Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
21 MAART 2025. - Besluit van de voorzitster van het Directiecomité houdende delegatie van bevoegdheid en ondertekening inzake sommige personeelsaangelegenheden
Titre
21 MARS 2025. - Arrêté de la présidente du Comité de direction portant délégation de compétence et de signature dans certaines matières de personnel
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. § 1. De directeur-generaal van de algemene directie Personeel en Organisatie van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken is, wat het personeel van deze overheidsdienst betreft, gemachtigd om namens de voorzitter van het directiecomité:
  1° toestemming te geven voor de benoeming van een stagiair tijdens de stage in een andere federale dienst dan deze waar de stagiair in het begin van de stage benoemd was indien de leidend ambtenaar van de andere federale dienst of zijn gemachtigde hier ook toestemming voor heeft gegeven;
  2° het onthaal van de nieuwe personeelsleden te organiseren en te zorgen voor integratie;
  3° een scholingsbeding aan te gaan met de ambtenaar die een opleiding volgt waarin de toepassingsvoorwaarden en de regels voor terugbetaling bepaald zijn;
  4° in geval van federale mobiliteit de overeenkomst te sluiten met de ambtenaar met betrekking tot de proefperiode van 3 maanden;
  5° de ambtenaren aan te wijzen om tijdelijk een hogere functie uit te oefenen;
  6° de ambtenaren van de niveaus B, C en D aan te wijzen in de verschillende diensten gevestigd in dezelfde administratieve standplaats, volgens de behoeften van de diensten;
  7° de geslaagden van de vergelijkende selecties toelaatbaar te verklaren en hen tot stagiair te benoemen;
  8° de beslissing te nemen om de machtiging tot cumulatie te verlenen of te weigeren, behalve voor de titularissen van een managementfuncties;
  9° een directietoelage aan de personeelsleden van het niveau B, C of D die rechtstreeks een team van minstens tien personeelsleden beheren toe te kennen;
  10° het recht op de toelagen en vergoedingen zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt te controleren, de terugbetaling van de kosten te weigeren als hij ze ongerechtvaardigd vindt en deze te verminderen als hij ze overdreven vindt of als ze normaliter vermeden hadden kunnen worden;
  11° de van rechtswege verworven geldelijke anciënniteit vast te stellen, te weten de anciënniteit die resulteert uit de diensten die daadwerkelijk verricht werden in de overheidsdiensten van de Staten die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte of van de Zwitserse Bondsstaat;
  12° voor de berekening van de geldelijke anciënniteit verworven op het tijdstip van de indiensttreding, de diensten verricht in andere overheidsdiensten of in de privésector of als zelfstandige te erkennen indien hij van mening is dat deze diensten een beroepservaring vormen die bijzonder nuttig is voor de functie waarin het personeelslid wordt aangeworven of in dienst wordt genomen bij arbeidsovereenkomst;
  13° een verlof om een stage of proefperiode te verrichten, de afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke aangelegenheden en de verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheden toe te kennen;
  14° dienstvrijstellingen voor een duur langer dan twee weken toe te kennen en dienstvrijstellingen voor een duur van minder dan of gelijk aan twee weken te verlengen, mits inkennisstelling van de voorzitter van het directiecomité;
  15° toestemming te geven voor de tijdelijke affectatie van een ambtenaar in een betrekking van een rechtstreeks lagere klasse of van een rechtstreeks lager niveau.
  § 2. In geval van afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal van de algemene directie Personeel en Organisatie is een ambtenaar van minstens de klasse A3 van de algemene directie Personeel en Organisatie gemachtigd om, in naam van de voorzitter van het directiecomité, de in § 1 bedoelde bevoegdheden uit te oefenen.
Article 1er. § 1er. Le directeur général de la direction générale Personnel et Organisation du Service public fédéral Intérieur est, en ce qui concerne le personnel de ce service public, habilité au nom du président du comité de direction :
  1° à donner son autorisation pour la nomination d'un stagiaire en cours de stage dans un autre service fédéral que celui où le stagiaire a été nommé initialement, pour autant qu'il y ait également accord du fonctionnaire dirigeant de l'autre service fédéral ou de son délégué ;
  2° à organiser l'accueil des nouveaux membres du personnel et à assurer leur intégration ;
  3° à conclure une clause d'écolage avec l'agent qui suit une formation, dans laquelle sont définies les conditions d'application et les modalités de remboursement ;
  4° en cas de mobilité fédérale, à conclure avec l'agent l'accord relatif à la période de probation de 3 mois ;
  5° à désigner les agents pour exercer temporairement une fonction supérieure ;
  6° à affecter les agents des niveaux B, C et D aux différents services situés dans la même résidence administrative, selon les besoins des services ;
  7° à admettre les lauréats des sélections comparatives et à les nommer en qualité de stagiaire ;
  8° à prendre la décision d'accorder ou de refuser le cumul, sauf pour les titulaires des fonctions de management ;
  9° à octroyer une allocation de direction aux membres du personnel de niveau B, C ou D qui gèrent de manière directe une équipe d'au moins dix membres du personnel ;
  10° à contrôler le droit aux allocations et indemnités visées à l'arrêté royal du 13 juillet 2017 fixant les allocations et indemnités des membres du personnel de la fonction publique fédérale, à refuser le remboursement des frais lorsqu'il les estime injustifiés et à les réduire lorsqu'il les estime exagérés ou qu'ils auraient normalement pu être évités ;
  11° à constater l'ancienneté pécuniaire acquise de plein droit, c'est-à-dire celle qui découle des services effectivement accomplis dans les services publics des Etats faisant partie de l'Espace économique européen ou de la Confédération suisse ;
  12° à reconnaître, pour le calcul de l'ancienneté pécuniaire acquise au moment de l'entrée en service, les services accomplis dans d'autres services publics ou dans le secteur privé ou en tant qu'indépendant s'il estime que ces services constituent une expérience professionnelle particulièrement utile pour la fonction dans laquelle le membre du personnel est recruté ou engagé sous contrat de travail ;
  13° à accorder un congé pour accomplir un stage ou une période d'essai, une absence de longue durée pour raisons personnelles et des prestations réduites pour convenance personnelle ;
  14° à accorder les dispenses de service d'une durée supérieure à deux semaines et à prolonger les dispenses de service d'une durée inférieure ou égale à deux semaines, moyennant information du président du comité de direction ;
  15° à donner son autorisation pour l'affectation temporaire d'un agent dans un emploi d'une classe directement inférieure ou d'un niveau directement inférieur.
  § 2. En cas d'absence ou d'empêchement du directeur général de la direction générale Personnel et Organisation, un agent de la classe A3 au minimum de la direction générale Personnel et Organisation est habilité, au nom du président du comité de direction, à exercer les compétences visées au § 1er.
Art. 2. De houder van de managementfunctie of de hoogste ambtenaar binnen elke directie of dienst is, wat het personeel van zijn directie of dienst betreft, gemachtigd om namens de voorzitter van het directiecomité de dienstvrijstellingen toe te kennen voor een duur van minder dan of gelijk aan twee weken.
Art. 2. Le titulaire de la fonction de management ou l'agent le plus élevé dans chaque direction ou service est, en ce qui concerne le personnel de sa direction ou de son service, habilité au nom du président du comité de direction à accorder les dispenses de service d'une durée inférieure ou égale à deux semaines.
Art. 3. Het diensthoofd bevoegd voor opleidingen bij de algemene directie Personeel en Organisatie is gemachtigd, om namens de voorzitter van het directiecomité, een dienstvrijstelling tot een maximum van 120 uren per jaar toe te kennen om opleidingsactiviteiten buiten de federale overheid bij te wonen.
Art. 3. Le chef du service compétent en matière de formations auprès de la direction générale Personnel et Organisation est habilité, au nom du président du comité de direction, à accorder une dispense de service pour un maximum de 120 heures par an afin de suivre des activités de formation en-dehors de l'administration fédérale.
Art. 4. De hiërarchisch meerdere van het personeelslid is gemachtigd, om namens de voorzitter van het directiecomité:
  1° het akkoord te geven voor wat betreft de toekenning van de toelagen en vergoedingen zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt;
  2° het akkoord te geven voor wat betreft de toekenning van de verloven zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, met uitzondering van het verlof voor opdracht van algemeen belang, het verlof voor het uitoefenen van een ambt bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie of een cel algemeen beleid, bij het kabinet van een federaal, gemeenschaps-, gewestelijk, provinciaal of lokaal politiek mandataris of bij het kabinet van een politiek mandataris van de wetgevende macht, het verlof om een stage of proefperiode te verrichten, de afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke aangelegenheden en de verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheden.
Art. 4. Le supérieur hiérarchique du membre du personnel est habilité, au nom du président du comité de direction :
  1° à donner son accord en ce qui concerne l'octroi des allocations et indemnités visées à l'arrêté royal du 13 juillet 2017 fixant les allocations et indemnités des membres du personnel de la fonction publique fédérale ;
  2° à donner son accord en ce qui concerne l'octroi des congés visés à l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat, à l'exception du congé pour mission d'intérêt général, du congé pour l'exercice d'une fonction au sein d'un secrétariat, de la cellule de coordination générale de la politique, d'une cellule de politique générale, au sein du cabinet d'un mandataire politique fédéral, communautaire, régional, provincial ou local ou au sein du cabinet d'un mandataire politique du pouvoir législatif, du congé pour accomplir un stage ou une période d'essai, de l'absence de longue durée pour raisons personnelles et de la réduction de prestations pour raisons personnelles.
Art. 5. Een vertegenwoordiger van de algemene directie Personeel en Organisatie, die behoort tot het niveau A en van dezelfde taalrol is als het desbetreffende personeelslid, is gemachtigd, om namens de voorzitter van het directiecomité, in het kader van de federale mobiliteit de kandidaat te horen in het geval van de weigering van de kandidatuur.
Art. 5. Un représentant de la direction générale Personnel et Organisation, appartenant au niveau A et du même rôle linguistique que le membre du personnel concerné, est habilité, au nom du président du comité de direction, à entendre le candidat dont la candidature est refusée dans le cadre de la mobilité fédérale.
Art. 6. Een vertegenwoordiger van de dienst Personeel en Organisatie van de algemene directie waartoe het desbetreffende personeelslid behoort is gemachtigd, om namens de voorzitter van het directiecomité, langs hiërarchische weg de vragen tot cumulatie van het personeel van de desbetreffende algemene directie in ontvangst te nemen, en desgevallend dienaangaande het betrokken personeelslid om bijkomende informatie of verantwoordingsstukken te vragen.
Art. 6. Un représentant du service Personnel et Organisation de la direction générale à laquelle appartient le membre du personnel concerné est habilité, au nom du président du comité de direction, à recevoir par la voie hiérarchique les demandes de cumul émanant du personnel de sa direction générale et, s'il l'estime nécessaire, à solliciter du membre du personnel concerné des compléments d'informations ou des pièces justificatives.
Art. 7. Het besluit van de voorzitter van het directiecomité van 7 december 2007 houdende delegatie van bevoegdheid en ondertekening inzake sommige personeelsgelegenheden wordt opgeheven.
Art. 7. L'arrêté du président du comité de direction du 7 décembre 2007 portant délégation de compétence et de signature dans certaines matières de personnel est abrogé.
Art. 8. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2025.
Art. 8. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er avril 2025.