Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
6 MEI 2024. - Decreet tot afzetting van houders van een openbaar mandaat
Titre
6 MAI 2024. - Décret relatif à la révocation de mandataires publics
Informations sur le document
Numac: 2024203681
Datum: 2024-05-06
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024203681
Date: 2024-05-06
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. In artikel 8 van het decreet van 27 juni 1986 betreffende het Belgisch Radio- en Televisiecentrum van de Duitstalige Gemeenschap, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 8 november 2004, wordt een paragraaf 2.1 ingevoegd, luidende:
  " § 2.1 - Met behoud van de toepassing van de bepalingen inzake afzettingsrecht vervat in dit decreet of in het algemene recht kan het Parlement op eigen initiatief, op voorstel van een van de in artikel 8, § 1, bedoelde fracties of op voorstel van de raad een door hem overeenkomstig paragraaf 2 aangesteld lid onder de volgende voorwaarden te allen tijde afzetten:
  1° als kan worden bewezen dat het betrokken lid in de uitoefening van zijn mandaat een zware fout of een grove nalatigheid heeft begaan of
  2° als kan worden bewezen dat het betrokken lid een handeling of een gedraging heeft gesteld die onverenigbaar is met de uitoefening van zijn mandaat of
  3° als kan worden bewezen dat het betrokken lid de democratische beginselen die in de volgende rechtsteksten zijn vastgelegd, niet in acht neemt of lid is van een organisatie, partij, vereniging of rechtspersoon die de democratische beginselen die in de volgende rechtsteksten zijn vastgelegd, niet in acht neemt:
  - wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden; en
  - wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaalsocialistische regime is gepleegd.
  Een afzetting overeenkomstig het eerste lid vindt plaats na een voorafgaande hoorzitting ten overstaan van het door het Parlement aangestelde orgaan, waarbij het betrokken lid zich mag laten begeleiden door een persoon van zijn keuze.
  Het Parlement kiest voor de resterende termijn een nieuw lid van de raad. Een afgezet lid is niet herkiesbaar voor de resterende mandaatstermijn, noch voor de daaropvolgende mandaatstermijn."
Article 1er. Dans l'article 8 du décret du 27 juin 1986 relatif au Centre belge pour la Radiodiffusion-Télévision de la Communauté germanophone, modifié en dernier lieu par le décret du 8 novembre 2004, il est inséré un § 2.1 rédigé comme suit :
  " § 2.1 - Sans préjudice des dispositions figurant dans le présent décret ou dans le droit commun en matière de droit de révocation, le Parlement peut, de sa propre initiative, sur proposition de l'un des groupes prévus à l'article 8, § 1er, ou sur proposition du conseil, révoquer un membre qu'il a désigné conformément au § 2 dans les conditions suivantes et à tout moment :
  1° s'il peut être prouvé qu'il a commis une faute grave ou une négligence grave lors de l'exercice de son mandat ou
  2° s'il peut être prouvé qu'il a effectué une action ou a eu un comportement incompatibles avec l'exercice de son mandat ou
  3° s'il peut être prouvé qu'il ne respecte pas les principes démocratiques énoncés dans les textes juridiques énumérés ci-après ou, selon le cas, s'il est membre d'une organisation, d'un parti, d'une association ou d'une personne morale qui ne respecte pas lesdits principes :
  - la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie, et
  - la loi du 23 mars 1995 tendant à réprimer la négation, la minimisation, la justification ou l'approbation du génocide commis par le régime national-socialiste allemand pendant la seconde guerre mondiale.
  Il est procédé à une révocation conformément à l'alinéa 1er après la tenue d'une audition préalable devant l'organe désigné par le Parlement, lors de laquelle le membre concerné peut se faire accompagner de la personne de son choix.
  Le Parlement élit un nouveau membre au conseil pour la période restante. Un membre révoqué ne peut être à nouveau éligible pour la durée de mandat restante et suivante. "
Art. 2. In artikel 18 van het decreet van 16 december 1991 betreffende de opleiding en de voortgezette opleiding in de middenstand en de kmo's, gewijzigd bij het decreet van 16 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in § 3, tweede lid, 4°, wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
  2° § 3, tweede lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende:
  "5° wanneer de Regering een lid van de raad van bestuur overeenkomstig paragraaf 6 afzet."
  3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
  " § 6 - Met behoud van de toepassing van de bepalingen inzake afzettingsrecht vervat in dit decreet of in het algemene recht kan de Regering op eigen initiatief, op voorstel van een van de in artikel 17, § 1, bedoelde voordragende instanties of op voorstel van de raad van bestuur een door haar in de raad van bestuur benoemd lid onder de volgende voorwaarden te allen tijde afzetten:
  1° als kan worden bewezen dat het betrokken lid in de uitoefening van zijn mandaat een zware fout of een grove nalatigheid heeft begaan of
  2° als kan worden bewezen dat het betrokken lid een handeling of een gedraging heeft gesteld die onverenigbaar is met de uitoefening van zijn mandaat of
  3° als kan worden bewezen dat het betrokken lid de democratische beginselen die in de volgende rechtsteksten zijn vastgelegd, niet in acht neemt of lid is van een organisatie, partij, vereniging of rechtspersoon die de democratische beginselen die in de volgende rechtsteksten zijn vastgelegd, niet in acht neemt:
  - wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden; en
  - wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaalsocialistische regime is gepleegd.
  Een afzetting overeenkomstig het eerste lid vindt plaats na een voorafgaande hoorzitting waarop het betrokken lid zich mag laten begeleiden door een persoon van zijn keuze. De Regering legt de nadere regels voor de afzettingsprocedure vast.
  De Regering benoemt voor de resterende termijn een nieuw lid van de raad van bestuur. Een afgezet lid kan niet opnieuw als lid van de raad van bestuur worden benoemd voor de resterende mandaatstermijn, noch voor de daaropvolgende mandaatstermijn."
Art. 2. A l'article 18 du décret du 16 décembre 1991 relatif à la formation et la formation continue dans les Classes moyennes et les PME, modifié par le décret du 16 janvier 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 3, alinéa 2, 4°, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule ;
  2° dans le § 3, l'alinéa 2 est complété par un 5° rédigé comme suit :
  " 5° lorsque le Gouvernement révoque un membre du conseil d'administration conformément au § 6. " ;
  3° l'article est complété par un § 6 rédigé comme suit :
  " § 6 - Sans préjudice des dispositions figurant dans le présent décret ou dans le droit commun en matière de droit de révocation, le Gouvernement peut, de sa propre initiative, sur proposition de l'une des instances de proposition prévues à l'article 17, § 1er, ou sur proposition du conseil d'administration, révoquer un membre qu'il a nommé au conseil d'administration dans les conditions suivantes et à tout moment :
  1° s'il peut être prouvé qu'il a commis une faute grave ou une négligence grave lors de l'exercice de son mandat ou
  2° s'il peut être prouvé qu'il a effectué une action ou a eu un comportement incompatibles avec l'exercice de son mandat ou
  3° s'il peut être prouvé qu'il ne respecte pas les principes démocratiques énoncés dans les textes juridiques énumérés ci-après ou, selon le cas, s'il est membre d'une organisation, d'un parti, d'une association ou d'une personne morale qui ne respecte pas lesdits principes :
  - la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie, et
  - la loi du 23 mars 1995 tendant à réprimer la négation, la minimisation, la justification ou l'approbation du génocide commis par le régime national-socialiste allemand pendant la seconde guerre mondiale.
  Il est procédé à une révocation conformément à l'alinéa 1er après la tenue d'une audition préalable lors de laquelle le membre concerné peut se faire accompagner de la personne de son choix. Le Gouvernement fixe les autres modalités relatives à la procédure de révocation.
  Le Gouvernement nomme un nouveau membre au conseil d'administration pour la période restante. Un membre révoqué ne peut être nommé à nouveau au conseil d'administration pour la durée de mandat restante et suivante. "
Art. 3. In artikel 22 van het decreet van 13 december 2016 houdende maatregelen inzake zelfbeschikkend leven, gewijzigd bij het decreet van 13 november 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het huidige eerste lid wordt paragraaf 1;
  2° het huidige tweede lid wordt paragraaf 2, eerste lid;
  3° paragraaf 2 wordt aangevuld met een tweede en derde lid, luidende:
  "Met behoud van de toepassing van de bepalingen inzake afzettingsrecht vervat in dit decreet of in het algemene recht kan de Regering op eigen initiatief, op voorstel van een van de in artikel 21, § 1, bedoelde voordragende instanties of op voorstel van het beheerscomité een door haar in het beheerscomité aangesteld lid onder de volgende voorwaarden te allen tijde afzetten:
  1° als kan worden bewezen dat het betrokken lid in de uitoefening van zijn mandaat een zware fout of een grove nalatigheid heeft begaan of
  2° als kan worden bewezen dat het betrokken lid een handeling of een gedraging heeft gesteld die onverenigbaar is met de uitoefening van zijn mandaat of
  3° als kan worden bewezen dat het betrokken lid de democratische beginselen die in de volgende rechtsteksten zijn vastgelegd, niet in acht neemt of lid is van een organisatie, partij, vereniging of rechtspersoon die de democratische beginselen die in de volgende rechtsteksten zijn vastgelegd, niet in acht neemt:
  - wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden; en
  - wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaalsocialistische regime is gepleegd.
  Een afzetting overeenkomstig het tweede lid vindt plaats na een voorafgaande hoorzitting waarop het betrokken lid zich mag laten begeleiden door een persoon van zijn keuze. De Regering legt de nadere regels voor de afzettingsprocedure vast."
  4° het huidige derde lid wordt paragraaf 3;
  5° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "aftreedt" wordt vervangen door de woorden "aftreedt of wordt afgezet";
  2° de paragraaf wordt aangevuld met de volgende zin:
  Een lid dat overeenkomstig § 2, tweede lid, wordt afgezet, kan niet opnieuw als lid van het beheerscomité worden aangesteld voor de resterende mandaatstermijn, noch voor de daaropvolgende mandaatstermijn."
Art. 3. A l'article 22 du décret du 13 décembre 2016 relatif aux mesures en matière de vie autodéterminée, modifié par le décret du 13 novembre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'actuel alinéa 1er devient le § 1er ;
  2° l'actuel alinéa 2 devient le § 2, alinéa 1er ;
  3° le § 2 est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  " Sans préjudice des dispositions figurant dans le présent décret ou dans le droit commun en matière de droit de révocation, le Gouvernement peut, de sa propre initiative, sur proposition de l'une des instances de proposition prévues à l'article 21, § 1er, ou sur proposition du comité de gestion, révoquer un membre qu'il a désigné au comité de gestion dans les conditions suivantes et à tout moment :
  1° s'il peut être prouvé qu'il a commis une faute grave ou une négligence grave lors de l'exercice de son mandat ou
  2° s'il peut être prouvé qu'il a effectué une action ou a eu un comportement incompatibles avec l'exercice de son mandat ou
  3° s'il peut être prouvé qu'il ne respecte pas les principes démocratiques énoncés dans les textes juridiques énumérés ci-après ou, selon le cas, s'il est membre d'une organisation, d'un parti, d'une association ou d'une personne morale qui ne respecte pas lesdits principes :
  - la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie, et
  - la loi du 23 mars 1995 tendant à réprimer la négation, la minimisation, la justification ou l'approbation du génocide commis par le régime national-socialiste allemand pendant la seconde guerre mondiale.
  Il est procédé à une révocation conformément à l'alinéa 2 après la tenue d'une audition préalable lors de laquelle le membre concerné peut se faire accompagner de la personne de son choix. Le Gouvernement fixe les autres modalités relatives à la procédure de révocation. " ;
  4° l'actuel alinéa 3 devient le § 3 ;
  5° au § 3, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " qui a cessé de faire partie " sont remplacés par les mots " qui a cessé de faire partie ou est révoqué " ;
  2° le § 3 est complété par la phrase suivante :
  " Un membre révoqué conformément au § 2, alinéa 2, ne peut être désigné à nouveau au comité de gestion pour la durée de mandat restante et suivante. "
Art. 4. In artikel 10 van het decreet van 22 mei 2023 tot oprichting van een centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het huidige eerste lid wordt paragraaf 1;
  2° het huidige tweede lid wordt paragraaf 2, eerste lid;
  3° paragraaf 2 wordt aangevuld met een tweede en derde lid, luidende:
  "Met behoud van de toepassing van de bepalingen inzake afzettingsrecht vervat in dit decreet of in het algemene recht kan de Regering op eigen initiatief, op voorstel van een van de in artikel 9, eerste lid, bedoelde voordragende instanties of op voorstel van de raad van bestuur een door haar in de raad van bestuur aangesteld lid onder de volgende voorwaarden te allen tijde afzetten:
  1° als kan worden bewezen dat het betrokken lid in de uitoefening van zijn mandaat een zware fout of een grove nalatigheid heeft begaan of
  2° als kan worden bewezen dat het betrokken lid een handeling of een gedraging heeft gesteld die onverenigbaar is met de uitoefening van zijn mandaat of
  3° als kan worden bewezen dat het betrokken lid de democratische beginselen die in de volgende rechtsteksten zijn vastgelegd, niet in acht neemt of lid is van een organisatie, partij, vereniging of rechtspersoon die de democratische beginselen die in de volgende rechtsteksten zijn vastgelegd, niet in acht neemt:
  - wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden; en
  - wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaalsocialistische regime is gepleegd.
  Een afzetting overeenkomstig het tweede lid vindt plaats na een voorafgaande hoorzitting waarop het betrokken lid zich mag laten begeleiden door een persoon van zijn keuze. De Regering legt de nadere regels voor de afzettingsprocedure vast."
  4° het huidige derde lid wordt paragraaf 3;
  5° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "verlaat" wordt vervangen door de woorden "verlaat of wordt afgezet";
  2° de paragraaf wordt aangevuld met de volgende zin:
  "Een lid dat overeenkomstig § 2, tweede lid, wordt afgezet, kan niet opnieuw als lid van de raad van bestuur worden aangesteld voor de resterende mandaatstermijn, noch voor de daaropvolgende mandaatstermijn."
Art. 4. A l'article 10 du décret du 22 mai 2023 portant création d'un Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'actuel alinéa 1er devient le § 1er ;
  2° l'actuel alinéa 2 devient le § 2, alinéa 1er ;
  3° le § 2 est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  " Sans préjudice des dispositions figurant dans le présent décret ou dans le droit commun en matière de droit de révocation, le Gouvernement peut, de sa propre initiative, sur proposition de l'une des instances de proposition prévues à l'article 9, alinéa 1er, ou sur proposition du conseil d'administration, révoquer un membre qu'il a désigné au conseil d'administration dans les conditions suivantes et à tout moment :
  1° s'il peut être prouvé qu'il a commis une faute grave ou une négligence grave lors de l'exercice de son mandat ou
  2° s'il peut être prouvé qu'il a effectué une action ou a eu un comportement incompatibles avec l'exercice de son mandat ou
  3° s'il peut être prouvé qu'il ne respecte pas les principes démocratiques énoncés dans les textes juridiques énumérés ci-après ou, selon le cas, s'il est membre d'une organisation, d'un parti, d'une association ou d'une personne morale qui ne respecte pas lesdits principes :
  - la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie, et
  - la loi du 23 mars 1995 tendant à réprimer la négation, la minimisation, la justification ou l'approbation du génocide commis par le régime national-socialiste allemand pendant la seconde guerre mondiale.
  Il est procédé à une révocation conformément à l'alinéa 2 après la tenue d'une audition préalable lors de laquelle le membre concerné peut se faire accompagner de la personne de son choix. Le Gouvernement fixe les autres modalités relatives à la procédure de révocation. " ;
  4° l'actuel alinéa 3 devient le § 3 ;
  5° au § 3, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " qui a cessé de faire partie " sont remplacés par les mots " qui a cessé de faire partie ou est révoqué " ;
  2° le § 3 est complété par la phrase suivante :
  " Un membre révoqué conformément au § 2, alinéa 2, ne peut être désigné à nouveau au conseil d'administration pour la durée de mandat restante et suivante. "
Art. 5. In artikel 15 van het decreet van 13 november 2023 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid en inzake arbeidsbemiddeling worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het huidige eerste lid wordt paragraaf 1;
  2° het huidige tweede lid wordt paragraaf 2, eerste lid;
  3° paragraaf 2 wordt aangevuld met een tweede en derde lid, luidende:
  "Met behoud van de toepassing van de bepalingen inzake afzettingsrecht vervat in dit decreet of in het algemene recht kan de Regering op eigen initiatief, op voorstel van een van de in artikel 14, § 1, eerste lid, bedoelde voordragende instanties of op voorstel van het beheerscomité een door haar in het beheerscomité aangesteld lid onder de volgende voorwaarden te allen tijde afzetten:
  1° als kan worden bewezen dat het betrokken lid in de uitoefening van zijn mandaat een zware fout of een grove nalatigheid heeft begaan of
  2° als kan worden bewezen dat het betrokken lid een handeling of een gedraging heeft gesteld die onverenigbaar is met de uitoefening van zijn mandaat of
  3° als kan worden bewezen dat het betrokken lid de democratische beginselen die in de volgende rechtsteksten zijn vastgelegd, niet in acht neemt of lid is van een organisatie, partij, vereniging of rechtspersoon die de democratische beginselen die in de volgende rechtsteksten zijn vastgelegd, niet in acht neemt:
  - wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden; en
  - wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaalsocialistische regime is gepleegd.
  Een afzetting overeenkomstig het tweede lid vindt plaats na een voorafgaande hoorzitting waarop het betrokken lid zich mag laten begeleiden door een persoon van zijn keuze. De Regering legt de nadere regels voor de afzettingsprocedure vast."
  4° het huidige derde lid wordt paragraaf 3;
  5° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1. het woord "verlaat" wordt vervangen door de woorden "verlaat of wordt afgezet";
  2. de paragraaf wordt aangevuld met de volgende zin:
  Een lid dat overeenkomstig § 2, tweede lid, wordt afgezet, kan niet opnieuw als lid van het beheerscomité worden aangesteld voor de resterende mandaatstermijn, noch voor de daaropvolgende mandaatstermijn."
Art. 5. A l'article 15 du décret du 13 novembre 2023 relatif aux mesures en matière de promotion de l'emploi et de placement, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'actuel alinéa 1er devient le § 1er ;
  2° l'actuel alinéa 2 devient le § 2, alinéa 1er ;
  3° le § 2 est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  " Sans préjudice des dispositions figurant dans le présent décret ou dans le droit commun en matière de droit de révocation, le Gouvernement peut, de sa propre initiative, sur proposition de l'une des instances de proposition prévues à l'article 14, § 1er, alinéa 1er, ou sur proposition du comité de gestion, révoquer un membre qu'il a désigné au comité de gestion dans les conditions suivantes et à tout moment :
  1° s'il peut être prouvé qu'il a commis une faute grave ou une négligence grave lors de l'exercice de son mandat ou
  2° s'il peut être prouvé qu'il a effectué une action ou a eu un comportement incompatibles avec l'exercice de son mandat ou
  3° s'il peut être prouvé qu'il ne respecte pas les principes démocratiques énoncés dans les textes juridiques énumérés ci-après ou, selon le cas, s'il est membre d'une organisation, d'un parti, d'une association ou d'une personne morale qui ne respecte pas lesdits principes :
  - la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie, et
  - la loi du 23 mars 1995 tendant à réprimer la négation, la minimisation, la justification ou l'approbation du génocide commis par le régime national-socialiste allemand pendant la seconde guerre mondiale.
  Il est procédé à une révocation conformément à l'alinéa 2 après la tenue d'une audition préalable lors de laquelle le membre concerné peut se faire accompagner de la personne de son choix. Le Gouvernement fixe les autres modalités relatives à la procédure de révocation. " ;
  4° l'actuel alinéa 3 devient le § 3 ;
  5° au § 3, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " qui a cessé de faire partie " sont remplacés par les mots " qui a cessé de faire partie ou est révoqué " ;
  2° le § 3 est complété par la phrase suivante :
  " Un membre révoqué conformément au § 2, alinéa 2, ne peut être désigné à nouveau au comité de gestion pour la durée de mandat restante et suivante. "
Art. 6. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2024.
Art. 6. Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 2024.