Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° "decreet": het decreet van 04 april 2024 inzake de subsidiëring van de professionele sectoren van de talen, de letteren en het boek;
2° "Minister": de minister bevoegd voor de Talen, de Letteren en het Boek;
3° "Administratie": de Algemene Dienst Letteren en Boek van de Algemene Administratie Cultuur, indien nodig bijgestaan door de Inspectie;
4° "Inspectie": de Algemene Inspectiedienst van Cultuur van de Algemene Administratie Cultuur;
5° "Commissie": de Schrift- en Boekcommissie bedoeld in de artikelen 76 tot 78 van het decreet van 28 maart 2019 betreffende het nieuwe beheerkader inzake cultuur;
6° "Kunstwerkcommissie": de Commissie ingesteld bij het koninklijk besluit van 13 maart 2023 betreffende de werking van de Kunstwerkcommissie, de criteria en de procedure voor de erkenning van de kunstenfederaties en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
16 MEI 2025. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot uitvoering van het decreet van 4 april 2024 inzake de subsidiëring van de professionele sectoren van de talen, de letteren en het boek
Titre
16 MAI 2025. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté française portant exécution du décret du 4 avril 2024 relatif au subventionnement des secteurs professionnels des langues, des lettres et du livre
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Definities
HOOFDSTUK 2. - Handvest voor de creatie en publ...
HOOFDSTUK 3. - Procedure voor het toekennen van...
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 2. - Bepalingen met betrekking tot beu...
Afdeling 3. - Bepalingen betreffende projectsteun
Afdeling 4. - Bepalingen met betrekking tot ove...
HOOFDSTUK 4. - Prijzen en onderscheidingen
Afdeling 1. - De algemene voorwaarden
Afdeling 2. - Specifieke voorwaarden
Onderafdeling 1. - De jaarlijkse prijzen
Onderafdeling 2. - De driejaarlijkse prijzen
Onderafdeling 3. - De vijfjaarlijkse prijzen
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
BIJLAGE.
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Définitions
CHAPITRE 2. - Charte de la création et de l'édi...
CHAPITRE 3. - Procédure d'octroi des aides fina...
Section 1ère. - Dispositions générales
Section 2. - Dispositions relatives aux bourses
Section 3. - Dispositions relatives aux aides a...
Section 4. - Dispositions relatives aux convent...
CHAPITRE 4. - Prix et récompenses
Section 1ère. - Des conditions générales
Section 2. - Conditions particulières
Sous-section 1ère. - Des prix remis annuellement
Sous-section 2. - Des prix triennaux
Sous-section 3. - Des prix quinquennaux
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
ANNEXE.
Tekst (66)
Texte (66)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° " décret " : le décret du 04 avril 2024 relatif au subventionnement des secteurs professionnels des langues, des lettres et du livre ;
2° " Ministre " : le ou la Ministre qui a les langues, les lettres et le livre dans ses attributions ;
3° " Administration " : le Service général des Lettres et du Livre de l'Administration générale de la Culture, assisté si nécessaire par l'Inspection ;
4° " Inspection " : le Service général d'Inspection de la Culture de l'Administration générale de la Culture ;
5° " Commission " : la Commission des Ecritures et du Livre visée aux articles 76 à 78 du décret du 28 mars 2019 sur la nouvelle gouvernance culturelle ;
6° " Commission du Travail des Arts " : la Commission instituée par l'arrêté royal du 13 mars 2023 relatif au fonctionnement de la Commission du Travail des Arts, aux critères et à la procédure de reconnaissance des fédérations des arts et à l'amélioration de la protection sociale des travailleurs des arts.
1° " décret " : le décret du 04 avril 2024 relatif au subventionnement des secteurs professionnels des langues, des lettres et du livre ;
2° " Ministre " : le ou la Ministre qui a les langues, les lettres et le livre dans ses attributions ;
3° " Administration " : le Service général des Lettres et du Livre de l'Administration générale de la Culture, assisté si nécessaire par l'Inspection ;
4° " Inspection " : le Service général d'Inspection de la Culture de l'Administration générale de la Culture ;
5° " Commission " : la Commission des Ecritures et du Livre visée aux articles 76 à 78 du décret du 28 mars 2019 sur la nouvelle gouvernance culturelle ;
6° " Commission du Travail des Arts " : la Commission instituée par l'arrêté royal du 13 mars 2023 relatif au fonctionnement de la Commission du Travail des Arts, aux critères et à la procédure de reconnaissance des fédérations des arts et à l'amélioration de la protection sociale des travailleurs des arts.
HOOFDSTUK 2. - Handvest voor de creatie en publicatie van boeken of tijdschriften
CHAPITRE 2. - Charte de la création et de l'édition de livres ou de revues
Art. 2. Het handvest bedoeld in artikel 1r, 12°, van het decreet wordt gevoegd bij dit besluit.
Art. 2. La Charte visée à l'article 1er, 12°, du décret figure annexée au présent arrêté.
HOOFDSTUK 3. - Procedure voor het toekennen van financiële steun
CHAPITRE 3. - Procédure d'octroi des aides financières
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1ère. - Dispositions générales
Art. 3. § 1. Na raadpleging van de Commissie bepaalt de minister voor elk type financiële steun de termijnen waarbinnen de steunaanvragen naar de Administratie moeten worden gestuurd.
Deze deadlines worden gepubliceerd op de website van de Administratie. Op eenvoudig verzoek kunnen ze ook op papierformaat worden meegedeeld.
§ 2. Overeenkomstig artikel 7, § 1, 2°, van het decreet van 28 maart 2019 betreffende het nieuwe beheerkader inzake cultuur bepaalt het huishoudelijk reglement van de Commissie het minimumaantal vergaderingen per jaar die gewijd zijn aan het onderzoeken van aanvragen voor financiële steun.
Deze deadlines worden gepubliceerd op de website van de Administratie. Op eenvoudig verzoek kunnen ze ook op papierformaat worden meegedeeld.
§ 2. Overeenkomstig artikel 7, § 1, 2°, van het decreet van 28 maart 2019 betreffende het nieuwe beheerkader inzake cultuur bepaalt het huishoudelijk reglement van de Commissie het minimumaantal vergaderingen per jaar die gewijd zijn aan het onderzoeken van aanvragen voor financiële steun.
Art. 3. § 1er. Après consultation de la Commission, le Ministre détermine pour chaque type d'aide financière les échéances auxquelles les demandes d'aides doivent être adressées à l'Administration.
Ces échéances sont publiées sur le site internet de l'Administration. Elles peuvent également être communiquées, sur simple demande, au format papier.
§ 2. Conformément à l'article 7, § 1er, 2°, du décret du 28 mars 2019 sur la nouvelle gouvernance culturelle, le règlement d'ordre intérieur de la Commission détermine le nombre minimum de réunions par an dédiées à l'examen des demandes d'aide financière.
Ces échéances sont publiées sur le site internet de l'Administration. Elles peuvent également être communiquées, sur simple demande, au format papier.
§ 2. Conformément à l'article 7, § 1er, 2°, du décret du 28 mars 2019 sur la nouvelle gouvernance culturelle, le règlement d'ordre intérieur de la Commission détermine le nombre minimum de réunions par an dédiées à l'examen des demandes d'aide financière.
Art. 4. De minister bepaalt welke categorieën informatie in het steunaanvraagformulier moeten worden opgenomen.
Art. 4. Le Ministre détermine les catégories de renseignements repris dans le formulaire de demande d'aide.
Art. 5. De Administratie stuurt de aanvrager binnen vijfentwintig werkdagen na ontvangst van het dossier een ontvangstbevestiging en controleert of de aanvraag volledig is.
Mocht de aanvraag onvolledig zijn, stelt de Administratie de aanvrager hiervan op de hoogte, die vanaf de datum van kennisgeving vijf werkdagen de tijd heeft om de ontbrekende stukken in te dienen. Na deze termijn wordt de aanvraag als onontvankelijk beschouwd.
Mocht de aanvraag onvolledig zijn, stelt de Administratie de aanvrager hiervan op de hoogte, die vanaf de datum van kennisgeving vijf werkdagen de tijd heeft om de ontbrekende stukken in te dienen. Na deze termijn wordt de aanvraag als onontvankelijk beschouwd.
Art. 5. L'Administration adresse au demandeur un accusé de réception et vérifie la complétude de la demande dans un délai de vingt-cinq jours ouvrés à dater de la réception du dossier.
Dans l'hypothèse où le dossier est incomplet, le demandeur en est averti par l'Administration et dispose d'un délai de cinq jours ouvrés à dater de cet avertissement pour transmettre les pièces manquantes. Passé ce délai, la demande est considérée comme irrecevable.
Dans l'hypothèse où le dossier est incomplet, le demandeur en est averti par l'Administration et dispose d'un délai de cinq jours ouvrés à dater de cet avertissement pour transmettre les pièces manquantes. Passé ce délai, la demande est considérée comme irrecevable.
Art. 6. § 1. De beslissing betreffende de toekenning van een steunaanvraag wordt door de Administratie meegedeeld, samen met het advies van de Commissie of het uittreksel uit het advies van de Commissie betreffende de aanvrager. De kennisgeving vermeldt de termijnen en rechtsmiddelen.
§ 2. Er wordt een administratief beroep georganiseerd bij de Minister overeenkomstig de principes van artikel 13 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 08 mei 2019 tot uitvoering van het decreet van 28 maart 2019 betreffende het nieuwe beheerskader inzake cultuur.
§ 3. In geval van weigering kan voor een project alleen onder de volgende voorwaarden een nieuwe steunaanvraag worden ingediend:
1° tussen de nieuwe aanvraag en de weigeringsbeslissing moet een periode van minstens zes maanden verlopen;
2° het project werd gewijzigd om rekening te houden met de opmerkingen van de Adviescommissie;
3° eenzelfde project mag slechts één keer worden ingediend.
§ 2. Er wordt een administratief beroep georganiseerd bij de Minister overeenkomstig de principes van artikel 13 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 08 mei 2019 tot uitvoering van het decreet van 28 maart 2019 betreffende het nieuwe beheerskader inzake cultuur.
§ 3. In geval van weigering kan voor een project alleen onder de volgende voorwaarden een nieuwe steunaanvraag worden ingediend:
1° tussen de nieuwe aanvraag en de weigeringsbeslissing moet een periode van minstens zes maanden verlopen;
2° het project werd gewijzigd om rekening te houden met de opmerkingen van de Adviescommissie;
3° eenzelfde project mag slechts één keer worden ingediend.
Art. 6. § 1er. La décision relative à l'octroi d'une demande d'aide est notifiée par l'Administration, accompagnée de l'avis de la Commission ou de l'extrait de l'avis de la Commission qui concerne le demandeur. La notification mentionne les délais et voies de recours.
§ 2. Un recours administratif est organisé auprès du Ministre conformément aux principes figurant à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 08 mai 2019 portant exécution du décret du 28 mars 2019 sur la nouvelle gouvernance culturelle.
§ 3. En cas de refus, un projet ne peut faire l'objet d'une nouvelle demande d'aide qu'aux conditions suivantes :
1° une période de minimum six mois sépare la nouvelle demande de la décision de refus ;
2° le projet a été modifié pour tenir compte des remarques émises par la Commission d'avis ;
3° un même projet ne peut être représenté qu'une fois.
§ 2. Un recours administratif est organisé auprès du Ministre conformément aux principes figurant à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 08 mai 2019 portant exécution du décret du 28 mars 2019 sur la nouvelle gouvernance culturelle.
§ 3. En cas de refus, un projet ne peut faire l'objet d'une nouvelle demande d'aide qu'aux conditions suivantes :
1° une période de minimum six mois sépare la nouvelle demande de la décision de refus ;
2° le projet a été modifié pour tenir compte des remarques émises par la Commission d'avis ;
3° un même projet ne peut être représenté qu'une fois.
Afdeling 2. - Bepalingen met betrekking tot beurzen
Section 2. - Dispositions relatives aux bourses
Art. 7. De stimuleringsbeurs wordt toegekend met een vast bedrag van 7.000 euro.
Art. 7. La bourse d'encouragement est dotée d'un montant forfaitaire de 7.000 euros.
Art. 8. De projectbeurs wordt toegekend met een bedrag tussen 1.750 euro en 7.000 euro.
Art. 8. La bourse de projet est dotée d'un montant compris entre 1.750 et 7.000 euros.
Art. 9. § 1. De creatiebeurs wordt toegekend met een vast bedrag van:
- 7.000 euro voor een beurs van zes weken;
- 15.000 euro voor een beurs van twaalf weken;
- 30.000 euro voor een beurs van zesentwintig weken;
- 60.000 euro voor een beurs van tweeënvijftig weken.
§ 2. Bij het indienen van een aanvraag voor een creatiebeurs verbindt de auteur zich er schriftelijk toe om de tijd die in de aangevraagde subsidie is voorzien, te besteden aan de uitvoering van het project.
Als de auteur twerkgesteld is krachens een arbeidsovereenkomst waarvan de werklast per uur het hem niet toelaat deze duur binnen een jaar vanaf de datum van toekenning van de beurs te bereiken, moet hij aan de Administratie een attest van zijn werkgever overhandigen waaruit blijkt dat hem verlof is verleend waarmee hij aan deze voorwaarde kan voldoen.
- 7.000 euro voor een beurs van zes weken;
- 15.000 euro voor een beurs van twaalf weken;
- 30.000 euro voor een beurs van zesentwintig weken;
- 60.000 euro voor een beurs van tweeënvijftig weken.
§ 2. Bij het indienen van een aanvraag voor een creatiebeurs verbindt de auteur zich er schriftelijk toe om de tijd die in de aangevraagde subsidie is voorzien, te besteden aan de uitvoering van het project.
Als de auteur twerkgesteld is krachens een arbeidsovereenkomst waarvan de werklast per uur het hem niet toelaat deze duur binnen een jaar vanaf de datum van toekenning van de beurs te bereiken, moet hij aan de Administratie een attest van zijn werkgever overhandigen waaruit blijkt dat hem verlof is verleend waarmee hij aan deze voorwaarde kan voldoen.
Art. 9. § 1er. La bourse de création est dotée d'un montant forfaitaire de :
- 7.000 euros pour une bourse de six semaines ;
- 15.000 euros pour une bourse de douze semaines ;
- 30.000 euros pour une bourse de vingt-six semaines ;
- 60.000 euros pour une bourse de cinquante-deux semaines.
§ 2. Lors de l'introduction de sa demande de bourse de création, l'auteur s'engage par écrit à consacrer à la réalisation du projet la durée prévue par la bourse qu'il sollicite.
Si l'auteur est engagé dans les liens d'un contrat de travail dont la charge horaire ne lui permet pas d'atteindre cette durée dans l'année à dater de l'octroi de la bourse, il transmet à l'Administration une attestation de son employeur prouvant qu'il lui a été accordé un congé lui permettant de remplir cette condition.
- 7.000 euros pour une bourse de six semaines ;
- 15.000 euros pour une bourse de douze semaines ;
- 30.000 euros pour une bourse de vingt-six semaines ;
- 60.000 euros pour une bourse de cinquante-deux semaines.
§ 2. Lors de l'introduction de sa demande de bourse de création, l'auteur s'engage par écrit à consacrer à la réalisation du projet la durée prévue par la bourse qu'il sollicite.
Si l'auteur est engagé dans les liens d'un contrat de travail dont la charge horaire ne lui permet pas d'atteindre cette durée dans l'année à dater de l'octroi de la bourse, il transmet à l'Administration une attestation de son employeur prouvant qu'il lui a été accordé un congé lui permettant de remplir cette condition.
Art. 10. De verblijfsbeurs wordt toegekend met een maandelijks bedrag tussen 1.750 euro en 3.500 euro per maand. Als het verblijf geen volledige maand duurt, wordt dit bedrag pro rata verminderd.
Art. 10. La bourse de résidence est dotée d'un montant mensuel compris entre 1.750 et 3.500 euros. Lorsque la durée de la résidence n'atteint pas un mois complet, ce montant est diminué au prorata.
Afdeling 3. - Bepalingen betreffende projectsteun
Section 3. - Dispositions relatives aux aides au projet
Art. 11. De steun voor literaire creatiestructuren wordt toegekend met een bedrag tussen 2.000 euro tot 150.000 euro.
Art. 11. L'aide aux structures de création littéraire est dotée d'un montant compris entre 2.000 euros et 150.000 euros.
Art. 12. § 1. De steun voor de pubicatie van literaire creatie en de steun voor de publicatie van filologische werken in of over endogene regionale talen worden toegekend met een bedrag van :
- maximaal 32.000 euro voor algemene literatuur, jeugdliteratuur en literatuur in of over regionale talen;
- maximaal 60.000 euro voor stripverhalen.
Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt maximum beperkt:
- tot 50% van de productiekosten (correctie, proeflezen, lay-out, illustratie of andere aankoop van forfaitaire rechten, drukken, vervoer, opslag) van het werk of de werken waarvoor steun wordt verleend; voor onafhankelijke uitgeverijen die minder dan twintig werken per jaar uitgeven, wordt dit percentage verhoogd tot 75%;
- tot 8.000 per werk op het gebied van algemene literatuur, jeugdliteratuur en literatuur in of over regionale talen, met een maximum van vier werken per publicatiesteun;
- tot 15.000 euro per werk op het gebied van stripverhalen, met een maximum van vier werken per publicatiesteun;
- op het gebied van algemene literatuur, voor de categorieën romans en essays, en op het gebied van jeugdliteratuur en stripverhalen, tot het bedrag van de eigen inkomsten van de uitgever in het boekjaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag of, indien het resultaat van het betreffende boekjaar lager is dan dat van het voorgaande boekjaar, tot het gemiddelde bedrag van de twee boekjaren voorafgaand aan de indiening van de aanvraag;
- op het gebied van algemene literatuur, voor de categorieën poëzie, verhalenbundels en toneel, tot het dubbele van het bedrag van de eigen inkomsten van de uitgever in het boekjaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag of, indien het resultaat van het betreffende boekjaar lager is dan dat van het voorgaande boekjaar, tot het gemiddelde bedrag van de twee boekjaren voorafgaand aan de indiening van de aanvraag.
Op het gebied van algemene literatuur, jeugdliteratuur en stripverhalen wordt aan redactionele projecten die twee tot vier werken omvatten, bovenop het bedrag dat krachtens het eerste lid wordt toegekend, ook een supplement van maximaal 10.000 euro toegekend ter dekking van maximaal 50% van de werkingskosten van de begunstigde (huur, onderhoud en reparatiekosten, diverse benodigdheden en energie, betalingen aan derden, verzekeringen - behalve voor personeel, vervoer en aanverwante verkoopkosten -, communicatiekosten, naamsbekendheid).
§ 2. Het bedrag van de aanbetaling of van de premie bedoeld in artikel 45, tweede lid, van het decreet wordt bepaald als volgt:
- op het gebied van algemene literatuur, minimaal 500 euro voor prozawerken en minimaal 250 euro voor toneelwerken en verhalenbundels of poëzie;
- op het gebied van jeugdliteratuur en stripverhalen, minimaal 500 euro voor individuele werken en minimaal 250 euro per auteur, illustrator of scenarist voor collectieve werken.
Deze aanbetaling of deze premie zal vermeld worden in alle publicatiecontracten die door alle partijen ondertekend worden en waarvan kopieën naar de administratie gestuurd zullen worden als bewijs van de toegekende steun.
In afwijking hiervan is de steun voor publicatie van een bloemlezing niet afhankelijk van de aanbetaling of van de betaling van een premie aan de bijdragende auteurs.
- maximaal 32.000 euro voor algemene literatuur, jeugdliteratuur en literatuur in of over regionale talen;
- maximaal 60.000 euro voor stripverhalen.
Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt maximum beperkt:
- tot 50% van de productiekosten (correctie, proeflezen, lay-out, illustratie of andere aankoop van forfaitaire rechten, drukken, vervoer, opslag) van het werk of de werken waarvoor steun wordt verleend; voor onafhankelijke uitgeverijen die minder dan twintig werken per jaar uitgeven, wordt dit percentage verhoogd tot 75%;
- tot 8.000 per werk op het gebied van algemene literatuur, jeugdliteratuur en literatuur in of over regionale talen, met een maximum van vier werken per publicatiesteun;
- tot 15.000 euro per werk op het gebied van stripverhalen, met een maximum van vier werken per publicatiesteun;
- op het gebied van algemene literatuur, voor de categorieën romans en essays, en op het gebied van jeugdliteratuur en stripverhalen, tot het bedrag van de eigen inkomsten van de uitgever in het boekjaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag of, indien het resultaat van het betreffende boekjaar lager is dan dat van het voorgaande boekjaar, tot het gemiddelde bedrag van de twee boekjaren voorafgaand aan de indiening van de aanvraag;
- op het gebied van algemene literatuur, voor de categorieën poëzie, verhalenbundels en toneel, tot het dubbele van het bedrag van de eigen inkomsten van de uitgever in het boekjaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag of, indien het resultaat van het betreffende boekjaar lager is dan dat van het voorgaande boekjaar, tot het gemiddelde bedrag van de twee boekjaren voorafgaand aan de indiening van de aanvraag.
Op het gebied van algemene literatuur, jeugdliteratuur en stripverhalen wordt aan redactionele projecten die twee tot vier werken omvatten, bovenop het bedrag dat krachtens het eerste lid wordt toegekend, ook een supplement van maximaal 10.000 euro toegekend ter dekking van maximaal 50% van de werkingskosten van de begunstigde (huur, onderhoud en reparatiekosten, diverse benodigdheden en energie, betalingen aan derden, verzekeringen - behalve voor personeel, vervoer en aanverwante verkoopkosten -, communicatiekosten, naamsbekendheid).
§ 2. Het bedrag van de aanbetaling of van de premie bedoeld in artikel 45, tweede lid, van het decreet wordt bepaald als volgt:
- op het gebied van algemene literatuur, minimaal 500 euro voor prozawerken en minimaal 250 euro voor toneelwerken en verhalenbundels of poëzie;
- op het gebied van jeugdliteratuur en stripverhalen, minimaal 500 euro voor individuele werken en minimaal 250 euro per auteur, illustrator of scenarist voor collectieve werken.
Deze aanbetaling of deze premie zal vermeld worden in alle publicatiecontracten die door alle partijen ondertekend worden en waarvan kopieën naar de administratie gestuurd zullen worden als bewijs van de toegekende steun.
In afwijking hiervan is de steun voor publicatie van een bloemlezing niet afhankelijk van de aanbetaling of van de betaling van een premie aan de bijdragende auteurs.
Art. 12. § 1er. L'aide à l'édition de créations littéraires et l'aide à l'édition d'ouvrages philologiques en ou sur les langues régionales endogènes sont dotées d'un montant qui s'élève à :
- maximum 32.000 euros dans les domaines de la littérature générale, de la littérature de jeunesse et de la littérature en ou sur les langues régionales ;
- maximum 60.000 euros dans le domaine de la bande-dessinée.
Le montant visé à l'alinéa 1er est en outre plafonné :
- à 50% des frais de production (correction, relecture, mise en pages, illustration ou autres achats de droits forfaitaires, impression, transports, stockage) du ou des ouvrages visé(s) par l'aide ; pour les maisons d'édition indépendantes publiant moins de vingt ouvrages par an, ce plafond est rehaussé à 75% ;
- à 8.000 euros par ouvrage dans les domaines de la littérature générale, de la littérature de jeunesse et de la littérature en ou sur les langues régionales, avec un maximum de quatre ouvrages par aide à l'édition ;
- à 15.000 euros par ouvrage dans le domaine de la bande dessinée, avec un maximum de quatre ouvrages par aide à l'édition ;
- dans le domaine de la littérature générale pour les catégories du roman et de l'essai et dans les domaines de la littérature de jeunesse et de la bande dessinée, au montant des recettes propres de l'éditeur lors de l'exercice comptable qui précède le dépôt de la demande ou, si le résultat de l'exercice comptable visé est inférieur à celui de l'année précédente, au montant moyen des deux exercices comptables qui précèdent le dépôt de la demande ;
- dans le domaine de la littérature générale pour les catégories du recueil de poésie, du recueil de nouvelles et du théâtre, au double du montant des recettes propres de l'éditeur lors de l'exercice comptable qui précède le dépôt de la demande ou, si le résultat de l'exercice comptable visé est inférieur à celui de l'année précédente, au montant moyen des deux exercices comptables qui précèdent le dépôt de la demande.
Dans les domaines de la littérature générale, de la littérature de jeunesse et de la bande dessinée, il est en outre octroyé aux projets éditoriaux comportant entre deux et quatre ouvrages, en complément du montant accordé en vertu de l'alinéa 1er, un supplément de maximum 10.000 euros destiné à couvrir jusqu'à 50% des frais de fonctionnement du bénéficiaire (location, charges d'entretien et de réparations, fournitures diverses et énergie, rétributions de tiers, assurances - autres que pour le personnel, transports et frais y afférents sur ventes -, poste-communication, notoriété).
§ 2. Le montant de l'à-valoir ou de la prime visés à l'article 45, alinéa 2, du décret est fixé(e) :
- dans le domaine de la littérature générale, à minimum 500 euros pour les oeuvres en prose et à minimum 250 euros pour les oeuvres dramatiques et les recueils de nouvelles ou de poésie ;
- dans les domaines de la littérature de jeunesse et de la bande dessinée, à minimum 500 euros pour les oeuvres individuelles et à minimum 250 euros par auteur, illustrateur ou scénariste pour les oeuvres collectives.
Cet à-valoir ou cette prime sera mentionné(e) dans tous les contrats d'édition signés par toutes les parties dont les copies seront envoyées à l'administration au titre de justificatifs de l'aide allouée.
Par dérogation, l'aide à l'édition d'une anthologie n'est pas conditionnée au versement d'un à-valoir ou d'une prime aux auteurs contributeurs.
- maximum 32.000 euros dans les domaines de la littérature générale, de la littérature de jeunesse et de la littérature en ou sur les langues régionales ;
- maximum 60.000 euros dans le domaine de la bande-dessinée.
Le montant visé à l'alinéa 1er est en outre plafonné :
- à 50% des frais de production (correction, relecture, mise en pages, illustration ou autres achats de droits forfaitaires, impression, transports, stockage) du ou des ouvrages visé(s) par l'aide ; pour les maisons d'édition indépendantes publiant moins de vingt ouvrages par an, ce plafond est rehaussé à 75% ;
- à 8.000 euros par ouvrage dans les domaines de la littérature générale, de la littérature de jeunesse et de la littérature en ou sur les langues régionales, avec un maximum de quatre ouvrages par aide à l'édition ;
- à 15.000 euros par ouvrage dans le domaine de la bande dessinée, avec un maximum de quatre ouvrages par aide à l'édition ;
- dans le domaine de la littérature générale pour les catégories du roman et de l'essai et dans les domaines de la littérature de jeunesse et de la bande dessinée, au montant des recettes propres de l'éditeur lors de l'exercice comptable qui précède le dépôt de la demande ou, si le résultat de l'exercice comptable visé est inférieur à celui de l'année précédente, au montant moyen des deux exercices comptables qui précèdent le dépôt de la demande ;
- dans le domaine de la littérature générale pour les catégories du recueil de poésie, du recueil de nouvelles et du théâtre, au double du montant des recettes propres de l'éditeur lors de l'exercice comptable qui précède le dépôt de la demande ou, si le résultat de l'exercice comptable visé est inférieur à celui de l'année précédente, au montant moyen des deux exercices comptables qui précèdent le dépôt de la demande.
Dans les domaines de la littérature générale, de la littérature de jeunesse et de la bande dessinée, il est en outre octroyé aux projets éditoriaux comportant entre deux et quatre ouvrages, en complément du montant accordé en vertu de l'alinéa 1er, un supplément de maximum 10.000 euros destiné à couvrir jusqu'à 50% des frais de fonctionnement du bénéficiaire (location, charges d'entretien et de réparations, fournitures diverses et énergie, rétributions de tiers, assurances - autres que pour le personnel, transports et frais y afférents sur ventes -, poste-communication, notoriété).
§ 2. Le montant de l'à-valoir ou de la prime visés à l'article 45, alinéa 2, du décret est fixé(e) :
- dans le domaine de la littérature générale, à minimum 500 euros pour les oeuvres en prose et à minimum 250 euros pour les oeuvres dramatiques et les recueils de nouvelles ou de poésie ;
- dans les domaines de la littérature de jeunesse et de la bande dessinée, à minimum 500 euros pour les oeuvres individuelles et à minimum 250 euros par auteur, illustrateur ou scénariste pour les oeuvres collectives.
Cet à-valoir ou cette prime sera mentionné(e) dans tous les contrats d'édition signés par toutes les parties dont les copies seront envoyées à l'administration au titre de justificatifs de l'aide allouée.
Par dérogation, l'aide à l'édition d'une anthologie n'est pas conditionnée au versement d'un à-valoir ou d'une prime aux auteurs contributeurs.
Art. 13. De publicatiesteun van tijdschriften wordt toegekend met een bedrag tussen 1.000 euro en 10.000 euro.
Art. 13. L'aide à l'édition de revues est dotée d'un montant compris entre 1.000 euros et 10.000 euros.
Art. 14. De steun voor literaire verspreiding en promotie wordt toegekend met een bedrag tussen 2.000 euro en 150.000 euro.
Art. 14. L'aide à la diffusion et à la promotion littéraire est dotée d'un montant compris entre 2.000 euros et 150.000 euros.
Art. 15. § 1. De steun voor boekhandels voor de organisatie van literaire evenementen wordt toegekend in de vorm van een forfaitair bedrag gelijk aan:
- 600 euro per evenement als er een auteur aanwezig is;
- 300 euro per evenement zonder auteur.
Als een auteur van de Franse Gemeenschap deelneemt, kan het vaste bedrag verhoogd worden met een bedrag voor de gastauteur.
Dit bedrag bestaat uit een vaste vergoeding van 170 euro.
In overeenstemming met artikel 54, 1° van het decreet moet de steunaanvraag betrekking hebben op ten minste drie evenementen.
In ieder geval mag geen enkele boekhandel meer dan 7.500 euro aan steun ontvangen voor de organisatie van literaire evenementen in één boekjaar.
§ 2. In overeenstemming met artikel 52, derde lid, van het decreet is de steun voor boekhandels voor deelname aan een beroepsopleiding of de organisatie van een beroepsopleiding beperkt tot 75% van de door de aanvrager gemaakte kosten.
§ 3. De steun voor boekhandels voor abonnementen op een bibliografisch hulpmiddel wordt toegekend met een jaarlijks forfaitair bedrag van maximaal 750 euro.
- 600 euro per evenement als er een auteur aanwezig is;
- 300 euro per evenement zonder auteur.
Als een auteur van de Franse Gemeenschap deelneemt, kan het vaste bedrag verhoogd worden met een bedrag voor de gastauteur.
Dit bedrag bestaat uit een vaste vergoeding van 170 euro.
In overeenstemming met artikel 54, 1° van het decreet moet de steunaanvraag betrekking hebben op ten minste drie evenementen.
In ieder geval mag geen enkele boekhandel meer dan 7.500 euro aan steun ontvangen voor de organisatie van literaire evenementen in één boekjaar.
§ 2. In overeenstemming met artikel 52, derde lid, van het decreet is de steun voor boekhandels voor deelname aan een beroepsopleiding of de organisatie van een beroepsopleiding beperkt tot 75% van de door de aanvrager gemaakte kosten.
§ 3. De steun voor boekhandels voor abonnementen op een bibliografisch hulpmiddel wordt toegekend met een jaarlijks forfaitair bedrag van maximaal 750 euro.
Art. 15. § 1er. - L'aide à la librairie visant l'organisation d'animations littéraires est dotée d'un montant forfaitaire équivalent à :
- 600 euros par animation en cas de présence d'un auteur ou d'une autrice ;
- 300 euros par animation sans la présence d'un auteur ou d'une autrice.
En cas de participation d'un auteur ou d'une autrice de la Communauté française, le forfait peut être majoré d'un montant destiné à l'autrice ou à l'auteur invité.
Ce montant consiste en une rémunération forfaitaire de 170€.
Conformément à l'article 54,1° du décret, la demande d'aide doit porter au minimum sur trois animations.
En tout état de cause, une même librairie ne peut bénéficier, au cours d'une même année budgétaire, de plus de 7.500 euros d'aide à l'organisation d'animations littéraires.
§ 2. Conformément à l'article 52, alinéa 3 du décret, l'aide à la librairie visant la participation à une formation professionnelle ou l'organisation d'une formation professionnelle est plafonnée à 75% des frais engagés par le demandeur.
§ 3. L'aide à la librairie visant l'abonnement à un outil bibliographique est dotée d'un montant forfaitaire annuel de maximum 750 euros.
- 600 euros par animation en cas de présence d'un auteur ou d'une autrice ;
- 300 euros par animation sans la présence d'un auteur ou d'une autrice.
En cas de participation d'un auteur ou d'une autrice de la Communauté française, le forfait peut être majoré d'un montant destiné à l'autrice ou à l'auteur invité.
Ce montant consiste en une rémunération forfaitaire de 170€.
Conformément à l'article 54,1° du décret, la demande d'aide doit porter au minimum sur trois animations.
En tout état de cause, une même librairie ne peut bénéficier, au cours d'une même année budgétaire, de plus de 7.500 euros d'aide à l'organisation d'animations littéraires.
§ 2. Conformément à l'article 52, alinéa 3 du décret, l'aide à la librairie visant la participation à une formation professionnelle ou l'organisation d'une formation professionnelle est plafonnée à 75% des frais engagés par le demandeur.
§ 3. L'aide à la librairie visant l'abonnement à un outil bibliographique est dotée d'un montant forfaitaire annuel de maximum 750 euros.
Art. 16. De steun voor activiteiten gericht op de toe-eigening en promotie van het Frans en de taalkundige creativiteit wordt toegekend met een bedrag tussen 1.000 euro en 40.000 euro.
Art. 16. L'aide aux activités d'appropriation et de promotion du français et aux activités de créativité linguistique est dotée d'un montant compris entre 1.000 euros et 40.000 euros.
Art. 17. De steun voor de publicatie van wetenschappelijk onderzoek over de Franse taal wordt toegekend met een bedrag van maximaal 2.500 euro.
Art. 17. L'aide à la publication de recherches scientifiques sur la langue française est dotée d'un montant maximal de 2.500 euros.
Art. 18. De steun voor de toe-eigening, promotie en verspreiding van de endogene regionale talen wordt toegekend met een bedrag van maximaal 5.000 euro.
Art. 18. L'aide à l'appropriation, à la promotion et à la diffusion des langues régionales endogènes est dotée d'un montant maximal de 5.000 euros.
Art. 19. De steun voor activiteiten gericht op de toe-eigening, promotie en bemiddeling van leespraktijken wordt toegekend met een bedrag van maximum 5.000 euro.
Art. 19. L'aide aux activités d'appropriation, de promotion et de médiation des pratiques de lecture est dotée d'un montant maximal de 5.000 euros.
Afdeling 4. - Bepalingen met betrekking tot overeenkomsten
Section 4. - Dispositions relatives aux conventions
Art. 20. § 1. In overeenstemming met artikel 5 van het decreet ligt het jaarlijkse bedrag dat onder een overeenkomst kan worden toegekend tussen 5.000 euro en 400.000 euro.
Voor uitgevers is het jaarlijkse bedrag ook beperkt tot:
- 50% van de productiekosten (correctie, proeflezen, lay-out, illustratie of andere aankoop van forfaitaire rechten, drukken, transport, opslag) van het werk of de werken waarvoor steun wordt verleend; voor onafhankelijke uitgeverijen die minder dan twintig werken per jaar uitgeven, wordt dit plafond verhoogd tot 75%;
- 8.000 euro per boek op het gebied van algemene literatuur, jeugdliteratuur en literatuur in of over regionale talen, met een minimum van vier boeken en een maximum van 10 boeken per jaar;
- 15.000 euro per werk op het gebied van stripverhalen, met een minimum van vier werken en een maximum van tien werken per jaar;
- op het gebied van algemene literatuur, voor de categorieën romans en essays, en op het gebied van jeugdliteratuur en stripverhalen, tot het bedrag van de eigen inkomsten van de uitgever in het boekjaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag of, indien het resultaat van het betreffende boekjaar lager is dan dat van het voorgaande boekjaar, tot het gemiddelde bedrag van de twee boekjaren voorafgaand aan de indiening van de aanvraag;
- op het gebied van algemene literatuur, voor de categorieën poëzie, korte verhalen en toneel, en op het gebied van endogene regionale talen, tot het dubbele van het bedrag van de eigen inkomsten van de uitgever in het boekjaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag of, indien het resultaat van het betreffende boekjaar lager is dan dat van het voorgaande boekjaar, tot het gemiddelde bedrag van de twee boekjaren voorafgaand aan de indiening van de aanvraag.
Op het gebied van algemene literatuur, jeugdliteratuur en striverhalen wordt aan redactionele projecten die tussen vier en tien werken omvatten, bovenop het bedrag dat krachtens het eerste lid wordt toegekend, ook een supplement van maximaal 10.000 euro per jaar toegekend ter dekking van maximaal 50% van de exploitatiekosten van de begunstigde (huur, onderhouds- en reparatiekosten, diverse benodigdheden en energie, vergoedingen aan derden, verzekeringen - behalve voor personeel, vervoer en aanverwante verkoopkosten -, communicatiekosten, naamsbekendheid).
§ 2. De bedragen vermeld in § 1 zijn gekoppeld aan de gezondheidsindex voor januari 2024.
Overeenkomstig artikel 4 van het decreet worden het toegekende bedrag en de totale begroting voor structurele steun jaarlijks geïndexeerd op basis van de verhouding tussen de gezondheidsindex voor januari van het betrokken boekjaar en de gezondheidsindex voor januari van het voorgaande boekjaar.
Voor uitgevers is het jaarlijkse bedrag ook beperkt tot:
- 50% van de productiekosten (correctie, proeflezen, lay-out, illustratie of andere aankoop van forfaitaire rechten, drukken, transport, opslag) van het werk of de werken waarvoor steun wordt verleend; voor onafhankelijke uitgeverijen die minder dan twintig werken per jaar uitgeven, wordt dit plafond verhoogd tot 75%;
- 8.000 euro per boek op het gebied van algemene literatuur, jeugdliteratuur en literatuur in of over regionale talen, met een minimum van vier boeken en een maximum van 10 boeken per jaar;
- 15.000 euro per werk op het gebied van stripverhalen, met een minimum van vier werken en een maximum van tien werken per jaar;
- op het gebied van algemene literatuur, voor de categorieën romans en essays, en op het gebied van jeugdliteratuur en stripverhalen, tot het bedrag van de eigen inkomsten van de uitgever in het boekjaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag of, indien het resultaat van het betreffende boekjaar lager is dan dat van het voorgaande boekjaar, tot het gemiddelde bedrag van de twee boekjaren voorafgaand aan de indiening van de aanvraag;
- op het gebied van algemene literatuur, voor de categorieën poëzie, korte verhalen en toneel, en op het gebied van endogene regionale talen, tot het dubbele van het bedrag van de eigen inkomsten van de uitgever in het boekjaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag of, indien het resultaat van het betreffende boekjaar lager is dan dat van het voorgaande boekjaar, tot het gemiddelde bedrag van de twee boekjaren voorafgaand aan de indiening van de aanvraag.
Op het gebied van algemene literatuur, jeugdliteratuur en striverhalen wordt aan redactionele projecten die tussen vier en tien werken omvatten, bovenop het bedrag dat krachtens het eerste lid wordt toegekend, ook een supplement van maximaal 10.000 euro per jaar toegekend ter dekking van maximaal 50% van de exploitatiekosten van de begunstigde (huur, onderhouds- en reparatiekosten, diverse benodigdheden en energie, vergoedingen aan derden, verzekeringen - behalve voor personeel, vervoer en aanverwante verkoopkosten -, communicatiekosten, naamsbekendheid).
§ 2. De bedragen vermeld in § 1 zijn gekoppeld aan de gezondheidsindex voor januari 2024.
Overeenkomstig artikel 4 van het decreet worden het toegekende bedrag en de totale begroting voor structurele steun jaarlijks geïndexeerd op basis van de verhouding tussen de gezondheidsindex voor januari van het betrokken boekjaar en de gezondheidsindex voor januari van het voorgaande boekjaar.
Art. 20. § 1er. Conformément à l'article 5 du décret, le montant annuel pouvant être accordé par le biais d'une convention est compris entre 5.000 euros et 400.000 euros.
Pour ce qui concerne les éditeurs, le montant annuel est en outre plafonné :
- à 50% des frais de production (correction, relecture, mise en pages, illustration ou autres achats de droits forfaitaires, impression, transports, stockage) du ou des ouvrages visé(s) par l'aide; pour les maisons d'édition indépendantes publiant moins de vingt ouvrages par an, ce plafond est rehaussé à 75% ;
- à 8.000 euros par ouvrage dans les domaines de la littérature générale, de la littérature de jeunesse et de la littérature en ou sur les langues régionales, avec un minimum de quatre ouvrages et un maximum de 10 ouvrages par an ;
- à 15.000 euros par ouvrage dans le domaine de la bande dessinée, avec un minimum de quatre ouvrages et un maximum de dix ouvrages par an ;
- dans le domaine de la littérature générale pour les catégories du roman et de l'essai et dans les domaines de la littérature de jeunesse et de la bande dessinée, au montant des recettes propres de l'éditeur lors de l'exercice comptable qui précède le dépôt de la demande ou, si le résultat de l'exercice comptable visé est inférieur à celui de l'année précédente, au montant moyen des deux exercices comptables qui précèdent le dépôt de la demande ;
- dans le domaine de la littérature générale pour les catégories du recueil de poésie, du recueil de nouvelle et du théâtre et dans le domaine des langues régionales endogènes, au double du montant des recettes propres de l'éditeur lors de l'exercice comptable qui précède le dépôt de la demande ou, si le résultat de l'exercice comptable visé est inférieur à celui de l'année précédente, au montant moyen des deux exercices comptables qui précèdent le dépôt de la demande
Dans les domaines de la littérature générale, de la littérature de jeunesse et de la bande dessinée, il est en outre octroyé aux projets éditoriaux comportant entre quatre et dix ouvrages, en complément du montant accordé en vertu de l'alinéa 1er, un supplément de maximum 10.000 euros par an destiné à couvrir jusqu'à 50% des frais de fonctionnement du bénéficiaire (location, charges d'entretien et de réparations, fournitures diverses et énergie, rétributions de tiers, assurances - autres que pour le personnel, transports et frais y afférents sur ventes -, poste-communication, notoriété).
§ 2. Les montants mentionnés au § 1er sont liés à l'indice santé du mois de janvier 2024.
Conformément à l'article 4 du décret, le montant accordé ainsi que le budget global destiné aux soutiens structurels est indexé annuellement en fonction du rapport entre l'indice santé du mois de janvier de l'exercice concerné et l'indice santé du mois de janvier de l'exercice précédent.
Pour ce qui concerne les éditeurs, le montant annuel est en outre plafonné :
- à 50% des frais de production (correction, relecture, mise en pages, illustration ou autres achats de droits forfaitaires, impression, transports, stockage) du ou des ouvrages visé(s) par l'aide; pour les maisons d'édition indépendantes publiant moins de vingt ouvrages par an, ce plafond est rehaussé à 75% ;
- à 8.000 euros par ouvrage dans les domaines de la littérature générale, de la littérature de jeunesse et de la littérature en ou sur les langues régionales, avec un minimum de quatre ouvrages et un maximum de 10 ouvrages par an ;
- à 15.000 euros par ouvrage dans le domaine de la bande dessinée, avec un minimum de quatre ouvrages et un maximum de dix ouvrages par an ;
- dans le domaine de la littérature générale pour les catégories du roman et de l'essai et dans les domaines de la littérature de jeunesse et de la bande dessinée, au montant des recettes propres de l'éditeur lors de l'exercice comptable qui précède le dépôt de la demande ou, si le résultat de l'exercice comptable visé est inférieur à celui de l'année précédente, au montant moyen des deux exercices comptables qui précèdent le dépôt de la demande ;
- dans le domaine de la littérature générale pour les catégories du recueil de poésie, du recueil de nouvelle et du théâtre et dans le domaine des langues régionales endogènes, au double du montant des recettes propres de l'éditeur lors de l'exercice comptable qui précède le dépôt de la demande ou, si le résultat de l'exercice comptable visé est inférieur à celui de l'année précédente, au montant moyen des deux exercices comptables qui précèdent le dépôt de la demande
Dans les domaines de la littérature générale, de la littérature de jeunesse et de la bande dessinée, il est en outre octroyé aux projets éditoriaux comportant entre quatre et dix ouvrages, en complément du montant accordé en vertu de l'alinéa 1er, un supplément de maximum 10.000 euros par an destiné à couvrir jusqu'à 50% des frais de fonctionnement du bénéficiaire (location, charges d'entretien et de réparations, fournitures diverses et énergie, rétributions de tiers, assurances - autres que pour le personnel, transports et frais y afférents sur ventes -, poste-communication, notoriété).
§ 2. Les montants mentionnés au § 1er sont liés à l'indice santé du mois de janvier 2024.
Conformément à l'article 4 du décret, le montant accordé ainsi que le budget global destiné aux soutiens structurels est indexé annuellement en fonction du rapport entre l'indice santé du mois de janvier de l'exercice concerné et l'indice santé du mois de janvier de l'exercice précédent.
Art. 21. § 1. De begunstigde van een overeenkomst is ertoe gehouden de Administratie binnen drie maanden op de hoogte te stellen van elke verandering die de uitvoering van de opdrachten waarvoor hij steun ontvangt onmogelijk kan maken of aanzienlijk en blijvend kan beïnvloeden.
§ 2. Wanneer zij van een dergelijke wijziging in kennis wordt gesteld of wanneer zij deze op eigen initiatief vaststelt, stelt de Administratie een met redenen omkleed verslag op met:
1° een herinnering aan de opdrachten die onder de overeenkomst vallen;
2° de informatie die de begunstigde in zijn meest recente activiteitenverslag heeft verstrekt;
3° de wijzigingen waarvan de Administratie op de hoogte werd gebracht of die zij heeft vastgesteld;
4° de voorstellen van de Administratie, met inbegrip van een eventuele opschorting, wijziging of vervroegde beëindiging van de overeenkomst.
Het verslag wordt naar de betrokken begunstigde gestuurd, die dertig dagen de tijd heeft om zijn opmerkingen schriftelijk in te dienen.
§ 3. Indien de opmerkingen toegezonden overeenkomstig § 2, tweede lid, de Administratie niet in staat stellen haar vaststellingen op te heffen, zendt de Administratie haar verslag en de opmerkingen van de begunstigde naar de Commissie. Als er binnen de voorgeschreven termijn geen opmerkingen van de begunstigde worden ontvangen, wordt alleen het verslag verzonden.
De Commissie brengt binnen zestig dagen na de aanhangigmaking advies uit over de voorstellen van de Administratie. Indien dit niet het geval is, kan de procedure worden voortgezet zonder rekening te houden met de adviezen die buiten de termijnen zijn gegeven.
De betrokken begunstigde kan vragen door de Commissie te worden gehoord.
§ 4. In geval van ernstige tekortkomingen die de controle op het gebruik van de subsidie en eventueel de terugvordering ervan kunnen bemoeilijken, kan de Administratie de Minister voorstellen de betaling van subsidies tijdelijk op te schorten zonder het advies van de Commissie af te wachten.
§ 5. Het verslag van de Administratie, het advies van de Commissie en de schriftelijke opmerkingen van de begunstigde worden doorgestuurd naar de minister, die kan beslissen:
1° ofwel de schorsing op te heffen waartoe hij eerder had besloten met toepassing van § 4;
2° ofwel de betaling van subsidies op te schorten - of de opschorting beslist met toepassing van § 4 te verlengen - totdat de begunstigde zijn verplichtingen nakomt; deze opschorting mag niet langer duren dan één jaar, met inbegrip van de in toepassing van § 4 eventueel opgeschorte periode;
3° of de overeenkomst te wijzigen;
4° of de overeenkomst te beëindigen;
5° of om de overeenkomst ongewijzigd te laten.
§ 6. Indien de begunstigde op het einde van de opschortingsperiode bedoeld in § 5, eerste lid, 2°, de vastgestelde tekortkomingen niet heeft verholpen, stelt de Administratie de wijziging of de beëindiging van de overeenkomst voor overeenkomstig §§ 2 tot 5.
De schorsing wordt gehandhaafd tot het einde van de procedure, die niet langer dan een jaar mag duren, en kan niet opnieuw worden verlengd.
§ 7. De wijzigingen waartoe krachtens dit artikel is besloten, hebben uitwerking met ingang van de datum die in het door de partijen gesloten aanhangsel wordt vermeld.
De vervroegde beëindiging beslist krachtens dit artikel heeft uitwerking met ingang van drie maanden na kennisgeving ervan, onverminderd de verplichting om het gebruik van reeds betaalde bedragen te rechtvaardigen en eventuele ongerechtvaardigde bedragen terug te betalen.
De verschuldigde bedragen en de te verantwoorden activiteiten worden pro rata herzien voor de periode tot aan de beëindiging.
§ 8. De opschorting van de betaling van de subsidies in afwachting van de indiening van de jaarlijkse bewijsstukken valt niet onder de bepalingen van dit artikel.
§ 2. Wanneer zij van een dergelijke wijziging in kennis wordt gesteld of wanneer zij deze op eigen initiatief vaststelt, stelt de Administratie een met redenen omkleed verslag op met:
1° een herinnering aan de opdrachten die onder de overeenkomst vallen;
2° de informatie die de begunstigde in zijn meest recente activiteitenverslag heeft verstrekt;
3° de wijzigingen waarvan de Administratie op de hoogte werd gebracht of die zij heeft vastgesteld;
4° de voorstellen van de Administratie, met inbegrip van een eventuele opschorting, wijziging of vervroegde beëindiging van de overeenkomst.
Het verslag wordt naar de betrokken begunstigde gestuurd, die dertig dagen de tijd heeft om zijn opmerkingen schriftelijk in te dienen.
§ 3. Indien de opmerkingen toegezonden overeenkomstig § 2, tweede lid, de Administratie niet in staat stellen haar vaststellingen op te heffen, zendt de Administratie haar verslag en de opmerkingen van de begunstigde naar de Commissie. Als er binnen de voorgeschreven termijn geen opmerkingen van de begunstigde worden ontvangen, wordt alleen het verslag verzonden.
De Commissie brengt binnen zestig dagen na de aanhangigmaking advies uit over de voorstellen van de Administratie. Indien dit niet het geval is, kan de procedure worden voortgezet zonder rekening te houden met de adviezen die buiten de termijnen zijn gegeven.
De betrokken begunstigde kan vragen door de Commissie te worden gehoord.
§ 4. In geval van ernstige tekortkomingen die de controle op het gebruik van de subsidie en eventueel de terugvordering ervan kunnen bemoeilijken, kan de Administratie de Minister voorstellen de betaling van subsidies tijdelijk op te schorten zonder het advies van de Commissie af te wachten.
§ 5. Het verslag van de Administratie, het advies van de Commissie en de schriftelijke opmerkingen van de begunstigde worden doorgestuurd naar de minister, die kan beslissen:
1° ofwel de schorsing op te heffen waartoe hij eerder had besloten met toepassing van § 4;
2° ofwel de betaling van subsidies op te schorten - of de opschorting beslist met toepassing van § 4 te verlengen - totdat de begunstigde zijn verplichtingen nakomt; deze opschorting mag niet langer duren dan één jaar, met inbegrip van de in toepassing van § 4 eventueel opgeschorte periode;
3° of de overeenkomst te wijzigen;
4° of de overeenkomst te beëindigen;
5° of om de overeenkomst ongewijzigd te laten.
§ 6. Indien de begunstigde op het einde van de opschortingsperiode bedoeld in § 5, eerste lid, 2°, de vastgestelde tekortkomingen niet heeft verholpen, stelt de Administratie de wijziging of de beëindiging van de overeenkomst voor overeenkomstig §§ 2 tot 5.
De schorsing wordt gehandhaafd tot het einde van de procedure, die niet langer dan een jaar mag duren, en kan niet opnieuw worden verlengd.
§ 7. De wijzigingen waartoe krachtens dit artikel is besloten, hebben uitwerking met ingang van de datum die in het door de partijen gesloten aanhangsel wordt vermeld.
De vervroegde beëindiging beslist krachtens dit artikel heeft uitwerking met ingang van drie maanden na kennisgeving ervan, onverminderd de verplichting om het gebruik van reeds betaalde bedragen te rechtvaardigen en eventuele ongerechtvaardigde bedragen terug te betalen.
De verschuldigde bedragen en de te verantwoorden activiteiten worden pro rata herzien voor de periode tot aan de beëindiging.
§ 8. De opschorting van de betaling van de subsidies in afwachting van de indiening van de jaarlijkse bewijsstukken valt niet onder de bepalingen van dit artikel.
Art. 21. § 1er. Le bénéficiaire d'une convention est tenu de signaler à l'Administration, dans les trois mois, tout changement susceptible de rendre impossible ou d'affecter significativement et durablement l'exercice des missions pour lesquelles il est soutenu.
§ 2. Lorsqu'elle est avertie d'un tel changement, ou lorsqu'elle le constate d'initiative, l'Administration établit un rapport motivé contenant :
1° un rappel des missions faisant l'objet de la convention ;
2° les éléments transmis par le bénéficiaire dans son dernier rapport d'activité ;
3° les changements dont l'Administration a été informée, ou qu'elle a constatés ;
4° les propositions formulées par l'Administration, en ce compris une éventuelle suspension, modification ou résiliation anticipée de la convention.
Le rapport est transmis au bénéficiaire concerné, qui dispose d'un délai de trente jours pour formuler ses observations par écrit.
§ 3. Si les observations transmises en application du § 2, alinéa 2, ne permettent pas de lever les constats de l'Administration, cette dernière transmet son rapport et les observations du bénéficiaire à la Commission. Si aucune observation n'a été formulée par le bénéficiaire dans le délai prescrit, seul le rapport est transmis.
La Commission remet son avis sur les propositions de l'Administration dans les soixante jours de sa saisine. A défaut, la procédure peut être poursuivie sans tenir compte des avis rendus hors délais.
Le bénéficiaire concerné peut demander à être entendu par la Commission.
§ 4. Lorsque des manquements graves, risquant de faire obstacle au contrôle de l'utilisation de la subvention et, le cas échéant, à la récupération de celle-ci, sont constatés l'Administration peut proposer au Ministre de suspendre temporairement le versement des subventions sans attendre l'avis de la Commission.
§ 5. Le rapport de l'Administration, l'avis de la Commission et les observations écrites du bénéficiaire sont transmises au Ministre qui peut décider :
1° soit de lever la suspension qu'il avait précédemment décidée en application du § 4 ;
2° soit de suspendre le versement des subventions - ou prolonger la suspension décidée en application du § 4 - le temps que le bénéficiaire se mette en règle ; cette suspension ne peut pas durer plus d'une année, en ce compris la période éventuellement suspendue en application du § 4 ;
3° soit de modifier la convention ;
4° soit de résilier la convention ;
5° soit de laisser la convention en l'état.
§ 6. Si, au terme de la période de suspension mentionnée au § 5, alinéa 1er, 2°, le bénéficiaire n'a pas remédié aux manquements constatés, l'Administration propose la modification ou la résiliation de la convention conformément aux §§ 2 à 5.
La suspension est maintenue jusqu'à l'issue de la procédure, qui ne peut durer d'une plus année et sans que la suspension puisse être prolongée une nouvelle fois.
§ 7. Les modifications décidées en vertu du présent article produisent leurs effets à la date mentionnée dans l'avenant conclu par les parties.
Les résiliations anticipées décidées en vertu du présent article produisent leurs effets trois mois après leur notification, sans préjudice de l'obligation de justifier de l'utilisation des sommes déjà versées et de rembourser le cas échéant les sommes non-justifiées.
Les montants dus et les activités à justifier sont revus au prorata de la période écoulée jusqu'à la résiliation.
§ 8. La suspension du versement des subventions dans l'attente de la remise des justificatifs annuels n'est pas soumise aux dispositions du présent article.
§ 2. Lorsqu'elle est avertie d'un tel changement, ou lorsqu'elle le constate d'initiative, l'Administration établit un rapport motivé contenant :
1° un rappel des missions faisant l'objet de la convention ;
2° les éléments transmis par le bénéficiaire dans son dernier rapport d'activité ;
3° les changements dont l'Administration a été informée, ou qu'elle a constatés ;
4° les propositions formulées par l'Administration, en ce compris une éventuelle suspension, modification ou résiliation anticipée de la convention.
Le rapport est transmis au bénéficiaire concerné, qui dispose d'un délai de trente jours pour formuler ses observations par écrit.
§ 3. Si les observations transmises en application du § 2, alinéa 2, ne permettent pas de lever les constats de l'Administration, cette dernière transmet son rapport et les observations du bénéficiaire à la Commission. Si aucune observation n'a été formulée par le bénéficiaire dans le délai prescrit, seul le rapport est transmis.
La Commission remet son avis sur les propositions de l'Administration dans les soixante jours de sa saisine. A défaut, la procédure peut être poursuivie sans tenir compte des avis rendus hors délais.
Le bénéficiaire concerné peut demander à être entendu par la Commission.
§ 4. Lorsque des manquements graves, risquant de faire obstacle au contrôle de l'utilisation de la subvention et, le cas échéant, à la récupération de celle-ci, sont constatés l'Administration peut proposer au Ministre de suspendre temporairement le versement des subventions sans attendre l'avis de la Commission.
§ 5. Le rapport de l'Administration, l'avis de la Commission et les observations écrites du bénéficiaire sont transmises au Ministre qui peut décider :
1° soit de lever la suspension qu'il avait précédemment décidée en application du § 4 ;
2° soit de suspendre le versement des subventions - ou prolonger la suspension décidée en application du § 4 - le temps que le bénéficiaire se mette en règle ; cette suspension ne peut pas durer plus d'une année, en ce compris la période éventuellement suspendue en application du § 4 ;
3° soit de modifier la convention ;
4° soit de résilier la convention ;
5° soit de laisser la convention en l'état.
§ 6. Si, au terme de la période de suspension mentionnée au § 5, alinéa 1er, 2°, le bénéficiaire n'a pas remédié aux manquements constatés, l'Administration propose la modification ou la résiliation de la convention conformément aux §§ 2 à 5.
La suspension est maintenue jusqu'à l'issue de la procédure, qui ne peut durer d'une plus année et sans que la suspension puisse être prolongée une nouvelle fois.
§ 7. Les modifications décidées en vertu du présent article produisent leurs effets à la date mentionnée dans l'avenant conclu par les parties.
Les résiliations anticipées décidées en vertu du présent article produisent leurs effets trois mois après leur notification, sans préjudice de l'obligation de justifier de l'utilisation des sommes déjà versées et de rembourser le cas échéant les sommes non-justifiées.
Les montants dus et les activités à justifier sont revus au prorata de la période écoulée jusqu'à la résiliation.
§ 8. La suspension du versement des subventions dans l'attente de la remise des justificatifs annuels n'est pas soumise aux dispositions du présent article.
Art. 22. § 1. De begunstigde van een overeenkomst moet zorgen voor zijn financiële evenwicht gedurende de hele looptijd van de overeenkomst.
§ 2. Wanneer de begunstigde een risico op financiële onbalans ontdekt, informeert hij de Administratie en de Inspectie en stuurt hij hen de relevante toelichtingen en documenten die nodig zijn om het risico te beoordelen.
Wanneer de Administratie een risico op financiële onbalans ontdekt, kan zij ook op eigen initiatief de bovenvermelde toelichtingen en documenten opvragen en voorleggen aan de Inspectie, die indien nodig een bezoek kan brengen aan de maatschappelijke zetel van de begunstigde om de relevante documenten ter plaatse te onderzoeken en de nodige toelichtingen rechtstreeks van de bevoegde personen te verkrijgen.
Op basis van de ontvangen toelichtingen en documenten stelt de Inspectie een samenvattend verslag op over het risico op onbalans en de passende maatregelen om dit te verhelpen, en stuurt dit naar de Administratie.
§ 3. Als de begunstigde aan het einde van een boekjaar een financiële onbalans vertoont, moet hij binnen een maand na deze bevinding contact opnemen met de Administratie om de nadere regels van een saneringsplan vast te stellen waarmee het financiële evenwicht binnen maximaal drie jaar en uiterlijk aan het einde van de overeenkomst kan worden hersteld.
Na advies van de Inspectie wordt dit plan ter goedkeuring voorgelegd aan de Minister.
In afwijking hiervan kan de Minister, in geval van door de begunstigde naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke omstandigheden, een saneringsplan toestaan dat vier jaar of langer duurt dan de looptijd van de lopende overeenkomst. Het verlenen van deze afwijking loopt niet vooruit op het al dan niet verlengen van de overeenkomst.
§ 4. Indien de begunstigde geen saneringsplan voorlegt binnen de in § 3 bedoelde termijn, of indien de balansstructuur van de begunstigde herhaaldelijk aanleiding geeft tot vorderingen van derde schuldeisers tegen hem, of dreigt te leiden tot een situatie van staking van betaling, legt de Minister op voorstel van de Inspectie een saneringsplan op.
§ 5. De Inspectie is verantwoordelijk voor de opvolging en het toezicht op de uitvoering van het goedgekeurde of opgelegde saneringsplan.
In dit kader rapporteert zij aan de Minister en de Commissie.
§ 6. Indien de begunstigde zich niet houdt aan het goedgekeurde saneringsplan of weigert zich te houden aan het saneringsplan dat hem is opgelegd, verliest hij zijn recht op de subsidie en wordt de overeenkomst van rechtswege beëindigd, onverminderd de verplichting om het gebruik van reeds betaalde bedragen te verantwoorden en, in voorkomend geval, niet verantwoorde bedragen terug te betalen.
§ 2. Wanneer de begunstigde een risico op financiële onbalans ontdekt, informeert hij de Administratie en de Inspectie en stuurt hij hen de relevante toelichtingen en documenten die nodig zijn om het risico te beoordelen.
Wanneer de Administratie een risico op financiële onbalans ontdekt, kan zij ook op eigen initiatief de bovenvermelde toelichtingen en documenten opvragen en voorleggen aan de Inspectie, die indien nodig een bezoek kan brengen aan de maatschappelijke zetel van de begunstigde om de relevante documenten ter plaatse te onderzoeken en de nodige toelichtingen rechtstreeks van de bevoegde personen te verkrijgen.
Op basis van de ontvangen toelichtingen en documenten stelt de Inspectie een samenvattend verslag op over het risico op onbalans en de passende maatregelen om dit te verhelpen, en stuurt dit naar de Administratie.
§ 3. Als de begunstigde aan het einde van een boekjaar een financiële onbalans vertoont, moet hij binnen een maand na deze bevinding contact opnemen met de Administratie om de nadere regels van een saneringsplan vast te stellen waarmee het financiële evenwicht binnen maximaal drie jaar en uiterlijk aan het einde van de overeenkomst kan worden hersteld.
Na advies van de Inspectie wordt dit plan ter goedkeuring voorgelegd aan de Minister.
In afwijking hiervan kan de Minister, in geval van door de begunstigde naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke omstandigheden, een saneringsplan toestaan dat vier jaar of langer duurt dan de looptijd van de lopende overeenkomst. Het verlenen van deze afwijking loopt niet vooruit op het al dan niet verlengen van de overeenkomst.
§ 4. Indien de begunstigde geen saneringsplan voorlegt binnen de in § 3 bedoelde termijn, of indien de balansstructuur van de begunstigde herhaaldelijk aanleiding geeft tot vorderingen van derde schuldeisers tegen hem, of dreigt te leiden tot een situatie van staking van betaling, legt de Minister op voorstel van de Inspectie een saneringsplan op.
§ 5. De Inspectie is verantwoordelijk voor de opvolging en het toezicht op de uitvoering van het goedgekeurde of opgelegde saneringsplan.
In dit kader rapporteert zij aan de Minister en de Commissie.
§ 6. Indien de begunstigde zich niet houdt aan het goedgekeurde saneringsplan of weigert zich te houden aan het saneringsplan dat hem is opgelegd, verliest hij zijn recht op de subsidie en wordt de overeenkomst van rechtswege beëindigd, onverminderd de verplichting om het gebruik van reeds betaalde bedragen te verantwoorden en, in voorkomend geval, niet verantwoorde bedragen terug te betalen.
Art. 22. § 1er. Le bénéficiaire d'une convention est tenu d'assurer son équilibre financier pendant toute la période couverte par la convention.
§ 2. Lorsque le bénéficiaire détecte un risque de déséquilibre financier, il en informe l'Administration et l'Inspection et leur transmet les explications et les pièces pertinentes permettant d'évaluer ce risque.
Lorsque l'Administration détecte un risque de déséquilibre financier, elle peut également solliciter d'initiative les explications et pièces précitées et les soumettre à l'Inspection, laquelle pourra, le cas échéant, organiser une visite au siège social du bénéficiaire en vue de prendre connaissance sur place des pièces utiles et d'obtenir directement les explications nécessaires auprès des personnes qualifiées.
Sur la base des explications et pièces reçues, l'Inspection rédige un rapport de synthèse sur le risque de déséquilibre et sur les mesures adéquates pour y remédier et le transmet à l'Administration.
§ 3. Lorsque le bénéficiaire présente un déséquilibre financier au terme d'un exercice, il est tenu de prendre contact avec l'Administration, dans le mois de ce constat, afin de définir les modalités d'un plan d'assainissement permettant un retour à l'équilibre financier dans les trois ans maximum et au plus tard à l'échéance de la convention.
Après avis de l'Inspection, ce plan est soumis à l'approbation du Ministre.
Par dérogation, le Ministre peut, en cas de circonstances exceptionnelles dûment motivées par le bénéficiaire, autoriser un plan d'assainissement de quatre ans ou excédant le terme de la convention en cours. L'octroi de cette dérogation ne préjuge pas du renouvellement ou non de la convention.
§ 4. Si le bénéficiaire ne présente pas de plan d'assainissement dans le délai visé au § 3, ou s'il présente une structure bilantaire qui engendre, de manière répétée, des actions exercées contre lui par des tiers créanciers, ou le menace d'aboutir à une situation de cessation de paiement, le Ministre impose un plan d'assainissement sur proposition de l'Inspection.
§ 5. L'Inspection est chargée du suivi et du contrôle de la mise en oeuvre du plan d'assainissement approuvé ou imposé.
Dans ce cadre, elle fait rapport au Ministre et à la Commission.
§ 6. Si le bénéficiaire ne respecte pas le plan d'assainissement approuvé ou s'il refuse de se conformer au plan d'assainissement qui lui a été imposé, il est déchu de ses droits à la subvention et la convention est résiliée de plein droit, sans préjudice de l'obligation de justifier de l'utilisation des sommes déjà versées et de rembourser le cas échéant les sommes non-justifiées.
§ 2. Lorsque le bénéficiaire détecte un risque de déséquilibre financier, il en informe l'Administration et l'Inspection et leur transmet les explications et les pièces pertinentes permettant d'évaluer ce risque.
Lorsque l'Administration détecte un risque de déséquilibre financier, elle peut également solliciter d'initiative les explications et pièces précitées et les soumettre à l'Inspection, laquelle pourra, le cas échéant, organiser une visite au siège social du bénéficiaire en vue de prendre connaissance sur place des pièces utiles et d'obtenir directement les explications nécessaires auprès des personnes qualifiées.
Sur la base des explications et pièces reçues, l'Inspection rédige un rapport de synthèse sur le risque de déséquilibre et sur les mesures adéquates pour y remédier et le transmet à l'Administration.
§ 3. Lorsque le bénéficiaire présente un déséquilibre financier au terme d'un exercice, il est tenu de prendre contact avec l'Administration, dans le mois de ce constat, afin de définir les modalités d'un plan d'assainissement permettant un retour à l'équilibre financier dans les trois ans maximum et au plus tard à l'échéance de la convention.
Après avis de l'Inspection, ce plan est soumis à l'approbation du Ministre.
Par dérogation, le Ministre peut, en cas de circonstances exceptionnelles dûment motivées par le bénéficiaire, autoriser un plan d'assainissement de quatre ans ou excédant le terme de la convention en cours. L'octroi de cette dérogation ne préjuge pas du renouvellement ou non de la convention.
§ 4. Si le bénéficiaire ne présente pas de plan d'assainissement dans le délai visé au § 3, ou s'il présente une structure bilantaire qui engendre, de manière répétée, des actions exercées contre lui par des tiers créanciers, ou le menace d'aboutir à une situation de cessation de paiement, le Ministre impose un plan d'assainissement sur proposition de l'Inspection.
§ 5. L'Inspection est chargée du suivi et du contrôle de la mise en oeuvre du plan d'assainissement approuvé ou imposé.
Dans ce cadre, elle fait rapport au Ministre et à la Commission.
§ 6. Si le bénéficiaire ne respecte pas le plan d'assainissement approuvé ou s'il refuse de se conformer au plan d'assainissement qui lui a été imposé, il est déchu de ses droits à la subvention et la convention est résiliée de plein droit, sans préjudice de l'obligation de justifier de l'utilisation des sommes déjà versées et de rembourser le cas échéant les sommes non-justifiées.
Art. 23. § 1. De verlenging van de overeenkomst moet worden aangevraagd uiterlijk op 31 maart van het laatste jaar waarop deze betrekking heeft.
Daartoe moet de begunstigde de Administratie de informatie sturen die vermeld wordt in artikel 86, tweede lid, van het decreet.
De aanvraag wordt behandeld in overeenstemming met artikel 87 van het decreet.
§ 2. Als er geen beslissing wordt genomen om het contract na afloop te verlengen, wordt de subsidieperiode met een jaar verlengd, op voorwaarde dat de operator zich niet in een situatie bevindt die opschorting, wijziging of beëindiging van het contract rechtvaardigt. Als de verlenging wordt toegekend, wordt de duur van deze verlenging opgenomen in de duur van de nieuwe overeenkomst.
Afhankelijk van de beschikbaarheid van begrotingskredieten is het tijdens de verlenging ontvangen subsidiebedrag gelijk aan het bedrag van de laatste jaarlijkse subsidie waarin de aflopende overeenkomst voorzag.
Daartoe moet de begunstigde de Administratie de informatie sturen die vermeld wordt in artikel 86, tweede lid, van het decreet.
De aanvraag wordt behandeld in overeenstemming met artikel 87 van het decreet.
§ 2. Als er geen beslissing wordt genomen om het contract na afloop te verlengen, wordt de subsidieperiode met een jaar verlengd, op voorwaarde dat de operator zich niet in een situatie bevindt die opschorting, wijziging of beëindiging van het contract rechtvaardigt. Als de verlenging wordt toegekend, wordt de duur van deze verlenging opgenomen in de duur van de nieuwe overeenkomst.
Afhankelijk van de beschikbaarheid van begrotingskredieten is het tijdens de verlenging ontvangen subsidiebedrag gelijk aan het bedrag van de laatste jaarlijkse subsidie waarin de aflopende overeenkomst voorzag.
Art. 23. § 1er. Le renouvellement de la convention doit être sollicité au plus tard le 31 mars de la dernière année couverte par celle-ci.
A cet effet, le bénéficiaire transmet à l'Administration les éléments mentionnés à l'article 86, alinéa 2, du décret.
La demande est traitée conformément à l'article 87 du décret.
§ 2. A défaut d'une décision quant à l'octroi du renouvellement du contrat à l'échéance de celui-ci, la période de subvention est prolongée pour une durée d'un an pour autant que l'opérateur ne soit pas dans une situation justifiant une suspension, modification ou résiliation du contrat. Si le renouvellement est accordé, la durée de cette prolongation est incluse dans la durée de la nouvelle convention.
Sous réserve des crédits budgétaires disponibles, le montant de la subvention perçue pendant la prolongation est égal au montant de la dernière subvention annuelle prévue par la convention arrivant à échéance.
A cet effet, le bénéficiaire transmet à l'Administration les éléments mentionnés à l'article 86, alinéa 2, du décret.
La demande est traitée conformément à l'article 87 du décret.
§ 2. A défaut d'une décision quant à l'octroi du renouvellement du contrat à l'échéance de celui-ci, la période de subvention est prolongée pour une durée d'un an pour autant que l'opérateur ne soit pas dans une situation justifiant une suspension, modification ou résiliation du contrat. Si le renouvellement est accordé, la durée de cette prolongation est incluse dans la durée de la nouvelle convention.
Sous réserve des crédits budgétaires disponibles, le montant de la subvention perçue pendant la prolongation est égal au montant de la dernière subvention annuelle prévue par la convention arrivant à échéance.
HOOFDSTUK 4. - Prijzen en onderscheidingen
CHAPITRE 4. - Prix et récompenses
Art. 24. De prijzen en onderscheidingen bedoeld in dit Hoofdstuk worden toegekend onder de volgende algemene en specifieke voorwaarden.
Art. 24. Les prix et récompenses visés au présent Chapitre sont remis aux conditions générales et particulières suivantes.
Afdeling 1. - De algemene voorwaarden
Section 1ère. - Des conditions générales
Art. 25. Prijzen en onderscheidingen worden toegekend onder de volgende algemene voorwaarden:
1° elke prijs kan slechts eenmaal aan een winnaar worden toegekend;
2° geen enkele prijs mag aanleiding geven tot een gelijkspel;
3° als het om een collectief werk gaat, wordt het bedrag van de prijs verdeeld onder de verschillende winnaars die voldoen aan de toekenningsvoorwaarden;
4° de prijs voor de promotie van de Belgische literatuur in het buitenland, alle genres samen, evenals de Prijs van het filologische werk gewijd aan streektalen, de Prijs voor mediacreatie in streektaal en de Prijs van het pedagogische initiatief in streektaal, kunnen worden toegekend aan een rechtspersoon of een natuurlijke persoon;
5° een werk dat bekroond is door een prijs van het eerste werk mag niet meedingen naar een andere prijs;
6° met uitzondering van de prijzen met betrekking tot de streektaal staan de prijzen niet open voor inzendingen;
7° met uitzondering van de prijzen die door de Commissie alleen worden voorgesteld, worden de jury's benoemd door de Minister op voorstel van de Commissie;
8° voor prijzen die één werk bekronen, bezorgt de administratie aan de jury de volledige lijst van de in aanmerking komende werken.
1° elke prijs kan slechts eenmaal aan een winnaar worden toegekend;
2° geen enkele prijs mag aanleiding geven tot een gelijkspel;
3° als het om een collectief werk gaat, wordt het bedrag van de prijs verdeeld onder de verschillende winnaars die voldoen aan de toekenningsvoorwaarden;
4° de prijs voor de promotie van de Belgische literatuur in het buitenland, alle genres samen, evenals de Prijs van het filologische werk gewijd aan streektalen, de Prijs voor mediacreatie in streektaal en de Prijs van het pedagogische initiatief in streektaal, kunnen worden toegekend aan een rechtspersoon of een natuurlijke persoon;
5° een werk dat bekroond is door een prijs van het eerste werk mag niet meedingen naar een andere prijs;
6° met uitzondering van de prijzen met betrekking tot de streektaal staan de prijzen niet open voor inzendingen;
7° met uitzondering van de prijzen die door de Commissie alleen worden voorgesteld, worden de jury's benoemd door de Minister op voorstel van de Commissie;
8° voor prijzen die één werk bekronen, bezorgt de administratie aan de jury de volledige lijst van de in aanmerking komende werken.
Art. 25. Les prix et récompenses sont remises moyennant le respect des conditions générales suivantes :
1° chaque prix ne peut être attribué qu'une seule fois à un lauréat ;
2° aucun prix ne peut donner lieu à un ex aequo ;
3° dans le cas d'une oeuvre collective, le montant du prix est divisé entre les différents lauréats qui respectent les conditions d'octroi ;
4° le prix du rayonnement, tous genres confondus, ainsi que le Prix de l'oeuvre philologique consacrée aux langues régionales, le Prix de la création média en langue régionale et le Prix de l'initiative pédagogique en langue régionale, peuvent être attribués à une personne morale ou à une personne physique ;
5° une oeuvre récompensée par un prix de la première oeuvre ne peut concourir à un autre prix ;
6° à l'exception des prix de langue régionale, les prix ne sont pas ouverts aux candidatures ;
7° hormis pour les prix qui font l'objet d'une proposition par la seule Commission, les jurys sont désignés par le Ministre sur proposition de la Commission ;
8° pour les prix qui récompensent une oeuvre, l'administration fournit au jury la liste complète des oeuvres éligibles.
1° chaque prix ne peut être attribué qu'une seule fois à un lauréat ;
2° aucun prix ne peut donner lieu à un ex aequo ;
3° dans le cas d'une oeuvre collective, le montant du prix est divisé entre les différents lauréats qui respectent les conditions d'octroi ;
4° le prix du rayonnement, tous genres confondus, ainsi que le Prix de l'oeuvre philologique consacrée aux langues régionales, le Prix de la création média en langue régionale et le Prix de l'initiative pédagogique en langue régionale, peuvent être attribués à une personne morale ou à une personne physique ;
5° une oeuvre récompensée par un prix de la première oeuvre ne peut concourir à un autre prix ;
6° à l'exception des prix de langue régionale, les prix ne sont pas ouverts aux candidatures ;
7° hormis pour les prix qui font l'objet d'une proposition par la seule Commission, les jurys sont désignés par le Ministre sur proposition de la Commission ;
8° pour les prix qui récompensent une oeuvre, l'administration fournit au jury la liste complète des oeuvres éligibles.
Afdeling 2. - Specifieke voorwaarden
Section 2. - Conditions particulières
Onderafdeling 1. - De jaarlijkse prijzen
Sous-section 1ère. - Des prix remis annuellement
Art. 26. Espiègle voor het eerste werk in algemene literatuur.
Op voorstel van de Commissie wordt de prijs toegekend onder de volgende specifieke voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet ofwel gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest, ofwel, in het geval van een theatertekst, voor het eerst verspreid zijn door een cultureel centrum, een plaats van creatie, een festival of een centrum voor podiumkunsten erkend door de Franse Gemeenschap tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend;
3° het winnende werk is het eerste werk van de auteur in algemene literatuur.
De winnaar ontvangt een bedrag van €5.000.
Op voorstel van de Commissie wordt de prijs toegekend onder de volgende specifieke voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet ofwel gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest, ofwel, in het geval van een theatertekst, voor het eerst verspreid zijn door een cultureel centrum, een plaats van creatie, een festival of een centrum voor podiumkunsten erkend door de Franse Gemeenschap tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend;
3° het winnende werk is het eerste werk van de auteur in algemene literatuur.
De winnaar ontvangt een bedrag van €5.000.
Art. 26. Espiègle de la première oeuvre en littérature générale.
Sur proposition de la Commission, le prix est remis aux conditions particulières suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit soit avoir été éditée conformément à la Charte, soit avoir été diffusée, dans le cas d'un texte dramatique, par un centre culturel, un lieu de création, un festival ou un centre scénique reconnu par la Communauté française pour la première fois au cours de l'année qui précède l'année de la remise du prix ;
3° l'oeuvre primée est la 1ère oeuvre de l'auteur en littérature générale.
Un montant de 5.000 € est alloué au lauréat.
Sur proposition de la Commission, le prix est remis aux conditions particulières suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit soit avoir été éditée conformément à la Charte, soit avoir été diffusée, dans le cas d'un texte dramatique, par un centre culturel, un lieu de création, un festival ou un centre scénique reconnu par la Communauté française pour la première fois au cours de l'année qui précède l'année de la remise du prix ;
3° l'oeuvre primée est la 1ère oeuvre de l'auteur en littérature générale.
Un montant de 5.000 € est alloué au lauréat.
Art. 27. Espiègle voor het eerste werk in streektaal.
Op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie, wordt de prijs toegekend onder de volgende specifieke voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet ofwel gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest, ofwel, in het geval van een theatertekst, voor het eerst verspreid zijn door een cultureel centrum, een plaats van creatie, een festival of een centrum voor podiumkunsten erkend door de Franse Gemeenschap tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend;
3° het winnende werk is het eerste werk van de auteur in streektaal.
De winnaar ontvangt een bedrag van €5.000.
Op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie, wordt de prijs toegekend onder de volgende specifieke voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet ofwel gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest, ofwel, in het geval van een theatertekst, voor het eerst verspreid zijn door een cultureel centrum, een plaats van creatie, een festival of een centrum voor podiumkunsten erkend door de Franse Gemeenschap tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend;
3° het winnende werk is het eerste werk van de auteur in streektaal.
De winnaar ontvangt een bedrag van €5.000.
Art. 27. Espiègle de la première oeuvre en langue régionale.
Sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un est issu de la Commission, le prix est remis aux conditions particulières suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit soit avoir été éditée conformément à la Charte, soit avoir été diffusée, dans le cas d'un texte dramatique, par un centre culturel, un lieu de création, un festival ou un centre scénique reconnu par la Communauté française pour la première fois au cours de l'année qui précède l'année de la remise du prix ;
3° l'oeuvre primée est la 1ère oeuvre de l'auteur en langue régionale.
Un montant de 5.000 € est alloué au lauréat.
Sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un est issu de la Commission, le prix est remis aux conditions particulières suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit soit avoir été éditée conformément à la Charte, soit avoir été diffusée, dans le cas d'un texte dramatique, par un centre culturel, un lieu de création, un festival ou un centre scénique reconnu par la Communauté française pour la première fois au cours de l'année qui précède l'année de la remise du prix ;
3° l'oeuvre primée est la 1ère oeuvre de l'auteur en langue régionale.
Un montant de 5.000 € est alloué au lauréat.
Art. 28. Espiègle voor het eerste werk in jeugdliteratuur.
Op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie, wordt de prijs toegekend onder de volgende specifieke voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet ofwel gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest, ofwel, in het geval van een theatertekst, voor het eerst verspreid zijn door een cultureel centrum, een plaats van creatie, een festival of een centrum voor podiumkunsten erkend door de Franse Gemeenschap tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend;
3° het winnende werk is het eerste werk van de auteur in jeugdliteratuur.
De winnaar ontvangt een bedrag van €5.000.
Op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie, wordt de prijs toegekend onder de volgende specifieke voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet ofwel gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest, ofwel, in het geval van een theatertekst, voor het eerst verspreid zijn door een cultureel centrum, een plaats van creatie, een festival of een centrum voor podiumkunsten erkend door de Franse Gemeenschap tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend;
3° het winnende werk is het eerste werk van de auteur in jeugdliteratuur.
De winnaar ontvangt een bedrag van €5.000.
Art. 28. Espiègle de la première oeuvre en littérature de jeunesse.
Sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un est issu de la Commission, le prix est remis aux conditions particulières suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit soit avoir été éditée conformément à la Charte, soit avoir été diffusée, dans le cas d'un texte dramatique, par un centre culturel, un lieu de création, un festival ou un centre scénique reconnu par la Communauté française pour la première fois au cours de l'année qui précède l'année de la remise du prix ;
3° l'oeuvre primée est la première oeuvre de l'auteur en littérature de jeunesse.
Un montant de 5.000 € est alloué au lauréat
Sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un est issu de la Commission, le prix est remis aux conditions particulières suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit soit avoir été éditée conformément à la Charte, soit avoir été diffusée, dans le cas d'un texte dramatique, par un centre culturel, un lieu de création, un festival ou un centre scénique reconnu par la Communauté française pour la première fois au cours de l'année qui précède l'année de la remise du prix ;
3° l'oeuvre primée est la première oeuvre de l'auteur en littérature de jeunesse.
Un montant de 5.000 € est alloué au lauréat
Art. 29. Espiègle voor het eerste werk in stripboeken.
Op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie, wordt de prijs toegekend onder de volgende specifieke voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest voor het eerst tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend;
3° het winnende werk is het eerste werk van de auteur in stripboeken.
De winnaar ontvangt een bedrag van €5.000.
Op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie, wordt de prijs toegekend onder de volgende specifieke voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest voor het eerst tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend;
3° het winnende werk is het eerste werk van de auteur in stripboeken.
De winnaar ontvangt een bedrag van €5.000.
Art. 29. Espiègle de la première oeuvre en bande dessinée.
Sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un est issu de la Commission, le prix est remis aux conditions particulières suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit avoir été éditée conformément à la Charte pour la première fois au cours de l'année qui précède l'année de la remise du prix ;
3° l'oeuvre primée est la première oeuvre de l'auteur en bande dessinée.
Un montant de 5.000 € est alloué au lauréat
Sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un est issu de la Commission, le prix est remis aux conditions particulières suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit avoir été éditée conformément à la Charte pour la première fois au cours de l'année qui précède l'année de la remise du prix ;
3° l'oeuvre primée est la première oeuvre de l'auteur en bande dessinée.
Un montant de 5.000 € est alloué au lauréat
Art. 30. Espiègle jeugdliteratuur.
Deze prijs wordt afwisselend toegekend aan een illustrator en een auteur.
Op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie, wordt de prijs toegekend onder de volgende specifieke voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet ofwel gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest, ofwel, in het geval van een theatertekst, verspreid zijn door een cultureel centrum, een plaats van creatie, een festival of een centrum voor podiumkunsten erkend door de Franse Gemeenschap;
3° het winnende werk moet gepubliceerd of, indien het niet gepubliceerd is en het om een theatertekst gaat, voor het eerst verspreid zijn tijdens de twee jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
Deze prijs wordt afwisselend toegekend aan een illustrator en een auteur.
Op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie, wordt de prijs toegekend onder de volgende specifieke voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet ofwel gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest, ofwel, in het geval van een theatertekst, verspreid zijn door een cultureel centrum, een plaats van creatie, een festival of een centrum voor podiumkunsten erkend door de Franse Gemeenschap;
3° het winnende werk moet gepubliceerd of, indien het niet gepubliceerd is en het om een theatertekst gaat, voor het eerst verspreid zijn tijdens de twee jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
Art. 30. Espiègle de littérature de jeunesse.
Ce prix récompense alternativement un illustrateur et un auteur.
Sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un issu de la Commission, le prix est remis aux conditions particulières suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit soit être éditée conformément à la Charte, soit être diffusée, dans le cas d'un texte dramatique, par un centre culturel, un lieu de création, un festival ou un centre scénique reconnu par la Communauté française ;
3° l'oeuvre primée doit avoir été publiée ou, si elle n'a pas été publiée et s'il s'agit d'un texte dramatique, diffusée pour la première fois au cours des deux années qui précèdent l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Ce prix récompense alternativement un illustrateur et un auteur.
Sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un issu de la Commission, le prix est remis aux conditions particulières suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit soit être éditée conformément à la Charte, soit être diffusée, dans le cas d'un texte dramatique, par un centre culturel, un lieu de création, un festival ou un centre scénique reconnu par la Communauté française ;
3° l'oeuvre primée doit avoir été publiée ou, si elle n'a pas été publiée et s'il s'agit d'un texte dramatique, diffusée pour la première fois au cours des deux années qui précèdent l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Art. 31. Espiègle stripboek Atomium-Prijs.
Op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan één lid van de Commissie, wordt de prijs toegekend onder de volgende specifieke voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest;
3° het winnende werk moet gepubliceerd zijn tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
Op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan één lid van de Commissie, wordt de prijs toegekend onder de volgende specifieke voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest;
3° het winnende werk moet gepubliceerd zijn tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
Art. 31. Espiègle de la bande dessinée : Prix Atomium.
Sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont un est issu de la Commission, le prix est remis aux conditions particulières suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit avoir été éditée conformément à la Charte ;
3° l'oeuvre primée doit avoir été publiée au cours de l'année qui précède l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont un est issu de la Commission, le prix est remis aux conditions particulières suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit avoir été éditée conformément à la Charte ;
3° l'oeuvre primée doit avoir été publiée au cours de l'année qui précède l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Art. 32. Espiègle voor de promotie van Belgische literatuur in het buitenland: Léo Beeckman-Prijs.
§ 1. De prijs wordt afwisselend toegekend voor algemene literatuur, jeugdliteratuur en stripboeken.
Voor stripboeken en jeugdliteratuur wordt de prijs toegekend op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie.
Voor algemene literatuur wordt de prijs toegekend op voordracht van de Commissie.
§ 2. De prijs bekroont de uitvoering van een uitmuntende promotie- en verpreidingsactie van Belgische literatuur in het buitenland.
De winnaar ontvangt een bedrag van €4.000.
§ 1. De prijs wordt afwisselend toegekend voor algemene literatuur, jeugdliteratuur en stripboeken.
Voor stripboeken en jeugdliteratuur wordt de prijs toegekend op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie.
Voor algemene literatuur wordt de prijs toegekend op voordracht van de Commissie.
§ 2. De prijs bekroont de uitvoering van een uitmuntende promotie- en verpreidingsactie van Belgische literatuur in het buitenland.
De winnaar ontvangt een bedrag van €4.000.
Art. 32. Espiègle du rayonnement des littérature belges à l'étranger : Prix Léo Beeckman.
§ 1er. Le prix récompense à tour de rôle la littérature générale, la littérature de jeunesse et la bande dessinée.
Pour la bande dessinée et la littérature de jeunesse, le prix est remis sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un est issu de la Commission.
Pour la littérature générale, le prix est remis sur proposition de la Commission.
§ 2. Le prix récompense la réalisation d'une action remarquable de promotion et de diffusion des littératures belges à l'étranger.
Un montant de 4.000 € est alloué au lauréat.
§ 1er. Le prix récompense à tour de rôle la littérature générale, la littérature de jeunesse et la bande dessinée.
Pour la bande dessinée et la littérature de jeunesse, le prix est remis sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un est issu de la Commission.
Pour la littérature générale, le prix est remis sur proposition de la Commission.
§ 2. Le prix récompense la réalisation d'une action remarquable de promotion et de diffusion des littératures belges à l'étranger.
Un montant de 4.000 € est alloué au lauréat.
Onderafdeling 2. - De driejaarlijkse prijzen
Sous-section 2. - Des prix triennaux
Art. 33. De driejaarlijkse prijzen worden toegekend op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie.
Art. 33. Les prix remis tous les trois ans sont remis sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un est issu de la Commission.
Art. 34. Espiègle voor proza in de Franse taal.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest;
3° het winnende werk moet voor het eerst gepubliceerd zijn tijdens de 3 jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest;
3° het winnende werk moet voor het eerst gepubliceerd zijn tijdens de 3 jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
Art. 34. Espiègle de la prose en langue française.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit avoir été éditée conformément à la Charte ;
3° l'oeuvre primée doit avoir été publiée pour la première fois au cours des 3 années qui précèdent l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit avoir été éditée conformément à la Charte ;
3° l'oeuvre primée doit avoir été publiée pour la première fois au cours des 3 années qui précèdent l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Art. 35. Espiègle voor poëzie in de Franse taal.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest;
3° het winnende werk moet voor het eerst gepubliceerd zijn tijdens de 3 jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest;
3° het winnende werk moet voor het eerst gepubliceerd zijn tijdens de 3 jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
Art. 35. Espiègle de la poésie en langue française.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit avoir été éditée conformément à la Charte ;
3° l'oeuvre primée doit avoir été publiée pour la première fois au cours des 3 années qui précèdent l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit avoir été éditée conformément à la Charte ;
3° l'oeuvre primée doit avoir été publiée pour la première fois au cours des 3 années qui précèdent l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Art. 36. Espiègle voor theater in de Franse taal.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet ofwel gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest, ofwel, in het geval van een theatertekst, verspreid zijn door een cultureel centrum, een plaats van creatie, een festival of een centrum voor podiumkunsten erkend door de Franse Gemeenschap;
3° het winnende werk moet gepubliceerd of, indien het niet gepubliceerd is, voor het eerst verspreid zijn tijdens de 3 jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet ofwel gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest, ofwel, in het geval van een theatertekst, verspreid zijn door een cultureel centrum, een plaats van creatie, een festival of een centrum voor podiumkunsten erkend door de Franse Gemeenschap;
3° het winnende werk moet gepubliceerd of, indien het niet gepubliceerd is, voor het eerst verspreid zijn tijdens de 3 jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
Art. 36. Espiègle de théâtre en langue française.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit soit avoir éditée conformément à la Charte, soit avoir été diffusée, dans le cas d'un texte dramatique, par un centre culturel, un lieu de création, un festival ou un centre scénique reconnu par la Communauté française ;
3° l'oeuvre primée doit avoir été publiée ou, si elle n'a pas été publiée, diffusée pour la première fois au cours des 3 années qui précèdent l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit soit avoir éditée conformément à la Charte, soit avoir été diffusée, dans le cas d'un texte dramatique, par un centre culturel, un lieu de création, un festival ou un centre scénique reconnu par la Communauté française ;
3° l'oeuvre primée doit avoir été publiée ou, si elle n'a pas été publiée, diffusée pour la première fois au cours des 3 années qui précèdent l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Art. 37. Espiègle essay
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest;
3° het winnende werk moet voor het eerst gepubliceerd zijn tijdens de 3 jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest;
3° het winnende werk moet voor het eerst gepubliceerd zijn tijdens de 3 jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
Art. 37. Espiègle de l'essai.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit avoir été éditée conformément à la Charte ;
3° l'oeuvre primée doit avoir été publiée pour la première fois au cours des 3 années qui précèdent l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit avoir été éditée conformément à la Charte ;
3° l'oeuvre primée doit avoir été publiée pour la première fois au cours des 3 années qui précèdent l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Art. 38. Espiègle voor proza in streektaal.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet:
- ofwel gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest tijdens de drie jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend;
- ofwel handgeschreven ingediend zijn bij de Administratie tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet:
- ofwel gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest tijdens de drie jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend;
- ofwel handgeschreven ingediend zijn bij de Administratie tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
Art. 38. Espiègle de prose en langue régionale.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions de recevabilité prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit :
- soit, avoir été éditée conformément à la Charte au cours des trois années qui précèdent l'année de la remise du prix ;
- soit, avoir été déposée auprès de l'Administration sous forme manuscrite au cours de l'année qui précède l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions de recevabilité prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit :
- soit, avoir été éditée conformément à la Charte au cours des trois années qui précèdent l'année de la remise du prix ;
- soit, avoir été déposée auprès de l'Administration sous forme manuscrite au cours de l'année qui précède l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Art. 39. Espiègle voor poëzie in streektaal.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet:
- ofwel gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest tijdens de drie jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend;
- ofwel handgeschreven ingediend zijn bij de Administratie tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet:
- ofwel gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest tijdens de drie jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend;
- ofwel handgeschreven ingediend zijn bij de Administratie tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
Art. 39. Espiègle de poésie en langue régionale.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit :
- soit, avoir été éditée conformément à la Charte au cours des trois années qui précèdent l'année de la remise du prix ;
- soit, avoir été déposée auprès de l'Administration sous forme manuscrite au cours de l'année qui précède l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit :
- soit, avoir été éditée conformément à la Charte au cours des trois années qui précèdent l'année de la remise du prix ;
- soit, avoir été déposée auprès de l'Administration sous forme manuscrite au cours de l'année qui précède l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Art. 40. Espiègle voor theater in streektaal.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet:
- ofwel gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest tijdens de drie jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend;
- ofwel voor het eerst verspreid zijn door een cultureel centrum, een plaats van creatie, een festival of een centrum voor podiumkunsten erkend door de Franse Gemeenschap tijdens de 3 jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend;
- ofwel handgeschreven ingediend zijn bij de Administratie tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de auteur moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet;
2° het winnende werk moet:
- ofwel gepubliceerd zijn overeenkomstig het Handvest tijdens de drie jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend;
- ofwel voor het eerst verspreid zijn door een cultureel centrum, een plaats van creatie, een festival of een centrum voor podiumkunsten erkend door de Franse Gemeenschap tijdens de 3 jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend;
- ofwel handgeschreven ingediend zijn bij de Administratie tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.
De winnaar ontvangt een bedrag van €10.000.
Art. 40. Espiègle de théâtre en langue régionale.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit :
- soit, avoir éditée conformément à la Charte au cours des trois années qui précèdent l'année de la remise du prix ;
- soit, avoir été diffusée par un centre culturel, un lieu de création, un festival ou un centre scénique reconnu par la Communauté française pour la première fois au cours des 3 années qui précèdent l'année de la remise du prix ;
- soit, avoir été déposée auprès de l'Administration sous forme manuscrite au cours de l'année qui précède l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° l'auteur doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret ;
2° l'oeuvre primée doit :
- soit, avoir éditée conformément à la Charte au cours des trois années qui précèdent l'année de la remise du prix ;
- soit, avoir été diffusée par un centre culturel, un lieu de création, un festival ou un centre scénique reconnu par la Communauté française pour la première fois au cours des 3 années qui précèdent l'année de la remise du prix ;
- soit, avoir été déposée auprès de l'Administration sous forme manuscrite au cours de l'année qui précède l'année de la remise du prix.
Un montant de 10.000 € est alloué au lauréat.
Art. 41. Prijs voor mediacreatie in streektaal.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden: de winnaar moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 2, van het decreet;
De winnaar ontvangt een bedrag van €5.000.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden: de winnaar moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 2, van het decreet;
De winnaar ontvangt een bedrag van €5.000.
Art. 41. Prix de la création média en langue régionale.
Le prix est remis aux conditions suivantes : le lauréat doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 2, du décret ;
Un montant de 5.000 € est alloué au lauréat.
Le prix est remis aux conditions suivantes : le lauréat doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 2, du décret ;
Un montant de 5.000 € est alloué au lauréat.
Art. 42. Prijs van het filologische werk gewijd aan streektalen.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de winnaar moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 2, van het decreet;
2° deze prijs kan worden toegekend op een manuscript.
De winnaar ontvangt een bedrag van €5.000.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de winnaar moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 2, van het decreet;
2° deze prijs kan worden toegekend op een manuscript.
De winnaar ontvangt een bedrag van €5.000.
Art. 42. Prix de l'oeuvre philologique consacrée aux langues régionales.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° le lauréat doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 2, du décret ;
2° ce prix peut être octroyé sur un manuscrit.
Un montant de 5.000 € est alloué au lauréat.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° le lauréat doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 2, du décret ;
2° ce prix peut être octroyé sur un manuscrit.
Un montant de 5.000 € est alloué au lauréat.
Art. 43. Prijs van het pedagogische initiatief in streektaal.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de winnaar moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 2, van het decreet;
2° deze prijs kan worden toegekend op een manuscript.
De winnaar ontvangt een bedrag van €5.000.
De prijs wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
1° de winnaar moet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 2, van het decreet;
2° deze prijs kan worden toegekend op een manuscript.
De winnaar ontvangt een bedrag van €5.000.
Art. 43. Prix de l'initiative pédagogique en langue régionale.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° le lauréat doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 2 du décret ;
2° ce prix peut être octroyé sur un manuscrit.
Un montant de 5.000 € est alloué au lauréat.
Le prix est remis aux conditions suivantes :
1° le lauréat doit répondre aux conditions prévues par l'article 6, §§ 1er et 2 du décret ;
2° ce prix peut être octroyé sur un manuscrit.
Un montant de 5.000 € est alloué au lauréat.
Onderafdeling 3. - De vijfjaarlijkse prijzen
Sous-section 3. - Des prix quinquennaux
Art. 44. De vijfjaarlijkse prijzen worden toegekend op voorwaarde dat de auteur voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, §§ 1 en 3, van het decreet.
Voor elke prijs ontvangt de kandidaat een bedrag van €15.000.
Voor elke prijs ontvangt de kandidaat een bedrag van €15.000.
Art. 44. Les prix quinquennaux sont remis pourvu que l'auteur réponde aux conditions de prévues par l'article 6, §§ 1er et 3, du décret.
Pour chaque prix, un montant de 15.000 € est remis au candidat.
Pour chaque prix, un montant de 15.000 € est remis au candidat.
Art. 45. Espiègle voor de bekroning van carrière in algemene literatuur.
De prijs wordt toegekend op voordracht van de Commissie.
De prijs wordt toegekend op voordracht van de Commissie.
Art. 45. Espiègle du couronnement de carrière en littérature générale.
Le prix est remis sur proposition de la Commission.
Le prix est remis sur proposition de la Commission.
Art. 46. Espiègle voor de bekroning van carrière in jeugdliteratuur.
De prijs wordt toegekend op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie.
De prijs wordt toegekend op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie.
Art. 46. Espiègle du couronnement de carrière en littérature de jeunesse.
Le prix est remis sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un est issu de la Commission.
Le prix est remis sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un est issu de la Commission.
Art. 47. Espiègle voor de bekroning van carrière in stripboeken.
De prijs wordt toegekend op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie.
De prijs wordt toegekend op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie.
Art. 47. Espiègle du couronnement de carrière en bande dessinée.
Le prix est remis sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un est issu de la Commission.
Le prix est remis sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un est issu de la Commission.
Art. 48. Espiègle voor de bekroning van carrière in literatuur in streektaal.
De prijs wordt toegekend op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie.
De prijs wordt toegekend op voordracht van een jury van 5 leden, waarvan ten minste één lid van de Commissie.
Art. 48. Espiègle du couronnement de carrière en littérature en langue régionale.
Le prix est remis sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un est issu de la Commission.
Le prix est remis sur proposition d'un jury composé de 5 membres dont au moins un est issu de la Commission.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 49. Dit besluit treedt in werking op 01 juni 2025, met uitzondering van Hoofdstuk 4 dat in werking treedt op 01 januari 2026.
Art. 49. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juin 2025, à l'exception du Chapitre 4 qui entre en vigueur le 1er janvier 2026.
Art. 50. De Minister die bevoegd is voor talen, letterkunde en boeken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 50. Le Ministre qui a les langues, les lettres et le livre dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. van p. )
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 03-06-2025, p. 51900)