Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
18 APRIL 2025. - Arbeidsrechtbank Leuven. - Kabinet van de voorzitter Beschikking: bijzonder reglement van de arbeidsrechtbank Leuven
Titre
18 AVRIL 2025. - Tribunal du travail de Louvain Cabinet du président Ordonnance : règlement particulier du tribunal du travail de Louvain (TRADUCTION)
Tekst (12)
Texte (0)
Artikel 1. De arbeidsrechtbank te Leuven bestaat uit zes kamers waaronder één kamer met één rechter, één kamer voor kort geding, één bureau voor rechtsbijstand en een kamer minnelijke schikking. De zittingen worden gehouden in het gerechtsgebouw aan het Ferdinand Smoldersplein 5 te 3000 Leuven.
  De kamers 1 tot en met 5 en de kamer minnelijke schikking zijn bevoegd, elk binnen hun bevoegdheidskader of overeenkomstig de verdeling gedaan door de voorzitter, voor de zaken bepaald in de artikelen 1724 e.v. van het Gerechtelijk Wetboek inzake bemiddeling.
-
Art. 2. De kamers zijn, met inachtneming van de wettelijke samenstelling conform artikel 81, bevoegd voor alle materies, maar zij nemen in het bijzonder kennis van de geschillen als volgt:
  Kamer 1A neemt kennis van de geschillen i.v.m. de individuele arbeidsrelaties van arbeiders en meer bepaald van de zaken genoemd in:
  - art. 578 van het Gerechtelijk Wetboek, met uitzondering van artikel 578, 12°, b, 14°, 17° en 27° ;
  - art. 582, 3°, 4°, 5° (m.b.t. de individuele arbeidsrelaties), 6°, 8°, 9°, 12° en 13° van het Gerechtelijk Wetboek;
  - art. 582, 15° van het Gerechtelijk Wetboek betreffende organen sociale dialoog NMBS;
  - art. 583, vierde lid van het Gerechtelijk Wetboek;
  - van de zaken in toepassing van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden;
  - van de geschillen betreffende het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag van arbeiders voor wat de contractuele relatie tussen werkgever en werknemer betreft;
  - de geschillen betreffende de arbeidsverhoudingen die krachtens andere wetten en decreten aan de arbeidsgerechten worden toevertrouwd wanneer de betrokken werknemer een arbeider is en de geschillen over arbeidsverhoudingen met statutair personeel.
  Kamer 1B neemt kennis van de geschillen i.v.m. de individuele arbeidsrelaties van bedienden en meer bepaald van de zaken genoemd in:
  - art. 578 van het Gerechtelijk Wetboek, met uitzondering van artikel 578, 12°, b, 14°, 17° en 27° ;
  - art. 580, 19° (m.b.t. de individuele arbeidsrelaties) van het Gerechtelijk Wetboek;
  - art. 582, 5° van het Gerechtelijk Wetboek;
  - van de zaken in toepassing van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden;
  - van de geschillen betreffende stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag van bedienden voor wat de contractuele relatie tussen werkgever en werknemer betreft;
  - de geschillen betreffende de arbeidsverhoudingen die krachtens andere wetten en decreten aan de arbeidsgerechten worden toevertrouwd wanneer de betrokken werknemer een bediende is en de geschillen over arbeidsverhoudingen met statutair personeel;
  - art. 582, 3°, 4°, 5° (m.b.t. de individuele arbeidsrelaties), 6°, 8°, 9°, 12° en 13° van het Gerechtelijk Wetboek;
  - art. 582, 15° van het Gerechtelijk Wetboek betreffende organen sociale dialoog NMBS.
  Kamer 2 neemt kennis van de geschillen i.v.m. de sociale zekerheid van werknemers en meer bepaald van de zaken genoemd in:
  - art. 578, 17° en 27° van het Gerechtelijk Wetboek;
  - art. 580, 1° van het Gerechtelijk Wetboek;
  - art. 580, 2° en 3° van het Gerechtelijk Wetboek betreffende rust- en overlevingspensioenen van werknemers, de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, werkloosheid, jaarlijkse vakantie en gezinsbijslag;
  - art. 580, 4° van het Gerechtelijk Wetboek;
  - art. 580, 6°, 7°, 8° a, 8° b, 8° c, 8° d, 8° e, 8° f, 8° g, 9°, 10°, 11°, 12°, 13° ; 14°, 15°, 16°, 17°, 18° en 19° van het Gerechtelijk Wetboek;
  - art. 582, 5° (m.b.t. het sociaal statuut) en 7° (o.m. ook m.b.t. de onthaalouders - KB 26 maart 2003), 10°, 12° van het Gerechtelijk Wetboek;
  - art. 582, 11°, 14° en 15° (inzake indicering van de werkzoekende) van het Gerechtelijk Wetboek;
  - art. 583, eerste, tweede, derde en vijfde lid van het Gerechtelijk Wetboek;
  - art. 17, § 5 van het decreet van 30 april 2004 tot uniformisering van de toezichts-, sanctie- en strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn;
  - artikel 52, § 3 van de wet van 14 juli 1994, tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering (alleenzetelende rechter);
  - het Decreet van 30 april 2004 houdende het Handvest van de werkzoekende;
  - van de geschillen betreffende de Administratieve Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie;
  - de geschillen waarbij de inleidende akte geen nadere bevoegdheidstoewijzing toelaat ongeacht de aard van het geschil.
  Kamer 3 neemt kennis van geschillen i.v.m. de sociale zekerheid en bijdragen van zelfstandigen en meer bepaald van de zaken genoemd in:
  - art. 578, 12°, b van het Gerechtelijk Wetboek;
  - art. 578 bis van het Gerechtelijk Wetboek;
  - 581 van het Gerechtelijk Wetboek;
  - 583, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek voor wat betreft de toepassing op de zelfstandige van de administratieve sancties en van de administratieve geldboeten bedoeld in het Sociaal Strafwetboek;
  - art. 580, 19° Ger.W. voor wat betreft de toepassing op de zelfstandige.
  Kamer 4 neemt kennis van de geschillen i.v.m. arbeidsongevallen en beroepsziekten en meer bepaald van de zaken genoemd in:
  - art. 579 van het Gerechtelijk Wetboek;
  - art. 64 en 74 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 en meer bepaald ook in toepassing van haar artikel 45.
  Kamer 5 neemt kennis van:
  - de geschillen i.v.m. personen met een handicap;
  - van de betwistingen inzake medische onderzoeken uitgevoerd met het oog op de toekenning van sociale of fiscale voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks zijn afgeleid van een sociaal recht of van de sociale bijstand;
  - van de sociale reclassering van de mindervaliden en van de geschillen betreffende de inschrijving en de toepassing van bijstand tot sociale integratie en meer bepaald van de zaken genoemd in het artikel 582, 1° en 2° van het Gerechtelijk Wetboek.
  Kamers 6A en 6B, bestaande uit één rechter in de arbeidsrechtbank, nemen kennis van de geschillen bedoeld in:
  - art. 578, 14° van het Gerechtelijk Wetboek.
  Kamer minnelijke schikking (KMS)
  Neemt kennis van de zaken en geschillen die ter minnelijke schikking worden voorgelegd, zoals bepaald in art. 734/1 van het Gerechtelijk wetboek.
  Iedere kamer, met uitzondering van de KMS, neemt bovendien kennis van de geschillen die tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank behoren krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen en die hierboven niet zijn vermeld, en dit overeenkomstig de verdeling bij beschikking door de voorzitter.
  2. Zittingen
-
Art. 3. Op maandbasis houden de volgende kamers zitting:
  - de 1e kamer A (arbeiders) op de 3e vrijdag, om 9 uur;
  - de 1e kamer B (bedienden) op de 1e, 2e, 3e en 4e donderdag, om 9 uur;
  - de 2e kamer op de 1e, 2e, 3e en 4e maandag, om 9 uur, en de 1e en 4e dinsdag, om 9 uur;
  - de 3e kamer op de 1e vrijdag, om 9 uur;
  - de 4e kamer op de 2e en 3e dinsdag, om 9 uur;
  - de 5e kamer op de 2e en 4e vrijdag, om 9 uur;
  - de 6e kamer A op de 1e en 3e woensdag om 9 uur en de 6de kamer B op de 2e en 4e woensdag om 9 uur;
  - de KMS: in functie van de zaken die ter minnelijke schikking worden voorgelegd, zoals vastgesteld door de voorzitter van deze kamer en rekening houdend met artikel 732 van het Gerechtelijk Wetboek.
-
Art. 4. De zitting in kort geding en die waarop de procedureregels inzake kort geding van toepassing zijn en de zaken in toepassing van artikel 587bis tot en met artikel 587 septies van het Gerechtelijk Wetboek, worden gehouden door de voorzitter of een door de voorzitter aan te duiden magistraat op woensdag, om 10 uur.
  Indien de procedure dit vereist, kan de voorzitter ook op andere dagen kennis nemen van deze vorderingen.
-
Art. 5. Het bureau voor rechtsbijstand houdt zitting op woensdag om 11 uur.
-
Art. 6. De verschijningen tot minnelijke schikking (artikel 731 e.v. van het Gerechtelijk Wetboek) gebeuren op de 3e vrijdag van de maand, om 11 uur, wat betreft de geschillen inzake werknemers-arbeiders.
  De verschijningen tot minnelijke schikking (artikel 731 e.v. van het Gerechtelijk Wetboek) gebeuren op de 1e, 2e, 3e en 4e donderdag van de maand, om 11 uur, wat betreft de geschillen inzake werknemers-bedienden.
  Buitengewone en bijkomende zittingen
-
Art. 7. De kamers kunnen, naargelang van de behoeften van de dienst, buitengewone zittingen houden, waarvan zij zelf de dagen en de uren bepalen in overleg met de voorzitter.
  Ingeval van dringende noodzaak of wanneer een goede rechtsbedeling dit vereist kan de voorzitter in het belang van de dienst, van ambtswege, na het advies van de arbeidsauditeur en de hoofdgriffier te hebben ingewonnen, bij beschikking beslissen dat één of meer kamers bijkomende zittingen houden op de dagen en de uren die zij vaststelt.
  Indien de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de voorzitter, van ambtswege en bij beschikking, na het advies van de arbeidsauditeur en van de hoofdgriffier te hebben ingewonnen, beslissen:
  - het aantal kamers, hun bevoegdheid en het aantal zittingen voorlopig te wijzigen, voor zover deze wijziging niet de opheffing van de betrokken kamers tot gevolg heeft;
  - het aanvangsuur van de zittingen te wijzigen.
  Vakantiezittingen
-
Art. 8. De voorzitter bepaalt, na het advies van de arbeidsauditeur te hebben ingewonnen, de dagen en uren van de vakantiezittingen. Hij wijst in een beschikking de magistraten aan die er zitting dienen te nemen. De voorzitter kan te allen tijde deze dienstregeling wijzigen met het oog op de behoeften van de dienst.
  3. Inleidingen
-
Art. 9. De zaken worden ingeleid:
  - voor de 1e kamer:
  * 1e kamer A: op de 3e vrijdag van de maand, om 9 uur, voor de geschillen in het kader van haar hierboven vermelde bevoegdheden wanneer de betrokken werknemer een arbeider is;
  * 1e kamer B: op de 1e, 2e, 3e en 4e donderdag van de maand om 9 uur, voor de geschillen in het kader van haar hierboven vermelde bevoegdheden wanneer de betrokken werknemer een bediende is;
  - voor de 2e kamer:
  * op de 4e maandag van de maand, om 9 uur, inzake de aangelegenheden genoemd in het artikel 580 van het Gerechtelijk Wetboek m.b.t. de geschillen betreffende de verplichtingen van de werkgevers en van de personen die met hen hoofdelijk aansprakelijk zijn gesteld voor de betaling van de bijdragen opgelegd door de wetgeving inzake sociale zekerheid;
  * op de 1e, 2e en 3e maandag van de maand, om 9 uur, wat alle andere geschillen betreffen die onder haar bevoegdheid vallen;
  * op de 1e en 4e dinsdag van de maand, om 9 uur, voor de geschillen in het kader van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering van werknemers.
  - voor de 3e kamer op de 1e vrijdag van de maand, om 9 uur;
  - voor de 4e kamer op de 2e en 3e dinsdag van de maand, om 9 uur;
  - voor de 5e kamer op de 2e en 4e vrijdag van de maand, om 9 uur;
  - voor de 6e kamer A en B op de 1e, 2e, 3e en 4e woensdag van de maand, om 9 uur.
  De inleidingen van zaken in kort geding, van zaken waarop de procedureregels inzake kort geding van toepassing zijn alsmede van zaken in toepassing van artikel 587bis tot en met artikel 587 septies van het Gerechtelijk Wetboek, gebeuren op woensdag, om 10 uur.
  De inleidingen van de andere zaken waarvan de arbeidsgerechten kennis nemen krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende aangelegenheden die niet genoemd zijn in de artikelen 578 tot 583 van het Gerechtelijk Wetboek en niet gespecificeerd worden in huidig bijzonder reglement, geschieden voor de 2e kamer op de eerste, tweede of derde maandag van de maand, om 9 uur.
  4. De voorzitter verdeelt de zaken overeenkomstig dit bijzonder reglement
-
Art. 10. Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de voorzitter één of meer tijdelijke kamers samenstellen en/of een deel van de zaken die aan een kamer zijn toegewezen, onder de andere kamers verdelen.
  De eerste voorzitter van het arbeidshof en de arbeidsauditeur krijgen melding van de beschikkingen die de voorzitter van de rechtbank neemt op grond van de artikelen 89 en 90 van het Gerechtelijk Wetboek. Ook de stafhouder van de orde van advocaten te Leuven en de gerechtsdeurwaarders van het gerechtelijk arrondissement te Leuven krijgen hiervan melding.
  5. Bekendmaking
-
Art. 11. Dit bijzonder reglement zal bekendgemaakt worden door publicatie in het Belgisch Staatsblad, door aanplakking ter griffie en door publicatie op de website van de arbeidsrechtbank.
-
Art. 12. Dit bijzonder reglement treedt in werking op 1 september 2025 en vervangt vanaf die datum het vorig bijzonder reglement van 27 oktober 2014.
-