Art. 2. § 1. Om de deskundigheid van de verantwoordelijke voor de compliancefunctie te beoordelen overeenkomstig artikel 60, § 2 van de wet van 25 april 2014, artikel 81, § 2 van de wet van 13 maart 2016 of artikel 61, § 2 van de wet van 20 juli 2022, ziet de toezichthouder er minstens op toe dat de volgende vereisten door de kandidaat worden nageleefd:
1° beschikken over ten minste drie jaar passende ervaring. Met passende ervaring wordt ervaring bedoeld die een kandidaat heeft opgedaan bij het uitoefenen van functies waar hij of zij een beoordelingsverantwoordelijkheid droeg in een werkomgeving die inhoudelijk gelijkenissen of raakvlakken vertoont met de functies van de verantwoordelijke voor de compliancefunctie en met de gereglementeerde onderneming die de kandidaat-verantwoordelijke voor de compliancefunctie heeft benoemd.
Deze passende ervaring moet volledig zijn opgedaan in de periode van zes jaar voorafgaand aan de datum van het voorstel tot benoeming.
Als de activiteiten en de omvang van de gereglementeerde onderneming, alsook de aard, de schaal en de complexiteit van de inherente risico's van haar bedrijfsmodel dat rechtvaardigen, kan de kandidaat in afwijking van het eerste lid worden vrijgesteld van de voorwaarde om over drie jaar passende ervaring te beschikken, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. de betrokken gereglementeerde onderneming biedt de kandidaat even lang als nodig is om drie jaar passende ervaring op te doen, begeleiding door een daartoe - al dan niet binnen de onderneming - aangestelde deskundige die voldoet aan de in de punten 1°, 2°, 3°, 4° en 5° bedoelde voorwaarden. De aard en inhoud van die begeleiding moeten de kandidaat-verantwoordelijke voor de compliancefunctie in staat stellen om een soortgelijke passende ervaring op te doen als omschreven in het eerste lid;
b. de kandidaat voldoet, op het moment van zijn of haar erkenning, aan het in punt 3° bedoelde vereiste van beroepskennis, of beschikt over een passende ervaring van minstens één jaar.
De in het vorige lid bedoelde afwijking is niet van toepassing op kandidaten die zijn aangewezen in een kredietinstelling of beursvennootschap.
2° houder zijn van een masterdiploma dat is uitgereikt door een universiteit of een hogeschool overeenkomstig een decreet van de Federatie Wallonië-Brussel, de Vlaamse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap, dan wel van een gelijkwaardig diploma dat vóór het academiejaar 2004-2005 is uitgereikt, of van een buitenlands diploma dat krachtens de geldende wetgeving of door de NBB als gelijkwaardig wordt beschouwd met het in deze bepaling bedoelde Belgische diploma.
De kandidaat-verantwoordelijken voor de compliancefunctie die kunnen aantonen dat zij praktische ervaring en kennis hebben opgedaan op financieel gebied die relevant zijn voor de uitoefening van de functie, zijn vrijgesteld van de toepassing van punt 2°. Of de praktische ervaring en de kennis relevant zijn, zal door de toezichthouder worden beoordeeld aan de hand van een gedetailleerd dossier dat door de betrokken gereglementeerde onderneming moet worden overgemaakt en, zo nodig, tijdens een individueel gesprek met de kandidaat.
3° een grondige kennis hebben verworven van de inhoud en de toepassing van de wettelijke en reglementaire integriteits- en gedragsregels die van toepassing zijn op de gereglementeerde onderneming. Deze grondige kennis wordt aangetoond:
a) met een attest waaruit blijkt dat de kandidaat-verantwoordelijke voor de compliancefunctie geslaagd is voor een examen dat werd afgenomen door een instelling waarvan de examens zijn erkend door de FSMA en de NBB overeenkomstig afdeling III van dit reglement.
Het gaat meer bepaald om de volgende examens:
- (i) hetzij het examen voor de bank- en beleggingsdienstensector voor de kandidaat-verantwoordelijken voor de compliancefunctie die zijn benoemd in een in artikel 1, 1°, a), b) of d) bedoelde gereglementeerde onderneming.
De kandidaat-verantwoordelijken voor de compliancefunctie die zijn benoemd in een in artikel 1, 1°, a) of d) bedoelde gereglementeerde onderneming die geen beleggingsdiensten verleent en aanbiedt, mogen een attest van slagen voor het examen indienen waarin alleen het slagen voor het theoretische deel en voor de in artikel 5, 2°, derde lid, b) bedoelde module B van het praktische examen voor de bank- en beleggingsdienstensector wordt vermeld.
- (ii) hetzij het examen voor de verzekeringssector voor de kandidaat-verantwoordelijken voor de compliancefunctie die zijn benoemd in een in artikel 1, 1°, c) of e) bedoelde gereglementeerde onderneming.
De kandidaat-verantwoordelijken voor de compliancefunctie die zijn benoemd in een in artikel 1, 1°, c) of e) bedoelde gereglementeerde onderneming die geen levensverzekeringsactiviteiten in de zin van Bijlage II van de wet van 13 maart 2016 aanbiedt, mogen een attest van slagen indienen waarin alleen het slagen voor het theoretische deel en voor de in artikel 5, 2°, derde lid, a) bedoelde module B van het praktische examen voor de verzekeringssector wordt vermeld.
a) en met de deelname, vanaf het slagen voor het examen, aan een opleidingsprogramma bij een opleidingsinstelling die is erkend door de FSMA, op advies van de NBB, met een minimumduur van 20 uur om de drie jaar. In afwijking van wat voorafgaat, is de minimumduur van het opleidingsprogramma 40 uur om de drie jaar wanneer de kandidaat-verantwoordelijke voor de compliancefunctie eerder al was benoemd in een gereglementeerde onderneming.
4° beschikken over de nodige vaardigheden om de verantwoordelijkheid voor de compliancefunctie te dragen.
5° blijk hebben gegeven van professioneel gedrag, met name doordat er geen indicatie voorhanden is die in de richting van het tegendeel wijst.
§ 2. Om permanent aan de in paragraaf 1, 3°, bedoelde kennisvoorwaarde te voldoen, nemen de verantwoordelijken voor de compliancefunctie deel aan een programma tot permanente opleiding bij een opleidingsinstelling die, op advies van de NBB, door de FSMA is erkend, met een minimumduur van 40 uur om de drie jaar.
§ 3. De kandidaat-verantwoordelijken voor de compliancefunctie die voldoen aan de voorwaarden in § 1, 1°, 2°, 4° en 5° worden geacht aan de in § 1 bedoelde vereisten inzake deskundigheid te voldoen.
De gereglementeerde ondernemingen waarin ze werden benoemd, beschikken vanaf hun benoeming over een termijn van één jaar om de toezichthouder het in artikel 2, § 1, 3°, a) bedoelde attest van slagen te bezorgen.
De toezichthouder kan, in uitzonderlijke en door de betrokken onderneming naar behoren gemotiveerde omstandigheden, afwijkingen toestaan op de in het vorige lid vastgestelde termijn van één jaar.
Wanneer de in de vorige leden bepaalde termijn niet wordt nageleefd, wordt de betrokken kandidaat-verantwoordelijke voor de compliancefunctie niet langer geacht aan de deskundigheidsvereiste te voldoen, en dat tot wanneer een in artikel 2, § 1, 3°, a) bedoeld attest van slagen wordt bezorgd aan de toezichthouder.
§ 4. De in artikel 1, 1°, a) en d) bedoelde gereglementeerde ondernemingen die geen beleggingsdiensten verlenen of aanbieden, moeten de toezichthouder onverwijld in kennis stellen wanneer ze voornemens zijn om dergelijke diensten te verlenen of aan te bieden. In dat geval beschikt de verantwoordelijke voor de compliancefunctie van de betrokken onderneming over een termijn van één jaar vanaf de kennisgeving aan de toezichthouder van de verandering van activiteiten om een attest van slagen in te dienen voor de in artikel 5, 2°, derde lid, b) bedoelde module A van het praktische examen voor de bank- en beleggingsdienstensector, behalve wanneer het attest van slagen in het initiële erkenningsdossier al betrekking had op die module.
Zo ook moeten de in artikel 1, 1°, c) en e) bedoelde gereglementeerde ondernemingen die geen levensverzekeringsactiviteiten in de zin van Bijlage II van de wet van 13 maart 2016 aanbieden, de toezichthouder onverwijld in kennis stellen wanneer ze voornemens zijn om dergelijke verzekeringen aan te bieden. In dat geval beschikt de verantwoordelijke voor de compliancefunctie van de betrokken onderneming over een termijn van één jaar vanaf de kennisgeving aan de toezichthouder van de verandering van activiteiten om een attest van slagen in te dienen voor de in artikel 5, 2°, derde lid, a) bedoelde module A van het praktische examen voor de verzekeringssector, behalve wanneer het attest van slagen in het initiële erkenningsdossier al betrekking had op die module.
Als de betrokken verantwoordelijken voor de compliancefunctie geen dergelijk attest indienen, zullen ze niet langer worden geacht te voldoen aan de in artikel 2, § 1, 3° bedoelde vereiste van beroepskennis.
De toezichthouder kan, in uitzonderlijke en door de betrokken onderneming naar behoren gemotiveerde omstandigheden, afwijkingen toestaan op de in het eerste en tweede lid vastgestelde termijn van één jaar.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
3 JUNI 2024. - Het reglement van de Nationale Bank van België van 12 december 2023 betreffende de deskundigheid van de verantwoordelijken voor de compliancefunctie en tot opheffing van het reglement van de Nationale Bank van België van 6 februari 2018 betreffende de deskundigheid van de verantwoordelijken voor de compliancefunctie
Titre
3 JUIN 2024. - Le règlement de la Banque nationale de Belgique du 12 décembre 2023 relatif à l'expertise des personnes chargées de la fonction de compliance et abrogeant le règlement de la Banque nationale de Belgique du 6 février 2018 relatif à l'expertise des personnes chargées de la fonction de compliance
Informations sur le document
Numac: 2024A02903
Datum: 2024-06-03
Info du document
Numac: 2024A02903
Date: 2024-06-03
Table des matières
Tekst (12)
Texte (12)
Afdeling I. - Definities Artikel 1. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Section Ire. - Définitions Article 1er. Pour l'application du présent règlement, il y a lieu d'entendre par:
Afdeling II. - Vereisten inzake deskundigheid in hoofde van de verantwoordelijken voor de compliancefunctie
Section II. - Exigences en matière d'expertise des responsables de la fonction de compliance
Art. 2. § 1er. Pour apprécier la condition d'expertise du responsable de la fonction de compliance conformément à l'article 60, § 2, de la loi du 25 avril 2014, l'article 81, § 2, de la loi du 13 mars 2016 ou l'article 61, § 2 de la loi du 20 juillet 2022, l'autorité de contrôle veille, à tout le moins, à ce que les exigences suivantes soient respectées par le candidat:
1° disposer d'une expérience adéquate, acquise pendant au moins trois ans. Par expérience adéquate, il convient d'entendre une expérience acquise dans le cadre de l'exercice de fonctions comportant une responsabilité de jugement, dans un environnement de travail, qui, sur le plan du contenu, montre des similitudes ou des points communs avec les fonctions du responsable de la fonction de compliance et avec l'entreprise réglementée qui a nommé le candidat responsable de la fonction de compliance.
Cette expérience adéquate doit avoir été acquise dans sa totalité au cours de la période de six ans précédant la date de la proposition de nomination.
Par dérogation à l'alinéa 1er, si les activités de l'entreprise réglementée, sa taille, ainsi que la nature, l'échelle et la complexité des risques inhérents au modèle d'entreprise le justifient, le candidat peut être dispensé de la condition d'expérience adéquate de trois ans, et ce moyennant le respect des conditions suivantes:
a. l'entreprise réglementée concernée offre au candidat un accompagnement, pendant la durée équivalente à l'obtention d'une expérience adéquate de trois ans, par un expert désigné à cet effet, au sein ou non de l'entreprise, qui remplit les conditions visées au 1°, 2°, 3°, 4° et 5°. Cet accompagnement doit, de par sa nature et son contenu, permettre au candidat responsable de la fonction de compliance d'acquérir une expérience adéquate équivalente à celle décrite à l'alinéa 1er;
b. le candidat remplit, au moment de son agrément, la condition de connaissances professionnelles visée au 3° ou dispose d'une expérience adéquate d'une durée minimale d'un an.
La dérogation visée dans l'alinéa précédent n'est pas applicable aux candidats désignés au sein d'un établissement de crédit ou d'une société de bourse.
2° être titulaire d'un diplôme de master délivré par une université ou par une école supérieure conformément à un décret de la Fédération Wallonie-Bruxelles, de la Communauté flamande, ou de la Communauté germanophone, ou d'un diplôme équivalent délivré avant l'année académique 2004-2005, ou d'un diplôme étranger considéré, en vertu de la législation applicable, ou par la BNB, comme équivalent au diplôme belge visé à la présente disposition.
Sont dispensés de l'application du 2° les candidats responsables de la fonction de compliance qui peuvent démontrer avoir acquis une expérience pratique et des connaissances en matière financière jugées adéquates à l'exercice de la fonction. Le caractère adéquat de l'expérience pratique et des connaissances sera apprécié par l'autorité de contrôle sur base d'un dossier détaillé remis par l'entreprise réglementée concernée et pouvant, le cas échéant, être complété par un entretien individuel avec le candidat.
3° avoir acquis une connaissance approfondie du contenu et de l'application des règles légales et réglementaires d'intégrité et de conduite qui s'appliquent à l'entreprise réglementée. Cette connaissance approfondie est démontrée:
a) au moyen d'une attestation certifiant que le candidat responsable de la fonction de compliance a réussi un examen auprès d'un organisme dont les examens ont été agréés par la FSMA et la BNB conformément à la section III du présent règlement.
Il s'agit plus précisément des examens suivants:
- (i) soit l'examen du secteur bancaire et des services d'investissements pour les candidats responsables de la fonction de compliance nommés au sein d'une entreprise réglementée visée à l'article 1er, 1°, a), b) ou d).
Les candidats responsables de la fonction de compliance qui sont nommés dans une entreprise réglementée visée à l'article 1er, 1°, a) ou d) qui ne fournit et n'offre pas de services d'investissement sont autorisés à remettre une attestation de réussite de l'examen mentionnant uniquement la réussite de la partie théorique et du module B de l'examen pratique du secteur bancaire et des services d'investissement visé à l'article 5, 2°, alinéa 3, b).
- (ii) soit l'examen du secteur des assurances pour les candidats responsables de la fonction de compliance nommés au sein d'une entreprise réglementée visée à l'article 1er, 1°, c) ou e).
Les candidats responsables de la fonction de compliance qui sont nommés dans une entreprise réglementée visée à l'article 1er, 1°, c) ou e) qui ne propose pas d'activités d'assurance-vie au sens de l'Annexe II de la loi du 13 mars 2016 sont autorisés à remettre une attestation de réussite de l'examen mentionnant uniquement la réussite de la partie théorique et du module B de l'examen pratique du secteur des assurances visé à l'article 5, 2°, alinéa 3, a).
b) et moyennant la participation, à dater de la réussite de l'examen, à un programme de formation auprès d'un organisme de formation agréé par la FSMA, sur avis de la BNB, d'une durée minimale de 20 heures tous les 3 ans. Par dérogation à ce qui précède, lorsque le candidat responsable de la fonction de compliance était déjà précédemment nommé auprès d'une entreprise réglementée, la durée minimale du programme de formation est de 40 heures tous les 3 ans.
4° disposer des compétences nécessaires pour assumer la responsabilité de la fonction de compliance.
5° avoir fait preuve d'un comportement professionnel, notamment par l'absence d'indice indiquant le contraire.
§ 2. Pour satisfaire en permanence à la condition de connaissances visée au paragraphe 1er, 3°, les responsables de la fonction de compliance participent à un programme de formation permanente auprès d'un organisme de formation agréé par la FSMA, sur avis de la BNB, d'une durée minimale de 40 heures tous les trois ans.
§ 3. Les candidats responsables de la fonction de compliance qui remplissent les conditions visées au paragraphe 1er, 1°, 2°, 4° et 5° sont réputés remplir l'exigence d'expertise visée au § 1er.
Les entreprises réglementées au sein desquelles ils ont été nommés disposent d'un délai d'un an à dater de leur nomination pour fournir à l'autorité de contrôle l'attestation de réussite de l'examen visée à l'article 2, § 1er, 3°, a).
L'autorité de contrôle peut, dans des circonstances exceptionnelles, dûment motivées par l'entreprise concernée, autoriser des dérogations au délai d'un an prévu à l'alinéa précédent.
Lorsque le délai prévu aux alinéas précédents n'est pas respecté, le candidat responsable de la fonction de compliance concerné n'est plus réputé remplir l'exigence d'expertise, et ce jusqu'à ce qu'une attestation de réussite de l'examen visée à l'article 2, § 1er, 3°, a) soit fournie à l'autorité de contrôle.
§ 4. Les entreprises réglementées visée à l'article 1er, 1°, a) et d) qui ne fournissent ou n'offrent pas de services d'investissement doivent notamment signaler sans délai à l'autorité de contrôle lorsqu'elles ont l'intention de fournir ou d'offrir de tels services. Dans ce cas, le responsable de la fonction de compliance de l'entreprise concernée dispose d'un délai d'un an à dater de la notification du changement d'activités à l'autorité de contrôle pour remettre une attestation de réussite de l'examen portant sur le module A de l'examen pratique du secteur bancaire et des services d'investissement visé à l'article 5, 2°, alinéa 3, b), sauf si l'attestation de réussite remise dans le dossier initial d'agrément portait déjà sur ce module.
De même, les entreprises réglementées visées à l'article 1er, 1°, c) et e) qui ne proposent pas d'activités d'assurance-vie au sens de l'Annexe II de la loi du 13 mars 2016 doivent signaler sans délai à l'autorité de contrôle lorsqu'elles ont l'intention de proposer de telles assurances. Dans ce cas, le responsable de la fonction de compliance de l'entreprise concernée dispose d'un délai d'un an à dater de la notification du changement d'activités à l'autorité de contrôle pour remettre une attestation de réussite de l'examen portant sur le module A de l'examen pratique du secteur des assurances visé à l'article 5, 2°, alinéa 3, a), sauf si l'attestation de réussite remise dans le dossier initial d'agrément portait déjà sur ce module.
Si les responsables de la fonction de compliance concernés ne fournissent pas une telle attestation, ils ne seront plus considérés comme remplissant la condition de connaissances professionnelles de l'article 2, § 1er, 3°.
L'autorité de contrôle peut, dans des circonstances exceptionnelles, dûment motivées par l'entreprise concernée, autoriser des dérogations au délai d'un an prévu aux alinéas 1 et 2.
1° disposer d'une expérience adéquate, acquise pendant au moins trois ans. Par expérience adéquate, il convient d'entendre une expérience acquise dans le cadre de l'exercice de fonctions comportant une responsabilité de jugement, dans un environnement de travail, qui, sur le plan du contenu, montre des similitudes ou des points communs avec les fonctions du responsable de la fonction de compliance et avec l'entreprise réglementée qui a nommé le candidat responsable de la fonction de compliance.
Cette expérience adéquate doit avoir été acquise dans sa totalité au cours de la période de six ans précédant la date de la proposition de nomination.
Par dérogation à l'alinéa 1er, si les activités de l'entreprise réglementée, sa taille, ainsi que la nature, l'échelle et la complexité des risques inhérents au modèle d'entreprise le justifient, le candidat peut être dispensé de la condition d'expérience adéquate de trois ans, et ce moyennant le respect des conditions suivantes:
a. l'entreprise réglementée concernée offre au candidat un accompagnement, pendant la durée équivalente à l'obtention d'une expérience adéquate de trois ans, par un expert désigné à cet effet, au sein ou non de l'entreprise, qui remplit les conditions visées au 1°, 2°, 3°, 4° et 5°. Cet accompagnement doit, de par sa nature et son contenu, permettre au candidat responsable de la fonction de compliance d'acquérir une expérience adéquate équivalente à celle décrite à l'alinéa 1er;
b. le candidat remplit, au moment de son agrément, la condition de connaissances professionnelles visée au 3° ou dispose d'une expérience adéquate d'une durée minimale d'un an.
La dérogation visée dans l'alinéa précédent n'est pas applicable aux candidats désignés au sein d'un établissement de crédit ou d'une société de bourse.
2° être titulaire d'un diplôme de master délivré par une université ou par une école supérieure conformément à un décret de la Fédération Wallonie-Bruxelles, de la Communauté flamande, ou de la Communauté germanophone, ou d'un diplôme équivalent délivré avant l'année académique 2004-2005, ou d'un diplôme étranger considéré, en vertu de la législation applicable, ou par la BNB, comme équivalent au diplôme belge visé à la présente disposition.
Sont dispensés de l'application du 2° les candidats responsables de la fonction de compliance qui peuvent démontrer avoir acquis une expérience pratique et des connaissances en matière financière jugées adéquates à l'exercice de la fonction. Le caractère adéquat de l'expérience pratique et des connaissances sera apprécié par l'autorité de contrôle sur base d'un dossier détaillé remis par l'entreprise réglementée concernée et pouvant, le cas échéant, être complété par un entretien individuel avec le candidat.
3° avoir acquis une connaissance approfondie du contenu et de l'application des règles légales et réglementaires d'intégrité et de conduite qui s'appliquent à l'entreprise réglementée. Cette connaissance approfondie est démontrée:
a) au moyen d'une attestation certifiant que le candidat responsable de la fonction de compliance a réussi un examen auprès d'un organisme dont les examens ont été agréés par la FSMA et la BNB conformément à la section III du présent règlement.
Il s'agit plus précisément des examens suivants:
- (i) soit l'examen du secteur bancaire et des services d'investissements pour les candidats responsables de la fonction de compliance nommés au sein d'une entreprise réglementée visée à l'article 1er, 1°, a), b) ou d).
Les candidats responsables de la fonction de compliance qui sont nommés dans une entreprise réglementée visée à l'article 1er, 1°, a) ou d) qui ne fournit et n'offre pas de services d'investissement sont autorisés à remettre une attestation de réussite de l'examen mentionnant uniquement la réussite de la partie théorique et du module B de l'examen pratique du secteur bancaire et des services d'investissement visé à l'article 5, 2°, alinéa 3, b).
- (ii) soit l'examen du secteur des assurances pour les candidats responsables de la fonction de compliance nommés au sein d'une entreprise réglementée visée à l'article 1er, 1°, c) ou e).
Les candidats responsables de la fonction de compliance qui sont nommés dans une entreprise réglementée visée à l'article 1er, 1°, c) ou e) qui ne propose pas d'activités d'assurance-vie au sens de l'Annexe II de la loi du 13 mars 2016 sont autorisés à remettre une attestation de réussite de l'examen mentionnant uniquement la réussite de la partie théorique et du module B de l'examen pratique du secteur des assurances visé à l'article 5, 2°, alinéa 3, a).
b) et moyennant la participation, à dater de la réussite de l'examen, à un programme de formation auprès d'un organisme de formation agréé par la FSMA, sur avis de la BNB, d'une durée minimale de 20 heures tous les 3 ans. Par dérogation à ce qui précède, lorsque le candidat responsable de la fonction de compliance était déjà précédemment nommé auprès d'une entreprise réglementée, la durée minimale du programme de formation est de 40 heures tous les 3 ans.
4° disposer des compétences nécessaires pour assumer la responsabilité de la fonction de compliance.
5° avoir fait preuve d'un comportement professionnel, notamment par l'absence d'indice indiquant le contraire.
§ 2. Pour satisfaire en permanence à la condition de connaissances visée au paragraphe 1er, 3°, les responsables de la fonction de compliance participent à un programme de formation permanente auprès d'un organisme de formation agréé par la FSMA, sur avis de la BNB, d'une durée minimale de 40 heures tous les trois ans.
§ 3. Les candidats responsables de la fonction de compliance qui remplissent les conditions visées au paragraphe 1er, 1°, 2°, 4° et 5° sont réputés remplir l'exigence d'expertise visée au § 1er.
Les entreprises réglementées au sein desquelles ils ont été nommés disposent d'un délai d'un an à dater de leur nomination pour fournir à l'autorité de contrôle l'attestation de réussite de l'examen visée à l'article 2, § 1er, 3°, a).
L'autorité de contrôle peut, dans des circonstances exceptionnelles, dûment motivées par l'entreprise concernée, autoriser des dérogations au délai d'un an prévu à l'alinéa précédent.
Lorsque le délai prévu aux alinéas précédents n'est pas respecté, le candidat responsable de la fonction de compliance concerné n'est plus réputé remplir l'exigence d'expertise, et ce jusqu'à ce qu'une attestation de réussite de l'examen visée à l'article 2, § 1er, 3°, a) soit fournie à l'autorité de contrôle.
§ 4. Les entreprises réglementées visée à l'article 1er, 1°, a) et d) qui ne fournissent ou n'offrent pas de services d'investissement doivent notamment signaler sans délai à l'autorité de contrôle lorsqu'elles ont l'intention de fournir ou d'offrir de tels services. Dans ce cas, le responsable de la fonction de compliance de l'entreprise concernée dispose d'un délai d'un an à dater de la notification du changement d'activités à l'autorité de contrôle pour remettre une attestation de réussite de l'examen portant sur le module A de l'examen pratique du secteur bancaire et des services d'investissement visé à l'article 5, 2°, alinéa 3, b), sauf si l'attestation de réussite remise dans le dossier initial d'agrément portait déjà sur ce module.
De même, les entreprises réglementées visées à l'article 1er, 1°, c) et e) qui ne proposent pas d'activités d'assurance-vie au sens de l'Annexe II de la loi du 13 mars 2016 doivent signaler sans délai à l'autorité de contrôle lorsqu'elles ont l'intention de proposer de telles assurances. Dans ce cas, le responsable de la fonction de compliance de l'entreprise concernée dispose d'un délai d'un an à dater de la notification du changement d'activités à l'autorité de contrôle pour remettre une attestation de réussite de l'examen portant sur le module A de l'examen pratique du secteur des assurances visé à l'article 5, 2°, alinéa 3, a), sauf si l'attestation de réussite remise dans le dossier initial d'agrément portait déjà sur ce module.
Si les responsables de la fonction de compliance concernés ne fournissent pas une telle attestation, ils ne seront plus considérés comme remplissant la condition de connaissances professionnelles de l'article 2, § 1er, 3°.
L'autorité de contrôle peut, dans des circonstances exceptionnelles, dûment motivées par l'entreprise concernée, autoriser des dérogations au délai d'un an prévu aux alinéas 1 et 2.
Art. 3. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat de verantwoordelijken voor de compliancefunctie te allen tijde de voor hen geldende verplichting tot permanente opleiding als bedoeld in artikel 2, § 2 naleven.
De gereglementeerde ondernemingen zorgen er ook voor dat de andere personen die deelnemen aan de uitoefening van de compliancefunctie een dergelijk opleidingsprogramma volgen met een minimumduur van 20 uur om de drie jaar.
De naleving van deze bepaling wordt aangetoond aan de hand van attesten die ter beschikking van de toezichthouder moeten worden gehouden.
Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 2, § 1, 3°, b) en § 2, kan de deelname aan door de FSMA of de NBB georganiseerde evenementen voor personen die deelnemen aan de uitoefening van de compliancefunctie in aanmerking worden genomen bij de berekening van de minimumduur van de permanente opleiding. Naargelang van het programma van die evenementen verstrekt de FSMA of de NBB, naargelang van het geval, een deelnemingsattest aan de deelnemer dat ten minste de volgende informatie bevat:
a) de naam van de deelnemer;
b) de gegevens van de opleidingsinstelling;
c) de datum van de opleiding;
d) het onderwerp/de titel van de opleiding;
e) de duur van de opleiding;
f) in voorkomend geval, de datum van de test (als het om een opleiding op afstand gaat);
g) de datum van opmaak van het deelnemingsattest;
h) de handtekening van de verantwoordelijke van de opleidingsinstelling.
De gereglementeerde ondernemingen zorgen er ook voor dat de andere personen die deelnemen aan de uitoefening van de compliancefunctie een dergelijk opleidingsprogramma volgen met een minimumduur van 20 uur om de drie jaar.
De naleving van deze bepaling wordt aangetoond aan de hand van attesten die ter beschikking van de toezichthouder moeten worden gehouden.
Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 2, § 1, 3°, b) en § 2, kan de deelname aan door de FSMA of de NBB georganiseerde evenementen voor personen die deelnemen aan de uitoefening van de compliancefunctie in aanmerking worden genomen bij de berekening van de minimumduur van de permanente opleiding. Naargelang van het programma van die evenementen verstrekt de FSMA of de NBB, naargelang van het geval, een deelnemingsattest aan de deelnemer dat ten minste de volgende informatie bevat:
a) de naam van de deelnemer;
b) de gegevens van de opleidingsinstelling;
c) de datum van de opleiding;
d) het onderwerp/de titel van de opleiding;
e) de duur van de opleiding;
f) in voorkomend geval, de datum van de test (als het om een opleiding op afstand gaat);
g) de datum van opmaak van het deelnemingsattest;
h) de handtekening van de verantwoordelijke van de opleidingsinstelling.
Art. 3. Les entreprises réglementées veillent à ce que les responsables de la fonction de compliance respectent en permanence leur obligation de formation permanente prévue à l'article 2, § 2.
Les entreprises réglementées veillent également à ce que les autres personnes qui participent à l'exercice de la fonction de compliance participent à un tel programme de formation d'une durée minimale de 20 heures tous les 3 ans.
Le respect de la présente disposition est démontré par le biais d'attestations qui doivent être tenues à disposition de l'autorité de contrôle.
Pour l'application du présent article et de l'article 2, § 1er, 3°, b) et § 2, la participation à des évènements organisés par la FSMA ou la BNB à l'attention des personnes qui participent à la fonction de compliance peut être prise en compte dans le calcul de la durée minimale de formation permanente. En fonction du programme de ces évènements, la FSMA ou la BNB, selon le cas, remet au participant une attestation de participation, mentionnant au moins les informations suivantes:
a) le nom du participant à la formation;
b) l'identité de l'organisme de formation;
c) la date de la formation;
d) le sujet/titre de la formation;
e) la durée de la formation;
f) le cas échéant, la date du test (s'il s'agit d'une formation à distance);
g) la date d'établissement de l'attestation de participation;
h) la signature du responsable de l'organisme de formation.
Les entreprises réglementées veillent également à ce que les autres personnes qui participent à l'exercice de la fonction de compliance participent à un tel programme de formation d'une durée minimale de 20 heures tous les 3 ans.
Le respect de la présente disposition est démontré par le biais d'attestations qui doivent être tenues à disposition de l'autorité de contrôle.
Pour l'application du présent article et de l'article 2, § 1er, 3°, b) et § 2, la participation à des évènements organisés par la FSMA ou la BNB à l'attention des personnes qui participent à la fonction de compliance peut être prise en compte dans le calcul de la durée minimale de formation permanente. En fonction du programme de ces évènements, la FSMA ou la BNB, selon le cas, remet au participant une attestation de participation, mentionnant au moins les informations suivantes:
a) le nom du participant à la formation;
b) l'identité de l'organisme de formation;
c) la date de la formation;
d) le sujet/titre de la formation;
e) la durée de la formation;
f) le cas échéant, la date du test (s'il s'agit d'une formation à distance);
g) la date d'établissement de l'attestation de participation;
h) la signature du responsable de l'organisme de formation.
Afdeling III. - Erkenning van de examens
Section III. - Agrément des examens
Art. 4. § 1. De instellingen die een in artikel 2, § 1, 3°, a) bedoeld examen willen organiseren, moeten de erkenning van dat examen verkrijgen bij de NBB en de FSMA.
De erkenningsaanvraag wordt aan de NBB gericht in de vorm en volgens de modaliteiten die zij bepaalt en op haar website bekendmaakt. De NBB kan de verplichting opleggen om de aanvraag en het dossier geheel of gedeeltelijk langs elektronische weg in te dienen.
De erkenningsaanvraag wordt vergezeld van een dossier dat alle inlichtingen bevat die nodig zijn om de erkenningsaanvraag te beoordelen en waaruit blijkt dat het examen aan alle in artikel 5 opgesomde erkenningsvoorwaarden voldoet.
§ 2. De NBB beslist binnen een termijn van drie maanden vanaf de ontvangst van het volledige dossier.
Ze brengt haar beslissing ter kennis van de aanvrager.
De erkenningsaanvraag wordt aan de NBB gericht in de vorm en volgens de modaliteiten die zij bepaalt en op haar website bekendmaakt. De NBB kan de verplichting opleggen om de aanvraag en het dossier geheel of gedeeltelijk langs elektronische weg in te dienen.
De erkenningsaanvraag wordt vergezeld van een dossier dat alle inlichtingen bevat die nodig zijn om de erkenningsaanvraag te beoordelen en waaruit blijkt dat het examen aan alle in artikel 5 opgesomde erkenningsvoorwaarden voldoet.
§ 2. De NBB beslist binnen een termijn van drie maanden vanaf de ontvangst van het volledige dossier.
Ze brengt haar beslissing ter kennis van de aanvrager.
Art. 4. § 1er. Les organismes qui entendent organiser un examen visé à l'article 2, § 1er, 3°, a) sont tenus d'obtenir l'agrément de cet examen auprès de la BNB et de la FSMA.
La demande d'agrément adressée à la BNB l'est dans la forme et selon les modalités que celle-ci détermine et rend publiques sur son site web. La BNB peut prévoir l'obligation d'introduire la demande et le dossier, en tout ou en partie, par voie électronique.
La demande d'agrément est accompagnée d'un dossier dans lequel sont fournis tous les renseignements nécessaires à l'appréciation de la demande d'agrément et dont il ressort que l'examen remplit toutes les conditions d'agrément énoncées à l'article 5.
§ 2. La BNB statue dans un délai de 3 mois à dater de la réception d'un dossier complet.
Les décisions en matière d'agrément sont notifiées au demandeur.
La demande d'agrément adressée à la BNB l'est dans la forme et selon les modalités que celle-ci détermine et rend publiques sur son site web. La BNB peut prévoir l'obligation d'introduire la demande et le dossier, en tout ou en partie, par voie électronique.
La demande d'agrément est accompagnée d'un dossier dans lequel sont fournis tous les renseignements nécessaires à l'appréciation de la demande d'agrément et dont il ressort que l'examen remplit toutes les conditions d'agrément énoncées à l'article 5.
§ 2. La BNB statue dans un délai de 3 mois à dater de la réception d'un dossier complet.
Les décisions en matière d'agrément sont notifiées au demandeur.
Art. 5. Om te kunnen worden erkend, moeten de in artikel 2, § 1, 3°, a) bedoelde examens aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° voor elk examen bepaalt de exameninstelling of het gaat om een examen voor de bank- en beleggingsdienstensector of om een examen voor de verzekeringssector.
2° het examen bestaat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte.
Het theoretische deel van het examen betreft alle wettelijke en reglementaire gedrags- en integriteitsregels die van toepassing zijn op de gereglementeerde ondernemingen en die verband houden met de compliancefunctie.
Het praktische deel van het examen bestaat uit twee modules:
a) wat het praktische deel van het examen voor de verzekeringssector betreft:
- een module over de waakzaamheidsplicht ten aanzien van het cliënteel en de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen van geld en terrorismefinanciering (de zogenoemde "module A van het praktische examen voor de verzekeringssector"); en
- een module die alle andere wettelijke en reglementaire gedrags- en integriteitsregels betreft die van toepassing zijn op de in artikel 1, 1°, c) en e) bedoelde gereglementeerde ondernemingen en die verband houden met de compliancefunctie (de zogenoemde "module B van het praktische examen voor de verzekeringssector";
b) wat het praktische deel van het examen voor de bank- en beleggingsdienstensector betreft:
- een module over de gedragsregels bedoeld in of vastgesteld krachtens de artikelen 27 tot en met 28bis van de wet van 2 augustus 2002 en over de organisatorische regels in verband met de verstrekking van beleggingsdiensten bedoeld in of vastgesteld krachtens de artikelen 41 tot en met 42/2, 64, 65/2 en 65/3 van de wet van 25 april 2014, de artikelen 37 tot en met 40, 68, 71 en 72 van de wet van 20 juli 2022, de artikelen 25/1, § 1, tweede lid, 4°, 26, §§ 1, 2, 5 en 6, 26/1 en 26/2 van de wet van 25 oktober 2016, de artikelen 219, § 4, 220 en 221, eerste lid van de wet van 3 augustus 2012 en artikel 33, eerste lid van de wet van 19 april 2014 (de zogenoemde "module A van het praktische examen voor de bank- en beleggingsdienstensector");
- een module die de andere wettelijke en reglementaire gedrags- en integriteitsregels betreft die van toepassing zijn op de in artikel 1, 1°, a), b) en d) bedoelde gereglementeerde ondernemingen en die verband houden met de compliancefunctie (de zogenoemde "module B van het praktische examen voor de bank- en beleggingsdienstensector";
Module B van het praktische examen voor de verzekeringssector moet ten minste betrekking hebben op de naleving van de gedragsregels die van toepassing zijn op de verzekeringsondernemingen bedoeld in de artikelen 278 tot 296/2 van de wet van 4 april 2014 en de naleving van de in artikel 42 van de wet van 13 maart 2016 bedoelde organisatorische regels.
Module B van het praktische examen voor de bank- en beleggingsdienstensector moet ten minste betrekking hebben op de naleving van de waakzaamheidsplicht ten aanzien van het cliënteel, de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen van geld en terrorismefinanciering en de naleving van de organisatorische regels bedoeld in of vastgesteld krachtens de artikelen 21, 65, 65/1en 66 van de wet van 25 april 2014, de artikelen 17, 69, 70 en 73 van de wet van 20 juli 2022, de artikelen 25 tot en met 25/3, 26, § 4 en 42 van de wet van 25 oktober 2016, de artikelen 41, 42, 44, 82, 83, 83/1, 201, 202, 213/1 tot en met 213/4, 218 en 219, §§ 1, 2 en 4 van de wet van 3 augustus 2012 en de artikelen 26 tot en met 32, 33, tweede tot en met vierde lid, 37, 40 tot en met 47, 208, 209, 319, 320, 330 van de wet van 19 april 2014, en de artikelen 30 tot en met 45, 57 tot en met 66, en 75 tot en met 82 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 231/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van vrijstellingen, algemene voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening, bewaarders, hefboomfinanciering, transparantie en toezicht.
3° het examen wordt voorafgegaan door een opleiding waarin alle in punt 2° bedoelde onderwerpen aan bod komen.
4° de examenvragen worden regelmatig aangepast aan de wettelijke en reglementaire ontwikkelingen. Ze worden ook regelmatig afgewisseld.
Bijgewerkte examenvragen moeten voorafgaandelijk ter goedkeuring worden voorgelegd aan de FSMA en de NBB volgens de modaliteiten die door hen worden bepaald en op hun websites worden bekendgemaakt.
5° het examen wordt ter beoordeling voorgelegd aan een jury die is samengesteld uit minstens drie personen die over voldoende deskundigheid en onafhankelijkheid beschikken om hun functies uit te oefenen. De algemene samenstelling van de jury weerspiegelt een voldoende brede waaier van ervaringen.
Een vertegenwoordiger van de FSMA en/of de NBB kan het praktische deel van het examen en de beraadslagingen van de jury bijwonen als waarnemer.
6° het attest van slagen voor het examen wordt slechts toegekend als de kandidaat 60% van de punten heeft behaald op elk onderdeel van het examen.
Het attest van slagen voor het examen bevat de volgende elementen:
- de naam en voornaam van de kandidaat;
- de exacte benaming van het afgelegde examen;
- de vermelding dat de kandidaat is geslaagd;
- de datum van het examen;
- de handtekening van de verantwoordelijke van de exameninstelling.
7° elk examen wordt minstens één keer per jaar georganiseerd en moet bestaan uit twee sessies.
8° de resultaten van elk examen alsook de lijst van de personen die voor het examen zijn geslaagd, worden overgemaakt aan de FSMA en de NBB.
9° er wordt een beroepsprocedure georganiseerd binnen de exameninstelling.
1° voor elk examen bepaalt de exameninstelling of het gaat om een examen voor de bank- en beleggingsdienstensector of om een examen voor de verzekeringssector.
2° het examen bestaat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte.
Het theoretische deel van het examen betreft alle wettelijke en reglementaire gedrags- en integriteitsregels die van toepassing zijn op de gereglementeerde ondernemingen en die verband houden met de compliancefunctie.
Het praktische deel van het examen bestaat uit twee modules:
a) wat het praktische deel van het examen voor de verzekeringssector betreft:
- een module over de waakzaamheidsplicht ten aanzien van het cliënteel en de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen van geld en terrorismefinanciering (de zogenoemde "module A van het praktische examen voor de verzekeringssector"); en
- een module die alle andere wettelijke en reglementaire gedrags- en integriteitsregels betreft die van toepassing zijn op de in artikel 1, 1°, c) en e) bedoelde gereglementeerde ondernemingen en die verband houden met de compliancefunctie (de zogenoemde "module B van het praktische examen voor de verzekeringssector";
b) wat het praktische deel van het examen voor de bank- en beleggingsdienstensector betreft:
- een module over de gedragsregels bedoeld in of vastgesteld krachtens de artikelen 27 tot en met 28bis van de wet van 2 augustus 2002 en over de organisatorische regels in verband met de verstrekking van beleggingsdiensten bedoeld in of vastgesteld krachtens de artikelen 41 tot en met 42/2, 64, 65/2 en 65/3 van de wet van 25 april 2014, de artikelen 37 tot en met 40, 68, 71 en 72 van de wet van 20 juli 2022, de artikelen 25/1, § 1, tweede lid, 4°, 26, §§ 1, 2, 5 en 6, 26/1 en 26/2 van de wet van 25 oktober 2016, de artikelen 219, § 4, 220 en 221, eerste lid van de wet van 3 augustus 2012 en artikel 33, eerste lid van de wet van 19 april 2014 (de zogenoemde "module A van het praktische examen voor de bank- en beleggingsdienstensector");
- een module die de andere wettelijke en reglementaire gedrags- en integriteitsregels betreft die van toepassing zijn op de in artikel 1, 1°, a), b) en d) bedoelde gereglementeerde ondernemingen en die verband houden met de compliancefunctie (de zogenoemde "module B van het praktische examen voor de bank- en beleggingsdienstensector";
Module B van het praktische examen voor de verzekeringssector moet ten minste betrekking hebben op de naleving van de gedragsregels die van toepassing zijn op de verzekeringsondernemingen bedoeld in de artikelen 278 tot 296/2 van de wet van 4 april 2014 en de naleving van de in artikel 42 van de wet van 13 maart 2016 bedoelde organisatorische regels.
Module B van het praktische examen voor de bank- en beleggingsdienstensector moet ten minste betrekking hebben op de naleving van de waakzaamheidsplicht ten aanzien van het cliënteel, de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen van geld en terrorismefinanciering en de naleving van de organisatorische regels bedoeld in of vastgesteld krachtens de artikelen 21, 65, 65/1en 66 van de wet van 25 april 2014, de artikelen 17, 69, 70 en 73 van de wet van 20 juli 2022, de artikelen 25 tot en met 25/3, 26, § 4 en 42 van de wet van 25 oktober 2016, de artikelen 41, 42, 44, 82, 83, 83/1, 201, 202, 213/1 tot en met 213/4, 218 en 219, §§ 1, 2 en 4 van de wet van 3 augustus 2012 en de artikelen 26 tot en met 32, 33, tweede tot en met vierde lid, 37, 40 tot en met 47, 208, 209, 319, 320, 330 van de wet van 19 april 2014, en de artikelen 30 tot en met 45, 57 tot en met 66, en 75 tot en met 82 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 231/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van vrijstellingen, algemene voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening, bewaarders, hefboomfinanciering, transparantie en toezicht.
3° het examen wordt voorafgegaan door een opleiding waarin alle in punt 2° bedoelde onderwerpen aan bod komen.
4° de examenvragen worden regelmatig aangepast aan de wettelijke en reglementaire ontwikkelingen. Ze worden ook regelmatig afgewisseld.
Bijgewerkte examenvragen moeten voorafgaandelijk ter goedkeuring worden voorgelegd aan de FSMA en de NBB volgens de modaliteiten die door hen worden bepaald en op hun websites worden bekendgemaakt.
5° het examen wordt ter beoordeling voorgelegd aan een jury die is samengesteld uit minstens drie personen die over voldoende deskundigheid en onafhankelijkheid beschikken om hun functies uit te oefenen. De algemene samenstelling van de jury weerspiegelt een voldoende brede waaier van ervaringen.
Een vertegenwoordiger van de FSMA en/of de NBB kan het praktische deel van het examen en de beraadslagingen van de jury bijwonen als waarnemer.
6° het attest van slagen voor het examen wordt slechts toegekend als de kandidaat 60% van de punten heeft behaald op elk onderdeel van het examen.
Het attest van slagen voor het examen bevat de volgende elementen:
- de naam en voornaam van de kandidaat;
- de exacte benaming van het afgelegde examen;
- de vermelding dat de kandidaat is geslaagd;
- de datum van het examen;
- de handtekening van de verantwoordelijke van de exameninstelling.
7° elk examen wordt minstens één keer per jaar georganiseerd en moet bestaan uit twee sessies.
8° de resultaten van elk examen alsook de lijst van de personen die voor het examen zijn geslaagd, worden overgemaakt aan de FSMA en de NBB.
9° er wordt een beroepsprocedure georganiseerd binnen de exameninstelling.
Art. 5. Pour pouvoir être agréés, les examens visés à l'article 2, § 1er, 3°, a) doivent satisfaire aux conditions suivantes :
1° pour chaque examen, l'organisme d'examen définit s'il s'agit d'un examen du secteur bancaire et des services d'investissement ou d'un examen du secteur des assurances.
2° l'examen inclut une partie théorique et une partie pratique.
La partie théorique de l'examen couvre l'ensemble des règles de conduite et d'intégrité légales et réglementaires qui s'appliquent aux entreprises réglementées concernées et qui relèvent de la fonction de compliance.
La partie pratique de l'examen contient deux modules:
a) en ce qui concerne la partie pratique de l'examen du secteur des assurances:
- un module qui porte sur le respect du devoir de vigilance à l'égard de la clientèle et la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme (dénommé " module A de l'examen pratique du secteur des assurances "); et
- un module qui couvre l'ensemble des autres règles de conduite et d'intégrité légales et réglementaires qui s'appliquent aux entreprises réglementées visées à l'article 1er, 1°, c) et e) et qui relèvent de la fonction de compliance (dénommé " module B de l'examen pratique du secteur des assurances ");
b) en ce qui concerne la partie pratique de l'examen du secteur bancaire et des services d'investissement:
- un module qui porte sur les règles de conduite visées par ou prise en exécution des articles 27 à 28bis de la loi du 2 août 2002 et sur les règles organisationnelles liées à la prestation de services d'investissement visées par ou prises en exécution des articles 41 à 42/2, 64, 65/2 et 65/3 de la loi du 25 avril 2014, des articles 37 à 40, 68, 71 et 72 de la loi du 20 juillet 2022, des articles 25/1, § 1er, alinéa 2, 4°, 26, §§ 1er, 2, 5 et 6, 26/1 et 26/2 de la loi du 25 octobre 2016, des articles 219, § 4, 220 et 221, alinéa 1er de la loi du 3 août 2012 et de l'article 33, alinéa 1er de la loi du 19 avril 2014 (dénommé " module A de l'examen pratique du secteur bancaire et des services d'investissement ");
- un module qui couvre l'ensemble des autres règles de conduite et d'intégrité légales et réglementaires qui s'appliquent aux entreprises réglementées visées à l'article 1er, 1°, a), b) et d) et qui relèvent de la fonction de compliance (dénommé " module B de l'examen pratique du secteur bancaire et des services d'investissement ");
Le module B de l'examen pratique du secteur des assurances doit à tout le moins porter sur le respect des règles de conduite applicables aux entreprises d'assurances visées aux articles 278 à 296/2 de la loi du 4 avril 2014 et sur le respect des règles organisationnelles visées à l'article 42 de la loi du 13 mars 2016.
Le module B de l'examen pratique du secteur bancaire et des services d'investissement doit à tout le moins porter sur le respect du devoir de vigilance à l'égard de la clientèle et la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et sur le respect des règles organisationnelles visées par ou en exécution des articles 21, 65, 65/1et 66 de la loi du 25 avril 2014, des articles 17, 69, 70 et 73 de la loi du 20 juillet 2023, des articles 25 à 25/3, 26, § 4 et 42 de la loi du 25 octobre 2016, des articles 41, 42, 44, 82, 83, 83/1, 201, 202, 213/1 à 213/4, 218 et 219, §§ 1er, 2 et 4 de la loi du 3 août 2012 et des articles 26 à 32, 33, alinéas 2 à 4, 37, 40 à 47, 208, 209, 319, 320, 330 de la loi du 19 avril 2014, et des articles 30 à 45, 57 à 66, et 75 à 82 du Règlement délégué (UE) n ° 231/2013 de la Commission du 19 décembre 2012 complétant la directive 2011/61/UE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les dérogations, les conditions générales d'exercice, les dépositaires, l'effet de levier, la transparence et la surveillance.
3° l'examen est précédé d'une formation portant sur l'ensemble des matières couvertes visées au point 2.
4° les questions de l'examen sont régulièrement mises à jour en fonction des évolutions légales et réglementaires. Elles font également l'objet d'une rotation régulière.
Les mises à jour des questions de l'examen sont soumises à l'approbation préalable de la FSMA et de la BNB selon les modalités que celles-ci déterminent et rendent publiques sur leur site web.
5° l'examen est soumis à l'appréciation d'un jury, composé de trois personnes au moins, qui disposent de l'expertise et de l'indépendance adéquate pour l'exercice de leurs fonctions. La composition globale du jury reflète un éventail suffisamment large d'expériences.
Un représentant de la FSMA et/ou de la BNB peut assister en tant qu'observateur à la partie pratique de l'examen et aux délibérations du jury.
6° le certificat de réussite de l'examen n'est octroyé que si le candidat à l'examen a obtenu un résultat de 60% des points dans chaque partie de l'examen.
Le certificat de réussite de l'examen comporte les éléments suivants:
- nom et prénom du candidat à l'examen;
- la dénomination exacte de l'examen passé;
- la mention que le candidat a réussi l'examen;
- la date de l'examen;
- la signature du responsable de l'organisme d'examen.
7° chaque examen est organisé au moins une fois par an et doit comporter deux sessions.
8° les résultats de chaque examen sont transmis à la FSMA et à la BNB, ainsi que la liste des personnes ayant réussi l'examen.
9° une procédure de recours est organisée au sein de l'organisme d'examen.
1° pour chaque examen, l'organisme d'examen définit s'il s'agit d'un examen du secteur bancaire et des services d'investissement ou d'un examen du secteur des assurances.
2° l'examen inclut une partie théorique et une partie pratique.
La partie théorique de l'examen couvre l'ensemble des règles de conduite et d'intégrité légales et réglementaires qui s'appliquent aux entreprises réglementées concernées et qui relèvent de la fonction de compliance.
La partie pratique de l'examen contient deux modules:
a) en ce qui concerne la partie pratique de l'examen du secteur des assurances:
- un module qui porte sur le respect du devoir de vigilance à l'égard de la clientèle et la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme (dénommé " module A de l'examen pratique du secteur des assurances "); et
- un module qui couvre l'ensemble des autres règles de conduite et d'intégrité légales et réglementaires qui s'appliquent aux entreprises réglementées visées à l'article 1er, 1°, c) et e) et qui relèvent de la fonction de compliance (dénommé " module B de l'examen pratique du secteur des assurances ");
b) en ce qui concerne la partie pratique de l'examen du secteur bancaire et des services d'investissement:
- un module qui porte sur les règles de conduite visées par ou prise en exécution des articles 27 à 28bis de la loi du 2 août 2002 et sur les règles organisationnelles liées à la prestation de services d'investissement visées par ou prises en exécution des articles 41 à 42/2, 64, 65/2 et 65/3 de la loi du 25 avril 2014, des articles 37 à 40, 68, 71 et 72 de la loi du 20 juillet 2022, des articles 25/1, § 1er, alinéa 2, 4°, 26, §§ 1er, 2, 5 et 6, 26/1 et 26/2 de la loi du 25 octobre 2016, des articles 219, § 4, 220 et 221, alinéa 1er de la loi du 3 août 2012 et de l'article 33, alinéa 1er de la loi du 19 avril 2014 (dénommé " module A de l'examen pratique du secteur bancaire et des services d'investissement ");
- un module qui couvre l'ensemble des autres règles de conduite et d'intégrité légales et réglementaires qui s'appliquent aux entreprises réglementées visées à l'article 1er, 1°, a), b) et d) et qui relèvent de la fonction de compliance (dénommé " module B de l'examen pratique du secteur bancaire et des services d'investissement ");
Le module B de l'examen pratique du secteur des assurances doit à tout le moins porter sur le respect des règles de conduite applicables aux entreprises d'assurances visées aux articles 278 à 296/2 de la loi du 4 avril 2014 et sur le respect des règles organisationnelles visées à l'article 42 de la loi du 13 mars 2016.
Le module B de l'examen pratique du secteur bancaire et des services d'investissement doit à tout le moins porter sur le respect du devoir de vigilance à l'égard de la clientèle et la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et sur le respect des règles organisationnelles visées par ou en exécution des articles 21, 65, 65/1et 66 de la loi du 25 avril 2014, des articles 17, 69, 70 et 73 de la loi du 20 juillet 2023, des articles 25 à 25/3, 26, § 4 et 42 de la loi du 25 octobre 2016, des articles 41, 42, 44, 82, 83, 83/1, 201, 202, 213/1 à 213/4, 218 et 219, §§ 1er, 2 et 4 de la loi du 3 août 2012 et des articles 26 à 32, 33, alinéas 2 à 4, 37, 40 à 47, 208, 209, 319, 320, 330 de la loi du 19 avril 2014, et des articles 30 à 45, 57 à 66, et 75 à 82 du Règlement délégué (UE) n ° 231/2013 de la Commission du 19 décembre 2012 complétant la directive 2011/61/UE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les dérogations, les conditions générales d'exercice, les dépositaires, l'effet de levier, la transparence et la surveillance.
3° l'examen est précédé d'une formation portant sur l'ensemble des matières couvertes visées au point 2.
4° les questions de l'examen sont régulièrement mises à jour en fonction des évolutions légales et réglementaires. Elles font également l'objet d'une rotation régulière.
Les mises à jour des questions de l'examen sont soumises à l'approbation préalable de la FSMA et de la BNB selon les modalités que celles-ci déterminent et rendent publiques sur leur site web.
5° l'examen est soumis à l'appréciation d'un jury, composé de trois personnes au moins, qui disposent de l'expertise et de l'indépendance adéquate pour l'exercice de leurs fonctions. La composition globale du jury reflète un éventail suffisamment large d'expériences.
Un représentant de la FSMA et/ou de la BNB peut assister en tant qu'observateur à la partie pratique de l'examen et aux délibérations du jury.
6° le certificat de réussite de l'examen n'est octroyé que si le candidat à l'examen a obtenu un résultat de 60% des points dans chaque partie de l'examen.
Le certificat de réussite de l'examen comporte les éléments suivants:
- nom et prénom du candidat à l'examen;
- la dénomination exacte de l'examen passé;
- la mention que le candidat a réussi l'examen;
- la date de l'examen;
- la signature du responsable de l'organisme d'examen.
7° chaque examen est organisé au moins une fois par an et doit comporter deux sessions.
8° les résultats de chaque examen sont transmis à la FSMA et à la BNB, ainsi que la liste des personnes ayant réussi l'examen.
9° une procédure de recours est organisée au sein de l'organisme d'examen.
Art. 6. Er moet te allen tijde worden voldaan aan de voorwaarden voor de initiële erkenning van het examen.
De exameninstellingen moeten de FSMA en de NBB informeren over elke wijziging van de voorwaarden voor de initiële erkenning en moeten elk document dat toelaat na te gaan of de erkenningsvoorwaarden te allen tijde worden nageleefd, ter beschikking houden van de NBB.
Als een examen niet langer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, kan de NBB, op advies van de FSMA, de erkenning herroepen op grond van een gemotiveerde beslissing en na de exameninstelling te hebben gehoord.
De NBB kan beslissen die herroeping openbaar te maken door ze te publiceren op haar website.
De exameninstellingen moeten de FSMA en de NBB informeren over elke wijziging van de voorwaarden voor de initiële erkenning en moeten elk document dat toelaat na te gaan of de erkenningsvoorwaarden te allen tijde worden nageleefd, ter beschikking houden van de NBB.
Als een examen niet langer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, kan de NBB, op advies van de FSMA, de erkenning herroepen op grond van een gemotiveerde beslissing en na de exameninstelling te hebben gehoord.
De NBB kan beslissen die herroeping openbaar te maken door ze te publiceren op haar website.
Art. 6. Les conditions de l'agrément initial de l'examen doivent être respectées en permanence.
Les organismes d'examen sont tenus d'informer la FSMA et la BNB de toute modification concernant les conditions de l'agrément initial et de tenir à la disposition de la BNB tout document permettant de vérifier à tout moment le respect en permanence des conditions d'agrément.
Si un examen ne répond plus aux conditions d'agrément, la BNB, sur avis de la FSMA, peut procéder à la révocation de l'agrément, moyennant une décision motivée, et après avoir entendu l'organisme d'examen.
La BNB peut décider de rendre la décision de révocation publique en la publiant sur son site web.
Les organismes d'examen sont tenus d'informer la FSMA et la BNB de toute modification concernant les conditions de l'agrément initial et de tenir à la disposition de la BNB tout document permettant de vérifier à tout moment le respect en permanence des conditions d'agrément.
Si un examen ne répond plus aux conditions d'agrément, la BNB, sur avis de la FSMA, peut procéder à la révocation de l'agrément, moyennant une décision motivée, et après avoir entendu l'organisme d'examen.
La BNB peut décider de rendre la décision de révocation publique en la publiant sur son site web.
Afdeling IV. - Samenwerking tussen de NBB en de FSMA
Section IV. - Coopération entre la BNB et la FSMA
Art. 7. De NBB sluit een samenwerkingsprotocol met de FSMA met het oog op de efficiënte en coherente uitvoering van dit reglement, met name gelet op de bevoegdheden van de NBB en de FSMA inzake de erkenning van de in artikel 4, § 1 bedoelde examens en de erkenning van de in artikel 2, § 1, 3°, b) bedoelde opleidingsinstellingen en de goedkeuring van de examenvragen bedoeld in artikel 5, 4°. De NBB publiceert dat samenwerkingsprotocol op haar website.
Art. 7. La BNB conclut un protocole avec la FSMA en vue d'assurer une mise en oeuvre efficace et cohérente du présent règlement au regard, notamment, des compétences de la BNB et de la FSMA en ce qui concerne l'agrément des examens visés à l'article 4, § 1er et l'agrément des organismes de formation visés à l'article 2, § 1er, 3°, b) et l'approbation des questions de l'examen visées à l'article 5, 4°. La BNB publie ce protocole sur son site web.
Art. 8. Het reglement van de Nationale Bank van België van 6 februari 2018 betreffende de deskundigheid van de verantwoordelijken door de compliancefunctie wordt opgeheven.
Art. 8. Le règlement du 6 février 2018 de la Banque nationale de Belgique relatif à l'expertise des responsables de la fonction compliance est abrogé.
Art. 9. Dit reglement treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit tot goedkeuring ervan.
Art. 9. Le présent règlement entre en vigueur le jour de l'entrée en vigueur de l'arrêté royal qui l'approuve.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
V. VAN PETEGHEM
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
V. VAN PETEGHEM
-
Toelichtingsnota bij het reglement van de Nationale Bank van België van 12 december 2023 betreffende de deskundigheid van de verantwoordelijken voor de compliancefunctie en tot opheffing van het reglement van de Nationale Bank van België van 6 februari 2018 betreffende de deskundigheid van de verantwoordelijken voor de compliancefunctie
De Nationale Bank van België (NBB) is verantwoordelijk voor de beoordeling van het "fit & proper"-karakter van de leiders van gereglementeerde ondernemingen en de verantwoordelijke personen van onafhankelijke controlefuncties, inbegrepen de personen die verantwoordelijk zijn voor de compliancefunctie. De verwachtingen van de NBB in dit verband worden uiteengezet in een handboek dat bij Mededeling NBB_2022_34 is gevoegd.
Voor de beoordeling van de deskundigheid die van een verantwoordelijke voor de compliancefunctie wordt verwacht, werd in 2018 door de NBB een specifieke regeling ingevoerd, die het voorwerp uitmaakt van het NBB-reglement van 6 februari 2018 betreffende de deskundigheid van de verantwoordelijken voor de compliancefunctie. De aanpak van deze regeling is afgestemd op die voor de erkenning van compliance officers door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA).
Sinds 2018 stelt de NBB vast dat bepaalde kleinere gereglementeerde ondernemingen problemen ondervinden om een verantwoordelijke voor de compliancefunctie aan te werven die aan alle deskundigheidsvereisten van het NBB-reglement van 6 februari 2018 voldoet, en in het bijzonder aan de vereiste om over ten minste drie jaar passende ervaring te beschikken.
Deze vereiste blijft relevant. Het laat immers toe om na te gaan of de personen die door de gereglementeerde ondernemingen worden aangesteld als verantwoordelijke voor de compliancefunctie, passende ervaring hebben opgedaan in functies waarin zij niet alleen de gedragsregels hebben moeten toepassen waarvan zij de naleving binnen de onderneming moeten garanderen, maar ook een beoordelingsbevoegdheid hadden in verband met de toepassing van die regels.
Gelet op het proportionaliteitsbeginsel wordt echter voorgesteld om deze vereiste om over ten minste drie jaar passende ervaring te beschikken, te versoepelen door, onder bepaalde voorwaarden, in een mogelijkheid tot vrijstelling te voorzien wanneer de kandidaat-verantwoordelijke voor de compliancefunctie wordt aangesteld bij een onderneming waarvan (i) de activiteiten, (ii) de omvang en (iii) de aard, de schaal en de complexiteit van de inherente risico's van haar bedrijfsmodel dat rechtvaardigen. Wat het criterium betreft met betrekking tot de aard, de schaal en de complexiteit van de risico's, houdt de NBB specifiek rekening met de risico's die aan de onderneming zijn verbonden vanuit prudentieel oogpunt en, indien van toepassing, vanuit het oogpunt van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Aangezien kredietinstellingen en beursvennootschappen, zelfs kleine, in geen geval aan deze criteria kunnen voldoen omdat de onderliggende risico's altijd hoog zijn, zijn hun kandidaat-verantwoordelijken voor de compliancefunctie steeds uitgesloten van de mogelijkheid om deze vrijstelling te verkrijgen. Daarentegen worden de verzekeringsondernemingen bedoeld in artikel 272 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen geacht automatisch aan deze criteria te voldoen. Zij zijn namelijk al onderworpen aan een bijzondere prudentiële regeling, met name wegens hun omvang. Kandidaat-verantwoordelijken voor de compliancefunctie bij andere verzekeringsondernemingen komen ook in aanmerking voor deze vrijstellingsregeling, mits deze verzekeringsondernemingen kunnen aantonen dat zij aan de drie bovengenoemde criteria voldoen.
De voorwaarden voor de toekenning van zo'n vrijstelling strekken ertoe te garanderen dat de kandidaat, enerzijds, over voldoende beroepskennis, dan wel over minstens één jaar passende ervaring beschikt (ook al beschikt hij nog niet over de voorgeschreven drie jaar passende ervaring) en, anderzijds, in een situatie terechtkomt waarin hij - na zijn aanstelling - de ontbrekende passende ervaring kan opdoen.
Daartoe is bepaald dat een kandidaat-verantwoordelijke voor de compliancefunctie enkel in aanmerking kan komen voor een vrijstelling van de vereiste om over drie jaar passende ervaring te beschikken, als de betrokken gereglementeerde onderneming de kandidaat in staat stelt om de ontbrekende vereiste passende ervaring op te doen door zich, bij de uitoefening van zijn functie, voor het resterende deel van die drie jaar door een daartoe aangestelde deskundige te laten begeleiden. Die deskundige moet zelf voldoen aan de vereiste om over drie jaar passende ervaring te beschikken, alsook aan de in het NBB-reglement vermelde vereisten inzake beroepskennis, diploma, vaardigheden en professioneel gedrag om de deskundigheid van de kandidaat-verantwoordelijken voor de compliancefunctie te kunnen beoordelen. Wat met name de vereiste inzake beroepskennis betreft, betekent dit onder meer dat de betrokken onderneming moet aantonen dat de aangestelde deskundige niet enkel is geslaagd voor het in artikel 2, § 1, 3°, a) van het reglement bedoelde examen, maar ook, vanaf het moment waarop hij of zij voor dat examen is geslaagd, de vereiste permanente opleidingen heeft gevolgd, met een minimumduur van 20 uur om de 3 jaar (als hij niet als compliance officer is erkend) of met een minimumduur van 40 uur om de 3 jaar (als hij wel als compliance officer is erkend). Het maakt niet uit of de deskundige een interne medewerker van de onderneming is (zoals wanneer de te vervangen verantwoordelijke voor de compliancefunctie een andere functie zal gaan uitoefenen binnen de onderneming, maar toch nog tijd zal besteden aan de begeleiding van de nieuwe verantwoordelijke voor de compliancefunctie), dan wel een extern persoon (zoals een advocaat, een consulent of zelfs een verantwoordelijke voor de compliancefunctie van een andere onderneming). De NBB ziet erop toe dat de aard en inhoud van die begeleiding de kandidaat-verantwoordelijke voor de compliancefunctie in staat stellen een soortgelijke passende ervaring te verwerven als de passende ervaring die hij of zij zou hebben moeten aantonen als hij of zij niet voor de vrijstelling in aanmerking was gekomen. De betrokken onderneming moet onder meer het effectieve karakter van de begeleiding en de toereikende beschikbaarheid van de deskundige aantonen.
Deze vrijstelling van de vereiste inzake passende ervaring wordt opgenomen in artikel 2, § 1, 1°, derde lid van het nieuw NBB-reglement.
Er zij opgemerkt dat de kandidaten die voor deze vrijstelling in aanmerking komen, moeten voldoen aan de overige deskundigheidsvereisten die opgenomen zijn in het reglement en toegelicht zijn in het "fit & proper"-handboek van de NBB, en met name aan de vereiste om over de nodige vaardigheden (skills) te beschikken om de verantwoordelijkheid voor de compliancefunctie op zich te nemen. Dit houdt met name in dat de NBB, los van de vereiste om over passende ervaring te beschikken, dient te beoordelen of de kandidaat in staat is zich in bepaalde situaties passend te gedragen en met name of hij of zij beschikt over voldoende maturiteit en in staat is om een onafhankelijk oordeel te vellen en invloed uit te oefenen op de besluitvorming binnen de onderneming. Als een kandidaat niet aan deze voorwaarden voldoet, wordt de erkenning geweigerd, zelfs als de voorwaarden voor vrijstelling van de vereiste van passende ervaring vervuld zijn.
Voorts schrapt het nieuw NBB-reglement ook, met het oog op de administratieve vereenvoudiging, de kennisgeving bij een ter post aangetekende brief van de beslissing tot erkenning van compliance examens.
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 29 februari 2024 tot goedkeuring van het reglement van de Nationale Bank van België van 12 december 2023 betreffende de deskundigheid van de verantwoordelijken voor de compliancefunctie en tot opheffing van het reglement van de Nationale Bank van België van 6 februari 2018 betreffende de deskundigheid van de verantwoordelijken voor de compliancefunctie.
De Nationale Bank van België (NBB) is verantwoordelijk voor de beoordeling van het "fit & proper"-karakter van de leiders van gereglementeerde ondernemingen en de verantwoordelijke personen van onafhankelijke controlefuncties, inbegrepen de personen die verantwoordelijk zijn voor de compliancefunctie. De verwachtingen van de NBB in dit verband worden uiteengezet in een handboek dat bij Mededeling NBB_2022_34 is gevoegd.
Voor de beoordeling van de deskundigheid die van een verantwoordelijke voor de compliancefunctie wordt verwacht, werd in 2018 door de NBB een specifieke regeling ingevoerd, die het voorwerp uitmaakt van het NBB-reglement van 6 februari 2018 betreffende de deskundigheid van de verantwoordelijken voor de compliancefunctie. De aanpak van deze regeling is afgestemd op die voor de erkenning van compliance officers door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA).
Sinds 2018 stelt de NBB vast dat bepaalde kleinere gereglementeerde ondernemingen problemen ondervinden om een verantwoordelijke voor de compliancefunctie aan te werven die aan alle deskundigheidsvereisten van het NBB-reglement van 6 februari 2018 voldoet, en in het bijzonder aan de vereiste om over ten minste drie jaar passende ervaring te beschikken.
Deze vereiste blijft relevant. Het laat immers toe om na te gaan of de personen die door de gereglementeerde ondernemingen worden aangesteld als verantwoordelijke voor de compliancefunctie, passende ervaring hebben opgedaan in functies waarin zij niet alleen de gedragsregels hebben moeten toepassen waarvan zij de naleving binnen de onderneming moeten garanderen, maar ook een beoordelingsbevoegdheid hadden in verband met de toepassing van die regels.
Gelet op het proportionaliteitsbeginsel wordt echter voorgesteld om deze vereiste om over ten minste drie jaar passende ervaring te beschikken, te versoepelen door, onder bepaalde voorwaarden, in een mogelijkheid tot vrijstelling te voorzien wanneer de kandidaat-verantwoordelijke voor de compliancefunctie wordt aangesteld bij een onderneming waarvan (i) de activiteiten, (ii) de omvang en (iii) de aard, de schaal en de complexiteit van de inherente risico's van haar bedrijfsmodel dat rechtvaardigen. Wat het criterium betreft met betrekking tot de aard, de schaal en de complexiteit van de risico's, houdt de NBB specifiek rekening met de risico's die aan de onderneming zijn verbonden vanuit prudentieel oogpunt en, indien van toepassing, vanuit het oogpunt van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Aangezien kredietinstellingen en beursvennootschappen, zelfs kleine, in geen geval aan deze criteria kunnen voldoen omdat de onderliggende risico's altijd hoog zijn, zijn hun kandidaat-verantwoordelijken voor de compliancefunctie steeds uitgesloten van de mogelijkheid om deze vrijstelling te verkrijgen. Daarentegen worden de verzekeringsondernemingen bedoeld in artikel 272 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen geacht automatisch aan deze criteria te voldoen. Zij zijn namelijk al onderworpen aan een bijzondere prudentiële regeling, met name wegens hun omvang. Kandidaat-verantwoordelijken voor de compliancefunctie bij andere verzekeringsondernemingen komen ook in aanmerking voor deze vrijstellingsregeling, mits deze verzekeringsondernemingen kunnen aantonen dat zij aan de drie bovengenoemde criteria voldoen.
De voorwaarden voor de toekenning van zo'n vrijstelling strekken ertoe te garanderen dat de kandidaat, enerzijds, over voldoende beroepskennis, dan wel over minstens één jaar passende ervaring beschikt (ook al beschikt hij nog niet over de voorgeschreven drie jaar passende ervaring) en, anderzijds, in een situatie terechtkomt waarin hij - na zijn aanstelling - de ontbrekende passende ervaring kan opdoen.
Daartoe is bepaald dat een kandidaat-verantwoordelijke voor de compliancefunctie enkel in aanmerking kan komen voor een vrijstelling van de vereiste om over drie jaar passende ervaring te beschikken, als de betrokken gereglementeerde onderneming de kandidaat in staat stelt om de ontbrekende vereiste passende ervaring op te doen door zich, bij de uitoefening van zijn functie, voor het resterende deel van die drie jaar door een daartoe aangestelde deskundige te laten begeleiden. Die deskundige moet zelf voldoen aan de vereiste om over drie jaar passende ervaring te beschikken, alsook aan de in het NBB-reglement vermelde vereisten inzake beroepskennis, diploma, vaardigheden en professioneel gedrag om de deskundigheid van de kandidaat-verantwoordelijken voor de compliancefunctie te kunnen beoordelen. Wat met name de vereiste inzake beroepskennis betreft, betekent dit onder meer dat de betrokken onderneming moet aantonen dat de aangestelde deskundige niet enkel is geslaagd voor het in artikel 2, § 1, 3°, a) van het reglement bedoelde examen, maar ook, vanaf het moment waarop hij of zij voor dat examen is geslaagd, de vereiste permanente opleidingen heeft gevolgd, met een minimumduur van 20 uur om de 3 jaar (als hij niet als compliance officer is erkend) of met een minimumduur van 40 uur om de 3 jaar (als hij wel als compliance officer is erkend). Het maakt niet uit of de deskundige een interne medewerker van de onderneming is (zoals wanneer de te vervangen verantwoordelijke voor de compliancefunctie een andere functie zal gaan uitoefenen binnen de onderneming, maar toch nog tijd zal besteden aan de begeleiding van de nieuwe verantwoordelijke voor de compliancefunctie), dan wel een extern persoon (zoals een advocaat, een consulent of zelfs een verantwoordelijke voor de compliancefunctie van een andere onderneming). De NBB ziet erop toe dat de aard en inhoud van die begeleiding de kandidaat-verantwoordelijke voor de compliancefunctie in staat stellen een soortgelijke passende ervaring te verwerven als de passende ervaring die hij of zij zou hebben moeten aantonen als hij of zij niet voor de vrijstelling in aanmerking was gekomen. De betrokken onderneming moet onder meer het effectieve karakter van de begeleiding en de toereikende beschikbaarheid van de deskundige aantonen.
Deze vrijstelling van de vereiste inzake passende ervaring wordt opgenomen in artikel 2, § 1, 1°, derde lid van het nieuw NBB-reglement.
Er zij opgemerkt dat de kandidaten die voor deze vrijstelling in aanmerking komen, moeten voldoen aan de overige deskundigheidsvereisten die opgenomen zijn in het reglement en toegelicht zijn in het "fit & proper"-handboek van de NBB, en met name aan de vereiste om over de nodige vaardigheden (skills) te beschikken om de verantwoordelijkheid voor de compliancefunctie op zich te nemen. Dit houdt met name in dat de NBB, los van de vereiste om over passende ervaring te beschikken, dient te beoordelen of de kandidaat in staat is zich in bepaalde situaties passend te gedragen en met name of hij of zij beschikt over voldoende maturiteit en in staat is om een onafhankelijk oordeel te vellen en invloed uit te oefenen op de besluitvorming binnen de onderneming. Als een kandidaat niet aan deze voorwaarden voldoet, wordt de erkenning geweigerd, zelfs als de voorwaarden voor vrijstelling van de vereiste van passende ervaring vervuld zijn.
Voorts schrapt het nieuw NBB-reglement ook, met het oog op de administratieve vereenvoudiging, de kennisgeving bij een ter post aangetekende brief van de beslissing tot erkenning van compliance examens.
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 29 februari 2024 tot goedkeuring van het reglement van de Nationale Bank van België van 12 december 2023 betreffende de deskundigheid van de verantwoordelijken voor de compliancefunctie en tot opheffing van het reglement van de Nationale Bank van België van 6 februari 2018 betreffende de deskundigheid van de verantwoordelijken voor de compliancefunctie.
-