Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
11 DECEMBER 2024. - decreet houdende diverse bepalingen betreffende Onderwijs, schoolgebouwen, Onderzoek en cultuur
Titre
11 DECEMBRE 2024. - Décret-programme portant diverses dispositions relatives à l'Enseignement, aux Bâtiments scolaires, à la Recherche et à la Culture
Informations sur le document
Numac: 2024011907
Datum: 2024-12-11
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024011907
Date: 2024-12-11
Moniteur: Voir
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Bepalingen betreffende onderwijs Afdeling 1. - Bepaling tot wijziging van de beg... Afdeling 2. - Bepaling tot wijziging van het ko... Afdeling 3. - Bepalingen tot wijziging van het ... Afdeling 4. - Bepalingen tot wijziging van het ... Afdeling 5. - Bepaling tot aanpassing voor het ... Afdeling 6. - Bepalingen tot wijziging van de t... Afdeling 7. - Bepalingen betreffende een bijdra... Afdeling 8. - Bepalingen ter beperking van de h... Afdeling 9. - Bepalingen tot aanpassing van de ... Afdeling 10. - Bepaling tot wijziging van het W... HOOFDSTUK 2. - Bepalingen betreffende schoolgeb... Afdeling 1. - Bepalingen betreffende het klassi... Afdeling 2. - Bepalingen betreffende het Garant... Afdeling 3. - Bepaling betreffende het Uitzonde... Afdeling 4. - Bepalingen betreffende de hervorm... HOOFDSTUK 3. - Bepalingen betreffende hoger ond... Afdeling 1. - Bepalingen tot wijziging van de w... Afdeling 2. - Bepaling tot wijziging van het Ko... Afdeling 3. - Bepalingen tot wijziging van de w... Afdeling 4. - Bepalingen tot wijziging van het ... Afdeling 5. - Bepalingen tot wijziging van het ... Afdeling 6. - Bepalingen tot wijziging van het ... Afdeling 7. - Bepalingen tot wijziging van het ... Afdeling 8. - Bepaling tot wijziging van het de... Afdeling 9. - Bepaling tot wijziging van het de... HOOFDSTUK 4. - Bepaling betreffende het wetensc... HOOFDSTUK 5. - Bepalingen betreffende de instel... Afdeling 1. - Bepalingen betreffende Wallonie-B... Afdeling 2. - Bepalingen betreffende het Agents... Afdeling 3. - Bepalingen betreffende dotaties e... HOOFDSTUK 6. - Bepaling betreffende Cultuur HOOFDSTUK 7. - Overgangsbepaling HOOFDSTUK 8. - Inwerkingtreding
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Dispositions relatives à l'Ense... Section 1. - Disposition modifiant le budget dé... Section 2. - Disposition modifiant l'arrêté roy... Section 3. - Dispositions modifiant le décret d... Section 4. - Dispositions modifiant l'utilisati... Section 5. - Disposition adaptant pour l'enseig... Section 6. - Dispositions modifiant l'accès à l... Section 7. - Dispositions relatives à une inter... Section 8. - Dispositions limitant la réinscrip... Section 9. - Dispositions adaptant le financeme... Section 10. - Disposition modifiant le Code de ... CHAPITRE 2. - Dispositions relatives aux bâtime... Section 1. - Dispositions relatives au fonds cl... Section 2. - Dispositions relatives au Fonds de... Section 3. - Disposition relative au Programme ... Section 4. - Dispositions relatives à la réform... CHAPITRE 3. - Dispositions relatives à l'enseig... Section 1. - Dispositions modifiant la loi du 2... Section 2. - Disposition modifiant l'Arrêté roy... Section 3. - Dispositions modifiant la loi du 2... Section 4. - Dispositions modifiant le décret d... Section 5. - Disposition modifiant le décret du... Section 6. - Dispositions modifiant le décret d... Section 7. - Dispositions modifiant le décret d... Section 8. - Disposition modifiant le décret du... Section 9. - Disposition modifiant le décret du... CHAPITRE 4. - Disposition relative à la recherc... CHAPITRE 5. - Dispositions relatives aux organi... Section 1. - Dispositions relatives à Wallonie-... Section 2. - Dispositions relatives à l'Agence ... Section 3. - Dispositions relatives aux dotatio... CHAPITRE 6. - Disposition relative à la Culture CHAPITRE 7. - Disposition transitoire CHAPITRE 8. - Entrée en vigueur
Tekst (101)
Texte (101)
HOOFDSTUK I. - Bepalingen betreffende onderwijs
CHAPITRE 1er. - Dispositions relatives à l'Enseignement
Afdeling 1. - Bepaling tot wijziging van de begroting voor voortgezette beroepsopleiding
Section 1. - Disposition modifiant le budget dédié à la formation professionnelle continue
Artikel 1. In afwijking van artikel 6.1.8-1, § 1, tweede lid, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, worden de kredieten die toegekend moeten worden aan het "Institut interréseaux de la formation professionnelle continue" voor de kalenderjaren 2025 tot 2029, overeenkomstig artikel 6.1.8-1, § 3, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, niet geïndexeerd op basis van de verhouding tussen de gezondheidsindex voor januari van het lopende jaar en die van januari van het voorgaande jaar.
Article 1er. Par dérogation à l'article 6.1.8-1, § 1er, alinéa 2, du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire, les crédits à octroyer à l'Institut interréseaux de la formation professionnelle continue, pour les années civiles 2025 à 2029, en application de l'article 6.1.8-1, § 3, alinéa 2, du même Code, ne sont pas indexés en fonction du rapport entre l'indice santé du mois de janvier de l'année en cours et celui du mois de janvier de l'année précédente.
Afdeling 2. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het ministerie van Openbaar Onderwijs
Section 2. - Disposition modifiant l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du ministère de l'Instruction publique
Art. 2. In artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het ministerie van Openbaar Onderwijs wordt een punt D ingevoegd, luidend als volgt:
  "D. Met een beperking van zeven jaar:
  a) Voor de berekening van de anciënniteit in een onderwijzende knelpuntfunctie, zoals bepaald in artikel 2, eerste lid, van het decreet van 12 mei 2004 betreffende de vaststelling van de schaarste en bepaalde Commissies in het buitengewoon of door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs, in ten minste één zone bij zijn aanwerving in de betrokken functie: het tijdstip waarop het personeelslid dat in dienst is getreden vanaf 1 januari 2025 en dat nog niet geniet van de maximale waardering van 10 jaar bepaald in artikel 17, § 1, op voorwaarde dat hij kan aantonen dat hij als werknemer heeft gewerkt in een betaalde betrekking met volledige prestaties in de privésector.
  b) Voor de berekening van de anciënniteit in een onderwijzende knelpuntfunctie, zoals bepaald in artikel 2, eerste lid, van het decreet van 12 mei 2004 betreffende de vaststelling van de schaarste en bepaalde Commissies in het buitengewoon of door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs, in ten minste één zone bij zijn aanwerving in de betrokken functie: het tijdstip waarop het personeelslid dat in dienst is getreden vanaf 1 januari 2025 en dat nog niet geniet van de maximale waardering van 10 jaar bepaald in artikel 17, § 1, op voorwaarde dat hij kan aantonen dat hij als zelfstandige in hoofdberoep heeft gewerkt.".
Art. 2. A l'article 16, § 1er, de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du ministère de l'Instruction publique, il est inséré un point D rédigé comme suit :
  " D. Avec une limitation de sept ans :
  a) Pour le calcul de l'ancienneté dans une fonction enseignante en pénurie, telle que définie à l'article 2, alinéa 1er, du décret du 12 mai 2004 relatif à la définition de la pénurie et à certaines Commissions dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française, dans au moins une zone au moment de son recrutement dans la fonction concernée: le temps que le membre du personnel entré en fonction à partir du 1er janvier 2025 et qui ne bénéficie pas déjà de la valorisation maximale de 10 ans fixée à l'article 17, § 1er, à condition qu'il puisse attester avoir exercé comme salarié d'un emploi rémunéré et comportant des prestations complètes dans le secteur privé.
  b) Pour le calcul de l'ancienneté dans une fonction enseignante en pénurie, telle que définie à l'article 2, alinéa 1er, du décret du 12 mai 2004 relatif à la définition de la pénurie et à certaines Commissions dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française, dans au moins une zone au moment de son recrutement dans la fonction concernée : le temps que le membre du personnel entré en fonction à partir du 1er janvier 2025 et qui ne bénéficie pas déjà de la valorisation maximale de 10 ans fixée à l'article 17, § 1er, à condition qu'il puisse attester avoir exercé comme indépendant à titre principal. ".
Afdeling 3. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 1 december 2022 tot instelling van een experimenteel stelsel voor de oprichting van een lokale vervangingspool voor het schooljaar 2024-2025 en houdende diverse maatregelen om het tekort tegen te gaan
Section 3. - Dispositions modifiant le décret du 1er décembre 2022 instituant un dispositif expérimental créant un pool local de remplacement pour l'année scolaire 2024-2025 et contenant des mesures diverses en vue de lutter contre la pénurie
Art. 3. De titel van het decreet van 1 december 2022 tot instelling van een experimenteel stelsel voor het schooljaar 2024-2025 en houdende diverse maatregelen om het tekort tegen te gaan, zoals vervangen door het decreet van 16 mei 2024, wordt vervangen als volgt: "Decreet tot instelling van een experimenteel stelsel voor de oprichting van een lokale vervangingspool voor het schooljaar 2025-2026 en houdende diverse maatregelen om het tekort tegen te gaan".
Art. 3. L'intitulé du décret du 1er décembre 2022 instituant un dispositif expérimental pour l'année scolaire 2024-2025 et contenant des mesures diverses en vue de lutter contre la pénurie, tel que remplacé par décret du 16 mai 2024, est remplacé comme suit : " Décret instituant un dispositif expérimental créant un pool local de remplacement pour l'année scolaire 2025-2026 et contenant des mesures diverses en vue de lutter contre la pénurie ".
Art. 4. In artikel 1 van hetzelfde decreet worden de woorden "tijdens het schooljaar 2024-2025 bijkomende middelen toe te kennen aan de inrichtende machten van de scholen voor lager onderwijs gelegen in de gebieden van Brussel en Henegouwen-Zuid respectievelijk bedoeld in artikel 1, punten 1 en 10" vervangen door de woorden "tijdens het schooljaar 2025-2026 bijkomende middelen toe te kennen aan de inrichtende machten van de scholen voor lager onderwijs gelegen in de gebieden van Brussel, het Waals-Brabant, Namen en Henegouwen-Zuid, respectievelijk bedoeld in artikel 1, punten 1, 2, 6 en 10".
Art. 4. Dans l'article 1er du même décret, les mots " pendant l'année scolaire 2024-2025 aux pouvoirs organisateurs des écoles de l'enseignement primaire situées dans les zones de Bruxelles et de Hainaut-Sud visées respectivement à l'article 1er, points 1 et 10 " sont remplacés par les mots " pendant l'année scolaire 2025-2026 aux pouvoirs organisateurs des écoles de l'enseignement primaire situées dans les zones de Bruxelles, du Brabant wallon, de Namur et de Hainaut-Sud, visées respectivement à l'article 1er, points 1, 2, 6 et 10 ".
Art. 5. In artikel 2 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in § 1 worden de woorden "1.152 lestijden [voor 48 VTE]" vervangen door de woorden "1.632 lestijden [voor 68 VTE]";
  2° in § 1 worden de woorden "16 januari 2023" telkens vervangen door de woorden "16 januari 2024";
  3° in § 2 worden de woorden "van 26 augustus 2024 tot vrijdag 04 juli 2025" vervangen door de woorden "van 25 augustus 2025 tot 3 juli 2026".
Art. 5. Dans l'article 2 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au § 1er, les mots " 1.152 périodes [pour 48 ETP] " sont remplacés par les mots " 1.632 périodes [pour 68 ETP] " ;
  2° au § 1er, les mots " 16 janvier 2023 " sont remplacés à chaque fois par les mots " 16 janvier 2024 " ;
  3° au § 2, les mots " du 26 août 2024 au vendredi 04 juillet 2025 " sont remplacés par les mots " du 25 août 2025 au 3 juillet 2026 ".
Art. 6. In artikel 6, § 4, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "31 oktober 2024" vervangen door de woorden "31 oktober 2025";
  2° in het tweede lid worden de woorden "31 oktober 2025" vervangen door de woorden "31 oktober 2026".
Art. 6. Dans l'article 6, § 4, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " 31 octobre 2024 " sont remplacés par les mots " 31 octobre 2025 " ;
  2° à l'alinéa 2, les mots " 31 octobre 2025 " sont remplacés par les mots " 31 octobre 2026 ".
Art. 7. In artikel 11 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het derde lid wordt het cijfer "2024" vervangen door het cijfer "2025";
  2° in het vierde lid wordt het cijfer "2025" vervangen door het cijfer "2026".
Art. 7. Dans l'article 11 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 3, le nombre " 2024 " est remplacé par le nombre " 2025 " ;
  2° à l'alinéa 4, le nombre " 2025 " est remplacé par le nombre " 2026 ".
Art. 8. In artikel 13, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "2025-2026" vervangen door de woorden "2026-2027".
Art. 8. Dans l'article 13, alinéa 2, du même décret, les mots " 2025-2026 " sont remplacés par les mots " 2026-2027 ".
Art. 9. In artikel 29, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "26 augustus 2024" vervangen door "25 augustus 2025" en worden de woorden "4 juli 2025" vervangen door "3 juli 2026".
Art. 9. Dans l'article 29, alinéa 1er, du même décret, les mots " 26 août 2024 " sont remplacés par " 25 août 2025 " et les mots " 04 juillet 2025 " sont remplacés par " 3 juillet 2026 ".
Afdeling 4. - Bepalingen tot wijziging van het gebruik van lestijden-leraren
Section 4. - Dispositions modifiant l'utilisation des périodes-professeurs
Art. 10. Voor het schooljaar 2024-2025, wordt het recht op heffing, zoals bedoeld in artikel 21, § 1, eerste lid, van het decreet van 29 juli 1992 houdende organisatie van het secundair onderwijs met volledig leerplan met ingang van 1 januari 2025 verhoogd tot maximaal 2 p.c.
Art. 10. Pour l'année scolaire 2024-2025, le droit de prélever prévu à l'article 21, § 1er, alinéa 1er, du décret du 29 juillet 1992 portant organisation de l'enseignement secondaire de plein exercice est augmenté à un maximum de 2 p.c. à partir du 1er janvier 2025.
Art. 11. Voor het schooljaar 2024-2025, voor de toepassing van het percentage bedoeld in artikel 21, § 1, eerste lid, van bovengenoemd decreet van 29 juli 1992, kan de heffing op het totale aantal lestijden-leraren worden omgezet tot een maximum van 25% voor betrekkingen van personeel dat geen docent is volgens het onderstaande omkeringsschema:
Art. 11. Pour l'année scolaire 2024-2025, pour l'application du pourcentage prévu à l'article 21, § 1er, alinéa 1er, du décret du 29 juillet 1992 précité, le prélèvement du nombre total de périodes-professeurs peut être converti à hauteur de 25% maximum pour des emplois de personnel non chargé de cours selon la grille de conversion ci-dessous :
Werkgelegenheid Omzetting naar lestijden
Directeur 28
Werkleider 28
Adjunct-directeur 28
Opvoeder 24
Maatschappelijk assistent 24
Logopedist 24
Directiesecretaris 24
Boekhouder 20
Redacteur 15
Bediende 14
Werkgelegenheid Omzetting naar lestijden Directeur 28 Werkleider 28 Adjunct-directeur 28 Opvoeder 24 Maatschappelijk assistent 24 Logopedist 24 Directiesecretaris 24 Boekhouder 20 Redacteur 15 Bediende 14
In geen geval mag de toewijzing van betrekkingen of lestijden overeenkomstig de voorgaande leden leiden tot een vaste benoeming of aanwerving.
Emploi Conversion en périodes
Directeur 28
Chef de travaux d'atelier 28
Directeur adjoint 28
Educateur 24
Assistant social 24
Logopède 24
Secrétaire de Direction 24
Comptable 20
Rédacteur 15
Commis 14
Emploi Conversion en périodes Directeur 28 Chef de travaux d'atelier 28 Directeur adjoint 28 Educateur 24 Assistant social 24 Logopède 24 Secrétaire de Direction 24 Comptable 20 Rédacteur 15 Commis 14
En aucun cas, l'attribution d'emplois ou de périodes conformément aux alinéas précédents ne peut conduire à une nomination ou à un engagement à titre définitif.
Art. 12. Voor het schooljaar 2024-2025, mogen de lestijden die voor het schooljaar 2023-2024 zijn gegenereerd en niet zijn gebruikt, zowel die welke onder artikelen 7 tot 15 en 17 van voornoemd decreet van 29 juli 1992 vallen als die welke onder andere bepalingen van decreet vallen, bij wijze van uitzondering worden gebruikt tot 31 december 2024, met inachtneming van de voorwaarden van artikel 21, § 1, van hetzelfde decreet en artikel 11.
Art. 12. Pour l'année scolaire 2024-2025, les périodes générées pour l'année scolaire 2023-2024 et non utilisées, tant celles relevant notamment des articles 7 à 15 et 17 du décret du 29 juillet 1992 précité que celles relevant d'autres dispositions décrétales, pourront être utilisées à titre exceptionnel jusqu'au 31 décembre 2024 dans le respect des conditions fixées par l'article 21, § 1er, du même décret et par l'article 11.
Afdeling 5. - Bepaling tot aanpassing voor het kwalificerend onderwijs van de omkaderingsnorm in het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 31 augustus 1992 ter uitvoering van het decreet van 29 juli 1992 houdende organisatie van het secundair onderwijs met volledig leerplan
Section 5. - Disposition adaptant pour l'enseignement qualifiant la norme d'encadrement dans l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 31 août 1992 exécutant le décret du 29 juillet 1992 portant organisation de l'enseignement secondaire de plein exercice
Art. 13. In artikel 5 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 31 augustus 1992 ter uitvoering van het decreet van 29 juli 1992 houdende organisatie van het secundair onderwijs met volledig leerplan wordt een derde lid toegevoegd, luidend als volgt: "Het aantal lestijden-leraren dat uit de berekeningen bedoeld in het eerste en tweede lid voortvloeit, mag echter slechts tot 97 % worden gebruikt.".
Art. 13. Dans l'article 5 de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 31 août 1992 exécutant le décret du 29 juillet 1992 portant organisation de l'enseignement secondaire de plein exercice, il est ajouté un 3e alinéa rédigé comme suit : "Le nombre de périodes-professeurs résultant des calculs visés aux alinéas 1 et 2 ne peut toutefois être utilisé qu'à concurrence de 97 %.".
Art. 14. In artikel 6 van hetzelfde besluit wordt een paragraaf 5 ingevoegd, luidend als volgt: " § 5. Het aantal lestijden-leraren dat uit de berekeningen bedoeld in §§ 1 en 2 voortvloeit, mag echter slechts tot 97 % worden gebruikt.".
Art. 14. Dans l'article 6 du même arrêté, il est inséré un paragraphe 5 rédigé comme suit : " § 5. Le nombre de périodes-professeurs résultant des calculs visés aux §§ 1 et 2 ne peut toutefois être utilisé qu'à concurrence de 97 %.".
Art. 15. In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt een zevende lid toegevoegd, luidend als volgt: "Het aantal lestijden-leraren dat uit de berekeningen bedoeld in het tweede tot het vierde lid voortvloeit, mag echter slechts tot 97 % worden gebruikt.".
Art. 15. Dans l'article 7 du même arrêté, il est ajouté un 7e alinéa rédigé comme suit : "Le nombre de périodes-professeurs résultant des calculs visés aux alinéas 2 à 4 ne peut toutefois être utilisé qu'à concurrence de 97 %.".
Afdeling 6. - Bepalingen tot wijziging van de toegang tot het zevende jaar van het gewoon secundair onderwijs
Section 6. - Dispositions modifiant l'accès à la 7e année de l'enseignement secondaire ordinaire
Art. 16. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
  "Worden afgetrokken van de telling van 15 januari 2025, de leerlingen die zijn ingeschreven in 2024-2025, maar die niet langer als regelmatig ingeschreven zouden worden beschouwd in het kader van de maatregel die is opgenomen in artikel 17, § 1, van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs, indien die van kracht was geweest sinds het begin van het schooljaar 2024-2025.".
Art. 16. L'article 2 de l'arrêté royal du 15 avril 1977 fixant les règles et les conditions de calcul du nombre d'emplois dans certaines fonctions du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel administratif des établissements d'enseignement secondaire est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Sont déduits du comptage du 15 janvier 2025, les élèves qui sont inscrits en 2024-2025, mais qui ne seraient plus considérés comme régulièrement inscrits en vertu de la mesure insérée à l'article 17, § 1er, de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l`enseignement secondaire si celle-ci avait été d'application dès la rentrée 2024-2025. ".
Art. 17. In artikel 17, § 1, van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin worden de woorden "en van artikel 56bis, § 5" opgeheven;
  2° in 1° wordt littera a) vervangen als volgt:
  "a) regelmatige leerlingen die het zesde leerjaar van het algemeen, technisch of artistiek secundair onderwijs met volledig leerplan of het zesde leerjaar van het alternerend technisch secundair onderwijs bedoeld in artikel 2bis, § 1, 1°, van het decreet van 3 juli 1991 houdende organisatie van het alternerend onderwijs hebben gevolgd en met succes hebben voltooid, in een studiesectie en -richting waarvoor aan het einde van het zesde jaar geen kwalificatiegetuigschrift wordt afgegeven;";
  3° in 1° worden littera's b) en c) opgeheven;
  4° in 1° wordt littera e) aangevuld met de woorden ", en mits deze leerlingen niet in het bezit zijn van een kwalificatiegetuigschrift";
  5° in 1° wordt een littera f) ingevoegd, luidend als volgt:
  "f) in afwijking van punten a) en e) zijn de gegroepeerde basisopties "Opticien", "Tandtechnicus" en "Assistent in de preventie- en veiligheidsberoepen" beschikbaar voor regelmatige leerlingen die het zesde jaar van het secundair onderwijs met volledig leerplan of het zesde jaar van het alternerend technisch secundair onderwijs als bedoeld in artikel 2bis, § 1, 1°, van het decreet van 3 juli 1991 houdende organisatie van het alternerend onderwijs hebben gevolgd en met succes voltooid.";
  6° in 2° worden littera's a), b) en c) telkens aangevuld met de woorden ", voor zover zij niet in het bezit zijn van een CESS";
  7° in 2° wordt een littera f) ingevoegd, luidend als volgt:
  "f) Studenten met een CESS behaald in de gegroepeerde basisoptie Aspirant-nursing vallen niet onder de beperkingen van punten a) en b).".
Art. 17. Dans l'article 17, § 1er, de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase liminaire, les termes "et de l'article 56bis, § 5" sont abrogés ;
  2° au 1°, le littera a) est remplacé comme suit :
  "a) les élèves réguliers qui ont suivi et terminé avec fruit la sixième année de l'enseignement secondaire général, technique ou artistique de plein exercice ou la sixième année de l'enseignement secondaire technique en alternance visé à l'article 2bis, § 1er, 1°, du décret du 3 juillet 1991 organisant l'enseignement en alternance, dans une section et orientation d'études ne délivrant pas de certificat de qualification au terme de la sixième année;" ;
  3° au 1°, les litteras b) et c) sont abrogés ;
  4° au 1°, le littera e) est complété par les mots ", et pour autant que ces élèves ne soient pas titulaires d'un certificat de qualification" ;
  5° au 1°, un littera f) rédigé comme suit est inséré :
  "f) par dérogation aux points a) et e), les options de bases groupées " Opticien/Opticienne", " Prothésiste dentaire" et "Assistant/Assistante aux métiers de la prévention et de la sécurité" sont accessibles pour les élèves réguliers qui ont suivi et terminé avec fruit la sixième année de l'enseignement secondaire de plein exercice ou la sixième année de l'enseignement secondaire technique en alternance visé à l'article 2bis, § 1er, 1°, du décret du 3 juillet 1991 organisant l'enseignement en alternance.";
  6° au 2°, les litteras a), b) et c) sont à chaque fois complétés par les mots ", pour autant qu'ils ne soient pas titulaires d'un CESS" ;
  7° au 2°, un littera f) rédigé comme suit est inséré :
  " f) Les élèves titulaires d'un CESS obtenu dans l'option de base groupée Aspirant/Aspirante en nursing ne sont pas visés par les limitations des points a) et b). ".
Art. 18. In artikel 56bis van hetzelfde besluit worden de paragrafen 5, 6 en 7 opgeheven.
Art. 18. Dans l'article 56bis du même arrêté, les paragraphes 5, 6 et 7 sont abrogés.
Art. 19. Artikel 22 van het decreet van 29 juli 1992 houdende organisatie van het secundair onderwijs met volledig leerplan wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidend als volgt:
  " § 6. Leerlingen die ingeschreven zijn in 2024-2025, maar die niet meer beschouwd zouden worden als regelmatig ingeschreven krachtens de maatregel ingevoegd in artikel 17, § 1, van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs, indien deze maatregel van kracht was geweest vanaf het begin van het schooljaar 2024-2025, worden afgetrokken van de telling van 15 januari 2025.".
Art. 19. L'article 22 du décret du 29 juillet 1992 portant organisation de l'enseignement secondaire de plein exercice est complété par un paragraphe 6 rédigé comme suit :
  " § 6. Sont déduits du comptage du 15 janvier 2025, les élèves qui sont inscrits en 2024-2025, mais qui ne seraient plus considérés comme régulièrement inscrits en vertu de la mesure insérée à l'article 17, § 1er, de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l`enseignement secondaire si celle-ci avait été d'application dès la rentrée 2024-2025. ".
Afdeling 7. - Bepalingen betreffende een bijdrage in de kosten voor het gebruik van openbare gemeenschappelijke vervoermiddelen en/of van de fiets door de personeelsleden
Section 7. - Dispositions relatives à une intervention dans les frais de transport en commun public et/ou dans l'utilisation de la bicyclette des membres du personnel
Art. 20. Artikel 12, § 4 van het decreet van 17 juli 2003 betreffende een bijdrage in de kosten voor het gebruik van openbare gemeenschappelijke vervoermiddelen en/of van de fiets door de personeelsleden wordt vervangen door een paragraaf 4, luidend als volgt: " § 4. De mutualisering is, voor de in artikelen 3 tot 7 bedoelde vervoerskosten, beperkt tot ten hoogste 2 procent van het in § 1, eerste lid, bedoelde saldo.".
Art. 20. L'article 12, § 4, du décret du 17 juillet 2003 relatif à une intervention dans les frais de transport en commun public et/ou dans l'utilisation de la bicyclette des membres du personnel est remplacé par un paragraphe 4 rédigé comme suit : " § 4. La mutualisation est limitée, pour ce qui concerne les frais de transport visés aux articles 3 à 7, à maximum 2 pour cent du solde visé au § 1er, alinéa 1er. ".
Art. 21. In artikel 3, § 3bis, eerste lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving wordt de eerste zin vervangen door: "Onderwijsinrichtingen voor sociale promotie en hogere kunstscholen ontvangen 75% van de forfaitaire dotatie vastgesteld in overeenstemming met § 3. Basisscholen, scholen voor gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs ontvangen 74% van de forfaitaire dotatie vastgesteld in overeenstemming met § 3.".
Art. 21. Dans l'article 3, § 3bis, alinéa 1er, de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement, la première phrase est remplacée par : " Les établissements d'enseignement de promotion sociale et les écoles supérieures des arts reçoivent 75% de la dotation forfaitaire établie conformément au § 3. Les établissements d'enseignement fondamental, d'enseignement secondaire ordinaire et spécialisé reçoivent 74% de la dotation forfaitaire établie conformément au § 3 ".
Afdeling 8. - Bepalingen ter beperking van de herinschrijving van meerderjarige leerlingen in het derde en vierde leerjaar van het leerplichtonderwijs
Section 8. - Dispositions limitant la réinscription des élèves majeurs en troisième et quatrième années de l'enseignement obligatoire
Art. 22. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
  "Leerlingen die ingeschreven zijn in 2024-2025, maar die niet meer beschouwd zouden worden als regelmatig ingeschreven krachtens de maatregel ingevoegd in artikel 76 van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, indien deze maatregel van kracht was geweest vanaf het begin van het schooljaar 2024-2025, worden afgetrokken van de telling van 15 januari 2025.".
Art. 22. L'article 2 de l'arrêté royal du 15 avril 1977 fixant les règles et les conditions de calcul du nombre d'emplois dans certaines fonctions du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel administratif des établissements d'enseignement secondaire est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Sont déduits du comptage du 15 janvier 2025, les élèves qui sont inscrits en 2024-2025, mais qui ne seraient plus considérés comme régulièrement inscrits en vertu de la mesure insérée à l'article 76 du décret du 24 juillet 1997 définissant les missions prioritaires de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire et organisant les structures propres à les atteindre si celle-ci avait été d'application dès la rentrée 2024-2025.".
Art. 23. Artikel 22 van het decreet van 29 juli 1992 houdende organisatie van het secundair onderwijs met volledig leerplan wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidend als volgt:
  " § 7. Leerlingen die ingeschreven zijn in 2024-2025, maar die niet meer beschouwd zouden worden als regelmatig ingeschreven krachtens de maatregel ingevoegd in artikel 76 van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, indien deze maatregel van kracht was geweest vanaf het begin van het schooljaar 2024-2025, worden afgetrokken van de telling van 15 januari 2025.".
Art. 23. L'article 22 du décret du 29 juillet 1992 portant organisation de l'enseignement secondaire de plein exercice est complété par un paragraphe 7 rédigé comme suit :
  " § 7. Sont déduits du comptage du 15 janvier 2025, les élèves qui sont inscrits en 2024-2025, mais qui ne seraient plus considérés comme régulièrement inscrits en vertu de la mesure insérée à l'article 76 du décret du 24 juillet 1997 définissant les missions prioritaires de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire et organisant les structures propres à les atteindre si celle-ci avait été d'application dès la rentrée 2024-2025. ".
Art. 24. In artikel 76 van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° een tweede lid wordt ingevoegd, luidend als volgt:
  "Een meerderjarige leerling kan enkel worden ingeschreven in het derde of vierde leerjaar van het gewoon secundair onderwijs als hij regelmatig was ingeschreven in het schooljaar voorafgaand aan het jaar van inschrijving of als hij was ingeschreven in een DASPA in toepassing van het decreet van 7 februari 2019 betreffende het onthaal, de scholarisatie en de begeleiding van leerlingen die de taal niet beheersen in het onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.";
  2° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "In elk geval," vervangen door de woorden "Behalve in het in het vorige lid bedoelde geval,".
Art. 24. Dans l'article 76 du décret du 24 juillet 1997 définissant les missions prioritaires de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire et organisant les structures propres à les atteindre, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un deuxième alinéa rédigé comme suit :
  "Un élève majeur ne peut être inscrit en troisième ou en quatrième année de l'enseignement secondaire ordinaire que pour autant qu'il ait été régulièrement inscrit l'année scolaire précédant celle de son inscription ou s'il était inscrit dans un DASPA en application du décret du 7 février 2019 visant à l'accueil, la scolarisation et l'accompagnement des élèves qui ne maîtrisent pas la langue de l'enseignement dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française.";
  2° dans le deuxième alinéa, devenant le troisième alinéa, les mots "En tout état de cause," sont remplacés par les mots "Sauf dans l'hypothèse visée à l'alinéa précédent, ".
Art. 25. In artikel 1.7.7-1 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° een vierde lid wordt ingevoegd, luidend als volgt:
  "Een meerderjarige leerling kan enkel worden ingeschreven in het derde of vierde leerjaar van het gewoon secundair onderwijs als hij regelmatig was ingeschreven in het schooljaar voorafgaand aan het jaar van inschrijving of als hij was ingeschreven in een DASPA in toepassing van het decreet van 7 februari 2019 betreffende het onthaal, de scholarisatie en de begeleiding van leerlingen die de taal niet beheersen in het onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.";
  2° in het zesde lid, dat het zevende lid wordt, worden de woorden "In elk geval," vervangen door de woorden "Behalve in het in het vierde lid bedoelde geval, en".
Art. 25. Dans l'article 1.7.7-1 du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un quatrième alinéa rédigé comme suit :
  "Un élève majeur ne peut être inscrit en troisième ou en quatrième année de l'enseignement secondaire ordinaire que pour autant qu'il ait été régulièrement inscrit l'année scolaire précédant celle de son inscription ou s'il était inscrit dans un DASPA en application du décret du 7 février 2019 visant à l'accueil, la scolarisation et l'accompagnement des élèves qui ne maîtrisent pas la langue de l'enseignement dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française.";
  2° dans le sixième alinéa, devenant le septième alinéa, les mots "En tout état de cause," sont remplacés par les mots "Sauf dans l'hypothèse visée à l'alinéa quatre, et ".
Afdeling 9. - Bepalingen tot aanpassing van de financiering van de onderwijsnetten in de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving
Section 9. - Dispositions adaptant le financement des réseaux d'enseignement dans la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement
Art. 26. Artikel 3, § 3, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
  "Vanaf 2025 worden de bedragen van de forfaitaire dotaties betreffende het basisonderwijs en het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs, verkregen met toepassing van de voorgaande leden, cumulatief verminderd met één procentpunt per jaar tot en met het jaar 2034.".
Art. 26. L'article 3, § 3, de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  " A partir de l'année 2025, les montants des dotations forfaitaires relatives à l'enseignement fondamental et l'enseignement secondaire ordinaire et spécialisé, obtenus en application des alinéas précédents, sont réduits cumulativement d'un point de pourcentage par an jusqu'à l'année 2034 incluse. ".
Art. 27. Artikel 32, § 2, van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
  "Voor het jaar 2025 wordt voor het basisonderwijs en het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs het in het eerste lid bedoelde percentage verhoogd met 1,52 procentpunt tot 76,52%. Vanaf 2026 wordt dit percentage verhoogd met 1,72 procentpunt per jaar tot 92% in 2034.".
Art. 27. L'article 32, § 2, de la même loi est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Pour l'année 2025, pour l'enseignement fondamental et l'enseignement secondaire ordinaire et spécialisé, le pourcentage visé à l'alinéa 1er est augmenté de 1.52 point de pourcentage et porté à 76.52%. A partir de 2026, ce pourcentage est augmenté de 1.72 point de pourcentage par an pour atteindre 92% en 2034. ".
Afdeling 10. - Bepaling tot wijziging van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs met betrekking tot de inschrijvingsprocedure
Section 10. - Disposition modifiant le Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire à propos du processus des inscriptions
Art. 28. In artikel 1.7.7-5, § 1, 8°, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs worden de woorden "1 januari 2025" vervangen door de woorden "1 januari 2027".
Art. 28. Dans l'article 1.7.7-5, § 1er, 8°, du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire, les mots " 1er janvier 2025 " sont remplacés par les mots " 1er janvier 2027 ".
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen betreffende schoolgebouwen
CHAPITRE 2. - Dispositions relatives aux bâtiments scolaires
Afdeling 1. - Bepalingen betreffende het klassieke fonds voor schoolgebouwen
Section 1. - Dispositions relatives au fonds classique des bâtiments scolaires
Art. 29. In artikel 2 van het decreet van 16 mei 2024 betreffende de financiering van schoolgebouwen tot wijziging van artikel 8/3 van het decreet van 5 februari 1990 wordt het bedrag van 47.207.483 euro, vastgelegd in § 2, 1°, vervangen door het bedrag van 46.262.893 euro.
Art. 29. A l'article 2 du décret du 16 mai 2024 relatif au financement des bâtiments scolaires modifiant l'article 8/3 du décret du 5 février 1990, le montant de 47.207.483 EUR prévu au § 2, 1°, est remplacé par le montant de 46.262.893 EUR.
Art. 30. In artikel 44 van hetzelfde decreet wordt het bedrag van 49.996.988 euro, vastgelegd in 1°, a), vervangen door het bedrag van 48.996.833 euro.
Art. 30. A l'article 44 du même décret, le montant de 49.996.988 EUR prévu au 1°, a), est remplacé par le montant de 48.996.833 EUR.
Art. 31. In artikel 46 van hetzelfde decreet wordt het bedrag van 41.477.829 euro, vastgelegd in 1°, a), vervangen door het bedrag van 40.647.974 euro.
Art. 31. A l'article 46 du même décret, le montant de 41.477.829 EUR prévu au 1°, a), est remplacé par le montant de 40.647.974 EUR.
Afdeling 2. - Bepalingen betreffende het Garantiefonds voor schoolgebouwen
Section 2. - Dispositions relatives au Fonds de garantie des bâtiments scolaires
Art. 32. Artikel 12 van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidend als volgt:
  " § 4. Niettegenstaande de verhoging bepaald in de §§ 1, 2 en 3, wordt het bedrag voorzien in artikel 9, § 7, voor het vrij net verhoogd met 5.600.000 euro in 2024.
  Deze verhoging moet het mogelijk maken om gewaarborgde leningen toe te kennen voor dossiers die al een subsidietoezegging of -overeenkomst genieten in het kader van het financieringsmechanisme dat wordt geregeld door het decreet van 30 september 2021 betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht.".
Art. 32. L'article 12 du décret du 5 février 1990 relatif aux bâtiments scolaires de l'enseignement non universitaire organisé ou subventionné par la Communauté française est complété par le paragraphe 4 rédigé comme suit :
  " § 4. Nonobstant la majoration prévue par les §§ 1er, 2 et 3, le montant prévu pour le réseau libre par l'article 9, § 7, est majoré de 5.600.000 euros en 2024.
  Cette majoration doit permettre d'octroyer des emprunts garantis pour les dossiers bénéficiant déjà d'une promesse ou d'un accord de subventionnement dans le cadre du mécanisme de financement régi par le décret du 30 septembre 2021 relatif au plan d'investissement dans les bâtiments scolaires établi dans le cadre du plan de reprise et résilience européen. ".
Art. 33. Artikel 9, § 7, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
  "Voor het jaar 2025 wordt het maximumbedrag aan leningen die kunnen worden gegarandeerd voor het vrij net als bedoeld in het eerste lid verlaagd met 5.600.000 euro.".
Art. 33. L'article 9, § 7, du même décret est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Pour l'année 2025, le montant maximum des emprunts qui peuvent être garantis pour le réseau libre prévu à l'alinéa 1er est réduit de 5.600.000 euros. ".
Afdeling 3. - Bepaling betreffende het Uitzonderlijke Investeringsprogramma in schoolgebouwen
Section 3. - Disposition relative au Programme d'investissement exceptionnel dans les bâtiments scolaires
Art. 34. In artikel 3, § 1, 4°, van het decreet van 27 april 2023 betreffende het uitzonderlijke investeringsplan voor schoolgebouwen worden de woorden "in de loop van het eerste kwartaal 2025" vervangen door de woorden "uiterlijk in de loop van het eerste kwartaal 2026".
Art. 34. A l'article 3, § 1er, 4°, du décret du 27 avril 2023 relatif au plan d'investissement exceptionnel dans les bâtiments scolaires, les mots " dans le courant du 1er trimestre 2025 " sont remplacés par les mots " au plus tard dans le courant du 1er trimestre 2026 ".
Afdeling 4. - Bepalingen betreffende de hervorming van schoolgebouwen
Section 4. - Dispositions relatives à la réforme des bâtiments scolaires
Art. 35. Artikel 51 van het decreet van 16 mei 2024 betreffende de financiering van schoolgebouwen wordt vervangen als volgt:
  "Artikel 51 - Artikelen 7, § 1 en § 2, 7/1 en 7/2 van het decreet van 16 november 2007 betreffende het prioritaire Programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, worden opgeheven.
  Artikel 7, § 1/1, van hetzelfde decreet wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van artikel 30, uiterlijk op 31 december 2025, overeenkomstig artikel 56, tweede lid.".
Art. 35. L'article 51 du décret du 16 mai 2024 relatif au financement des bâtiments scolaires est remplacé par ce qui suit :
  " Article 51 - Les articles 7, § 1er et § 2, 7/1 et 7/2 du décret du 16 novembre 2007 relatif au Programme prioritaire de travaux en faveur des bâtiments scolaires de l'enseignement fondamental ordinaire et spécialisé, de l'enseignement secondaire ordinaire, spécialisé et de promotion sociale, de l'enseignement artistique à horaire réduit, des centres psycho-médico-sociaux ainsi que des internats de l'enseignement fondamental et secondaire, ordinaire et spécialisé, organisés ou subventionnés par la Communauté française sont abrogés.
  L'article 7, § 1er/1 du même décret est abrogé lors de l'entrée en vigueur de l'article 30, au plus tard au 31 décembre 2025, conformément à l'article 56, alinéa 2. " ;
Art. 36. Artikel 56 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt:
  "Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2025.
  Artikelen 3, tweede lid, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 43, 46, 3°, a), 49, 2°, en 55 treden echter in werking op 31 december 2025, tenzij de Regering een datum van inwerkingtreding vóór 31 december 2025 vaststelt.
  Artikelen 6, tweede lid, 11°, 53 en 54 hebben uitwerking met ingang van 1 mei 2023.".
Art. 36. L'article 56 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2025.
  Toutefois, les articles 3, alinéa 2, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 43, 46, 3°, a), 49, 2°, et 55 entrent en vigueur le 31 décembre 2025 à moins que le Gouvernement ne fixe une date d'entrée en vigueur antérieure au 31 décembre 2025.
  Les articles 6, alinéa 2, 11°, 53 et 54 produisent leurs effets au 1er mai 2023. ".
HOOFDSTUK 3. - Bepalingen betreffende hoger onderwijs en gelijkstellingen
CHAPITRE 3. - Dispositions relatives à l'enseignement supérieur et aux équivalences
Afdeling 1. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving
Section 1. - Dispositions modifiant la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement
Art. 37. In het twaalfde lid van § 3 van artikel 3 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, ingevoegd door artikel 1 van het decreet van 19 oktober 2023 tot wijziging van deze wet van 29 mei 1959 op het gebied van de financiering van de Hogere Kunstscholen, worden de woorden "zoals besloten op 15 juni van het voorgaande jaar" ingevoegd tussen de woorden "per regelmatig ingeschreven en voor financiering in aanmerking genomen student" en de woorden ", wordt".
Art. 37. A l'alinéa 12 du § 3 de l'article 3 de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement, introduit par l'article 1er du décret du 19 octobre 2023 modifiant cette loi du 29 mai 1959 en matière de financement des Ecoles supérieures des Arts, les mots " tel qu'arrêté au 15 juin de l'année qui précède " sont ajoutés entre les mots " par étudiant régulièrement inscrit et finançable " et les mots ", il est attribué ".
Art. 38. In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in § 2bis worden de woorden ", alsook de bedragen van het specifieke inschrijvingsgeld geïnd, overeenkomstig artikelen 59, 60 en 61 van de wet van 21 juni 1985 betreffende het onderwijs," vervangen door ", alsook de bedragen van het specifieke inschrijvingsgeld geïnd in toepassing van artikel 105, § 1, vierde lid, van het decreet van 7 november 2013,";
  2° in § 2ter-bis, eerste lid, worden de woorden "alsook de bedragen van het specifieke inschrijvingsgeld geïnd, overeenkomstig artikelen 59, 60 en 61 van de wet van 21 juni 1985 betreffende het onderwijs" vervangen door de woorden ", alsook de bedragen van het specifieke inschrijvingsgeld geïnd in toepassing van artikel 105, § 1, vierde lid, van het decreet van 7 november 2013,".
Art. 38. A l'article 12 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au § 2bis, les mots ", ainsi que les montants des droits d'inscription spécifiques perçus, conformément aux articles 59, 60 et 61 de la loi du 21 juin 1985 concernant l'enseignement, " sont remplacés par ", ainsi que les montants des droits d'inscription spécifiques perçus en application de l'article 105, § 1er, alinéa 4 du décret du 7 novembre 2013, " ;
  2° au § 2ter-bis, alinéa 1er, les mots " ainsi que les montants des droits d'inscription spécifiques perçus, conformément aux articles 59, 60 et 61 de la loi du 21 juin 1985 concernant l'enseignement " sont remplacés par les mots " , ainsi que les montants des droits d'inscription spécifiques perçus en application de l'article 105, § 1er, alinéa 4, du décret du 7 novembre 2013, ".
Art. 39. In artikel 32 van dezelfde wet wordt § 2bis aangevuld met het volgende lid:
  "In afwijking van de voorgaande leden wordt het bedrag van de werkingssubsidies voor de hogere kunstscholen berekend op basis van het aantal regelmatig ingeschreven en voor financiering in aanmerking genomen studenten, zoals besloten op 15 juni van het voorafgaande jaar.".
Art. 39. A l'article 32 de la même loi, le § 2bis est complété par l'alinéa suivant :
  " Par dérogation aux alinéas précédents, le montant des subventions de fonctionnement des écoles supérieures des arts est calculé en fonction du nombre d'étudiants régulièrement inscrits et finançables tel qu'arrêté au 15 juin de l'année qui précède. ".
Afdeling 2. - Bepaling tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 20 juli 1971 tot vaststelling van de voorwaarden tot en de procedure van het verlenen van de gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften
Section 2. - Disposition modifiant l'Arrêté royal du 20 juillet 1971 déterminant les conditions et la procédure d'octroi de l'équivalence des diplômes et certificats d'études étrangers
Art. 40. In artikel 9bis, 3°, van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 tot vaststelling van de voorwaarden tot en de procedure van het verlenen van de gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften worden de woorden "200 EUR" vervangen door de woorden "400 EUR".
Art. 40. A l'article 9bis, 3°, de l'arrêté royal du 20 juillet 1971 déterminant les conditions et la procédure d'octroi de l'équivalence des diplômes et certificats d'études étrangers, les mots " 200 EUR " sont remplacés par les mots " 400 EUR ".
Afdeling 3. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instelling en tot regeling van een probleem van boekhoudkundige onderbreking opgezegd door het Rekenhof
Section 3. - Dispositions modifiant la loi du 27 juillet 1971 sur le financement et le contrôle des institutions universitaires et réglant un problème de césure comptable dénoncé par la Cour des comptes
Art. 41. Een subsidie van 8.924.000 euro wordt uitbetaald aan het "Centre hospitalier universitaire de Liège" vóór 31 december 2024.
Art. 41. Une subvention d'un montant de 8.924.000 euros est liquidée au Centre hospitalier universitaire de Liège avant le 31 décembre 2024.
Art. 42. In artikel 36 van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instelling wordt een vijfde lid ingevoegd, luidend als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid, voor december, wordt de werkingstoelage uiterlijk beschikbaar gesteld op de laatste dag van de maand waarop de twaalfde betrekking heeft.".
Art. 42. A l'article 36 de la loi du 27 juillet 1971 sur le financement et le contrôle des institutions universitaires, un alinéa 5 rédigé comme suit est inséré :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, pour le mois de décembre, l'allocation de fonctionnement est mise à disposition au plus tard le dernier jour du mois auquel le douzième se rapporte. ".
Art. 43. In artikel 36bis van dezelfde wet wordt een vierde lid ingevoegd, luidend als volgt:
  "Vanaf het begrotingsjaar 2025 wordt een bedrag van € 3.000.000 in mindering gebracht op de som van de in het eerste lid bedoelde extra toelagen. De inhouding van dit bedrag wordt verdeeld tussen de universitaire instellingen volgens de verhouding tussen het aantal studenten ingeschreven in elke instelling tijdens de drie voorafgaande academiejaren na betaling van het verhoogde inschrijvingsgeld en het totale aantal studenten ingeschreven tijdens diezelfde academiejaren na betaling van dit inschrijvingsgeld in alle betrokken instellingen.".
Art. 43. A l'article 36bis de la même loi, il est ajouté un 4e alinéa rédigé comme suit :
  " A partir de l'année budgétaire 2025, un montant de 3 000 000 € est déduit de la somme des allocations complémentaires visées à l'alinéa 1er. La déduction de ce montant est répartie entre les institutions universitaires en fonction du rapport entre le nombre d'étudiants inscrits dans chaque institution lors des trois années académiques qui précèdent après paiement des droits d'inscription majorés et le nombre total d'étudiants inscrits lors de ces mêmes années académiques après paiement de ces droits dans l'ensemble des institutions concernées. ".
Afdeling 4. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen
Section 4. - Dispositions modifiant le décret du 9 septembre 1996 relatif au financement des Hautes Ecoles organisées ou subventionnées par la Communauté française
Art. 44. In artikel 9 van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen wordt een lid ingevoegd, luidend als volgt:
  "Voor het begrotingsjaar 2024 wordt een bedrag van 3.000.000 euro toegevoegd aan het bedrag dat wordt verkregen bij toepassing van leden 1 tot 4, 6 tot 7 en 10 tot 14. Vanaf 2025 wordt dit bedrag geïndexeerd overeenkomstig artikel 9bis.".
Art. 44. A l'article 9 du décret du 9 septembre 1996 relatif au financement des Hautes Ecoles organisées ou subventionnées par la Communauté française, il est ajouté un alinéa rédigé comme suit :
  " Pour l'année budgétaire 2024, un montant de 3.000.000 euros est ajouté au montant obtenu en application des alinéas 1 à 4 et 6 à 7 et 10 à 14. A partir de l'année 2025, ce montant est indexé conformément à l'article 9bis. ".
Art. 45. Artikel 21sexies van hetzelfde decreet wordt aangevuld met het volgende lid:
  "Vanaf het begrotingsjaar 2025 wordt een bedrag van € 3.000.000 in mindering gebracht op de som van de in het eerste lid bedoelde extra toelagen. De inhouding van dit bedrag wordt verdeeld tussen de hogescholen volgens de verhouding tussen het aantal studenten ingeschreven in elke instelling tijdens de drie voorafgaande academiejaren na betaling van het specifieke inschrijvingsgeld en het totale aantal studenten ingeschreven tijdens diezelfde academiejaren na betaling van dit inschrijvingsgeld in alle betrokken instellingen.".
Art. 45. L'article 21sexies du même décret est complété par l'alinéa suivant :
  " A partir de l'année budgétaire 2025, un montant de 3.000.000 € est déduit de la somme des allocations complémentaires visées à l'alinéa 1er. La déduction de ce montant est répartie entre les hautes écoles en fonction du rapport entre le nombre d'étudiants inscrits dans chaque institution lors des trois années académiques qui précèdent après paiement des droits d'inscription spécifiques et le nombre total d'étudiants inscrits lors de ces mêmes années académiques après paiement de ces droits dans l'ensemble des institutions concernées. ".
Afdeling 5. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 19 juli 2010 betreffende de kosteloosheid en de democratisering van het hoger onderwijs
Section 5. - Disposition modifiant le décret du 19 juillet 2010 relatif à la gratuité et à la démocratisation de l'enseignement supérieur
Art. 46. Een artikel 17bis wordt ingevoegd in het decreet van 19 juli 2010 betreffende de kosteloosheid en de democratisering van het hoger onderwijs, luidend als volgt:
  "Art. 17bis. Vanaf het begrotingsjaar 2025 wordt een bedrag van € 500 000 in mindering gebracht op de som van de in artikel 15 bedoelde extra toelagen vermeerderd met de in artikel 17 bedoelde toelage voor de bevordering van de democratisering. De inhouding van dit bedrag wordt verdeeld tussen de hogere kunstscholen volgens de verhouding tussen het aantal studenten ingeschreven in elke instelling tijdens de drie voorafgaande academiejaren na betaling van het specifieke inschrijvingsgeld en het totale aantal studenten ingeschreven tijdens diezelfde academiejaren na betaling van dit inschrijvingsgeld in alle betrokken instellingen.".
Art. 46. Un article 17bis, rédigé comme suit, est inséré au sein du décret du 19 juillet 2010 relatif à la gratuité et à la démocratisation de l'enseignement supérieur :
  " Art. 17bis. A partir de l'année budgétaire 2025, un montant de 500 000 € est déduit de la somme des allocations complémentaires visées à l'article 15 augmentée de l'allocation d'aide à la démocratisation visée à l'article 17. La déduction de ce montant est répartie entre les écoles supérieures des arts en fonction du rapport entre le nombre d'étudiants inscrits dans chaque institution lors des trois années académiques qui précèdent après paiement des droits d'inscription spécifiques et le nombre total d'étudiants inscrits lors de ces mêmes années académiques après paiement de ces droits dans l'ensemble des institutions concernées. ".
Afdeling 6. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studie
Section 6. - Dispositions modifiant le décret du 7 novembre 2013 définissant le paysage de l'enseignement supérieur et l'organisation académique des études
Art. 47. In artikel 27, eerste lid, van het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studie worden de cijfers "3.500.000" vervangen door de cijfers "2.760.000".
Art. 47. A l'article 27, alinéa 1er, du décret du 7 novembre 2013 définissant le paysage de l'enseignement supérieur et l'organisation académique des études, les chiffres " 3.500.000 " sont remplacés par les chiffres " 2.760.000 ".
Art. 48. In artikel 95/2, § 3, van hetzelfde decreet worden de woorden "en, in voorkomend geval, de bijdrage bedoeld in artikel 105, § 3bis," toegevoegd na de woorden "Het inschrijvingsgeld".
Art. 48. A l'article 95/2, § 3, du même décret, les mots " et, le cas échéant, la contribution visée à l'article 105, § 3bis, " sont ajoutés après les mots " Les droits d'inscription ".
Art. 49. In artikel 102, § 1, derde lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "van zijn inschrijving" vervangen door de woorden "verschuldigd voor zijn inschrijving, in voorkomend geval met inbegrip van de aanvullende bijdrage bedoeld in artikel 105, § 3bis,".
Art. 49. A l'article 102, § 1er, alinéa 3 du même décret, les mots " de son inscription " sont remplacés par les mots " dû pour son inscription, en ce compris le cas échéant la contribution supplémentaire visée à l'article 105, § 3bis, ".
Art. 50. In artikel 105 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het vierde lid en het vijfde lid van § 1 worden opgeheven;
  2° een § 3bis wordt ingevoegd, luidend als volgt:
  " § 3bis. Studenten die niet voldoen aan één van de voorwaarden vastgelegd in artikel 3, § 1, eerste lid, van het voornoemde decreet van 11 april 2014 zijn een bijkomende bijdrage verschuldigd.
  De volgende studenten zijn echter vrijgesteld van deze bijdrage:
  1° studenten die onderdanen zijn van een land dat op de LDC-lijst (Least Developed Countries) van de VN staat;
  2° studenten die ingeschreven zijn in een inrichting bedoeld in artikel 10 en die onderdaan zijn van een land dat niet staat op de LDC-lijst bedoeld in 1° en waarvan de lijst wordt opgesteld door de ARES;
  3° studenten die houders zijn van een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs uitgereikt door een inrichting voor secundair onderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap na twee jaar in het onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;
  4° studenten die ingeschreven zijn in een studieprogramma van de derde cyclus;
  5° studenten die ingeschreven zijn in een GHSO-programma of een masterprogramma in onderwijs dat dit vervangt;
  6° studenten die begunstigden zijn van een beurs toegekend door Wallonie-Bruxelles International.
  Het bedrag van deze bijdrage is vastgesteld op € 4175.
  Deze paragraaf is niet van toepassing op studies die aanleiding geven tot een gezamenlijke diplomering die worden georganiseerd in het kader van bijzondere programma's bepaald door de Europese Unie.";
  3° in § 4 worden de woorden "en/of de aanvullende bijdrage bedoeld in § 3bis" ingevoegd tussen de woorden "andere kortingen toestaan inzake inschrijvingsgeld" en "ten laste van hun sociale toelagen of subsidies".
Art. 50. A l'article 105 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les alinéas 4 et 5 du § 1er sont abrogés ;
  2° il est inséré un § 3bis rédigé comme suit :
  " § 3bis. Les étudiants ne répondant pas à l'une des conditions fixées par l'article 3, § 1er, alinéa 1er, du décret du 11 avril 2014 précité sont redevables d'une contribution supplémentaire.
  Sont néanmoins exemptés de cette contribution, les étudiants :
  1° ressortissants d'un pays membre de la liste LDC (Least Developed Countries) de l'ONU ;
  2° inscrits dans un établissement visé à l'article 10 et ressortissants d'un pays non repris dans la liste LDC visée au 1° et dont la liste est établie par l'ARES ;
  3° titulaires d'un certificat de l'enseignement secondaire supérieur délivré par un établissement d'enseignement secondaire de plein exercice ou de promotion sociale organisé ou subventionné par la Communauté française au terme de deux années de scolarité au sein de l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française ;
  4° inscrits à un programme d'études de 3e cycle ;
  5° inscrits à un programme d'AESS, ou à tout programme de master en enseignement qui le remplacerait ;
  6° bénéficiaires d'une bourse délivrée par Wallonie-Bruxelles International.
  Le montant de cette contribution est fixé à 4175 €.
  Ce paragraphe ne s'applique pas aux études co-diplômantes organisées dans le cadre de programmes particuliers définis par l'Union européenne. " ;
  3° au § 4, les mots " et/ou de la contribution supplémentaire visé au § 3bis, " sont insérés entre les mots " d'autres réductions des droits d'inscription " et " à charge de leurs allocations ou subsides sociaux ".
Art. 51. In artikel 139/1, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "dat aan de instelling voor hoger onderwijs wordt betaald, is" vervangen door de woorden "en, in voorkomend geval, de bijdrage bedoeld in artikel 105, § 3bis, die aan de instelling voor hoger onderwijs worden betaald, zijn".
Art. 51. A l'article 139/1, alinéa 1er, du même décret, les mots " et, le cas échéant, la contribution visée à l'article 105, § 3bis, " sont insérés entre les mots " Les droits d'inscription " et les mots " versés à l'établissement d'enseignement supérieur sont définitivement acquis à celui-ci ".
Afdeling 7. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 11 april 2014 tot aanpassing van de financiering van de instellingen voor hoger onderwijs aan de nieuwe organisatie van de studies en het decreet van 31 mei 2024 waarbij de toegankelijkheid tot studies vergroot wordt, de financierbaarheid van studenten gegarandeerd wordt en een becijferde sturing ingevoerd wordt
Section 7. - Dispositions modifiant le décret du 11 avril 2014 adaptant le financement des établissements d'enseignement supérieur à la nouvelle organisation des études et le décret du 31 mai 2024 en vue de renforcer l'accessibilité aux études, de garantir la finançabilité des étudiants et d'instaurer un pilotage chiffré
Art. 52. In artikel 3 van het decreet van 11 april 2014 tot aanpassing van de financiering van de instellingen voor hoger onderwijs aan de nieuwe organisatie van de studies worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in § 1 worden de woorden ", behalve als de student geslaagd is voor de toelatingsproef tot een Hogere Kunstschool bedoeld in artikel 110 van het bovenvermelde decreet van 7 november 2013," opgeheven;
  2° § 3 wordt aangevuld met het volgende lid:
  "In afwijking van het eerste lid wordt een student die geslaagd is voor de toelatingsproef tot een Hogere Kunstschool bedoeld in artikel 110 van het bovenvermelde decreet van 7 november 2013 in aanmerking genomen voor de financiering, ook al voldoet hij niet aan één van de voorwaarden vastgelegd in de eerste paragraaf.".
Art. 52. A l'article 3 du décret du 11 avril 2014 adaptant le financement des établissements d'enseignement supérieur à la nouvelle organisation des études, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au § 1er, les mots ", sauf s'il est lauréat de l'épreuve d'admission à une Ecole supérieure des Arts visée à l'article 110 du décret du 7 novembre 2013 précité " sont abrogés ;
  2° le § 3 est complété par l'alinéa suivant :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, l'étudiant lauréat de l'épreuve d'admission d'une Ecole supérieure des Arts visée à l'article 110 du décret du 7 novembre 2013 précité est pris en compte pour le financement même s'il ne satisfait pas à l'une des conditions déterminées au paragraphe 1er. ".
Art. 53. Het decreet van 31 mei 2024 waarbij de toegankelijkheid tot studies vergroot wordt, de financierbaarheid van studenten gegarandeerd wordt en een becijferde sturing ingevoerd wordt, wordt opgeheven, met uitzondering van artikelen 4 en 10.
Art. 53. Le décret du 31 mai 2024 en vue de renforcer l'accessibilité aux études, de garantir la finançabilité des étudiants et d'instaurer un pilotage chiffré est abrogé à l'exception des articles 4 et 10.
Afdeling 8. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 29 maart 2017 betreffende de studie geneeskunde en de studie tandheelkunde
Section 8. - Disposition modifiant le décret du 29 mars 2017 relatif aux études de sciences médicales et dentaires
Art. 54. In artikel 5 van het decreet van 29 maart 2017 betreffende de studie geneeskunde en de studie tandheelkunde wordt het woord "minimale" geschrapt.
Art. 54. A l'article 5 du décret du 29 mars 2017 relatif aux études de sciences médicales et dentaires, le mot " minimum " est supprimé.
Afdeling 9. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 2 december 2021 tot wijziging van het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies en andere wetgevingen inzake hoger onderwijs
Section 9. - Disposition modifiant le décret du 2 décembre 2021 modifiant le décret du 7 novembre 2013 définissant le paysage de l'enseignement supérieur et l'organisation académique des études et d'autres législations en matière d'enseignement supérieur
Art. 55. Artikel 29 van het decreet van 2 december 2021 tot wijziging van het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies en andere wetgevingen inzake hoger onderwijs, zoals vervangen door het decreet van 31 mei 2024, wordt vervangen als volgt:
  "Vanaf het academiejaar 2025-2026 zullen de ARES en de diensten van de Regering jaarlijks bij de inrichtingen voor hoger onderwijs de gegevens verzamelen die nodig zijn om het door dit decreet ingevoerde systeem met betrekking tot het studententraject te evalueren. De indicatoren die op basis van deze gegevens worden geproduceerd, worden bepaald door de ARES en de diensten van de Regering. Daartoe zullen de ARES en de diensten van de Regering de gegevens van elke inrichting ontvangen per studiegebied.
  De indicatoren hebben ten minste betrekking op:
  1° het slagingspercentage voor de eerste 60 studiepunten van de eerste cyclus
  2° het aantal studiepunten dat opeenvolgende cohorten studenten in vijf jaar hebben verzameld
  3° de duur van de studies
  4° het afstudeerpercentage
  5° het aantal studenten dat een cursus verlaat zonder af te studeren
  6° het percentage ingeschreven studenten dat niet in aanmerking komt voor financiering
  7° het percentage studenten dat beroep aantekent tegen een beslissing tot weigering van inschrijving op basis van artikel 96, § 1, 3°, van het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studie
  8° het percentage beroepen bedoeld in 7° dat resulteert in een positieve beslissing
  9° het percentage beroepen bedoeld in 7° dat resulteert in een negatieve beslissing.".
Art. 55. L'article 29 du décret du 2 décembre 2021 modifiant le décret du 7 novembre 2013 définissant le paysage de l'enseignement supérieur et l'organisation académique des études et d'autres législations en matière d'enseignement supérieur, tel que remplacé par le décret du 31 mai 2024, est remplacé par ce qui suit :
  " A partir de l'année académique 2025-2026, l'ARES et les services du Gouvernement collectent annuellement auprès des établissements d'enseignement supérieur les données utiles à l'évaluation du dispositif mis en place par le présent décret en ce qui concerne le parcours des étudiants. Les indicateurs à produire à partir de ces données sont déterminés par l'ARES et les services du Gouvernement. A cette fin, l'ARES et les services du Gouvernement recevront les données de chaque établissement par domaine d'études.
  Les indicateurs portent au minimum sur :
  1° le taux de réussite des 60 premiers crédits du premier cycle
  2° le nombre de crédits accumulés en cinq ans par les cohortes successives d'étudiants
  3° la durée des études
  4° le taux de diplomation
  5° le nombre d'étudiants qui quittent un cursus sans avoir été diplômés
  6° le pourcentage d'étudiants qui sont inscrits en n'étant pas finançables
  7° le pourcentage d'étudiants qui introduisent un recours à l'encontre d'une décision de refus d'inscription fondée sur l'article 96, § 1er, 3°, du décret du 7 novembre 2013 définissant le paysage de l'enseignement supérieur et l'organisation académique des études
  8° le pourcentage des recours visés au 7° qui aboutissent à une décision positive
  9° le pourcentage des recours visés au 7° qui aboutissent à une décision négative. ".
HOOFDSTUK 4. - Bepaling betreffende het wetenschappelijk onderzoek
CHAPITRE 4. - Disposition relative à la recherche scientifique
Art. 56. In het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen in de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen wordt artikel 7quinquies aangevuld met drie paragrafen, luidend als volgt:
  " § 7. In afwijking van de eerste paragraaf, vierde lid, zijn de inrichtende machten voor het jaar 2024 vrijgesteld van het indienen van hun financieringsaanvragen bij de Administratie belast met het Hoger Onderwijs.
  Een eerste tranche van zeventig procent van het in de eerste paragraaf bedoelde bedrag wordt vóór 31 december 2024 in de vorm van een voorschot aan de Hogescholen uitbetaald. Het saldo van het in de eerste paragraaf vastgelegde bedrag bedraagt maximaal dertig procent.
  Uiterlijk op 31 maart 2025 sturen de inrichtende machten de Administratie de documenten en stukken waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden en de procedure genoemd in paragraaf 4, alsook een lijst, overeenkomstig het door de Administratie toegezonden model, van de personeelsleden die sinds 1 januari 2024 een onderzoeksopdracht met volledige of onvolledige uitvoering hebben gekregen, waarvan zij verzoeken om deze in mindering te brengen op het toegekende bedrag als omschreven in § 1, eerste tot en met derde lid, toe.
  De in het derde lid bedoelde lijst van personeelsleden kan volgende personeelsleden omvatten:
  1° leerkrachten wier leslast door de Hogeschool gedeeltelijk is verminderd om zich te kunnen wijden aan een onderzoeksopdracht en voor wie de Hogeschool een vervanger aanneemt;
  2° leerkrachten die lesuren van hun onderwijsopdracht verliezen en aan een onderzoeksopdracht beginnen;
  3° mensen die specifiek door de Hogeschool of door het Patrimonium worden aangeworven om een onderzoeksopdracht uit te voeren.
  De inrichtende machten voegen de bewijsstukken bij met betrekking tot de door hen betaalde wedden en patronale en sociale bijdragen van de leerkracht-onderzoekers.
  § 8. De Administratie verifieert de overeenkomstig paragraaf 7 meegedeelde informatie en berekent het verschil tussen het gerechtvaardigde bedrag en het in de eerste paragraaf bedoelde bedrag.
  De Administratie vereffent het saldo van het bedrag in paragraaf 7, tweede lid, geheel of gedeeltel[00c4][00b3]k, of vordert het bedrag terug dat niet gerechtvaardigd is in verhouding tot de enveloppe die overeenkomstig paragraaf 7, tweede lid, is vereffend.
  § 9. In afwijking van paragraaf 5 heeft de onderzoekopdracht van het geselecteerde personeelslid voor het jaar 2024 een looptijd van minimaal drie maanden en maximaal drie jaar.
  In afwijking van het eerste lid kan, om tegemoet te komen aan de behoeften van het onderzoeksproject, de opdracht met maximaal één jaar worden verlengd door de inrichtende macht, uiterlijk één maand voor het einde van de onderzoeksopdracht van het betrokken personeelslid, op een met redenen omkleed voorstel van de academische autoriteiten van de Hogeschool.
  In de volgende gevallen kan de opdracht worden opgeschort:
  1° het optreden van een geval van overmacht;
  2° moederschaps-, vaderschaps-, ouderschaps- of adoptieverlof voor het personeelslid dat verantwoordelijk is voor de onderzoeksopdracht;
  3° ziekteverlof van meer dan 30 dagen voor het personeelslid dat verantwoordelijk is voor de onderzoeksopdracht.
  Op gemotiveerd voorstel van de academische autoriteiten kan de inrichtende macht van de Hogeschool de onderzoeksopdracht beëindigen:
  1° indien het personeelslid een verzoek daarover indient bij de inrichtende macht;
  2° indien de onderzoeksopdracht ongunstig wordt beoordeeld door de academische autoriteiten;
  3° in geval van overmacht."
Art. 56. Dans le décret du 25 juillet 1996 relatif aux charges et emplois des Hautes Ecoles organisées ou subventionnées par la Communauté française, l'article 7quinquies est complété par trois paragraphes rédigés comme suit :
  " § 7. Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa 4, pour l'année 2024, les pouvoirs organisateurs sont dispensés d'introduire leurs demandes de financement auprès de l'Administration en charge de l'Enseignement supérieur.
  Une première tranche de septante pour cent du montant prévu au paragraphe 1er est liquidée sous forme d'avance au profit des Hautes Ecoles avant le 31 décembre 2024. Le solde du montant prévu au paragraphe 1er est de trente pour cent maximum.
  Les pouvoirs organisateurs transmettent à l'Administration, pour le 31 mars 2025 au plus tard, les documents et pièces qui démontrent le respect des conditions et de la procédure énoncées au paragraphe 4 ainsi qu'une liste, selon le modèle transmis par l'Administration, des membres du personnel s'étant vu octroyer une mission de recherche à prestations complètes ou incomplètes, depuis le 1er janvier 2024 dont elles demandent l'imputation sur le montant alloué tel que défini au § 1er, alinéas 1 à 3.
  La liste des membres du personnel visée à l'alinéa 3 peut viser des :
  1° enseignants à qui la Haute Ecole a réduit en partie leur charge d'enseignement afin qu'ils puissent se consacrer à une mission de recherche et pour lesquels la Haute école engage un remplaçant ;
  2° enseignants en perte d'heures de cours de leur charge d'enseignement et débutant une mission de recherche ;
  3° personnes engagées spécifiquement par la Haute Ecole ou par leur Patrimoine pour réaliser une mission de recherche.
  Les pouvoirs organisateurs joignent à cet envoi les pièces justificatives relatives aux traitements et charges patronales et sociales des enseignants-chercheurs rémunérés par eux.
  § 8. L'Administration vérifie les informations communiquées conformément au paragraphe 7 et calcule la différence entre le montant justifié et le montant visé au paragraphe 1er.
  L'Administration soit met en liquidation tout ou partie du solde du montant au paragraphe 7, alinéa 2, soit récupère le montant non justifié par rapport à l'enveloppe liquidée en vertu du paragraphe 7, alinéa 2.
  § 9. Par dérogation au paragraphe 5, pour l'année 2024, la mission de recherche confiée au membre du personnel sélectionné est d'une durée de minimum trois mois et de maximum trois ans.
  Par dérogation à l'alinéa premier, pour rencontrer les besoins du projet de recherche, la mission peut être prorogée pour un an maximum par le pouvoir organisateur, au plus tard un mois avant la fin de la mission de recherche du membre du personnel concerné, sur proposition motivée des autorités académiques de la Haute école.
  La mission peut être suspendue dans les cas suivants :
  1° la survenance d'un cas de force majeure ;
  2° le congé de maternité, de paternité, parental ou d'adoption du membre du personnel en charge de la mission de recherche ;
  3° le congé de maladie d'une durée supérieure à 30 jours du membre de personnel en charge de la mission de recherche.
  Sur proposition motivée des autorités académiques, le pouvoir organisateur de la Haute école peut mettre fin à la mission de recherche lorsque :
  1° le membre du personnel en fait la demande auprès du pouvoir organisateur ;
  2° la mission de recherche est évaluée de manière défavorable par les autorités académiques ; "
  3° en cas de force majeure.
HOOFDSTUK 5. - Bepalingen betreffende de instellingen die onder de consolidatiekring van de Franse Gemeenschap vallen
CHAPITRE 5. - Dispositions relatives aux organismes relevant du périmètre de consolidation de la Communauté française
Afdeling 1. - Bepalingen betreffende Wallonie-Bruxelles Enseignement
Section 1. - Dispositions relatives à Wallonie-Bruxelles Enseignement
Art. 57. In artikel 38 van het bijzonder decreet van 7 februari 2019 tot oprichting van de overheidsinstelling belast met het ambt van Inrichtende Macht voor het Onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap wordt een lid ingevoegd tussen het derde lid en het vierde lid, luidend als volgt: "In 2025 wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, 1°, verminderd met € 2.000.000.".
Art. 57. A l'article 38 du décret spécial du 7 février 2019 portant création de l'organisme public chargé de la fonction de Pouvoir organisateur de l'Enseignement organisé par la Communauté française, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 3 et 4 : " En 2025, le montant visé à l'alinéa 1er, 1°, est réduit de 2.000.000 €. ".
Art. 58. In artikel 38 van hetzelfde decreet wordt een lid ingevoegd tussen het vierde lid en het vijfde lid, luidend als volgt: "Voor de jaren 2025 tot 2029 is het bedrag, bedoeld in het eerste lid, 1°, niet langer gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen.".
Art. 58. A l'article 38 du même décret, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 4 et 5 : " Pour les années 2025 à 2029, le montant visé à l'alinéa 1er, 1°, n'est plus lié à la fluctuation de l'indice des prix à la consommation. ".
Art. 59. In artikel 65 van het decreet van 4 februari 2021 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de openbare bestuursinstellingen van de Franse Gemeenschap wordt het cijfer "2025" vervangen door het cijfer "2026".
Art. 59. A l'article 65 du décret du 4 février 2021 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des organismes administratifs publics de la Communauté française, le nombre " 2025 " est remplacé par le nombre " 2026 ".
Art. 60. In artikel 69 van het decreet van 4 februari 2021 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de openbare bestuursinstellingen van de Franse Gemeenschap wordt het cijfer "2025" vervangen door het cijfer "2026".
Art. 60. A l'article 69 du décret du 4 février 2021 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des organismes administratifs publics de la Communauté française, le nombre " 2025 " est remplacé par le nombre " 2026 ".
Afdeling 2. - Bepalingen betreffende het Agentschap voor de evaluatie van de kwaliteit van het hoger onderwijs, de Academie voor onderzoek en hoger onderwijs en het Nationaal Fonds voor wetenschappelijk onderzoek
Section 2. - Dispositions relatives à l'Agence pour l'évaluation de la qualité de l'enseignement supérieur, à l'Académie de recherche et d'enseignement supérieur et au Fonds national pour la recherche scientifique
Art. 61. Artikel 22 van het decreet van 22 februari 2008 houdende verschillende maatregelen betreffende de organisatie en de werking van het Agentschap voor de evaluatie van de kwaliteit van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hoger onderwijs wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
  "Voor de jaren 2025 tot 2029 blijft het bedrag van de dotatie vast en wordt het niet aangepast aan de gezondheidsindex of enige andere index.".
Art. 61. L'article 22 du décret du 22 février 2008 portant diverses mesures relatives à l'organisation et au fonctionnement de l'Agence pour l'évaluation de la qualité de l'enseignement supérieur organisé ou subventionné par la Communauté française est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Pour les années 2025 à 2029, le montant de la dotation reste fixe et n'est pas ajusté en fonction de l'indice santé ou de tout autre indice. ".
Art. 62. Artikel 27 van het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
  "Voor de jaren 2025 tot 2029 blijft het bedrag van de dotatie vast en wordt het niet aangepast aan de gezondheidsindex of enige andere index.".
Art. 62. L'article 27 du décret du 7 novembre 2013 définissant le paysage de l'enseignement supérieur et l'organisation académique des études est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Pour les années 2025 à 2029, le montant de la dotation reste fixe et n'est pas ajusté en fonction de l'indice santé ou de tout autre indice. ".
Art. 63. Artikel 24, tweede lid, van het decreet van 4 april 2024 inzake de financiering van onderzoek in instellingen voor hoger onderwijs wordt als volgt aangevuld:
  "Het aldus verkregen bedrag wordt voor 2025 verminderd met 1.500.000 euro.".
Art. 63. L'article 24, alinéa 2, du décret du 4 avril 2024 relatif au financement de la recherche dans les établissements d'enseignement supérieur, est complété comme suit :
  " Le montant ainsi obtenu est réduit de 1.500.000 euros pour l'année 2025. ".
Afdeling 3. - Bepalingen betreffende dotaties en subsidies aan bepaalde instellingen onder beheersovereenkomst
Section 3. - Dispositions relatives aux dotations et subventions à certains organismes sous contrat de gestion
Art. 64. Voor de jaren 2025 tot 2029, in afwijking van artikel 16, § 2, punt 4, van het decreet van 5 oktober 2023 betreffende het bestuur, de transparantie, de autonomie en de controle in verband met de instellingen, de maatschappijen voor schoolgebouwen en de maatschappijen voor vermogensbeheer die onder de Franse Gemeenschap ressorteren, kunnen de dotaties en subsidies, ten laste van de Franse Gemeenschap ten gunste van elke rechtspersoon die een beheersovereenkomst heeft met de Franse Gemeenschap, worden vastgesteld in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap, niettegenstaande andersluidende bepalingen in het decreet of het besluit tot oprichting van de begunstigde rechtspersoon.
  De bedingen van de beheersovereenkomsten waarin de bedragen en de regels voor de aanpassing van de aan de bedoelde rechtspersonen toegekende dotaties en subsidies worden vastgesteld, worden geschorst voor het begrotingsjaar waarin het eerste lid van dit artikel wordt toegepast.
  De toepassing van het eerste lid van dit artikel schorst artikel 16, § 4, derde zin, en § 5 van het voornoemde decreet van 5 oktober 2023, voor het jaar waarin dit lid wordt toegepast.
  In voorkomend geval wordt onderhandeld over een addendum aan de beheersovereenkomst tussen de Regering en de rechtspersoon om het bedrag van de dotaties en subsidies zoals bepaald in toepassing van het eerste lid en de opdrachten als overheidsdienst die aan deze rechtspersoon zijn toevertrouwd, aan te passen.
Art. 64. Pour les années 2025 à 2029, par dérogation à l'article 16, § 2, point 4, du décret du 5 octobre 2023 relatif à la gouvernance, à la transparence, à l'autonomie et au contrôle des organismes, des sociétés de bâtiments scolaires et des sociétés de gestion patrimoniale qui dépendent de la Communauté française, les dotations et subventions, à charge de la Communauté française, dont bénéficie toute personne morale sous contrat de gestion avec la Communauté française peuvent être fixées dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté française, nonobstant toute disposition contraire dans le décret ou l'arrêté qui porte création de la personne morale bénéficiaire.
  Les clauses des contrats de gestion fixant les montants et déterminant les règles d'adaptation des dotations et subventions octroyées aux personnes morales visées, sont suspendues pour l'année budgétaire au cours de laquelle il est fait application de l'alinéa 1er du présent article.
  L'application de l'alinéa 1er du présent article suspend l'article 16, § 4, troisième phrase, et § 5, du décret du 5 octobre 2023 précité, pour l'année au cours de laquelle il est fait application dudit alinéa.
  Le cas échéant, un avenant au contrat de gestion est négocié entre le Gouvernement et la personne morale afin d'adapter le montant des dotations et subventions tel que déterminé en application de l'alinéa 1er et les missions de service public qui lui sont confiées.
HOOFDSTUK 6. - Bepaling betreffende Cultuur
CHAPITRE 6. - Disposition relative à la Culture
Art. 65. In het decreet van 16 mei 2024 betreffende de steun voor de verspreiding van kunstproducties in de Franse Gemeenschap wordt artikel 42, § 1, vervangen door "De Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van dit decreet uiterlijk op 1 januari 2027. Bij gebrek daarvan treedt dit decreet in werking op 1 januari 2027.".
Art. 65. Dans le décret du 16 mai 2024 relatif au soutien à la diffusion des productions artistiques en Communauté française, l'article 42, § 1er, est remplacé par " Le Gouvernement fixe la date d'entrée en vigueur du présent décret à une date ne pouvant être postérieure au 1er janvier 2027. A défaut, le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2027. ".
HOOFDSTUK 7. - Overgangsbepaling
CHAPITRE 7. - Disposition transitoire
Art. 66. De volgende studenten moeten de bijdrage bedoeld in artikel 105, § 3bis, van het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies niet betalen en blijven de bedragen vastgesteld overeenkomstig artikel 105, § 1, vierde lid, van voormeld decreet van 7 november 2013 verschuldigd:
  1° tot en met het academiejaar 2026-2027, studenten ingeschreven in de eerste cyclus die in 2024-2025 een verhoogd inschrijvingsgeld of een specifiek inschrijvingsgeld betaald hebben en die, onverminderd de mogelijkheid tot gelijkstelling in de zin van artikel 3, § 1, van het decreet van 11 april 2014 tot aanpassing van de financiering van de instellingen voor hoger onderwijs aan de nieuwe organisatie van de studies of tot vrijstelling op grond van artikel 105, § 3bis, tweede lid, voor dezelfde cursus ingeschreven blijven zonder hun studies te onderbreken;
  2° tot en met het academiejaar 2025-2026, studenten ingeschreven in de 2de cyclus die een verhoogd inschrijvingsgeld of een specifiek inschrijvingsgeld betaald hebben in 2024-2025 die, onverminderd de mogelijkheid tot gelijkstelling in de zin van artikel 3, § 1, van voormeld decreet van 11 april 2014 of tot vrijstelling op grond van artikel 105, § 3bis, tweede lid, voor dezelfde cursus ingeschreven blijven zonder hun studies te onderbreken.
Art. 66. Ne doivent pas s'acquitter de la contribution visée à l'article 105, § 3bis, du décret du 7 novembre 2013 définissant le paysage de l'enseignement supérieur et l'organisation académique des études et restent redevables des montants fixés en application de l'article 105, § 1er, alinéa 4, du décret du 7 novembre 2013 précité :
  1° jusqu'à l'année académique 2026-2027 incluse, les étudiants inscrits au 1er cycle qui se sont acquitté d'un droit majoré ou d'un droit d'inscription spécifique en 2024-2025 qui, sans préjudice de la possibilité d'être assimilés au sens de l'article 3, § 1er, du décret du 11 avril 2014 adaptant le financement des établissements d'enseignement supérieur à la nouvelle organisation des études ou d'être exemptés en application de l'article 105, § 3bis, alinéa 2, restent inscrits dans le même cursus sans qu'ils n'interrompent leurs études ;
  2° jusqu'à l'année académique 2025-2026 incluse, les étudiants inscrits au 2e cycle qui se sont acquitté d'un droit majoré ou d'un droit d'inscription spécifique en 2024-2025 qui, sans préjudice de la possibilité d'être assimilés au sens de l'article 3, § 1er, du décret du 11 avril 2014 précité ou d'être exemptés en application de l'article 105, § 3bis, alinéa 2, restent inscrits dans le même cursus sans qu'ils n'interrompent leurs études.
HOOFDSTUK 8. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 8. - Entrée en vigueur
Art. 67. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2025.
  In afwijking van het eerste lid
  a) treedt afdeling 3 van Hoofdstuk 1 in werking op 25 augustus 2025;
  b) heeft artikel 11 uitwerking met ingang van 26 augustus 2024;
  c) heeft artikel 12 uitwerking van 26 augustus 2024 tot 31 december 2024;
  d) treedt afdeling 2 van hoofdstuk 2 in werking op 5 november 2024;
  e) heeft hoofdstuk 4 uitwerking met ingang van 1 januari 2024 en treedt buiten werking op 31 december 2025;
  f) heeft artikel 37 uitwerking met ingang van 1 januari 2024;
  g) hebben artikelen 41 en 42 uitwerking met ingang van 1 december 2024;
  h) heeft artikel 44 uitwerking met ingang van 1 januari 2024;
  i) treedt artikel 53 in werking vanaf het academiejaar 2025-2026;
  j) heeft artikel 55 uitwerking vanaf het academiejaar 2024-2025.
Art. 67. Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2025.
  Par dérogation à l'alinéa 1er,
  a) la section 3 du Chapitre 1er entre en vigueur le 25 août 2025;
  b) l'article 11 produit ses effets le 26 août 2024 ;
  c) l'article 12 produit ses effets du 26 août 2024 au 31 décembre 2024;
  d) la section 2 du chapitre 2 entre en vigueur au 5 novembre 2024;
  e) le chapitre 4 produit ses effets au 1er janvier 2024 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2025 ;
  f) l'article 37 porte ses effets le 1er janvier 2024 ;
  g) les articles 41 et 42 produisent leurs effets au 1er décembre 2024 ;
  h) l'article 44 produit ses effets au 1er janvier 2024 ;
  i) l'article 53 entre en vigueur à partir de l'année académique 2025-2026 ;
  j) l'article 55 produit ses effets à partir de l'année académique 2024-2025.