Artikel 1. In artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 juni 2014, 27 november 2015, 14 juli 2017 en 9 maart 2018, wordt punt 2° opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"2° hetzij worden uitgevoerd op basis van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen die afgeleverd is met toepassing van de wetgeving op de ruimtelijke ordening na advies van het agentschap én op voorwaarde van afwijking overeenkomstig artikel 10 als dat van toepassing is;".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
19 JULI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de regelgeving over soorten, soortenschade, wapens, visserij en jacht, tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 1985 houdende reglementering van de handelingen die het grondwater kunnen verontreinigen en tot wijziging van het Besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 betreffende de natuurbeheerplannen en de erkenning van natuurreservaten
Titre
19 JUILLET 2024. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant la réglementation relative aux espèces, aux dommages causés aux espèces, aux armes, à la pêche et à la chasse, abrogeant l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 mars 1985 réglementant les opérations susceptibles de polluer les eaux souterraines et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 relatif aux plans de gestion de la nature et à l'agrément de réserves naturelles
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Soortenbeslu...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het Soortenschad...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het Jachtadminis...
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het Jachtvoorwaa...
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het Besluit van...
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté du Gou...
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté relatif...
CHAPITRE 5. - Modifications de l'Arrêté sur les...
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 8. - Modifications de l'Arrêté relatif...
CHAPITRE 9. - Modifications de l'arrêté sur les...
CHAPITRE 10. - Modifications de l'arrêté du Gou...
CHAPITRE 11. - Dispositions finales
Tekst (92)
Texte (91)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 juillet 1998 fixant les modalités d'exécution du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel
Article 1er. Dans l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 octobre 1997 fixant les modalités d'exécution du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 6 juin 2014, 27 novembre 2015 et 9 mars 2018, le point 2° est rétabli dans la rédaction suivante :
" 2° soit être réalisé sur la base d'un permis d'environnement pour des actes urbanistiques délivré en application de la législation sur l'aménagement du territoire après avis de l'agence et sous réserve d'une dérogation conformément à l'article 10, le cas échéant ; ".
" 2° soit être réalisé sur la base d'un permis d'environnement pour des actes urbanistiques délivré en application de la législation sur l'aménagement du territoire après avis de l'agence et sous réserve d'une dérogation conformément à l'article 10, le cas échéant ; ".
Art. 2. Aan hetzelfde besluit wordt een artikel 7bis toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De gouverneur kan een captatieverbod voor oppervlaktewater opleggen om schade aan beschermde vegetaties door aanhoudende droogte te voorkomen, voor de duur van deze droogte, en na eensluidend advies van het Instituut en de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid. Dit heeft enkel betrekking op ruimtelijk kwetsbare gebieden conform artikel 1.1.2., 10° van de VCRO. Het captatieverbod geldt niet voor onttrekkingen met weidepompen in functie van drenking van vee en onttrekkingen van water bestemd voor menselijke consumptie.
In dit artikel wordt verstaan onder capteren: het met alle mogelijke middelen onttrekken van water uit de waterweg.
In dit artikel wordt verstaan onder oppervlaktewater: de definitie zoals gehanteerd in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, artikel 1.1.3., § 2, 3°. ".
"De gouverneur kan een captatieverbod voor oppervlaktewater opleggen om schade aan beschermde vegetaties door aanhoudende droogte te voorkomen, voor de duur van deze droogte, en na eensluidend advies van het Instituut en de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid. Dit heeft enkel betrekking op ruimtelijk kwetsbare gebieden conform artikel 1.1.2., 10° van de VCRO. Het captatieverbod geldt niet voor onttrekkingen met weidepompen in functie van drenking van vee en onttrekkingen van water bestemd voor menselijke consumptie.
In dit artikel wordt verstaan onder capteren: het met alle mogelijke middelen onttrekken van water uit de waterweg.
In dit artikel wordt verstaan onder oppervlaktewater: de definitie zoals gehanteerd in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, artikel 1.1.3., § 2, 3°. ".
Art. 2. Le même arrêté est complété par un article 7bis rédigé comme suit :
" Le gouverneur peut imposer une interdiction de captage des eaux de surface afin de prévenir les dommages causés à la végétation protégée en raison d'une sécheresse persistante, pour la durée de cette sécheresse, et après avis conforme de l'Institut et de la Commission de coordination de la Politique intégrée de l'Eau. Seules les zones vulnérables d'un point de vue spatial conformément à l'article 1.1.2., 10° du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, sont concernées. L'interdiction de captage ne s'applique pas aux captages effectués à l'aide de pompes de prairie en vue d'abreuver le bétail et aux captages d'eau destinés à la consommation humaine.
Dans le présent article on entend par captage : le prélèvement d'eau dans la voie navigable par quelque moyen que ce soit.
Dans le présent article on entend par eaux de surface : la définition appliquée dans le décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, article 1.1.3. § 2, 3°. ".
" Le gouverneur peut imposer une interdiction de captage des eaux de surface afin de prévenir les dommages causés à la végétation protégée en raison d'une sécheresse persistante, pour la durée de cette sécheresse, et après avis conforme de l'Institut et de la Commission de coordination de la Politique intégrée de l'Eau. Seules les zones vulnérables d'un point de vue spatial conformément à l'article 1.1.2., 10° du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, sont concernées. L'interdiction de captage ne s'applique pas aux captages effectués à l'aide de pompes de prairie en vue d'abreuver le bétail et aux captages d'eau destinés à la consommation humaine.
Dans le présent article on entend par captage : le prélèvement d'eau dans la voie navigable par quelque moyen que ce soit.
Dans le présent article on entend par eaux de surface : la définition appliquée dans le décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, article 1.1.3. § 2, 3°. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2002 tot bepaling van de wapens die tot de reglementaire uitrusting behoren van sommige ambtenaren van het Agentschap voor Natuur en Bos en tot vaststelling van de bijzondere bepalingen betreffende het voorhanden hebben, het bewaren en het dragen van wapens
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 octobre 2002 déterminant les armes faisant partie de l'équipement réglementaire de certains agents de l'Agence de la Nature et des Forêts et fixant les dispositions particulières relatives à la détention, à la garde et au port des armes
Art. 3. In artikel 2, § 1, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2002 tot bepaling van de wapens die tot de reglementaire uitrusting behoren van sommige ambtenaren van het Agentschap voor Natuur en Bos en tot vaststelling van de bijzondere bepalingen betreffende het voorhanden hebben, het bewaren en het dragen van wapens wordt de zinsnede "een geweer met getrokken loop, met een kaliber van ten minste 5,6 mm, waarvan de normale trefenergie minstens 980 J op 100 meter afstand van de loopmond bedraagt" vervangen door de zinsnede "een geweer met getrokken loop met een nominaal kaliber van ten minste .22 Engelse duim en groter en bijpassende munitie, waarvan de normale trefenergie minstens 980 J op 100 meter afstand van de loopmond bedraagt, eventueel voorzien van een geluiddemper of van een vizier met beeldomzetter of een elektronische beeldversterker, kunstmatige lichtbronnen of voorzieningen om het dier te verlichten of elk ander instrument om `s nachts te schieten".
Art. 3. A l'article 2, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 octobre 2002 déterminant les armes faisant partie de l'équipement réglementaire de certains agents de l'Agence de la Nature et des Forêts et fixant les dispositions particulières relatives à la détention, à la garde et au port des armes, le membre de phrase " un fusil à canon rayé, d'un calibre minimum de 5,6 mm, développant à l'impact une énergie d'au moins 980 J à 100 mètres de la bouche du canon " est remplacé par le membre de phrase " un fusil à canon rayé d'un calibre nominal d'au moins .22 pouces anglais et les munitions correspondantes développant à l'impact une énergie d'au moins 980 J à 100 mètres de la bouche du canon, éventuellement muni d'un silencieux ou d'un dispositif de visée comportant un convertisseur d'image ou un amplificateur d'image électronique, des sources lumineuses artificielles ou des dispositifs d'éclairage de l'animal ou de tout autre instrument pour le tir de nuit ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Art. 4. Bijlage XXII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018, wordt vervangen door bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 4. L'annexe XXII de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010 et remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2018, est remplacée par l'annexe 1re, jointe au présent arrêté.
Art. 5. Bijlage XXVIII bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018, wordt vervangen door bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 5. L'annexe XXVIII du même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 avril 2014 et remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2018, est remplacée par l'annexe 2, jointe au présent arrêté.
Art. 6. Bijlage XXXI bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018, wordt vervangen door bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 6. L'annexe XXXI du même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 avril 2014 et remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2018, est remplacée par l'annexe 3, jointe au présent arrêté.
Art. 7. Bijlage XXXIV bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019, wordt vervangen door bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 7. L'annexe XXXIV du même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2018 et remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2019, est remplacée par l'annexe 4, jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Soortenbesluit van 15 mei 2009
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté relatif aux espèces du 15 mai 2009
Art. 8. Aan artikel 1 worden een punt 24° en 25° toegevoegd, die luiden als volgt:
"24° taxidienst : een taxidienst voor wilde dieren, met als hoofdactiviteiten het ophalen of wegvangen en vervolgens vervoeren van hulpbehoevende wilde dieren, alsook het vervoeren en terug vrijlaten van gerevalideerde wilde dieren;
25° hoofd dierenzorg : de persoon die binnen een opvangcentrum verantwoordelijk is voor de dierenzorg.".
"24° taxidienst : een taxidienst voor wilde dieren, met als hoofdactiviteiten het ophalen of wegvangen en vervolgens vervoeren van hulpbehoevende wilde dieren, alsook het vervoeren en terug vrijlaten van gerevalideerde wilde dieren;
25° hoofd dierenzorg : de persoon die binnen een opvangcentrum verantwoordelijk is voor de dierenzorg.".
Art. 8. A l'article 1er des points 24° et 25° sont ajoutés, rédigés comme suit :
" 24° service de taxi : un service de taxi pour animaux sauvages, dont les activités principales sont la collecte ou la capture et le transport ultérieur d'animaux sauvages nécessitant des soins, ainsi que le transport et la remise en liberté d'animaux sauvages revalidés ;
25° responsable des soins aux animaux : la personne responsable des soins aux animaux au sein d'un centre d'accueil. ".
" 24° service de taxi : un service de taxi pour animaux sauvages, dont les activités principales sont la collecte ou la capture et le transport ultérieur d'animaux sauvages nécessitant des soins, ainsi que le transport et la remise en liberté d'animaux sauvages revalidés ;
25° responsable des soins aux animaux : la personne responsable des soins aux animaux au sein d'un centre d'accueil. ".
Art. 9. In artikel 22, § 1, laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, artikel 31/3, vierde lid, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, artikel 31/7, § 1, eerste lid, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, en artikel 31/9, 2° en 5°, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, van het Soortenbesluit van 15 mei 2009 worden de woorden "de website van het agentschap" vervangen door de zinsnede "de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap".
Art. 9. A l'article 22, § 1er, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, à l'article 31/3, alinéa 4, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, à l'article 31/7, § 1er, alinéa 1er, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, et à l'article 31/9, 2° et 5°, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, de l'arrêté relatif aux espèces du 15 mai 2009, les mots " du site internet de l'agence " sont remplacés par le membre de phrase " du site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence ".
Art. 10. In artikel 22, § 1, laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, artikel 31/7, § 1, eerste lid, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, bijlage 3, punt 3.5 en 3.7, vervangen bij besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, en bijlage 3/1, punt 3/1.4, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "de website www.natuurenbos.be van het agentschap" vervangen door de zinsnede "de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap".
Art. 10. A l'article 22, § 1er, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, à l'article 31/7, § 1er, alinéa 1er, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, à l'annexe 3, points 3.5 et 3.7, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, et à l'annexe 3/1, point 3/1.4, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, du même arrêté, le membre de phrase " le site internet www.natuurenbos.be de l'agence " est remplacé par le membre de phrase " le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence ".
Art. 11. In artikel 23, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013, 27 november 2015 en 25 januari 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° worden de woorden "een natuurvergunning" vervangen door de woorden "een vergunning";
2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
"3° natuurbeheerplannen als vermeld in artikel 16ter van het decreet van 21 oktober 1997 en goedgekeurd overeenkomstig artikel 16octies, alsook de beheerplannen, vermeld in artikel 107, eerste lid, van het decreet van 9 mei 2014 tot wijziging van de regelgeving inzake natuur en bos, voor specifieke activiteiten die uitdrukkelijk in dat plan zijn opgenomen, waarvoor ook een afwijking krachtens de bepalingen van dit besluit nodig is, in voorkomend geval onder de voorwaarden en lasten, vermeld in het plan;";
3° punt 6° en 7° worden opgeheven.
1° in punt 1° worden de woorden "een natuurvergunning" vervangen door de woorden "een vergunning";
2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
"3° natuurbeheerplannen als vermeld in artikel 16ter van het decreet van 21 oktober 1997 en goedgekeurd overeenkomstig artikel 16octies, alsook de beheerplannen, vermeld in artikel 107, eerste lid, van het decreet van 9 mei 2014 tot wijziging van de regelgeving inzake natuur en bos, voor specifieke activiteiten die uitdrukkelijk in dat plan zijn opgenomen, waarvoor ook een afwijking krachtens de bepalingen van dit besluit nodig is, in voorkomend geval onder de voorwaarden en lasten, vermeld in het plan;";
3° punt 6° en 7° worden opgeheven.
Art. 11. A l'article 23, alinéa 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 janvier 2013, du 27 novembre 2015 et du 25 janvier 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, les mots " une autorisation relative à la nature " sont remplacés par les mots " une autorisation " ;
2° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° les plans de gestion de la nature visés à l'article 16ter du décret du 21 octobre 1997 et approuvés conformément à l'article 16octies, ainsi que les plans de gestion visés à l'article 107, alinéa 1er, du décret du 9 mai 2014 modifiant la réglementation relative à la nature et aux forêts, pour des activités spécifiques explicitement reprises dans ce plan, qui nécessitent également une dérogation en vertu des dispositions du présent arrêté, le cas échéant aux conditions et charges mentionnées dans le plan ; " ;
3° les points 6° et 7° sont abrogés.
1° au point 1°, les mots " une autorisation relative à la nature " sont remplacés par les mots " une autorisation " ;
2° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° les plans de gestion de la nature visés à l'article 16ter du décret du 21 octobre 1997 et approuvés conformément à l'article 16octies, ainsi que les plans de gestion visés à l'article 107, alinéa 1er, du décret du 9 mai 2014 modifiant la réglementation relative à la nature et aux forêts, pour des activités spécifiques explicitement reprises dans ce plan, qui nécessitent également une dérogation en vertu des dispositions du présent arrêté, le cas échéant aux conditions et charges mentionnées dans le plan ; " ;
3° les points 6° et 7° sont abrogés.
Art. 12. Aan hetzelfde besluit wordt een artikel 27bis toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Boven op het beschermende statuut dat voortvloeit uit de verbodsbepalingen van afdeling 2, kan de minister een captatieverbod voor oppervlaktewater opleggen om schade aan beschermde soorten en hun leefgebieden door aanhoudende droogte te voorkomen, voor de duur van deze droogte, en na eensluidend advies van het Instituut en de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid. Dit heeft enkel betrekking op ruimtelijk kwetsbare gebieden conform artikel 1.1.2., 10° van de VCRO, en voor zover de beschermde soort is opgenomen in een besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van de instandhoudingsdoelstellingen en prioriteiten voor een aangewezen speciale beschermingszone. Het captatieverbod geldt niet voor onttrekkingen met weidepompen in functie van drenking van vee en onttrekkingen van water bestemd voor menselijke consumptie.
In dit artikel wordt verstaan onder capteren: het met alle mogelijke middelen onttrekken van water uit de waterweg.
In dit artikel wordt verstaan onder oppervlaktewater: de definitie zoals gehanteerd in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, artikel 1.1.3., § 2, 3°. ".
"Boven op het beschermende statuut dat voortvloeit uit de verbodsbepalingen van afdeling 2, kan de minister een captatieverbod voor oppervlaktewater opleggen om schade aan beschermde soorten en hun leefgebieden door aanhoudende droogte te voorkomen, voor de duur van deze droogte, en na eensluidend advies van het Instituut en de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid. Dit heeft enkel betrekking op ruimtelijk kwetsbare gebieden conform artikel 1.1.2., 10° van de VCRO, en voor zover de beschermde soort is opgenomen in een besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van de instandhoudingsdoelstellingen en prioriteiten voor een aangewezen speciale beschermingszone. Het captatieverbod geldt niet voor onttrekkingen met weidepompen in functie van drenking van vee en onttrekkingen van water bestemd voor menselijke consumptie.
In dit artikel wordt verstaan onder capteren: het met alle mogelijke middelen onttrekken van water uit de waterweg.
In dit artikel wordt verstaan onder oppervlaktewater: de definitie zoals gehanteerd in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, artikel 1.1.3., § 2, 3°. ".
Art. 12. Le même arrêté est complété par un article 27bis, rédigé comme suit :
" Outre le statut protecteur découlant des dispositions d'interdiction visées à la section 2, le ministre peut imposer une interdiction de captage des eaux de surface afin de prévenir les dommages causés aux espèces protégées et à leurs habitats par une sécheresse prolongée, pour la durée de cette sécheresse, et après avis conforme de l'Institut et de la Commission de coordination de la Politique intégrée de l'Eau. Seules les zones vulnérables d'un point de vue spatial conformément à l'article 1.1.2., 10° du Code flamand de l'Aménagement du Territoire sont concernées, et dans la mesure où l'espèce protégée est incluse dans un arrêté du Gouvernement flamand fixant les objectifs de conservation et les priorités pour une zone de protection spéciale désignée. L'interdiction de captage ne s'applique pas aux captages effectués à l'aide de pompes de prairie en vue d'abreuver le bétail et aux captages d'eau destinés à la consommation humaine.
Dans le présent article, on entend par captage : le prélèvement d'eau dans la voie navigable par quelque moyen que ce soit.
Dans le présent article, on entend par eaux de surface : la définition appliquée dans le décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, article 1.1.3. § 2, 3°. ".
" Outre le statut protecteur découlant des dispositions d'interdiction visées à la section 2, le ministre peut imposer une interdiction de captage des eaux de surface afin de prévenir les dommages causés aux espèces protégées et à leurs habitats par une sécheresse prolongée, pour la durée de cette sécheresse, et après avis conforme de l'Institut et de la Commission de coordination de la Politique intégrée de l'Eau. Seules les zones vulnérables d'un point de vue spatial conformément à l'article 1.1.2., 10° du Code flamand de l'Aménagement du Territoire sont concernées, et dans la mesure où l'espèce protégée est incluse dans un arrêté du Gouvernement flamand fixant les objectifs de conservation et les priorités pour une zone de protection spéciale désignée. L'interdiction de captage ne s'applique pas aux captages effectués à l'aide de pompes de prairie en vue d'abreuver le bétail et aux captages d'eau destinés à la consommation humaine.
Dans le présent article, on entend par captage : le prélèvement d'eau dans la voie navigable par quelque moyen que ce soit.
Dans le présent article, on entend par eaux de surface : la définition appliquée dans le décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, article 1.1.3. § 2, 3°. ".
Art. 13. In artikel 29 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan punt 4° wordt de volgende zinsnede toegevoegd: ", specifiek voor de soorten waarop de beheerregeling van toepassing zal zijn";
2° er wordt een punt 4° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"4° /1 in voorkomend geval, de te verlenen afwijkingen van de beperkingen van bijlage 3/1, die met het oog op die maatregelen worden toegestaan, of de door te voeren aanvullingen en wijzigingen van bijlage 3/1 bij dit besluit, specifiek voor de soorten waarop de beheerregeling van toepassing zal zijn;" .
1° aan punt 4° wordt de volgende zinsnede toegevoegd: ", specifiek voor de soorten waarop de beheerregeling van toepassing zal zijn";
2° er wordt een punt 4° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"4° /1 in voorkomend geval, de te verlenen afwijkingen van de beperkingen van bijlage 3/1, die met het oog op die maatregelen worden toegestaan, of de door te voeren aanvullingen en wijzigingen van bijlage 3/1 bij dit besluit, specifiek voor de soorten waarop de beheerregeling van toepassing zal zijn;" .
Art. 13. A l'article 29 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 4° est complété par le membre de phrase suivant : " , en particulier pour les espèces auxquelles s'appliquera le règlement de gestion " ;
2° il est inséré un point 4° /1, rédigé comme suit :
" 4° /1 le cas échéant, les dérogations à accorder aux restrictions de l'annexe 3/1, qui sont accordées aux fins de ces mesures, ou les ajouts et modifications à apporter à l'annexe 3/1 du présent arrêté, en particulier pour les espèces auxquelles s'appliquera le règlement de gestion ; ".
1° le point 4° est complété par le membre de phrase suivant : " , en particulier pour les espèces auxquelles s'appliquera le règlement de gestion " ;
2° il est inséré un point 4° /1, rédigé comme suit :
" 4° /1 le cas échéant, les dérogations à accorder aux restrictions de l'annexe 3/1, qui sont accordées aux fins de ces mesures, ou les ajouts et modifications à apporter à l'annexe 3/1 du présent arrêté, en particulier pour les espèces auxquelles s'appliquera le règlement de gestion ; ".
Art. 14. Aan artikel 31/5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 3. In afwijking van artikel 31/2, 1°, 3° en 5°, kan het agentschap toestemming tot afwijking verlenen aan erkende voorzieningen voor de opvang van dieren om specimens van invasieve uitheemse soorten die voor de Unie zorgwekkend zijn, te houden en onderling uit te wisselen. Er moet altijd aan al de volgende voorwaarden voldaan zijn:
1° de invasieve uitheemse diersoorten die voor de Unie zorgwekkend zijn, worden op elk moment gehouden en behandeld in een gesloten omgeving, en alle passende maatregelen worden genomen om voortplanting onmogelijk te maken;
2° de activiteit waarvoor een afwijking wordt gevraagd, wordt uitgevoerd door personeel met aantoonbare ervaring met de invasieve uitheemse diersoorten die voor de Unie zorgwekkend zijn, of met nauw verwante soorten;
3° het vervoer naar en van de gesloten omgeving vindt plaats onder omstandigheden die in de afwijking vastgelegd zijn en die de ontsnapping van de invasieve uitheemse diersoorten onmogelijk maken;
4° de invasieve uitheemse diersoorten die voor de Unie zorgwekkend zijn, worden gemarkeerd of, als dat nodig is, op een andere doeltreffende wijze geïdentificeerd, met behulp van methoden die geen vermijdbare pijn, spanning of lijden veroorzaken;
5° het risico op ontsnapping, verspreiding of verwijdering wordt op doeltreffende wijze beheerst, rekening houdend met de identiteit, de biologie en de verspreidingsvormen van de soort, de activiteit en de beoogde gesloten omgeving, de interactie met het milieu en andere relevante factoren;
6° de aanvrager van een afwijking stelt een continu surveillancesysteem en een noodplan, met inbegrip van een uitroeiingsplan, op voor het geval dat specimens ontsnappen of zich verspreiden. De aanvrager legt het noodplan ter goedkeuring voor aan het agentschap. Als er zich een ontsnapping of verspreiding voordoet, voert de aanvrager het noodplan onmiddellijk uit en brengt hij het agentschap daarvan meteen op de hoogte.
Bij een afwijkingsaanvraag verstrekt de aanvrager alle noodzakelijke stukken om het agentschap in staat te stellen te beoordelen of aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, is voldaan.
De afwijking wordt beperkt tot het aantal invasieve specimens dat de capaciteit van de gesloten omgeving niet overschrijdt.
De afwijking kan niet verleend worden voor specimens van invasieve uitheemse soorten die vallen onder artikel 16, 2.a en 2.b van verordening (EU) nr. 1143/2014.
De afwijking kan wel verleend worden voor specimens van invasieve uitheemse soorten die vallen onder artikel 19 en 31, 4 van verordening (EU) nr. 1143/2014.".
" § 3. In afwijking van artikel 31/2, 1°, 3° en 5°, kan het agentschap toestemming tot afwijking verlenen aan erkende voorzieningen voor de opvang van dieren om specimens van invasieve uitheemse soorten die voor de Unie zorgwekkend zijn, te houden en onderling uit te wisselen. Er moet altijd aan al de volgende voorwaarden voldaan zijn:
1° de invasieve uitheemse diersoorten die voor de Unie zorgwekkend zijn, worden op elk moment gehouden en behandeld in een gesloten omgeving, en alle passende maatregelen worden genomen om voortplanting onmogelijk te maken;
2° de activiteit waarvoor een afwijking wordt gevraagd, wordt uitgevoerd door personeel met aantoonbare ervaring met de invasieve uitheemse diersoorten die voor de Unie zorgwekkend zijn, of met nauw verwante soorten;
3° het vervoer naar en van de gesloten omgeving vindt plaats onder omstandigheden die in de afwijking vastgelegd zijn en die de ontsnapping van de invasieve uitheemse diersoorten onmogelijk maken;
4° de invasieve uitheemse diersoorten die voor de Unie zorgwekkend zijn, worden gemarkeerd of, als dat nodig is, op een andere doeltreffende wijze geïdentificeerd, met behulp van methoden die geen vermijdbare pijn, spanning of lijden veroorzaken;
5° het risico op ontsnapping, verspreiding of verwijdering wordt op doeltreffende wijze beheerst, rekening houdend met de identiteit, de biologie en de verspreidingsvormen van de soort, de activiteit en de beoogde gesloten omgeving, de interactie met het milieu en andere relevante factoren;
6° de aanvrager van een afwijking stelt een continu surveillancesysteem en een noodplan, met inbegrip van een uitroeiingsplan, op voor het geval dat specimens ontsnappen of zich verspreiden. De aanvrager legt het noodplan ter goedkeuring voor aan het agentschap. Als er zich een ontsnapping of verspreiding voordoet, voert de aanvrager het noodplan onmiddellijk uit en brengt hij het agentschap daarvan meteen op de hoogte.
Bij een afwijkingsaanvraag verstrekt de aanvrager alle noodzakelijke stukken om het agentschap in staat te stellen te beoordelen of aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, is voldaan.
De afwijking wordt beperkt tot het aantal invasieve specimens dat de capaciteit van de gesloten omgeving niet overschrijdt.
De afwijking kan niet verleend worden voor specimens van invasieve uitheemse soorten die vallen onder artikel 16, 2.a en 2.b van verordening (EU) nr. 1143/2014.
De afwijking kan wel verleend worden voor specimens van invasieve uitheemse soorten die vallen onder artikel 19 en 31, 4 van verordening (EU) nr. 1143/2014.".
Art. 14. L'article 31/5 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Par dérogation à l'article 31/2, points 1°, 3° et 5°, l'agence peut accorder une dérogation aux installations agréées pour l'accueil d'animaux en vue de la détention et de l'échange de spécimens d'espèces exotiques envahissantes préoccupantes pour l'Union. Toutes les conditions suivantes doivent toujours être remplies :
1° les espèces exotiques envahissantes préoccupantes pour l'Union sont conservées et manipulées en permanence dans un environnement fermé, et toutes les mesures appropriées sont prises pour empêcher leur reproduction ;
2° l'activité pour laquelle une dérogation est demandée est menée par du personnel ayant une expérience avérée des espèces exotiques envahissantes préoccupantes pour l'Union, ou des espèces étroitement apparentées ;
3° le transport vers et depuis l'environnement fermé est effectué dans des conditions définies dans la dérogation et qui rendent impossible la fuite des espèces exotiques envahissantes ;
4° les espèces exotiques envahissantes préoccupantes pour l'Union sont marquées ou, si nécessaire, identifiées d'une autre manière efficace en utilisant des méthodes qui ne causent pas de douleur, de détresse ou de souffrance évitables ;
5° le risque de fuite, de propagation ou de déplacement est efficacement maîtrisé, compte tenu de l'identité, des caractéristiques biologiques et des modes de propagation de l'espèce, de l'activité et de l'environnement fermé prévu, de l'interaction avec l'environnement et d'autres facteurs pertinents ;
6° le demandeur d'une dérogation met en place un système de surveillance permanente et un plan d'urgence, y compris un plan d'éradication, en cas de fuite ou de propagation de spécimens. Le demandeur soumet le plan d'urgence à l'approbation de l'agence. En cas de fuite ou de propagation, le demandeur met immédiatement en oeuvre le plan d'urgence et en informe sans délai l'agence.
Dans une demande de dérogation, le demandeur fournit tous les documents nécessaires pour permettre à l'agence d'évaluer si les conditions visées à l'alinéa 1er, sont remplies.
La dérogation est limitée au nombre de spécimens envahissants ne dépassant pas la capacité de l'environnement fermé.
La dérogation ne peut être accordée pour les spécimens d'espèces exotiques envahissantes relevant de l'article 16, 2.a et 2.b du règlement (UE) n° 1143/2014.
Toutefois, la dérogation peut être accordée pour les spécimens d'espèces exotiques envahissantes relevant des articles 19 et 31, 4 du règlement (UE) n° 1143/2014. ".
" § 3. Par dérogation à l'article 31/2, points 1°, 3° et 5°, l'agence peut accorder une dérogation aux installations agréées pour l'accueil d'animaux en vue de la détention et de l'échange de spécimens d'espèces exotiques envahissantes préoccupantes pour l'Union. Toutes les conditions suivantes doivent toujours être remplies :
1° les espèces exotiques envahissantes préoccupantes pour l'Union sont conservées et manipulées en permanence dans un environnement fermé, et toutes les mesures appropriées sont prises pour empêcher leur reproduction ;
2° l'activité pour laquelle une dérogation est demandée est menée par du personnel ayant une expérience avérée des espèces exotiques envahissantes préoccupantes pour l'Union, ou des espèces étroitement apparentées ;
3° le transport vers et depuis l'environnement fermé est effectué dans des conditions définies dans la dérogation et qui rendent impossible la fuite des espèces exotiques envahissantes ;
4° les espèces exotiques envahissantes préoccupantes pour l'Union sont marquées ou, si nécessaire, identifiées d'une autre manière efficace en utilisant des méthodes qui ne causent pas de douleur, de détresse ou de souffrance évitables ;
5° le risque de fuite, de propagation ou de déplacement est efficacement maîtrisé, compte tenu de l'identité, des caractéristiques biologiques et des modes de propagation de l'espèce, de l'activité et de l'environnement fermé prévu, de l'interaction avec l'environnement et d'autres facteurs pertinents ;
6° le demandeur d'une dérogation met en place un système de surveillance permanente et un plan d'urgence, y compris un plan d'éradication, en cas de fuite ou de propagation de spécimens. Le demandeur soumet le plan d'urgence à l'approbation de l'agence. En cas de fuite ou de propagation, le demandeur met immédiatement en oeuvre le plan d'urgence et en informe sans délai l'agence.
Dans une demande de dérogation, le demandeur fournit tous les documents nécessaires pour permettre à l'agence d'évaluer si les conditions visées à l'alinéa 1er, sont remplies.
La dérogation est limitée au nombre de spécimens envahissants ne dépassant pas la capacité de l'environnement fermé.
La dérogation ne peut être accordée pour les spécimens d'espèces exotiques envahissantes relevant de l'article 16, 2.a et 2.b du règlement (UE) n° 1143/2014.
Toutefois, la dérogation peut être accordée pour les spécimens d'espèces exotiques envahissantes relevant des articles 19 et 31, 4 du règlement (UE) n° 1143/2014. ".
Art. 15. Aan artikel 31/8 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Een beheerregeling kan aanvullende beperkingen opleggen op de in bijlage 3/1 bepaalde uitvoering van de bestrijding in de tijd, de middelen waarmee de bestrijding kan worden uitgevoerd, de personen die de bestrijding kunnen uitvoeren, en de verwerking van kadavers, specifiek voor de soorten waarop de beheerregeling van toepassing zal zijn.".
"Een beheerregeling kan aanvullende beperkingen opleggen op de in bijlage 3/1 bepaalde uitvoering van de bestrijding in de tijd, de middelen waarmee de bestrijding kan worden uitgevoerd, de personen die de bestrijding kunnen uitvoeren, en de verwerking van kadavers, specifiek voor de soorten waarop de beheerregeling van toepassing zal zijn.".
Art. 15. L'article 31/8 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Un règlement de gestion peut imposer des restrictions supplémentaires sur la mise en oeuvre de la lutte dans le temps, les moyens de lutte, les personnes qui peuvent effectuer la lutte et le traitement des cadavres, en particulier pour les espèces auxquelles s'appliquera le règlement de gestion, définis à l'annexe 3/1. ".
" Un règlement de gestion peut imposer des restrictions supplémentaires sur la mise en oeuvre de la lutte dans le temps, les moyens de lutte, les personnes qui peuvent effectuer la lutte et le traitement des cadavres, en particulier pour les espèces auxquelles s'appliquera le règlement de gestion, définis à l'annexe 3/1. ".
Art. 16. Aan artikel 31/11 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Een beheerregeling kan aanvullende beperkingen opleggen op de in bijlage 3/1 bepaalde uitvoering van de bestrijding in de tijd, de middelen waarmee de bestrijding kan worden uitgevoerd, de personen die de bestrijding kunnen uitvoeren, en de verwerking van kadavers, specifiek voor de soorten waarop de beheerregeling van toepassing zal zijn.".
"Een beheerregeling kan aanvullende beperkingen opleggen op de in bijlage 3/1 bepaalde uitvoering van de bestrijding in de tijd, de middelen waarmee de bestrijding kan worden uitgevoerd, de personen die de bestrijding kunnen uitvoeren, en de verwerking van kadavers, specifiek voor de soorten waarop de beheerregeling van toepassing zal zijn.".
Art. 16. L'article 31/11 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Un règlement de gestion peut imposer des restrictions supplémentaires sur la mise en oeuvre de la lutte dans le temps, les moyens de lutte, les personnes qui peuvent effectuer la lutte et le traitement des cadavres, en particulier pour les espèces auxquelles s'appliquera le règlement de gestion, comme indiqué à l'annexe 3/1. ".
" Un règlement de gestion peut imposer des restrictions supplémentaires sur la mise en oeuvre de la lutte dans le temps, les moyens de lutte, les personnes qui peuvent effectuer la lutte et le traitement des cadavres, en particulier pour les espèces auxquelles s'appliquera le règlement de gestion, comme indiqué à l'annexe 3/1. ".
Art. 17. Artikel 33 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Om erkend te worden als opvangcentrum moet het opvangcentrum aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° het opvangcentrum is opgericht op particulier initiatief in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk;
2° de zetel van het opvangcentrum is gevestigd in het Vlaamse Gewest; In geval het een nieuw initiatief betreft, is het opvangcentrum gelegen in een regio die niet afgedekt wordt door een bestaand erkend opvangcentrum en waar aldus behoefte is aan een substantiële uitbreiding van de opvangcapaciteit voor wilde dieren. Het hoofd van het agentschap stelt ter uitvoering daarvan een kaart op met de regio's waar er nood is aan bijkomende opvangcapaciteit. Deze kaart staat op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap;
3° het opvangcentrum voldoet aan de werkingsvoorwaarden, opgenomen in bijlage 4;
4° het opvangcentrum voldoet aan de Belgische verenigings- en vennootschapswetgeving.
Om een erkenning als opvangcentrum te verkrijgen, moet de aanvraag de volgende gegevens bevatten :
1° naam en adres van het opvangcentrum;
2° voor- en achternaam van de beheerder en van het hoofd dierenzorg;
3° de statuten van de vereniging, bedoeld in het eerste lid, 1° ;
4° de beslissing van het bestuursorgaan of algemene vergadering van de vereniging bedoeld in het eerste lid, 1°, om een aanvraag tot erkenning in te dienen;
5° bij een eerste aanvraag : het aantonen van drie jaar werking op het vlak van opvang, verzorging en revalidatie van gekwetste en hulpbehoevende wilde dieren. Dat moet gestaafd worden met de nodige bewijsstukken, onder andere werkingsverslag over de voorbije drie jaar en een financieel verslag van de voorbije drie kalenderjaren;
6° de kwalificaties en ervaring van de beheerder en van het hoofd dierenzorg. Voor het hoofd dierenzorg wordt minstens het diploma van bachelor in de dierenzorg, of een gelijkgesteld opleidingsniveau, of gelijkgestelde ervaring verstaan. Bij een eerste aanvraag wordt dit verder aangevuld met een verslag van de doorlopen stage door het hoofd dierenzorg van minimaal vier maanden bij een erkend opvangcentrum;
7° een opsomming en een plan van de aanwezige accommodatie;
8° een schriftelijke overeenkomst met een dierenarts waarin die zich ertoe verbindt regelmatig toezicht te houden en alle nodige diergeneeskundige handelingen op zich te nemen.
De erkenning kan verlengd worden. De aanvraag tot verlenging van de erkenning moet minstens drie maanden voor de lopende erkenning afloopt worden ingediend bij het agentschap.
Bovengenoemde persoonsgegevens worden, conform artikel 5 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, slechts in identificeerbare vorm bewaard gedurende 10 jaar, zoals gestipuleerd in artikel 2262bis van het Burgerlijk Wetboek. Na afloop van deze bewaartermijn worden alle persoonsgegevens verwijderd en enkel niet-identificeerbare data bewaard voor statistische doeleinden.".
"Om erkend te worden als opvangcentrum moet het opvangcentrum aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° het opvangcentrum is opgericht op particulier initiatief in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk;
2° de zetel van het opvangcentrum is gevestigd in het Vlaamse Gewest; In geval het een nieuw initiatief betreft, is het opvangcentrum gelegen in een regio die niet afgedekt wordt door een bestaand erkend opvangcentrum en waar aldus behoefte is aan een substantiële uitbreiding van de opvangcapaciteit voor wilde dieren. Het hoofd van het agentschap stelt ter uitvoering daarvan een kaart op met de regio's waar er nood is aan bijkomende opvangcapaciteit. Deze kaart staat op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap;
3° het opvangcentrum voldoet aan de werkingsvoorwaarden, opgenomen in bijlage 4;
4° het opvangcentrum voldoet aan de Belgische verenigings- en vennootschapswetgeving.
Om een erkenning als opvangcentrum te verkrijgen, moet de aanvraag de volgende gegevens bevatten :
1° naam en adres van het opvangcentrum;
2° voor- en achternaam van de beheerder en van het hoofd dierenzorg;
3° de statuten van de vereniging, bedoeld in het eerste lid, 1° ;
4° de beslissing van het bestuursorgaan of algemene vergadering van de vereniging bedoeld in het eerste lid, 1°, om een aanvraag tot erkenning in te dienen;
5° bij een eerste aanvraag : het aantonen van drie jaar werking op het vlak van opvang, verzorging en revalidatie van gekwetste en hulpbehoevende wilde dieren. Dat moet gestaafd worden met de nodige bewijsstukken, onder andere werkingsverslag over de voorbije drie jaar en een financieel verslag van de voorbije drie kalenderjaren;
6° de kwalificaties en ervaring van de beheerder en van het hoofd dierenzorg. Voor het hoofd dierenzorg wordt minstens het diploma van bachelor in de dierenzorg, of een gelijkgesteld opleidingsniveau, of gelijkgestelde ervaring verstaan. Bij een eerste aanvraag wordt dit verder aangevuld met een verslag van de doorlopen stage door het hoofd dierenzorg van minimaal vier maanden bij een erkend opvangcentrum;
7° een opsomming en een plan van de aanwezige accommodatie;
8° een schriftelijke overeenkomst met een dierenarts waarin die zich ertoe verbindt regelmatig toezicht te houden en alle nodige diergeneeskundige handelingen op zich te nemen.
De erkenning kan verlengd worden. De aanvraag tot verlenging van de erkenning moet minstens drie maanden voor de lopende erkenning afloopt worden ingediend bij het agentschap.
Bovengenoemde persoonsgegevens worden, conform artikel 5 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, slechts in identificeerbare vorm bewaard gedurende 10 jaar, zoals gestipuleerd in artikel 2262bis van het Burgerlijk Wetboek. Na afloop van deze bewaartermijn worden alle persoonsgegevens verwijderd en enkel niet-identificeerbare data bewaard voor statistische doeleinden.".
Art. 17. L'article 33 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Pour être agréé comme centre d'accueil, le centre d'accueil doit remplir les conditions suivantes :
1° le centre d'accueil est créé sur initiative privée sous la forme d'une association sans but lucratif ;
2° le siège du centre d'accueil est situé en Région flamande ; dans le cas d'une nouvelle initiative, le centre d'accueil est situé dans une région qui n'est pas couverte par un centre d'accueil agréé existant et où il existe donc un besoin d'expansion substantielle de la capacité d'accueil d'animaux sauvages. Pour ce faire, le chef de l'agence établit une carte des régions dans lesquelles une capacité d'accueil supplémentaire est nécessaire. Cette carte est reprise sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence ;
3° le centre d'accueil répond aux conditions de fonctionnement énoncées à l'annexe 4 ;
4° le centre d'accueil respecte la législation belge sur les associations et les sociétés.
Afin d'obtenir un agrément en tant que centre d'accueil, la demande doit contenir les données suivantes :
1° les nom et adresse du centre d'accueil ;
2° les nom et prénom du gestionnaire et du responsable des soins aux animaux ;
3° les statuts de l'association visée à l'alinéa 1er, 1° ;
4° la décision du conseil d'administration ou de l'assemblée générale de l'association, visée à l'alinéa 1er, 1°, d'introduire une demande d'agrément ;
5° à la première demande : la preuve de trois années de fonctionnement dans le domaine de l'accueil, des soins et de la revalidation d'animaux sauvages blessés et nécessitant des soins. Cette demande doit être étayée au moyen des documents justificatifs nécessaires, notamment un rapport d'activité des trois dernières années et un rapport financier des trois dernières années civiles ;
6° les qualifications et l'expérience du gestionnaire et du responsable des soins aux animaux. Le responsable des soins aux animaux doit être titulaire d'un diplôme de bachelier en soins aux animaux ou d'un niveau d'études équivalent, ou avoir une expérience équivalente. A la première demande, celle-ci est complétée par un rapport de stage d'au moins quatre mois effectué par le responsable des soins aux animaux dans un centre d'accueil agréé ;
7° une énumération et un plan des équipements présents ;
8° une convention écrite avec un vétérinaire dans laquelle ce dernier s'engage à exercer une surveillance régulière et à poser tous les actes vétérinaires nécessaires.
L'agrément peut être prolongé. La demande de prolongation de l'agrément doit être introduite auprès de l'agence au moins trois mois avant l'expiration de l'agrément en cours.
Les données personnelles précitées sont, conformément à l'article 5 du Règlement général sur la protection des données, uniquement conservées dans une forme identifiable pendant dix ans, comme stipulé à l'article 2262bis du Code civil. Une fois ce délai de conservation écoulé, toutes les données personnelles sont supprimées et seules les données non identifiables sont conservées à des fins statistiques. ".
" Pour être agréé comme centre d'accueil, le centre d'accueil doit remplir les conditions suivantes :
1° le centre d'accueil est créé sur initiative privée sous la forme d'une association sans but lucratif ;
2° le siège du centre d'accueil est situé en Région flamande ; dans le cas d'une nouvelle initiative, le centre d'accueil est situé dans une région qui n'est pas couverte par un centre d'accueil agréé existant et où il existe donc un besoin d'expansion substantielle de la capacité d'accueil d'animaux sauvages. Pour ce faire, le chef de l'agence établit une carte des régions dans lesquelles une capacité d'accueil supplémentaire est nécessaire. Cette carte est reprise sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence ;
3° le centre d'accueil répond aux conditions de fonctionnement énoncées à l'annexe 4 ;
4° le centre d'accueil respecte la législation belge sur les associations et les sociétés.
Afin d'obtenir un agrément en tant que centre d'accueil, la demande doit contenir les données suivantes :
1° les nom et adresse du centre d'accueil ;
2° les nom et prénom du gestionnaire et du responsable des soins aux animaux ;
3° les statuts de l'association visée à l'alinéa 1er, 1° ;
4° la décision du conseil d'administration ou de l'assemblée générale de l'association, visée à l'alinéa 1er, 1°, d'introduire une demande d'agrément ;
5° à la première demande : la preuve de trois années de fonctionnement dans le domaine de l'accueil, des soins et de la revalidation d'animaux sauvages blessés et nécessitant des soins. Cette demande doit être étayée au moyen des documents justificatifs nécessaires, notamment un rapport d'activité des trois dernières années et un rapport financier des trois dernières années civiles ;
6° les qualifications et l'expérience du gestionnaire et du responsable des soins aux animaux. Le responsable des soins aux animaux doit être titulaire d'un diplôme de bachelier en soins aux animaux ou d'un niveau d'études équivalent, ou avoir une expérience équivalente. A la première demande, celle-ci est complétée par un rapport de stage d'au moins quatre mois effectué par le responsable des soins aux animaux dans un centre d'accueil agréé ;
7° une énumération et un plan des équipements présents ;
8° une convention écrite avec un vétérinaire dans laquelle ce dernier s'engage à exercer une surveillance régulière et à poser tous les actes vétérinaires nécessaires.
L'agrément peut être prolongé. La demande de prolongation de l'agrément doit être introduite auprès de l'agence au moins trois mois avant l'expiration de l'agrément en cours.
Les données personnelles précitées sont, conformément à l'article 5 du Règlement général sur la protection des données, uniquement conservées dans une forme identifiable pendant dix ans, comme stipulé à l'article 2262bis du Code civil. Une fois ce délai de conservation écoulé, toutes les données personnelles sont supprimées et seules les données non identifiables sont conservées à des fins statistiques. ".
Art. 18. In artikel 34, tweede lid, punt 3° van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, wordt de zinsnede `de beheerder van het erkende opvangcentrum' vervangen door de zinsnede `de beheerder of het hoofd dierenzorg van het erkende opvangcentrum'.
Art. 18. A l'article 34, alinéa 2, point 3°, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, le membre de phrase " le gestionnaire du centre d'accueil agréé " est remplacé par le membre de phrase " le gestionnaire ou le responsable des soins aux animaux du centre d'accueil agréé ".
Art. 19. Aan artikel 38, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De jaarlijkse werkingssubsidie kan ook verhoogd worden met een bedrag dat overeenkomt met 50% van de bewezen kosten voor de inzet van een dierenarts, tot een maximaal bedrag van 15000 euro. Dit bedrag dient besteed te worden aan courante ondersteuning door een dierenarts ter plaatse in het opvangcentrum, conform de noodzakelijke kwaliteitsstandaarden zoals bedoeld onder bijlage 4, A, 10°. De aanwezigheid van de dierenarts in het opvangcentrum wordt bijgehouden in een logboek dat te allen tijde door het agentschap raadpleegbaar moet zijn.
"De jaarlijkse werkingssubsidie kan ook verhoogd worden met een bedrag dat overeenkomt met 50% van de bewezen kosten voor de inzet van een dierenarts, tot een maximaal bedrag van 15000 euro. Dit bedrag dient besteed te worden aan courante ondersteuning door een dierenarts ter plaatse in het opvangcentrum, conform de noodzakelijke kwaliteitsstandaarden zoals bedoeld onder bijlage 4, A, 10°. De aanwezigheid van de dierenarts in het opvangcentrum wordt bijgehouden in een logboek dat te allen tijde door het agentschap raadpleegbaar moet zijn.
Art. 19. L'article 38, § 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
" La subvention de fonctionnement annuelle peut également être augmentée d'un montant correspondant à 50 % des coûts prouvés de l'emploi d'un vétérinaire, jusqu'à un montant maximum de 15 000 euros. Ce montant doit être consacré à l'assistance permanente d'un vétérinaire sur place dans le centre d'accueil, conformément aux normes de qualité nécessaires visées à l'annexe 4, A, 10°. La présence du vétérinaire au centre d'accueil est consignée dans un registre qui doit pouvoir être consulté à tout moment par l'agence.
" La subvention de fonctionnement annuelle peut également être augmentée d'un montant correspondant à 50 % des coûts prouvés de l'emploi d'un vétérinaire, jusqu'à un montant maximum de 15 000 euros. Ce montant doit être consacré à l'assistance permanente d'un vétérinaire sur place dans le centre d'accueil, conformément aux normes de qualité nécessaires visées à l'annexe 4, A, 10°. La présence du vétérinaire au centre d'accueil est consignée dans un registre qui doit pouvoir être consulté à tout moment par l'agence.
Art. 20. In artikel 39 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "de salarisschaal van een administratieve medewerker van het Vlaamse Gewest" vervangen door de woorden "de salarisschaal in de graad van deskundige van het Vlaamse Gewest";
2° in paragraaf 2 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° het opvangcentrum is erkend door het agentschap;";
3° in paragraaf 2 worden punten 2° en 3° geschrapt;
4° in paragraaf 2, 4° wordt het woord `dertig' vervangen door het woord `zestig':
5° in paragraaf 2, 5°, wordt het woord `zeshonderd' vervangen door het woord `duizendvijfhonderd'.
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "de salarisschaal van een administratieve medewerker van het Vlaamse Gewest" vervangen door de woorden "de salarisschaal in de graad van deskundige van het Vlaamse Gewest";
2° in paragraaf 2 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° het opvangcentrum is erkend door het agentschap;";
3° in paragraaf 2 worden punten 2° en 3° geschrapt;
4° in paragraaf 2, 4° wordt het woord `dertig' vervangen door het woord `zestig':
5° in paragraaf 2, 5°, wordt het woord `zeshonderd' vervangen door het woord `duizendvijfhonderd'.
Art. 20. A l'article 39 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " l'échelle des traitements d'un collaborateur administratif à la Région flamande " sont remplacés par les mots " l'échelle de traitement dans le grade d'expert de la Région flamande " ;
2° au paragraphe 2, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° le centre d'accueil est agréé par l'agence ; " ;
3° au paragraphe 2, les points 2° et 3° sont abrogés ;
4° au paragraphe 2, 4°, le mot " trente " est remplacé par le mot " soixante " :
5° au paragraphe 2, 5°, le nombre " 600 " est remplacé par le nombre " 1500 " ;
1° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " l'échelle des traitements d'un collaborateur administratif à la Région flamande " sont remplacés par les mots " l'échelle de traitement dans le grade d'expert de la Région flamande " ;
2° au paragraphe 2, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° le centre d'accueil est agréé par l'agence ; " ;
3° au paragraphe 2, les points 2° et 3° sont abrogés ;
4° au paragraphe 2, 4°, le mot " trente " est remplacé par le mot " soixante " :
5° au paragraphe 2, 5°, le nombre " 600 " est remplacé par le nombre " 1500 " ;
Art. 21. In artikel 40, paragraaf 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
"2° een werkingsverslag over het voorbije jaar, waarin duidelijk gemaakt wordt dat het opvangcentrum blijvend voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor erkenning en subsidiëring. Dit verslag wordt opgesteld conform het sjabloon van het hoofd van het agentschap, dat op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap staat;".
"2° een werkingsverslag over het voorbije jaar, waarin duidelijk gemaakt wordt dat het opvangcentrum blijvend voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor erkenning en subsidiëring. Dit verslag wordt opgesteld conform het sjabloon van het hoofd van het agentschap, dat op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap staat;".
Art. 21. Dans l'article 40, paragraphe 4, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° un rapport d'activité sur l'année écoulée, indiquant clairement que le centre d'accueil continue de remplir les conditions d'éligibilité à l'agrément et à la subvention. Ce rapport est établi conformément au modèle du chef de l'agence, qui peut être consulté sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence ; ".
" 2° un rapport d'activité sur l'année écoulée, indiquant clairement que le centre d'accueil continue de remplir les conditions d'éligibilité à l'agrément et à la subvention. Ce rapport est établi conformément au modèle du chef de l'agence, qui peut être consulté sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence ; ".
Art. 22. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, wordt een hoofdstuk 5/1, dat bestaat uit artikels 40/1 tot en met 40/9, ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk 5/1 Werking van taxidiensten voor wilde dieren
Afdeling 1. Erkenning van taxidiensten voor wilde dieren
Art. 40/1. Taxidiensten voor wilde dieren kunnen erkend worden door het agentschap, voor een periode van maximaal drie jaar.
Art. 40/2. Om erkend te worden als taxidienst voor wilde dieren moet de taxidienst aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° de taxidienst is opgericht op particulier initiatief;
2° de zetel van de taxidienst is gevestigd in het Vlaamse Gewest;
3° de taxidienst heeft een samenwerkingsovereenkomst met één of meerdere erkende opvangcentra, waarin minstens volgende zaken vermeld worden:
a) de wijze waarop de taxidienst een interventie voorafgaand aan het opvangcentrum meldt;
b) de wijze waarop het opvangcentrum een efficiënte informatiedoorstroom inzake dierenwelzijn, wetgeving, epidemiologie, quarantainemaatregelen en bioveiligheid aan de taxidienst levert;
4° de taxidienst voldoet aan de werkingsvoorwaarden opgenomen in Bijlage 4, punten A, 10°, B en D, die eveneens gelden voor opvangcentra voor wilde dieren.
Om een erkenning als taxidienst te verkrijgen, moet de aanvraag de volgende gegevens bevatten :
1° naam en adres van de taxidienst;
2° voor- en achternaam van de coördinator;
3° de statuten van de vereniging, bedoeld in het eerste lid, 1° ;
4° de beslissing van het bestuursorgaan of algemene vergadering van de vereniging, bedoeld in het eerste lid, 1°, om een aanvraag tot erkenning in te dienen;
5° de kwalificaties en ervaring van de coördinator inzake het vangen, hanteren en vervoeren van wilde dieren;
6° een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst met één of meerdere erkende opvangcentra.
De erkenning kan verlengd worden. De aanvraag tot verlenging van de erkenning moet minstens drie maanden voor de lopende erkenning afloopt worden ingediend bij het agentschap.
Art. 40/3. De coördinator zorgt ervoor dat de activiteiten van de taxidienst verlopen in overeenstemming met alle wettelijke verplichtingen, inzonderheid de regelgevingen inzake het natuurbehoud, de jacht, de riviervisserij en het dierenwelzijn.
De erkenning kan, nadat de beheerder voorafgaandelijk gehoord is, op elk ogenblik worden ingetrokken als blijkt dat:
1° de erkenning werd verkregen op grond van valse verklaringen of documenten;
2° de coördinator of de taxidienst de opgelegde voorwaarden niet naleeft of er niet langer aan voldoet;
3° de coördinator wordt veroordeeld wegens overtredingen van de regelgevingen inzake het natuurbehoud, de jacht, de riviervisserij of het dierenwelzijn.
Art. 40/4. § 1. Erkende taxidiensten mogen voor het vangen, hanteren, vervoeren of vrijlaten van specimens van beschermde diersoorten afwijken van de volgende bepalingen, op voorwaarde dat het gekwetste of hulpbehoevende dieren betreft waarvoor er geen andere bevredigende oplossing bestaat :
1° artikel 10, 12, 16 en 17. De afwijkingsmogelijkheid van artikel 12 heeft betrekking op het verbod om specimens van beschermde soorten onder zich te hebben of te vervoeren;
2° artikel 19, 23, 26 en 29 van het Jachtdecreet.
§ 2. De medewerkers moeten in het bezit zijn van een identificatiebewijs dat uitgereikt is door de taxidienst. Dat identificatiebewijs is persoonlijk en op naam.
Art. 40/5. § 1. De dieren worden rechtstreeks van de vindplaats naar een erkend opvangcentrum overgebracht waarbij voorkeur wordt gegeven aan het opvangcentrum dat het snelst bereikt kan worden, ook al is dit niet het opvangcentrum waarmee de taxidienst een samenwerkingsovereenkomst heeft. Dit sluit niet uit dat sommige dieren naar een andere opvangcentrum kunnen worden vervoerd, bijvoorbeeld wanneer dit opvangcentrum een specifieke expertise of infrastructuur bezit die het herstel van het dier beter ten goede komt.
§ 2. De taxidienst houdt een register bij waarin de volgende gegevens worden opgenomen :
a) de binnengebrachte dieren per opvangcentrum, met vermelding van de datum en plaats waarop ze zijn opgehaald;
b) de weer vrijgelaten dieren per opvangcentrum, met vermelding van de datum en de plaats van vrijlating.
Onverminderd de reguliere rapportageverplichting moet het register te allen tijde door het agentschap raadpleegbaar zijn.
§ 3. Dieren die tijdens het transport sterven, worden alsnog overgebracht naar het opvangcentrum.
Art. 40/6. Voor 31 maart van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, bezorgt de taxidienst de volgende documenten aan het agentschap :
1° een werkingsverslag over het voorbije jaar, waarin duidelijk gemaakt wordt dat de taxidienst blijvend voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de erkenning. Dit verslag wordt opgesteld conform het sjabloon van het hoofd van het agentschap, dat op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap staat;
2° een afschrift van het register van de wilde dieren die vervoerd werden tijdens het afgelopen kalenderjaar;
3° een afschrift van het register van uitgereikte identificatiebewijzen.
Afdeling 2. Subsidiëring van taxidiensten voor wilde dieren
Art. 40/7. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Vlaamse Regering subsidies verlenen aan de erkende taxidiensten.".
"Hoofdstuk 5/1 Werking van taxidiensten voor wilde dieren
Afdeling 1. Erkenning van taxidiensten voor wilde dieren
Art. 40/1. Taxidiensten voor wilde dieren kunnen erkend worden door het agentschap, voor een periode van maximaal drie jaar.
Art. 40/2. Om erkend te worden als taxidienst voor wilde dieren moet de taxidienst aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° de taxidienst is opgericht op particulier initiatief;
2° de zetel van de taxidienst is gevestigd in het Vlaamse Gewest;
3° de taxidienst heeft een samenwerkingsovereenkomst met één of meerdere erkende opvangcentra, waarin minstens volgende zaken vermeld worden:
a) de wijze waarop de taxidienst een interventie voorafgaand aan het opvangcentrum meldt;
b) de wijze waarop het opvangcentrum een efficiënte informatiedoorstroom inzake dierenwelzijn, wetgeving, epidemiologie, quarantainemaatregelen en bioveiligheid aan de taxidienst levert;
4° de taxidienst voldoet aan de werkingsvoorwaarden opgenomen in Bijlage 4, punten A, 10°, B en D, die eveneens gelden voor opvangcentra voor wilde dieren.
Om een erkenning als taxidienst te verkrijgen, moet de aanvraag de volgende gegevens bevatten :
1° naam en adres van de taxidienst;
2° voor- en achternaam van de coördinator;
3° de statuten van de vereniging, bedoeld in het eerste lid, 1° ;
4° de beslissing van het bestuursorgaan of algemene vergadering van de vereniging, bedoeld in het eerste lid, 1°, om een aanvraag tot erkenning in te dienen;
5° de kwalificaties en ervaring van de coördinator inzake het vangen, hanteren en vervoeren van wilde dieren;
6° een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst met één of meerdere erkende opvangcentra.
De erkenning kan verlengd worden. De aanvraag tot verlenging van de erkenning moet minstens drie maanden voor de lopende erkenning afloopt worden ingediend bij het agentschap.
Art. 40/3. De coördinator zorgt ervoor dat de activiteiten van de taxidienst verlopen in overeenstemming met alle wettelijke verplichtingen, inzonderheid de regelgevingen inzake het natuurbehoud, de jacht, de riviervisserij en het dierenwelzijn.
De erkenning kan, nadat de beheerder voorafgaandelijk gehoord is, op elk ogenblik worden ingetrokken als blijkt dat:
1° de erkenning werd verkregen op grond van valse verklaringen of documenten;
2° de coördinator of de taxidienst de opgelegde voorwaarden niet naleeft of er niet langer aan voldoet;
3° de coördinator wordt veroordeeld wegens overtredingen van de regelgevingen inzake het natuurbehoud, de jacht, de riviervisserij of het dierenwelzijn.
Art. 40/4. § 1. Erkende taxidiensten mogen voor het vangen, hanteren, vervoeren of vrijlaten van specimens van beschermde diersoorten afwijken van de volgende bepalingen, op voorwaarde dat het gekwetste of hulpbehoevende dieren betreft waarvoor er geen andere bevredigende oplossing bestaat :
1° artikel 10, 12, 16 en 17. De afwijkingsmogelijkheid van artikel 12 heeft betrekking op het verbod om specimens van beschermde soorten onder zich te hebben of te vervoeren;
2° artikel 19, 23, 26 en 29 van het Jachtdecreet.
§ 2. De medewerkers moeten in het bezit zijn van een identificatiebewijs dat uitgereikt is door de taxidienst. Dat identificatiebewijs is persoonlijk en op naam.
Art. 40/5. § 1. De dieren worden rechtstreeks van de vindplaats naar een erkend opvangcentrum overgebracht waarbij voorkeur wordt gegeven aan het opvangcentrum dat het snelst bereikt kan worden, ook al is dit niet het opvangcentrum waarmee de taxidienst een samenwerkingsovereenkomst heeft. Dit sluit niet uit dat sommige dieren naar een andere opvangcentrum kunnen worden vervoerd, bijvoorbeeld wanneer dit opvangcentrum een specifieke expertise of infrastructuur bezit die het herstel van het dier beter ten goede komt.
§ 2. De taxidienst houdt een register bij waarin de volgende gegevens worden opgenomen :
a) de binnengebrachte dieren per opvangcentrum, met vermelding van de datum en plaats waarop ze zijn opgehaald;
b) de weer vrijgelaten dieren per opvangcentrum, met vermelding van de datum en de plaats van vrijlating.
Onverminderd de reguliere rapportageverplichting moet het register te allen tijde door het agentschap raadpleegbaar zijn.
§ 3. Dieren die tijdens het transport sterven, worden alsnog overgebracht naar het opvangcentrum.
Art. 40/6. Voor 31 maart van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, bezorgt de taxidienst de volgende documenten aan het agentschap :
1° een werkingsverslag over het voorbije jaar, waarin duidelijk gemaakt wordt dat de taxidienst blijvend voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de erkenning. Dit verslag wordt opgesteld conform het sjabloon van het hoofd van het agentschap, dat op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap staat;
2° een afschrift van het register van de wilde dieren die vervoerd werden tijdens het afgelopen kalenderjaar;
3° een afschrift van het register van uitgereikte identificatiebewijzen.
Afdeling 2. Subsidiëring van taxidiensten voor wilde dieren
Art. 40/7. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Vlaamse Regering subsidies verlenen aan de erkende taxidiensten.".
Art. 22. Dans le même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, il est inséré un chapitre 5/1, comprenant les articles 40/1 à 40/9, rédigé comme suit :
" Chapitre 5/1 Exploitation de services de taxi pour animaux sauvages
Section 1re. Agrément de services de taxi pour animaux sauvages
Art. 40/1. Les services de taxi pour animaux sauvages peuvent être agréés par l'agence pour une période maximale de trois ans.
Art. 40/2. Pour être agréé comme service de taxi pour animaux sauvages, le service de taxi doit remplir les conditions suivantes :
1° le service de taxi a été créé sur initiative privée ;
2° le siège du service de taxi est établi en Région flamande ;
3° le service de taxi a conclu un accord de coopération avec un ou plusieurs centres d'accueil agréés, mentionnant au moins les éléments suivants :
a) la manière dont le service de taxi signale une intervention préalablement au centre d'accueil ;
b) la manière dont le centre d'accueil assure un flux d'informations optimal sur le bien-être des animaux, la législation, l'épidémiologie, les mesures de quarantaine et la biosécurité à l'intention du service de taxi ;
4° le service de taxi respecte les conditions de fonctionnement énumérées à l'annexe 4, points A, 10°, B et D, qui s'appliquent également aux centres d'accueil pour animaux sauvages.
Afin d'obtenir un agrément en tant que service de taxi, la demande doit contenir les données suivantes :
1° les nom et adresse du service de taxi ;
2° les nom et prénom du coordinateur ;
3° les statuts de l'association visée à l'alinéa 1er, 1° ;
4° la décision du conseil d'administration ou de l'assemblée générale de l'association, visée à l'alinéa 1er, 1°, d'introduire une demande d'agrément ;
5° les qualifications et l'expérience du coordinateur en matière de capture, de gestion et de transport d'animaux sauvages ;
6° un accord de coopération écrit avec un ou plusieurs centres d'accueil agréés.
L'agrément peut être prolongé. La demande de prolongation de l'agrément doit être introduite auprès de l'agence au moins trois mois avant l'expiration de l'agrément en cours.
Art. 40/3. Le coordinateur veille à ce que les activités du service de taxi soient menées dans le respect de toutes les obligations légales, en particulier les réglementations relatives à la conservation de la nature, à la chasse, à la pêche fluviale et au bien-être des animaux.
Après audition préalable du gestionnaire, l'agrément peut être retiré à tout moment s'il apparaît que :
1° la reconnaissance a été obtenue sur la base de fausses déclarations ou de faux documents ;
2° le coordinateur ou le service de taxi ne respecte pas ou plus les conditions imposées ;
3° le coordinateur est condamné pour des infractions aux réglementations relatives à la conservation de la nature, à la chasse, à la pêche fluviale et au bien-être des animaux.
Art. 40/4. § 1er. Les services de taxi agréés peuvent déroger aux dispositions suivantes pour la capture, la gestion, le transport ou la remise en liberté de spécimens d'espèces protégées, à condition qu'il s'agisse d'animaux blessés ou nécessitant des soins et qu'il n'existe aucune autre solution satisfaisante :
1° les articles 10, 12, 16 et 17. La possibilité de dérogation à l'article 12 concerne l'interdiction de posséder ou de transporter des spécimens d'espèces protégées ;
2° Les articles 19, 23, 26 et 29 du décret sur la chasse.
§ 2. Les collaborateurs doivent être en possession d'une pièce d'identité délivrée par le service de taxi. Cette pièce d'identité est personnelle et nominative.
Art. 40/5. § 1er. Les animaux sont transférés directement de l'endroit de découverte vers un centre d'accueil agréé, en privilégiant le centre d'accueil le plus rapidement accessible, même s'il ne s'agit pas du centre d'accueil avec lequel le service de taxi a conclu un accord de coopération. Cela n'exclut pas la possibilité que certains animaux soient transportés dans un autre centre d'accueil, par exemple si ce dernier dispose d'une expertise ou d'une infrastructure spécifique qui favoriserait le rétablissement de l'animal.
§ 2. Le service de taxi tient un registre où sont conservées les données suivantes :
a) les animaux apportés par centre d'accueil, en indiquant la date et le lieu où ils ont été recueillis ;
b) les animaux remis en liberté par centre d'accueil, en indiquant la date et le lieu de la remise en liberté.
Sans préjudice de l'obligation d'établir des rapports réguliers, le registre doit être consultable par l'agence à tout moment.
§ 3. Les animaux qui décèdent pendant le transport sont tout de même transférés au centre d'accueil.
Art. 40/6. Au plus tard le 31 mars de l'année civile suivant l'année civile à laquelle la demande se rapporte, le service de taxi fournit à l'agence les documents suivants :
1° un rapport d'activité sur l'année écoulée, indiquant clairement que le service de taxi continue de remplir les conditions d'éligibilité à l'agrément. Ce rapport est établi conformément au modèle du chef de l'agence, qui peut être consulté sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence ;
2° une copie du registre des animaux sauvages transportés au cours de l'année civile écoulée ;
3° une copie du registre des pièces d'identification délivrées.
Section 2. Subventionnement de services de taxi pour animaux sauvages
Art. 40/7. Dans les limites des crédits budgétaires, le Gouvernement flamand peut octroyer des subventions aux services de taxi agréés. ".
" Chapitre 5/1 Exploitation de services de taxi pour animaux sauvages
Section 1re. Agrément de services de taxi pour animaux sauvages
Art. 40/1. Les services de taxi pour animaux sauvages peuvent être agréés par l'agence pour une période maximale de trois ans.
Art. 40/2. Pour être agréé comme service de taxi pour animaux sauvages, le service de taxi doit remplir les conditions suivantes :
1° le service de taxi a été créé sur initiative privée ;
2° le siège du service de taxi est établi en Région flamande ;
3° le service de taxi a conclu un accord de coopération avec un ou plusieurs centres d'accueil agréés, mentionnant au moins les éléments suivants :
a) la manière dont le service de taxi signale une intervention préalablement au centre d'accueil ;
b) la manière dont le centre d'accueil assure un flux d'informations optimal sur le bien-être des animaux, la législation, l'épidémiologie, les mesures de quarantaine et la biosécurité à l'intention du service de taxi ;
4° le service de taxi respecte les conditions de fonctionnement énumérées à l'annexe 4, points A, 10°, B et D, qui s'appliquent également aux centres d'accueil pour animaux sauvages.
Afin d'obtenir un agrément en tant que service de taxi, la demande doit contenir les données suivantes :
1° les nom et adresse du service de taxi ;
2° les nom et prénom du coordinateur ;
3° les statuts de l'association visée à l'alinéa 1er, 1° ;
4° la décision du conseil d'administration ou de l'assemblée générale de l'association, visée à l'alinéa 1er, 1°, d'introduire une demande d'agrément ;
5° les qualifications et l'expérience du coordinateur en matière de capture, de gestion et de transport d'animaux sauvages ;
6° un accord de coopération écrit avec un ou plusieurs centres d'accueil agréés.
L'agrément peut être prolongé. La demande de prolongation de l'agrément doit être introduite auprès de l'agence au moins trois mois avant l'expiration de l'agrément en cours.
Art. 40/3. Le coordinateur veille à ce que les activités du service de taxi soient menées dans le respect de toutes les obligations légales, en particulier les réglementations relatives à la conservation de la nature, à la chasse, à la pêche fluviale et au bien-être des animaux.
Après audition préalable du gestionnaire, l'agrément peut être retiré à tout moment s'il apparaît que :
1° la reconnaissance a été obtenue sur la base de fausses déclarations ou de faux documents ;
2° le coordinateur ou le service de taxi ne respecte pas ou plus les conditions imposées ;
3° le coordinateur est condamné pour des infractions aux réglementations relatives à la conservation de la nature, à la chasse, à la pêche fluviale et au bien-être des animaux.
Art. 40/4. § 1er. Les services de taxi agréés peuvent déroger aux dispositions suivantes pour la capture, la gestion, le transport ou la remise en liberté de spécimens d'espèces protégées, à condition qu'il s'agisse d'animaux blessés ou nécessitant des soins et qu'il n'existe aucune autre solution satisfaisante :
1° les articles 10, 12, 16 et 17. La possibilité de dérogation à l'article 12 concerne l'interdiction de posséder ou de transporter des spécimens d'espèces protégées ;
2° Les articles 19, 23, 26 et 29 du décret sur la chasse.
§ 2. Les collaborateurs doivent être en possession d'une pièce d'identité délivrée par le service de taxi. Cette pièce d'identité est personnelle et nominative.
Art. 40/5. § 1er. Les animaux sont transférés directement de l'endroit de découverte vers un centre d'accueil agréé, en privilégiant le centre d'accueil le plus rapidement accessible, même s'il ne s'agit pas du centre d'accueil avec lequel le service de taxi a conclu un accord de coopération. Cela n'exclut pas la possibilité que certains animaux soient transportés dans un autre centre d'accueil, par exemple si ce dernier dispose d'une expertise ou d'une infrastructure spécifique qui favoriserait le rétablissement de l'animal.
§ 2. Le service de taxi tient un registre où sont conservées les données suivantes :
a) les animaux apportés par centre d'accueil, en indiquant la date et le lieu où ils ont été recueillis ;
b) les animaux remis en liberté par centre d'accueil, en indiquant la date et le lieu de la remise en liberté.
Sans préjudice de l'obligation d'établir des rapports réguliers, le registre doit être consultable par l'agence à tout moment.
§ 3. Les animaux qui décèdent pendant le transport sont tout de même transférés au centre d'accueil.
Art. 40/6. Au plus tard le 31 mars de l'année civile suivant l'année civile à laquelle la demande se rapporte, le service de taxi fournit à l'agence les documents suivants :
1° un rapport d'activité sur l'année écoulée, indiquant clairement que le service de taxi continue de remplir les conditions d'éligibilité à l'agrément. Ce rapport est établi conformément au modèle du chef de l'agence, qui peut être consulté sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence ;
2° une copie du registre des animaux sauvages transportés au cours de l'année civile écoulée ;
3° une copie du registre des pièces d'identification délivrées.
Section 2. Subventionnement de services de taxi pour animaux sauvages
Art. 40/7. Dans les limites des crédits budgétaires, le Gouvernement flamand peut octroyer des subventions aux services de taxi agréés. ".
Art. 23. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, wordt een artikel 40/8 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 40/8. § 1. Elke erkende taxidienst kan aanspraak maken op een jaarlijkse werkingssubsidie van 4500 euro.
De subsidie kan alleen worden toegekend als de taxidienst het geografische werkingsgebied van het opvangcentrum of de opvangcentra waarmee het een samenwerkingsovereenkomst heeft substantieel uitbreidt naar een regio die niet afgedekt wordt door de erkende opvangcentra noch door een andere erkende taxidienst. Het hoofd van het agentschap stelt ter uitvoering daarvan een kaart op met de regio's waar er behoefte is aan bijkomende opvangcapaciteit. Die kaart staat op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.
§ 2. De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd volgens de onderstaande formule, waarbij het indexcijfer gebaseerd wordt op de gezondheidsindex.
(bedrag x nieuw indexcijfer)/indexcijfer van datum 1 juni 2004.".
"Art. 40/8. § 1. Elke erkende taxidienst kan aanspraak maken op een jaarlijkse werkingssubsidie van 4500 euro.
De subsidie kan alleen worden toegekend als de taxidienst het geografische werkingsgebied van het opvangcentrum of de opvangcentra waarmee het een samenwerkingsovereenkomst heeft substantieel uitbreidt naar een regio die niet afgedekt wordt door de erkende opvangcentra noch door een andere erkende taxidienst. Het hoofd van het agentschap stelt ter uitvoering daarvan een kaart op met de regio's waar er behoefte is aan bijkomende opvangcapaciteit. Die kaart staat op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.
§ 2. De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd volgens de onderstaande formule, waarbij het indexcijfer gebaseerd wordt op de gezondheidsindex.
(bedrag x nieuw indexcijfer)/indexcijfer van datum 1 juni 2004.".
Art. 23. Dans le même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, il est inséré un article 40/8, rédigé comme suit :
" Art. 40/8. § 1er. Chaque service de taxi agréé peut prétendre à une subvention de fonctionnement annuelle de 4 500 euros.
La subvention ne peut être accordée que si le service de taxi étend de manière substantielle la zone d'activité géographique du ou des centres d'accueil avec lesquels il a conclu un accord de coopération à une région qui n'est couverte ni par les centres d'accueil agréés ni par un autre service de taxi agréé. Pour ce faire, le chef de l'agence établit une carte des régions dans lesquelles une capacité d'accueil supplémentaire est nécessaire. Cette carte est reprise sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence.
§ 2. Les montants sont indexés annuellement selon la formule suivante, l'indice étant basé sur l'indice santé.
(montant x nouvel indice)/indice du 1er juin 2004. ".
" Art. 40/8. § 1er. Chaque service de taxi agréé peut prétendre à une subvention de fonctionnement annuelle de 4 500 euros.
La subvention ne peut être accordée que si le service de taxi étend de manière substantielle la zone d'activité géographique du ou des centres d'accueil avec lesquels il a conclu un accord de coopération à une région qui n'est couverte ni par les centres d'accueil agréés ni par un autre service de taxi agréé. Pour ce faire, le chef de l'agence établit une carte des régions dans lesquelles une capacité d'accueil supplémentaire est nécessaire. Cette carte est reprise sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence.
§ 2. Les montants sont indexés annuellement selon la formule suivante, l'indice étant basé sur l'indice santé.
(montant x nouvel indice)/indice du 1er juin 2004. ".
Art. 24. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, wordt een artikel 40/9 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 40/9. § 1. De taxidienst dient een aanvraag voor subsidiëring in bij het agentschap, voor 31 augustus van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
§ 2. De aanvraag bevat :
1° het bewijs van erkenning;
2° een kaart die duidelijk het werkingsgebied van de taxidienst weergeeft;
3° een rekeningnummer van de taxidienst waarop de subsidie gestort mag worden.
§ 3. Het agentschap brengt de taxidienst binnen negentig dagen op de hoogte van de beslissing van de minister over de toekenning van de subsidie en het bedrag van de toegekende subsidie.
De subsidie wordt als volgt uitbetaald :
1° 90 % bij de ondertekening van de beslissing die de subsidie toekent;
2° 10 % na de voorlegging van de stukken, vermeld in Art. 40/6.".
"Art. 40/9. § 1. De taxidienst dient een aanvraag voor subsidiëring in bij het agentschap, voor 31 augustus van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
§ 2. De aanvraag bevat :
1° het bewijs van erkenning;
2° een kaart die duidelijk het werkingsgebied van de taxidienst weergeeft;
3° een rekeningnummer van de taxidienst waarop de subsidie gestort mag worden.
§ 3. Het agentschap brengt de taxidienst binnen negentig dagen op de hoogte van de beslissing van de minister over de toekenning van de subsidie en het bedrag van de toegekende subsidie.
De subsidie wordt als volgt uitbetaald :
1° 90 % bij de ondertekening van de beslissing die de subsidie toekent;
2° 10 % na de voorlegging van de stukken, vermeld in Art. 40/6.".
Art. 24. Dans le même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, il est inséré un article 40/9, rédigé comme suit :
" Art. 40/9. § 1er. Le service de taxi introduit une demande de subvention auprès de l'agence avant le 31 août de l'année civile précédant l'année civile à laquelle la demande se rapporte.
§ 2. La demande comprend :
1° la preuve de l'agrément ;
2° une carte indiquant clairement la zone d'activité du service de taxi ;
3° un numéro de compte du service de taxi sur lequel la subvention peut être versée.
§ 3. L'agence notifie au service de taxi la décision du ministre concernant l'octroi de la subvention et le montant de celle-ci dans un délai de 90 jours.
La subvention est payée comme suit :
1° 90 % à la signature de la décision d'octroi de la subvention ;
2° 10 % après la présentation des documents visés à l'article 40/6. ".
" Art. 40/9. § 1er. Le service de taxi introduit une demande de subvention auprès de l'agence avant le 31 août de l'année civile précédant l'année civile à laquelle la demande se rapporte.
§ 2. La demande comprend :
1° la preuve de l'agrément ;
2° une carte indiquant clairement la zone d'activité du service de taxi ;
3° un numéro de compte du service de taxi sur lequel la subvention peut être versée.
§ 3. L'agence notifie au service de taxi la décision du ministre concernant l'octroi de la subvention et le montant de celle-ci dans un délai de 90 jours.
La subvention est payée comme suit :
1° 90 % à la signature de la décision d'octroi de la subvention ;
2° 10 % après la présentation des documents visés à l'article 40/6. ".
Art. 25. In artikel 41 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art. 25. Dans l'article 41 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 26. In artikel 42 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"De gesloten pootring, vermeld in artikel 41, § 1, 1°, moet voldoen aan de voorwaarden die de minister vastgesteld heeft en die gericht zijn op de kenmerken en de kwaliteit van de ring, om fraude te vermijden.".
"De gesloten pootring, vermeld in artikel 41, § 1, 1°, moet voldoen aan de voorwaarden die de minister vastgesteld heeft en die gericht zijn op de kenmerken en de kwaliteit van de ring, om fraude te vermijden.".
Art. 26. Dans l'article 42 du même arrêté, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" La bague de patte fermée visée à l'article 41, § 1er, 1°, doit répondre aux conditions fixées par le ministre et qui portent sur les caractéristiques et la qualité de la bague afin d'éviter les fraudes. ".
" La bague de patte fermée visée à l'article 41, § 1er, 1°, doit répondre aux conditions fixées par le ministre et qui portent sur les caractéristiques et la qualité de la bague afin d'éviter les fraudes. ".
Art. 27. In artikel 48, eerste lid, 2°, b), van hetzelfde besluit, worden de woorden "het provinciale hoofd van het agentschap voor Natuur en Bos" vervangen door de woorden "het agentschap".
Art. 27. Dans l'article 48, alinéa 1er, 2°, b), du même arrêté, les mots " au chef provincial de l'agence de la Nature et des Forêts " sont remplacés par les mots " à l'agence ".
Art. 28. In artikel 51, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "het provinciale hoofd van het agentschap van de provincie waar de zangwedstrijd, tentoonstelling of activiteit plaatsvindt" vervangen door de woorden "het agentschap".
Art. 28. A l'article 51, alinéa 1er, du même arrêté, le membre de phrase " au chef provincial de l'agence de la province où le concours de chant, l'exposition ou les activités ont lieu " est remplacé par les mots " à l'agence ".
Art. 29. In bijlage 1 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen de rij
"
1° tussen de rij
"
Art. 29. A l'annexe 1re du même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° entre la ligne
"
1° entre la ligne
"
| Phoca vitulina | gewone zeehond | X |
"
en de rij
"
| Phoca vitulina | phoque veau marin | X |
"
et la ligne
"
| Plecotus austriacus | grijze grootoorvleermuis | X |
"
wordt de volgende rij ingevoegd:
"
| Plecotus austriacus | oreillard gris | X |
"
la ligne suivante est insérée :
"
| Canis aureus | goudjakhals | X | X |
";
2° tussen de rij
"
| Canis aureus | chacal doré | X | X |
" ;
2° entre la ligne
"
| Carduelis carduelis | putter | X |
"
en de rij
"
| Carduelis carduelis | chardonneret élégant | X |
"
et la ligne
"
| Ardeola ralloides | ralreiger | X |
"
wordt de volgende rij ingevoegd:
"
| Ardeola ralloides | crabier chevelu | X |
"
la ligne suivante est insérée :
"
| Corvus corax | raaf | X |
";
3° tussen de rij
"
| Corvus corax | grand corbeau | X |
" ;
3° entre la ligne
"
| Rhodeus sericeus amarus | bittervoorn | X | X |
"
en de rij
"
| Rhodeus sericeus amarus | bouvière | X | X |
"
et la ligne
"
| Alosa fallax | fint | X | X |
"
wordt de volgende rij ingevoegd:
"
| Alosa fallax | alose feinte | X | X |
"
la ligne suivante est insérée :
"
| Anguilla anguilla | Europese aal | X | X |
".
| Anguilla anguilla | anguille d'Europe | X | X |
".
Art. 30. In bijlage 2 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt A wordt punt 1° opgeheven;
2° in punt A, 13°, wordt tussen het woord "vallen" en de woorden "die qua werking en gebruik" de zinsnede ", vangkooien en veerklemmen," ingevoegd;
3° in punt A wordt punt 15° vervangen door wat volgt:
"15° vergif en giftig of verdovend lokaas waarvan het bezit toegestaan is, dat op een niet-selectieve wijze wordt gebruikt;";
4° in punt C wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° vogelvangstnetten of hun bijbehorende slagveerstokken: netten die in een bepaald kader opgespannen kunnen worden en een maaswijdte hebben tussen 11 en 29 mm, gemeten over het garen van knoop tot knoop, en die vervaardigd zijn uit synthetische, kunstmatige of natuurlijke vezels, waarvan het garen is samengesteld uit twee tot acht getorste of geweven draden;";
5° aan punt C worden een punt 4° tot en met 6° toegevoegd, die luiden als volgt:
"4° strikken en stroppen: allerlei types van strikken of stroppen met de bedoeling om dieren te vangen, vast te houden of te doden;
5° veerklemmen: klemmen die werken met een veersysteem en die voorzien zijn van bewegende slagmechanismen, met uitzondering van:
a) de Conibear-, grond- en lokaasklemmen voor het bezit en gebruik door professionele muskusrattenbestrijders, volgens de voorwaarden die opgenomen zijn in een goedgekeurde beheerregeling;
b) de selectieve muizen- en rattenklemmen die voorzien zijn van één bewegend slagmechanisme, waarvan de grondvlakafmetingen maximaal 20 x 10 cm bedragen;
c) de selectieve mollenklemmen;
6° verboden gifstoffen en verboden giftig of verdovend lokaas: allerlei toxische stoffen of preparaten die daarmee vervaardigd zijn, waarvan de erkenning en het toegelaten bezit al verlopen zijn en waarvan het gebruik in aard en staat kan dienen om dieren te doden, alsook de gifstoffen en giftig of verdovend lokaas die niet opgeslagen zijn in de oorspronkelijke verpakking.".
1° in punt A wordt punt 1° opgeheven;
2° in punt A, 13°, wordt tussen het woord "vallen" en de woorden "die qua werking en gebruik" de zinsnede ", vangkooien en veerklemmen," ingevoegd;
3° in punt A wordt punt 15° vervangen door wat volgt:
"15° vergif en giftig of verdovend lokaas waarvan het bezit toegestaan is, dat op een niet-selectieve wijze wordt gebruikt;";
4° in punt C wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° vogelvangstnetten of hun bijbehorende slagveerstokken: netten die in een bepaald kader opgespannen kunnen worden en een maaswijdte hebben tussen 11 en 29 mm, gemeten over het garen van knoop tot knoop, en die vervaardigd zijn uit synthetische, kunstmatige of natuurlijke vezels, waarvan het garen is samengesteld uit twee tot acht getorste of geweven draden;";
5° aan punt C worden een punt 4° tot en met 6° toegevoegd, die luiden als volgt:
"4° strikken en stroppen: allerlei types van strikken of stroppen met de bedoeling om dieren te vangen, vast te houden of te doden;
5° veerklemmen: klemmen die werken met een veersysteem en die voorzien zijn van bewegende slagmechanismen, met uitzondering van:
a) de Conibear-, grond- en lokaasklemmen voor het bezit en gebruik door professionele muskusrattenbestrijders, volgens de voorwaarden die opgenomen zijn in een goedgekeurde beheerregeling;
b) de selectieve muizen- en rattenklemmen die voorzien zijn van één bewegend slagmechanisme, waarvan de grondvlakafmetingen maximaal 20 x 10 cm bedragen;
c) de selectieve mollenklemmen;
6° verboden gifstoffen en verboden giftig of verdovend lokaas: allerlei toxische stoffen of preparaten die daarmee vervaardigd zijn, waarvan de erkenning en het toegelaten bezit al verlopen zijn en waarvan het gebruik in aard en staat kan dienen om dieren te doden, alsook de gifstoffen en giftig of verdovend lokaas die niet opgeslagen zijn in de oorspronkelijke verpakking.".
Art. 30. A l'annexe 2 du même arrêté, modifiée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point A le point 1° est abrogé ;
2° au point A, 13°, entre le mot " pièges " et les mots " qui ne sont pas suffisamment sélectifs " est inséré le membre de phrase " , pièges-cages et pièges à ressort " ;
3° au point A le point 15° est remplacé par ce qui suit :
" 15° poison et appâts empoisonnés ou tranquillisants dont la détention est autorisée, utilisés de manière non sélective ; " ;
4° au point C le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° les filets de tenderie ou leurs piquets de détente : les filets pouvant être tendus dans un cadre donné et ayant un maillage compris entre 11 et 29 mm, mesuré sur le fil de noeud à noeud, et constitués de fibres synthétiques, artificielles ou naturelles, le fil étant composé de deux à huit brins torsadés ou tissés ; " ;
5° au point C sont ajoutés des points 4° à 6°, rédigés comme suit :
" 4° lacets et collets : tous les types de lacets ou de collets dans le but d'attraper, de retenir ou de mettre à mort des animaux ;
5° pièges à ressort : les pièges fonctionnant avec un système de ressort et équipés de mécanismes à levier mobiles, à l'exception :
a) des pièges en X, pièges de terre et pièges à appâts pour la possession et l'utilisation par les professionnels de la lutte contre les rats musqués, conformément aux conditions incluses dans un règlement de gestion approuvé ;
b) des pièges sélectifs à souris et à rats équipés d'un seul mécanisme à levier mobile, dont la base ne dépasse pas 20 x 10 cm ;
c) les pièges sélectifs à taupes ;
6° les poisons interdits et les appâts empoisonnés ou tranquillisants interdits : toutes sortes de substances toxiques ou de préparations à base de ces substances, dont l'agrément et la détention autorisée ont déjà expiré et dont l'utilisation peut servir à mettre à mort des animaux, ainsi que les poisons et les appâts empoisonnés ou tranquillisants qui ne sont pas conservés dans leur emballage d'origine. ".
1° au point A le point 1° est abrogé ;
2° au point A, 13°, entre le mot " pièges " et les mots " qui ne sont pas suffisamment sélectifs " est inséré le membre de phrase " , pièges-cages et pièges à ressort " ;
3° au point A le point 15° est remplacé par ce qui suit :
" 15° poison et appâts empoisonnés ou tranquillisants dont la détention est autorisée, utilisés de manière non sélective ; " ;
4° au point C le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° les filets de tenderie ou leurs piquets de détente : les filets pouvant être tendus dans un cadre donné et ayant un maillage compris entre 11 et 29 mm, mesuré sur le fil de noeud à noeud, et constitués de fibres synthétiques, artificielles ou naturelles, le fil étant composé de deux à huit brins torsadés ou tissés ; " ;
5° au point C sont ajoutés des points 4° à 6°, rédigés comme suit :
" 4° lacets et collets : tous les types de lacets ou de collets dans le but d'attraper, de retenir ou de mettre à mort des animaux ;
5° pièges à ressort : les pièges fonctionnant avec un système de ressort et équipés de mécanismes à levier mobiles, à l'exception :
a) des pièges en X, pièges de terre et pièges à appâts pour la possession et l'utilisation par les professionnels de la lutte contre les rats musqués, conformément aux conditions incluses dans un règlement de gestion approuvé ;
b) des pièges sélectifs à souris et à rats équipés d'un seul mécanisme à levier mobile, dont la base ne dépasse pas 20 x 10 cm ;
c) les pièges sélectifs à taupes ;
6° les poisons interdits et les appâts empoisonnés ou tranquillisants interdits : toutes sortes de substances toxiques ou de préparations à base de ces substances, dont l'agrément et la détention autorisée ont déjà expiré et dont l'utilisation peut servir à mettre à mort des animaux, ainsi que les poisons et les appâts empoisonnés ou tranquillisants qui ne sont pas conservés dans leur emballage d'origine. ".
Art. 31. In bijlage 3 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 3.3 wordt het vijfde lid vervangen door wat volgt:
"Het gebruik van vuurwapens, vermeld in het eerste lid, 1°, is alleen toegestaan voor personen die in het bezit zijn van een geldig jachtverlof overeenkomstig de Vlaamse jachtregelgeving. Het is verboden vuurwapens als vermeld in het eerste lid, 1°, te dragen in elk van de volgende situaties:
1° de ademanalyse meet een alcoholconcentratie van ten minste 0,22 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht;
2° de bloedanalyse geeft een alcoholconcentratie van ten minste 0,5 gram per liter bloed aan;
3° de persoon is in staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat, met name ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen.";
2° in punt 3.3, zesde lid, wordt de zinsnede "eerste lid, 2°, 3° en 4°, " vervangen door de zinsnede "eerste lid, 3° en 4°, ";
3° aan punt 3.3, zesde lid, 3°, worden de volgende zinnen toegevoegd:
"Als de kooi vangklaar opgesteld staat, wordt die dagelijkse controle uiterlijk een uur na officiële zonsondergang uitgevoerd. Die dagelijkse controle kan ook via elektronisch toezicht uitgevoerd worden.";
4° aan punt 3.3, zesde lid, 4°, wordt de volgende zin toegevoegd:
"Het te vermelden telefoonnummer wordt ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.".
5° aan punt 3.5, vierde lid, 5°, wordt de zinsnede ", en die bovendien op redelijke wijze toegankelijk zijn" toegevoegd.
1° in punt 3.3 wordt het vijfde lid vervangen door wat volgt:
"Het gebruik van vuurwapens, vermeld in het eerste lid, 1°, is alleen toegestaan voor personen die in het bezit zijn van een geldig jachtverlof overeenkomstig de Vlaamse jachtregelgeving. Het is verboden vuurwapens als vermeld in het eerste lid, 1°, te dragen in elk van de volgende situaties:
1° de ademanalyse meet een alcoholconcentratie van ten minste 0,22 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht;
2° de bloedanalyse geeft een alcoholconcentratie van ten minste 0,5 gram per liter bloed aan;
3° de persoon is in staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat, met name ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen.";
2° in punt 3.3, zesde lid, wordt de zinsnede "eerste lid, 2°, 3° en 4°, " vervangen door de zinsnede "eerste lid, 3° en 4°, ";
3° aan punt 3.3, zesde lid, 3°, worden de volgende zinnen toegevoegd:
"Als de kooi vangklaar opgesteld staat, wordt die dagelijkse controle uiterlijk een uur na officiële zonsondergang uitgevoerd. Die dagelijkse controle kan ook via elektronisch toezicht uitgevoerd worden.";
4° aan punt 3.3, zesde lid, 4°, wordt de volgende zin toegevoegd:
"Het te vermelden telefoonnummer wordt ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.".
5° aan punt 3.5, vierde lid, 5°, wordt de zinsnede ", en die bovendien op redelijke wijze toegankelijk zijn" toegevoegd.
Art. 31. A l'annexe 3 du même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 3.3, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
" L'utilisation d'armes à feu visées à l'alinéa 1er, 1°, n'est autorisée qu'aux personnes en possession d'un permis de chasse valable conformément à la réglementation flamande en matière de chasse. Il est interdit de porter les armes à feu visées à l'alinéa 1er, 1°, dans toutes les situations suivantes :
1° le test d'haleine mesure une concentration d'alcool d'au moins 0,22 milligramme par litre d'air alvéolaire expiré ;
2° l'analyse de sang indique une concentration d'alcool d'au moins 0,5 gramme par litre de sang ;
3° la personne est en état d'ivresse ou dans un état similaire, notamment à la suite de l'utilisation de drogues ou de médicaments. " ;
2° au point 3.3, alinéa 6, le membre de phrase " l'alinéa 1er, 2°, 3° et 4°, " est remplacé par le membre de phrase " l'alinéa 1er, 3° et 4°, " ;
3° le point 3.3, alinéa 6, 3°, est complété par les phrases suivantes :
" Si la cage est opérationnelle, le contrôle quotidien est effectué au plus tard une heure après le coucher officiel du soleil. Ce contrôle quotidien peut également être effectué par le biais d'une surveillance électronique. " ;
4° le point 3.3, alinéa 6, 4°, est complété par la phrase suivante :
" Le numéro de téléphone à indiquer se trouve sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence. " ;
5° le point 3.5, alinéa 4, 5°, le membre de phrase " , et qui est également raisonnablement accessible " est ajouté ;
1° au point 3.3, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
" L'utilisation d'armes à feu visées à l'alinéa 1er, 1°, n'est autorisée qu'aux personnes en possession d'un permis de chasse valable conformément à la réglementation flamande en matière de chasse. Il est interdit de porter les armes à feu visées à l'alinéa 1er, 1°, dans toutes les situations suivantes :
1° le test d'haleine mesure une concentration d'alcool d'au moins 0,22 milligramme par litre d'air alvéolaire expiré ;
2° l'analyse de sang indique une concentration d'alcool d'au moins 0,5 gramme par litre de sang ;
3° la personne est en état d'ivresse ou dans un état similaire, notamment à la suite de l'utilisation de drogues ou de médicaments. " ;
2° au point 3.3, alinéa 6, le membre de phrase " l'alinéa 1er, 2°, 3° et 4°, " est remplacé par le membre de phrase " l'alinéa 1er, 3° et 4°, " ;
3° le point 3.3, alinéa 6, 3°, est complété par les phrases suivantes :
" Si la cage est opérationnelle, le contrôle quotidien est effectué au plus tard une heure après le coucher officiel du soleil. Ce contrôle quotidien peut également être effectué par le biais d'une surveillance électronique. " ;
4° le point 3.3, alinéa 6, 4°, est complété par la phrase suivante :
" Le numéro de téléphone à indiquer se trouve sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence. " ;
5° le point 3.5, alinéa 4, 5°, le membre de phrase " , et qui est également raisonnablement accessible " est ajouté ;
Art. 32. In bijlage 3/1 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan punt 3/1.2 wordt de volgende zin toegevoegd:
"Voor de bestrijding van uitheemse watervogels is in de periode van 15 augustus tot en met 30 september het gebruik van vuurwapens, luchtdrukwapens en gasdrukwapens alleen toegestaan tussen officiële zonsopgang en officiële zonsondergang.";
2° in punt 3/1.3, 2°, wordt punt b) vervangen door wat volgt:
"b) de luchtdruk- en gasdrukwapens waarbij gebruikgemaakt wordt van munitie met een diameter van minimaal 4,5 millimeter, en waarbij een minimale trefenergie van 17 J op 35 meter van de loopmond wordt bereikt. Voor soorten waarbij het gemiddelde gewicht van een volwassen dier hoger dan twee kilogram is, wordt gebruikgemaakt van munitie met een diameter van minimaal 6,35 millimeter, waarbij een minimale trefenergie van 40 J op 35 meter van de loopmond wordt bereikt. De lijst van deze soorten wordt bekend gemaakt op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap;";
3° aan punt 3/1.3, 5°, a) wordt de volgende zin toegevoegd:
"Als de kooi vangklaar opgesteld staat, wordt die dagelijkse controle uiterlijk een uur na officiële zonsondergang uitgevoerd. Die dagelijkse controle kan ook via elektronisch toezicht uitgevoerd worden.";
4° aan punt 3/1.3, 5°, c), wordt de volgende zin toegevoegd:
"Het te vermelden telefoonnummer wordt ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.";
5° in punt 3/1.3, 6°, wordt de zinsnede "binnen 24 uur na het opstellen" vervangen door de zinsnede "binnen 24 uur na het vangen";
6° aan punt 3/1.3 worden een punt 7° en een punt 8° toegevoegd, die luiden als volgt:
"7° de bestrijding met vangtuigen vindt plaats op locaties of in gebieden die voor de ambtenaren, bevoegd voor het toezicht op dit besluit, betreedbaar zijn zonder dat er een toestemming tot huiszoeking of een huiszoekingsbevel nodig is, en die bovendien op redelijke wijze toegankelijk zijn;
8° het gebruik van vuur-, luchtdruk- en gasdrukwapens is alleen toegestaan voor personen die in het bezit zijn van een geldig jachtverlof overeenkomstig de Vlaamse jachtregelgeving. Het gebruik van vuurwapens is alleen toegestaan voor de bestrijding van uitheemse zoogdieren, vogels, amfibieën en reptielen. Het is verboden vuur-, luchtdruk- en gasdrukwapens te dragen in elk van de volgende situaties:
a) de ademanalyse meet een alcoholconcentratie van ten minste 0,22 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht;
b) de bloedanalyse geeft een alcoholconcentratie van ten minste 0,5 gram per liter bloed aan;
c) de persoon is in staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat, met name ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen.";
7° aan punt 3/1.6 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Als de schriftelijke toestemming tot bestrijding van de eigenaar, de verhuurder, de exploitant of de grondgebruiker of grondgebruikers van het terrein waar de bestrijding plaatsvindt, wel het vangen, maar niet het doden van dieren omvat, kunnen de dieren worden gehouden in voorzieningen voor de opvang van dieren volgens de bepalingen van artikel 31/5, § 3.".
1° aan punt 3/1.2 wordt de volgende zin toegevoegd:
"Voor de bestrijding van uitheemse watervogels is in de periode van 15 augustus tot en met 30 september het gebruik van vuurwapens, luchtdrukwapens en gasdrukwapens alleen toegestaan tussen officiële zonsopgang en officiële zonsondergang.";
2° in punt 3/1.3, 2°, wordt punt b) vervangen door wat volgt:
"b) de luchtdruk- en gasdrukwapens waarbij gebruikgemaakt wordt van munitie met een diameter van minimaal 4,5 millimeter, en waarbij een minimale trefenergie van 17 J op 35 meter van de loopmond wordt bereikt. Voor soorten waarbij het gemiddelde gewicht van een volwassen dier hoger dan twee kilogram is, wordt gebruikgemaakt van munitie met een diameter van minimaal 6,35 millimeter, waarbij een minimale trefenergie van 40 J op 35 meter van de loopmond wordt bereikt. De lijst van deze soorten wordt bekend gemaakt op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap;";
3° aan punt 3/1.3, 5°, a) wordt de volgende zin toegevoegd:
"Als de kooi vangklaar opgesteld staat, wordt die dagelijkse controle uiterlijk een uur na officiële zonsondergang uitgevoerd. Die dagelijkse controle kan ook via elektronisch toezicht uitgevoerd worden.";
4° aan punt 3/1.3, 5°, c), wordt de volgende zin toegevoegd:
"Het te vermelden telefoonnummer wordt ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.";
5° in punt 3/1.3, 6°, wordt de zinsnede "binnen 24 uur na het opstellen" vervangen door de zinsnede "binnen 24 uur na het vangen";
6° aan punt 3/1.3 worden een punt 7° en een punt 8° toegevoegd, die luiden als volgt:
"7° de bestrijding met vangtuigen vindt plaats op locaties of in gebieden die voor de ambtenaren, bevoegd voor het toezicht op dit besluit, betreedbaar zijn zonder dat er een toestemming tot huiszoeking of een huiszoekingsbevel nodig is, en die bovendien op redelijke wijze toegankelijk zijn;
8° het gebruik van vuur-, luchtdruk- en gasdrukwapens is alleen toegestaan voor personen die in het bezit zijn van een geldig jachtverlof overeenkomstig de Vlaamse jachtregelgeving. Het gebruik van vuurwapens is alleen toegestaan voor de bestrijding van uitheemse zoogdieren, vogels, amfibieën en reptielen. Het is verboden vuur-, luchtdruk- en gasdrukwapens te dragen in elk van de volgende situaties:
a) de ademanalyse meet een alcoholconcentratie van ten minste 0,22 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht;
b) de bloedanalyse geeft een alcoholconcentratie van ten minste 0,5 gram per liter bloed aan;
c) de persoon is in staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat, met name ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen.";
7° aan punt 3/1.6 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Als de schriftelijke toestemming tot bestrijding van de eigenaar, de verhuurder, de exploitant of de grondgebruiker of grondgebruikers van het terrein waar de bestrijding plaatsvindt, wel het vangen, maar niet het doden van dieren omvat, kunnen de dieren worden gehouden in voorzieningen voor de opvang van dieren volgens de bepalingen van artikel 31/5, § 3.".
Art. 32. A l'annexe 3/1 du même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 3/1.2, est complété par la phrase suivante :
" Pour la lutte contre les oiseaux aquatiques exotiques, l'utilisation d'armes à feu, d'armes à air comprimé et d'armes à gaz comprimé n'est autorisée qu'entre le lever et le coucher officiels du soleil au cours de la période allant du 15 août au 30 septembre. " ;
2° au point 3/1.3, 2°, le point b) est remplacé par ce qui suit :
" b) les armes à air et à gaz comprimé utilisant des munitions d'un diamètre d'au moins 4,5 millimètres et développant à l'impact une énergie minimale de 17 J à 35 mètres de la bouche du canon. Pour les espèces dont le poids moyen d'un animal adulte est supérieur à deux kilogrammes, des munitions d'un diamètre minimal de 6,35 millimètres, développant à l'impact une énergie minimale de 17 J à 35 mètres de la bouche du canon, sont utilisées. La liste de ces espèces est publiée sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence ; " ;
3° le point 3/1.3, 5°, a), est complété par la phrase suivante :
" Si la cage est opérationnelle, le contrôle quotidien est effectué au plus tard une heure après le coucher officiel du soleil. Ce contrôle quotidien peut également être effectué par le biais d'une surveillance électronique. " ;
4° le point 3/1.3, 5°, c), est complété par la phrase suivante :
" Le numéro de téléphone à indiquer se trouve sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence. " ;
5° au point 3/1.3, 6°, le membre de phrase " dans les 24 heures après leur installation " est remplacé par le membre de phrase " dans les 24 heures suivant la capture " ;
6° le point 3/1.3 est complété par des points 7° et 8°, rédigés comme suit :
" 7° la lutte à l'aide de pièges s'effectue dans des lieux ou des zones dans lesquels les fonctionnaires habilités à contrôler le respect du présent arrêté peuvent pénétrer sans autorisation de perquisition ou mandat de perquisition et qui sont raisonnablement accessibles ;
8° l'utilisation d'armes à feu, à air et à gaz comprimé n'est autorisée qu'aux personnes en possession d'un permis de chasse valable conformément à la réglementation flamande en matière de chasse. L'utilisation d'armes à feu n'est autorisée que pour lutter contre les espèces exotiques de mammifères, oiseaux, amphibiens et reptiles. Le port d'armes à feu, à air et à gaz comprimé est interdit dans les situations suivantes :
a) le test d'haleine mesure une concentration d'alcool d'au moins 0,22 milligramme par litre d'air alvéolaire expiré ;
b) l'analyse de sang indique une concentration d'alcool d'au moins 0,5 gramme par litre de sang ;
c) la personne est en état d'ivresse ou dans un état similaire, notamment à la suite de l'utilisation de drogues ou de médicaments. " ;
7° le point 3/1.6 est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Si l'autorisation écrite de lutte donnée par le propriétaire, le locataire, l'exploitant ou l'occupant ou les occupants du terrain sur lequel le contrôle doit être effectué prévoit la capture mais non la mise à mort des animaux, ceux-ci peuvent être détenus dans des structures d'accueil d'animaux conformément aux dispositions de l'article 31/5, § 3. ".
1° le point 3/1.2, est complété par la phrase suivante :
" Pour la lutte contre les oiseaux aquatiques exotiques, l'utilisation d'armes à feu, d'armes à air comprimé et d'armes à gaz comprimé n'est autorisée qu'entre le lever et le coucher officiels du soleil au cours de la période allant du 15 août au 30 septembre. " ;
2° au point 3/1.3, 2°, le point b) est remplacé par ce qui suit :
" b) les armes à air et à gaz comprimé utilisant des munitions d'un diamètre d'au moins 4,5 millimètres et développant à l'impact une énergie minimale de 17 J à 35 mètres de la bouche du canon. Pour les espèces dont le poids moyen d'un animal adulte est supérieur à deux kilogrammes, des munitions d'un diamètre minimal de 6,35 millimètres, développant à l'impact une énergie minimale de 17 J à 35 mètres de la bouche du canon, sont utilisées. La liste de ces espèces est publiée sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence ; " ;
3° le point 3/1.3, 5°, a), est complété par la phrase suivante :
" Si la cage est opérationnelle, le contrôle quotidien est effectué au plus tard une heure après le coucher officiel du soleil. Ce contrôle quotidien peut également être effectué par le biais d'une surveillance électronique. " ;
4° le point 3/1.3, 5°, c), est complété par la phrase suivante :
" Le numéro de téléphone à indiquer se trouve sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence. " ;
5° au point 3/1.3, 6°, le membre de phrase " dans les 24 heures après leur installation " est remplacé par le membre de phrase " dans les 24 heures suivant la capture " ;
6° le point 3/1.3 est complété par des points 7° et 8°, rédigés comme suit :
" 7° la lutte à l'aide de pièges s'effectue dans des lieux ou des zones dans lesquels les fonctionnaires habilités à contrôler le respect du présent arrêté peuvent pénétrer sans autorisation de perquisition ou mandat de perquisition et qui sont raisonnablement accessibles ;
8° l'utilisation d'armes à feu, à air et à gaz comprimé n'est autorisée qu'aux personnes en possession d'un permis de chasse valable conformément à la réglementation flamande en matière de chasse. L'utilisation d'armes à feu n'est autorisée que pour lutter contre les espèces exotiques de mammifères, oiseaux, amphibiens et reptiles. Le port d'armes à feu, à air et à gaz comprimé est interdit dans les situations suivantes :
a) le test d'haleine mesure une concentration d'alcool d'au moins 0,22 milligramme par litre d'air alvéolaire expiré ;
b) l'analyse de sang indique une concentration d'alcool d'au moins 0,5 gramme par litre de sang ;
c) la personne est en état d'ivresse ou dans un état similaire, notamment à la suite de l'utilisation de drogues ou de médicaments. " ;
7° le point 3/1.6 est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Si l'autorisation écrite de lutte donnée par le propriétaire, le locataire, l'exploitant ou l'occupant ou les occupants du terrain sur lequel le contrôle doit être effectué prévoit la capture mais non la mise à mort des animaux, ceux-ci peuvent être détenus dans des structures d'accueil d'animaux conformément aux dispositions de l'article 31/5, § 3. ".
Art. 33. In bijlage 4 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan punt A, 1°, wordt de zinssnede ", of gaat een samenwerking met een taxidienst voor wilde dieren aan" toegevoegd;
2° in punt A, 2°, wordt de zinssnede "telefoon en eventueel een antwoordapparaat of mobiele telefoon" vervangen door de zinssnede "telefoon met antwoordapparaat of mobiele telefoon met actieve voicemail";
3° in punt A, 3°, wordt het woord "competente" opgeheven;
4° aan punt A worden een punt 9° en een punt 10° toegevoegd, die luiden als volgt:
"9° het opvangcentrum ondersteunt de overheid bij de staalname bij de opvang van hulpbehoevende wilde dieren in het kader van het wildedierenziektebeleid van het agentschap, en bij de te nemen preventieve maatregelen bij de opvang van hulpbehoevende wilde dieren in het kader van het wildedierenziektebeleid van het agentschap;
10° het opvangcentrum of in voorkomend geval de taxidienst voldoet aan de noodzakelijke kwaliteitsstandaarden die het hoofd van het agentschap beschreven heeft. De kwaliteitsstandaarden staan op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap. Ingeval het hoofd van het agentschap noodzakelijke kwaliteitsstandaarden toevoegt of wijzigt, dient het opvangcentrum hieraan te voldoen binnen de termijn die door het hoofd van het agentschap wordt vastgelegd. Het voldoen aan de kwaliteitsstandaarden wordt gedocumenteerd in het werkingsverslag, zoals vermeld in artikel 40, § 4, 2°. ";
5° in punt B wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° de dieren die worden gevangen, moeten worden vervoerd naar een geschikte plaats om hen vrij te laten of, als dat nodig is, naar een erkend opvangcentrum voor verdere verzorging. Er moet steeds een voorafgaande toestemming zijn van de eigenaar en, in voorkomend geval, de gebruiker, op wiens terrein de dieren worden vrijgelaten. Dieren die behoren tot een invasieve uitheemse soort, als vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 4°, moeten onverwijld worden vervoerd naar een voorziening met het oog op het euthanaseren ervan, tenzij aan het opvangcentrum een afwijking is verleend als vermeld in artikel 31/5, § 3;";
6° in punt D wordt punt 6° vervangen door wat volgt:
"6° dieren die behoren tot een uitheemse soort of tot een gedomesticeerde soort, of inheemse dieren die afkomstig zijn van een inbeslagname en die hun plaats in de natuur niet meer kunnen innemen, mogen niet in het wild worden vrijgelaten. Die dieren moeten worden geplaatst op een locatie die daarvoor geschikt is. Dieren die behoren tot een invasieve uitheemse soort, als vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 4°, moeten worden vervoerd naar een voorziening met het oog op het euthanaseren ervan, tenzij aan het opvangcentrum een afwijking is verleend als vermeld in artikel 31/5, § 3;".
1° aan punt A, 1°, wordt de zinssnede ", of gaat een samenwerking met een taxidienst voor wilde dieren aan" toegevoegd;
2° in punt A, 2°, wordt de zinssnede "telefoon en eventueel een antwoordapparaat of mobiele telefoon" vervangen door de zinssnede "telefoon met antwoordapparaat of mobiele telefoon met actieve voicemail";
3° in punt A, 3°, wordt het woord "competente" opgeheven;
4° aan punt A worden een punt 9° en een punt 10° toegevoegd, die luiden als volgt:
"9° het opvangcentrum ondersteunt de overheid bij de staalname bij de opvang van hulpbehoevende wilde dieren in het kader van het wildedierenziektebeleid van het agentschap, en bij de te nemen preventieve maatregelen bij de opvang van hulpbehoevende wilde dieren in het kader van het wildedierenziektebeleid van het agentschap;
10° het opvangcentrum of in voorkomend geval de taxidienst voldoet aan de noodzakelijke kwaliteitsstandaarden die het hoofd van het agentschap beschreven heeft. De kwaliteitsstandaarden staan op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap. Ingeval het hoofd van het agentschap noodzakelijke kwaliteitsstandaarden toevoegt of wijzigt, dient het opvangcentrum hieraan te voldoen binnen de termijn die door het hoofd van het agentschap wordt vastgelegd. Het voldoen aan de kwaliteitsstandaarden wordt gedocumenteerd in het werkingsverslag, zoals vermeld in artikel 40, § 4, 2°. ";
5° in punt B wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° de dieren die worden gevangen, moeten worden vervoerd naar een geschikte plaats om hen vrij te laten of, als dat nodig is, naar een erkend opvangcentrum voor verdere verzorging. Er moet steeds een voorafgaande toestemming zijn van de eigenaar en, in voorkomend geval, de gebruiker, op wiens terrein de dieren worden vrijgelaten. Dieren die behoren tot een invasieve uitheemse soort, als vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 4°, moeten onverwijld worden vervoerd naar een voorziening met het oog op het euthanaseren ervan, tenzij aan het opvangcentrum een afwijking is verleend als vermeld in artikel 31/5, § 3;";
6° in punt D wordt punt 6° vervangen door wat volgt:
"6° dieren die behoren tot een uitheemse soort of tot een gedomesticeerde soort, of inheemse dieren die afkomstig zijn van een inbeslagname en die hun plaats in de natuur niet meer kunnen innemen, mogen niet in het wild worden vrijgelaten. Die dieren moeten worden geplaatst op een locatie die daarvoor geschikt is. Dieren die behoren tot een invasieve uitheemse soort, als vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 4°, moeten worden vervoerd naar een voorziening met het oog op het euthanaseren ervan, tenzij aan het opvangcentrum een afwijking is verleend als vermeld in artikel 31/5, § 3;".
Art. 33. A l'annexe 4 du même arrêté, modifiée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point A, 1°, le membre de phrase " , ou collabore avec un service de taxi pour animaux sauvages " est ajouté ;
2° au point A, 2°, le membre de phrase " téléphone et, éventuellement d'un répondeur ou téléphone mobile " est remplacé par le membre de phrase " téléphone avec répondeur ou téléphone mobile avec messagerie vocale active " ;
3° au point A, 3°, le mot " compétent " est abrogé ;
4° le paragraphe A est complété par des points 9° et 10°, rédigés comme suit :
" 9° le centre d'accueil soutient l'autorité pour la réalisation de prélèvements lors de l'accueil d'animaux sauvages nécessitant des soins dans le cadre de la politique de lutte contre les maladies chez les animaux sauvages mise en place par l'agence, ainsi que pour les mesures préventives à prendre lors de l'accueil d'animaux sauvages nécessitant des soins dans le cadre de la politique de lutte contre les maladies chez les animaux sauvages mise en place par l'agence.
10° le centre d'accueil ou, le cas échéant, le service de taxi répond aux normes de qualité nécessaires décrites par le chef de l'agence. Les normes de qualité sont énumérées sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence. Si le chef de l'agence ajoute ou modifie des normes de qualité nécessaires, le centre d'accueil doit s'y conformer dans le délai fixé par le chef de l'agence. Le respect des normes de qualité est documenté dans le rapport d'activité tel que visé à l'article 40, § 4, 2°. " ;
5° au point B, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° les animaux capturés doivent être transportés dans un lieu approprié pour être remis en liberté ou, si nécessaire, dans un centre d'accueil agréé pour y être soignés. Une autorisation préalable doit toujours être obtenue du propriétaire et, le cas échéant, de l'utilisateur sur le terrain duquel les animaux sont remis en liberté. Les animaux appartenant à une espèce non indigène envahissante telle que visée à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 4°, doivent être transportés sans délai vers une structure en vue de leur euthanasie, sauf si une dérogation a été accordée au centre d'accueil telle que visée à l'article 31/5, § 3 ; " ;
6° au point D, le point 6 est remplacé par ce qui suit :
" 6° les animaux appartenant à une espèce non indigène ou à une espèce domestiquée, ou les animaux indigènes provenant d'une saisie qui ne peuvent plus prendre leur place dans la nature, ne peuvent être remis en liberté dans la nature. Ces animaux doivent être placés dans un endroit adapté. Les animaux appartenant à une espèce non indigène envahissante telle que visée à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 4°, doivent être transportés vers une structure en vue de leur euthanasie, sauf si une dérogation a été accordée au centre d'accueil telle que visée à l'article 31/5, § 3 ; ".
1° au point A, 1°, le membre de phrase " , ou collabore avec un service de taxi pour animaux sauvages " est ajouté ;
2° au point A, 2°, le membre de phrase " téléphone et, éventuellement d'un répondeur ou téléphone mobile " est remplacé par le membre de phrase " téléphone avec répondeur ou téléphone mobile avec messagerie vocale active " ;
3° au point A, 3°, le mot " compétent " est abrogé ;
4° le paragraphe A est complété par des points 9° et 10°, rédigés comme suit :
" 9° le centre d'accueil soutient l'autorité pour la réalisation de prélèvements lors de l'accueil d'animaux sauvages nécessitant des soins dans le cadre de la politique de lutte contre les maladies chez les animaux sauvages mise en place par l'agence, ainsi que pour les mesures préventives à prendre lors de l'accueil d'animaux sauvages nécessitant des soins dans le cadre de la politique de lutte contre les maladies chez les animaux sauvages mise en place par l'agence.
10° le centre d'accueil ou, le cas échéant, le service de taxi répond aux normes de qualité nécessaires décrites par le chef de l'agence. Les normes de qualité sont énumérées sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence. Si le chef de l'agence ajoute ou modifie des normes de qualité nécessaires, le centre d'accueil doit s'y conformer dans le délai fixé par le chef de l'agence. Le respect des normes de qualité est documenté dans le rapport d'activité tel que visé à l'article 40, § 4, 2°. " ;
5° au point B, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° les animaux capturés doivent être transportés dans un lieu approprié pour être remis en liberté ou, si nécessaire, dans un centre d'accueil agréé pour y être soignés. Une autorisation préalable doit toujours être obtenue du propriétaire et, le cas échéant, de l'utilisateur sur le terrain duquel les animaux sont remis en liberté. Les animaux appartenant à une espèce non indigène envahissante telle que visée à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 4°, doivent être transportés sans délai vers une structure en vue de leur euthanasie, sauf si une dérogation a été accordée au centre d'accueil telle que visée à l'article 31/5, § 3 ; " ;
6° au point D, le point 6 est remplacé par ce qui suit :
" 6° les animaux appartenant à une espèce non indigène ou à une espèce domestiquée, ou les animaux indigènes provenant d'une saisie qui ne peuvent plus prendre leur place dans la nature, ne peuvent être remis en liberté dans la nature. Ces animaux doivent être placés dans un endroit adapté. Les animaux appartenant à une espèce non indigène envahissante telle que visée à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 4°, doivent être transportés vers une structure en vue de leur euthanasie, sauf si une dérogation a été accordée au centre d'accueil telle que visée à l'article 31/5, § 3 ; ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het Soortenschadebesluit van 3 juli 2009
CHAPITRE 5. - Modifications de l'Arrêté sur les dommages causés par certaines espèces du 3 juillet 2009
Art. 34. In artikel 1 van het Soortenschadebesluit van 3 juli 2009, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juni 2018, worden de punten 7° en 8° vervangen door wat volgt:
"7° Schadelijder : degene die, op het ogenblik van het ontstaan van de wildschade of de schade door een beschermde soort, op basis van een titel van eigendom, erfpacht, schriftelijke pacht- of gebruiksovereenkomst, uitbater of gebruiker is van het geteisterde goed. Voor zover het gaat over wildschade of schade door een beschermde soort aan gronden met landbouw- of tuinbouwbestemming, of aan de teelten of oogsten op deze gronden, moet de schadelijder kunnen aantonen voor de betrokken percelen geregistreerd te zijn op basis van het decreet van 22 december 2006 houdende een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid. Voor zover het gaat over wildschade of schade door een beschermde soort aan vee, moet de schadelijder kunnen aantonen voor de betrokken dieren geregistreerd te zijn op basis van het Koninklijk besluit van 20 mei 2022 betreffende de identificatie en de registratie van bepaalde hoefdieren, pluimvee, konijnen en bepaalde vogels;
8° vee: runderen, varkens, paardachtigen, schapen, moeflon, geiten, steenbok, alpaca, guanaco, lama, hertachtigen, pluimvee, loopvogels en konijnen, alsook honden die gehouden worden om vee te hoeden.".
"7° Schadelijder : degene die, op het ogenblik van het ontstaan van de wildschade of de schade door een beschermde soort, op basis van een titel van eigendom, erfpacht, schriftelijke pacht- of gebruiksovereenkomst, uitbater of gebruiker is van het geteisterde goed. Voor zover het gaat over wildschade of schade door een beschermde soort aan gronden met landbouw- of tuinbouwbestemming, of aan de teelten of oogsten op deze gronden, moet de schadelijder kunnen aantonen voor de betrokken percelen geregistreerd te zijn op basis van het decreet van 22 december 2006 houdende een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid. Voor zover het gaat over wildschade of schade door een beschermde soort aan vee, moet de schadelijder kunnen aantonen voor de betrokken dieren geregistreerd te zijn op basis van het Koninklijk besluit van 20 mei 2022 betreffende de identificatie en de registratie van bepaalde hoefdieren, pluimvee, konijnen en bepaalde vogels;
8° vee: runderen, varkens, paardachtigen, schapen, moeflon, geiten, steenbok, alpaca, guanaco, lama, hertachtigen, pluimvee, loopvogels en konijnen, alsook honden die gehouden worden om vee te hoeden.".
Art. 34. Dans l'article 1er de l'Arrêté sur les dommages causés par certaines espèces du 3 juillet 2009, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juin 2018, les points 7° et 8° sont remplacés par ce qui suit :
" 7° Personne lésée : celui qui, au moment de l'apparition des dommages causés par le gibier ou des dommages causés par une espèce protégée, est exploitant ou utilisateur du bien sinistré, sur la base d'un titre de propriété, un bail, un contrat de bail ou d'utilisation écrit. En ce qui concerne les dommages causés par le gibier ou les dommages causés par une espèce protégée à des terrains destinés à l'agriculture ou à l'horticulture, aux cultures ou récoltes sur ces terrains ou aux animaux utiles à l'agriculture, la personne lésée doit pouvoir démontrer qu'elle est enregistrée pour les parcelles concernées sur la base du décret du 22 décembre 2006 portant création d'une identification commune d'agriculteurs, d'exploitations et de terres agricoles dans le cadre de la politique relative aux engrais et de la politique de l'agriculture. En ce qui concerne les dommages causés par le gibier ou les dommages causés par une espèce protégée au bétail, la personne lésée doit pouvoir démontrer qu'elle est enregistrée pour les animaux concernés sur la base de l'arrêté royal du 20 mai 2022 relatif à l'identification et l'enregistrement de certains ongulés, des volailles, des lapins et de certains oiseaux ;
8° bétail : bovins, porcins, équidés, ovins, mouflons, caprins, bouquetins, alpagas, guanacos, lamas, cervidés, volailles, ratites et lapins, ainsi que les chiens destinés à la garde des troupeaux. ".
" 7° Personne lésée : celui qui, au moment de l'apparition des dommages causés par le gibier ou des dommages causés par une espèce protégée, est exploitant ou utilisateur du bien sinistré, sur la base d'un titre de propriété, un bail, un contrat de bail ou d'utilisation écrit. En ce qui concerne les dommages causés par le gibier ou les dommages causés par une espèce protégée à des terrains destinés à l'agriculture ou à l'horticulture, aux cultures ou récoltes sur ces terrains ou aux animaux utiles à l'agriculture, la personne lésée doit pouvoir démontrer qu'elle est enregistrée pour les parcelles concernées sur la base du décret du 22 décembre 2006 portant création d'une identification commune d'agriculteurs, d'exploitations et de terres agricoles dans le cadre de la politique relative aux engrais et de la politique de l'agriculture. En ce qui concerne les dommages causés par le gibier ou les dommages causés par une espèce protégée au bétail, la personne lésée doit pouvoir démontrer qu'elle est enregistrée pour les animaux concernés sur la base de l'arrêté royal du 20 mai 2022 relatif à l'identification et l'enregistrement de certains ongulés, des volailles, des lapins et de certains oiseaux ;
8° bétail : bovins, porcins, équidés, ovins, mouflons, caprins, bouquetins, alpagas, guanacos, lamas, cervidés, volailles, ratites et lapins, ainsi que les chiens destinés à la garde des troupeaux. ".
Art. 35. In artikel 4, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014, worden de woorden "de voor de landbouw nuttige dieren" vervangen door het woord "vee".
Art. 35. A l'article 4, § 2, alinéa 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 avril 2014, les mots " aux animaux utiles à l'agriculture " sont remplacés par les mots " au bétail ".
Art. 36. In artikel 12, 3°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014, worden de woorden "voor landbouw nuttige dieren" vervangen door het woord "vee".
Art. 36. A l'article 12, 3°, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 avril 2014, les mots " aux animaux utiles à l'agriculture " sont remplacés par les mots " au bétail ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2013 tot uitvoering van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1 février 2013 portant exécution de la loi du 1er juillet 1954 sur la pêche fluviale
Art. 37. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2013 tot uitvoering van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 4°, 5°, 8°, 9° en 10° worden opgeheven;
2° er wordt een punt 15° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"15° nachtvisserij: vissen van twee uur na het officiële uur van zonsondergang tot twee uur voor het officiële uur van zonsopgang.".
1° punt 4°, 5°, 8°, 9° en 10° worden opgeheven;
2° er wordt een punt 15° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"15° nachtvisserij: vissen van twee uur na het officiële uur van zonsondergang tot twee uur voor het officiële uur van zonsopgang.".
Art. 37. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1 février 2013 portant exécution de la loi du 1er juillet 1954 sur la pêche fluviale, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° les points 4°, 5°, 8°, 9° et 10° sont abrogés ;
2° il est ajouté un point 15°, rédigé comme suit :
" 15° pêche de nuit : la pêche pratiquée entre deux heures après l'heure officielle du coucher du soleil jusqu'à deux heures avant l'heure officielle du lever du soleil. ".
1° les points 4°, 5°, 8°, 9° et 10° sont abrogés ;
2° il est ajouté un point 15°, rédigé comme suit :
" 15° pêche de nuit : la pêche pratiquée entre deux heures après l'heure officielle du coucher du soleil jusqu'à deux heures avant l'heure officielle du lever du soleil. ".
Art. 38. Artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 12. § 1. Het vissen is onderworpen aan de volgende beperkingen:
1° het is verboden te vissen in de periode van 16 april tot en met 31 mei;
2° het is verboden te vissen van twee uur na het officiële uur van zonsondergang tot twee uur voor het officiële uur van zonsopgang;
3° het is verboden te vissen op zalmachtigen van 1 oktober tot en met 28 februari. Elke zalmachtige die toevallig gevangen wordt, wordt onmiddellijk en voorzichtig in het water van herkomst vrijgelaten;
4° in de volgende wateren geldt het hele jaar door een verbod op het gebruik van aasvissen en wordt elke gevangen vis onmiddellijk en voorzichtig in het water van herkomst vrijgelaten:
a) de Zwalm en de zijwaterlopen die uitmonden in de Zwalm;
b) de IJse en de zijwaterlopen die uitmonden in de IJse, uitgezonderd de vijvers die in verbinding staan met de IJse en uitgezonderd de vijvers die in verbinding staan met de zijwaterlopen die uitmonden in de IJse.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, 1°, is het toegestaan te vissen in de periode van 16 april tot en met 31 mei in de aangekruiste wateren van de kolom "vissen in paaitijd" van bijlage 3 bij dit besluit. Elke gevangen vis moet onmiddellijk en voorzichtig in het water van herkomst worden vrijgelaten.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1, 1°, is het vliegvissen met kunstaas met een totale lengte van maximaal 2 centimeter in de periode van 16 april tot en met 31 mei toegestaan in alle wateren. Elke gevangen vis moet onmiddellijk en voorzichtig in het water van herkomst worden vrijgelaten.
In deze paragraaf wordt verstaan onder vliegvissen: de hengeltechniek waarbij gebruik gemaakt wordt van het gewicht van de lijn om het aas, de kunstvlieg, te werpen.
§ 4. In afwijking van paragraaf 1, 2°, is het toegestaan te vissen van twee uur na het officiële uur van zonsondergang tot twee uur voor het officiële uur van zonsopgang in de aangekruiste wateren van de kolom "nachtvisserij" van bijlage 3 bij dit besluit. Elke gevangen vis moet onmiddellijk en voorzichtig in het water van herkomst worden vrijgelaten. Daarbij mag een visser geen vis in het bezit hebben die buiten de periode van nachtvisserij is gevangen. Het gebruik van aasvissen en het gebruik van kunstaas met een totale lengte van meer dan 2 centimeter is verboden.
§ 5. In afwijking van paragraaf 1, 1° en 2°, is het gedurende het hele jaar door in alle wateren toegestaan met één peur op paling te vissen. Tijdens het peuren mag geen andere hengel gebruikt worden. Het gebruik van een peurnet of peurbak is toegestaan om de paling op te vangen die met de peur gevangen is.".
"Art. 12. § 1. Het vissen is onderworpen aan de volgende beperkingen:
1° het is verboden te vissen in de periode van 16 april tot en met 31 mei;
2° het is verboden te vissen van twee uur na het officiële uur van zonsondergang tot twee uur voor het officiële uur van zonsopgang;
3° het is verboden te vissen op zalmachtigen van 1 oktober tot en met 28 februari. Elke zalmachtige die toevallig gevangen wordt, wordt onmiddellijk en voorzichtig in het water van herkomst vrijgelaten;
4° in de volgende wateren geldt het hele jaar door een verbod op het gebruik van aasvissen en wordt elke gevangen vis onmiddellijk en voorzichtig in het water van herkomst vrijgelaten:
a) de Zwalm en de zijwaterlopen die uitmonden in de Zwalm;
b) de IJse en de zijwaterlopen die uitmonden in de IJse, uitgezonderd de vijvers die in verbinding staan met de IJse en uitgezonderd de vijvers die in verbinding staan met de zijwaterlopen die uitmonden in de IJse.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, 1°, is het toegestaan te vissen in de periode van 16 april tot en met 31 mei in de aangekruiste wateren van de kolom "vissen in paaitijd" van bijlage 3 bij dit besluit. Elke gevangen vis moet onmiddellijk en voorzichtig in het water van herkomst worden vrijgelaten.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1, 1°, is het vliegvissen met kunstaas met een totale lengte van maximaal 2 centimeter in de periode van 16 april tot en met 31 mei toegestaan in alle wateren. Elke gevangen vis moet onmiddellijk en voorzichtig in het water van herkomst worden vrijgelaten.
In deze paragraaf wordt verstaan onder vliegvissen: de hengeltechniek waarbij gebruik gemaakt wordt van het gewicht van de lijn om het aas, de kunstvlieg, te werpen.
§ 4. In afwijking van paragraaf 1, 2°, is het toegestaan te vissen van twee uur na het officiële uur van zonsondergang tot twee uur voor het officiële uur van zonsopgang in de aangekruiste wateren van de kolom "nachtvisserij" van bijlage 3 bij dit besluit. Elke gevangen vis moet onmiddellijk en voorzichtig in het water van herkomst worden vrijgelaten. Daarbij mag een visser geen vis in het bezit hebben die buiten de periode van nachtvisserij is gevangen. Het gebruik van aasvissen en het gebruik van kunstaas met een totale lengte van meer dan 2 centimeter is verboden.
§ 5. In afwijking van paragraaf 1, 1° en 2°, is het gedurende het hele jaar door in alle wateren toegestaan met één peur op paling te vissen. Tijdens het peuren mag geen andere hengel gebruikt worden. Het gebruik van een peurnet of peurbak is toegestaan om de paling op te vangen die met de peur gevangen is.".
Art. 38. L'article 12 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 12. § 1er. La pêche est soumise aux restrictions suivantes :
1° il est interdit de pêcher au cours de la période du 16 avril au 31 mai ;
2° il est interdit de pêcher entre deux heures après l'heure officielle du coucher du soleil jusqu'à deux heures avant l'heure officielle du lever du soleil ;
3° il est interdit de pêcher des salmonidés du 1er octobre au 28 février. Tout salmonidé capturé par hasard est relâché immédiatement et prudemment dans les eaux de provenance.
4° dans les eaux suivantes, l'utilisation de poissons pour amorce est interdite toute l'année et les poissons capturés sont immédiatement et prudemment relâchés dans les eaux de provenance :
a) le Zwalin et les cours d'eau affluents qui se jettent dans le Zwalin ;
b) l'Ijse et les cours d'eau affluents qui se jettent dans l'Ijse, à l'exclusion des étangs reliés à l'Ijse et des étangs reliés aux cours d'eau affluents qui se jettent dans l'Ijse.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, 1°, il est permis de pêcher pendant la période du 16 avril au 31 mai dans les eaux cochées de la colonne " poissons en période de frai " de l'annexe 3 du présent arrêté. Tout poisson capturé est relâché immédiatement et prudemment dans les eaux de provenance.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, 1°, la pêche à la mouche avec des appâts artificiels d'une longueur maximale totale de 2 centimètres est autorisée dans toutes les eaux au cours de la période du 16 avril au 31 mai. Tout poisson capturé est relâché immédiatement et prudemment dans les eaux de provenance.
Dans le présent paragraphe, on entend par pêche à la mouche : la technique de pêche utilisant le poids de la ligne pour lancer l'appât, la mouche artificielle.
§ 4. Par dérogation au paragraphe 1er, 2°, il est permis de pêcher entre deux heures après l'heure officielle du coucher du soleil jusqu'à deux heures avant l'heure officielle du lever du soleil dans les eaux cochées de la colonne " pêche de nuit " de l'annexe 3 au présent arrêté. Tout poisson capturé est relâché immédiatement et prudemment dans les eaux de provenance. Un pêcheur ne peut pas être en possession de poissons capturés en dehors de la période de pêche de nuit. L'utilisation de poissons pour amorce et d'appâts artificiels d'une longueur totale de plus de 2 cm est interdite.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, 1° et 2°, il est permis de pêcher l'anguille à la vermée dans toutes les eaux pendant toute l'année. Aucune autre ligne ne peut être utilisée pendant la vermée. L'utilisation d'un filet ou d'une boîte est autorisée pour capturer les anguilles capturées à la vermée. ".
" Art. 12. § 1er. La pêche est soumise aux restrictions suivantes :
1° il est interdit de pêcher au cours de la période du 16 avril au 31 mai ;
2° il est interdit de pêcher entre deux heures après l'heure officielle du coucher du soleil jusqu'à deux heures avant l'heure officielle du lever du soleil ;
3° il est interdit de pêcher des salmonidés du 1er octobre au 28 février. Tout salmonidé capturé par hasard est relâché immédiatement et prudemment dans les eaux de provenance.
4° dans les eaux suivantes, l'utilisation de poissons pour amorce est interdite toute l'année et les poissons capturés sont immédiatement et prudemment relâchés dans les eaux de provenance :
a) le Zwalin et les cours d'eau affluents qui se jettent dans le Zwalin ;
b) l'Ijse et les cours d'eau affluents qui se jettent dans l'Ijse, à l'exclusion des étangs reliés à l'Ijse et des étangs reliés aux cours d'eau affluents qui se jettent dans l'Ijse.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, 1°, il est permis de pêcher pendant la période du 16 avril au 31 mai dans les eaux cochées de la colonne " poissons en période de frai " de l'annexe 3 du présent arrêté. Tout poisson capturé est relâché immédiatement et prudemment dans les eaux de provenance.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, 1°, la pêche à la mouche avec des appâts artificiels d'une longueur maximale totale de 2 centimètres est autorisée dans toutes les eaux au cours de la période du 16 avril au 31 mai. Tout poisson capturé est relâché immédiatement et prudemment dans les eaux de provenance.
Dans le présent paragraphe, on entend par pêche à la mouche : la technique de pêche utilisant le poids de la ligne pour lancer l'appât, la mouche artificielle.
§ 4. Par dérogation au paragraphe 1er, 2°, il est permis de pêcher entre deux heures après l'heure officielle du coucher du soleil jusqu'à deux heures avant l'heure officielle du lever du soleil dans les eaux cochées de la colonne " pêche de nuit " de l'annexe 3 au présent arrêté. Tout poisson capturé est relâché immédiatement et prudemment dans les eaux de provenance. Un pêcheur ne peut pas être en possession de poissons capturés en dehors de la période de pêche de nuit. L'utilisation de poissons pour amorce et d'appâts artificiels d'une longueur totale de plus de 2 cm est interdite.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, 1° et 2°, il est permis de pêcher l'anguille à la vermée dans toutes les eaux pendant toute l'année. Aucune autre ligne ne peut être utilisée pendant la vermée. L'utilisation d'un filet ou d'une boîte est autorisée pour capturer les anguilles capturées à la vermée. ".
Art. 39. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018, wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
"4° aasvissen gebruiken in de periode van 1 maart tot en met 31 mei;".
"4° aasvissen gebruiken in de periode van 1 maart tot en met 31 mei;".
Art. 39. Dans l'article 13 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° l'utilisation de poissons pour amorce au cours de la période du 1er mars au 31 mai ; ".
" 4° l'utilisation de poissons pour amorce au cours de la période du 1er mars au 31 mai ; ".
Art. 40. In artikel 15 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 3, eerste lid, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° zeevissoorten: voor zeevissoorten gelden als minimummaten de minimuminstandhoudingsreferentiegrootten, vermeld in deel A van bijlage V bij verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende de instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen door middel van technische maatregelen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1967/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 1380/2013, (EU) 2016/1139, (EU) 2018/973, (EU) 2019/472 en (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 894/97, (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 2549/2000, (EG) nr. 254/2002, (EG) nr. 812/2004 en (EG) nr. 2187/2005 van de Raad.";
2° paragraaf 7 wordt vervangen door wat volgt:
" § 7. In afwijking van paragraaf 1 en 5, in afwijking van artikel 12, § 2 en § 4, en met behoud van de toepassing van paragraaf 3, 3°, mag een visser het hele jaar door, zowel overdag als tijdens de nachtvisserij, een onbeperkt aantal dode zeevissoorten vervoeren en tijdens het hengelen in zijn bezit houden. Tijdens de nachtvisserij is het gebruik van zeevissoorten als aasvis verboden.
In het eerste lid wordt verstaan onder zeevissoorten: de vissoorten waarvan de voortplanting plaatsvindt op zee, met uitzondering van paling.".
1° aan paragraaf 3, eerste lid, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° zeevissoorten: voor zeevissoorten gelden als minimummaten de minimuminstandhoudingsreferentiegrootten, vermeld in deel A van bijlage V bij verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende de instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen door middel van technische maatregelen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1967/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 1380/2013, (EU) 2016/1139, (EU) 2018/973, (EU) 2019/472 en (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 894/97, (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 2549/2000, (EG) nr. 254/2002, (EG) nr. 812/2004 en (EG) nr. 2187/2005 van de Raad.";
2° paragraaf 7 wordt vervangen door wat volgt:
" § 7. In afwijking van paragraaf 1 en 5, in afwijking van artikel 12, § 2 en § 4, en met behoud van de toepassing van paragraaf 3, 3°, mag een visser het hele jaar door, zowel overdag als tijdens de nachtvisserij, een onbeperkt aantal dode zeevissoorten vervoeren en tijdens het hengelen in zijn bezit houden. Tijdens de nachtvisserij is het gebruik van zeevissoorten als aasvis verboden.
In het eerste lid wordt verstaan onder zeevissoorten: de vissoorten waarvan de voortplanting plaatsvindt op zee, met uitzondering van paling.".
Art. 40. Dans l'article 15 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 3, alinéa 1er, est complété par un point 3°, rédigé comme suit :
" 3° espèces de poissons marins : pour les espèces de poissons marins, les tailles minimales sont les tailles minimales de référence de conservation fixées à l'annexe V, partie A, du règlement (UE) 2019/1241 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 relatif à la conservation des ressources halieutiques et à la protection des écosystèmes marins par des mesures techniques, modifiant les règlements (CE) n° 2019/2006 et (CE) n° 1224/2009 du Conseil et les règlements (UE) n° 1380/2013, (UE) 2016/1139, (UE) 2018/973, (UE) 2019/472 et (UE) 2019/1022 du Parlement européen et du Conseil, et abrogeant les règlements (CE) n° 894/97, (CE) n° 850/98, (CE) n° 2549/2000, (CE) n° 254/2002, (CE) n° 812/2004 et (CE) n° 2187/2005 du Conseil. " ;
2° le paragraphe 7 est remplacé par ce qui suit :
" § 7. Par dérogation aux paragraphes 1er et 5, par dérogation à l'article 12, § 2 et § 4, et sans préjudice de l'application du paragraphe 3, 3°, un pêcheur peut transporter et garder en sa possession durant la pêche un nombre illimité d'espèces de poissons marins morts tout au long de l'année, aussi bien durant la journée que lors de la pêche de nuit. Pendant la pêche de nuit, il est interdit d'utiliser des espèces de poissons marins comme poissons pour amorce.
A l'alinéa 1er, on entend par poissons marins : les espèces de poissons dont la reproduction a lieu en mer, à l'exception de l'anguille. ".
1° le paragraphe 3, alinéa 1er, est complété par un point 3°, rédigé comme suit :
" 3° espèces de poissons marins : pour les espèces de poissons marins, les tailles minimales sont les tailles minimales de référence de conservation fixées à l'annexe V, partie A, du règlement (UE) 2019/1241 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 relatif à la conservation des ressources halieutiques et à la protection des écosystèmes marins par des mesures techniques, modifiant les règlements (CE) n° 2019/2006 et (CE) n° 1224/2009 du Conseil et les règlements (UE) n° 1380/2013, (UE) 2016/1139, (UE) 2018/973, (UE) 2019/472 et (UE) 2019/1022 du Parlement européen et du Conseil, et abrogeant les règlements (CE) n° 894/97, (CE) n° 850/98, (CE) n° 2549/2000, (CE) n° 254/2002, (CE) n° 812/2004 et (CE) n° 2187/2005 du Conseil. " ;
2° le paragraphe 7 est remplacé par ce qui suit :
" § 7. Par dérogation aux paragraphes 1er et 5, par dérogation à l'article 12, § 2 et § 4, et sans préjudice de l'application du paragraphe 3, 3°, un pêcheur peut transporter et garder en sa possession durant la pêche un nombre illimité d'espèces de poissons marins morts tout au long de l'année, aussi bien durant la journée que lors de la pêche de nuit. Pendant la pêche de nuit, il est interdit d'utiliser des espèces de poissons marins comme poissons pour amorce.
A l'alinéa 1er, on entend par poissons marins : les espèces de poissons dont la reproduction a lieu en mer, à l'exception de l'anguille. ".
Art. 41. In artikel 16 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° minstens één maand vooraf wordt toelating gevraagd aan het agentschap. Die toelating wordt door de wedstrijdverantwoordelijke getoond op elk verzoek van de officieren van de gerechtelijke politie en van de toezichthouders die belast zijn met het toezicht op de naleving van de regelgeving over de riviervisserij;";
2° in paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt:
"Bij tijdige aanvraag wordt de toelating zoals bedoeld in het eerste lid, 1°, standaard door het agentschap verleend, behalve in de volgende gevallen:
1° de aanvrager is de voorwaarden van eerdere toelatingen met betrekking tot hengelvangstregistratie nog niet nagekomen;
2° er zijn meerdere aanvragen voor wedstrijden die op dezelfde locatie en tijdstip plaats vinden. In dat geval wordt een overleg georganiseerd tussen de betrokken aanvragers waarbij gezocht wordt naar een alternatieve locatie of tijdstip voor de wedstrijden. Het agentschap kan zich hierbij laten bijstaan door een hengelvereniging die een overkoepelende werking heeft op niveau van Vlaanderen. Indien bij dit overleg geen consensus wordt bereikt, wordt de toelating verleend op basis van volgende afnemende prioritering:
a) internationale wedstrijden met deelnemers uit meer dan één land;
b) nationale wedstrijden met deelnemers uit meer dan één provincie;
c) lokale wedstrijden met deelnemers uit dezelfde provincie;
d) de wedstrijd met de meeste deelnemers.";
3° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"In afwijking van artikel 12, § 2, artikel 13, eerste lid, 8°, en artikel 15, § 1 en § 2, mogen vissen het hele jaar door zonder beperking in aantal bewaard worden in een leefnet tijdens een wedstrijd die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1.";
4° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 3. Met behoud van de toepassing van artikel 9, 1°, zijn de deelnemers aan een wedstrijd vrijgesteld van het bezit van een groot visverlof. Ze moeten wel een gewoon visverlof bezitten tijdens de duur van de wedstrijd.".
1° in paragraaf 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° minstens één maand vooraf wordt toelating gevraagd aan het agentschap. Die toelating wordt door de wedstrijdverantwoordelijke getoond op elk verzoek van de officieren van de gerechtelijke politie en van de toezichthouders die belast zijn met het toezicht op de naleving van de regelgeving over de riviervisserij;";
2° in paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt:
"Bij tijdige aanvraag wordt de toelating zoals bedoeld in het eerste lid, 1°, standaard door het agentschap verleend, behalve in de volgende gevallen:
1° de aanvrager is de voorwaarden van eerdere toelatingen met betrekking tot hengelvangstregistratie nog niet nagekomen;
2° er zijn meerdere aanvragen voor wedstrijden die op dezelfde locatie en tijdstip plaats vinden. In dat geval wordt een overleg georganiseerd tussen de betrokken aanvragers waarbij gezocht wordt naar een alternatieve locatie of tijdstip voor de wedstrijden. Het agentschap kan zich hierbij laten bijstaan door een hengelvereniging die een overkoepelende werking heeft op niveau van Vlaanderen. Indien bij dit overleg geen consensus wordt bereikt, wordt de toelating verleend op basis van volgende afnemende prioritering:
a) internationale wedstrijden met deelnemers uit meer dan één land;
b) nationale wedstrijden met deelnemers uit meer dan één provincie;
c) lokale wedstrijden met deelnemers uit dezelfde provincie;
d) de wedstrijd met de meeste deelnemers.";
3° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"In afwijking van artikel 12, § 2, artikel 13, eerste lid, 8°, en artikel 15, § 1 en § 2, mogen vissen het hele jaar door zonder beperking in aantal bewaard worden in een leefnet tijdens een wedstrijd die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1.";
4° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 3. Met behoud van de toepassing van artikel 9, 1°, zijn de deelnemers aan een wedstrijd vrijgesteld van het bezit van een groot visverlof. Ze moeten wel een gewoon visverlof bezitten tijdens de duur van de wedstrijd.".
Art. 41. Dans l'article 16 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° au moins un mois à l'avance, l' autorisation est demandée à l'agence. Cette autorisation est présentée par le responsable du concours à la première demande des officiers de police judiciaire et des superviseurs chargés de veiller au respect des règles de pêche fluviale ; " ;
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
" Sur demande présentée en temps utile, l'autorisation visée à l'alinéa 1er, 1°, est octroyée de manière standard par l'agence, sauf dans les cas suivants :
1° le demandeur n'a pas encore rempli les conditions d'autorisations précédentes concernant l'enregistrement des poissons capturés ;
2° plusieurs demandes ont été introduites pour des concours se déroulant au même endroit et au même moment. Dans ce cas, une concertation est organisée entre les demandeurs concernés afin de trouver un autre endroit ou un autre moment pour les concours. L'agence peut être assistée dans cette tâche par une association halieutique qui joue un rôle de coordinateur au niveau de la Flandre. Si aucun consensus n'est atteint lors de cette concertation, l'autorisation est accordée sur la base de l'ordre de priorité décroissant suivant :
a) concours internationaux rassemblant des participants de plus d'un pays ;
b) concours nationaux rassemblant des participants de plus d'une province ;
c) concours locaux rassemblant des participants de la même province ;
d) le concours rassemblant le plus grand nombre de participants. " ;
3° au paragraphe 2, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Par dérogation à l'article 12, § 2, article 13, alinéa 1er, 8°, et à l'article 15, § 1er et § 2, les poissons peuvent être conservés toute l'année, sans restriction de quantité, dans une bourriche durant un concours qui remplit les conditions visées au paragraphe 1er. " ;
4° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Sans préjudice de l'application de l'article 9, 1°, les participants à un concours sont exemptés de la possession d'un grand permis de pêche. Toutefois, ils doivent être en possession d'un permis de pêche ordinaire pour la durée du concours. ".
1° au paragraphe 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° au moins un mois à l'avance, l' autorisation est demandée à l'agence. Cette autorisation est présentée par le responsable du concours à la première demande des officiers de police judiciaire et des superviseurs chargés de veiller au respect des règles de pêche fluviale ; " ;
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
" Sur demande présentée en temps utile, l'autorisation visée à l'alinéa 1er, 1°, est octroyée de manière standard par l'agence, sauf dans les cas suivants :
1° le demandeur n'a pas encore rempli les conditions d'autorisations précédentes concernant l'enregistrement des poissons capturés ;
2° plusieurs demandes ont été introduites pour des concours se déroulant au même endroit et au même moment. Dans ce cas, une concertation est organisée entre les demandeurs concernés afin de trouver un autre endroit ou un autre moment pour les concours. L'agence peut être assistée dans cette tâche par une association halieutique qui joue un rôle de coordinateur au niveau de la Flandre. Si aucun consensus n'est atteint lors de cette concertation, l'autorisation est accordée sur la base de l'ordre de priorité décroissant suivant :
a) concours internationaux rassemblant des participants de plus d'un pays ;
b) concours nationaux rassemblant des participants de plus d'une province ;
c) concours locaux rassemblant des participants de la même province ;
d) le concours rassemblant le plus grand nombre de participants. " ;
3° au paragraphe 2, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Par dérogation à l'article 12, § 2, article 13, alinéa 1er, 8°, et à l'article 15, § 1er et § 2, les poissons peuvent être conservés toute l'année, sans restriction de quantité, dans une bourriche durant un concours qui remplit les conditions visées au paragraphe 1er. " ;
4° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Sans préjudice de l'application de l'article 9, 1°, les participants à un concours sont exemptés de la possession d'un grand permis de pêche. Toutefois, ils doivent être en possession d'un permis de pêche ordinaire pour la durée du concours. ".
Art. 42. In artikel 18 van hetzelfde besluit wordt het woord "visplassen" vervangen door het woord "wateren".
Art. 42. Dans l'article 18 du même arrêté, les mots " étangs de pêche auxquels " sont remplacés par les mots " eaux auxquelles ".
Art. 43. Bijlage 3 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018, wordt vervangen door bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 43. L'annexe 3 au même arrêté, modifiée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018, est remplacée par l'annexe 5 jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 houdende de preventie, surveillance en bestrijding van klassieke en Afrikaanse varkenspest bij wilde zwijnen ter uitvoering van het Wildedierenziektedecreet van 28 maart 2014
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 2019 portant la prévention, la surveillance et la lutte contre la peste porcine classique et la peste porcine africaine chez les sangliers en exécution du Décret sur les maladies chez les animaux sauvages du 28 mars 2014
Art. 44. In artikel 5, 6, 8, 12, 13, 14, 15 en 18 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 houdende de preventie, surveillance en bestrijding van klassieke en Afrikaanse varkenspest bij wilde zwijnen ter uitvoering van het Wildedierenziektedecreet van 28 maart 2014 wordt de zinsnede "de website www.natuurenbos.be van het agentschap" vervangen door de zinsnede "de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap".
Art. 44. Aux articles 5, 6, 8, 12, 13, 14, 15 et 18 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 2019 portant la prévention, la surveillance et la lutte contre la peste porcine classique et la peste porcine africaine chez les sangliers en exécution du Décret sur les maladies chez les animaux sauvages du 28 mars 2014, le membre de phrase " sur le site web www.natuurenbos.be de l'agence " est remplacé par le membre de phrase " le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence ".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het Jachtadministratiebesluit van 25 april 2014
CHAPITRE 8. - Modifications de l'Arrêté relatif à l'administration de la chasse du 25 avril 2014
Art. 45. In artikel 7, eerste lid, vervangen bij besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2016, artikel 12, eerste en tweede lid, vervangen bij besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2016, artikel 24, § 1, tweede lid, artikel 28, tweede lid, artikel 37, tweede en derde lid, artikel 44, § 2, eerste lid, artikel 47, § 2, eerste lid, en artikel 50, § 1, van het Jachtadministratiebesluit van 25 april 2014 wordt de zinsnede "de website www.natuurenbos.be van het agentschap" telkens vervangen door de zinsnede "de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap".
Art. 45. A l'article 7, alinéa 1er, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 avril 2016, à l'article 12, alinéas 1er et 2, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 avril 2016, à l'article 24, § 1er, alinéa 2, à l'article 28, alinéa 2, à l'article 37, alinéas 2 et 3, à l'article 44, § 2, alinéa 1er, à l'article 47, § 2, alinéa 1er, et à l'article 50, § 1er, de l'Arrêté relatif à l'administration de la chasse du 25 avril 2014, le membre de phrase " le site web www.natuurenbos.be de l'agence " est remplacé à chaque fois par le membre de phrase " le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence ".
Art. 46. Aan artikel 3 van hetzelfde besluit wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de controle van de rechtmatigheid van jachtverloven en jachtvergunningen baseert de arrondissementscommissaris zich op de aangeleverde gegevens uit de aanvraag, de gegevens in het digitale platform van de Vlaamse overheid, de gegevens uit het rijksregister, de gegevens uit het strafregister en de gegevens uit de databanken over wapens.".
"Voor de controle van de rechtmatigheid van jachtverloven en jachtvergunningen baseert de arrondissementscommissaris zich op de aangeleverde gegevens uit de aanvraag, de gegevens in het digitale platform van de Vlaamse overheid, de gegevens uit het rijksregister, de gegevens uit het strafregister en de gegevens uit de databanken over wapens.".
Art. 46. L'article 3 du même arrêté est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
" Pour vérifier la légalité des permis de chasse et des licences de chasse, le commissaire d'arrondissement se base sur les données fournies dans la demande, les données de la plate-forme numérique de l'Autorité flamande, les données du Registre national, les données du casier judiciaire et les données des bases de données sur les armes. ".
" Pour vérifier la légalité des permis de chasse et des licences de chasse, le commissaire d'arrondissement se base sur les données fournies dans la demande, les données de la plate-forme numérique de l'Autorité flamande, les données du Registre national, les données du casier judiciaire et les données des bases de données sur les armes. ".
Art. 47. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 47. L'article 4 du même arrêté est abrogé.
Art. 48. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2016, worden in het derde lid de zinnen "Dat geldt niet in de situatie, vermeld in artikel 9, wat betreft de documenten vermeld in het tweede lid, 3° en 4°. Personen die zich in die situatie bevinden, moeten de documenten in kwestie wel bij het aanvraagformulier voegen." vervangen door de zinnen "Dat geldt niet in de situatie, vermeld in artikel 9, voor het document, vermeld in het tweede lid, 4°. Personen die zich in die situatie bevinden, moeten het document in kwestie wel bij het aanvraagformulier voegen.".
Art. 48. A l'article 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 avril 2016, à l'alinéa 3, les phrases " Cela ne s'applique pas à la situation visée à l'article 9, en ce qui concerne les documents énoncés à l'alinéa 2, 3° et 4°. Les personnes se trouvant dans cette situation sont bel et bien tenues de joindre les documents en question au formulaire de demande. " sont remplacées par les phrases " Cela ne s'applique pas dans la situation visée à l'article 9, pour le document visé à l'alinéa 2, 4°. Les personnes se trouvant dans cette situation sont toutefois tenues de joindre le document en question au formulaire de demande. ".
Art. 49. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2016, wordt de zinsnede "De volgende personen zijn vrijgesteld van het voorleggen van het uittreksel, vermeld in artikel 7, tweede lid, 2°, en van het getuigschrift, vermeld in artikel 7, tweede lid, 4° " vervangen door de zinsnede "In afwijking van artikel 7, tweede lid voegen de volgende personen steeds een getuigschrift toe zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid, 4° aan hun aanvraag om een jachtverlof te verkrijgen".
Art. 49. A l'article 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 avril 2016, le membre de phrase " Les personnes suivantes sont exemptées de la soumission de l'extrait, visé à l'article 7, alinéa premier, 2°, et du certificat, visé à l'article 7, alinéa premier, 4° " est remplacé par le membre de phrase " Par dérogation à l'article 7, alinéa 2, les personnes suivantes joignent toujours un certificat tel que visé à l'article 7, alinéa 2, 4°, à leur demande d'obtention d'un permis de chasse ".
Art. 50. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, punt 4° wordt de zinsnede ", en voor 1 juli 2024, en voor zover de titularis beschikt over een geldig Vlaams jachtverlof voor het jachtseizoen dat voorafgaat aan het jachtseizoen waarvoor het jachtverlof wordt aangevraagd" toegevoegd;
2° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Als het Waalse Gewest of de landen, vermeld in het derde lid, andere bewijzen van het slagen voor het jachtexamen erkennen dan het geldig getuigschrift van het slagen voor het jachtexamen in het Vlaamse Gewest of een gelijkwaardig bewijs van het slagen voor het jachtexamen, vermeld in het eerste lid, geldt de gelijkwaardigheid, vermeld in het derde lid, alleen als het jachtverlof is afgeleverd op basis van een geldig getuigschrift van het slagen voor het jachtexamen in het Vlaamse Gewest of een gelijkwaardig bewijs van het slagen voor het jachtexamen als vermeld in het eerste lid, behoudens voor personen die vrijgesteld zijn van het voorleggen van een jachtexamengetuigschrift in het land of gewest waarin het jachtverlof is afgeleverd.".
1° in het eerste lid, punt 4° wordt de zinsnede ", en voor 1 juli 2024, en voor zover de titularis beschikt over een geldig Vlaams jachtverlof voor het jachtseizoen dat voorafgaat aan het jachtseizoen waarvoor het jachtverlof wordt aangevraagd" toegevoegd;
2° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Als het Waalse Gewest of de landen, vermeld in het derde lid, andere bewijzen van het slagen voor het jachtexamen erkennen dan het geldig getuigschrift van het slagen voor het jachtexamen in het Vlaamse Gewest of een gelijkwaardig bewijs van het slagen voor het jachtexamen, vermeld in het eerste lid, geldt de gelijkwaardigheid, vermeld in het derde lid, alleen als het jachtverlof is afgeleverd op basis van een geldig getuigschrift van het slagen voor het jachtexamen in het Vlaamse Gewest of een gelijkwaardig bewijs van het slagen voor het jachtexamen als vermeld in het eerste lid, behoudens voor personen die vrijgesteld zijn van het voorleggen van een jachtexamengetuigschrift in het land of gewest waarin het jachtverlof is afgeleverd.".
Art. 50. A l'article 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 avril 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, point 4°, le membre de phrase " , et avant le 1er juillet 2024, et à condition que le titulaire dispose d'un permis de chasse flamand valable pour la saison de chasse précédant celle pour laquelle le permis de chasse est demandé " est ajouté ;
2° il est ajouté un alinéa 4, rédigé comme suit :
" Si la Région wallonne ou les pays, visés à l'alinéa 3, reconnaissent d'autres preuves de réussite à l'examen de chasse que le certificat de réussite à l'examen de chasse valable en Région flamande ou qu'une preuve équivalente de réussite à l'examen de chasse, visé à l'alinéa 1er, l'équivalence, visée à l'alinéa 3, s'applique uniquement si le permis de chasse a été délivré sur la base d'un certificat de réussite à l'examen de chasse valable en Région flamande ou d'une preuve équivalente de réussite à l'examen de chasse, visé à l'alinéa 1er, sauf pour les personnes dispensées de présenter un certificat d'examen de chasse dans le pays ou la région de délivrance du permis de chasse. ".
1° à l'alinéa 1er, point 4°, le membre de phrase " , et avant le 1er juillet 2024, et à condition que le titulaire dispose d'un permis de chasse flamand valable pour la saison de chasse précédant celle pour laquelle le permis de chasse est demandé " est ajouté ;
2° il est ajouté un alinéa 4, rédigé comme suit :
" Si la Région wallonne ou les pays, visés à l'alinéa 3, reconnaissent d'autres preuves de réussite à l'examen de chasse que le certificat de réussite à l'examen de chasse valable en Région flamande ou qu'une preuve équivalente de réussite à l'examen de chasse, visé à l'alinéa 1er, l'équivalence, visée à l'alinéa 3, s'applique uniquement si le permis de chasse a été délivré sur la base d'un certificat de réussite à l'examen de chasse valable en Région flamande ou d'une preuve équivalente de réussite à l'examen de chasse, visé à l'alinéa 1er, sauf pour les personnes dispensées de présenter un certificat d'examen de chasse dans le pays ou la région de délivrance du permis de chasse. ".
Art. 51. Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 13. De arrondissementscommissaris weigert aan de volgende personen een jachtverlof of een jachtvergunning af te leveren:
1° de personen die geschorst zijn, ontzet zijn of vervallen verklaard zijn van het recht om wapens voorhanden te hebben of te dragen, voor de duur van deze maatregel;
2° de personen die minder dan 18 jaar oud zijn;
3° de personen die veroordeeld zijn wegens een schending van artikel 29 van het jachtdecreet van 24 juli 1991 voor het uitzetten van wilde zwijnen. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt definitief geweigerd;
4° de personen die veroordeeld zijn wegens een schending van artikel 29 van het jachtdecreet van 24 juli 1991 en de uitvoeringsbesluiten ervan, anders dan deze benoemd onder punt 3. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt geweigerd voor een termijn van twaalf maanden na een eerste veroordeling, voor een termijn van vijf jaar na een tweede veroordeling, en definitief na een derde veroordeling;
5° de personen die veroordeeld zijn wegens het moedwillig schieten of vangen van in het wild levende specimen van soorten, waarvan het afschot of de vangst niet is toegelaten volgens het jachtdecreet van 24 juli 1991 en de uitvoeringsbesluiten ervan. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt geweigerd voor een termijn van twaalf maanden na een eerste veroordeling, voor een termijn van vijf jaar na een tweede veroordeling, en definitief na een derde veroordeling;
6° de personen die veroordeeld zijn wegens een jachtmisdrijf, gepleegd met verboden wapens, in bende, bij nacht, met verboden tuigen of met motorvoertuigen. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt definitief geweigerd;
7° de personen die veroordeeld zijn wegens een jachtmisdrijf, anders dan deze benoemd onder punt 3, 4, 5 of 6. Het jachtverlof of de jachtvergunning worden geweigerd voor een termijn van twaalf maanden na de veroordeling;
8° de personen die zich niet hebben gehouden aan de strafrechtelijke verplichtingen die volgen uit een veroordeling wegens jachtmisdrijf. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt definitief geweigerd;
9° de personen die veroordeeld zijn wegens een schending van artikel 10, § 1, artikel 16 of artikel 31/2, 7°, van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt geweigerd voor een termijn van twaalf maanden na een eerste veroordeling, voor een termijn van vijf jaar na een tweede veroordeling, en definitief na een derde veroordeling;
10° de personen die veroordeeld zijn wegens een misdrijf waarbij daden van geweld of weerspannigheid zijn gepleegd. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt definitief geweigerd;
11° de personen die geheel of ten dele vervallen verklaard zijn van de rechten, vermeld in artikel 123sexies van het Strafwetboek, voor de duur van deze maatregel;
12° de personen die als pleger worden geïdentificeerd in een proces verbaal, opgesteld door een verbalisant, voor vastgestelde feiten zoals bedoeld in de punten 3°, 4°, 5°, 6°, 7°, 9° en 10°. Deze bepaling geldt alleen in afwachting van de gerechtelijke uitspraak.".
De termijnen, benoemd in het eerste lid in de punten 3°, 4°, 5°, 6°, 7° 8°, 9° en 10° beginnen te lopen op het moment dat de veroordeling in kracht van gewijsde is gegaan.".
"Art. 13. De arrondissementscommissaris weigert aan de volgende personen een jachtverlof of een jachtvergunning af te leveren:
1° de personen die geschorst zijn, ontzet zijn of vervallen verklaard zijn van het recht om wapens voorhanden te hebben of te dragen, voor de duur van deze maatregel;
2° de personen die minder dan 18 jaar oud zijn;
3° de personen die veroordeeld zijn wegens een schending van artikel 29 van het jachtdecreet van 24 juli 1991 voor het uitzetten van wilde zwijnen. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt definitief geweigerd;
4° de personen die veroordeeld zijn wegens een schending van artikel 29 van het jachtdecreet van 24 juli 1991 en de uitvoeringsbesluiten ervan, anders dan deze benoemd onder punt 3. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt geweigerd voor een termijn van twaalf maanden na een eerste veroordeling, voor een termijn van vijf jaar na een tweede veroordeling, en definitief na een derde veroordeling;
5° de personen die veroordeeld zijn wegens het moedwillig schieten of vangen van in het wild levende specimen van soorten, waarvan het afschot of de vangst niet is toegelaten volgens het jachtdecreet van 24 juli 1991 en de uitvoeringsbesluiten ervan. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt geweigerd voor een termijn van twaalf maanden na een eerste veroordeling, voor een termijn van vijf jaar na een tweede veroordeling, en definitief na een derde veroordeling;
6° de personen die veroordeeld zijn wegens een jachtmisdrijf, gepleegd met verboden wapens, in bende, bij nacht, met verboden tuigen of met motorvoertuigen. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt definitief geweigerd;
7° de personen die veroordeeld zijn wegens een jachtmisdrijf, anders dan deze benoemd onder punt 3, 4, 5 of 6. Het jachtverlof of de jachtvergunning worden geweigerd voor een termijn van twaalf maanden na de veroordeling;
8° de personen die zich niet hebben gehouden aan de strafrechtelijke verplichtingen die volgen uit een veroordeling wegens jachtmisdrijf. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt definitief geweigerd;
9° de personen die veroordeeld zijn wegens een schending van artikel 10, § 1, artikel 16 of artikel 31/2, 7°, van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt geweigerd voor een termijn van twaalf maanden na een eerste veroordeling, voor een termijn van vijf jaar na een tweede veroordeling, en definitief na een derde veroordeling;
10° de personen die veroordeeld zijn wegens een misdrijf waarbij daden van geweld of weerspannigheid zijn gepleegd. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt definitief geweigerd;
11° de personen die geheel of ten dele vervallen verklaard zijn van de rechten, vermeld in artikel 123sexies van het Strafwetboek, voor de duur van deze maatregel;
12° de personen die als pleger worden geïdentificeerd in een proces verbaal, opgesteld door een verbalisant, voor vastgestelde feiten zoals bedoeld in de punten 3°, 4°, 5°, 6°, 7°, 9° en 10°. Deze bepaling geldt alleen in afwachting van de gerechtelijke uitspraak.".
De termijnen, benoemd in het eerste lid in de punten 3°, 4°, 5°, 6°, 7° 8°, 9° en 10° beginnen te lopen op het moment dat de veroordeling in kracht van gewijsde is gegaan.".
Art. 51. L'article 13 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 13. Le commissaire d'arrondissement refuse de délivrer un permis de chasse ou une licence de chasse aux personnes suivantes :
1° les personnes suspendues, privées ou déclarées déchues du droit de posséder ou de porter des armes pour la durée de cette mesure ;
2° les personnes âgées de moins de 18 ans ;
3° les personnes condamnées pour une infraction à l'article 29 du décret sur la chasse du 24 juillet 1991 pour le lâcher de sangliers. Le permis de chasse ou la licence de chasse est définitivement refusé ;
4° les personnes condamnées pour une infraction à l'article 29 du décret sur la chasse du 24 juillet 1991 et à ses arrêtés d'exécution, autre que celle visée au point 3. Le permis de chasse ou la licence de chasse est refusé pour une période de 12 mois après une première condamnation, pour une période de cinq ans après une deuxième condamnation et définitivement après une troisième condamnation ;
5° les personnes condamnées pour avoir intentionnellement capturé ou tiré sur des spécimens vivant dans la nature d'espèces dont le tir ou la capture n'est pas autorisé en vertu du décret sur la chasse du 24 juillet 1991 et ses arrêtés d'exécution. Le permis de chasse ou la licence de chasse est refusé pour une période de 12 mois après une première condamnation, pour une période de cinq ans après une deuxième condamnation et définitivement après une troisième condamnation ;
6° les personnes condamnées pour un délit de chasse commis au moyen d'armes prohibées, en bande, de nuit, au moyen d'engins prohibés ou à l'aide de véhicules à moteur. Le permis de chasse ou la licence de chasse est définitivement refusé ;
7° les personnes condamnées pour un délit de chasse, autre que ceux visées aux points 3, 4, 5 ou 6. Le permis de chasse ou la licence de chasse est refusé pendant une période de 12 mois suivant la condamnation ;
8° les personnes qui n'ont pas respecté les obligations pénales à la suite d'une condamnation pour délit de chasse. Le permis de chasse ou la licence de chasse est définitivement refusé ;
9° les personnes condamnées pour une infraction à l'article 10, § 1er, à l'article 16 ou à l'article 31/2, 7°, de l'arrêté relatif aux espèces du 15 mai 2009. Le permis de chasse ou la licence de chasse est refusé pour une période de 12 mois après une première condamnation, pour une période de cinq ans après une deuxième condamnation et définitivement après une troisième condamnation ;
10° les personnes condamnées pour un délit impliquant des actes de violence ou de rébellion. Le permis de chasse ou la licence de chasse est définitivement refusé ;
11° les personnes qui ont été totalement ou partiellement déchues des droits visés à l'article 123sexies du Code pénal, pour la durée de cette mesure ;
12° les personnes identifiées comme auteurs dans un procès-verbal dressé par un verbalisateur pour les faits constatés tels que visés aux points 3°, 4°, 5°, 6°, 7°, 9° et 10°. Cette disposition ne s'applique que dans l'attente du jugement du tribunal. ".
Les délais visés à l'alinéa 1er aux points 3°, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9° et 10°, commencent à courir à partir du moment où la condamnation est passée en force de chose jugée. ".
" Art. 13. Le commissaire d'arrondissement refuse de délivrer un permis de chasse ou une licence de chasse aux personnes suivantes :
1° les personnes suspendues, privées ou déclarées déchues du droit de posséder ou de porter des armes pour la durée de cette mesure ;
2° les personnes âgées de moins de 18 ans ;
3° les personnes condamnées pour une infraction à l'article 29 du décret sur la chasse du 24 juillet 1991 pour le lâcher de sangliers. Le permis de chasse ou la licence de chasse est définitivement refusé ;
4° les personnes condamnées pour une infraction à l'article 29 du décret sur la chasse du 24 juillet 1991 et à ses arrêtés d'exécution, autre que celle visée au point 3. Le permis de chasse ou la licence de chasse est refusé pour une période de 12 mois après une première condamnation, pour une période de cinq ans après une deuxième condamnation et définitivement après une troisième condamnation ;
5° les personnes condamnées pour avoir intentionnellement capturé ou tiré sur des spécimens vivant dans la nature d'espèces dont le tir ou la capture n'est pas autorisé en vertu du décret sur la chasse du 24 juillet 1991 et ses arrêtés d'exécution. Le permis de chasse ou la licence de chasse est refusé pour une période de 12 mois après une première condamnation, pour une période de cinq ans après une deuxième condamnation et définitivement après une troisième condamnation ;
6° les personnes condamnées pour un délit de chasse commis au moyen d'armes prohibées, en bande, de nuit, au moyen d'engins prohibés ou à l'aide de véhicules à moteur. Le permis de chasse ou la licence de chasse est définitivement refusé ;
7° les personnes condamnées pour un délit de chasse, autre que ceux visées aux points 3, 4, 5 ou 6. Le permis de chasse ou la licence de chasse est refusé pendant une période de 12 mois suivant la condamnation ;
8° les personnes qui n'ont pas respecté les obligations pénales à la suite d'une condamnation pour délit de chasse. Le permis de chasse ou la licence de chasse est définitivement refusé ;
9° les personnes condamnées pour une infraction à l'article 10, § 1er, à l'article 16 ou à l'article 31/2, 7°, de l'arrêté relatif aux espèces du 15 mai 2009. Le permis de chasse ou la licence de chasse est refusé pour une période de 12 mois après une première condamnation, pour une période de cinq ans après une deuxième condamnation et définitivement après une troisième condamnation ;
10° les personnes condamnées pour un délit impliquant des actes de violence ou de rébellion. Le permis de chasse ou la licence de chasse est définitivement refusé ;
11° les personnes qui ont été totalement ou partiellement déchues des droits visés à l'article 123sexies du Code pénal, pour la durée de cette mesure ;
12° les personnes identifiées comme auteurs dans un procès-verbal dressé par un verbalisateur pour les faits constatés tels que visés aux points 3°, 4°, 5°, 6°, 7°, 9° et 10°. Cette disposition ne s'applique que dans l'attente du jugement du tribunal. ".
Les délais visés à l'alinéa 1er aux points 3°, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9° et 10°, commencent à courir à partir du moment où la condamnation est passée en force de chose jugée. ".
Art. 52. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 14. De arrondissementscommissaris kan weigeren om een jachtverlof of een jachtvergunning af te leveren aan de volgende personen:
1° de personen die door een veroordeling ontzet zijn van een van de rechten, vermeld in artikel 31, 1° tot 5°, van het Strafwetboek;
2° de personen die veroordeeld zijn wegens diefstal, oplichting, valsheid in geschrifte of misbruik van vertrouwen. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan definitief worden geweigerd;
3° de personen van wie slecht gedrag, geestestoestand of vorig gedrag laat veronderstellen dat ze een slecht gebruik van wapens kunnen maken;
4° de personen aan wie, met toepassing van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, een bestuurlijke geldboete is opgelegd wegens een schending van artikel 29 van het jachtdecreet van 24 juli 1991 voor het uitzetten van wilde zwijnen. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan definitief worden geweigerd;
5° de personen aan wie, met toepassing van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, een bestuurlijke geldboete is opgelegd wegens een schending van artikel 29 van het jachtdecreet van 24 juli 1991, anders dan deze benoemd onder punt 4. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan geweigerd worden voor een termijn van twaalf maanden na een eerste bestuurlijke geldboete, voor een termijn van vijf jaar na een tweede bestuurlijke geldboete, en definitief na een derde bestuurlijke geldboete;
6° de personen aan wie, met toepassing van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, een bestuurlijke geldboete is opgelegd wegens het moedwillig schieten of vangen van in het wild levende specimen van soorten waarvan het afschot of de vangst niet is toegelaten volgens het jachtdecreet van 24 juli 1991 en de uitvoeringsbesluiten ervan. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan geweigerd worden voor een termijn van twaalf maanden na een eerste bestuurlijke geldboete, voor een termijn van vijf jaar na een tweede bestuurlijke geldboete, en definitief na een derde bestuurlijke geldboete;
7° de personen aan wie, met toepassing van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, een bestuurlijke geldboete is opgelegd wegens een jachtmisdrijf, anders dan deze benoemd onder punt 4, 5 of 6. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan geweigerd worden voor een termijn van twaalf maanden na de bestuurlijke geldboete;
8° de personen aan wie, met toepassing van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, een bestuurlijke geldboete is opgelegd wegens een schending van artikel 10, § 1, artikel 16 of artikel 31/2, 7°, van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan geweigerd worden voor een termijn van twaalf maanden na een eerste bestuurlijke geldboete, voor een termijn van vijf jaar na een tweede bestuurlijke geldboete, en definitief na een derde bestuurlijke geldboete;
9° de personen die als pleger worden geïdentificeerd in een verslag van vaststelling of proces verbaal, opgesteld door een verbalisant, voor vastgestelde feiten zoals bedoeld in de punten 1°, 2°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8°. Deze bepaling geldt alleen in afwachting van de bestuurlijke uitspraak.
De termijnen, benoemd in het eerste lid in de punten 2°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8°, beginnen te lopen op het moment dat de veroordeling in kracht van gewijsde is gegaan. De termijnen benoemd in het eerste lid in de punten 2°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8° zijn maximale termijnen.".
"Art. 14. De arrondissementscommissaris kan weigeren om een jachtverlof of een jachtvergunning af te leveren aan de volgende personen:
1° de personen die door een veroordeling ontzet zijn van een van de rechten, vermeld in artikel 31, 1° tot 5°, van het Strafwetboek;
2° de personen die veroordeeld zijn wegens diefstal, oplichting, valsheid in geschrifte of misbruik van vertrouwen. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan definitief worden geweigerd;
3° de personen van wie slecht gedrag, geestestoestand of vorig gedrag laat veronderstellen dat ze een slecht gebruik van wapens kunnen maken;
4° de personen aan wie, met toepassing van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, een bestuurlijke geldboete is opgelegd wegens een schending van artikel 29 van het jachtdecreet van 24 juli 1991 voor het uitzetten van wilde zwijnen. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan definitief worden geweigerd;
5° de personen aan wie, met toepassing van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, een bestuurlijke geldboete is opgelegd wegens een schending van artikel 29 van het jachtdecreet van 24 juli 1991, anders dan deze benoemd onder punt 4. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan geweigerd worden voor een termijn van twaalf maanden na een eerste bestuurlijke geldboete, voor een termijn van vijf jaar na een tweede bestuurlijke geldboete, en definitief na een derde bestuurlijke geldboete;
6° de personen aan wie, met toepassing van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, een bestuurlijke geldboete is opgelegd wegens het moedwillig schieten of vangen van in het wild levende specimen van soorten waarvan het afschot of de vangst niet is toegelaten volgens het jachtdecreet van 24 juli 1991 en de uitvoeringsbesluiten ervan. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan geweigerd worden voor een termijn van twaalf maanden na een eerste bestuurlijke geldboete, voor een termijn van vijf jaar na een tweede bestuurlijke geldboete, en definitief na een derde bestuurlijke geldboete;
7° de personen aan wie, met toepassing van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, een bestuurlijke geldboete is opgelegd wegens een jachtmisdrijf, anders dan deze benoemd onder punt 4, 5 of 6. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan geweigerd worden voor een termijn van twaalf maanden na de bestuurlijke geldboete;
8° de personen aan wie, met toepassing van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, een bestuurlijke geldboete is opgelegd wegens een schending van artikel 10, § 1, artikel 16 of artikel 31/2, 7°, van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan geweigerd worden voor een termijn van twaalf maanden na een eerste bestuurlijke geldboete, voor een termijn van vijf jaar na een tweede bestuurlijke geldboete, en definitief na een derde bestuurlijke geldboete;
9° de personen die als pleger worden geïdentificeerd in een verslag van vaststelling of proces verbaal, opgesteld door een verbalisant, voor vastgestelde feiten zoals bedoeld in de punten 1°, 2°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8°. Deze bepaling geldt alleen in afwachting van de bestuurlijke uitspraak.
De termijnen, benoemd in het eerste lid in de punten 2°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8°, beginnen te lopen op het moment dat de veroordeling in kracht van gewijsde is gegaan. De termijnen benoemd in het eerste lid in de punten 2°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8° zijn maximale termijnen.".
Art. 52. L'article 14 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 14. Le commissaire d'arrondissement peut refuser de délivrer un permis de chasse ou une licence de chasse aux personnes suivantes :
1° les personnes déchues par condamnation de l'un des droits visés à l'article 31, 1° à 5°, du Code pénal ;
2° les personnes condamnées pour vol, escroquerie, faux en écriture ou abus de confiance. Le permis de chasse ou la licence de chasse peut être définitivement refusé ;
3° les personnes dont le comportement inadéquat, l'état mental ou les antécédents laissent supposer qu'elles pourraient faire un usage malveillant des armes ;
4° les personnes auxquelles, en application du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement et de ses arrêtés d'exécution, une amende administrative a été infligée pour infraction à l'article 29 du décret sur la chasse du 24 juillet 1991 pour le lâcher de sangliers. Le permis de chasse ou la licence de chasse peut être définitivement refusé ;
5° les personnes auxquelles, en application du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales sur la politique de l'environnement et de ses arrêtés d'exécution, une amende administrative a été infligée pour infraction à l'article 29 du décret sur la chasse du 24 juillet 1991, autre que celle visée au point 4. Le permis de chasse ou la licence de chasse peut être refusé pour une période de 12 mois après une première amende administrative, pour une période de cinq ans après une deuxième amende administrative et définitivement après une troisième amende administrative ;
6° les personnes auxquelles, en application du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement et de ses arrêtés d'exécution, une amende administrative a été infligée pour avoir intentionnellement capturé ou tiré sur des spécimens vivant dans la nature d'espèces dont le tir ou la capture n'est pas autorisé en vertu du décret sur la chasse du 24 juillet 1991 et ses arrêtés d'exécution. Le permis de chasse ou la licence de chasse peut être refusé pour une période de 12 mois après une première amende administrative, pour une période de cinq ans après une deuxième amende administrative et définitivement après une troisième amende administrative ;
7° les personnes auxquelles, en application du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement et de ses arrêtés d'exécution, une amende administrative a été infligée pour délit de chasse, autre que ceux visés aux points 4, 5 ou 6. Le permis de chasse ou la licence de chasse peut être refusé pendant une période de 12 mois suivant l'amende administrative ;
8° les personnes auxquelles, en application du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement et de ses arrêtés d'exécution, une amende administrative a été infligée pour infraction à l'article 10, § 1er, à l'article 16 ou à l'article 31/2, 7°, de l'arrêté relatif aux espèces du 15 mai 2009. Le permis de chasse ou la licence de chasse peut être refusé pour une période de 12 mois après une première amende administrative, pour une période de cinq ans après une deuxième amende administrative et définitivement après une troisième amende administrative ;
9° les personnes identifiées comme auteurs dans un rapport de constat ou dans un procès-verbal dressé par un verbalisateur pour les faits constatés tels que visés aux points 1°, 2°, 4°, 5°, 6°, 7° et 8°. Cette disposition ne s'applique que dans l'attente de la décision administrative.
Les délais visés à l'alinéa 1er aux points 2°, 4°, 5°, 6°, 7° et 8°, commencent à courir à partir du moment où la condamnation est passée en force de chose jugée. Les délais visés à l'alinéa 1er, aux points 2°, 4°, 5°, 6°, 7° et 8° sont des délais maximaux. ".
" Art. 14. Le commissaire d'arrondissement peut refuser de délivrer un permis de chasse ou une licence de chasse aux personnes suivantes :
1° les personnes déchues par condamnation de l'un des droits visés à l'article 31, 1° à 5°, du Code pénal ;
2° les personnes condamnées pour vol, escroquerie, faux en écriture ou abus de confiance. Le permis de chasse ou la licence de chasse peut être définitivement refusé ;
3° les personnes dont le comportement inadéquat, l'état mental ou les antécédents laissent supposer qu'elles pourraient faire un usage malveillant des armes ;
4° les personnes auxquelles, en application du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement et de ses arrêtés d'exécution, une amende administrative a été infligée pour infraction à l'article 29 du décret sur la chasse du 24 juillet 1991 pour le lâcher de sangliers. Le permis de chasse ou la licence de chasse peut être définitivement refusé ;
5° les personnes auxquelles, en application du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales sur la politique de l'environnement et de ses arrêtés d'exécution, une amende administrative a été infligée pour infraction à l'article 29 du décret sur la chasse du 24 juillet 1991, autre que celle visée au point 4. Le permis de chasse ou la licence de chasse peut être refusé pour une période de 12 mois après une première amende administrative, pour une période de cinq ans après une deuxième amende administrative et définitivement après une troisième amende administrative ;
6° les personnes auxquelles, en application du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement et de ses arrêtés d'exécution, une amende administrative a été infligée pour avoir intentionnellement capturé ou tiré sur des spécimens vivant dans la nature d'espèces dont le tir ou la capture n'est pas autorisé en vertu du décret sur la chasse du 24 juillet 1991 et ses arrêtés d'exécution. Le permis de chasse ou la licence de chasse peut être refusé pour une période de 12 mois après une première amende administrative, pour une période de cinq ans après une deuxième amende administrative et définitivement après une troisième amende administrative ;
7° les personnes auxquelles, en application du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement et de ses arrêtés d'exécution, une amende administrative a été infligée pour délit de chasse, autre que ceux visés aux points 4, 5 ou 6. Le permis de chasse ou la licence de chasse peut être refusé pendant une période de 12 mois suivant l'amende administrative ;
8° les personnes auxquelles, en application du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement et de ses arrêtés d'exécution, une amende administrative a été infligée pour infraction à l'article 10, § 1er, à l'article 16 ou à l'article 31/2, 7°, de l'arrêté relatif aux espèces du 15 mai 2009. Le permis de chasse ou la licence de chasse peut être refusé pour une période de 12 mois après une première amende administrative, pour une période de cinq ans après une deuxième amende administrative et définitivement après une troisième amende administrative ;
9° les personnes identifiées comme auteurs dans un rapport de constat ou dans un procès-verbal dressé par un verbalisateur pour les faits constatés tels que visés aux points 1°, 2°, 4°, 5°, 6°, 7° et 8°. Cette disposition ne s'applique que dans l'attente de la décision administrative.
Les délais visés à l'alinéa 1er aux points 2°, 4°, 5°, 6°, 7° et 8°, commencent à courir à partir du moment où la condamnation est passée en force de chose jugée. Les délais visés à l'alinéa 1er, aux points 2°, 4°, 5°, 6°, 7° et 8° sont des délais maximaux. ".
Art. 53. In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2016, wordt in paragraaf 2 het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Een afschrift van de beslissing tot intrekking of weigering wordt door de arrondissementscommissaris bezorgd aan de gouverneur van de provincie in kwestie, aan de zonechef van de lokale politiezone en aan de gewestelijke entiteit die bevoegd is voor het toezicht op dit besluit.".
"Een afschrift van de beslissing tot intrekking of weigering wordt door de arrondissementscommissaris bezorgd aan de gouverneur van de provincie in kwestie, aan de zonechef van de lokale politiezone en aan de gewestelijke entiteit die bevoegd is voor het toezicht op dit besluit.".
Art. 53. A l'article 15 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 avril 2016, dans le paragraphe 2 l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Une copie de la décision de retrait ou de refus est remise par le commissaire d'arrondissement au gouverneur de la province en question, au chef de zone de la zone de police locale et à l'entité régionale chargée du contrôle du respect du présent arrêté. ".
" Une copie de la décision de retrait ou de refus est remise par le commissaire d'arrondissement au gouverneur de la province en question, au chef de zone de la zone de police locale et à l'entité régionale chargée du contrôle du respect du présent arrêté. ".
Art. 54. In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt het woord "Milieuhandhavingscollege" telkens vervangen door het woord "Handhavingscollege";
2° er worden een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Als de woonplaats van de persoon aan wie een bestuurlijke geldboete is opgelegd, zich niet in het Vlaamse Gewest bevindt, wordt de kopie, vermeld in het tweede lid, bezorgd aan de arrondissementscommissaris van de provincie Vlaams-Brabant.".
1° in het tweede lid wordt het woord "Milieuhandhavingscollege" telkens vervangen door het woord "Handhavingscollege";
2° er worden een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Als de woonplaats van de persoon aan wie een bestuurlijke geldboete is opgelegd, zich niet in het Vlaamse Gewest bevindt, wordt de kopie, vermeld in het tweede lid, bezorgd aan de arrondissementscommissaris van de provincie Vlaams-Brabant.".
Art. 54. A l'article 17 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 2, les mots " Collège de Maintien environnemental " sont à chaque fois remplacés par les mots " Collège de Maintien " ;
2° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
" Si le domicile de la personne à laquelle une amende administrative a été infligée n'est pas situé en Région flamande, la copie visée à l'alinéa 2, est remise au commissaire d'arrondissement de la province du Brabant flamand. ".
1° à l'alinéa 2, les mots " Collège de Maintien environnemental " sont à chaque fois remplacés par les mots " Collège de Maintien " ;
2° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
" Si le domicile de la personne à laquelle une amende administrative a été infligée n'est pas situé en Région flamande, la copie visée à l'alinéa 2, est remise au commissaire d'arrondissement de la province du Brabant flamand. ".
Art. 55. § 1. Met het oog op een evenwichtige aanpak van wilde zwijnen en, in voorkomend geval, andere grofwildsoorten organiseren en coördineren de erkende WBE's jaarlijks voor 1 juli een overleg met de vertegenwoordigers van de private en publieke actoren die in hun WBE-werkingsgebied terreinen in eigendom hebben of beheren met een significante impact op het wildbeheer, met vertegenwoordigers van de bijzondere veldwachters van het WBE-werkingsgebied, met de vertegenwoordigers van de landbouworganisaties die actief zijn in hun WBE-werkingsgebied, en met de vertegenwoordigers van de gemeenten waarin hun WBE-werkingsgebied ligt.
De basis van het overleg wordt gevormd door gegevens die op jaarlijkse basis gemeten zijn volgens de door de minister bepaalde indicatoren voor schade binnen het WBE-werkingsgebied.
Het overleg wordt gevoerd met het oog op het bereiken van een consensus over de aanpak van de wilde zwijnen en, in voorkomend geval, van andere grofwildsoorten in het WBE-werkingsgebied in kwestie. Het overleg heeft minimaal betrekking op het nemen van preventieve maatregelen, op de ruimtelijke en tijdsgebonden aspecten van het uitoefenen van de jacht en gezamenlijke beheeracties.
De consensus die wordt verkregen op basis van het overleg, wordt ingediend bij het agentschap en gepubliceerd via de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap. De consensus is gedurende het betreffende jachtseizoen dwingend voor het WBE-werkingsgebied. De consensus is ondergeschikt aan en uitvoerend voor de consensus die wordt bereikt op het niveau van een faunabeheerzone als vermeld in artikel 54.
§ 2. Als verschillende erkende WBE's een gezamenlijk overleg willen houden, kan dat het overleg per WBE-werkingsgebied, vermeld in paragraaf 1, vervangen.
Om het overleg te optimaliseren, kan het hoofd van het agentschap een andere geografische entiteit dan het WBE-werkingsgebied bepalen waarin het overleg, vermeld in paragraaf 1, plaatsvindt. Die andere geografische entiteit geldt voor één overlegcyclus en het bijhorende jachtseizoen wordt stilzwijgend verlengd en kan voorwaardelijk zijn. Het hoofd van het agentschap bepaalt dan ook wie de organisatie en de coördinatie voert.".
De basis van het overleg wordt gevormd door gegevens die op jaarlijkse basis gemeten zijn volgens de door de minister bepaalde indicatoren voor schade binnen het WBE-werkingsgebied.
Het overleg wordt gevoerd met het oog op het bereiken van een consensus over de aanpak van de wilde zwijnen en, in voorkomend geval, van andere grofwildsoorten in het WBE-werkingsgebied in kwestie. Het overleg heeft minimaal betrekking op het nemen van preventieve maatregelen, op de ruimtelijke en tijdsgebonden aspecten van het uitoefenen van de jacht en gezamenlijke beheeracties.
De consensus die wordt verkregen op basis van het overleg, wordt ingediend bij het agentschap en gepubliceerd via de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap. De consensus is gedurende het betreffende jachtseizoen dwingend voor het WBE-werkingsgebied. De consensus is ondergeschikt aan en uitvoerend voor de consensus die wordt bereikt op het niveau van een faunabeheerzone als vermeld in artikel 54.
§ 2. Als verschillende erkende WBE's een gezamenlijk overleg willen houden, kan dat het overleg per WBE-werkingsgebied, vermeld in paragraaf 1, vervangen.
Om het overleg te optimaliseren, kan het hoofd van het agentschap een andere geografische entiteit dan het WBE-werkingsgebied bepalen waarin het overleg, vermeld in paragraaf 1, plaatsvindt. Die andere geografische entiteit geldt voor één overlegcyclus en het bijhorende jachtseizoen wordt stilzwijgend verlengd en kan voorwaardelijk zijn. Het hoofd van het agentschap bepaalt dan ook wie de organisatie en de coördinatie voert.".
Art. 55. § 1er. Afin d'assurer une approche équilibrée du sanglier et, le cas échéant, d'autres espèces de grand gibier, les UGC agréées organisent et coordonnent une consultation annuelle avant le 1er juillet avec les représentants des acteurs privés et publics qui possèdent ou gèrent des terrains dans leur zone d'action UGC ayant un impact significatif sur la gestion de la faune sauvage, avec les représentants des gardes champêtres particuliers de la zone d'action UGC, avec les représentants des organisations agricoles actives dans leur zone d'action UGC, et avec les représentants des communes dans lesquelles leur zone d'action UGC est située.
La concertation est basée sur les données mesurées annuellement selon les indicateurs déterminés par le ministre pour les dommages à l'intérieur de la zone d'action UGC.
La concertation est menée en vue de parvenir à un consensus sur l'approche du sanglier et, le cas échéant, d'autres espèces de grand gibier dans la zone d'action UGC en question. La concertation porte au minimum sur l'adoption de mesures préventives, sur les aspects spatiaux et temporels de la chasse et des actions de gestion conjointes.
Le consensus atteint à la suite de la concertation est soumis à l'agence et publié sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence. Le consensus est contraignant pour la zone d'action UGC pendant la saison de chasse concernée. Le consensus est subordonné au consensus atteint au niveau d'une zone de gestion de la faune telle que visée à l'article 54, et exécutoire pour ce consensus.
§ 2. Si plusieurs UGC agréées souhaitent organiser une concertation commune, celle-ci peut remplacer la concertation par zone d'action UGC visée au paragraphe 1er.
Afin d'optimiser la concertation, le chef de l'agence peut déterminer une entité géographique autre que la zone d'action UGC dans laquelle la concertation visée au paragraphe 1er a lieu. Cette autre entité géographique est valable pour un cycle de concertation et la saison de chasse correspondante est tacitement prolongée et peut être conditionnelle. En conséquence, le chef de l'agence désigne la personne en charge de l'organisation et de la coordination. ".
La concertation est basée sur les données mesurées annuellement selon les indicateurs déterminés par le ministre pour les dommages à l'intérieur de la zone d'action UGC.
La concertation est menée en vue de parvenir à un consensus sur l'approche du sanglier et, le cas échéant, d'autres espèces de grand gibier dans la zone d'action UGC en question. La concertation porte au minimum sur l'adoption de mesures préventives, sur les aspects spatiaux et temporels de la chasse et des actions de gestion conjointes.
Le consensus atteint à la suite de la concertation est soumis à l'agence et publié sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence. Le consensus est contraignant pour la zone d'action UGC pendant la saison de chasse concernée. Le consensus est subordonné au consensus atteint au niveau d'une zone de gestion de la faune telle que visée à l'article 54, et exécutoire pour ce consensus.
§ 2. Si plusieurs UGC agréées souhaitent organiser une concertation commune, celle-ci peut remplacer la concertation par zone d'action UGC visée au paragraphe 1er.
Afin d'optimiser la concertation, le chef de l'agence peut déterminer une entité géographique autre que la zone d'action UGC dans laquelle la concertation visée au paragraphe 1er a lieu. Cette autre entité géographique est valable pour un cycle de concertation et la saison de chasse correspondante est tacitement prolongée et peut être conditionnelle. En conséquence, le chef de l'agence désigne la personne en charge de l'organisation et de la coordination. ".
Art. 56. Artikel 33 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 33. Het jachtplan is raadpleegbaar via een link op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap en bij de arrondissementscommissaris.".
"Art. 33. Het jachtplan is raadpleegbaar via een link op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap en bij de arrondissementscommissaris.".
Art. 56. L'article 33 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 33. Le plan de chasse peut être consulté via un lien sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence et auprès du commissaire d'arrondissement. ".
" Art. 33. Le plan de chasse peut être consulté via un lien sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence et auprès du commissaire d'arrondissement. ".
Art. 57. In artikel 50 van hetzelfde besluit wordt aan paragraaf 3 een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de controle van de inschrijvingen van het jachtexamen baseert het agentschap zich op de aangeleverde gegevens uit de aanvraag, de gegevens in het digitale platform van de Vlaamse overheid, de gegevens uit het rijksregister, de gegevens uit het strafregister en de gegevens uit de databanken over wapens.".
"Voor de controle van de inschrijvingen van het jachtexamen baseert het agentschap zich op de aangeleverde gegevens uit de aanvraag, de gegevens in het digitale platform van de Vlaamse overheid, de gegevens uit het rijksregister, de gegevens uit het strafregister en de gegevens uit de databanken over wapens.".
Art. 57. A l'article 50 du même arrêté, il est ajouté au paragraphe 3 un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Pour vérifier les inscriptions à l'examen de chasse, l'agence se base sur les données fournies dans la demande, les données de la plate-forme numérique de l'Autorité flamande, les données du Registre national, les données du casier judiciaire et les données des bases de données sur les armes. ".
" Pour vérifier les inscriptions à l'examen de chasse, l'agence se base sur les données fournies dans la demande, les données de la plate-forme numérique de l'Autorité flamande, les données du Registre national, les données du casier judiciaire et les données des bases de données sur les armes. ".
Art. 58. Artikel 51 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "Uiterlijk vijf dagen voor de datum van het examen worden de geldig ingeschreven kandidaten opgeroepen met een persoonlijke communicatie waarin de datum, de plaats en het uur van het examen en desgevallend bijkomende instructies voor het examen worden vermeld.".
Art. 58. L'article 51 du même arrêté est remplacé par ce qui suit : " Au plus tard cinq jours avant la date de l'examen, les candidats valablement inscrits sont convoqués par une communication personnelle indiquant la date, le lieu et l'heure de l'examen et, le cas échéant, des instructions supplémentaires pour l'examen. ".
Art. 59. In artikel 59/1, 3°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018, wordt de zinsnede "voor 1 november" vervangen door de zinsnede "voor 15 oktober".
Art. 59. Dans l'article 59/1, 3°, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2018, le membre de phrase " avant le 1er novembre " est remplacé par le membre de phrase " avant le 15 octobre ".
Art. 60. Artikel 59/3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 59/3. Voor 1 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, keurt de minister de begroting goed die het agentschap bezorgt, of stuurt de minister de begroting terug naar het agentschap met de vraag om die in overleg met het Centraal Comité bij te sturen. In dat laatste geval bezorgt het agentschap een aangepaste begroting voor 15 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, aan de minister, en keurt de minister de begroting goed voor 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft.".
"Art. 59/3. Voor 1 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, keurt de minister de begroting goed die het agentschap bezorgt, of stuurt de minister de begroting terug naar het agentschap met de vraag om die in overleg met het Centraal Comité bij te sturen. In dat laatste geval bezorgt het agentschap een aangepaste begroting voor 15 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, aan de minister, en keurt de minister de begroting goed voor 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft.".
Art. 60. L'article 59/3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2018, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 59/3. Avant le 1er décembre de l'année civile précédant l'année civile à laquelle le budget se rapporte, le ministre approuve le budget transmis par l'agence, ou le ministre renvoie le budget à l'agence en lui demandant de l'adapter en concertation avec le comité central. Dans ce dernier cas, l'agence transmet au ministre un budget ajusté avant le 15 décembre de l'année civile précédant l'année civile à laquelle le budget se rapporte, et le ministre approuve le budget avant le 31 décembre de l'année civile précédant l'année civile à laquelle le budget se rapporte. ".
" Art. 59/3. Avant le 1er décembre de l'année civile précédant l'année civile à laquelle le budget se rapporte, le ministre approuve le budget transmis par l'agence, ou le ministre renvoie le budget à l'agence en lui demandant de l'adapter en concertation avec le comité central. Dans ce dernier cas, l'agence transmet au ministre un budget ajusté avant le 15 décembre de l'année civile précédant l'année civile à laquelle le budget se rapporte, et le ministre approuve le budget avant le 31 décembre de l'année civile précédant l'année civile à laquelle le budget se rapporte. ".
Art. 61. In artikel 59/4, § 2, derde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018, wordt de zinsnede "overeenkomstig de bepalingen in 62, eerste en tweede lid." vervangen door de zinsnede "overeenkomstig het eerste en het tweede lid.".
Art. 61. Dans l'article 59/4, § 2, alinéa 3, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2018, le membre de phrase " conformément aux dispositions de l'article 62, alinéas premier et deux. " est remplacé par le membre de phrase " conformément aux alinéas 1er et 2. ".
Art. 62. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 april 2016 en 14 december 2018, wordt een hoofdstuk 5/2, dat bestaat uit artikel 59/5, ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk 5/2 Digitale dienstverlening
"Hoofdstuk 5/2 Digitale dienstverlening
Art. 62. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 avril 2016 et 14 décembre 2018, est inséré un chapitre 5/2, composé de l'article 59/5, rédigé comme suit :
" Chapitre 5/2. Offre de services numériques
Art. 59/5. L'Autorité flamande met à disposition une plate-forme numérique pour la réception et le traitement des obligations administratives du décret sur la chasse et de ses arrêtés d'exécution.
La plate-forme numérique est axée sur le principe de la collecte de données uniques. Le principe de la collecte de données unique n'est garanti que si la personne concernée dispose d'un numéro de registre national belge, d'un numéro BIS ou d'un numéro d'entreprise belge. Si une application ou une notification nécessite des données disponibles au sein de l'Autorité flamande, les données sont extraites de la source authentique. Si une demande ou une notification nécessite des données disponibles auprès d'une autre autorité belge, l'Autorité flamande établit une connexion numérique avec la source authentique. Si une connexion numérique est établie, les données sont récupérées dans la source authentique. En l'absence de connexion numérique, le citoyen doit ajouter ses données à la demande ou à la notification.
Tous les services de l'Autorité flamande compétents en matière de chasse introduisent dans la plate-forme numérique les données des processus pour lesquels ils sont compétents.
Tous les services de l'Autorité flamande qui sont responsables de la chasse traitent les données des processus dont ils sont responsables dans la plate-forme numérique. Les services de l'Autorité flamande responsables de la chasse peuvent traiter les données de la plate-forme numérique pour tous les processus pour lesquels ils sont compétents.
Les services d'autres autorités belges peuvent traiter les données de la plate-forme numérique pour tous les processus liés à la chasse pour lesquels ils sont compétents. Pour ce faire, l'autorité concernée demande les données au chef de l'agence. Le chef de l'agence peut limiter ou refuser la demande de données par une décision motivée. ".
" Chapitre 5/2. Offre de services numériques
Art. 59/5. L'Autorité flamande met à disposition une plate-forme numérique pour la réception et le traitement des obligations administratives du décret sur la chasse et de ses arrêtés d'exécution.
La plate-forme numérique est axée sur le principe de la collecte de données uniques. Le principe de la collecte de données unique n'est garanti que si la personne concernée dispose d'un numéro de registre national belge, d'un numéro BIS ou d'un numéro d'entreprise belge. Si une application ou une notification nécessite des données disponibles au sein de l'Autorité flamande, les données sont extraites de la source authentique. Si une demande ou une notification nécessite des données disponibles auprès d'une autre autorité belge, l'Autorité flamande établit une connexion numérique avec la source authentique. Si une connexion numérique est établie, les données sont récupérées dans la source authentique. En l'absence de connexion numérique, le citoyen doit ajouter ses données à la demande ou à la notification.
Tous les services de l'Autorité flamande compétents en matière de chasse introduisent dans la plate-forme numérique les données des processus pour lesquels ils sont compétents.
Tous les services de l'Autorité flamande qui sont responsables de la chasse traitent les données des processus dont ils sont responsables dans la plate-forme numérique. Les services de l'Autorité flamande responsables de la chasse peuvent traiter les données de la plate-forme numérique pour tous les processus pour lesquels ils sont compétents.
Les services d'autres autorités belges peuvent traiter les données de la plate-forme numérique pour tous les processus liés à la chasse pour lesquels ils sont compétents. Pour ce faire, l'autorité concernée demande les données au chef de l'agence. Le chef de l'agence peut limiter ou refuser la demande de données par une décision motivée. ".
Art. 59/5. De Vlaamse overheid voorziet in een digitaal platform voor de ontvangst en verwerking van de administratieve verplichtingen van het Jachtdecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Het digitale platform is gericht op het principe van de unieke gegevensinzameling. Het principe van de unieke gegevensinzameling wordt alleen gegarandeerd als de betrokkene een Belgisch rijksregisternummer of BIS-nummer of een Belgisch ondernemingsnummer heeft. Als in een aanvraag of een melding gegevens noodzakelijk zijn die beschikbaar zijn binnen de Vlaamse overheid, worden de gegevens opgehaald in de authentieke bron. Als in een aanvraag of een melding gegevens noodzakelijk zijn die beschikbaar zijn bij een andere Belgische overheid, maakt de Vlaamse overheid een digitale verbinding met de authentieke bron. Als er een digitale verbinding is, worden de gegevens opgehaald in de authentieke bron. Als er geen digitale verbinding is, moet de burger zijn gegevens toevoegen aan de aanvraag of melding.
Alle diensten van de Vlaamse overheid die bevoegd zijn voor jacht, voeren de gegevens uit de processen waarvoor ze bevoegd zijn, in het digitale platform in.
Alle diensten van de Vlaamse overheid die bevoegd zijn voor jacht, verwerken de gegevens uit de processen waarvoor ze bevoegd zijn, in het digitale platform. De diensten van de Vlaamse overheid die bevoegd zijn voor jacht, kunnen de gegevens uit het digitale platform verwerken voor alle processen waarvoor ze bevoegd zijn.
De diensten van andere Belgische overheden kunnen de gegevens uit het digitale platform verwerken voor alle processen in verband met jacht waarvoor ze bevoegd zijn. De betrokken overheid vraagt daarvoor de gegevens op bij het hoofd van het agentschap. Het hoofd van het agentschap kan de gegevensvraag beperken of weigeren met een met redenen omklede beslissing.".
Het digitale platform is gericht op het principe van de unieke gegevensinzameling. Het principe van de unieke gegevensinzameling wordt alleen gegarandeerd als de betrokkene een Belgisch rijksregisternummer of BIS-nummer of een Belgisch ondernemingsnummer heeft. Als in een aanvraag of een melding gegevens noodzakelijk zijn die beschikbaar zijn binnen de Vlaamse overheid, worden de gegevens opgehaald in de authentieke bron. Als in een aanvraag of een melding gegevens noodzakelijk zijn die beschikbaar zijn bij een andere Belgische overheid, maakt de Vlaamse overheid een digitale verbinding met de authentieke bron. Als er een digitale verbinding is, worden de gegevens opgehaald in de authentieke bron. Als er geen digitale verbinding is, moet de burger zijn gegevens toevoegen aan de aanvraag of melding.
Alle diensten van de Vlaamse overheid die bevoegd zijn voor jacht, voeren de gegevens uit de processen waarvoor ze bevoegd zijn, in het digitale platform in.
Alle diensten van de Vlaamse overheid die bevoegd zijn voor jacht, verwerken de gegevens uit de processen waarvoor ze bevoegd zijn, in het digitale platform. De diensten van de Vlaamse overheid die bevoegd zijn voor jacht, kunnen de gegevens uit het digitale platform verwerken voor alle processen waarvoor ze bevoegd zijn.
De diensten van andere Belgische overheden kunnen de gegevens uit het digitale platform verwerken voor alle processen in verband met jacht waarvoor ze bevoegd zijn. De betrokken overheid vraagt daarvoor de gegevens op bij het hoofd van het agentschap. Het hoofd van het agentschap kan de gegevensvraag beperken of weigeren met een met redenen omklede beslissing.".
Art. 63. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 avril 2016 et 14 décembre 2018, il est inséré un article 61/1, rédigé comme suit :
" Art. 61/1. Dans les cas où le présent arrêté prévoit que l'autorité compétente adresse ses communications au citoyen par courrier recommandé, l'autorité compétente peut également envoyer cette correspondance par courrier électronique avec accusé de réception, si elle dispose de l'adresse électronique du correspondant et à condition qu'il ne s'agisse pas de la délivrance de certificats. Si aucun accusé de réception de cet e-mail n'est reçu, un courrier recommandé est envoyé après une semaine et le délai de réponse ultérieur est réduit d'une semaine. ".
" Art. 61/1. Dans les cas où le présent arrêté prévoit que l'autorité compétente adresse ses communications au citoyen par courrier recommandé, l'autorité compétente peut également envoyer cette correspondance par courrier électronique avec accusé de réception, si elle dispose de l'adresse électronique du correspondant et à condition qu'il ne s'agisse pas de la délivrance de certificats. Si aucun accusé de réception de cet e-mail n'est reçu, un courrier recommandé est envoyé après une semaine et le délai de réponse ultérieur est réduit d'une semaine. ".
Art. 63. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 april 2016 en 14 december 2018, wordt een nieuw artikel 61/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
CHAPITRE 9. - Modifications de l'arrêté sur les conditions d'exercice de la chasse du 25 avril 2014
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het Jachtvoorwaardenbesluit van 25 april 2014
Art. 64. A l'article 8, alinéa 2, à l'article 14, § 3, alinéa 3, à l'article 19, alinéa 5, à l'article 29, alinéas 1er et 2, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 mai 2016, à l'article 34, alinéa 5, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 mai 2016, à l'article 42, alinéa 1er, à l'article 47, alinéa 5, à l'article 57, alinéa 4, et à l'article 58, alinéa 2, de l'arrêté sur les conditions d'exercice de la chasse du 25 avril 2014, le membre de phrase " le site web www.natuurenbos.be de l'agence " est remplacé à chaque fois par le membre de phrase " le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence ".
Art. 64. In artikel 8, tweede lid, artikel 14, § 3, derde lid, artikel 19, vijfde lid, artikel 29, eerste en tweede lid, vervangen bij besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 2016, artikel 34, vijfde lid, vervangen bij besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 2016, artikel 42, eerste lid, artikel 47, vijfde lid, artikel 57, vierde lid, en artikel 58, tweede lid, van het Jachtvoorwaardenbesluit van 25 april 2014 wordt de zinsnede "de website www.natuurenbos" telkens vervangen door de zinsnede "de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap".
Art. 65. A l'article 7, paragraphe 3, du même arrêté, la phrase suivante " Le chef de l'agence prend la décision de suspendre la chasse sur avis du directeur provincial concerné de l'agence " est remplacée par la phrase " Le chef de l'agence prend la décision de suspendre la chasse sur avis de la commission de gestion du gibier rendu par procédure écrite et dans un délai de deux jours ouvrables. Si la commission de gestion du gibier ne rend pas un avis dans ce délai, le chef de l'agence peut prendre une décision autonome. ".
Art. 65. In artikel 7 paragraaf 3 van hetzelfde besluit wordt de volgende zin "Het hoofd van het agentschap neemt de beslissing tot opschorting van de jacht op advies van de betrokken provinciale directeur van het agentschap." vervangen door de zin "Het hoofd van het agentschap neemt de beslissing tot opschorting van de jacht na advies van de wildbeheercommissie, dat via schriftelijke procedure en binnen een termijn van twee kalenderdagen wordt verleend. Indien de wildbeheercommissie niet binnen deze termijn advies verleent, kan het hoofd van het agentschap een autonome beslissing nemen.".
Art. 66. A l'article 8 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 2, au point 2°, les mots " au service provincial de " sont remplacés par le mot " à " et au point 3°, les mots " le service provincial de " sont abrogés.
2° il est ajouté un nouvel alinéa 3, rédigé comme suit : " Afin d'assurer la compatibilité avec les activités d'autres utilisateurs, l'organisateur de la gestion du gibier ou son mandataire prend la mesure suivante pour la chasse ou la lutte par arme à feu dans les zones dotées d'un règlement d'accessibilité approuvé conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2008 relatif à l'accessibilité des forêts et des réserves naturelles, et dans les zones accessibles aux piétons de manière illimitée, conformément à l'article 12octies, § 1er, alinéa 2, 3° du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel :
des panneaux d'avertissement de l'activité sont placés aux accès à la zone dans laquelle se déroule l'activité. Les panneaux sont placés au plus tard la veille du jour où l'activité a lieu et sont retirés au plus tôt après la fin de l'activité et au plus tard le lendemain du jour où l'activité a lieu. Le modèle du panneau d'avertissement est établi par l'agence et mis à disposition sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence.
1° à l'alinéa 2, au point 2°, les mots " au service provincial de " sont remplacés par le mot " à " et au point 3°, les mots " le service provincial de " sont abrogés.
2° il est ajouté un nouvel alinéa 3, rédigé comme suit : " Afin d'assurer la compatibilité avec les activités d'autres utilisateurs, l'organisateur de la gestion du gibier ou son mandataire prend la mesure suivante pour la chasse ou la lutte par arme à feu dans les zones dotées d'un règlement d'accessibilité approuvé conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2008 relatif à l'accessibilité des forêts et des réserves naturelles, et dans les zones accessibles aux piétons de manière illimitée, conformément à l'article 12octies, § 1er, alinéa 2, 3° du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel :
des panneaux d'avertissement de l'activité sont placés aux accès à la zone dans laquelle se déroule l'activité. Les panneaux sont placés au plus tard la veille du jour où l'activité a lieu et sont retirés au plus tôt après la fin de l'activité et au plus tard le lendemain du jour où l'activité a lieu. Le modèle du panneau d'avertissement est établi par l'agence et mis à disposition sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence.
Art. 66. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid, 2° en 3° worden de woorden "de provinciale dienst van" telkens opgeheven;
2° er wordt een nieuw derde lid toegevoegd dat luidt als volgt: "Met het oog op de verenigbaarheid met activiteiten van andere gebruikers neemt de organisator van het wildbeheer of zijn aangestelde de volgende maatregel voor de jacht of de bestrijding met het vuurwapen in gebieden met een goedgekeurde toegankelijkheidsregeling conform het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toegankelijkheid van de bossen en natuurreservaten van 5 december 2008, en in gebieden die volgens artikel 12octies, § 1, tweede lid, 3° van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu onbeperkt toegankelijk zijn voor voetgangers:
er worden waarschuwingsborden voor de activiteit geplaatst aan de toegangen van het gebied waarin de actie plaatsvindt. De borden worden uiterlijk op de dag die voorafgaat aan de dag waarop de activiteit plaatsvindt, geplaatst en ze worden ten vroegste na het einde van de activiteit en uiterlijk op de dag die volgt op de dag waarop de activiteit plaatsvindt, verwijderd. Het model van het aankondigingsbord wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.".
1° in het tweede lid, 2° en 3° worden de woorden "de provinciale dienst van" telkens opgeheven;
2° er wordt een nieuw derde lid toegevoegd dat luidt als volgt: "Met het oog op de verenigbaarheid met activiteiten van andere gebruikers neemt de organisator van het wildbeheer of zijn aangestelde de volgende maatregel voor de jacht of de bestrijding met het vuurwapen in gebieden met een goedgekeurde toegankelijkheidsregeling conform het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toegankelijkheid van de bossen en natuurreservaten van 5 december 2008, en in gebieden die volgens artikel 12octies, § 1, tweede lid, 3° van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu onbeperkt toegankelijk zijn voor voetgangers:
er worden waarschuwingsborden voor de activiteit geplaatst aan de toegangen van het gebied waarin de actie plaatsvindt. De borden worden uiterlijk op de dag die voorafgaat aan de dag waarop de activiteit plaatsvindt, geplaatst en ze worden ten vroegste na het einde van de activiteit en uiterlijk op de dag die volgt op de dag waarop de activiteit plaatsvindt, verwijderd. Het model van het aankondigingsbord wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.".
Art. 67. A l'article 9 du même arrêté, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" L'interdiction visée à l'alinéa 2, 2° et 3°, ne s'applique pas à la pratique de la chasse particulière et la lutte contre les sangliers, à condition que les instruments soient autorisés par la loi sur les armes du 8 juin 2006. Le ministre fixe les modalités relatives à la détention et à l'utilisation de ces instruments. ".
" L'interdiction visée à l'alinéa 2, 2° et 3°, ne s'applique pas à la pratique de la chasse particulière et la lutte contre les sangliers, à condition que les instruments soient autorisés par la loi sur les armes du 8 juin 2006. Le ministre fixe les modalités relatives à la détention et à l'utilisation de ces instruments. ".
Art. 67. In artikel 9 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Het verbod vermeld in het tweede lid, 2° en 3°, is niet van toepassing voor het uitoefenen van bijzondere jacht en bestrijding van wilde zwijnen, op voorwaarde dat de instrumenten door de Wapenwet van 8 juni 2006 zijn toegelaten. De minister bepaalt nadere regels voor het bezit en gebruik van deze instrumenten.".
"Het verbod vermeld in het tweede lid, 2° en 3°, is niet van toepassing voor het uitoefenen van bijzondere jacht en bestrijding van wilde zwijnen, op voorwaarde dat de instrumenten door de Wapenwet van 8 juni 2006 zijn toegelaten. De minister bepaalt nadere regels voor het bezit en gebruik van deze instrumenten.".
Art. 68. Dans le même arrêté, il est inséré un article 10/1, rédigé comme suit :
" Art. 10/1. Pour l'exercice de tout type de chasse ou de lutte, il est interdit de porter une arme dans l'une des situations suivantes :
1° le test d'haleine mesure une concentration d'alcool d'au moins 0,22 milligramme par litre d'air alvéolaire expiré ;
2° l'analyse de sang indique une concentration d'alcool d'au moins 0,5 gramme par litre de sang ;
3° la personne est en état d'ivresse ou dans un état similaire, notamment à la suite de l'utilisation de drogues ou de médicaments. ".
" Art. 10/1. Pour l'exercice de tout type de chasse ou de lutte, il est interdit de porter une arme dans l'une des situations suivantes :
1° le test d'haleine mesure une concentration d'alcool d'au moins 0,22 milligramme par litre d'air alvéolaire expiré ;
2° l'analyse de sang indique une concentration d'alcool d'au moins 0,5 gramme par litre de sang ;
3° la personne est en état d'ivresse ou dans un état similaire, notamment à la suite de l'utilisation de drogues ou de médicaments. ".
Art. 68. In hetzelfde besluit wordt een artikel 10/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 10/1. Voor het uitoefenen van elke vorm van jacht of bestrijding is het verboden een wapen te dragen in elk van de volgende situaties:
1° de ademanalyse meet een alcoholconcentratie van ten minste 0,22 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht;
2° de bloedanalyse geeft een alcoholconcentratie van ten minste 0,5 gram per liter bloed aan;
3° de persoon is in staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat, met name ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen.".
"Art. 10/1. Voor het uitoefenen van elke vorm van jacht of bestrijding is het verboden een wapen te dragen in elk van de volgende situaties:
1° de ademanalyse meet een alcoholconcentratie van ten minste 0,22 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht;
2° de bloedanalyse geeft een alcoholconcentratie van ten minste 0,5 gram per liter bloed aan;
3° de persoon is in staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat, met name ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen.".
Art. 69. A l'article 13 du même arrêté, les alinéas 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
" Les boîtes à fauves ou pièges-cages sont contrôlés quotidiennement. Tous les animaux capturés appartenant aux espèces pour lesquelles l'utilisation de pièges est autorisée sont enlevés dès que possible et au moins une fois par jour. La mise à mort de ces animaux peut avoir lieu à la fois entre l'heure officielle du lever du soleil et l'heure officielle du coucher du soleil et entre l'heure officielle du coucher du soleil et l'heure officielle du lever du soleil. Tous les animaux capturés autres que les espèces pour lesquelles l'utilisation de pièges est autorisée sont immédiatement remis en liberté sur place. Si la cage est opérationnelle, le contrôle quotidien est effectué au plus tard une heure après le coucher officiel du soleil. Ce contrôle quotidien peut également être effectué par le biais d'une surveillance électronique.
Les boîtes à fauves ou pièges-cages sont identifiés à l'aide d'une plaquette étanche sur laquelle figurent lisiblement le numéro de téléphone de l'agence ainsi que, le cas échéant, le numéro du permis de chasse du poseur de piège. Le numéro de téléphone à indiquer se trouve sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence. ".
" Les boîtes à fauves ou pièges-cages sont contrôlés quotidiennement. Tous les animaux capturés appartenant aux espèces pour lesquelles l'utilisation de pièges est autorisée sont enlevés dès que possible et au moins une fois par jour. La mise à mort de ces animaux peut avoir lieu à la fois entre l'heure officielle du lever du soleil et l'heure officielle du coucher du soleil et entre l'heure officielle du coucher du soleil et l'heure officielle du lever du soleil. Tous les animaux capturés autres que les espèces pour lesquelles l'utilisation de pièges est autorisée sont immédiatement remis en liberté sur place. Si la cage est opérationnelle, le contrôle quotidien est effectué au plus tard une heure après le coucher officiel du soleil. Ce contrôle quotidien peut également être effectué par le biais d'une surveillance électronique.
Les boîtes à fauves ou pièges-cages sont identifiés à l'aide d'une plaquette étanche sur laquelle figurent lisiblement le numéro de téléphone de l'agence ainsi que, le cas échéant, le numéro du permis de chasse du poseur de piège. Le numéro de téléphone à indiquer se trouve sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence. ".
Art. 69. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden het derde en het vierde lid vervangen door wat volgt:
"De kastvallen of kooivallen worden dagelijks gecontroleerd. Alle gevangen dieren van de soorten waarvoor het gebruik van de vallen is toegelaten, worden zo spoedig mogelijk en minstens dagelijks verwijderd. Het doden van deze dieren mag zowel plaatsvinden tussen het officiële uur van zonsopgang en het officiële uur van zonsondergang als tussen het officiële uur van zonsondergang en het officiële uur van zonsopgang. Alle andere gevangen dieren dan de soorten waarvoor het gebruik van de vallen is toegelaten, worden dadelijk ter plekke in vrijheid gesteld. Als de kooi vangklaar opgesteld staat, wordt die dagelijkse controle uiterlijk een uur na officiële zonsondergang uitgevoerd. Die dagelijkse controle kan ook via elektronisch toezicht verlopen.
De kastvallen of kooivallen worden geïdentificeerd met een weerbestendig plaatje waarop het telefoonnummer van het agentschap alsook, in voorkomend geval, het jachtverlofnummer van de plaatser van de val leesbaar vermeld staan. Het te vermelden telefoonnummer wordt ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.".
"De kastvallen of kooivallen worden dagelijks gecontroleerd. Alle gevangen dieren van de soorten waarvoor het gebruik van de vallen is toegelaten, worden zo spoedig mogelijk en minstens dagelijks verwijderd. Het doden van deze dieren mag zowel plaatsvinden tussen het officiële uur van zonsopgang en het officiële uur van zonsondergang als tussen het officiële uur van zonsondergang en het officiële uur van zonsopgang. Alle andere gevangen dieren dan de soorten waarvoor het gebruik van de vallen is toegelaten, worden dadelijk ter plekke in vrijheid gesteld. Als de kooi vangklaar opgesteld staat, wordt die dagelijkse controle uiterlijk een uur na officiële zonsondergang uitgevoerd. Die dagelijkse controle kan ook via elektronisch toezicht verlopen.
De kastvallen of kooivallen worden geïdentificeerd met een weerbestendig plaatje waarop het telefoonnummer van het agentschap alsook, in voorkomend geval, het jachtverlofnummer van de plaatser van de val leesbaar vermeld staan. Het te vermelden telefoonnummer wordt ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.".
Art. 70. A l'article 19, alinéa 1er, du même arrêté, le membre de phrase " le mois suivant l'expiration du trimestre durant lequel le tir a été exécuté, " est remplacé par le membre de phrase " les soixante jours suivant le tir, ".
Art. 70. In artikel 19, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "een maand na het verstrijken van het kwartaal waarin het afschot werd vervuld," vervangen door de zinsnede "zestig dagen na het afschot".
Art. 71. A l'article 34, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 mai 2016, le membre de phrase " dans le mois suivant l'expiration du trimestre durant lequel le tir a été exécuté, " est remplacé par le membre de phrase " dans les soixante jours suivant le tir, ".
Art. 71. In artikel 34, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 2016, wordt de zinsnede "een maand na het verstrijken van het kwartaal waarin het afschot is vervuld," vervangen door de woorden "zestig dagen na het afschot".
Art. 72. A l'article 47, alinéa 1er, du même arrêté, le membre de phrase " le mois suivant l'expiration du trimestre durant lequel le tir a été exécuté, " est remplacé par le membre de phrase " les soixante jours suivant le tir, ".
Art. 72. In artikel 47, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "een maand na het verstrijken van het kwartaal waarin het afschot is vervuld," vervangen door de woorden "zestig dagen na het afschot".
Art. 73. Les articles 54 et 55 du même arrêté, modifiés par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017, sont remplacés par ce qui suit :
" Art. 54. Le ministre établit des zones de gestion de la faune en vue de la concertation sur la gestion du sanglier et d'autres espèces de grand gibier. Le ministre détermine les espèces de grand gibier autres que le sanglier devant faire l'objet d'une concertation et, le cas échéant, quelles zones de gestion de la faune et pour quelle période.
Pour chaque zone de gestion de la faune, l'agence organise et coordonne une concertation annuelle avant le 1er mai entre les représentants des UGC agréées qui ont une zone d'action dans la zone de gestion de la faune, les représentants des gardes champêtres particuliers dans la zone de gestion de la faune, les représentants des acteurs privés et publics qui possèdent ou gèrent des terrains dans la zone de gestion de la faune ayant un impact significatif sur la gestion de la faune, les représentants des organisations agricoles actives dans la zone de gestion de la faune et les représentants des provinces dans lesquelles la zone de gestion de la faune est située.
La concertation est basée sur les données mesurées annuellement selon les indicateurs déterminés par le ministre pour les dommages à l'intérieur de la zone de gestion de la faune.
La concertation est menée en vue de parvenir à un consensus sur l'objectif de population de sangliers et, le cas échéant, d'autres espèces de grand gibier dans la zone de gestion de la faune en question et sur l'approche à adopter à l'égard des sangliers et, le cas échéant, d'autres espèces de grand gibier pour atteindre l'objectif de population. La concertation porte au minimum sur l'adoption de mesures préventives, sur les aspects spatiaux et temporels de la chasse et des actions de gestion conjointes, ainsi que sur le soutien logistique de l'approche.
Le consensus atteint à la suite de la concertation est soumis à l'agence et publié sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence. Le consensus est contraignant pour la zone de gestion de la faune pendant la saison de chasse suivante.
" Art. 54. Le ministre établit des zones de gestion de la faune en vue de la concertation sur la gestion du sanglier et d'autres espèces de grand gibier. Le ministre détermine les espèces de grand gibier autres que le sanglier devant faire l'objet d'une concertation et, le cas échéant, quelles zones de gestion de la faune et pour quelle période.
Pour chaque zone de gestion de la faune, l'agence organise et coordonne une concertation annuelle avant le 1er mai entre les représentants des UGC agréées qui ont une zone d'action dans la zone de gestion de la faune, les représentants des gardes champêtres particuliers dans la zone de gestion de la faune, les représentants des acteurs privés et publics qui possèdent ou gèrent des terrains dans la zone de gestion de la faune ayant un impact significatif sur la gestion de la faune, les représentants des organisations agricoles actives dans la zone de gestion de la faune et les représentants des provinces dans lesquelles la zone de gestion de la faune est située.
La concertation est basée sur les données mesurées annuellement selon les indicateurs déterminés par le ministre pour les dommages à l'intérieur de la zone de gestion de la faune.
La concertation est menée en vue de parvenir à un consensus sur l'objectif de population de sangliers et, le cas échéant, d'autres espèces de grand gibier dans la zone de gestion de la faune en question et sur l'approche à adopter à l'égard des sangliers et, le cas échéant, d'autres espèces de grand gibier pour atteindre l'objectif de population. La concertation porte au minimum sur l'adoption de mesures préventives, sur les aspects spatiaux et temporels de la chasse et des actions de gestion conjointes, ainsi que sur le soutien logistique de l'approche.
Le consensus atteint à la suite de la concertation est soumis à l'agence et publié sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence. Le consensus est contraignant pour la zone de gestion de la faune pendant la saison de chasse suivante.
Art. 73. Artikel 54 en 55 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017, worden vervangen door wat volgt:
"Art. 54. De minister stelt met het oog op overleg over de aanpak van wilde zwijnen en andere grofwildsoorten faunabeheerzones vast. De minister bepaalt voor welke andere grofwildsoorten dan wild zwijn overleg gevoerd moet worden en, in voorkomend geval, in welke faunabeheerzones en voor welke periode.
Voor elke faunabeheerzone organiseert en coördineert het agentschap jaarlijks voor 1 mei een overleg tussen de vertegenwoordigers van de erkende WBE's die in de faunabeheerzone een werkingsgebied hebben, de vertegenwoordigers van de bijzondere veldwachters in de faunabeheerzone, de vertegenwoordigers van de private en publieke actoren die in de faunabeheerzone terreinen in eigendom hebben of beheren met een significante impact op het wildbeheer, de vertegenwoordigers van de landbouworganisaties die actief zijn in de faunabeheerzone en de vertegenwoordigers van de provincies waarin de faunabeheerzone ligt.
De basis van het overleg wordt gevormd door gegevens die op jaarlijkse basis gemeten worden volgens de door de minister bepaalde indicatoren voor schade binnen de faunabeheerzone.
Het overleg wordt gevoerd met het oog op het bereiken van een consensus over de populatiedoelstelling voor wilde zwijnen en, in voorkomend geval, voor andere grofwildsoorten in de faunabeheerzone in kwestie en over de aanpak van wilde zwijnen en, in voorkomend geval, van andere grofwildsoorten om de populatiedoelstelling te bereiken. Het overleg heeft minimaal betrekking op het nemen van preventieve maatregelen, op de ruimtelijke en tijdsgebonden aspecten van het uitoefenen van de jacht en gezamenlijke beheeracties en op de logistieke ondersteuning van de aanpak.
De consensus die wordt verkregen op basis van het overleg, wordt ingediend bij het agentschap en gepubliceerd via de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap. De consensus is gedurende het volgende jachtseizoen dwingend voor de faunabeheerzone.
"Art. 54. De minister stelt met het oog op overleg over de aanpak van wilde zwijnen en andere grofwildsoorten faunabeheerzones vast. De minister bepaalt voor welke andere grofwildsoorten dan wild zwijn overleg gevoerd moet worden en, in voorkomend geval, in welke faunabeheerzones en voor welke periode.
Voor elke faunabeheerzone organiseert en coördineert het agentschap jaarlijks voor 1 mei een overleg tussen de vertegenwoordigers van de erkende WBE's die in de faunabeheerzone een werkingsgebied hebben, de vertegenwoordigers van de bijzondere veldwachters in de faunabeheerzone, de vertegenwoordigers van de private en publieke actoren die in de faunabeheerzone terreinen in eigendom hebben of beheren met een significante impact op het wildbeheer, de vertegenwoordigers van de landbouworganisaties die actief zijn in de faunabeheerzone en de vertegenwoordigers van de provincies waarin de faunabeheerzone ligt.
De basis van het overleg wordt gevormd door gegevens die op jaarlijkse basis gemeten worden volgens de door de minister bepaalde indicatoren voor schade binnen de faunabeheerzone.
Het overleg wordt gevoerd met het oog op het bereiken van een consensus over de populatiedoelstelling voor wilde zwijnen en, in voorkomend geval, voor andere grofwildsoorten in de faunabeheerzone in kwestie en over de aanpak van wilde zwijnen en, in voorkomend geval, van andere grofwildsoorten om de populatiedoelstelling te bereiken. Het overleg heeft minimaal betrekking op het nemen van preventieve maatregelen, op de ruimtelijke en tijdsgebonden aspecten van het uitoefenen van de jacht en gezamenlijke beheeracties en op de logistieke ondersteuning van de aanpak.
De consensus die wordt verkregen op basis van het overleg, wordt ingediend bij het agentschap en gepubliceerd via de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap. De consensus is gedurende het volgende jachtseizoen dwingend voor de faunabeheerzone.
Art. 74. L'article 56 du même arrêté est complété par la phrase suivante :
" Les analyses de ces mesures sont publiées sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence. ".
" Les analyses de ces mesures sont publiées sur le site internet natuurenbos.vlaanderen.be de l'agence. ".
Art. 74. Aan artikel 56 van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd:
"De analyses van deze metingen worden gepubliceerd via de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.".
"De analyses van deze metingen worden gepubliceerd via de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.".
Art. 75. A l'article 62 du même arrêté, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Le label doit être apposé de telle sorte qu'il ne puisse être enlevé sans être endommagé et qu'il ne soit pas possible de le réutiliser. Les labels endommagés sont considérés comme non valables. ".
" Le label doit être apposé de telle sorte qu'il ne puisse être enlevé sans être endommagé et qu'il ne soit pas possible de le réutiliser. Les labels endommagés sont considérés comme non valables. ".
Art. 75. In artikel 62 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
CHAPITRE 10. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 relatif aux plans de gestion de la nature et à l'agrément de réserves naturelles
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de natuurbeheerplannen en de erkenning van natuurreservaten van 14 juli 2017
Art. 76. A l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 relatif aux plans de gestion de la nature et à l'agrément de réserves naturelles, les modifications suivantes sont apportées :
Art. 76. In artikel 6 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de natuurbeheerplannen en de erkenning van natuurreservaten van 14 juli 2017 worden volgende wijzigingen aangebracht:
CHAPITRE 11. - Dispositions finales
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
Art. 77. L'arrêté ministériel du 31 octobre 2014 fixant un modèle de carte numérique est abrogé.
Art. 77. Het ministerieel besluit van 31 oktober 2014 tot vaststelling van een model voor een digitale kaart wordt opgeheven.
Art. 78. L'arrêté du Gouvernement flamand du 27 mars 1985 réglementant les opérations susceptibles de polluer les eaux souterraines, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 octobre 2016, est abrogé.
Art. 78. Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 1985 houdende reglementering van de handelingen die het grondwater kunnen verontreinigen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2016, wordt opgeheven.
Art. 79. Les articles 2, 12, 19, 20 et 23 entrent en vigueur le 1er janvier 2025.
L'article 61 et l'article 77 entrent en vigueur le 1er juillet 2024.
Le Gouvernement flamand fixe la date d'entrée en vigueur de l'article 62.
L'article 61 et l'article 77 entrent en vigueur le 1er juillet 2024.
Le Gouvernement flamand fixe la date d'entrée en vigueur de l'article 62.
Art. 79. Artikel 2, artikel 12, artikel 19, artikel 20 en artikel 23, treden in werking op 1 januari 2025.
Artikel 61 en artikel 77 treden in werking op 1 juli 2024.
De Vlaamse Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van artikel 62.
Artikel 61 en artikel 77 treden in werking op 1 juli 2024.
De Vlaamse Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van artikel 62.
Art. 80. Le ministre flamand qui a l'environnement, l'aménagement du territoire et la nature dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
-
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 10-10-2024, p. 119124)
Art. 80. De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, is belast met de uitvoering van dit besluit.
-
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 10-10-2024, p. 119079)
-