Artikel 1. Artikel 12, § 3, negende lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving wordt aangevuld met het volgende streepje:
"- gedurende de academiejaren 2025-2026, 2026-2027 en 2027-2028, de leerlingen die niet bedoeld zijn in artikel 17, § 1, 1°, a) en e) alsook 2°, a), b), en c) van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs voor zover zij hun studies in het secundair onderwijs met volledig of alternerend leerplan niet langer kunnen voortzetten, en op voorwaarde dat deze leerlingen waren ingeschreven in het secundair onderwijs met volledig of alternerend leerplan in het jaar voorafgaand aan hun inschrijving in het volwassenenonderwijs en een door de inrichting van het secundaire onderwijs met volledig of alternerend leerplan opgesteld getuigschrift met betrekking tot die inschrijving voorleggen.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
16 JULI 2025. - Programmadecreet houdende diverse bepalingen betreffende Onderwijs, Schoolgebouwen en Onderlinge Belgische Betrekkingen
Titre
16 JUILLET 2025. - Décret - programme portant diverses dispositions relatives à l'Enseignement, aux Bâtiments scolaires et aux Relations intra-belges
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
TITEL I. - Maatregelen betreffende het 7e jaar ...
HOOFDSTUK 1. - Bepaling tot wijziging van de we...
HOOFDSTUK 2. - Bepaling tot wijziging van het k...
HOOFDSTUK 3. - Bepalingen betreffende de toelat...
TITEL II. - Maatregelen betreffende het 7e jaar...
HOOFDSTUK 1. - Bepalingen tot wijziging van het...
HOOFDSTUK 2. - Bepaling tot wijziging van het b...
HOOFDSTUK 3. - Bepalingen tot wijziging van het...
HOOFDSTUK 4. - Bepalingen tot wijziging van het...
HOOFDSTUK 5. - Bepalingen tot wijziging van het...
HOOFDSTUK 6. - Bepalingen tot wijziging van het...
HOOFDSTUK 7. - Bepalingen tot wijziging van het...
HOOFDSTUK 8. - Bepalingen tot wijziging van het...
Afdeling 9. - Bepalingen tot wijziging van het ...
HOOFDSTUK 10. - Bepalingen betreffende de openb...
TITEL III. - Maatregelen betreffende het 7e jaa...
HOOFDSTUK 1. - Bepaling tot wijziging van het d...
HOOFDSTUK 2. - Bepaling die het behoud van betr...
TITEL IV. - Maatregelen betreffende het 7e jaar...
TITEL V. - Bepalingen betreffende de opwaarderi...
HOOFDSTUK 1. - Bepaling tot wijziging van het d...
HOOFDSTUK 2. - Bepaling tot wijziging van het d...
HOOFDSTUK 3. - Bepaling tot wijziging van het k...
HOOFDSTUK 4. - Bepalingen tot wijziging van het...
TITEL VI. - Bepalingen betreffende een aanvulle...
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied en definities
HOOFDSTUK 2. - Het aanvullende overgangskader v...
Afdeling 1. - Algemeen
HOOFDSTUK 2. - Het aanvullende kader van het te...
HOOFDSTUK 3. - Toewijzingsregels voor betrekkin...
TITEL VII. - Bepalingen betreffende de informat...
Hoofdstuk 1. - Bepaling tot wijziging van het d...
HOOFDSTUK 2. - Vergoeding gekoppeld aan het geb...
HOOFDSTUK 3. - De digitale apparatuur van de di...
TITEL VIII. - Bepalingen betreffende de verzelf...
TITEL IX. - Bepalingen betreffende de digitale ...
HOOFDSTUK 1. - De ondersteuning voor de minimal...
HOOFDSTUK 2. - De ondersteuning van proefprojec...
TITEL X. - Bepalingen tot wijziging van de wet ...
TITEL XI. - Bepalingen inzake opleiding
DEEL II. - Bepaling betreffende de instanties d...
DEEL III. - Bepalingen betreffende het Hoger on...
TITEL I. - Bepaling tot wijziging van de begrot...
TITEL II. - Bepaling ter ondersteuning van de s...
TITEL III. - Bepaling tot wijziging van de wet ...
TITEL IV. - Bepaling tot wijziging van het decr...
DEEL IV. - BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE SCH...
TITEL I. - Wijzigingen van de decreten van 5 fe...
TITEL II. - Wijzigingen van de decreten van 5 f...
TITEL III. - Wijziging van het decreet van 5 fe...
TITEL IV. - Wijzigingen van het decreet van 27 ...
DEEL V. - Bepaling betreffende de onderlinge Be...
DEEL VI. - Inwerkingtredingen
Table des matières
TITRE Ier. - Mesures relatives aux 7èmes années...
CHAPITRE 1er. - Disposition modifiant la loi du...
CHAPITRE 2. - Disposition modifiant l'arrêté ro...
CHAPITRE 3. - Dispositions relatives à l'admiss...
TITRE II. - Mesures relatives aux 7èmes années ...
CHAPITRE 1er. - Dispositions modifiant l'arrêté...
CHAPITRE 2. - Disposition modifiant l'arrêté de...
CHAPITRE 3. - Dispositions modifiant l'arrêté d...
CHAPITRE 4. - Dispositions modifiant l'arrêté d...
CHAPITRE 5. - Dispositions modifiant l'arrêté d...
CHAPITRE 6. - Dispositions modifiant l'arrêté d...
CHAPITRE 7. - Dispositions modifiant l'arrêté d...
CHAPITRE 8. - Dispositions modifiant l'arrêté d...
CHAPITRE 9. - Dispositions modifiant le décret ...
CHAPITRE 10. - Dispositions relatives à la publ...
TITRE III. - Mesures relatives aux 7èmes années...
CHAPITRE 1er. - Disposition modifiant le décret...
CHAPITRE 2. - Disposition permettant le maintie...
TITRE IV. - Mesures relatives aux 7èmes années ...
TITRE V. - Dispositions relatives à la revalori...
CHAPITRE 1er. - Disposition modifiant le décret...
CHAPITRE 2. - Disposition modifiant le décret d...
CHAPITRE 3. - Disposition modifiant l'arrêté ro...
CHAPITRE 4. - Dispositions modifiant le décret ...
TITRE VI. - Dispositions en matière de cadre co...
CHAPITRE 1er. - Champ d'application et définitions
CHAPITRE 2. - Du cadre complémentaire transitoi...
Section 1ère. - Généralités
Section 2. - Du cadre complémentaire du personn...
CHAPITRE 3. - Règles d'attribution des emplois ...
TITRE VII. - Dispositions relatives aux primes ...
CHAPITRE 1er. - Disposition modifiant le décret...
CHAPITRE 2. - Indemnité liée à l'usage d'équipe...
CHAPITRE 3. - De l'équipement numérique des dir...
TITRE VIII. - Dispositions relatives à l'autono...
TITRE IX. - Dispositions relatives au soutien d...
CHAPITRE 1er. - Du soutien à l'équipement numér...
CHAPITRE 2. - Du soutien à des projets pilotes ...
TITRE X. - Dispositions modifiant la loi du 29 ...
TITRE XI. - Dispositions en matière de formation
Partie II. - Disposition relative aux organisme...
PARTIE III. - Dispositions relatives à l'Enseig...
TITRE Ier. - Disposition modifiant le budget dé...
TITRE II. - Disposition visant à soutenir la lu...
TITRE III. - Disposition modifiant la loi du 27...
TITRE IV. - Disposition modifiant le décret du ...
PARTIE IV. - DISPOSITIONS RELATIVES AUX BATIMEN...
TITRE Ier. - Modifications des décrets du 5 fév...
TITRE II. - Modifications des décrets du 5 févr...
TITRE III. - Modification au décret du 5 févrie...
TITRE IV. - Modifications du décret du 27 avril...
PARTIE V. - Disposition concernant les relation...
PARTIE VI. - Entrées en vigueur
Tekst (165)
Texte (165)
TITEL I. - Maatregelen betreffende het 7e jaar inzake de begeleiding van de lerenden
TITRE Ier. - Mesures relatives aux 7èmes années concernant l'accompagnement des apprenants
HOOFDSTUK 1. - Bepaling tot wijziging van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving
CHAPITRE 1er. - Disposition modifiant la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement
Article 1er. L'article 12, § 3, alinéa 9, de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement est complété par le tiret suivant :
" - au cours des années académiques 2025-2026, 2026-2027 et 2027-2028, les élèves non visés à l'article 17, § 1er, 1°, a) et e) ainsi que 2°, a), b), et c) de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire dans la mesure où ils ne peuvent plus poursuivre leurs études dans l'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance, et à condition que ces élèves aient été inscrits dans l'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance au cours de l'année précédant leur inscription dans l'Enseignement pour Adultes et produisent une attestation relative à cette inscription émise par l'établissement d'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance concerné. ".
" - au cours des années académiques 2025-2026, 2026-2027 et 2027-2028, les élèves non visés à l'article 17, § 1er, 1°, a) et e) ainsi que 2°, a), b), et c) de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire dans la mesure où ils ne peuvent plus poursuivre leurs études dans l'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance, et à condition que ces élèves aient été inscrits dans l'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance au cours de l'année précédant leur inscription dans l'Enseignement pour Adultes et produisent une attestation relative à cette inscription émise par l'établissement d'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance concerné. ".
HOOFDSTUK 2. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs
CHAPITRE 2. - Disposition modifiant l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire
Art. 2. Artikel 17, § 1, 2°, f), van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs wordt vervangen door: "f) regelmatige leerlingen die met succes het zesde jaar van het gewoon secundair onderwijs hebben afgerond in de gegroepeerde basisopties "kinderverzorging", "zorgkunde" en "medisch-maatschappelijk werk".".
Art. 2. L'article 17, § 1er, 2°, f), de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire est remplacé par ce qui suit : " f) les élèves réguliers qui ont terminé avec fruit la sixième année de l'enseignement secondaire ordinaire, dans les options de base groupées " Puériculteur/Puéricultrice ", " Aide-soignant/Aide-Soignante " et " Agent Médico-Social/Agente médico-sociale. ".
HOOFDSTUK 3. - Bepalingen betreffende de toelating tot internaten van leerlingen uit het Volwassenenonderwijs
CHAPITRE 3. - Dispositions relatives à l'admission en internats des élèves de l'Enseignement pour Adultes
Art. 3. In koninklijk besluit nr. 456 van 10 september 1986 houdende rationalisatie en programmatie van de internaten van het door de Staat georganiseerd of gesubsidieerd, wordt een nieuw lid toegevoegd aan artikel 1, § 2, dat als volgt luidt:
"Mogen, gedurende de academiejaren 2025-2026, 2026-2027 en 2027-2028, toegelaten worden in een internaat en er beschouwd worden als regelmatig ingeschreven op grond van dezelfde bepalingen van toepassing op de andere interne leerlingen: de leerlingen die niet bedoeld zijn in artikel 17, § 1, 1°, a) en e) alsook 2°, a), b) en c) van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs, voor zover zij hun studie in het secundair onderwijs met volledig of alternerend leerplan niet langer kunnen voortzetten, en op voorwaarde dat deze studenten in het jaar voorafgaand aan hun inschrijving in het Volwassenenonderwijs ingeschreven waren in het secundair onderwijs met volledig of alternerend leerplan en een attest met betrekking tot deze inschrijving overleggen dat door de inrichting voor secundair onderwijs met volledig of alternerend leerplan is uitgereikt."
"Mogen, gedurende de academiejaren 2025-2026, 2026-2027 en 2027-2028, toegelaten worden in een internaat en er beschouwd worden als regelmatig ingeschreven op grond van dezelfde bepalingen van toepassing op de andere interne leerlingen: de leerlingen die niet bedoeld zijn in artikel 17, § 1, 1°, a) en e) alsook 2°, a), b) en c) van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs, voor zover zij hun studie in het secundair onderwijs met volledig of alternerend leerplan niet langer kunnen voortzetten, en op voorwaarde dat deze studenten in het jaar voorafgaand aan hun inschrijving in het Volwassenenonderwijs ingeschreven waren in het secundair onderwijs met volledig of alternerend leerplan en een attest met betrekking tot deze inschrijving overleggen dat door de inrichting voor secundair onderwijs met volledig of alternerend leerplan is uitgereikt."
Art. 3. Dans l'arrêté royal n° 456 du 10 septembre 1986 portant rationalisation et programmation des internats de l'enseignement organisé ou subventionné par l'Etat, un nouvel alinéa est ajouté à l'article 1er, § 2, qui est rédigé comme suit :
" Au cours des années académiques 2025-2026, 2026-2027 et 2027-2028, peuvent être admis dans un internat et y être considéré comme régulièrement inscrit sur base des mêmes dispositions applicables aux autres élèves-internes, les élèves non visés à l'article 17, § 1er, 1°, a) et e) ainsi que 2°, a), b), et c) de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire dans la mesure où ils ne peuvent plus poursuivre leurs études dans l'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance, et à condition que ces élèves aient été inscrits dans l'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance au cours de l'année précédant leur inscription dans l'Enseignement pour Adultes et produisent une attestation relative à cette inscription émise par l'établissement d'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance concerné ".
" Au cours des années académiques 2025-2026, 2026-2027 et 2027-2028, peuvent être admis dans un internat et y être considéré comme régulièrement inscrit sur base des mêmes dispositions applicables aux autres élèves-internes, les élèves non visés à l'article 17, § 1er, 1°, a) et e) ainsi que 2°, a), b), et c) de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire dans la mesure où ils ne peuvent plus poursuivre leurs études dans l'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance, et à condition que ces élèves aient été inscrits dans l'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance au cours de l'année précédant leur inscription dans l'Enseignement pour Adultes et produisent une attestation relative à cette inscription émise par l'établissement d'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance concerné ".
Art. 4. In het koninklijk besluit van 18 april 1967 tot vaststelling van de regels voor de berekening van het aantal opvoeders in het rijksonderwijs, wordt artikel 2, § 2 als volgt vervangen:
"Voor de toepassing van § 1 van dit artikel wordt een coëfficiënt van 0,75 toegepast op de leerlingen van het hoger onderwijs en het volwassenenonderwijs".
"Voor de toepassing van § 1 van dit artikel wordt een coëfficiënt van 0,75 toegepast op de leerlingen van het hoger onderwijs en het volwassenenonderwijs".
Art. 4. Dans l'arrêté royal du 18 avril 1967 fixant les règles de calcul du nombre d'éducateurs dans l'enseignement de l'Etat, l'article 2, § 2 est remplacé par ce qui suit :
" Pour l'application du § 1er du présent article, le coefficient 0,75 est appliqué aux élèves de l'enseignement supérieur et de l'enseignement pour adultes ".
" Pour l'application du § 1er du présent article, le coefficient 0,75 est appliqué aux élèves de l'enseignement supérieur et de l'enseignement pour adultes ".
Art. 5. In artikel 32, § 2, derde lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving worden de woorden "wordt hen bovendien toegekend per interne leerling van het gewone basis- of secundaire onderwijs" vervangen door de woorden "wordt hen bovendien toegekend per interne leerling van het gewone basis- of secundaire onderwijs of van het volwassenenonderwijs.".
Art. 5. A l'article 32, § 2, alinéa 3, de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement, les termes " par élève interne de l'enseignement fondamental ou secondaire ordinaire leur est en outre accordée " sont remplacés par les termes " par élève interne de l'enseignement fondamental ou secondaire ordinaire ou de l'enseignement pour adultes leur est en outre accordée. ".
Art. 6. In artikel 16, eerste lid, van het programmadecreet van 19 december 2002 houdende verschillende maatregelen betreffende de begrotingsfondsen, het "Fonds Ecureuil" van de Franse Gemeenschap, de euro, de universitaire instellingen, het "Centre hospitalier universitaire de Liège", de psycho-medisch-sociale centra, de diensten voor de gezondheidspromotie op school, het onderwijs en het "Centre technique horticole de Gembloux", wordt een nieuw punt d) toegevoegd als volgt:
" d) interne leerling uit het volwassenenonderwijs: 1.900 euro."
" d) interne leerling uit het volwassenenonderwijs: 1.900 euro."
Art. 6. A l'article 16, alinéa 1er, du décret-programme du 19 décembre 2002 portant diverses mesures concernant les fonds budgétaires, le Fonds Ecureuil de la Communauté française, l'euro, les institutions universitaires, le Centre hospitalier universitaire de Liège, les centres psycho-médico-sociaux, les services de promotion de la santé à l'école, l'enseignement et le centre technique horticole de Gembloux, est ajouté un nouveau point d) rédigé comme suit :
" d) élève interne relevant de l'Enseignement pour Adultes : 1.900 euros."
" d) élève interne relevant de l'Enseignement pour Adultes : 1.900 euros."
TITEL II. - Maatregelen betreffende het 7e jaar inzake de begeleiding van de personeelsleden
TITRE II. - Mesures relatives aux 7èmes années concernant l'accompagnement des membres du personnel
HOOFDSTUK 1. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions modifiant l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement, gardien, primaire, spécial, moyen, technique, de promotion sociale et artistique de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements
Art. 7. In artikel 45, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, worden de woorden "of in een functie van dezelfde categorie, zoals bedoeld in het decreet van 11 april 2014 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs, alsook in het koninklijk besluit van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel bij de inrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, en van de ambten der leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, waarvoor hij beschikt over het vereiste bekwaamheidsbewijs, voldoende bekwaamheidsbewijs of schaarstebekwaamheidsbewijs," ingevoegd tussen de woorden "voor het ambt waarvoor hij vast benoemd werd" en "ter compensatie van het aantal lestijden".
Art. 7. A l'article 45, § 2, alinéa 2, de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement, gardien, primaire, spécial, moyen, technique, de promotion sociale et artistique de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, les mots " ou dans une fonction de la même catégorie, telle que visée dans le décret du 11 avril 2014 réglementant les titres et fonctions dans l'enseignement fondamental et secondaire organisé et subventionné par la Communauté française ainsi que dans l'arrêté royal du 2 octobre 1968 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, du personnel psychologique, du personnel social des établissements d'enseignement préscolaire, primaire, spécial, moyen, technique, artistique, de sociale et supérieur non universitaire de la Communauté française et les fonctions des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, pour laquelle il possède le titre requis, le titre suffisant ou le titre de pénurie, " sont insérés entre les mots " dans laquelle il est nommé à titre définitif, " et les mots " en compensation du nombre de périodes de cours ".
Art. 8. Een artikel 167ter.2/1, opgesteld als volgt, wordt ingevoegd in hetzelfde besluit, na artikel 167ter.2:
"Artikel 167ter.2/1. Het in disponibiliteit gestelde personeelslid dat niet in actieve dienst kon worden teruggeroepen, voor een bepaalde of onbepaalde duur, of tijdelijk in actieve dienst kon worden teruggeroepen op advies van de interzonale commissie in een van de inrichtingen van een andere zone dient elke niet ingevulde betrekking in dezelfde functie of in een andere functie van dezelfde categorie bij een andere inrichtende macht te aanvaarden, voor zover hij, voor de betrokken functie, in het bezit is van het vereiste bekwaamheidsbewijs of voldoende bekwaamheidsbewijs met pedagogisch onderdeel, voor de onderwijsfuncties.
In het kader van de in het vorige artikel bedoelde tijdelijke terugroeping, dient onder niet ingevulde betrekking te worden verstaan: een definitief of tijdelijk vacante betrekking die niet aan een personeelslid werd toegewezen.".
"Artikel 167ter.2/1. Het in disponibiliteit gestelde personeelslid dat niet in actieve dienst kon worden teruggeroepen, voor een bepaalde of onbepaalde duur, of tijdelijk in actieve dienst kon worden teruggeroepen op advies van de interzonale commissie in een van de inrichtingen van een andere zone dient elke niet ingevulde betrekking in dezelfde functie of in een andere functie van dezelfde categorie bij een andere inrichtende macht te aanvaarden, voor zover hij, voor de betrokken functie, in het bezit is van het vereiste bekwaamheidsbewijs of voldoende bekwaamheidsbewijs met pedagogisch onderdeel, voor de onderwijsfuncties.
In het kader van de in het vorige artikel bedoelde tijdelijke terugroeping, dient onder niet ingevulde betrekking te worden verstaan: een definitief of tijdelijk vacante betrekking die niet aan een personeelslid werd toegewezen.".
Art. 8. Un article 167ter.2/1, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté, après l'article 167ter.2 :
" Article 167ter.2/1. Tout membre du personnel en disponibilité qui n'a pu être rappelé à l'activité de service, pour une durée déterminée ou indéterminée, ou être rappelé provisoirement à l'activité de service sur avis de la commission interzonale dans un des établissements d'une autre zone est tenu d'accepter tout emploi non pourvu dans la même fonction ou dans une autre fonction de la même catégorie dans un autre pouvoir organisateur, pour autant qu'il possède, pour la fonction concernée, le titre requis ou le titre suffisant avec composante pédagogique, pour les fonctions enseignantes.
Dans le cadre du rappel provisoire visé au présent article, il y a lieu d'entendre par emploi non pourvu un emploi définitivement ou temporairement vacant qui n'a pas été attribué à un membre du personnel. ".
" Article 167ter.2/1. Tout membre du personnel en disponibilité qui n'a pu être rappelé à l'activité de service, pour une durée déterminée ou indéterminée, ou être rappelé provisoirement à l'activité de service sur avis de la commission interzonale dans un des établissements d'une autre zone est tenu d'accepter tout emploi non pourvu dans la même fonction ou dans une autre fonction de la même catégorie dans un autre pouvoir organisateur, pour autant qu'il possède, pour la fonction concernée, le titre requis ou le titre suffisant avec composante pédagogique, pour les fonctions enseignantes.
Dans le cadre du rappel provisoire visé au présent article, il y a lieu d'entendre par emploi non pourvu un emploi définitivement ou temporairement vacant qui n'a pas été attribué à un membre du personnel. ".
Art. 9. In artikel 167ter.3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, worden de woorden "167bis.1 of 167ter.2/1" ingevoegd tussen de woorden "tweede lid" en de woorden "in elke inrichting".
2° wordt na het tweede lid een derde lid ingevoegd als volgt: "Elk personeelslid kan bij de Interzonale Commissie een met redenen omkleed beroep instellen tegen een reaffectatie door laatstgenoemde naar een andere inrichtende macht indien het bezwaar maakt tegen het confessionele of niet-confessionele karakter van het pedagogische project van de inrichting waar hij werd opgeroepen om zijn prestaties uit te voeren. De betrokken inrichtende macht beschikt over dezelfde mogelijkheid.".
1° in het eerste lid, worden de woorden "167bis.1 of 167ter.2/1" ingevoegd tussen de woorden "tweede lid" en de woorden "in elke inrichting".
2° wordt na het tweede lid een derde lid ingevoegd als volgt: "Elk personeelslid kan bij de Interzonale Commissie een met redenen omkleed beroep instellen tegen een reaffectatie door laatstgenoemde naar een andere inrichtende macht indien het bezwaar maakt tegen het confessionele of niet-confessionele karakter van het pedagogische project van de inrichting waar hij werd opgeroepen om zijn prestaties uit te voeren. De betrokken inrichtende macht beschikt over dezelfde mogelijkheid.".
Art. 9. A l'article 167ter.3 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, les mots " 167bis.1 ou 167ter.2/1 " sont insérés entre les mots " alinéa 2, " et les mots " dans tout établissement " ;
2° un alinéa 3 est inséré après l'alinéa 2, rédigé comme suit : " Tout membre du personnel peut introduire devant la Commission interzonale un recours motivé contre une réaffectation effectuée par celle-ci dans un autre pouvoir organisateur s'il n'adhère pas au caractère confessionnel ou non confessionnel du projet pédagogique de l'établissement dans lequel il est appelé à effectuer ses prestations. Le pouvoir organisateur concerné dispose de la même possibilité. ".
1° à l'alinéa 1er, les mots " 167bis.1 ou 167ter.2/1 " sont insérés entre les mots " alinéa 2, " et les mots " dans tout établissement " ;
2° un alinéa 3 est inséré après l'alinéa 2, rédigé comme suit : " Tout membre du personnel peut introduire devant la Commission interzonale un recours motivé contre une réaffectation effectuée par celle-ci dans un autre pouvoir organisateur s'il n'adhère pas au caractère confessionnel ou non confessionnel du projet pédagogique de l'établissement dans lequel il est appelé à effectuer ses prestations. Le pouvoir organisateur concerné dispose de la même possibilité. ".
HOOFDSTUK 2. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen
CHAPITRE 2. - Disposition modifiant l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 22 avril 1969 fixant les titres requis des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, du personnel psychologique, du personnel social des établissements d'enseignement préscolaire, primaire, spécial, moyen, technique, artistique, de promotion sociale et supérieur non universitaire de la Communauté française et des internats dépendant de ces établissements
Art. 10. In artikel 13quinquies van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen, worden de woorden "waarvoor hij niet beschikt over het vereiste bekwaamheidsbewijs, toereikende bekwaamheidsbewijs of schaarstebekwaamheidsbewijs" ingevoegd na de woorden "alsmede van artikel 13ter".
Art. 10. A l'article 13quinquies de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 22 avril 1969 fixant les titres requis des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, du personnel psychologique, du personnel social des établissements d'enseignement préscolaire, primaire, spécial, moyen, technique, artistique, de promotion sociale et supérieur non universitaire de la Communauté française et des internats dépendant de ces établissements, les mots " pour lesquelles il ne dispose pas du titre requis, du titre suffisant ou du titre de pénurie " sont insérés après les mots " ainsi que de l'article 13 ter ".
HOOFDSTUK 3. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het officieel gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd kleuter- en lager onderwijs
CHAPITRE 3. - Dispositions modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement préscolaire et primaire officiel subventionné, ordinaire et spécialisé
Art. 11. In artikel 2 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het officieel gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd kleuter- en lager onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 4 worden de woorden ", of in een functie die onder een andere categorie valt," ingevoegd tussen de woorden "dezelfde categorie" en "en onder andere voorwaarden";
2° een § 6 wordt ingevoegd, luidend als volgt:
" § 6 Niet ingevulde betrekking: een definitief of tijdelijk vacante betrekking die niet aan een personeelslid werd toegewezen.".
1° in § 4 worden de woorden ", of in een functie die onder een andere categorie valt," ingevoegd tussen de woorden "dezelfde categorie" en "en onder andere voorwaarden";
2° een § 6 wordt ingevoegd, luidend als volgt:
" § 6 Niet ingevulde betrekking: een definitief of tijdelijk vacante betrekking die niet aan een personeelslid werd toegewezen.".
Art. 11. A l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement préscolaire et primaire officiel subventionné, ordinaire et spécialisé, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 4, les mots ", ou dans une fonction relevant d'une autre catégorie, " sont insérés entre les mots " même catégorie " et " et dans d'autres conditions " ;
2° un § 6 est inséré, rédigé comme suit :
" § 6 Emploi non pourvu : tout emploi définitivement ou temporairement vacant qui n'est pas attribué à un membre du personnel. "
1° au § 4, les mots ", ou dans une fonction relevant d'une autre catégorie, " sont insérés entre les mots " même catégorie " et " et dans d'autres conditions " ;
2° un § 6 est inséré, rédigé comme suit :
" § 6 Emploi non pourvu : tout emploi définitivement ou temporairement vacant qui n'est pas attribué à un membre du personnel. "
Art. 12. In artikel 3, § 4, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "artikelen 5 en 8, §§ 1, 2 en 4" worden vervangen door de woorden "artikelen 5; 8, §§ 1, 2 en 4; en 10";
2° de woorden "of door een reaffectatie" worden vervangen door de woorden "door een tijdelijke terugroeping naar actieve dienst of door een reaffectatie".
1° de woorden "artikelen 5 en 8, §§ 1, 2 en 4" worden vervangen door de woorden "artikelen 5; 8, §§ 1, 2 en 4; en 10";
2° de woorden "of door een reaffectatie" worden vervangen door de woorden "door een tijdelijke terugroeping naar actieve dienst of door een reaffectatie".
Art. 12. A l'article 3, § 4, alinéa 1er, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " articles 5 et 8, §§ 1er, 2 et 4 " sont remplacés par les mots " articles 5 ; 8, §§ 1er, 2 et 4 ; et 10 " ;
2° les mots " ou par une réaffectation " sont remplacés par les mots " , par un rappel provisoire à l'activité ou par une réaffectation ".
1° les mots " articles 5 et 8, §§ 1er, 2 et 4 " sont remplacés par les mots " articles 5 ; 8, §§ 1er, 2 et 4 ; et 10 " ;
2° les mots " ou par une réaffectation " sont remplacés par les mots " , par un rappel provisoire à l'activité ou par une réaffectation ".
Art. 13. In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 5, eerste lid, worden de woorden "met zijn instemming" geschrapt;
2° in § 5, eerste lid, worden de woorden "in naleving van de voorrangsorde gedefinieerd in artikel 8, § 4" ingevoegd tussen de worden "die niet naar actieve dienst kon worden teruggeroepen" en de woorden "elke vacante betrekking";
3° in § 5 wordt tussen het eerste lid en het tweede lid een nieuw lid ingevoegd als volgt:
"De instemming van het personeelslid is echter vereist wanneer het personeelslid in het bezit is van een ander bekwaamheidsbewijs voor de in het eerste lid bedoelde vacante betrekking.";
4° een § 6 wordt ingevoegd als volgt:
" § 6. Elke inrichtende macht die een personeelslid dat een deel van zijn opdracht heeft verloren, niet heeft kunnen reaffecteren of voorlopig in dienst terugroepen overeenkomstig de paragrafen 1 tot en met 4, kan in alle vestigingen die ze organiseert op het grondgebied van dezelfde gemeente, een personeelslid dat ze wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld heeft en dat niet in activiteit werd teruggeroepen, belasten met de activiteit, in naleving van de voorrangsvolgorde gedefinieerd in artikel 8, § 4: elke vacante betrekking in een ambt ressorterend onder een andere categorie waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs, voldoend bekwaamheidsbewijs of een schaarstebekwaamheidsbewijs heeft.";
5° een § 7 wordt ingevoegd als volgt:
" § 7. Elke inrichtende macht die een personeelslid dat een deel van zijn opdracht heeft verloren, niet heeft kunnen reaffecteren of voorlopig in dienst terugroepen overeenkomstig de paragrafen 1 tot en met 4, kan in alle vestigingen die ze organiseert op het grondgebied van dezelfde gemeente, met zijn instemming, een personeelslid dat ze wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld heeft en dat niet in activiteit werd teruggeroepen, belasten met de activiteit, in naleving van de voorrangsvolgorde gedefinieerd in artikel 8, § 4: elke vacante betrekking in een functie ressorterend onder een andere categorie waarvoor het personeelslid een ander bekwaamheidsbewijs heeft."
De bepaling opgenomen in het eerste lid mag niet tot gevolg hebben dat lestijden bij wijze van tijdelijke terugroeping worden toegewezen terwijl ze moeten worden toevertrouwd aan tijdelijke personeelsleden die houder zijn van een bekwaamheidsbewijs van een hogere categorie of aan personeelsleden met de hoedanigheid van prioritair tijdelijk personeelslid.".
1° in § 5, eerste lid, worden de woorden "met zijn instemming" geschrapt;
2° in § 5, eerste lid, worden de woorden "in naleving van de voorrangsorde gedefinieerd in artikel 8, § 4" ingevoegd tussen de worden "die niet naar actieve dienst kon worden teruggeroepen" en de woorden "elke vacante betrekking";
3° in § 5 wordt tussen het eerste lid en het tweede lid een nieuw lid ingevoegd als volgt:
"De instemming van het personeelslid is echter vereist wanneer het personeelslid in het bezit is van een ander bekwaamheidsbewijs voor de in het eerste lid bedoelde vacante betrekking.";
4° een § 6 wordt ingevoegd als volgt:
" § 6. Elke inrichtende macht die een personeelslid dat een deel van zijn opdracht heeft verloren, niet heeft kunnen reaffecteren of voorlopig in dienst terugroepen overeenkomstig de paragrafen 1 tot en met 4, kan in alle vestigingen die ze organiseert op het grondgebied van dezelfde gemeente, een personeelslid dat ze wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld heeft en dat niet in activiteit werd teruggeroepen, belasten met de activiteit, in naleving van de voorrangsvolgorde gedefinieerd in artikel 8, § 4: elke vacante betrekking in een ambt ressorterend onder een andere categorie waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs, voldoend bekwaamheidsbewijs of een schaarstebekwaamheidsbewijs heeft.";
5° een § 7 wordt ingevoegd als volgt:
" § 7. Elke inrichtende macht die een personeelslid dat een deel van zijn opdracht heeft verloren, niet heeft kunnen reaffecteren of voorlopig in dienst terugroepen overeenkomstig de paragrafen 1 tot en met 4, kan in alle vestigingen die ze organiseert op het grondgebied van dezelfde gemeente, met zijn instemming, een personeelslid dat ze wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld heeft en dat niet in activiteit werd teruggeroepen, belasten met de activiteit, in naleving van de voorrangsvolgorde gedefinieerd in artikel 8, § 4: elke vacante betrekking in een functie ressorterend onder een andere categorie waarvoor het personeelslid een ander bekwaamheidsbewijs heeft."
De bepaling opgenomen in het eerste lid mag niet tot gevolg hebben dat lestijden bij wijze van tijdelijke terugroeping worden toegewezen terwijl ze moeten worden toevertrouwd aan tijdelijke personeelsleden die houder zijn van een bekwaamheidsbewijs van een hogere categorie of aan personeelsleden met de hoedanigheid van prioritair tijdelijk personeelslid.".
Art. 13. A l'article 11 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 5, alinéa 1er, les mots " , avec son accord, " sont supprimés ;
2° au § 5, alinéa 1er, les mots ", en respectant les ordres de priorité définis à l'article 8, § 4 " sont insérés entre les mots " qui n'a pu être rappelé à l'activité " et les mots " : tout emploi vacant " ;
3° au § 5, un nouvel alinéa est inséré entre l'alinéa 1 et l'alinéa 2, rédigé comme suit :
" L'accord du membre du personnel est cependant requis lorsque le membre du personnel possède un autre titre pour l'emploi vacant visé à l'alinéa 1er. " ;
4° un § 6 rédigé comme suit, est ajouté :
" § 6. Tout pouvoir organisateur qui n'a pas pu réaffecter ou rappeler provisoirement à l'activité conformément aux paragraphes 1 à 4 un membre de son personnel mis en perte partielle de charge, peut, au sein de l'ensemble des établissements qu'il organise sur le territoire de la même commune, confier à tout membre du personnel qu'il a placé en disponibilité par défaut d'emploi et qui n'a pu être rappelé à l'activité, en respectant les ordres de priorité définis à l'article 8, § 4 : tout emploi vacant dans une fonction relevant d'une autre catégorie pour laquelle il possède un titre requis, un titre suffisant ou un titre de pénurie. " ;
5° un § 7, rédigé comme suit, est ajouté :
" § 7. Tout pouvoir organisateur qui n'a pas pu réaffecter ou rappeler provisoirement à l'activité conformément aux paragraphes 1 à 4 un membre de son personnel mis en perte partielle de charge, peut, au sein de l'ensemble des établissements qu'il organise sur le territoire de la même commune, confier, avec son accord, à tout membre du personnel qu'il a placé en disponibilité par défaut d'emploi et qui n'a pu être rappelé à l'activité, en respectant les ordres de priorité définis à l'article 8, § 4 : tout emploi vacant dans une fonction relevant d'une autre catégorie pour laquelle il possède un autre titre.
La disposition reprise à l'alinéa 1er ne peut avoir pour effet d'attribuer en rappel provisoire à l'activité des périodes qui devraient être confiées à des membres du personnel temporaires porteurs d'un titre de catégorie supérieure ou à des membres du personnel ayant la qualité de temporaire prioritaire. ".
1° au § 5, alinéa 1er, les mots " , avec son accord, " sont supprimés ;
2° au § 5, alinéa 1er, les mots ", en respectant les ordres de priorité définis à l'article 8, § 4 " sont insérés entre les mots " qui n'a pu être rappelé à l'activité " et les mots " : tout emploi vacant " ;
3° au § 5, un nouvel alinéa est inséré entre l'alinéa 1 et l'alinéa 2, rédigé comme suit :
" L'accord du membre du personnel est cependant requis lorsque le membre du personnel possède un autre titre pour l'emploi vacant visé à l'alinéa 1er. " ;
4° un § 6 rédigé comme suit, est ajouté :
" § 6. Tout pouvoir organisateur qui n'a pas pu réaffecter ou rappeler provisoirement à l'activité conformément aux paragraphes 1 à 4 un membre de son personnel mis en perte partielle de charge, peut, au sein de l'ensemble des établissements qu'il organise sur le territoire de la même commune, confier à tout membre du personnel qu'il a placé en disponibilité par défaut d'emploi et qui n'a pu être rappelé à l'activité, en respectant les ordres de priorité définis à l'article 8, § 4 : tout emploi vacant dans une fonction relevant d'une autre catégorie pour laquelle il possède un titre requis, un titre suffisant ou un titre de pénurie. " ;
5° un § 7, rédigé comme suit, est ajouté :
" § 7. Tout pouvoir organisateur qui n'a pas pu réaffecter ou rappeler provisoirement à l'activité conformément aux paragraphes 1 à 4 un membre de son personnel mis en perte partielle de charge, peut, au sein de l'ensemble des établissements qu'il organise sur le territoire de la même commune, confier, avec son accord, à tout membre du personnel qu'il a placé en disponibilité par défaut d'emploi et qui n'a pu être rappelé à l'activité, en respectant les ordres de priorité définis à l'article 8, § 4 : tout emploi vacant dans une fonction relevant d'une autre catégorie pour laquelle il possède un autre titre.
La disposition reprise à l'alinéa 1er ne peut avoir pour effet d'attribuer en rappel provisoire à l'activité des périodes qui devraient être confiées à des membres du personnel temporaires porteurs d'un titre de catégorie supérieure ou à des membres du personnel ayant la qualité de temporaire prioritaire. ".
Art. 14. In artikel 15, § 2 van hetzelfde besluit worden de woorden "Moeten niet aangegeven worden aan de Commissies voor het beheer van de betrekkingen bedoeld in hoofdstuk VI, de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs die aan de volgende voorwaarden voldoen" vervangen door de woorden "Worden beschermd tegen elke externe aanstelling uitgaande van de Commissie voor het beheer van de betrekkingen bedoeld in hoofdstuk VI, de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs of die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, § 3, van het decreet van 11 april 2014 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs, en die aan de volgende anciënniteitsvoorwaarden voldoen:".
Art. 14. A l'article 15, § 2, du même arrêté, les mots " Ne doivent pas être déclarés aux Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VI les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, qui remplissent les conditions suivantes: " sont remplacés par les mots " Sont protégés de toute désignation externe émanant de la Commission de gestion des emplois visée au chapitre VI les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, ou répondant aux conditions de l'article 36, § 3, du décret du 11 avril 2014 réglementant les titres et fonctions dans l'enseignement fondamental et secondaire organisé et subventionné par la Communauté française, et qui remplissent les conditions d'ancienneté suivantes : ".
Art. 15. In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 1, eerste lid, wordt een punt 3° toegevoegd als volgt: "3° in het kader van artikel 11, § 5 en § 6, tenzij het personeelslid over een ander bekwaamheidsbewijs voor de functie beschikt.";
2° een § 2bis wordt ingevoegd, luidend als volgt: " § 2bis. Elk personeelslid kan een met redenen omkleed beroep instellen tegen een reaffectatie naar een andere inrichtende macht indien het bezwaar maakt tegen het confessionele of niet-confessionele karakter van het pedagogische project van de inrichting waar hij werd opgeroepen om zijn prestaties uit te voeren. De betrokken inrichtende macht beschikt over dezelfde mogelijkheid.".
1° in § 1, eerste lid, wordt een punt 3° toegevoegd als volgt: "3° in het kader van artikel 11, § 5 en § 6, tenzij het personeelslid over een ander bekwaamheidsbewijs voor de functie beschikt.";
2° een § 2bis wordt ingevoegd, luidend als volgt: " § 2bis. Elk personeelslid kan een met redenen omkleed beroep instellen tegen een reaffectatie naar een andere inrichtende macht indien het bezwaar maakt tegen het confessionele of niet-confessionele karakter van het pedagogische project van de inrichting waar hij werd opgeroepen om zijn prestaties uit te voeren. De betrokken inrichtende macht beschikt over dezelfde mogelijkheid.".
Art. 15. A l'article 16 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 1er, alinéa 1er, un 3° est ajouté, rédigé comme suit : " 3° dans le cadre de l'article 11, § 5 et § 6, sauf si le membre du personnel possède un autre titre pour la fonction. " ;
2° un § 2bis est inséré, rédigé comme suit : " § 2bis. Tout membre du personnel peut introduire un recours motivé contre une réaffectation dans un autre pouvoir organisateur s'il n'adhère pas au caractère confessionnel ou non confessionnel du projet pédagogique de l'établissement dans lequel il est appelé à effectuer ses prestations. Le pouvoir organisateur concerné dispose de la même possibilité. ".
1° au § 1er, alinéa 1er, un 3° est ajouté, rédigé comme suit : " 3° dans le cadre de l'article 11, § 5 et § 6, sauf si le membre du personnel possède un autre titre pour la fonction. " ;
2° un § 2bis est inséré, rédigé comme suit : " § 2bis. Tout membre du personnel peut introduire un recours motivé contre une réaffectation dans un autre pouvoir organisateur s'il n'adhère pas au caractère confessionnel ou non confessionnel du projet pédagogique de l'établissement dans lequel il est appelé à effectuer ses prestations. Le pouvoir organisateur concerné dispose de la même possibilité. ".
Art. 16. In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 1, 5°, worden de woorden "of een tijdelijke terugroeping in dienstactiviteit" ingevoegd tussen de woorden "reaffectatie" en de woorden "zelfs indien";
2° in § 1, 6° wordt de zin "De instemming van het personeelslid en de inrichtende macht is echter niet vereist wanneer het personeelslid gereaffecteerd wordt naar een niet ingevulde betrekking." ingevoegd na de zin "Deze reaffectatie geschiedt met instemming van het personeelslid en van de inrichtende macht waarin het personeelslid door de commissie is aangesteld.";
3° in § 2, eerste lid, worden de woorden "spontaan uitgevoerd door de inrichtende machten van de scholen" vervangen door de woorden "of tijdelijke terugroepingen in dienstactiviteit spontaan uitgevoerd door de inrichtende machten van de scholen of op eigen initiatief door de personeelsleden".
1° in § 1, 5°, worden de woorden "of een tijdelijke terugroeping in dienstactiviteit" ingevoegd tussen de woorden "reaffectatie" en de woorden "zelfs indien";
2° in § 1, 6° wordt de zin "De instemming van het personeelslid en de inrichtende macht is echter niet vereist wanneer het personeelslid gereaffecteerd wordt naar een niet ingevulde betrekking." ingevoegd na de zin "Deze reaffectatie geschiedt met instemming van het personeelslid en van de inrichtende macht waarin het personeelslid door de commissie is aangesteld.";
3° in § 2, eerste lid, worden de woorden "spontaan uitgevoerd door de inrichtende machten van de scholen" vervangen door de woorden "of tijdelijke terugroepingen in dienstactiviteit spontaan uitgevoerd door de inrichtende machten van de scholen of op eigen initiatief door de personeelsleden".
Art. 16. A l'article 17 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 1er, 5°, les mots " ou d'un rappel provisoire à l'activité " sont insérés entre les mots " réaffectation " et les mots " , et ce aussi " ;
2° au § 1er, 6°, la phrase " Toutefois, l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur n'est pas requis lorsque le membre du personnel est réaffecté dans un emploi non pourvu. " est ajoutée après la phrase " Cette réaffectation se fait avec l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur dans lequel celui-ci a été désigné par la commission. " ;
3° au § 2, alinéa 1er, les mots " opérées spontanément par les pouvoirs organisateurs des écoles " sont remplacés par les mots " ou les rappels provisoires à l'activité opérés spontanément par les pouvoirs organisateurs des écoles ou effectués d'initiative par les membres du personnel ".
1° au § 1er, 5°, les mots " ou d'un rappel provisoire à l'activité " sont insérés entre les mots " réaffectation " et les mots " , et ce aussi " ;
2° au § 1er, 6°, la phrase " Toutefois, l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur n'est pas requis lorsque le membre du personnel est réaffecté dans un emploi non pourvu. " est ajoutée après la phrase " Cette réaffectation se fait avec l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur dans lequel celui-ci a été désigné par la commission. " ;
3° au § 2, alinéa 1er, les mots " opérées spontanément par les pouvoirs organisateurs des écoles " sont remplacés par les mots " ou les rappels provisoires à l'activité opérés spontanément par les pouvoirs organisateurs des écoles ou effectués d'initiative par les membres du personnel ".
HOOFDSTUK 4. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het vrij gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd kleuter- en lager onderwijs
CHAPITRE 4. - Dispositions modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement préscolaire et primaire libre subventionné, ordinaire et spécialisé
Art. 17. In artikel 2 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het vrij gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd kleuter- en lager onderwijs wordt een § 6bis ingevoegd als volgt:
" § 6bis. Niet ingevulde betrekking: een definitief of tijdelijk vacante betrekking die niet aan een personeelslid werd toegewezen.".
" § 6bis. Niet ingevulde betrekking: een definitief of tijdelijk vacante betrekking die niet aan een personeelslid werd toegewezen.".
Art. 17. A l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement préscolaire et primaire libre subventionné, ordinaire et spécialisé, un § 6bis est inséré, rédigé comme suit :
" § 6bis. Emploi non pourvu : tout emploi définitivement ou temporairement vacant qui n'est pas attribué à un membre du personnel. ".
" § 6bis. Emploi non pourvu : tout emploi définitivement ou temporairement vacant qui n'est pas attribué à un membre du personnel. ".
Art. 18. In artikel 13ter van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "in naleving van de voorrangorde gedefinieerd in artikel 8, § 4" ingevoegd na de woorden "de inrichtende macht kan ook";
2° in het eerste lid worden de woorden "met zijn instemming" telkens geschrapt;
3° tussen het eerste lid en tweede lid wordt een lid ingevoegd als volgt: "De instemming van het personeelslid is echter vereist wanneer het personeelslid in het bezit is van een ander bekwaamheidsbewijs voor de in het eerste lid bedoelde vacante betrekking.".
1° in het eerste lid worden de woorden "in naleving van de voorrangorde gedefinieerd in artikel 8, § 4" ingevoegd na de woorden "de inrichtende macht kan ook";
2° in het eerste lid worden de woorden "met zijn instemming" telkens geschrapt;
3° tussen het eerste lid en tweede lid wordt een lid ingevoegd als volgt: "De instemming van het personeelslid is echter vereist wanneer het personeelslid in het bezit is van een ander bekwaamheidsbewijs voor de in het eerste lid bedoelde vacante betrekking.".
Art. 18. A l'article 13ter du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, les mots ", en respectant les ordres de priorité définis à l'article 8, § 4 " sont ajoutés après les mots " le pouvoir organisateur peut également " ;
2° à l'alinéa 1er, les mots " , avec son accord, " sont à chaque fois supprimés ;
3° un alinéa est inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, rédigé comme suit : " L'accord du membre du personnel est cependant requis lorsque le membre du personnel possède un autre titre pour l'emploi vacant visé à l'alinéa 1er. ".
1° à l'alinéa 1er, les mots ", en respectant les ordres de priorité définis à l'article 8, § 4 " sont ajoutés après les mots " le pouvoir organisateur peut également " ;
2° à l'alinéa 1er, les mots " , avec son accord, " sont à chaque fois supprimés ;
3° un alinéa est inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, rédigé comme suit : " L'accord du membre du personnel est cependant requis lorsque le membre du personnel possède un autre titre pour l'emploi vacant visé à l'alinéa 1er. ".
Art. 19. In artikel 13quater van hetzelfde besluit worden de woorden "met instemming van de betrokken ambtenaar en zijn inrichtende macht" vervangen door de woorden "met zijn instemming".
Art. 19. A l'article 13quater du même arrêté, les mots ", avec l'accord de l'agent concerné et de son pouvoir organisateur, " sont remplacés par les mots " avec son accord ".
Art. 20. In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° § 1bis wordt vervangen door hetgeen volgt: " § 1bis. Zijn beschermd tegen elke externe aanstelling uitgaande van het OE, de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs of die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, § 3, van het decreet van 11 april 2014 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs en die meer dan 2.160 dagen dienstanciënniteit bij hun inrichtende macht hebben.";
2° In § 2 worden de woorden "Moeten niet aangegeven worden aan de Commissies voor het beheer van de betrekkingen bedoeld in hoofdstuk VI, de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist bekwaamheidsbewijs of voldoend bekwaamheidsbewijs die aan de volgende voorwaarden voldoen" vervangen door de woorden "Worden beschermd tegen elke externe aanstelling uitgaande van de Commissies voor het beheer van de betrekkingen bedoeld in Hoofdstuk VI de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist bekwaamheidsbewijs of voldoend bekwaamheidsbewijs of die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, § 3, van het decreet van 11 april 2014 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs, en die aan de volgende anciënniteitsvoorwaarden voldoen:".
1° § 1bis wordt vervangen door hetgeen volgt: " § 1bis. Zijn beschermd tegen elke externe aanstelling uitgaande van het OE, de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs of die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, § 3, van het decreet van 11 april 2014 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs en die meer dan 2.160 dagen dienstanciënniteit bij hun inrichtende macht hebben.";
2° In § 2 worden de woorden "Moeten niet aangegeven worden aan de Commissies voor het beheer van de betrekkingen bedoeld in hoofdstuk VI, de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist bekwaamheidsbewijs of voldoend bekwaamheidsbewijs die aan de volgende voorwaarden voldoen" vervangen door de woorden "Worden beschermd tegen elke externe aanstelling uitgaande van de Commissies voor het beheer van de betrekkingen bedoeld in Hoofdstuk VI de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist bekwaamheidsbewijs of voldoend bekwaamheidsbewijs of die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, § 3, van het decreet van 11 april 2014 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs, en die aan de volgende anciënniteitsvoorwaarden voldoen:".
Art. 20. A l'article 15 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° le § 1er bis est remplacé par ce qui suit : " § 1erbis. Sont protégés contre toute désignation externe émanant de l'ORCE les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, ou répondant aux conditions de l'article 36, § 3, du décret du 11 avril 2014 réglementant les titres et fonctions dans l'enseignement fondamental et secondaire organisé et subventionné par la Communauté française et qui comptabilisent plus de 2 160 jours d'ancienneté de service auprès de leur pouvoir organisateur. " ;
2° au § 2, les mots " Ne doivent pas être déclarés aux Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VI les emplois occupés par les membres du personnel, titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, qui remplissent les conditions suivantes : " sont remplacés par les mots " Sont protégés de toute désignation externe émanant des Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VI les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, ou répondant aux conditions de l'article 36, § 3, du décret du 11 avril 2014 réglementant les titres et fonctions dans l'enseignement fondamental et secondaire organisé et subventionné par la Communauté française, et qui remplissent les conditions d'ancienneté suivantes : ".
1° le § 1er bis est remplacé par ce qui suit : " § 1erbis. Sont protégés contre toute désignation externe émanant de l'ORCE les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, ou répondant aux conditions de l'article 36, § 3, du décret du 11 avril 2014 réglementant les titres et fonctions dans l'enseignement fondamental et secondaire organisé et subventionné par la Communauté française et qui comptabilisent plus de 2 160 jours d'ancienneté de service auprès de leur pouvoir organisateur. " ;
2° au § 2, les mots " Ne doivent pas être déclarés aux Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VI les emplois occupés par les membres du personnel, titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, qui remplissent les conditions suivantes : " sont remplacés par les mots " Sont protégés de toute désignation externe émanant des Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VI les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, ou répondant aux conditions de l'article 36, § 3, du décret du 11 avril 2014 réglementant les titres et fonctions dans l'enseignement fondamental et secondaire organisé et subventionné par la Communauté française, et qui remplissent les conditions d'ancienneté suivantes : ".
Art. 21. In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden ", een wedertewerkstelling of een voorlopige terugroeping in dienst" ingevoegd tussen de woorden "een reaffectatie" en de woorden "tot beloop van";
2° in § 1, eerste lid, wordt een punt 3° toegevoegd als volgt: "3° in het kader van de artikelen 13ter en 13quater, tenzij het personeelslid over een ander bekwaamheidsbewijs voor de functie beschikt.";
3° een § 2bis wordt ingevoegd, luidend als volgt: " § 2bis. Elk personeelslid kan een met redenen omkleed beroep instellen tegen een reaffectatie naar een andere inrichtende macht indien het bezwaar maakt tegen het confessionele of niet-confessionele karakter van het pedagogische project van de inrichting waar hij werd opgeroepen om zijn prestaties uit te voeren. De betrokken inrichtende macht beschikt over dezelfde mogelijkheid.".
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden ", een wedertewerkstelling of een voorlopige terugroeping in dienst" ingevoegd tussen de woorden "een reaffectatie" en de woorden "tot beloop van";
2° in § 1, eerste lid, wordt een punt 3° toegevoegd als volgt: "3° in het kader van de artikelen 13ter en 13quater, tenzij het personeelslid over een ander bekwaamheidsbewijs voor de functie beschikt.";
3° een § 2bis wordt ingevoegd, luidend als volgt: " § 2bis. Elk personeelslid kan een met redenen omkleed beroep instellen tegen een reaffectatie naar een andere inrichtende macht indien het bezwaar maakt tegen het confessionele of niet-confessionele karakter van het pedagogische project van de inrichting waar hij werd opgeroepen om zijn prestaties uit te voeren. De betrokken inrichtende macht beschikt over dezelfde mogelijkheid.".
Art. 21. A l'article 16 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 1er, alinéa 1er, les mots ", une remise au travail ou un rappel provisoire en service " sont insérés entre les mots " une réaffectation " et les mots " jusqu'à concurrence " ;
2° au § 1er, alinéa 1er, un 3° est ajouté, rédigé comme suit : " 3° dans le cadre des articles 13ter et 13quater, sauf si le membre du personnel possède un autre titre pour la fonction. " ;
3° un § 2 bis est inséré, rédigé comme suit : " § 2bis. Tout membre du personnel peut introduire un recours motivé contre une réaffectation dans un autre pouvoir organisateur s'il n'adhère pas au caractère confessionnel ou non confessionnel du projet pédagogique de l'établissement dans lequel il est appelé à effectuer ses prestations. Le pouvoir organisateur concerné dispose de la même possibilité. ".
1° au § 1er, alinéa 1er, les mots ", une remise au travail ou un rappel provisoire en service " sont insérés entre les mots " une réaffectation " et les mots " jusqu'à concurrence " ;
2° au § 1er, alinéa 1er, un 3° est ajouté, rédigé comme suit : " 3° dans le cadre des articles 13ter et 13quater, sauf si le membre du personnel possède un autre titre pour la fonction. " ;
3° un § 2 bis est inséré, rédigé comme suit : " § 2bis. Tout membre du personnel peut introduire un recours motivé contre une réaffectation dans un autre pouvoir organisateur s'il n'adhère pas au caractère confessionnel ou non confessionnel du projet pédagogique de l'établissement dans lequel il est appelé à effectuer ses prestations. Le pouvoir organisateur concerné dispose de la même possibilité. ".
Art. 22. In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 1, 5° worden de woorden "of een wedertewerkstelling" ingevoegd tussen de woorden "reaffectatie" en de woorden "zelfs indien";
2° in § 1, 6°, wordt de zin "De instemming van het personeelslid en de inrichtende macht is echter niet vereist wanneer het personeelslid gereaffecteerd wordt naar een niet ingevulde betrekking." ingevoegd na de zin "Deze reaffectatie geschiedt met instemming van het personeelslid en van de inrichtende macht waarin het personeelslid door de commissie is aangesteld.";
3° in § 2, eerste lid, worden de woorden "spontaan uitgevoerd door de inrichtende machten van de scholen of het OE in overeenstemming met artikel 17bis" vervangen door de woorden "uitgevoerd door het OE in overeenstemming met artikel 17bis, of reaffectaties en tewerkstellingen spontaan uitgevoerd door de inrichtende machten of op eigen initiatief door de personeelsleden".
1° in § 1, 5° worden de woorden "of een wedertewerkstelling" ingevoegd tussen de woorden "reaffectatie" en de woorden "zelfs indien";
2° in § 1, 6°, wordt de zin "De instemming van het personeelslid en de inrichtende macht is echter niet vereist wanneer het personeelslid gereaffecteerd wordt naar een niet ingevulde betrekking." ingevoegd na de zin "Deze reaffectatie geschiedt met instemming van het personeelslid en van de inrichtende macht waarin het personeelslid door de commissie is aangesteld.";
3° in § 2, eerste lid, worden de woorden "spontaan uitgevoerd door de inrichtende machten van de scholen of het OE in overeenstemming met artikel 17bis" vervangen door de woorden "uitgevoerd door het OE in overeenstemming met artikel 17bis, of reaffectaties en tewerkstellingen spontaan uitgevoerd door de inrichtende machten of op eigen initiatief door de personeelsleden".
Art. 22. A l'article 17 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 1er 5°, les mots " ou d'une remise au travail " sont insérés entre les mots " réaffectation " et les mots ", et ce aussi " ;
2° au § 1er 6°, la phrase " Toutefois, l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur n'est pas requis lorsque le membre du personnel est réaffecté dans un emploi non pourvu. " est ajoutée après la phrase " Cette réaffectation se fait avec l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur dans lequel celui-ci a été désigné par la commission. " ;
3° au § 2, alinéa 1er, les mots " opérées spontanément par les pouvoirs organisateurs des écoles ou par l'ORCE conformément à l'article 17bis " sont remplacés par les mots " opérées par l'ORCE conformément à l'article 17bis, ou les réaffectations et remises au travail opérées spontanément par les pouvoirs organisateurs ou effectuées d'initiative par les membres du personnel ".
1° au § 1er 5°, les mots " ou d'une remise au travail " sont insérés entre les mots " réaffectation " et les mots ", et ce aussi " ;
2° au § 1er 6°, la phrase " Toutefois, l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur n'est pas requis lorsque le membre du personnel est réaffecté dans un emploi non pourvu. " est ajoutée après la phrase " Cette réaffectation se fait avec l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur dans lequel celui-ci a été désigné par la commission. " ;
3° au § 2, alinéa 1er, les mots " opérées spontanément par les pouvoirs organisateurs des écoles ou par l'ORCE conformément à l'article 17bis " sont remplacés par les mots " opérées par l'ORCE conformément à l'article 17bis, ou les réaffectations et remises au travail opérées spontanément par les pouvoirs organisateurs ou effectuées d'initiative par les membres du personnel ".
HOOFDSTUK 5. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het officieel gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan en kunstonderwijs
CHAPITRE 5. - Dispositions modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans les enseignements secondaire ordinaire et spécialisé, secondaire artistique à horaire réduit, et artistique officiels subventionnés
Art. 23. In artikel 2 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het gesubsidieerd officieel gewoon en gespecialiseerd onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan en kunstonderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 5 worden de woorden ", of in een functie die onder een andere categorie valt," ingevoegd tussen de woorden "dezelfde categorie" en "en onder andere voorwaarden";
2° een § 10 wordt ingevoegd, luidend als volgt:
" § 10. Niet ingevulde betrekking: een definitief of tijdelijk vacante betrekking die niet aan een personeelslid werd toegewezen.".
1° in § 5 worden de woorden ", of in een functie die onder een andere categorie valt," ingevoegd tussen de woorden "dezelfde categorie" en "en onder andere voorwaarden";
2° een § 10 wordt ingevoegd, luidend als volgt:
" § 10. Niet ingevulde betrekking: een definitief of tijdelijk vacante betrekking die niet aan een personeelslid werd toegewezen.".
Art. 23. A l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans les enseignements secondaire ordinaire et spécialisé, secondaire artistique à horaire réduit et artistique officiels subventionnés, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 5, les mots ", ou dans une fonction relevant d'une autre catégorie, " sont insérés entre les mots " même catégorie " et " et dans d'autres conditions " ;
2° un § 10 est ajouté, rédigé comme suit :
" § 10. Emploi non pourvu : tout emploi définitivement ou temporairement vacant qui n'est pas attribué à un membre du personnel. ".
1° au § 5, les mots ", ou dans une fonction relevant d'une autre catégorie, " sont insérés entre les mots " même catégorie " et " et dans d'autres conditions " ;
2° un § 10 est ajouté, rédigé comme suit :
" § 10. Emploi non pourvu : tout emploi définitivement ou temporairement vacant qui n'est pas attribué à un membre du personnel. ".
Art. 24. In artikel 13, § 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "in naleving van de voorrangorde gedefinieerd in artikel 10, § 3" worden ingevoegd na de woorden "op het grondgebied van dezelfde gemeente";
2° in 3° worden de woorden "met zijn instemming" geschrapt;
3° een 5° wordt ingevoegd, luidend als volgt:
"5° aan een personeelslid dat ze wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld heeft en dat niet in activiteit kon worden teruggeroepen: elke vacante betrekking in een ambt in een andere categorie waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs, een voldoend bekwaamheidsbewijs of een schaarstebekwaamheidsbewijs heeft.";
4° een 6° wordt ingevoegd, luidend als volgt:
"6° met zijn instemming, aan een personeelslid dat ze wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld heeft en dat niet in activiteit kon worden teruggeroepen: elke vacante betrekking in een ambt in een andere categorie waarvoor het personeelslid een ander bekwaamheidsbewijs heeft.
De bepaling opgenomen in het eerste lid mag niet tot gevolg hebben dat lestijden bij wijze van tijdelijke terugroeping worden toegewezen, terwijl ze moeten worden toevertrouwd aan tijdelijke personeelsleden die houder zijn van een bekwaamheidsbewijs van een hogere categorie of aan personeelsleden met de hoedanigheid van prioritair tijdelijk personeelslid.".
1° de woorden "in naleving van de voorrangorde gedefinieerd in artikel 10, § 3" worden ingevoegd na de woorden "op het grondgebied van dezelfde gemeente";
2° in 3° worden de woorden "met zijn instemming" geschrapt;
3° een 5° wordt ingevoegd, luidend als volgt:
"5° aan een personeelslid dat ze wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld heeft en dat niet in activiteit kon worden teruggeroepen: elke vacante betrekking in een ambt in een andere categorie waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs, een voldoend bekwaamheidsbewijs of een schaarstebekwaamheidsbewijs heeft.";
4° een 6° wordt ingevoegd, luidend als volgt:
"6° met zijn instemming, aan een personeelslid dat ze wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld heeft en dat niet in activiteit kon worden teruggeroepen: elke vacante betrekking in een ambt in een andere categorie waarvoor het personeelslid een ander bekwaamheidsbewijs heeft.
De bepaling opgenomen in het eerste lid mag niet tot gevolg hebben dat lestijden bij wijze van tijdelijke terugroeping worden toegewezen, terwijl ze moeten worden toevertrouwd aan tijdelijke personeelsleden die houder zijn van een bekwaamheidsbewijs van een hogere categorie of aan personeelsleden met de hoedanigheid van prioritair tijdelijk personeelslid.".
Art. 24. A l'article 13, § 2, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots ", en respectant les ordres de priorité définis à l'article 10, § 3 " sont ajoutés après les mots " sur le territoire de la même commune, confier " ;
2° au 3°, les mots " avec son accord, " sont supprimés ;
3° un 5° est inséré, rédigé comme suit :
" 5° à tout membre du personnel qu'il a placé en disponibilité par défaut d'emploi et qui n'a pu être rappelé à l'activité : tout emploi vacant dans une fonction relevant d'une autre catégorie pour laquelle il possède un titre requis, un titre suffisant ou un titre de pénurie. " ;
4° un 6° est inséré, rédigé comme suit :
" 6° avec son accord, à tout membre du personnel qu'il a placé en disponibilité par défaut d'emploi et qui n'a pu être rappelé à l'activité : tout emploi vacant dans une fonction relevant d'une autre catégorie pour laquelle il possède un autre titre.
La disposition reprise à l'alinéa 1er ne peut avoir pour effet d'attribuer en rappel provisoire à l'activité des périodes qui devraient être confiées à des membres du personnel temporaires porteurs d'un titre de catégorie supérieure ou à des membres du personnel ayant la qualité de temporaire prioritaire. ".
1° les mots ", en respectant les ordres de priorité définis à l'article 10, § 3 " sont ajoutés après les mots " sur le territoire de la même commune, confier " ;
2° au 3°, les mots " avec son accord, " sont supprimés ;
3° un 5° est inséré, rédigé comme suit :
" 5° à tout membre du personnel qu'il a placé en disponibilité par défaut d'emploi et qui n'a pu être rappelé à l'activité : tout emploi vacant dans une fonction relevant d'une autre catégorie pour laquelle il possède un titre requis, un titre suffisant ou un titre de pénurie. " ;
4° un 6° est inséré, rédigé comme suit :
" 6° avec son accord, à tout membre du personnel qu'il a placé en disponibilité par défaut d'emploi et qui n'a pu être rappelé à l'activité : tout emploi vacant dans une fonction relevant d'une autre catégorie pour laquelle il possède un autre titre.
La disposition reprise à l'alinéa 1er ne peut avoir pour effet d'attribuer en rappel provisoire à l'activité des périodes qui devraient être confiées à des membres du personnel temporaires porteurs d'un titre de catégorie supérieure ou à des membres du personnel ayant la qualité de temporaire prioritaire. ".
Art. 25. In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 1, eerste lid, wordt een punt 3° toegevoegd als volgt: "3° in het kader van artikel 13, § 2, tenzij het personeelslid over een ander bekwaamheidsbewijs voor de betrokken functie beschikt.";
2° na § 2 wordt een § 2bis ingevoegd als volgt:
" § 2bis. Elk personeelslid kan een met redenen omkleed beroep instellen tegen een reaffectatie naar een andere inrichtende macht indien het bezwaar maakt tegen het confessionele of niet-confessionele karakter van het pedagogische project van de inrichting waar hij werd opgeroepen om zijn prestaties uit te voeren. De betrokken inrichtende macht beschikt over dezelfde mogelijkheid.".
1° in § 1, eerste lid, wordt een punt 3° toegevoegd als volgt: "3° in het kader van artikel 13, § 2, tenzij het personeelslid over een ander bekwaamheidsbewijs voor de betrokken functie beschikt.";
2° na § 2 wordt een § 2bis ingevoegd als volgt:
" § 2bis. Elk personeelslid kan een met redenen omkleed beroep instellen tegen een reaffectatie naar een andere inrichtende macht indien het bezwaar maakt tegen het confessionele of niet-confessionele karakter van het pedagogische project van de inrichting waar hij werd opgeroepen om zijn prestaties uit te voeren. De betrokken inrichtende macht beschikt over dezelfde mogelijkheid.".
Art. 25. A l'article 15 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 1er, alinéa 1er, un 3° est ajouté, rédigé comme suit : " 3° dans le cadre de l'article 13, § 2, sauf si le membre du personnel possède un autre titre pour la fonction concernée. " ;
2° un § 2 bis est inséré, après le § 2, rédigé comme suit :
" § 2bis. Tout membre du personnel peut introduire un recours motivé contre une réaffectation dans un autre pouvoir organisateur s'il n'adhère pas au caractère confessionnel ou non confessionnel du projet pédagogique de l'établissement dans lequel il est appelé à effectuer ses prestations. Le pouvoir organisateur concerné dispose de la même possibilité. ".
1° au § 1er, alinéa 1er, un 3° est ajouté, rédigé comme suit : " 3° dans le cadre de l'article 13, § 2, sauf si le membre du personnel possède un autre titre pour la fonction concernée. " ;
2° un § 2 bis est inséré, après le § 2, rédigé comme suit :
" § 2bis. Tout membre du personnel peut introduire un recours motivé contre une réaffectation dans un autre pouvoir organisateur s'il n'adhère pas au caractère confessionnel ou non confessionnel du projet pédagogique de l'établissement dans lequel il est appelé à effectuer ses prestations. Le pouvoir organisateur concerné dispose de la même possibilité. ".
Art. 26. In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen door hetgeen volgt: "Worden beschermd tegen elke externe aanstelling uitgaande van de Commissies voor het beheer van de betrekkingen bedoeld in Hoofdstuk VI, de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs of die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, § 3, van het decreet van 11 april 2014 en die aan het einde van het voorgaande schooljaar 600 dienstdagen tellen in een functie van de bedoelde categorie, verdeeld over ten minste drie schooljaren, berekend volgens de voorwaarden vastgelegd in artikel 34 van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs";
2° in het tweede lid worden de woorden "Moeten niet worden aangegeven bij de bedoelde Commissies voor het beheer van de betrekkingen" vervangen door de woorden "Worden eveneens beschermd tegen elke externe aanstelling uitgaande van de bedoelde Commissie voor het beheer van de betrekkingen".
1° het eerste lid wordt vervangen door hetgeen volgt: "Worden beschermd tegen elke externe aanstelling uitgaande van de Commissies voor het beheer van de betrekkingen bedoeld in Hoofdstuk VI, de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs of die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, § 3, van het decreet van 11 april 2014 en die aan het einde van het voorgaande schooljaar 600 dienstdagen tellen in een functie van de bedoelde categorie, verdeeld over ten minste drie schooljaren, berekend volgens de voorwaarden vastgelegd in artikel 34 van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs";
2° in het tweede lid worden de woorden "Moeten niet worden aangegeven bij de bedoelde Commissies voor het beheer van de betrekkingen" vervangen door de woorden "Worden eveneens beschermd tegen elke externe aanstelling uitgaande van de bedoelde Commissie voor het beheer van de betrekkingen".
Art. 26. A l'article 16 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1 est remplacé par ce qui suit : " Sont protégés de toute désignation externe émanant des Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VI les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, ou répondant aux conditions de l'article 36, § 3, du décret du 11 avril 2014, et qui comptabilisent à l'issue de l'année scolaire qui précède, 600 jours de service dans une fonction de la catégorie en cause, répartis sur trois années scolaires au moins, calculés selon les modalités fixées par l'article 34 du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné " ;
2° à l'alinéa 2, les mots " Ne doivent pas être déclarés aux Commissions de gestion des emplois visées " sont remplacés par les mots " Sont également protégés de toute désignation externe émanant de la Commission de gestion des emplois visée ".
1° l'alinéa 1 est remplacé par ce qui suit : " Sont protégés de toute désignation externe émanant des Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VI les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, ou répondant aux conditions de l'article 36, § 3, du décret du 11 avril 2014, et qui comptabilisent à l'issue de l'année scolaire qui précède, 600 jours de service dans une fonction de la catégorie en cause, répartis sur trois années scolaires au moins, calculés selon les modalités fixées par l'article 34 du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné " ;
2° à l'alinéa 2, les mots " Ne doivent pas être déclarés aux Commissions de gestion des emplois visées " sont remplacés par les mots " Sont également protégés de toute désignation externe émanant de la Commission de gestion des emplois visée ".
Art. 27. In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 2, 5°, worden de woorden "en § 2" vervangen door de woorden ", § 2 en § 2bis";
2° in § 2, 8°, worden de woorden "of een tijdelijke terugroeping in dienstactiviteit" ingevoegd tussen de woorden "reaffectatie" en de woorden "zelfs indien";
3° in § 2, 9°, wordt de zin "De instemming van het personeelslid en de inrichtende macht is echter niet vereist wanneer het personeelslid gereaffecteerd wordt naar een niet ingevulde betrekking." ingevoegd na de zin "Deze reaffectatie geschiedt met instemming van het personeelslid en van de inrichtende macht waarin het personeelslid door de commissie is aangesteld.".
1° in § 2, 5°, worden de woorden "en § 2" vervangen door de woorden ", § 2 en § 2bis";
2° in § 2, 8°, worden de woorden "of een tijdelijke terugroeping in dienstactiviteit" ingevoegd tussen de woorden "reaffectatie" en de woorden "zelfs indien";
3° in § 2, 9°, wordt de zin "De instemming van het personeelslid en de inrichtende macht is echter niet vereist wanneer het personeelslid gereaffecteerd wordt naar een niet ingevulde betrekking." ingevoegd na de zin "Deze reaffectatie geschiedt met instemming van het personeelslid en van de inrichtende macht waarin het personeelslid door de commissie is aangesteld.".
Art. 27. A l'article 17 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 2, 5°, les mots "et § 2" sont remplacés par les mots ", § 2 et § 2bis" ;
2° au § 2, 8°, les mots " ou d'un rappel provisoire à l'activité " sont insérés entre les mots " réaffectation " et les mots ", et ce aussi " ;
3° au § 2, 9°, la phrase " Toutefois, l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur n'est pas requis lorsque le membre du personnel est réaffecté dans un emploi non pourvu. " est ajoutée après la phrase " Cette réaffectation se fait avec l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur dans lequel celui-ci a été désigné par la commission. ".
1° au § 2, 5°, les mots "et § 2" sont remplacés par les mots ", § 2 et § 2bis" ;
2° au § 2, 8°, les mots " ou d'un rappel provisoire à l'activité " sont insérés entre les mots " réaffectation " et les mots ", et ce aussi " ;
3° au § 2, 9°, la phrase " Toutefois, l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur n'est pas requis lorsque le membre du personnel est réaffecté dans un emploi non pourvu. " est ajoutée après la phrase " Cette réaffectation se fait avec l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur dans lequel celui-ci a été désigné par la commission. ".
HOOFDSTUK 6. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het vrij gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan en kunstonderwijs
CHAPITRE 6. - Dispositions modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans les enseignements secondaire ordinaire et spécialisé, secondaire artistique à horaire réduit, et artistique libres subventionnés
Art. 28. In artikel 2 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het vrij gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan en kunstonderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 5, 2° worden de woorden "of een voldoend bekwaamheidsbewijs of een schaarstebekwaamheidsbewijs" vervangen door de woorden", een voldoend bekwaamheidsbewijs, een schaarstebekwaamheidsbewijs of ander bekwaamheidsbewijs, volgens de voorwaarden vastgelegd in §§ 3 tot 3ter van artikel 17.";
2° een § 10 wordt ingevoegd, luidend als volgt:
" § 10. Niet ingevulde betrekking: een definitief of tijdelijk vacante betrekking die niet aan een personeelslid werd toegewezen.".
1° in § 5, 2° worden de woorden "of een voldoend bekwaamheidsbewijs of een schaarstebekwaamheidsbewijs" vervangen door de woorden", een voldoend bekwaamheidsbewijs, een schaarstebekwaamheidsbewijs of ander bekwaamheidsbewijs, volgens de voorwaarden vastgelegd in §§ 3 tot 3ter van artikel 17.";
2° een § 10 wordt ingevoegd, luidend als volgt:
" § 10. Niet ingevulde betrekking: een definitief of tijdelijk vacante betrekking die niet aan een personeelslid werd toegewezen.".
Art. 28. A l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 août 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans les enseignements secondaire ordinaire et spécialisé, secondaire artistique à horaire réduit, et artistique libres subventionnés, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 5, 2°, les mots " ou le titre suffisant ou de pénurie. " sont remplacés par les mots ", le titre suffisant, le titre de pénurie ou un autre titre, selon les modalités fixées aux §§ 3 à 3ter de l'article 17. " ;
2° un § 10 est ajouté, rédigé comme suit :
" § 10. Emploi non pourvu : tout emploi définitivement ou temporairement vacant qui n'est pas attribué à un membre du personnel. ".
1° au § 5, 2°, les mots " ou le titre suffisant ou de pénurie. " sont remplacés par les mots ", le titre suffisant, le titre de pénurie ou un autre titre, selon les modalités fixées aux §§ 3 à 3ter de l'article 17. " ;
2° un § 10 est ajouté, rédigé comme suit :
" § 10. Emploi non pourvu : tout emploi définitivement ou temporairement vacant qui n'est pas attribué à un membre du personnel. ".
Art. 29. In artikel 5, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "artikelen 9 en 12" worden vervangen door de woorden "artikelen 9, 12 en 14";
2° de woorden "door een wedertewerkstelling" ingevoegd tussen de woorden "voorziene voorafgaande maatregelen" en de woorden "of door een reaffectatie".
1° de woorden "artikelen 9 en 12" worden vervangen door de woorden "artikelen 9, 12 en 14";
2° de woorden "door een wedertewerkstelling" ingevoegd tussen de woorden "voorziene voorafgaande maatregelen" en de woorden "of door een reaffectatie".
Art. 29. A l'article 5, alinéa 1er, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " articles 9 et 12 " sont remplacés par les mots " articles 9, 12 et 14 " ;
2° les mots ", par une remise au travail, " sont insérés entre les mots " des mesures préalables prévues " et les mots " ou par une réaffectation ".
1° les mots " articles 9 et 12 " sont remplacés par les mots " articles 9, 12 et 14 " ;
2° les mots ", par une remise au travail, " sont insérés entre les mots " des mesures préalables prévues " et les mots " ou par une réaffectation ".
Art. 30. In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de inleidende zin worden de woorden ", in naleving van de voorrangorde gedefinieerd in artikel 12," ingevoegd na de woorden "de inrichtende macht kan ook";
2° in § 3 worden de woorden "of een voldoend bekwaamheidsbewijs" vervangen door de woorden "een voldoend bekwaamheidsbewijs of een schaarstebekwaamheidsbewijs";
3° een § 3bis wordt ingevoegd, luidend als volgt:
" § 3bis. Een personeelslid dat zij ter beschikking heeft gesteld en niet kon reaffecteren of wedertewerkstellen, elke vacante betrekking in een ander ambt van een andere categorie toekennen waarvoor het personeelslid het vereiste, voldoende of schaarstebekwaamheidsbewijs bezit.";
4° een § 3ter wordt ingevoegd, luidend als volgt:
" § 3ter. Een personeelslid dat zij ter beschikking heeft gesteld en niet kon reaffecteren of wedertewerkstellen, met zijn instemming, elke vacante betrekking in een ander ambt van een andere categorie toekennen waarvoor het personeelslid een ander bekwaamheidsbewijs bezit.
De bepaling opgenomen in het eerste lid mag niet tot gevolg hebben dat lestijden, bij wijze van voorlopige terugroeping in dienst, zouden worden toegewezen die aan een personeelslid met een prioritaire tijdelijke hoedanigheid of aan een tijdelijk personeelslid met een bekwaamheidsbewijs van een hogere categorie zouden moeten worden toevertrouwd.".
5° in § 4 worden de woorden "met zijn instemming" geschrapt.
1° in de inleidende zin worden de woorden ", in naleving van de voorrangorde gedefinieerd in artikel 12," ingevoegd na de woorden "de inrichtende macht kan ook";
2° in § 3 worden de woorden "of een voldoend bekwaamheidsbewijs" vervangen door de woorden "een voldoend bekwaamheidsbewijs of een schaarstebekwaamheidsbewijs";
3° een § 3bis wordt ingevoegd, luidend als volgt:
" § 3bis. Een personeelslid dat zij ter beschikking heeft gesteld en niet kon reaffecteren of wedertewerkstellen, elke vacante betrekking in een ander ambt van een andere categorie toekennen waarvoor het personeelslid het vereiste, voldoende of schaarstebekwaamheidsbewijs bezit.";
4° een § 3ter wordt ingevoegd, luidend als volgt:
" § 3ter. Een personeelslid dat zij ter beschikking heeft gesteld en niet kon reaffecteren of wedertewerkstellen, met zijn instemming, elke vacante betrekking in een ander ambt van een andere categorie toekennen waarvoor het personeelslid een ander bekwaamheidsbewijs bezit.
De bepaling opgenomen in het eerste lid mag niet tot gevolg hebben dat lestijden, bij wijze van voorlopige terugroeping in dienst, zouden worden toegewezen die aan een personeelslid met een prioritaire tijdelijke hoedanigheid of aan een tijdelijk personeelslid met een bekwaamheidsbewijs van een hogere categorie zouden moeten worden toevertrouwd.".
5° in § 4 worden de woorden "met zijn instemming" geschrapt.
Art. 30. A l'article 17 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans la phrase liminaire, les mots ", en respectant les ordres de priorité définis à l'article 12 " sont ajoutés après les mots " le pouvoir organisateur peut également " ;
2° au § 3, les mots " ou du titre suffisant " sont remplacés par les mots " , du titre suffisant ou du titre de pénurie " ;
3° un § 3bis, rédigé comme suit, est inséré :
" § 3bis. Confier à tout membre du personnel qu'il a mis en disponibilité et qu'il n'a pu réaffecter ou remettre au travail, tout emploi vacant dans une fonction relevant d'une autre catégorie pour laquelle le membre du personnel dispose du titre requis, du titre suffisant ou du titre de pénurie. " ;
4° un § 3ter, rédigé comme suit, est inséré :
" § 3ter. Confier, avec son accord, à tout membre du personnel qu'il a mis en disponibilité et qu'il n'a pu réaffecter ou remettre au travail, tout emploi vacant dans une fonction relevant d'une autre catégorie pour laquelle le membre du personnel possède un autre titre.
La disposition reprise à l'alinéa 1er ne peut avoir pour effet d'attribuer en rappel provisoire en service des périodes qui devraient être confiées à un membre du personnel ayant la qualité de temporaire prioritaire ou à un membre du personnel temporaire porteur d'un titre de catégorie supérieure. ".
5° au § 4, les mots " , avec son accord, " sont supprimés.
1° dans la phrase liminaire, les mots ", en respectant les ordres de priorité définis à l'article 12 " sont ajoutés après les mots " le pouvoir organisateur peut également " ;
2° au § 3, les mots " ou du titre suffisant " sont remplacés par les mots " , du titre suffisant ou du titre de pénurie " ;
3° un § 3bis, rédigé comme suit, est inséré :
" § 3bis. Confier à tout membre du personnel qu'il a mis en disponibilité et qu'il n'a pu réaffecter ou remettre au travail, tout emploi vacant dans une fonction relevant d'une autre catégorie pour laquelle le membre du personnel dispose du titre requis, du titre suffisant ou du titre de pénurie. " ;
4° un § 3ter, rédigé comme suit, est inséré :
" § 3ter. Confier, avec son accord, à tout membre du personnel qu'il a mis en disponibilité et qu'il n'a pu réaffecter ou remettre au travail, tout emploi vacant dans une fonction relevant d'une autre catégorie pour laquelle le membre du personnel possède un autre titre.
La disposition reprise à l'alinéa 1er ne peut avoir pour effet d'attribuer en rappel provisoire en service des périodes qui devraient être confiées à un membre du personnel ayant la qualité de temporaire prioritaire ou à un membre du personnel temporaire porteur d'un titre de catégorie supérieure. ".
5° au § 4, les mots " , avec son accord, " sont supprimés.
Art. 31. In artikel 18, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden "met instemming van de betrokken ambtenaar en zijn inrichtende macht" vervangen door de woorden "met zijn instemming".
Art. 31. A l'article 18, § 1er, du même arrêté, les mots " , avec l'accord de l'agent concerné et de son pouvoir organisateur " sont remplacés par les mots " avec son accord ".
Art. 32. In artikel 39 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1bis, opgesteld als volgt: "Moeten niet aan het OSSO aangegeven worden, de betrekkingen bekleed door de personeelsleden, houder van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs, met in totaal meer dan 2.160 dagen dienstanciënniteit bij de inrichtende macht." wordt vervangen door een nieuwe paragraaf opgesteld als volgt: "Zijn beschermd tegen elke externe benoeming uitgaande van het OSSO de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs of die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, § 3, van het decreet van 11 april 2004 en die meer dan 2.160 dagen dienstanciënniteit bij hun inrichtende macht hebben.";
2° paragraaf 2, eerste lid, opgesteld als volgt: "Moeten niet aan de door haar in hoofdstuk VII bedoelde Commissies voor personeelsbeheer aangegeven worden, de betrekkingen bekleed door de personeelsleden die houder van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs zijn en die aan de volgende voorwaarden voldoen:" wordt vervangen door een nieuw lid opgesteld als volgt: "Zijn beschermd tegen elke externe benoeming uitgaande van de in hoofdstuk VII bedoelde Commissies voor het beheer van de betrekkingen, de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs of die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, § 3, van het decreet van 11 april 2004 en die aan de volgende anciënniteitsvoorwaarden voldoen:".
1° paragraaf 1bis, opgesteld als volgt: "Moeten niet aan het OSSO aangegeven worden, de betrekkingen bekleed door de personeelsleden, houder van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs, met in totaal meer dan 2.160 dagen dienstanciënniteit bij de inrichtende macht." wordt vervangen door een nieuwe paragraaf opgesteld als volgt: "Zijn beschermd tegen elke externe benoeming uitgaande van het OSSO de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs of die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, § 3, van het decreet van 11 april 2004 en die meer dan 2.160 dagen dienstanciënniteit bij hun inrichtende macht hebben.";
2° paragraaf 2, eerste lid, opgesteld als volgt: "Moeten niet aan de door haar in hoofdstuk VII bedoelde Commissies voor personeelsbeheer aangegeven worden, de betrekkingen bekleed door de personeelsleden die houder van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs zijn en die aan de volgende voorwaarden voldoen:" wordt vervangen door een nieuw lid opgesteld als volgt: "Zijn beschermd tegen elke externe benoeming uitgaande van de in hoofdstuk VII bedoelde Commissies voor het beheer van de betrekkingen, de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs of die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, § 3, van het decreet van 11 april 2004 en die aan de volgende anciënniteitsvoorwaarden voldoen:".
Art. 32. A l'article 39 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er bis, rédigé comme suit : " Ne doivent pas être déclarés à l'ORC.E.S. les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant qui comptabilisent plus de 2 160 jours d'ancienneté de service auprès de leur pouvoir organisateur. " est remplacé par un nouveau paragraphe rédigé comme suit : " Sont protégés contre toute désignation externe émanant de l'ORC.E.S. les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, ou répondant aux conditions de l'article 36, § 3, du décret du 11 avril 2004 ; et qui comptabilisent plus de 2 160 jours d'ancienneté de service auprès de leur pouvoir organisateur. ";
2° le paragraphe 2, premier alinéa, rédigé comme suit : " Ne doivent pas être déclarés aux Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VII les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant qui remplissent les conditions suivantes : " est remplacé par un nouvel alinéa rédigé comme suit : " Sont protégés contre toute désignation externe émanant des Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VII les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, ou répondant aux conditions de l'article 36, § 3, du décret du 11 avril 2004 ; et qui remplissent les conditions d'ancienneté suivantes: ".
1° le paragraphe 1er bis, rédigé comme suit : " Ne doivent pas être déclarés à l'ORC.E.S. les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant qui comptabilisent plus de 2 160 jours d'ancienneté de service auprès de leur pouvoir organisateur. " est remplacé par un nouveau paragraphe rédigé comme suit : " Sont protégés contre toute désignation externe émanant de l'ORC.E.S. les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, ou répondant aux conditions de l'article 36, § 3, du décret du 11 avril 2004 ; et qui comptabilisent plus de 2 160 jours d'ancienneté de service auprès de leur pouvoir organisateur. ";
2° le paragraphe 2, premier alinéa, rédigé comme suit : " Ne doivent pas être déclarés aux Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VII les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant qui remplissent les conditions suivantes : " est remplacé par un nouvel alinéa rédigé comme suit : " Sont protégés contre toute désignation externe émanant des Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VII les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, ou répondant aux conditions de l'article 36, § 3, du décret du 11 avril 2004 ; et qui remplissent les conditions d'ancienneté suivantes: ".
Art. 33. In artikel 40 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden ", een wedertewerkstelling of een voorlopige terugroeping in dienst" ingevoegd tussen de woorden "een reaffectatie" en de woorden "tot beloop van";
2° in § 1, eerste lid, wordt een punt 4° toegevoegd als volgt: "4° in het kader van artikel 18, § 1, tenzij het personeelslid over een ander bekwaamheidsbewijs voor de betrokken functie beschikt;"
3° na § 2 wordt een § 2bis ingevoegd als volgt:
" § 2bis. Elk personeelslid kan een met redenen omkleed beroep instellen tegen een reaffectatie naar een andere inrichtende macht indien het bezwaar maakt tegen het confessionele of niet-confessionele karakter van het pedagogische project van de inrichting waar hij werd opgeroepen om zijn prestaties uit te voeren. De betrokken inrichtende macht beschikt over dezelfde mogelijkheid.".
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden ", een wedertewerkstelling of een voorlopige terugroeping in dienst" ingevoegd tussen de woorden "een reaffectatie" en de woorden "tot beloop van";
2° in § 1, eerste lid, wordt een punt 4° toegevoegd als volgt: "4° in het kader van artikel 18, § 1, tenzij het personeelslid over een ander bekwaamheidsbewijs voor de betrokken functie beschikt;"
3° na § 2 wordt een § 2bis ingevoegd als volgt:
" § 2bis. Elk personeelslid kan een met redenen omkleed beroep instellen tegen een reaffectatie naar een andere inrichtende macht indien het bezwaar maakt tegen het confessionele of niet-confessionele karakter van het pedagogische project van de inrichting waar hij werd opgeroepen om zijn prestaties uit te voeren. De betrokken inrichtende macht beschikt over dezelfde mogelijkheid.".
Art. 33. A l'article 40 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 1er, alinéa 1er, les mots " , une remise au travail ou un rappel provisoire en service, " sont insérés entre les mots " une réaffectation " et les mots " jusqu'à concurrence " ;
2° au § 1er, alinéa 1er, un 4° est ajouté, rédigé comme suit : " 4° dans le cadre de l'article 18, § 1er, sauf si le membre du personnel possède un autre titre pour la fonction concernée " ;
3° un § 2 bis est inséré, après le § 2, rédigé comme suit :
" § 2bis. Tout membre du personnel peut introduire un recours motivé contre une réaffectation dans un autre pouvoir organisateur s'il n'adhère pas au caractère confessionnel ou non confessionnel du projet pédagogique de l'établissement dans lequel il est appelé à effectuer ses prestations. Le pouvoir organisateur concerné dispose de la même possibilité. ".
1° au § 1er, alinéa 1er, les mots " , une remise au travail ou un rappel provisoire en service, " sont insérés entre les mots " une réaffectation " et les mots " jusqu'à concurrence " ;
2° au § 1er, alinéa 1er, un 4° est ajouté, rédigé comme suit : " 4° dans le cadre de l'article 18, § 1er, sauf si le membre du personnel possède un autre titre pour la fonction concernée " ;
3° un § 2 bis est inséré, après le § 2, rédigé comme suit :
" § 2bis. Tout membre du personnel peut introduire un recours motivé contre une réaffectation dans un autre pouvoir organisateur s'il n'adhère pas au caractère confessionnel ou non confessionnel du projet pédagogique de l'établissement dans lequel il est appelé à effectuer ses prestations. Le pouvoir organisateur concerné dispose de la même possibilité. ".
Art. 34. In artikel 41, § 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in 8° worden de woorden "of een wedertewerkstelling" ingevoegd tussen de woorden "reaffectatie" en de woorden "zelfs indien";
2° in 9°, wordt de zin "De instemming van het personeelslid en de inrichtende macht is echter niet vereist wanneer het personeelslid gereaffecteerd wordt naar een niet ingevulde betrekking." ingevoegd na de zin "Deze reaffectatie geschiedt met instemming van het personeelslid en van de inrichtende macht waarin het personeelslid door de commissie is aangesteld.".
1° in 8° worden de woorden "of een wedertewerkstelling" ingevoegd tussen de woorden "reaffectatie" en de woorden "zelfs indien";
2° in 9°, wordt de zin "De instemming van het personeelslid en de inrichtende macht is echter niet vereist wanneer het personeelslid gereaffecteerd wordt naar een niet ingevulde betrekking." ingevoegd na de zin "Deze reaffectatie geschiedt met instemming van het personeelslid en van de inrichtende macht waarin het personeelslid door de commissie is aangesteld.".
Art. 34. A l'article 41, § 2, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au 8°, les mots " ou d'une remise au travail " sont insérés entre le mot " réaffectation " et les mots ", et ce aussi " ;
2° au 9°, la phrase " Toutefois, l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur n'est pas requis lorsque le membre du personnel est réaffecté dans un emploi non pourvu. " est ajoutée après la phrase " Cette réaffectation se fait avec l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur dans lequel celui-ci a été désigné par la commission. ".
1° au 8°, les mots " ou d'une remise au travail " sont insérés entre le mot " réaffectation " et les mots ", et ce aussi " ;
2° au 9°, la phrase " Toutefois, l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur n'est pas requis lorsque le membre du personnel est réaffecté dans un emploi non pourvu. " est ajoutée après la phrase " Cette réaffectation se fait avec l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur dans lequel celui-ci a été désigné par la commission. ".
HOOFDSTUK 7. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 september 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het officieel gesubsidieerd onderwijs voor sociale promotie
CHAPITRE 7. - Dispositions modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 12 septembre 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement de promotion sociale officiel subventionné
Art. 35. In artikel 2 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 september 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het officieel gesubsidieerd onderwijs voor sociale promotie wordt een nieuwe § 9 toegevoegd als volgt:
" § 9. Niet ingevulde betrekking: een definitief of tijdelijk vacante betrekking die niet aan een personeelslid werd toegewezen.".
" § 9. Niet ingevulde betrekking: een definitief of tijdelijk vacante betrekking die niet aan een personeelslid werd toegewezen.".
Art. 35. A l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 12 septembre 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement de promotion sociale officiel subventionné est ajouté un nouveau § 9, rédigé comme suit :
" § 9. Emploi non pourvu : tout emploi définitivement ou temporairement vacant qui n'est pas attribué à un membre du personnel. ".
" § 9. Emploi non pourvu : tout emploi définitivement ou temporairement vacant qui n'est pas attribué à un membre du personnel. ".
Art. 36. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 4 worden de woorden ", met instemming van deze laatste" geschrapt;
2° in § 5, eerste lid, worden de woorden "in naleving van de voorrangorde gedefinieerd in artikel 9" toegevoegd na de woorden "kan toevertrouwen";
3° in § 5, eerste lid, 1°, worden de woorden "met zijn instemming" geschrapt.
1° in § 4 worden de woorden ", met instemming van deze laatste" geschrapt;
2° in § 5, eerste lid, worden de woorden "in naleving van de voorrangorde gedefinieerd in artikel 9" toegevoegd na de woorden "kan toevertrouwen";
3° in § 5, eerste lid, 1°, worden de woorden "met zijn instemming" geschrapt.
Art. 36. A l'article 12 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 4, les mots " , avec l'accord de ce dernier " sont supprimés ;
2° au § 5, alinéa 1er, les mots ", en respectant les ordres de priorité définis à l'article 9 " sont ajoutés après les mots " peut lui confier " ;
3° au § 5, alinéa 1er, 1°, les mots " avec son accord, " sont supprimés.
1° au § 4, les mots " , avec l'accord de ce dernier " sont supprimés ;
2° au § 5, alinéa 1er, les mots ", en respectant les ordres de priorité définis à l'article 9 " sont ajoutés après les mots " peut lui confier " ;
3° au § 5, alinéa 1er, 1°, les mots " avec son accord, " sont supprimés.
Art. 37. In artikel 14 van hetzelfde besluit
- wordt na § 2 een § 2bis ingevoegd als volgt:
" § 2bis. Elk personeelslid kan een met redenen omkleed beroep instellen tegen een reaffectatie naar een andere inrichtende macht indien het bezwaar maakt tegen het confessionele of niet-confessionele karakter van het pedagogische project van de inrichting waar hij werd opgeroepen om zijn prestaties uit te voeren. De betrokken inrichtende macht beschikt over dezelfde mogelijkheid.".
- wordt na § 2 een § 2bis ingevoegd als volgt:
" § 2bis. Elk personeelslid kan een met redenen omkleed beroep instellen tegen een reaffectatie naar een andere inrichtende macht indien het bezwaar maakt tegen het confessionele of niet-confessionele karakter van het pedagogische project van de inrichting waar hij werd opgeroepen om zijn prestaties uit te voeren. De betrokken inrichtende macht beschikt over dezelfde mogelijkheid.".
Art. 37. A l'article 14 du même arrêté,
- un § 2 bis est inséré, après le § 2, rédigé comme suit :
" § 2bis. Tout membre du personnel peut introduire un recours motivé contre une réaffectation dans un autre pouvoir organisateur s'il n'adhère pas au caractère confessionnel ou non confessionnel du projet pédagogique de l'établissement dans lequel il est appelé à effectuer ses prestations. Le pouvoir organisateur concerné dispose de la même possibilité. ".
- un § 2 bis est inséré, après le § 2, rédigé comme suit :
" § 2bis. Tout membre du personnel peut introduire un recours motivé contre une réaffectation dans un autre pouvoir organisateur s'il n'adhère pas au caractère confessionnel ou non confessionnel du projet pédagogique de l'établissement dans lequel il est appelé à effectuer ses prestations. Le pouvoir organisateur concerné dispose de la même possibilité. ".
Art. 38. In artikel 16 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 1, 5°, van hetzelfde besluit worden de woorden "of een tijdelijke terugroeping in dienstactiviteit" ingevoegd tussen de woorden "reaffectatie" en de woorden "zelfs indien";
2° in § 1, 6°, wordt de zin "Die instemming is echter niet vereist wanneer de reaffectatie naar een niet ingevulde betrekking gebeurt." ingevoegd na de zin "Deze reaffectatie geschiedt met instemming van het personeelslid en van de inrichtende macht waarin het personeelslid door de commissie is aangesteld.";
1° in § 1, 5°, van hetzelfde besluit worden de woorden "of een tijdelijke terugroeping in dienstactiviteit" ingevoegd tussen de woorden "reaffectatie" en de woorden "zelfs indien";
2° in § 1, 6°, wordt de zin "Die instemming is echter niet vereist wanneer de reaffectatie naar een niet ingevulde betrekking gebeurt." ingevoegd na de zin "Deze reaffectatie geschiedt met instemming van het personeelslid en van de inrichtende macht waarin het personeelslid door de commissie is aangesteld.";
Art. 38. A l'article 16, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 1er, 5°, du même arrêté, les mots " ou d'un rappel provisoire à l'activité " sont insérés entre les mots " réaffectation " et les mots ", et ce aussi " ;
2° au § 1er, 6°, la phrase " Toutefois, cet accord n'est pas nécessaire lorsque la réaffectation se fait dans un emploi non pourvu. " est ajoutée après la phrase " Cette réaffectation se fait avec l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur dans lequel celui-ci a été désigné par la commission. " ;
1° au § 1er, 5°, du même arrêté, les mots " ou d'un rappel provisoire à l'activité " sont insérés entre les mots " réaffectation " et les mots ", et ce aussi " ;
2° au § 1er, 6°, la phrase " Toutefois, cet accord n'est pas nécessaire lorsque la réaffectation se fait dans un emploi non pourvu. " est ajoutée après la phrase " Cette réaffectation se fait avec l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur dans lequel celui-ci a été désigné par la commission. " ;
HOOFDSTUK 8. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 september 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het vrij gesubsidieerd onderwijs voor sociale promotie
CHAPITRE 8. - Dispositions modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 12 septembre 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement de promotion sociale libre subventionné
Art. 39. In artikel 2 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 september 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage in het vrij gesubsidieerd onderwijs voor sociale promotie wordt een nieuwe § 8 ingevoegd als volgt:
" § 8. Niet ingevulde betrekking: een definitief of tijdelijk vacante betrekking die niet aan een personeelslid werd toegewezen.".
" § 8. Niet ingevulde betrekking: een definitief of tijdelijk vacante betrekking die niet aan een personeelslid werd toegewezen.".
Art. 39. A l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 12 septembre 1995 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement de promotion sociale libre subventionné, un nouveau § 8 est inséré, rédigé comme suit :
" § 8. Emploi non pourvu : tout emploi définitivement ou temporairement vacant qui n'est pas attribué à un membre du personnel. ".
" § 8. Emploi non pourvu : tout emploi définitivement ou temporairement vacant qui n'est pas attribué à un membre du personnel. ".
Art. 40. In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° In § 2 worden de woorden "Moeten niet aan de door haar in hoofdstuk VII bedoelde Commissies voor personeelsbeheer aangegeven worden, de betrekkingen bekleed door de personeelsleden die houder van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs zijn en die aan de volgende voorwaarden voldoen:" vervangen door de woorden "Zijn beschermd tegen elke externe benoeming uitgaande van de in hoofdstuk VII bedoelde Commissies voor het beheer van de betrekkingen, de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs of die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, § 3, van het decreet van 11 april 2014 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde onderwijs, en die aan de volgende anciënniteitsvoorwaarden voldoen:";
2° § 3, eerste lid, wordt vervangen door hetgeen volgt: "Zijn eveneens beschermd tegen elke externe aanstelling uitgaande van de in hoofdstuk VII bedoelde Commissies voor het beheer van de betrekkingen, de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs of die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, § 3, van het decreet van 11 april 2014 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs en die een van de in artikel 29quater, 1° bis en 1° ter van het voormelde decreet van 1 februari 1993 bedoelde prioriteiten genieten.".
1° In § 2 worden de woorden "Moeten niet aan de door haar in hoofdstuk VII bedoelde Commissies voor personeelsbeheer aangegeven worden, de betrekkingen bekleed door de personeelsleden die houder van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs zijn en die aan de volgende voorwaarden voldoen:" vervangen door de woorden "Zijn beschermd tegen elke externe benoeming uitgaande van de in hoofdstuk VII bedoelde Commissies voor het beheer van de betrekkingen, de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs of die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, § 3, van het decreet van 11 april 2014 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde onderwijs, en die aan de volgende anciënniteitsvoorwaarden voldoen:";
2° § 3, eerste lid, wordt vervangen door hetgeen volgt: "Zijn eveneens beschermd tegen elke externe aanstelling uitgaande van de in hoofdstuk VII bedoelde Commissies voor het beheer van de betrekkingen, de betrekkingen bekleed door personeelsleden in het bezit van een vereist of voldoend bekwaamheidsbewijs of die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, § 3, van het decreet van 11 april 2014 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs en die een van de in artikel 29quater, 1° bis en 1° ter van het voormelde decreet van 1 februari 1993 bedoelde prioriteiten genieten.".
Art. 40. A l'article 16 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 2, les mots " Ne doivent pas être déclarés aux Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VII les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant qui remplissent les conditions suivantes : " sont remplacés par les mots " Sont protégés de toute désignation externe émanant des Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VII les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, ou répondant aux conditions de l'article 36, § 3, du décret du 11 avril 2014 réglementant les titres et fonctions dans l'enseignement fondamental et secondaire organisé et subventionné par la Communauté française, et qui remplissent les conditions d'ancienneté suivantes : " ;
2° le § 3, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit : " Sont également protégés contre toute désignation externe émanant des Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VII les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, ou répondant aux conditions de l'article 36, § 3, du décret du 11 avril 2014 réglementant les titres et fonctions dans l'enseignement fondamental et secondaire organisé et subventionné par la Communauté française, et qui bénéficient d'une des priorités visées à l'article 29quater, 1° bis et 1° ter, du décret du 1er février 1993 précité. ".
1° au § 2, les mots " Ne doivent pas être déclarés aux Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VII les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant qui remplissent les conditions suivantes : " sont remplacés par les mots " Sont protégés de toute désignation externe émanant des Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VII les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, ou répondant aux conditions de l'article 36, § 3, du décret du 11 avril 2014 réglementant les titres et fonctions dans l'enseignement fondamental et secondaire organisé et subventionné par la Communauté française, et qui remplissent les conditions d'ancienneté suivantes : " ;
2° le § 3, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit : " Sont également protégés contre toute désignation externe émanant des Commissions de gestion des emplois visées au chapitre VII les emplois occupés par les membres du personnel titulaires d'un titre requis ou d'un titre suffisant, ou répondant aux conditions de l'article 36, § 3, du décret du 11 avril 2014 réglementant les titres et fonctions dans l'enseignement fondamental et secondaire organisé et subventionné par la Communauté française, et qui bénéficient d'une des priorités visées à l'article 29quater, 1° bis et 1° ter, du décret du 1er février 1993 précité. ".
Art. 41. In artikel 17 van hetzelfde besluit wordt na § 2 een § 2bis ingevoegd als volgt:
" § 2bis. Elk personeelslid kan een met redenen omkleed beroep instellen tegen een reaffectatie naar een andere inrichtende macht indien het bezwaar maakt tegen het confessionele of niet-confessionele karakter van het pedagogische project van de inrichting waar hij werd opgeroepen om zijn prestaties uit te voeren. De betrokken inrichtende macht beschikt over dezelfde mogelijkheid.".
" § 2bis. Elk personeelslid kan een met redenen omkleed beroep instellen tegen een reaffectatie naar een andere inrichtende macht indien het bezwaar maakt tegen het confessionele of niet-confessionele karakter van het pedagogische project van de inrichting waar hij werd opgeroepen om zijn prestaties uit te voeren. De betrokken inrichtende macht beschikt over dezelfde mogelijkheid.".
Art. 41. A l'article 17 du même arrêté, un § 2 bis est inséré, après le § 2, rédigé comme suit :
" § 2bis. Tout membre du personnel peut introduire un recours motivé contre une réaffectation dans un autre pouvoir organisateur s'il n'adhère pas au caractère confessionnel ou non confessionnel du projet pédagogique de l'établissement dans lequel il est appelé à effectuer ses prestations. Le pouvoir organisateur concerné dispose de la même possibilité. ".
" § 2bis. Tout membre du personnel peut introduire un recours motivé contre une réaffectation dans un autre pouvoir organisateur s'il n'adhère pas au caractère confessionnel ou non confessionnel du projet pédagogique de l'établissement dans lequel il est appelé à effectuer ses prestations. Le pouvoir organisateur concerné dispose de la même possibilité. ".
Art. 42. In artikel 18 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in 6° worden de woorden "of een wedertewerkstelling" ingevoegd tussen de woorden "reaffectatie" en de woorden "zelfs indien";
2° in 7°, wordt de zin "Die instemming is echter niet vereist wanneer de reaffectatie naar een niet ingevulde betrekking gebeurt." ingevoegd na de zin "Deze reaffectatie geschiedt met instemming van het personeelslid en van de inrichtende macht waarin het personeelslid door de commissie is aangesteld.".
1° in 6° worden de woorden "of een wedertewerkstelling" ingevoegd tussen de woorden "reaffectatie" en de woorden "zelfs indien";
2° in 7°, wordt de zin "Die instemming is echter niet vereist wanneer de reaffectatie naar een niet ingevulde betrekking gebeurt." ingevoegd na de zin "Deze reaffectatie geschiedt met instemming van het personeelslid en van de inrichtende macht waarin het personeelslid door de commissie is aangesteld.".
Art. 42. A l'article 18 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au 6°, les mots " ou d'une remise au travail " sont insérés entre le mot " réaffectation " et les mots ", et ce aussi " ;
2° au 7°, la phrase " Toutefois, cet accord n'est pas nécessaire lorsque la réaffectation se fait dans un emploi non pourvu. " est ajoutée après la phrase " Cette réaffectation se fait avec l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur dans lequel celui-ci a été désigné par la commission. ".
1° au 6°, les mots " ou d'une remise au travail " sont insérés entre le mot " réaffectation " et les mots ", et ce aussi " ;
2° au 7°, la phrase " Toutefois, cet accord n'est pas nécessaire lorsque la réaffectation se fait dans un emploi non pourvu. " est ajoutée après la phrase " Cette réaffectation se fait avec l'accord du membre du personnel et du Pouvoir organisateur dans lequel celui-ci a été désigné par la commission. ".
Afdeling 9. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 12 mei 2004 betreffende de vaststelling van de schaarste en bepaalde Commissies in het buitengewoon of door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs [sic]
CHAPITRE 9. - Dispositions modifiant le décret du 12 mai 2004 relatif à la définition de la pénurie et à certaines Commissions dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française
Art. 43. Artikel 26, § 2, van het decreet van 12 mei 2004 betreffende de vaststelling van de schaarste en bepaalde Commissies in het buitengewoon of door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs [sic] wordt aangevuld met een lid als volgt:
"De in het eerste lid bedoelde lijsten worden, nadat de reaffectaties zijn uitgevoerd en uiterlijk eind februari, naar het secretariaat van de andere centrale commissies en de Interzonale Affectatiecommissie verstuurd.".
"De in het eerste lid bedoelde lijsten worden, nadat de reaffectaties zijn uitgevoerd en uiterlijk eind februari, naar het secretariaat van de andere centrale commissies en de Interzonale Affectatiecommissie verstuurd.".
Art. 43. L'article 26, § 2, du décret du 12 mai 2004 relatif à la définition de la pénurie et à certaines Commissions dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Les listes visées à l'alinéa 1er sont transmises, à l'issue des opérations de réaffectation et au plus tard à la fin du mois de février, au secrétariat des autres commissions centrales et de la Commission interzonale d'affectation. ".
" Les listes visées à l'alinéa 1er sont transmises, à l'issue des opérations de réaffectation et au plus tard à la fin du mois de février, au secrétariat des autres commissions centrales et de la Commission interzonale d'affectation. ".
Art. 44. Artikel 36, § 2 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met het volgende lid:
"De in het eerste lid, 1 en 3, bedoelde lijsten worden ook naar de secretarissen van de Commissies voor het beheer van de betrekkingen verstuurd.".
"De in het eerste lid, 1 en 3, bedoelde lijsten worden ook naar de secretarissen van de Commissies voor het beheer van de betrekkingen verstuurd.".
Art. 44. L'article 36, § 2, du même décret, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Les listes visées à l'alinéa 1er, 1. et 3., sont également transmises aux secrétaires des commissions de gestion des emplois de l'enseignement subventionné. "
" Les listes visées à l'alinéa 1er, 1. et 3., sont également transmises aux secrétaires des commissions de gestion des emplois de l'enseignement subventionné. "
HOOFDSTUK 10. - Bepalingen betreffende de openbaarheid en de toegang tot de arbeidsmarkt
CHAPITRE 10. - Dispositions relatives à la publicité et à l'accès des emplois
Art. 45. In de schooljaren 2025-2026 tot en met 2027-2028 zal elke inrichtende macht van het secundair onderwijs voor volwassenen die een betrekking van meer dan 15 weken opgericht in toepassing van de bepalingen van Titel IV - Maatregelen betreffende het 7e jaar inzake de begeleiding van de inrichtingen voor volwassenenonderwijs, niet kan invullen na de toepassing van de toewijzingsregels voor de betrekkingen, met inbegrip van de regels inzake beschikbaarheid en reaffectatie, dat aangeven in de databank bedoeld in artikel 27 van het decreet van 11 april 2014 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs, in overeenstemming met de voorwaarden en termijnen vastgelegd in artikel 29bis van hetzelfde decreet.
In de bekendmaking van de betrekking moeten ten minste de betrokken functie en werkvolume gepreciseerd worden. Desgevallend kunnen andere toelichtingen, zoals de uurroosters, eveneens in de bekendmaking van de betrekking worden opgenomen.
In de bekendmaking van de betrekking moeten ten minste de betrokken functie en werkvolume gepreciseerd worden. Desgevallend kunnen andere toelichtingen, zoals de uurroosters, eveneens in de bekendmaking van de betrekking worden opgenomen.
Art. 45. Au cours des années scolaires 2025-2026 à 2027-2028, tout pouvoir organisateur de l'enseignement secondaire pour Adultes qui ne peut pourvoir à un emploi de plus de 15 semaines créé en application des dispositions du Titre IV - Mesures relatives aux 7èmes années concernant l'accompagnement des établissements d'Enseignement pour Adultes, après application des règles de dévolution des emplois, en ce compris les règles en matière de disponibilité et de réaffectation, le déclare dans la base de données visée à l'article 27 du décret du 11 avril 2014 réglementant les titres et fonctions dans l'enseignement fondamental et secondaire organisé et subventionné par la Communauté française, conformément aux modalités et délais fixés à l'article 29bis du même décret.
La déclaration d'emploi précise au minimum la fonction concernée et le volume d'emploi. S'il échet, d'autres précisions comme les horaires peuvent également être apportées à la déclaration d'emploi.
La déclaration d'emploi précise au minimum la fonction concernée et le volume d'emploi. S'il échet, d'autres précisions comme les horaires peuvent également être apportées à la déclaration d'emploi.
Art. 46. § 1. In de schooljaren 2025-2026 tot en met 2027-2028, na de toepassing van de statutaire toewijzingsregels voor de betrekkingen voorzien in het toepasselijke administratieve statuut in de inrichting voor volwassenenonderwijs waarin een betrekking opgericht in toepassing van de bepalingen van Titel IV - Maatregelen betreffende het 7e jaar inzake de begeleiding van de onderwijsinrichtingen, moet worden toegewezen en alvorens een nieuw personeelslid wordt gerekruteerd, moet de betrokken inrichtende macht prioriteit geven aan de personeelsleden afkomstig van een andere inrichtende macht van het gewoon kwalificerend secundair onderwijs met volledig leerplan of alternerend leerplan die aan de in § 2 vastgelegde voorwaarden voldoen.
Indien geen enkele kandidaat kan aangesteld of aangeworven worden na de toepassing van het eerste lid, kan de inrichtende macht een nieuw personeelslid via een nieuwaanwerving rekruteren volgens de toepasselijke statutaire regels.
§ 2. Onverminderd de aanwervings- en aanstellingsvoorwaarden zoals voorzien in de statutaire regels van toepassing op de inrichtende macht waarin het personeelslid wordt toegewezen, kan aanspraak gemaakt worden op de in § 1 bedoelde prioriteit door de personeelsleden die aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° beschikken over een vereist bekwaamheidsbewijs of voldoend bekwaamheidsbewijs met pedagogisch onderdeel voor de bedoelde functie;
2° zich kandidaat gesteld hebben bij de inrichtende macht die beschikt over een betrekking opgericht krachtens Titel IV - Maatregelen betreffende het 7e jaar inzake de begeleiding van de inrichtingen voor volwassenenonderwijs;
3° in het schooljaar 2024-2025, in functie geweest zijn in het 7e jaar van het kwalificerend onderwijs, in een inrichting voor secundair onderwijs met volledig of alternerend leerplan waarvan de middelen gereduceerd werden door de bepalingen van afdeling 6 van hoofdstuk I van het programmadecreet van 11 december 2024 houdende diverse bepalingen betreffende onderwijs, schoolgebouwen, onderzoek en cultuur.
§ 3. Het statutaire stelsel van toepassing op de inrichting voor volwassenenonderwijs waarin het personeelslid tijdelijk werd gerekruteerd of aangesteld ingevolge de uitoefening van de prioriteit bedoeld in § 1 is op deze laatste van toepassing in het kader van deze rekrutering.
Indien geen enkele kandidaat kan aangesteld of aangeworven worden na de toepassing van het eerste lid, kan de inrichtende macht een nieuw personeelslid via een nieuwaanwerving rekruteren volgens de toepasselijke statutaire regels.
§ 2. Onverminderd de aanwervings- en aanstellingsvoorwaarden zoals voorzien in de statutaire regels van toepassing op de inrichtende macht waarin het personeelslid wordt toegewezen, kan aanspraak gemaakt worden op de in § 1 bedoelde prioriteit door de personeelsleden die aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° beschikken over een vereist bekwaamheidsbewijs of voldoend bekwaamheidsbewijs met pedagogisch onderdeel voor de bedoelde functie;
2° zich kandidaat gesteld hebben bij de inrichtende macht die beschikt over een betrekking opgericht krachtens Titel IV - Maatregelen betreffende het 7e jaar inzake de begeleiding van de inrichtingen voor volwassenenonderwijs;
3° in het schooljaar 2024-2025, in functie geweest zijn in het 7e jaar van het kwalificerend onderwijs, in een inrichting voor secundair onderwijs met volledig of alternerend leerplan waarvan de middelen gereduceerd werden door de bepalingen van afdeling 6 van hoofdstuk I van het programmadecreet van 11 december 2024 houdende diverse bepalingen betreffende onderwijs, schoolgebouwen, onderzoek en cultuur.
§ 3. Het statutaire stelsel van toepassing op de inrichting voor volwassenenonderwijs waarin het personeelslid tijdelijk werd gerekruteerd of aangesteld ingevolge de uitoefening van de prioriteit bedoeld in § 1 is op deze laatste van toepassing in het kader van deze rekrutering.
Art. 46. § 1er. Au cours des années scolaires 2025-2026 à 2027-2028, après application des règles statutaires de dévolution d'emploi prévues par le statut administratif applicable au sein de l'établissement d'Enseignement pour Adultes dans lequel un emploi créé en application des dispositions du Titre IV - Mesures relatives aux 7èmes années concernant l'accompagnement des établissements d'Enseignement pour Adultes doit être attribué et avant tout recrutement d'un nouveau membre du personnel, le Pouvoir organisateur concerné donne priorité aux membres du personnel issus d'un autre Pouvoir organisateur de l'enseignement secondaire ordinaire qualifiant, de plein exercice ou en alternance, répondant aux conditions fixées au § 2.
Si aucun candidat ne peut être désigné ou engagé après application de l'alinéa 1er, le Pouvoir organisateur peut recruter en primo-recrutement un nouveau membre du personnel selon les règles statutaires qui lui sont applicables.
§ 2. Sans préjudice des conditions d'engagement et de désignation telles que prévues par les règles statutaires applicables au Pouvoir organisateur dans lequel le membre du personnel est affecté, peuvent se prévaloir de la priorité visée au § 1er, les membres du personnel répondant aux conditions suivantes :
1° disposer d'un titre requis ou d'un titre suffisant avec composante pédagogique pour la fonction visée ;
2° avoir fait acte de candidature auprès du Pouvoir organisateur bénéficiant d'un emploi créé en vertu du Titre IV - Mesures relatives aux 7èmes années concernant l'accompagnement des établissements d'Enseignement pour Adultes ;
3° avoir été en fonction, au cours de l'année scolaire 2024-2025, en 7èmeannée de l'enseignement qualifiant, dans un établissement d'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance ayant vu ses moyens réduits par les dispositions de la section 6 du chapitre Ier du décret-programme du 11 décembre 2024 portant diverses dispositions relatives à l'enseignement, aux bâtiments scolaires, à la recherche et à la culture.
§ 3. Le régime statutaire s'appliquant à l'établissement d'Enseignement pour Adultes dans lequel le membre du personnel a été désigné ou engagé à titre temporaire à la suite de l'exercice de la priorité visée au § 1er s'applique à ce dernier dans le cadre de ce recrutement.
Si aucun candidat ne peut être désigné ou engagé après application de l'alinéa 1er, le Pouvoir organisateur peut recruter en primo-recrutement un nouveau membre du personnel selon les règles statutaires qui lui sont applicables.
§ 2. Sans préjudice des conditions d'engagement et de désignation telles que prévues par les règles statutaires applicables au Pouvoir organisateur dans lequel le membre du personnel est affecté, peuvent se prévaloir de la priorité visée au § 1er, les membres du personnel répondant aux conditions suivantes :
1° disposer d'un titre requis ou d'un titre suffisant avec composante pédagogique pour la fonction visée ;
2° avoir fait acte de candidature auprès du Pouvoir organisateur bénéficiant d'un emploi créé en vertu du Titre IV - Mesures relatives aux 7èmes années concernant l'accompagnement des établissements d'Enseignement pour Adultes ;
3° avoir été en fonction, au cours de l'année scolaire 2024-2025, en 7èmeannée de l'enseignement qualifiant, dans un établissement d'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance ayant vu ses moyens réduits par les dispositions de la section 6 du chapitre Ier du décret-programme du 11 décembre 2024 portant diverses dispositions relatives à l'enseignement, aux bâtiments scolaires, à la recherche et à la culture.
§ 3. Le régime statutaire s'appliquant à l'établissement d'Enseignement pour Adultes dans lequel le membre du personnel a été désigné ou engagé à titre temporaire à la suite de l'exercice de la priorité visée au § 1er s'applique à ce dernier dans le cadre de ce recrutement.
TITEL III. - Maatregelen betreffende het 7e jaar inzake de begeleiding van de inrichtingen voor leerplichtonderwijs
TITRE III. - Mesures relatives aux 7èmes années concernant l'accompagnement des établissements d'Enseignement obligatoire
HOOFDSTUK 1. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 22 juni 2023 betreffende het beheer van het aanbod van gegroepeerde basisopties in het kwalificerend secundair onderwijs met volledig leerplan en alternerend leerplan
CHAPITRE 1er. - Disposition modifiant le décret du 22 juin 2023 relatif à la gouvernance de l'offre d'options de base groupées dans l'enseignement secondaire qualifiant de plein exercice et en alternance
Art. 47. In artikel 24 van het decreet van 22 juni 2023 betreffende het beheer van het aanbod van gegroepeerde basisopties in het kwalificerend secundair onderwijs met volledig leerplan en alternerend leerplan worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen het tweede lid en het derde lid wordt een lid ingevoegd dat als volgt luidt:
"In afwijking van het tweede lid zal een gegroepeerde basisoptie die gerangschikt was als "sluitingsrisico 1" op 15 januari van het voorgaande schooljaar en die bij de telling op 15 januari van het lopende schooljaar de toepasselijke behoudsnorm niet haalt, als "sluitingsrisico 1" gerangschikt blijven indien het gemiddelde van de regelmatig in het 4e en 5e jaar ingeschreven leerlingen de in de volgende tabel vermelde behoudsnorm bereikt. Indien de gegroepeerde basisoptie de in artikel 23, § 1 bedoelde behoudsnorm niet haalt in het schooljaar volgend op de toepassing van de afwijking, wordt ze per 15 januari gerangschikt als "sluitingsrisico 2", in overeenstemming met artikel 25. De in artikel 26 bedoelde scholen die meer dan 30% van hun gegroepeerde basisopties sluiten, worden niet in beschouwing genomen voor de toepassing van de onderhavige afwijking.
1° tussen het tweede lid en het derde lid wordt een lid ingevoegd dat als volgt luidt:
"In afwijking van het tweede lid zal een gegroepeerde basisoptie die gerangschikt was als "sluitingsrisico 1" op 15 januari van het voorgaande schooljaar en die bij de telling op 15 januari van het lopende schooljaar de toepasselijke behoudsnorm niet haalt, als "sluitingsrisico 1" gerangschikt blijven indien het gemiddelde van de regelmatig in het 4e en 5e jaar ingeschreven leerlingen de in de volgende tabel vermelde behoudsnorm bereikt. Indien de gegroepeerde basisoptie de in artikel 23, § 1 bedoelde behoudsnorm niet haalt in het schooljaar volgend op de toepassing van de afwijking, wordt ze per 15 januari gerangschikt als "sluitingsrisico 2", in overeenstemming met artikel 25. De in artikel 26 bedoelde scholen die meer dan 30% van hun gegroepeerde basisopties sluiten, worden niet in beschouwing genomen voor de toepassing van de onderhavige afwijking.
Art. 47. Dans l'article 24 du décret du 22 juin 2023 relatif à la gouvernance de l'offre d'options de base groupées dans l'enseignement secondaire qualifiant de plein exercice et en alternance, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un alinéa rédigé comme suit entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3 :
" Par dérogation à l'alinéa 2, une option de base groupée en " risque de fermeture 1 " au 15 janvier de l'année scolaire précédente, et qui n'atteint pas la norme de maintien applicable au comptage du 15 janvier de l'année scolaire en cours, reste en " risque de fermeture 1 " si la moyenne des élèves régulièrement inscrits en 4e et 5e années atteint la norme de maintien énoncée dans le tableau qui suit. Si l'option de base groupée n'atteint pas la norme de maintien visée à l'article 23, § 1er, lors de l'année scolaire qui suit l'application de la dérogation, elle est classée en " risque de fermeture 2 " au 15 janvier, conformément à l'article 25. Les écoles visées à l'article 26 et qui ferment plus de 30% de leurs options de base groupées ne sont pas prises en considération pour l'application de la présente dérogation.
1° il est inséré un alinéa rédigé comme suit entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3 :
" Par dérogation à l'alinéa 2, une option de base groupée en " risque de fermeture 1 " au 15 janvier de l'année scolaire précédente, et qui n'atteint pas la norme de maintien applicable au comptage du 15 janvier de l'année scolaire en cours, reste en " risque de fermeture 1 " si la moyenne des élèves régulièrement inscrits en 4e et 5e années atteint la norme de maintien énoncée dans le tableau qui suit. Si l'option de base groupée n'atteint pas la norme de maintien visée à l'article 23, § 1er, lors de l'année scolaire qui suit l'application de la dérogation, elle est classée en " risque de fermeture 2 " au 15 janvier, conformément à l'article 25. Les écoles visées à l'article 26 et qui ferment plus de 30% de leurs options de base groupées ne sont pas prises en considération pour l'application de la présente dérogation.
| Bevolkingsdichtheid van de gemeente waar de vestigingsplaats ligt die de gegroepeerde basisoptie organiseert | Minder dan 125 inwoners/km2 | Tussen 125 en 249 inwoners per km2 | Minstens 250 inwoners per km2 |
| Gemiddeld minimumaantal leerlingen per studiejaar (in de leerjaren 4 en 5) in de gegroepeerde basisoptie | 8 | 9 | 10 |
1° In het derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "in het eerste en tweede lid" vervangen door de woorden "in het eerste tot en met derde lid".
| Densité de population de la commune où est située l'implantation organisant l'option de base groupée | Moins de 125 habitants/km2 | Entre 125 et 249 habitants au km2 | Au moins 250 habitants au km2 |
| Nombre minimum d'élèves en moyenne par année d'études (en 4e et en 5e années) au sein de l'option de base groupée | 8 | 9 | 10 |
1° dans l'alinéa 3, devenant l'alinéa 4, les mots " aux alinéas 1er et 2 " sont remplacés par les mots " aux alinéas 1er à 3 ".
HOOFDSTUK 2. - Bepaling die het behoud van betrekkingen als opvoeder gedurende maximaal drie opeenvolgende jaren mogelijk maakt
CHAPITRE 2. - Disposition permettant le maintien d'emplois d'éducateur durant trois années scolaires consécutives maximum
Art. 48. Voor het schooljaar 2025-2026 kan, indien de toepassing van artikel 2, zesde en zevende lid, van het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regels en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs, zoals ingevoegd bij het programmadecreet van 11 december 2024, tot gevolg heeft dat een betrekking als opvoeder verloren gaat, die betrekking behouden blijven tijdens het bedoelde schooljaar, op verzoek van de betrokken school.
Voor de schooljaren 2026-2027 en 2027-2028 kan, indien de toepassing van de maatregel voorzien in artikel 17, § 1 van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs, zoals ingevoegd bij het programmadecreet van 11 december 2024 of de maatregel voorzien in artikel 76 van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs, zoals ingevoegd bij het programmadecreet van 11 december 2024, tot gevolg heeft, bij de telling uitgevoerd op basis van artikel 2 van het voormeld koninklijk besluit van 15 april 1977, dat een betrekking als opvoerder verloren gaat, die betrekking behouden blijven tijdens het bedoelde schooljaar, op verzoek van de betrokken school.
Een kopie van het verzoek ingediend door de school net als van het antwoord gegeven door het Bestuur wordt ter informatie meegedeeld aan de lokale sociale overlegorganen, namelijk in het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap aan het basisoverlegcomité, in het officieel onderwijs gesubsidieerd door de Franse gemeenschap aan het lokale paritair comité, in het vrij onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap aan de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, aan de vakbondsafvaardiging.
Voor de schooljaren 2026-2027 en 2027-2028 kan, indien de toepassing van de maatregel voorzien in artikel 17, § 1 van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs, zoals ingevoegd bij het programmadecreet van 11 december 2024 of de maatregel voorzien in artikel 76 van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs, zoals ingevoegd bij het programmadecreet van 11 december 2024, tot gevolg heeft, bij de telling uitgevoerd op basis van artikel 2 van het voormeld koninklijk besluit van 15 april 1977, dat een betrekking als opvoerder verloren gaat, die betrekking behouden blijven tijdens het bedoelde schooljaar, op verzoek van de betrokken school.
Een kopie van het verzoek ingediend door de school net als van het antwoord gegeven door het Bestuur wordt ter informatie meegedeeld aan de lokale sociale overlegorganen, namelijk in het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap aan het basisoverlegcomité, in het officieel onderwijs gesubsidieerd door de Franse gemeenschap aan het lokale paritair comité, in het vrij onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap aan de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, aan de vakbondsafvaardiging.
Art. 48. Pour l'année scolaire 2025-2026, si l'application de l'article 2, alinéas 6 et 7, de l'arrêté royal du 15 avril 1977 fixant les règles et les conditions de calcul du nombre d'emplois dans certaines fonctions du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel administratif des établissements d'enseignement secondaire, tels qu'insérés par le décret-programme du 11 décembre 2024, a pour conséquence la perte d'un emploi d'éducateur, cet emploi peut être maintenu durant l'année scolaire visée, à la demande de l'école concernée.
Pour les années scolaires 2026-2027 et 2027-2028, si l'application de la mesure prévue à l'article 17, § 1er de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire, telle qu'insérée par le décret-programme du 11 décembre 2024, ou de la mesure prévue à l'article 76 du décret du 24 juillet 1997 définissant les missions prioritaires de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire, telle qu'insérée par le décret-programme du 11 décembre 2024, a pour conséquence, lors du comptage réalisé sur base de l'article 2 de l'arrêté royal du 15 avril 1977 précité, la perte d'un emploi d'éducateur, cet emploi peut être maintenu durant l'année scolaire visée, à la demande de l'école concernée.
Une copie de la demande effectuée par l'école ainsi que de la réponse donnée par l'Administration est communiquée pour information aux organes locaux de concertation sociales soit, dans l'enseignement organisé par la Communauté française au comité de concertation de base; dans l'enseignement officiel subventionné par la Communauté française à la commission paritaire locale; dans l'enseignement libre subventionné par la Communauté française au conseil d'entreprise ou, à défaut, à la délégation syndicale.
Pour les années scolaires 2026-2027 et 2027-2028, si l'application de la mesure prévue à l'article 17, § 1er de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire, telle qu'insérée par le décret-programme du 11 décembre 2024, ou de la mesure prévue à l'article 76 du décret du 24 juillet 1997 définissant les missions prioritaires de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire, telle qu'insérée par le décret-programme du 11 décembre 2024, a pour conséquence, lors du comptage réalisé sur base de l'article 2 de l'arrêté royal du 15 avril 1977 précité, la perte d'un emploi d'éducateur, cet emploi peut être maintenu durant l'année scolaire visée, à la demande de l'école concernée.
Une copie de la demande effectuée par l'école ainsi que de la réponse donnée par l'Administration est communiquée pour information aux organes locaux de concertation sociales soit, dans l'enseignement organisé par la Communauté française au comité de concertation de base; dans l'enseignement officiel subventionné par la Communauté française à la commission paritaire locale; dans l'enseignement libre subventionné par la Communauté française au conseil d'entreprise ou, à défaut, à la délégation syndicale.
TITEL IV. - Maatregelen betreffende het 7e jaar inzake de begeleiding van de inrichtingen voor volwassenenonderwijs
TITRE IV. - Mesures relatives aux 7èmes années concernant l'accompagnement des établissements d'Enseignement pour Adultes
Art. 49. In artikel 38 van het decreet van 16 april 1991 houdende de organisatie van het volwassenenonderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen het eerste en tweede lid wordt als volgt een lid ingevoegd: "Elke afdeling, samengesteld uit meer dan twee onderwijseenheden, omvat een onderwijseenheid "Geïntegreerde proef". De Regering kan, op eensluidend advies van de Algemene raad, van dat principe afwijken, in het bijzonder: - in het geval van een afdeling die overeenstemt met een cursus georganiseerd door het onderwijs met volledig leerplan en waarvoor geen eindestudiewerk is voorzien; -in het geval van een afdeling die aan een bijzondere wetgeving beantwoordt";
2° het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt vervangen door twee leden die als volgt zijn opgesteld:
"De diploma's en getuigschriften die het slagen voor een afdeling bekrachtigen, worden uitgereikt door de examencommissie voor geïntegreerde proef of de studieraad van een kwalificerende onderwijseenheid wanneer er geen proef in het pedagogisch dossier geïntegreerd is. Ze kunnen slechts uitgereikt worden aan de leerlingen die behoorlijk geproclameerd werden door de examencommissie voor geïntegreerde proef of de studieraad van een kwalificerende onderwijseenheid met inachtneming van het algemeen studiereglement bedoeld in artikel 40.
In afwijking van het vorige lid zal, in het geval van secties die beantwoorden aan opleidingsprofielen uitgewerkt door de "Service francophone des métiers et des qualifications", het kwalificatiegetuigschrift bestemd voor de uitoefening van een specifiek beroep uitgereikt worden op grond van het slagen voor een kwalificatieproef voorgesteld aan het einde van een kwalificerende onderwijseenheid die aan dat beroep beantwoordt.";
3° het derde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt vervangen door hetgeen volgt: "De diploma's en getuigschriften worden ondertekend door de leden van de examencommissie voor geïntegreerde proef of door de studieraad van een kwalificerende onderwijseenheid.".
1° tussen het eerste en tweede lid wordt als volgt een lid ingevoegd: "Elke afdeling, samengesteld uit meer dan twee onderwijseenheden, omvat een onderwijseenheid "Geïntegreerde proef". De Regering kan, op eensluidend advies van de Algemene raad, van dat principe afwijken, in het bijzonder: - in het geval van een afdeling die overeenstemt met een cursus georganiseerd door het onderwijs met volledig leerplan en waarvoor geen eindestudiewerk is voorzien; -in het geval van een afdeling die aan een bijzondere wetgeving beantwoordt";
2° het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt vervangen door twee leden die als volgt zijn opgesteld:
"De diploma's en getuigschriften die het slagen voor een afdeling bekrachtigen, worden uitgereikt door de examencommissie voor geïntegreerde proef of de studieraad van een kwalificerende onderwijseenheid wanneer er geen proef in het pedagogisch dossier geïntegreerd is. Ze kunnen slechts uitgereikt worden aan de leerlingen die behoorlijk geproclameerd werden door de examencommissie voor geïntegreerde proef of de studieraad van een kwalificerende onderwijseenheid met inachtneming van het algemeen studiereglement bedoeld in artikel 40.
In afwijking van het vorige lid zal, in het geval van secties die beantwoorden aan opleidingsprofielen uitgewerkt door de "Service francophone des métiers et des qualifications", het kwalificatiegetuigschrift bestemd voor de uitoefening van een specifiek beroep uitgereikt worden op grond van het slagen voor een kwalificatieproef voorgesteld aan het einde van een kwalificerende onderwijseenheid die aan dat beroep beantwoordt.";
3° het derde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt vervangen door hetgeen volgt: "De diploma's en getuigschriften worden ondertekend door de leden van de examencommissie voor geïntegreerde proef of door de studieraad van een kwalificerende onderwijseenheid.".
Art. 49. A l'article 38 du décret du 16 avril 1991 organisant l'enseignement pour Adultes, les modifications suivantes sont apportées :
1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 : " Chaque section, composée de plus de deux unités d'enseignement, comporte une unité d'enseignement " Epreuve intégrée ". Le Gouvernement peut, sur avis conforme du Conseil général, déroger à ce principe notamment : - dans le cas d'une section correspondant à un cursus organisé par l'enseignement de plein exercice et pour lesquelles il n'est pas prévu de travail de fin d'étude ; - dans le cas d'une section répondant à une législation particulière " ;
2° l'alinéa 2, devenant l'alinéa 3, est remplacé par deux alinéas rédigés comme suit :
" Les diplômes et les certificats sanctionnant la réussite d'une section sont délivrés par le jury d'épreuve intégrée ou le conseil des études d'une unité d'enseignement de qualification lorsqu'il n'y a pas d'épreuve intégrée au dossier pédagogique. Ils ne peuvent être délivrés qu'aux élèves qui ont été dûment proclamés par le jury d'épreuve intégrée ou le conseil des études d'une unité d'enseignement de qualification, dans le respect du règlement général des études visé à l'article 40.
Par dérogation à l'alinéa précédent, dans le cas des sections répondant à des profils de formation produits par le Service Francophone des Métiers et de Qualifications, le certificat de qualification destiné à l'exercice d'un métier particulier est délivré sur la base de la réussite de l'épreuve de qualification présentée à l'issue d'une unité d'enseignement de qualification répondant à ce métier. " ;
3° l'alinéa 3, devenant l'alinéa 5, est remplacé par ce qui suit : " Les diplômes et les certificats sont signés par les membres du jury d'épreuve intégrée ou le conseil des études de l'unité d'enseignement de qualification. ".
1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 : " Chaque section, composée de plus de deux unités d'enseignement, comporte une unité d'enseignement " Epreuve intégrée ". Le Gouvernement peut, sur avis conforme du Conseil général, déroger à ce principe notamment : - dans le cas d'une section correspondant à un cursus organisé par l'enseignement de plein exercice et pour lesquelles il n'est pas prévu de travail de fin d'étude ; - dans le cas d'une section répondant à une législation particulière " ;
2° l'alinéa 2, devenant l'alinéa 3, est remplacé par deux alinéas rédigés comme suit :
" Les diplômes et les certificats sanctionnant la réussite d'une section sont délivrés par le jury d'épreuve intégrée ou le conseil des études d'une unité d'enseignement de qualification lorsqu'il n'y a pas d'épreuve intégrée au dossier pédagogique. Ils ne peuvent être délivrés qu'aux élèves qui ont été dûment proclamés par le jury d'épreuve intégrée ou le conseil des études d'une unité d'enseignement de qualification, dans le respect du règlement général des études visé à l'article 40.
Par dérogation à l'alinéa précédent, dans le cas des sections répondant à des profils de formation produits par le Service Francophone des Métiers et de Qualifications, le certificat de qualification destiné à l'exercice d'un métier particulier est délivré sur la base de la réussite de l'épreuve de qualification présentée à l'issue d'une unité d'enseignement de qualification répondant à ce métier. " ;
3° l'alinéa 3, devenant l'alinéa 5, est remplacé par ce qui suit : " Les diplômes et les certificats sont signés par les membres du jury d'épreuve intégrée ou le conseil des études de l'unité d'enseignement de qualification. ".
Art. 50. Artikel 91bis van hetzelfde decreet, opgeheven bij het decreet van 12 december 2018, wordt als volgt hersteld:
"Artikel 91/2. Externe interventieperioden worden toegewezen met het oog op de organisatie van de onderwijseenheden van de afdelingen opgenomen in het door de Regering vastgestelde kadaster. Dit kadaster stelt de lijst vast van de opties voor het 7e jaar georganiseerd door onderwijsinrichtingen met volledig of alternerend leerplan die het onderwerp zullen zijn van alternatieve afdelingen georganiseerd door het Volwassenenonderwijs om de voortzetting van hun onderwijstraject mogelijk te maken voor leerlingen die niet worden bedoeld in artikel 17, § 1, 1°, a) en e), evenals 2°, a), b) en c) van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs. Dit kadaster omvat ook de identificatiegegevens van de inrichtingen voor leerplichtonderwijs die de genoemde opties organiseren en de identificatiegegevens van de inrichtingen voor volwassenenonderwijs die de alternatieven organiseren. De verdeling van de externe interventieperioden gebeurt volgens de onderstaande voorwaarden:
1° Voor de organisatie van de alternatieven voorzien in voornoemd kadaster, gedurende het academiejaar 2025-2026: de externe interventieperioden bedragen 50% van het totale volume van de leraarperioden opgenomen in de onderwijsdossiers.
De externe interventieperioden van het academiejaar 2025-2026 worden toegewezen aan de inrichtingen voor volwassenenonderwijs die zijn aangesloten bij Federaties van inrichtende machten of georganiseerd door de Franse Gemeenschap om genoemde alternatieven te organiseren.
De Federaties van inrichtende machten en Wallonie-Bruxelles Enseignement verdelen deze perioden per academiejaar onder hun inrichtingen, volgens hun eigen criteria.
De definitieve verdeling van deze perioden wordt uiterlijk op 1 oktober 2025 aan de diensten van de Regering meegedeeld door de Federaties van inrichtende machten en Wallonie-Bruxelles Enseignement. Deze verdeling wordt door de diensten van de Regering voorgesteld op de eerstvolgende Algemene Raad na deze datum.
2° Voor de organisatie van de alternatieven voorzien in het voormelde kadaster, gedurende het academiejaar 2026-2027: 66% van de toegekende externe interventieperioden voor het academiejaar 2025-2026, verminderd met de perioden die betrekking hebben op alternatieven die niet worden georganiseerd in het academiejaar 2025-2026.
De externe interventieperioden worden toegewezen aan inrichtingen aangesloten bij de Federaties van inrichtende machten of georganiseerd door de Franse Gemeenschap, op grond van de alternatieven voorzien in het voornoemde kadaster en daadwerkelijk georganiseerd in het academiejaar 2025-2026.
De inrichtingen die in het voormelde kadaster als overnemers worden aangeduid, kunnen tot uiterlijk 31 mei 2026 66% vragen van de perioden die oorspronkelijk voor hen waren voorbehouden door hun Federatie van inrichtende machten of Wallonie-Bruxelles Enseignement, maar niet gebruikt werden in het academiejaar 2025-2026 bij gebrek aan ingeschreven lerenden.
Deze externe interventieperioden worden hen alleen toegekend in geval van een daadwerkelijke organisatie. De definitieve verdeling van deze perioden wordt uiterlijk op 1 oktober 2026 aan de diensten van de Regering meegedeeld door de Federaties van inrichtende machten en Wallonie-Bruxelles Enseignement. Deze verdeling wordt door de diensten van de Regering voorgesteld op de eerstvolgende Algemene Raad na deze datum.
3° Voor de organisatie van de alternatieven voorzien in het voormelde kadaster, gedurende het academiejaar 2027-2028: 50 % van de toegekende externe interventieperioden voor het academiejaar 2026-2027, verminderd met de perioden die betrekking hebben op alternatieven die niet worden georganiseerd in het academiejaar 2026-2027.
De externe interventieperioden met betrekking tot het academiejaar 2027-2028 worden toegekend aan de inrichtingen voor Volwassenenonderwijs die onder de inrichtende machten ressorteren die zijn aangesloten bij de Federaties voor inrichtende machten en de inrichtingen voor Volwassenenonderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap op grond van de alternatieven voorzien in het voormelde kadaster en daadwerkelijk door deze inrichtingen voor Volwassenenonderwijs georganiseerd in het academiejaar 2026-2027. De definitieve verdeling van deze perioden wordt uiterlijk op 1 oktober 2027 aan de diensten van de Regering meegedeeld door de Federaties van inrichtende machten en Wallonie-Bruxelles Enseignement. Deze verdeling wordt door de diensten van de Regering voorgesteld op de eerstvolgende Algemene Raad na deze datum.
Deze externe interventieperioden mogen alleen gebruikt worden voor de organisatie van de alternatieven voorzien in het voornoemde kadaster.
Buiten deze impulsperioden worden de in het voormelde kadaster opgenomen organisaties vanaf het academiejaar 2025-2026 en voor een totale duur van drie academiejaren, beschouwd als gelijkgesteld met de bijzondere gevallen naar evenredigheid met deze vermeld in artikel 21 van het Besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 27 december 1991 betreffende de ambten, opdrachten en betrekkingen van de personeelsleden van het onderwijs voor sociale promotie en naar evenredigheid met deze vermeld in artikel 1, f) van het Besluit van de Regering van de Gemeenschap van 22 november 2002 tot vaststelling van de regels voor de aanpassing van lestijdendotaties in het onderwijs voor sociale promotie.".
"Artikel 91/2. Externe interventieperioden worden toegewezen met het oog op de organisatie van de onderwijseenheden van de afdelingen opgenomen in het door de Regering vastgestelde kadaster. Dit kadaster stelt de lijst vast van de opties voor het 7e jaar georganiseerd door onderwijsinrichtingen met volledig of alternerend leerplan die het onderwerp zullen zijn van alternatieve afdelingen georganiseerd door het Volwassenenonderwijs om de voortzetting van hun onderwijstraject mogelijk te maken voor leerlingen die niet worden bedoeld in artikel 17, § 1, 1°, a) en e), evenals 2°, a), b) en c) van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs. Dit kadaster omvat ook de identificatiegegevens van de inrichtingen voor leerplichtonderwijs die de genoemde opties organiseren en de identificatiegegevens van de inrichtingen voor volwassenenonderwijs die de alternatieven organiseren. De verdeling van de externe interventieperioden gebeurt volgens de onderstaande voorwaarden:
1° Voor de organisatie van de alternatieven voorzien in voornoemd kadaster, gedurende het academiejaar 2025-2026: de externe interventieperioden bedragen 50% van het totale volume van de leraarperioden opgenomen in de onderwijsdossiers.
De externe interventieperioden van het academiejaar 2025-2026 worden toegewezen aan de inrichtingen voor volwassenenonderwijs die zijn aangesloten bij Federaties van inrichtende machten of georganiseerd door de Franse Gemeenschap om genoemde alternatieven te organiseren.
De Federaties van inrichtende machten en Wallonie-Bruxelles Enseignement verdelen deze perioden per academiejaar onder hun inrichtingen, volgens hun eigen criteria.
De definitieve verdeling van deze perioden wordt uiterlijk op 1 oktober 2025 aan de diensten van de Regering meegedeeld door de Federaties van inrichtende machten en Wallonie-Bruxelles Enseignement. Deze verdeling wordt door de diensten van de Regering voorgesteld op de eerstvolgende Algemene Raad na deze datum.
2° Voor de organisatie van de alternatieven voorzien in het voormelde kadaster, gedurende het academiejaar 2026-2027: 66% van de toegekende externe interventieperioden voor het academiejaar 2025-2026, verminderd met de perioden die betrekking hebben op alternatieven die niet worden georganiseerd in het academiejaar 2025-2026.
De externe interventieperioden worden toegewezen aan inrichtingen aangesloten bij de Federaties van inrichtende machten of georganiseerd door de Franse Gemeenschap, op grond van de alternatieven voorzien in het voornoemde kadaster en daadwerkelijk georganiseerd in het academiejaar 2025-2026.
De inrichtingen die in het voormelde kadaster als overnemers worden aangeduid, kunnen tot uiterlijk 31 mei 2026 66% vragen van de perioden die oorspronkelijk voor hen waren voorbehouden door hun Federatie van inrichtende machten of Wallonie-Bruxelles Enseignement, maar niet gebruikt werden in het academiejaar 2025-2026 bij gebrek aan ingeschreven lerenden.
Deze externe interventieperioden worden hen alleen toegekend in geval van een daadwerkelijke organisatie. De definitieve verdeling van deze perioden wordt uiterlijk op 1 oktober 2026 aan de diensten van de Regering meegedeeld door de Federaties van inrichtende machten en Wallonie-Bruxelles Enseignement. Deze verdeling wordt door de diensten van de Regering voorgesteld op de eerstvolgende Algemene Raad na deze datum.
3° Voor de organisatie van de alternatieven voorzien in het voormelde kadaster, gedurende het academiejaar 2027-2028: 50 % van de toegekende externe interventieperioden voor het academiejaar 2026-2027, verminderd met de perioden die betrekking hebben op alternatieven die niet worden georganiseerd in het academiejaar 2026-2027.
De externe interventieperioden met betrekking tot het academiejaar 2027-2028 worden toegekend aan de inrichtingen voor Volwassenenonderwijs die onder de inrichtende machten ressorteren die zijn aangesloten bij de Federaties voor inrichtende machten en de inrichtingen voor Volwassenenonderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap op grond van de alternatieven voorzien in het voormelde kadaster en daadwerkelijk door deze inrichtingen voor Volwassenenonderwijs georganiseerd in het academiejaar 2026-2027. De definitieve verdeling van deze perioden wordt uiterlijk op 1 oktober 2027 aan de diensten van de Regering meegedeeld door de Federaties van inrichtende machten en Wallonie-Bruxelles Enseignement. Deze verdeling wordt door de diensten van de Regering voorgesteld op de eerstvolgende Algemene Raad na deze datum.
Deze externe interventieperioden mogen alleen gebruikt worden voor de organisatie van de alternatieven voorzien in het voornoemde kadaster.
Buiten deze impulsperioden worden de in het voormelde kadaster opgenomen organisaties vanaf het academiejaar 2025-2026 en voor een totale duur van drie academiejaren, beschouwd als gelijkgesteld met de bijzondere gevallen naar evenredigheid met deze vermeld in artikel 21 van het Besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 27 december 1991 betreffende de ambten, opdrachten en betrekkingen van de personeelsleden van het onderwijs voor sociale promotie en naar evenredigheid met deze vermeld in artikel 1, f) van het Besluit van de Regering van de Gemeenschap van 22 november 2002 tot vaststelling van de regels voor de aanpassing van lestijdendotaties in het onderwijs voor sociale promotie.".
Art. 50. L'article 91bis du même décret, abrogé par le décret du 12 décembre 2018, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Article 91/2. Des périodes d'intervention externe sont attribuées en vue de l'organisation des unités d'enseignement des sections reprises dans le cadastre fixé par le Gouvernement. Ce cadastre établit la liste des options de 7e organisées par les établissements d'enseignement de plein exercice ou en alternance qui feront l'objet de sections alternatives organisées par l'Enseignement pour Adultes afin de permettre la poursuite de leur parcours d'enseignement aux élèves non visés à l'article 17, § 1er, 1°, a) et e) ainsi que 2°, a), b), et c) de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire. Ce cadastre reprend également les données signalétiques des établissements d'enseignement obligatoire organisant lesdites options et les données signalétiques des établissements d'Enseignement pour Adultes qui organisent les alternatives. La répartition des périodes d'intervention externe s'effectue selon les modalités suivantes :
1° Pour l'organisation des alternatives prévues par le cadastre précité, lors de l'année académique 2025-2026 : les périodes d'intervention externe s'élèvent à 50 % du volume total des périodes professeurs reprises dans les dossiers pédagogiques.
Les périodes d'intervention externe de l'année académique 2025-2026 sont allouées aux établissements d'Enseignement pour Adultes affiliés à des Fédérations de Pouvoirs organisateurs ou organisés par la Communauté française pour organiser lesdites alternatives.
Les Fédérations de Pouvoirs organisateurs et Wallonie-Bruxelles Enseignement répartissent ces périodes par année académique entre leurs établissements selon leurs propres critères.
La répartition finale de ces périodes est communiquée aux Services du Gouvernement par les Fédérations de Pouvoirs organisateurs et Wallonie-Bruxelles Enseignement pour le 1er octobre 2025 au plus tard. Cette répartition est présentée par les Services du Gouvernement au premier Conseil général qui suit cette date.
2° Pour l'organisation des alternatives prévues par le cadastre précité, lors de l'année académique 2026-2027 : 66 % des périodes d'intervention externe octroyées pour l'année académique 2025-2026, diminuées des périodes relatives aux alternatives non organisées lors de l'année académique 2025-2026.
Les périodes d'intervention externe sont attribuées aux établissements affiliés aux Fédérations de Pouvoirs organisateurs ou organisés par la Communauté française, sur la base des alternatives prévues par le cadastre précité et effectivement organisées lors de l'année académique 2025-2026.
Les établissements désignés comme repreneurs dans le cadastre précité peuvent, jusqu'au 31 mai 2026 au plus tard, demander 66 % des périodes qui leur étaient initialement réservées par leur Fédération de Pouvoirs organisateurs ou Wallonie-Bruxelles Enseignement mais non utilisées lors de l'année académique 2025-2026 faute d'apprenants inscrits.
Ces périodes d'intervention externe ne leur sont octroyées qu'en cas d'organisation effective. La répartition finale de ces périodes est communiquée aux Services du Gouvernement par les Fédérations de Pouvoirs organisateurs et Wallonie-Bruxelles Enseignement pour le 1er octobre 2026 au plus tard. Cette répartition est présentée par les Services du Gouvernement au premier Conseil général qui suit cette date.
3° Pour l'organisation des alternatives prévues par le cadastre précité, lors de l'année académique 2027-2028 : 50 % des périodes d'intervention externe octroyées pour l'année académique 2026-2027, diminuées des périodes relatives aux alternatives non organisées lors de l'année académique 2026-2027.
Les périodes d'intervention externe relatives à l'année académique 2027-2028 sont accordées aux établissements d'Enseignement pour Adultes qui relèvent des Pouvoirs organisateurs affiliés aux Fédérations de Pouvoirs organisateurs et aux établissements d'Enseignement pour Adultes organisés par la Communauté française, sur la base des alternatives prévues par le cadastre précité et effectivement organisées lors de l'année académique 2026-2027 par ces établissements d'Enseignement pour Adultes. La répartition finale de ces périodes est communiquée aux Services du Gouvernement par les Fédérations de Pouvoirs organisateurs et Wallonie-Bruxelles Enseignement pour le 1er octobre 2027 au plus tard. Cette répartition est présentée par les Services du Gouvernement au premier Conseil général qui suit cette date.
Ces périodes d'intervention externe ne peuvent être utilisées que pour l'organisation des alternatives prévues par le cadastre précité.
Outre ces périodes d'impulsion, à partir de l'année académique 2025-2026 et pour une durée totale de trois années académiques, les organisations reprises dans le cadastre susmentionné sont considérés comme assimilés aux cas particuliers au même titre que ceux mentionnés à l'article 21 de l'Arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 27 décembre 1991 relatif aux fonctions, charges et emplois des membres des personnels de l'enseignement pour adultes et au même titre que ceux mentionnés dans l'article 1er, f), de l'Arrêté du Gouvernement de la Communauté du 22 novembre 2002 fixant les règles des ajustements des dotations de périodes dans l'Enseignement pour adultes. ".
" Article 91/2. Des périodes d'intervention externe sont attribuées en vue de l'organisation des unités d'enseignement des sections reprises dans le cadastre fixé par le Gouvernement. Ce cadastre établit la liste des options de 7e organisées par les établissements d'enseignement de plein exercice ou en alternance qui feront l'objet de sections alternatives organisées par l'Enseignement pour Adultes afin de permettre la poursuite de leur parcours d'enseignement aux élèves non visés à l'article 17, § 1er, 1°, a) et e) ainsi que 2°, a), b), et c) de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire. Ce cadastre reprend également les données signalétiques des établissements d'enseignement obligatoire organisant lesdites options et les données signalétiques des établissements d'Enseignement pour Adultes qui organisent les alternatives. La répartition des périodes d'intervention externe s'effectue selon les modalités suivantes :
1° Pour l'organisation des alternatives prévues par le cadastre précité, lors de l'année académique 2025-2026 : les périodes d'intervention externe s'élèvent à 50 % du volume total des périodes professeurs reprises dans les dossiers pédagogiques.
Les périodes d'intervention externe de l'année académique 2025-2026 sont allouées aux établissements d'Enseignement pour Adultes affiliés à des Fédérations de Pouvoirs organisateurs ou organisés par la Communauté française pour organiser lesdites alternatives.
Les Fédérations de Pouvoirs organisateurs et Wallonie-Bruxelles Enseignement répartissent ces périodes par année académique entre leurs établissements selon leurs propres critères.
La répartition finale de ces périodes est communiquée aux Services du Gouvernement par les Fédérations de Pouvoirs organisateurs et Wallonie-Bruxelles Enseignement pour le 1er octobre 2025 au plus tard. Cette répartition est présentée par les Services du Gouvernement au premier Conseil général qui suit cette date.
2° Pour l'organisation des alternatives prévues par le cadastre précité, lors de l'année académique 2026-2027 : 66 % des périodes d'intervention externe octroyées pour l'année académique 2025-2026, diminuées des périodes relatives aux alternatives non organisées lors de l'année académique 2025-2026.
Les périodes d'intervention externe sont attribuées aux établissements affiliés aux Fédérations de Pouvoirs organisateurs ou organisés par la Communauté française, sur la base des alternatives prévues par le cadastre précité et effectivement organisées lors de l'année académique 2025-2026.
Les établissements désignés comme repreneurs dans le cadastre précité peuvent, jusqu'au 31 mai 2026 au plus tard, demander 66 % des périodes qui leur étaient initialement réservées par leur Fédération de Pouvoirs organisateurs ou Wallonie-Bruxelles Enseignement mais non utilisées lors de l'année académique 2025-2026 faute d'apprenants inscrits.
Ces périodes d'intervention externe ne leur sont octroyées qu'en cas d'organisation effective. La répartition finale de ces périodes est communiquée aux Services du Gouvernement par les Fédérations de Pouvoirs organisateurs et Wallonie-Bruxelles Enseignement pour le 1er octobre 2026 au plus tard. Cette répartition est présentée par les Services du Gouvernement au premier Conseil général qui suit cette date.
3° Pour l'organisation des alternatives prévues par le cadastre précité, lors de l'année académique 2027-2028 : 50 % des périodes d'intervention externe octroyées pour l'année académique 2026-2027, diminuées des périodes relatives aux alternatives non organisées lors de l'année académique 2026-2027.
Les périodes d'intervention externe relatives à l'année académique 2027-2028 sont accordées aux établissements d'Enseignement pour Adultes qui relèvent des Pouvoirs organisateurs affiliés aux Fédérations de Pouvoirs organisateurs et aux établissements d'Enseignement pour Adultes organisés par la Communauté française, sur la base des alternatives prévues par le cadastre précité et effectivement organisées lors de l'année académique 2026-2027 par ces établissements d'Enseignement pour Adultes. La répartition finale de ces périodes est communiquée aux Services du Gouvernement par les Fédérations de Pouvoirs organisateurs et Wallonie-Bruxelles Enseignement pour le 1er octobre 2027 au plus tard. Cette répartition est présentée par les Services du Gouvernement au premier Conseil général qui suit cette date.
Ces périodes d'intervention externe ne peuvent être utilisées que pour l'organisation des alternatives prévues par le cadastre précité.
Outre ces périodes d'impulsion, à partir de l'année académique 2025-2026 et pour une durée totale de trois années académiques, les organisations reprises dans le cadastre susmentionné sont considérés comme assimilés aux cas particuliers au même titre que ceux mentionnés à l'article 21 de l'Arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 27 décembre 1991 relatif aux fonctions, charges et emplois des membres des personnels de l'enseignement pour adultes et au même titre que ceux mentionnés dans l'article 1er, f), de l'Arrêté du Gouvernement de la Communauté du 22 novembre 2002 fixant les règles des ajustements des dotations de périodes dans l'Enseignement pour adultes. ".
Art. 51. In artikel 94 van hetzelfde decreet wordt tussen het eerste lid en het tweede lid een lid ingevoegd als volgt:
"Hij kan een vestiging organiseren die werd opgericht ofwel door een fusie, ofwel met de toestemming van de Regering, na het advies van de Algemene Raad voor Volwassenenonderwijs.
In de vestigingen opgericht met de toestemming van de Regering kunnen, na advies van de Algemene Raad voor Volwassenenonderwijs, met name de afdelingen en onderwijseenheden georganiseerd worden die zijn bestemd voor de leerlingen die niet worden bedoeld in artikel 17, § 1, 1°, a) en e), alsook 2°, a), b), en c) van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs voor zover zij hun studies in het secundair onderwijs met volledig of alternerend leerplan niet langer kunnen voortzetten, en op voorwaarde dat deze leerlingen waren ingeschreven in het secundair onderwijs met volledig of alternerend leerplan in het jaar voorafgaand aan hun inschrijving in het volwassenenonderwijs en een door de inrichting van het secundaire onderwijs met volledig of alternerend leerplan opgesteld getuigschrift met betrekking tot die inschrijving voorleggen.".
"Hij kan een vestiging organiseren die werd opgericht ofwel door een fusie, ofwel met de toestemming van de Regering, na het advies van de Algemene Raad voor Volwassenenonderwijs.
In de vestigingen opgericht met de toestemming van de Regering kunnen, na advies van de Algemene Raad voor Volwassenenonderwijs, met name de afdelingen en onderwijseenheden georganiseerd worden die zijn bestemd voor de leerlingen die niet worden bedoeld in artikel 17, § 1, 1°, a) en e), alsook 2°, a), b), en c) van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs voor zover zij hun studies in het secundair onderwijs met volledig of alternerend leerplan niet langer kunnen voortzetten, en op voorwaarde dat deze leerlingen waren ingeschreven in het secundair onderwijs met volledig of alternerend leerplan in het jaar voorafgaand aan hun inschrijving in het volwassenenonderwijs en een door de inrichting van het secundaire onderwijs met volledig of alternerend leerplan opgesteld getuigschrift met betrekking tot die inschrijving voorleggen.".
Art. 51. A l'article 94 du même décret, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre l'alinéa 1 et l'alinéa 2 :
" Il peut organiser une implantation, créée soit à la suite d'une fusion, soit sur l'autorisation du Gouvernement, après avis du Conseil général de l'Enseignement pour Adultes.
Dans les implantations créées sur l'autorisation du Gouvernement, après avis du Conseil général de l'Enseignement pour Adultes, peuvent notamment être organisées les sections et unités d'enseignement destinées aux élèves non visés à l'article 17, § 1er, 1°, a) et e) ainsi que 2°, a), b), et c) de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire dans la mesure où ils ne peuvent plus poursuivre leurs études dans l'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance et à condition que ces élèves aient été inscrits dans l'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance au cours de l'année précédant leur inscription dans l'Enseignement pour Adultes et produisent une attestation relative à cette inscription émise par l'établissement d'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance concerné. ".
" Il peut organiser une implantation, créée soit à la suite d'une fusion, soit sur l'autorisation du Gouvernement, après avis du Conseil général de l'Enseignement pour Adultes.
Dans les implantations créées sur l'autorisation du Gouvernement, après avis du Conseil général de l'Enseignement pour Adultes, peuvent notamment être organisées les sections et unités d'enseignement destinées aux élèves non visés à l'article 17, § 1er, 1°, a) et e) ainsi que 2°, a), b), et c) de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire dans la mesure où ils ne peuvent plus poursuivre leurs études dans l'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance et à condition que ces élèves aient été inscrits dans l'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance au cours de l'année précédant leur inscription dans l'Enseignement pour Adultes et produisent une attestation relative à cette inscription émise par l'établissement d'enseignement secondaire de plein exercice ou en alternance concerné. ".
Art. 52. In artikel 120bis, § 2, van hetzelfde decreet worden het eerste lid en het tweede lid vervangen door het volgende lid:
"De verdeling van de onderwijsactiviteiten uitgeoefend in een onderneming en in de inrichting voor volwassenenonderwijs wordt vastgelegd in het goedgekeurde pedagogisch dossier van de afdeling en op grond van het eensluidend advies van de Algemene Raad voor Volwassenenonderwijs, met dien verstande dat het aandeel van de onderwijsactiviteitenperioden in de onderneming niet minder dan 40% van de onderwijsactiviteiten mag bedragen.".
"De verdeling van de onderwijsactiviteiten uitgeoefend in een onderneming en in de inrichting voor volwassenenonderwijs wordt vastgelegd in het goedgekeurde pedagogisch dossier van de afdeling en op grond van het eensluidend advies van de Algemene Raad voor Volwassenenonderwijs, met dien verstande dat het aandeel van de onderwijsactiviteitenperioden in de onderneming niet minder dan 40% van de onderwijsactiviteiten mag bedragen.".
Art. 52. A l'article 120bis, § 2, du même décret, les alinéas 1 et 2 sont remplacés par l'alinéa suivant :
" La répartition des activités d'enseignement exercées en entreprise et dans l'établissement d'Enseignement pour Adultes est fixée par le dossier pédagogique de la section approuvé par le Gouvernement sur la base de l'avis conforme du Conseil général de l'Enseignement pour Adultes étant entendu que la part des périodes d'activités d'enseignement en entreprise ne peut être inférieure à 40 % des activités d'enseignement. ".
" La répartition des activités d'enseignement exercées en entreprise et dans l'établissement d'Enseignement pour Adultes est fixée par le dossier pédagogique de la section approuvé par le Gouvernement sur la base de l'avis conforme du Conseil général de l'Enseignement pour Adultes étant entendu que la part des périodes d'activités d'enseignement en entreprise ne peut être inférieure à 40 % des activités d'enseignement. ".
Art. 53. Artikel 120quater van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 53. L'article 120quater du même décret est abrogé.
Art. 54. In artikel 120octies van hetzelfde decreet wordt het tweede lid vervangen door hetgeen volgt:
"Die overeenkomst voor alternerend onderwijs wordt opgesteld volgens het model voorzien in artikel 1, § 4ter, 4bis en 4quinquies en 5 van het kadersamenwerkingsakkoord betreffende de alternerende vorming dat op 24 oktober 2008 werd gesloten tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie.". .
"Die overeenkomst voor alternerend onderwijs wordt opgesteld volgens het model voorzien in artikel 1, § 4ter, 4bis en 4quinquies en 5 van het kadersamenwerkingsakkoord betreffende de alternerende vorming dat op 24 oktober 2008 werd gesloten tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie.". .
Art. 54. A l'article 120octies, du même décret, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Ce contrat d'alternance est rédigé sur la base du modèle prévu par les articles 1er, § 4ter, 4bis et 4quinquies, et 5, de l'Accord de coopération-cadre relatif à la formation en alternance, conclu le 24 octobre 2008 à Bruxelles entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française. ".
" Ce contrat d'alternance est rédigé sur la base du modèle prévu par les articles 1er, § 4ter, 4bis et 4quinquies, et 5, de l'Accord de coopération-cadre relatif à la formation en alternance, conclu le 24 octobre 2008 à Bruxelles entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française. ".
Art. 55. In artikel 4 van het decreet van 3 juli 1991 tot regeling van het alternerend secundair onderwijs wordt het derde lid aangevuld met de volgende zin:
"Een inrichting voor volwassenenonderwijs kan echter samenwerken met meerdere alternerende onderwijs- en vormingscentra.".
"Een inrichting voor volwassenenonderwijs kan echter samenwerken met meerdere alternerende onderwijs- en vormingscentra.".
Art. 55. A l'article 4 du décret du 3 juillet 1991 organisant l'enseignement secondaire en alternance, l'alinéa 3 est complété par la phrase suivante :
" Toutefois, un établissement de l'Enseignement pour Adultes peut coopérer avec plusieurs centres d'éducation et de formation en alternance. ".
" Toutefois, un établissement de l'Enseignement pour Adultes peut coopérer avec plusieurs centres d'éducation et de formation en alternance. ".
Art. 56. In artikel 15, § 4, van hetzelfde decreet, wordt het tweede lid aangevuld met de volgende zin:
"De student ingeschreven in het volwassenonderwijs voldoet echter aan de verplichtingen van het eerste lid indien hij ten minste 600 overeenkomst- of contracturen over het jaar vervult.".
"De student ingeschreven in het volwassenonderwijs voldoet echter aan de verplichtingen van het eerste lid indien hij ten minste 600 overeenkomst- of contracturen over het jaar vervult.".
Art. 56. A l'article 15, § 4, du même décret, l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante :
" Toutefois, l'étudiant inscrit en enseignement pour adultes satisfait aux obligations de l'alinéa 1er s'il accomplit au moins 600 heures de convention ou de contrat sur l'année. ".
" Toutefois, l'étudiant inscrit en enseignement pour adultes satisfait aux obligations de l'alinéa 1er s'il accomplit au moins 600 heures de convention ou de contrat sur l'année. ".
TITEL V. - Bepalingen betreffende de opwaardering van de directies
TITRE V. - Dispositions relatives à la revalorisation des directions
HOOFDSTUK 1. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 13 juli 1998 betreffende de organisatie van het gewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs en de wijziging van de onderwijswetgeving
CHAPITRE 1er. - Disposition modifiant le décret du 13 juillet 1998 portant organisation de l'enseignement maternel et primaire ordinaire et modifiant la règlementation de l'enseignement
Art. 57. In artikel 23 van het decreet van 13 juli 1998 betreffende de organisatie van het gewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs en de wijziging van de onderwijswetgeving, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 20 juli 2006, wordt § 1 als volgt vervangen:
" § 1. De directeur van een school met tot 40 leerlingen moet 18 lestijden presteren.
De directeur van een school met 40 tot 80 leerlingen moet een onderwijsopdracht van 12 lestijden presteren
De directeur van een school met 80 tot 140 leerlingen moet 6 lestijden presteren.
De directeur van een school met 140 of meer leerlingen moet geen lestijden presteren.".
" § 1. De directeur van een school met tot 40 leerlingen moet 18 lestijden presteren.
De directeur van een school met 40 tot 80 leerlingen moet een onderwijsopdracht van 12 lestijden presteren
De directeur van een school met 80 tot 140 leerlingen moet 6 lestijden presteren.
De directeur van een school met 140 of meer leerlingen moet geen lestijden presteren.".
Art. 57. A l'article 23 du décret du 13 juillet 1998 portant organisation de l'enseignement maternel et primaire ordinaire et modifiant la règlementation de l'enseignement, tel que modifié en dernier lieu par décret du 20 juillet 2006, le § 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le directeur d'une école dont le nombre d'élèves est inférieur à 40 est tenu d'assurer 18 périodes de cours.
Le directeur d'une école dont le nombre d'élèves est supérieur ou égal à 40 et inférieur à 80 est tenu d'assurer 12 périodes de cours.
Le directeur d'une école dont le nombre d'élèves est supérieur ou égal à 80 et inférieur à 140 est tenu d'assurer 6 périodes de cours.
Le directeur d'une école dont le nombre d'élèves est supérieur ou égal à 140 n'est pas tenu d'assurer une charge de cours. ".
" § 1er. Le directeur d'une école dont le nombre d'élèves est inférieur à 40 est tenu d'assurer 18 périodes de cours.
Le directeur d'une école dont le nombre d'élèves est supérieur ou égal à 40 et inférieur à 80 est tenu d'assurer 12 périodes de cours.
Le directeur d'une école dont le nombre d'élèves est supérieur ou égal à 80 et inférieur à 140 est tenu d'assurer 6 périodes de cours.
Le directeur d'une école dont le nombre d'élèves est supérieur ou égal à 140 n'est pas tenu d'assurer une charge de cours. ".
Art. 58. Artikel 30, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2023, wordt als volgt vervangen:
"Onverminderd de artikelen 26 en 27 wordt het aantal gegenereerde lestijden voor de schooldirecties geldig vanaf de eerste dag van het schooljaar tot en met de dag vóór het volgende schooljaar, op 15 januari als volgt bepaald
1° 6 lestijden voor een school waarvan het aantal leerlingen lager is dan 40;
2° 12 lestijden voor een school waarvan het aantal leerlingen gelijk is aan of hoger is dan 40 en lager dan 80;
3° 18 lestijden voor een school waarvan het aantal leerlingen gelijk is aan of hoger is dan 80 en lager dan 140;
4° 24 lestijden voor een school met 140 leerlingen of meer."
"Onverminderd de artikelen 26 en 27 wordt het aantal gegenereerde lestijden voor de schooldirecties geldig vanaf de eerste dag van het schooljaar tot en met de dag vóór het volgende schooljaar, op 15 januari als volgt bepaald
1° 6 lestijden voor een school waarvan het aantal leerlingen lager is dan 40;
2° 12 lestijden voor een school waarvan het aantal leerlingen gelijk is aan of hoger is dan 40 en lager dan 80;
3° 18 lestijden voor een school waarvan het aantal leerlingen gelijk is aan of hoger is dan 80 en lager dan 140;
4° 24 lestijden voor een school met 140 leerlingen of meer."
Art. 58. L'article 30, § 1er, alinéa 1er, du même décret, tel que modifié en dernier par décret du 22 juin 2023, est remplacé par ce qui suit :
" Sans préjudice des articles 26 et 27, le nombre de périodes générées pour les directions d'école, applicable du premier jour de l'année scolaire à la veille de l'année scolaire suivante, est déterminé au 15 janvier comme suit :
1° 6 périodes pour une école dont le nombre d'élèves est inférieur à 40 ;
2° 12 périodes pour une école dont le nombre d'élèves est supérieur ou égal à 40 et inférieur à 80 ;
3° 18 périodes pour une école dont le nombre d'élèves est supérieur ou égal à 80 et inférieur à 140 ;
4° 24 périodes pour une école de 140 élèves et plus ".
" Sans préjudice des articles 26 et 27, le nombre de périodes générées pour les directions d'école, applicable du premier jour de l'année scolaire à la veille de l'année scolaire suivante, est déterminé au 15 janvier comme suit :
1° 6 périodes pour une école dont le nombre d'élèves est inférieur à 40 ;
2° 12 périodes pour une école dont le nombre d'élèves est supérieur ou égal à 40 et inférieur à 80 ;
3° 18 périodes pour une école dont le nombre d'élèves est supérieur ou égal à 80 et inférieur à 140 ;
4° 24 périodes pour une école de 140 élèves et plus ".
HOOFDSTUK 2. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 2 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de directeurs en directrices in het onderwijs
CHAPITRE 2. - Disposition modifiant le décret du 2 février 2007 fixant le statut des directeurs et directrices dans l'enseignement
Art. 59. In artikel 110, § 1bis, van het decreet van 2 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de directeurs en directrices in het onderwijs, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 31 maart 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt het getal "180" telkens vervangen door het getal "140";
2° in het vierde lid wordt het getal "180" vervangen door het getal "140";
3° het laatste lid wordt als volgt vervangen:
"Wanneer de specifieke hulp volledig in lestijden wordt omgezet overeenkomstig het vorige lid, is de norm van 140 leerlingen niet van toepassing.".
1° in het eerste lid wordt het getal "180" telkens vervangen door het getal "140";
2° in het vierde lid wordt het getal "180" vervangen door het getal "140";
3° het laatste lid wordt als volgt vervangen:
"Wanneer de specifieke hulp volledig in lestijden wordt omgezet overeenkomstig het vorige lid, is de norm van 140 leerlingen niet van toepassing.".
Art. 59. A l'article 110, § 1bis, du décret du 2 février 2007 fixant le statut des directeurs et directrices dans l'enseignement, tel que modifié en dernier lieu par le décret du 31 mars 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, le nombre " 180 " est à chaque fois remplacé par le nombre " 140 " ;
2° à l'alinéa 4, le nombre " 180 " est remplacé par le nombre " 140 " ;
3° le dernier alinéa est remplacé comme suit :
" Lorsque l'aide spécifique est totalement convertie en périodes conformément à l'alinéa précédent, la norme de 140 élèves n'est pas d'application. ".
1° à l'alinéa 1er, le nombre " 180 " est à chaque fois remplacé par le nombre " 140 " ;
2° à l'alinéa 4, le nombre " 180 " est remplacé par le nombre " 140 " ;
3° le dernier alinéa est remplacé comme suit :
" Lorsque l'aide spécifique est totalement convertie en périodes conformément à l'alinéa précédent, la norme de 140 élèves n'est pas d'application. ".
HOOFDSTUK 3. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 augustus 1984 houdende rationalisatie en programmatie van het gewoon kleuter- en lager onderwijs
CHAPITRE 3. - Disposition modifiant l'arrêté royal du 2 août 1984 portant rationalisation et programmation de l'enseignement maternel et primaire ordinaire
Art. 60. Artikel 4bis van het koninklijk besluit van 2 augustus 1984 houdende rationalisatie van het gewoon kleuter- en lager onderwijs, zoals ingevoegd bij het decreet van 13 juli 1998 wordt als volgt vervangen:
" § 1 Een inrichting voor lager onderwijs moet een volledig aanbod lager onderwijs aanbieden en alle schooljaren van het lager onderwijs omvatten.
Een inrichting voor kleuteronderwijs moet een volledig aanbod kleuteronderwijs aanbieden en alle schooljaren van het kleuteronderwijs omvatten.
Een inrichting voor basisonderwijs moet een volledig aanbod basisonderwijs aanbieden en alle schooljaren van het basisonderwijs omvatten.
§ 2. In afwijking van § 1, indien een inrichting voor lager onderwijs geen volledig aanbod lager onderwijs aanbiedt, moet ze verplicht deel uitmaken van dezelfde school als de dichtstbij gelegen inrichting gevestigd op minder dan twee kilometer, georganiseerd door dezelfde inrichtende macht, en die de andere studiejaren omvat.
§ 3. In afwijking van § 1 mogen scholen die geen volledig onderwijsaanbod aanbieden aan het einde van het schooljaar 2024-2025, hun op 4 juli 2025 bestaande onderwijsaanbod behouden.".
" § 1 Een inrichting voor lager onderwijs moet een volledig aanbod lager onderwijs aanbieden en alle schooljaren van het lager onderwijs omvatten.
Een inrichting voor kleuteronderwijs moet een volledig aanbod kleuteronderwijs aanbieden en alle schooljaren van het kleuteronderwijs omvatten.
Een inrichting voor basisonderwijs moet een volledig aanbod basisonderwijs aanbieden en alle schooljaren van het basisonderwijs omvatten.
§ 2. In afwijking van § 1, indien een inrichting voor lager onderwijs geen volledig aanbod lager onderwijs aanbiedt, moet ze verplicht deel uitmaken van dezelfde school als de dichtstbij gelegen inrichting gevestigd op minder dan twee kilometer, georganiseerd door dezelfde inrichtende macht, en die de andere studiejaren omvat.
§ 3. In afwijking van § 1 mogen scholen die geen volledig onderwijsaanbod aanbieden aan het einde van het schooljaar 2024-2025, hun op 4 juli 2025 bestaande onderwijsaanbod behouden.".
Art. 60. L'article 4bis de l'arrêté royal du 2 août 1984 portant rationalisation et programmation de l'enseignement maternel et primaire ordinaire, tel qu'inséré par décret du 13 juillet 1998, est remplacé par ce qui suit :
" § 1er Une implantation primaire doit proposer une offre complète d'enseignement primaire et comporter toutes les années d'études de l'enseignement primaire.
Une implantation maternelle doit proposer une offre complète d'enseignement maternel et comporter toutes les années de l'enseignement maternel.
Une implantation fondamentale doit proposer une offre complète d'enseignement fondamental et comporter toutes les années d'études de l'enseignement fondamental.
§ 2. Par dérogation au § 1er, si une implantation primaire ne propose pas une offre complète d'enseignement primaire, elle doit obligatoirement faire partie de la même école que l'implantation la plus proche située à moins de deux kilomètres, organisée par le même pouvoir organisateur, et comportant les autres années d'études.
§ 3. Par dérogation au § 1er, les écoles qui ne proposent pas une offre complète d'enseignement au terme de l'année scolaire 2024-2025 peuvent maintenir leur offre d'enseignement existante au 4 juillet 2025. ".
" § 1er Une implantation primaire doit proposer une offre complète d'enseignement primaire et comporter toutes les années d'études de l'enseignement primaire.
Une implantation maternelle doit proposer une offre complète d'enseignement maternel et comporter toutes les années de l'enseignement maternel.
Une implantation fondamentale doit proposer une offre complète d'enseignement fondamental et comporter toutes les années d'études de l'enseignement fondamental.
§ 2. Par dérogation au § 1er, si une implantation primaire ne propose pas une offre complète d'enseignement primaire, elle doit obligatoirement faire partie de la même école que l'implantation la plus proche située à moins de deux kilomètres, organisée par le même pouvoir organisateur, et comportant les autres années d'études.
§ 3. Par dérogation au § 1er, les écoles qui ne proposent pas une offre complète d'enseignement au terme de l'année scolaire 2024-2025 peuvent maintenir leur offre d'enseignement existante au 4 juillet 2025. ".
HOOFDSTUK 4. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004 houdende de organisatie van het gespecialiseerd onderwijs
CHAPITRE 4. - Dispositions modifiant le décret du 3 mars 2004 organisant l'enseignement spécialisé
Art. 61. Artikel 41 van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 20 juli 2006, wordt vervangen door de volgende bepaling:
"Artikel 41, § 1. - De directeur vervult een onderwijsopdracht:
- van 8 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, lager is dan 20;
- van 4 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, tussen 20 en 39 ligt;
§ 2. De directeur is niet aan een onderwijsopdracht gebonden wanneer het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, gelijk is aan of groter is dan 40.
§ 3. Daalt het aantal leerlingen op 15 januari onder de 40, dan blijft de directeur het hele volgende schooljaar van een onderwijsopdracht ontlast.
§ 4. De organisatie van de opdracht van de directeur kan gewijzigd worden telkens het lestijdenkapitaal herberekend wordt.".
"Artikel 41, § 1. - De directeur vervult een onderwijsopdracht:
- van 8 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, lager is dan 20;
- van 4 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, tussen 20 en 39 ligt;
§ 2. De directeur is niet aan een onderwijsopdracht gebonden wanneer het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, gelijk is aan of groter is dan 40.
§ 3. Daalt het aantal leerlingen op 15 januari onder de 40, dan blijft de directeur het hele volgende schooljaar van een onderwijsopdracht ontlast.
§ 4. De organisatie van de opdracht van de directeur kan gewijzigd worden telkens het lestijdenkapitaal herberekend wordt.".
Art. 61. L'article 41 du décret 3 mars 2004 organisant l'enseignement spécialisé, tel que modifié en dernier lieu par le décret du 20 juillet 2006, est remplacé par la disposition suivante :
" Article 41, § 1er. - Le directeur exerce une charge d'enseignement :
- de 8 périodes, si le nombre d'élèves pris en considération est inférieur à 20 ;
- de 4 périodes, si le nombre d'élèves pris en considération est compris entre 20 et 39 ;
§ 2. Le directeur n'est pas tenu par une charge d'enseignement si le nombre d'élèves pris en considération est égal ou supérieur à 40.
§ 3. Si le nombre d'élèves au 15 janvier tombe en dessous de 40, le directeur reste déchargé d'enseignement durant toute l'année scolaire suivante.
§ 4. L'organisation de la charge du directeur peut être modifiée chaque fois que le capital-périodes est recalculé. ".
" Article 41, § 1er. - Le directeur exerce une charge d'enseignement :
- de 8 périodes, si le nombre d'élèves pris en considération est inférieur à 20 ;
- de 4 périodes, si le nombre d'élèves pris en considération est compris entre 20 et 39 ;
§ 2. Le directeur n'est pas tenu par une charge d'enseignement si le nombre d'élèves pris en considération est égal ou supérieur à 40.
§ 3. Si le nombre d'élèves au 15 janvier tombe en dessous de 40, le directeur reste déchargé d'enseignement durant toute l'année scolaire suivante.
§ 4. L'organisation de la charge du directeur peut être modifiée chaque fois que le capital-périodes est recalculé. ".
Art. 62. In artikel 75 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt het getal "90" vervangen door het getal "81";
2° het derde lid wordt vervangen door hetgeen volgt:
"De directeur vervult een onderwijsopdracht:
- van 2 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, tussen 64 en 72 ligt;
- van 3 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, tussen 55 en 63 ligt;
- van 4 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, tussen 46 en 54 ligt;
- van 5 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, tussen 37 en 45 ligt;
- van 6 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, tussen 28 en 36 ligt;
- van 7 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, tussen 19 en 27 ligt;
- van 8 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, onder 19 zakt.".
1° in het eerste lid wordt het getal "90" vervangen door het getal "81";
2° het derde lid wordt vervangen door hetgeen volgt:
"De directeur vervult een onderwijsopdracht:
- van 2 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, tussen 64 en 72 ligt;
- van 3 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, tussen 55 en 63 ligt;
- van 4 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, tussen 46 en 54 ligt;
- van 5 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, tussen 37 en 45 ligt;
- van 6 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, tussen 28 en 36 ligt;
- van 7 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, tussen 19 en 27 ligt;
- van 8 lestijden, als het aantal leerlingen dat in aanmerking wordt genomen, onder 19 zakt.".
Art. 62. Dans l'article 75 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, le mot " 90 " est remplacé par le mot " 81 " ;
2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Le directeur exerce une charge d'enseignement :
- de 2 périodes, si le nombre d'élèves pris en considération est compris entre 64 et 72 ;
- de 3 périodes, si le nombre d'élèves pris en considération est compris entre 55 et 63 ;
- de 4 périodes, si le nombre d'élèves pris en considération est compris entre 46 et 54 ;
- de 5 périodes, si le nombre d'élèves pris en considération est compris entre 37 et 45 ;
- de 6 périodes, si le nombre d'élèves pris en considération est compris entre 28 et 36 ;
- de 7 périodes, si le nombre d'élèves pris en considération est compris entre 19 et 27 ;
- de 8 périodes, si le nombre d'élèves tombe en-dessous de 19. ".
1° à l'alinéa 1er, le mot " 90 " est remplacé par le mot " 81 " ;
2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Le directeur exerce une charge d'enseignement :
- de 2 périodes, si le nombre d'élèves pris en considération est compris entre 64 et 72 ;
- de 3 périodes, si le nombre d'élèves pris en considération est compris entre 55 et 63 ;
- de 4 périodes, si le nombre d'élèves pris en considération est compris entre 46 et 54 ;
- de 5 périodes, si le nombre d'élèves pris en considération est compris entre 37 et 45 ;
- de 6 périodes, si le nombre d'élèves pris en considération est compris entre 28 et 36 ;
- de 7 périodes, si le nombre d'élèves pris en considération est compris entre 19 et 27 ;
- de 8 périodes, si le nombre d'élèves tombe en-dessous de 19. ".
TITEL VI. - Bepalingen betreffende een aanvullend overgangskader voor het kader van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra
TITRE VI. - Dispositions en matière de cadre complémentaire transitoire au cadre du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied en definities
CHAPITRE 1er. - Champ d'application et définitions
Art. 63. Deze Titel is van toepassing op de psycho-medisch-sociale centra georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, hierna centra genoemd.
Art. 63. Le présent Titre s'applique aux centres psycho-médico-sociaux organisés ou subventionnés par la Communauté française, dénommés ci-après centres.
Art. 64. Voor de toepassing van deze Titel wordt verstaan onder:
1° "inrichtende macht": hetzij de publiekrechtelijke persoon of natuurlijke perso(o)n(en), hetzij de privaatrechtelijke persoon die de verantwoordelijkheid voor de organisatie van een centrum op zich neemt of nemen;
2° "gesubsidieerd officieel centrum": een centrum georganiseerd door een provincie, gemeente, vereniging van gemeentes of elke andere publiekrechtelijke persoon, waarop het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra van toepassing is;
3° "gesubsidieerd vrij centrum": een centrum georganiseerd door een of meer natuurlijke personen of een privaatrechtelijke persoon, waarop het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrij psycho-medisch-sociale centra van toepassing is;
4° "officieel centrum georganiseerd door de Franse Gemeenschap": centrum waarop het koninklijk besluit van 27 juli 1979 tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap en van personeelsleden van de inspectiediensten belast met het toezicht op de psycho-medisch-sociale centra van toepassing is;
5° "centrum voor gespecialiseerd onderwijs": een centrum waarvan het werkgebied uitsluitend uit inrichtingen voor gespecialiseerd onderwijs bestaat;
6° "leerlingen in totale permanente integratie": leerlingen zoals gedefinieerd in de artikelen 131, 132, § 1 en 133, § 1 van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs;
7° "werkgebied": het geheel van de onderwijsinrichtingen waartoe de opdrachten van dat centrum zich richten en het geheel van de leerlingen die daar les volgen, met inbegrip van de leerlingen die een maatregel inzake totale permanente integratie genieten;
8° "schoolinrichting": inrichting die het in artikel 1.1.1-1 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs bedoelde onderwijs organiseert;
9° "basiskader van het technisch personeel": kader van het technisch personeel van een door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd centrum zoals gedefinieerd in artikel 3 en artikel 4 van de wet van 1 april 1960 betreffende de psycho-medisch-sociale centra;
10° "aanvullend kader": het kader van het technisch personeel verantwoord door de gedifferentieerde versterking zoals gedefinieerd in het decreet van 19 februari 2009 tot organisatie van de gedifferentieerde versterking van de technische personeelsformatie van de psycho-medisch-sociale centra
11° "het activiteitenjaar" begint op 1 september van het ene jaar en eindigt op 31 augustus van het volgende jaar;
12° "lid van het technisch personeel": lid van het technisch personeel dat een wervingsfunctie vervult binnen een hierna genoemd officieel of vrij door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd centrum;
13° "fte": voltijds equivalent;
14° "school": de onderwijsinrichting samengesteld uit een of meer vestigingen die onder de leiding van een directeur staan en georganiseerd worden door een inrichtende macht zoals gedefinieerd in artikel 1.3.1-1, 23° van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs;
15° "totale permanente integratie": het stelsel bedoeld in hoofdstuk X van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs zoals gedefinieerd in artikel 1.3.1-1, 41° /2, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs;
16° "gemengde psycho-medisch-sociale centra": centrum waarvan het werkgebied uit inrichtingen voor gewoon en voor gespecialiseerd onderwijs bestaat.
1° "inrichtende macht": hetzij de publiekrechtelijke persoon of natuurlijke perso(o)n(en), hetzij de privaatrechtelijke persoon die de verantwoordelijkheid voor de organisatie van een centrum op zich neemt of nemen;
2° "gesubsidieerd officieel centrum": een centrum georganiseerd door een provincie, gemeente, vereniging van gemeentes of elke andere publiekrechtelijke persoon, waarop het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra van toepassing is;
3° "gesubsidieerd vrij centrum": een centrum georganiseerd door een of meer natuurlijke personen of een privaatrechtelijke persoon, waarop het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrij psycho-medisch-sociale centra van toepassing is;
4° "officieel centrum georganiseerd door de Franse Gemeenschap": centrum waarop het koninklijk besluit van 27 juli 1979 tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap en van personeelsleden van de inspectiediensten belast met het toezicht op de psycho-medisch-sociale centra van toepassing is;
5° "centrum voor gespecialiseerd onderwijs": een centrum waarvan het werkgebied uitsluitend uit inrichtingen voor gespecialiseerd onderwijs bestaat;
6° "leerlingen in totale permanente integratie": leerlingen zoals gedefinieerd in de artikelen 131, 132, § 1 en 133, § 1 van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs;
7° "werkgebied": het geheel van de onderwijsinrichtingen waartoe de opdrachten van dat centrum zich richten en het geheel van de leerlingen die daar les volgen, met inbegrip van de leerlingen die een maatregel inzake totale permanente integratie genieten;
8° "schoolinrichting": inrichting die het in artikel 1.1.1-1 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs bedoelde onderwijs organiseert;
9° "basiskader van het technisch personeel": kader van het technisch personeel van een door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd centrum zoals gedefinieerd in artikel 3 en artikel 4 van de wet van 1 april 1960 betreffende de psycho-medisch-sociale centra;
10° "aanvullend kader": het kader van het technisch personeel verantwoord door de gedifferentieerde versterking zoals gedefinieerd in het decreet van 19 februari 2009 tot organisatie van de gedifferentieerde versterking van de technische personeelsformatie van de psycho-medisch-sociale centra
11° "het activiteitenjaar" begint op 1 september van het ene jaar en eindigt op 31 augustus van het volgende jaar;
12° "lid van het technisch personeel": lid van het technisch personeel dat een wervingsfunctie vervult binnen een hierna genoemd officieel of vrij door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd centrum;
13° "fte": voltijds equivalent;
14° "school": de onderwijsinrichting samengesteld uit een of meer vestigingen die onder de leiding van een directeur staan en georganiseerd worden door een inrichtende macht zoals gedefinieerd in artikel 1.3.1-1, 23° van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs;
15° "totale permanente integratie": het stelsel bedoeld in hoofdstuk X van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs zoals gedefinieerd in artikel 1.3.1-1, 41° /2, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs;
16° "gemengde psycho-medisch-sociale centra": centrum waarvan het werkgebied uit inrichtingen voor gewoon en voor gespecialiseerd onderwijs bestaat.
Art. 64. Pour l'application du présent Titre, il y a lieu d'entendre par :
1° " pouvoir organisateur " : soit la personne de droit public soit la ou les personne(s) physique(s) ou la personne de droit privé, qui assument la responsabilité de l'organisation d'un centre ;
2° " centre officiel subventionné " : centre organisé par une province, une commune, une association de communes ou toute autre personne de droit public, centre auquel le décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psycho-médico-sociaux officiels subventionnés est applicable ;
3° " centre libre subventionné " : centre organisé par une ou plusieurs personnes physiques ou par une personne morale de droit privé, centre auquel le décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psycho-médico-sociaux libres subventionnés est applicable ;
4° " centre officiel organisé par la Communauté française : centre auquel l'arrêté royal du 27 juillet 1979 fixant le statut des membres du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux de la Communauté française et des membres du personnel du service d'inspection chargés de la surveillance de ces centres psycho-médico-sociaux est applicable ;
5° " centre pour l'enseignement spécialisé " : centre dont le ressort d'activités se compose exclusivement d'établissements d'enseignement spécialisé ;
6° " élèves en intégration permanente totale " : élèves tels que définis aux articles 131, 132, § 1er et 133, § 1er du décret du 3 mars 2004 organisant l'enseignement spécialisé ;
7° " ressort d'activités " : ensemble des établissements scolaires auxquels les missions du centre s'adressent et ensemble des élèves qui les fréquentent, en ce compris les élèves bénéficiant d'une mesure d'intégration permanente totale ;
8° " établissement scolaire " : établissement qui organise l'enseignement visé à l'article 1.1.1-1 du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire ;
9° " cadre de base du personnel technique " : cadre du personnel technique d'un centre organisé ou subventionné par la Communauté française tel que défini à l'article 3 et à l'article 4 de la loi du 1er avril 1960 relative aux centres psycho-médico-sociaux ;
10° " cadre complémentaire " : le cadre du personnel technique justifié par le renforcement différencié tel que défini dans le décret du 19 février 2009 organisant le renforcement différencié du cadre du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux " ;
11° " l'exercice " débute le 1er septembre d'une année et se termine le 31 août de l'année suivante ;
12° " membre du personnel technique " : membre du personnel technique exerçant une fonction de recrutement au sein d'un dénommé ci-après centre, officiel subventionné, libre subventionné ou organisé par la Communauté française ;
13° " ETP " : équivalent temps plein ;
14° " école " : l'établissement d'enseignement composé d'une ou de plusieurs implantations, placé sous la direction d'un directeur et organisé par un pouvoir organisateur telle que définie à l'article 1.3.1-1, 23°, du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire ;
15° " intégration permanente totale " : le dispositif visé au chapitre X du décret du 3 mars 2004 organisant l'enseignement spécialisé telle que définie à l'article 1.3.1-1, 41° /2, du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire ;
16° " centres psycho-médico-sociaux mixtes " : centre dont le ressort d'activités se compose d'établissements de l'enseignement ordinaire et de l'enseignement spécialisé.
1° " pouvoir organisateur " : soit la personne de droit public soit la ou les personne(s) physique(s) ou la personne de droit privé, qui assument la responsabilité de l'organisation d'un centre ;
2° " centre officiel subventionné " : centre organisé par une province, une commune, une association de communes ou toute autre personne de droit public, centre auquel le décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psycho-médico-sociaux officiels subventionnés est applicable ;
3° " centre libre subventionné " : centre organisé par une ou plusieurs personnes physiques ou par une personne morale de droit privé, centre auquel le décret du 31 janvier 2002 fixant le statut des membres du personnel technique subsidié des centres psycho-médico-sociaux libres subventionnés est applicable ;
4° " centre officiel organisé par la Communauté française : centre auquel l'arrêté royal du 27 juillet 1979 fixant le statut des membres du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux de la Communauté française et des membres du personnel du service d'inspection chargés de la surveillance de ces centres psycho-médico-sociaux est applicable ;
5° " centre pour l'enseignement spécialisé " : centre dont le ressort d'activités se compose exclusivement d'établissements d'enseignement spécialisé ;
6° " élèves en intégration permanente totale " : élèves tels que définis aux articles 131, 132, § 1er et 133, § 1er du décret du 3 mars 2004 organisant l'enseignement spécialisé ;
7° " ressort d'activités " : ensemble des établissements scolaires auxquels les missions du centre s'adressent et ensemble des élèves qui les fréquentent, en ce compris les élèves bénéficiant d'une mesure d'intégration permanente totale ;
8° " établissement scolaire " : établissement qui organise l'enseignement visé à l'article 1.1.1-1 du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire ;
9° " cadre de base du personnel technique " : cadre du personnel technique d'un centre organisé ou subventionné par la Communauté française tel que défini à l'article 3 et à l'article 4 de la loi du 1er avril 1960 relative aux centres psycho-médico-sociaux ;
10° " cadre complémentaire " : le cadre du personnel technique justifié par le renforcement différencié tel que défini dans le décret du 19 février 2009 organisant le renforcement différencié du cadre du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux " ;
11° " l'exercice " débute le 1er septembre d'une année et se termine le 31 août de l'année suivante ;
12° " membre du personnel technique " : membre du personnel technique exerçant une fonction de recrutement au sein d'un dénommé ci-après centre, officiel subventionné, libre subventionné ou organisé par la Communauté française ;
13° " ETP " : équivalent temps plein ;
14° " école " : l'établissement d'enseignement composé d'une ou de plusieurs implantations, placé sous la direction d'un directeur et organisé par un pouvoir organisateur telle que définie à l'article 1.3.1-1, 23°, du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire ;
15° " intégration permanente totale " : le dispositif visé au chapitre X du décret du 3 mars 2004 organisant l'enseignement spécialisé telle que définie à l'article 1.3.1-1, 41° /2, du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire ;
16° " centres psycho-médico-sociaux mixtes " : centre dont le ressort d'activités se compose d'établissements de l'enseignement ordinaire et de l'enseignement spécialisé.
HOOFDSTUK 2. - Het aanvullende overgangskader van de psycho-medisch-sociale centra
CHAPITRE 2. - Du cadre complémentaire transitoire des centres psycho-médico-sociaux
Afdeling 1. - Algemeen
Section 1ère. - Généralités
Art. 65. Het personeelskader verantwoord door het stelsel van de onderhavige Titel wordt "aanvullend overgangskader" genoemd.
Art. 65. Le cadre des membres du personnel justifié par le dispositif du présent Titre est appelé " cadre complémentaire transitoire ".
Art. 66. Het aanvullende overgangskader wordt vastgesteld voor twee jaar. Het gaat in op 1 september 2025 en eindigt op 31 augustus 2027.
Dit aanvullende overgangskader wordt berekend op het moment dat de omkadering van de centra wordt vastgelegd.
Dit aanvullende overgangskader wordt berekend op het moment dat de omkadering van de centra wordt vastgelegd.
Art. 66. Le cadre complémentaire transitoire est fixé pour 2 ans. Il prend cours le 1er septembre 2025 et se clôture le 31 août 2027.
Ce cadre complémentaire transitoire est calculé au moment de l'élaboration de l'encadrement des centres.
Ce cadre complémentaire transitoire est calculé au moment de l'élaboration de l'encadrement des centres.
Art. 67. Het aanvullende overgangskader bestaat uit de betrekkingen voortvloeiend uit de beëindiging van het mechanisme dat werd ingevoerd door artikel 2, § 1ter van de wet van 1 april 1960 betreffende de psycho-medisch-sociale centra in de gespecialiseerde en de gemengde centra die leerlingen in totale permanente integratie in hun werkgebied telden in het schooljaar 2021-2022, en die het voordeel van de berekening van die totale permanente integraties voor de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 behielden.
Art. 67. Le cadre complémentaire transitoire est composé des emplois résultant de la fin du mécanisme mis en place par l'article 2, § 1erter, de la loi du 1er avril 1960 relative aux centres psycho-médico-sociaux dans les centres spécialisés et les centres mixtes qui comptaient dans leur ressort des élèves en intégration permanente totale durant l'année scolaire 2021-2022 et qui ont conservé le bénéfice du calcul de ces intégrations permanentes totales pour les années scolaires 2023-2024 et 2024-2025.
Art. 68. Het aanvullende overgangskader bestaat uit een stelsel waarin betrekkingen in de vorm van fte's hertoegewezen worden. Deze betrekkingen worden voltijds of deeltijds toegekend. Ze mogen in geen geval aanleiding geven tot de vacantverklaring van een betrekking en een definitieve aanwerving of definitieve benoeming.
Art. 68. Le cadre complémentaire transitoire consiste en un dispositif de réallocation d'emplois sous forme d'ETP. Ces emplois sont alloués à temps plein ou à mi-temps. Ils ne peuvent en aucun cas donner lieu à une déclaration de vacance d'emploi et un engagement ou une nomination à titre définitif.
Art. 69. Het aanvullende overgangskader wordt geregeld door de dotatie- en subsidiëringsregels voorzien in de hoofdstukken II en III van het organieke koninklijk besluit van 13 augustus 1962 op de psycho-medisch-sociale centra.
Art. 69. Le cadre complémentaire transitoire est régi par les règles de dotation et de subvention prévues aux chapitres II et III de l'arrêté royal du 13 août 1962 organique des centres psycho-médico-sociaux.
HOOFDSTUK 2. - Het aanvullende kader van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra
Section 2. - Du cadre complémentaire du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux
Art. 70. Het aanvullende overgangskader is gebaseerd op een rangschikking van de centra in 4 stappen, waardoor tussen 0,5 fte en 1 fte bijkomend aan hun algemene kader kan worden toegewezen.
Het wordt als volgt vastgesteld:
1° de 30 centra die het hoogste gemiddelde aantal leerlingen per fte behalen, zien het kader van hun technisch personeel uitbreiden met 1 fte.
In de rangschikking wordt rekening gehouden met het basiskader en het aanvullende kader van de centra. Voor de centra georganiseerd door de Franse Gemeenschap, wordt ook rekening gehouden met het administratief personeel dat aan hen is toegewezen in toepassing van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 30 januari 2003 tot vaststelling van de normen betreffende het aantal betrekkingen van paramedisch medewerker en van het bestuurspersoneel van de psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap belast met de gezondheidspromotie op school in de schoolinrichtingen van de Franse Gemeenschap
2° de 10 centra die het aantal leerlingen in integratie het sterkst zagen toenemen in hun leerlingenbestand tussen het jaar 2021 en het lopende jaar, en die niet in de vorige stap gerangschikt werden, krijgen 1 extra fte in het kader van hun technisch personeel toegewezen;
3° vervolgens krijgen de 10 centra die de sterkste stijging kenden in hun aantal leerlingen in integratie en leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs tussen het jaar 2021 en het lopende jaar, en die niet in de vorige twee stappen gerangschikt werden, 1 extra fte in het kader van hun technisch personeel toegewezen;
4° wanneer niet alle fte's zijn toegewezen in de eerste 3 stappen, wordt 1 fte toegekend aan de centra die zijn opgenomen in de rangschikking vastgesteld in 1°, in de vastgestelde volgorde, voor zover ze eerder geen fte toegewezen kregen.
Met betrekking tot 2°, 3° en 4° zijn er echter twee beperkingen voorzien, namelijk dat de gerangschikte centra een gemiddeld aantal leerlingen per fte van meer dan 500 leerlingen per fte moeten hebben, en dat de gerangschikte centra die al een aanvullend integratiekader hebben, 0,5 extra fte in plaats van 1 extra fte krijgen toegewezen in het kader van het technisch personeel.
Het wordt als volgt vastgesteld:
1° de 30 centra die het hoogste gemiddelde aantal leerlingen per fte behalen, zien het kader van hun technisch personeel uitbreiden met 1 fte.
In de rangschikking wordt rekening gehouden met het basiskader en het aanvullende kader van de centra. Voor de centra georganiseerd door de Franse Gemeenschap, wordt ook rekening gehouden met het administratief personeel dat aan hen is toegewezen in toepassing van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 30 januari 2003 tot vaststelling van de normen betreffende het aantal betrekkingen van paramedisch medewerker en van het bestuurspersoneel van de psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap belast met de gezondheidspromotie op school in de schoolinrichtingen van de Franse Gemeenschap
2° de 10 centra die het aantal leerlingen in integratie het sterkst zagen toenemen in hun leerlingenbestand tussen het jaar 2021 en het lopende jaar, en die niet in de vorige stap gerangschikt werden, krijgen 1 extra fte in het kader van hun technisch personeel toegewezen;
3° vervolgens krijgen de 10 centra die de sterkste stijging kenden in hun aantal leerlingen in integratie en leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs tussen het jaar 2021 en het lopende jaar, en die niet in de vorige twee stappen gerangschikt werden, 1 extra fte in het kader van hun technisch personeel toegewezen;
4° wanneer niet alle fte's zijn toegewezen in de eerste 3 stappen, wordt 1 fte toegekend aan de centra die zijn opgenomen in de rangschikking vastgesteld in 1°, in de vastgestelde volgorde, voor zover ze eerder geen fte toegewezen kregen.
Met betrekking tot 2°, 3° en 4° zijn er echter twee beperkingen voorzien, namelijk dat de gerangschikte centra een gemiddeld aantal leerlingen per fte van meer dan 500 leerlingen per fte moeten hebben, en dat de gerangschikte centra die al een aanvullend integratiekader hebben, 0,5 extra fte in plaats van 1 extra fte krijgen toegewezen in het kader van het technisch personeel.
Art. 70. Le cadre complémentaire transitoire est basé sur un classement des centres en 4 étapes qui permet de leur allouer entre 0,5 ETP et 1 ETP supplémentaire à leur cadre global.
Il est fixé comme suit :
1° les 30 centres qui obtiennent la plus haute moyenne d'élèves par ETP voient leur cadre du personnel technique augmenter d'1 ETP.
Le classement tient compte du cadre de base et du cadre complémentaire des centres. Pour les centres organisés par la Communauté française, il est également tenu compte du personnel administratif qui leur est attribué en application de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 30 janvier 2003 fixant les normes relatives au nombre d'emplois d'auxiliaires paramédicaux et du personnel administratif des centres psycho-médico-sociaux de la Communauté française chargés d'assurer la promotion de la santé à l'école dans les établissements scolaires de la Communauté française ;
2° les 10 centres qui ont eu la plus forte augmentation d'élèves en intégration dans leur population entre l'année 2021 et l'année en cours et qui n'ont pas été classés dans l'étape précédente se voient allouer 1 ETP supplémentaire au cadre du personnel technique ;
3° ensuite, les 10 centres qui ont eu la plus forte augmentation dans leur population d'élèves en intégration et d'élèves du spécialisé entre l'année 2021 et l'année en cours et qui n'ont pas été classés dans les deux étapes précédentes se voient allouer 1 ETP supplémentaire au cadre du personnel technique ;
4° lorsque la totalité des ETP n'a pas été allouée lors des 3 premières étapes, il est octroyé 1 ETP aux centres qui sont repris dans le classement établi au 1°, suivant l'ordre établi, pour autant qu'ils n'ont pas bénéficié préalablement de l'octroi d'un ETP.
Concernant les 2°, 3° et 4°, deux restrictions sont toutefois prévues à savoir que les centres classés doivent avoir une moyenne d'élèves par ETP supérieure à 500 élèves par ETP et que les centres classés qui ont déjà un cadre complémentaire intégration se voient allouer 0,5 ETP au lieu d'1 ETP supplémentaire au cadre du personnel technique.
Il est fixé comme suit :
1° les 30 centres qui obtiennent la plus haute moyenne d'élèves par ETP voient leur cadre du personnel technique augmenter d'1 ETP.
Le classement tient compte du cadre de base et du cadre complémentaire des centres. Pour les centres organisés par la Communauté française, il est également tenu compte du personnel administratif qui leur est attribué en application de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 30 janvier 2003 fixant les normes relatives au nombre d'emplois d'auxiliaires paramédicaux et du personnel administratif des centres psycho-médico-sociaux de la Communauté française chargés d'assurer la promotion de la santé à l'école dans les établissements scolaires de la Communauté française ;
2° les 10 centres qui ont eu la plus forte augmentation d'élèves en intégration dans leur population entre l'année 2021 et l'année en cours et qui n'ont pas été classés dans l'étape précédente se voient allouer 1 ETP supplémentaire au cadre du personnel technique ;
3° ensuite, les 10 centres qui ont eu la plus forte augmentation dans leur population d'élèves en intégration et d'élèves du spécialisé entre l'année 2021 et l'année en cours et qui n'ont pas été classés dans les deux étapes précédentes se voient allouer 1 ETP supplémentaire au cadre du personnel technique ;
4° lorsque la totalité des ETP n'a pas été allouée lors des 3 premières étapes, il est octroyé 1 ETP aux centres qui sont repris dans le classement établi au 1°, suivant l'ordre établi, pour autant qu'ils n'ont pas bénéficié préalablement de l'octroi d'un ETP.
Concernant les 2°, 3° et 4°, deux restrictions sont toutefois prévues à savoir que les centres classés doivent avoir une moyenne d'élèves par ETP supérieure à 500 élèves par ETP et que les centres classés qui ont déjà un cadre complémentaire intégration se voient allouer 0,5 ETP au lieu d'1 ETP supplémentaire au cadre du personnel technique.
HOOFDSTUK 3. - Toewijzingsregels voor betrekkingen voor het kader van het technisch personeel van psycho-medisch-sociale centra
CHAPITRE 3. - Règles d'attribution des emplois du cadre complémentaire transitoire aux membres du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux
Art. 71. § 1. Na de toepassing van de statutaire toekenningsregels van de betrekkingen voorzien in het administratief statuut dat van toepassing is binnen de inrichtende macht van het centrum waarin een in artikel 68 bedoelde betrekking wordt toegewezen en alvorens over te gaan tot een nieuwe rekrutering, geeft de inrichtende macht voorrang aan de technische personeelsleden afkomstig van een andere inrichtende macht die aan de hierna in artikel 70 vastgestelde voorwaarden voldoet.
Indien na de toepassing van het eerste lid geen enkele kandidaat aangesteld of aangeworven kan worden, mag de inrichtende macht een nieuw technisch personeelslid rekruteren volgens de op haar toepasselijke statutaire regels.
§ 2. Om te bepalen welke functies in deze betrekkingen verleend dienen te worden voor elk centrum, worden artikelen 3 en 4 van de wet van 1 april 1960 betreffende de psycho-medisch-sociale centra toegepast, net als het decreet van 19 februari 2009 tot organisatie van de gedifferentieerde versterking van de technische personeelsformatie van de psycho-medisch-sociale centra.
Indien na de toepassing van het eerste lid geen enkele kandidaat aangesteld of aangeworven kan worden, mag de inrichtende macht een nieuw technisch personeelslid rekruteren volgens de op haar toepasselijke statutaire regels.
§ 2. Om te bepalen welke functies in deze betrekkingen verleend dienen te worden voor elk centrum, worden artikelen 3 en 4 van de wet van 1 april 1960 betreffende de psycho-medisch-sociale centra toegepast, net als het decreet van 19 februari 2009 tot organisatie van de gedifferentieerde versterking van de technische personeelsformatie van de psycho-medisch-sociale centra.
Art. 71. § 1er. Après application des règles statutaires de dévolution d'emploi prévues par le statut administratif applicable au sein du Pouvoir organisateur du centre dans lequel un emploi visé à l'article 68 est attribué et avant tout nouveau recrutement, le Pouvoir organisateur donne priorité aux membres du personnel technique issus d'un autre Pouvoir organisateur répondant aux conditions fixées ci-après, à l'article 70.
Si aucun candidat ne peut être désigné ou engagé après application de l'alinéa 1er, le Pouvoir organisateur peut recruter un nouveau membre du personnel technique selon les règles statutaires qui lui sont applicables.
§ 2. Pour déterminer les fonctions à conférer dans ces emplois pour chaque centre, il est fait application des article 3 et 4 de la loi du 1er avril 1960 relative aux centres psycho-médico-sociaux et du décret du 19 février 2009 organisant le renforcement différencié du cadre du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux.
Si aucun candidat ne peut être désigné ou engagé après application de l'alinéa 1er, le Pouvoir organisateur peut recruter un nouveau membre du personnel technique selon les règles statutaires qui lui sont applicables.
§ 2. Pour déterminer les fonctions à conférer dans ces emplois pour chaque centre, il est fait application des article 3 et 4 de la loi du 1er avril 1960 relative aux centres psycho-médico-sociaux et du décret du 19 février 2009 organisant le renforcement différencié du cadre du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux.
Art. 72. Onverminderd de statutaire aanwervings- en aanstellingsvoorwaarden zoals voorzien in de statutaire regels van toepassing op de inrichtende macht waarin het technisch personeelslid wordt toegewezen, kan aanspraak gemaakt worden op de in artikel 69, § 1, eerste lid, bedoelde prioriteit door de technische personeelsleden die aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° twee jaar dienstanciënniteit hebben in een gespecialiseerd of gemengd centrum, berekend volgens de voorwaarden verbonden aan het statuut waaronder het betreffende centrum valt;
2° zich kandidaat gesteld hebben bij de inrichtende macht die beschikt over een betrekking opgericht krachtens het onderhavige decreet, in de vorm en binnen de termijn vastgelegd in de oproep tot kandidaatstelling;
3° op het einde van het activiteitenjaar 2024-2025 in functie zijn in een van de centra die de in artikel 2, § 1 van voormelde wet van 1 april 1960 bedoelde maatregelen genieten.
1° twee jaar dienstanciënniteit hebben in een gespecialiseerd of gemengd centrum, berekend volgens de voorwaarden verbonden aan het statuut waaronder het betreffende centrum valt;
2° zich kandidaat gesteld hebben bij de inrichtende macht die beschikt over een betrekking opgericht krachtens het onderhavige decreet, in de vorm en binnen de termijn vastgelegd in de oproep tot kandidaatstelling;
3° op het einde van het activiteitenjaar 2024-2025 in functie zijn in een van de centra die de in artikel 2, § 1 van voormelde wet van 1 april 1960 bedoelde maatregelen genieten.
Art. 72. Sans préjudice des conditions statutaires d'engagement et désignations telles que prévues par les règles statutaires applicables au pouvoir organisateur dans lequel le membre du personnel technique est affecté, peuvent se prévaloir de la priorité visée à l'article 69, § 1er, alinéa 1er, les membres du personnel technique répondant aux conditions suivantes :
1° disposer d'une ancienneté de service de deux ans dans un centre spécialisé ou mixte, calculée selon les modalités afférentes au statut dont relève le centre en question ;
2° avoir fait acte de candidature auprès du Pouvoir organisateur bénéficiant d'un emploi créé en vertu du présent décret dans la forme et le délai fixés par l'appel aux candidats ;
3° être en fonction, à la fin de l'exercice 2024-2025, dans un des centres bénéficiant des dispositions visées à l'article 2, § 1erter, de la loi du 1er avril 1960 précitée.
1° disposer d'une ancienneté de service de deux ans dans un centre spécialisé ou mixte, calculée selon les modalités afférentes au statut dont relève le centre en question ;
2° avoir fait acte de candidature auprès du Pouvoir organisateur bénéficiant d'un emploi créé en vertu du présent décret dans la forme et le délai fixés par l'appel aux candidats ;
3° être en fonction, à la fin de l'exercice 2024-2025, dans un des centres bénéficiant des dispositions visées à l'article 2, § 1erter, de la loi du 1er avril 1960 précitée.
Art. 73. Het statutaire stelsel van toepassing op het centrum waarin het technische personeelslid tijdelijk werd gerekruteerd of aangesteld ingevolge de uitoefening van de prioriteit bedoeld in artikel 69, § 1, eerste lid, is op deze laatste van toepassing.
Art. 73. Le régime statutaire s'appliquant au centre dans lequel le membre du personnel technique a été désigné ou engagé à titre temporaire suite à l'exercice de la priorité visée à l'article 69, § 1er, alinéa 1er, s'applique à ce dernier.
TITEL VII. - Bepalingen betreffende de informaticapremies en de terbeschikkingstelling van informaticamateriaal aan bepaalde personeelsleden
TITRE VII. - Dispositions relatives aux primes informatiques et à la mise à disposition de matériel informatique à certains membres du personnel
Hoofdstuk 1. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 30 april 2009 betreffende de comptabiliteit van de scholen en de toegang tot sommige selectieambten en bevorderingsambten
CHAPITRE 1er. - Disposition modifiant le décret du 30 avril 2009 concernant la comptabilité des écoles et l'accès à certaines fonctions de sélection et de promotion
Art. 74. In het decreet van 30 april 2009 betreffende de comptabiliteit van de scholen en de toegang tot sommige selectieambten en bevorderingsambten wordt een artikel 7bis ingevoegd, dat als volgt luidt:
"Artikel 7bis. - De personeelsleden die het in artikel 17, § 1, 1°, f) van het voormelde decreet van 12 mei 2004 bedoelde ambt uitoefenen, worden vergoed voor het gebruik van hun privé-internetverbinding voor beroepsdoeleinden als terugbetaling van kosten die specifiek zijn voor de werkgever, tenzij ze al een dergelijke vergoeding genieten in toepassing van de artikelen 6, § 2 en 20, § 2, eerste lid van het decreet van 14 maart 2019 houdende diverse bepalingen betreffende de werkorganisatie van de onderwijspersoneelsleden en tot toekenning van meer organisatieflexibiliteit aan de Inrichtende machten of van artikel 112bis van het decreet van 16 april 1991 houdende de organisatie van het volwassenenonderwijs;
Die vergoeding wordt hen toegekend volgens dezelfde bepalingen en voorwaarden als deze voorzien in artikelen 6, § 2 en 20, § 2, tweede lid van het voormelde decreet van 14 maart 2019.".
"Artikel 7bis. - De personeelsleden die het in artikel 17, § 1, 1°, f) van het voormelde decreet van 12 mei 2004 bedoelde ambt uitoefenen, worden vergoed voor het gebruik van hun privé-internetverbinding voor beroepsdoeleinden als terugbetaling van kosten die specifiek zijn voor de werkgever, tenzij ze al een dergelijke vergoeding genieten in toepassing van de artikelen 6, § 2 en 20, § 2, eerste lid van het decreet van 14 maart 2019 houdende diverse bepalingen betreffende de werkorganisatie van de onderwijspersoneelsleden en tot toekenning van meer organisatieflexibiliteit aan de Inrichtende machten of van artikel 112bis van het decreet van 16 april 1991 houdende de organisatie van het volwassenenonderwijs;
Die vergoeding wordt hen toegekend volgens dezelfde bepalingen en voorwaarden als deze voorzien in artikelen 6, § 2 en 20, § 2, tweede lid van het voormelde decreet van 14 maart 2019.".
Art. 74. Dans le décret du 30 avril 2009 concernant la comptabilité des écoles et l'accès à certaines fonctions de sélection et de promotion, un article 7bis est inséré, rédigé comme suit :
" Article 7bis. - Les membres du personnel qui exercent la fonction visée à l'article 17, § 1er, 1°, f), du décret du 12 mai 2004 précité sont indemnisés pour l'utilisation à des fins professionnelles de leur connexion internet privée au titre de remboursement de frais propres à l'employeur, sauf s'ils bénéficient déjà d'une telle indemnité en application des articles 6, § 2, et 20, § 2, alinéa 1er, du décret du 14 mars 2019 portant diverses dispositions relatives à l'organisation du travail des membres du personnel de l'enseignement et octroyant plus de souplesse organisationnelle aux Pouvoirs organisateurs ou de l'article 112bis du décret du 16 avril 1991 organisant l'Enseignement pour Adultes.
Cette indemnisation leur est octroyée selon les mêmes modalités et conditions que celles prévues aux articles 6, § 2, et 20, § 2, alinéa 2, du décret du 14 mars 2019 précité. ".
" Article 7bis. - Les membres du personnel qui exercent la fonction visée à l'article 17, § 1er, 1°, f), du décret du 12 mai 2004 précité sont indemnisés pour l'utilisation à des fins professionnelles de leur connexion internet privée au titre de remboursement de frais propres à l'employeur, sauf s'ils bénéficient déjà d'une telle indemnité en application des articles 6, § 2, et 20, § 2, alinéa 1er, du décret du 14 mars 2019 portant diverses dispositions relatives à l'organisation du travail des membres du personnel de l'enseignement et octroyant plus de souplesse organisationnelle aux Pouvoirs organisateurs ou de l'article 112bis du décret du 16 avril 1991 organisant l'Enseignement pour Adultes.
Cette indemnisation leur est octroyée selon les mêmes modalités et conditions que celles prévues aux articles 6, § 2, et 20, § 2, alinéa 2, du décret du 14 mars 2019 précité. ".
HOOFDSTUK 2. - Vergoeding gekoppeld aan het gebruik van informatica-apparatuur door personeelsleden van het leerplichtonderwijs, van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan (SKBL)
CHAPITRE 2. - Indemnité liée à l'usage d'équipement informatique des membres du personnel de l'enseignement obligatoire, de l'enseignement secondaire artistique à horaire réduit (ESAHR)
Art. 75. In artikel 112bis, eerste lid, van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het volwassenenonderwijs, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 14 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "in zijn voltijdse ambt" worden geschrapt;
2° de woorden "met uitsluiting van de directeurs" worden ingevoegd tussen de woorden "een bevorderings- of selectieambt" en de woorden "worden vergoed".
1° de woorden "in zijn voltijdse ambt" worden geschrapt;
2° de woorden "met uitsluiting van de directeurs" worden ingevoegd tussen de woorden "een bevorderings- of selectieambt" en de woorden "worden vergoed".
Art. 75. A l'article 112bis, alinéa 1er, du décret du 16 avril 1991 organisant l'Enseignement pour Adultes, tel que modifié en dernier lieu par décret du 14 décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° les termes " à prestations complètes " sont supprimés ;
2° les termes " à l'exclusion des directeurs, " sont insérés entre les termes " une fonction de sélection ou de promotion " et les termes ", sont indemnisés ".
1° les termes " à prestations complètes " sont supprimés ;
2° les termes " à l'exclusion des directeurs, " sont insérés entre les termes " une fonction de sélection ou de promotion " et les termes ", sont indemnisés ".
Art. 76. In hoofdstuk 5 van het decreet van 2 juni 1998 houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, wordt een afdeling 5 ingevoegd als volgt:
"Afdeling 5. - Bepaling betreffende de vergoeding van informaticakosten
"Art. 99bis. De personeelsleden die een onderwijsambt of selectieambt bekleden, worden vergoed voor het gebruik van hun privé-informaticamateriaal voor beroepsdoeleinden als terugbetaling van kosten die specifiek zijn voor de werkgever, tenzij ze al een dergelijke vergoeding genieten in toepassing van artikelen 6, § 2 en 20, § 2, eerste lid van het decreet van 14 maart 2019 houdende diverse bepalingen betreffende de werkorganisatie van de onderwijspersoneelsleden en tot toekenning van meer organisatieflexibiliteit aan de Inrichtende machten of van artikel 112bis van het decreet van 16 april 1991 houdende de organisatie van het volwassenenonderwijs;
Die vergoeding wordt hen toegekend volgens dezelfde bepalingen en voorwaarden als deze voorzien in artikelen 6, § 2 tweede lid, en 20, § 2, tweede lid van het voormelde decreet van 14 maart 2019.".
"Afdeling 5. - Bepaling betreffende de vergoeding van informaticakosten
"Art. 99bis. De personeelsleden die een onderwijsambt of selectieambt bekleden, worden vergoed voor het gebruik van hun privé-informaticamateriaal voor beroepsdoeleinden als terugbetaling van kosten die specifiek zijn voor de werkgever, tenzij ze al een dergelijke vergoeding genieten in toepassing van artikelen 6, § 2 en 20, § 2, eerste lid van het decreet van 14 maart 2019 houdende diverse bepalingen betreffende de werkorganisatie van de onderwijspersoneelsleden en tot toekenning van meer organisatieflexibiliteit aan de Inrichtende machten of van artikel 112bis van het decreet van 16 april 1991 houdende de organisatie van het volwassenenonderwijs;
Die vergoeding wordt hen toegekend volgens dezelfde bepalingen en voorwaarden als deze voorzien in artikelen 6, § 2 tweede lid, en 20, § 2, tweede lid van het voormelde decreet van 14 maart 2019.".
Art. 76. Dans le Chapitre 5 du décret du 2 juin 1998 organisant l'enseignement secondaire artistique à horaire réduit subventionné par la Communauté française, il est inséré une Section 5 rédigée comme suit :
" Section 5. - Disposition relative à l'indemnisation des frais informatiques
Art. 99bis. Les membres du personnel qui occupent une fonction enseignante ou une fonction de sélection sont indemnisés pour l'utilisation à des fins professionnelles de leur outil informatique privé et de leur connexion internet privée au titre de remboursement de frais propres à l'employeur, sauf s'ils bénéficient déjà d'une telle indemnité en application des articles 6, § 2, et 20, § 2, alinéa 1er, du décret du 14 mars 2019 portant diverses dispositions relatives à l'organisation du travail des membres du personnel de l'enseignement et octroyant plus de souplesse organisationnelle aux Pouvoirs organisateurs ou de l'article 112bis du décret du 16 avril 1991 organisant l'Enseignement pour Adultes.
Cette indemnisation leur est octroyée selon les mêmes modalités et conditions que celles prévues aux articles 6, § 2, alinéa 2, et 20, § 2, alinéa 2, du décret du 14 mars 2019 précité. ".
" Section 5. - Disposition relative à l'indemnisation des frais informatiques
Art. 99bis. Les membres du personnel qui occupent une fonction enseignante ou une fonction de sélection sont indemnisés pour l'utilisation à des fins professionnelles de leur outil informatique privé et de leur connexion internet privée au titre de remboursement de frais propres à l'employeur, sauf s'ils bénéficient déjà d'une telle indemnité en application des articles 6, § 2, et 20, § 2, alinéa 1er, du décret du 14 mars 2019 portant diverses dispositions relatives à l'organisation du travail des membres du personnel de l'enseignement et octroyant plus de souplesse organisationnelle aux Pouvoirs organisateurs ou de l'article 112bis du décret du 16 avril 1991 organisant l'Enseignement pour Adultes.
Cette indemnisation leur est octroyée selon les mêmes modalités et conditions que celles prévues aux articles 6, § 2, alinéa 2, et 20, § 2, alinéa 2, du décret du 14 mars 2019 précité. ".
HOOFDSTUK 3. - De digitale apparatuur van de directies van het Leerplichtonderwijs, het Volwassenenonderwijs en het Secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan
CHAPITRE 3. - De l'équipement numérique des directions de l'Enseignement obligatoire, de l'Enseignement pour Adultes et de l'Enseignement secondaire artistique à horaire réduit
Art. 77. In Titel II van het decreet van 2 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de directeurs en directrices in het onderwijs, wordt een Hoofdstuk VII ingevoegd als volgt:
"Hoofdstuk VII. - Terbeschikkingstelling van laptops
"Art. 34bis. - De inrichtingen voor Leerplichtonderwijs, Volwassenenonderwijs en Secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan krijgen om de 5 jaar een laptop verstrekt door het ETNIC, krachtens artikel 3, § 1, 1° van het decreet van 25 oktober 2018 betreffende het "Entreprise publique des Technologies nouvelles de l'Information et de la Communication de la Communauté française (ETNIC)" (Overheidsbedrijf voor Nieuwe Informatie- en Communicatietechnologieën van de Franse Gemeenschap). De laptop wordt ter beschikking gesteld voor professioneel gebruik opdat de persoon die de directiebevoegdheden uitoefent de in hoofdstuk I vastgelegde opdrachten kan vervullen.
Elk jaar moet een lijst worden opgesteld van de scholen die voor deze uitrol worden beoogd.".
"Hoofdstuk VII. - Terbeschikkingstelling van laptops
"Art. 34bis. - De inrichtingen voor Leerplichtonderwijs, Volwassenenonderwijs en Secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan krijgen om de 5 jaar een laptop verstrekt door het ETNIC, krachtens artikel 3, § 1, 1° van het decreet van 25 oktober 2018 betreffende het "Entreprise publique des Technologies nouvelles de l'Information et de la Communication de la Communauté française (ETNIC)" (Overheidsbedrijf voor Nieuwe Informatie- en Communicatietechnologieën van de Franse Gemeenschap). De laptop wordt ter beschikking gesteld voor professioneel gebruik opdat de persoon die de directiebevoegdheden uitoefent de in hoofdstuk I vastgelegde opdrachten kan vervullen.
Elk jaar moet een lijst worden opgesteld van de scholen die voor deze uitrol worden beoogd.".
Art. 77. Dans le Titre II du décret du 2 février 2007 fixant le statut des directeurs et directrices dans l'enseignement, il est inséré un Chapitre VII rédigé comme suit :
" Chapitre VII. - De la mise à disposition d'ordinateurs portables
Art. 34bis. - Les établissements d'Enseignement obligatoire, d'Enseignement pour Adultes et d'Enseignement secondaire artistique à horaire réduit reçoivent, tous les 5 ans, un ordinateur portable fourni par l'ETNIC en vertu de l'article 3, § 1er, 1°, du décret du 25 octobre 2018 relatif à l'Entreprise publique des Technologies Numériques de l'Information et de la Communication de la Communauté française (ETNIC). L'ordinateur est mis à la disposition pour un usage professionnel de la personne qui exerce les prérogatives de la direction, afin d'accomplir les missions définies au Chapitre Ier.
Chaque année, doit être établie la liste des écoles visées par le déploiement. ".
" Chapitre VII. - De la mise à disposition d'ordinateurs portables
Art. 34bis. - Les établissements d'Enseignement obligatoire, d'Enseignement pour Adultes et d'Enseignement secondaire artistique à horaire réduit reçoivent, tous les 5 ans, un ordinateur portable fourni par l'ETNIC en vertu de l'article 3, § 1er, 1°, du décret du 25 octobre 2018 relatif à l'Entreprise publique des Technologies Numériques de l'Information et de la Communication de la Communauté française (ETNIC). L'ordinateur est mis à la disposition pour un usage professionnel de la personne qui exerce les prérogatives de la direction, afin d'accomplir les missions définies au Chapitre Ier.
Chaque année, doit être établie la liste des écoles visées par le déploiement. ".
TITEL VIII. - Bepalingen betreffende de verzelfstandiging van de inrichtingen
TITRE VIII. - Dispositions relatives à l'autonomisation des établissements
Art. 78. In artikel 20 van het decreet van 29 juli 1992 houdende organisatie van het secundair onderwijs met volledig leerplan, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 31 maart 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "ten belope van maximaal 5%" geschrapt;
2° in § 1 worden het tweede en vierde lid geschrapt;
3° in § 4, worden in het eerste, tweede en vierde lid de woorden "3%" vervangen door de woorden "5%".
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "ten belope van maximaal 5%" geschrapt;
2° in § 1 worden het tweede en vierde lid geschrapt;
3° in § 4, worden in het eerste, tweede en vierde lid de woorden "3%" vervangen door de woorden "5%".
Art. 78. A l'article 20 du décret du 29 juillet 1992 portant organisation de l'enseignement secondaire de plein exercice, tel que modifié en dernier lieu par décret du 31 mars 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 1er, alinéa 1er, les termes " à hauteur d'un maximum de 5% " sont supprimés ;
2° au § 1er, les alinéas 2 et 4 sont supprimés ;
3° au § 4, alinéas 1er, 2 et 4, les termes " 3% " sont remplacés par les termes " 5% ".
1° au § 1er, alinéa 1er, les termes " à hauteur d'un maximum de 5% " sont supprimés ;
2° au § 1er, les alinéas 2 et 4 sont supprimés ;
3° au § 4, alinéas 1er, 2 et 4, les termes " 3% " sont remplacés par les termes " 5% ".
TITEL IX. - Bepalingen betreffende de digitale ondersteuning
TITRE IX. - Dispositions relatives au soutien du numérique
HOOFDSTUK 1. - De ondersteuning voor de minimale digitale apparatuur in het lager en basisonderwijs
CHAPITRE 1er. - Du soutien à l'équipement numérique minimal dans l'enseignement fondamental et primaire
Art. 79. Het bedrag dat per 1 december 2025 beschikbaar was sub DO 12 PA 15 AB 0110 betreffende de voorziening voor de digitale strategie in het onderwijs wordt via een subsidie of dotatie toegekend aan de inrichtingen voor het lager en basisonderwijs die minimaal lager onderwijs organiseren en tussen 15 en 30 november 2025 geldig antwoordden op een online deelnemingsformulier.
Art. 79. Le montant disponible au 1er décembre 2025 sur la DO 12 PA 15 AB 0110 relative à la provision pour la stratégie numérique dans l'enseignement est alloué via une subvention ou une dotation aux établissements de l'enseignement fondamental et primaire organisant a minima de l'enseignement primaire et ayant répondu valablement entre le 15 et le 30 novembre 2025 à un formulaire de participation en ligne.
Art. 80. Deze subsidie of dotatie wordt op 10 december 2025 voor 100% vooruitbetaald aan de in artikel 77 bedoelde begunstigden volgens de volgende verdeelsleutel:
- een vast forfaitair bedrag van 2.000 euro per inrichting;
- een variabel deel berekend volgens het op 15 januari 2025 vastgestelde leerlingenbestand lager onderwijs..
Het forfaitaire deel wordt per 1 december 2025 in mindering gebracht van de beschikbare begroting. De rest wordt verdeeld over alle scholen die minimaal lager onderwijs organiseren a rato van het leerlingenbestand lager onderwijs.
- een vast forfaitair bedrag van 2.000 euro per inrichting;
- een variabel deel berekend volgens het op 15 januari 2025 vastgestelde leerlingenbestand lager onderwijs..
Het forfaitaire deel wordt per 1 december 2025 in mindering gebracht van de beschikbare begroting. De rest wordt verdeeld over alle scholen die minimaal lager onderwijs organiseren a rato van het leerlingenbestand lager onderwijs.
Art. 80. Cette subvention ou dotation est versée de manière anticipative à hauteur de 100% le 10 décembre 2025 aux bénéficiaires visés à l'article 77 selon la clé de répartition suivantes :
- une partie forfaitaire fixe de 2.000 euros par établissement ;
- une partie variable calculée en fonction de la population scolaire primaire déterminée au 15 janvier 2025.
Le budget disponible au 1er décembre 2025 est diminué de la partie forfaitaire. Le reste est réparti entre toutes les écoles organisant a minima de l'enseignement primaire au prorata de la population scolaire primaire.
- une partie forfaitaire fixe de 2.000 euros par établissement ;
- une partie variable calculée en fonction de la population scolaire primaire déterminée au 15 janvier 2025.
Le budget disponible au 1er décembre 2025 est diminué de la partie forfaitaire. Le reste est réparti entre toutes les écoles organisant a minima de l'enseignement primaire au prorata de la population scolaire primaire.
Art. 81. Deze subsidie of dotatie is uitsluitend bedoeld om de begunstigden in staat te stellen de kosten te dekken met betrekking tot de aankoop van digitale apparatuur als toelaatbare kosten volgens de lijst vastgelegd in artikel 80, evenals het sluiten van een verzekeringspolis voor deze apparatuur die door de school is aangeschaft, en de opleiding en naverkoopdienst door de leverancier.
Art. 81. Cette subvention ou dotation est exclusivement destinée à permettre aux bénéficiaires de couvrir les frais relatifs à l'acquisition d'équipement numérique au titre de dépenses admises selon la liste arrêtée à l'article 80 ainsi que la souscription d'une police d'assurance de cet équipement acquis par l'école et la formation à la prise en main et le service après-vente par le fournisseur.
Art. 82. De volgende digitale apparatuur kan binnen het kader van de toelaatbare kosten ressorteren:
1. hybride pc's bestemd voor de leerlingen;
2. tablets bestemd voor de leerlingen;
3. robots om te leren programmeren;
4. projector/beamer;
5. luidspreker/baffle (multimediakit);
6. interactief whiteboard (TBI) of interactieve tv (TVI);
7. pc bestemd voor de klas.
1. hybride pc's bestemd voor de leerlingen;
2. tablets bestemd voor de leerlingen;
3. robots om te leren programmeren;
4. projector/beamer;
5. luidspreker/baffle (multimediakit);
6. interactief whiteboard (TBI) of interactieve tv (TVI);
7. pc bestemd voor de klas.
Art. 82. L'équipement numérique pouvant rentrer dans le cadre des dépenses admises est le suivant :
1. PCs convertibles à destination des élèves ;
2. tablettes à destination des élèves ;
3. robots permettant l'apprentissage à la programmation ;
4. projecteurs/beamer ;
5. haut-parleur/baffle (kit multimédia) ;
6. tableau blanc interactif (TBI) ou télévision interactive (TVI) ;
7. PC à destination de la classe.
1. PCs convertibles à destination des élèves ;
2. tablettes à destination des élèves ;
3. robots permettant l'apprentissage à la programmation ;
4. projecteurs/beamer ;
5. haut-parleur/baffle (kit multimédia) ;
6. tableau blanc interactif (TBI) ou télévision interactive (TVI) ;
7. PC à destination de la classe.
Art. 83. Het gebruik van de dotatie of subsidie wordt gewettigd door de overlegging aan de diensten van de Regering, uiterlijk op 31 december 2026, van de facturen die de aankoop van de apparatuur aantonen en van de documenten die de naleving van de wetgeving inzake overheidsopdrachten bewijzen.
De voorwaarden voor de indiening van de bewijsstukken en het begeleidende formulier worden door de diensten van de Regering gepreciseerd.
Indien de vooruit ontvangen dotatie of subsidie niet uiterlijk op 31 december 2026 werd verantwoord, moet de betrokken school het niet aan de Franse Gemeenschap verantwoorde deel terugbetalen zodra de diensten van de Regering de afrekening ontvangen.
De voorwaarden voor de indiening van de bewijsstukken en het begeleidende formulier worden door de diensten van de Regering gepreciseerd.
Indien de vooruit ontvangen dotatie of subsidie niet uiterlijk op 31 december 2026 werd verantwoord, moet de betrokken school het niet aan de Franse Gemeenschap verantwoorde deel terugbetalen zodra de diensten van de Regering de afrekening ontvangen.
Art. 83. La justification de l'utilisation de la dotation ou subvention se fait sur présentation auprès des Services du Gouvernement des factures prouvant l'achat du matériel et des documents prouvant le respect de la législation sur les marchés publics et ce, au plus tard le 31 décembre 2026.
Les modalités de remise des justificatifs ainsi que le formulaire accompagnant ceux-ci sont précisés par les services du Gouvernement.
Si la dotation ou subvention perçue d'avance n'est pas justifiée pour le 31 décembre 2026 au plus tard, l'école concernée rembourse la partie non justifiée à la Communauté française dès réception du décompte par les Services du Gouvernement.
Les modalités de remise des justificatifs ainsi que le formulaire accompagnant ceux-ci sont précisés par les services du Gouvernement.
Si la dotation ou subvention perçue d'avance n'est pas justifiée pour le 31 décembre 2026 au plus tard, l'école concernée rembourse la partie non justifiée à la Communauté française dès réception du décompte par les Services du Gouvernement.
Art. 84. Om voor vergoeding aanvaard te worden, moet de bestelling bij de leverancier geplaatst worden tussen de uitkering van de subsidie of dotatie en 10 december 2026.
Art. 84. Pour être accepté à la prise en charge, la commande doit être effectuée auprès du fournisseur entre le versement de la subvention ou dotation et le 10 décembre 2026.
Art. 85. Het dossier met daarin de originele aankoopfacturen, de uitgeschreven overheidsopdrachten om van de subsidie of dotatie te profiteren, de bewijzen die het gebruik van bestaande aankoopcentrales van opdrachten aantonen, en de bewijzen van de verzekeringspolissen gesloten voor het materieel, moet in het kader van de subsidie of dotatie door de begunstigde inrichtingen ter beschikking van de diensten van de Regering gehouden worden.
Art. 85. Dans le cadre de la subvention ou dotation, les établissements bénéficiaires gardent à disposition des services du Gouvernement, le dossier contenant les originaux des factures d'achats, les marchés publics mobilisés pour bénéficier de la subvention ou de la dotation, les preuves d'utilisation de centrales d'achats de marchés existantes, ainsi que les preuves des souscriptions de polices d'assurances prises pour le matériel.
HOOFDSTUK 2. - De ondersteuning van proefprojecten die op artificiële intelligentie betrekking hebben
CHAPITRE 2. - Du soutien à des projets pilotes portant sur l'Intelligence Artificielle
Art. 86. Gedurende een proefperiode die afloopt op 31 december 2026 kan de Regering projecten ondersteunen via de toekenning van een uitzonderlijke dotatie ten gunste van inrichtingen van het georganiseerd onderwijs en een uitzonderlijke subsidie ten gunste van inrichtingen van het gesubsidieerd onderwijs, het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, en via een wetenschappelijke ondersteuning tijdens de proefperiode. De Regering bepaalt de toekenningscriteria en -voorwaarden voor deze dotatie of subsidie voor een totaal bedrag van maximaal 200.000 euro voor de aanschaf van artificiële intelligentiemiddelen in toepassing van het decreet van 7 februari 2019 met betrekking tot de aanschaf van schoolboeken, digitale hulpmiddelen, pedagogische instrumenten en literatuurboeken, binnen de schoolinrichtingen en voor de wetenschappelijke ondersteuning.
Art. 86. Le Gouvernement peut soutenir des projets pour une période pilote se clôturant au 31 décembre 2026, au travers de l'octroi d'une dotation exceptionnelle en faveur d'établissements de l'enseignement organisé et une subvention exceptionnelle en faveur d'établissements de l'enseignement subventionné, de l'enseignement fondamental, secondaire, ordinaire et spécialisé et au travers d'un appui scientifique durant la période pilote. Le Gouvernement détermine les critères et modalités d'octroi de cette dotation ou subvention d'un montant total maximum de 200.000 euros portant sur l'acquisition d'outils d'intelligence artificielle en application du décret du 7 février 2019 relatif à l'acquisition de manuels scolaires, de ressources numériques, d'outils et de matériels pédagogiques et de livres de littérature, au sein des établissements scolaires et portant sur l'appui scientifique.
TITEL X. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving
TITRE X. - Dispositions modifiant la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement
Art. 87. In artikel 3, § 3, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 11 december 2024, wordt in het tiende lid, punt 16° zoals ingevoegd bij het decreet van 14 december 2022, als volgt vervangen:
"16° van 0,473% van 2023 tot 2024, met uitzondering van de forfaitaire dotaties bedoeld in het vijfde lid, 17° ".
"16° van 0,473% van 2023 tot 2024, met uitzondering van de forfaitaire dotaties bedoeld in het vijfde lid, 17° ".
Art. 87. A l'article 3, § 3, de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement, tel que modifié en dernier lieu par le décret du 11 décembre 2024, l'alinéa 10, le 16°, tel qu'inséré par le décret du 14 décembre 2022, est remplacé par ce qui suit :
" 16° de 0,473% de 2023 à 2024, à l'exception des dotations forfaitaires visées à l'alinéa 5, 17° ".
" 16° de 0,473% de 2023 à 2024, à l'exception des dotations forfaitaires visées à l'alinéa 5, 17° ".
Art. 88. In artikel 3, § 3bis, van dezelfde wet worden het achtste en negende lid, zoals ingevoegd bij het decreet van 18 januari 2024, als volgt vervangen:
"Vanaf 1 januari 2025 wordt, volgens dezelfde bepalingen als in het voorgaande lid, een bijkomend bedrag opgenomen dat overeenstemt met de helft van het verschil tussen de gemiddelde jaarlijkse kosten van een tot de stage toegelaten of vast benoemd lid van het arbeids- of meesterpersoneel en het bedrag van het voorgaande lid. De gemiddelde jaarlijkse kosten worden vastgesteld door de totale jaarlijkse kosten van het voorgaande jaar van het arbeids- of meesterpersoneel van de onderwijsinrichtingen georganiseerd door de Franse Gemeenschap die stage lopen of vast benoemd zijn met inbegrip van de voorbereiders, te delen door het gemiddelde jaarlijkse aantal voltijdse equivalenten dat zij in hetzelfde jaar vertegenwoordigden voor alle inrichtingen. In 2026 wordt een bijkomende helft afgehouden.".
"Vanaf 1 januari 2025 wordt, volgens dezelfde bepalingen als in het voorgaande lid, een bijkomend bedrag opgenomen dat overeenstemt met de helft van het verschil tussen de gemiddelde jaarlijkse kosten van een tot de stage toegelaten of vast benoemd lid van het arbeids- of meesterpersoneel en het bedrag van het voorgaande lid. De gemiddelde jaarlijkse kosten worden vastgesteld door de totale jaarlijkse kosten van het voorgaande jaar van het arbeids- of meesterpersoneel van de onderwijsinrichtingen georganiseerd door de Franse Gemeenschap die stage lopen of vast benoemd zijn met inbegrip van de voorbereiders, te delen door het gemiddelde jaarlijkse aantal voltijdse equivalenten dat zij in hetzelfde jaar vertegenwoordigden voor alle inrichtingen. In 2026 wordt een bijkomende helft afgehouden.".
Art. 88. A l'article 3, § 3bis, de la même loi, les alinéas 8 et 9, tels qu'insérés par le décret du 18 janvier 2024, sont remplacés par ce qui suit :
" A partir du 1er janvier 2025, il est prélevé, selon les mêmes dispositions que l'alinéa précédent, un montant complémentaire correspondant à une moitié de la différence entre le coût annuel moyen d'un membre du personnel ouvrier ou de maîtrise admis au stage ou nommé à titre définitif et le montant de l'alinéa précédent. Le coût annuel moyen est établi en divisant le coût annuel global de l'année précédente des personnels ouvriers ou de maîtrise des établissements de l'Enseignement organisé par la Communauté française en stage ou nommés à titre définitif, en ce compris les préparateurs, par le nombre annuel moyen d'équivalents temps plein qu'ils ont représenté au cours de la même année pour l'ensemble des établissements. Il est prélevé, en 2026, une moitié complémentaire. ".
" A partir du 1er janvier 2025, il est prélevé, selon les mêmes dispositions que l'alinéa précédent, un montant complémentaire correspondant à une moitié de la différence entre le coût annuel moyen d'un membre du personnel ouvrier ou de maîtrise admis au stage ou nommé à titre définitif et le montant de l'alinéa précédent. Le coût annuel moyen est établi en divisant le coût annuel global de l'année précédente des personnels ouvriers ou de maîtrise des établissements de l'Enseignement organisé par la Communauté française en stage ou nommés à titre définitif, en ce compris les préparateurs, par le nombre annuel moyen d'équivalents temps plein qu'ils ont représenté au cours de la même année pour l'ensemble des établissements. Il est prélevé, en 2026, une moitié complémentaire. ".
TITEL XI. - Bepalingen inzake opleiding
TITRE XI. - Dispositions en matière de formation
Art. 89. In artikel 6.1.8-1 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, wordt in § 3, het eerste lid, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 31 maart 2022, aangevuld als volgt:
"Vanaf het jaar 2025 worden deze kredieten verminderd met 1.000.000 euro."
"Vanaf het jaar 2025 worden deze kredieten verminderd met 1.000.000 euro."
Art. 89. A l'article 6.1.8-1 du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire, tel que modifié en dernier lieu par le décret du 31 mars 2022, le § 3, alinéa 1er, est complété par ce qui suit :
" A partir de l'année 2025, ces crédits sont diminués de 1.000.000 euros ".
" A partir de l'année 2025, ces crédits sont diminués de 1.000.000 euros ".
Art. 90. In artikel 12 van het decreet van 28 maart 2019 betreffende de steun- en begeleidingscellen van het door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs en het statuut van steun- en begeleidingsadviseurs, zoals gewijzigd bij het decreet van 25 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht
1° tussen het eerste en tweede lid wordt een lid ingevoegd als volgt:
"Voor het schooljaar 2025-2026 mag WBE of elke federatie van inrichtende machten beslissen om een deel van haar dotatie of subsidie te gebruiken als aanvulling op haar deel van de begroting bestemd voor de voortgezette beroepsopleiding bedoeld in artikel 6.1.8-1, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek, en dat deel toe te wijzen, voor het netniveau, aan de organisatie van opleidingen die voldoen aan de collectieve behoeften gedefinieerd in artikel 6.1.3-8 van het Wetboek en opleidingen die voldoen aan de individuele behoeften gedefinieerd in artikel 6.1.3-11 van het Wetboek. Volgens de voorwaarden vastgelegd in de in artikel 14 bedoelde overeenkomst deelt WBE of de federatie van inrichtende machten de diensten van de Regering mee welk bedrag als aanvulling toegewezen werd aan de begroting bestemd voor de voortgezette beroepsopleiding, waarbij dat bedrag niet meer mag bedragen dan tien percent van de in het eerste lid bedoelde jaarlijkse subsidie.";
2° in het laatste lid worden de woorden "in het tweede lid" vervangen door de woorden "in het derde lid".
1° tussen het eerste en tweede lid wordt een lid ingevoegd als volgt:
"Voor het schooljaar 2025-2026 mag WBE of elke federatie van inrichtende machten beslissen om een deel van haar dotatie of subsidie te gebruiken als aanvulling op haar deel van de begroting bestemd voor de voortgezette beroepsopleiding bedoeld in artikel 6.1.8-1, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek, en dat deel toe te wijzen, voor het netniveau, aan de organisatie van opleidingen die voldoen aan de collectieve behoeften gedefinieerd in artikel 6.1.3-8 van het Wetboek en opleidingen die voldoen aan de individuele behoeften gedefinieerd in artikel 6.1.3-11 van het Wetboek. Volgens de voorwaarden vastgelegd in de in artikel 14 bedoelde overeenkomst deelt WBE of de federatie van inrichtende machten de diensten van de Regering mee welk bedrag als aanvulling toegewezen werd aan de begroting bestemd voor de voortgezette beroepsopleiding, waarbij dat bedrag niet meer mag bedragen dan tien percent van de in het eerste lid bedoelde jaarlijkse subsidie.";
2° in het laatste lid worden de woorden "in het tweede lid" vervangen door de woorden "in het derde lid".
Art. 90. Dans l'article 12 du décret du 28 mars 2019 relatif aux cellules de soutien et d'accompagnement de l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française et au statut des conseillers au soutien et à l'accompagnement, tel que modifié par le décret du 25 mars 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un alinéa rédigé comme suit entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 :
" Pour l'année scolaire 2025-2026, WBE ou chaque fédération de pouvoirs organisateurs peut décider d'utiliser une partie de sa dotation ou de sa subvention pour renforcer sa part du budget dédié à la formation professionnelle continue visé à l'article 6.1.8-1, § 1er, alinéa 1er, 2°, du Code en l'affectant à l'organisation, pour le niveau réseau, de formations répondant à des besoins collectifs définie à l'article 6.1.3-8 du Code et de formations répondant à des besoins personnalisés définie à l'article 6.1.3-11 du Code. WBE ou la fédération de pouvoirs organisateurs communique aux services du Gouvernement, selon les modalités fixées dans le contrat visé à l'article 14, le montant affecté au renforcement du budget dédié à la formation professionnelle continue, lequel ne peut pas excéder 10 pourcents de la subvention annuelle visée à l'alinéa 1er. " ;
2° dans le dernier alinéa, les mots " à l'alinéa 2 " sont remplacés par les mots " à l'alinéa 3 ".
1° il est inséré un alinéa rédigé comme suit entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 :
" Pour l'année scolaire 2025-2026, WBE ou chaque fédération de pouvoirs organisateurs peut décider d'utiliser une partie de sa dotation ou de sa subvention pour renforcer sa part du budget dédié à la formation professionnelle continue visé à l'article 6.1.8-1, § 1er, alinéa 1er, 2°, du Code en l'affectant à l'organisation, pour le niveau réseau, de formations répondant à des besoins collectifs définie à l'article 6.1.3-8 du Code et de formations répondant à des besoins personnalisés définie à l'article 6.1.3-11 du Code. WBE ou la fédération de pouvoirs organisateurs communique aux services du Gouvernement, selon les modalités fixées dans le contrat visé à l'article 14, le montant affecté au renforcement du budget dédié à la formation professionnelle continue, lequel ne peut pas excéder 10 pourcents de la subvention annuelle visée à l'alinéa 1er. " ;
2° dans le dernier alinéa, les mots " à l'alinéa 2 " sont remplacés par les mots " à l'alinéa 3 ".
DEEL II. - Bepaling betreffende de instanties die onder de consolidatiekring van de Federatie Wallonië-Brussel vallen
Partie II. - Disposition relative aux organismes relevant du périmètre de consolidation de la Fédération Wallonie-Bruxelles
Art. 91. In artikel 38 van het bijzonder decreet van 7 februari 2019 tot oprichting van de overheidsinrichting belast met het ambt van inrichtende macht voor het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap, wordt het vijfde lid vervangen door een nieuw lid dat als volgt is opgesteld: "voor de jaren 2025 tot en met 2029 worden de in dit artikel bedoelde bedragen niet langer geïndexeerd.".
Art. 91. A l'article 38, du décret spécial du 7 février 2019 portant création de l'organisme public chargé de la fonction de Pouvoir organisateur de l'Enseignement organisé par la Communauté française, l'alinéa 5 est remplacé par un nouvel alinéa rédigé comme suit : " pour les années 2025 à 2029, les montants visés par le présent article ne sont plus indexés. "
DEEL III. - Bepalingen betreffende het Hoger onderwijs
PARTIE III. - Dispositions relatives à l'Enseignement supérieur
TITEL I. - Bepaling tot wijziging van de begroting bestemd voor onderzoek in Hogere kunstscholen
TITRE Ier. - Disposition modifiant le budget dédié à la recherche en Ecoles Supérieures des Arts
Art. 92. Een eenmalige subsidie van 60.000 euro wordt toegekend om bij te dragen aan de verspreiding van onderzoek in Hogere kunstscholen gedurende de jaren 2025 en 2026. Deze subsidie wordt toegekend aan de vzw Art/Recherche, gelegen in de Rue de Blocry 5 in 1348 Louvain-la-Neuve.
De toegestane kosten in het kader van deze eenmalige subsidie zijn de personeelskosten en aanschaffings- of huurkosten voor materiaal.
Een eerste schijf van 48.000 euro wordt uitgekeerd bij de inwerkingtreding van dit decreet. Het saldo wordt uitgekeerd op vertoon, uiterlijk op 31 december 2026, van een voor waar en echt verklaarde schuldverklaring vergezeld van een financieel en activiteitenrapport, net als van alle vereiste bewijsstukken.
De toegestane kosten in het kader van deze eenmalige subsidie zijn de personeelskosten en aanschaffings- of huurkosten voor materiaal.
Een eerste schijf van 48.000 euro wordt uitgekeerd bij de inwerkingtreding van dit decreet. Het saldo wordt uitgekeerd op vertoon, uiterlijk op 31 december 2026, van een voor waar en echt verklaarde schuldverklaring vergezeld van een financieel en activiteitenrapport, net als van alle vereiste bewijsstukken.
Art. 92. Une subvention unique de 60.000 euros est allouée pour contribuer à la dissémination des recherches en Ecoles supérieures des Arts durant les années 2025 et 2026. Cette subvention est allouée à l'asbl Art/Recherche, sise Rue de Blocry 5 à 1348 Louvain-la-Neuve.
Les dépenses admissibles dans le cadre de cette subvention unique sont les frais de personnel, d'achat ou de location de matériel.
Une première tranche de 48.000 euros est liquidée à l'entrée en vigueur du présent décret. Le solde est liquidé sur présentation, au plus tard le 31 décembre 2026, d'une déclaration de créance certifié sincère et véritable accompagnée d'un rapport d'activité et financier ainsi que de toutes les pièces justificatives requises.
Les dépenses admissibles dans le cadre de cette subvention unique sont les frais de personnel, d'achat ou de location de matériel.
Une première tranche de 48.000 euros est liquidée à l'entrée en vigueur du présent décret. Le solde est liquidé sur présentation, au plus tard le 31 décembre 2026, d'une déclaration de créance certifié sincère et véritable accompagnée d'un rapport d'activité et financier ainsi que de toutes les pièces justificatives requises.
TITEL II. - Bepaling ter ondersteuning van de strijd tegen intimidatie, seksueel en gendergerelateerd geweld en discriminatie in het hoger onderwijs
TITRE II. - Disposition visant à soutenir la lutte contre le harcèlement, les violences sexuelles et sexistes, et les discriminations dans l'enseignement supérieur
Art. 93. Voor het begrotingsjaar 2025 wordt een financiering van één miljoen euro toegekend aan de inrichtingen voor hoger onderwijs met volledig leerplan en de academische polen bedoeld in artikel 15, § 1, eerste lid, 55°, van het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies Deze financiering is bedoeld om
1° 0,3 fte te financieren per inrichting voor hoger onderwijs met volledig leerplan die tot 5.000 regelmatig ingeschreven studenten telt, en 0,5 fte per inrichting voor hoger onderwijs met volledig leerplan die meer dan 5.000 regelmatig ingeschreven studenten telt, ingezet in het interne beleid om een sereen leerklimaat voor studenten en studentes te waarborgen;
2° een bedrag van 35.000 euro toe te kennen aan de Cel SAFESA zodat ze haar preventie- en sensibiliseringsacties verder kan ontwikkelen en individuele psychologische consultaties kan aanbieden aan studenten en studentes die geconfronteerd worden met intimidatie, discriminatie of gendergerelateerd of seksueel geweld;
3° een bedrag van 120.000 euro toe te kennen aan elke academische pool zodat ze luisterplekken kan ontwikkelen die onafhankelijk zijn van de inrichtingen voor hoger onderwijs met volledig leerplan en een beleid kan uitwerken in de strijd tegen intimidatie, discriminatie en gendergerelateerd of seksueel geweld;
4° de networking van Intimidatiecontactpunten te organiseren voor een bedrag van 10.000 euro om operationele synergiën tussen de verschillende belanghebbenden te creëren.
Voor de in het eerste lid, 1°, bedoelde fte's zijn de bepalingen van artikel 13 van het programmadecreet van 19 juli 2017 houdende verschillende maatregelen inzake hoger onderwijs en onderzoek, cultuur, begrotingsfondsen, schoolgebouwen, jeugd van toepassing, naar analogie.
De inrichtende macht kan alle of een deel van haar fte's op haar niveau mutualiseren via een arbeidsovereenkomst geregeld door de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten of via een opdrachtmissie voorzien door het decreet van 24 juni 1996 houdende regeling van de opdrachten, verloven wegens opdracht en terbeschikkingstelling wegens opdracht in het door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs.
Het gebruik van de middelen maakt het voorwerp uit van een specifieke controle door de Commissarissen en Afgevaardigden van de Regering bij de Universiteiten, Hogescholen en Hogere kunstscholen. De Regeringscommissarissen bij de academische polen zijn belast met de controle op de subsidie voorzien in het eerste lid, 3° ; De Algemene directie Hoger onderwijs, levenslang leren en wetenschappelijk onderzoek is belast met de controle van het eerste lid, 2° en 4°.
De specifieke controle betreft zowel de verwezenlijking van de doelstellingen als de effectiviteit van de uitgaven.
1° 0,3 fte te financieren per inrichting voor hoger onderwijs met volledig leerplan die tot 5.000 regelmatig ingeschreven studenten telt, en 0,5 fte per inrichting voor hoger onderwijs met volledig leerplan die meer dan 5.000 regelmatig ingeschreven studenten telt, ingezet in het interne beleid om een sereen leerklimaat voor studenten en studentes te waarborgen;
2° een bedrag van 35.000 euro toe te kennen aan de Cel SAFESA zodat ze haar preventie- en sensibiliseringsacties verder kan ontwikkelen en individuele psychologische consultaties kan aanbieden aan studenten en studentes die geconfronteerd worden met intimidatie, discriminatie of gendergerelateerd of seksueel geweld;
3° een bedrag van 120.000 euro toe te kennen aan elke academische pool zodat ze luisterplekken kan ontwikkelen die onafhankelijk zijn van de inrichtingen voor hoger onderwijs met volledig leerplan en een beleid kan uitwerken in de strijd tegen intimidatie, discriminatie en gendergerelateerd of seksueel geweld;
4° de networking van Intimidatiecontactpunten te organiseren voor een bedrag van 10.000 euro om operationele synergiën tussen de verschillende belanghebbenden te creëren.
Voor de in het eerste lid, 1°, bedoelde fte's zijn de bepalingen van artikel 13 van het programmadecreet van 19 juli 2017 houdende verschillende maatregelen inzake hoger onderwijs en onderzoek, cultuur, begrotingsfondsen, schoolgebouwen, jeugd van toepassing, naar analogie.
De inrichtende macht kan alle of een deel van haar fte's op haar niveau mutualiseren via een arbeidsovereenkomst geregeld door de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten of via een opdrachtmissie voorzien door het decreet van 24 juni 1996 houdende regeling van de opdrachten, verloven wegens opdracht en terbeschikkingstelling wegens opdracht in het door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs.
Het gebruik van de middelen maakt het voorwerp uit van een specifieke controle door de Commissarissen en Afgevaardigden van de Regering bij de Universiteiten, Hogescholen en Hogere kunstscholen. De Regeringscommissarissen bij de academische polen zijn belast met de controle op de subsidie voorzien in het eerste lid, 3° ; De Algemene directie Hoger onderwijs, levenslang leren en wetenschappelijk onderzoek is belast met de controle van het eerste lid, 2° en 4°.
De specifieke controle betreft zowel de verwezenlijking van de doelstellingen als de effectiviteit van de uitgaven.
Art. 93. Un financement d'un million d'euros est octroyé pour l'année budgétaire 2025 aux établissements d'enseignement supérieur de plein exercice et aux pôles académiques visés à l'article 15, § 1er, alinéa 1er, 55° du décret du 7 novembre 2013 définissant le paysage de l'enseignement supérieur et l'organisation académique des études. Ce financement vise à :
1° financer 0,3 ETP par établissement d'enseignement supérieur de plein exercice accueillant jusqu'à 5000 étudiants régulièrement inscrits et 0,5 ETP par établissement d'enseignement supérieur de plein exercice accueillant plus de 5000 étudiants régulièrement inscrits, dédiés aux politiques internes pour garantir un climat d'apprentissage serein pour les étudiantes et étudiants ;
2° octroyer un montant de 35.000 euros à la Cellule SAFESA pour lui permettre de continuer à développer ses actions de prévention, de sensibilisation et d'offrir des consultations psychologiques individuelles aux étudiantes et aux étudiants touchés par des situations de harcèlement, de discrimination ou de violences sexistes ou sexuelles ;
3° octroyer un montant de 120.000 euros à chaque pôle académique pour leur permettre de développer des lieux d'écoute indépendants des établissements d'enseignement supérieur de plein exercice et des politiques de lutte contre le harcèlement, les discriminations ou les violences sexistes ou sexuelles ;
4° organiser pour un montant de 10.000 euros la mise en réseau des Points de Contact Harcèlement afin de créer des synergies opérationnelles entre les différents intervenants.
Pour les ETP visés à l'alinéa 1er, 1°, les dispositions de l'article 13 du décret-programme du 19 juillet 2017 portant diverses mesures relatives à l'enseignement supérieur et à la Recherche, à la Culture, aux Fonds budgétaires, aux Bâtiments scolaires, à la Jeunesse leurs sont applicables, par analogie.
Le pouvoir organisateur peut mutualiser tout ou partie de ses ETP à son niveau via un contrat de travail régi par les dispositions de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail ou via une charge de mission prévue par le décret du 24 juin 1996 portant réglementation des missions, des congés pour mission et les mises en disponibilité pour mission spéciale dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française.
L'utilisation des moyens fait l'objet d'un contrôle spécifique des Commissaires et Délégués du Gouvernement auprès des Universités, Hautes Ecoles et Ecoles supérieures des Arts pour l'alinéa 1er ; 1°. Les Commissaires au Gouvernement auprès des pôles académiques sont en charge du contrôle de la subvention prévue à l'alinéa 1er ; 3°. La Direction générale de l'Enseignement supérieur, de l'Enseignement tout au long de la vie et de la Recherche scientifique ayant la charge du contrôle de l'alinéa 1er 2° et 4°.
Le contrôle spécifique porte à la fois sur l'atteinte des objectifs et l'effectivité de la dépense.
1° financer 0,3 ETP par établissement d'enseignement supérieur de plein exercice accueillant jusqu'à 5000 étudiants régulièrement inscrits et 0,5 ETP par établissement d'enseignement supérieur de plein exercice accueillant plus de 5000 étudiants régulièrement inscrits, dédiés aux politiques internes pour garantir un climat d'apprentissage serein pour les étudiantes et étudiants ;
2° octroyer un montant de 35.000 euros à la Cellule SAFESA pour lui permettre de continuer à développer ses actions de prévention, de sensibilisation et d'offrir des consultations psychologiques individuelles aux étudiantes et aux étudiants touchés par des situations de harcèlement, de discrimination ou de violences sexistes ou sexuelles ;
3° octroyer un montant de 120.000 euros à chaque pôle académique pour leur permettre de développer des lieux d'écoute indépendants des établissements d'enseignement supérieur de plein exercice et des politiques de lutte contre le harcèlement, les discriminations ou les violences sexistes ou sexuelles ;
4° organiser pour un montant de 10.000 euros la mise en réseau des Points de Contact Harcèlement afin de créer des synergies opérationnelles entre les différents intervenants.
Pour les ETP visés à l'alinéa 1er, 1°, les dispositions de l'article 13 du décret-programme du 19 juillet 2017 portant diverses mesures relatives à l'enseignement supérieur et à la Recherche, à la Culture, aux Fonds budgétaires, aux Bâtiments scolaires, à la Jeunesse leurs sont applicables, par analogie.
Le pouvoir organisateur peut mutualiser tout ou partie de ses ETP à son niveau via un contrat de travail régi par les dispositions de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail ou via une charge de mission prévue par le décret du 24 juin 1996 portant réglementation des missions, des congés pour mission et les mises en disponibilité pour mission spéciale dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française.
L'utilisation des moyens fait l'objet d'un contrôle spécifique des Commissaires et Délégués du Gouvernement auprès des Universités, Hautes Ecoles et Ecoles supérieures des Arts pour l'alinéa 1er ; 1°. Les Commissaires au Gouvernement auprès des pôles académiques sont en charge du contrôle de la subvention prévue à l'alinéa 1er ; 3°. La Direction générale de l'Enseignement supérieur, de l'Enseignement tout au long de la vie et de la Recherche scientifique ayant la charge du contrôle de l'alinéa 1er 2° et 4°.
Le contrôle spécifique porte à la fois sur l'atteinte des objectifs et l'effectivité de la dépense.
TITEL III. - Bepaling tot wijziging van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instellingen
TITRE III. - Disposition modifiant la loi du 27 juillet 1971 sur le financement et le contrôle des institutions universitaires
Art. 94. In artikel 29, § 7, van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instellingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht: "Vanaf het begrotingsjaar 2016 en tot en met het begrotingsjaar 2028 worden de bedragen van het vaste deel en het variabele deel van de werkingstoelage voor de universiteiten, zoals vastgesteld in §§ 1 en 2 en geïndexeerd volgens § 4, jaarlijks verhoogd met respectievelijk een bijkomend gecumuleerd bedrag van 600.000 en 1.400.000 euro. Voor de begrotingsjaren 2025, 2026, 2027 en 2028 komen de overeenkomstige bijkomende gecumuleerde bedragen op 300.000 en 700.000 euro.".
In het derde lid worden de woorden "begrotingsjaar 2028" vervangen door "begrotingsjaar 2029".
In het derde lid worden de woorden "begrotingsjaar 2028" vervangen door "begrotingsjaar 2029".
Art. 94. A l'article 29, § 7, de la loi du 27 juillet 1971 sur le financement et le contrôle des institutions universitaires, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit: " A partir de l'année budgétaire 2016 et jusqu'à l'année budgétaire 2028 comprise, les montants de la partie fixe et de la partie variable de l'allocation de fonctionnement pour les universités fixés aux §§ 1er et 2 et indexés suivant le § 4, sont augmentés annuellement de respectivement 600.000 et 1.400.000 euros supplémentaires cumulés Pour les années budgétaires 2025, 2026, 2027 et 2028 les montants supplémentaires cumulés correspondants sont de 300.000 et 700.000 euros. ".
A l'alinéa 3, les termes " l'année budgétaire 2028 " sont remplacés par " l'année budgétaire 2029 ".
A l'alinéa 3, les termes " l'année budgétaire 2028 " sont remplacés par " l'année budgétaire 2029 ".
TITEL IV. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 14 december 2016 tot oprichting van een "Institut de promotion des formations sur l'islam" (Instituut voor de bevordering van de opleidingen over de islam)
TITRE IV. - Disposition modifiant le décret du 14 décembre 2016 portant sur la création d'un Institut de promotion des formations sur l'islam
Art. 95. Aan artikel 15 van het decreet van 14 december 2016 tot oprichting van een Institut de promotion des formations sur l'islam" (Instituut voor de bevordering van de opleidingen over de islam) wordt een tweede lid wordt toegevoegd als volgt:
"Voor het jaar 2025 wordt het krachtens het vorige lid verkregen bedrag verminderd met 172.000 euro. Vanaf datzelfde jaar tot 2029 blijft het bedrag van de dotatie vast en wordt het niet aangepast volgens de gezondheidsindex of een andere index.".
"Voor het jaar 2025 wordt het krachtens het vorige lid verkregen bedrag verminderd met 172.000 euro. Vanaf datzelfde jaar tot 2029 blijft het bedrag van de dotatie vast en wordt het niet aangepast volgens de gezondheidsindex of een andere index.".
Art. 95. A l'article 15 du décret du 14 décembre 2016 portant sur la création d'un Institut de promotion des formations sur l'islam, il est ajouté un second alinéa, rédigé comme suit :
" Pour l'année 2025, le montant obtenu en vertu de l'alinéa précèdent est diminué de 172.000 euros. A partir de cette même année et jusqu'à l'année 2029, le montant de la dotation reste fixe et n'est pas ajusté en fonction de l'indice santé ou de tout autre indice. ".
" Pour l'année 2025, le montant obtenu en vertu de l'alinéa précèdent est diminué de 172.000 euros. A partir de cette même année et jusqu'à l'année 2029, le montant de la dotation reste fixe et n'est pas ajusté en fonction de l'indice santé ou de tout autre indice. ".
DEEL IV. - BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE SCHOOLGEBOUWEN
PARTIE IV. - DISPOSITIONS RELATIVES AUX BATIMENTS SCOLAIRES
TITEL I. - Wijzigingen van de decreten van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en van 27 april 2023 betreffende het uitzonderlijke investeringsplan voor schoolgebouwen aansluitend op de schrapping van de vierde oproep tot projecten
TITRE Ier. - Modifications des décrets du 5 février 1990 relatif aux bâtiments scolaires de l'enseignement non universitaire organisé ou subventionné par la Communauté française et du 27 avril 2023 relatif au plan d'investissement exceptionnel dans les bâtiments scolaires dans le cadre de la suppression du quatrième appel à projets
Art. 96. In artikel 5, § 2 van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, wordt een punt 25° toegevoegd als volgt:
"25° het deel van het saldo bedoeld in artikel 3/1 van het decreet van 27 april 2023 betreffende het uitzonderlijke investeringsplan voor schoolgebouwen".
"25° het deel van het saldo bedoeld in artikel 3/1 van het decreet van 27 april 2023 betreffende het uitzonderlijke investeringsplan voor schoolgebouwen".
Art. 96. Dans l'article 5, § 2 du décret du 5 février 1990 relatif aux bâtiments scolaires de l'enseignement non universitaire organisé ou subventionné par la Communauté française, un 25° libellé comme suit est ajouté :
" 25° la part du solde visé à l'article 3/1 du décret du 27 avril 2023 relatif au plan d'investissement exceptionnel dans les bâtiments scolaires ".
" 25° la part du solde visé à l'article 3/1 du décret du 27 avril 2023 relatif au plan d'investissement exceptionnel dans les bâtiments scolaires ".
Art. 97. In artikel 7, § 2, van hetzelfde decreet wordt een punt 11° toegevoegd als volgt:
"11° het deel van het saldo bedoeld in artikel 3/1 van het decreet van 27 april 2023 betreffende het uitzonderlijke investeringsplan voor schoolgebouwen".
"11° het deel van het saldo bedoeld in artikel 3/1 van het decreet van 27 april 2023 betreffende het uitzonderlijke investeringsplan voor schoolgebouwen".
Art. 97. Dans l'article 7, § 2, du même décret, un 11° libellé comme suit est ajouté :
" 11° la part du solde visé à l'article 3/1 du décret du 27 avril 2023 relatif au plan d'investissement exceptionnel dans les bâtiments scolaires ".
" 11° la part du solde visé à l'article 3/1 du décret du 27 avril 2023 relatif au plan d'investissement exceptionnel dans les bâtiments scolaires ".
Art. 98. In artikel 8/3, § 2, van hetzelfde decreet wordt een punt 4° toegevoegd als volgt:
"4° het deel van het saldo bedoeld in artikel 3/1 van het decreet van 27 april 2023 betreffende het uitzonderlijke investeringsplan voor schoolgebouwen".
"4° het deel van het saldo bedoeld in artikel 3/1 van het decreet van 27 april 2023 betreffende het uitzonderlijke investeringsplan voor schoolgebouwen".
Art. 98. Dans l'article 8/3, § 2, du même décret un 4° libellé comme suit est inséré :
" 4° la part du solde visé à l'article 3/1 du décret du 27 avril 2023 relatif au plan d'investissement exceptionnel dans les bâtiments scolaires ".
" 4° la part du solde visé à l'article 3/1 du décret du 27 avril 2023 relatif au plan d'investissement exceptionnel dans les bâtiments scolaires ".
Art. 99. In artikel 3, § 1, van het decreet van 27 april 2023 betreffende het uitzonderlijke investeringsplan voor schoolgebouwen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid, 4° wordt opgeheven;
2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° het eerste lid, 4° wordt opgeheven;
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 99. Dans l'article 3, § 1er, du décret du 27 avril 2023 relatif au plan d'investissement exceptionnel dans les bâtiments scolaires, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er, 4°, est abrogé ;
2° l'alinéa 2 est abrogé.
1° l'alinéa 1er, 4°, est abrogé ;
2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 100. In artikel 8, § 1, 2° van hetzelfde decreet, wordt de zin "Dit criterium wordt enkel toegepast voor de oproepen tot projecten 1 tot 3, bedoeld in artikel 3, § 1" opgeheven.
Art. 100. Dans l'article 8, § 1er, 2°, du même décret, la phrase " Ce critère n'est appliqué que pour les appels à projets 1 à 3, visés à l'article 3, § 1er " est abrogée.
Art. 101. In artikel 11, § 2 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de eerste zin worden de woorden "het ontbrekende bedrag aangevuld met het saldo bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 4° " vervangen door de woorden "rechtstreeks opgenomen uit de middelen van de dienst met boekhoudkundige autonomie ingesteld bij artikel 20 van het programmadecreet van 14 december 2022 houdende diverse bepalingen bij de initiële begroting 2023";
2° in de tweede zin worden de woorden "en 4° " geschrapt.
1° in de eerste zin worden de woorden "het ontbrekende bedrag aangevuld met het saldo bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 4° " vervangen door de woorden "rechtstreeks opgenomen uit de middelen van de dienst met boekhoudkundige autonomie ingesteld bij artikel 20 van het programmadecreet van 14 december 2022 houdende diverse bepalingen bij de initiële begroting 2023";
2° in de tweede zin worden de woorden "en 4° " geschrapt.
Art. 101. Dans l'article 11, § 2, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans la première phrase, les mots " est comblé au moyen du solde visé à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 4° " sont remplacés par les mots " est prélevé directement dans les ressources du service à comptabilité autonome institué par l'article 20 du décret-programme du 14 décembre 2022 portant diverses dispositions accompagnant le budget initial 2023 " ;
2° dans la seconde phrase, les mots " et 4° " sont abrogés.
1° dans la première phrase, les mots " est comblé au moyen du solde visé à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 4° " sont remplacés par les mots " est prélevé directement dans les ressources du service à comptabilité autonome institué par l'article 20 du décret-programme du 14 décembre 2022 portant diverses dispositions accompagnant le budget initial 2023 " ;
2° dans la seconde phrase, les mots " et 4° " sont abrogés.
Art. 102. In hetzelfde decreet wordt een artikel 3/1 ingevoegd dat als volgt luidt:
"Het saldo van de nog beschikbare middelen voor dit uitzonderlijke investeringsplan na de stap bedoeld in artikel 5, § 1, 3°, b)/ toekenning van een vast akkoord over de gunning, in het kader van de oproepen bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, in de dienst met boekhoudkundige autonomie ingesteld bij artikel 20 van het programmadecreet van 14 december 2022 houdende diverse bepalingen bij de initiële begroting 2023 wordt overgestort naar de fondsen voor de schoolgebouwen opgericht bij het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap bedoeld in respectievelijk artikel 5, 7 en 8/3, naargelang van wat in het tweede lid voorzien is.
Het in het eerste lid bedoelde saldo wordt proportioneel tussen de fondsen verdeeld volgens deze formule:
resultaat per onderwijsnet (in %) = (A x (B - C))
[A]: de percentages gedefinieerd in artikel 3 § 1, vijfde lid, voor elk onderwijsnet;
[B]: het plafond bedoeld in artikel 3, § 1, zesde lid en
[C]: het als volgt berekende percentage: C = d/e
[d]: de middelen verkregen in de stap bedoeld in artikel 5, § 1, 1° b) door de inrichtende machten van het overeenstemmende onderwijsnet;
[e] de som van de akkoorden voor inaanmerkingneming verleend aan de inrichtende machten van alle onderwijsnetten voor de oproepen tot projecten bedoeld in artikel 3, § 1, 2° en 3° ;
Als het resultaat per onderwijsnet negatief is, wordt het resultaat beschouwd als gelijk aan nul.
Omdat de som van de verkregen resultaten niet gelijk is aan 100%, wordt elk resultaat omgezet op een schaal van 100% om het saldo per onderwijsnet te verdelen.
Zijn inbegrepen in het saldo bedoeld in het eerste lid: de bedragen die opnieuw beschikbaar geworden zijn na afloop van de oproepen bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, ingevolge de stopzetting van de projecten door de inrichtende machten of de verminderingen van het bedrag van de subsidies, met inbegrip van de vermindering van de marge van 10% zoals voorzien in artikel 11, 1, of de verminderingen van de interestenlasten van de geprovisioneerde en niet gebruikte bijkomende delen, tussen de uitreiking van het akkoord voor inaanmerkingneming en de eindafrekening, naargelang van wat voorzien is in artikel 5, § 1."
"Het saldo van de nog beschikbare middelen voor dit uitzonderlijke investeringsplan na de stap bedoeld in artikel 5, § 1, 3°, b)/ toekenning van een vast akkoord over de gunning, in het kader van de oproepen bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, in de dienst met boekhoudkundige autonomie ingesteld bij artikel 20 van het programmadecreet van 14 december 2022 houdende diverse bepalingen bij de initiële begroting 2023 wordt overgestort naar de fondsen voor de schoolgebouwen opgericht bij het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap bedoeld in respectievelijk artikel 5, 7 en 8/3, naargelang van wat in het tweede lid voorzien is.
Het in het eerste lid bedoelde saldo wordt proportioneel tussen de fondsen verdeeld volgens deze formule:
resultaat per onderwijsnet (in %) = (A x (B - C))
[A]: de percentages gedefinieerd in artikel 3 § 1, vijfde lid, voor elk onderwijsnet;
[B]: het plafond bedoeld in artikel 3, § 1, zesde lid en
[C]: het als volgt berekende percentage: C = d/e
[d]: de middelen verkregen in de stap bedoeld in artikel 5, § 1, 1° b) door de inrichtende machten van het overeenstemmende onderwijsnet;
[e] de som van de akkoorden voor inaanmerkingneming verleend aan de inrichtende machten van alle onderwijsnetten voor de oproepen tot projecten bedoeld in artikel 3, § 1, 2° en 3° ;
Als het resultaat per onderwijsnet negatief is, wordt het resultaat beschouwd als gelijk aan nul.
Omdat de som van de verkregen resultaten niet gelijk is aan 100%, wordt elk resultaat omgezet op een schaal van 100% om het saldo per onderwijsnet te verdelen.
Zijn inbegrepen in het saldo bedoeld in het eerste lid: de bedragen die opnieuw beschikbaar geworden zijn na afloop van de oproepen bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, ingevolge de stopzetting van de projecten door de inrichtende machten of de verminderingen van het bedrag van de subsidies, met inbegrip van de vermindering van de marge van 10% zoals voorzien in artikel 11, 1, of de verminderingen van de interestenlasten van de geprovisioneerde en niet gebruikte bijkomende delen, tussen de uitreiking van het akkoord voor inaanmerkingneming en de eindafrekening, naargelang van wat voorzien is in artikel 5, § 1."
Art. 102. Dans le même décret, un article 3/1 libellé comme suit est inséré :
" Le solde des ressources encore disponible pour le présent plan d'investissement exceptionnel après l'étape visée à l'article 5, § 1er, 3°, b)/l'octroi des accords fermes sur attribution dans le cadre des appels visés à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°, dans le service à comptabilité autonome institué par l'article 20 du décret-programme du 14 décembre 2022 portant diverses dispositions accompagnant le budget initial 2023, est versé dans les fonds des bâtiments scolaires créés par le décret du 5 février 1990, relatif aux bâtiments scolaires de l'enseignement non universitaire organisé ou subventionné par la Communauté française visé respectivement aux article 5, 7 et 8/3 selon ce que prévoit l'alinéa 2.
Le solde visé à l'alinéa 1er, est réparti entre les fonds proportionnellement suivant la formule suivante :
Produit par réseau d'enseignement (en %) = (A x (B - C))
[A] : les pourcentages définis à l'article 3 § 1er, alinéa 5, pour chaque réseau d'enseignement,
[B] : le plafond visé à l'article 3, § 1, alinéa 6 et
[C] : le pourcentage calculé comme suit : C = d/e
[d] : les moyens obtenus à l'étape visée à l'article 5, § 1er, 1° b) par les pouvoirs organisateurs du réseau d'enseignement correspondant,
[e] La somme des accords d'éligibilité octroyés aux pouvoirs organisateurs de tous les réseaux d'enseignement pour les appels à projets visés à l'article 3, § 1er, 2° et 3°.
Si le produit par réseau d'enseignement est négatif, le produit sera considéré comme nul.
La somme des produits obtenus n'étant pas égal à 100%, chaque produit sera reporté sur une échelle de 100 % pour répartir le solde par réseau d'enseignement.
Sont inclus dans le solde visé à l'alinéa 1er, les montants devenus à nouveau disponibles au terme des appels visés à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°, à la suite des abandons de projets par les pouvoirs organisateurs ou des diminutions du montant des subventions en ce compris la diminution de la marge de 10% telles que prévues à l'article 11, § 1er, ou de diminutions des charges d'intérêts des parts complémentaires prévisionnées et non utilisées, entre la délivrance de l'accord d'éligibilité et le décompte final selon ce que prévoit l'article 5, § 1er ".
" Le solde des ressources encore disponible pour le présent plan d'investissement exceptionnel après l'étape visée à l'article 5, § 1er, 3°, b)/l'octroi des accords fermes sur attribution dans le cadre des appels visés à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°, dans le service à comptabilité autonome institué par l'article 20 du décret-programme du 14 décembre 2022 portant diverses dispositions accompagnant le budget initial 2023, est versé dans les fonds des bâtiments scolaires créés par le décret du 5 février 1990, relatif aux bâtiments scolaires de l'enseignement non universitaire organisé ou subventionné par la Communauté française visé respectivement aux article 5, 7 et 8/3 selon ce que prévoit l'alinéa 2.
Le solde visé à l'alinéa 1er, est réparti entre les fonds proportionnellement suivant la formule suivante :
Produit par réseau d'enseignement (en %) = (A x (B - C))
[A] : les pourcentages définis à l'article 3 § 1er, alinéa 5, pour chaque réseau d'enseignement,
[B] : le plafond visé à l'article 3, § 1, alinéa 6 et
[C] : le pourcentage calculé comme suit : C = d/e
[d] : les moyens obtenus à l'étape visée à l'article 5, § 1er, 1° b) par les pouvoirs organisateurs du réseau d'enseignement correspondant,
[e] La somme des accords d'éligibilité octroyés aux pouvoirs organisateurs de tous les réseaux d'enseignement pour les appels à projets visés à l'article 3, § 1er, 2° et 3°.
Si le produit par réseau d'enseignement est négatif, le produit sera considéré comme nul.
La somme des produits obtenus n'étant pas égal à 100%, chaque produit sera reporté sur une échelle de 100 % pour répartir le solde par réseau d'enseignement.
Sont inclus dans le solde visé à l'alinéa 1er, les montants devenus à nouveau disponibles au terme des appels visés à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°, à la suite des abandons de projets par les pouvoirs organisateurs ou des diminutions du montant des subventions en ce compris la diminution de la marge de 10% telles que prévues à l'article 11, § 1er, ou de diminutions des charges d'intérêts des parts complémentaires prévisionnées et non utilisées, entre la délivrance de l'accord d'éligibilité et le décompte final selon ce que prévoit l'article 5, § 1er ".
TITEL II. - Wijzigingen van de decreten van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en van 30 september 2021 betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht om een financiering buiten de Europese fondsen te voorzien in bepaalde hypotheses
TITRE II. - Modifications des décrets du 5 février 1990 relatif aux bâtiments scolaires de l'enseignement non universitaire organisé ou subventionné par la Communauté française et du 30 septembre 2021 relatif au plan d'investissement dans les bâtiments scolaires établi dans le cadre du plan de reprise et résilience européen afin de prévoir un financement en dehors des fonds européens dans certaines hypothèses
Art. 103. In artikel 5, § 4, 1°, tweede lid, van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, wordt een punt o) toegevoegd als volgt:
"o) 65% van het bedrag van de werken waarvoor het Fonds van de schoolgebouwen van de Franse gemeenschap een principieel financieringsakkoord of een definitief akkoord verkreeg in toepassing van artikel 21 en 22 van het decreet van 30 september 2021 betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht,
- waarvoor de Regering het definitieve akkoord in toepassing van artikel 24, § 1/1, van hetzelfde decreet, niet heeft ingetrokken, en
- die niet kunnen worden gefinancierd in het kader van het totale of gedeeltelijke budget dat definitief door de Europese Unie zal worden toegekend in het kader van het herstel- en veerkrachtplan van de Europese Unie zoals bedoeld in Verordening (EU) 2021/24 ";
"o) 65% van het bedrag van de werken waarvoor het Fonds van de schoolgebouwen van de Franse gemeenschap een principieel financieringsakkoord of een definitief akkoord verkreeg in toepassing van artikel 21 en 22 van het decreet van 30 september 2021 betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht,
- waarvoor de Regering het definitieve akkoord in toepassing van artikel 24, § 1/1, van hetzelfde decreet, niet heeft ingetrokken, en
- die niet kunnen worden gefinancierd in het kader van het totale of gedeeltelijke budget dat definitief door de Europese Unie zal worden toegekend in het kader van het herstel- en veerkrachtplan van de Europese Unie zoals bedoeld in Verordening (EU) 2021/24 ";
Art. 103. Dans l'article 5, § 4, 1°, alinéa 2 du décret du 5 février 1990 relatif aux bâtiments scolaires de l'enseignement non universitaire organisé ou subventionné par la Communauté française, un o) rédigé comme suit est ajouté :
" o) 65% du montant des travaux pour lesquels le Fonds des bâtiments scolaires de la Communauté française obtenu un accord de principe de financement ou un accord ferme en application des article 21 et 22 du décret du 30 septembre 2021 relatif au plan d'investissement dans les bâtiments scolaires établi dans le cadre du plan de reprise et résilience européen,
- pour lesquels le Gouvernement n'a pas retiré l'accord ferme en application de l'article 24, § 1er/1, du même décret, et
- qui ne pourront pas être financés dans le cadre de l'enveloppe totale ou partielle qui sera définitivement octroyée par l'Union européenne dans le cadre du plan de reprise et de résilience de l'union européenne visé par le Règlement (UE) 2021/24 " ;
" o) 65% du montant des travaux pour lesquels le Fonds des bâtiments scolaires de la Communauté française obtenu un accord de principe de financement ou un accord ferme en application des article 21 et 22 du décret du 30 septembre 2021 relatif au plan d'investissement dans les bâtiments scolaires établi dans le cadre du plan de reprise et résilience européen,
- pour lesquels le Gouvernement n'a pas retiré l'accord ferme en application de l'article 24, § 1er/1, du même décret, et
- qui ne pourront pas être financés dans le cadre de l'enveloppe totale ou partielle qui sera définitivement octroyée par l'Union européenne dans le cadre du plan de reprise et de résilience de l'union européenne visé par le Règlement (UE) 2021/24 " ;
Art. 104. In artikel 7, § 4 van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 4 wordt een punt 7° toegevoegd als volgt:
"7° 65% van het bedrag van de werken waarvoor de inrichtende machten een principieel financieringsakkoord of een definitief akkoord verkreeg in toepassing van artikel 21 en 22 van het decreet van 30 september 2021 betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht,
- waarvoor de Regering het definitieve akkoord in toepassing van artikel 24, § 1/1, van hetzelfde decreet, niet heeft ingetrokken, en
- die niet kunnen worden gefinancierd in het kader van het totale of gedeeltelijke budget dat definitief door de Europese Unie zal worden toegekend in het kader van het herstel- en veerkrachtplan van de Europese Unie zoals bedoeld in Verordening (EU) 2021/24 ";
2° wordt in fine een paragraaf toegevoegd die als volgt luidt:
"Het Fonds voor de schoolgebouwen van het gesubsidieerd officieel onderwijs subsidieert de inrichtende machten prioritair voor de werken bedoeld in 7°. De voorwaarden van hoofdstuk IIIter zijn niet van toepassing op deze werken.".
1° in § 4 wordt een punt 7° toegevoegd als volgt:
"7° 65% van het bedrag van de werken waarvoor de inrichtende machten een principieel financieringsakkoord of een definitief akkoord verkreeg in toepassing van artikel 21 en 22 van het decreet van 30 september 2021 betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht,
- waarvoor de Regering het definitieve akkoord in toepassing van artikel 24, § 1/1, van hetzelfde decreet, niet heeft ingetrokken, en
- die niet kunnen worden gefinancierd in het kader van het totale of gedeeltelijke budget dat definitief door de Europese Unie zal worden toegekend in het kader van het herstel- en veerkrachtplan van de Europese Unie zoals bedoeld in Verordening (EU) 2021/24 ";
2° wordt in fine een paragraaf toegevoegd die als volgt luidt:
"Het Fonds voor de schoolgebouwen van het gesubsidieerd officieel onderwijs subsidieert de inrichtende machten prioritair voor de werken bedoeld in 7°. De voorwaarden van hoofdstuk IIIter zijn niet van toepassing op deze werken.".
Art. 104. Dans l'article 7, § 4, du décret du 5 février 1990 relatif aux bâtiments scolaires de l'enseignement non universitaire organisé ou subventionné par la Communauté française les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 4, un 7° libellé comme suit est ajouté :
" 7° 65% du montant des travaux pour lesquels les pouvoirs organisateurs ont obtenu un accord de principe de financement ou un accord ferme en application des article 21 et 22 du décret du 30 septembre 2021 relatif au plan d'investissement dans les bâtiments scolaires établi dans le cadre du plan de reprise et résilience européen,
- pour lesquels le Gouvernement n'a pas retiré l'accord ferme en application de l'article 24, § 1er/1, du même décret, et
- qui ne pourront pas être financés dans le cadre de l'enveloppe totale ou partielle qui sera définitivement octroyée par l'Union européenne dans le cadre du plan de reprise et de résilience de l'union européenne visé par le Règlement (UE) 2021/24 " ;
2° un alinéa libellé comme suit est ajouté in fine :
" Le Fonds des bâtiments scolaires de l'enseignement officiel subventionné subventionne par priorité les pouvoirs organisateurs pour les travaux visés au 7°. Les modalités du chapitre IIIter ne s'appliquent pas à ces travaux. ".
1° dans le § 4, un 7° libellé comme suit est ajouté :
" 7° 65% du montant des travaux pour lesquels les pouvoirs organisateurs ont obtenu un accord de principe de financement ou un accord ferme en application des article 21 et 22 du décret du 30 septembre 2021 relatif au plan d'investissement dans les bâtiments scolaires établi dans le cadre du plan de reprise et résilience européen,
- pour lesquels le Gouvernement n'a pas retiré l'accord ferme en application de l'article 24, § 1er/1, du même décret, et
- qui ne pourront pas être financés dans le cadre de l'enveloppe totale ou partielle qui sera définitivement octroyée par l'Union européenne dans le cadre du plan de reprise et de résilience de l'union européenne visé par le Règlement (UE) 2021/24 " ;
2° un alinéa libellé comme suit est ajouté in fine :
" Le Fonds des bâtiments scolaires de l'enseignement officiel subventionné subventionne par priorité les pouvoirs organisateurs pour les travaux visés au 7°. Les modalités du chapitre IIIter ne s'appliquent pas à ces travaux. ".
Art. 105. Artikel 8/4, eerste lid van hetzelfde decreet wordt vervangen door hetgeen volgt:
"Het doel van het Fonds voor de schoolgebouwen van het gesubsidieerd vrij onderwijs is de inrichtende machten te subsidiëren:
1° ten belope van 65% van het bedrag van de werken waarvoor ze een principieel financieringsakkoord of een definitief akkoord verkregen in toepassing van artikel 21 en 22 van het decreet van 30 september 2021 betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht:
- waarvoor de Regering het definitieve akkoord in toepassing van artikel 24, § 1/1, van hetzelfde decreet, niet heeft ingetrokken, en
- die niet kunnen worden gefinancierd in het kader van het totale of gedeeltelijke budget dat definitief door de Europese Unie zal worden toegekend in het kader van het herstel- en veerkrachtplan van de Europese Unie zoals bedoeld in Verordening (EU) 2021/24;
2° volgens de voorwaarden voorzien in hoofdstuk IIIter.
Het Fonds voor de schoolgebouwen van het gesubsidieerd vrij onderwijs subsidieert de inrichtende machten prioritair voor de werken bedoeld in 1°. De voorwaarden van hoofdstuk IIIter zijn niet van toepassing op deze werken.".
"Het doel van het Fonds voor de schoolgebouwen van het gesubsidieerd vrij onderwijs is de inrichtende machten te subsidiëren:
1° ten belope van 65% van het bedrag van de werken waarvoor ze een principieel financieringsakkoord of een definitief akkoord verkregen in toepassing van artikel 21 en 22 van het decreet van 30 september 2021 betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht:
- waarvoor de Regering het definitieve akkoord in toepassing van artikel 24, § 1/1, van hetzelfde decreet, niet heeft ingetrokken, en
- die niet kunnen worden gefinancierd in het kader van het totale of gedeeltelijke budget dat definitief door de Europese Unie zal worden toegekend in het kader van het herstel- en veerkrachtplan van de Europese Unie zoals bedoeld in Verordening (EU) 2021/24;
2° volgens de voorwaarden voorzien in hoofdstuk IIIter.
Het Fonds voor de schoolgebouwen van het gesubsidieerd vrij onderwijs subsidieert de inrichtende machten prioritair voor de werken bedoeld in 1°. De voorwaarden van hoofdstuk IIIter zijn niet van toepassing op deze werken.".
Art. 105. L'article 8/4, alinéa 1er du même décret est remplacé par ce qui suit :
" Le Fonds des bâtiments scolaires de l'enseignement libre subventionné a pour objet de subventionner les pouvoirs organisateurs :
1° à concurrence de 65% du montant des travaux pour lesquels ils ont obtenu un accord de principe de financement ou un accord ferme en application des article 21 et 22 du décret du 30 septembre 2021 relatif au plan d'investissement dans les bâtiments scolaires établi dans le cadre du plan de reprise et résilience européen :
- pour lesquels le Gouvernement n'a pas retiré l'accord ferme en application de l'article 24, § 1er/1, du même décret, et
- qui ne pourront pas être financés dans le cadre de l'enveloppe totale ou partielle qui sera définitivement octroyée par l'Union européenne dans le cadre du plan de reprise et de résilience de l'union européenne visé par le Règlement (UE) 2021/24 ;
2° selon les modalités prévues au chapitre IIIter.
Le Fonds des bâtiments scolaires de l'enseignement libre subventionné subventionne par priorité les pouvoirs organisateurs pour les travaux visés au 1°. Les modalités du chapitre IIIter ne s'appliquent pas à ces travaux. ".
" Le Fonds des bâtiments scolaires de l'enseignement libre subventionné a pour objet de subventionner les pouvoirs organisateurs :
1° à concurrence de 65% du montant des travaux pour lesquels ils ont obtenu un accord de principe de financement ou un accord ferme en application des article 21 et 22 du décret du 30 septembre 2021 relatif au plan d'investissement dans les bâtiments scolaires établi dans le cadre du plan de reprise et résilience européen :
- pour lesquels le Gouvernement n'a pas retiré l'accord ferme en application de l'article 24, § 1er/1, du même décret, et
- qui ne pourront pas être financés dans le cadre de l'enveloppe totale ou partielle qui sera définitivement octroyée par l'Union européenne dans le cadre du plan de reprise et de résilience de l'union européenne visé par le Règlement (UE) 2021/24 ;
2° selon les modalités prévues au chapitre IIIter.
Le Fonds des bâtiments scolaires de l'enseignement libre subventionné subventionne par priorité les pouvoirs organisateurs pour les travaux visés au 1°. Les modalités du chapitre IIIter ne s'appliquent pas à ces travaux. ".
Art. 106. In artikel 24 van het decreet van 30 september 2021 betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden of "van de termijn bedoeld in artikel 4, punt 6 van dit decreet" geschrapt;
2° een § 1/1 wordt ingevoegd als volgt
"Ingeval de voorlopige oplevering van de werken niet binnen de in artikel 4, 6 bedoelde termijn plaatsvindt, zal de Regering het definitieve akkoord intrekken en de integrale terugbetaling van de financiering eisen, tenzij de begunstigde aantoont dat hij alles in het werk stelde om de termijn na te leven, maar daartoe verhinderd werd door omstandigheden buiten zijn wil.
Indien de begunstigde nalaat het in eerste lid bedoelde bewijs te leveren, is elke reeds aan hem uitgekeerde financiering of gedeeltelijke financiering van rechtswege verschuldigd aan de Franse Gemeenschap.".
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden of "van de termijn bedoeld in artikel 4, punt 6 van dit decreet" geschrapt;
2° een § 1/1 wordt ingevoegd als volgt
"Ingeval de voorlopige oplevering van de werken niet binnen de in artikel 4, 6 bedoelde termijn plaatsvindt, zal de Regering het definitieve akkoord intrekken en de integrale terugbetaling van de financiering eisen, tenzij de begunstigde aantoont dat hij alles in het werk stelde om de termijn na te leven, maar daartoe verhinderd werd door omstandigheden buiten zijn wil.
Indien de begunstigde nalaat het in eerste lid bedoelde bewijs te leveren, is elke reeds aan hem uitgekeerde financiering of gedeeltelijke financiering van rechtswege verschuldigd aan de Franse Gemeenschap.".
Art. 106. Dans l'article 24 du décret du 30 septembre 2021 relatif au plan d'investissement dans les bâtiments scolaires établi dans le cadre du plan de reprise et résilience européen, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 1er, alinéa 1er, les mots " ou du délai visé au point 6 de l'article 4 " sont abrogés ;
2° un § 1er/1 libellé comme suit est inséré :
" Dans l'hypothèse où la réception provisoire des travaux n'intervient pas dans le délai visé à l'article 4, 6., le Gouvernement retire l'accord ferme et exige le remboursement intégral du financement sauf si le bénéficiaire démontre qu'il a tout mis en oeuvre pour respecter le délai mais en a été empêché par des circonstances indépendantes de sa volonté.
Si le bénéficiaire échoue à rapporter la preuve visée à l'alinéa 1er, tout financement ou part de financement déjà liquidé à son bénéfice sera dû de plein droit à la Communauté française ".
1° dans le § 1er, alinéa 1er, les mots " ou du délai visé au point 6 de l'article 4 " sont abrogés ;
2° un § 1er/1 libellé comme suit est inséré :
" Dans l'hypothèse où la réception provisoire des travaux n'intervient pas dans le délai visé à l'article 4, 6., le Gouvernement retire l'accord ferme et exige le remboursement intégral du financement sauf si le bénéficiaire démontre qu'il a tout mis en oeuvre pour respecter le délai mais en a été empêché par des circonstances indépendantes de sa volonté.
Si le bénéficiaire échoue à rapporter la preuve visée à l'alinéa 1er, tout financement ou part de financement déjà liquidé à son bénéfice sera dû de plein droit à la Communauté française ".
Art. 107. In artikel 25 van hetzelfde decreet worden de woorden "komt het akkoord te vervallen" vervangen door de woorden: "vervalt het akkoord, al kan een definitief financieringsakkoord nog worden toegekend in het gunningsstadium van de opdracht van werken indien de begunstigde aantoont dat hij alles in het werk stelde om de termijn na te leven, maar daartoe verhinderd werd door omstandigheden buiten zijn wil.".
Art. 107. Dans l'article 25 du même décret, les mots " l'accord devient caduc " sont remplacés par les mots, " l'accord devient caduc, un accord ferme de financement pouvant encore être attribué au stade de l'attribution du marché de travaux si le bénéficiaire démontre qu'il a tout mis en oeuvre pour respecter le délai mais en a été empêché par des circonstances indépendantes de sa volonté. ".
TITEL III. - Wijziging van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap om het plafond van 50% op te heffen zodat de federaties van inrichtende machten het jaarlijkse plafond voor de toekenning van waarborgen kunnen verhogen
TITRE III. - Modification au décret du 5 février 1990 relatif aux bâtiments scolaires de l'enseignement non universitaire organisé ou subventionné par la Communauté française afin de supprimer le plafond de 50% permettant aux fédérations de pouvoirs organisateurs de majorer le plafond annuel d'octroi de garantie
Art. 108. In artikel 9, § 7, tweede lid, van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap worden de woorden "met een maximum van 50 percent per jaar" vervangen door de woorden "maximaal tweemaal per jaar in 2025 en eenmaal per jaar vanaf 2026".
Art. 108. Dans l'article 9, § 7, alinéa 2, du décret du 5 février 1990 relatif aux bâtiments scolaires de l'enseignement non universitaire organisé ou subventionné par la Communauté française, les mots " de maximum 50 pour cent chaque année " sont remplacés par les mots " au maximum deux fois par an en 2025 et une fois par an à partir de 2026 ".
Art. 109. In artikel 10, § 5 van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "prioritair" wordt ingevoegd tussen de woorden "en" en "van de subsidies toegekend door het decreet tot uitvoering van het investeringsplan in schoolgebouwen in het kader van het Europese herstel- en veerkrachtplan";
2° de woorden "alsook prioritair" worden ingevoegd tussen de woorden "en" en "van de subsidies toegekend bij het decreet van 27 april 2023 betreffende het uitzonderlijke investeringsplan in schoolgebouwen";
3° de woorden "in naleving van de financiële belangen van de Franse Gemeenschap" worden ingevoegd voor de zin "[heeft] de beheerraad alle beheer- en beschikkingsbevoegdheden om het voorwerp van het waarborgfonds van de schoolgebouwen te realiseren".
1° het woord "prioritair" wordt ingevoegd tussen de woorden "en" en "van de subsidies toegekend door het decreet tot uitvoering van het investeringsplan in schoolgebouwen in het kader van het Europese herstel- en veerkrachtplan";
2° de woorden "alsook prioritair" worden ingevoegd tussen de woorden "en" en "van de subsidies toegekend bij het decreet van 27 april 2023 betreffende het uitzonderlijke investeringsplan in schoolgebouwen";
3° de woorden "in naleving van de financiële belangen van de Franse Gemeenschap" worden ingevoegd voor de zin "[heeft] de beheerraad alle beheer- en beschikkingsbevoegdheden om het voorwerp van het waarborgfonds van de schoolgebouwen te realiseren".
Art. 109. Dans l'article 10, § 5 du décret du 5 février 1990 relatif aux bâtiments scolaires de l'enseignement non universitaire organisé ou subventionné par la Communauté française, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " par priorité " sont ajoutés entre les mots " et " et " des subventions octroyées par le décret mettant en oeuvre le plan d'investissement dans les bâtiments scolaires dans le cadre du plan de reprise et de résilience européen " ;
2° les mots " ainsi que par priorité " sont ajoutés entre les mots " et " et " des subventions octroyées par le décret du 27 avril 2023 relatif au plan d'investissement exceptionnel dans les bâtiments scolaires " ;
3° les mots " dans le respect des intérêts financiers de la Communauté française, " sont insérés avant la phrase " le conseil de gestion a tous les pouvoirs de gestion et de disposition pour réaliser l'objet du fonds de garantie des bâtiments scolaires "
1° les mots " par priorité " sont ajoutés entre les mots " et " et " des subventions octroyées par le décret mettant en oeuvre le plan d'investissement dans les bâtiments scolaires dans le cadre du plan de reprise et de résilience européen " ;
2° les mots " ainsi que par priorité " sont ajoutés entre les mots " et " et " des subventions octroyées par le décret du 27 avril 2023 relatif au plan d'investissement exceptionnel dans les bâtiments scolaires " ;
3° les mots " dans le respect des intérêts financiers de la Communauté française, " sont insérés avant la phrase " le conseil de gestion a tous les pouvoirs de gestion et de disposition pour réaliser l'objet du fonds de garantie des bâtiments scolaires "
TITEL IV. - Wijzigingen van het decreet van 27 april 2023 betreffende het uitzonderlijke investeringsplan in de schoolgebouwen in het kader van de financiering van het aanvullende deel van het uitzonderlijke investeringsplan met betrekking tot de schoolgebouwen in de Franse Gemeenschap
TITRE IV. - Modifications du décret du 27 avril 2023 relatif au plan d'investissement exceptionnel dans les bâtiments scolaires dans le cadre du financement de la part complémentaire du Plan d'investissement exceptionnel en ce qui concerne les bâtiments scolaires de la Communauté française
Art. 110. In artikel 12 van het decreet van 27 april 2023 betreffende het uitzonderlijke investeringsplan in de schoolgebouwen wordt een vierde lid als volgt ingevoegd:
"Het saldo van de investering dat niet ressorteert onder het decreet van 27 april 2023 betreffende het uitzonderlijke investeringsplan in schoolgebouwen voor projecten waarvoor de inrichtende macht van het onderwijs van de Franse Gemeenschap de begunstigde is, wordt gefinancierd:
1° door het Fonds voor de schoolgebouwen van het onderwijs van de Franse gemeenschap;
2° onder de door hem vastgestelde voorwaarden, via een door de Regering onderschreven terugbetaalbare lening,
3° door middel van de financiële reserves van de WBE-instantie.".
"Het saldo van de investering dat niet ressorteert onder het decreet van 27 april 2023 betreffende het uitzonderlijke investeringsplan in schoolgebouwen voor projecten waarvoor de inrichtende macht van het onderwijs van de Franse Gemeenschap de begunstigde is, wordt gefinancierd:
1° door het Fonds voor de schoolgebouwen van het onderwijs van de Franse gemeenschap;
2° onder de door hem vastgestelde voorwaarden, via een door de Regering onderschreven terugbetaalbare lening,
3° door middel van de financiële reserves van de WBE-instantie.".
Art. 110. A l'article 12 du décret du 27 avril 2023 relatif au plan d'investissement exceptionnel dans les bâtiments scolaires, il est inséré un alinéa 4 comme suit :
" Le solde de l'investissement non couvert par le décret du 27 avril 2023 relatif au plan d'investissement exceptionnel dans les bâtiments scolaires pour les projets dont le pouvoir organisateur de l'enseignement de la Communauté française est le bénéficiaire, est financé :
1° par le Fonds des bâtiments scolaires de l'enseignement de la Communauté française ;
2° aux conditions qu'il fixe, par un emprunt remboursable souscrit par le Gouvernement ;
3° au moyen des réserves financières de l'organisme WBE. "
" Le solde de l'investissement non couvert par le décret du 27 avril 2023 relatif au plan d'investissement exceptionnel dans les bâtiments scolaires pour les projets dont le pouvoir organisateur de l'enseignement de la Communauté française est le bénéficiaire, est financé :
1° par le Fonds des bâtiments scolaires de l'enseignement de la Communauté française ;
2° aux conditions qu'il fixe, par un emprunt remboursable souscrit par le Gouvernement ;
3° au moyen des réserves financières de l'organisme WBE. "
DEEL V. - Bepaling betreffende de onderlinge Belgische betrekkingen
PARTIE V. - Disposition concernant les relations intra-belges
Art. 111. Een subsidie kan door de Regering worden toegekend aan de NV Koninklijk Conservatorium van Brussel voor de renovatie van de gebouwen van het Koninklijk Conservatorium van Brussel.
Art. 111. Une subvention peut être octroyée, par le Gouvernement, à la SA Conservatoire royal de Bruxelles pour la rénovation des bâtiments du Conservatoire royal de Bruxelles.
DEEL VI. - Inwerkingtredingen
PARTIE VI. - Entrées en vigueur
Art. 112. § 1. Deel I van dit decreet treedt in werking op 25 augustus 2025.
In afwijking van het eerste lid;
- treedt Hoofdstuk 2 van Titel 1 in werking op 1 januari 2025;
- treedt Titel VI in werking op 1 september 2025;
- sorteert Hoofdstuk 1 van Titel VII effect vanaf 1 januari 2019;
- sorteert 1° van art. 75 van Titel VII effect vanaf 1 januari 2021, en 2° van hetzelfde artikel treedt in werking op 1 januari 2026,
- titel X sorteert effect vanaf 1 januari 2025.
§ 2. Deel II van dit decreet sorteert effect vanaf 1 januari 2025.
§ 3. Wat betreft deel III:
a) treden de artikelen 92 en 93 in werking op de dag dat het onderhavige decreet wordt aangenomen;
b) sorteren de artikelen 94 en 95 effect vanaf 1 januari 2025.
§ 4. Deel IV en deel V treden in werking op de 10e dag na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
In afwijking van het eerste lid;
- treedt Hoofdstuk 2 van Titel 1 in werking op 1 januari 2025;
- treedt Titel VI in werking op 1 september 2025;
- sorteert Hoofdstuk 1 van Titel VII effect vanaf 1 januari 2019;
- sorteert 1° van art. 75 van Titel VII effect vanaf 1 januari 2021, en 2° van hetzelfde artikel treedt in werking op 1 januari 2026,
- titel X sorteert effect vanaf 1 januari 2025.
§ 2. Deel II van dit decreet sorteert effect vanaf 1 januari 2025.
§ 3. Wat betreft deel III:
a) treden de artikelen 92 en 93 in werking op de dag dat het onderhavige decreet wordt aangenomen;
b) sorteren de artikelen 94 en 95 effect vanaf 1 januari 2025.
§ 4. Deel IV en deel V treden in werking op de 10e dag na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Art. 112. § 1er. La partie I du présent décret entre en vigueur le 25 août 2025.
Par dérogation à l'alinéa 1er,
- le Chapitre 2 du Titre 1er entre en vigueur le 1er janvier 2025 ;
- le Titre VI entre en vigueur le 1er septembre 2025 ;
- le Chapitre 1er du Titre VII produit ses effets le 1er janvier 2019 ;
- le 1° de l'art. 75 du Titre VII produit ses effets le 1er janvier 2021 et le 2° du même article entre en vigueur le 1er janvier 2026 ;
- le Titre X produit ses effets le 1er janvier 2025.
§ 2. La partie II du présent décret produit ses effets le 1er janvier 2025.
§ 3. En ce qui concerne la partie III :
a) les articles 92 et 93 entrent en vigueur le jour de l'adoption du présent décret ;
b) les articles 94 et 95 produisent leurs effets au 1er janvier 2025.
§ 4. La partie IV et la partie V entrent en vigueur le 10ème jour suivant la publication au Moniteur belge.
Par dérogation à l'alinéa 1er,
- le Chapitre 2 du Titre 1er entre en vigueur le 1er janvier 2025 ;
- le Titre VI entre en vigueur le 1er septembre 2025 ;
- le Chapitre 1er du Titre VII produit ses effets le 1er janvier 2019 ;
- le 1° de l'art. 75 du Titre VII produit ses effets le 1er janvier 2021 et le 2° du même article entre en vigueur le 1er janvier 2026 ;
- le Titre X produit ses effets le 1er janvier 2025.
§ 2. La partie II du présent décret produit ses effets le 1er janvier 2025.
§ 3. En ce qui concerne la partie III :
a) les articles 92 et 93 entrent en vigueur le jour de l'adoption du présent décret ;
b) les articles 94 et 95 produisent leurs effets au 1er janvier 2025.
§ 4. La partie IV et la partie V entrent en vigueur le 10ème jour suivant la publication au Moniteur belge.