lieu par décret du 31 mars 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° le mot " § 1er " est supprimé ;
2° au 4ème alinéa, les mots " ou l'administrateur " sont insérés entre les mots " le chef d'établissement " et les mots " peut charger " ;
3° au même 4ème et dernier alinéa, les mots " qui accueillent des étudiants de l'enseignement supérieur " sont supprimés.
1° le mot " § 1er " est supprimé ;
2° au 4ème alinéa, les mots " ou l'administrateur " sont insérés entre les mots " le chef d'établissement " et les mots " peut charger " ;
3° au même 4ème et dernier alinéa, les mots " qui accueillent des étudiants de l'enseignement supérieur " sont supprimés.
Afdeling 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, volwassenenonderwijs en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen
Section 2. - Modifications de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, pour Adultes et artistique de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements
Art. 38. In artikel 3bis van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, volwassenenonderwijs en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 3 maart 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "30, eerste lid" worden vervangen door de woorden "30, derde lid" ;
2° de woorden "98, 99, 104, 107, 107bis, 108, 109 en 110" worden geschrapt".
1° de woorden "30, eerste lid" worden vervangen door de woorden "30, derde lid" ;
2° de woorden "98, 99, 104, 107, 107bis, 108, 109 en 110" worden geschrapt".
Art. 38. A l'article 3bis de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, pour Adultes et artistique de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, tel que modifié en dernier lieu par décret du 3 mars 2004, les modifications suivantes sont apportées :
1° les termes " 30, alinéa 1er " sont remplacés par les termes " 30, alinéa 3 " ;
2° les termes " 98, 99, 104, 107, 107bis, 108, 109 et 110 " sont supprimés ".
1° les termes " 30, alinéa 1er " sont remplacés par les termes " 30, alinéa 3 " ;
2° les termes " 98, 99, 104, 107, 107bis, 108, 109 et 110 " sont supprimés ".
Art. 39. In artikel 18bis, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit, zoals ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2003, worden de woorden "de eerste bedoelde groep" vervangen door de woorden "de eerste bedoelde groepen".
Art. 39. A l'article 18bis, alinéa 1er, du même arrêté royal, tel qu'inséré par décret du 8 mai 2003, les mots " le premier groupe visé " sont remplacés par les mots " les premiers groupes visés ".
Art. 40. In artikel 30, vierde lid, van hetzelfde koninklijk besluit, zoals laatst vervangen bij het decreet van 1 december 2022, wordt het woord "dienstanciënniteit" ingevoegd tussen de woorden "het aantal dagen" en de woorden "voorzien in het derde lid".
Art. 40. A l'article 30, alinéa 4, du même arrêté royal, tel que remplacé en dernier lieu par décret du 1er décembre 2022, les mots " d'ancienneté de service " sont insérés entre les mots " au nombre de jours " et les mots " prévu à l'alinéa 3 ".
Art. 41. In artikel 39, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 4 april 2024, worden de woorden "Voor de berekening van het aantal dagen bedoeld in artikel 30" vervangen door de woorden "Voor de berekening van het aantal dagen dienstanciënniteit bedoeld in artikel 30, derde lid".
Art. 41. A l'article 39, alinéa 1er, du même arrêté royal, tel que modifié en dernier lieu par décret du 4 avril 2024, les mots " Pour le calcul du nombre de jours visé à l'article 30 " sont remplacés par les mots " Pour le calcul du nombre de jours d'ancienneté de service visé à l'article 30, alinéa 3 ".
Art. 42. Artikel 75bis van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 11 april 2014, wordt aangevuld met de volgende vier leden:
"Tegen een ongunstig rapport kan een hiërarchisch beroep worden aangetekend bij de inrichtende macht.
Dit hiërarchische beroep moet per aangetekende post worden ingediend binnen twintig dagen nadat het rapport door het hoofd van de instelling aan het personeelslid is uitgereikt.
De nietigverklaring van een ongunstig rapport kan enkel worden uitgesproken wegens materiële of temporele onbekwaamheid van de auteur van de handeling, een procedurefout, een vormfout of een rechtsdwaling, met uitsluiting van de feitelijke elementen van het dossier.
De inrichtende macht neemt zijn beslissing binnen een maand na de datum van het beroep. ".
"Tegen een ongunstig rapport kan een hiërarchisch beroep worden aangetekend bij de inrichtende macht.
Dit hiërarchische beroep moet per aangetekende post worden ingediend binnen twintig dagen nadat het rapport door het hoofd van de instelling aan het personeelslid is uitgereikt.
De nietigverklaring van een ongunstig rapport kan enkel worden uitgesproken wegens materiële of temporele onbekwaamheid van de auteur van de handeling, een procedurefout, een vormfout of een rechtsdwaling, met uitsluiting van de feitelijke elementen van het dossier.
De inrichtende macht neemt zijn beslissing binnen een maand na de datum van het beroep. ".
Art. 42. L'article 75bis du même arrêté royal, inséré par le décret du 11 avril 2014, est complété par les quatre alinéas suivants :
" Un recours hiérarchique à l'encontre du rapport défavorable peut être introduit auprès du pouvoir organisateur.
Ce recours hiérarchique doit être introduit dans les vingt jours de la délivrance du rapport au membre du personnel par le chef d'établissement, au moyen d'un envoi recommandé.
L'annulation du rapport défavorable ne peut être prononcée qu'en raison de l'incompétence matérielle ou temporelle de l'auteur de l'acte, d'un vice de procédure, d'un vice de forme ou d'une erreur de droit, à l'exclusion des éléments de faits du dossier.
Le pouvoir organisateur se prononce dans le délai d'un mois à dater du recours. ".
" Un recours hiérarchique à l'encontre du rapport défavorable peut être introduit auprès du pouvoir organisateur.
Ce recours hiérarchique doit être introduit dans les vingt jours de la délivrance du rapport au membre du personnel par le chef d'établissement, au moyen d'un envoi recommandé.
L'annulation du rapport défavorable ne peut être prononcée qu'en raison de l'incompétence matérielle ou temporelle de l'auteur de l'acte, d'un vice de procédure, d'un vice de forme ou d'une erreur de droit, à l'exclusion des éléments de faits du dossier.
Le pouvoir organisateur se prononce dans le délai d'un mois à dater du recours. ".
Art. 43. Artikel 91undecies van hetzelfde koninklijk besluit, zoals ingevoegd bij decreet van 11 april 2014, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 91undecies. Elk personeelslid dat de functie van directeur of beheerder van een autonoom internaat vervult met een aanstelling van bepaalde of onbepaalde duur, wordt geacht zijn taak naar behoren te hebben vervuld, zolang de inrichtende macht of zijn afgevaardigde geen ongunstig rapport over hem heeft opgesteld.
In voorkomend geval wordt dit ongunstige rapport uiterlijk aan het einde van elke activiteitsperiode opgesteld.
Het moet worden goedgekeurd door het betrokken personeelslid en wordt toegevoegd aan het persoonlijke dossier.
Tegen een ongunstig rapport kan een hiërarchisch beroep worden aangetekend bij de inrichtende macht.
Dit hiërarchische beroep moet per aangetekende post worden ingediend binnen twintig dagen nadat het rapport door het hoofd van de instelling aan het personeelslid is uitgereikt.
De nietigverklaring van een ongunstig rapport kan enkel worden uitgesproken wegens materiële of temporele onbekwaamheid van de auteur van de handeling, een procedurefout, een vormfout of een rechtsdwaling, met uitsluiting van de feitelijke elementen van het dossier.
De inrichtende macht neemt zijn beslissing binnen een maand na de datum van het beroep. ".
" Art. 91undecies. Elk personeelslid dat de functie van directeur of beheerder van een autonoom internaat vervult met een aanstelling van bepaalde of onbepaalde duur, wordt geacht zijn taak naar behoren te hebben vervuld, zolang de inrichtende macht of zijn afgevaardigde geen ongunstig rapport over hem heeft opgesteld.
In voorkomend geval wordt dit ongunstige rapport uiterlijk aan het einde van elke activiteitsperiode opgesteld.
Het moet worden goedgekeurd door het betrokken personeelslid en wordt toegevoegd aan het persoonlijke dossier.
Tegen een ongunstig rapport kan een hiërarchisch beroep worden aangetekend bij de inrichtende macht.
Dit hiërarchische beroep moet per aangetekende post worden ingediend binnen twintig dagen nadat het rapport door het hoofd van de instelling aan het personeelslid is uitgereikt.
De nietigverklaring van een ongunstig rapport kan enkel worden uitgesproken wegens materiële of temporele onbekwaamheid van de auteur van de handeling, een procedurefout, een vormfout of een rechtsdwaling, met uitsluiting van de feitelijke elementen van het dossier.
De inrichtende macht neemt zijn beslissing binnen een maand na de datum van het beroep. ".
Art. 43. L'article 91undecies du même arrêté royal, tel qu'inséré par décret du 11 avril 2014, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 91undecies. Tout membre du personnel exerçant la fonction de directeur ou d'administrateur d'internat autonome pour une désignation à durée déterminée ou indéterminée est réputé s'être acquitté de sa tâche de manière satisfaisante aussi longtemps qu'un rapport défavorable n'est pas rédigé à son sujet par le Pouvoir organisateur ou son délégué.
Le cas échéant, ce rapport défavorable est établi au plus tard à l'issue de chaque période d'activité.
Il doit être soumis au visa du membre du personnel qu'il concerne et joint à son dossier personnel.
Un recours hiérarchique à l'encontre du rapport défavorable peut être introduit auprès du pouvoir organisateur.
Ce recours hiérarchique doit être introduit dans les vingt jours de la délivrance du rapport au membre du personnel par le chef d'établissement, au moyen d'un envoi recommandé.
L'annulation du rapport défavorable ne peut être prononcée qu'en raison de l'incompétence matérielle ou temporelle de l'auteur de l'acte, d'un vice de procédure, d'un vice de forme ou d'une erreur de droit, à l'exclusion des éléments de faits du dossier.
Le pouvoir organisateur se prononce dans le délai d'un mois à dater du recours. ".
" Art. 91undecies. Tout membre du personnel exerçant la fonction de directeur ou d'administrateur d'internat autonome pour une désignation à durée déterminée ou indéterminée est réputé s'être acquitté de sa tâche de manière satisfaisante aussi longtemps qu'un rapport défavorable n'est pas rédigé à son sujet par le Pouvoir organisateur ou son délégué.
Le cas échéant, ce rapport défavorable est établi au plus tard à l'issue de chaque période d'activité.
Il doit être soumis au visa du membre du personnel qu'il concerne et joint à son dossier personnel.
Un recours hiérarchique à l'encontre du rapport défavorable peut être introduit auprès du pouvoir organisateur.
Ce recours hiérarchique doit être introduit dans les vingt jours de la délivrance du rapport au membre du personnel par le chef d'établissement, au moyen d'un envoi recommandé.
L'annulation du rapport défavorable ne peut être prononcée qu'en raison de l'incompétence matérielle ou temporelle de l'auteur de l'acte, d'un vice de procédure, d'un vice de forme ou d'une erreur de droit, à l'exclusion des éléments de faits du dossier.
Le pouvoir organisateur se prononce dans le délai d'un mois à dater du recours. ".
Art. 44. De artikelen 101 en 102 van hetzelfde koninklijk besluit, laatst gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2019, alsook de artikelen 113 tot en met 121 van hetzelfde koninklijk besluit worden opgeheven.
Art. 44. Les articles 101 et 102 du même arrêté royal, modifiés en dernier lieu par décret du 14 mars 2019, ainsi que les articles 113 à 121 du même arrêté royal sont abrogés.
Afdeling 3. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de wervingsambten waarvan de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel en het paramedisch personeel van de rijksonderwijsinrichtingen titularis moeten zijn om in een selectieambt te kunnen worden benoemd
Section 3. - Disposition modifiant l'arrêté royal du 22 juillet 1969 déterminant les fonctions de recrutement dont doivent être titulaires les membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel paramédical des établissements de l'enseignement de l'état, pour pouvoir être nommés aux fonctions de sélection
Art. 45. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de wervingsambten waarvan de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel en het paramedisch personeel van de rijksonderwijsinrichtingen titularis moeten zijn om in een selectieambt te kunnen worden benoemd, zoals laatst gewijzigd bij decreet van 20 december 2001, wordt opgeheven.
Art. 45. L'article 1er de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 déterminant les fonctions de recrutement dont doivent être titulaires les membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel paramédical des établissements de l'enseignement de l'état, pour pouvoir être nommés aux fonctions de sélection, tel que modifié en dernier lieu par décret du 20 décembre 2001, est abrogé.
Afdeling 4. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters en de leraars katholieke, protestantse, Israëlitische, orthodoxe en islamitische godsdienst van de onderwijsinrichtingen van de Franse Gemeenschap
Section 4. - Disposition modifiant l'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres et des professeurs de religion des religions catholique, protestante, israélite, orthodoxe et islamique des établissements d'enseignement de la Communauté française
Art. 46. In artikel 36, vijfde lid, van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters en de leraars katholieke, protestantse, Israëlitische, orthodoxe en islamitische godsdienst van de onderwijsinrichtingen van de Franse Gemeenschap, zoals laatst gewijzigd bij decreet van 19 juli 2021, worden de woorden "een aangesteld door de godsdiensthoofden" vervangen door de woorden "een aangesteld door de inrichtende macht".
Art. 46. A l'article 36, alinéa 5, de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres et des professeurs de religion des religions catholique, protestante, israélite, orthodoxe et islamique des établissements d'enseignement de la Communauté française, tel que modifié en dernier lieu par décret du 19 juillet 2021, les mots " l'un désigné par les chefs du culte " sont remplacés par les mots " l'un désigné par le pouvoir organisateur ".
HOOFDSTUK VIII. - Externe evaluatie van de kwaliteit van de voorgezette beroepsopleidingen door AEQES
CHAPITRE VIII. - Evaluation externe de la qualité des formations professionnelles continues par l'AEQES
Art. 47. In artikel 90 van het decreet van 17 juni 2021 tot vaststelling van Boek 6 van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs en tot vaststelling van de titel betreffende de voortgezette beroepsopleiding van de leden van het onderwijsteam van de scholen en van de personeelsleden van het multidisciplinaire team van de PMS-centra, zoals gewijzigd bij decreet van 31 maart 2022, worden de woorden "2024-2025" vervangen door de woorden "2025-2026" en wordt het woord "2027" vervangen door het woord "2028".
Art. 47. Dans l'article 90 du décret du 17 juin 2021 portant le Livre 6 du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire et portant le titre relatif à la formation professionnelle continue des membres de l'équipe éducative des écoles et des membres du personnel de l'équipe pluridisciplinaire des Centres PMS, tel que modifié par décret du 31 mars 2022, les termes " 2024-2025 " sont remplacés par les termes " 2025-2026 " et le terme " 2027 " est remplacé par le terme " 2028 ".
HOOFDSTUK IX. - Bepalingen houdende diverse corrigerende wijzigingen in het onderwijs
CHAPITRE IX. - Dispositions portant diverses modifications correctrices en matière d'enseignement
Afdeling 1. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs
Section 1. - Dispositions modifiant l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire
Art. 48. In artikel 23, § 8, van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 24 april 1995, wordt het woord "56, 3°, " vervangen door het woord "10bis".
Art. 48. A l'article 23, § 8, de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire, inséré par l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 24 avril 1995, le terme " 56, 3°, " est remplacé par le terme " 10bis ".
Art. 49. In artikel 48, § 8, van hetzelfde besluit wordt het woord " 56, 3°, " vervangen door het woord " 10bis ".
Art. 49. A l'article 48, § 8, du même arrêté, le terme " 56, 3°, " est remplacé par le terme " 10bis ".
Afdeling 2. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de toekenning van een wachtweddetoelage in het officieel gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd kleuter- en lager onderwijs
Section 2. - Dispositions modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement préscolaire et primaire officiel subventionné, ordinaire et spécialisé
Art. 50. In artikel 11 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de toekenning van een wachtweddetoelage in het officieel gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd kleuter- en lager onderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2 wordt het laatste lid opgeheven;
2° in § 5, eerste lid, wordt het woord " toevertrouwt " vervangen door het woord " toevertrouwen " ;
1° in § 2 wordt het laatste lid opgeheven;
2° in § 5, eerste lid, wordt het woord " toevertrouwt " vervangen door het woord " toevertrouwen " ;
Art. 50. A l'article 11 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement préscolaire et primaire officiel subventionné, ordinaire et spécialisé, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 2, le dernier alinéa est abrogé ;
2° au § 5, alinéa 1er, le mot " confie " est remplacé par le mot " confier ".
1° au § 2, le dernier alinéa est abrogé ;
2° au § 5, alinéa 1er, le mot " confie " est remplacé par le mot " confier ".
Art. 51. In artikel 13, § 5, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het decreet van 3 mei 2019, worden de woorden "vóór 31 mei" vervangen door de woorden "uiterlijk op 31 mei".
Art. 51. A l'article 13, § 5, du même arrêté, inséré par le décret du 3 mai 2019, les mots " avant le 31 mai " sont remplacés par les mots " pour le 31 mai au plus tard ".
Art. 52. In artikel 16, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord in de Franse tekst " effecteur " vervangen door het woord " effectuer ".
Art. 52. A l'article 16, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté, le mot " effecteur " est remplacé par le mot " effectuer ".
Afdeling 3. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de toekenning van een wachtweddetoelage in het vrij gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd kleuter- en lager onderwijs
Section 3. - Dispositions modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement préscolaire et primaire libre subventionné, ordinaire et spécialisé
Art. 53. In artikel 4, § 4 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de toekenning van een wachtweddetoelage in het vrij gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd kleuter- en lager onderwijs, laatst gewijzigd bij decreet van 12 mei 2024, worden de woorden ", uiterlijk op 15 oktober" ingevoegd tussen de woorden "Het ORCE bezorgt" en de woorden "de Zonale Commissie".
Art. 53. A l'article 4, § 4, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement préscolaire et primaire libre subventionné, ordinaire et spécialisé, modifié en dernier lieu par décret du 12 mai 2004, les mots ", au plus tard le 15 octobre, " sont insérés entre les mots " L'ORCE transmet " et les mots " à la Commission ".
Art. 54. In artikel 11, § 2, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij decreet van 6 juli 2023, wordt het vijfde lid opgeheven.
Art. 54. A l'article 11, § 2, du même arrêté, modifié en dernier lieu par décret du 6 juillet 2023, l'alinéa 5 est abrogé.
Art. 55. In artikel 13, § 5, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij decreet van 3 mei 2019, worden de woorden "vóór 31 mei" vervangen door de woorden "uiterlijk op 31 mei".
Art. 55. A l'article 13, § 5, du même arrêté, inséré par décret du 3 mai 2019, les mots " avant le 31 mai " sont remplacés par les mots " pour le 31 mai au plus tard ".
Afdeling 4. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de toekenning van een wachtweddetoelage in het gesubsidieerd officieel gewoon en gespecialiseerd onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan en kunstonderwijs
Section 4. - Disposition modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans les enseignements secondaire ordinaire et spécialisé, secondaire artistique à horaire réduit, et artistique officiels subventionnés
Art. 56. In artikel 11, § 5, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de toekenning van een wachtweddetoelage in het gesubsidieerd officieel gewoon en gespecialiseerd onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan en kunstonderwijs, ingevoegd bij decreet van 3 mei 2019, worden de woorden "vóór 31 mei" vervangen door de woorden "uiterlijk op 31 mei".
Art. 56. A l'article 11, § 5, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans les enseignements secondaire ordinaire et spécialisé, secondaire artistique à horaire réduit et artistique officiels subventionnés, inséré par décret du 3 mai 2019, les mots " avant le 31 mai " sont remplacés par les mots " pour le 31 mai au plus tard ".
Afdeling 5. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de toekenning van een wachtweddetoelage in het vrij gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan en kunstonderwijs
Section 5. - Dispositions modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans les enseignements secondaire ordinaire et spécialisé, secondaire artistique à horaire réduit, et artistique libres subventionnés
Art. 57. In artikel 8 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de toekenning van een wachtweddetoelage in het vrij gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan en kunstonderwijs, gewijzigd bij decreet van 12 mei 2024, worden de woorden ", uiterlijk op 15 oktober" ingevoegd tussen de woorden "Het ORCES bezorgt" en de woorden "de Zonale Commissie".
Art. 57. A l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans les enseignements secondaire ordinaire et spécialisé, secondaire artistique à horaire réduit, et artistique libres subventionnés, modifié par décret du 12 mai 2004, les mots " , au plus tard le 15 octobre, " sont insérés entre les mots " L'ORCES transmet " et les mots " à la Commission ".
Art. 58. In artikel 15, § 5, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij decreet van 3 mei 2019, worden de woorden "vóór 31 mei" vervangen door de woorden "uiterlijk op 31 mei".
Art. 58. A l'article 15, § 5, du même arrêté, inséré par décret du 3 mai 2019, les mots " avant le 31 mai " sont remplacés par les mots " pour le 31 mai au plus tard ".
Afdeling 6. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 september 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de toekenning van een wachtweddetoelage in het officieel gesubsidieerd Volwassenenonderwijs
Section 6. - Disposition modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 12 septembre 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'Enseignement pour Adultes officiel subventionné
Art. 59. In artikel 11, § 5, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 september 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de toekenning van een wachtweddetoelage in het officieel gesubsidieerd Volwassenenonderwijs, ingevoeg bij decreet van 3 mei 2019, worden de woorden "vóór 31 mei" vervangen door de woorden "uiterlijk op 31 mei".
Art. 59. A l'article 11, § 5, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 12 septembre 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'Enseignement pour Adultes officiel subventionné, inséré par le décret du 3 mai 2019, les mots " avant le 31 mai " sont remplacés par les mots " pour le 31 mai au plus tard ".
Afdeling 7. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 september 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de toekenning van een wachtweddetoelage in het gesubsidieerd vrij Volwassenenonderwijs
Section 7. - Disposition modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 12 septembre 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'Enseignement pour Adultes libre subventionné
Art. 60. In artikel 12, § 5, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 september 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de toekenning van een wachtweddetoelage in het gesubsidieerd vrij Volwassenenonderwijs, ingevoegd bij decreet van 3 mei 2019, worden de woorden "vóór 31 mei" vervangen door de woorden "uiterlijk op 31 mei".
Art. 60. A l'article 12, § 5, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 12 septembre 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'Enseignement pour Adultes libre subventionné, inséré par décret du 3 mai 2019, les mots " avant le 31 mai " sont remplacés par les mots " pour le 31 mai au plus tard ".
Afdeling 8. - Maatregelen met betrekking tot het Volwassenenonderwijs
Section 8. - Mesure relative à l'Enseignement pour Adultes
Art. 61. Artikel 120nonies van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het Volwassenenonderwijs wordt vervangen als volgt :
" Artikel 120nonies. Een evaluatieverslag over de toepassing van de artikelen 120bis tot 120octies wordt om de twee jaar opgesteld en aan de Regering en het Parlement bezorgd voor een periode van zes jaar vanaf het academiejaar 2025-2026. ".
" Artikel 120nonies. Een evaluatieverslag over de toepassing van de artikelen 120bis tot 120octies wordt om de twee jaar opgesteld en aan de Regering en het Parlement bezorgd voor een periode van zes jaar vanaf het academiejaar 2025-2026. ".
Art. 61. L'article 120nonies du décret du 16 avril 1991 organisant l'enseignement pour Adultes est remplacé par ce qui suit :
" Article 120nonies. Un rapport d'évaluation de l'application des articles 120bis à 120octies est réalisé biannuellement et transmis au Gouvernement et au Parlement et ce durant six années à compter de l'année académique 2025-2026. ".
" Article 120nonies. Un rapport d'évaluation de l'application des articles 120bis à 120octies est réalisé biannuellement et transmis au Gouvernement et au Parlement et ce durant six années à compter de l'année académique 2025-2026. ".
HOOFDSTUK X. - Bepaling tot wijziging van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs
CHAPITRE X. - Disposition modifiant le Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire
Art. 62. In artikel 1.7.4-3, § 1, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs worden de woorden "op basis van 20 uur" vervangen door de woorden "ten minste één studiepunt, in de zin van het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies".
Art. 62. A l'article 1.7.4-3, § 1er, du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire, les termes " à raison de 20 heures " sont remplacés par les termes " à raison d'au moins un crédit, au sens du décret du 7 novembre 2013 définissant le paysage de l'enseignement supérieur et l'organisation académique des études ".
HOOFDSTUK XI. - Slotbepalingen
CHAPITRE XI. - Dispositions finales
Art. 63. Het koninklijk besluit van 31 juli 1969 tot vaststelling van de wervings- en selectieambten waarvan de personeelsleden van het Rijksonderwijs titularis moeten zijn om benoemd te kunnen worden in een bevorderingsambt in de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel der rijksonderwijsinrichtingen, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2019, wordt opgeheven.
Art. 63. L'arrêté royal du 31 juillet 1969 déterminant les fonctions de recrutement et les fonctions de sélection dont doivent être titulaires les membres du personnel de l'enseignement de l'Etat pour pouvoir être nommés aux fonctions de promotion de la catégorie du personnel directeur et enseignant des établissements de l'Etat, tel que modifié en dernier lieu par décret du 14 mars 2019, est abrogé.
Art. 64. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van :
- de artikelen 1 tot 3 die uitwerking hebben met ingang van 15 november 2024;
- de artikelen 7 tot 11 die uitwerking hebben met ingang van het schooljaar 25 augustus 2025 ;
- artikel 35 dat op 31 december 2025 in werking treedt;
- artikel 36 dat uitwerking heeft met ingang van 2 augustus 2024;
- artikel 47 dat uitwerking heeft met ingang van 29 augustus 2022;
- de artikelen 53 tot 57 die uitwerking hebben met ingang van het schooljaar 2026-2027.
- de artikelen 1 tot 3 die uitwerking hebben met ingang van 15 november 2024;
- de artikelen 7 tot 11 die uitwerking hebben met ingang van het schooljaar 25 augustus 2025 ;
- artikel 35 dat op 31 december 2025 in werking treedt;
- artikel 36 dat uitwerking heeft met ingang van 2 augustus 2024;
- artikel 47 dat uitwerking heeft met ingang van 29 augustus 2022;
- de artikelen 53 tot 57 die uitwerking hebben met ingang van het schooljaar 2026-2027.
Art. 64. Le présent décret entre en vigueur le premier jour du mois qui suit sa publication au Moniteur belge à l'exception :
- des articles 1er à 3 qui produisent leurs effets le 15 novembre 2024 ;
- des articles 7 à 11 qui produisent leurs effets à partir de l'année scolaire le 25 août 2025 ;
- de l'article 35 qui entre en vigueur le 31 décembre 2025 ;
- de l'article 36 qui produit ses effets le 2 août 2024 ;
- de l'article 47 qui produit ses effets le 29 août 2022 ;
- des articles 53 et 57 qui produisent leurs effets à partir de l'année scolaire 2026-2027.
- des articles 1er à 3 qui produisent leurs effets le 15 novembre 2024 ;
- des articles 7 à 11 qui produisent leurs effets à partir de l'année scolaire le 25 août 2025 ;
- de l'article 35 qui entre en vigueur le 31 décembre 2025 ;
- de l'article 36 qui produit ses effets le 2 août 2024 ;
- de l'article 47 qui produit ses effets le 29 août 2022 ;
- des articles 53 et 57 qui produisent leurs effets à partir de l'année scolaire 2026-2027.