Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° bevoegde entiteit: het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023 tot oprichting van een intern verzelfstandigd agentschap "Landbouw en Zeevisserij";
2° onderwijsinstelling: een onderwijsinstelling die secundair onderwijs aanbiedt in een studierichting uit het studiedomein land- en tuinbouw met landbouwuitbating op landbouwpercelen;
3° verordening (EU) nr. 1408/2013: verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie L 352 van 24 december 2013, blz. 9-17, met inbegrip van de latere wijzigingen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
21 JUNI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van subsidies voor onderwijsinstellingen die maatregelen voor milieu en klimaat toepassen en bevorderen
Titre
21 JUIN 2024. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'octroi de subventions aux établissements d'enseignement qui appliquent et promeuvent des mesures respectueuses de l'environnement et du climat
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Definities
HOOFDSTUK 2. - Subsidie
HOOFDSTUK 3. - Onderwijsinstellingen die in aan...
HOOFDSTUK 4. - Subsidiebedrag
HOOFDSTUK 5. - De indiening van subsidieaanvragen
HOOFDSTUK 6. - De beoordeling van de subsidieaa...
HOOFDSTUK 7. - Opvolging
HOOFDSTUK 8. - Verantwoording en uitbetaling va...
HOOFDSTUK 9. - Communicatieverplichtingen
HOOFDSTUK 10. - Controles en sancties
HOOFDSTUK 11. - Bezwaarprocedure
HOOFDSTUK 12. - Gegevensverwerking
HOOFDSTUK 13. - Reservevorming en dubbele subsi...
HOOFDSTUK 14. - Europese regelgeving
HOOFDSTUK 15. - Uitwisseling van berichten
HOOFDSTUK 16. - Voorafgaande controle door de I...
HOOFDSTUK 17. - Slotbepalingen
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Définitions
CHAPITRE 2. - Subvention
CHAPITRE 3. - Etablissements d'enseignement éli...
CHAPITRE 4. - Montant de la subvention
CHAPITRE 5. - L'introduction des demandes de su...
CHAPITRE 6. - L'évaluation des demandes de subv...
CHAPITRE 7. - Suivi
CHAPITRE 8. - Justification et versement de la ...
CHAPITRE 9. - Obligations de communication
CHAPITRE 10. - Contrôles et sanctions
CHAPITRE 11. - Procédure de contestation
CHAPITRE 12. - Traitement des données
CHAPITRE 13. - Constitution de réserves et doub...
CHAPITRE 14. - Réglementation européenne
CHAPITRE 15. - Echange de messages
CHAPITRE 16. - Contrôle préalable par l'Inspect...
CHAPITRE 17. - Dispositions finales
Tekst (45)
Texte (45)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° entité compétente : l'Agence de l'Agriculture et de la Pêche, créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023 portant création d'une agence autonomisée interne Agence de l'Agriculture et de la Pêche ;
2° établissement d'enseignement : un établissement d'enseignement proposant un enseignement secondaire du domaine d'études de l'agriculture et de l'horticulture avec exploitation agricole sur des parcelles agricoles ;
3° règlement (UE) n° 1408/2013 : le règlement (UE) n° 1408/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis dans le secteur de l'agriculture, publié au Journal officiel de l'Union européenne L 352 du 24 décembre 2013, p. 9-17, et ses modifications ultérieures.
1° entité compétente : l'Agence de l'Agriculture et de la Pêche, créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023 portant création d'une agence autonomisée interne Agence de l'Agriculture et de la Pêche ;
2° établissement d'enseignement : un établissement d'enseignement proposant un enseignement secondaire du domaine d'études de l'agriculture et de l'horticulture avec exploitation agricole sur des parcelles agricoles ;
3° règlement (UE) n° 1408/2013 : le règlement (UE) n° 1408/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis dans le secteur de l'agriculture, publié au Journal officiel de l'Union européenne L 352 du 24 décembre 2013, p. 9-17, et ses modifications ultérieures.
HOOFDSTUK 2. - Subsidie
CHAPITRE 2. - Subvention
Art. 2. Binnen de grenzen van de begrotingskredieten die daarvoor bestemd zijn, kan de minister, volgens de bepalingen die zijn vastgesteld in dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan, een subsidie verlenen voor initiatieven die leerlingen van een onderwijsinstelling bijbrengen op welke wijze teelt-technisch milieu- en klimaatdoelen kunnen worden gerealiseerd.
Art. 2. Dans les limites des crédits budgétaires destinés à cet effet, le ministre peut accorder, conformément aux dispositions prévues dans le présent arrêté et ses arrêtés d'exécution, une subvention pour les initiatives qui enseignent aux élèves d'un établissement d'enseignement la manière d'atteindre les objectifs environnementaux et climatiques en matière de techniques culturales.
HOOFDSTUK 3. - Onderwijsinstellingen die in aanmerking komen voor een subsidie
CHAPITRE 3. - Etablissements d'enseignement éligibles à une subvention
Art. 3. Een onderwijsinstelling kan een subsidieaanvraag indienen voor de initiatieven, vermeld in artikel 2.
Een onderwijsinstelling komt voor de subsidie, vermeld in artikel 2 van dit besluit, in aanmerking als de onderwijsinstelling aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° de onderwijsinstelling is geen actieve landbouwer als vermeld in artikel 4, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2023 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;
2° de onderwijsinstelling heeft een verzamelaanvraag ingediend voor de landbouwpercelen, die in het Vlaams Gewest liggen.
Een onderwijsinstelling komt voor de subsidie, vermeld in artikel 2 van dit besluit, in aanmerking als de onderwijsinstelling aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° de onderwijsinstelling is geen actieve landbouwer als vermeld in artikel 4, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2023 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;
2° de onderwijsinstelling heeft een verzamelaanvraag ingediend voor de landbouwpercelen, die in het Vlaams Gewest liggen.
Art. 3. Un établissement d'enseignement peut demander une subvention pour les initiatives visées à l'article 2.
Un établissement d'enseignement est éligible à la subvention visée à l'article 2 du présent arrêté, s'il remplit toutes les conditions suivantes :
1° l'établissement d'enseignement n'est pas un agriculteur actif tel que visé à l'article 4, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2023 fixant les règles relatives aux paiements directs en faveur des agriculteurs dans le cadre de la politique agricole commune ;
2° l'établissement d'enseignement a introduit une demande unique pour les parcelles agricoles situées en Région flamande.
Un établissement d'enseignement est éligible à la subvention visée à l'article 2 du présent arrêté, s'il remplit toutes les conditions suivantes :
1° l'établissement d'enseignement n'est pas un agriculteur actif tel que visé à l'article 4, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2023 fixant les règles relatives aux paiements directs en faveur des agriculteurs dans le cadre de la politique agricole commune ;
2° l'établissement d'enseignement a introduit une demande unique pour les parcelles agricoles situées en Région flamande.
HOOFDSTUK 4. - Subsidiebedrag
CHAPITRE 4. - Montant de la subvention
Art. 4. De subsidie, vermeld in artikel 2 van dit besluit, is beperkt tot de maximale steunbedragen die voor de respectieve maatregelen kunnen worden toegekend ter uitvoering van de volgende besluiten:
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2023 tot vaststelling van de voorschriften voor subsidies voor de uitvoering van maatregelen met een gunstig effect op het milieu, het klimaat en de biodiversiteit;
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2023 tot vaststelling van de voorschriften voor subsidies voor de aanplant en het onderhoud van boslandbouwsystemen;
3° het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 tot het verlenen van subsidies voor beheerovereenkomsten die worden gefinancierd via het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.
Naast de maxima, vermeld in het eerste lid, is het totale bedrag van de steun overeenkomstig artikel 3, lid 2, van verordening (EU) nr. 1408/2013 niet hoger dan 20.000 euro over een periode van drie belastingjaren.
Met behoud van de toepassing van het eerste en tweede lid wordt de maximale subsidie in de oproep, vermeld in artikel 5, bepaald.
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2023 tot vaststelling van de voorschriften voor subsidies voor de uitvoering van maatregelen met een gunstig effect op het milieu, het klimaat en de biodiversiteit;
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2023 tot vaststelling van de voorschriften voor subsidies voor de aanplant en het onderhoud van boslandbouwsystemen;
3° het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 tot het verlenen van subsidies voor beheerovereenkomsten die worden gefinancierd via het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.
Naast de maxima, vermeld in het eerste lid, is het totale bedrag van de steun overeenkomstig artikel 3, lid 2, van verordening (EU) nr. 1408/2013 niet hoger dan 20.000 euro over een periode van drie belastingjaren.
Met behoud van de toepassing van het eerste en tweede lid wordt de maximale subsidie in de oproep, vermeld in artikel 5, bepaald.
Art. 4. La subvention visée à l'article 2 du présent arrêté, est limitée aux montants d'aides maximum qui peuvent être accordés pour les mesures respectives en application des arrêtés suivants :
1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2023 établissant les prescriptions des subventions pour la mise en oeuvre de mesures ayant un effet favorable sur l'environnement, le climat et la biodiversité ;
2° l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2023 établissant les règles relatives aux subventions pour la plantation et l'entretien de systèmes agroforestiers ;
3° l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif à l'octroi de subventions à des contrats de gestion financés par le Fonds européen agricole pour le développement rural.
Outre les maxima visés à l'alinéa 1er, le montant total de l'aide conformément à l'article 3, paragraphe 2, du règlement (UE) n° 1408/2013, n'excède pas 20 000 euros sur une période de trois exercices fiscaux.
Sans préjudice de l'application des alinéas 1er et 2, la subvention maximale est déterminée dans l'appel visé à l'article 5.
1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2023 établissant les prescriptions des subventions pour la mise en oeuvre de mesures ayant un effet favorable sur l'environnement, le climat et la biodiversité ;
2° l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2023 établissant les règles relatives aux subventions pour la plantation et l'entretien de systèmes agroforestiers ;
3° l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif à l'octroi de subventions à des contrats de gestion financés par le Fonds européen agricole pour le développement rural.
Outre les maxima visés à l'alinéa 1er, le montant total de l'aide conformément à l'article 3, paragraphe 2, du règlement (UE) n° 1408/2013, n'excède pas 20 000 euros sur une période de trois exercices fiscaux.
Sans préjudice de l'application des alinéas 1er et 2, la subvention maximale est déterminée dans l'appel visé à l'article 5.
HOOFDSTUK 5. - De indiening van subsidieaanvragen
CHAPITRE 5. - L'introduction des demandes de subvention
Art. 5. De minister kan jaarlijks een oproep lanceren voor de subsidiëring van onderwijsinstellingen voor initiatieven als vermeld in artikel 2.
Naast de elementen, vermeld in artikel 6, tweede lid, 4° en derde lid, kan de minister bij elke oproep het volgende bepalen:
1° de thema's waarvoor de subsidieaanvragen kunnen worden ingediend. Als er geen thema's bepaald worden, gaat het om een open oproep;
2° het aantal subsidieaanvragen dat per thema kan worden ingediend;
3° het maximale subsidiebedrag per ingediend projectplan;
4° het totale beschikbare subsidiebedrag;
5° de periode waarin de projecten moeten lopen;
6° de termijn waarin en de wijze waarop subsidieaanvragen ingediend worden;
7° de inhoud van de subsidieaanvraag;
8° de inhoud van het projectplan;
9° de ontvankelijkheidscriteria waaraan subsidieaanvragen getoetst worden.
De bevoegde entiteit maakt de oproep bekend.
Naast de elementen, vermeld in artikel 6, tweede lid, 4° en derde lid, kan de minister bij elke oproep het volgende bepalen:
1° de thema's waarvoor de subsidieaanvragen kunnen worden ingediend. Als er geen thema's bepaald worden, gaat het om een open oproep;
2° het aantal subsidieaanvragen dat per thema kan worden ingediend;
3° het maximale subsidiebedrag per ingediend projectplan;
4° het totale beschikbare subsidiebedrag;
5° de periode waarin de projecten moeten lopen;
6° de termijn waarin en de wijze waarop subsidieaanvragen ingediend worden;
7° de inhoud van de subsidieaanvraag;
8° de inhoud van het projectplan;
9° de ontvankelijkheidscriteria waaraan subsidieaanvragen getoetst worden.
De bevoegde entiteit maakt de oproep bekend.
Art. 5. Le ministre peut lancer un appel annuel pour le subventionnement des établissements d'enseignement pour les initiatives telles que visées à l'article 2.
Outre les éléments visés à l'article 6, alinéa 2, 4°, et alinéa 3, le ministre peut définir à chaque appel les éléments suivants :
1° les thèmes pour lesquels les demandes de subvention peuvent être soumises. Si aucun thème n'est défini, il s'agit d'un appel ouvert ;
2° le nombre de demandes de subvention pouvant être soumises par thème ;
3° le montant maximal de subvention par plan de projet soumis ;
4° le montant de subvention total disponible ;
5° la période durant laquelle les projets doivent courir ;
6° le délai et les modalités d'introduction des demandes de subvention ;
7° le contenu de la demande de subvention ;
8° le contenu du plan de projet ;
9° les critères de recevabilité au regard desquels les demandes de subvention sont évaluées.
L'entité compétente publie l'appel.
Outre les éléments visés à l'article 6, alinéa 2, 4°, et alinéa 3, le ministre peut définir à chaque appel les éléments suivants :
1° les thèmes pour lesquels les demandes de subvention peuvent être soumises. Si aucun thème n'est défini, il s'agit d'un appel ouvert ;
2° le nombre de demandes de subvention pouvant être soumises par thème ;
3° le montant maximal de subvention par plan de projet soumis ;
4° le montant de subvention total disponible ;
5° la période durant laquelle les projets doivent courir ;
6° le délai et les modalités d'introduction des demandes de subvention ;
7° le contenu de la demande de subvention ;
8° le contenu du plan de projet ;
9° les critères de recevabilité au regard desquels les demandes de subvention sont évaluées.
L'entité compétente publie l'appel.
Art. 6. De subsidieaanvraag, vermeld in artikel 3, eerste lid, bevat al de volgende elementen:
1° een projectplan;
2° de volgende gegevens van de indiener:
a) de naam, het adres, de rechtsvorm, het telefoonnummer, het e-mailadres en het rekeningnummer;
b) het btw-statuut en het btw-nummer;
c) de voor- en achternaam, de functie, het telefoonnummer en het e-mailadres van een contactpersoon;
d) de voor- en achternaam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de budgettaire verantwoordelijke en van de verantwoordelijke voor de praktische uitvoering van het project.
Het projectplan, vermeld in het eerste lid, 1°, bevat al de volgende elementen:
1° de percelen die zijn opgenomen in de verzamelaanvraag, waarop een maatregel wordt toegepast die is bepaald in een van de volgende besluiten, en de totale oppervlakte waarop die maatregelen worden toegepast:
a) het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2023 tot vaststelling van de voorschriften voor subsidies voor de uitvoering van maatregelen met een gunstig effect op het milieu, het klimaat en de biodiversiteit;
b) het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2023 tot vaststelling van de voorschriften voor subsidies voor de aanplant en het onderhoud van boslandbouwsystemen;
c) het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 tot het verlenen van subsidies voor beheerovereenkomsten die worden gefinancierd via het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling;
2° de wijze waarop de specifieke vorming van de leerlingen over de maatregelen, vermeld in punt 1°, in de praktijk wordt gebracht;
3° de termijn waarin de maatregelen worden gedemonstreerd en aangewend tijdens de lessen;
4° de elementen die door de minister in de oproep worden vermeld.
De minister kan per oproep als vermeld in artikel 5, bepalen dat de subsidieaanvraag, vermeld in artikel 3, bijkomende elementen of documenten moet bevatten.
1° een projectplan;
2° de volgende gegevens van de indiener:
a) de naam, het adres, de rechtsvorm, het telefoonnummer, het e-mailadres en het rekeningnummer;
b) het btw-statuut en het btw-nummer;
c) de voor- en achternaam, de functie, het telefoonnummer en het e-mailadres van een contactpersoon;
d) de voor- en achternaam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de budgettaire verantwoordelijke en van de verantwoordelijke voor de praktische uitvoering van het project.
Het projectplan, vermeld in het eerste lid, 1°, bevat al de volgende elementen:
1° de percelen die zijn opgenomen in de verzamelaanvraag, waarop een maatregel wordt toegepast die is bepaald in een van de volgende besluiten, en de totale oppervlakte waarop die maatregelen worden toegepast:
a) het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2023 tot vaststelling van de voorschriften voor subsidies voor de uitvoering van maatregelen met een gunstig effect op het milieu, het klimaat en de biodiversiteit;
b) het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2023 tot vaststelling van de voorschriften voor subsidies voor de aanplant en het onderhoud van boslandbouwsystemen;
c) het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 tot het verlenen van subsidies voor beheerovereenkomsten die worden gefinancierd via het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling;
2° de wijze waarop de specifieke vorming van de leerlingen over de maatregelen, vermeld in punt 1°, in de praktijk wordt gebracht;
3° de termijn waarin de maatregelen worden gedemonstreerd en aangewend tijdens de lessen;
4° de elementen die door de minister in de oproep worden vermeld.
De minister kan per oproep als vermeld in artikel 5, bepalen dat de subsidieaanvraag, vermeld in artikel 3, bijkomende elementen of documenten moet bevatten.
Art. 6. La demande de subvention visée à l'article 3, alinéa 1er, contient tous les éléments suivants :
1° un plan de projet ;
2° les données suivantes du demandeur :
a) le nom, l'adresse, la forme juridique, le numéro de téléphone, l'adresse e-mail et le numéro de compte ;
b) le statut T.V.A. et le numéro de T.V.A. ;
c) les nom et prénom, la fonction, le numéro de téléphone et l'adresse e-mail d'une personne de contact ;
d) les nom et prénom, le numéro de téléphone et l'adresse e-mail du responsable budgétaire et du responsable de la mise en oeuvre pratique du projet.
Le plan de projet visé à l'alinéa 1er, 1°, contient tous les éléments suivants :
1° les parcelles incluses dans la demande unique, sur lesquelles est appliquée une mesure prévue dans l'un des arrêtés suivants, et la superficie totale sur laquelle ces mesures sont appliquées :
a) l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2023 établissant les prescriptions des subventions pour la mise en oeuvre de mesures ayant un effet favorable sur l'environnement, le climat et la biodiversité ;
b) l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2023 établissant les règles relatives aux subventions pour la plantation et l'entretien de systèmes agroforestiers ;
c) l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif à l'octroi de subventions à des contrats de gestion financés par le Fonds européen agricole pour le développement rural ;
2° la manière dont est mise en oeuvre la formation spécifique des élèves sur les mesures visées au point 1° ;
3° le délai dans lequel les mesures sont démontrées et utilisées pendant les cours ;
4° les éléments mentionnés par le ministre dans l'appel.
Par appel tel que visé à l'article 5, le ministre peut préciser que la demande de subvention visée à l'article 3, doit contenir des éléments ou documents supplémentaires.
1° un plan de projet ;
2° les données suivantes du demandeur :
a) le nom, l'adresse, la forme juridique, le numéro de téléphone, l'adresse e-mail et le numéro de compte ;
b) le statut T.V.A. et le numéro de T.V.A. ;
c) les nom et prénom, la fonction, le numéro de téléphone et l'adresse e-mail d'une personne de contact ;
d) les nom et prénom, le numéro de téléphone et l'adresse e-mail du responsable budgétaire et du responsable de la mise en oeuvre pratique du projet.
Le plan de projet visé à l'alinéa 1er, 1°, contient tous les éléments suivants :
1° les parcelles incluses dans la demande unique, sur lesquelles est appliquée une mesure prévue dans l'un des arrêtés suivants, et la superficie totale sur laquelle ces mesures sont appliquées :
a) l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2023 établissant les prescriptions des subventions pour la mise en oeuvre de mesures ayant un effet favorable sur l'environnement, le climat et la biodiversité ;
b) l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2023 établissant les règles relatives aux subventions pour la plantation et l'entretien de systèmes agroforestiers ;
c) l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif à l'octroi de subventions à des contrats de gestion financés par le Fonds européen agricole pour le développement rural ;
2° la manière dont est mise en oeuvre la formation spécifique des élèves sur les mesures visées au point 1° ;
3° le délai dans lequel les mesures sont démontrées et utilisées pendant les cours ;
4° les éléments mentionnés par le ministre dans l'appel.
Par appel tel que visé à l'article 5, le ministre peut préciser que la demande de subvention visée à l'article 3, doit contenir des éléments ou documents supplémentaires.
HOOFDSTUK 6. - De beoordeling van de subsidieaanvragen
CHAPITRE 6. - L'évaluation des demandes de subvention
Art. 7. De bevoegde entiteit onderzoekt of de ingediende subsidieaanvragen ontvankelijk zijn.
Art. 7. L'entité compétente évalue la recevabilité des demandes de subvention soumises.
Art. 8. De bevoegde entiteit maakt het verslag van het onderzoek, vermeld in artikel 7, en bezorgt het aan de minister.
Art. 8. L'entité compétente rédige le rapport de l'évaluation visée à l'article 7, et le transmet au ministre.
Art. 9. De minister beslist welke projecten geselecteerd worden en kent de subsidies, vermeld in artikel 2, toe, rekening houdende met de beschikbare begrotingskredieten en de maxima, vermeld in artikel 4, eerste lid.
Art. 9. Le ministre décide quels projets sont sélectionnés et octroie les subventions visées à l'article 2, en tenant compte des crédits budgétaires disponibles et des maxima visés à l'article 4, alinéa 1er.
Art. 10. De bevoegde entiteit brengt de aanvragers op de hoogte van de beslissing, vermeld in artikel 9.
Art. 10. L'entité compétente informe les demandeurs de la décision visée à l'article 9.
HOOFDSTUK 7. - Opvolging
CHAPITRE 7. - Suivi
Art. 11. De onderwijsinstellingen voeren het project uit zoals het is goedgekeurd in het toekenningsbesluit, vermeld in artikel 9.
Eventuele wijzigingen zijn alleen mogelijk nadat de onderwijsinstelling een gemotiveerde aanvraag heeft ingediend bij de bevoegde entiteit en nadat de bevoegde entiteit de aanvraag heeft goedgekeurd.
Eventuele wijzigingen zijn alleen mogelijk nadat de onderwijsinstelling een gemotiveerde aanvraag heeft ingediend bij de bevoegde entiteit en nadat de bevoegde entiteit de aanvraag heeft goedgekeurd.
Art. 11. Les établissements d'enseignement mettent le projet en oeuvre tel qu'il a été approuvé dans la décision d'octroi visée à l'article 9.
Des modifications éventuelles ne sont possibles qu'après que l'établissement d'enseignement a introduit une demande motivée auprès de l'entité compétente et que cette dernière a approuvé la demande.
Des modifications éventuelles ne sont possibles qu'après que l'établissement d'enseignement a introduit une demande motivée auprès de l'entité compétente et que cette dernière a approuvé la demande.
HOOFDSTUK 8. - Verantwoording en uitbetaling van de subsidie
CHAPITRE 8. - Justification et versement de la subvention
Art. 12. De onderwijsinstelling dient een functionele verantwoording in van de subsidie, vermeld in artikel 2, die bestaat uit al de volgende elementen:
1° een overzicht van de gerealiseerde activiteiten ten opzichte van de geplande activiteiten;
2° een bondig verslag van de uitgevoerde acties.
1° een overzicht van de gerealiseerde activiteiten ten opzichte van de geplande activiteiten;
2° een bondig verslag van de uitgevoerde acties.
Art. 12. L'établissement d'enseignement introduit une justification fonctionnelle de la subvention visée à l'article 2, qui comporte tous les éléments suivants :
1° un aperçu des activités réalisées par rapport aux activités prévues ;
2° un rapport succinct des actions menées.
1° un aperçu des activités réalisées par rapport aux activités prévues ;
2° un rapport succinct des actions menées.
Art. 13. De subsidie, vermeld in artikel 2, wordt op de volgende wijze uitbetaald:
1° een eerste schijf van maximaal 60% na de kennisgeving van het toekenningsbesluit, vermeld in artikel 10, en indiening van de schuldvordering;
2° een tweede schijf, die maximaal het resterende saldo omvat, na goedkeuring door de bevoegde entiteit van de functionele verantwoording, vermeld in artikel 12.
De schuldvordering, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt uiterlijk een jaar na de startdatum van het project ingediend, tenzij de minister in het toekenningsbesluit, vermeld in artikel 9, een andere termijn bepaalt.
De schuldvordering, vermeld in het eerste lid, 1°, en de functionele verantwoording, vermeld in artikel 12, wordt uiterlijk zes maanden na de einddatum van het project ingediend, tenzij de minister in het toekenningsbesluit, vermeld in artikel 9, een andere termijn bepaalt.
De subsidie, vermeld in artikel 2, wordt uitbetaald aan de onderwijsinstelling.
1° een eerste schijf van maximaal 60% na de kennisgeving van het toekenningsbesluit, vermeld in artikel 10, en indiening van de schuldvordering;
2° een tweede schijf, die maximaal het resterende saldo omvat, na goedkeuring door de bevoegde entiteit van de functionele verantwoording, vermeld in artikel 12.
De schuldvordering, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt uiterlijk een jaar na de startdatum van het project ingediend, tenzij de minister in het toekenningsbesluit, vermeld in artikel 9, een andere termijn bepaalt.
De schuldvordering, vermeld in het eerste lid, 1°, en de functionele verantwoording, vermeld in artikel 12, wordt uiterlijk zes maanden na de einddatum van het project ingediend, tenzij de minister in het toekenningsbesluit, vermeld in artikel 9, een andere termijn bepaalt.
De subsidie, vermeld in artikel 2, wordt uitbetaald aan de onderwijsinstelling.
Art. 13. La subvention visée à l'article 2, est payée de la manière suivante :
1° une première tranche de 60 % maximum après la notification de la décision d'octroi visée à l'article 10, et l'introduction de la créance ;
2° une deuxième tranche, comprenant au maximum le solde restant, après approbation par l'entité compétente de la justification fonctionnelle visée à l'article 12.
La créance visée à l'alinéa 1er, 1°, est déposée au plus tard un an après la date de début du projet, à moins que le ministre ne fixe un délai différent dans la décision d'octroi visée à l'article 9.
La créance visée à l'alinéa 1er, 1°, et la justification fonctionnelle visée à l'article 12, sont déposées au plus tard six mois après la date de fin du projet, à moins que le ministre ne fixe un délai différent dans la décision d'octroi visée à l'article 9.
La subvention visée à l'article 2, est versée à l'établissement d'enseignement.
1° une première tranche de 60 % maximum après la notification de la décision d'octroi visée à l'article 10, et l'introduction de la créance ;
2° une deuxième tranche, comprenant au maximum le solde restant, après approbation par l'entité compétente de la justification fonctionnelle visée à l'article 12.
La créance visée à l'alinéa 1er, 1°, est déposée au plus tard un an après la date de début du projet, à moins que le ministre ne fixe un délai différent dans la décision d'octroi visée à l'article 9.
La créance visée à l'alinéa 1er, 1°, et la justification fonctionnelle visée à l'article 12, sont déposées au plus tard six mois après la date de fin du projet, à moins que le ministre ne fixe un délai différent dans la décision d'octroi visée à l'article 9.
La subvention visée à l'article 2, est versée à l'établissement d'enseignement.
Art. 14. De stukken, vermeld in artikel 6 en 13, worden ingediend conform de instructies van de bevoegde entiteit. De bevoegde entiteit kan modelformulieren ter beschikking stellen die gebruikt moeten worden voor de voormelde indiening.
Art. 14. Les pièces visées à l'article 6 et 13, sont introduites conformément aux instructions de l'entité compétente. L'entité compétente peut mettre à disposition des formulaires types à utiliser pour l'introduction précitée.
HOOFDSTUK 9. - Communicatieverplichtingen
CHAPITRE 9. - Obligations de communication
Art. 15. De onderwijsinstellingen vermelden het logo van de Vlaamse overheid in alle communicatievormen over de gesubsidieerde activiteiten.
De bevoegde entiteit kan materiaal ter beschikking stellen en instructies geven over de verplichtingen, vermeld in het eerste lid.
De bevoegde entiteit kan materiaal ter beschikking stellen en instructies geven over de verplichtingen, vermeld in het eerste lid.
Art. 15. Les établissements d'enseignement mentionnent le logo de l'Autorité flamande dans toutes les formes de communication concernant les activités subventionnées.
L'entité compétente peut mettre du matériel à disposition et fournir des instructions au sujet des obligations visées à l'alinéa 1er.
L'entité compétente peut mettre du matériel à disposition et fournir des instructions au sujet des obligations visées à l'alinéa 1er.
HOOFDSTUK 10. - Controles en sancties
CHAPITRE 10. - Contrôles et sanctions
Art. 16. Controles ter plaatse kunnen aangekondigd worden op voorwaarde dat het doel of de doeltreffendheid ervan daardoor niet in het gedrang komt. De periode tussen de aankondiging en de controle wordt beperkt tot het noodzakelijke minimum en bedraagt niet meer dan veertien dagen.
Art. 16. Les contrôles sur place peuvent être précédés d'un préavis pour autant que cela n'interfère pas avec leur objectif ou leur efficacité. La période entre l'annonce et le contrôle est limitée à la durée minimale nécessaire et ne peut dépasser quatorze jours.
Art. 17. De onderwijsinstelling houdt alle bewijsstukken, die in dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgelegd, ter beschikking voor controle tot minimaal tien jaar na de laatste betaling of na het aflopen van de laatste verbintenis, als de laatste betaling eerder heeft plaatsgevonden.
Art. 17. L'établissement d'enseignement tient à disposition, à des fins de contrôle, toutes les pièces justificatives imposées dans le présent arrêté et ses arrêtés d'exécution pendant une période minimale de dix ans à compter du dernier paiement ou de l'expiration du dernier engagement lorsque le dernier paiement est intervenu antérieurement.
Art. 18. De bevoegde entiteit kan op elk ogenblik bijkomende stukken of informatie opvragen in het kader van beleidsevaluaties en om de controles vermeld in artikel 16, uit te voeren. In dat geval bezorgt de onderwijsinstelling de gevraagde stukken of informatie onmiddellijk aan de bevoegde entiteit.
Art. 18. L'entité compétente peut demander, à tout moment, des pièces ou informations supplémentaires dans le cadre d'évaluations politiques et pour effectuer les contrôles visés à l'article 16. Dans ce cas, l'établissement d'enseignement transmet immédiatement les pièces et informations demandées à l'entité compétente.
Art. 19. Als de onderwijsinstelling geen recht heeft op de subsidie, vermeld in artikel 2, en die subsidie al is uitbetaald, vordert de bevoegde entiteit de subsidie die al is uitbetaald terug.
De ingevorderde bedragen worden binnen maximaal zestig dagen betaald. De betalingstermijn wordt opgenomen in de invorderingsbrief.
De rente over de ingevorderde bedragen, vermeld in het tweede lid, wordt berekend voor de periode tussen de datum waarop de betalingstermijn in de invorderingsbrief, vermeld in het tweede lid, verstrijkt, en de datum van de terugbetaling.
Om de rente, vermeld in het derde lid, te berekenen, wordt de wettelijke rentevoet, vermeld in artikel 2 van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen interest, toegepast.
De ingevorderde bedragen worden binnen maximaal zestig dagen betaald. De betalingstermijn wordt opgenomen in de invorderingsbrief.
De rente over de ingevorderde bedragen, vermeld in het tweede lid, wordt berekend voor de periode tussen de datum waarop de betalingstermijn in de invorderingsbrief, vermeld in het tweede lid, verstrijkt, en de datum van de terugbetaling.
Om de rente, vermeld in het derde lid, te berekenen, wordt de wettelijke rentevoet, vermeld in artikel 2 van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen interest, toegepast.
Art. 19. Si l'établissement d'enseignement n'a pas droit à la subvention visée à l'article 2, et que cette subvention a déjà été versée, l'entité compétente récupère la subvention déjà versée.
Les montants recouvrés sont payés dans le délai maximum de soixante jours. Le délai de paiement est repris dans la lettre de recouvrement.
Les intérêts sur les montants recouvrés visés à l'alinéa 2, sont calculés pour la période comprise entre la date à laquelle le délai de paiement figurant dans la lettre de recouvrement visé à l'alinéa 2, vient à échéance et la date du remboursement.
Les intérêts visés à l'alinéa 3, sont calculés en appliquant le taux d'intérêt légal visé à l'article 2 de la loi du 5 mai 1865 relative au prêt à intérêt.
Les montants recouvrés sont payés dans le délai maximum de soixante jours. Le délai de paiement est repris dans la lettre de recouvrement.
Les intérêts sur les montants recouvrés visés à l'alinéa 2, sont calculés pour la période comprise entre la date à laquelle le délai de paiement figurant dans la lettre de recouvrement visé à l'alinéa 2, vient à échéance et la date du remboursement.
Les intérêts visés à l'alinéa 3, sont calculés en appliquant le taux d'intérêt légal visé à l'article 2 de la loi du 5 mai 1865 relative au prêt à intérêt.
Art. 20. De bevoegde entiteit onderzoekt de schuldvordering, vermeld in artikel 13, 1°, en de functionele verantwoording, vermeld in artikel 12°, die ze van de onderwijsinstelling heeft ontvangen en ze bepaalt de subsidiabele bedragen.
Art. 20. L'entité compétente examine la créance visée à l'article 13, 1°, et la justification fonctionnelle visée à l'article 12, qu'elle a reçues de l'établissement d'enseignement et détermine les montants éligibles.
HOOFDSTUK 11. - Bezwaarprocedure
CHAPITRE 11. - Procédure de contestation
Art. 21. § 1. De bevoegde entiteit behandelt bezwaren tegen beslissingen die rechtsgevolgen tot stand brengen ter uitvoering van dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan.
§ 2. Het bezwaar, vermeld in paragraaf 1, wordt binnen dertig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing met een bezwaarschrift ingediend bij de bevoegde entiteit. De bevoegde entiteit beslist over het bezwaar. Het bezwaarschrift voldoet aan al de volgende ontvankelijkheidsvoorwaarden:
1° het wordt op schriftelijke wijze ingediend;
2° het vermeldt de naam en de woonplaats van de indiener van het bezwaar. Als woonplaatskeuze wordt gedaan bij een raadsman, wordt dat in het bezwaarschrift aangegeven;
3° het is ondertekend door de indiener van het bezwaar of zijn raadsman. Een schriftelijke machtiging wordt bijgevoegd, tenzij de raadsman ingeschreven is als advocaat of advocaat-stagiair;
4° het vermeldt het voorwerp van het bezwaar, met een omschrijving van de ingeroepen argumenten.
§ 3. Als het bezwaar, vermeld in paragraaf 1, niet voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in paragraaf 2, wordt het bezwaar onontvankelijk verklaard.
§ 4. De bezwaarindiener of zijn vertegenwoordiger wordt binnen honderdtwintig dagen op de hoogte gebracht van de beslissing van de bevoegde entiteit over het bezwaar, vermeld in paragraaf 1. De voormelde termijn wordt gerekend vanaf de dag na de dag waarop de termijn voor de indiening van het voormelde bezwaar verstreken is. Tegen de voormelde beslissing staat geen nieuwe bezwaarmogelijkheid open.
De termijn, vermeld in het eerste lid, kan één keer verlengd worden met een nieuwe termijn van honderdtwintig dagen die begint op de dag nadat de eerste termijn, vermeld in het eerste lid, is verstreken. De bevoegde entiteit brengt de bezwaarindiener of zijn vertegenwoordiger op de hoogte van de voormelde verlenging voor de eerste termijn van honderdtwintig dagen is verstreken, en vermeldt de reden of de redenen van de verlenging.
Als de bevoegde entiteit bij de bezwaarindiener of via derden informatie of bewijzen opvraagt, wordt de termijn van honderdtwintig dagen, vermeld in het eerste lid, geschorst tot op de datum dat de informatie of het bewijs ontvangen is. De bevoegde entiteit meldt de schorsing, die het gevolg is van het inwinnen van informatie of het opvragen van bewijzen bij derden, aan de bezwaarindiener of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de reden van de schorsing. Om het bezwaar te behandelen, kan rekening gehouden worden met informatie die van derden verkregen is.
§ 2. Het bezwaar, vermeld in paragraaf 1, wordt binnen dertig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing met een bezwaarschrift ingediend bij de bevoegde entiteit. De bevoegde entiteit beslist over het bezwaar. Het bezwaarschrift voldoet aan al de volgende ontvankelijkheidsvoorwaarden:
1° het wordt op schriftelijke wijze ingediend;
2° het vermeldt de naam en de woonplaats van de indiener van het bezwaar. Als woonplaatskeuze wordt gedaan bij een raadsman, wordt dat in het bezwaarschrift aangegeven;
3° het is ondertekend door de indiener van het bezwaar of zijn raadsman. Een schriftelijke machtiging wordt bijgevoegd, tenzij de raadsman ingeschreven is als advocaat of advocaat-stagiair;
4° het vermeldt het voorwerp van het bezwaar, met een omschrijving van de ingeroepen argumenten.
§ 3. Als het bezwaar, vermeld in paragraaf 1, niet voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in paragraaf 2, wordt het bezwaar onontvankelijk verklaard.
§ 4. De bezwaarindiener of zijn vertegenwoordiger wordt binnen honderdtwintig dagen op de hoogte gebracht van de beslissing van de bevoegde entiteit over het bezwaar, vermeld in paragraaf 1. De voormelde termijn wordt gerekend vanaf de dag na de dag waarop de termijn voor de indiening van het voormelde bezwaar verstreken is. Tegen de voormelde beslissing staat geen nieuwe bezwaarmogelijkheid open.
De termijn, vermeld in het eerste lid, kan één keer verlengd worden met een nieuwe termijn van honderdtwintig dagen die begint op de dag nadat de eerste termijn, vermeld in het eerste lid, is verstreken. De bevoegde entiteit brengt de bezwaarindiener of zijn vertegenwoordiger op de hoogte van de voormelde verlenging voor de eerste termijn van honderdtwintig dagen is verstreken, en vermeldt de reden of de redenen van de verlenging.
Als de bevoegde entiteit bij de bezwaarindiener of via derden informatie of bewijzen opvraagt, wordt de termijn van honderdtwintig dagen, vermeld in het eerste lid, geschorst tot op de datum dat de informatie of het bewijs ontvangen is. De bevoegde entiteit meldt de schorsing, die het gevolg is van het inwinnen van informatie of het opvragen van bewijzen bij derden, aan de bezwaarindiener of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de reden van de schorsing. Om het bezwaar te behandelen, kan rekening gehouden worden met informatie die van derden verkregen is.
Art. 21. § 1er. L'entité compétente traite les contestations émises à l'encontre de décisions produisant des effets juridiques en exécution du présent arrêté et de ses arrêtés d'exécution.
§ 2. La contestation visée au paragraphe 1er, est soumise à l'entité compétente au moyen d'une réclamation dans les trente jours de la notification de la décision. L'entité compétente statue sur la contestation. La réclamation remplit toutes les conditions de recevabilité suivantes :
1° elle est introduite par écrit ;
2° elle mentionne le nom et le domicile du réclamant. Le cas échéant, l'élection de domicile faite auprès d'un conseil sera indiquée dans la réclamation ;
3° elle est signée par le réclamant ou son conseil. Une autorisation écrite est jointe, à moins que le conseil ne soit inscrit comme avocat ou avocat-stagiaire ;
4° elle mentionne l'objet de la contestation, avec une description des arguments invoqués.
§ 3. Si la contestation visée au paragraphe 1er, ne satisfait pas aux conditions de recevabilité visées au paragraphe 2, elle est déclarée irrecevable.
§ 4. Le réclamant ou son représentant est informé dans les cent vingt jours de la décision de l'entité compétente au sujet de la contestation visée au paragraphe 1er. Le délai précité est calculé à compter du jour suivant celui de l'expiration du délai fixé pour introduire la contestation précitée. La décision précitée n'est pas susceptible de nouvelle contestation.
Le délai visé à l'alinéa 1er, peut être prorogé une seule fois d'un nouveau délai de cent vingt jours qui commence à courir le jour suivant l'expiration du premier délai visé à l'alinéa 1er. L'entité compétente informe le réclamant ou son représentant de la prorogation précitée avant l'expiration du premier délai de cent vingt jours et mentionne le ou les motifs de la prorogation.
Si l'entité compétente demande des informations ou des preuves au réclamant ou par le biais de tiers, le délai de cent vingt jours visé à l'alinéa 1er, est suspendu jusqu'à la date de réception des informations ou des preuves. L'entité compétente notifie au réclamant ou à son représentant la suspension résultant de la collecte d'informations ou de la demande de preuves auprès de tiers et mentionne le motif de la suspension. Les informations obtenues de tiers peuvent être prises en compte pour le traitement de la contestation.
§ 2. La contestation visée au paragraphe 1er, est soumise à l'entité compétente au moyen d'une réclamation dans les trente jours de la notification de la décision. L'entité compétente statue sur la contestation. La réclamation remplit toutes les conditions de recevabilité suivantes :
1° elle est introduite par écrit ;
2° elle mentionne le nom et le domicile du réclamant. Le cas échéant, l'élection de domicile faite auprès d'un conseil sera indiquée dans la réclamation ;
3° elle est signée par le réclamant ou son conseil. Une autorisation écrite est jointe, à moins que le conseil ne soit inscrit comme avocat ou avocat-stagiaire ;
4° elle mentionne l'objet de la contestation, avec une description des arguments invoqués.
§ 3. Si la contestation visée au paragraphe 1er, ne satisfait pas aux conditions de recevabilité visées au paragraphe 2, elle est déclarée irrecevable.
§ 4. Le réclamant ou son représentant est informé dans les cent vingt jours de la décision de l'entité compétente au sujet de la contestation visée au paragraphe 1er. Le délai précité est calculé à compter du jour suivant celui de l'expiration du délai fixé pour introduire la contestation précitée. La décision précitée n'est pas susceptible de nouvelle contestation.
Le délai visé à l'alinéa 1er, peut être prorogé une seule fois d'un nouveau délai de cent vingt jours qui commence à courir le jour suivant l'expiration du premier délai visé à l'alinéa 1er. L'entité compétente informe le réclamant ou son représentant de la prorogation précitée avant l'expiration du premier délai de cent vingt jours et mentionne le ou les motifs de la prorogation.
Si l'entité compétente demande des informations ou des preuves au réclamant ou par le biais de tiers, le délai de cent vingt jours visé à l'alinéa 1er, est suspendu jusqu'à la date de réception des informations ou des preuves. L'entité compétente notifie au réclamant ou à son représentant la suspension résultant de la collecte d'informations ou de la demande de preuves auprès de tiers et mentionne le motif de la suspension. Les informations obtenues de tiers peuvent être prises en compte pour le traitement de la contestation.
HOOFDSTUK 12. - Gegevensverwerking
CHAPITRE 12. - Traitement des données
Art. 22. De bevoegde entiteit is verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
De persoonsgegevens van de volgende categorieën betrokkenen kunnen worden verwerkt:
1° de onderwijsinstellingen;
2° externe dienstverleners en hun contactpersonen.
Voor de uitvoering van dit besluit kunnen de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerkt worden:
1° de identificatiegegevens;
2° de financiële gegevens.
De verwerking van de gegevens, vermeld in het derde lid, is noodzakelijk om een taak van algemeen belang te vervullen als vermeld in artikel 6, lid 1, e), van de voormelde verordening.
Het doel van de gegevensverwerking is het verlenen van subsidies en alle activiteiten die daarmee verband houden.
De persoonsgegevens van de volgende categorieën betrokkenen kunnen worden verwerkt:
1° de onderwijsinstellingen;
2° externe dienstverleners en hun contactpersonen.
Voor de uitvoering van dit besluit kunnen de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerkt worden:
1° de identificatiegegevens;
2° de financiële gegevens.
De verwerking van de gegevens, vermeld in het derde lid, is noodzakelijk om een taak van algemeen belang te vervullen als vermeld in artikel 6, lid 1, e), van de voormelde verordening.
Het doel van de gegevensverwerking is het verlenen van subsidies en alle activiteiten die daarmee verband houden.
Art. 22. L'entité compétente est le responsable du traitement tel que visé à l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la Directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
Les données à caractère personnel des catégories suivantes de personnes concernées peuvent être traitées :
1° les établissements d'enseignement ;
2° les prestataires de services externes et leurs personnes de contact.
Pour l'exécution du présent arrêté, les catégories suivantes de données à caractère personnel peuvent être traitées :
1° les données d'identification ;
2° les données financières.
Le traitement des données visées à l'alinéa 3, est nécessaire à l'exécution d'une mission d'intérêt public au sens de l'article 6, paragraphe 1er, e), du règlement précité.
La finalité du traitement des données est l'octroi de subventions et toutes les activités connexes.
Les données à caractère personnel des catégories suivantes de personnes concernées peuvent être traitées :
1° les établissements d'enseignement ;
2° les prestataires de services externes et leurs personnes de contact.
Pour l'exécution du présent arrêté, les catégories suivantes de données à caractère personnel peuvent être traitées :
1° les données d'identification ;
2° les données financières.
Le traitement des données visées à l'alinéa 3, est nécessaire à l'exécution d'une mission d'intérêt public au sens de l'article 6, paragraphe 1er, e), du règlement précité.
La finalité du traitement des données est l'octroi de subventions et toutes les activités connexes.
HOOFDSTUK 13. - Reservevorming en dubbele subsidiëring
CHAPITRE 13. - Constitution de réserves et double subventionnement
Art. 23. Reservevorming ten laste van de subsidie, vermeld in artikel 2, wordt niet aanvaard.
Art. 23. La constitution de réserves à charge de la subvention visée à l'article 2, n'est pas admise.
Art. 24. Kosten waarvoor met toepassing van andere regelingen van de Vlaamse overheid of andere overheden subsidies worden ontvangen, komen niet in aanmerking voor de toekenning van de subsidie, vermeld in artikel 2, als dat ertoe leidt dat die kosten dubbel worden gesubsidieerd.
Art. 24. Les coûts pour lesquels des subventions sont reçues en application d'autres régimes de l'Autorité flamande ou d'autres autorités ne sont pas éligibles à l'octroi de la subvention visée à l'article 2, s'il en résulte un double subventionnement de ces coûts.
HOOFDSTUK 14. - Europese regelgeving
CHAPITRE 14. - Réglementation européenne
Art. 25. De subsidie, vermeld in artikel 2 van dit besluit, wordt verleend in de vorm van de-minimissteun en onder de voorwaarden, vermeld in verordening (EU) nr. 1408/2013.
Overeenkomstig artikel 3, lid 2, van de voormelde verordening ligt het totale bedrag aan de-minimissteun dat wordt verleend, niet hoger dan 20.000 euro over een periode van drie belastingjaren.
De bevoegde entiteit stelt de onderwijsinstelling een verklaring op erewoord ter beschikking die de onderwijsinstelling overeenkomstig artikel 6 van de voormelde verordening invult en ondertekent.
Overeenkomstig artikel 3, lid 2, van de voormelde verordening ligt het totale bedrag aan de-minimissteun dat wordt verleend, niet hoger dan 20.000 euro over een periode van drie belastingjaren.
De bevoegde entiteit stelt de onderwijsinstelling een verklaring op erewoord ter beschikking die de onderwijsinstelling overeenkomstig artikel 6 van de voormelde verordening invult en ondertekent.
Art. 25. La subvention visée à l'article 2 du présent arrêté, est accordée sous la forme d'aides de minimis et aux conditions visées dans le règlement (UE) n° 1408/2013.
Conformément à l'article 3, paragraphe 2, du règlement précité, le montant total d'aides de minimis octroyées ne peut excéder 20 000 euros sur une période de trois exercices fiscaux.
L'entité compétente fournit à l'établissement d'enseignement une déclaration sur l'honneur que l'établissement d'enseignement remplit et signe conformément à l'article 6 du règlement précité.
Conformément à l'article 3, paragraphe 2, du règlement précité, le montant total d'aides de minimis octroyées ne peut excéder 20 000 euros sur une période de trois exercices fiscaux.
L'entité compétente fournit à l'établissement d'enseignement une déclaration sur l'honneur que l'établissement d'enseignement remplit et signe conformément à l'article 6 du règlement précité.
HOOFDSTUK 15. - Uitwisseling van berichten
CHAPITRE 15. - Echange de messages
Art. 26. Berichten ter uitvoering van dit besluit worden op elektronische wijze uitgewisseld. Tenzij in dit besluit of de uitvoeringsbesluiten ervan al een bepaalde elektronisch procedure bepaald is, kiest de bevoegde entiteit de te volgen elektronische procedure en maakt die bekend. De bevoegde entiteit kan daarbij beperkingen en technische eisen opleggen.
Artikel II.23 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 is van toepassing voor het tijdstip van verzending en ontvangst van berichten die op elektronische wijze worden uitgewisseld.
Als voor bepaalde berichten bepaald is dat ze voor een bepaalde datum meegedeeld of ingediend moeten worden bij de bevoegde entiteit, zijn de berichten die elektronisch uitgewisseld worden, op die datum ontvangen door de bevoegde entiteit. Berichten die op papier uitgewisseld worden, worden op die datum verzonden aan de bevoegde entiteit. De datum van de poststempel geldt daarbij als tijdstip waarop een bericht verzonden is.
Voor elektronische verzendingen die uitgaan van de bevoegde entiteit, geldt de dag na de dag van de verzending als begindatum van de termijnen die worden opgelegd in het kader van procedures ter uitvoering van dit besluit.
In afwijking van het eerste lid kunnen terugvorderingen ook op papier verstuurd worden door de bevoegde entiteit. In dat geval geldt de dag na de dag van de verzending als begindatum van de bezwaartermijn, vermeld in artikel 23.
In afwijking van het eerste lid kunnen de bezwaren, vermeld in artikel 23, ook op papier ingediend worden.
Artikel II.23 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 is van toepassing voor het tijdstip van verzending en ontvangst van berichten die op elektronische wijze worden uitgewisseld.
Als voor bepaalde berichten bepaald is dat ze voor een bepaalde datum meegedeeld of ingediend moeten worden bij de bevoegde entiteit, zijn de berichten die elektronisch uitgewisseld worden, op die datum ontvangen door de bevoegde entiteit. Berichten die op papier uitgewisseld worden, worden op die datum verzonden aan de bevoegde entiteit. De datum van de poststempel geldt daarbij als tijdstip waarop een bericht verzonden is.
Voor elektronische verzendingen die uitgaan van de bevoegde entiteit, geldt de dag na de dag van de verzending als begindatum van de termijnen die worden opgelegd in het kader van procedures ter uitvoering van dit besluit.
In afwijking van het eerste lid kunnen terugvorderingen ook op papier verstuurd worden door de bevoegde entiteit. In dat geval geldt de dag na de dag van de verzending als begindatum van de bezwaartermijn, vermeld in artikel 23.
In afwijking van het eerste lid kunnen de bezwaren, vermeld in artikel 23, ook op papier ingediend worden.
Art. 26. L'échange de messages en exécution du présent arrêté se fait par voie électronique. A moins qu'une procédure électronique donnée n'ait déjà été prévue dans le présent arrêté ou ses arrêtés d'exécution, l'entité compétente choisit la procédure électronique à suivre et la publie. L'entité compétente peut imposer des restrictions et des exigences techniques.
L'article II.23 du Décret de gouvernance du 7 décembre 2018 s'applique pour ce qui est des date et heure d'envoi et de réception de messages échangés par voie électronique.
S'il est stipulé que certains messages doivent être communiqués ou soumis à l'entité compétente pour une date donnée, les messages échangés par voie électronique sont reçus par l'entité compétente à cette date. Les messages échangés au format papier sont envoyés à l'entité compétente à cette date. A cet égard, la date du cachet de la poste fait foi de la date d'envoi d'un message.
En ce qui concerne les envois électroniques émanant de l'entité compétente, le jour qui suit celui de l'envoi fait office de date à laquelle les délais imposés dans le cadre des procédures en exécution du présent arrêté commencent à courir.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'entité compétente peut également envoyer des recouvrements au format papier. Dans ce cas, le jour qui suit celui de l'envoi constitue la date de début du délai de contestation visé à l'article 23.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les contestations visées à l'article 23 peuvent également être introduites au format papier.
L'article II.23 du Décret de gouvernance du 7 décembre 2018 s'applique pour ce qui est des date et heure d'envoi et de réception de messages échangés par voie électronique.
S'il est stipulé que certains messages doivent être communiqués ou soumis à l'entité compétente pour une date donnée, les messages échangés par voie électronique sont reçus par l'entité compétente à cette date. Les messages échangés au format papier sont envoyés à l'entité compétente à cette date. A cet égard, la date du cachet de la poste fait foi de la date d'envoi d'un message.
En ce qui concerne les envois électroniques émanant de l'entité compétente, le jour qui suit celui de l'envoi fait office de date à laquelle les délais imposés dans le cadre des procédures en exécution du présent arrêté commencent à courir.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'entité compétente peut également envoyer des recouvrements au format papier. Dans ce cas, le jour qui suit celui de l'envoi constitue la date de début du délai de contestation visé à l'article 23.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les contestations visées à l'article 23 peuvent également être introduites au format papier.
HOOFDSTUK 16. - Voorafgaande controle door de Inspectie van Financiën bij de toekenning van de subsidies
CHAPITRE 16. - Contrôle préalable par l'Inspection des Finances lors de l'octroi des subventions
Art. 27. De oproep, vermeld in artikel 5, wordt voor advies aan de Inspectie van Financiën voorgelegd.
Als de Inspectie van Financiën een gunstig advies verleent over de oproep, worden de toekenningsbesluiten, vermeld in artikel 9, niet meer voor advies aan de Inspectie van Financiën voorgelegd, tenzij de Inspectie van Financiën anders adviseert in het advies over de oproep in kwestie.
Als de Inspectie van Financiën een gunstig advies verleent over de oproep, worden de toekenningsbesluiten, vermeld in artikel 9, niet meer voor advies aan de Inspectie van Financiën voorgelegd, tenzij de Inspectie van Financiën anders adviseert in het advies over de oproep in kwestie.
Art. 27. L'appel visé à l'article 5, est soumis à l'avis de l'Inspection des Finances.
Si l'Inspection des Finances rend un avis favorable au sujet de l'appel, les décisions d'octroi visées à l'article 9, ne sont plus soumises à l'avis de l'Inspection des Finances, sauf indication contraire de l'Inspection des Finances dans l'avis au sujet de l'appel en question.
Si l'Inspection des Finances rend un avis favorable au sujet de l'appel, les décisions d'octroi visées à l'article 9, ne sont plus soumises à l'avis de l'Inspection des Finances, sauf indication contraire de l'Inspection des Finances dans l'avis au sujet de l'appel en question.
HOOFDSTUK 17. - Slotbepalingen
CHAPITRE 17. - Dispositions finales
Art. 28. De Vlaamse minister, bevoegd voor de landbouw, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 28. Le ministre flamand qui a l'agriculture dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.