Artikel 1. De diensten voor gezinszorg ontvangen voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 30 juni 2025 een extra subsidie van 0,0535 euro voor elke kilometer die het verzorgend personeel, het logistieke personeel of de doelgroepwerknemer in 2024 voor de dienst heeft afgelegd met een privéwagen.
De diensten voor gezinszorg ontvangen voor de periode van 1 juli 2025 tot en met 31 december 2025 een extra subsidie, die het verschil is tussen het bedrag voor die periode dat is bepaald conform artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten, en 0,3880 euro, voor elke kilometer die het verzorgend personeel, het logistieke personeel of de doelgroepwerknemer in 2024 voor de dienst heeft afgelegd met een privéwagen.
In het eerste en tweede lid wordt verstaan onder het aantal afgelegde kilometers: het aantal kilometers dat de diensten voor gezinszorg in 2025 gemeld hebben aan de administratie conform artikel 60, § 3, eerste lid, van bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers.
De subsidie die berekend wordt conform het eerste en tweede lid, wordt aan de diensten toegekend samen met het saldo, vermeld in artikel 66, eerste lid, van bijlage 2 bij het voormelde besluit.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
12 SEPTEMBER 2025. - Besluit van de Vlaamse Regering tot invoering van een extra subsidie als compensatie voor de hogere brandstofkosten van de diensten voor gezinszorg in 2025 en tot wijziging van bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers en het besluit van de Vlaamse Regering van 24 september 2021 tot bepaling van een aantal evaluatiecriteria voor de programmatie van diensten voor gezinszorg en van een aantal criteria voor de verdeling van de extra uren gezinszorg over de erkende diensten voor gezinszorg, naar aanleiding van de COVID-19-pandemie en VIA6
Titre
12 SEPTEMBRE 2025. - Arrêté du Gouvernement flamand instaurant une subvention supplémentaire afin de compenser l'augmentation des coûts de carburant des services d'aide aux familles en 2025, et modifiant l'annexe 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, et l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 septembre 2021 instaurant un certain nombre de critères d'évaluation pour la programmation de services d'aide aux familles et de critères de répartition des heures d'aide aux familles supplémentaires entre les services d'aide aux familles agréés, à la suite de la pandémie de COVID-19 et du VIA6 (Sixième Accord Intersectoriel flamand)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (14)
Texte (14)
HOOFDSTUK 1. - Invoering van een extra subsidie voor 2025 als compensatie voor de hogere brandstofkosten van de diensten voor gezinszorg en voor mentaal welzijn
CHAPITRE 1er. - Instauration d'une subvention supplémentaire pour 2025 afin de compenser l'augmentation des coûts de carburant des services d'aide aux familles et afin de promouvoir le bien-être mental
Article 1er. Les services d'aide aux familles perçoivent, pour la période du 1er janvier 2025 au 30 juin 2025, une subvention supplémentaire de 0,0535 euros pour chaque kilomètre que le personnel soignant, le personnel logistique ou les travailleurs de groupe-cible ont parcouru en 2024 en voiture privée pour le compte du service.
Les services d'aide aux familles perçoivent, pour la période du 1er juillet 2025 au 31 décembre 2025, une subvention supplémentaire, qui est la différence entre le montant pour cette période déterminé conformément à l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours, et 0,3880 euros, pour chaque kilomètre que le personnel soignant, le personnel logistique ou les travailleurs de groupe-cible ont parcouru en 2024 en voiture privée pour le compte du service.
Aux fins des alinéas 1er et 2, on entend par le nombre de kilomètres parcourus : le nombre de kilomètres que les services d'aide aux familles ont déclaré en 2025 à l'administration conformément à l'article 60, § 3, alinéa 1er, de l'annexe 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers.
La subvention calculée conformément aux alinéas 1er et 2 est octroyée aux services conjointement avec le solde visé à article 66, alinéa 1er, de l'annexe 2 de l'arrêté précité.
Les services d'aide aux familles perçoivent, pour la période du 1er juillet 2025 au 31 décembre 2025, une subvention supplémentaire, qui est la différence entre le montant pour cette période déterminé conformément à l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours, et 0,3880 euros, pour chaque kilomètre que le personnel soignant, le personnel logistique ou les travailleurs de groupe-cible ont parcouru en 2024 en voiture privée pour le compte du service.
Aux fins des alinéas 1er et 2, on entend par le nombre de kilomètres parcourus : le nombre de kilomètres que les services d'aide aux familles ont déclaré en 2025 à l'administration conformément à l'article 60, § 3, alinéa 1er, de l'annexe 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers.
La subvention calculée conformément aux alinéas 1er et 2 est octroyée aux services conjointement avec le solde visé à article 66, alinéa 1er, de l'annexe 2 de l'arrêté précité.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers
CHAPITRE 2. - Modifications de l'annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers
Art. 2. Aan artikel 29 van bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2023, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het tweede lid, 1°, a), beschikt een verzorgend personeelslid voor de studiebewijzen die vanaf het schooljaar 2024-2025 behaald worden in het secundair onderwijs, bij de indiensttreding over een diploma van secundair onderwijs met onderwijskwalificatie niveau 3 of niveau 4, dat is behaald in het studiedomein Maatschappij en Welzijn, samen met een van de volgende beroepskwalificaties:
1° verzorgende;
2° zorgkundige;
3° kinderbegeleider baby's en peuters;
4° kinderbegeleider schoolgaande kinderen;
5° persoonsbegeleider.".
"In afwijking van het tweede lid, 1°, a), beschikt een verzorgend personeelslid voor de studiebewijzen die vanaf het schooljaar 2024-2025 behaald worden in het secundair onderwijs, bij de indiensttreding over een diploma van secundair onderwijs met onderwijskwalificatie niveau 3 of niveau 4, dat is behaald in het studiedomein Maatschappij en Welzijn, samen met een van de volgende beroepskwalificaties:
1° verzorgende;
2° zorgkundige;
3° kinderbegeleider baby's en peuters;
4° kinderbegeleider schoolgaande kinderen;
5° persoonsbegeleider.".
Art. 2. L'article 29 de l'annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2023, est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 2, 1°, a), un membre du personnel soignant dispose, pour les titres obtenus dans l'enseignement secondaire à partir de l'année scolaire 2024-2025, lors de son entrée en service d'un diplôme de l'enseignement secondaire avec une qualification d'enseignement du niveau 3 ou du niveau 4, qui est obtenu dans le domaine d'études Société et Bien-être, ainsi que l'une des qualifications professionnelles suivantes :
1° aide-soignant ;
2° aide-infirmier ;
3° accompagnateur de bébés et de la petite enfance ;
4° accompagnateur d'enfants scolarisés ;
5° accompagnateur de personnes. ".
" Par dérogation à l'alinéa 2, 1°, a), un membre du personnel soignant dispose, pour les titres obtenus dans l'enseignement secondaire à partir de l'année scolaire 2024-2025, lors de son entrée en service d'un diplôme de l'enseignement secondaire avec une qualification d'enseignement du niveau 3 ou du niveau 4, qui est obtenu dans le domaine d'études Société et Bien-être, ainsi que l'une des qualifications professionnelles suivantes :
1° aide-soignant ;
2° aide-infirmier ;
3° accompagnateur de bébés et de la petite enfance ;
4° accompagnateur d'enfants scolarisés ;
5° accompagnateur de personnes. ".
Art. 3. In artikel 49, achtste lid, van bijlage 2 bij hetzelfde besluit wordt de zinsnede "van 15.390 uren gezinszorg" vervangen door de zinsnede "dat gelijk is aan het aantal dagen dat de dienst erkend is in dat jaar, gedeeld door het totale aantal dagen van dat jaar, vermenigvuldigd met 15.390 uren".
Art. 3. Dans l'article 49, alinéa 8, de l'annexe 2 du même arrêté, le membre de phrase " de 15.390 heures d'aide aux familles " est remplacé par le membre de phrase " égal au nombre de jours pour lesquels le service est agréé cette année-là, divisé par le nombre total de jours de cette année-là, multiplié par 15 390 heures ".
Art. 4. In bijlage 2 bij hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 september 2025, wordt een artikel 64/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 64/1. § 1. Om het mentale welzijn van kwetsbare personen te bevorderen en voor de preventie van eenzaamheid wordt een budget van 3.000.000 euro verdeeld tussen de erkende diensten voor gezinszorg.
De erkende diensten gebruiken het budget, vermeld in het eerste lid, om de nodige expertiseopbouw te verwezenlijken, om kennis te delen met andere diensten voor gezinszorg en om samenwerkingen aan te gaan om het mentale welzijn van kwetsbare personen te bevorderen en voor de preventie van eenzaamheid, en om mentale kwetsbaarheid en eenzaamheid in de praktijk aan te pakken.
De erkende diensten beschrijven het beleid en vermelden de initiatieven die ze in het kader van de toepassing van het eerste en tweede lid nemen en plannen, in de kwaliteitsplanning en het jaarverslag, vermeld in artikel 9, § 2, van dit besluit.
§ 2. Het budget, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt evenredig verdeeld tussen de diensten op basis van het toegewezen urencontingent gezinszorg van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop dat budget betrekking heeft. Het subsidiebedrag wordt aan de diensten toegekend samen met hun voorschot voor het derde trimester.
§ 3. Het bedrag, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt geïndexeerd conform artikel 58, § 3, derde lid, van deze bijlage.".
"Art. 64/1. § 1. Om het mentale welzijn van kwetsbare personen te bevorderen en voor de preventie van eenzaamheid wordt een budget van 3.000.000 euro verdeeld tussen de erkende diensten voor gezinszorg.
De erkende diensten gebruiken het budget, vermeld in het eerste lid, om de nodige expertiseopbouw te verwezenlijken, om kennis te delen met andere diensten voor gezinszorg en om samenwerkingen aan te gaan om het mentale welzijn van kwetsbare personen te bevorderen en voor de preventie van eenzaamheid, en om mentale kwetsbaarheid en eenzaamheid in de praktijk aan te pakken.
De erkende diensten beschrijven het beleid en vermelden de initiatieven die ze in het kader van de toepassing van het eerste en tweede lid nemen en plannen, in de kwaliteitsplanning en het jaarverslag, vermeld in artikel 9, § 2, van dit besluit.
§ 2. Het budget, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt evenredig verdeeld tussen de diensten op basis van het toegewezen urencontingent gezinszorg van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop dat budget betrekking heeft. Het subsidiebedrag wordt aan de diensten toegekend samen met hun voorschot voor het derde trimester.
§ 3. Het bedrag, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt geïndexeerd conform artikel 58, § 3, derde lid, van deze bijlage.".
Art. 4. Dans l'annexe 2 au même arrêté, modifiée en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 septembre 2025, il est inséré un article 64/1, rédigé comme suit :
" Art. 64/1. § 1er. Afin de promouvoir le bien-être mental de personnes vulnérables et de prévenir la solitude, un budget de 3 000 000 euros est réparti entre les services agréés d'aide aux familles.
Les services agréés utilisent le budget visé à l'alinéa 1er pour acquérir l'expertise nécessaire, pour partager leurs connaissances avec d'autres services d'aide aux familles et pour collaborer à la promotion du bien-être mental des personnes vulnérables et à la prévention de la solitude, ainsi que pour aborder la vulnérabilité mentale et la solitude dans la pratique.
Les services agréés décrivent la politique et mentionnent les initiatives qu'ils prennent et prévoient dans le cadre de l'application des alinéas 1er et 2, dans le planning de la qualité et le rapport annuel visés à l'article 9, § 2, du présent arrêté.
§ 2. Le budget visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, est réparti proportionnellement entre les services sur la base du contingent d'heures d'aide aux familles attribué de l'année précédant celle à laquelle ce budget se rapporte. Le montant de subvention est octroyé aux services en même temps que leur avance pour le troisième trimestre.
§ 3. Le montant visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, est indexé conformément à l'article 58, § 3, alinéa 3, de la présente annexe. ".
" Art. 64/1. § 1er. Afin de promouvoir le bien-être mental de personnes vulnérables et de prévenir la solitude, un budget de 3 000 000 euros est réparti entre les services agréés d'aide aux familles.
Les services agréés utilisent le budget visé à l'alinéa 1er pour acquérir l'expertise nécessaire, pour partager leurs connaissances avec d'autres services d'aide aux familles et pour collaborer à la promotion du bien-être mental des personnes vulnérables et à la prévention de la solitude, ainsi que pour aborder la vulnérabilité mentale et la solitude dans la pratique.
Les services agréés décrivent la politique et mentionnent les initiatives qu'ils prennent et prévoient dans le cadre de l'application des alinéas 1er et 2, dans le planning de la qualité et le rapport annuel visés à l'article 9, § 2, du présent arrêté.
§ 2. Le budget visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, est réparti proportionnellement entre les services sur la base du contingent d'heures d'aide aux familles attribué de l'année précédant celle à laquelle ce budget se rapporte. Le montant de subvention est octroyé aux services en même temps que leur avance pour le troisième trimestre.
§ 3. Le montant visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, est indexé conformément à l'article 58, § 3, alinéa 3, de la présente annexe. ".
Art. 5. In artikel 65/1 van bijlage 2 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2023 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 1° en 6°, wordt de zinsnede "artikel 29, tweede lid" vervangen door de zinsnede "artikel 29, tweede en derde lid";
2° in paragraaf 3 worden tussen de woorden "per zijinstromer" en de woorden "het totale aantal uren" de woorden "en per regionale stad" ingevoegd.
1° in paragraaf 1, 1° en 6°, wordt de zinsnede "artikel 29, tweede lid" vervangen door de zinsnede "artikel 29, tweede en derde lid";
2° in paragraaf 3 worden tussen de woorden "per zijinstromer" en de woorden "het totale aantal uren" de woorden "en per regionale stad" ingevoegd.
Art. 5. A l'article 65/1 de l'annexe 2 au même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2023 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, 1° et 6°, le membre de phrase " l'article 29, alinéa 2 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 29, alinéas 2 et 3 " ;
2° dans le paragraphe 3, les mots " et pour chaque ville régionale " sont insérés après les mots " pour chaque entrant direct ".
1° dans le paragraphe 1er, 1° et 6°, le membre de phrase " l'article 29, alinéa 2 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 29, alinéas 2 et 3 " ;
2° dans le paragraphe 3, les mots " et pour chaque ville régionale " sont insérés après les mots " pour chaque entrant direct ".
Art. 6. In bijlage 2 bij hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 september 2025, wordt een artikel 65/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 65/2. § 1. In dit artikel wordt verstaan onder
1° leerling duaal leren: een leerling met wie de dienst voor gezinszorg een overeenkomst van alternerende opleiding heeft gesloten;
2° overeenkomst van alternerende opleiding: een overeenkomst van alternerende opleiding als vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°, van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen.
§ 2. De diensten voor gezinszorg kunnen subsidiabele uren gezinszorg en bijscholing die toegekend worden conform artikel 49, derde lid, en artikel 65 van deze bijlage, en die ze niet benutten voor verzorgend personeel, gebruiken voor de financiering van de leervergoeding, vermeld in artikel 17, § 1, eerste lid, van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen, van leerlingen duaal leren.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid ontvangt een dienst binnen de beschikbare begrotingskredieten een forfaitair bedrag van 32,74 euro per uur dat de leerling duaal leren voor de dienst gepresteerd heeft, met een maximum van gemiddeld 18 uur per begonnen maand van de overeenkomst van alternerende opleiding die is gesloten.
De subsidie die berekend wordt conform het eerste en tweede lid, wordt aan de diensten toegekend, samen met het saldo, vermeld in artikel 66, eerste lid, van deze bijlage.
§ 3. De diensten voor gezinszorg bezorgen aan de administratie jaarlijks vóór 1 mei per leerling duaal leren en per regionale stad het totale aantal gepresteerde uren tijdens het voorbije jaar, samen met de begin- en einddatum van de overeenkomst van alternerende opleiding.
§ 4. Voor de verdeling van de subsidies, vermeld in artikel 59, 60 en 64 van deze bijlage, worden leerlingen duaal leren gelijkgesteld met verzorgende personeelsleden.
§ 5. Voor de toepassing van artikel 28 van deze bijlage wordt een leerling duaal leren gelijkgesteld met een stagiair.".
"Art. 65/2. § 1. In dit artikel wordt verstaan onder
1° leerling duaal leren: een leerling met wie de dienst voor gezinszorg een overeenkomst van alternerende opleiding heeft gesloten;
2° overeenkomst van alternerende opleiding: een overeenkomst van alternerende opleiding als vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°, van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen.
§ 2. De diensten voor gezinszorg kunnen subsidiabele uren gezinszorg en bijscholing die toegekend worden conform artikel 49, derde lid, en artikel 65 van deze bijlage, en die ze niet benutten voor verzorgend personeel, gebruiken voor de financiering van de leervergoeding, vermeld in artikel 17, § 1, eerste lid, van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen, van leerlingen duaal leren.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid ontvangt een dienst binnen de beschikbare begrotingskredieten een forfaitair bedrag van 32,74 euro per uur dat de leerling duaal leren voor de dienst gepresteerd heeft, met een maximum van gemiddeld 18 uur per begonnen maand van de overeenkomst van alternerende opleiding die is gesloten.
De subsidie die berekend wordt conform het eerste en tweede lid, wordt aan de diensten toegekend, samen met het saldo, vermeld in artikel 66, eerste lid, van deze bijlage.
§ 3. De diensten voor gezinszorg bezorgen aan de administratie jaarlijks vóór 1 mei per leerling duaal leren en per regionale stad het totale aantal gepresteerde uren tijdens het voorbije jaar, samen met de begin- en einddatum van de overeenkomst van alternerende opleiding.
§ 4. Voor de verdeling van de subsidies, vermeld in artikel 59, 60 en 64 van deze bijlage, worden leerlingen duaal leren gelijkgesteld met verzorgende personeelsleden.
§ 5. Voor de toepassing van artikel 28 van deze bijlage wordt een leerling duaal leren gelijkgesteld met een stagiair.".
Art. 6. Dans l'annexe 2 au même arrêté, modifiée en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 septembre 2025, il est inséré un article 65/2, rédigé comme suit :
" Art. 65/2. § 1er. Dans le présent article, on entend par :
1° élève en apprentissage dual : un élève avec lequel le service d'aide aux familles a conclu un contrat de formation en alternance ;
2° contrat de formation en alternance : un contrat de formation en alternance, tel que visé à l'article 3, alinéa 1er, 1°, du décret du 10 juin 2016 réglant certains aspects des formations en alternance.
§ 2. Les services d'aide aux familles peuvent utiliser des heures subventionnables d'aide aux familles et de perfectionnement, accordées conformément à l'article 49, alinéa 3, et à l'article 65 de la présente annexe, et qu'ils n'utilisent pas pour le personnel soignant, pour financer l'allocation d'apprentissage, visée à l'article 17, § 1er, alinéa 1er, du décret du 10 juin 2016 réglant certains aspects des formations en alternance.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa 1er, un service reçoit, dans les limites des crédits budgétaires disponibles, un montant forfaitaire de 32,74 euros par heure que l'élève en apprentissage dual a prestée pour le service, avec un maximum moyen de 18 heures par mois commencé du contrat de formation en alternance qui a été conclu.
La subvention, calculée conformément aux alinéas 1er et 2, est octroyée aux services, en même temps que le solde visé à article 66, alinéa 1er, de la présente annexe.
§ 3. Au plus tard le 1er mai de chaque année, les services d'aide aux familles communiquent à l'administration, pour chaque élève en apprentissage dual et pour chaque ville régionale, le nombre total d'heures prestées au cours de l'année écoulée, ainsi que la date de début et la date de fin du contrat de formation en alternance.
§ 4. Pour la répartition des subventions visées aux articles 59, 60 et 64 de la présente annexe, les élèves en apprentissage dual sont assimilés aux membres du personnel soignants.
§ 5. Pour l'application de l'article 28 de la présente annexe, un élève en apprentissage dual est assimilé à un stagiaire. ".
" Art. 65/2. § 1er. Dans le présent article, on entend par :
1° élève en apprentissage dual : un élève avec lequel le service d'aide aux familles a conclu un contrat de formation en alternance ;
2° contrat de formation en alternance : un contrat de formation en alternance, tel que visé à l'article 3, alinéa 1er, 1°, du décret du 10 juin 2016 réglant certains aspects des formations en alternance.
§ 2. Les services d'aide aux familles peuvent utiliser des heures subventionnables d'aide aux familles et de perfectionnement, accordées conformément à l'article 49, alinéa 3, et à l'article 65 de la présente annexe, et qu'ils n'utilisent pas pour le personnel soignant, pour financer l'allocation d'apprentissage, visée à l'article 17, § 1er, alinéa 1er, du décret du 10 juin 2016 réglant certains aspects des formations en alternance.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa 1er, un service reçoit, dans les limites des crédits budgétaires disponibles, un montant forfaitaire de 32,74 euros par heure que l'élève en apprentissage dual a prestée pour le service, avec un maximum moyen de 18 heures par mois commencé du contrat de formation en alternance qui a été conclu.
La subvention, calculée conformément aux alinéas 1er et 2, est octroyée aux services, en même temps que le solde visé à article 66, alinéa 1er, de la présente annexe.
§ 3. Au plus tard le 1er mai de chaque année, les services d'aide aux familles communiquent à l'administration, pour chaque élève en apprentissage dual et pour chaque ville régionale, le nombre total d'heures prestées au cours de l'année écoulée, ainsi que la date de début et la date de fin du contrat de formation en alternance.
§ 4. Pour la répartition des subventions visées aux articles 59, 60 et 64 de la présente annexe, les élèves en apprentissage dual sont assimilés aux membres du personnel soignants.
§ 5. Pour l'application de l'article 28 de la présente annexe, un élève en apprentissage dual est assimilé à un stagiaire. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 september 2021 tot bepaling van een aantal evaluatiecriteria voor de programmatie van diensten voor gezinszorg en van een aantal criteria voor de verdeling van de extra uren gezinszorg over de erkende diensten voor gezinszorg, naar aanleiding van de COVID-19-pandemie en VIA6
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 septembre 2021 instaurant un certain nombre de critères d'évaluation pour la programmation de services d'aide aux familles et de critères de répartition des heures d'aide aux familles supplémentaires entre les services d'aide aux familles agréés, à la suite de la pandémie de COVID-19 et du VIA6 (Sixième Accord Intersectoriel flamand)
Art. 7. In artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 september 2021 tot bepaling van een aantal evaluatiecriteria voor de programmatie van diensten voor gezinszorg en van een aantal criteria voor de verdeling van de extra uren gezinszorg over de erkende diensten voor gezinszorg, naar aanleiding van de COVID-19-pandemie en VIA6, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023, wordt de zinsnede "werkingsjaar 2022, 2023, 2024, 2025 en 2026" vervangen door de zinsnede "werkingsjaar 2022 tot en met werkingsjaar 2028".
Art. 7. Dans l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 septembre 2021 instaurant un certain nombre de critères d'évaluation pour la programmation de services d'aide aux familles et de critères de répartition des heures d'aide aux familles supplémentaires entre les services d'aide aux familles agréés, à la suite de la pandémie de COVID-19 et du VIA6 (Sixième Accord Intersectoriel flamand), modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023, le membre de phrase " années d'activité 2022, 2023, 2024, 2025 et 2026 " est remplacé par le membre de phrase " années d'activité 2022 à 2028 ".
Art. 8. In artikel 9, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023, wordt de zinsnede "werkingsjaar 2022, 2023, 2024, 2025 en 2026" vervangen door de zinsnede "werkingsjaar 2022 tot en met het werkingsjaar 2028".
Art. 8. Dans l'article 9, alinéa 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023, le membre de phrase " années d'activité 2022, 2023, 2024, 2025 et 2026 " est remplacé par le membre de phrase " années d'activité 2022 à 2028 ".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 9. Artikel 1 en 4 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2025.
Art. 9. Les articles 1 et 4 produisent leurs effets le 1er janvier 2025.
Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Le ministre flamand qui a les soins de santé et les soins résidentiels dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.