Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
10 NOVEMBER 2025. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 november 2015 betreffende rechtshulp aan het gerechtspersoneel, de magistraten en de gerechtelijke stagiairs en de schadeloosstelling van de door hen opgelopen zaakschade
Titre
10 NOVEMBRE 2025. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 18 novembre 2015 relatif à l'assistance en justice du personnel judiciaire, des magistrats, ainsi que des stagiaires judiciaires et à l'indemnisation des dommages aux biens encourus par eux
Informations sur le document
Numac: 2025008481
Datum: 2025-11-10
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2025008481
Date: 2025-11-10
Moniteur: Voir
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. In het opschrift van het koninklijk besluit van 18 november 2015 betreffende rechtshulp aan het gerechtspersoneel, de magistraten en de gerechtelijke stagiairs en de schadeloosstelling van de door hen opgelopen zaakschade, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 juni 2017, worden de woorden "gerechtelijke stagiairs" vervangen door de woorden "magistraten in opleiding".
Article 1er. Dans l'intitulé de l'arrêté royal du 18 novembre 2015 relatif à l'assistance en justice du personnel judiciaire, des magistrats, ainsi que des stagiaires judiciaires et à l'indemnisation des dommages aux biens encourus par eux, modifié par l'arrêté royal du 8 juin 2017, les mots " stagiaires judiciaires " sont remplacés par les mots " magistrats en formation ".
Art. 2. In artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
  "3° de rechters in ondernemingszaken;";
  b) in de bepaling onder 5° worden de woorden "en de parketjuristen" vervangen door de woorden ", de parketjuristen en de criminologen";
  c) in de bepaling onder 9° worden de woorden "en de adviseurs" ingevoegd tussen de woorden "de attachés en de woorden "in de dienst";
  d) de bepaling onder 12° wordt vervangen als volgt:
  "12° de magistraten in opleiding;";
  e) het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 13°, luidende:
  "13° overeenkomstig artikel 259octies, § 8, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, de kandidaat-magistraten.".
Art. 2. Dans l'article 1er du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 8 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans la version néerlandaise, le 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° de rechters in ondernemingszaken; " ;
  b) dans le 5°, les mots " et aux juristes de parquet " sont remplacés par les mots " , aux juristes de parquet et aux criminologues " ;
  c) dans le 9°, les mots " et aux conseillers " sont insérés entre les mots " aux attachés " et les mots " au service " ;
  d) le 12° est remplacé par ce qui suit :
  " 12° aux magistrats en formation ; " ;
  e) l'article est complété par le 13°, rédigé comme suit :
  " 13° conformément à l'article 259octies, § 8, alinéa 1er, du Code judiciaire, aux candidats-magistrats. ".
Art. 3. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 2. § 1. Rechtshulp wordt toegekend aan een in artikel 1 bedoelde persoon die:
  1° als verdachte wordt verhoord wegens gestelde daden of verzuim bij de uitoefening van zijn functie;
  2° van zijn vrijheid ontnomen wordt of die het voorwerp uitmaakt van een aanhoudingsmandaat of van een bevel tot verlenging van de detentietermijn wegens gestelde daden of verzuim bij het uitoefenen van zijn functie;
  3° in rechte gedagvaard wordt of tegen wie de strafvordering wordt ingesteld wegens gestelde daden of verzuim bij de uitoefening van zijn functie;
  4° het slachtoffer is, bij de uitoefening van zijn functies, van een fysieke of materiële schade die niet vergoed is overeenkomstig hoofdstuk III.
  § 2. De Staat kan rechtshulp toekennen aan een in artikel 1 bedoelde persoon die een rechtsvordering instelt of klacht indient bij de gerechtelijke instanties wanneer hij aangesproken wordt bij de uitoefening van zijn functies.
  § 3. Rechtshulp kan bestaan uit:
  1° een tenlasteneming, bij met redenen omklede dringende noodzaak, van de honoraria en de kosten van de door de in artikel 1 bedoelde persoon gekozen advocaat, alsook van de kosten inherent aan de gerechtelijke procedure;
  2° een tenlasteneming van de gerechtskosten waartoe de in artikel 1 bedoelde persoon in rechte veroordeeld wordt wegens feiten gepleegd of verzuim tijdens de uitoefening van zijn functies;
  3° de terbeschikkingstelling van een advocaat.".
Art. 3. L'article 2 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 2. § 1er. L'assistance en justice est accordée à une personne visée à l'article 1er qui :
  1° est interrogée en tant que suspect pour des actes commis ou des négligences dans l'exercice de sa fonction ;
  2° est privée de liberté ou fait l'objet d'un mandat d'arrêt ou d'une ordonnance de prorogation du délai de détention pour des actes commis ou des négligences dans l'exercice de sa fonction ;
  3° est citée en justice ou contre laquelle l'action publique est intentée pour des actes commis ou des négligences dans l'exercice de sa fonction ;
  4° est victime, dans l'exercice de ses fonctions d'un dommage physique ou matériel qui n'est pas indemnisé conformément au chapitre III.
  § 2. L'Etat peut accorder une assistance en justice à une personne visée à l'article 1er qui intente une action en justice ou dépose plainte auprès des autorités judiciaires lorsqu'elle est mise en cause dans l'exercice de ses fonctions.
  § 3. L'assistance en justice peut consister :
  1° en la prise en charge, en cas d'urgence dûment constatée, des frais et honoraires de l'avocat choisi par une personne visée à l'article 1er, ainsi que des frais inhérents à la procédure judiciaire ;
  2° en une prise en charge des frais de justice auxquels la personne visée à l'article 1er est condamnée pour des faits commis ou des négligences dans l'exercice de ses fonctions ;
  3° en la mise à disposition d'un avocat. ".
Art. 4. Artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 januari 2019, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 3. Rechtshulp wordt geweigerd aan de in artikel 1 bedoelde persoon:
  1° tegen wie de Staat een vordering tot schadeloosstelling of een regresvordering instelt;
  2° die een vordering tegen de Staat instelt;
  3° in het kader van een tuchtprocedure of een tuchtvordering voor de tuchtrechtbank en de tuchtrechtbank in hoger beroep bedoeld in artikel 58 van het Gerechtelijk Wetboek;
  4° die een vordering instelt tegen een ander lid van het gerechtspersoneel, een magistraat of een magistraat in opleiding.
Art. 4. L'article 3 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 25 janvier 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 3. L'assistance en justice est refusée à la personne visée à l'article 1er :
  1° contre laquelle l'Etat intente une action en dommages et intérêts ou une action récursoire ;
  2° qui intente une action contre l'Etat ;
  3° dans le cadre d'une procédure disciplinaire ou une action disciplinaire devant le tribunal disciplinaire et le tribunal disciplinaire d'appel visés à l'article 58 du Code judicaire ;
  4° qui intente une action contre un autre membre du personnel judiciaire, un magistrat ou un magistrat en formation.
Art. 5. In artikel 5, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "bij een aangetekende brief, een schriftelijke aanvraag in" vervangen door de woorden "bij een aangetekende zending en wanneer ze elektronisch gebeurt, via een gekwalificeerde dienst voor elektronisch aangetekende bezorging in de zin van artikel 3.37. van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, een aanvraag in".
Art. 5. Dans l'article 5, § 1er, alinéa 2, du même arrêté, les mots " une demande écrite de remboursement par lettre recommandée " sont remplacés par les mots " une demande de remboursement par envoi recommandé et s'il est électronique, via un service d'envoi recommandé électronique qualifié au sens de l'article 3.37. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE, ".
Art. 6. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "artikel 2, § 1, eerste lid, 1°, " vervangen door de woorden "artikel 2, § 1, 1° tot en met 3°, ";
  2° in paragraaf 1, vierde lid, 7°, wordt het woord "federale" telkens opgeheven;
  3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "artikel 2, § 1, eerste lid, 2°, en tweede lid," vervangen door de woorden "artikel 2, § 1, 4° en § 2," en worden de woorden "per aangetekende brief" vervangen door de woorden "per aangetekende zending en wanneer ze elektronisch gebeurt, via een gekwalificeerde dienst voor elektronisch aangetekende bezorging in de zin van artikel 3.37. van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG,";
  4° in paragraaf 3 worden de woorden "artikel 2, § 1, tweede lid," vervangen door de woorden "artikel 2, § 2,".
Art. 6. Dans l'article 6 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 1°, " sont remplacés par les mots " l'article 2, § 1er, 1° à 3°, " ;
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, 7°, le mot " fédéral " est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 2° et alinéa 2, " sont remplacés par les mots " l'article 2, § 1er, 4° et § 2, " et les mots " par lettre recommandée " sont remplacés par les mots " par envoi recommandé et s'il est électronique, via un service d'envoi recommandé électronique qualifié au sens de l'article 3.37. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE " ;
  3° dans le paragraphe 3, les mots " l'article 2, § 1er, alinéa 2, " sont remplacés par les mots " l'article 2, § 2, ".
Art. 7. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de woorden "artikel 2, § 2, 1°, " vervangen door de woorden "artikel 2, § 3, 1°, ".
Art. 7. Dans l'article 7 du même arrêté, les mots " l'article 2, § 2, 1°, " sont remplacés par les mots " l'article 2, § 3, 1°, ".
Art. 8. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de woorden "artikel 2, § 2, 1°, " vervangen door de woorden "artikel 2, § 3, 1°, ".
Art. 8. Dans l'article 8 du même arrêté, les mots " l'article 2, § 2, 1°, " sont remplacés par les mots " l'article 2, § 3, 1°, ".
Art. 9. In artikel 12, § 1, tweede lid, 9°, van hetzelfde besluit wordt het woord "federale" opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 12, § 1er, alinéa 2, 9°, du même arrêté, le mot " fédéral " est abrogé.
Art. 10. De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Le ministre qui à la Justice dans ses attribu-tions est chargé de l'exécution du présent arrêté.