Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
20 DECEMBER 2024. - Decreet tot wijziging van artikel 8 van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, wat een technische rechtzetting betreft(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-01-2025 en tekstbijwerking tot 26-05-2025)
Titre
20 DECEMBRE 2024. - Décret modifiant l'article 8 du décret du 20 avril 2012 portant organisation des milieux d'accueil de la petite enfance, en ce qui concerne une rectification technique(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-01-2025 et mise à jour au 26-05-2025)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
Art. 2. In artikel 8, § 1, van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Bij de voorrang, vermeld in het eerste lid, geeft de organisator absolute voorrang aan:
1° gezinnen die in totaliteit minstens hetzij vier vijfde werken, hetzij een viervijfdedagopleiding met het oog op werk volgen, hetzij een viervijfdecombinatie van werken en opleiding met het oog op werk realiseren;
2° broertjes of zusjes van kinderen die op hetzelfde moment al gebruikmaken van dezelfde kinderopvang;
3° pleegkinderen als vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg, in het gezin en die in aanmerking komen voor kinderopvang als vermeld in artikel 2, 2°. ".
"Bij de voorrang, vermeld in het eerste lid, geeft de organisator absolute voorrang aan:
1° gezinnen die in totaliteit minstens hetzij vier vijfde werken, hetzij een viervijfdedagopleiding met het oog op werk volgen, hetzij een viervijfdecombinatie van werken en opleiding met het oog op werk realiseren;
2° broertjes of zusjes van kinderen die op hetzelfde moment al gebruikmaken van dezelfde kinderopvang;
3° pleegkinderen als vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg, in het gezin en die in aanmerking komen voor kinderopvang als vermeld in artikel 2, 2°. ".
Art. 2. Dans l'article 8, § 1er, du décret du 20 avril 2012 portant organisation des milieux d'accueil de la petite enfance, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Lors de l'attribution de la priorité visée à l'alinéa 1er, l'organisateur donne la priorité absolue aux :
1° ménages qui au total travaillent au moins à 4/5e temps, soit qui suivent une formation de jour à 4/5e temps en vue de l'emploi, soit qui combinent travail et formation en vue de l'emploi dans une proportion de 4/5e ;
2° frères et soeurs d'enfants utilisant déjà au même moment les mêmes services de garde d'enfants ;
3° enfants placés, tels que visés à l'article 2, 10°, du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial, dans la famille et qui sont éligibles à la garde d'enfants visée à l'article 2, 2°. ".
" Lors de l'attribution de la priorité visée à l'alinéa 1er, l'organisateur donne la priorité absolue aux :
1° ménages qui au total travaillent au moins à 4/5e temps, soit qui suivent une formation de jour à 4/5e temps en vue de l'emploi, soit qui combinent travail et formation en vue de l'emploi dans une proportion de 4/5e ;
2° frères et soeurs d'enfants utilisant déjà au même moment les mêmes services de garde d'enfants ;
3° enfants placés, tels que visés à l'article 2, 10°, du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial, dans la famille et qui sont éligibles à la garde d'enfants visée à l'article 2, 2°. ".
(NOTA : bij arrest nr. 72/2025 van 30-04-2025 ( 2025-04-30/06, B.St. 26-05-2025, p. 50505), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 72/2025 du 30-04-2025 (2025-04-30/06, M.B. 26-05-2025, p. 50511), la Cour Constitutionnelle a annulé le présent article)
Art. 3. In artikel 8, § 1, van hetzelfde decreet wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"De financiële bijdrage van de gezinnen voor de kinderopvang van een pleegkind als vermeld in het tweede lid, 3°, of van een kind van een moeder die op het moment van de aanvraag is ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in de leertijd, stemt overeen met het laagst mogelijke inkomenstarief, onafhankelijk van het inkomen van het pleeggezin of van het gezin van de moeder.".
"De financiële bijdrage van de gezinnen voor de kinderopvang van een pleegkind als vermeld in het tweede lid, 3°, of van een kind van een moeder die op het moment van de aanvraag is ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in de leertijd, stemt overeen met het laagst mogelijke inkomenstarief, onafhankelijk van het inkomen van het pleeggezin of van het gezin van de moeder.".
Art. 3. Dans l'article 8, § 1er, du même décret, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" La participation financière des familles à la garde d'un enfant placé tel que visé à l'alinéa 2, 3°, ou d'un enfant d'une mère qui, au moment de la demande, est inscrite dans un établissement d'enseignement reconnu, financé ou subventionné par la Communauté flamande pour l'enseignement secondaire ordinaire ou spécial ou en apprentissage, correspond au tarif de revenu minimum, quel que soit le revenu de la famille d'accueil ou de la famille de la mère. ".
" La participation financière des familles à la garde d'un enfant placé tel que visé à l'alinéa 2, 3°, ou d'un enfant d'une mère qui, au moment de la demande, est inscrite dans un établissement d'enseignement reconnu, financé ou subventionné par la Communauté flamande pour l'enseignement secondaire ordinaire ou spécial ou en apprentissage, correspond au tarif de revenu minimum, quel que soit le revenu de la famille d'accueil ou de la famille de la mère. ".