Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
4 JULI 2025. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de bijlage 8 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, wat betreft de erkenningsvoorwaarden voor de centra voor kortverblijf type 3
Titre
4 JUILLET 2025. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'annexe 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement des structures de soins résidentiels et des associations d'intervenants de proximité et d'usagers, en ce qui concerne les conditions d'agrément des centres de court séjour de type 3
Informations sur le document
Numac: 2025005885
Datum: 2025-07-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2025005885
Date: 2025-07-04
Moniteur: Voir
Tekst (23)
Texte (23)
Artikel 1. In hoofdstuk 2 van deel 4 van bijlage 8 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen door wat volgt:
"Afdeling 2. Voorwaarden voor de gebruiker en zijn mantelzorger".
Article 1er. Dans le chapitre 2 de la partie 4 de l'annexe 8 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement des structures de soins résidentiels et des associations d'intervenants de proximité et d'usagers, l'intitulé de la section 2 est remplacé par ce qui suit :
" Section 2. Conditions applicables à l'usager et à son intervenant de proximité ".
Art. 2. In artikel 103 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"De gebruiker voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° de gebruiker is bij het begin van de verblijfsperiode maximaal 21 jaar oud;
2° de gebruiker wordt thuis of in een thuisvervangende omgeving verzorgd en heeft nood aan frequente en noodzakelijke medische verzorging en continu toezicht;
3° de gebruiker behoort tot een van de volgende doelgroepen:
a) kinderen en jongeren met een aandoening waarvan een langdurige, intensievere behandeling mogelijk niet het gewenste resultaat heeft en zo een vroegtijdig overlijden met zich kan meebrengen;
b) kinderen en jongeren die een lange intensieve behandeling nodig hebben voor een complexe medische aandoening die ernstige complicaties of een vroegtijdig overlijden met zich kan meebrengen, waardoor ze niet kunnen deelnemen aan de activiteiten die voor kinderen van hun leeftijd normaal zijn;
c) kinderen en jongeren met een progressieve aandoening, zonder hoop op genezing;
d) kinderen en jongeren met een niet-progressieve aandoening die hun kwetsbaarheid vergroot, alsook onvoorziene risico's op complicaties met zich meebrengt met ernstige achteruitgang van hun toestand tot gevolg;
4° er is in het eigen netwerk van de gebruiker of in de bestaande voorzieningen onvoldoende medische ondersteuning om ouders en mantelzorgers tijdelijk te ontlasten van de nodige zorg en omkadering voor hun kind, of het kind of de jongere is vanwege zijn complexe medische zorg nog nooit buiten de thuissituatie opgevangen.";
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Als de gebruiker voldoet aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 3°, c), zijn de behandelingen die het centrum type 3 aanbiedt, uitsluitend palliatief of ondersteunend van aard. Die handelingen kunnen zich over verscheidene jaren uitstrekken.".
Art. 2. A l'article 103 de l'annexe 8 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" L'usager remplit l'ensemble des conditions suivantes :
1° l'usager est âgé de 21 ans au maximum au début de la période de séjour ;
2° l'usager est soigné à domicile ou dans un milieu substitutif du domicile et a besoin de soins médicaux fréquents et indispensables ainsi que d'une surveillance continue ;
3° l'usager appartient à l'un des groupes cibles suivants :
a) enfants et jeunes atteints d'une affection dont le traitement prolongé et intensif est susceptible de ne pas donner les résultats escomptés et peut par conséquent entraîner un décès prématuré ;
b) enfants et jeunes ayant besoin d'un traitement long et intensif pour une affection médicale complexe pouvant entraîner des complications graves ou un décès prématuré et les empêchant de participer aux activités normales pour des enfants de leur âge ;
c) enfants et jeunes atteints d'une affection évolutive, sans espoir de guérison ;
d) enfants et jeunes atteints d'une affection non évolutive qui augmente leur vulnérabilité et comporte des risques imprévisibles de complications entraînant une détérioration grave de leur état ;
4° le réseau propre de l'usager ou les structures existantes n'offrent pas un soutien médical suffisant pour soulager temporairement les parents et les intervenants de proximité des soins et de l'encadrement nécessaires à leur enfant, ou l'enfant ou le jeune n'a jamais été accueilli en dehors de son domicile en raison de la complexité des soins médicaux dont il a besoin. " ;
2° entre les alinéas 1er et 2, un alinéa est inséré, rédigé comme suit :
" Lorsque l'usager remplit la condition énoncée à l'alinéa 1er, 3°, c), les traitements proposés par le centre de type 3 sont exclusivement de nature palliative ou à titre de soutien. Ces traitements peuvent s'étendre sur plusieurs années. ".
Art. 3. In artikel 108 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"De vrije keuze van de eigen huisarts wordt altijd gevrijwaard. Het centrum type 3 kan een beroep doen op een huisarts of kinderarts die bij ziekte en medische problemen in de eerste plaats overlegt met de ouders of de wettelijke vertegenwoordiger van de gebruiker en, indien nodig, met de eigen huisarts of specialist van het ziekenhuis waar de gebruiker opgevolgd wordt.".
Art. 3. Dans l'article 108 de l'annexe 8 du même arrêté, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Le libre choix de son médecin généraliste est en tout temps garanti. Le centre de type 3 peut faire appel à un médecin généraliste ou à un pédiatre qui, en cas de maladie ou de problèmes médicaux, consulte en premier lieu les parents ou le représentant légal de l'usager et, si nécessaire, le médecin généraliste ou le spécialiste de l'hôpital qui assure le suivi de l'usager. ".
Art. 4. In artikel 112 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het eerste lid, punt 1°, b), worden de woorden "en de verantwoordelijke beheersinstantie daarvan" toegevoegd;
2° in het eerste lid, 2°, wordt punt d) opgeheven;
3° in het eerste lid, 3°, wordt punt d) vervangen door wat volgt:
"d) de diensten en leveringen die niet in het bedrag van de gebruikersbijdrage inbegrepen zijn, maar die het centrum type 3 kan aanbieden tegen een extra vergoeding, met telkens de vermelding van de kostprijs volgens marktconforme prijzen die gebaseerd zijn op reëel aantoonbare prijzen;";
4° in het eerste lid, 3°, worden punt e) en f) opgeheven;
5° aan het eerste lid wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"8° de redenen waarom een opnameovereenkomst onmiddellijk kan worden stopgezet of aangepast en de vermelding dat een opzegging om gelijk welke andere reden mogelijk is, mits inachtneming van een vooropgestelde opzegtermijn.";
6° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De opnameovereenkomst wordt bij het eerste verblijf aan de gebruiker ter ondertekening aangeboden. De opnameovereenkomst is van bepaalde duur. Ze gaat in bij de eerste opnamedag en is geldig gedurende het lopende kalenderjaar. De opnameovereenkomst wordt één keer per jaar herbekeken bij het begin van een volgend kalenderjaar en wordt dan weer ter ondertekening aangeboden. De opnameovereenkomst kan in overleg met de gebruiker of zijn vertegenwoordiger en het zorgteam gewijzigd worden in functie van de specifieke noden aan zorg en ondersteuning van de gebruiker. Elke bepaling of de toepassing ervan die niet in overeenstemming is met de erkenningsvoorwaarden, is nietig en zonder voorwerp.";
7° tussen het tweede en het derde lid worden twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
"Een sluiting die is opgelegd door de overheid, maakt onmiddellijk een einde aan de schriftelijke opnameovereenkomst op de dag dat de gebruiker de voorziening verlaat.
Ook een overlijden van de gebruiker maakt onmiddellijk een einde aan de schriftelijke opnameovereenkomst. In deze situaties mag er geen opzegvergoeding aangerekend worden.".
Art. 4. A l'article 112 de l'annexe 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 octobre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er, point 1°, b) est complété par les mots " et l'instance responsable de sa gestion " ;
2° dans l'alinéa 1er, 2°, le point d) est abrogé ;
3° dans l'alinéa 1er, 3°, le point d) est remplacé par ce qui suit :
" d) les services et livraisons qui ne sont pas compris dans le montant de la contribution d'usager, mais que le centre de type 3 peut offrir moyennant un supplément, en mentionnant chaque fois le prix de revient basé sur des prix conformes au marché et effectivement démontrables ; " ;
4° à l'alinéa 1er, 3°, les points e) et f) sont abrogés ;
5° l'alinéa 1er est complété par un point 8°, rédigé comme suit :
" 8° les motifs pour lesquels un contrat d'admission peut être immédiatement résilié ou adapté et la mention que la résiliation est possible pour tout autre motif, moyennant le respect d'un délai défini de préavis. " ;
6° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Le contrat d'admission est présenté à l'usager pour signature lors de son premier séjour. Le contrat d'admission est à durée déterminée. Il prend effet le jour de l'admission et est valable pour l'année civile en cours. Le contrat d'admission est réexaminé une fois par an au début de l'année civile suivante et est alors présenté à nouveau pour signature. Le contrat d'admission peut être modifié en concertation avec l'usager ou son représentant et l'équipe de soins en fonction des besoins spécifiques de l'usager en matière de soins et de soutien. Toute disposition, ou son application, non conforme aux conditions d'agrément est nulle et sans objet. " ;
7° entre les alinéas 2 et 3, deux alinéas sont insérés, rédigés comme suit :
" Une fermeture imposée par les autorités publiques met immédiatement fin au contrat d'admission écrit, dès le jour où l'usager quitte la structure.
Le décès de l'usager met également immédiatement fin au contrat d'admission écrit. Dans ces situations, aucune indemnité de préavis ne peut être réclamée. ".
Art. 5. In artikel 113, § 2, van bijlage 8 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 1° en 2° worden opgeheven;
2° punt 3°, h), wordt opgeheven;
3° in punt 3°, j), worden de woorden "met respect voor de bezoekregeling" opgeheven;
4° in punt 11° wordt de zinsnede "en de beschikbaarheid van een actuele lijst van de bedienaren en afgevaardigden bij het centrum type 3" opgeheven.
Art. 5. A l'article 113, § 2 de l'annexe 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 octobre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° les points 1° et 2° sont abrogés ;
2° le point 3°, h), est abrogé ;
3° au point 3°, j), les mots " dans le respect du régime des visites " sont abrogés ;
4° au point 11°, le membre de phrase " et la disponibilité d'une liste actuelle des ministres et délégués au centre de type 3 " est abrogé.
Art. 6. In artikel 114 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid worden tussen de woorden "behandelend arts" en het woord "ingewonnen" de woorden "en van de ouders of de wettelijke vertegenwoordiger van de gebruiker" ingevoegd;
2° in het tweede lid wordt de zin "Als dat wenselijk is, kan ook externe experten om advies worden verzocht." opgeheven;
3° in het derde lid worden de woorden "en verlengt de opzeggingstermijn tot er een passend verblijf is gevonden" opgeheven.
Art. 6. A l'article 114 de l'annexe 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 octobre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 2, entre les mots " médecin traitant " et les mots " est recueilli ", les mots " et des parents ou du représentant légal de l'usager " sont insérés ;
2° à l'alinéa 2, la phrase " L'avis d'experts externes peut également être sollicité si cela est souhaitable. " est abrogée ;
3° à l'alinéa 3, les mots " et prolonge le délai de préavis jusqu'à ce qu'une résidence appropriée soit trouvée " sont abrogés.
Art. 7. Artikel 116 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 7. L'article 116 de l'annexe 8 au même arrêté est abrogé.
Art. 8. In artikel 117 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het eerste lid worden de woorden "vanaf de dag na het overlijden of de opvang in een ziekenhuis" toegevoegd;
2° aan het derde lid wordt de zinsnede ", vanaf de derde dag na de dag van het overlijden" toegevoegd.
Art. 8. A l'article 117 de l'annexe 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 octobre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est complété par les mots " à partir du lendemain du décès ou de l'admission dans un hôpital " ;
2° l'alinéa 3 est complété par le membre de phrase " , à partir du troisième jour suivant le jour du décès ".
Art. 9. Aan artikel 124, derde lid, 1°, c), van bijlage 8 bij hetzelfde besluit wordt de zinsnede ";" toegevoegd.
Art. 9. L'article 124, alinéa 3, 1°, c), de l'annexe 8 du même arrêté est complété par le membre de phrase " ; ".
Art. 10. In artikel 126 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 3° worden de woorden "kinesitherapeutische of logopedische behandelingen" vervangen door de woorden "de noodzakelijke kinesitherapeutische behandelingen";
2° punt 6° wordt vervangen door wat volgt:
"6° de levensbeschouwelijke begeleiding aangepast aan de wensen van de gebruiker, door de vrije keuze altijd te vrijwaren.".
Art. 10. A l'article 126 de l'annexe 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 octobre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 3°, les mots " de kinésithérapie ou de logopédie " sont remplacés par les mots " les traitements kinésithérapeutiques nécessaires " ;
2° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
" 6° l'accompagnement philosophique adapté aux souhaits de l'usager, en garantissant toujours le libre choix. ".
Art. 11. In artikel 127 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 3°, b), wordt vervangen door wat volgt:
"b) een klinisch onderzoek als de verblijfsduur langer dan één week bedraagt en bij ziekte van de gebruiker;";
2° in punt 3°, e), worden voor de woorden "de afspraken" de woorden "in voorkomend geval" toegevoegd.
Art. 11. A l'article 127 de l'annexe 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 octobre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 3°, b), est remplacé par ce qui suit :
" b) un examen clinique lorsque le séjour dure plus d'une semaine et en cas de maladie de l'usager ; "
2° au point 3°, e), le membre de phrase " , le cas échéant, " est inséré avant les mots " les accords ".
Art. 12. In artikel 128, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan de inleidende zin wordt de zinsnede ":" toegevoegd;
2° in punt 1° worden de zinnen "Hij kan zelf gegevens noteren op een daarvoor vastgestelde ruimte. Die gegevens kunnen aanzetten tot dialoog en tot aanpassing van het gebruikersdossier." opgeheven.
Art. 12. A l'article 128, alinéa 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 octobre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° la phrase introductive est complétée par le membre de phrase " : " ;
2° au point 1°, les phrases " Il peut lui-même consigner des données dans un espace réservé à cet effet. Ces données peuvent inciter au dialogue et à l'adaptation du dossier d'usager. " sont abrogées.
Art. 13. Artikel 129 en 130 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 13. Les articles 129 et 130 de l'annexe 8 du même arrêté sont abrogés.
Art. 14. Artikel 133 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 133. De initiatiefnemer van het centrum type 3 werkt nauw samen met:
1° een erkende gespecialiseerde dienst Moeder en Kind, of een erkend centrum voor gespecialiseerde zorg voor kinderen en jongeren, en sluit daarmee een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst;
2° een palliatief netwerk of een erkende dienst voor palliatieve zorgen waardoor de gebruiker al opgevolgd wordt;
3° een dienst spoedgevallen van een erkend ziekenhuis in de onmiddellijke omgeving van het centrum type 3, zo nodig door middel van dringend ziekenvervoer.".
Art. 14. L'article 133 de l'annexe 8 au même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 133. L'initiateur du centre de type 3 collabore étroitement avec :
1° un service spécialisé agréé Mère et Enfant, ou un centre agréé de soins spécialisés pour enfants et jeunes, et conclut avec celui-ci un accord de coopération écrit ;
2° un réseau de soins palliatifs ou un service agréé de soins palliatifs qui assure déjà le suivi de l'usager ;
3° un service d'urgence d'un hôpital agréé situé à proximité immédiate du centre de type 3, si nécessaire au moyen d'un transport urgent de patients. ".
Art. 15. In artikel 134 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art. 15. Dans l'article 134 de l'annexe 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 16. In artikel 135 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 5° wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"5° in voorkomend geval de bedragen die in mindering gebracht zijn voor niet-gebruikte diensten en leveringen, in het bijzonder bij tijdelijke afwezigheid of bij overlijden;";
2° punt 6° wordt vervangen door wat volgt:
"6° het totale verschuldigde nettobedrag dat de gebruiker of zijn vertegenwoordiger moet betalen;";
3° punt 7° tot en met 9° worden opgeheven;
4° een tweede lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De gevraagde gebruikersbijdrage per verblijfsdag, vermeld in het eerste lid, 3°, en de extra vergoedingen, vermeld in het eerste lid, 4°, worden duidelijk geafficheerd op een centrale plaats die toegankelijk is voor alle gebruikers, bezoekers en personeelsleden, en wordt vermeld in een onthaalbrochure of op de website van het centrum type 3.".
Art. 16. A l'article 135 de l'annexe 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 octobre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 5° est rétabli dans la rédaction suivante :
" 5° le cas échéant, les montants déduits pour les services et livraisons non utilisés, en particulier en cas d'absence temporaire ou de décès ; " ;
2° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
" 6° le montant net total dû par l'usager ou son représentant ; " ;
3° les points 7° à 9° sont abrogés ;
4° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
" La contribution demandée à l'usager par jour de séjour, visée à l'alinéa 1er, 3°, et les indemnités supplémentaires, visées à l'alinéa 1er, 4°, sont clairement affichées à un endroit central accessible à tous les usagers, visiteurs et membres du personnel, et sont mentionnées dans une brochure d'accueil ou sur le site web du centre de type 3. ".
Art. 17. In artikel 136 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het tweede lid worden de woorden "of in de betalingsvoorwaarden" toegevoegd;
2° aan het derde lid worden de woorden "of in de betalingsvoorwaarden" toegevoegd;
3° het vierde lid wordt opgeheven.
Art. 17. A l'article 136 de l'annexe 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 octobre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 2 est complété par les mots " ou dans les conditions de paiement " ;
2° l'alinéa 3 est complété par les mots " ou dans les conditions de paiement " ;
3° l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 18. In artikel 137 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2023, worden de zinnen "De extra vergoeding wordt alleen tegen marktconforme prijzen aangerekend. De extra vergoeding is gebaseerd op een reële aantoonbare kostenberekening." opgeheven.
Art. 18. A l'article 137 de l'annexe 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 octobre 2023, les phrases " Les indemnités supplémentaires ne peuvent être facturées qu'à des prix conformes au marché. Les indemnités supplémentaires sont basées sur un calcul des frais réels démontrables. " sont abrogées.
Art. 19. In bijlage 8 bij hetzelfde besluit wordt een artikel 138/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 138/1. Het centrum vordert van de gebruiker een gebruikersbijdrage voor de aangeboden verblijfsperiode, die maximaal 5,77 euro per verblijfsdag bedraagt. Dat bedrag wordt geïndexeerd conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
De koppeling aan het indexcijfer, vermeld in het eerste lid, wordt berekend en toegepast overeenkomstig artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De basisindex is de index die van toepassing is op 1 januari 2019. De koppeling aan het prijsindexcijfer gebeurt op 1 januari van het jaar dat volgt op de indexsprong.
De minister kan voor de berekening van de gebruikersbijdrage, vermeld in het eerste lid, een bijdrageschaal vastleggen die rekening houdt met het inkomen en de gezinssamenstelling van de gebruiker.".
Art. 19. Dans l'annexe 8 du même arrêté, il est inséré un article 138/1, rédigé comme suit :
" Art. 138/1. Le centre demande à l'usager une contribution pour la période de séjour offerte, qui s'élève à maximum 5,77 euros par jour de séjour. Ce montant est indexé conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public.
La liaison à l'indice, visée à l'alinéa 1er, est calculée et appliquée conformément à l'article 2, § 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays. L'indice de base est celui applicable au 1er janvier 2019. La liaison à l'indice des prix a lieu le 1er janvier de l'année qui suit le saut d'index.
Pour le calcul de la contribution de l'usager visée à l'alinéa 1er, le ministre peut fixer un barème de contribution qui tient compte du revenu et de la composition du ménage de l'usager. ".
Art. 20. In artikel 143 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen het woord "beschikt" en de woorden "over het" worden de woorden "op jaarbasis" ingevoegd;
2° een tweede lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Het centrum type 3 kan aantonen hoe de inzet van het personeel, zoals vermeld in het eerste lid, op elk moment in verhouding staat met het aantal gebruikers die verblijven in het centrum type 3." .
Art. 20. A l'article 143 de l'annexe 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 octobre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° entre le mot " dispose " et le mot " du ", les mots " sur une base annuelle " sont insérés ;
2° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Le centre de type 3 est en mesure de démontrer que le déploiement du personnel, tel que visé à l'alinéa 1er, est à tout moment proportionnel au nombre d'usagers séjournant dans le centre de type 3. " .
Art. 21. Artikel 148 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2023, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 148. In dit artikel wordt verstaan onder verblijfsruimte: de individuele verblijfseenheden en de gemeenschappelijke ruimten die toegankelijk zijn voor de gebruikers.
Alle te bouwen of te verbouwen centra type 3, waarvoor een omgevingsvergunning voor de geplande bouwwerkzaamheden wordt afgeleverd, moeten voldoen aan al de volgende voorwaarden:
1° de Vlaamse Regering heeft maximaal tien verblijfseenheden ervan erkend, evenredig verdeeld over de erkende centra type 3;
2° er wordt per gebruiker in een minimale netto-oppervlakte van 30 m2 voorzien. Die oppervlakte omvat: de verblijfseenheid van de gebruiker met sanitaire cel, de zit- en eetruimten en de gemeenschappelijke sanitaire ruimte;
3° de bruto-oppervlakte van het centrum type 3 wordt berekend voor zeven verblijfseenheden. Dat zijn vijf erkende verblijfseenheden, één verblijfseenheid voor crisisopvang en één verblijfseenheid om de opnamewissels op te vangen;
4° het centrum type 3 is zo ingericht en uitgerust dat het volledig aangepast is aan het aantal gebruikers en hun specifieke noden. Het bevat ten minste de volgende lokalen:
a) zeven individuele verblijfseenheden, met afzonderlijk rolstoeltoegankelijk sanitair, waaronder minimaal een wastafel met koud en warm water, en een toilet, en het nodige comfort en de nodige inrichting om altijd alle gebruikers kwaliteitsvol en veilig op te vangen en te verzorgen. De individuele verblijfseenheden zijn voorzien van een veiligheidssysteem. Er is minstens één noodoproepsysteem in de kamer en in de sanitaire cel voorhanden. De verblijfseenheden hebben een minimale netto-oppervlakte van 12m2, de sanitaire cel niet inbegrepen. Als een ouder of begeleider op de kamer van het kind of de jongere verblijft en slaapt, is een minimale netto-oppervlakte van 16m2 vereist, de sanitaire cel niet inbegrepen, zodat de ouder of begeleider comfortabel en, waar nodig, aangepast kan verblijven in het centrum;
b) een of meer lokalen die bestemd zijn voor de volgende activiteiten:
1) een ruimte voor de verpleegkundigen en de coördinerende arts, die ook kan fungeren als diagnostisch en therapeutisch onderzoekslokaal;
2) een gesprekslokaal waar ook opnames kunnen gebeuren;
3) een ruimte voor administratieve activiteiten en specifieke werkzaamheden door de verpleegkundigen;
c) een zorgbadkamer met hoog-laagbad en een inrijdouche, een tillift, een verzorgingstafel en toilet;
d) voldoende sanitaire installaties voor personeel;
e) een propere en een vuile utility;
f) een voldoende grote bergruimte;
g) een af te sluiten ruimte of kast waar geneesmiddelen en dossiers op een veilige en discrete manier bewaard kunnen worden. Er is ook een koelkast ter beschikking om sommige geneesmiddelen koel en veilig te bewaren. Die koelkast is uitsluitend bestemd voor geneesmiddelen en is afsluitbaar of bevindt zich in een afsluitbare ruimte.
De binnenruimtes van het gebouw of de gebouwen, vermeld in het tweede lid, voldoen aan al de volgende voorwaarden:
1° de lokalen zijn uitgerust voor de hygiënische verzorging van kinderen en jongeren van alle leeftijden. De ouders of begeleiders hebben de mogelijkheid om betrokken te worden bij de verzorging van hun kind of jongere in de kamer waar het wordt verzorgd;
2° als dat noodzakelijk is voor de doelgroep, bestaat de mogelijkheid om een ouder of begeleider te laten verblijven en slapen in de nabijheid van het kind of de jongere;
3° het meubilair, de vloer en het speelgoed zijn desinfecteerbaar en af- of uitwasbaar en worden regelmatig gereinigd via een vaste procedure;
4° de infrastructuur laat toe dat de minimale privacy van elke gebruiker gewaarborgd is en dat het altijd mogelijk is om de noodzakelijke zorg te bieden en hulp te verlenen;
5° in de gebruikerskamers en in de zit- en eetruimte bedraagt het raamoppervlak ten minste een zesde van de nettovloeroppervlakte. Het glasoppervlak van het raam in alle kamers en gemeenschappelijke ruimten begint op maximaal 85 cm hoogte, gemeten vanaf het vloeroppervlak, en ook zittend is een ongehinderd zicht naar buiten mogelijk;
6° de inrichting van het gebouw kan een kleinschalige werking toelaten. Er worden huiselijke en gezellige accenten gelegd;
7° de gebouwen en lokalen worden regelmatig onderhouden;
8° de infrastructuur en de omgeving die toegankelijk is voor gebruikers en bezoekers, is integraal toegankelijk. De integrale toegankelijkheid wordt gegarandeerd door bij het ontwerp en de uitvoering rekening te houden met het advies van het agentschap Toegankelijk Vlaanderen, Inter;
9° de ramen en toegangen kunnen beveiligd worden.
De buitenruimte van het gebouw of de gebouwen, vermeld in het tweede lid, voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° er is een beschutte fietsenstalling voor bezoekers en personeel beschikbaar;
2° per gebruiker is een oppervlakte van 3 m2 beschikbaar als buitenruimte voor gebruikers, bezoekers en personeel.
De circulatieruimte van het gebouw of de gebouwen, vermeld in het tweede lid, voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° gebouwen met twee of meer bouwlagen die toegankelijk zijn voor gebruikers, beschikken over ten minste één lift. Het aantal liften wordt afgestemd op het aantal gebruikers en het voorziene gebruik;
2° in het kader van valpreventie zijn trappenhallen beveiligd.
De gemeenschappelijke sanitaire ruimten en de sanitaire cellen zijn aangepast aan de behoeften van een rolstoelgebruiker en voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 30, 31 en 31/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, en aan al de volgende voorwaarden:
1° er is een vrije draaicirkel met diameter van 1,50 meter in de sanitaire ruimte;
2° er zijn handgrepen aangebracht aan beide kanten van het toilet;
3° de wastafel is onderrijdbaar;
4° de kraan is eenvoudig te bedienen voor mensen met een fysieke beperking;
5° de spiegel is aangepast of aanpasbaar aan de rolstoelgebruiker.
De uitrusting en de inrichting van het gebouw of de gebouwen, vermeld in het tweede lid, voldoen aan al de volgende voorwaarden:
1° het centrum type 3 kan per gebruiker het nodige meubilair ter beschikking stellen opdat elke gebruiker op een comfortabele manier kan eten, rusten en slapen. De inrichting van de kamer biedt de nodige flexibiliteit om het meubilair te plaatsen, op voorwaarde dat de zorg- en dienstverlening en de veiligheid niet in het gedrang komen;
2° in elke zit- en leefruimte kunnen alle gebruikers van een leefgroep op een comfortabele manier zitten;
3° alle bedden zijn aangepast aan de specifieke behoeften van de gebruiker;
4° in de gebruikerskamers is het gebruik van een tillift, plafondlift of van andere uitrusting en materialen, noodzakelijk voor de zorg en de ondersteuning van de gebruiker, altijd mogelijk;
5° in de gebruikerskamers en in de zit- en eetruimte zijn minimaal de voorzieningen aanwezig om tv, radio en draadloos internet te gebruiken;
6° in iedere verblijfseenheid is er warm en koud stromend water;
7° er wordt in medisch materiaal voorzien in het kader van mogelijke urgenties. Medicatie en materiaal zijn aanwezig volgens het noodprotocol van de individuele patiënt. Er is voorzien in animatiemateriaal, speelgoed en bibliotheek;
8° afval wordt in gesloten afvalemmers bewaard zodat er geen geur- of andere hinder ontstaat;
9° elke gebruiker kan altijd in alle ruimten die voor de gebruikers toegankelijk zijn, een aangepast oproepsysteem gebruiken en in elke sanitaire cel is permanent een oproepsysteem aanwezig dat gemakkelijk bereikbaar is voor de gebruikers. De ruimte waaruit de noodoproep komt, is identificeerbaar;
10° ICT is beschikbaar in het centrum type 3, ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de sociale contacten van de gebruikers, de kwaliteit van de zorg en zorgopvolging en de uitvoering van de zorgtaken.
Het gebruikerscomfort van het gebouw of de gebouwen, vermeld in het tweede lid, voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° ruimten voor gebruikers worden zo veel mogelijk met daglicht verlicht;
2° in alle lokalen zijn de verwarming, ventilatie en verlichting aangepast aan de bestemming van het lokaal;
3° de verlichting houdt rekening met de veiligheid en de behoeften van de gebruikers. 's Nachts zijn de verblijfseenheden en de gangen zodanig verlicht dat de gebruikers zich veilig kunnen verplaatsen. In de verblijfsruimten wordt in een basisverlichting voorzien, aangevuld met aangepaste accentverlichting. In alle verblijfsruimten zijn daarvoor voldoende aansluitingen geïnstalleerd;
4° er is een centraal verwarmingssysteem. Verwarmingssystemen met open vuur zijn verboden;
5° de binnentemperatuur is regelbaar per verblijfsruimte, al dan niet via een centraal gebouwbeheersysteem;
6° in alle verblijfsruimten zijn opengaande raamdelen aanwezig. Er wordt voor de bediening ervan rekening gehouden met de veiligheid van de gebruikers;
7° in alle verblijfsruimten bedraagt de temperatuur overdag minstens 22 ° C. Alle nuttige maatregelen worden genomen om in alle verblijfsruimten een temperatuur te bewaren van maximaal 26 ° C of, als de waarschuwingsfase van het Vlaamse Warmteactieplan van kracht is, een temperatuur die lager ligt dan de buitentemperatuur;
8° als de waarschuwingsfase van het Vlaamse Warmteactieplan wordt opgestart, wordt een geklimatiseerde ruimte beschikbaar gesteld die voldoende groot is voor alle gebruikers van wie de verblijfsruimten de vereiste temperaturen niet halen;
9° aangepaste zonnewering, waarbij het zicht naar buiten zo weinig mogelijk gehinderd wordt, wordt, waar nodig, aangebracht. Zonnewering wordt als aangepast beschouwd als het zicht op de buitenwereld niet wordt verstoord, en oververhitting en verblinding van gebruikers door direct zonlicht vermeden worden;
10° in verblijfsruimten bedraagt de CO2-concentratie maximaal 1200 ppm.
Een persoon wordt aangewezen als verantwoordelijke voor het beheer en onderhoud van de technische installaties. Die persoon staat in voor de energieboekhouding.".
Art. 21. L'article 148 de l'annexe 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 octobre 2023, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 148. Dans le présent article, on entend par espaces de séjour : les unités de séjour individuelles et les espaces communs accessibles aux usagers.
Tous les centres de type 3 à construire ou à transformer, pour lesquels un permis d'environnement est délivré au titre des travaux de construction prévus, doivent répondre à l'ensemble des conditions suivantes :
1° le Gouvernement flamand a agréé au maximum dix unités de séjour, réparties proportionnellement entre les centres de type 3 agréés ;
2° une superficie nette minimale de 30 m2 est prévue par usager. Cette superficie comprend : l'unité de séjour de l'usager avec cellule sanitaire, les espaces de vie et de restauration et l'espace sanitaire commun ;
3° la superficie brute du centre de type 3 est calculée pour sept unités de séjour. Il s'agit de cinq unités de séjour agréées, d'une unité de séjour pour l'accueil de crise et d'une unité de séjour pour gérer les changements d'admission ;
4° le centre de type 3 est aménagé et équipé de manière à être entièrement adapté au nombre d'usagers et à leurs besoins spécifiques. Il comprend au moins les locaux suivants :
a) sept unités de séjour individuelles, avec sanitaires séparés accessibles en fauteuil roulant, comprenant au minimum un lavabo avec eau chaude et froide et des toilettes, ainsi que le confort et l'aménagement nécessaires pour accueillir et soigner à tout moment tous les usagers de manière qualitative et sûre. Les unités de séjour individuelles sont équipées d'un système de sécurité. Au moins un système d'appel d'urgence est disponible dans la chambre et dans la cellule sanitaire. Les unités de séjour ont une superficie nette minimale de 12 m2, hors cellule sanitaire. Lorsqu'un parent ou un accompagnateur séjourne et dort dans la chambre de l'enfant ou du jeune, une superficie nette minimale de 16 m2 est requise, hors cellule sanitaire, afin que le parent ou l'accompagnateur puisse séjourner confortablement et, si nécessaire, de manière adaptée dans le centre ;
b) un ou plusieurs locaux destinés aux activités suivantes :
1) un espace pour les infirmiers et le médecin coordinateur, pouvant également servir de local d'examen diagnostique et thérapeutique ;
2) un local de consultation pouvant également servir aux admissions ;
3) un espace pour les activités administratives et les tâches spécifiques des infirmiers ;
c) une salle de bain équipée pour les soins, avec baignoire réglable en hauteur et une douche accessible en fauteuil roulant, un lève-personne, une table de soins et des toilettes ;
d) des installations sanitaires suffisantes pour le personnel ;
e) un local utilitaire propre et un local utilitaire souillé ;
f) une remise suffisamment grande ;
g) un espace ou une armoire fermés où les médicaments et les dossiers peuvent être conservés de manière sûre et discrète. Un réfrigérateur est également disponible pour conserver certains médicaments au frais et en toute sécurité. Ce réfrigérateur est exclusivement réservé aux médicaments et est fermé ou se trouve dans un local fermé.
Les espaces intérieurs du ou des bâtiments visés à l'alinéa 2 répondent à l'ensemble des conditions suivantes :
1° les locaux sont équipés pour les soins hygiéniques des enfants et des jeunes de tous âges. Les parents ou accompagnateurs ont la possibilité d'être associés aux soins prodigués à leur enfant ou au jeune dans la pièce où il est soigné ;
2° lorsque cela est nécessaire pour le groupe cible, il est possible de laisser un parent ou un accompagnateur séjourner et dormir à proximité de l'enfant ou du jeune ;
3° le mobilier, le sol et les jouets peuvent être désinfectés et lavés ou rincés et sont nettoyés régulièrement selon une procédure fixe ;
4° l'infrastructure permet de faire respecter un minimum de vie privée à chaque usager et d'offrir à tout moment les soins et l'aide nécessaires ;
5° dans les chambres des usagers et dans l'espace de vie et de restauration, la surface vitrée représente au moins un sixième de la surface nette au sol. Dans toutes les chambres et les espaces communs, la surface vitrée des fenêtres commence à une hauteur maximale de 85 cm, mesurée à partir du sol, et offre une vue dégagée sur l'extérieur, même en position assise ;
6° l'aménagement du bâtiment permet un fonctionnement à petite échelle. Des éléments chaleureux et accueillants sont intégrés dans l'aménagement intérieur ;
7° les bâtiments et les locaux sont entretenus régulièrement ;
8° l'infrastructure et l'environnement accessibles aux usagers et aux visiteurs sont intégralement accessibles. L'accessibilité intégrale est garantie en tenant compte, lors de la conception et de la réalisation, de l'avis d'Inter, l'agence flamande pour l'accessibilité ;
9° les fenêtres et les accès peuvent être sécurisés.
L'espace extérieur du bâtiment ou des bâtiments visés à l'alinéa 2 répond à l'ensemble des conditions suivantes :
1° un abri à vélos est mis à la disposition des visiteurs et du personnel ;
2° une superficie de 3 m2 par usager est disponible comme espace extérieur pour les usagers, les visiteurs et le personnel.
L'espace de circulation du bâtiment ou des bâtiments visés à l'alinéa 2 répond à l'ensemble des conditions suivantes :
1° les bâtiments à deux niveaux ou plus, accessibles aux usagers disposent d'au moins un ascenseur. Le nombre d'ascenseurs est déterminé en fonction du nombre d'usagers et de l'utilisation prévue ;
2° dans le cadre de la prévention des chutes, les cages d'escalier sont sécurisées.
Les locaux sanitaires communs et les cellules sanitaires sont adaptés aux besoins des personnes en fauteuil roulant et satisfont aux conditions énoncées aux articles 30, 31 et 31/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 fixant un règlement urbanistique relatif à l'accessibilité, ainsi qu'à l'ensemble des conditions suivantes :
1° le local sanitaire offre un rayon de braquage libre de 1,50 mètre ;
2° des mains courantes sont installées de part et d'autre des toilettes ;
3° l'espace sous le lavabo doit faciliter l'accès en fauteuil roulant ;
4° le robinet est facile à actionner pour une personne présentant un handicap physique ;
5° le miroir est adapté ou adaptable aux personnes en fauteuil roulant.
L'équipement et l'aménagement du bâtiment ou des bâtiments visés à l'alinéa 2 répondent à l'ensemble des conditions suivantes :
1° le centre de type 3 doit pouvoir mettre à la disposition de chaque usager le mobilier nécessaire pour que celui-ci puisse manger, se reposer et dormir confortablement. L'aménagement de la chambre offre la flexibilité nécessaire pour placer le mobilier, à condition que les soins et les services ainsi que la sécurité n'en soient pas compromis ;
2° dans chaque salon et espace de vie, l'ensemble des usagers d'une communauté peuvent s'asseoir confortablement ;
3° tous les lits sont adaptés aux besoins spécifiques de l'usager en question ;
4° dans les chambres des usagers, l'utilisation d'un lève-personne au sol ou au plafond, et de tout autre équipement et matériel nécessaire aux soins et à l'assistance de l'usager est à tout moment possible ;
5° les chambres des usagers et les espaces de vie et de restauration sont équipés au minimum des installations nécessaires à l'utilisation de la télévision, de la radio et de l'internet sans fil ;
6° chaque unité de séjour dispose d'eau courante chaude et froide ;
7° du matériel médical est prévu pour les urgences éventuelles. Les médicaments et le matériel sont disponibles conformément au protocole d'urgence de chaque patient. Du matériel d'animation, des jeux et une bibliothèque sont mis à disposition ;
8° les déchets sont conservés dans des poubelles fermées afin d'éviter toute nuisance olfactive ou autre ;
9° chaque usager peut à tout moment utiliser un système d'appel adapté dans tous les espaces qui lui sont accessibles et chaque cellule sanitaire est équipée en permanence d'un système d'appel facilement accessible aux usagers. L'espace d'où provient l'appel d'urgence est identifiable ;
10° des TIC sont disponibles dans le centre de type 3, afin de favoriser l'autonomie et les contacts sociaux des usagers, la qualité et le suivi des soins ainsi que l'exécution des tâches de soins.
Le confort des usagers du bâtiment ou des bâtiments visés à l'alinéa 2 répond à l'ensemble des conditions suivantes :
1° les espaces destinés aux usagers sont éclairés autant que possible par la lumière du jour ;
2° dans tous les locaux, le chauffage, la ventilation et l'éclairage sont adaptés à l'affectation du local ;
3° l'éclairage tient compte de la sécurité et des besoins des usagers. Pendant la nuit, les unités de séjour et les couloirs sont éclairés de manière à permettre aux usagers de se déplacer en toute sécurité. Les espaces de séjour sont équipés d'un éclairage de base, complété par un éclairage d'accentuation adapté. Tous les espaces de séjour sont équipés de raccordements suffisants à cet effet.
4° un système de chauffage central est présent. Les systèmes de chauffage à feu ouvert sont interdits ;
5° la température intérieure est réglable dans chaque espace de séjour, le cas échéant par un système central de gestion du bâtiment ;
6° tous les espaces de séjour sont équipés de fenêtres (partiellement) ouvrables. Leur mode de commande tient compte de la sécurité des usagers ;
7° dans tous les espaces de séjour, la température est d'au moins 22 ° C pendant la journée. Toutes les mesures utiles sont prises pour maintenir dans tous les espaces de séjour une température maximale de 26 ° C ou, lorsque la phase d'alerte du Plan d'action flamand Chaleur est en vigueur, une température inférieure à la température extérieure ;
8° lorsque la phase d'alerte du Plan d'action flamand Chaleur est déclenchée, un espace climatisé suffisamment grand est mis à disposition pour accueillir l'ensemble des usagers dont les espaces de séjour n'atteignent pas les températures requises ;
9° des pare-soleil adaptés, obstruant le moins possible la vue sur l'extérieur, sont installés là où c'est nécessaire. Les pare-soleil sont considérés comme adaptés lorsqu'ils ne gênent pas la vue vers l'extérieur et évitent la surchauffe et l'éblouissement des usagers par la lumière directe du soleil ;
10° dans les espaces de séjour, la concentration en CO2 ne dépasse pas 1 200 ppm.
Une personne est désignée comme responsable de la gestion et de l'entretien des installations techniques. Cette personne est chargée de la comptabilité énergétique. ".
Art. 22. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2025.
Art. 22. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er octobre 2025.
Art. 23. De Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 23. Le ministre flamand qui a les soins de santé et résidentiels dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.